maandag 23 april 2018

Natte droom van elke boekenwurm

Als blogger heb ik het maaar druk met al die Special Interest-dagen! Dit is overigens blog nummer 1111. Vandaag is het Wereldboekendag en een boekenwurm als ik staat daar graag bij stil. Op dit moment lees ik de laatste bladzijden van ‘De tolk van Java’, geschreven door de Haagse auteur Alfred Birney (1951). Leesvriend Ben bracht het boek mee in zijn koffer. Dat won vorig jaar de Nederlandse Libris Literatuur Prijs èn de Henriëtte Roland Holst-prijs. In een van de juryrapporten las ik het volgende: “Alfred Birney gaat in de clinch met gezaghebbende stemmen als die van Multatuli, Couperus en Haasse. Vast van plan om het geruststellende tempo-doeloe beeld en de verheerlijking van de blanke idealist type Havelaar te versplinteren. Dat was hoog nodig.

De recensent van de Volkskrant vond het een meesterlijke roman over Nederlands-Indië die je bij de strot grijpt. De recensent van de NRC noemde deze tweedegeneratieroman een grotejongensboek. “Birney slaagt er in [..] om voor deze vechtersbaas, die voor zijn kinderen eerder een kampcommandant was dan een vader, toch nog enige sympathie te kweken.” Dat van de strot begrijp ik, sympathie voelde ik nauwelijks voor de hoofdpersoon. Wel mededogen voor het op drift geraakte, onwettige kind van een Schotse planter en een Chinese moeder, een Indo die zoekt naar zijn identiteit. Het boek trok mij aan en stootte tegelijkertijd af... Tijdens het lezen dacht ik vaak aan mijn dienstplichtige vader die in de jaren ’50 van de vorige eeuw onder valse voorwendselen naar deze hel werd gestuurd. Ver-schrik-ke-lijk.

Ter viering van het 50-jarige bestaan van de prestigieuze Man Booker Prize maakte de organisatie begin 2018 bekend dat er dit jaar een extra prijs zal worden ingesteld, genaamd de Golden Man Booker Prize. Die eenmalige prijs zal worden uitgereikt aan de beste winnaar ooit. Er kan worden gekozen uit 33 mannen en 16 vrouwen die de prijs tot dusver wonnen. Hilary Mantel, J.M. Coetzee, Salman Rushdie en Peter Carey wonnen de prijs tweemaal dus zij behoren tot de grootste kanshebbers. Voor dit doel ga ik nul werk herlezen; ik wacht gewoon op de uitslag van 8 juli aanstaande. Op 26 mei zal de ‘Golden Five Shortlist’ bekend worden gemaakt. Daarna kan het publiek een maand lang stemmen.


Er is momenteel gedoe in de gelederen van de Man Booker Prize. Een grote  meerderheid van de zogenaamde ‘Folio Academy’ richtte zich onlangs tot de Booker Foundation met een dringend verzoek. Die academie bestaat uit internationaal bekende schrijvers en literaire critici. Daartoe behoren enkele van mijn favorieten, zoals Pat Barker, Margaret Atwood, Sebastian Faulks, Amitav Ghosh, Val McDermid, Ian McEwan, Jeanette Winterson en vele, vele anderen.

Velen van hen zijn van mening dat de Man Booker terug moet naar de tijd dat uitsluitend schrijvers uit het Verenigd Koninkrijk, Ierland en landen van het Gemenebest konden deelnemen. Toen was de Man Booker Prize in zijn opzet nog bijzonder nu is het een prijs als alle andere, aldus sommige ondertekenaars. Sinds 2014 mogen ook Amerikaanse schrijvers meedoen. Men vreest dat zwaargewichten uit de Amerikaanse literatuur onbekende, jonge auteurs uit de overige Engelstalige gebieden zullen verdringen. (De bekende Amerikaanse auteur George Saunders won de Man Booker Prize in 2017.) Amerikaanse literaire prijzen zijn doorgaans uitsluitend open voor Amerikaanse auteurs. Kennelijk is er onder Engelstalige auteurs behoefte aan eenzelfde soort afscherming.

Een tegenargument is dat het belangrijkste criterium voor de prijs -het beste Engelstalige literaire werk van het jaar schrijven- niet moet worden beperkt tot een postkoloniaal territorium dat half ter ziele is; refererend aan het Gemenebest van Naties. De Booker Foundation gaf tot nu toe als reactie dat men niet de indruk heeft dat diversiteit van de werken door de nieuwe regel in het geding is. [..] this mission cannot be constrained or compromised by national boundaries.” Een rake boodschap in Brexit-tijden. De verwachting is dan ook niet dat aan het verzoek gehoor zal worden gegeven. De 50ste Man Booker Prize wordt, zoals gebruikelijk, in oktober uitgereikt.

Voor de duidelijkheid: sinds 2005 bestaat er ook een Man Booker International Prize. Deze prijs stond aanvankelijk open voor schrijvers van alle nationaliteiten maar sinds 2016 wordt die toegekend aan het beste, in het Engels vertaalde werk. Hiermee is een bedrag van £50.000 gemoeid, te verdelen tussen auteur en vertaler. Slechts éénmaal deed een Nederlandse auteur mee: Harry Mulisch met ‘The Discovery of Heaven’ (2007). Hij won deze prijs niet maar dat jaar bleek wel een kroonjaar voor Mulisch; hij won andere prijzen en ontving eervolle titels. De Poolse Olga Tokarczuk gooit dit jaar naar verluidt hoge ogen. “One of the greatest living writers you have never heard of.” Ik had inderdaad nog nooit van deze auteur gehoord terwijl ze toch al zes boeken schreef. Op 22 mei aanstaande weten we het.

Op een feestelijke dag als vandaag mag aandacht voor de bewaarplaats van boeken niet ontbreken. Vriendin Bernadette stuurde mij onlangs artikelen en foto’s uit haar kranten over de mooiste bibliotheken ter wereld. Daar komt de blogtitel vandaan. 
Zo leerde ik over de bibliotheek van Tianjin Binhai (China), ontworpen door het Nederlandse bureau MVRDV en de Qatar National Library in Doha, ontworpen door bureau OMA (Rem Koolhaas). 

Dichter bij huis is ook van alles te bewonderen. Want wat te denken van de bibliotheken van Birmingham en de TU Delft, beide ontworpen door het Nederlandse bureau Mecanoo? De bibliotheek van Aalst (Vlaanderen) door KAAN Architecten, de Varna Regional Library (Bulgarije) van het Rotterdamse collectief ‘Architects for Urbanity’ en de Boekenberg van Spijkenisse eveneens van MVRDV? 
Boeken verdienen een prachtig onderkomen en deze Nederlandse architecten doen dat principe eer aan. De genoemde gebouwen zijn stuk voor stuk -futuristische- meesterwerken. Het ontwerp van ‘The Eye’, zoals de bieb van Tianjin inmiddels wordt genoemd (hierboven afgebeeld), vind ik het allermooist. Bernadette opperde dat we in de toekomst best een reisje langs ’s werelds mooiste biebs kunnen gaan maken. Het staat inmiddels op onze bucket list. Boeken veranderen levens maar bibliotheken kunnen dat ook!


zondag 22 april 2018

Happy Earth Day!

De mannetjes in Bali wensten ons dit toe in een vrolijk stemmend Whatsapp-bericht. Vandaag is het Dag van de Aarde. Ik ben blij dat hun school hieraan aandacht besteedt. Jong geleerd is oud gedaan. Yuda hield een presentatie in de Engelse taal over een excursie die zijn klas maakte naar de rijstvelden… in aanwezigheid van  alle ouders! Zijn witte surrogaatoma’s zijn trots als pauwen op die prestatie. 

In 1972, tijdens een VN-conferentie in Stockholm over leefomgeving, werd voor de eerste keer wereldwijd aandacht gevraagd voor de onderlinge afhankelijkheid tussen mensen, dieren en de planeet. Bij die gelegenheid riepen de Verenigde Naties ‘Earth Day’ uit. Het thema van dit jaar is hoe we de vervuiling van Moeder Aarde door plastic kunnen stoppen. Dit materiaal verwondt en doodt dieren in zee, ruïneert oceanen en zeeën en verstopt waterwegen. Het kan tevens de menselijke hormoonhuishouding in de war brengen. Bali worstelt ook met plastic. Als we op deze voet doorgaan, vernielt het onze planeet.

