Translate

woensdag 14 mei 2008

Krommunikatie

Vraag: “Wat hebben Louis van Gaal (trainer van voetbalclub AZ), Rita Verdonk (oprichtster van 'Trots Op Nederland') en Herman Stevens (honorair consul van Birma in Nederland) met elkaar gemeen”?

Antwoord: “Alle drie eindigen zij hun zinnen regelmatig met ...Ja?!”. Op luide toon, als om de strekking van hun zinnen kracht bij te zetten. Het is een dwingende manier van spreken die onrecht doet aan de gesprekspartner. Alsof die dom is en door de spreker bij de les moet worden gehouden. Het lijkt bij deze spreektrant niet de bedoeling dat je iets anders denkt dan wat door de spreker wordt meegedeeld en bedoeld. Al wordt de 'Ja' als vraag gesteld, het is niet de bedoeling dat er 'Nee' wordt geantwoord!

Als spreekstijl een afspiegeling is van de persoonlijkheid van de sprekers, komen ze er niet op hun voordeligst af. Alle drie lijken ze desperaat om als autoriteit te worden gezien. Maar niet iedereen kan dat op overtuigende wijze in taal uitdrukken. Wat ze als sprekers lijken te vergeten, is dat iedere gesprekspartner de waarheid uit eigen ervaringen kent. 'Mijn waarheid is dé waarheid en die leg ik met enige klem op'. Maar helaas: er is dus niet slechts één waarheid. Voor dergelijke sprekers lijkt het in een gesprek dan al gauw te gaan om macht. Met macht kun je namelijk heersen en heersen betekent dat je je zin kunt krijgen. Het is voor hen belangrijk om gezien te worden als autoriteit want dan accepteert men gemakkelijker het feit dat macht wordt uitgeoefend.
In de gesprekken is er sprake van een onbewuste aanname dat de gedachtegang van de gesprekspartner dezelfde is als die van henzelf. Daarmee is het uitgangspunt van hun communicatie echter al onjuist. Hoe die communicatie dan kan verlopen, was vorige week te zien in het gesprek tussen Herman Stevens (Birma-consul) en NOVA-presentator Twan Huys. Het aantal keren dat Stevens zijn dwingende '...Ja?!' liet horen, nam toe naarmate het gesprek tussen deze twee ongelijk gestemden vorderde.

Het levert boeiende televisie op maar ik zit tegelijkertijd met kromme tenen als die (on)stijl wordt gebezigd. Het gaat zelfs zó ver dat deze spreekwijze mij ervan weerhoudt goed naar de inhoud van de spreker te luisteren. Ik zit die stuitende '...Ja?!'s te turfen... Zou de spreker zich bewust zijn van het effect dat deze spreekstijl heeft op de toehoorder?

Het woord 'krommunikatie' werd in de jaren 70 uitgevonden door Kees van Kooten en Wim de Bie, de mannen van het Simplisties Verbond. Op televisie werd bij het begrip een fragment getoond van Liesbeth den Uyl die in gesprek was met werkende jongeren. In de samenvatting van de uitzending heette krommunikatie ‘ontwijkende antwoorden in versluimerende termen’. Op hun langspeelplaat (‘simpelpee’ genoemd) kreeg krommunikatie een heel andere definitie: ‘slechts op zó weinig kunnen bogen, dat men grote zwaarwegende indrukbogen moet gaan wekken’. Alleen Koot kan het zo verwoorden. Krommetenenkommunikatie dus.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten