woensdag 18 juli 2018

De verkeerde kant

Maandag jongstleden vierden we een nationale feestdag mee, in buurgemeente San Pedro del Pinatar (provincie Murcia). Het was de herdenkingsdag van Virgen del Carmen, de beschermheilige van de Spaanse vissers. Wij lazen in een lokale krant dat er vroeg in de ochtend een processie zou plaatsvinden in het stadje en besloten er op de fiets naartoe te gaan. Zelfs de Britse buurvrouw viel het op dat we vroeg uit de veren gingen! Om tien uur zetten we onze stalen rossen in een keurige, nieuwe fietsenstalling in de binnenhaven aan de Mar Menor.

We liepen allereerst het gebouw van de visafslag binnen waar al veel reuring was. De autoparkeerplaats was al overvol, op het plein voor de visafslag zaten al mensen op eigen stoeltjes te wachten, klaar voor het spectakel. Maar eerst een kopje koffie! Dat was nog niet zo eenvoudig: de winkel van patissier José Antonio zat bomvol. Wij vonden nog twee krukken aan de ontbijtbar. De flessen ‘licor 43’ en brandy stonden al naast de melk. Never a dull moment. De man naast ons schonk zich een fikse scheut alcohol in zijn koffie in. Het team van vaste medewerkers was uitgebreid met tijdelijk personeel. Een van de schoolverlaters droeg een grote button op zijn borst met de tekst heb geduld, ik ben een leerling”. Een beetje medemenselijkheid op zo'n christelijke dag kan geen kwaad. 

De hoofdstraat van San Pedro was afgezet door de Guardia Civil. Er was trouwens veel politie op de been. In de verte zagen we een grote mensenmassa langzaam onze kant op komen. Middenin ontwaarde ik een schommelend beeld. Processies kennen we hier sinds we voet op Spaanse bodem zetten. In de heilige week worden grote heiligenbeelden op schouders van stoere mannen en vrouwen gedragen dus dat is ons bekend. Nu betrof het een bescheiden beeld van Carmen met een kind op de arm, omzoomd met honderden witte rozen. Het verhaal van haar verering zou teruggaan tot 300 jaar voor onze jaartelling. Zij zou zijn geboren in de plaats Galilea, op de berg Karmel (in Hebreeuws betekent ‘Carmelo’ tuin). In die tijd maakte men in het gebied een grote droogte door en daarom werd gebeden om regen, onder leiding van profeet Elias. Vervolgens verscheen er een regenwolk aan het firmament en Elias zag dat als teken voor de komst van een redder die uit de maagd Carmen zou ontspruiten. Zo ontstond onder andere de rooms-katholieke Orde van de Karmelieten. Sinds de Middeleeuwen wordt Carmen ook wel aangeduid als ‘Ster van de Zee’. De rest is religieuze geschiedenis.

Hail, Star of the Seas,
of the Seas, Iris of Eternal Happiness.
Hail, o Phoenix of Beauty,
Mother of Divine Love.
From your Village to the Sorrows
your Clemency of Consolation,
fervently reaches the Sky
up to You, up to You our Cry.

Hail, Hail, Star of the Seas,
Hail, Star of the Seas.
Yes, fervently, goes to Heaven
up to You, up to You our Cry.
Hail Star of the Seas,
Star of the Seas.
Hail, Hail, Hail, Hail.

Anno 2018 lijkt er nog net zoveel devotie te bestaan op deze dag als 2200 jaar geleden. Het hele dorp leek te zijn uitgelopen. Kleine kinderen met t-shirts aan met daarop een afbeelding van de maagd Carmen, volwassen mannen en vrouwen met hangers en sjaals om met haar afbeelding. De stoet, inclusief fanfare, kwam langzaam waggelend onze kant op.

Mijn liefje en ik stonden in dubio: moesten we deze processie aanschouwen of ons naar de haven spoeden om het vervolg daar goed te kunnen zien? Wij besloten op de stoet te wachten. Toen deze op de hoogte van de binnenhaven kwam, liep iedereen naar het water. In deze Spaanse processie liep een professionele vuurwerkafsteker mee. Hij droeg een soort lanceerinstallatie en een grote tas met rotjes en andere knallers mee. Op enig moment ontstond er zoveel rook dat de zon tijdelijk achter een dikke mist schuilging. Bah!

De haven lag vol met feestelijk versierde vissersboten. Spaanse vlaggen sierden elk schip, groot en klein. Hier en daar vroeg ik een schipper of wij wellicht aan boord mochten stappen om zo de Mar Menor op te gaan, in navolging van het bootje met de Virgen del Carmen. Dat lukte mij niet, het was uitsluitend bedoeld voor vissers en hun familie en vrienden, aldus hun antwoorden. (Dat stukje inburgering ontbreekt dus nog.) Wij bleven op het droge en kozen een goede plek aan de wal. Op een stapel visnetten, als heuse viswijffies. Tenminste, dat dachten we. We bleken ons aan de verkeerde kant van de haven te bevinden. In de verte zag ik een grote menigte, de ferry die in deze tijd van Lo Pagán naar La Manga oversteekt, was vol. Met ruime vertraging zette het vissersbootje met daarop Virgen del Carmen koers naar open water. Haar zilveren kroon schitterde in het zonlicht. Tja. Daar ging de Ster van de Zee, aan boord van de Chato Uno  die ik 's ochtends nog fraai op de foto had gezet. Nu niet. En wij hadden het nakijken.


zaterdag 14 juli 2018

Kankerweek

Het was deze week tijd voor de jaarlijkse controle van mijn liefje op de afdeling Oncología van het privé-ziekenhuis dat we sinds onze verhuizing naar Spanje voor allerlei doeleinden bezoeken. Zij kreeg in 2009 de diagnose borstkanker gesteld, nadat een half jaar eerder een groepering van kalkspatjes werd ontdekt. Toen zij zes maanden later een mamografie, echografie en biopt onderging, kwam het hoge woord eruit: borstkanker. We hadden destijds niet moeten wachten want het bleek te gaan om een zeer agressieve tumorsoort. Gelukkig kan ze het navertellen.

Vanwege haar leeftijd ten tijde van de chirurgische ingreep en de nabehandeling (radiotherapie en chemotherapie), schrijft het protocol voor dat er in haar geval pas sprake is van volledige genezing na tien jaar. Als ze jonger zou zijn geweest, zou een periode van vijf jaar worden aangehouden. Dat zouden al die bekende Nederlanders die in de media beweren dat ze binnen enkele maanden na verwijdering van de tumor of na behandeling schoon” zijn, zich eens moeten realiseren. Die kortzichtigheid stoort mij telkens weer al gun ik iedereen zijn of haar positieve gedachten en welbevinden.

Dr. Antonio Brugarolas (midden) en collega's van afdeling Oncología 
Sindsdien keren wij braaf jaarlijks naar QuironSalúd in Torrevieja terug om precies te weten hoe het ervoor staat met haar gezondheid. Het was in datzelfde jaar dat wij dokter Antonio Brugarolas leerden kennen. Als je hem ziet, zou je niet direct denken dat hij een van de meest ervaren en belangrijkste oncologen van Spanje is: zijn broekspijpen zijn doorgaans te kort en hij draagt zware schoenen met spekzolen. Hij is hoofd van de Plataforma de Oncología, is de pensioengerechtigde leeftijd volgens mij reeds gepasseerd maar niet uit dit ziekenhuis weg te branden! Gelukkig maar want deze diepe bron van kennis en empathie zouden wij erg missen.

Het ziekenhuis waar wij patiënten waren en zijn (mijn heupoperatie werd ook daar uitgevoerd) komt jaarlijks positief in de publiciteit. Dat geldt met name voor de afdeling Oncologie die regionnaal en landelijk -soms ook internationaal- voor de troepen uitloopt. Het is een kenniscentrum in de ware betekenis van het woord. Ze hebben er de nieuwste apparaten en doe mee aan de nieuwste onderzoeken.

In juni jongstleden trof ik nog een artikel aan in een aantal lokale en nationale kranten over een nieuwe onderzoekstechniek, ‘Next Generation Sequencing’ genoemd. Deze techniek stelt artsen in staat het gedrag van tumoren in detail te bestuderen; niet slechts van één genmodificatie maar ook van een combinatie van gemodificeerde genen. Op basis van DNA/RNA van de patiënt kan men het gedrag van tumoren precies onderzoeken en te weten komen welke behandeling voor die persoon het beste resultaat oplevert. Aan de hand van een biopt kan twee weken later uitsluitsel worden gegeven. Op dit moment kan voor 20% van de onderzochte personen een zeer specifieke behandeling worden voorgeschreven. Dr Brugarolas verklaarde in een interview dat van 70% van de onderzochte patiënten kan worden bepaald of chemotherapie werkt (of niet). De verwachting is dat deze percentages snel zullen stijgen met de komst van nieuwe medicijnen voor specifieke genmutaties.

