Translate

zaterdag 19 september 2009

Zij en haar

In de afgelopen week kregen wij het regelmatig over haar. Niet over hem, niet over haar maar over hoofdhaar. Dat is niet zo verwonderlijk wanneer iemand in de familie chemotherapie volgt, met kaalheid als bijwerking.
Mijn liefje vertelde mij dat zij als puber zakgeld kreeg van haar ouders, onder andere bestaande uit een maandelijkse kapperstoelage van twee gulden vijftig. Dat bedrag was voor ieder gezinslid ruim voldoende. Zij vond dat echter dik onvoldoende: voor dat geld kon je je volgens haar alleen een 'bloempotmodel' laten aanmeten en dat was géén optie.
Zij spaarde dan ook voor elk kappersbezoek nog eens twee gulden vijftig extra, uit eigen middelen die waren verkregen door een scholierenbaantje bij de apotheker. Zo kon zij zich prinsesselijk laten coifferen bij kapper Postmus op de Lijnbaan in Rotterdam. Daar had zij niet alleen een knipkaart, zij was er vaste klant en kreeg 20% korting. Een deel van het traject tussen huis en kapperszaak legde zij fietsend af, zodoende geld uitsparend voor de tram. Dat schetst een beeld van iemand, nietwaar?!

Toen ik haar 20 jaar geleden ontmoette, had zij een kapper in Brussel. Er was naar verluid geen kapper in Nederland die aan 'de kwaliteitsnorm' voldeed. Kapper Jean-Claude wel. “Wat maakt een goede kapper?” Technische vaardigheid, geen gezeur aan het hoofd tijdens de knipbeurt en 100% tevredenheid achteraf. Zo simpel is het. Van elk kappersbezoek maakten mijn liefje en ik een uitje: we gingen bij voorkeur lunchen bij 'Aux Armes de Bruxelles'. Het is een gerenommeerd Brussels restaurant uit 1921, gesitueerd in de Rue des Bouchers. Koning Leopold III, Laurel & Hardy (twee favorieten van mijn liefje), Placido Domingo en Bill Clinton waren er zoal te gast. Ze serveren er een fantastische steak tartare met zelfgemaakt frietjes. En de Côtes de Provence rosé was er niet te versmaden. Bij die gedachte loopt het water mij weer in de mond...

Toen wij naar Den Haag verhuisden, vonden wij een goede kapperszaak op het Noordeinde. Mijn liefje werd maandelijks gekapt door Alvaro en ik door Carla. Hij was een lieve homo, zij had een grote bos rode krullen en een roomwitte huid met sproeten. (Ieder haar meug!) En niet onbelangrijk: beiden waren heel goede kappers.

Eind 2000 vertrokken wij naar Engeland waar we opnieuw een goede kapper moesten zoeken. We vonden onze man in Henley-on-Thames, bij ons om de hoek. Kapper 'Van', eigenaar van de salon, was een blonde hulk met kolenschoppen van handen, een Harley Davidson en een zwarte vriendin genaamd Primrose die ook in de salon werkte. Zo grof en stevig als hij was, zo verfijnd was zijn motoriek. Hij had een knipvaardigheid die zijn weerga niet kende. Bovendien waren Van en Primrose een apart stel met wie wij gesprekken voerden die maandelijks onderdeel uitmaakten van onze Engelse inburgeringscursus. We gaven maandelijks een godsvermogen uit in Engelse ponden maar dat was dragelijk vanwege onze Britse salarissen. Na het kappersbezoek gingen wij steevast lunchen bij visrestaurant 'Loch Fyne': witte vis voor mijn liefje (allergisch voor schaal- en schelpdieren), oesters, kokkels, krab of kreeft voor mij. En altijd met een glaasje bubbels. Bij die gedachte loopt het water mij weer in de mond...

Sinds onze ontmoeting strijk ik elke dag van elk van die twintig jaren wel even liefdevol over haar hoofd. Over die mooie, dikke bos haar die altijd goed zit. Ik moet vaak om haar lachen: zij vindt stellig dat ze blond is en ik vind dat -godzijgeprezen- niet. Eén blondje in het gezin is genoeg. Ik zeg haar ook al jaren dat het absoluut geen zin heeft de haren te wassen met 'Zomerblondje' maar ach, we hebben allemaal recht op onze afwijking.
Het moge duidelijk zijn: zij en heur haar zijn al het hele leven dikke maatjes. Die maatjes moeten tijdelijk afscheid van elkaar nemen. Door de chemotherapie heeft zij nu bijna een kaal koppie. Het ging heel hard in de afgelopen dagen. De fraaie hoofddoeken liggen klaar. Als het aan Geert W. ligt, zou ze hoofddoekjesbelasting moeten gaan betalen. Hij noemde het ook wel 'kopvoddentax'. Een lelijker woord zal er dit jaar -en hoogstwaarschijnlijk ook volgend jaar- niet opduiken. Het is kwetsend, ik ben er thans extra gevoelig op.

Toen de haren bij bosjes vielen, toen kwamen de tranen. Zij huilde om haar verlies, ik snikte om haar verdriet. Die kaalheid had ik mijn liefje zó graag willen besparen. Maar ze heeft een mooi bolletje waarover ik dagelijks met veel liefde zal blijven strijken. Wel heel zachtjes want haar huid zal kwetsbaar zijn. Haar lieve ogen lijken nu extra blauw. Ze kijken inmiddels weer strijdbaar de wereld in.
Bij vroegere knipbeurten werd mijn persoonlijke verzoek aan haar om 'blote oren' zelden gehonoreerd. Terwijl ze toch zo leuk zijn. Wat ik daar nu zoal mee kan doen? Bij die gedachte loopt het water mij weer... Blushing Smiley