maandag 29 december 2008

Rumah Baik (deel 2)

Op Bali is het onmogelijk iets belangrijks te doen voordat daarvoor een gunstige dag is gekozen maar nu was het dan zover: 'onze' rumah baik (goede huis) zou op zondag worden overgedragen aan de Balinese familie!
Wij kregen het bericht ons in Bukti te vervoegen bij Hans & Anneke. Wij hadden hen nog niet eerder ontmoet. Tenminste, dat dachten wij. Want wat bleek? Zij waren de mensen die enkele weken geleden net als wij bij Damai zaten te lunchen op zondagmiddag! We hadden elkaar kort gegroet en een smakelijke lunch gewenst.
Mij viel op dat zij goed Bahasa Indonesia spraken. Zo blijkt maar weer: toeval bestaat niet.
Hans & Anneke wonen al zes jaar in Bali, afgewisseld met perioden in Rotterdam.
Zij zijn de mede-oprichters van het project 'Rumah Baik'. In mijn vorige blog (van zaterdag 17 december 1008) heb ik achtergrondinformatie verstrekt en gepleit voor sponsoring van dit prima initiatief. Anneke is al jarenlang bestuurslid van Mama Mzungu, de paraplu-organisatie waaronder project Rumah Baik in Bali sinds 2007 opereert.

Wij waren door Wayan op zijn brommer naar Bukti geloodst. Wayan is Balinees en aannemer van de bouwactiviteiten van Rumah Baik. Wayan is een serieuze jongeman die een verantwoordelijke maar lastige baan heeft: hij moet ervoor zorgen dat de juiste mensen projectsteun ontvangen. Steun gaat niet naar het familielid-van-iemand-die-iemand-kent-in-het-project maar naar de allerbehoeftigsten van Noord-Bali. Hij zorgt ervoor dat de 'kepala adat' (religieuze leider) en de 'kepala desa' (soort burgemeester) hun huiswerk doen en dat uiteindelijk aan alle voorwaarden wordt voldaan voordat een familie wordt verkozen. Als alles meewerkt, kan een stenen huisje in een maand worden gebouwd.
Anneke en Hans verhaalden over het ontstaan van het project, de 'beginnersfouten' die zij met hun Europese achtergrond hadden gemaakt (“kunnen wij de huisjes niet beter aan een straat bouwen?”) en het mooie resultaat dat tot nu toe was geboekt: de door ons gesponsorde rumah is immers het twintigste stenen huisje!

Gezamenlijk reden we naar de plek waar de overdracht zou plaatsvinden. We gingen een heuvel op, sloegen een smalle weg in en Wayan stopte: hier was het. Ik vroeg nog (heel naïef) of ik de auto wel midden op de weg kon parkeren... We bleken te zijn gestopt naast de hut van de familie die ons verwachtte: vader, moeder en vijf kinderen. Eén dochter was getrouwd en al 'uit huis'. Zij is werkzaam in een van de Hollandse villa's.

Een van de projectvoorwaarden is dat de uitgekozen familie eigenaar is van een stukje land waarop het stenen huisje dan wordt gebouwd. Dit wordt gehanteerd omdat zo de kans dat er in de toekomst woonproblemen ontstaan niet of nauwelijks aan de orde is. Grondbezit is van oudsher de enige vorm van rijkdom die de Balinezen echt erkennen en zodra je er beslag op hebt gelegd, moet je er nooit meer afstand van doen. Deze familie was echter niet in bezit van land maar de kepala desa had hen echter een stukje land toegewezen dat net groot genoeg was om daarop een huisje te bouwen. Onze nieuwe adoptiefamilie voorziet in het eigen levensonderhoud doordat elk familielid iedere dag takken in het bos sprokkelt en die verkoopt...

Hun (oude) huis staat direct aan de weg en is inderdaad niet meer dan een piepklein rieten hutje; met separate kookplaats en mandiplaats (wasruimte), gemaakt van matten. Balinezen zijn niet gewend die twee 'onreine' ruimten in hun huis te hebben. Het eerste huisontwerp van Rumah Baik bevatte die ruimten nog wel maar je leert hier snel.
De offermandjes stonden al klaar. Het valt mij telkens weer op dat Balinezen die nauwelijks zelf te eten hebben, zoveel aan hun goden offeren. De volle manden gingen op het hoofd van de moeder en vader liep -met kapmes- achter haar aan de heuvel op. Wat op de foto in mijn vorige blog een tamelijk klein huis leek, bleek in het echt een fraai stenen huisje met betonnen fundament, houten deur en houten luiken en drie kamers te zijn!
De offerandes werden in huis uitgestald, vader en moeder deden hun gebeden, er werd vers kippenbloed op de deurposten gesmeerd tegen kwade geesten, de ruimten werden met water besprenkeld en tenslotte werden ook wij gezegend! Het zijn mooie rituelen die iedere Balinees weet uit te voeren. Daar was geen priester bij nodig. Zo doen ze het al honderden jaren vol overgave en zo zullen ze het nog wel honderden jaren blijven doen, hoop ik.


Daarna volgden nog de gezamenlijke fotosessie, een beetje dollen met de kids in mijn gebrekkige bahasa indonesia en de ondertekening van het contract. Daarin beloven de gloednieuwe eigenaren dat zij goed voor hun rumah baik zullen zorgen. De hele familie ging diezelfde avond voor het eerst in hun nu gezegende huis slapen (weliswaar op de grond). Wij werden door de familie en hun buren vriendelijk uitgezwaaid. En zo werd het een mooie dag waarop mijn liefje en ik met grote voldoening terugzien. Een werkelijk goed doel om aan te doneren dus hierbij nog maar eens de gegevens:

ABN AMRO Rekeningnummer 42.21.07.794
t.n.v. Stichting Mama Mzungu, Veghel
onder vermelding van: Rumah Baik Bali
Geregistreerd bij de KvK te 's Hertogenbosch onder nummer 541 086 309

In het online album zijn nieuwe foto's opgenomen.

zaterdag 27 december 2008

Rumah Baik, een goed huis

Toen wij in maart 2008 besloten een eigen huis te laten bouwen in het noorden van Bali, besloten wij ons tegelijkertijd, geheel uit vrije wil, te committeren aan een project met de naam 'Rumah Baik'. Rumah Baik in Bali is een project van 'Stichting Mama Mzungu'. Het uitgangspunt van Mama Mzungu is om via kleinschalige en vooral concrete projecten, groepen van voornamelijk vrouwen en kinderen te ondersteunen en hun maatschappelijke positie in het betreffende land te verbeteren. Steun aan vrouwen komt immers meestal een hele samenleving ten goede.

Het project heeft als doel rieten hutjes in Noord-Bali -waarin de allerarmsten wonen- te vervangen door (eenvoudige) stenen huisjes. In samenspraak met de vertegenwoordiger van de stichting, bepalen het dorpshoofd en het hoofd van de religieuze gemeenschap wie ervoor in aanmerking komen. Een stenen huis bouwen betekent niet alleen dat de mensen droger en beter wonen maar het houdt ook werkgelegenheid in voor de lokale bevolking. Het project is in Bali in 2007 van start gegaan en inmiddels zijn er bijna 20 woningen gebouwd. De Balinese bewoners zelf hebben geen middelen om dit te betalen; dit project wordt volledig gesponsord vanuit Nederland en Bali.
Stichting Mama Mzungu is op 9 december 1996 van start gegaan en de stichting is sinds 1 januari 1997 officieel erkend als charitatieve organisatie. Dit betekent dat alle giften aan de stichting fiscaal aftrekbaar zijn!

Vóór ons vertrek naar Bali hadden wij de brochure van Rumah Baik aan onze vrienden overhandigd met het verzoek dit initiatief bovenop hun stapeltje goede doelen te leggen voor wanneer de bijdragen aan charitatieve instellingen worden overgeboekt. Het ingezamelde geld voor Rumah Baik komt gegarandeerd terecht bij mensen die het hier het hardst nodig hebben. Hier blijft niets aan de zo gevreesde strijkstok hangen en ook dat maakt het wat mij betreft een goed project. Mogen wij jullie dus nogmaals vriendelijk eraan herinneren dit goede doel financieel te ondersteunen?
Voor meer informatie kun je surfen naar de website van Stichting Mama Mzungu

Op deze site worden de aanpak en de projecten in het kort omschreven. Men kan eenmalig doneren of Vriend van de Stichting worden. Een kleine bijdrage is al zeer welkom. Als jullie specifiek voor Bali willen doneren, zou ik dat zeker expliciet vermelden. Jullie giften kunnen worden overgemaakt op:


ABN AMRO Rekeningnummer 42.21.07.794
t.n.v. Stichting Mama Mzungu, Veghel
onder vermelding van: Rumah Baik Bali
Geregistreerd bij de KvK te 's Hertogenbosch onder nummer 541 086 309

Wij gaan onze zelfgesponsorde rumah baik volgende week ceremonieel inwijden met de Balinese bewoners en de hindoeïstische priester. Ik voeg voor nu een foto van 'ons' stenen huisje bij. Mooi, he?! Wordt vervolgd.



vrijdag 26 december 2008

Alhamdulillah

Godzijgeprezen... mijn honderdeerste blog alweer!
Toen ik in maart van dit jaar aan mijn weblog begon (ik weet het: ik ben een laatbloeier), kon ik niet weten dat het mij zó zou pakken maar eigenlijk had ik het wel kunnen bedenken. Ik houd immers veel van taal en van geschrijf. Ik geniet van goed gevormde zinnen en mooie verhalen. Maar als je het dan zelf moet doen..?! Het is in razendsnel tempo een nieuwe hobby geworden. Ik kan mijn ei aardig kwijt in mijn weblogs en ik heb veel lol in het schrijven van een verhaaltje. Het bedenken van een onderwerp, het kiezen van een titel, het maken van een opzet, het noteren van gedenkwaardige gedachten, uitdrukkingen, situaties. Van muzelluf en van anderen. Het hoort er allemaal bij. Alles van eigen hand, meestal een beetje aangedikt maar wel altijd op eigen ervaringen gestoeld. Aan inspiratie heb ik nooit tekort maar de ene blog komt gemakkelijker tot stand dan de andere. En altijd met feedback, zowel gevraagd als ongevraagd, soms van derden maar altijd van mijn liefje. Ik vind het een aangename gedachte dat ik een kleine maar harde kern van lezers heb. Dankjulliewel.

Terug naar de orde van de dag: deze week was dan eindelijk het langverwachte uitstapje naar Pulau Menjangan. De wekker hoefde niet te worden gezet want we zijn inmiddels elke ochtend vroeg op, zo rond zeven uur. We begonnen de ochtend niet met baantjes in het zwembad want we zouden immers uitgebreid gaan snorkelen! Ik had ervoor gezorgd dat de twee onderwatercamera's klaar waren voor gebruik: de ene is een digitale die een tailor-made, waterdichte kast eromheen heeft (Canon), de andere is een analoge onderwatercamera (Minolta) die ik gebruik voor dia's, met veel dank aan vriend Diederik.

De weg naar de westpunt van Bali, richting de ferry naar Java, was onverwacht fraai: goed geasfalteerd, tamelijk breed, soms slingerend door bossen, dan weer door desa's (dorpen) met stenen huizen en bloemrijke tuinen. Het werd steeds rustiger, zowel op als naast de weg. De 50 kilometer die wij tussen huis en bestemming moesten afleggen, verliep veel sneller dan gedacht: in anderhalf uur waren wij te bestemder plekke! Sterker nog: we reden de haven Labuhan Lalang glad voorbij. Na ongeveer tien kilometer stelde ik dan ook voor te draaien en terug te rijden. We parkeerden de auto op een schaduwrijke plek en liepen naar het water. Waar waren de schippers die hun boot aanboden voor een tochtje over het water? Waar waren de verkopers van snorkelspullen? Niets, niemand, nergens! We begrepen er niets van?! En daar stonden wij: drie toeristen vol verwachting en niemand die te hulp schoot. Na enig rondvragen, werd ons verteld dat wij moesten terugkeren naar de parkeerplaats waar een kantoortje met personeel zou staan. Daar troffen wij inderdaad een gids aan die ons uitlegde dat wij voor Rp 600.000 (ongeveer € 40) een privéboot-met-overkapping, snorkelspullen en een snorkelgids voor de gehele dag konden huren. De kleinschaligheid en ontspannen aanpak sprak ons aan en het voorstel was goed.

