zaterdag 17 februari 2018

Woest Wint(er)Weer

Het winterse weer blijft voor Spaanse begrippen betrekkelijk lang hangen al mogen we geenszins klagen. De zon schijnt bijna dagelijks, op sommige ochtenden staat de thermometer om 10 uur al rond 20 graden Celsius. We drinken ons kopje koffie doorgaans op een zonovergoten  terras. Ter vergelijking: de  temperatuur overdag in Nederland ligt aanzienlijk lager dan onze nachttemperatuur. 's Middags maken we onze wandeling in een truitje, eergisteren was het hier zelfs weer voor shorts. Mij hoor je dus niet mopperen!

Ook in onze tuin is thans van alles aan de gang. Mijn liefje plantte vorig najaar bloembollen: tulpen, narcissen, blauwe druifjes en krokussen. De moedigste van hen piepen inmiddels als groene puntjes door de zwarte aarde. Ze worden als baby’s gekoesterd en elke ochtend wordt de stand van hun welzijn aan mij doorgegeven. Ook onze limonero (citroenboom) gaat als een tierelier. Er hangen circa 20 kleine, groen vruchten aan de takken en het aantal bloesems is minstens zo groot. Dat worden veel Gins & Tonic voor mijn liefje. Voor het zover is, zullen we moeten oppassen dat de boom niet onder het gewicht van al die vruchten bezwijkt. Onze tuinbewoners zijn senang.

We wandelden recent langs een van de salina’s waar je een uitkijkpost hebt om naar overwinterende vogels te gluren. Mijn oog viel niet op een gevleugeld vriendje maar op iets glimmend aan een tak. Ik liep erop af en bezag het ‘ding’. Het leek op een cocon, de schil glinsterde in de zon. Het was bedekt met een kleverige substantie. Wat zou dat beschermen? Aanvankelijk dacht ik aan spinnen in winterslaap. Mijn vingers kriebelden maar ik liet de behuizing intact. In plaats daarvan nam ik foto’s om die te gebruiken bij mijn latere zoektocht. Eenmaal thuis, kwam ik na enig zoeken op een Nederlandse website terecht van een amateur-fotograaf die het reilen en zeilen in zijn tuin vastlegt. Ik ben dus niet de enige. Hem stuurde ik een mail met foto’s met de vraag of hij mij kon vertellen wat ik had vastgelegd. Jan van Duinen beantwoordde mijn vraag binnen enkele minuten.

Het blijkt te gaan om een eicocon van de bidsprinkhaan, mantis religiosa. Daarin zitten vele eitjes die wachten totdat de grootste kou uit de lucht is om daarna uit te komen. Sprinkhanen had ik de voorgaande zomer al in allerlei soorten en maten in de eigen tuin gezien dus dat kon kloppen. Ik dankte hem voor zijn snelle en doeltreffende antwoord. Van vroeger herinner ik mij sprinkhanenplagen in Afrika. Als zo'n zwerm op een landje of boom neerstreek, was de oogst of de boom binnen een paar minuten kaal gegeten. Het zijn vraatzuchtige diertjes! In mijn eigen bibliotheek ging ik op zoek naar digitale plaatjes van soorten sprinkhanen die toen bij ons neerstreken; voor een fotosessie, zal ik maar zeggen. Je hoeft niet ver te reizen om bijzondere dingen te aanschouwen. Het speelt zich ook af in je directe omgeving. Als je er maar oog voor hebt! 


Eentje vond ik destijds extra bijzonder omdat het een leeg omhulsel betrof van een compleet lichaam. Alsof hij of zij zo een jasje uit deed. Hoe dat lukte, was en is mij een raadsel. Ik vind het fascinerende dieren al weet ik van de ervaren naturalist David Attenborough dat deze geleedpotige soort niet alleen destructief maar ook bijzonder agressief kan zijn. Zo kunnen vrouwtjes hun partner doden en oppeuzelen, nadat ze hun ouderlijke plicht hebben vervuld, na de paring. Ik ben benieuwd wat ons de komende zomermaanden aan natuurverschijnselen te wachten staat.

Het waren afgelopen week volle dagen. Huize Barefoot is tijdelijk in de ban van de Nederlandse schaatsers op de Olympische Spelen van Pyeongchang. De rest van de wintersporten kan mij worden gestolen, al had ik te doen met de snowboarders -waaronder enkele kaaskoppen- die tijdens hun verrichtingen door extreme wind van de Koriaanse hellingen werden geblazen. Tijdens zo’n wedstrijd daalden slechts negen van de 52 sporters zonder vallen of kleerscheuren af. Dat kun je geen eerlijke uitslag noemen. Maar ja, Olympische Spelen zijn doorgaans niet gestoeld op eerlijkheid...

De wedstrijden van geweldeling Ireen Wüst (1986) en alle andere vertrouwde en aanstormende Nederlandse sporters volgden mijn liefje en ik op de voet. Het goede van deze Spelen is dat we de wedstrijden overdag live kunnen zien. Ik moest grinniken toen ik de Koriaanse speaker haar naam hoorde uitspreken tijdens de uitreiking van de gouden medaille op de 1.500 meter. Aairien Woest deed iets wat geen sporter vóór haar deed. Tijdens vier Olympische winterspelen op rij behaalde ze een gouden medaille op een individuele afstand. Ik keek met mededogen naar deze topschaatser die de spanning van de wedstrijden na haar ronde niet aankon. Ze durfde niet te kijken, deed schietgebedjes, huilde, kruiste haar vingers, sloeg haar handen voor het gezicht… en overwon. Ze is ook de enige schaatser ter wereld met tien gouden medailles. Er wordt weleens gezegd dat als je iets heel heel graag wilt, het niet gaat lukken. Zij logenstrafte die bewering. Haar allergrootste sportieve droom kwam uit. Woest Wint er Weer! Ik neem mijn wollen muts diep voor haar af. Op de bijgevoegde foto zoekt ze na de verzoeking oogcontact met haar partner Letitia de Jong (ook schaatser) op de tribune. Ze hebben het, naar verluidt, fijn samen. 

Foto: NOS
Zelf ken ik dat intense gevoel van blijdschap na een overwinning niet. Als kind won ik op regionaal niveau weleens medailles met zwemmen en judo maar ik kan mij geen euforie herinneren. (Mijn zeges zijn niet te vergelijken met Olympische topprestaties, don’t get me wrong.) Ik vroeg het aan mijn liefje; zij zegt het wel te kennen. Zij noemde het winnen van de P&O-jaarprijs als zo’n moment. In 1994 werd zij gekozen als beste op haar vakgebied met een baanbrekend, innovatief HR-product. Misschien was de verovering van haar hart wel mijn grootste prijs in het leven. Volgens Wüst kan onze koning lekker knuffelen. Dat gaat mij ook goed af. De Nederlandse schaatsdames doen het uitzonderlijk goed in Pyeonchang. Gisteren veroverde de 22-jarige Esmee Visser uit het niets de mooiste medaille op de 5.000 meter. Vorige week verzamelde ze nog landenpins, deze week pakt ze Olympisch goud. Het leverde haar de bijnaam 'Klapper van Korea' op. En voor ons spannende tv!

We gaan vandaag een uitstapje maken naar de Alicantijnse binnenlanden, over heuvels en door valleien, op zoek naar appel- en amandelbomen in bloei. Als amateur-fotograaf verheug ik mij op een wit en roze tapijt, met strakblauwe lucht. We nemen even een dagje pauze in dit intensieve schaatsfestijn. En bij thuiskomst staat er (weer) een heerlijk bord zelfgemaakte erwtensoep op het menu. Uit de Crock-Pot.


woensdag 14 februari 2018

Nooit vergeten


Mijn liefje is CFO, Chief Finance Officer, van onze kleine familie. Zij zegt vaak dat je aan de staat van de bankbiljetten kunt zien hoe het met de economie van een land staat. Dat herhaalde zij toen wij recent in Bali waren. Van het wisselkantoor kregen wij voor de eerste keer in tien jaar tijd piekfijne biljetten, alsof ze net waren gedrukt. Voorheen werden ons regelmatig vieze vodjes in de handen gedrukt. Een van die splinternieuwe biljetten, met de waarde van 1.000 roepiah, trok mijn aandacht. Dat was een niet eerder gezien ontwerp. Daarop stond een mooie Aziatische vrouw afgebeeld. Nadere inspectie toonde aan dat het iemand betrof met de naam Tjut Meutia. Huh?! Een kruising van Tut Hola en Mien Meut?

