maandag 29 december 2008

Rumah Baik (deel 2)

Op Bali is het onmogelijk iets belangrijks te doen voordat daarvoor een gunstige dag is gekozen maar nu was het dan zover: 'onze' rumah baik (goede huis) zou op zondag worden overgedragen aan de Balinese familie!
Wij kregen het bericht ons in Bukti te vervoegen bij Hans & Anneke. Wij hadden hen nog niet eerder ontmoet. Tenminste, dat dachten wij. Want wat bleek? Zij waren de mensen die enkele weken geleden net als wij bij Damai zaten te lunchen op zondagmiddag! We hadden elkaar kort gegroet en een smakelijke lunch gewenst.
Mij viel op dat zij goed Bahasa Indonesia spraken. Zo blijkt maar weer: toeval bestaat niet.
Hans & Anneke wonen al zes jaar in Bali, afgewisseld met perioden in Rotterdam.
Zij zijn de mede-oprichters van het project 'Rumah Baik'. In mijn vorige blog (van zaterdag 17 december 1008) heb ik achtergrondinformatie verstrekt en gepleit voor sponsoring van dit prima initiatief. Anneke is al jarenlang bestuurslid van Mama Mzungu, de paraplu-organisatie waaronder project Rumah Baik in Bali sinds 2007 opereert.

Wij waren door Wayan op zijn brommer naar Bukti geloodst. Wayan is Balinees en aannemer van de bouwactiviteiten van Rumah Baik. Wayan is een serieuze jongeman die een verantwoordelijke maar lastige baan heeft: hij moet ervoor zorgen dat de juiste mensen projectsteun ontvangen. Steun gaat niet naar het familielid-van-iemand-die-iemand-kent-in-het-project maar naar de allerbehoeftigsten van Noord-Bali. Hij zorgt ervoor dat de 'kepala adat' (religieuze leider) en de 'kepala desa' (soort burgemeester) hun huiswerk doen en dat uiteindelijk aan alle voorwaarden wordt voldaan voordat een familie wordt verkozen. Als alles meewerkt, kan een stenen huisje in een maand worden gebouwd.
Anneke en Hans verhaalden over het ontstaan van het project, de 'beginnersfouten' die zij met hun Europese achtergrond hadden gemaakt (“kunnen wij de huisjes niet beter aan een straat bouwen?”) en het mooie resultaat dat tot nu toe was geboekt: de door ons gesponsorde rumah is immers het twintigste stenen huisje!

Gezamenlijk reden we naar de plek waar de overdracht zou plaatsvinden. We gingen een heuvel op, sloegen een smalle weg in en Wayan stopte: hier was het. Ik vroeg nog (heel naïef) of ik de auto wel midden op de weg kon parkeren... We bleken te zijn gestopt naast de hut van de familie die ons verwachtte: vader, moeder en vijf kinderen. Eén dochter was getrouwd en al 'uit huis'. Zij is werkzaam in een van de Hollandse villa's.

Een van de projectvoorwaarden is dat de uitgekozen familie eigenaar is van een stukje land waarop het stenen huisje dan wordt gebouwd. Dit wordt gehanteerd omdat zo de kans dat er in de toekomst woonproblemen ontstaan niet of nauwelijks aan de orde is. Grondbezit is van oudsher de enige vorm van rijkdom die de Balinezen echt erkennen en zodra je er beslag op hebt gelegd, moet je er nooit meer afstand van doen. Deze familie was echter niet in bezit van land maar de kepala desa had hen echter een stukje land toegewezen dat net groot genoeg was om daarop een huisje te bouwen. Onze nieuwe adoptiefamilie voorziet in het eigen levensonderhoud doordat elk familielid iedere dag takken in het bos sprokkelt en die verkoopt...

Hun (oude) huis staat direct aan de weg en is inderdaad niet meer dan een piepklein rieten hutje; met separate kookplaats en mandiplaats (wasruimte), gemaakt van matten. Balinezen zijn niet gewend die twee 'onreine' ruimten in hun huis te hebben. Het eerste huisontwerp van Rumah Baik bevatte die ruimten nog wel maar je leert hier snel.
De offermandjes stonden al klaar. Het valt mij telkens weer op dat Balinezen die nauwelijks zelf te eten hebben, zoveel aan hun goden offeren. De volle manden gingen op het hoofd van de moeder en vader liep -met kapmes- achter haar aan de heuvel op. Wat op de foto in mijn vorige blog een tamelijk klein huis leek, bleek in het echt een fraai stenen huisje met betonnen fundament, houten deur en houten luiken en drie kamers te zijn!
De offerandes werden in huis uitgestald, vader en moeder deden hun gebeden, er werd vers kippenbloed op de deurposten gesmeerd tegen kwade geesten, de ruimten werden met water besprenkeld en tenslotte werden ook wij gezegend! Het zijn mooie rituelen die iedere Balinees weet uit te voeren. Daar was geen priester bij nodig. Zo doen ze het al honderden jaren vol overgave en zo zullen ze het nog wel honderden jaren blijven doen, hoop ik.


Daarna volgden nog de gezamenlijke fotosessie, een beetje dollen met de kids in mijn gebrekkige bahasa indonesia en de ondertekening van het contract. Daarin beloven de gloednieuwe eigenaren dat zij goed voor hun rumah baik zullen zorgen. De hele familie ging diezelfde avond voor het eerst in hun nu gezegende huis slapen (weliswaar op de grond). Wij werden door de familie en hun buren vriendelijk uitgezwaaid. En zo werd het een mooie dag waarop mijn liefje en ik met grote voldoening terugzien. Een werkelijk goed doel om aan te doneren dus hierbij nog maar eens de gegevens:

ABN AMRO Rekeningnummer 42.21.07.794
t.n.v. Stichting Mama Mzungu, Veghel
onder vermelding van: Rumah Baik Bali
Geregistreerd bij de KvK te 's Hertogenbosch onder nummer 541 086 309

In het online album zijn nieuwe foto's opgenomen.

zaterdag 27 december 2008

Rumah Baik, een goed huis

Toen wij in maart 2008 besloten een eigen huis te laten bouwen in het noorden van Bali, besloten wij ons tegelijkertijd, geheel uit vrije wil, te committeren aan een project met de naam 'Rumah Baik'. Rumah Baik in Bali is een project van 'Stichting Mama Mzungu'. Het uitgangspunt van Mama Mzungu is om via kleinschalige en vooral concrete projecten, groepen van voornamelijk vrouwen en kinderen te ondersteunen en hun maatschappelijke positie in het betreffende land te verbeteren. Steun aan vrouwen komt immers meestal een hele samenleving ten goede.