Dus bepakt met proviand stapten wij aan boord van een op het oog zeewaardige, houten boot. Na een half uur varen kwamen wij bij Menjangan aan alwaar de schipper de boot vakkundig aanlegde. We trokken onze snorkeluitdossing aan en liepen (achteruit) het water in. “Mmm, wat een heerlijke temperatuur!” Het was 25 à 26°C. Het zeewater was erg zout.
Vanaf het strand was er een rand ondiep rif van circa 30 meter tot aan de wand. De rifwand liep loodrecht de diepte in en langs de steile wand waren de mooiste koralen en de kleurrijkste vissen te zien. Groot en klein. Ik zag papegaaivissen, engelvissen, anemoonvissen, en nog heel veel meer. Ik zette mijn onderwatercamera aan en snorkelde erlangs, af en toe onderduikend om een close-up plaatje te schieten. Ik heb er vissen gezien die ik nooit eerder met eigen ogen heb aanschouwd! Langs de wand waren fans en vele verschillende soorten koralen te zien. Mooi was het. Met af en toe een flipper in beeld van een bevriende snorkelaar.

Na een tijdje stak ik mijn hoofd boven water en zag ik mijn snorkelmaatjes in de buurt. Ik stelde voor een foto van hen te maken. Je kent het wel: snorkel op het voorhoofd, bootje op de achtergrond, in azuurkleurig water dobberend. Voor het thuisfront. Dus ik greep mijn digitale camera die om mijn nek in het water hing (best diep, zag ik) en die onderwaterkast was VOL water. Ik zag het van links naar rechts tegen de display klotsen. Het leek wel op zo'n sneeuwbol! (Overigens wel toepasselijk voor de tijd van het jaar.) Bovendien verliep het praten mij ook niet zo gemakkelijk. Het leek wel alsof ik net een botox-behandeling rond mijn mond had ondergaan?! Mijn lippen voelden nogal fors aan en bij terugkeer bleken ze die van Marijke Helwegen veruit te overtreffen... Dat was de uitwerking van zeer zout zeewater op mijn tere lippen!
Maar wat veel erger was: mijn digitale camera werkte niet meer. De lens klapte niet meer in, het bedieningspaneel deed niets meer. Ik vroeg mij af vanaf welke foto de uitval was begonnen? Dat weet ik nu. Ik kan een minimaal aantal 'bewijssttukken' van het snorkelavontuur op mijn weblog zetten want de kletsnatte geheugenkaart heeft slechts twee onderwatergeheimen prijsgegeven.


Ik ga de IXUS föhnen om zo te pogen de camera weer aan de praat te krijgen. Ik heb er een hard hoofd in (maar inmiddels wel weer met zachte lippen, zei mijn liefje).
Mijn trouwe cameravriendje heeft het hoogstwaarschijnlijk definitief opgegeven.







woensdag 24 december 2008

Selamat Natal!

STIL...
Zie de bomen ouder worden
In de storm van het bestaan
Hoor de oude takken kraken
En de klok de uren slaan
Stil! We gaan het kerstfeest vieren
Tegen alle zorgen in
En een jonge boom versieren
Voor een splinternieuw begin

Ivo de Wijs



zondag 21 december 2008

Koffie met een stroopwafel

Wij waren vorige week een dagje 'overgeleverd' aan de zorg van jongste bediende Nur, het zusje van onze kokkie Putu die naar een huwelijksceremonie moest. Nur heeft zeker aanleg, zo jong als ze is. Haar Engels is in de loop van de twee weken dat ze hier nu werkt aardig vooruitgegaan en ook in de keuken en in de bediening maakt ze grote vorderingen. Zo weet zij inmiddels hoe ze de koffie voor ieder van ons moet maken. Tenminste, dat dachten wij. Wij drinken een cappuccino en een macchiato dus de ene koffie heeft meer en de andere koffie heeft minder geklopte melk.

Wij zaten ieder van ons op een andere plek in huis toen de koffie ('kopi' in Bahasa Indonesia) werd geserveerd. Mijn liefje riep als eerste dat de melk zuur was. Ik keek dus in mijn koffiekopje en zag daar een goedgelukte melktoef. Zure melk kan niet worden geklopt dus dat kon niet kloppen... Ik proefde geen zuur maar wel een smaakje... Kon het aardbei zijn? Ik riep dat terug aan mijn liefje... “Zou Nur de verse aardbeien in dezelfde beker hebben gedaan als waarin de melk wordt opgewarmd?” riep ik daar nog achteraan.
Toen werd het stil in huis. De stilte werd echter snel verbroken door een aanzwellende lach van mijn liefje. Het was haar vermoeden dat er een van haar 'biokul', een gezond joghurtdrankje in diverse smaken in de koffie terecht was gekomen?! Nur knikte toen mijn liefje een ander flesje joghurtdrank uit de koelkast omhooghield (bosbessensmaak). Ya, dat had zij erin gegaan!
Hilariteit alom maar wij hebben het voorval niet aan Putu, haar oudere zus verteld.
Het werd ons geheimpje. Echter hoogstwaarschijnlijk niet voor lang want ik heb George Clooney aangeschreven met een idee voor een nieuwe reeks 'grand crus' voor Nespresso. De smaak was zo gek nog niet... Er zijn gekkere suggesties gedaan, denk ik. Dus ik ben heel benieuwd. Koffiezetten is tegenwoordig een creatieve kunstuiting.

Tegenwoordig wordt de koffie hier geserveerd met een Hollandse stroopwafel-van-de-echte-bakker. En waar komt'ie vandaan, wil je weten? Welnu, wij hebben een logee die afgelopen donderdag is gearriveerd en ons twee weken gezelschap zal houden. Het is onze vriendin Bernadette uit Den Haag. Wij hebben elkaar drie jaar geleden in Australië ontmoet tijdens een excursie naar Fraser Island, aan de Oostkust. Ook zij is bijzonder reislustig en dat schiep al snel een band. Bovendien is ze 'gewoon' een leuk mens. Elk jaar als wij in Nederland zijn, zoeken wij elkaar op bij ons op de camping of bij haar thuis.
We hebben de meegebrachte stroopwafels niet voor onszelf gehouden; een pakje is uitgedeeld aan de buren en het andere pak is opzij gelegd voor de plaatselijke dameswandelclub waarvan wij sinds twee weken deel uitmaken. De eerstvolgende keer is ons terras het vertrek- en eindpunt van de wandeling. De dames lieten zich snel overtuigen van het goede van dit voorstel toen zij hoorden dat er stroopwafels onze kant op kwamen gevlogen. Er is hier veel te krijgen maar Hollandse stroopwafels van de echte bakker... daarvoor wordt bijna een moord gedaan. En deze zijn werkelijk vurrukkuluk! De deal is wel dat Bernadette, ook een sportieve dame, twee weken met ons mee mag wandelen. En mocht de man die door anderen tweemaal tot 'Sexiest Man Alive' is verkozen (George Clooney), besluiten met mij in contact te treden dan is Bernadette de eerste die ik erover zal informeren. Dat moest ik wel beloven!

Bernadette's reistas bevatte trouwens nog veel meer goodies. Zo kwam ook Hollandse literatuur te voorschijn: een boek van Frank Westerman, getiteld 'Ararat' (Ako-nominatie van 2007) en het boek 'Dünya' van Tomas Lieske (Ako-nominatie van 2008). Ik kijk er verlekkerd naar maar stel het genot nog even uit (nee, ik ben niet masochistisch). Dat kan ook best want momenteel ben ik de laaste roman van Nicci French aan het lezen en liggen de dubbeldikke nummers van Vrij Nederland en HP/De Tijd nog voor mijn snuffer.

Overigens was ook dat nog steeds niet alles wat uit Bernadette's snoeptrommel kwam. Enkele toepasselijke voorwerpen zullen met de Kerst in gebruik worden genomen so watch this space! Ik voeg een vroege, opmerkelijke kerstgroet toe die bij ons binnenkwam; om te delen of in de juiste stemming te geraken - met veel dank aan Emmy.



vrijdag 19 december 2008

H2O

Mij is verteld dat de zee in Noord-Bali met name in de maand januari kan veranderen in onstuimig water. Men noemt het hier de 'high waves'-maand. Er kunnen in die maand dermate hoge waterstanden worden bereikt dat een deel van de tuinen langs de Bali Laut blank kan komen te staan. De meeste woningen hebben geen afscheidingsmuur van enige betekenis tussen strand en tuin.
De Balinezen zelf wonen niet graag aan zee want volgens hun geloof wonen daar demonen maar wij, (rare) Europeanen, willen het maar al te graag. Elk huis wordt hier ruim boven waterspiegel gebouwd en er wordt veel gedaan om het wassende water vanaf het strand geen vrij spel te geven.
De zee laat zich echter op vele plekken in de wereld niet temmen zoals wij, aardebewoners-zonder-aangeboren-zwemvliezen, weten. Even zomin weten wij wat er zich allemaal ònder water afspeelt alhoewel het lezen van de boeken van de Duitse schrijver Frank Schätzing zeker helderheid verschaft. In de online-versie van de Volkskrant las ik enige tijd geleden het volgende bericht.

Grote aardbeving ligt op de loer bij Sumatra - van onze verslaggever David Davidson
'Bij de Mentawai-eilanden voor de kust van Sumatra kan zich ieder moment een grote aardbeving voordoen. Dat stellen seismologen die de aardbevingen van 2007 in het gebied vergeleken met krachtiger aardbevingen in 1797 en 1833 op dezelfde plek.
De Mentawai-eilanden liggen op de beruchte plaatgrens waar de Indisch-Australische plaat onder de Sunda-plaat schuift. In 2004 veroorzaakte een aardbeving bij deze grens de tsunami die in Zuidoost-Azië aan meer dan 200.000 mensen het leven kostte. Het epicentrum lag toen bij Banda Atjeh.
De seismologen beweren dat bij twee aardbevingen op 12 september 2007 slechts 25% van de energie vrijkwam die sinds 1833 bij de Mentawai-eilanden moet zijn opgebouwd. Zij berekenden dit aan de hand van GPS- en radarmetingen van het gebied en de tijdsduur van de trillingen in 2007. Uit de gegevens bleek dat de recentste aardbevingen veroorzaakt werden door een klein deel van de bewegende platen in het gebied. De opgebouwde seismische energie bij de Mentawai-eilanden is volgens de onderzoekers groot genoeg om ieder moment een grote aardbeving te kunnen veroorzaken.'


De uitgebreidere bevindingen werden gepubliceerd in het tijdschrift 'Nature'.

In Padang, de hoofdstad van de Indonesische provincie Sumatra werd enkele weken geleden het 'Tsunami Early Warning System' (TEWS) getest, zo las ik in The Jakarta Post. Dat systeem moet de plaatselijke bevolking tijdig waarschuwen voor een aanstormende tsunami. En wat bleek? Niemand had de sirene gehoord... En waarom niet? Omdat de sirene eenvoudigweg niet boven het lawaai van de stad uitkwam!
Ondanks de ernst van de mededeling schoot ik in de lach. Het was een zure lach: ik vond het een overduidelijk geval van ironie.

De zee en haar bewoners hebben mij vanaf mijn jeugd gefascineerd. Ik woonde in de kuststreek en was altijd aan zee te vinden. Zo ook tijdens mijn eindexamentijd van de middelbare school. Een van de leraren die mij het mondelinge tentamen afnam, vroeg met verbazing in zijn stem of ik op vakantie naar het buitenland was geweest. Ik zag er zo bruinverbrand en uitgerust uit?! “Ja, zei ik op mijn allercoolst, ik moest er even uit...”. In werkelijkheid had ik serieus zitten blokken aan het oerhollandse strand van Kijkduin!