Het ging bij mijn liefje deze keer om een eenvoudig onderzoek (de onderzoeksmethode verschilt per jaar). We trotseerden vrijdag de 13de. Dokter Brugarolas, een man van de feiten, moet al helemaal niets van dit soort bijgeloof hebben. Bovendien erkennen Spanjaarden deze dag niet. Hier is dinsdag de 13de een ongeluksdag; “en 13 y martes, ni te cases ni te embarques”: op dinsdag de 13de trouw je niet en ga je niet op pad. Wij reden om 8:00 uur naar het ziekenhuis; toen wees de thermometer al 26 graden Celsius aan. We maken momenteel een heel warme en luchtvochtige periode mee al is er officieel nog geen sprake van een hittegolf. Het was ongewoon rustig op de afdeling. De meeste (ex-)patiënten en hun familie die er voor controle waren, kwamen met een glimlach uit de spreekkamer tevoorschijn. Ook de medische uitslag van mijn liefje was goed. Joehoe! Volgend jaar wordt het de tiende keer dat we voor medisch onderzoek zullen terugkeren. Op basis van het verloop tot nu toe, zien we ook dat met vertrouwen tegemoet.

Een veel minder positief bericht kreeg mijn zus I. eerder deze week. Bij haar is voor de tweede keer in haar leven borstkanker geconstateerd. Het overkwam haar ruim tien jaar geleden en nu is het helaas weer aan de orde. Een operatie is onvermijdelijk, over de verdere behandeling krijgt zij volgende week uitsluitsel. Kasian. Fingers crossed voor een goede afloop!


woensdag 11 juli 2018

Hairpiece One en ander gedoe

Illustratie: Sisidea
Dit is mij de week wel, zeker in internationaal opzicht. De Thaise voetballertjes werden inmiddels allemaal gered. Joehoe! Ik ging met hun verhaal naar bed en stond ermee op. De sterksten kwamen eerst uit de grot, de zwaksten laatst. Sommige kids moesten 15 minuten onder water zwemmen, met een kalmerend middel achter de kiezen. Op droge trajecten werden ze op een stretcher van hand tot hand gedragen over een lengte van 1.500 meter. Zo kwamen er gemiddeld 150 paar handen aan hun persoonlijke redding te pas. Dat worden heel veel lintjes! De leden van de Thai Navy SEALS en een internationaal team van reddingswerkers zijn mijn Helden Van De Week. Ook deze mannen verblijven inmiddels in quarantaine. De Thaise overheid bewees dat het goed kan organiseren en bovendien niet te beroerd is hulp van over de grens te vragen.

Alle kereltjes zitten inmiddels aan grote borden pad kra pao, een pittig kip- of varkensvleesgerecht met Thaise basilicum. Je kunt het gerecht in Thailand op elke hoek van de straat kopen. Het is, zeg maar, de nasi goreng van Thailand: comfort food bij uitstek. De Wilde Zwijnen -de naam van hun elftal- mogen voorlopig echter niks pittig eten; dat kunnen hun lichamen nog niet verdragen. Ze moesten het bijna tien dagen met weinig tot geen eten stellen dus hun spijsvertering moet langzaam weer op gang komen. Coach Ake, een voormalig boeddhistische monnik, leerde hen mediteren en daardoor doorstonden ze de penibele situatie naar omstandigheden goed. Het bewijst de kracht van de geest. Onlangs las ik een Topics-artikel waarin wordt gesteld dat depressie niet ontstaat in de hersenen maar in de darmen. In ons darmstelsel bevinden zich 50 biljoen bacteriën die samen het microbioom vormen en eveneens grote invloed hebben op onze mentale gezondheid, aldus dokter Michael Mosley. Ook interessant!

Onze voetballertjes in Bali hadden aan het begin van deze week een dagje rust van het speelveld. Ze brachten maandag uren door in de lokale bibliotheek. Elsa stuurde foto’s van een braaf huiswerk makende Damai en Yuda die voor een leeskast stond. De meeste Balinese lagere scholen openden hun deuren reeds. Zij worden pas over twee weken weer in de schoolbanken verwacht. Vriendin Bernadette bevindt zich inmiddels op de eilandengroep Nusa Tenggara, na een minder geslaagd bezoek aan de Molukken. Daar maakte ze slagregens en een hevige aardbeving mee. Op haar rondreis door Indonesië kreeg zij op elke luchthaven van de archipel te maken met vertraging, hoe kort de vlucht soms ook was. Dat zeg wel iets over het plaatselijke organisatietalent. Tja. Ik ben blij dat ze niets heeft met grotten!

Gisteren deden we Yuda’s verjaardagsdoos op de post. Alsof je een emmer leeggooide: 6.9 kilo’s aan kleding, schoeisel, kleur- en tekenmateriaal en speelgoed. Dat is twee kilo meer dan de gemiddelde doos tot nu toe. Alhoewel het niet zo is dat de kosten van verzending de kosten van de inhoud overstijgen, kwam het deze keer in de buurt. Deze doos bevat ook kleding voor de zwangere Elsa en genderneutrale truitjes voor baby ‘Nomor Tiga’. We weten immers nog niet van welke menssoort nummer 3 zal zijn. Ik hoop dat tante Pos de doos zonder dralen en in goede orde op plaats van bestemming aflevert.

Ook dichter bij huis was er reuring te beleven. De onderhandelingen tussen afgevaardigden van de EU en die van het Verenigd Koninkrijk zitten al maanden in een impasse. De EU wil van Theresa May & Co precies weten welk soort Brexit zij beogen. Het Verenigd Koninkrijk hield alle deuren zo veel en zo lang mogelijk open en bleef vaag. Afgelopen weekend kwam daarin verandering. Er werd een accoord bereikt in het kabinet. Het hoge woord was eruit: het zou een zachte Brexit worden. De hel barstte niet los, May bleef aan het roer.

Totdat David Davis, dé Brexit-onderhandelaar namens het Verenigd Koninkrijk de volgende dag zijn ontslag indiende. Als voorstander van een harde(re) Brexit kon hij zich niet verenigen met dit uitgangspunt. Het zou zijn onderhandelingspositie ondermijnen. Een dag later stapte ook Brexit-havik Boris Johnson op, de minister van Buitenlandse Zaken. Het nieuwe plan van May en consorten zou van Groot Brittanië een vazalstaat (kolonie) van de EU maken. In zijn ontslagbrief beschrijft hij het zachte Brexit-voorstel als “the worst of all worlds”. Hij heeft dan zelfs liever helemaal geen deal!

Dat was ‘Nomor Enam’ (nummer 6) van May’s kabinet die opstapte. Boris is echter niet afgeschreven. Hem lijkt het vooral om politiek eigenbelang te gaan: hij ambieert de positie van Theresa May. Door op te stappen, geeft hij een krachtige boodschap af aan andere voorstanders van een harde Brexit in de Conservatieve partij: “kies mij, ik durf het wel”. Ik begrijp niet dat een politicus eigenbelang boven landsbelang kan stellen!

Dat is een mooie brug naar de volgende persoon. Donald Trump komt deze week weer naar Europa. In Brussel zal hij overleg hebben met de 28 leden van de NAVO, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie die 70 jaar geleden werd opgezet. De grootste vraag zal zijn: is het Amerika van Trump nog een vriend van het vrije Westen? Trump liet zich niet alleen kritisch uit over artikel 5 van het verdrag dat betrekking heeft op ‘collective defence’: een aanval op een van de lidstaten is een aanval op allen. Hij stelt überhaupt vraagtekens bij het doel van de verdragsorganisatie. Die bracht relatieve eenheid en vrede in Europa -waardoor de VS niet hoefde uit te rukken- en hield de Sovjetunie/Rusland op gepaste afstand. Is Trump de Koude Oorlog vergeten?