Het project heeft als doel rieten hutjes in Noord-Bali -waarin de allerarmsten wonen- te vervangen door (eenvoudige) stenen huisjes. In samenspraak met de vertegenwoordiger van de stichting, bepalen het dorpshoofd en het hoofd van de religieuze gemeenschap wie ervoor in aanmerking komen. Een stenen huis bouwen betekent niet alleen dat de mensen droger en beter wonen maar het houdt ook werkgelegenheid in voor de lokale bevolking. Het project is in Bali in 2007 van start gegaan en inmiddels zijn er bijna 20 woningen gebouwd. De Balinese bewoners zelf hebben geen middelen om dit te betalen; dit project wordt volledig gesponsord vanuit Nederland en Bali.
Stichting Mama Mzungu is op 9 december 1996 van start gegaan en de stichting is sinds 1 januari 1997 officieel erkend als charitatieve organisatie. Dit betekent dat alle giften aan de stichting fiscaal aftrekbaar zijn!

Vóór ons vertrek naar Bali hadden wij de brochure van Rumah Baik aan onze vrienden overhandigd met het verzoek dit initiatief bovenop hun stapeltje goede doelen te leggen voor wanneer de bijdragen aan charitatieve instellingen worden overgeboekt. Het ingezamelde geld voor Rumah Baik komt gegarandeerd terecht bij mensen die het hier het hardst nodig hebben. Hier blijft niets aan de zo gevreesde strijkstok hangen en ook dat maakt het wat mij betreft een goed project. Mogen wij jullie dus nogmaals vriendelijk eraan herinneren dit goede doel financieel te ondersteunen?
Voor meer informatie kun je surfen naar de website van Stichting Mama Mzungu

Op deze site worden de aanpak en de projecten in het kort omschreven. Men kan eenmalig doneren of Vriend van de Stichting worden. Een kleine bijdrage is al zeer welkom. Als jullie specifiek voor Bali willen doneren, zou ik dat zeker expliciet vermelden. Jullie giften kunnen worden overgemaakt op:


ABN AMRO Rekeningnummer 42.21.07.794
t.n.v. Stichting Mama Mzungu, Veghel
onder vermelding van: Rumah Baik Bali
Geregistreerd bij de KvK te 's Hertogenbosch onder nummer 541 086 309

Wij gaan onze zelfgesponsorde rumah baik volgende week ceremonieel inwijden met de Balinese bewoners en de hindoeïstische priester. Ik voeg voor nu een foto van 'ons' stenen huisje bij. Mooi, he?! Wordt vervolgd.



vrijdag 26 december 2008

Alhamdulillah

Godzijgeprezen... mijn honderdeerste blog alweer!
Toen ik in maart van dit jaar aan mijn weblog begon (ik weet het: ik ben een laatbloeier), kon ik niet weten dat het mij zó zou pakken maar eigenlijk had ik het wel kunnen bedenken. Ik houd immers veel van taal en van geschrijf. Ik geniet van goed gevormde zinnen en mooie verhalen. Maar als je het dan zelf moet doen..?! Het is in razendsnel tempo een nieuwe hobby geworden. Ik kan mijn ei aardig kwijt in mijn weblogs en ik heb veel lol in het schrijven van een verhaaltje. Het bedenken van een onderwerp, het kiezen van een titel, het maken van een opzet, het noteren van gedenkwaardige gedachten, uitdrukkingen, situaties. Van muzelluf en van anderen. Het hoort er allemaal bij. Alles van eigen hand, meestal een beetje aangedikt maar wel altijd op eigen ervaringen gestoeld. Aan inspiratie heb ik nooit tekort maar de ene blog komt gemakkelijker tot stand dan de andere. En altijd met feedback, zowel gevraagd als ongevraagd, soms van derden maar altijd van mijn liefje. Ik vind het een aangename gedachte dat ik een kleine maar harde kern van lezers heb. Dankjulliewel.

Terug naar de orde van de dag: deze week was dan eindelijk het langverwachte uitstapje naar Pulau Menjangan. De wekker hoefde niet te worden gezet want we zijn inmiddels elke ochtend vroeg op, zo rond zeven uur. We begonnen de ochtend niet met baantjes in het zwembad want we zouden immers uitgebreid gaan snorkelen! Ik had ervoor gezorgd dat de twee onderwatercamera's klaar waren voor gebruik: de ene is een digitale die een tailor-made, waterdichte kast eromheen heeft (Canon), de andere is een analoge onderwatercamera (Minolta) die ik gebruik voor dia's, met veel dank aan vriend Diederik.

De weg naar de westpunt van Bali, richting de ferry naar Java, was onverwacht fraai: goed geasfalteerd, tamelijk breed, soms slingerend door bossen, dan weer door desa's (dorpen) met stenen huizen en bloemrijke tuinen. Het werd steeds rustiger, zowel op als naast de weg. De 50 kilometer die wij tussen huis en bestemming moesten afleggen, verliep veel sneller dan gedacht: in anderhalf uur waren wij te bestemder plekke! Sterker nog: we reden de haven Labuhan Lalang glad voorbij. Na ongeveer tien kilometer stelde ik dan ook voor te draaien en terug te rijden. We parkeerden de auto op een schaduwrijke plek en liepen naar het water. Waar waren de schippers die hun boot aanboden voor een tochtje over het water? Waar waren de verkopers van snorkelspullen? Niets, niemand, nergens! We begrepen er niets van?! En daar stonden wij: drie toeristen vol verwachting en niemand die te hulp schoot. Na enig rondvragen, werd ons verteld dat wij moesten terugkeren naar de parkeerplaats waar een kantoortje met personeel zou staan. Daar troffen wij inderdaad een gids aan die ons uitlegde dat wij voor Rp 600.000 (ongeveer € 40) een privéboot-met-overkapping, snorkelspullen en een snorkelgids voor de gehele dag konden huren. De kleinschaligheid en ontspannen aanpak sprak ons aan en het voorstel was goed.

Dus bepakt met proviand stapten wij aan boord van een op het oog zeewaardige, houten boot. Na een half uur varen kwamen wij bij Menjangan aan alwaar de schipper de boot vakkundig aanlegde. We trokken onze snorkeluitdossing aan en liepen (achteruit) het water in. “Mmm, wat een heerlijke temperatuur!” Het was 25 à 26°C. Het zeewater was erg zout.
Vanaf het strand was er een rand ondiep rif van circa 30 meter tot aan de wand. De rifwand liep loodrecht de diepte in en langs de steile wand waren de mooiste koralen en de kleurrijkste vissen te zien. Groot en klein. Ik zag papegaaivissen, engelvissen, anemoonvissen, en nog heel veel meer. Ik zette mijn onderwatercamera aan en snorkelde erlangs, af en toe onderduikend om een close-up plaatje te schieten. Ik heb er vissen gezien die ik nooit eerder met eigen ogen heb aanschouwd! Langs de wand waren fans en vele verschillende soorten koralen te zien. Mooi was het. Met af en toe een flipper in beeld van een bevriende snorkelaar.