Plastic is als materiaal niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Het zit werkelijk overal in, op en aan; zelfs voor een kritische consument is het niet of nauwelijks te vermijden. De eerste interesse in het vervaardigen van plastic dateert van omstreeks 1800 toen men op zoek ging naar een vervanger van schaarse materialen als ivoor en schildpaddenschild. Op zich was dat een goede zaak want waarom zou je dieren gebruiken als verpakking? Ze zijn onze partners, niet onze slaven! Deze uitspraak is een variant op een zin van Jan Terlouw in zijn recente boekenweekessay ‘Natuurlijk’. Dit mooie werkje dat ik met veel genoegen las, is een ode aan de natuur en een pleidooi voor duurzaamheid.

De eerste synthetische materialen werden afgeleid van cellulose, een substantie die in planten en bomen voorkomt. Cellulose werd met chemicaliën verhit waardoor een extreem duurzaam materiaal ontstond. Niet duurzaam in de zin van ‘niet schadelijk voor ons milieu’ helaas. Geen enkele plastic-soort speelt daarin een positieve rol in mijn ogen. Het meeste plastic dat we tegenwoordig kennen en gebruiken, wordt vervaardigd op basis van koolwaterstoffen die ruimschoots aanwezig zijn in aardgas, olie en kolen. (Ook het gebruik van schadelijke fossiele brandstoffen moeten we afbouwen maar dat is stof voor een ander verhaal.)

Niet alleen blijkt het materiaal een vloek, als consument krijgen we het ook in grote hoeveelheden door de strot geduwd. Spanje loopt als land zeker niet voorop als het om de beperking van het gebruik van plastic gaat. Mijn liefje en ik zijn van de drie R’en: reducir, reutilizar & reciclar. Minderen, hergebruiken en recyclen. Hoe vaak ik in mijn Spaanse leven al vriendelijk doch vastberaden ‘non, gracias’ zei tegen een kassamedewerker in de supermarkt is niet meer op de vingers van de handen van de helft van de Spaanse bevolking te tellen. Tegenwoordig noemen we de reden erbij: plastic is slecht voor ‘el medio ambiente’ (het milieu). Doorgaans wordt er dan fel geknikt.

Wat eveneens stoort, is de onverschilligheid waarop mensen met dit materiaal omgaan. Wij spreken jonge en oude vervuilers in het openbaar op hun gedrag aan; zelf ga ik discussie en agressie niet uit de weg. Zij en ik zijn dermate fel op dat vlak dat vriend Frans ons in de loop van de tijd eco warriors ging noemen. Tja. Wij voelen nu eenmaal passie voor de natuur en voelen ons daarmee verbonden. Behoud van de planeet en onze eigen leefomgeving zou geen linkse hobby moeten zijn; dat gaat iedereen aan.

Sinds een half jaar wordt er in onze Spaanse woonwijk weer gebouwd. Welgeteld staan er inmiddels zeven bouwkranen op de route naar ons huis. Gelukkig zijn de constructies kleinschalig en betreft het laagbouw (maar het blijft wennen). Je kunt je voorstellen hoeveel verpakkingsmaterialen op zo’n bouwplaats aanwezig zijn. In de afgelopen weken blies hier met regelmaat een harde wind uit het westen die ervoor zorgde dat grote piepschuimpanelen en reuze zakken in de richting van de  wandelboulevard en de stranden waaiden. Wij raapten wat en waar we konden, we hadden er onze handen vol aan. Mijn liefje draagt de geuzennaam ‘Bag Lady’ al jaren met trots. Bij elke opgeborgen zak tellen we hardop hoeveel schildpadden we nu weer redden van de verstikkingsdood. Alle beetje helpen!

De jonge potvis die onlangs dood op het strand van Cabo de Palos (regio Murcia, hemelsbreed circa 30 kilometer van ons verwijderd) aanspoelde, had ruim 30 kilo plastic in de maag. Deze walvissensoort voedt zich hoofdzakelijk met octopus, een wit glibberig dier dat veel weg heeft van een plastic zak. Murcia kondigde nieuwe schoonmaakacties en gerelateerde evenementen aan. Ik las een artikel waarin een woordvoerder van de regionale Milieudienst zei dat eigen geld en EU-budget voor die doelen zullen worden aangewend. Huh?! Europees geld? Spanje is een van de landen die de richtlijn tot beperking van het gebruik van plastic zakken in de supermarkt niet eerbiedigt. Dan moet de geldkraan uit Europa toch gewoon dicht voor het land? Spanjaarden moeten hun nationale regering eerst maar eens aanspreken op hun lakse gedrag en bovendien bij zichzelf te raden gaan.

Jan Terlouw schrijft in zijn essay dat het volk moet weten wat er [met de wereld] aan de hand is en moet inzien welke gevaren hun nakomelingen bedreigen. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij politici. (Pagina 51) “Je mag van politici een langetermijnblik verwachten. Ze zijn gekozen om de burgers te dienen maar ook om ze te leiden. Als het om de klimaatcrisis gaat, zien we daar wereldwijd nog weinig van terechtkomen.”

Wie echter heel goed bezig is, is de Nederlander Boyan Slat (1994). Medio 2018 gaat zijn organisatie The Ocean CleanUp beginnen met de verwijdering van de helft van de Great Pacific Garbage Patch. In de Stille Oceaan, tussen Amerika en Azië, dobbert de grootste hoeveelheid plastic ter wereld. Uit hun recentste rapport van maart 2018  blijkt dat het gaat om nóg meer plastic dan tot nu toe gedacht. Het team van Slat berekende dat het 80 miljoen kilo plastic betreft, net zoveel als het gewicht van 500 jumbojets. 8% bestaat uit microplastic, 92% van het plastic is groter dan 5 millimeter. Die plastic-soep bestrijkt een gebied dat driemaal groter is dan Frankrijk. Ze berekenden dat het om 1.8 triljoen stukken plastic gaat; omgerekend is dat 250 stuks plastic afval per wereldburger. Mensen van nu laten de wereld slechter achter dan ze die aantroffen. Dat is verre van duurzaam dus ons gedrag moet radicaal veranderen.



vrijdag 20 april 2018

De groene parel

Tijdens vakanties in Europa en daarbuiten bezochten mijn liefje en ik weleens een parelkwekerij. Parels hebben mij altijd gefascineerd; niet zozeer als juweel maar als bijzonder natuurverschijnsel. Je stopt een zandkorrel of ander klein materiaal -zelfs een parasiet- in een oesterschelp en na enige tijd tref je er een parel aan. Magic! Het weekdier in de schelp ontwikkelt parelmoer (nacre) om de invasie tegen te gaan. Dat parelmoer wikkelt zich vervolgens om de indringer en langzaam groeit dat uit tot een parel. Je hebt ze in diverse vormen en heel veel kleurschakeringen.

De Pinctada margaritifera, ofwel zwartlip oester, is een zoutwater oester die voorkomt in de Indo-Pacifische regio. Deze oester is een tweekleppige schelp, behorend tot de familie van de Pteriidae. De Zweedse wetenschapper Carl Linnaeus gaf de soort zijn wetenschappelijke naam in 1758. Je vindt deze oesters met name op tropische koraalriffen. Ze komen in het wild voor en worden gecultiveerd. De soort wordt met name gebruikt voor het kweken van parels. De kwaliteit van parels uit deze oestersoort is van de allerhoogste kwaliteit. Deze donkere worden ook wel Tahiti-parels genoemd; ze komen van rond Tahiti en Frans Polynesië.

Je vraagt je nu waarschijnlijk af waarheen dit verhaal leidt. Welnu, sinds een weekje ben ik in bezit van een donkergroene Tahiti-parel. De mijne is klein maar heel fijn, èn facet geslepen.

Toen vriendin Rose-Marie in december 2017 met haar liefje Ingrid in ons huis logeerde, stootte zij per ongeluk tegen een glazen kunstwerk van Miranda van der Waal. Van deze Rotterdamse glasblazer die wij persoonlijk kennen, staan en hangen meer voorwerpen in ons huis. Het betrof een parfumflesje dat ik ooit als verjaardagskado kreeg van mijn beste vriendin Nelly. Een klein, rood bolletje aan de bovenkant van de stop brak af. Zoiets kan gebeuren. Dat soort ongelukjes overkwam mij ettelijke malen.

Toen wij in januari van dit jaar op het Spaanse honk terugkeerden, was dit voorval het eerste dat Rose-Marie mij meldde. Ze had er kennelijk last van. Het staafje waarmee je de parfum opbrengt, was echter nog intact dus ik kon ermee leven. Zij niet, zo blijkt nu. 