Ik zocht op wie zij was. Het blijkt te gaan om Cut Nyak Meutia. Ze werd in 1870 geboren in het noorden van Atjeh. Zij was verzetsstrijder tegen het Nederlands-Indische koloniale bestuur. Haar eerste en tweede echtgenoot leidden gedurende enkele jaren aanvallen tegen de Nederlanders. Daarbij werden Hollandse soldaten gedood en wapens buit gemaakt. Beide mannen werden door de Nederlanders gedood. Daarna werd Cut/Tjut de nieuwe commandant van de troepen van Atjeh en ook zij ging strijdend ten onder. In 1910 verweerde ze zich met een Atjehse dolk tegen haar gevangenneming door de Nederlanders die haar daarop doodschoten. Op 2 mei 1964 werd zij uitgeroepen tot ‘Heldin van Indonesië. Opdat de onafhankelijkheidsstrijd tegen de koloniale bezetter  nooit wordt vergeten. Ik nam een ongeschonden biljet van 1.000 roepiah mee naar huis om het daar te plastificeren en als boekenlegger te gebruiken. Niet omwille van haar heldenstatus, ik vind haar beeld intrigerend en indringend. Dit bankbiljet kwam overigens in 2017 in omloop.

In 2015 waren we op Bali in aanloop naar de nationale viering van Heldendag. Ter voorbereiding werden leerlingen van lagere en middelbare scholen gevraagd een Indonesische held te kiezen en zich die dag als hem of haar te verkleden. Wij vroegen Yuda wat hij wilde zijn, zolang het maar niets militair was. We geven de mannetjes bewust geen vechtspeelgoed cadeau en willen geweld niet stimuleren, laat staan verheerlijken. Hij koos uiteindelijk voor een dokterskostuum: we lieten een witte jas op maat maken, kochten een medisch setje en zette hem een bril op. Hij bleek een van de weinige jongens van zijn klas die geen politie-agent of militair was.

Maandag jongstleden stond in De Volkskrant een interessant artikel van journalist Michel Maas. Het gaat over het Multatuli-museum in Rangkasbitung (Java) dat onlangs werd geopend; het is de plaats waar Eduard Douwes Dekker’s ambtswoning stond. Daarin las ik dat de familie Karta Nata Nagara wel was uitgenodigd voor de feestelijke opening van het museum maar weigerde te komen. Die familie stamt uit een oud West-Javaans geslacht. Javanen vergeten nooit.” Zelfs na vijf generaties waren ze nog woest op Douwes Dekker vanwege diens beschrijving van hun voorvader Raden Adipati Karta Nata Nagara. Douwes Dekkers historische roman is een aanklacht tegen machtsmisbruik in Nederlands-Indië, allereerst door inheemse notabelen die deel uitmaakten van het Binnenlands Bestuur. 

Karta Nata Nagara was regent van Lebak (provincie Banten) in de tijd dat Douwes Dekker daar bestuursambtenaar was. Zijn hoofdpersoon, Max Havelaar, klaagt de regent in het gelijknamige boek aan wegens misbruik van gezag. In het boek wordt Havelaar’s klacht door de plaatselijke Nederlandse bestuurder terzijde geschoven en hij wordt niet ontvangen door de gouverneur-generaal; de regent ontvangt extra geld als goedmakertje. Havelaar wordt overgeplaatst naar een ander deel van Java en neemt uiteindelijk ontslag. Ik vond het een goed boek dat ik met veel interesse las tijdens mijn middelbare schooltijd. Misschien wordt het tijd voor herlezing? Ik weet nu zoveel meer over het land en zijn gebruiken. Dan kan de boekenlegger van Cut/Tjut als moreel tegenwicht dienen.

Foto: Michel Maas
Het Multatuli Huis in Amsterdam doneerde een eerste druk van Max Havelaar‘ aan het museum op Java. Het aparte is dat alle romanpersonages fictief waren maar dat de regent bij naam en toenaam werd genoemd. Dat viel niet goed bij de nazaten van Karta Nata Nagara. Hun naam werd bezoedeld. Met de komst van het museum verheft het regentschap Lebak de Nederlandse schrijver alsnog tot icoon. Als we het nieuws van Maas mogen geloven, liep het storm bij de opening.

Dat Javanen niet vergeten, lijkt mij overigens niet helemaal waar. Toen Nederlandse nazaten van omgekomen militairen aan boord van de Nederlandse kruisers De Ruyter, Java en Kortenaer, onderzoek deden naar de zeemansgraven, bleken de oorlogsschepen en de stoffelijke overschotten van de zeebodem te zijn verdwenen. De schepen vergingen op 27 februari 1942 tijdens de Slag om de Javazee, in de oorlog tegen Japan. Mijn vader, die toen mijn vader nog niet was, keerde gelukkig in levende lijve uit Nederlands-Indië terug maar hij kwam er niet ongeschonden vanaf. Oorlog kent alleen maar verliezers, wat mij betreft. Als ik nabestaande zou zijn, zou ik ook geschokt en kwaad zijn.

De Nederlandse overheid nam contact op met de Indonesische autoriteiten op Java. Men wist niet mer hoe die plundering precies gebeurde. Wel vermoedde men dat de daders Chinezen waren die het om het schroot was te doen. De skeletten zouden in een massagraf aan land liggen. Tja. Internationaal recht verbiedt het schenden van oorlogsgraven en het bergen van oorlogsschepen. De nieuwe Nederlandse minister van Defensie, Ank-Hallo-Allemaal Bijleveld, liet vorige maand weten het Indonesisch bestuur om nieuw onderzoek te hebben gevraagd. Zij is dochter van een militair maar ik vraag mij af wat zij kan bewerkstelligen. De minister van Buitenlandse Zaken, Halbe-Waarheid Zijlstra, trad gisteren af vanwege het verspreiden van nepnieuws. Het was terecht maar het is een persoonlijk drama voor deze raspoliticus. Ik keek met natte ogen naar zijn afscheidsspeech. Zo'n domme actie met verstrekkende gevolgen. (Ook verslagen door de Volkskrant.) Zijn opvolger krijgt dit hoofdpijndossier in de maag gesplitst. 

Er zijn minstens twee Indonesiërs die van tenminste twee Hollanders houden. Vanmorgen vroeg kwam hier een gesproken Happy Valentine-groet binnen. Niks secret lovers... ik herkende de lieve stemmen van Yuda en Damai direct. Onvergetelijk en om te zoenen!


zondag 11 februari 2018

Zorg om grote en kleine zeeën


Wie kijkt en geniet niet van BBC Blue Planet II?! Fabelachtig mooie beelden. Het is eveneens interessant om te zien wat cameramensen bouwden (onder andere een tow-cam en megadome) en deden om hun bijzondere opnamen te kunnen schieten. Het betrof 125 shoots, 6.000 uren onderwater film en 1.000 uren film vanuit een onderzeeër. Moeder Aarde is voor 70% bedekt met water maar we weten nog nauwelijks iets van de onderwaterwereld. Voor aanvang van de serie werd de trailer 43 miljoen keer bekeken. Ik ben dus niet de enige die enthousiast is.

Momenteel is op de vroege zondagavond een andere natuurserie van BBC One te zien op de Nederlandse televisie. Het gaat om een driedelige serie ‘Mission Galapagos’ dus je begrijpt waar die opnamen vandaan komen. Het gaat om nooit eerder onderzochte kwesties en vertoonde beelden, dus een beetje natuurliefhebber mag deze serie niet missen. Voor mij is het extra bijzonder omdat mijn liefje en ik deze eilandengroep in 2015 bezochten. Hierbij de fotolink naar mijn eigen Galapagos-missie destijds.

Onderzoekers uit de hele wereld kwamen op het onderzoekschip Alucia bijeen om deze expeditie inhoud te geven, met de allermodernste technische middelen. Zo gebruikt men een onderzeeër die voor het eerst in de geschiedenis van deze vulkanische eilandengroep naar 1.000 meter diepte afdaalde. Wetenschappers ontdekten daar nieuwe soorten, onder andere een spierwitte zeester en een roze  inktvissoort.