Na een tijdje stak ik mijn hoofd boven water en zag ik mijn snorkelmaatjes in de buurt. Ik stelde voor een foto van hen te maken. Je kent het wel: snorkel op het voorhoofd, bootje op de achtergrond, in azuurkleurig water dobberend. Voor het thuisfront. Dus ik greep mijn digitale camera die om mijn nek in het water hing (best diep, zag ik) en die onderwaterkast was VOL water. Ik zag het van links naar rechts tegen de display klotsen. Het leek wel op zo'n sneeuwbol! (Overigens wel toepasselijk voor de tijd van het jaar.) Bovendien verliep het praten mij ook niet zo gemakkelijk. Het leek wel alsof ik net een botox-behandeling rond mijn mond had ondergaan?! Mijn lippen voelden nogal fors aan en bij terugkeer bleken ze die van Marijke Helwegen veruit te overtreffen... Dat was de uitwerking van zeer zout zeewater op mijn tere lippen!
Maar wat veel erger was: mijn digitale camera werkte niet meer. De lens klapte niet meer in, het bedieningspaneel deed niets meer. Ik vroeg mij af vanaf welke foto de uitval was begonnen? Dat weet ik nu. Ik kan een minimaal aantal 'bewijssttukken' van het snorkelavontuur op mijn weblog zetten want de kletsnatte geheugenkaart heeft slechts twee onderwatergeheimen prijsgegeven.


Ik ga de IXUS föhnen om zo te pogen de camera weer aan de praat te krijgen. Ik heb er een hard hoofd in (maar inmiddels wel weer met zachte lippen, zei mijn liefje).
Mijn trouwe cameravriendje heeft het hoogstwaarschijnlijk definitief opgegeven.







woensdag 24 december 2008

Selamat Natal!

STIL...
Zie de bomen ouder worden
In de storm van het bestaan
Hoor de oude takken kraken
En de klok de uren slaan
Stil! We gaan het kerstfeest vieren
Tegen alle zorgen in
En een jonge boom versieren
Voor een splinternieuw begin

Ivo de Wijs



zondag 21 december 2008

Koffie met een stroopwafel

Wij waren vorige week een dagje 'overgeleverd' aan de zorg van jongste bediende Nur, het zusje van onze kokkie Putu die naar een huwelijksceremonie moest. Nur heeft zeker aanleg, zo jong als ze is. Haar Engels is in de loop van de twee weken dat ze hier nu werkt aardig vooruitgegaan en ook in de keuken en in de bediening maakt ze grote vorderingen. Zo weet zij inmiddels hoe ze de koffie voor ieder van ons moet maken. Tenminste, dat dachten wij. Wij drinken een cappuccino en een macchiato dus de ene koffie heeft meer en de andere koffie heeft minder geklopte melk.

Wij zaten ieder van ons op een andere plek in huis toen de koffie ('kopi' in Bahasa Indonesia) werd geserveerd. Mijn liefje riep als eerste dat de melk zuur was. Ik keek dus in mijn koffiekopje en zag daar een goedgelukte melktoef. Zure melk kan niet worden geklopt dus dat kon niet kloppen... Ik proefde geen zuur maar wel een smaakje... Kon het aardbei zijn? Ik riep dat terug aan mijn liefje... “Zou Nur de verse aardbeien in dezelfde beker hebben gedaan als waarin de melk wordt opgewarmd?” riep ik daar nog achteraan.
Toen werd het stil in huis. De stilte werd echter snel verbroken door een aanzwellende lach van mijn liefje. Het was haar vermoeden dat er een van haar 'biokul', een gezond joghurtdrankje in diverse smaken in de koffie terecht was gekomen?! Nur knikte toen mijn liefje een ander flesje joghurtdrank uit de koelkast omhooghield (bosbessensmaak). Ya, dat had zij erin gegaan!
Hilariteit alom maar wij hebben het voorval niet aan Putu, haar oudere zus verteld.
Het werd ons geheimpje. Echter hoogstwaarschijnlijk niet voor lang want ik heb George Clooney aangeschreven met een idee voor een nieuwe reeks 'grand crus' voor Nespresso. De smaak was zo gek nog niet... Er zijn gekkere suggesties gedaan, denk ik. Dus ik ben heel benieuwd. Koffiezetten is tegenwoordig een creatieve kunstuiting.

Tegenwoordig wordt de koffie hier geserveerd met een Hollandse stroopwafel-van-de-echte-bakker. En waar komt'ie vandaan, wil je weten? Welnu, wij hebben een logee die afgelopen donderdag is gearriveerd en ons twee weken gezelschap zal houden. Het is onze vriendin Bernadette uit Den Haag. Wij hebben elkaar drie jaar geleden in Australië ontmoet tijdens een excursie naar Fraser Island, aan de Oostkust. Ook zij is bijzonder reislustig en dat schiep al snel een band. Bovendien is ze 'gewoon' een leuk mens. Elk jaar als wij in Nederland zijn, zoeken wij elkaar op bij ons op de camping of bij haar thuis.
We hebben de meegebrachte stroopwafels niet voor onszelf gehouden; een pakje is uitgedeeld aan de buren en het andere pak is opzij gelegd voor de plaatselijke dameswandelclub waarvan wij sinds twee weken deel uitmaken. De eerstvolgende keer is ons terras het vertrek- en eindpunt van de wandeling. De dames lieten zich snel overtuigen van het goede van dit voorstel toen zij hoorden dat er stroopwafels onze kant op kwamen gevlogen. Er is hier veel te krijgen maar Hollandse stroopwafels van de echte bakker... daarvoor wordt bijna een moord gedaan. En deze zijn werkelijk vurrukkuluk! De deal is wel dat Bernadette, ook een sportieve dame, twee weken met ons mee mag wandelen. En mocht de man die door anderen tweemaal tot 'Sexiest Man Alive' is verkozen (George Clooney), besluiten met mij in contact te treden dan is Bernadette de eerste die ik erover zal informeren. Dat moest ik wel beloven!

Bernadette's reistas bevatte trouwens nog veel meer goodies. Zo kwam ook Hollandse literatuur te voorschijn: een boek van Frank Westerman, getiteld 'Ararat' (Ako-nominatie van 2007) en het boek 'Dünya' van Tomas Lieske (Ako-nominatie van 2008). Ik kijk er verlekkerd naar maar stel het genot nog even uit (nee, ik ben niet masochistisch). Dat kan ook best want momenteel ben ik de laaste roman van Nicci French aan het lezen en liggen de dubbeldikke nummers van Vrij Nederland en HP/De Tijd nog voor mijn snuffer.