Toen wij afgelopen week na hun aankomst op een zonovergoten terras nog een glaasje bubbels dronken, sloop Rose-Marie het huis in. Thuis in Zürich boorde ze met Zwitserse precisie een gaatje in een perfecte, donkergroene parel. Deze parel van haar Zwitsers-Franse oma stond fier als nieuwe dop op mijn parfumflesje. Het gebaar verraste en ontroerde mij.

Mijn liefje kent Rose-Marie al twee eeuwen. In een vorig leven waren ze collega’s. Toen wij in Engeland woonden en zij naar Londen moest voor overleg, kwam ze regelmatig bij ons logeren. Ze bezocht ons ook in Spanje toen wij daar net woonden. En als trouwe vriendin kwam ze kamperen op de camping van Kijkduin waar ik een tentje voor haar opzette. Ik ken haar ook al vele jaren. Sweet memories.

Ik vroeg haar mij meer over haar oma te vertellen. Het verhaal werd nóg mooier! Haar grootmoeder -aan vaders kant- heette Berta. Zij werd in het laatste decennium van de 19e eeuw geboren in een groot gezin in het Zwitserse Bern. Ze trouwde met een man die naar Frankrijk wilde verhuizen om in de Jura kazen te maken. Dat bleek een familietraditie te zijn.

Deze week zocht en vond ik uiteenlopende artikelen en foto’s over haar familiegeschiedenis. Op het web vond ik onder andere een krantenartikel in een lokale Franse krant over de commerciële strijd in de jaren ’20 van de vorige eeuw tussen de lachende koe (‘La vache qui rit’) van de familie Bel en de serieuze koe van Rose-Marie’s kaas makende voorouder. Haar voorouders vervaardigden onder andere een smeerbare Gruyere-kaas die 36 jaar op de Franse markt verkrijgbaar was. Ze hebben zelfs een eigen Wikipedia-bladzijde! Het familiebedrijf werd in 1969 overgenomen door Nestlé.

Ook trof ik een certificaat aan van het Joods Nationaal Fonds waarin wordt verklaard dat een nazaat van een joodse Nederlander in 2017 in Israël een boom plantte voor de oprichter van de kaasfabriek (Rose-Marie’s voorouder), uit dank voor diens hulp aan zijn ouders die voor de nazi’s moesten vluchten. Dat is mij wat.

Oma Berta bleek op haar beurt een zakenvrouw avant-la-lettre. Zij zette destijds een eigen varkensfokkerij op. Goede ham was ook in trek in dat deel van Frankrijk dus haar handel tierde welig. Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ze was de eerste vrouw in haar woonplaats die een Citroën Traction Avant kocht en bestuurde; haar echtgenoot kon niet rijden. Het ging de familie voor de wind dus het is niet gek dat oma parels bezat. Naar verluidt, liet ze ze rechtstreeks na aan haar geliefde kleindochter. (Rose-Marie werd in Frankrijk geboren.)

Zij kreeg de groene parel van haar oma en dit kleinood gaf ze mij. Toen ik haar vroeg waarom ze dat deed, zei ze dat ze er geen betere bestemming voor wist dan op het parfumflesje van mijn -inmiddels overleden- vriendin Nelly. Dat is een waarheid als een koe.


maandag 16 april 2018

Maatjesprojecten

Hier braken weer drukke tijden aan met vrienden. Mijn verjaardagsfeestje was geslaagd. Het eerste en het laatste Whatsapp-bericht van de dag kwamen uit Bali. Het begon met hun gezang en kindertekeningen en eindigde met een video waarin ze ‘mijn’ verjaardagstaart aten. Ik vond het uiterst creatief. Elsa blijkt op advies van de arts tijdelijk niet te werken om de eerste zwangerschapsperikelen door te komen. Ze is doorlopend misselijk en ziek. Dan is het geen pretje te moeten koken voor anderen.

Tijdens mijn eigen feestje namen we ook tijd om twee bezoekende vrienden in het zonnetje te zetten. Frans is een dag vóór mij jarig. Dit jaar vierde hij het niet maar we gaven hem toch een kadootje. We zijn ook blij dat onze vrienden Joan en Ben terug zijn op hun Spaanse honk. Ze zaten beiden in de lappenmand en die stond langer dan gehoopt in Nederland. Ze zijn niet volledig hersteld maar mijn verjaardag was voor hen reden genoeg om binnen te vliegen. Ben’s verjaardag schoot er bij in maar dat haalden we bij deze gelegenheid in.

Er zijn weinig Hollandse producten of lekkernijen die mijn liefje en ik missen in Spanje. Inmiddels is bijna alles te krijgen dat ons culinaire hartje begeert. Er is echter één ding dat we hier niet vinden: boerenkaas van vaderlandse bodem. Alleen al de gedachte aan die intense smaak doet mij het water in de mond lopen. Maar us bin zunig: alleen bij het ontbijt staan we onszelf een cracker met kaas toe. Ben en Joan zijn onze vaste dealers.

Ook Yuda en Damai kennen deze vrienden als gulle gevers: ten tijde van de AH-spaaractie kregen ze Dinosaurus-kado’s en -plaatjes, afgelopen jaar ontvingen ze zakgeld voor een goed rapport. Wij vertelden hen destijds dat oom Ben vroeger actief was betrokken bij de autorensport en dat hij veel weet van Formule 1 racen. Dat maakte indruk op de mannetjes. Het leidde ertoe dat Damai uit eigen beweging voor ons vertrek een fraaie tekening maakte die hij voor ‘uncle Ben’ meegaf. (De Indonesische taal kent woorden als ‘oom’ en ‘tante’.) Dat kunstwerkje overhandigden wij hem officieel tijdens de lunch. Oom Ben was er verguld mee. 

Afgelopen zaterdagavond aten we bij Joan en Ben thuis. Zij namen als verrassing Hollandse witte asperges mee om daar samen van te genieten. Ze waren heerlijk, Joan maakte er een onvergetelijke Hollandaisesaus bij die ik nog niet kan namaken. Het recept volgt binnenkort.

Al jarenlang ontvang ik wekelijks een nieuwsbrief van de Nederlander Juglen Zwaan, een gepassioneerde en kritische voedingsdeskundige. Zijn laatste brief ging over ons maag-darmstelsel (vorige week vond in het vaderland de jaarlijkse nationale poepdag plaats). Zwaan nam recente uitingen van de Maag-Lever-Darm Stichting onder de loep. Die organisatie beveelt het eten van kunstmatig witbrood (Blue Band Goede Start) en van croissants en eierkoeken aan, voor een goede darmflora. Groente en fruit komen in hun adviestabel op de laatste plaats. Hoe is het mogelijk! Zwaan brak een lans voor de asperge, de groente die thans in seizoen is. Zelf was ik al bekend met het zogenaamde aspergeplasje’. Hij legt in een vlog uit hoe dat komt: deze krachtige groente -met lichaamseigen oxidanten- bevat asparaginezuur, een zwavelzuur dat het lichaam afbreekt waardoor een vreemde lucht ontstaat. Mij deert dat niet, ik wil asperges voor geen (wit) goud missen.

Gisteravond waren we uitgenodigd voor een etentje bij Frans en Roland. Er werd lekker gekookt. Van hen kreeg ik het kookboek ‘Exuberancia’ van Yotam Ottolenghi kado (in het Spaans). Het zijn recepten voor kleurrijke, vegetarische schotels. Gemiddeld tweemaal per week eten mijn liefje en ik vegetarisch dus deze dikke pil is een aanwinst. De gulle gevers rekenden erop dat zij er eveneens een graantje van zullen meepikken. Komt goed! Liefde voor mijn vrienden betuig ik graag met een etentje. Het eerste experiment zal deze week op hen worden uitgeprobeerd, op de bonte avond van Roland; ook een traditie die we in ere houden. De jongens hebben momenteel een vriend te logeren die wij al enige jaren kennen dus ook hij is van harte welkom. In de boekennieuwsbrief van The Guardian las ik onlangs dat Ottolenghi’s nieuwste kookboek, getiteld ‘Simple’, in september 2018 zal verschijnen. 