Ik loop nog steeds graag langs het water en zwem elke dag tenminste twee keer.
Ik verheug mij ook zeer op het aanstaande uitstapje naar Menjangan, het Noord-Balinese onderwaterparadijs dat ligt in het Bali Barat National Park. Als we mazzel hebben, zwemt de walvishaai er rond als wij er snorkelen. In het regenseizoen van 2004 is er een in dit gebied gesignaleerd. De walvishaai is de grootste vis die bestaat: het dier kan een lengte van 12.5 meter bereiken, zwemt circa 5 kilometer per uur en voedt zich met plankton. Een megagrote softie of zoals de Indonesiërs het zouden noemen: een Megawatje. Het is geen haai maar een walvis; wat zou ik die graag met eigen ogen willen zien!











Ook de mola mola of oceanische zonnevis komt in de Menjangan-wateren voor. Het is een grote vis die op zijn zijkant lijkt te zwemmen. Dit is de zwaarste vis die in de wereldwateren rondzwemt: zo'n 2.300 kilogram schoon aan de haak alhoewel niemand 'm naar mijn weten ooit heeft gevangen. In de komende weken zal ik zeker verhalen over dit uitstapje (inclusief onderwaterfoto's). Wordt dus vervolgd.
En wat betreft de mogelijk toekomstige tsunami: Lovina Beach, de dichtstbijzijnde kustplaats, ligt circa 2.000 kilometer oostwaarts van Padang. Dat lijkt momenteel een veilige afstand.


maandag 15 december 2008

18:40 uur stipt!

Elke avond om precies tien over half zeven barst het los: het geluid dat de krekels produceren bij het vallen van de tropenavond. Je hoort het geluid aanzwellen tot het oorverdovend is. We moeten dan zelfs onze stem verheffen om te worden gehoord. Terwijl ik dit typ, geeft mijn computerklok 18:40 aan. Ook vandaag zijn ze geen minuut later!
In de badkamer in Spanje heb ik al jaren een zwartglimmend doosje staan en als je het opent, beginnen twee zichtbare (nep)krekels geluid te maken. Ik kocht het ooit in Thailand en ik open het af en toe. Hier hoef ik echter niets te openen: het gaat helemaal vanzelf en het grappige is dat het ook vanzelf weer uitgaat. Na een minuut of tien is het voorbij en daalt er een vredig rust over de omgeving. Afgezien van het geluid van het kabbelende zeewater aan het einde van de tuin.

Maar dat is lang niet alles wat zich in onze tuin afspeelt. We hebben een rijk geïllustreerde vogelgids geleend van de buren, getiteld 'Birds of Bali' (van auteur Victor Mason) omdat er zoveel kleurig gefladder en gekwetter om ons heen was. En dan wil de natuurvorser in mij toch weten wat het is! Volgens de gids hebben de volgende vogels tot nu toe onze tuin bezocht:
  • olive-backed sunbird - een kleine vogel met een groengele borst, een donkerblauwe kop en een gekromde snavel waarmee de nectar uit de bloem wordt gezogen;

  • pied fantail - een zwart-witte, kleine vogel die veel met de staart op en neer gaat;

  • scaly-breasted munia - donkerbruin lijf met blauwgroene snavel, heeft de bouw van een mees;

  • brown honeyeater - een kleine, bruine vogel, met een gebogen snavel voor de bloemennectar en een geelachtige staart als een zebrapad;

  • rufous-backed kingfisher - de mooiste (oranje met gele) van de ijsvogels;

  • cattle egret - de witte reiger met de lichtoranje kop;

  • short-billed egret - een tamelijk grote, geheel witte reiger;

  • white-bellied swiftlet - lijkt op een zwaluw, vliegensvlug;

  • orange-breasted canary - (zelf verzonnen maar klinkt aannemelijk...) de nieuwe oranje kanarie van Ton, Fely en de kids; in een kooitje, dat wel.

Zelf ben ik stellig van mening dat ik tevens de white bellied sea eagle (grote zeearend) met grote vleugelhalen boven de zee heb gespot. Ik vertelde dat aan mensen die hier om de hoek wonen en zij bevestigden mij dat ook zij op die dag een arend zagen. Ik zie ze dus echt vliegen! Niet gek voor een amateur, nietwaar?! Wat ik noem Happy Birddays.

Maar ook deze fraaie opsomming is niet alles. Wij hebben vlinders, heeeel veeeel vlinders in de tuin! Het woord voor vlinder is 'kupu-kupu' in Bahasa Indonesia. Ze vliegen hier rond in allerlei soorten, maten, kleuren en patronen maar daarover weet ik momenteel niet te veel meer te zeggen want de buren hadden geen vlindergids...
Ik jaag niet op vlinders met een netje maar met mijn telelens. En dat is verslavend!
De meeste vlinders heb ik gefotografeerd bij de lantanas; vlinders zijn dol op die bloem. Anderen kwamen eenvoudigweg binnengevlogen. We leven immers in een open huis. We hoeven het niet eens te houden (open-huis). Ik kan jullie verzekeren dat alle vlinders de photoshoots binnen hebben overleefd.
Ik ken er slechts één bij naam: de 'painted Jezebel'. Die vlinder lijkt ook net een schilderspallet met zwarte, gele en oranje vleugels.
Op Bali, nabij Tabanan, ligt overigens het enige vlinderpark van de Indonesische archipel dus dat betekent wel iets. Het is tevens het grootste vlinderpark van Zuid-Oost Azië. Ik heb een fotocollage gemaakt van alle kleurrijke fladderaars die ik tot nu toe op de foto heb weten te zetten. Ik ben nog lang niet klaar met hen, al zullen sommige soorten mij hoogstwaarschijnlijk altijd te vlug af zijn. Zij zijn wellicht wel klaar met mij. Jezebel is de schoonheid op de foto rechts in het midden.



Animations - butterfly-02

zaterdag 13 december 2008

De chauffeur van Bill Gates

Gisteren waren we aanwezig bij de religieuze inwijdingsceremonie van het nieuwe huis van Theo, Marja en Zoë. 'Urip-Urip' en 'Melaspasin' zijn de Balinese namen die worden gebruikt voor de inwijding van een nieuw huis. Urip-Urip houdt in dat de (huis)tempels tot leven worden gebracht en Melaspasin betekent dat het perceel wordt geschoond van boze geesten, zodat de bewoners een goed leven kunnen leiden.
Dit is hun tweede huis, dus hun tweede ceremonie maar mijn liefje en ik hadden er nog nooit een meegemaakt. De ceremonie was op die dag gekozen omdat het volle maan was, zou 's ochtends om 7 uur beginnen en tot circa 14:00 uur voortduren. Het is een huis op een groot stuk land dat zowel aan het strand als aan de rijstvelden grenst dus er was een lange ceremonie nodig, had de priester beslist.

De huiseigenaren hadden voor deze ceremonie besloten alleen het personeel met hun familie uit te nodigen. Er waren ongeveer 25 Balinezen aanwezig. En wij. Eerder hadden wij twee sarongs aangeschaft voor bezoek aan de tempels (en als alternatieve autostoelbekleding, moet ik eerlijk bekennen).
We wilden onze villa uitlopen in onze gewaden toen wij door Putu werden teruggeroepen: er moest nog een soort sjerp omheen. Gelukkig hadden we twee kleurrijke Hermès-sjaals die wij tijdens de winterkou van Londen om onze nek hadden gedragen. Opgerold voldeden ze en daarna mochten wij gaan.
De tuinman vond ons er mooi uitzien en Putu noemde ons 'Balinese girls' dus we liepen niet helemaal voor jana-met-de- korte-achternaam. Al liep het lastig: met de wikkelrok kon ik immers niet mijn gebruikelijke ruime passen maken! Voor onze eigen inwijdingsceremonie volgend jaar, zullen wij op zoek gaan naar heuse ceremoniekleding. En op looples gaan bij Balinese dames zodat ook wij er elegant gaan uitzien.

De ceremonie was al in volle gang toen wij aankwamen: er werd als in processie om het huis gelopen en niet veel later na aankomst werden de speenvarkens van het spit aangesneden. Ze hadden langdurig aan de gril gehangen. Ik keek in de richting van een van de varkens en de eerste titel voor een weblog schoot mij te binnen: 'Stuffed!' Ik kwam namelijk van achteren op het varken aangelopen en zag dat het dier was gevuld met nasi putih, witte rijst. Gebleekte rear ends zijn ook in het Westen inmiddels een modeverschijnsel. Zouden ze het van ons hebben?!
Met een haarscherp mes werd eerst de kop van het varken gesneden. Dat verdween in zijn geheel in de eerste plastic tas. Vast voor een liefhebber van zure zult. Vervolgens werden het hart en de lever uitgesneden en aan de priester en de burgemeester van het dorp aangeboden, de twee hoogwaardigheidsbekleders die deze ceremonie bijwoonden.
Toen wij aan Putu vertelden dat wij deze ceremonie gingen bijwonen, was haar eerste reactie: 'O, babi guling!' Voor de gever het ultieme offer. Voor de Balinees het vooruitzicht een stukje van de krokante korst van het speenvarken te kunnen eten dat lang aan het spit heeft gehangen. 'Enak sekali' (heel lekker)!
Ik zag vele handen om een stukje van de korst vragen. Iedere aanwezige kreeg tevens een doos overhandigd met daarin witte rijst, mie, groenten, een satestokje en nog wat ander vlees. En een beker water. Het eten was pittig en smaakte goed.

Na de maaltijd werd er even rust genomen. Daarna werd de ceremonie voortgezet rondom de tweede tempel, deze keer achter het huis. Wij schaarden ons achter de priester. Er werd gezamenlijk gebeden, offerandes werden om de tempel gedragen, er werd heilig water gesprenkeld, de tijdelijke tempel werd verwijderd en de definitieve werd ingewijd. Wij deden mee, zo goed als wij konden. We kregen de indruk dat er onderling soms wat onduidelijkheid ontstond over de te volgen stappen maar de priester was een goede dirigent. We kregen rijstkorrels op ons voorhoofd gedrukt. inmiddels viel er een zuiverende regenbui.


En nog was het einde van de ceremonie niet in zicht want ook het interieur en de pilaren van het huis moesten worden ingewijd: er werden geelkleurige koorden om de pilaren gebonden, met vlechtwerk daaraan. Een Balinese ceremonie aangepast aan Europese omstandigheden. (Want hoeveel pilaren heeft een doorsnee Balinees huis?) Ik begrijp dat de versierselen er zo lang mogelijk moeten blijven hangen. Ze mogen in ieder geval niet opzettelijk worden verwijderd.
Op de tafel in het (open) woongedeelte stonden prachtige handgevlochten manden met fruit, bloemen en gekleurde rijst die door mensen uit het dorp van Komang, hun chauffeur en de organisator van deze inwijdingsceremonie, waren gemaakt. Theo, Marja en Zoë werden besprenkeld, moesten het water ook drinken; dat gold ook voor hun personeel. Om 2 uur precies kwam de ceremonie ten einde. Het is mooi om te zien hoe zoiets belangrijks toch zo luchtig en met plezier kan plaatsvinden.

Wij bleven nog even na voor een praatje en een drankje. De mooi versierde tafel was in een mum van tijd ontdaan van al het eetbare dat in grote, plastic zakken verdween. Wij vroegen ons hardop af wat Balinezen zoal denken van die grote huizen, de enorme lappen grond, de luxe van dat alles. Zeker als je weet dat zij vaak met zo weinig tevreden (moeten) zijn. We weten inmiddels dat veel Balinezen klein behuisd zijn. Sommige personeelsleden delen een woning met elkaar, zeker als zij familie zijn. Voor een moeder met een aantal kinderen is er doorgaans niet meer dan één kamertje van een huis beschikbaar.
Theo kwam met de vergelijking: 'het moet zoiets zijn als de chauffeur van Bill Gates'... De werelden van beide mannen liggen zo ver uiteen... De chauffeur weet zo goed als zeker dat hij die andere wereld nooit zal betreden. Maar hij is wèl de chauffeur en dat telt! Een baan als personeel in een vakantievilla wordt hier als een goede baan gezien. En wij zijn blij met toegewijd en blij personeel.
Het was onze eerste inwijdingsceremonie en die zal ik niet licht vergeten. Zoals alles dat je voor het eerst doet. Ik kijk uit naar onze eigen ceremonie(s).
Ik heb foto's gemaakt die in het album zijn te zien.

woensdag 10 december 2008

Jalan-Jalan*

Vandaag hadden wij ons eerste damesuitje op Bali.
We waren uitgenodigd om mee te wandelen met Hollandse dames die hier permanent wonen. Niet iedereen die meewandelt, woont hier persé permanent maar voor de zes vrouwen waarmee wij er vandaag op uittrokken, was dat wel het geval. Degene met de meeste Bali-jaren woont hier al tien jaar. En wij, semi-permanenten voor dit moment, verblijven hier inmiddels drie weken. De rest zit er tussenin.
Er wordt wekelijks tenmiste één gezamenlijke wandeling gemaakt. Verzamelpunt is elke week een andere en van daaruit is het rechtsaf, linksaf, rechtdoor totdat wij middenin het Balinese leven staan. Daar vind je het echte, landelijke Bali. Ieder van ons is de mening toegedaan dat je dit niet meer vindt in het zuiden van het eiland.