Overigens was ook dat nog steeds niet alles wat uit Bernadette's snoeptrommel kwam. Enkele toepasselijke voorwerpen zullen met de Kerst in gebruik worden genomen so watch this space! Ik voeg een vroege, opmerkelijke kerstgroet toe die bij ons binnenkwam; om te delen of in de juiste stemming te geraken - met veel dank aan Emmy.



vrijdag 19 december 2008

H2O

Mij is verteld dat de zee in Noord-Bali met name in de maand januari kan veranderen in onstuimig water. Men noemt het hier de 'high waves'-maand. Er kunnen in die maand dermate hoge waterstanden worden bereikt dat een deel van de tuinen langs de Bali Laut blank kan komen te staan. De meeste woningen hebben geen afscheidingsmuur van enige betekenis tussen strand en tuin.
De Balinezen zelf wonen niet graag aan zee want volgens hun geloof wonen daar demonen maar wij, (rare) Europeanen, willen het maar al te graag. Elk huis wordt hier ruim boven waterspiegel gebouwd en er wordt veel gedaan om het wassende water vanaf het strand geen vrij spel te geven.
De zee laat zich echter op vele plekken in de wereld niet temmen zoals wij, aardebewoners-zonder-aangeboren-zwemvliezen, weten. Even zomin weten wij wat er zich allemaal ònder water afspeelt alhoewel het lezen van de boeken van de Duitse schrijver Frank Schätzing zeker helderheid verschaft. In de online-versie van de Volkskrant las ik enige tijd geleden het volgende bericht.

Grote aardbeving ligt op de loer bij Sumatra - van onze verslaggever David Davidson
'Bij de Mentawai-eilanden voor de kust van Sumatra kan zich ieder moment een grote aardbeving voordoen. Dat stellen seismologen die de aardbevingen van 2007 in het gebied vergeleken met krachtiger aardbevingen in 1797 en 1833 op dezelfde plek.
De Mentawai-eilanden liggen op de beruchte plaatgrens waar de Indisch-Australische plaat onder de Sunda-plaat schuift. In 2004 veroorzaakte een aardbeving bij deze grens de tsunami die in Zuidoost-Azië aan meer dan 200.000 mensen het leven kostte. Het epicentrum lag toen bij Banda Atjeh.
De seismologen beweren dat bij twee aardbevingen op 12 september 2007 slechts 25% van de energie vrijkwam die sinds 1833 bij de Mentawai-eilanden moet zijn opgebouwd. Zij berekenden dit aan de hand van GPS- en radarmetingen van het gebied en de tijdsduur van de trillingen in 2007. Uit de gegevens bleek dat de recentste aardbevingen veroorzaakt werden door een klein deel van de bewegende platen in het gebied. De opgebouwde seismische energie bij de Mentawai-eilanden is volgens de onderzoekers groot genoeg om ieder moment een grote aardbeving te kunnen veroorzaken.'


De uitgebreidere bevindingen werden gepubliceerd in het tijdschrift 'Nature'.

In Padang, de hoofdstad van de Indonesische provincie Sumatra werd enkele weken geleden het 'Tsunami Early Warning System' (TEWS) getest, zo las ik in The Jakarta Post. Dat systeem moet de plaatselijke bevolking tijdig waarschuwen voor een aanstormende tsunami. En wat bleek? Niemand had de sirene gehoord... En waarom niet? Omdat de sirene eenvoudigweg niet boven het lawaai van de stad uitkwam!
Ondanks de ernst van de mededeling schoot ik in de lach. Het was een zure lach: ik vond het een overduidelijk geval van ironie.

De zee en haar bewoners hebben mij vanaf mijn jeugd gefascineerd. Ik woonde in de kuststreek en was altijd aan zee te vinden. Zo ook tijdens mijn eindexamentijd van de middelbare school. Een van de leraren die mij het mondelinge tentamen afnam, vroeg met verbazing in zijn stem of ik op vakantie naar het buitenland was geweest. Ik zag er zo bruinverbrand en uitgerust uit?! “Ja, zei ik op mijn allercoolst, ik moest er even uit...”. In werkelijkheid had ik serieus zitten blokken aan het oerhollandse strand van Kijkduin!

Ik loop nog steeds graag langs het water en zwem elke dag tenminste twee keer.
Ik verheug mij ook zeer op het aanstaande uitstapje naar Menjangan, het Noord-Balinese onderwaterparadijs dat ligt in het Bali Barat National Park. Als we mazzel hebben, zwemt de walvishaai er rond als wij er snorkelen. In het regenseizoen van 2004 is er een in dit gebied gesignaleerd. De walvishaai is de grootste vis die bestaat: het dier kan een lengte van 12.5 meter bereiken, zwemt circa 5 kilometer per uur en voedt zich met plankton. Een megagrote softie of zoals de Indonesiërs het zouden noemen: een Megawatje. Het is geen haai maar een walvis; wat zou ik die graag met eigen ogen willen zien!











Ook de mola mola of oceanische zonnevis komt in de Menjangan-wateren voor. Het is een grote vis die op zijn zijkant lijkt te zwemmen. Dit is de zwaarste vis die in de wereldwateren rondzwemt: zo'n 2.300 kilogram schoon aan de haak alhoewel niemand 'm naar mijn weten ooit heeft gevangen. In de komende weken zal ik zeker verhalen over dit uitstapje (inclusief onderwaterfoto's). Wordt dus vervolgd.
En wat betreft de mogelijk toekomstige tsunami: Lovina Beach, de dichtstbijzijnde kustplaats, ligt circa 2.000 kilometer oostwaarts van Padang. Dat lijkt momenteel een veilige afstand.


maandag 15 december 2008

18:40 uur stipt!

Elke avond om precies tien over half zeven barst het los: het geluid dat de krekels produceren bij het vallen van de tropenavond. Je hoort het geluid aanzwellen tot het oorverdovend is. We moeten dan zelfs onze stem verheffen om te worden gehoord. Terwijl ik dit typ, geeft mijn computerklok 18:40 aan. Ook vandaag zijn ze geen minuut later!
In de badkamer in Spanje heb ik al jaren een zwartglimmend doosje staan en als je het opent, beginnen twee zichtbare (nep)krekels geluid te maken. Ik kocht het ooit in Thailand en ik open het af en toe. Hier hoef ik echter niets te openen: het gaat helemaal vanzelf en het grappige is dat het ook vanzelf weer uitgaat. Na een minuut of tien is het voorbij en daalt er een vredig rust over de omgeving. Afgezien van het geluid van het kabbelende zeewater aan het einde van de tuin.

Maar dat is lang niet alles wat zich in onze tuin afspeelt. We hebben een rijk geïllustreerde vogelgids geleend van de buren, getiteld 'Birds of Bali' (van auteur Victor Mason) omdat er zoveel kleurig gefladder en gekwetter om ons heen was. En dan wil de natuurvorser in mij toch weten wat het is! Volgens de gids hebben de volgende vogels tot nu toe onze tuin bezocht:
  • olive-backed sunbird - een kleine vogel met een groengele borst, een donkerblauwe kop en een gekromde snavel waarmee de nectar uit de bloem wordt gezogen;

  • pied fantail - een zwart-witte, kleine vogel die veel met de staart op en neer gaat;

  • scaly-breasted munia - donkerbruin lijf met blauwgroene snavel, heeft de bouw van een mees;

  • brown honeyeater - een kleine, bruine vogel, met een gebogen snavel voor de bloemennectar en een geelachtige staart als een zebrapad;

  • rufous-backed kingfisher - de mooiste (oranje met gele) van de ijsvogels;

  • cattle egret - de witte reiger met de lichtoranje kop;

  • short-billed egret - een tamelijk grote, geheel witte reiger;

  • white-bellied swiftlet - lijkt op een zwaluw, vliegensvlug;

  • orange-breasted canary - (zelf verzonnen maar klinkt aannemelijk...) de nieuwe oranje kanarie van Ton, Fely en de kids; in een kooitje, dat wel.