In een recent artikel in The Guardian las ik een analyse waarin wordt gesteld dat Trump niets begrijpt van collectieve veiligheid, voorwaartse verdediging, het gezamenlijk dragen van een last en het in stand houden van de machtsbalans in de wereld. Hij kent maar een concept: als je niet wint, ben je een loser en dat overkomt 'zijn' America niet! Voor degenen die zoeken naar meer argumenten tegen Trump, hierbij nog een handig rijtje om te memoreren en te zijner tijd te gebruiken. Ze komen uit datzelfde artikel. De 45ste president van de Verenigde Staten:
  • staat vijandig tegenover multilaterale samenwerking in het algemeen, met zijn ‘America First’;
  • minacht de Verenigde Naties, sneed in het betreffende VS-budget en boycotte de Raad voor de Mensenrechten in Genève;
  • verwerpt de regels van de Wereldhandelsorganisatie en is bezig met het opstoken van een wereldwijde handelsoorlog die banen gaat kosten (ook in eigen land);
  • verscheurde de Parijs-akkoorden over klimaatverandering;
  • trok zich terug uit de, door de VN geratificeerde en mede door de EU ondertekende, nucleaire deal met Iran (die rust bracht in de regio);
  • is een luide steunbetuiger van een harde Brexit;
  • stelde tijdens een eerder staatsbezoek aan Frankrijk aan president Macron voor dat hij voor een Fraxit zou moeten gaan;
  • brak zijn woord tijdens de recente G7-top, onderschreef de slotverklaring niet en beledigde gastheer Canada;
  • is ronduit beledigend en openlijk vrouwonvriendelijk tegenover Duitse rijkskanselier Angela Merkel;
  • is betuttelend en respectloos jegens Britse minister-president Theresa May;
  • gaf zijn steun aan de extreem-rechtse partij ‘Britain First’ in tweets;
  • heeft een voorkeur voor autoritaire leiders als Kim Jong-un, Xi Jinping, Vladimir Poetin en de regerende kroonprins van Saoedi-Arabië.
Need I go on? (Yes, I can…) Met een president als Trump heb je verder geen vijanden nodig!

De Britse media verwachten later deze week veel burgerprotesten in het land. Een van de ludiekste acties -hopelijk zal dit type protest overheersen- is het laten vliegen van een reuze Baby Trump in luier, bijgenaamd ‘Hairpiece One’. De grote ballon zal tijdens zijn hele bezoek boven Westminister hangen. Als je deze ijdele, humorloze man zonder zelfreflectie en zelf-ironie wilt raken, is het met zo’n type protestactie.


zondag 8 juli 2018

Schot in de roos

Toen deed Oranje nog mee...
In de afgelopen weken hadden we veel contact met de familie in Bali. Dat kwam vooral door het Wereldkampioenschap voetbal. De mannetjes hebben momenteel zomervakantie en mogen daardoor langer opblijven. De oudste, Yuda, ging in het  afgelopen schooljaar op voetbal. Hij is doelman van zijn elftal, vanwege lange armen en benen. Toen hij nog een humptiedumptie was, beschikte hij al over veel balgevoel. Hij kon goed vangen voor zijn leeftijd, schopte zelden over de bal heen en vond het bovendien leuk om door onze tropische tuin aan de Bali-zee te draven, met mij op zijn hielen. Sweet memories. Telkens als ik aan onze mannetjes dacht, moest ik ook aan de Thaise voetballertjes in de diepe grot in de buurt van Chang Mai denken. Kasian. Die van ons kunnen weliswaar goed zwemmen maar ik geef het je te doen in smalle openingen, met zuurstofflessen op je rug en geen of weinig zicht. I keep my fingers crossed voor een goede afloop.

We hielden Ketut en zijn team op de hoogte van het speelschema in Rusland. De interesse van Yuda ging vooral uit naar Messi (Argentinië), die van Damai was gericht op Ronaldo (Portugal). En vanzelfsprekend wilden ze de prestaties van het elftal van Spanyol zien. Bless them! Zij lopen zes uur voor op onze klok dus als een wedstrijd voor ons om 20:00 uur 's avonds werd gespeeld, was het bij hen twee uur 's nachts. Dat noem ik serieus opblijven… Op speeldagen gingen ze 's middags een extra slaapje doen zodat ze de nachtelijke wedstrijd konden uitkijken. Dat gezamenlijke kijken-op-afstand schiep een extra band, we stuurden over en weer foto’s en teksten toe. Bij hen in de woonwijk richtte een slimme eigenaar een open ruimte in met een groot tv-scherm, stoelen, banken, hapjes en drankjes. Op de foto’s die Ketut ons regelmatig toestuurde, zagen we jong & oud in een schaars verlichte ruimte van voetbal genieten. Welnu, de sportliefhebber weet hoe het met deze voetbalhelden afliep. Stuk voor stuk vlogen ze vroeg uit het toernooi; volkomen terecht, wat mij betreft. De finale wordt een Europees feestje. Zelf geef ik Frankrijk de meeste kans. De jongens in Bali kunnen weer op tijd naar bed.

Yuda’s verjaardag komt in zicht dus we zitten weer middenin de jaarlijkse traditie van het vullen van een verjaardagsdoos. Voor dit jaar kozen we voetbal als centraal  thema. We stopten een professionele keepersuitrusting in zijn doos, met een sprankje Messi. Wij verwachten dat hij dermate blij zal zijn met zijn kado’s dat hij niet meer serieus aan doelverdediging toekomt. Als zijn outfit maar goed zit... Tja. Ketut stuurde ons de foto van voetballende mannetjes bij zonsondergang. Wow. Een schot in de roos! Pa timmerde het doel zelf, op een nabij hun huis gelegen strand in Noord-Bali. Damai's wapperende haar herken ik uit duizenden.

Het tegenvallende voetbal was ook in onze Spaanse straat onderwerp van gesprek. Mij werd gevraagd van welk team ik fan was. Net als Nederlanders hebben Spanjaarden favoriete gespreksonderwerpen: weer, eten en voetbal. Over het weer van nu valt niet veel meer te zeggen dan dat het verrassend anders is dan in voorgaande jaren. De lucht is niet dagelijks strakblauw, de luchtvochtigheid is momenteel hoog, de wind komt op één dag soms uit alle richtingen. Dat kun je geen stabiel zomerweer noemen, al genieten we zodra we kunnen. De weerapp van mijn liefje meet tevens de plaatselijke luchtkwaliteit. Het betreft de ozonconcentratie in microgram per kubieke meter (µg/m3); dat levert tot nu toe verrassende waarden op. De meter lijkt op een jojo: die gaat van 10 naar 40 en weer terug. Desalniettemin gaat het dagelijkse zwemmen in zee gewoon door.

Het begint langzaamaan vol te lopen in de woonwijk. De meeste Madrilenen en Murcianen keerden naar hun vakantiehuizen terug. Met twee van hen bouwden we vorig jaar al een leuke band op: Guillermo en María uit Madrid. Ik werd destijds door hen uitgenodigd om paëlla te komen (helpen) bereiden, op traditioneel Spaanse wijze. Een blog, getiteld Drie Schorten en een gezellig etentje waren het resultaat. Wij vonden het nu tijd worden voor een tegenprestatie. We nodigden hen uit voor de lunch, rekening houdend met hun latere eetpatroon. Op onze lunch-tijd aten wij alvast een broodje om de grootste trek te stillen.

Als kokkie koos ik voor een Indonesische paëlla, ofwel nasi goreng met saté, als hart van het menu. Het werd een rijsttafel met soto ayam vooraf (Oosterse kippensoep met  noedels) en rujak toe (tropisch fruit met appelstroop en soja). Om negen uur 's ochtends begon ik met de voorbereidingen. Snijden, snijden, snijden. Ui, knoflook en verse gember stonden aan de basis van alle gerechten. We konden de schotels bijna allemaal vantevoren bereiden. Zo konden de vele smaken bovendien goed intrekken. Mijn specerijenkast is gevuld met Oosterse ingrediënten: gedroogde kaffir-blaadjes, laos, djahé (gemberwortel), sereh (citroengras), steranijs, komijn, koriander, geelwortel en nog veel meer. Ketjap manis, sojasaus en diverse soorten sambal ontbreken evenmin. Het kwam allemaal van pas.

De rijsttafel bestond uit tumis buncis (pittige sperziebonen), telur ketjap (ei-gerecht) en zelfgemaakte acar (groenten in zoetzure saus). Mijn liefje legde de saté op de barbecue terwijl ik pindasaus maakte en de rijstschotel wokte, boordevol verse groenten. Kroepoek (van garnalen), emping (kroepoek van palmnoot) en rempèjek (kruidige pindakoekjes) completeerden de tafel. Lange leve de Nederlandse supermarkt in Spanje! In de aanloop naar deze lunch vroeg ik of er ingrediënten waren die ze niet lustten of niet konden eten. Hun enige verzoek was om niet al te pittig te koken. Geen probleem, mijn liefje verdraagt pikante gerechten evenmin.

Ze belden stipt op tijd bij onze poort aan (!), met een fles mooie witte wijn -jonge Verdejo- en een bloeiende Curcuma-plant in de armen. Die plant is familie van de gember. Ik vertelde dat we onder andere curcuma (geelwortel) in onze gerechten stopten. De plant bloeit pretty in pink, ook de feestelijke verpakking was roze. Ik zie ze ervoor aan deze vorm bewust te hebben gekozen.