In de eerste uitzending onderzochten wetenschappers welk effect El Niño heeft op het lichaam van de fameuze Galapagos zee-iguana - de enige hagedissensoort ter wereld die kan zwemmen. Klimaatverandering gaat helaas niet aan de Galapagos-eilanden voorbij. Hun lichamen lijken door de omstandigheden te krimpen waardoor ze meer overlevingskansen hebben. Voorts werd onderzoek gedaan naar de roze iguana die alleen aan de rand van de Wolf-vulkaan voorkomt. Men weet nog nauwelijks iets van deze dieren, al zijn er nog maar 2.000 in leven. Tevens stelde men zich de vraag of reuzenschildpadden in de Alcedo vulkaankrater zich kunnen voortplanten onder die extreme omstandigheden. Het antwoord is bevestigend. De Britse Liz Bonnin, bioloog en biochemicus is presentatrice van de serie. Een aanrader!

Vorige week keek ik drie middagen achtereen naar een BBC Earth-serie die de lens richtte op het Great Barrier Reef. Ook zo’n plek op de wereld waarvan ik niet genoeg kan zien en over kan lezen. Mij mag je sowieso wakker maken voor een natuurdocumentaire, zeker als die in opdracht of door de BBC is gemaakt. Mijn liefje en ik voelen ons grote bofkonten dat we ook die plek met eigen ogen zagen.

Het gaat echter niet goed met dit barrièrerif. Australië pompt dit jaar 60 miljoen Ozzie dollars in maatregelen tot behoud van het rif maar dat noemen critici toepasselijk ‘a drop in the ocean. Dat budget vertegenwoordigt namelijk slechts 0,1% van de economische waarde die deze fascinerende onderwaterwereld heeft voor het land. Tja. In het uitgestrekte gebied is sprake van langdurig aanhoudende, grootschalige koraalbleking. Een groot deel van het zuidelijke rif is al dood verklaard. Wetenschappers vragen zich in alle ernst af of hiermee de ondergang van het gehele rif is ingezet. Niet alleen warmde het water op en verhoogde de zuurgraad van het water, ook menselijk handelen bleek schadelijk. Lokale boeren lozen hun landbouwafval op het rif en die mest voedt de larven van de doornenkroon (crown of thorns), de zeester die het koraal op grote schaal vernietigt... Het barrièrerif, dat als enige op de aarde is te zien vanuit de ruimte, is werelderfgoed. Het is dus van ons allemaal en wij moeten het behouden voor het nageslacht.


Tijdens een van die uitzendingen hoorde ik voor het eerst over Raine Island, een geïsoleerd eiland in het Hoge Noorden (ver uit de oostkust voor Arnhem Land) waar men uitsluitend wetenschappelijk onderzoek doet. Daar komen elk broedseizoen tienduizenden zeeschildpadden aan land om hun eieren te leggen. Ik zag een kustlijn met daarin ontelbare zwarte bollen; het leken rotsen maar ik wist beter. Er wordt al enige tijd gevreesd dat de populatie van de groene zeeschildpad in Australië volledig vrouwelijk wordt vanwege opwarming van de aarde. Dat zou het einde van deze dierensoort inluiden. Bij schildpadden wordt het geslacht bepaald door de temperatuur van het zand waarin de eieren worden uitgebroed. In de afgelopen jaren werd niet alleen het zeewater warmer, ook de temperatuur van het strandzand steeg.

In een NRC-artikel van begin 2018 las ik dat de 50:50 man-vrouwratio ligt op 29.3 graden Celsius. De zandtemperatuur ligt daar echter al vele jaren boven. Ik heb een zwak voor zeeschildpadden. Ik herinner mij elke zwempartij met hen als de dag van gisteren. Het zijn mijn ultieme Zen-momenten. Ik zocht in mijn openbare Google Photos-albums naar het woord ‘turtle’ en kreeg een memorabele serie plaatjes terug. In Sri Lanka trof ik voor het eerst van mijn leven een dode schildpad op het strand aan. Het kolossale dier werd aangepikt door raven. Geen fijn gezicht maar ook dat is natuur. Ik raapte een stukje weggewaaide huid op als aandenken dat ik sindsdien bewaar in een houten schildpad. Sentimenteel? Ongetwijfeld. Tevens enthousiast amateur-natuurvorser!

Ook het welzijn van Mar Menor ligt onder vuur. De stranden aan deze binnenzee, op fietsafstand van ons huis, kregen vorig jaar geen blauwe vlaggen bij aanvang van het strandseizoen. De kwaliteit van het zwemwater werd niet goed genoeg bevonden. Uiteindelijk kwamen de vlaggen er wel (vraag mij niet hoe dat kan). In de Spaanse krant La Verdad las ik onlangs een artikel over rechter Miriam Marín. Zij is al jarenlang bezig met onderzoek ter voorbereiding van twee prominente strafzaken. De ene zaak is tegen de baas van projectontwikkelaar Hansa Urbana die grond rondom Mar Menor illegaal gebruikte voor zijn project Novo Carthago’. De andere is tegen een regiobestuurder van Murcia die zijn handen vuil maakte aan het veranderen van regels en wetten ten faveure van landbouwdoeleinden. Ook deze ‘caso Topillo’ leidde tot onherstelbare schade aan Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee. Vertel eens iets nieuws, zul je zeggen. 

Marín wordt geroemd om haar strictheid en onafhankelijke geest. Zij kreeg het bericht uit Madrid dat zij zich per omgaande moet voegen bij een andere rechtskamer, om daar fiscale zaken onder de loupe te gaan nemen. Bewuste tegenwerking? Gekonkelfoez van ’s lands regerende partij (Partido Popular) om belastende zaken te frustreren? Er zitten al zoveel bestuurders van die partij in het gevang... We zullen het nooit weten. Wat wel duidelijk is, is dat haar verhuizing een tegenslag is voor milieu-activisten die strijden voor gerechtigheid. Het gaat om een dossier van duizenden bladzijden dus haar vroegtijdige vertrek zal forse vertraging veroorzaken. Marín zegt zich voorlopig op deze dossiers te blijven richten. Als reden geeft ze de schoolgang van haar dochtertje. Slim. Nu wordt gehoopt dat ze haar onderzoeken kan beëindigen voordat ze naar Madrid verhuist. Dan kunnen de strafzaken in ieder geval in gang worden gezet. Gaan de vervuilers betalen? Corruptie tiert helaas nog welig in Spanje…


donderdag 8 februari 2018

Zeven


Vandaag is het de dag van de zevende verjaardag van de kleinste van onze Balinese vriendjes: Damai. Afgelopen zondag skypten we weer met de familie. De mannetjes  zijn al jarenlang een bron van plezier voor mijn liefje en mij.

Damai kennen we sinds zijn geboorte. Eigenlijk kennen we hem langer: toen moeder Elsa ons medio 2010 vertelde dat ze voor de tweede keer zwanger was, werkte ze in onze villa in Bali. Die zwangerschap verliep niet zonder problemen: ze was maandenlang misselijk en kreeg last van een extreem lage bloeddruk. Thuisblijven wilde ze niet dus ze lag regelmatig in het gastenhuis te rusten. Wel lieten een hoge stoel maken zodat ze zittend kon koken. Op de dag van de bevalling waren wij niet aanwezig. Naar verluidt, wandelde ze hoogzwanger vanuit de villa naar het verderop gelegen gezondheidscentrum (puskesmas). Daar werd ze stante pede in een bemo gezet die haar naar het ziekenhuis in Singaraja bracht.

The rest is history. Maar wel leuke geschiedenis. Damai’s tweede doopnaam is een samenstelling van mijn roepnaam en die van mijn liefje. We keerden in de tweede week van februari 2011 naar huis terug en gingen op kraamvisite. We waren eveneens bij de driemaandenceremonie. De hindoeïstische priester die de ceremonie leidde, verslikte zich continu in Damai’s niet-Balinese doopnamen. We waren ook van de partij toen papa Ketut zijn jongste zoon later dat jaar voor de eerste keer zag. We haalden hem op luchthaven Denpasar op. Hij werkte destijds op een Amerikaans cruiseschip en keerde kortstondig naar huis terug.

De jongste bleek een mooi, pienter, expressief en creatief mannetje. De eerste keer dat we hem met vlinders om in het zwembad zetten, zal ik nooit vergeten. Hij stampte met zijn -toen al- grote voeten en zette het op een brullen toen hij door zijn moeder naar zijn idee te vroeg uit het bad werd gevist. Een jaar of twee later gleed hij van de grote opblaaskrokodil af waarna hij onder het gevaarte terechtkwam. Hij werd gereddoor zijn grote broer Yuda (wij stonden erbij en keken ernaar). De schrik zat er kortstondig in, het leidde tot een kleine vertraging in zijn los zwemmen. Eind 2016 was het zover: hij ging uit eigener beweging zonder hulpmiddelen te water. Zo jong als hij is, hij behoort al tot de betere zwemmers van zijn club.