En vandaag reizen onze vriendinnen Rose-Marie en Ingrid uit Zwitserland weer deze kant op. Hun logeerpartij in december beviel dermate goed dat ze terugkeren om hier te wandelen en van zon en zee te genieten. Er staat hen mooi lenteweer te wachten.


donderdag 12 april 2018

Unpredictable, for once

Het is vandaag de dag waarop mensen hun wilde kant mogen tonen. Dat idee is afkomstig van een Amerikaans echtpaar: Thomas en Ruth Roy. Hun dag noemden ze ‘Walk on Your Wild Side Day’. Zij zijn van mening dat we vandaag geen tijd moeten verdoen met ons aanpassen en erbij willen horen. We moeten onze wilde kant de vrije loop laten en dingen doen die niemand van ons verwacht. Hun devies voor vandaag is “be unpredictable for once”.

Ik vind het opmerkelijk dat zij uit 365 dagen van het jaar uitgerekend 12 april kozen voor dat thema. Deze dag is namelijk ook mijn geboortedag. Daar ik ben geboren onder het gesternte ‘Ram’ had ik altijd al een wilde kant en eigenwijs ben ik ook sinds mijn geboorte. Ram is het eerste teken van de dierenriem dus mensen met dat sterrenbeeld lopen per definitie voorop. Wij zijn geen volgers. Daarbij komt dat ik al vroeg in mijn leven ontdekte dat ik anders was.

Desondanks ga ik vandaag iets doen dat ik niet eerder deed sinds we in Spanje wonen: uit vrije wil thuis mijn verjaardag vieren met anderen erbij. Doe eens gek! Ik houd wel van verjaren maar niet van de aanname dat daar een feest bijhoort. Ik ben geen fan van deze vieringen en dat bleek ik gemeen te hebben met mijn liefje. Wij brengen die dag liever samen door, bij voorkeur (ver) van huis. De trip is het verjaardagskado.

Mijn verjaardag van 2005 brachten we in het Vaderland door al woonden we in het Verenigd Koninkrijk. We kochten eerder dat jaar een caravan en mijn liefje gaf mij op voor de chauffeursopleiding, bij een instituut op de Veluwe. Die cursus was soms hilarisch. Zo moest ik met mijn Jeep en een leencaravan achterstevoren over een rotonde rijden. Ik geef het je te doen! ’s Avonds dineerden we in restaurant ‘Het Roode Koper’ dat een mooie wildkaart had. De volgende dag voeren we met de ferry naar Engeland terug. Op 1 mei 2005 stopte ik met werken en verhuisden we permanent naar Spanje.

In 2006 vierden we het in New York; dat was de laatste stop van onze eerste reis om de wereld. Mijn beste vriendin Nelly zong mij ’s ochtends per telefoon toe… met één long. Ze had net de operatie achter de rug waarbij een zieke long was verwijderd. Die dag brachten mijn liefje en ik een bezoek aan het gebouw van de Verenigde Naties. In 2007 brachten we de verjaardag ‘gewoon’ door in Campoamor. Het was een druilerige dag. Destijds had ik geen zin in een reisje, niet eens in restaurantbezoek. Ik bereidde ‘s avond thuis verse sushi met mijn nieuwe rolmat. Er is een handjevol foto’s dat aan die dag herinnert. In april 2008 kampeerden we in Kijkduin. We vierden mijn verjaardag overdag bij Nelly en Diederik thuis met roze champagne en ’s avonds was er feest bij onze vroegere buren Fred & Coby. Ruim na middernacht fietsten we naar de camping terug.

2009 begon triest. Nelly overleed begin januari en sindsdien voelde ik mij gedeprimeerd. In april zat ik nog steeds in een dip. Ik had nergens zin in en kwam mijn hok niet uit. Mijn liefje besloot mij mee te nemen op een rondreis door Marokko. Dat was een slimme zet waarvoor ik haar nog steeds dankbaar ben. Door de reislust begon ik weer te leven. We vierden mijn verjaardag niet maar stonden samen stil bij verjaren-zonder-Nelly, in een eenvoudig restaurant in het Rifgebergte. Onze fles wijn stond in een papieren zak onder de tafel.

Voor mijn 50ste verjaardag (2010) werd ik gefêteerd met een reis naar Berlijn. We gingen er vanaf een Nederlandse camping met de trein naartoe. Alhoewel we kou leden, was het erg leuk. We fietsen met wollen mutsen en wanten op en aan. Mijn liefje reserveerde voor het verjaardagsdiner een tafel in het restaurant van topchef Michael Hoffmann. Er was zelfs een taart met een kaarsje en ‘Herzlichen Glückwünsch’ erop.

In april 2011 vierden we het in Bali. We woonden in het hoge noorden waar destijds geen goede restaurants aanwezig waren dus onze chauffeur reed ons naar het zuiden. Overdag gingen we beiden naar de kapper en voor ’s avonds reserveerde mijn liefje een tafel voor twee in restaurant ‘Warisan’. Ze hebben een prachtige binnenplaats met veel kunst. De dag erna deden we mijn verjaardag over voor het personeel. Elsa kocht een taart met kaarsjes en bereidde mijn favoriete maaltijd.

In april 2012 kampeerden we voor de laatste keer in Nederland. Na de verkoop van de caravan te hebben geregeld, togen we naar Leuven om mijn verjaardag daar te vieren. De bestemming was het Hergé-museum, een lang gekoesterde wens. We logeerden in het Begijnhof, het Kuifje-museum en -restaurant waren top en dat gold ook voor het witte aspergemenu van restaurant ‘d’Artagnan’.

De verjaardag van 2013 vierden we getweeën in Almería (Spanje). We logeerden in een trendy hotel op het plein van de eeuwenoude kathedraal en aten in piekfijn restaurants, onder andere van de Spaanse chef Tony García. Als ik terugdenk aan de culinaire tapas van restaurant ‘Plaza Vieja’ loopt het water mij weer in de mond.

In 2014 bleven we op het Spaanse honk. We waren net terug van een maandenlange reis door West-Australië en ruim een week later zou Bernadette komen om met ons naar Granada te gaan. Wel gingen we voor deze gelegenheid met vrienden Joan & Ben naar ‘Casa Araez’, een van onze favoriete lokale restaurants.

Ook in 2015 bleven we rondom huis. We dineerden -na jaren- weer eens bij ‘Casa Alfonso’, ooit het enige Michelinsterrenrestaurant in de omgeving. Ik vond het genoeglijk, mijn liefje vond het niks. Idem dito in 2016, al dineerden we die keer bij restaurant ‘Cellar Door’. Eigenaresse Loraine bakte een taart voor mij die mislukte maar dat mocht de pret niet drukken. Mijn verjaardag viel in 2017 samen met Pasen. Vriendin Bernadette was de eerste logee in ons nieuwe huis. Ze kwam mij moed inspreken voor een (heup)operatie waar ik tegenop zag. Dat hielp. Overdag kwamen vriend Frans, zijn schoonzus Lilian en zwager Arlo spontaan langs voor een borrel. ’s Avonds gingen we gedrieën naar ‘Casa Araez’.

Al met al geen slechte reeks voor iemand die niet van verjaardagskransjes houdt!

En nu dus mijn 58ste verjaardag. We gaan het voor de eerste keer vieren, in klein maar fijn gezelschap. In de eigen orangerie serveren we bubbels en een feestelijke lunch. Daar is niets gek aan… misschien was het zelfs voorspelbaar!


She was born a puzzle piece
with curved and cornered sides
In a pattern so unique
It must be by design

We all try to change our shape
Try to bend and squeeze
But everyone already fits
In the grand masterpiece

There is no picture on a box
No reference you can follow
We have to always try and fail
Like there is no tomorrow


Renae (hedendaagse Amerikaanse dichteres)


maandag 9 april 2018

Een lentefeestje

O, o, o… wat een lawaai was het! Spanjaarden zijn het luidruchtigste volk op aarde en dat realiseerde ik mij onlangs weer toen wij naar het Spaanse carnaval gingen. Het is een feest voor jong en oud. Vriend Frans, mijn liefje en ik waren afgelopen weekend deelgenoot van ‘La Entierro de la Sardina’, de begrafenis van de sardien. Dat werd bepaald geen verdrietige aangelegenheid. Wij namen onze vriend afgelopen week mee naar typisch Spaanse evenementen ter bevordering van zijn inburgering. Wij dragen actief bij aan zijn educación permanente, zal ik maar zeggen. Zijn Spaans mag dan op nivel cero staan, zijn interesse in dit soort uitjes is torenhoog. Je kunt je geen beter gezelschap wensen.