Ze vonden alles lekker dat we hen voorzetten al vroeg María hoe je bamisoep het best kunt eten zonder te kliederen. Kliederen mag bij ons (we zijn vriend Frans gewend).  Dit drie-gangenmenu bleek een schot in de roos. Ze probeerden alles dat op tafel stond en proefden gerechten die ze niet eerder aten. Ze stuurden zelfs foto’s van hun volle borden naar de kinderen! De lunch duurde ruim drie uur, het werd errug gezellig aan tafel. Zij zijn onderhoudend; hij is vooral ontdeugend, zij is een schat. Hun oudste zoon Antonio woont met vrouw en kinderen in Den Haag. Zij vinden Holanda en La Haya maravillosa, wij ook dus dat verstevigt de band. In september gaan zij weer bij hen op bezoek. Wij raadden hen aan nieuwe haring te proberen, van vishandel Simonis.

We bekeken elkaars foto’s op de mobiele telefoons en praatten over ons vroegere werk. Kort werd een aspect van de Franco-tijd aangehaald: als manager van een toeristenbureau werden Guillermo en zijn buitenlandse gasten continu in de gaten gehouden. Dat moment lieten we bewust voorbij gaan; het is een te gevoelig onderwerp om bij de eerste gelegenheid uitgebreid te bespreken. Er komt ongetwijfeld nog een moment in de toekomst. Ze hadden geen zin in koffie na de maaltijd; dat ging niet samen met een siësta. Sinds mijn liefje naar Spaanse les gaat en dagelijks met Duolingo oefent, neemt zij actief deel aan gesprekken met Spanjaarden. Ik was die dag apetrots op haar. Zelf ontving ik deze week een uiltje voor het afronden van de cursus Engels voor Spaanstaligen. Burgers van ons tweede vaderland thuis uitnodigen is een kleine stap voor de mensheid maar een grote stap voorwaarts in onze inburgering!


dinsdag 3 juli 2018

Zonnetje in huis

Momenteel zit ik (weer) even in een minder productieve fase qua bloggen. Dagelijks keek ik tegen een wit scherm aan. Er staat niks op papier, er is geen voorraad. Kort geleden werkte ik nog aan minstens drie blogs tegelijkertijd, nu mijd ik mijn bureau. Het hoofd is leeg, of beter gezegd: het is te vol en niet per se met wenselijke gedachten en positieve wereldbeelden. Deze momenten zijn mij niet vreemd, ik heb ze met enige regelmaat; vooral in het voorjaar. Ik word dan overvallen door een naar gevoel, een somberheid die leidt tot inertie, zowel geestelijk als lichamelijk. Je zou kunnen zeggen dat ik afschakel en onbereikbaar wordt voor mijn omgeving. Mijn liefje, die zich de Barefoot-kenner-bij-uitstek noemt, denkt het zelfs aan mijn pupillen te zien. Zij maakt zich er zorgen over, bang als ze is dat ik muzelluf iets aandoe. Daarvoor hoeft zij niet te vrezen, daartoe meen ik niet in staat te zijn. (Echt niet.) Afgelopen dagen was ik niet bepaald het zonnetje in huis. Er kon geen lachje vanaf. Genieten van de mooie dingen des levens is dan ver te zoeken. Tja. Op Instagram is alles altijd super, koek & ei, mooier dan mooi. Dat is wellicht nog  deprimerender dan zo'n bui. Dat heeft immers niets met het echte leven te maken. Buien komen en gaan. Ik ben door deze golf heen.

Het zonnetje schijnt inmiddels in huis. Enkele weken geleden besloten we de luxaflex voor het keukenraam te vervangen. Het mechanisme werkte niet meer naar behoren, het was lastig schoon te houden en niet mooi meer. Time for a change! We gingen enkele plaatselijke leveranciers af. De eerste stop maakten we bij een klein familiebedrijf dat vorig jaar zomer nieuwe horren in onze schuifdeuren zette. We belden bij het pand aan en dezelfde mevrouw kwam op ons af. Mijn liefje stapte voortvarend binnen maar daar bleek huisvredebreuk; er stond niets meer in de winkel. Toen ik beter om mij heen keek, zag ik ook dat zij het typische schort van een Spaanse vrouw-des-huizes draagt. Hun bedrijf was ter ziele, ze was nog uitsluitend ‘ama de casa’ (huisvrouw).

We reden door naar San Pedro del Pinatar, waar we vaak slagen als we op zoek zijn naar goede spullen en dienstverlening. Daar vonden wij vorig jaar een heel goede keukenwinkel (‘Salazar’) die keukenapparatuur, -gerei en andere culinaria levert aan de horeca maar waar je ook als individuele klant goed terecht kunt. In diezelfde hoofdstraat troffen we een zonneschermenspecialist, genaamd ‘Tecnitoldo’ met een zeer professioneel uitstraling. Ook zij blijken vooral te leveren aan bedrijven maar Spaanse medewerker Lydia heette ons tweeën hartelijk welkom. We kregen een hand en namen plaats op een fraai design-buitenmeubel dat van een merk bleek te zijn dat wij al jarenlang op eigen terras hebben staan: Kettal, een verbastering van de Spaanse groet Que tal. Het is lichtgewicht, modieus en onverwoestbaar; vanwege al die goede eigenschappen is het wel een duurder dan gemiddeld merk. Je vindt in Spanje ook hier en daar nog winkels die een bonte mengeling van stijlen tentoonspreiden. Dat soort winkels doet inmiddels ouderwets aan. In de loop van de tijd kwamen hier steeds meer gespecialiseerde zaken die uitstekende kwaliteit bieden. Daar moest je 16 jaar geleden, toen wij ons eerste huis aan de Costa Blanca gingen inrichten, lang en hard naar zoeken.

De showroom van bedrijf Tecnitoldo is bijna leeg, op een paar grote stukken na. Hun catalogi met topmerken en -producten staan uit het zicht, in onzichtbare schappen. We bladerden een half uurtje en vonden iets dat ons aansprak. We kozen een nieuwe rolscherm in de sprekende kleur ‘girasol’ (zonnebloem). Na mijn eerste Van Gogh-schilderij in het museum ben ik fan. Het product moest in Italië worden besteld en Lydia hield ons via Whatsapp op de hoogte. Op het verwachte moment belde ze dat de technicus over 15 minuten op de stoep zou staan. Het waren weliswaar 15 Spaanse minuten -ze kwamen ongeveer een uur later- maar hij kwam, inclusief Russische leerling! Het duurde eindeloos voordat het scherm hing en daarna zag ik vooral zwarte vingervegen op het goudgele, half-doorzichtige, gemakkelijk schoon te houden materiaal. Dat werd op mijn verzoek nog even vakkundig gereinigd. Sindsdien baadt de keuken in geel licht. Het huis van een ware Zonnekoningin!

Dat is niet de enige renovatie in of om huis. Onze Deense buren deden het recent op grote, wij op bescheiden schaal. Zij betegelden de muren van hun terras, zowel aan de binnen- als de buitenzijde. Daarna lieten ze de buitenwanden van het huis wit schilderen. Wij waren te spreken over de aanpassing aan hun buitenwand en volgden dat voorbeeld. We vroegen de werklui voorzichtig om onze goudgele bougainvillea heen te betegelen; deze variëteit is veel kwetsbaarder dan de paarse en rode soort. Het duurt bovendien jaren om zo’n haag te doen groeien en wij koesteren die! Een wit huis vinden wij geen optie. Spanje heeft al genoeg casas blancas. Bovendien zou het reliëf dat nu in de stuclaag van de buitenmuren zit, door steentjes van verschillende kleuren en grootten -waarvan sommigen zelfs fonkelen als de zon erop schijnt-, geheel verloren gaan. Dan maar leven met wanden die niet meer zo nieuw ogen. De façade werd prachtig en werkte aanstekelijk: inmiddels deden twee andere buren (Spanjaarden) hetzelfde aan de voorkant van hun huis. Europa mag dan niet zo eensgezind zijn op dit moment, de nationaliteiten in onze straat in ieder geval wel.

