vrijdag 31 december 2010

Over olie en bollen

De Britse TV-kok Nigella Lawson proefde deze maand in een uitzending van De Wereld Draait Door een oliebol, op verzoek van een vrouwelijke Jakhals. Poedersuiker dwarrelde op haar fraaie japon. 'Net gemorste heroïne', aldus de (oer)Hollandse interviewster. Nigella antwoordde met: 'no worries, it's worth it'.
Dat is de vraag... Ik keek onlangs op Nigella’s website en vond daadwerkelijk een foto met recept voor het Hollandse kleinood. Ze meende het dus. Zelf ben ik geen groot fan van de oliebol, noch van haar recepten. Die vind ik doorgaans nogal gewoontjes. Maar als zij ergens van proeft, doet ze dat op uiterst bevallige manier.

Bij een door Nederlanders beheerd hotel-restaurant in Lovina bestelden wij een portie oliebollen voor eigen consumptie. Vorig jaar trakteerden wij het ganse personeel op een bol maar geen van hen kon het hapje waarderen. Er werd langdurig en luid gekauwd maar er bleef veel bol op ieders bord achter. Alhoewel wij geen grote liefhebber zijn van dit culturele erfgoed, krijgen dit soort vaderlandse tradities extra betekenis als je in den vreemde verblijft.
Ik vroeg aan de warme bakker waarin de bollen waren gebakken. In kookolie. Jawel, maar van welke soort? Dat had mijn speciale aandacht. Al een jaar hebben wij namelijk palmbomen in de tuin die rode vruchten dragen. Bij toeval kwam ik erachter dat uit die vruchten rode palmolie wordt verkregen. Ze liggen in grote hoeveelheden aan de voet van elke palmboom. Sinds dat nieuwe inzicht keek ik met andere ogen naar die bolletjes waarvan de pit spontaan tot nieuwe palmstek groeit. In de kraamkamer staan er inmiddels teveel om in eigen tuin te worden uitgezet. Eerder zei ik grapsgewijs tegen tuinman Putu dat wij de nieuwe buur volgend jaar van jonge zelfgekweekte palmbomen kunnen voorzien voor zijn hele tuin.

Al woekert het in eigen tuin, het is niet zonder waarde. Palmolie wordt gemaakt van de vruchten van de palmboom die in trossen halverwege de boom groeien. De vrucht bestaat uit een rood velletje dat om een pit zit. Palmolie bevat een hoog percentage verzadigde vetten en natuurlijke antioxidanten. Palmpitolie wordt gewonnen uit de pit van de vrucht; dat is niet hetzelfde als palmolie dat van het vruchtvlees wordt vervaardigd. Ongeraffineerde palmpitolie is weliswaar gezonde kookolie maar bevat nauwelijks caroteen en vitaminen E. Geheel of gedeeltelijk geharde palmpitolie is uiterst ongezond. Rode palmolie daarentegen bulkt van de natuurlijke vitamine E en caroteen en is daarmee gezond.
Onze lege wijnflessen worden tegenwoordig door de echtgenote van de tuinman gebruikt als houder voor zelfgeperste palmolie die ze op de markt verkoopt. Het hoeft weinig betoog dat de constante aanvoer van flessen haar productie en omzet flink verhoogde. De een haar fles is de ander haar succes!
De rijke portie natuurlijke antioxidanten in rode palmolie wapent ons tegen vrije radicalen die ernstige schade kunnen aanbrengen aan een mensenlichaam. Weet dus wat je eet. Een goede gezondheid is een groot goed.

Aan de vooravond van 2010 wenste ik mijn liefje en muzelluf vooral dat toe. 2009 werd voor ons namelijk een annus horibilis door het overlijden van mijn beste vriendin Nelly en de medische behandeling die mijn liefje moest ondergaan. Al had 2010 wederom verrassingen voor ons in petto, het werd een in vele opzichten beter jaar. Met het voorspoedige herstel van mijn liefje als apotheose. We tellen onze zegeningen dan ook. Een mens moet het optimisme van vandaag niet kwijtraken door de pech van gisteren.