Dit Spaanse feest vindt elk jaar plaats op de zaterdag na Pasen. De traditie stamt uit de eerste helft van de 19e eeuw en zou vanuit Madrid naar andere steden zijn overgewaaid. (De Spaanse kunstschilder Francisco Goya maakte het in 1812-1814 tot onderwerp van een schilderij.) Het begon als grap in een studentikoos gezelschap met een sardien als voorzitter en het is nog steeds een carnavaleske bedoening. Wij gingen er eerder voor naar Murcia. Het is daar dan gezellig rumoerig. Iedereen is in opperbeste stemming, deze kleine studentenstad swingt dan. Even zag het ernaar uit dat het in het water zou vallen maar de weersvoorspelling werd in de loop van de week teruggedraaid. Gelukkig hielden we het droog.

De sardien wordt elk jaar vanuit een andere plaats in de regio naar Murcia-stad gebracht. Elk jaar wisselt het transportmiddel. Zo verhuisde de vis al eens in een luchtballon en een helikopter, aan een paraglider en in een brandweerauto. Dit jaar vertrok de vis op 1 april uit buurgemeente San Pedro del Pinatar en kwam over water naar Murcia.

Een jaar lang werken lokale verenigingen (‘sardineras’) aan de voorbereidingen van dit carnaval. Die verenigingen dragen namen als: Apolo, Aquiles, Baco, Centauro, Centro Brujo, Ceres, Eros, Hércules, Júpiter, Marte, Mercurio, Momo, Morfeo, Neptuno, Odín, Palas Atenea, Plutón, Polifemo, Saturno, Selene en Ulises; allen goden van de berg Olympus. Zij kiezen elk jaar een Gran Pez en sinds 1988 ook een Doña Sardina. Ondernemer Alfonso López Rueda werd dit jaar verkozen tot Grote Vis en Alicia Hernández (1973) werd Vrouwe Sardien. Zij zijn sponsor en beschermvrouwe van het festival en hebben beiden een ceremoniële functie. In het dagelijkse leven is Alicia ontwerpster met een eigen kledinglijn: Dolores Promesas. 

Eenmaal geparkeerd in de buurt van Murcia’s kathedraal, hoorden we de trommels en fluitjes van verre. ‘Charangas’ (muzikale groepen) en ‘hachoneros’ (verklede mannen) liepen reeds door de stad en wij volgden hen op de voet. Die musici moeten onherstelbare gehoorschade oplopen. Als je te dicht bij de trommelaars kwam, ervoer je een schok van teveel decibels. Bijna niemand in de band droeg oorbescherming. Oefff. Frans liep ooit gehoorschade op en ook in mijn geval doet eentje het niet zoals weleer vanwege een niet goed behandelde oorontsteking die ik in Bali opliep.

Frans verbaasde zich erover hoe sommige van die mannen op deze manier verkleed over straat durven gaan. Hij had een punt… de kerels zouden niet misstaan in een Gay Parade. De mannen-in-roze van Ceres spanden de kroon, de Nederlandse toppers zijn er niets bij! Op de foto zie je iemand een visgraat-hanger dragen. Dat is op die dag ook gewoonte; zowel voor hachoneros als voor bezoekers van het carnaval. Ik telde er tientallen.
Elke groep heeft mensen die met tassen vol speelgoed en snoep sjouwen; dat zijn de grootste kindervrienden van het carnaval. Opa’s en oma’s verzamelen actief mee voor de kleinkinderen. Vorig jaar ontvingen wij handenvol speeltjes die vervolgens in de verjaardagsdoos van Yuda belandden; dit jaar niet.

In de loop van de jaren namen meer internationale gezelschappen aan dit Spaanse festival deel. Dit jaar was er een drumband uit Polen, een groep doedelzakkers in kilt en een bont Boliviaans gezelschap. Die Zuid-Amerikanen vond ik het mooist gekleed, al konden de Polen in spiegelkostuum mij eveneens bekoren. Ze poseerden met plezier voor de cameravrouw. Je vind de foto’s terug in mijn webalbum Spanje 2018.

De grootste en imposantste optocht vond echter 's avonds plaats. Langs de hoofdstraat stonden her en der al tribunes. Je kunt dan over de hoofden lopen en dat weerhoudt ons ervan. Mijn liefje en ik namen ons echter voor volgend jaar in Murcia te overnachten om het sluitstuk van het carnaval mee te maken. Het grote defilé door de stad en de verbranding van de sardien op de Oude Brug mag je niet missen. Net als bij de Fallas van Valencia wordt het topstuk van het feest op de laatste dag in de fik gestoken. De ultieme catharsis. Het lentefeest in Murcia eindigde ruim na middernacht. Ik vond filmpjes van de optocht van dit jaar op de website van de krant La Verdad (je moet in het artikel even naar beneden scrollen voor bewegende beelden). Het bleek wederom spectaculair. Volgend jaar zijn wij erbij!


zaterdag 7 april 2018

Every book is a journey

Het is tijd voor een boekenblog! Er komen weer prestigieuze boekenprijzen aan. De Women’s Prize for Fiction zal later dit jaar worden toegekend aan de vrouw die de beste Engelstalige roman van 2017-2018 schreef. Deze prijs ontstond in 1996 als reactie op iets dat het voorafgaande jaar gebeurde. In 1995 stond er voor de Man Booker Prize namelijk geen enkele vrouwelijke auteur op de shortlist en dat vroeg om een tegenprestatie. 

De jury van deze prijs begon met 200 boeken en stelde onlangs de longlist samen. Op die lijst staan 16 werken. Twee van de schrijfsters wonnen eerder een grote prijs: Jennifer Egan (Pulitzer-prijs) en Arundhati Roy (Man Booker-prijs). Ik las hun genomineerde werk: Manhattan Beach en The Ministry of Utmost Happiness’ met veel plezier en blogde daarover. De overige kanshebbers zijn debutanten. De voorzitter van de jury is van mening dat deze lijst van -uitsluitend- vrouwen de wereld goed vertegenwoordigt. Het is bepaald geen half werk. “It doesn’t feel like a partial list, where you think you need the men to make up the world.” Hun hoofdpersonages zijn ook bepaald niet tuttig: van zeemeerminnen tot moordenaressen. De prijs wordt op 6 juni uitgereikt.

Mijn voorjaarsweken zaten tot nu toe bomvol goede boeken. Van mannen, welteverstaan. Tja. Wellicht zit er iets van je gading bij? Het betrof een epische roman (863 pagina’s) over het Spanje van rond 1400. Het betreft ‘De Erfgenamen’ van Ildefonso Falcones (1958), de Barcelonese advocaat en schrijver van internationale bestsellers. Deze roman is het vervolg op ‘De kathedraal van de Zee’ maar kan afzonderlijk worden gelezen. Het zijn de kleinste letters die ik ooit in een roman aantrof! Met mijn officiële leesbril met glazen op maat is dat nu een fluitje van een cent al vind ik het dragen van een bril nog steeds wennen. In de eerste dagen had ik last van hoofdpijn; dat is gelukkig voorbij. Lopen met bril op blijft een slecht idee.

Vriend Piet, die mij het boek leende, vertelde dat alle historische gegevens die hij checkte, kloppen. Dat deed ik zelf niet, al kreeg ik door lezing wel zin om meer van de vroegste geschiedenis van Spanje te weten. Wat ik nu in ieder geval beter begrijp is waarom het huidige Spanje uit autonome regio’s bestaat. In die tijd waren het separate koninkrijken die elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Het boek speelt zich af in de Middeleeuwen, de stad Barcelona groeit en wint aan macht.

De roman puilt uit van de koningen en edelen, machtswisselingen, intriges,  vrijheidsberovingen en liefdesperikelen. Het leven van arbeiderskind Hugo (en in mindere mate dat van zijn zus) staat centraal. Zijn strijd om het bestaan is er een van vallen en opstaan. Vooral vallen: als hij een kind is, verdrinkt zijn vader. Hij vindt bescherming bij een man die onterecht wordt opgehangen. Hij wordt weggestuurd van de koninklijke scheepswerf vanwege een luide mening en ziet zijn toekomst in duigen vallen. Zijn eerste -joodse- liefje wordt voor zijn ogen vermoord tijdens een pogrom, zijn moeder huwt voor de tweede keer en vertrekt uit zijn leven, zijn zus verdwijnt in een klooster en wordt daar zwanger. Dierbaren en geliefden sneuvelen en verdwijnen, zijn beste vriend verandert in een machtige vijand. Hugo is een man van 12 ambachten, 13 ongelukken. Sommige secties over troonopvolgingen en herverdeling van rijkdommen zijn hier en daar te lang, wat mij betreft. Naar het einde toe wist het boek mij alsnog bij de lurven te pakken. Meeslepend. Er komt ongetwijfeld een vervolg.