Hiermee wil ik niet suggereren dat plezier in het leven alleen is te verkrijgen of te vergroten door te consumeerderen. Integendeel. Geluk zit 'm veel vaker in kleine immateriële dingen, zoals zwemmen in zee, fietsen met warme wind door de haren, het Duitse voetbalelftal zien verliezen, opgaan in een boeiend boek (ik lees nu Haruki Murukama), lekker eten –met en zonder vrienden, toekijken hoe een krekel zo groot als een rijstkorrel onze tuin kiest als safe haven, virtueel meereizen met reislustigen, luisteren naar lieve Balinese kinderstemmetjes, glimlachen naar  mijn liefje. Ik zie en voel weer. En er is weer een blog uit. Joehoe!


vrijdag 29 juni 2018

Adela-de-Akela

Mijn liefje werd al enkele weken bestookt met brieven van het Spaanse Bureau voor de Statistiek. Doorgaans gingen die rechtstreeks de papierbak in voor recycling. Waarom zouden zij interesse in haar persoontje hebben? Wij konden het niet bedenken. Totdat zich iemand persoonlijk meldde aan onze poort. O-o. We hadden net vriendin Joan op bezoek voor een kopje koffie toen onze huisbel luidde. Een grote vrouw met een stapel papieren onder de arm vroeg naar mijn liefje. Ze meldde dat ze van INE was, het Nationaal Bureau voor de Statistieken. Ik zei daarop dat ik mij bewust was dat mijn vriendin een brief van hen had ontvangen. ¡Muchas cartas!, corrigeerde ze mij. Dat leek mij een goed moment om de geadresseerde persoonlijk naar het terras te roepen.

Het bleek te gaan om ‘La Encuestra de Población Activa’, een breed onderzoek onder de actieve bevolking waaraan elke geselecteerde verplicht dient mee te werken volgens Spaanse wetgeving van 1990 en 1996. Sinds 1964 wordt dat onderzoek elk kwartaal uitgevoerd. Adressen worden willekeurig gekozen en iedereen op dat adres moet aan de enquête deelnemen. Dat wisten wij niet! Een dag niet geleerd, is een dag niet geleefd. Het betekende dat ook ik zou worden ondervraagd. We zijn één van de 70.000 families die dit overkomt. De eerste keer komt Adela-de-Akela zelf aan de deur, de vijf (!) keren erna kan worden volstaan met een telefonisch gesprek van circa één minuut. Zij bellen, wij antwoorden.

Nu ze er toch was, vroegen we of ze ook een kopje koffie wenste. Ze kon een cortado wel waarderen. Mijn liefje ging als eerste in de beklaagdenstoel om te worden ondervraagd. Ik denk dat Adela op ons werd afgestuurd omdat zij een beetje Engels spreekt, al was ze blij dat wij een beetje Spaans spraken. Mijn liefje stond erop dat ze Spaans spraken. Zij zit toch niet voor niets op Spaanse les! Akela is niet alleen groot, ze heeft ook een luide stem. Om mijn liefje tegemoet te komen, begon ze niet alleen langzamer te spreken, ze deed het ook met meer volume… Dat mocht echter niet baten.

Bij onze Spaanse en Deense buren waren op dat moment arbeiders uit Moldavië aan het klussen. Ze betegelen daar de wanden rondom het huis; er wordt gesneden, geschuurd en gebeiteld. Die buren vertrokken, wij bleven. Bij tijd en wijle was de geluidsoverlast zo erg dat wij het niet op eigen terras uithielden en deuren en ramen sloten. Tijdens hun siësta gooiden wij alles open. Toen Mevroi de Statistica haar vragen op mijn liefje afvuurde, waren de arbeiders net bezig de stalen poort uit de voorgevel te slopen. Een gesprek was niet mogelijk. We vroegen hen dan ook even te stoppen. Over het muurtje luisterden ze met interesse mee met de ondervraging. So much for privacy. De klus is inmiddels geklaard, we halen opgelucht adem. Bij ons betegelden ze alleen de buitengevel van de poort. Zo heeft dit deel van de straat dezelfde façade.

Adela begon fout: we waren Duits, nietwaar? We worden hier vaker op één hoop gegooid. Op de vraag naar de familiesamenstelling vertelde mijn liefje dat ze een novia” (vriendin) heeft terwijl ze in mijn richting wees. Waren we gehuwd? Nee, dat niet. Ze is geen “esposa” (echtgenote). Dat zal ik ook nooit worden maar dat hoeft de akela niet te weten. Ging het dan wel om een “novia con amor?” Ja, dat wel! Mijn liefje en ik moesten lachen om die uitdrukking; die onthouden we.

Mijn liefje had net haar geboortedatum opgegeven en verteld dat ze ‘jubilada’ was (gepensioneerd) maar toch kreeg ze de vraag of ze werkte. Adela werkte haar lijstje af. Die vraag was des te opmerkelijk als je beseft dat de pensioengerechtigde leeftijd voor Spanjaarden relatief vroeg wordt bereikt, in vergelijking met andere landen van de Europese Unie. Pas in 2027 zal men hier op 67-jarige leeftijd met pensioen gaan. (Tien jaar later dan voor ons, Hollanders!) Voor Spaanse vrouwen komt dat moment nóg later.

Zouden we volgende week aan de slag gaan als we een leuke baan zouden vinden? “Nee” was ook mijn resolute antwoord. Met grote ogen vroeg ze mij waarom niet? (Ik schrijf haar verbijstering toe aan mijn jeugdige voorkomen...) Quasi-niet begrijpend keek ik haar aan. Dan zou ik toch geen tijd meer hebben om te zwemmen, fietsen, koken en reizen?! Zij zuchtte diep en zei dat ze nog héél lang zou moeten doorwerken. Ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat zij dacht met miljonairs van doen te hebben.. Ik begon maar niet over het nut van sparen, iets waar Hollandse generatiegenoten goed in zijn.

De werkelijkheid is dat als ik zou moeten werken om in ons levensonderhoud te voorzien, ik direct op zoek zou gaan naar iets passend. Dat is onder de huidige omstandigheden echter niet aan de orde. Zelf denk ik niet dat ik nog aan de bak zal komen als professioneel consultant maar huizen verkopen in een bouwlustig Spanje zou een polyglot als mij toch moeten lukken?! Ex-minister president Rajoy ging immers ook weer aan de slag als onroerendgoedregistrateur in Santa Pola.

Had ik dan inkomen? Toen ik daarop ontkennend antwoordde, zei Adela dat mijn pensioengerechtigde liefje wel heel veel van mij moest houden. “¡Si! Hace 30 años…” Studeerde ik? Ja. Wat? Leg dan maar eens in je beste Spaans uit wat literatuurwetenschap inhoudt; er is immers geen Spaanse equivalent. Studeerden we nog steeds? Jawel, Duolingo Spaans, elke dag minstens een uur. Ze noteerde het braaf. We gingen vrienschappelijk uiteen, met dikke kussen op beide wangen. Dat is eveneens typisch Spaans.


maandag 25 juni 2018

Het zomert hier!

Afgelopen weekend waren we met vrienden in de stad Alicante om daar het begin van de zomer te vieren. Die brak hier eindelijk aan. De lente van 2018 was hier de regenachtigste sinds 1968. Alweer een record. 

Mijn liefje en ik zijn vaak bezig met de organisatie van een uitje. Deze keer was het mijn initiatief maar haar geregel. Al op vijfjarige leeftijd managede ze een fietsenstalling in het noorden des lands dus organiseren zit in haar bloed. De nacht voor vertrek droomde ze echter dat ze te laat op de bestemming aankwam, geen parkeerplaats vond en verdwaalde in de stad. Tja. Het zegt veel over haar. We nemen de taak van akela zeer serieus!

Frans, Roland en wij werden goede vrienden in Spanje. Toen zij neerstreken in het appartementencomplex aan de golfbaan, waren wij weg om een leven op te bouwen in Bali. We wisten van elkaar bestaan maar ontmoetten elkaar voorheen niet persoonlijk. Beiden dachten we nooit nieuwe vrienden te ontmoeten in ons tweede Vaderland. We waren er niet naar op zoek, het overkwam ons. De rest is geschiedenis. Als we tegelijkertijd in Spanje zijn, brengen we graag tijd met elkaar door.  

Mijn liefje en ik werpen ons dus graag op als roergangers van uitjes. Wij zitten immers wekelijks met onze neuzen in lokale kranten en horen van alles. Bovendien zijn we reislustig en de jongens omarmen dat. Desalniettemin is vriend Frans blij geen bedrijf in Spanje te hebben. Er wordt immers zóveel gevierd! Hij heeft een punt. Lentefeesten, de heilige week, het begin van de zomer, het einde van het zomerseizoen, de najaarsfeesten, katholieke feestdagen, dag van de Constitutie, Spanjedag, en nog zo wat nationale en regionale vieringen. Als vakantieganger hoef je daar echter geen last van te hebben. Wij genieten ervan!