Tijdens de Skype-sessie van afgelopen weekend werd er weer een show voor ons opgevoerd. Ze zongen ons favoriete kinderliedje in bahasa Indonesia: Bintang Kecil. Onze kleine ster is goed in Balinees en andersoortig dansen, speelt blokfluit en pianola, tekent en zingt fraai. We hoorden hem boven zijn broer en zijn gitaarspelende vader uit. Zijn recentste tekening, een herinnering aan ons gezamenlijke bezoek aan  vulkaan Batur, hangt inmiddels in onze Bali-gallerij. Elsa stuurde ons afgelopen week een fraaie collega toe waarin Damai’s pasfoto centraal staat; zijn haardos bestaat uit veelkleurige bloemen.

De Jarige Job doet het goed op school, zijn Engels gaat met sprongen vooruit, hij is een beminnelijke zoon en een grappige broer. En, zoals gezegd, een diepe bron van plezier voor zijn witte surrogaatoma’s.

Selamat hari ulang, sayang Damai!


Seven

If I met my seven year old self today
what would I tell him?
What would I say?
Would I warn him of the future
of the bad things yet to come?
Or would I leave him to be naive
to keep having fun?
Because my seven year old self
believed the world was a perfect place.
Would he recognize himself
when he looked into my face?
Eventhough I've learned so much more
and [..] years have passed since then,
I would give up everything I have
to view life through his eyes again.


Dit gedicht is geschreven door Jax Levii.


woensdag 7 februari 2018

Rondje medisch

Recent stonden er afspraken op de medische agenda. Zo gingen we naar de tandarts voor de jaarlijkse controle. We hebben hier al tien jaar dezelfde arts. Hij is degelijk maar heeft de modernste apparatuur, hij is jong maar zeer vakbekwaam en bovenal zachtaardig. Hij werkt van 9 tot 14:00 uur en gaat dan van het Spaanse leven genieten. Niet slecht!

Sinds ik zelf mijn tandarts mag bepalen, kwam het alsnog goed met mijn ervaringen. In mijn jeugd bouwde ik langzaam maar zeker een aversie tegen tandartsbezoek op. De arts in mijn geboorteplaats boorde graag en was onaardig, ondanks het feit dat zijn zoon Peter een van mijn schoolvriendjes was.

Daarbij kwam dat ik als jong meisje een trauma opliep. Letterlijk. Ik struikelde in de woonkamer en klapte met mijn melkmuiltje op de leuning van mijn vaders Liberty-stoel. Bloed overal. De tandarts was van mening dat het Russische roulette zou kunnen worden met mijn blijvende gebit. De tanden zouden kunnen uitvallen vanwege die klap, ze zouden verkleurd kunnen doorkomen, ik zou last  kunnen krijgen van cystes en meer van dat soort spookbeelden. Ik kreeg er als jonge twintiger het een en ander mee te stellen. Ik werd patiënt op de afdeling Bizarre Gevallen van een Amsterdamse universiteitspraktijk. Jonge tandartsen-in-opleiding experimenteerden daar met de nieuwste technieken en middelen, onder begeleiding van een zeer ervaren tandarts-opleider. Ik bofte met Karel, het slimste jongetje van die klas. Daar raakte ik overigens mijn angst voor de tandarts helemaal kwijt. En hij loste mijn probleem vakkundig op! Het laatste geintje als gevolg van die klap van 40 jaar geleden was dat een van mijn hoektanden na mijn 45ste alsnog doorkwam.

Onlangs verhuisde de tandarts zijn praktijk van een drukke rotonde in Orihuela Costa naar een kwartier verderop. Net als wij, weg van de grootste drukte. We verlieten het huis tijdig, er zouden namelijk omleidingen zijn vanwege wegonderhoud. Punctualiteit was geboden, het betreft immers een Duitse arts. Zijn huidige praktijk is gevestigd in een klein commercieel centrum met voldoende parkeergelegenheid en zonder trappen. De ruimte die hij huurt is groot, ruim en licht. Het was ook goed om te constateren dat hij zijn Duitse baliemedewerkster en Spaanse tandartsassistente behield. Het is altijd lente in de ogen van die tandartsassistente. De controle verliep zoals gewenst. Alles in Ordnung. Tschüss!

Het volgende artsenbezoek werd ingeleid door een zere vinger. Enkele weken geleden vroeg mijn liefje mij te helpen in de tuin. In september vorig jaar wilde zij plaats maken voor nieuwe planten in onze tuin. Met een schepje haalde zij stenen weg. Die actie leverde haar een tenniselleboog op die voortduurt tot op de dag van vandaag. Het ging tot voor kort gepaard met helse pijn die uitstraalde naar boven- en onderarm. Kasian. De meeste klussen die (enige) spierkracht vragen, deed ik tot nu toe. Zo ook nu.
Zij kocht een Spaanse margriet, een witte met blauw hart, die ik voor haar in de aarde zou zetten. Ik groef een gat en drukte de plant op de bestemde plaats. Bij die actie schoot er iets onder de nagel van een wijsvinger. Na de klus waste ik mijn handen en controleerde de nagel zorgvuldig. Ik zag een piepkleine paarse splinter. Die plek werd in de volgende dagen steeds pijnlijker. De vinger aanraken, was uit den boze. Ik stootte 'm onbedoeld aan de pook van de auto en toen ik de vaatwasser leegruimde. Ik ging door de grond, tranen sprongen in mijn ogen.

Niet veel later kwam er een verdikking rondom de nagelriem van dezelfde vinger. Er was overduidelijk een ontsteking ontstaan. Daarop ging ik laat -maar niet te laat- naar een Spaanse huisarts in het ziekenhuis. Die constateerde vrijwel direct dat er sprake was van paroniquia. Paronychia. Fijt is een feit. Polla en vinagre! (Piemel in het zuur. Spanjaarden kunnen vloeken als ketters.) So much for green fingers.

Ik kreeg een tas mee met middelen om het euvel te bestrijden. Spaanse artsen zijn zeer scheutig met medicijnen. Met een goedje, een zalfje en een dikke pil die geheid in mijn keel bleef steken als’ie overdwars op de tong kwam, moesten we de vervelende bacterie onder de vinger naast de duim krijgen. Amputatie is voorlopig afgewend. Mijn liefje is van mening dat ik aanleg heb voor hypochondrie. Die mening deel ik absoluut niet. Er is bij mij geen sprake van ziektevrees, van angst om ziek te zijn of te worden. Ik denk dat haar idee voortkomt uit het feit dat ik doorgaans vooruit denk, aan wat er fout kan gaan. Ik weet dat fijt onderliggend bot kan aantasten en aangezien mijn vingerkootje en mijn hand pijn deden, raakte ik licht gealarmeerd. Bovendien kreeg ik vorig jaar een heupprothese en ook die kan infecteren door (bijvoorbeeld) fijt. Tja, weten is zweten. De vinger gaat nu de goede kant op.

En vandaag is het tijd voor mijn bezoek aan een oogarts. Voor de eerste keer… het begin van het leeftijdgebonden verval. Al geruime tijd zet ik een goedkoop brilletje op als ik kleine letters moet lezen in papieren boeken, tijdschriften, kranten, bijsluiters (!) en etiketten. Op mijn laptop, iPad en reader vergroot ik de letters gewoon. Ideaal. Mijn tijdelijke bril vergroot een boel en kostte een beetje. Ik ben nu op het punt beland, waarop ik precies wil weten hoe het met mijn ogen is gesteld. Meten is weten. Bovendien krijg je rimpels van je ogen toeknijpen. Ik maakte daarom een afspraak met dezelfde oogarts als die van mijn liefje. Tot nu toe functioneerde ik na zo’n controle als haar blindengeleidehond, nu gaat zij mij die wederdienst bewijzen. De foto van mijn nieuwe leesbril hou je tegoed.


zondag 4 februari 2018

Hoe word je Spaans?