Zelf ben ik stellig van mening dat ik tevens de white bellied sea eagle (grote zeearend) met grote vleugelhalen boven de zee heb gespot. Ik vertelde dat aan mensen die hier om de hoek wonen en zij bevestigden mij dat ook zij op die dag een arend zagen. Ik zie ze dus echt vliegen! Niet gek voor een amateur, nietwaar?! Wat ik noem Happy Birddays.

Maar ook deze fraaie opsomming is niet alles. Wij hebben vlinders, heeeel veeeel vlinders in de tuin! Het woord voor vlinder is 'kupu-kupu' in Bahasa Indonesia. Ze vliegen hier rond in allerlei soorten, maten, kleuren en patronen maar daarover weet ik momenteel niet te veel meer te zeggen want de buren hadden geen vlindergids...
Ik jaag niet op vlinders met een netje maar met mijn telelens. En dat is verslavend!
De meeste vlinders heb ik gefotografeerd bij de lantanas; vlinders zijn dol op die bloem. Anderen kwamen eenvoudigweg binnengevlogen. We leven immers in een open huis. We hoeven het niet eens te houden (open-huis). Ik kan jullie verzekeren dat alle vlinders de photoshoots binnen hebben overleefd.
Ik ken er slechts één bij naam: de 'painted Jezebel'. Die vlinder lijkt ook net een schilderspallet met zwarte, gele en oranje vleugels.
Op Bali, nabij Tabanan, ligt overigens het enige vlinderpark van de Indonesische archipel dus dat betekent wel iets. Het is tevens het grootste vlinderpark van Zuid-Oost Azië. Ik heb een fotocollage gemaakt van alle kleurrijke fladderaars die ik tot nu toe op de foto heb weten te zetten. Ik ben nog lang niet klaar met hen, al zullen sommige soorten mij hoogstwaarschijnlijk altijd te vlug af zijn. Zij zijn wellicht wel klaar met mij. Jezebel is de schoonheid op de foto rechts in het midden.



Animations - butterfly-02

zaterdag 13 december 2008

De chauffeur van Bill Gates

Gisteren waren we aanwezig bij de religieuze inwijdingsceremonie van het nieuwe huis van Theo, Marja en Zoë. 'Urip-Urip' en 'Melaspasin' zijn de Balinese namen die worden gebruikt voor de inwijding van een nieuw huis. Urip-Urip houdt in dat de (huis)tempels tot leven worden gebracht en Melaspasin betekent dat het perceel wordt geschoond van boze geesten, zodat de bewoners een goed leven kunnen leiden.
Dit is hun tweede huis, dus hun tweede ceremonie maar mijn liefje en ik hadden er nog nooit een meegemaakt. De ceremonie was op die dag gekozen omdat het volle maan was, zou 's ochtends om 7 uur beginnen en tot circa 14:00 uur voortduren. Het is een huis op een groot stuk land dat zowel aan het strand als aan de rijstvelden grenst dus er was een lange ceremonie nodig, had de priester beslist.

De huiseigenaren hadden voor deze ceremonie besloten alleen het personeel met hun familie uit te nodigen. Er waren ongeveer 25 Balinezen aanwezig. En wij. Eerder hadden wij twee sarongs aangeschaft voor bezoek aan de tempels (en als alternatieve autostoelbekleding, moet ik eerlijk bekennen).
We wilden onze villa uitlopen in onze gewaden toen wij door Putu werden teruggeroepen: er moest nog een soort sjerp omheen. Gelukkig hadden we twee kleurrijke Hermès-sjaals die wij tijdens de winterkou van Londen om onze nek hadden gedragen. Opgerold voldeden ze en daarna mochten wij gaan.
De tuinman vond ons er mooi uitzien en Putu noemde ons 'Balinese girls' dus we liepen niet helemaal voor jana-met-de- korte-achternaam. Al liep het lastig: met de wikkelrok kon ik immers niet mijn gebruikelijke ruime passen maken! Voor onze eigen inwijdingsceremonie volgend jaar, zullen wij op zoek gaan naar heuse ceremoniekleding. En op looples gaan bij Balinese dames zodat ook wij er elegant gaan uitzien.

De ceremonie was al in volle gang toen wij aankwamen: er werd als in processie om het huis gelopen en niet veel later na aankomst werden de speenvarkens van het spit aangesneden. Ze hadden langdurig aan de gril gehangen. Ik keek in de richting van een van de varkens en de eerste titel voor een weblog schoot mij te binnen: 'Stuffed!' Ik kwam namelijk van achteren op het varken aangelopen en zag dat het dier was gevuld met nasi putih, witte rijst. Gebleekte rear ends zijn ook in het Westen inmiddels een modeverschijnsel. Zouden ze het van ons hebben?!
Met een haarscherp mes werd eerst de kop van het varken gesneden. Dat verdween in zijn geheel in de eerste plastic tas. Vast voor een liefhebber van zure zult. Vervolgens werden het hart en de lever uitgesneden en aan de priester en de burgemeester van het dorp aangeboden, de twee hoogwaardigheidsbekleders die deze ceremonie bijwoonden.
Toen wij aan Putu vertelden dat wij deze ceremonie gingen bijwonen, was haar eerste reactie: 'O, babi guling!' Voor de gever het ultieme offer. Voor de Balinees het vooruitzicht een stukje van de krokante korst van het speenvarken te kunnen eten dat lang aan het spit heeft gehangen. 'Enak sekali' (heel lekker)!
Ik zag vele handen om een stukje van de korst vragen. Iedere aanwezige kreeg tevens een doos overhandigd met daarin witte rijst, mie, groenten, een satestokje en nog wat ander vlees. En een beker water. Het eten was pittig en smaakte goed.

Na de maaltijd werd er even rust genomen. Daarna werd de ceremonie voortgezet rondom de tweede tempel, deze keer achter het huis. Wij schaarden ons achter de priester. Er werd gezamenlijk gebeden, offerandes werden om de tempel gedragen, er werd heilig water gesprenkeld, de tijdelijke tempel werd verwijderd en de definitieve werd ingewijd. Wij deden mee, zo goed als wij konden. We kregen de indruk dat er onderling soms wat onduidelijkheid ontstond over de te volgen stappen maar de priester was een goede dirigent. We kregen rijstkorrels op ons voorhoofd gedrukt. inmiddels viel er een zuiverende regenbui.