Deze keer ging het om de festiviteiten van Sant Joan de Alacant. Het betreft de ‘Hogueras de San Juan’, de vreugdevuren van de midzomernacht van Johannes de Doper. Ze vinden overdag en ’s nachts plaats. Deze feesten hebben bekende Spaanse elementen als  metershoge poppen van piepschuim en ander materiaal, vreugdevuren en rotjes, folkloristische parades van mensen in traditionele klederdracht en luidruchtige fanfares. De bouwwerken worden aan het einde van de dag in de fik  gestoken. Dat doen ze hier vaker. 

Met dank aan Rolando (links) 
We kwamen vroeg in de stad aan waardoor we ruim konden parkeren en zeker wisten dat we konden uitrijden zodra we dat wilden. Daarna wandelden we op ons gemak langs de binnenhaven en langs reuzenpoppen naar een stemmig plein waaraan het toeristenbureau, een klooster een museum en twee nieuwe gevaartes stonden. Daar dronken we koffie. In een oogwenk was het terras vol. Op enig moment sprak een stotterende Spaanse mij aan. Het was haar vrijgezellendag en ze moest ons, ogenschijnlijke buitenlanders, van haar vriendinnen om een pond vragen. Wat trouwlustige mensen op zo’n dag moeten ontberen! Ik vertelde haar in mijn beste Spaans dat we niet Engels zijn (godzijdank) en dus ook geen pond voor haar hadden. We wonen in Spanje en zijn van de euro. Ze droop af. 

Alicante is een leuke stad die zich echter lastig laat ontdekken. Dat zeg ik omdat ik hier al 20 jaar kom en mij nog steeds laat verrassen door onbekende wijken in delen van de stad. We namen ons bij deze gelegenheid voor in september een uitstapje naar castillo de Santa Bárbara te maken, het hooggelegen kasteel van Alicante op de berg Benacantil. De wijk aan de voet van het kasteel heet El Barrio, een typisch Spaanse woonwijk met traditionele, knusse en kleurrijke huizen. Het uitzicht van hieruit moet fenomenaal zijn.

Zelf had ik het naar mijn zin langs de poppenroute. Die bij de haven vond ik het fraaist, met schelpen en walvissen. Frans merkte pesterig op “deze gaat zeker over het milieu..?” Deze reuzen van piepschuim ontsteken is niet mijn favoriete bezigheid en is nogal belastend  voor het milieu maar ik realiseer mij dat het een lange traditie is. De vreugdevuren van San Juan vinden dit jaar in Alicante voor de 90ste keer plaats. We liepen langs de route en bekeken de vele creaties. De meeste begeleidende teksten waren op rijm. Net als bij de Fallas van Valencia zijn de afbeeldingen soms scabreus maar je moet goed zijn ingevoerd om de boodschap te snappen. Zo zag ik ook een vrouwelijke bestuurder van de plaatselijke universiteit die, net als Pinocchio, met lange neus werd afgebeeld. Mijn goed ingevoerde liefje wist  mij te vertellen dat ze had gelogen over haar titel. Afgebeeld als leugenares, voor iedereen te kijk gezet: het zal je maar overkomen!

We meden de grootste mensenmassa en zegen uiteindelijk neer bij een klein restaurant in een hoger gelegen stadswijk. De lunch was weliswaar niet spectaculair maar we zaten goed op het schaduwrijke terras en genoten van koele wijn uit Alicante (Laudum). Af en toe knalde er vuurwerk in de omliggende stegen en werden we omringd door opzwepende fanfaremuziek.

Toen we op weg naar huis gingen en langs de binnenhaven van Alicante liepen, dacht ik aan Carolijn Brouwer. Vorig jaar waren mijn liefje, Frans en ik in Alicante aanwezig bij de start van de Volvo Ocean Race 2017-2018. Gisterenmiddag keken mijn liefje en ik op de bank via de app naar de überspannende finish van deze zeilrace. Het Nederlandse team Brunel had kans op de overwinning. Ze lagen op de zesde plek, zeilden naar de kop, zakten naar de tweede plek. Het was gekmakend spannend. Het mocht niet zo zijn voor Hollandse schipper Bouwe Bekking. Het Chinees-Franse team Dongfeng, koploper in het algemeen klassement die tot dusver geen etappezege boekte, eindigde op de eerste plaats in de etappe en won daarmee de zeilrace. Het team koos 24 uur voor de finish een risicovolle route langs de Deense en Nederlandse (noord)kust die hen geen windeieren legde. Slechts 60 minuten voor de finish kwamen de zeilboten die een westerlijker parcours op open water volgden, tot de conclusie dat zij fout hadden gegokt. Zij schoten tekort. De Scheveningse zeilster Brouwer was aan boord van Dongfeng, ze nam voor de derde keer deel aan deze race. Door deze overwinning werd zij de eerste Nederlandse vrouw die de Volvo Ocean Race wint. Joehoe!

vrijdag 22 juni 2018

Iets te vieren?

Afgelopen week kregen de jongens in Bali hun rapport en daarmee startte hun zomervakantie. Jongste Damai bracht een goed rapport mee naar huis, met betere cijfers dan tijdens de vorige rapportage. Hij gaat volgend schooljaar naar de tweede klas. Hij is erg gemotiveerd, vindt zijn lagere school fantastisch. Yuda’s rapport vertoonde minder hoge cijfers. Voor mathematica was hij tweetiende punt achteruit gegaan, ondanks de bijles. Moeder Elsa meldde ons teleurgesteld te zijn over zijn prestaties en dat maakte haar oudste zoon op zijn beurt verdrietig.

Begrijp mij niet verkeerd: hij gaat volgend jaar gewoon over, naar de vijfde klas. Zijn rapport is zeker niet slecht met één 9, twee 8’en, vijf 7’s, twee A’s en twee B’s. Maar hij worstelt met rekenen. Dat ondervonden we toen we in december 2017 in Bali waren. We brachten onder andere een dartboard met klittenbandballetjes mee. We zijn altijd op zoek naar educatieve spelen. Na elke worp moest de score worden opgeteld en dat verliep moeizaam, vooral uit het hoofd. We raadden zijn ouders dan ook aan hem voorlopig op bijles te laten.

Normaliter krijgen ze op dergelijke momenten van ons een vette ‘kupon fun’ die ze mogen gebruiken om lokaal vakantie te vieren maar moeders was van mening dat het deze keer wellicht beter zou zijn als we die gift oversloegen? Zodat ze ervan kunnen leren? Zo ontstond Het Dilemma. Wij zijn van mening dat belonen mag en dat kinderen inderdaad moeten leren dat inzet wordt beloond. Een knuffel kunnen we ze nu eenmaal niet geven. Niets geven, vonden wij als surrogaatoma’s een te strenge maatregel. Damai heeft immers een mooi rapport en dat van Yuda is evenmin slecht. Bovendien: zou Yuda wel beter kunnen? Hij lijkt ons niet lui. Wat geeft hem dat extra zetje om een hoger cijfer te halen? Wat we zeker weten, is dat hij een gevoelig ventje is. We stuurden hen daarom alsnog een feestcoupon toe, al valt die op advies lager uit.

Vriendin Bernadette is momenteel ook in deze contreien. Ze nam onlangs onbetaald verlof en ging heel lang vakantie houden. Haar reis begon met een dag vertraging en een zoekgeraakte reistas. Die dook twee dagen later op in een donker hok op het vliegveld van Medan. Eenmaal herenigd, kon de grote rondreis beginnen. Ze toog naar de Sumatraanse jungle waar ze oerang oetans met eigen ogen zag, onder andere moeders met baby’s. Ze had ons de fotocollage nog niet toegestuurd of ik las dat Puan -‘Dame’- de oudste Sumatraanse primaat, op 62-jarige leeftijd overleed in een dierentuin in de Australische plaats Perth. Maleisië schonk haar in 1968. (In de vrije natuur worden vrouwtjes nauwelijks ouder dan 50 jaar.)

Bernadette (midden) en Puan (rechtsonder)
Daarna maakte Bernadette een lange busreis naar het Tobameer, een groot kratermeer dat circa 300.000 jaar geleden ontstond na een vulkaanuitbarsting. Daar stapte ze op de ferry om naar het daarin gelegen schiereiland te varen. Met de Lonely Planet in de hand bezoekt ze alle topbestemmingen van het land. Dat kun je aan deze ervaren reiziger overlaten. Een dag later kwam diezelfde ferry echter negatief in het wereldnieuws. De te vol geladen boot naar het schiereiland (plaats voor 60 maar er 180 passagiers aan boord) kapzeisde. De Indonesische archipel, bestaande uit bijna 15.000 eilanden, is berucht om dit soort noodlottige ongevallen. Het redden van passagiers wordt bemoeilijkt door harde wind en metershoge golven. Er zijn nog maar een handjevol drenkelingen gevonden. Bernadette heeft tenminste twee engeltjes op haar schouder (en die blijven daar vooral zitten)!