Een artikel over Spanje in de Britse krant Sunday Times ging afgelopen weekend viraal. Chris Haslam, hoofd van de Reis-bijlage van deze krant, beschreef daarin ‘How to be Spanish’. De foto bij het artikel zette de toon: een hipster als toreador. Het explodeerde in zijn gezicht. Spanjaarden waren in hun kuif gepikt en ook Britten in Spanje namen hem en zijn artikel onlangs op de korrel. Ik las het zelf en kwam tot de conclusie dat de ophef terecht is. Zijn stuk staat bol van de  clichés, zoals dat Spanjaarden vloeken als tempeliers, hun rode wijn altijd koud drinken, immer te laat zijn tenzij er een stier achter hen aan komt en dat “being Spanish involves walking into a bar, kissing and hugging complete strangers, shouting ‘oiga’ at the waiter and chucking anything you can’t eat or drink on the floor.”

Zelf moest ik grinniken om een aantal van Haslam’s voorbeelden; ze waren herkenbaar, al zijn het platitudes en uitvergrotingen. Wat ik mij echter in alle ernst afvroeg, is waar het misging met dat typisch Engelse gevoel voor ironie van hem. Haslam is bepaald geen domme jongen. In de tijd dat wij in Engeland woonden en werkten, las ik deze reissectie van deze zondagskrant regelmatig en met plezier. Mijn conclusie: hij had zijn ironie en humor sterker in het artikel moeten laten doorklinken.

In een tegenartikel in de Trans-Iberische uitgave van El País werd de controverse puntig uiteengezet. Dat stuk werd geschreven door de Brit Simon Hunter, getrouwd met een Spaanse vrouw en haar grote familie, reeds 18 jaar wonend in Spanje. Als journalist werkt hij hier al jarenlang. Hunter schrijft dat het artikel (ook) bij hem tot gemengde gevoelens leidde.

Haslam beweert onder andere dat je als Brit je Angelsaksische opvattingen van beleefdheid, discretie en decorum achterwege kunt laten als je wilt doen als de Spanjaarden. Hunter kopt terecht terug met “Really Chris? This is your first instruction to Brits when in Spain? Have you been to Magaluf in high season? Have you seen how soccer fans behave when they’re in Madrid?” Ik denk dat iedere toerist of resident in Spanje wel een aantal persoonlijke ervaringen heeft van hoezeer Britten zich (kunnen) misdragen, met of zonder alcohol in de aderen. Wij kregen aan de Costa Blanca in de loop van de tijd te maken met restaurants die borden met teksten -in Engels!- bij de ingang ophingen om klanten te vragen shirts te dragen. En welk volk vond ‘binge drinking’ uit? Ik herinner mij een vakantie naar Cornwall in 2001 waar we na restaurantbezoek een straatje om moesten om een grote groep stomdronken lokale jongeren te ontlopen.

Haslam is eveneens kritisch over de ellenlange lunches en de siësta en raadt mensen  tevens aan “to drop the please and thank yous. They’re so unnecessary”, daarmee hintend op de onbeleefdheid van Spanjaarden. Alvorens op het argument in te gaan, zet Hunter vraagtekens bij de gewoonte van zijn eigen volk om te pas en te onpas sorry te zetten. Ook dat is herkenbaar, wat mij betreft. Je kunt ook tè beleefd zijn (al klinkt dat vreemd). Afgelopen week zagen we nog een Engelse minister zijn ontslag aanbieden omdat hij te laat in het lagerhuis aankwam… Tja.

Kortom: de auteur van het oorspronkelijke artikel sloeg de plank behoorlijk mis, wat Hunter betreft. Hier is zijn eigen lijstje met suggesties voor ‘How to be Spanish’: 
  • Enjoy life on the street, in the sunshine, as much as you possibly can
  • Spend a lot, but I mean a lot, of time with you friends and your family, whether it’s having a caña, lunch or dinner
  • Don’t drink to get drunk, and focus more on food than on drink
  • Be confident when you speak to other people, but always be polite
  • Forget about using oiga in a bar, ¿Cuando puedas? will do
  • There’s no need to speak Spanish peppered with swear words (but once you do get to know them, they can be a lot of fun to employ)
  • Use por favor and gracias, and leave a tip – even if it’s just a few coins
  • Don’t assume that all Spaniards love bullfighting and flamenco
  • Ladies, you can leave that fan at home – especially when, like today in Madrid, it’s going to be -1ºC.
Voor zover de luchtige kwesties omtrent Spanje. Onlangs werd gepubliceerd dat de economische groei in Spanje in 2017 op 3.1% uitkwam, meer dan het gemiddelde in de Eurozone en aanzienlijk beter dan in het Spanje van 2016. De groei in het laatste kwartaal van 2017 viel ietsje lager uit (0.7%) dan in voorgaande kwartalen. Die dip werd toegeschreven aan de onrust die door de Catalaanse onafhankelijkheidsperikelen ontstond. Op micro-economisch niveau zien we de groei hier om ons heen. Er wordt meer geproduceerd en meer uitgegeven, te zien aan de volle landerijen en het toenemend aantal bouwkranen. Als we in voorgaande jaren naar Cartagena of Murcia reden, lagen veel landbouwgronden er ongebruikt bij. Nu wordt daar elk stukje grond met succes benut.

Onze eigen woonwijk wordt omgeven door velden waarop groenten worden verbouwd. Momenteel wordt er weer flink geoogst, voor de zoveelste keer sinds we het hier kunnen aanschouwen. Die landerijen worden intensief benut. Een van de groenten die we hier voorheen niet of nauwelijks zagen maar nu volop in lokale winkels is te krijgen, wordt hier aangeduid met ‘kale’. In de wijde wereld beleeft deze groente al geruime tijd een opleving, het wordt gewaardeerd als supervoeding. Mijn liefje wilde het ook weleens proberen dus we kochten een zak van plaatselijke herkomst. Een nadere blik op het groene blad bevestigde dat het om onze oude vertrouwde boerenkool gaat. We aten gisteravond dan ook boerenkoolstamppot met oer-Hollandse rookworst.

Iets dat ook recent werd gepubliceerd, is dat in Spanje inmiddels een op de 26 families meer dan één miljoen euro bezit. Het verschil tussen arm en rijk nam in de laatste jaren toe waardoor Spanje inmiddels het EU-land is met de grootste ongelijkheid. De rijken werden ook hier rijker, de armen armer. De socialistische politicus Miguel Ángel Heredia (PSOE) herinnerde Minister-President Mariano Rajoy (Partido Popular) er fijntjes aan dat er in 2017 33.914 huisuitzettingen plaatsvonden en dat gepensioneerden er in twee jaar tijd 457 op achteruit gingen. Er leven hier momenteel 13 miljoen personen op de armoedegrens; dat is bijna 28% van de Spaanse bevolking. Ook de salarissen gingen achteruit onder de huidige regering.

Wat heel weinig publiciteit kreeg eind vorig jaar maar mijn liefje en mij tot op het bot verkilde toen wij erover lazen, was het bericht dat de huidige regering van Rajoy het Social Security Reserve Fund zo goed als plunderde, om het eigen conservatieve beleid te kunnen financieren. Telkens als ik denk dat deze partij niet fouter kan, doen ze er weer een schepje bovenop! In dat fonds behoort geld te zitten dat de betaling van staatspensioenen mogelijk maakt. Welnu, er is niets meer sociaal en niets meer zeker aan dit fonds. De regering leende” miljarden uit deze pot die ooit €66 miljard bevatte en nu zo goed als leeg is. De verwachting is dat dit jaar geen pensioenen meer kunnen worden uitbetaald. Wij, brave Nederlandse borsten die spaarden en sparen, gruwelen van dergelijke verhalen. Vooral als het geen fake news is. Persoonlijk zijn wij niet aangewezen op een Spaans pensioen maar ik ken vele mensen in mijn straat die dat wel zijn. Mierda, coño, pollas en vinagre, joder, cojones! Daar gaat een mens wel van vloeken.


donderdag 1 februari 2018

Klimaatverandering

Neeh, niet wegklikken! Het gaat over iets heel anders dan de blogtitel suggereert. Elk weekend ontvang ik van de Britse krant The Guardian een nieuwsbrief over boeken. Afgelopen keer ging die onder andere over de Amerikaanse auteur Ursula Le Guin die op 22 januari jongstleden, op 88-jarige leeftijd, overleed. Haar boek ‘Aardzee’ las ik maar het maakte mij geen fan van haar. Dat is zeker niet te wijten aan haar stijl of taalgebruik; integendeel. De genres Science Fiction & Fantasy spreken mij nu eenmaal minder aan dan andere genres. Ooit zei Le Guin in een interview dat JK Rowling (van de Harry Potter-serie) haar wel wat meer dank had mogen betuigen.