Het nieuwe jaar staat voor de deur.
Ik wens familie, vrienden, kennissen, vaste en regelmatige bloglezers een in alle opzichten goed 2011 toe. Een aantal van mijn dierbaren kan wel een extra portie 'good vibes' gebruiken in het nieuwe jaar: Diederik, mijn zussen, Richard en Leon. Vooral hen wens ik beterschap toe in de ruimste zin van het woord: meer gezondheid, minder kopzorgen, meer energie, minder hartzeer en zielepijn. Zij weten waarom ik dat schrijf.

Als blogger ga ik in 2011 eerst oefenen en dan solliciteren naar de functie van tekstschrijver van Hare Majesteit... Mijn hemel, die kersttoespraak was niet al te best. De rede van de Belgische koning was zo mogelijk bedroevender. Eenzelfde teneur maar zijn tempo lag nóg lager. So much for reflection?! Hun redes zijn niet meer van deze tijd maar twitterende vorsten hoeven van mij evenmin. Ook mijn tweede Nieuwjaarsresolutie 2011 is een feit: een container met persoonlijke spullen zal dit jaar van Bali naar Spanje terugkeren. Het avontuur in Noord-Bali is niet ten einde maar we gaan ons er niet permanent vestigen. Voor vandaag een goede jaarwisseling gewenst en vanaf morgen: selamat tahun baru!


maandag 27 december 2010

Zomerkolder

Het tropische weer bezorgt niet alleen mensen hoofdbrekers, ook dieren blijken de kolder in hun kop te hebben!
Onlangs keek ik naar een BVN-uitzending toen ik vanuit mijn ooghoek iets kleurrijks zag naderen. Het bleken twee witkraagijsvogels. Deze kleine blauwe dieren vertoeven al geruime tijd in bomen op en rond Ons Domein. Maar dit was anders: ze vlogen nu de woonkamer binnen... De ijsvogels waren onder de bamboematten van het terras doorgedoken, de hoek omgeslagen en de kamer binnengevlogen. Ik hoorde twee tikken, stilte en daarna een hoop gefladder. De ene landde links tegen de voorgevel, de andere rechts. Eén vogel hervond zich snel en vloog weg via de achterdeur. Nummer twee had het moeilijker; die vloog in de richting van de rieten kap. Hoog boven het terras maakten wij van transparant visdraad een afscherming die ervoor zorgt dat vleermuizen niet ondersteboven aan de rietgedekte kap kunnen gaan hangen. De ijsvogel kwam boven het visnet terecht en zat nu min of meer gevangen. Het dier moest eerst het huis weer in voordat het de vrije buitenlucht kon bereiken. Tuinman Putu bood zichzelf aan als vogelverschrikker en klom naar de kap. Het dier probeerde door de mazen van het net te glippen maar dat bleek onmogelijk.

Ondertussen zwaaide ik de achterdeuren geheel open en liep daarna naar boven om de harmonicaramen op de eerste verdieping te openen. De vogel vloog mee. Dat was goed alhoewel het diertje aanvankelijk tegen het nog ongeopende raamdeel botste. Met geopende snavel zat het op de grond bij te komen. Kasian. Het liep goed af. 's Middags klonk hun luide geroep alweer over de daken. De insluiper had ook een visarend kunnen zijn die ik onlangs boven de branding zag cirkelen. Zo‘n roofvogel uit huis verwijderen, is andere koek!

Diezelfde week maakte tevens een blauwborstkwartel zijn opwachting. Vanaf oktober zag ik ze al in de tuin lopen; groot en klein. De tuinmannen raapten regelmatig kwarteleitjes op. Er werd dan geloot wie het eitje mocht eten. Kwartels leggen weliswaar mooie eieren, het zijn geen beste vliegers. Op enig moment zag ik een jonkie onder de matten door zeilen richting terras. Het botste tegen een van de terrasdeuren en vloog vervolgens in een hoek van 90 graden, rakelings over mijn hoofd de huiskamer binnen. Dat rakelingse was omdat ik het dier recht op mij zag afkomen en direct door de knieeën ging; geen slechte reflex voor een vrouw van middelbare leeftijd. Het diertje kwam pal achter de voordeur hijgend tot stilstand dus die reddingsactie was gemakkelijk. Gevederde vriendjes zijn van harte welkom maar bij voorkeur in hun eigen, natuurlijke biotoop!