Ondertussen vloog ze naar Banda Aceh, de noordelijkste provincie van Sumatra, om daar op een van de mooiste onderwaterplekkken van de provincie te gaan snorkelen. Daarvoor moest ze wel weer een ferry nemen. Kasian. Voordat ze aan boord stapte, appte ze dat het spannend was want al het transport van de vorige dag was gecancelled vanwege slecht weer. Welnu, ze overleefde ook die bootreis.

Op Pulau Weh is sharia-wetgeving van toepassing, streng islamitisch recht. (Die B. is mij er een!) Vrouwen mogen daar onder andere geen blote lichaamsdelen tonen. Ze ging snorkelen en haar boerkini bleef in de reistas. Ze zag fraaie tropische vissen maar het koraal viel tegen. “Dat kon niet tippen aan Bunaken.” We gingen in 2014 gedrieën naar Sulawesi waar we onze ogen uitkeken onder water. Haar volgende bestemming is Kalimantan (Indonesisch Borneo). Hopelijk komt ze daar letterlijk en figuurlijk in rustiger vaarwater. Wij kennen haar vliegschema, lezen haar wekelijkse reisverhalen, ontvangen whatsapps en foto’s; op die manier vergezellen we haar. Al reist ze in haar eentje, ze is niet alleen. En op elke reisdag branden we een kaarsje voor haar.

Gisteren startte de laatste etappe van de Volvo Ocean Race. De zeilboten varen nu van het Zweedse Gotenburg naar Scheveningen. Nog nooit was de finish zó spannend! Wij waren in oktober vorig jaar bij de start van de roemruchte zeilrace aanwezig en volgden die in de afgelopen maanden via de app. Er staan nu twee teams op een gedeelde eerste plaats: het Spaanse MAPFRE en het Nederlandse Team Brunel. Als Bouwe Bekking en zijn team winnen van de Spanjaarden, zou dit team de prestigieuze prijs voor de eerste keer in de wacht kunnen slepen. Dat zou een bekroning zijn van hun fantastische zeilen sinds ze de wedstrijd om Kaap Hoorn wonnen. (Op het moment van publiceren ligt MAPFRE behoorlijk voor...) Ik voorzie sowieso een fraai afsluitend Haags feestje.

En wij? Mijn liefje en ik zwommen deze week met haringen. Ja, je leest het goed. Niet met schildpadden maar met oer-Hollandse haringen. En dat was een feestje. Monika, vriendin uit Nederland, bracht ze ingesealed voor ons mee van de beste visboer van Den Haag (Simonis). We nuttigden ze aan de rand van het zwembad van Roland en Frans. Maatjes delen we graag met maatjes! Ze waren heerlijk vet en mooi dik. Dit weekend gaan we met hen naar Alicante voor de ‘Hogueras’, optochten met reuzen en grote koppen om de zomer in te luiden. Het is net als wat men hier doet als de lente zich aankondigt, in steden als Valencia (Las Fallas) en Murcia (La Sardina). Hier viert men dat grootschalig en uitbundig, alhoewel de langste dag alweer achter ons ligt.


maandag 18 juni 2018

To read without reflecting…

Er gebeurde in de afgelopen weken van alles aan het internationale boekenfront: zo overleden de Amerikaanse auteurs Tom Wolfe (88) en Philip Roth (85). Weliswaar op respectabele leeftijden maar hun verscheiden houdt een groot gemis in voor de literaire gemeenschap, al waren de beide schrijvers in de voorgaande jaren niet meer zo actief.

Het eerste boek van Wolfe heet ‘Bonfire of the Vanities’, een dikke pil die ik las in het jaar van publicatie: 1987. Ik was in de jaren ’80 in de ban van New York, onder andere vanwege mijn toenmalige liefje dat daar vandaan kwam. (We gingen destijds samen naar haar geboortegrond terug.) Deze roman gaat over mensen met torenhoge ambities, over hebzucht, racisme, sociale klasse en politiek in het New York van toen. Het zou vandaag de dag nog relevant zijn. Het maakte een onvergetelijke indruk op mij. Wolfe won nooit een grote literaire prijs maar de uitgever betaalde hem voor zijn laatste boek, getiteld ‘Back to Blood’ (2012), US$10,000 per bladzijde. Da’s ook een mooie prijs!

Dat kan niet worden gezegd van Philip Roth. Hij won de Pulitzer Prize in 1997, het daarop volgende jaar nam hij in het Witte Huis de National Medal of Arts in ontvangst en in 2002 werd zijn gehele oeuvre onderscheiden met de Gold Medal in Fiction van de Amerikaanse Academie van Kunsten en Letteren.
‘Portnoy’s Klacht’ was het eerste boek dat ik van hem las in de jaren ’80. Ik kocht het in een tweedehandsboekenzaak. Het gaat over een joodse man die bij een psychiater in analyse gaat. Daar neemt hij zijn leven met een dominante moeder, opgroeien in een New Yorks middenstandsgezin in de jaren ’40 en ’50 en dwangmatige seksualiteit onder de loupe. Als boekenwurm ben ik niet eenkennig: ik lees van en over mannen en vrouwen, hetero en homo, wit en zwart. Literatuur staat voor mij los van identiteitspolitiek. Goede boeken nemen je mee op reis, vervoeren je naar een andere wereld, een ander leven, introduceren je aan ander mensen.

Op Roth’s dag van overlijden (22 mei) vond de uitreiking plaats van de Man Booker International Prize. De jury zette een onbekende Poolse in het zonnetje: Olga Tokarczuk. Deze psychologe schreef haar eerste roman, getiteld ‘Flights’ (over reizen in tijd, in ruimte en de mensenlijke anatomie) in 2007 maar het werd pas in 2017 vertaald. Zij en haar vertaalster genieten inmiddels, naar verluidt, van de welverdiende prijs van £50.000.

Op 26 mei jongstleden werd The Golden 5 Shortlist van de Man Booker Prize gepubliceerd. Deze prestigieuze literaire prijs bestaat al 50 jaar en de organisatie besloot een eenmalige extra prijs voor het beste literaire werk ooit uit te reiken. Men liet alle winnende boeken nogmaals lezen door een jury van vijf personen. Ieder jurylid kreeg een decennium aan boeken op zijn of haar leesplank; daaruit werd de keuze voor de Gouden Vijf gemaakt. Een van de juryleden is Kamila Shamsie die op 6 juni jongstleden de Women Prize for Fiction won.

Ik vond de uitkomst om een aantal redenen niet verrassend al is kiezen uit 50 gelauwerde meesterwerken geen sinecure. Dit zijn de geselecteerde werken: ‘In a Free State’ - V.S. Naipaul (uit Trinidad), ‘Moon Tiger’ - Penelope Lively (Britse), ‘The English Patient’ - Michael Ondaatje (Canadees van Sri Lankaanse afkomst), ‘Wolf Hall’ - Hilary Mantel (Britse) en ‘Lincoln in the Bardo’ - George Saunders (Amerikaan). Zelf kende ik twee van deze werken nog niet: van Naipaul en Lively. Ik ging in de afgelopen weken dus aan de slag met beide romans en dat bleek tamelijk serieuze kost.

‘Moon Tiger is een langzame roman waarin een gecompliceerde vrouw, Claudia Hampton op haar doodsbed -de laatste fase van kanker- terugkijkt op haar leven als geschiedschrijver. (De titel verwijst naar een antimuggenwierookspiraal die langzaam opbrandt. Goede metafoor!) Het verhaal begint in Egypte, net voor de Tweede Wereldoorlog. Daar ontmoeten Claudia en soldaat Tom elkaar kortstondig. Veel van haar herinneringen draaien om het verlies van deze partner. Maar vergis je niet: het is bepaald geen huisvrouwenroman. De toon en taal blijven helder tot het einde. Alhoewel Claudia’s kaars dooft, is ze filled with elation, a surge of joy, of well-being, of wonder.”

‘In a Free State’ van V.S. Naipaul bestaat uit vijf verhalen rondom thema’s als emigratie, ex-pats, ontheemd zijn, de prijs van vrijheid en raciale spanningen. Onderwerpen die de wereld van nu ook in hun greep houden. De hoofdpersonen zijn zwart en wit. Een expressie kwam al vroeg bij lezing in mij op en bleef hangen: homo homini lupus, de mens is een wolf voor zijn medemens… Naipaul’s boodschap is dermate complex dat het in één enkel verhaal moeilijk tot zijn recht komt dus ik kon zijn opzet van een proloog, epiloog, twee novelles en een verbindende korte roman wel waarderen. (Daarop ontstond destijds kritiek; volgens sommigen was het niet één roman.) Naipaul’s stijl en toon zijn vrij somber.