Vandaag ging de route over landweggetjes, over dijkjes langs rijstvelden en door de kampong. We kwamen langs rijstvelden waar hard werd geploegd met karbouwen. Onze aanmoediging van hun zware werk werd met een stoere glimlach begroet. Om de vijf minuten werd er wel iemand 'selamat pagi' (goedemorgen) toegewenst of werd 'halo' geroepen door kinderen op weg naar school. Meestal met een lieflijke glimlach.
Dat is Bali op zijn best!

Ik genoot van de verhalen van de wandelende vrouwen: hoe ze hier terecht waren gekomen, wat zij hadden achtergelaten en wat ze hier zoal deden om hun dagen door te komen. Co, een van de vrouwen, vertelde mij vol passie dat zij hier als vrijwilliger werkt in een kindertehuis dat door Nederlanders is opgezet en wordt beheerd. Zij is druk met lesgeven aan de Balinese kinderen: Engelse les en zwemles. Zij vertelde mij met een grote grijns op haar gezicht dat zij nog maar net zelf zwemmen had geleerd.
Haar recentste initatief is het opzetten van een bibliotheek in Singaraja. De gemiddelde Balinees is niet opgegroeid met het lezen van boeken maar met passie, doorzettingsvermogen en een beetje hulp van vrienden en welwillenden gaat dat in de komende jaren zeker veranderen. Aan haar zal het niet liggen!

Of het verhaal van Sandra en Marijke die een project steunen dat goede huizen bouwt voor de meest armlastige Balinezen. Het project heet 'rumah baik' (een goed huis). Wat zou het mooi zijn als elke toekomstige villabewoner aan de Bali Zee een donatie doet voor het bouwen van een stenen huis voor een Balinese familie! Eerder dit jaar hadden wij vrienden in Nederland gevraagd dit project bovenop hun stapeltje jaarlijks te steunen initiatieven te leggen. (En niet alleen omdat het aftrekbaar is van de belasting.) Ook wij hebben onze steun daaraan gegeven. Het wachten is nu op de uitnodiging voor de ceremonie waarmee het nieuwe huis voor de betreffende Balinese familie wordt ingezegend. Dat zal aan het einde van deze maand plaatsvinden dus dit verhaal wordt vervolgd.
Wij hebben overigens bedacht dat, als onze vele boeken naar de huisbibliotheek in Bali zijn verhuisd, we een klein uitleenbedrag (Rp 10.000) gaan heffen voor elk boek dat door Nederlandse of Engelse buren wordt geleend. Om zo in de toekomst de kas van een nieuw rumah baik te spekken!

Het was de bedoeling dat wij het laatste deel van de wandelroute over het strand zouden wandelen maar vanwege een zeewal die eindig bleek, moest het laatste deel langs de weg worden gewandeld. Ook dat is Bali: honderden brommers en scooters, tientallen SUVs en een enkele bemo.
De wandeling werd afgesloten op het terras van Suzan, de vrouw die de route voor vandaag had gepland. Met een heerlijk kopje koffie, gevulde speculaas en een chocolademuis die de Sint hier had achtergelaten. We wonen immers niet in een uithoek van de wereld: dit is een stukje paradijs op aarde... Iedere wandelaar was dat vandaag volledig met mij eens. Wat ons betreft, is de wekelijkse wandeling voor herhaling vatbaar. Zéker als het zere teentje meewerkt!
(* betekent een wandeling maken.)

maandag 8 december 2008

Alzut ff kan

...zei mij liefje en draaide het autoraam aan haar zijde naar beneden.
“Als het even kan, laat ik het raampje aan mijn kant open tot we thuis zijn”.
We reden met onze wekelijkse boodschappen terug van Hardy's in Singaraja waar ik een impulsaankoop had gedaan. Ik had namelijk een durian gekocht. Het is een grote, stekelige vrucht die een geur verspreidt die doet denken aan de sokken van een week oud van iemand met een zeer ernstige vorm van hyperhydrosis. Alhoewel dat stukken schoner klinkt dan 'zweetvoeten' blijft de zware walm dezelfde. In de Wikipedia staat het als volgt beschreven: 'de rijpe vrucht ruikt zeer penetrant door de vorming van waterstofsulfide, waaraan de vrucht zijn alternatieve naam stinkvrucht ontleent'. Dat moet een beeld schetsen voor de lezer! Ik herinner mij van onze recente rondreis door Zuid-Oost Azië dat er regelmatig in hotellobbies verbodsborden hingen voor durians.
De stekelijke vrucht is lastig te schillen, zelfs voor een handige Hollandse maar voor kokkie Putu was dat een peulenschil. Zij wist overigens al dat wij een durian hadden gekocht voordat ik met dichtgetapete boodschappendoos de keuken instapte... Kun je nagaan. Maar het is een lekkernij met dik, crèmekleurige vruchtvlees, zoet en aromatisch.
Ik heb de vrucht daadwerkelijk in mijn eentje moeten opeten; mijn liefje gaf het na twee happen op en heeft die avond met tussenpozen over de vrucht en de lucht gemopperd. En het werd nog erger: ik moest zonder nachtkus gaan slapen, al had ik mijn tanden gepoetst!

Ik was heel blij Volkskrant-columnist Martin Bril weer te zien bij 'De Wereld Draait Door' op BVN. Hij voelt zich inmiddels goed genoeg om weer op de buis te verschijnen, na zijn behandelingen tegen kwaadaardige tumoren in darmen en nek.
Ik bezoek zijn website regelmatig en kan erg genieten van zijn berichten en gedichten.
Uit zijn geschrijf begreep ik hoe erg hij het vond dat hij een tijd lang geen haar meer op zijn hoofd had door de chemokuur. Dat was de belangrijkste reden waarom hij maandenlang niet 'en public' wilde verschijnen. Maar nu zit hij er dus weer! Met mooi, zilvergrijs donshaar maar ook met een strak koppie. Het goede nieuws is dat hij per januari 2009 weer dagelijks een column voor de krant denkt te gaan schrijven.

Elke avond zitten wij op het eigen terras in een soort 'red light district'. Er zijn namelijk vleermuizen op ons landje die 's avonds en 's nachts bij voorkeur in onze open, rieten (dak)kap gaan hangen. Om dat tegen te gaan, steken wij bij zonsondergang een rode lamp aan waardoor zij zich niet graag bij ons nestelen. Het is weliswaar niet diervriendelijk maar als wij dit niet zouden doen, zouden wij elke ochtend neergekwakte vruchtvleesresten op het (witte) terras vinden en dat is niet de bedoeling. Vleermuizen zijn dragers van ziekten en ook die willen wij niet!

Op 5 december viel mijn oog op speculaas bij de bakkerij in Lovina. Het was een no-brainer... dat ging mee naar huis! Mijn liefje deed de koekjes bij thuiskomst op een grote schaal en met Putu ging zij langs de buren. De brengers van dit lekkers werden door de Hollanders toegezongen en iedereen proefde van een speculaasje-met-uitleg. Er was een foto van Sinterklaas in The Jakarta Post verschenen die ook aan eenieder werd getoond. De Goedheiligman uit Spanje (dat schept een band) had namelijk ook een bezoek gebracht aan de Nederlandse school in Jakarta. Ik kreeg overigens sterk de indruk dat de Balinezen speculaas lekker vinden want Putu bewaarde de overgebleven koekjes om ze 's avonds aan haar zoontje Yuda te laten proeven. Ook hij hapte er gretig van.

De kerstverlichting is inmiddels ontstoken op het terras en in de zitkamer. Ons Balinese personeel heeft zich erg ingespannen om boompjes en gekleurde, knipperende lampjes te vinden en ze branden hier 's avonds dat het een aard heeft (zou Gerard Reve zeggen).
Erg 'red light district'-waardig! Elke dag wordt er wel een nieuwe kerstaccessoire bij ons afgeleverd door personeel van andere villa's in de omgeving. We moesten daar erg om giechelen maar werken enthousiast mee om het huis op te leuken. Geluk zit vaak in kleine dingen.

vrijdag 5 december 2008

Evenaar

Mijn liefje suggereerde dat ik weer eens over ons schrijf, over hoe het ons hier vergaat. Volgens haar zit niemand te wachten op informatie en statistieken over Bali. “Is dat zo?” Ik kan mij nu juist weer niet voorstellen dat mensen alleen maar over ons eigen wel & wee willen lezen.?! Mij lijkt het juist interessant iets over de gebruiken van dit zo andere, exotische eiland te lezen. Alhoewel ik doorgaans niet aan verzoeken voldoe, zag ik de redelijkheid er wel van in dus daar gaan we.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik zeer verguld ben met de benoeming van Hillary Clinton voor de aanstaande post van minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten. Ik vind het bijzonder dat Obama toch daartoe heeft besloten en dat Bill zijn volledige medewerking aan de aanstelling van zijn echtgenote heeft toegezegd. Zo wordt het toch nog een beetje 'Hillary for President'!

Wij kijken elke avond naar BVN, het Beste Van Nederland (en België). We kunnen er lang over redetwisten of het beste van het Nederlandse televisiebestel daadwerkelijk wordt uitgezonden maar wij in Bali zijn er blij mee. Zo blijven wij op de hoogte van zaken die in Nederland en Europa nieuws zijn.
Als we het niet tot 's avonds uithouden, d.w.z. als wij ons hoofd eerder te rusten leggen dan een bepaald programma wordt uitgezonden, kunnen wij daar de volgende ochtend naar kijken. Op die manier is het tijdsverschil (7 uur) wel handig. En zo zijn we dan op de koffie bij Pauw & Witteman: op de bank, met alle ramen en deuren wijd open, een kopje capuccino of macchiato van Nespresso erbij dat Putu, onze kokkie, inmiddels tot perfectie kan maken. Het is hier vroeg licht en wij staan dan ook vroeg op. Als consequentie is het ook vroeg donker. Volgens de Balinezen duurt een dag (slechts) 12 uur: na 19:00 uur begint voor hen de nieuwe dag al. Terwijl Nederland rond het middaguur pas begint warm te draaien!

Deze week hebben wij 'gezinsuitbreiding' gekregen: het jongere zusje van Putu, Nor, heeft zich bij onze villa aangediend voor de schoonmaak en andere klusjes. Zij was tot voor kort baby-oppas maar haar baan verviel op 1 december en nu is zij bij ons en bij haar zus in opleiding. Het is een leergierige jongedame die nog niet zo goed Engels spreekt maar wel aan één uitleg genoeg heeft om het vervolgens zelf te doen. Dat is leuk om te zien.

Vroegen wij ons enige tijd geleden af of wij wel zouden kunnen wennen aan personeel in huis, twee weken na aankomst kunnen wij ons niet meer voorstellen hoe het zonder hen moet. Wij hebben ons inmiddels aangepast aan het ritme dat vele buitenlandse mensen hier volgen: op de dag dat de kok vrij heeft, wordt niet zelf gekookt maar buiten de deur gegeten. Alsof we nooit anders hebben gedaan. Is dat aanpassen of niet?!
In ons eerste weekend samen waren wij nog vol goede moed aan koken en afwassen begonnen maar afgelopen zondag gingen wij 'uit'. Het verkozen restaurant heet 'DAMAI' en ligt op circa 30 minuten van ons huis. We moesten een heuvel op, over een smalle weg, door de Balinese kampong (platteland). De Kia had duidelijk moeite met de steile hellingen maar bracht ons zonder problemen naar onze eindbestemming voor die dag. Ik rijd alleen bij daglicht en misschien zal ik hier wel nooit 's nachts rijden. Je moet de goden -die hier immers zo nabij zijn- namelijk niet verzoeken.