Niet lang geleden schreef ik over moeder gekko die haar eieren in de carport legde. Ik zie er nog steeds een aantal liggen dus ik vroeg mij af of er wel eens een uitkomt. Het antwoord kwam onlangs toen ik een prachtig jong exemplaar op de oprit zag liggen. De zwart-witte staart lag eraf. Kennelijk was het diertje aangevallen en wierp het de staart af als afleidingsmanoeuvre. Het mocht niet baten: de hagedis was dood. Mieren waren al bezig met hun opruimwerk. Daaraan viel niets meer te redden. Het enige dat mij restte, was een foto maken van het prachtige dier dat daarmee uit de vergetelheid is gered.

We hebben een klein bassin aan het terras waarin graspluimen en waterhyacinten staan. Die bak is vooral bedoeld als afvoer van dakwater. Daarin houden onder andere padden huis. Op een ochtend zag ik een pad ontspannen tussen het groen zitten. Het plompe dier verroerde zich niet toen ik de cameralens voor de snuit hield. Niet veel later trof ik twee padden aan, in compromitterende houding. Het kleine mannetje lag helemaal om het grote vrouwtje heengedrapeerd. Toen ik afdrukte, sprongen ze uiteen. Was het liefde of was het haat? Ik wist niet beter dan dat het mannetje bij het vrouwtje op de rug zit tijdens de daad... Wie het weet, mag het mij schrijven. Het is sowieso vruchtbare grond: inmiddels springen baby’s van kleiner dan 1 centimeter over het terras.



vrijdag 24 december 2010

En de sterre bleef stille staan

Het was aardig bedacht.
Ik had Elsa gevraagd een fraaie foto van ons te maken die dan zou worden verwerkt in een Kerstgroet voor op de blog. Mijn camera besloot anders. Het geheugenkaartje toonde slechts oude foto’s... Met geen mogelijkheid kon ik de nieuwere opnamen tevoorschijn toveren. Dat duidt wederom op een geval van electronische tropenkolder.

Daarop verzon Tom Poes een list.

Een foto van Elsa zat namelijk al in mijn electronische album, wachtend om naar Ketut-op-de-cruiseboot te worden verstuurd. Een grote versie van de foto opladen lukte niet. Na zes keer proberen ging een kleintje eindelijk. Wellicht teveel toeristen op het Noord-Balinese netwerk?
We doen het er dit jaar mee. Voor de goede orde: mijn liefje en ik worden vertegenwoordigd door de rechtse ballen. Ook weleens apart om zo te kijk te worden gezet, nietwaar?! De kleur past ons in ieder geval goed.

Namens onszelf wenst Elsa jullie dit jaar vanuit Bali selamat natal -een fijne Kerst!


woensdag 22 december 2010

Onderhoud

Ik ben vreemd gegaan. Ik ruilde Penny in voor Putu en dat was de schuld van mijn liefje. Onnavolgbaar? Valt mee. Penny is al jaren mijn kapster in Noord-Bali. Misschien is het woord 'kapster' niet helemaal terecht maar zij is wel degene die mijn haren kortwiekt. Dat gebeurt niet zoals ik dat in Nederland en Spanje gewend ben: in een salon, met een kappersschaar. Penny heeft een soort inloopkast achter een hotel-restaurant in Lovina. Ze leerde het zichzelf aan en doet het met een keukenschaar. Tot nu toe ontwaarde ik geen techniek in haar knipkunst. Over het algemeen was ik senang na elk kapsalonbezoek maar na een week of twee had ik doorgaans alweer behoefte aan een knipbeurt.

Al weken werd gemopperd op mijn lange haren en wilde coupe. Dat kapsel zou mij volgens mijn liefje járen ouder maken. Ook opmerkingen over op wie ik nu weer leek, werden gemaakt maar die kan ik hier niet herhalen. Omwille van de lieve vrede. “Never a dull moment” zal ik maar zeggen. Blonde manen hingen op sommige dagen in een grote babykrul op mijn voorhoofd en als een kraag op mijn achterhoofd. Zelf zag ik ook wel in dat het hoog tijd was voor de kapper maar het kwam er eenvoudigweg niet van. Misschien wachtte ik onbewust op iets beters. Bovendien vond ik dat mijn haar op sommige dagen best aardig zat.