En nog was het einde van de ceremonie niet in zicht want ook het interieur en de pilaren van het huis moesten worden ingewijd: er werden geelkleurige koorden om de pilaren gebonden, met vlechtwerk daaraan. Een Balinese ceremonie aangepast aan Europese omstandigheden. (Want hoeveel pilaren heeft een doorsnee Balinees huis?) Ik begrijp dat de versierselen er zo lang mogelijk moeten blijven hangen. Ze mogen in ieder geval niet opzettelijk worden verwijderd.
Op de tafel in het (open) woongedeelte stonden prachtige handgevlochten manden met fruit, bloemen en gekleurde rijst die door mensen uit het dorp van Komang, hun chauffeur en de organisator van deze inwijdingsceremonie, waren gemaakt. Theo, Marja en Zoë werden besprenkeld, moesten het water ook drinken; dat gold ook voor hun personeel. Om 2 uur precies kwam de ceremonie ten einde. Het is mooi om te zien hoe zoiets belangrijks toch zo luchtig en met plezier kan plaatsvinden.

Wij bleven nog even na voor een praatje en een drankje. De mooi versierde tafel was in een mum van tijd ontdaan van al het eetbare dat in grote, plastic zakken verdween. Wij vroegen ons hardop af wat Balinezen zoal denken van die grote huizen, de enorme lappen grond, de luxe van dat alles. Zeker als je weet dat zij vaak met zo weinig tevreden (moeten) zijn. We weten inmiddels dat veel Balinezen klein behuisd zijn. Sommige personeelsleden delen een woning met elkaar, zeker als zij familie zijn. Voor een moeder met een aantal kinderen is er doorgaans niet meer dan één kamertje van een huis beschikbaar.
Theo kwam met de vergelijking: 'het moet zoiets zijn als de chauffeur van Bill Gates'... De werelden van beide mannen liggen zo ver uiteen... De chauffeur weet zo goed als zeker dat hij die andere wereld nooit zal betreden. Maar hij is wèl de chauffeur en dat telt! Een baan als personeel in een vakantievilla wordt hier als een goede baan gezien. En wij zijn blij met toegewijd en blij personeel.
Het was onze eerste inwijdingsceremonie en die zal ik niet licht vergeten. Zoals alles dat je voor het eerst doet. Ik kijk uit naar onze eigen ceremonie(s).
Ik heb foto's gemaakt die in het album zijn te zien.

woensdag 10 december 2008

Jalan-Jalan*

Vandaag hadden wij ons eerste damesuitje op Bali.
We waren uitgenodigd om mee te wandelen met Hollandse dames die hier permanent wonen. Niet iedereen die meewandelt, woont hier persé permanent maar voor de zes vrouwen waarmee wij er vandaag op uittrokken, was dat wel het geval. Degene met de meeste Bali-jaren woont hier al tien jaar. En wij, semi-permanenten voor dit moment, verblijven hier inmiddels drie weken. De rest zit er tussenin.
Er wordt wekelijks tenmiste één gezamenlijke wandeling gemaakt. Verzamelpunt is elke week een andere en van daaruit is het rechtsaf, linksaf, rechtdoor totdat wij middenin het Balinese leven staan. Daar vind je het echte, landelijke Bali. Ieder van ons is de mening toegedaan dat je dit niet meer vindt in het zuiden van het eiland.

Vandaag ging de route over landweggetjes, over dijkjes langs rijstvelden en door de kampong. We kwamen langs rijstvelden waar hard werd geploegd met karbouwen. Onze aanmoediging van hun zware werk werd met een stoere glimlach begroet. Om de vijf minuten werd er wel iemand 'selamat pagi' (goedemorgen) toegewenst of werd 'halo' geroepen door kinderen op weg naar school. Meestal met een lieflijke glimlach.
Dat is Bali op zijn best!

Ik genoot van de verhalen van de wandelende vrouwen: hoe ze hier terecht waren gekomen, wat zij hadden achtergelaten en wat ze hier zoal deden om hun dagen door te komen. Co, een van de vrouwen, vertelde mij vol passie dat zij hier als vrijwilliger werkt in een kindertehuis dat door Nederlanders is opgezet en wordt beheerd. Zij is druk met lesgeven aan de Balinese kinderen: Engelse les en zwemles. Zij vertelde mij met een grote grijns op haar gezicht dat zij nog maar net zelf zwemmen had geleerd.
Haar recentste initatief is het opzetten van een bibliotheek in Singaraja. De gemiddelde Balinees is niet opgegroeid met het lezen van boeken maar met passie, doorzettingsvermogen en een beetje hulp van vrienden en welwillenden gaat dat in de komende jaren zeker veranderen. Aan haar zal het niet liggen!

Of het verhaal van Sandra en Marijke die een project steunen dat goede huizen bouwt voor de meest armlastige Balinezen. Het project heet 'rumah baik' (een goed huis). Wat zou het mooi zijn als elke toekomstige villabewoner aan de Bali Zee een donatie doet voor het bouwen van een stenen huis voor een Balinese familie! Eerder dit jaar hadden wij vrienden in Nederland gevraagd dit project bovenop hun stapeltje jaarlijks te steunen initiatieven te leggen. (En niet alleen omdat het aftrekbaar is van de belasting.) Ook wij hebben onze steun daaraan gegeven. Het wachten is nu op de uitnodiging voor de ceremonie waarmee het nieuwe huis voor de betreffende Balinese familie wordt ingezegend. Dat zal aan het einde van deze maand plaatsvinden dus dit verhaal wordt vervolgd.
Wij hebben overigens bedacht dat, als onze vele boeken naar de huisbibliotheek in Bali zijn verhuisd, we een klein uitleenbedrag (Rp 10.000) gaan heffen voor elk boek dat door Nederlandse of Engelse buren wordt geleend. Om zo in de toekomst de kas van een nieuw rumah baik te spekken!