Het werd een culinair feestje met mooie, organische producten uit eigen tuin. Damai afficheert zich als 'eco resort' en het huist bovendien Bali's beste restaurant. Zien is geloven dus surf naar Damai.
Voor Balinese begrippen was het heel duur maar naar Nederlandse maatstaven was het goedkoop. Op de terugreis haalden wij de krant op, die voor ons apart wordt gelegd bij 'Warung Tip Top'. Eenmaal terug in huis lazen wij het krantje en zwommen we een paar baantjes. Die dag was qua weer de mooiste dag tot nu toe: een strakblauwe lucht met een zachte bries.

Deze week is ook een begin gemaakt met de eigen kruidentuin. Dat is een serieus idee voor onze eigen tuin maar we kunnen er nu al wat mee experimenteren. We hebben Putu gevraagd verse koriander te kopen, mèt wortels, zodat wij die in de tuin kunnen plaatsen. Gisteren is mijn liefje bij het ochtendkrieken naar de pasar van Singaraja gegaan om zaden van diverse kruidjes te kopen. Tuinman Kadek heeft een mooi hoekje bij een Balinese tempel gekozen en mijn liefje heeft er symbolisch een vlaggetje bij geplaatst. Het leek een heuse ceremonie!
(Ik heb ook weer nieuwe foto's geplaatst.)

dinsdag 2 december 2008

Alex Rolex

Het percentage Indonesiërs dat in 2008 op of onder de armoedegrens leeft, is ruim 15%. Dat is hoog. Dit percentage is sinds tien jaar een all-time low en daarop is de president van Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono terecht trots, zeker als je bedenkt dat het in 1998 nog een bloedstollende 42% was. Aldus een hoofdartikel in de zondageditie van 'The Jakarta Post'.
Percentueel is hier dus sprake van een fikse daling maar in absolute cijfers is 15% van de bijna 300 miljoen inwoners die Indonesië rijk is, bijna 45 miljoen mensen. En dat zijn er veel te veel! De verwachte bevolkingsgroei voor de gehele archipel wordt tot 2011 geschat op 1,5%. Het is zeer te hopen dat het aantal Indonesiërs dat onder armoedige omstandigheden moet leven, niet navenant zal groeien.

In een Balinees krantje las ik dat locale mensen angst voelen voor buitenlanders die hier komen werken en bedrijfjes opzetten. Volgens de statistieken is de gemiddelde besteding van een Europese toerist tijdens zijn of haar verblijf in Bali €300.
Uitgaande van het aantal toeristen uit Europa bleek dat Bali in de praktijk minder inkomsten ontvangt. Volgens het betreffende artikel besteden met name bezoekende Britse en Duitse toeristen hun geld bij Britse en Duitse gidsen, reisbureaus, kleine hotels en restaurants in Bali. Dat verschijnsel lijkt mij ook van toepassing op Nederlandse toeristen maar daarvan werd in het artikel niet gerept.
De angst voor het afpikken van banen lijkt ook niet ongegrond. Het is voor de Balinees al moeilijk genoeg om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Over de gehele Indonesische archipel bezien, ligt het gemiddelde maandinkomen van een Indonesiër op Rp 883.000 (100.000 roepiah is €7). Het gemiddelde inkomen van de Balinees ligt hoger. Er werken bijna zes miljoen Indonesiërs in fabrieken in het buitenland. De meeste Balinezen zijn werkzaam in de toeristensector in het eigen land en één daarvan is Alex Rolex.

Op een avond zaten wij aan het strand te genieten van de ondergaande zon, de vele kleuren in het water, de vorm van de wolken in de lucht, de vissersboten op de Bali Zee, spelende jongetjes in het water toen wij hem zagen. Wij herkenden hem van ons vorige bezoek aan Noord-Bali in maart 2008.
Deze strandverkoper heeft een soort zelfgefabriceerd stalletje op zijn buik met daarop zijn officieel geregistreerde handelsnaam: 'Nr 7 Alex Rolex'. Zo is het meteen voor iedereen duidelijk wat zijn handelswaar is. Zijn echte naam is Ilyas. Hij probeert op een nette manier valse horloges te slijten. Nep is niets voor ons dus de animo om een uurwerkje bij hem te kopen, is geenszins aanwezig. Wij hadden hier duidelijk van doen met een 'conflict of interest' want Alex wil graag wat verdienen dus mijn 'Tidak, terima kasih' (nee, bedankt) was geen optie voor hem.
Hij bleef zijn koopwaar glimlachend bij ons aanprijzen en mijn liefje vond dé oplossing voor dat moment. Zij wees op haar pols en legde uit dat zij aan het begin van dit jaar van hem, Alex Rolex, een horloge had gekocht en dat het nog steeds liep. Ik zag hem eerst vol verbazing kijken en die verbazing veranderde weldra in trots... Dat zijn horloge zo goed bleek te zijn... dat had zelfs hij niet verwacht!

Alex maakte aanstalte door te lopen maar dat was nu ook weer niet de bedoeling. We wilden wel degelijk iets bij hem kopen. Hij is namelijk hoofdpersoon van een boek dat door de Nederlander Wim Verbeecke is geschreven, met de titel 'Onderweg naar ILYAS, de stem van kampong Kaliasem Bali' (uitgeverij Arroy). Verbeecke heeft Ilyas een tijdje in zijn doen en laten gevolgd en heeft die ervaringen in een aardig boekje opgetekend. Ilyas woont in een kampong waar alle religies vredig naast elkaar bestaan en is naast horlogeverkoper ook oproeper in de moskee. De opbrengst van dit bijzonder informatieve boek gaat naar Ilyas en zijn familie en is het lezen meer dan waard.

vrijdag 28 november 2008

GP²S

Als je op gevorderde leeftijd een nieuwe taal wilt leren, moet er veelvuldig gebruik worden gemaakt van 'hulpmiddelen' om iets te onthouden. Bij het leren van Bahasa Indonesia kan niet worden gesteund op eerder geleerd vocabulair of eerder bestudeerde grammatica. Het lijkt op geen enkele Europese taal. Daarom is het best lastig maar ik beschik over enig 'taalinstinct' èn ik ben een fervent aanhanger van de stelling dat je nooit te oud bent om te leren.
Ik kan mij goed herinneren dat ik op de middelbare school ook zelfbedachte ezelsbruggen gebruikte als ik iets moest leren dat voor mij niet zo vanzelfsprekend was. En ik geef ruimhartig toe dat ik DROL tot op de dag van vandaag gebruik: Dicht is Rechtsom, Open is Linksom. Een goede ezelsbrug is dus goud waard en ook GPkwadraatS bleek voor mij een goede te zijn.

Meelezende familie en vrienden, alsmede andere trouwe lezers van mijn blog weten dat ik een foodie ben. Ik houd van lekker eten en dat mag niet worden verward met “ik houd van eten”. Als ik iets moet eten dat ik niet lekker vind, dan eet ik liever niet.
Ik realiseer mij terdege dat dit een luxe-standpunt is, zeker als je op Bali vertoeft. Lokale mensen zijn al erg tevreden met een bordje nasi putih (witte rijst) elke dag. Tegelijkertijd is het standpunt irrelevant want hier komen alleen maar smakelijke gerechten op tafel!
Ik houd erg van Indonesisch eten en wij zijn met Putu in de gelukkige omstandigheid een goede kokkie te hebben. Zij heeft lol in haar werk en toont eigen initiatief. Zij heeft voorheen in een restaurant gewerkt. Op sommige dagen dient een van ons een verzoeknummer in (dat altijd wordt gehonoreerd) en op andere dagen zoekt zij het helemaal zelf uit. We eten gevarieerd, gezond en verantwoord. Als er voedsel overblijft, wordt het altijd door iemand mee naar huis genomen.

Goed; terug naar Gee-Pee²-eS. Ik was een hoofdstuk met woorden en uitdrukkingen over eten aan het bestuderen. Deze -al zeg ik het zelf- fraai bedachte ezelsbrug staat voor: Garpu (vork), Piring (bord), Pirsau (mes), Sendok (lepel). Van links naar rechts opgesomd, zoals het voor mij ligt als we aan tafel gaan. De woorden op die manier onthouden, werd voor mij een eitje!
Eitje is overigens 'telur' in Bahasa Indonesia maar dat wist ik al voor deze taalstudie. Voor iemand die een belangrijk deel van haar leven (o.a. middelbare school) in Haagse kringen heeft doorgebracht, is het idioom van de toko's immers gesneden (spek)koek!

Mijn moeder, die niet houdt van Indonesisch eten, was op enig moment bevriend geraakt met twee Indonesische vrouwen die in Den Haag een toko hadden naast de winkel waarin mijn moeder een part-time baan had. Ik ging uit school wel eens bij hen langs en smulde van de sateh, loempia, diverse soorten rijst, gevarieerde groentes en de toetjes. Als ik een bezoek ging afleggen, moest ik mijn vader beloven dat ik ook iets voor hem meenam; hij was namelijk net zo'n smulpaap als ik en had bovendien een zwak voor Indonesië. Als familie werden wij weleens uitgenodigd voor een rijsttafel bij de Indonesische dames thuis. Het huis was dan gevuld met hun familie en vrienden en met ons, drie witte 'Belanda'. Voor mijn moeder, hun vriendin, bereidden de dames dan aardappeltjes met een biefstukje en voor ons stond de allerlekkerste rijsttafel klaar. Mijn vader en ik verklaarden haar voor gek: “hoe kon je nu al die gerechten uit de Indonesische keuken niet lusten?!”

Onlangs las ik in de zondageditie van 'The Jakarta Post' een aantal culinaire artikelen. Het eerste interessante artikel ging over een nieuw kookboek dat was uitgekomen, getiteld 'Dapur Naga', drakenkeuken. Het gaat over de Indonesische 'peranakan'-keuken die Javaanse, Maleise, Chinese en Hollandse invloeden heeft ondergaan. Het boek geeft niet alleen boeiende recepten maar beschrijft ook hoe die invloeden tot stand kwamen. Met name op Java is een aantal restaurants dat deze keuken voert.
Het tweede artikel in dit verband ging over een nieuwe gids die is uitgekomen van de beste restaurants in Azië, de 'Miele Guide for Asia 2008-2009'. De naam van de gids klinkt een beetje suf maar het is vergelijkbaar met de Guide Michelin voor Europa. Ook Bali schijnt een aantal goede restaurants te hebben dat in de gids voorkomt. Binnenkort gaan we dus maar eens een ritje maken naar een grote stad om een goede boekhandel te vinden. Wordt zeker vervolgd.

donderdag 27 november 2008

Van harte gefeliciteerd, zussen!


Ook al zal deze dag gepaard gaan met veel gemengde gevoelens, wij wensen jullie toch een fijne dag toe met de andere familieleden en vrienden.

maandag 24 november 2008

Bali Laut, de zee bijna voor mij alleen

Iedere dag lezen wij 'The Jakarta Post'. Ik vind het een interessante, informatieve krant met veel internationaal nieuws, met een hele bladzijde gewijd aan nieuws van en over Bali. Het is onderdeel van onze inburgering. In die krant stond vermeld dat dit jaar 391.000 Europeanen Bali bezochten. Dit is wederom een stijging ten opzichte van vorig jaar. Dit komt neer op circa 27% van het totaal aantal bezoekers op het eiland. Het aantal Duitse en Britse toeristen daarbinnen neemt toe. Als dat maar goedgaat..?!

Terwijl ik dit typ, blaast er een lekker (warm) windje door het huis. Alles staat open. Momenteel logeren wij in een 'buka kecil', hetgeen 'klein en open' betekent. Het is daadwerkelijk een tropisch huis: grote delen zijn geheel open maar er zitten wel deuren en ramen in. Als we alle deuren en ramen zouden sluiten, komt er veel frisse lucht het huis binnen omdat de eerste verdieping en het hoge dak geheel open zijn.

De regentijd is hier echt begonnen: de eerste heftige regen- en onweersbuien hebben zich inmiddels aangediend. Het licht is ook al eens uitgevallen maar dat is 'tidak, apa-apa'. Het is geen probleem, dat hoort erbij. Wat er ook bijhoort, is het rapen van mango's uit eigen bomen. Een dag in de week is het personeel vrij en die dag is vandaag. Normaliter is de tuinman annex zwembadbeheerder vroeg aanwezig en worden de vruchten in de tuin door hem geraapt. Maar vanmorgen deed ik dat dus zelf: zeven mooie, sappige mango's waren het resultaat van dat vroege rondje door de tuin. Eén grote vrucht was al ten prooi gevallen aan de vleermuizen die 's avonds en 's nachts om het huis vladderen. Wij zullen de vangst met veel smaak verorberen!

Ik maak vorderingen met mijn Bahasa Indonesia (BI), de taal van hier. Elke dag bestudeer ik een hoofdstuk uit mijn boek en maak ik oefeningen en na vijf hoofdstukken herhaal ik het geleerde, heb ik bedacht. Zo gedisciplineerd!
Kokkie Putu -niet te verwarren met de Spaanse puta- is op de hoogte van mijn wens om de taal te leren en spreekt elke dag langzaam BI met mij. Ik loop dus voortdurend met een woordenboek op zak maar ik heb er (nog?) veel lol in. 'Nama saya Brigitte dan saya dari Spanyol': ik heet Brigitte en ik kom uit Spanje. In deze taal doet men niet moeilijk over lidwoorden, meervoudsvormen of werkwoordvervoegingen. Om een idee te geven: het BI-woord voor goed is 'baik'. Als iets heel goed is, heet dat 'baik-baik'.

Begin van dit jaar kochten mijn liefje en ik van Ton, een van de huiseigenaren die hier permanent woont met vrouw Fely en twee dochters, een tweedehandsauto. Met het stuur aan de rechterkant, met automatische transmissie en met airco dus helemaal wat wij hier nodig hebben. Deze week ben ik voor het eerst zelf achter het stuur gekropen om een ritje te maken. De eerste tocht was naar het nabijgelegen plaatsje Lovina. In die plaats zit namelijk een winkel waar heerlijk donker brood, huisgemaakte taartjes, rosé uit Bali en nog veel meer lekkers te koop is.

Elke maand komen op Bali gemiddeld 44 personen om in het verkeer, aldus diezelfde Jakarta Post. De meeste Balinezen rijden op brommers en scooters maar de autoweg is desalniettemin van hen. Maar ook Balinese automobilisten houden er eigen regels op na: als een tegenliggende auto een vervoersmiddel inhaalt en daarbij over de middenstreep komt, wordt er vanuitgegaan dat jij als tegemoetkomende auto daarvoor uitwijkt. Met links en rechts passerende brommers en scooters is dat een heel aparte ervaring. Maar niets om voor te vluchten want met een matige snelheid en ogen op steeltjes kom je hier een heel eind!

In de tussentijd hebben wij ook een langere tocht naar de kustplaats Singaraja gemaakt om er de grote supermarkt 'Hardy's' te bezoeken. Wij bleken de enige niet-Indonesiërs in de winkel te zijn. De Balinezen die er rondliepen, liepen veelal zonder winkelmandje of -karretje. Wij weten inmiddels uit eigen ervaring dat de winkels vol met winkelend lokaal publiek zijn aan het begin van een maand en dat het aantal terugloopt naarmate de maand vordert. Dat heeft alles te maken met het salaris dat opraakt naarmate de maand eindigt.
Wij helpen onze kok dan ook een handje: ze heeft een jongetje van veertien maanden oud en aan het einde van de maand zijn ook haar salaris en dat van haar man schoon op. Er is dan geen geld meer voor gezonde babyvoeding en dat gaat mij als ex-Nutriciaan gewoon tè ver!

Ook hebben we in onze eerste week hier weer nieuwe, aanstaande buren ontmoet; het zijn Hollanders uit Brabant. Met hen zijn wij een keer naar 'ons' te bebouwen land gereden. We kwamen met elkaar tot de conclusie dat het een prachtig gesitueerd stuk kustlijn is. De groene heuvels en de wijngaarden van het achterland liggen op 'aanraakafstand' en bij helder weer zien wij links de vulkanen van Oost-Java liggen. Na dit bezoek aan het grondstuk hebben wij besloten het huis nog iets naar de kust te verplaatsen en ook nog enkele graden naar het westen te draaien voor het optimale uitzicht.

Wij gaan uitkijken over een rustige baai en op 50 meter van ons huis ligt een schitterend, klein koraalrif. Daar kun je als snorkelaar vanaf het strand gewoon naartoe zwemmen. Elke dag zwem ik een stukje in mijn eigen zee ('laut' in BI), bij een temperatuur van 25°C. Het spijt mij van jullie natte sneeuw!

woensdag 19 november 2008

14.000 kilometer verderop...

We zijn veilig op Bali aangekomen.
Op zondagochtend reisden wij vanaf luchthaven Murcia naar Londen, waar we anderhalve dag zouden verblijven voordat we de vlucht naar Singapore zouden maken. Het klinkt wellicht vreemd maar voet op Londense bodem zetten, voelt nog altijd als thuiskomen. Het weer was druilerig, dat wel.
We wandelden door Hyde Park waar die dag sprekers op de zeepkist stonden, bezochten de 'Serpentine Gallery' (ontworpen door Frank Gehry), slenterden door Chinatown en dineerden 's avonds bij 'Chez Gérard'.
De volgende dag bezochten we 'Tate Britain' om de expositie van het werk van Francis Bacon te zien. Met zijn rauwe schilderijen van dierbare mensen is hij al vele jaren een van mijn favoriete kunstschilders.
Na een smakelijke lunch bij 'Criterion' (van chefkok Marco Pierre White) gingen met de Heathrow Express naar de luchthaven. Er is veel ten goede veranderd op Heathrow.

Inmiddels zijn wij dus op de plaats van bestemming en zijn wij de bijkomstigheden van een lange vliegreis na een goede nachtrust alweer vergeten. De aankomst was heel plezierig: Ton en Fely hadden een glaasje-met-hapje voor ons klaarstaan. En het hemelbeld was heerlijk opgedekt, inclusief bloemenstrooisel.

The day after hebben wij onze eerste nasi goreng gegeten, onze eerste baantjes in het zwembad gemaakt, de eerste schelpen geraapt, de eerste vogels en vlinders begroet. En we hebben het eerste kopje koffie uit het meegetroonde Nespresso-apparaat, dat deel uitmaakte van onze handbagage, met smaak gedronken. Mèt de buurvrouw want die was op de koffie.
Het was ook leuk om het personeel weer te zien dat ons tijdens ons vorige verblijf zo goed had verzorgd. Ze waren inmiddels op de hoogte gesteld van onze komst en waren al vroeg paraat om ons te begroeten... Alleen waren wij vanmorgen geen vroege vogels; uitslapen stond op het programma. Ik vermoed overigens dat er niet veel jetlag zal zijn.


De eerste foto's zijn ook gemaakt. In de komende weken zal ik het album Bali 2008-2009 regelmatig updaten.

zaterdag 15 november 2008

Naar Bali

Onze tijd in Spanje zit er voor dit jaar weer op. Nelly en Diederik vliegen vandaag terug naar Nederland. Het was fijn weer met hen samen te zijn. We durfden er niet op te rekenen maar hoopten het wel van ganser harte... en het is ervan gekomen. Het was een samenzijn met veel glimlach en een traan. 'Hope is a beautiful thing' dus lieverds: we kijken uit naar ons gezamenlijke kopje koffie over een paar maanden!

Morgen vliegen mijn liefje en ik -net als de trekvogels- verder naar het Zuiden.
Volgende week komen wij dan op Bali aan, 'het eiland van de goden'. Het wordt weleens het laatste paradijs op aarde genoemd. “Hoe de liefde voor dit eiland ontstond?” Wel, sowieso ben ik een overtuigde 'eilandbewoner': geboren aan de Nederlandse westkust (schiereiland), uit vrije wil verhuisd naar Engeland (eiland) en nu woonachtig in Spanje (schiereiland). Bovendien: het eerste uitstapje met mijn huidige liefde was naar Schiermonnikoog... Als dat geen voortekenen waren!

In november 2005 maakten we voor het eerst een reis rond de wereld. Wij hadden tot dat moment regelmatig verre reizen gemaakt waarvan we beiden met volle teugen genoten. Die eerste 'echte' wereldreis zou zes maanden in beslag nemen en begon op het Indonesische eiland Bali. Het is het westelijkst gelegen eiland dat behoort tot de Kleine Soenda. Het eiland meet 5.561 km² en telt ruim drie miljoen inwoners. Denpasar is de hoofdstad, de godsdienst van Bali is hindoeïsme dat intensief wordt beleefd door 93% van de bevolking.

Drie jaar geleden verbleven wij in een hotel in het Zuiden van het eiland. Van daaruit maakten wij met een Balinese gids twee weken lang uitstapjes over het gehele eiland. In twee weken kun je namelijk Bali rondrijden. Het moge duidelijk zijn dat je het eiland daarmee niet kent. Zo reden wij door het groene hart van het eiland en reisden we langs de kustlijn. We zagen tempels, vulkanen, rijstvelden, hardwerkende Balinezen op het land, vissersboten, dolfijnen. We verbaasden ons over de lavastranden, de lieflijke visserdorpjes en de kleurrijke, traditionele prauwen. Het Noorden van Bali is veel minder toeristisch dan het Zuiden. Na twee weken verlieten wij het eiland, een diep gekoesterde ervaring rijker. We wisten toen al zeker dat wij er zouden terugkeren.

In oktober 2007 keken wij op een zaterdagnamiddag naar een TV-documentaire over Bali. Het ging over een gepensioneerde tandarts die als vrijwilliger kunstgebitten vervaardigde voor Balinezen die door een slecht of zelfs ontbrekend gebit niet meer konden eten en daardoor ook niet meer konden werken en in hun levensonderhoud voorzien. Die beelden van het eiland met zijn fantastische bewoners raakten ons wederom en van het een kwam het ander. We legden uiteindelijk contact met een Balinees-Nederlandse onderneming die huizen bouwt aan de Noordkust van Bali.

Toen wij in november 2007 aan onze vier maanden durende reis naar Zuidoost-Azië
begonnen (Thailand, Laos, Vietnam, Cambodja), hadden wij de vlucht naar Bali nog niet geregeld. Die stond in ons hoofd al wel min of meer vast. In maart 2008 lieten wij het geplande verblijf in Hong-Kong vervallen en keerden wij enigszins opgewonden terug naar Denpasar, de hoofstad van Bali.

Er zijn plaatsen op aarde die je hart direct raken. Je landt er en je wilt eigenlijk nooit meer vertrekken. Ken je dat gevoel?
Australië (ook al een eiland?!) hoort wat mij betreft tot die categorie. Voor mijn liefje geldt dit ook voor Australië en voor Mauritius en voor ons beiden geldt dat sterk voor Bali. Het is ook Bali van de VN-klimaatconferentie (december 2007) met Yvo de Boer, hoofd van het klimaatbureau van de Verenigde Naties dat ons aanspreekt. Hij leidde de onderhandelingen voor een vervolg op het klimaatverdrag van Kyoto en hield er een emotionele speech ter afsluiting van het wereldwijde congres. Ik herinner het mij goed, het maakte indruk.
Het verbaast mij overigens dat het eiland tot op heden niet op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat maar wat niet is, kan nog komen. De Balinese cultuur en de weelderige natuur van het eiland zijn het beschermen meer dan waard. En als het even kan, willen wij ons daarvoor in de komende jaren inzetten.

Nu, november 2008 zijn wij de trotste eigenaren van een binnenkort te bouwen villa op een grondstuk aan de Balinese Zee.
De plaats waar het allemaal gebeurt heet Banjar en ligt in het Noorden van Bali. In Bahasa Indonesia, (letterlijk: de taal van Indonesië) betekent het woord banjar 'rij', 'keten' of 'gemeenschap'. De plaatsnaam komt ook voor op de andere eilanden van de Indonesische archipel.