Ik realiseer mij dat het lastig is om boeken die je lang geleden las, goed te herinneren. Ik wist niet meer precies wat ik in zijn algemeenheid van ieder werk vond. De Amerikaan Saunders won de prijs in 2017. Dat boek herinner ik mij dan ook het best. Ik vond het verrassend qua opzet en thematiek maar dat maakte het voor mij niet het beste boek van afgelopen jaar. Hilary Mantel is de enige vrouwelijke auteur die de Man Booker Prize-prijs tweemaal won met opeenvolgende historische romans dus dat zegt iets over haar schrijfkunst. Haar hoofdpersonage Oliver Cromwell (17e eeuw) trok mij niet over de streep. Van Michael Ondaatje’s boek herinner ik mij allereerst de verfilming, die ik prachtig vond en die een Oscar ontving. Je kunt deze roman qua opzet vergelijken met Lively’s boek: een zwaargewonde man (overlevende van een vliegtuigramp) kijkt in een Italiaans ziekenhuis aan het einde van de Tweede Wereldoorlog terug op zijn leven. Zijn intense relatie met een getrouwde vrouw bepaalt zijn overpeinzingen grotendeels. Ik herinner mij vooral de mysterieuze sfeer in het boek.

Volgende week sluit de termijn waarin het lezerspubliek kan stemmen. Mijn stem bracht ik afgelopen weekend uit op de nu 85-jarige Penelope Lively. Ik heb geen idee of zij deze prijs in de wacht gaat slepen maar in dit geval zijn er alleen maar winnaars, wat mij betreft. Op 8 juli weten we het.

Naast dit door muzelluf opgelegde verplichte lezen, las ik recent tevens het sluitstuk van de Frieda Klein-serie, getiteld ‘De dag van de doden’, van schrijversechtpaar Nicci French. Pas vanaf bladzijde 120 greep het verhaal mij bij de kladden maar toen kon ik het lezen niet meer stoppen. Het boek kent echter geen al te verrassend einde. Vriendschap doet leven. Letterlijk. Psychotherapeute Klein zien we helaas nooit meer terug.  

Een eclectisch gezelschap ligt thans op mij te wachten: Stephen King laatste spannende boek ‘The Outsider’, ‘De moord op Commendatore’ (deel 1 en 2) van de Japanner Haruki Murakami, ‘The Plot against America’ uit 2012 van de overleden Philip Roth (relevanter dan ooit), ‘Amerikanen lopen niet’ van de Nederlandse journalist Arjen van Veelen, ‘The Restless Wave’ de memoires van de -ernstig zieke- Amerikaanse Republikeinse senator en oorlogsveteraan John McCain en ‘Facts and Fears’ van de voormalige directeur van de Amerikaanse National Intelligence James Clapper. De toestand in de (steeds minder) Verenigde Staten van Trump blijft voor mij een hot topic. Mijn tijgers zijn van papier èn digitaal. Ik eet met smaak van twee walletjes!


vrijdag 15 juni 2018

Haar verhaal, mijn verhaal

Ik weet dat het soms lijkt alsof ik als blogger tegen jou, bloglezer, aanpraat maar eigenlijk ben ik gewoon een rare narcist die het woord tot zichzelf richt. Bloggen als zelfhulp bij het navigeren door het leven.

Ik blog omdat het de beste manier is om de wereld tot mij te nemen. Ik bekijk 'm van alle kanten en theoretiseer over wat wel en niet werkt voor mij. Ik rapporteer over kwesties en maak aantekeningen over de lessen die ik leer. Door te schrijven scherp ik mijn gedachten aan hetgeen leidt tot een herziening van bestaande verhalen.

Iedereen vertelt verhalen om de wereld aan zichzelf te verduidelijken. Die verhalen zijn niet waar of zijn onvolledig, bij tijd en wijle zelfs compleet gestoord, maar we kunnen niet beter. We schuifelen langs de muur, zoekend naar het lichtknopje. Een van de beste dingen die ik voor muzelluf kan doen, is gegevens verzamelen. Dat is een kwestie van zoeken, onderzoeken en analyseren. Hoe meer gegevens, hoe beter de info. Dat leidt tot zinvollere verhalen. 

Onzeker of in de war? Dan moet ik vragen stellen, zelfs als ik bang ben voor de antwoorden. Het verbeteren van mijn verhalen is belangrijker dan onprettige gevoelens mijden omdat een antwoord mij niet bevalt. Gevoelens zijn niet goed of slecht. Ze bestaan gewoon. Wij zijn het zelf die er betekenis aan geven. Je kunt ze zien als hormonen en chemicaliën die jou dingen influisteren die je wellicht wilt overwegen. Ik weet er alles van. Soms gaat dat gefluister over in geschreeuw maar luider is nooit beter.

Ik blog dus omdat ik niet weet hoe ik mijn verhaal anders moet vertellen. Wat gebeurt er om ons heen? Wat doe ik op deze draaiende rots in die immense leegte? Hoe ga ik om met dingen die zoveel groter en zoveel kleiner zijn dan mijn hersenen kunnen bevatten? Door te schrijven geef ik uitleg aan muzelluf. Dat schrijfproces is op zich het leukste dat er bestaat voor mij. Dat vervult mij.

Je hebt recht op arbeid maar je hebt geen recht op de vrucht van die arbeid.

Die zin spookt altijd door mijn hoofd. Dat schrijfplezier is helemaal van mij. Wat er daarna gebeurt met mijn verhalen, ligt buiten mijn macht. Ik heb geen recht op wat ze bij anderen teweegbrengen, waartoe ze leiden. Maar dit moment van schrijven, is van mij alleen. Als je vreugde vindt in je eigen schrijfproces is dat een groot goed. Het is een  bron van geluk.

Ik las ergens dat het verschil tussen een blogger (amateur-schrijver) en een professionele schrijver is dat de eerste voor zichzelf schrijft en de tweede voor anderen. Zoals ik heb uitgelegd, schrijf ik allereerst voor muzelluf. Een ‘echte’ schrijver worden, staat echter nog steeds op mijn bucket list. Ik heb het er nog niet van afgehaald. In de afgelopen tien jaren besteedde ik gemiddeld twee uur per dag aan schrijven. Ik zou met gemak dagelijks vier uur over mijn eigen onzin kunnen bloggen, denk ik.

Een van de pijlers van mijn geluk is het delen met anderen. Ik vind het geweldig als een verhaal iets bij jou, lezer, losmaakt. Mijn empathie schiet echter te kort; bovendien heb ik geen idee waar jij om geeft. Ik schroom advies te geven omdat ik niets van jou afweet. Mijn antwoord op elk van jouw vragen zal zijn dat hangt er vanaf”.

Ik waardeer je ten zeerste, beste lezer. Ik blijf me verbazen over je bestaan. De tijd en aandacht die jij aan mij schenkt, zijn voor mij een kostbaarste bezit. Dat je ervoor kiest om je een ​​paar minuten met mij te verbinden, is hartverwarmend. Is er iets waarover je wilt dat ik schrijf? Ik doe geen toezegging dat ik erover ga bloggen als ik geen interesse heb in het onderwerp heb maar ik sta open voor suggesties.

Ik hoorde muzelluf praten... maar ik schreef het niet. Plagiaat! 

Vriend Hugo attendeerde mij onlangs op deze blog post, getiteld ‘Why I write’, van een Amerikaanse jongedame die zichzelf Thrifty Gal noemt. Het deed hem aan mij denken. Dat begreep ik. Het is niet per se mijn taalgebruik maar het er is zeker sprake van overeenkomstig gedachtengoed. De blog van deze  Spaarzame Meid staat al circa een jaar in mijn rijtje van favoriete links; af en toe lees ik even bij. Er is veel dat mij in haar blogs aanspreekt. In het echt heet ze Anita Dhake. Ze is 34 jaar en studeerde rechten. Gedurende de vijf jaar die ze in de advocatuur doorbracht, werkte ze naar financiële onafhankelijkheid toe -met hulp van een beleggingsfonds gericht op jongeren (VTSAX). Ze ging inmiddels officieel met pensioen.

Net als mijn liefje en ik startte zij ‘Operatie Genoeg’, al deed zij het op veel jongere leeftijd. Ze blogt (eenmaal per week), schreef een zakelijk boek, blaakt van de reislust, noemt Nederland een van haar favoriete reisbestemmingen, leert Spaans met Duolingo, houdt van koken en is een boekenwurm. Zie je de overeenkomsten? Er zijn ook verschillen maar daarover gaat het nu niet. Haar verhaal zou zo het mijne kunnen zijn, inclusief gepieker over zin en onzin van schrijven. En dat mailde ik mijn collega.