In diezelfde nieuwsbrief las ik dat er dit jaar een nieuwe boekenprijs wordt gelanceerd, genaamd de ‘Staunch Book Prize’. Het initiatief is van de Britse auteur en scenarioschrijver Bridget Lawless. Als initiator legde Lawless zelf het geld in (£2.000) dat de prijs met zich meebrengt. Die zal worden uitgereikt aan de auteur van de beste thriller waarin geen vrouw wordt geslagen, gestalkt, seksueel misbruikt, verkracht of vermoord. Een nieuwe lente, een nieuw geluid.

Ze ging, naar verluidt, tot dit initiatief over nadat ze bij de uitreiking van de Bafta’s (Britse Academy Awards) in 2017 constateerde dat een toenemend aantal films vrouwenverkrachting als plot had. Ze vond het hoog tijd voor een ander klimaat en besloot te starten met een boekenprijs voor de vrouw-vriendelijkste misdaadroman.

De verkiezing staat open voor mannen en vrouwen maar je moet wel 18 jaar zijn op de laatste dag van stemming. Schrijvers van alle nationaliteiten mogen meedoen maar het ingezonden werk moet Engelstalig zijn. Het hoeft niet af te zijn; in dat geval moet een tekst van minimaal 5.000 woorden worden ingediend. Een reeds gepubliceerd boek moet uit tenminste 50.000 woorden bestaan. Alle werken moeten in .pdf of .doc formaat op de website worden ingediend, zonder auteursvermelding. Voor elk werk moet de inzender £20 betalen; dat komt mij wat vreemd voor... (Met 100 werken heeft Lawless haar inleg eruit!) De jury bestaat uit slechts twee vrouwen –waaronder Lawless. Zij bepalen wie wint. Als geïnteresseerde lezer kun je niet mee stemmen en dat vind ik een gemiste kans.

Op 22 februari aanstaande gaat de site open voor inzendingen, 15 juli is de laatste dag waarop kan worden ingezonden. De shortlist wordt in september bekendgemaakt en de winnaar krijgt de prijs op 25 november 2018 overhandigd, op de ‘International Day for the Elimination of Violence Against Women’.

In het kranteninterview verklaart Lawless haar stap als volgt “There are so many books in which women are raped and murdered for an investigator or hero to show off his skills. This is about writers coming up with stories that don’t need to rely on sexual violence. Is there no other story?” De ondertitel van de bijbehorende website is ‘On the hunt for original thrillers.’Als boekenwurm kan ik daar alleen maar blij mee zijn. Ja, toch?! Misdaadromans krijgen hun genre-aanduiding nu eenmaal omdat het draait om misdaad. En inderdaad zijn vrouwen vaak het slachtoffer. 

In het Guardian-artikel was ook een tegengeluid tegen Lawless’ initiatief te horen van de Schotse auteur van misdaadromans Val McDermid. In haar boeken is Lindsay Gordon de protagonist die misdaden oplost. Zij was de eerste openlijk lesbische inspecteur in het Britse taalgebied. Destijds (jaren '80 van de vorige eeuw) werd zo’n boek door menige uitgever nog gezien als commerciële zelfmoord. Het tegendeel bleek waar. McDermid is van mening dat het absoluut mogelijk (en nodig) is om romans te schrijven over misdaden tegen vrouwen zonder die daden te verheerlijken of te vergoelijken en zonder de hoofdpersoon op het zadel te hijsen, over de lijken van vrouwelijke slachtoffers. Zij zegt juist dat de woede die zij voelt over misogynie en geweld tegen vrouwen haar belangrijkste bron van inspiratie is. Zij schrijft juist opdat we die misdaden niet vergeten. 

Zelf las ik een flink aantal misdaadromans die zich weliswaar schuldig maken aan wat Lawless beschrijft als boeken waarin female characters [..] are sexually assaulted (however necessary to the plot) or done away with (however ingeniously)” zonder dat het vrouwvijandige werken zijn. Het zijn er zelfs teveel om op te noemen. Boeken van Sue Grafton, Kathy Reichs, Mo Hayder, Denise Mina, Karen Slaughter, Laura R. King, Tess Gerritsen en Sara Gran. Ik ben geen groot fan van Nederlandse  misdaadromans. Het werk van Saskia Noort en Esther Verhoef kan mij niet bekoren, al zijn het dames die de vrouwenzaak zijn toegedaan. Hun romanpersonages ontberen in mijn ogen complexiteit, de verhalen missen gelaagdheid of zijn te voorspelbaar en het taalgebruik raakt bij mij geen gevoelige snaar. Dat ligt zeker aan mij want hun romans worden met honderden tegelijk verorberd. Het worden in sommige gevallen zelfs filmscenario's. Tja.

Vroeger was ik een grote fan van de misdaadromans van Patricia Cornwell die patholoog-anatoom Kay Scarpetta als protagonist in haar boeken opvoerde. In die  verhalen was echter nooit sprake van exploitatie van vrouwen(leed). Ook de boeken van Nicci French zijn goede voorbeelden van hoe het ook kan. Vooral de serie waarin  de interessante psychologe Frieda Klein hoofdpersoon is, is boeiend en uiterst spannend. In juni 2018 komt het laatste deel uit van deze misdaadreeks, getiteld ‘Day of the Dead’. Ik kijk ernaar uit!

Mannelijke collega’s als Stieg Larson (Lisbeth Salander), Peter de Jonge (Darlene O’Hara) en James Patterson passen eveneens in het rijtje van goede voorbeelden, ondanks de vele vrouwelijke slachtoffers. Patterson’s serie ‘Women's Murder Club’ waarin inspecteur Lindsay Boxer en haar vriendinnen misdaden tegen vrouwen oplossen, behoort eveneens tot de betere misdaadromans, wat mij betreft. Girlpowerrrrr. Volgens mijn eigen waarderingssysteem zijn het geen ‘quake books’ (3 sterren - werk dat je wereld of je gedachten op zijn kop zet) maar wel lezenswaardig. De meerderheid van de misdaadromans die ik lees, waardeer ik met 2 sterren: goed geschreven, interessante plot, prima leesvoer.

Het genre hoeft dus niet de nek te worden omgedraaid... Het Staunch Book-initiatief van Lawless ga ik met interesse volgen. Het is zonder meer een interessante zoektocht, al vraag ik mij af wat boekenwurmen van het resultaat zullen vinden. Ik verwacht nog wel wat gedoe voordat de prijs wordt uitgereikt.


maandag 29 januari 2018

¡Hola todos!

Mijn liefje en ik blijven druk bezig met Spaanse les. Zij gaat nog elke week braaf naar juffrouw Lorena. Naar verluidt, mist zij het vileine van Juf Ank volledig. Er wordt ook niet gezongen en gezwaaid in haar klas. Juf Lorena spreekt uitsluitend Spaans met haar leerlingen en dat is uiterst leerzaam. Daarnaast gebruikt mijn liefje Duolingo Engels-Spaans op de iPad om haar taalvaardigheid verder bij te spijkeren. Zelf doe ik mijn dagelijkse Duolingo-oefeningen op de laptop, gezeten aan mijn bureau. Mijn woordenschat is weliswaar behoorlijk en ik brabbel een aardig mondje Spaans maar qua werkwoordvormen en –vervoegingen valt er nog veel te oefenen. Spaans kent 14 tijden dus ga er maar aanstaan. Iedereen kent de tegenwoordige, verleden en toekomende tijd maar daar begint het pas. De oefeningen verschillen per applicatie (telefoon, iPad of computer). Momenteel zit ik op 61% fluency. Ik weet niet wat dat precies betekent…

Je moet Spaans in de praktijk (blijven) oefenen om de taal werkelijk vloeiend te gaan spreken. Droogzwemmen op een computer helpt wel maar regelmatig contact met Spanjaarden van vlees en bloed is beter. Afgelopen week werd in de nabijheid van onze woonwijk op een te bebouwen grondstuk een kraan geïnstalleerd. De volgende ochtend aan het ontbijt vroegen mijn liefje en ik ons af waar dat constante geluid vandaan kwam. Het was een enigszins mistige ochtend dus zij vermoedde dat het een scheepshoorn was. Als de oostenwind blaast, horen we de zee en soms de vissersboten uitvaren. Ik vermoedde echter dat het de bouwkraan was. Mijn vermoeden bleek juist maar mijn liefje had ook gelijk: het klonk als de toeter van de stoomboot van Nicolaas van Myra, aka Sinterklaas. Als ik één ding leerde in de afgelopen jaren aan de steeds drukker en luidruchtiger wordende Costa Blanca, is dat je er zelf op af moet stappen als je iets in jouw Spaanse woonomgeving wilt stoppen of juist in gang wilt zetten. Ik liep dan ook met een hoofd vol zinnen naar de bouwplaats.