Banjar is van historische betekenis want er woedde een felle oorlog ('Banjar War', 1871) tussen de toentertijd heersende brahmaanse koninklijke familie en de Hollanders die zich het eiland wilden toeëigenen. Het liep helaas niet goed af met de Balinezen... Gelukkig komen de meeste van ons hedentendage met vreedzame bedoelingen!
De Brahmanen van Banjar (leden van een hoge kaste) staan bekend om hun literaire gaven en dat spreekt mij persoonlijk zeer aan. Daarmee ga ik in de toekomst zeker iets doen. Er liggen veel andere bezienswaardigheden in de directe omgeving: de heetwaterbronnen, het enige boeddhistische klooster van Bali, de koraalriffen, de dolfijnen.

Het achterland vind ik Bali op zijn mooist: groene rijstvelden, heuvels in vele kleuren, gevulde wijngaarden en vulkanen. Ons tropische strandhuis wordt medio 2009 opgeleverd en we kunnen ons nu al zeer verheugen op de vredige atmosfeer, de kalme Balinese zee voor de deur en de zwarte zandstranden rondom het huis. We plannen momenteel een wat langer verblijf dus er zullen veel Bali-ervaringen in weblog volgen.

zaterdag 8 november 2008

Salvador Dali-glimlach

Deze week is Barack Obama dan eindelijk verkozen tot 44ste president van de Verenigde Staten. Ik heb goede hoop dat ook de wereld erdoor opknapt. "We like!"
Sinds mijn liefje en ik een aantal maanden (aansluitend) door Azië hebben gereisd -waar de meeste inwoners niet goed Engels spreken en de taalvaardigheden beperkter worden naarmate je verder naar het Noorden trekt-, hebben wij onszelf een primitief soort Engels aangemeten dat we op gepaste momenten bezigen. We gebruiken uitdrukkingen als "no like" voor als ons iets niet bevalt en "we like" als ons iets zeer goed bevalt.

In de afgelopen dagen zijn er eigenlijk alleen maar 'we likes' geweest, met het eerste stoompanrecept als uitzondering. De Arola-pan heeft namelijk zijn naam geenszins waar gemaakt in de familie. Er ontstonden haperingen in de waterdoorstroom waardoor de groenten in de middelste en bovenste ring niet werden gaargestoomd. Er was wel stoom maar die kwam uit mijn oren! De visfilet op de onderste etage zag er na 15 minuten uit als een kromgetrokken schoenzool en smaakte ook zo. Ik at die avond met lange tanden.
Binnenkort zullen wij dan ook wederom een bezoek aan El Corte Inglés afleggen om een en ander aan de kaak te stellen. De vraag is of dat gaat lukken: ik heb namelijk de verpakking inmiddels in de Spaanse papierversnipperaar gestopt (want wij doen braaf mee aan het Spaanse recyclesysteem); de aankoopbon heb ik wel behouden. Gezien de ervaringen die wij hebben bij het warenhuis kan ik momenteel maar een ding bedenken: 'A ver', we zullen zien.

Op een van avonden in de afgelopen week volgde ik met Nelly, mijn lieve vriedinnetje en grote heldin die het aandurfde naar Spanje af te reizen, een Engelse 'whodunnit' op de Spaans-Hollandse buis waarin een uitdrukking werd gebezigd die mij beviel en derhalve titel van dit weblog werd.
Doorgaans geef ik de voorkeur aan luisteren naar het Engels boven het lezen van de ondertiteling maar gezien mijn talige interesse keek ik tevens naar de Nederlandse vertaling van de expressie 'Salvador Dali smile'. Het werd naar het Nederlands vertaald met 'Merlot-glimlach'. Die vond ik minder dan de Engelse versie, die mij veel kunstzinniger en creatiever in de oren klonk. In dit geval is het werkelijk een vondst: de 'Salvador Dali-glimlach' geeft heel beeldend weer hoe iemand eruit ziet die (veel) van een glas rode wijn houdt... Door de natuurlijke kleurstof in de rode wijn krijg je er namelijk gekrulde mondhoeken van en ga je eruitzien als Salvador Dali. Maar dan tijdelijk.
Zelf ben ik eerlijk genoeg om te bekennen dat ik erg geniet van een goed glas wijn. Anderen wensen dat een verslaving te noemen. Ieder zijn woordkeus! Ik vond het mooie beeldspraak die bovendien typerend is voor deze week: met al onze lieve vrienden die nu op bezoek zijn in Spanje hebben wij -onder andere- gemeen dat wij genieten van wijn en van lekker eten. (Zeker zonder stoompan.)

Afgelopen donderdag waren Nelly en Diederik een dagje zonder ons omdat wij met onze vrienden uit Kijkduin een rondje golf speelden op golfbaan 'La Finca'. Die baan heeft greens als een babybilletje, fairways als stairways to heaven en weidse vergezichten. Ik laat deze keer niet graag in het midden wie het hoogste Stablefordpuntentotaal had ("Yes, I can!"); het was een heerlijke dag uit in prettig en sportief gezelschap. Laten wij het er maar op houden dat dit vooral mijn golfspel ten goede kwam.

Morgenavond hebben wij dan 'de bonte avond': een oude traditie die wij met graagte in ere houden. Het betreft de laatste avond in Spanje voor onze vrienden. We noemen die avond 'bont' omdat we het bezoek dan extra feestelijk afsluiten dus ik verwacht veel Salvador Dali smiles te zien. Het wordt een diner-voor-acht met Balinees tintje. De foto's staan in het album getiteld 'Foto's Spanje-bezoekers'.



donderdag 30 oktober 2008

Count your blessings

Ik had mij zó voorgenomen deze week geen blogs meer te publiceren. Maar dat lukte eenvoudigweg niet! “Moet je ook maar geen Nederlands journaal kijken”, bedacht ik mij. Het nieuwsitem waarover de opwinding ontstond, had betrekking op de nieuw gehanteerde rekenmethode in Nederland: de 'realistische' manier.
Ik zag professor doctor Jan van Maanen op het scherm, directeur van het Freudenthal Instituut in Utrecht, die de volgende woorden sprak: 'het onderwijs is nu gericht op burgers die wat kunnen'.
Het Freudenthal Instituut wordt wel de denktank van de vernieuwingen in het reken- en wiskundeonderwijs in Nederland genoemd. Dat kan wel zo zijn maar ik voelde mij door de woorden van Van Maanen persoonlijk aangesproken! “Alsof dat vroeger niet zo was? Waren wij dan leerlingen die niets konden?” De eerste gedachte bracht wel het een en ander bij mij teweeg: “behoorde ik daarmee tot die groep mensen die van mening is dat alles vroeger beter was?”

Ik herinner mij de lagere schoolklassen waarin wij met elkaar unisono de tafels moesten opdreunen. Als je pech had, moest je het in je eentje voor de klas opzeggen. Het was zeker niet het toppunt van natuurlijk onderwijs. We deden veel sommen, ook staartdelingen. Wij hadden -denk ik- geen van allen het idee waarom rekenen zó moest gebeuren. Ik vond sommen leuk, ik deed ze gewoon en ze klopten ook altijd! Achteraf bezien ben ik niet beschadigd door de traditionele aanpak. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het mij ook geen bètaleerling heeft gemaakt...
Ik realiseer mij dat de rekenmachine al vele jaren vaste passagier was in de gemiddelde schoolboekentas. Zelf heb ik nog eindexamen gedaan zonder rekenhulp.
Eigen ervaringen wezen inmiddels wel uit dat het huidige supermarktpersoneel niet kan hoofdrekenen. Maar supermarktmedewerkers vertegenwoordigen een deel van de middelbare schoolleerlingen (doorgaans VMBO-niveau). “Dus hoe zat het nou?”

Eerst maar eens wat feiten op een rij.
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs wordt elke vijf jaar door het Cito een zogenoemde 'periodieke peiling van het onderwijsniveau (PPON)' uitgevoerd. Voor rekenen en wiskunde bleek het volgende.
“Het gaat met name slecht met het cijferen, grote sommen die op papier moeten worden uitgerekend. In 1992 haalde daarin nog 84% het minimumniveau op het onderdeel vermenigvuldigen en delen, en scoorde 41% voldoende. In 2004 was dat gezakt naar 50%, respectievelijk 12%. Nog geen kwart van de aanstaande havo- en vwo-leerlingen haalde hierin een voldoende”. Aldus een artikel in Trouw van 21 december 2007.
Uit dat onderzoek bleek dat de vaardigheid van leerlingen over de hele linie van de rekenkundige bewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) sinds 1987 sterk achteruit was gegaan.

In Nederland is bijna alles gepolariseerd dus het zal niemand verbazen dat inmiddels ook een officiële tegenstander van de nieuwe rekenmethode was opgericht: de 'Stichting Goed Rekenonderwijs'. Jan van de Craats is hoogleraar Wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur van de Stichting. Hij heeft een online zwartboek geschreven met de titel 'Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen'.
Daarin maakt hij zich vooral druk om 'didactische fratsen' in het realistische reken- en wiskunde-onderwijs; hij ergert zich aan de trucjes en foefjes die kinderen moeten leren.
“Dan leren ze dat je 24 maal 125 makkelijk kunt uitrekenen door er 12 maal 250 van te maken of 6 maal 500. Waanzin want bij 29 maal 123 werkt het foefje niet! Nee, je moet leerlingen de standaardmethode aanleren. Het rekenen van opa, wordt dat denigrerend genoemd. Maar die methode werkt altijd en die verleren de kinderen nooit.”

Zelf ben ik uit de tijd van het cijferen en van staartdelingen-volgens-de-methode-van-opoe. Ik doe ze nog weleens voor de grap. Bernlef heeft daarover in zijn recente bundel 'Dwaalwegen' (2008) een gedicht geschreven:

'Een groot getal, zes cijfers wel / vermagerde zienderogen / nieuwe cijfers door vorige gebaard / steeds langer en dunner werd de staart'.

Ik tel mijn zegeningen (maar wel uit het hoofd)!

woensdag 29 oktober 2008

Stoomkoken

We waren deze week een dagje uit in het nieuw geopende warenhuis van 'El Corte Inglés' (vrij vertaald: 'de Engelse stijl') in Elche. Deze warenhuisketen is in 1940 opgericht door Ramón Areces, een voormalige kledingmaker uit Madrid.
Je kunt het qua opzet en collectie met de Bijenkorf vergelijken maar niet wat personeelsaantallen en klantgerichtheid betreft... Het warenhuis is ruim voorzien van personeel maar als je vragen hebt of wilt afrekenen, moet je erg je best doen. Bij de meeste kassa's staan de Spaanse dames namelijk gezellig met elkaar te praten. En dat kan lang duren! Het lijkt niets uit te maken dat jij daar staat. Sterker nog: ze kijken verstoord op als je eraankomt met je aan te kopen product. Wij zijn daaraan gewend, na bijna negen jaar maar wij leggen het nog altijd enigszins genegeneerd uit aan bezoekende vrienden. Ondanks alles is El Corte Inglés een waar Spaans icoon.

Elche (Elx in het Catalaans), is een mooie, historische stad die veel Moorse invloeden heeft ondergaan. Elche staat bekend om haar 'Palmeral', de palmentuin. Het is een kilometers lange palmbomenplantage met meer dan 300.000 palmbomen. Het is de grootste plantage van Europa en staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Ook de 'Dama de Elche', het borstbeeld van een vrouw dat er door archeologen is opgegraven, is de bezichtiging meer dan waard.

Het weer was uitermate geschikt voor een dagje stadten; de temperatuur was goed genoeg voor korte mouwen maar er waren wolken en er viel een spatje regen.
We begonnen met een hapje en een drankje bij 'El rincón del café', het koffiehoekje van El Corte Inglés. We werden bediend door een toegewijde jongeman. Het bestaat dus wel. Men is in de Spaanse horeca over het algemeen zeer bereid het jou naar de zin te maken, zeker als je Spaans spreekt. Steeds meer jonge Spanjaarden spreken tegenwoordig echter ook een beetje Engels.

Die dag hadden we een heus boodschappenlijstje. In Nederland liep ik al een tijdje te denken aan een stoomapplicatie voor in de keuken. Een inbouwstoomoven zou de voorkeur hebben maar een stoompan mocht ook. Stomen hoort namelijk bij de gezonde(re) kooktechnieken en een stoompan mag dus niet ontbreken in de keuken van een foodie en '(d)ama de casa' als ikzelf. Met stomen voorkom je dat vitaminen en mineralen met het kookwater worden afgegoten. Bovendien smaken gestoomde groenten lekkerder, vind ik.