Het was de bedoeling dat wij het laatste deel van de wandelroute over het strand zouden wandelen maar vanwege een zeewal die eindig bleek, moest het laatste deel langs de weg worden gewandeld. Ook dat is Bali: honderden brommers en scooters, tientallen SUVs en een enkele bemo.
De wandeling werd afgesloten op het terras van Suzan, de vrouw die de route voor vandaag had gepland. Met een heerlijk kopje koffie, gevulde speculaas en een chocolademuis die de Sint hier had achtergelaten. We wonen immers niet in een uithoek van de wereld: dit is een stukje paradijs op aarde... Iedere wandelaar was dat vandaag volledig met mij eens. Wat ons betreft, is de wekelijkse wandeling voor herhaling vatbaar. Zéker als het zere teentje meewerkt!
(* betekent een wandeling maken.)

maandag 8 december 2008

Alzut ff kan

...zei mij liefje en draaide het autoraam aan haar zijde naar beneden.
“Als het even kan, laat ik het raampje aan mijn kant open tot we thuis zijn”.
We reden met onze wekelijkse boodschappen terug van Hardy's in Singaraja waar ik een impulsaankoop had gedaan. Ik had namelijk een durian gekocht. Het is een grote, stekelige vrucht die een geur verspreidt die doet denken aan de sokken van een week oud van iemand met een zeer ernstige vorm van hyperhydrosis. Alhoewel dat stukken schoner klinkt dan 'zweetvoeten' blijft de zware walm dezelfde. In de Wikipedia staat het als volgt beschreven: 'de rijpe vrucht ruikt zeer penetrant door de vorming van waterstofsulfide, waaraan de vrucht zijn alternatieve naam stinkvrucht ontleent'. Dat moet een beeld schetsen voor de lezer! Ik herinner mij van onze recente rondreis door Zuid-Oost Azië dat er regelmatig in hotellobbies verbodsborden hingen voor durians.
De stekelijke vrucht is lastig te schillen, zelfs voor een handige Hollandse maar voor kokkie Putu was dat een peulenschil. Zij wist overigens al dat wij een durian hadden gekocht voordat ik met dichtgetapete boodschappendoos de keuken instapte... Kun je nagaan. Maar het is een lekkernij met dik, crèmekleurige vruchtvlees, zoet en aromatisch.
Ik heb de vrucht daadwerkelijk in mijn eentje moeten opeten; mijn liefje gaf het na twee happen op en heeft die avond met tussenpozen over de vrucht en de lucht gemopperd. En het werd nog erger: ik moest zonder nachtkus gaan slapen, al had ik mijn tanden gepoetst!

Ik was heel blij Volkskrant-columnist Martin Bril weer te zien bij 'De Wereld Draait Door' op BVN. Hij voelt zich inmiddels goed genoeg om weer op de buis te verschijnen, na zijn behandelingen tegen kwaadaardige tumoren in darmen en nek.
Ik bezoek zijn website regelmatig en kan erg genieten van zijn berichten en gedichten.
Uit zijn geschrijf begreep ik hoe erg hij het vond dat hij een tijd lang geen haar meer op zijn hoofd had door de chemokuur. Dat was de belangrijkste reden waarom hij maandenlang niet 'en public' wilde verschijnen. Maar nu zit hij er dus weer! Met mooi, zilvergrijs donshaar maar ook met een strak koppie. Het goede nieuws is dat hij per januari 2009 weer dagelijks een column voor de krant denkt te gaan schrijven.

Elke avond zitten wij op het eigen terras in een soort 'red light district'. Er zijn namelijk vleermuizen op ons landje die 's avonds en 's nachts bij voorkeur in onze open, rieten (dak)kap gaan hangen. Om dat tegen te gaan, steken wij bij zonsondergang een rode lamp aan waardoor zij zich niet graag bij ons nestelen. Het is weliswaar niet diervriendelijk maar als wij dit niet zouden doen, zouden wij elke ochtend neergekwakte vruchtvleesresten op het (witte) terras vinden en dat is niet de bedoeling. Vleermuizen zijn dragers van ziekten en ook die willen wij niet!

Op 5 december viel mijn oog op speculaas bij de bakkerij in Lovina. Het was een no-brainer... dat ging mee naar huis! Mijn liefje deed de koekjes bij thuiskomst op een grote schaal en met Putu ging zij langs de buren. De brengers van dit lekkers werden door de Hollanders toegezongen en iedereen proefde van een speculaasje-met-uitleg. Er was een foto van Sinterklaas in The Jakarta Post verschenen die ook aan eenieder werd getoond. De Goedheiligman uit Spanje (dat schept een band) had namelijk ook een bezoek gebracht aan de Nederlandse school in Jakarta. Ik kreeg overigens sterk de indruk dat de Balinezen speculaas lekker vinden want Putu bewaarde de overgebleven koekjes om ze 's avonds aan haar zoontje Yuda te laten proeven. Ook hij hapte er gretig van.

De kerstverlichting is inmiddels ontstoken op het terras en in de zitkamer. Ons Balinese personeel heeft zich erg ingespannen om boompjes en gekleurde, knipperende lampjes te vinden en ze branden hier 's avonds dat het een aard heeft (zou Gerard Reve zeggen).
Erg 'red light district'-waardig! Elke dag wordt er wel een nieuwe kerstaccessoire bij ons afgeleverd door personeel van andere villa's in de omgeving. We moesten daar erg om giechelen maar werken enthousiast mee om het huis op te leuken. Geluk zit vaak in kleine dingen.

vrijdag 5 december 2008

Evenaar

Mijn liefje suggereerde dat ik weer eens over ons schrijf, over hoe het ons hier vergaat. Volgens haar zit niemand te wachten op informatie en statistieken over Bali. “Is dat zo?” Ik kan mij nu juist weer niet voorstellen dat mensen alleen maar over ons eigen wel & wee willen lezen.?! Mij lijkt het juist interessant iets over de gebruiken van dit zo andere, exotische eiland te lezen. Alhoewel ik doorgaans niet aan verzoeken voldoe, zag ik de redelijkheid er wel van in dus daar gaan we.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik zeer verguld ben met de benoeming van Hillary Clinton voor de aanstaande post van minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten. Ik vind het bijzonder dat Obama toch daartoe heeft besloten en dat Bill zijn volledige medewerking aan de aanstelling van zijn echtgenote heeft toegezegd. Zo wordt het toch nog een beetje 'Hillary for President'!

Wij kijken elke avond naar BVN, het Beste Van Nederland (en België). We kunnen er lang over redetwisten of het beste van het Nederlandse televisiebestel daadwerkelijk wordt uitgezonden maar wij in Bali zijn er blij mee. Zo blijven wij op de hoogte van zaken die in Nederland en Europa nieuws zijn.
Als we het niet tot 's avonds uithouden, d.w.z. als wij ons hoofd eerder te rusten leggen dan een bepaald programma wordt uitgezonden, kunnen wij daar de volgende ochtend naar kijken. Op die manier is het tijdsverschil (7 uur) wel handig. En zo zijn we dan op de koffie bij Pauw & Witteman: op de bank, met alle ramen en deuren wijd open, een kopje capuccino of macchiato van Nespresso erbij dat Putu, onze kokkie, inmiddels tot perfectie kan maken. Het is hier vroeg licht en wij staan dan ook vroeg op. Als consequentie is het ook vroeg donker. Volgens de Balinezen duurt een dag (slechts) 12 uur: na 19:00 uur begint voor hen de nieuwe dag al. Terwijl Nederland rond het middaguur pas begint warm te draaien!

Deze week hebben wij 'gezinsuitbreiding' gekregen: het jongere zusje van Putu, Nor, heeft zich bij onze villa aangediend voor de schoonmaak en andere klusjes. Zij was tot voor kort baby-oppas maar haar baan verviel op 1 december en nu is zij bij ons en bij haar zus in opleiding. Het is een leergierige jongedame die nog niet zo goed Engels spreekt maar wel aan één uitleg genoeg heeft om het vervolgens zelf te doen. Dat is leuk om te zien.