Het was mijn liefje die 'Salon Princess' in het weekend ontdekte. Zij stapte er vrijwillig binnen en keerde goedgekapt en tevreden huiswaarts. En met een verhaal dat typerend is voor Bali! Balinezen zijn nieuwsgierig van aard; ze willen van alles van je weten. Vrouwen krijgen steevast de vraag of ze zijn getrouwd en hoeveel kinderen ze hebben. Balinese vrouwen bepalen aan de hand van het antwoord jouw mate van geluk in het leven en de mannen tasten wellicht hun kansen af.
Veel begrip voor de situatie van ongetrouwde, kinderloze vrouw lijkt er niet te zijn. Hoe kun je immers gelukkig zijn zonder? Westerse mensen gaven ons vroegtijdig advies. Als je als ongehuwd kinderloze de hamvraag krijgt (en die komt geheid), is het goed gebruik te antwoorden met “belum”. Nog niet. Je ontwijkt daarmee een negatief antwoord –dat hier als ongemanierd wordt ervaren- en spreekt de hoop uit dat het alsnog goed met je komt. Mijn jeugdige liefje van middelbare leeftijd kreeg de vraag. Kasian.

Maandag jongstleden werd ook mijn kapsel onder handen genomen. Kapster Putu meldde trots dat zij gedurende drie jaar een kappersopleiding volgde en inmiddels acht jaar ervaring heeft. Daar kan geen Penny tegenop en Putu bleek nog goedkoper ook! De hoofdmassage was wel van mindere kwaliteit maar elluk voordeel hep se nadeel. Putu deed het technisch zeer begaafd met mij, met professionele hulpmiddelen. Dé vraag werd mij niet gesteld. Dat werd kennelijk overbodig toen ze vroeg of ik met de vriendin-van-de-vorige-dag hetzelfde huis bewoonde.
Ik zie er weer zeer huwbaar uit.

Er vond deze week tevens onderhoud aan De Domeinen plaats. Zo haalde ik de bestelling op bij Pak Budi, eigenaar van een stoffenwinkel in Seririt. Hij is al geruime tijd fan van mij. Tja, als je haar maar goed zit. Toen hij belde om te zeggen dat de materialen klaar liggen, vroeg hij Elsa waar Missus B was. Zij bleek -naar waarheid- 'op de wc' te hebben geantwoord. Ze weet dat ik niet van liegen houd maar toch... er zijn grenzen aan eerlijkheid. Ik toonde mij van mijn beste kant (nu weer de voorkant, volgens mijn liefje) en haalde de spullen persoonlijk op. Het zijn donkerbruine rollen die wij vulden met strandzand. Deze kussens liggen nu als zandzakken tegen schuifdeuren en harmonicaramen en vormen voortaan de afdichting tegen overtollig regenwater vanaf de terrassen.

De door de storm deels en geheel afgerukte matten werden vakkundig door Pak Hindrik herbevestigd aan de terrasrand. Nu met een dubbele laag spijkers, uit eigen doos. Om zo hoog te kunnen komen, werden met touw twee korte trappen (van bamboe en staal) aan elkaar geknoopt. Het zag er in mijn ogen wankel en onbetrouwbaar uit maar Hindrik doet het al jaren zo. Deze jonge zakenman uit Java klom zeker vijf meter omhoog, zonder te verblikken of verblozen. Als persoon met hoogtevrees kan ik niet kijken naar de verrichtingen van zo’n trapezewerker zonder dat alles van binnen rammelt.

Ook kwam Gede, Hoofd Timmerbedrijf langs voor een serieus onderhoud over geleverd werk. De harmonicadeuren zullen opnieuw worden geïnstalleerd en vandaag worden de tijdelijke afdekplaten voor de lamellen op begane grond en bovenverdieping aangebracht. Mijn liefje, financieel directeur van de familie, rekende uit dat wij recent Rpi 4.000.000 spendeerden aan watermanagement... Geen kattepis. Ik wil de goden niet verzoeken maar ik ben bijna zover te zeggen “laat de regen nu maar komen”!

zaterdag 18 december 2010

Opgelucht!

We halen even opgelucht adem aan de kust van Noord-Bali. Afgelopen dagen waren aanhoudend stormachtig. We vertoefden grotendeels binnen want buiten ging eenvoudigweg niet: je waaide uit je ondergoed of je regende nat tot op de graat. Ook dieren zochten binnenskamers een veilig heenkomen alhoewel de wind en sproeiregen op barre momenten door ons open, tropische huis joegen. Ik heb geen greintje spijt van onze woningkeuze maar in de afgelopen dagen wilde ik best logeren bij onze Belgische buur die woont in een potdicht huis met dakpannen... Van harde storm wordt een mens onrustig. Mijn liefje had daarvan al jaren last maar in de afgelopen dagen overviel ook mij dat gevoel.