Dus wij togen allereerst naar de afdeling 'Cocina' waar we een aardige selectie stoompannen aantroffen. Het verliep er precies zoals ik vantevoren had bedacht: je roept weliswaar een medewerkster van de afdeling erbij voor advies maar je kunt het net zo goed laten. Of allemaal zelf uitvogelen.
Op mijn vraag “¿Qué es la principal diferencia entre éste y ése?” kwam er niet veel uit. Ik stelde nog een paar vragen maar ook die werden zo algemeen beantwoord dat we maar onze eigen keuze volgden. We kochten de stoompan die werd aanbevolen door een van de veelbelovende jonge chef-koks van Spanje, Sergi Arola. Hij is houder van twee Michelinsterren en discipel van Ferrán Adrià, de wereldberoemde kok van restaurant El Bulli dus dat wekt hoge verwachtingen!

In de komende twee weken verwachten wij in Spanje veel bezoekende vrienden. Als het gaat zoals het is gepland, komen er welteverstaan drie vriendenstellen op bezoek. Niet letterlijk bij ons want ze gaan (bijna) allemaal in een eigen appartement logeren. Maar ik vermoed wel dat er een beroep wordt gedaan op de nieuwe stoompan. “¡Ningún problema!”

Om het af te leren, geef ik hierbij nog een lekker recept uit de 'Oude Keuken'.

Zuurkool met appel en witte bonen (voor 4 personen)
Verwarm de oven voor op 200° Celsius. Verhit een klontje boter in een hapjespan en fuit daarin vier gesnipperde uien en vier tenen knoflook.
Voeg 500 gram zuurkool, een theelepel kaneel en 200 ml bier toe. Voeg peper en zout naar smaak toe, doe een deksel op de pan en laat het geheel circa 20 minuten gaarstoven.
Schil drie appels, haal de klokhuizen eruit met de appelboor en snijd de kale appels in dunnen ringen. Zeef een blik witte bonen (800 gr), spoel de bonen af onder koud water en laat ze uitlekken. (Gedroogde bonen circa 24 uur laten wellen en dan enkele uren koken kan ook.) Pureer de bonen vervolgens in de keukenmachine; eventueel kan wat crème fraîche aan de puree worden toegevoegd om het smeuiiger te maken.
Leg nu het zuurkool/uienmengsel op de bodem van een ovenschaal. Leg daarop vervolgens een laag appelplakken en daar bovenop de bonenpuree. Herhaal de appel- en bonenlaag. Maak af met wat gesmolten roomboter en nog wat peper naar smaak.
De schotel in het midden van de oven in circa 30 minuten laten garen.

Dit gerecht lijkt ook heel geschikt voor bereiding door mijn nieuwe 'amiga de casa'. Zij zal in de komende weken ongetwijfeld goed op stoom komen bij ons!



maandag 27 oktober 2008

Over de smurf van Bob Pinedo en een paarse tomaat

Professor doctor Bob Pinedo vertelde tijdens een afscheidsinterview in het programma 'Buitenhof' van de VPRO aan Peter van Ingen dat hij weliswaar ophoudt met werken maar dat het geenszins betekent dat hij zal ophouden met denken. Hij is inmiddels 65 jaar en was tot voor kort hoogleraar Geneeskundige Oncologie aan de Vrije Universiteit en oprichter van het VUmc Cancer Center, beide gevestigd in Amsterdam. Ik kan mij ook niet voorstellen dat een man met zijn staat van dienst ooit ophoudt met nadenken over de verbetering van kankeronderzoek en patiëntenzorg.

Ik heb al eerder in een blog geschreven over deze gelauwerde, bijzonder inspirerende man. (Voor de geïnteresseerde lezer: het was op dinsdag 24 juni 2008 in een blog met de titel 'Honderd Miljoen'.) Professor Pinedo is niet alleen een begenadigd wetenschapper, hij is ook een getalenteerd fondsenwerver. Al zegt hij zelf hierover dat die kwaliteit uit nood is geboren. Er is veel geld nodig voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe middelen.

Persoonlijk weet ik al van zijn bestaan sinds de vroege jaren '80 van de vorige eeuw want hij was de buurman van mijn eerste baas. Hij, mijn baas was (ook) een erudiet mens, landbouwingenieur, eigenaar en oprichter van het Beemster Arboretum en voormalig manager bij IBM. Hij en Pinedo woonden beiden in Amsterdam Buitenveldert en spraken elkaar regelmatig.

In de Buitenhof-uitzending vertelde de hooggeleerde Pinedo dat hij met deskundigen op het gebied van de nanotechnologie van de Universiteit van Twente aan een project werkt om nieuwe vormen van medisch onderzoek op het gebied van oncologie te bedenken. Hij schetste tijdens het interview de ontwikkeling van een pil die bij -in dit geval- darmkankeronderzoek kan worden gebruikt. Het ene deel van zo'n pil zou dan een stofje in werking moeten zetten dat het betreffende onderzoek in de darm uitvoert terwijl het andere deel van de pil 'een soort smurf' in de pil activeert. Die smurf zou de patiënt dan terstond advies moeten geven over de te nemen actie. Professor Pinedo veranderde op dit moment iets in zijn stem en zei: "ga naar een gastro-enteroloog". Hij vervolgde zijn uitleg over de werking van de pil: de behandelend arts zou dan tegelijkertijd via wi-fi over de uitkomst van het medische onderzoek worden geïnformeerd.
Ik luisterde gefascineerd naar hem en voelde tegelijkertijd ontroering vanwege de passie en de overtuiging die uit de woorden van de professor spraken.

Nanotechnologie is het produceren, toepassen en gebruiken van nieuwe materialen en systemen die kleiner zijn dan 100 nanometer. Een nanometer is gelijk aan 10-9 meter dus 0,000000001 meter of een miljardste meter. Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe klein dat is maar als professor Pinedo het uitlegt, wordt het onbegrijpelijke begrijpelijk.
Ik googelde na de uitzending op 'nanotechnologie in de medische wereld' en er ging werkelijk een wereld voor mij open. Toen ik van mijn beeldscherm opkeek, was er zomaar een uur verstreken. Eerder verscheen een informatieve reeks artikelen in het Financiële Dagblad die op het web is terug te te vinden en een goed leesbare introductie is op het onderwerp.
De smurfen van Bob Pinedo kunnen dus door een waterstraal. Èn zeker door een sleutelgat! Deze gepensioneerde heeft de mensheid nog veel te bieden.

Nanotechnologen zitten dus niet stil maar ook biotechnologen niet...
Vanmorgen stond er een artikel in de belangrijkste kranten over paarse tomaten die mogelijk bescherming bieden tegen kanker. Britse gentechnologen hebben de concentratie anthocyanen in tomaten verhoogd. Deze paarskleurige stoffen werken als antioxidant. Antioxidanten maken gevaarlijke deeltjes (de zogenaamde 'radicalen') in het lichaam onschadelijk. Zo zouden ze het DNA beschermen en kanker tegengaan. Tomatenplanten maken de kleurstof normaal alleen in hun stengels en bladeren aan. Dankzij twee genen uit het leeuwenbekje, kunstmatig ingebracht in tomatenplanten, produceren ze de stof nu ook in hun vruchten. Het middel is tot op heden alleen succesvol gebleken in onderzoek met muizen dus het valt te bezien of het ook de mens tegen kanker kan beschermen. Ik denk dat wij sowieso nog een flinke stap moet zetten om genetisch gemodificeerd voedsel ruimhartig te accepteren.
Maar met een pleitbezorger en voorvechter als Pinedo in ons midden moet dat zeker gaan lukken.

zondag 26 oktober 2008

Kosatka

Vanmorgen gaf mijn liefje mij een artikel uit een van de plaatselijke kranten. Het ging over walvissen. Ze weet dat ze mij van alles mag aanreiken over dit onderwerp. Er zijn nu eenmaal zaken waarvoor ik altijd warm loop. En zeezoogdieren behoren tot die categorie. Momenteel ben ik een (tweede) boek van Frank Schätzing aan het lezen, getiteld 'De Zwerm'. Het is een enorme pil van ruim 700 pagina's en het is reuze spannend: in zeeën en oceanen over de hele wereld worden nieuwe diersoorten en organismen ontdekt, verdwijnen zeevaarders en beginnen vreedzame zeezoogdieren a-typisch gedrag te vertonen. Schätzing deed voor dit boek (uit 2005) vijf jaar onderzoek en sprak met biologen, scheikundigen, geologen en andere wetenschappers om het verhaal te onderbouwen. Ik ben heel benieuwd hoe het gaat aflopen.

Op 11 oktober ging de 'Volvo Ocean Race 2008-2009' in Alicante van start (voorheen 'Whitbread race around the world'). Het is een prestigieuze zeilwedstrijd om de wereld die in juni 2009 in Sint Petersburg zal eindigen. Spanje doet mee met twee boten waarvan een met schipper Bouwe Bekking en Nederland is vertegenwoordigd met team Delta Lloyd.
Het is echter 'Team Russia' dat mijn warme belangstelling heeft. Het team -met een Nederlandse zeiler aan boord die oceanografie heeft gestudeeerd- staan momenteel weliswaar op de laatste plaats in het klassement maar wat mij betreft staat het met stip op nummer een! Team Russia zeilt op het schip met de naam Kosatka, hetgeen 'orka' betekent in het Russisch. Dit team heeft zich voor deze wedstrijd verbonden aan het WDCS, 'the Whale & Dolphin Conservation Society'. De leus van de samenwerking is 'We sail for the Whale'. En dat vind ik een prachtig initiatief!

Wist je trouwens dat er vele soorten walvissen en dolfijnen zijn te zien langs de gehele kustlijn van Spanje, rond de Balearen en de Canarische Eilanden? In de Zee van Alborán in het zuiden van het Spaanse vasteland komen zelfs negen verschillende soorten walvissen en dolfijnen voor; daarmee is het gebied de meest biodiverse onderwaternatuurregio van Europa.
We hadden het plan opgevat om deze zomer naar de zuidkust af te reizen om walvissen (o.a. vinvissen, potvissen en orka's) en dolfijnen in het wild te gaan zien. De boten van 'Whale Watch España', een non-profit organisatie, vertrekken vanaf de havens van Tarifa en Algeciras. Het is er door het langere verblijf in Nederland niet van gekomen dus dat bezoek is nu naar volgend jaar doorgeschoven.

Maar even terug naar de goede doelen die de WDCS dient. Zoals de Volvo Ocean Race een race tegen de klok is, zo zijn de campagnes van deze organisatie dat ook. Met de actie 'We sail for the Whale' wil de organisatie in 2012 twaalf beschermde zones in de zeeën en oceanen over de wereld hebben toegevoegd aan de lijst met bestaande MPA's ('Marine Protected Areas') die zijn ingesteld voor walvissen en dolfijnen.

Bescherming is noodzakelijk tegen schadelijke vispraktijken zoals overbevissing en drijfnetten, geluidsoverlast (radar, laagfrequente sonar, booractiviteiten), verontreiniging (PCB's), de jacht op de dieren zelf. Momenteel is slechts 0,5% van het wereldwijde wateroppervlakte tot beschermd gebied verklaard. Zeker een kwart van alle zeezoogdiersoorten wordt met uitsterving bedreigd. Een diersoort krijgt de kwalificatie ‘bedreigd’ als er nog weinig exemplaren van bestaan, als de populatie snel krimpt en als het dier in kwestie nog maar een heel klein leefgebied heeft.

De foto van de potvissenstaart is van eigen hand; het is een dierbaar aandenken aan een bezoek aan Kaikoura, een plaatsje aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland.

De informatieve website van the Whale and Dolphin Conservation Society is te vinden op www.wdcs.org. Iedereen die de organisatie een warm hart toedraagt, kan daar een petitie ondertekenen waarmee de internationale actie tot bescherming van grote zeezoogdieren wordt gesteund. Zelf heb ik het uit volle overtuiging gedaan.

Mocht je twijfels hebben, klik dan eens op Kosatka - de titel van dit weblog. Het is letterlijk een eye opener. Ik ben benieuwd of je dan nóg twijfelt...