Machtsmisbruik, wisselingen van de wacht, intriges… het is een kleine stap naar het non-fictie werk ‘Trumpocracy. The Corruption of the American Republic’ van de Canadees-Amerikaanse auteur David Frum (1960). Frum is politiek commentator en al jarenlang editor bij The Atlantic. Hij was speech-schrijver van president George W. Bush. Desalniettemin schaarde hij zich in het Never Trump-kamp van de Republikeinen.

“Democracy is a work in progress. So is democracy’s undoing.” Deze eerste zinnen van het boek geven het standpunt van de auteur duidelijk aan: president Trump ontneemt Amerika langzaam maar heel zeker zijn democratisch bestel. De schrijver gruwt van diens nepotisme, autoritarisme en kleptocratie. Frum schrijft niet over Trumps karakter, al komt het ter sprake. Het gaat de auteur vooral om de wijze waarop deze president aan de macht kwam en die macht nu vergroot ten faveure van zichzelf en zijn familie. De auteur slaat in zijn boek de spijker op zijn kop: “his [Trumps] great skill is to sniff his opponents’ vulnerabilities. In the same way, Trump has intuited the weak points in the American political system and in American political culture. Trump gambled that Americans resent each other’s differences more than they cherish their shared democracy. So far, that gamble has paid off.” Een politiek verscheurd Amerika riep kennelijk een man als Trump over zichzelf af.

Hij roept tegenstanders van de zittende president en zijn administratie op tot een ander geluid. “As president Trump is cruel, vengeful, egoistic, ignorant, lazy, avaricious, and treacherous, se we must be kind, forgiving, responsible, informed, hardworking, generous and patriotic. As Trump’s enablers are careless, cynical, shortsighted, morally obtuse, and rancorous, so Trump’s opponents must be thoughtful, idealistic, wise, morally sensitive, and conciliatory.” Miljoenen mensen leken de ochtend na de presidentsverkiezing wakker te worden met de realisatie dat het ondenkbare realiteit werd. Ze moesten dan maar zelf een beter mens worden. Verzet begint er namelijk mee hem jou niet persoonlijk te laten corrumperen. We zijn (nog) niet verloren, er gloort licht aan het einde van de tunnel. Die “surge in civic spirit” (golf van burgerzin) is het grootste cadeau dat de corrupte Trump ons gaf, aldus Frump.

Van Frumps hand dus geen Fire & Fury! Dat boek -van Michael Wolff- las ik de dag waarop het uitkwam. Daarover had ik als blogger echter weinig te melden (al was het lezenswaardig). Trump is nu eenmaal een obsessie van mij dus ik lees alles dat over de man verschijnt. Frump schreef een rustig, degelijk en weldoordacht boek over de spraakmakende 45ste president van de Verenigde Staten. Het wachten is nu op de memoires van de ontslagen FBI-directeur James Comey. Zijn boek zal de titel dragen ‘A Higher Loyalty: Truth, Lies, and Leadership’. Het verschijnt op 17 april maar staat nu al op 1 van de Amazon-bestsellerlijst. 

Ook las ik de roman ‘Call me by your name’ van de Amerikaanse auteur André Aciman (1951). Hij schreef het boek in 2007 maar in 2017 werd het verfilmd. De film ontving een Oscar voor beste script; James Ivory (89) tekende ervoor. Het gaat over de vakantieliefde tussen twee Joodse mannen, de middelbare scholier Elio (17) en Oliver, literatuurwetenschapper en universitair docent. Het verhaal speelt zich af in Italië, in een erudiete wereld. De auteur beschrijft de ontluikende liefde vanuit het perspectief van de jongeman. Ik las een interview met scriptschrijver Ivory in The Guardian. Hij had jarenlang een geheime relatie met de Indiase producent Ismail Merchant. Ivory was ontstemd over het feit dat de Italiaanse filmregisseur Guadagnino de twee mannen zo kuis in beeld bracht, na de seksscene. Die absence of full-frontal male nudity” stond niet in zijn script en was niet de afspraak. Het ergerde hem dat de hoofdrolspelers in de film een laken omslaan als ze uit bed stappen na de daad. Het is een mooi, intens en tegelijkertijd ingehouden verhaal dat ik in één adem uitlas. Prachtig. Ik besloot de film niet te gaan zien. Het boekenverhaal is te mooi om te laten censureren.


woensdag 4 april 2018

Gevonden voorwerpen

Op 22 april aanstaande is het weer internationale Aardedag en dan zal de film ‘Albatross’ in bioscopen over de hele wereld in première gaan. Het is een project van de internationaal bekende fotograaf en filmproducent Chris Jordan dat zich afspeelt op Midway Island, in het noordelijke gedeelte van de Stille Oceaan. Het eiland ligt  precies tussen Amerika en Azië in (vandaar de naam). Jordan bracht er sinds 2009 94 dagen door, verspreid over acht bezoeken. Hij noemt albatrossen liefhebbende dieren, gevoelig en gracieus. Sommige vogels blijven wel 60 jaar samen. Wisdomis de oudste geringde Laysan-albatros; zij is 67 jaar en plant zich nog voort. Hij werd verliefd op deze vogelsoort.

Mijn liefje en ik bezochten in 2006 het schiereiland Otago, een natuurreservaat op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Daar waren we getuigen van de terugkeer van een albatros-mannetje (Southern Royal Albatross) op het nest van zijn vrouwtje en hun chick. De koninklijke is de grootste albatrossoort die bestaat, met een vleugelspanwijdte van ruim drie meter. We zagen reuring ontstaan bij het vrouwtje, zij begon te krijsen. Volgens onze gids had zij haar partner een jaar lang niet gezien. Wij keken met open monden naar de hereniging. Ik hoop eind van dit jaar, aan boord van het cruiseschip dat ons via de Falklandeilanden naar Kaap Hoorn voert, weer diverse soorten albatrossen met eigen ogen te zien.

Jordan’s film is verre van vrolijk. Op Midway trof hij namelijk tienduizenden dode Laysan-albatroskuikens aan, met een maag vol plastic. Deze majestueuze vogels hebben geen natuurlijke vijanden op dit afgelegen eiland. Behalve plastic. David Attenborough vertelde in een aflevering van Blue Planet II over albatrossen die hij hun jongen zag voederen. Tijdens het voederen kwam er geen vis of octopus uit hun bek, alleen plastic. Dat materiaal ziet er voor deze vogels niet alleen uit als voeding, het ruikt, voelt en klinkt als zodanig. Daarom kunnen ze niet stoppen met plastic eten.

Jordan legde zijn bevindingen vast in een indrukwekkende film. Ik bekeek de trailer en voelde de tranen opwellen. Zijn verhaal kan niemand onberoerd laten. Wij, mensen, maken een puinhoop van Moeder Aarde, met name door onze onverschilligheid ten opzichte van natuur en milieu. Onze relatie met de aarde is kapot, aldus de filmproducent. Hij koos bewust voor schokkende beelden. Als confronterende statistieken ons niet weten te raken dan moeten zijn beelden het doen.

De meeste makers van natuurfilms en -documentaires kiezen ervoor hun werk af te sluiten met een positieve en hoopgevende boodschap. Jordan niet. Hij is van mening dat de mensheid in een staat van emotionele bankroet verkeert en wakker moet worden geschud. “The role of the artist is to respect you, help you connect more deeply, and then leave it up to you to decide how to behave.” (Jordan ontleent deze aanpak aan de schilder Picasso.) We kunnen beginnen met verschillig te worden, ons de staat van onze wereld en de natuur aantrekken en vervolgens zelf het verschil maken -hoe klein ook. Als 100 miljoen mensen iets willen veranderen dan komt verandering echt op gang.

Zelf zou ik al heel blij zijn met de helft… Spanje heeft ruim 46 miljoen inwoners. Op 1 maart jongstleden zou mijn tweede vaderland zich committeren aan een Europese afspraak die gratis plastic tassen in lokale supermarkten moet weren. Het land miste al twee eerdere deadlines, de Europese Commissie tikte het daarom op de vingers. Het lukte wederom niet. !@#$%^&*()”: ¿¡ Stelletje slappelingen. Ik heb geen goed woord over voor deze regering. Op 1 maart jongstleden gaf supermarkt Lidl -van Duitse origine- ons een gratis papieren boodschappentas. Het ding is zo groot dat Rajoy en zijn hele kliek erin passen! Dit zou de eerste stap moeten zijn in het proces om het gebruik van plastic zakken in maart 2020 volledig af te schaffen. Ik vind het schandalig, vooral voor een land met een kustlijn van ruim 7.000 kilometer.