Vroegen wij ons enige tijd geleden af of wij wel zouden kunnen wennen aan personeel in huis, twee weken na aankomst kunnen wij ons niet meer voorstellen hoe het zonder hen moet. Wij hebben ons inmiddels aangepast aan het ritme dat vele buitenlandse mensen hier volgen: op de dag dat de kok vrij heeft, wordt niet zelf gekookt maar buiten de deur gegeten. Alsof we nooit anders hebben gedaan. Is dat aanpassen of niet?!
In ons eerste weekend samen waren wij nog vol goede moed aan koken en afwassen begonnen maar afgelopen zondag gingen wij 'uit'. Het verkozen restaurant heet 'DAMAI' en ligt op circa 30 minuten van ons huis. We moesten een heuvel op, over een smalle weg, door de Balinese kampong (platteland). De Kia had duidelijk moeite met de steile hellingen maar bracht ons zonder problemen naar onze eindbestemming voor die dag. Ik rijd alleen bij daglicht en misschien zal ik hier wel nooit 's nachts rijden. Je moet de goden -die hier immers zo nabij zijn- namelijk niet verzoeken.

Het werd een culinair feestje met mooie, organische producten uit eigen tuin. Damai afficheert zich als 'eco resort' en het huist bovendien Bali's beste restaurant. Zien is geloven dus surf naar Damai.
Voor Balinese begrippen was het heel duur maar naar Nederlandse maatstaven was het goedkoop. Op de terugreis haalden wij de krant op, die voor ons apart wordt gelegd bij 'Warung Tip Top'. Eenmaal terug in huis lazen wij het krantje en zwommen we een paar baantjes. Die dag was qua weer de mooiste dag tot nu toe: een strakblauwe lucht met een zachte bries.

Deze week is ook een begin gemaakt met de eigen kruidentuin. Dat is een serieus idee voor onze eigen tuin maar we kunnen er nu al wat mee experimenteren. We hebben Putu gevraagd verse koriander te kopen, mèt wortels, zodat wij die in de tuin kunnen plaatsen. Gisteren is mijn liefje bij het ochtendkrieken naar de pasar van Singaraja gegaan om zaden van diverse kruidjes te kopen. Tuinman Kadek heeft een mooi hoekje bij een Balinese tempel gekozen en mijn liefje heeft er symbolisch een vlaggetje bij geplaatst. Het leek een heuse ceremonie!
(Ik heb ook weer nieuwe foto's geplaatst.)

dinsdag 2 december 2008

Alex Rolex

Het percentage Indonesiërs dat in 2008 op of onder de armoedegrens leeft, is ruim 15%. Dat is hoog. Dit percentage is sinds tien jaar een all-time low en daarop is de president van Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono terecht trots, zeker als je bedenkt dat het in 1998 nog een bloedstollende 42% was. Aldus een hoofdartikel in de zondageditie van 'The Jakarta Post'.
Percentueel is hier dus sprake van een fikse daling maar in absolute cijfers is 15% van de bijna 300 miljoen inwoners die Indonesië rijk is, bijna 45 miljoen mensen. En dat zijn er veel te veel! De verwachte bevolkingsgroei voor de gehele archipel wordt tot 2011 geschat op 1,5%. Het is zeer te hopen dat het aantal Indonesiërs dat onder armoedige omstandigheden moet leven, niet navenant zal groeien.

In een Balinees krantje las ik dat locale mensen angst voelen voor buitenlanders die hier komen werken en bedrijfjes opzetten. Volgens de statistieken is de gemiddelde besteding van een Europese toerist tijdens zijn of haar verblijf in Bali €300.
Uitgaande van het aantal toeristen uit Europa bleek dat Bali in de praktijk minder inkomsten ontvangt. Volgens het betreffende artikel besteden met name bezoekende Britse en Duitse toeristen hun geld bij Britse en Duitse gidsen, reisbureaus, kleine hotels en restaurants in Bali. Dat verschijnsel lijkt mij ook van toepassing op Nederlandse toeristen maar daarvan werd in het artikel niet gerept.
De angst voor het afpikken van banen lijkt ook niet ongegrond. Het is voor de Balinees al moeilijk genoeg om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Over de gehele Indonesische archipel bezien, ligt het gemiddelde maandinkomen van een Indonesiër op Rp 883.000 (100.000 roepiah is €7). Het gemiddelde inkomen van de Balinees ligt hoger. Er werken bijna zes miljoen Indonesiërs in fabrieken in het buitenland. De meeste Balinezen zijn werkzaam in de toeristensector in het eigen land en één daarvan is Alex Rolex.

Op een avond zaten wij aan het strand te genieten van de ondergaande zon, de vele kleuren in het water, de vorm van de wolken in de lucht, de vissersboten op de Bali Zee, spelende jongetjes in het water toen wij hem zagen. Wij herkenden hem van ons vorige bezoek aan Noord-Bali in maart 2008.
Deze strandverkoper heeft een soort zelfgefabriceerd stalletje op zijn buik met daarop zijn officieel geregistreerde handelsnaam: 'Nr 7 Alex Rolex'. Zo is het meteen voor iedereen duidelijk wat zijn handelswaar is. Zijn echte naam is Ilyas. Hij probeert op een nette manier valse horloges te slijten. Nep is niets voor ons dus de animo om een uurwerkje bij hem te kopen, is geenszins aanwezig. Wij hadden hier duidelijk van doen met een 'conflict of interest' want Alex wil graag wat verdienen dus mijn 'Tidak, terima kasih' (nee, bedankt) was geen optie voor hem.
Hij bleef zijn koopwaar glimlachend bij ons aanprijzen en mijn liefje vond dé oplossing voor dat moment. Zij wees op haar pols en legde uit dat zij aan het begin van dit jaar van hem, Alex Rolex, een horloge had gekocht en dat het nog steeds liep. Ik zag hem eerst vol verbazing kijken en die verbazing veranderde weldra in trots... Dat zijn horloge zo goed bleek te zijn... dat had zelfs hij niet verwacht!

Alex maakte aanstalte door te lopen maar dat was nu ook weer niet de bedoeling. We wilden wel degelijk iets bij hem kopen. Hij is namelijk hoofdpersoon van een boek dat door de Nederlander Wim Verbeecke is geschreven, met de titel 'Onderweg naar ILYAS, de stem van kampong Kaliasem Bali' (uitgeverij Arroy). Verbeecke heeft Ilyas een tijdje in zijn doen en laten gevolgd en heeft die ervaringen in een aardig boekje opgetekend. Ilyas woont in een kampong waar alle religies vredig naast elkaar bestaan en is naast horlogeverkoper ook oproeper in de moskee. De opbrengst van dit bijzonder informatieve boek gaat naar Ilyas en zijn familie en is het lezen meer dan waard.