Aanstaande maandag komt de timmerman een oplossing voor de wind- en regendoorlatende lamellen in woonkamer en op bovenverdieping aanbrengen. Iets dat nu effectief is maar in het droge seizoen eenvoudig kan worden verwijderd. Ik hoop dat we het tot die tijd droog houden. Gisteren las ik op internet dat er 10 doden vielen op Zuid-Kalimantan (recht boven Bali gelegen!) door een tornado. Ik denk dat wij hier op Bali het staartje ervan meemaakten. De kustlijn is hier opnieuw getrokken. Er vormde zich voor onze zeewal een soort binnenwatertje waardoor een tweede branding ontstond, iets verder in zee. Een mooi gezicht, zelfs vanuit de kamer. De golven zijn gekrompen, het water is weer blauw.

Op maandag zullen onze terrasmatten worden teruggehangen en vastgezet. Tevens moeten enkele rieten kappen worden gefatsoeneerd. De dakbedekking staat hier en daar recht overeind, als de hanekam van een punker. En het wordt hoog tijd voor ramen zemen. Mijn liefje droeg vroeger een afgeplakt brilleglaasje voor een lui oog. Ik kan mij nu nóg beter voorstellen hoe zij de wereld toen moet hebben bezien... Ook dat kwam goed.

Binnen maakten we het stemmig: we kochten onlangs een nep-Kerstboom, verlichting en kleurrijke ballen en tuigden het geheel op. Er bleken in eerste instantie natuurlijke alternatieven: een grote boom op het land van de familie van een van onze personeelsleden leek geschikt en een kleine conifeer in de tuin van een Hollandse buur zou een kandidaat zijn. We besloten het toch niet te doen: er moesten teveel andere mensen aan te pas komen en het weer was in de afgelopen dagen evenmin bevorderlijk voor een succesvolle transplantatie.
Ik zette de nepperd op een verhoging zodat de pootjes droog blijven. Het geheel viel best aardig uit, al zeg ik het zelluf. Ook op de keukenbar plaatste ik een boompje met verlichting voor Elsa. Zij kan wel wat extra gezelligheid gebruiken. Echtgenoot Ketut komt maandag in San Fransisco aan. Het is daar 12 graden; hij had het nog nooit zo koud in zijn leven.
Nelly kijkt vanaf het altaar over de kerstversieringen uit. Ik denk zelfs dat zij met onze boom had kunnen instemmen. Mijn vriendin hield van deze traditie en kocht jaarlijks een Nordmann, de mooiste kerstboomsoort die er is.

Op dit moment klinkt het snerpende geluid van een elektrische zaag. Op deze eerste rustige dag na de storm likken tuinmannen hun wonden. Het aanhoudend slechte weer veroorzaakte veel schade aan tuinen. Bij ons staat alles inmiddels weer overeind maar jonge bomen en stekken hebben het nog steeds zwaar. Zo ook in de tuin rondom het huis waarin maandenlang Russische gasten verbleven. Hun bacchanale slotaccoord begon op een avond om 20:00 uur en duurde tot de volgende morgen 08:00 uur. Toen waren ze allemaal tè dronken om de UIT-knop van de geluidsinstallatie nog te vinden... Wij zagen het met lede ogen aan, moe van hun wangedrag en gemankeerde nachtrust. Die luidruchtige gasten keren dit weekend naar Moedertje Rusland terug (alhamdullilah). Om nooit terug te keren, als het aan de eigenaren van de villa ligt. Ergo: iedereen opgelucht!

Vandaag is niet alleen een goede dag voor ons, het is tevens een belangrijke feestdag in Bali. Ons personeel is vrij dus het zal een, ook in dat opzicht, rustige dag zijn. Kuningan is misschien wel de belangrijkste ceremonie voor Balinese Hindoes. Op Galungan daalden de goden en Pitara (menselijke voorouders die goddelijk werden) naar de aarde af om de mensheid te zegenen en stervelingen alle goeds toe te wensen. Ik leg de extreme regenval van de afgelopen dagen dan ook positief uit. Nu, tien dagen later, vindt de slotceremonie plaats. Je zou de beide dagen kunnen vergelijken met Allerheiligen en Allerzielen in het katholieke geloof.