Onlangs las ik ook een positief verhaal over iets dat zich in zee afspeelde. Kinderen die in Taiwan aan een schoonmaakactie begonnen, troffen een digitale camera in een waterdichte behuizing aan op het strand. Het plastic kastje was begroeid met pokken en mosselen maar had goed werk gedaan: er bleek geen druppel water op of in de camera te zitten. Daarom kon onderwijzer Park Lee de geheugenkaart gebruiken en de opnames bekijken. Ik zag een slanke duiker, onderwaterselfies van haarzelf en een grote groep buddies, grotten en dolfijnen. Park zette die opnames vervolgens op Facebook, met een oproep.

Binnen een dag meldde de eigenaar zich. (Toch weer iets goeds te melden over Facebook!) Het bleek te gaan om de Japanse studente Serina Tsubakihara die twee jaar eerder op duikvakantie ging naar Okinawa. De camera spoelde aan op een strand in Taiwan, 650 kilometer ten westen van de plek waar Serina haar camera verloor. Naar verluidt, liet ze het apparaat bewust achter om hulp te bieden aan een buddy in problemen. De camera dobberde twee jaar lang in de oceaan om tenslotte aan te spoelen. Een Canon Powershot G12 is een goede compactcamera die lijkt op mijn eigen Powershot. Ik zou er alles aan hebben gedaan om het apparaat te zoeken. In juni reist Tsubakihara naar Taiwan om haar camera op te halen en de attente vinders te bedanken. Eindelijk een stuk plastic dobberend in de oceaan dat een happy end kent!


zondag 1 april 2018

Vrolijk Pasen!

Dit jaar freubelde ik weer aan een paastak. Ooit vond ik een set houten paashazen en -eieren aan een koordje. Daarna nooit meer dus ik koester het kleinood. In de loop van de tijd werden pluizige kuikens aan de collectie toegevoegd. Telkens als ik zo’n diertje uit de doos haal, moet ik denken aan de Vieze Man die iedereen Vrolijk Pasen wenste met zijn paaskuikentjes (Koot & Bie). “De kuikentjes kunt u ook op de t̶e̶p̶e̶l̶ theepot van uw vrouw zetten...” Onovertroffen. Ze zijn er inderdaad heel geschikt voor! Deze keer gebruikte ik een tak van een palmboom aan de boulevard van El Mojón. Het bleek geen goed idee: in een dag was de grote tak verschrompeld tot een iele stok. Niet wat je noemt een overwinningspalm. De paasdecoraties komen wel goed tot hun recht.

Zoals viel te verwachten, is het volle bak in onze Spaanse straat. Onze overburen uit Madrid, Guillermo en Maria, kwamen twee weken geleden aan en de eerste logees zijn alweer naar huis. Onze Britse buurvrouw kreeg haar dochter en kleindochter te logeren. Ook andere buren, uit andere delen van Spanje, togen naar hun vakantiehuizen om hier de Semana Santa, een van de belangrijkste weken van het jaar, aan de kust te vieren. Een Spaanse buur complimenteerde mij met mijn taalbeheersing en dat deed mijn Duolingo-hart goed. De meeste van hen kennen elkaar al meer dan tien jaar; ze kwamen hier gelijktijdig wonen. Het is dan ook een komen en gaan naar elkaars poort of terras, gesprekken worden midden op straat gevoerd. Doorgaans heel gezellig.

Zelf kregen we dit jaar geen paashaas te logeren. Vriend Frans verblijft in zijn eigen huis aan de kust maar we gingen wel samen op de avond van Witte Donderdag naar de processie in onze stad. Het was een bescheiden stoet, met weinig trommels en weinig aanhang. Tijdens deze rondgang om de kerk waren de trommelaars jonge kinderen. Sterke mannen droegen het enige beeld van de processie op hun schouders: dat van Jezus aan het kruis.

In een artikel in de Volkskrant las ik recent dat mensen het lijden van Jezus interessanter vinden dan zijn wederopstanding. Fascinatie voor andermans ellende heeft mogelijk een evolutionair nut. Freud sprak over catharsis, de zuivering die nodig is om jezelf na afloop beter en rustiger te voelen. Door van lijden iets moois en heldhaftig te maken, zullen mensen minder snel tegen hun eigen lot in opstand komen. 

En: “je kijkt naar iets waarvan je niet wilt dat het jou overkomt en trekt daar lessen uit. Het vermijden van pijn, gevaar, geweld en misère is nuttig. De evolutie beloont ons met een vorm van plezier, genot, spanning en sensatie als we dit soort lessen leren.” Frans, die in Spanje niet eerder Semana Santa meemaakte, was vooral gefascineerd door de wiegende beweging van het Jezus-beeld en zijn dragers. Op enig moment ging de straatverlichting uit en kwam het licht op van de kaarsen die mensen meedroegen. Stemmig.

Die avond gingen we voor het eerst naar restaurant ‘El Gallego’ (de Galiciër) in de hoofdstraat. Galicië is een provincie in het noordwesten van Spanje. Ze spreken er hun eigen taal -el galego-, hebben hun eigen runderras (rubia gallega) en hun eigen cowboys. Nou dat hebben we geweten. Vorig jaar liepen we daar na de vrijdagavondprocessie met Bernadette rond 12 uur ’s avonds naar binnen om een laatste glas wijn te drinken. Het zat destijds tjokvol. Mijn liefje nam zich op dat moment voor dit jaar in dat restaurant te eten met Pasen. En wat ze in haar kop heeft, heeft ze niet in haar kont (zou mijn moeder zeggen). Ondertussen renoveerde men en breidde de zaak uit.

Voor we gingen, lazen we nog enkele Tripadvisor-reviews. Wat opviel, was het uiteenlopende commentaar. Sommigen vonden het niks, anderen aten daar de beste biefstuk van hun leven. Iedereen was het erover eens dat de lappen vlees over de rand van je bord liggen en als je de mixed grill bestelt, de tafel vol is. We waren dan ook heel benieuwd hoe onze eigen ervaringen zouden zijn. Mijn liefje is niet vies van een stukje biefstuk op haar tijd en bij Frans gaat vlees er altijd in. Ik ging mee voor de gezelligheid.

Ik kan kort zijn over deze culinaire ervaring bij de Galiciër: het was niets, nada, noppes. Mijn liefje bestelde solomillo en Frans en ik entrecôte, ieder met verschillende bereidingswijzen. Zelf houd ik niet van doorbakken vlees maar ik wil evenmin bloed zien op mijn bord. Frans’ zijn cuisson was niet zoals gewenst dus zijn bord keerde terug naar de keuken. Het klinkt ongelofelijk maar hij at zijn bordje niet leeg. De garing van mijn bestelling was redelijk goed maar het vlees was niet op smaak en bestond uit te veel oneetbare stukken. Mijn liefje’s grote biefstuk was ge-butterflied, in plakken gesneden. Dat was goed voor de portie maar niet voor de garing; te ver. Ze kon slechts twee -van de vijf- plakken op. Dit werd ons Laatste Avondmaal ter plekke. Het enige goede dat ik erover kan zeggen is dat we er niet op Goede Vrijdag heen gingen; dan behoort een goed katholiek namelijk geen vlees te eten. Die avond ging ik zelfs met honger naar bed. Een beetje lijden moet kunnen...

Op de avond van de kruisiging van Jezus wilden mijn liefje en ik nog samen een uurtje naar de veel uitgebreidere processie gaan kijken. Aan het begin van de avond regende het en van uitstel kwam afstel. Het zij zo. We zagen reeds vele paasprocessies in Spanje. Voor de paaslunch krijgen we Frans en zijn moeder vandaag op visite. Eieren, zalm, bubbels, een soepje, broodjes, chocola en ijs; je kent het wel. Deze keer komt er geen vlees aan te pas.


vrijdag 30 maart 2018

Dodelijke wateren

Toen mijn liefje, vriend Frans en ik in oktober 2017 in Alicante aanwezig waren bij de start van deze editie van de Volvo Ocean Race kon niemand bevroeden dat het een dramatische wedstrijd zou worden. In januari van dit jaar kwam de zeilboot van Vestas 11th Hour Racing op weg naar de finish in Hong Kong (etappe 4) in aanvaring met een lokale vissersboot. Die boot zonk, alle vissers kwamen in het water terecht en één persoon raakte daarbij dusdanig gewond dat hij later in een ziekenhuis overleed. De Deense zeilboot raakte ernstig beschadigd en enkele zeilers raakten eveneens gewond. Dit tragische voorval volgde op een incident waarbij een man overboord sloeg van het Chinese Team Scallywag. Een grote golf nam de Australiër Alex Gough (24) mee maar binnen 7 minuten was hij weer aan boord. Team Vestas meldde zich pas weer bij de start van (huidige) etappe 7.