Ik stapte vastberaden op twee gehelmde mannen in overall af en vroeg of ik de voorman kon spreken. Ze keken mij verbaasd aan. Dan maar meteen de volgende zin: ik had een klacht over het geluid van de bouwkraan. Dat was voor ons, hun buren, teveel van het goede. Dat kun je je hen niet aandoen, van 's ochtends tot 's avonds. Zeker geen weken- of zelfs maandenlang. De jongste van de twee stond hevig met zijn hoofd te knikken bij al mijn Spaanse volzinnen. Mijn belangrijkste zin moest toen nog komen. “Wat gaat u eraan doen?De oudere man zei dat hij de technicus zou bellen om hem naar de kraan te laten kijken en te repareren. Nu was het mijn beurt om te knikken. Ik raakte zijn arm kortstondig aan (ook hier geleerd) en had nog één zin te gaan. “Als u niets onderneemt, ben ik genoodzaakt een officiële klacht bij de gemeente tegen u in te dienen.” Zonder met mijn voeten te stampen, niet met mijn handen in de zij. Hun knikken ging over in schudden. Ik keek de beide heren diep in de ogen en liep vervolgens naar huis terug. Het geluid is reeds minder maar nog niet verdwenen dus er komt nog een oefenrondje aan.

De maximale vlotheid die je met taalapp Duolingo kunt bereiken, varieert per taalcursus. Ik denk echter dat ik niet veel oefeningen heb te gaan voordat het einde van de cursus Spaans is bereikt. Zodra ik op dat punt ben aangekomen, ga ik de lessen omdraaien: dan ga ik (zogenaamd) Engels leren vanuit het Spaans om mijn taalvaardigheid verder uit te breiden. 147 miljoen Spaanssprekende mensen leren Engels met Duolingo. Geen kattepis. Ik las vele positieve reacties van mensen die op die manier verder willen gaan met hun Spaanse lessen. Die cursus is kennelijk moeilijker dan de versie Engels-Spaans, met minder hulpjes en meer zelf bedenken dus daar verheug ik mij op. Ik ben nog lang niet uitgeleerd!

Eind van dit jaar wordt hier een nieuwe editie van het Spaanse Monopoly-spel op de markt gebracht. Toen we verhuisden naar het Verenigd Koninkrijk kregen we van onze vrienden en buren Ger & Monica destijds de Haagse editie van het spel cadeau.  De Amerikaanse spelfabrikant Hasbro gaf mensen de mogelijkheid om voor hun favoriete Spaanse stad of dorp te stemmen. Er wordt gezocht naar 20 steden met meer dan 50.000 inwoners en 2 gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. Ik bezocht de website en besloot mee te stemmen.

Online Spaans leren met Duolingo is fun, gratis en effectief. De combinatie Spaans en website is echter geen gelukkige; ik schreef het al zó vaak. Ik weet niet waarom veel Spaanse sites zo slecht in elkaar steken... Voordat je je stem voor Monopoly kunt uitbrengen, moet je eerst langs een verificatieproces. Dat begrijp ik want bij dit soort verkiezingen wil je zeker weten dat het mensen van vlees en bloed zijn die stemmen en geen robots. Maar moet het dan op zo’n krakkemikkige manier?! Voor acceptatie van jouw stem, moet je overeenkomsten aanvinken tussen een serie slechte foto’s met saaie onderwerpen als bussen en etalages. Hoe verzin je het!

Nou goed, ik stemde alsnog. Van onze eigen autonome regio Valencia scoorden de steden Alicante, Elda en Elche tot nu toe; alle drie zijn ze gelegen in onze provincie Alicante, alle drie steden vereerden we met een of meer bezoeken. Ook de door ons gewaardeerde steden Cartagena en Málaga liggen goed in de race. De hoogste scores zijn echter voor de kustplaats San Fernando (Cádiz) en Alcobendas, onder de rook van Madrid’s luchthaven Barajas. Die laatste keuze moet wel een afgesproken stemactie van lokale inwoners zijn, anders kan ik niet begrijpen waarom voor deze plek wordt gekozen. We hebben nog 49 stemdagen te gaan. Onze eigen woonplaats zal hoogstwaarschijnlijk niet winnen. Komt vast door die hijskraan.


vrijdag 26 januari 2018

Not all those who wander are lost


Eerder deze week las ik een artikel in de Britse krant The Guardian, getiteld Instagrammers are sucking the life and soul out of travel. Bij zo’n titel veer ik meteen op. De Instagrammability of a destination lijkt voor menige millennial -iemand van de huidige generatie- dé reden om op reis te gaan. Onderzoek door een Engelse verzekeraar onder 1.000 Britse volwassenen in de leeftijd van 18-33 jaar toonde aan dat 40.1% van de ondervraagden zich laat leiden door hoe Instagrammable’ hun vakantie zal zijn.

De auteur van dit artikel, Rhiannon Lucy Cosslett, reisde recent door Sri Lanka. Toeristen met een obsessie voor hun social media feeds verpestten daar haar vakantie. In de meeste tempels van dit boeddhistische land krijg je het verzoek niet met je rug naar beelden van de Boeddha te staan als je ermee op de foto wilt. Fotograferen mag maar niet met die pose; dat wordt door gelovigen als respectloos gezien. Desalniettemin zag de auteur het talloze jongeren doen om hun foto vervolgens op Instragram te zetten. Zij nam de trein van Ella naar Kandy -net als wij in 2016- die langs fraaie bergpassen, watervallen en theeplantages voert. Aan boord trof ze jongelui aan die zichzelf fotografeerden met hun blote voeten bungelend buiten de trein. Gevaarlijk en ongeïnteresseerd maar kennelijk trending op Instagram…

Sommige van die reizigers hebben een Travel Instagram-account en worden door reisorganisaties of dure merken betaald om naar verre oorden te reizen en daar opnamen te maken. In het onderhavige artikel las ik dat je al hotels hebt met zogenaamde Instagram butlers die je de meest pittoreske hoekjes en locaties toont voor je eigen fotoreportage. Het viel de auteur op dat veel Instagram-foto’s op elkaar lijken: dezelfde locatie, hetzelfde perspectief, dezelfde pose. Oersaai! Wat we met elkaar gemeen hebben, is dat we de wijde wereld intrekken en ervaringen opdoen. Daar houdt de overeenkomst op. In plaats van diversiteit zien we nu juist homogeniteit. “Social media encourages the memeification of human experience”, aldus Cosslett. Instagram werd er onlangs van beschuldigd misbruik te maken van de eeuwige, menselijke behoefte aan sociale acceptatie. Dat werd door het bedrijf in alle toonaarden ontkend.

Zelf zit ik om vele redenen niet op Instagram. Allereerst reis is liever zelf dan naar reisverslagen en -reportages van anderen te kijken; een enkeling daargelaten (zoals Frans Lanting, enkele van zijn National Geographic-collega’s en fotografen van Planet Earth II). Bovendien heb ik het als blogger al druk genoeg. Tenslotte voel ik totaal geen behoefte om mij vrijwillig te onderwerpen aan nog meer sociale regels. Ik ben de eerste om te bekennen dat ik zelf ook weleens onzalige dingen deed voor de perfecte foto of voor een unieke shot. Zo maakte ik er een van een Egyptische tombe in Luxor terwijl dat niet mocht waarna mijn gloednieuwe digitale camera ter plekke werd geconfisqueerd. Ik moest praten als Brugman om het destijds kostbare apparaat terug te krijgen. Dat overkomt mij niet meer. Dan maar geen Instar!

Een van de leuke aspecten van reizen is voor mij de mogelijkheid om nieuwe mensen te ontmoeten. Heel af en toe groeien onbekenden in korte tijd uit tot goede vrienden. Mijn liefje en ik ontmoetten de Nederlandse Bernadette in 2006 op Fraser Island (Queensland, Australië), het grootste zandeiland ter wereld. Ook haar is een flinke portie Wanderlust toe te schrijven. Die ontmoeting groeide uit tot een hechte vriendschap. Wij woonden toen al in Spanje. We zagen elkaar vervolgens in Nederland, Spanje en Bali. Het kwam met Bernadette zelfs tot gezamenlijke vakanties. In 2016 vierden we het eerste decennium van onze vriendschap Down Under.