Deze week zag ik op de app -die nog steeds niet naar behoren werkt en regelmatig stopt- dat zich wederom een drama op zee afspeelde. Het gebeurde in deze etappe, van Auckland naar Itajaí (Brazilië), wederom aan boord van boot Scallywag. De Britse zeiler John Fisher (47) sloeg 2.000 kilometer ten westen van Kaap Hoorn overboord. Het team zocht meer dan zeven uur naar hem maar moest de zoektocht staken vanwege sterk verslechterende weersomstandigheden. Er waren, naar verluidt, golven van acht meter hoog. Fisher droeg een reddingsvest maar geen lifeline. Die maakte hij los om op de plecht een probleem met het grootzeil op te lossen. Het water in de zuidelijke oceaan heeft momenteel een temperatuur van 9 graden Celsius dus dat houdt geen mens lang vol. Zijn vrienden noemden hem ‘Fish’, die bijnaam kreeg wel een heel wrange betekenis… De schipper besloot door te varen om de rest van zijn bemanning in veiligheid te brengen. Wat moet dat een moeilijke beslissing zijn! Triest. Scallywag koerst nu af op de kust van Chili terwijl de overige boten de beruchte Kaap reeds rondden. Ik vraag mij af of het team de race voortzet.

Ik moest denken aan de dood van de Nederlandse zeiler Hans Horrevoets tijdens de Volvo Ocean Race van 2005-2006. Hij was bemanningslid aan boord van zeilboot ABN-Amro II. In mei 2006 sloeg hij 2.000 kilometer voor de finish overboord in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Ik zocht het verhaal op: tijdens etappe 7 bleef hij als een van de meest ervaren zeilers aan dek om zijn collega’s de gelegenheid te geven in het vooronder hun reddingsvesten aan te doen. De storm wakkerende aan en iets moet hem hebben geraakt. Hij kwam bewusteloos in het water terecht zonder dat iemand het zag gebeuren. Men vond zijn lichaam terug maar hij was niet meer te redden. Echtgenote Petra kan het tot op de dag van vandaag niet verdragen dat dit juist haar echtgenoot (en haar) moest overkomen. Horrevoets had als enige bemanningslid een kindje van 1 jaar en een baby op komst. Hij werd 32 jaar oud.

Ik neem aan dat iedere deelnemer aan de Volvo Ocean Race voor aanvang van deze uitdagende maar gevaarlijke race zal stilstaan bij het feit dat het zijn of haar laatste wedstrijd kan worden. Een ongeluk zit vaak in een kleine hoek. De omstandigheden aan boord zijn doorgaans verre van ideaal, de wateren waarin zij racen, zijn verraderlijk. Hun torenhoge sportieve ambities weerhouden hen er kennelijk niet van aan boord te stappen. Ik denk niet niet meer dat er sprake is van pech, een zeilenrace als deze, over woeste wereldzeeën lijkt mij structureel gevaarlijk.

Mijn liefje en ik kochten in onze beginjaren een kleine tweedehands zeilboot, geschikt voor de Nederlandse wadden. Het lag in een haven in Loosdrecht. Op de foto is te zien dat het scheepje net feestelijk werd gedoopt; mijn beste vriendin Nelly was destijds ook van de partij. 

Er is weinig mooier dan je op het water begeven, voortgedreven door wind. We zeilden nooit op zee maar maakten als passagiers wel avonturen mee op open water. Zo stapten we in 2004 tijdens een lang weekend in Wales spontaan aan boord van een kleine vissersboot. De schipper nam ons mee de Ierse zee op, op zoek naar walvissen. Daar kwamen we in noodweer terecht: storm, horizontale regen en huizenhoge golven. Langzaam lieten belangrijke functies van de boot het afweten. Wat ik mij vooral herinner is het momenteel waarop de schipper stopte met vrolijk fluiten... Wij dachten beiden, afzonderlijk van elkaar, dat we niet ongeschonden zouden blijven. Er was die dag geen walvis te zien. Eenmaal aan wal sloeg ik nog urenlang groen en geel uit van zeeziekte.

Een jaar later voeren we met een zeilboot uit op de Stille Oceaan, voor de kust van Mexico. Die keer gingen we op zoek naar dolfijnen. Eenmaal op open water, wakkerde de wind aan en namen de golven snel in omvang toe. We probeerden ons vast te klampen aan het heen en weer buitelende schip om niet overboord te slaan. Mijn liefje wist een oudere dame nog in de kraag te grijpen voordat zij onder de reling door, het water in gleed. Het was voor iedereen alle hens aan dek. Op enig moment zag ik dat mijn liefje metershoog uit haar plastic stoeltje aan de voet van de mast werd getild. In paniek keek in toe. Ook die tocht overleefden we. De lokale schipper had, naar verluidt, niet mogen uitvaren.

Het aparte is dat we telkens weer met plezier aan boord van een boot stappen. We zijn Meisjes van de Zee, Kinderen van Michiel de Ruyter. Reizen is verslavend, zeker over water. Misschien zijn we ook een tikje hardleers op dat vlak?

Later dit jaar gaan we weer varen. In Zuid-America, om precies te zijn. Daar waren we voor de eerste keer in 2005 en voor de laatste keer in 2015. Toen staken we de Andes over en reisden over land van Argentinië naar Chili. Wekelijks genieten we van de VPRO-serie ‘Over de rug van de Andes’ van programmamaker Stef Biemans (1978). Hij trouwde met een Nicaraguaanse, woont daar en heeft sinds 2007 een programma op de lokale televisie. In zes afleveringen laat hij de Nederlandse kijker zien hoe het leven in zes Zuid-Amerikaanse landen aan het veranderen is. Het zijn mooie, soms herkenbare beelden. De serie is een aanrader.

Mijn liefje en ik lezen momenteel simultaan de Lonely Planet-reisgids van Chili. Die reisorganisatie bestempelde het land als een van de beste bestemmingen voor 2018. Dat is niet waarom wij erheen willen. We kennen het een beetje en wilden er graag naar terug. De landkaart ligt open op de eetkamertafel, bezaaid met aangemerkte  bezienswaardigheden. Biemans wijdde een aflevering aan Santiago de Chile. Daar staat de hoogste wolkenkrabber van Zuid-Amerika. De toren werd gebouwd als symbool van de vooruitgang maar staat nu voor de keerzijde van dit succesverhaal. Een ongekend hoog percentage mensen springt er namelijk vanaf.

Alleen het eerste deel van de aanstaande reis legden we vast. We boekten een hut aan boord van een boot. Het zal niet! Als alles volgens plan verloopt, gaan we weer van Argentinië naar Chili maar nu over water. We stappen in december in Buenos Aires op een cruiseschip dat ons naar Santiago brengt. We gaan het traject van Darwin’s reis met de Beagle deels volgen. We zullen de Falkland-eilanden en Vuurland aandoen, door de straat van Magellan, het Beagle-kanaal en Glacier Alley varen, om vervolgens Kaap Hoorn te ronden. Net als de zeilers van de Volvo Ocean Race onlangs deden, maar dan hopelijk onder betere omstandigheden! We gaan aan wal in de zuidelijkste plaatsen van Argentinië en Chili en doorkruisen Chileens Antarctica weer op de boot. Biemans wijdt ook een aflevering aan Vuurland, het nieuwe migratieparadijs van Argentinië. Daar ontstond recent een indrukwekkende electronica-industrie. De groei gaat nog niet zo hard dat het een bedreiging voor mens en dier is maar wat zijn de gevolgen voor lokale vissers en voor de bergen? Interessante materie.

Vervolgens varen we door Chileens Patagonië en het Sarmiento-kanaal, via de Chileense fjorden, het merendistrict en Puerto Montt naar onze eindbestemming aan de Pacifische kust. We stappen in een haven nabij Santiago van boord. Daarna gaan we op de bonnefooi enkele weken over land trekken. Gletsjers, Andes, hete bronnen, sterrenkijkers, pinguïns, walvissen, Atacama-woestijn, koloniale dorpen, vulkanen, valleien, diepblauwe meren, wijngaarden, pisco sours en gauchos. We hopen dat alles te gaan zien.