In 2015 ontmoetten we de Chilenen Luz-Maria en Eugenio tijdens een cruise langs de Galapagos-eilanden. Sindsdien ontmoetten we elkaar eenmaal in Zuid-Spanje. Als alles volgens plan verloopt, keren mijn liefje en ik later dit jaar naar Chili terug. Een reis naar Chileens Patagonië staat namelijk op ons reisprogramma. In 2018 is het 200 jaar geleden dat Chili onafhankelijk werd van Spanje en dat wordt daar gevierd. Chili is Lonely Planet's toplocatie om dit jaar te bezoeken maar daar kregen we het idee niet van. Een bezoek aan de hoofdstad Santiago (hun woonplaats) is dan een logische stap. We wensten elkaar via Whatsapp alle goeds voor 2018 toe. 

Iets dergelijks gebeurde weer tijdens ons recente bezoek aan Bali. We ontmoetten de Australiërs Clem & Jo in ons resort in het Hoge Noorden en raakten met hen aan de praat. We werden uitgenodigd om te komen logeren in hun big, big house in een buitenwijk van Perth. (We bezochten West-Australië reeds in 2006 en 2014 maar vanwege de grote aantrekkingskracht van deze regio blijft deze bestemming op onze bucketlist staan.)
Zij vertrokken enkele dagen eerder naar het zuiden van Bali dan wij. In de week van ons vertrek spraken we daar met hen af om te gaan eten bij ons favoriete restaurant Fat Chow. Die keuze was een schot in de roos. Zij at de favoriet van mijn liefje: een broodje pulled pork op zijn Aziatisch, hij bestelde mijn favoriet: Indonesische laksa. We genoten van het eten en ook dat schept een band. Inmiddels maakte Clem uit eigener beweging een Whatsapp-account aan en stuurde ons vorige week hun eerste bericht. Wij feliciteerden hen vandaag met Australia Day, de nationale feestdag die tevens het einde van de zomervakantie inluidt. Zij zijn onze Aussies of the Month! Ze brengen de dag door aan het strand, met kinderen en kleinkinderen. Toepasselijk!

Soms kruist jouw pad dat van een ander en ontstaat er iets dat goed voelt en beklijft. Daaruit komen mooie dingen voort en dat maakt reizen verslavend.

dinsdag 23 januari 2018

Zon, zee, strand in januari


De ene gast was nog niet vertrokken of de volgende meldde zich aan. Onze vriendinnen Rose-Marie en Ingrid keerden terug naar hun Zwitserse honk. Wij lunchten afgelopen zondag met Karel en Milou, de ouders van onze vriendin Joan die hier voor het derde, achtereenvolgende jaar komen overwinteren. Zij verblijven in de urbanisatie waar mijn liefje en ik voorheen woonden, in eenzelfde appartement aan de golfbaan als waarin wij jarenlang verbleven. Zij hebben het daar zeer naar hun zin en vroegen ons of we ons oude stekkie misten. Ons antwoord was een eenduidig Nee”. Of ik dan nog iets van die vroegere woonomgeving miste? “Jawel, het vergezicht”.  We keken uit over een golfbaan en een natuurpark, met zicht op de Middellandse Zee en de Mar Menor in de verte. Het is echter niet zo dat ik nu onder dat gemis gebukt ga.

De buitenthermometer op ons zonovergoten terras gaf in de loop van de middag 43 graden Celsius aan; de koperen ploert staat pal op de gevel. Het is nog maar een maand na de kortste dag maar de zon is al krachtig. Het is heerlijk om overdag weer in korte broek en slippers te kunnen lopen. Gisteravond bracht ik in bermuda door. Wij genieten volop van deze winter!

Mijn liefje en ik wandelden in de afgelopen dagen weer langs de duinen en over het strand. Tijdens een van die wandelingen trof ik een groot, dood dier aan op het zand. De scherpe tanden glinsterden in de zon. Het was een aal, dat was duidelijk. Het bleek te gaan om de moeraal of murene van de Middellandse Zee (Muraena helena). Een beet kan gevaarlijk zijn voor de mens vanwege het milde gif in het slijm van het dier maar die kans was nihil, al was het lijf van de vis nog niet helemaal stijf. In deze tijd van het jaar vissen mensen hier met dry suits aan, met harpoen in zee. Je ziet duikers of snorkelaars met een lekker hapje het water uit komen; vaak met inktvis. In Spanje heb je een vergunning nodig als je wilt harpoenvissen. Wellicht dat de aal door zo iemand was geschoten en op het droge neergelegd? Dat je vist voor een lunch-hapje kan ik bevatten maar een vis doden die jou waarschijnlijk niets doet, vind ik onnodig en jammer. De onderwaterfoto van de moeraal in betere tijden is van de hand van Steven van Tendeloo; met dank aan Wikipedia.

Qua vogels is hier thans niets opzienbarend te beleven. Ik moet nog weken wachten totdat de omgekeerde vogeltrek, van Afrika naar Noord-Europa, weer bijzondere beelden zal (kunnen) opleveren. Wel zag ik tijdens wandelingen mensen te water gaan. Mijn tenen kromden toen ik naar hen keek. Op het strand spraken we met Britse kennissen Pat & Sue die hier zeven maanden per jaar wonen. Zij zijn enorme beach bums en zwommen tot nu toe dagelijks in de Middellandse Zee. Zij vertelde mij dat de temperatuur van het zeewater thans ligt op 16 graden. In mijn lichaam huist nog  de 30 graden van Balinese wateren... Ik wacht nog een maand of drie voordat ik de eerste duik zal nemen. Wel ga ik, als mijn snotkop voorbij is, een bezoek brengen aan het overdekte zwembad in onze woonplaats. Eens kijken of ik daar wekelijks wil zwemmen.

We hadden in het afgelopen weekend ook contact met Elsa in Bali. Zij meldde ons dat de schoolleiding vroeg of het haar van de beide mannetjes kon worden geknipt. Ook in Bali is het programma van de luizenmoeder een sukses. Wij zijn de reden dat Yuda en Damai lang haar hebben, al vinden de jongens het zelf ook cool. Damai heeft het langste haar, hij draagt het met plezier in een staartje achterop zijn hoofd. Als papa Ketut hen met zijn tondeuse onder handen neemt, zien ze er daarna doorgaans uit als broertjes van de Noord-Koreaan Kim Jung-un. Nu we niet meer in hun omgeving zijn, kunnen ze doen en laten wat ze willen. We kregen een foto toegestuurd van na de kapbeurt. De mannetjes werden gefotografeerd in het plaatselijke zwembad. Ook hun levens gaan gewoon door. 

Het vertrek van Ketut lijkt nog niet aanstaande. Hij probeert al maandenlang weer aan boord van zijn cruiseschip te komen. Het probleem bleek te liggen bij een nieuwe lokale agent die zijn visum maar niet in orde bracht. Het laatste nieuws is dat de cruise-organisatie onlangs van agent wisselde. Wellicht dat zijn hele aanvraagprocedure opnieuw moet beginnen. Tja. Elk nadeel hep se voordeel: de kans is groot dat hij de verjaardag van zijn jongste zoon (februari) kan bijwonen. Diens goed gevulde verjaardagsdoos lieten wij met plezier achter.

Het best heeft vriendin Bernadette het thans voor elkaar. Zij is namelijk op vakantie in Mozambique (Zuid-Oost-Afrika). Op de avond van de westerstorm die het Vaderland teisterde, vloog zij zonder vertraging weg. De eerste dagen bracht zij in hoofdstad Maputo door. Daarna reisde ze in tien uur met een bont gezelschap in een kleine bus naar de plaats Tofo. Daar gaat ze binnenkort met walvishaaien zwemmen. De koraalriffen rondom deze kustplaats trekken een van de grootste populaties walvishaaien ter wereld aan. De beste tijd om deze giganten van de zee te zien is van november tot april dus ze koos haar reis goed. Ik was jaloers toen ze het mij vertelde maar een goede vriendin misgun ik niets. Snorkelen met deze grote vis staat al jarenlang op mijn wensenlijst. Ze appte dat ze mij, snorkelmaatje, zal missen tijdens dit avontuur. Dat is nog maar de vraag! De geopende mond van een walvishaai is zo groot dat we daar allebei overdwars in passen. De bus kan er waarschijnlijk ook nog bij. Als het een beetje meezit, is het dier zes à zeven keer groter dan zij. Oppassen voor die staart, Ber!