Vanavond gaat mijn liefje een van haar specialiteiten koken: ossobucco. Het is een overheerlijke Italiaanse armeluistoofpot met bleekselderij, wortel, tomaten en kalfsschenkel. Wij vonden onlangs kalfsvlees van Australische origine. De maaltijd zal worden geserveerd met handgemaakte tagliolini tricolore en een mooi glas Australische rode wijn. Wij brachten namelijk een bezoek aan Bali Deli, Seminyak’s smulpapensupermarkt. Wij kochten daar ook Marokkaanse worstjes, zalm, confit de canard en Europese kazen en wijnen. Wellicht dineren we weer op het terras. Genoeg getobd!


woensdag 15 december 2010

Alle zegen komt van boven

In de afgelopen dagen was het hier noodweer; niet de gehele dag maar wel elke dag, tijdens de avond en 's nachts. Alhoewel dagelijkse regenbuien karakteristiek zijn voor het tropische regenseizoen, waren die buien exceptioneel in hun duur en intensiteit. Vannacht maakten we zelfs een tropische cycloon mee. In de vijf jaren dat ik Bali nu bezoek, maakte ik het niet eerder mee. Grote bomen dreven ontworteld als eilanden in de zee, een rivieroever bij een buur was deels weggeslagen, een afhangende lap gras bedekte het ontstane gat als een schaamlap. Een geschonden aangezicht. Om over de bouwwerkzaamheden op het belendende grondstuk maar te zwijgen. Het team probeert thans de betonnen fundering aan te brengen in putten vol regenwater...

Extreme weersomstandigheden scheppen een band, zowel tussen mensen onderling als tussen mens en dier. De telefoongesprekken gingen in Noord-Bali in de afgelopen dagen grotendeels over persoonlijke ervaringen met het slechte weer. Bij sommige buren wier huis dichter aan de Balizee staat, kwamen de golven over de zeewal. Anderen kregen te maken met modder dat zich uit een belendende rivier over de tuinmuur richting huis bewoog. In ons geval viel de schade tot nu toe mee: 1 omgewaaide frangipani-boom, vele losse palmbladeren en 1 finaal afgerukte terrasmat. Die vond ik enkele meters verder voor de deur van het gastenhuis. De tuin bleef verschoond van zeewater vanwege een natuurlijk opgeworpen wal op het strand voor ons huis. Het strand lijkt op een slagveld.

Onze toegangsweg aan de achterzijde werd echter vrijwel onbegaanbaar. Het water stond er na de afgelopen buien al op kniehoogte, nu kwam het zelfs op heuphoogte. Brommers van personeel lieten het halverwege afweten. Zo ook het vervoermiddel van Elsa, onze zwangere keukenprinses. Ze keerde op een regenachtige avond als een verzopen katje glibberend terug tijdens een eerste poging om naar huis te komen. De bougies waren nat geworden van het hoge water. Ook Made, onze gespierde nachtwaker, durfde de weg niet te begaan met zijn brommer. Hij werd gedwongen via het strand naar zijn werk te lopen en kwam drijfnat aan. Handdoek, regenjas, aspirines en bemoedigende woorden wachtten hen. Bij aanvang van het regenseizoen worden we geconfronteerd met verkoudheid en griep van personeelsleden en hun gezinsleden. Als tijdens een Europese winter. Onze huisapotheek doet hier goede dienst; die kan tegen een dukun (traditionele genezer) op.

Terwijl ik dit verslag typte, flitste en donderde het dat het een aard had. Het natuurgeweld speelde zich boven mijn hoof en voor mijn neus af, op de Balizee. Ik vind het fascinerend maar ben blij met het dak -mèt bliksemafleider!- boven mijn hoofd. Kasian Balinezen die in hutten van matten wonen. Ik gun iedereen een rumah baik. Tweemaal eerder maakte ik een helse onweersavond mee in mijn leven: in november 2005 tijdens ons eerste verblijf in (Zuid-)Bali. Ik lag toen werkelijk te schudden in mijn hotelbed. De tweede ervaring was in december 2005 in Darwin (Northern Territory, Australië). Ook daar vond het noodweer in de avonduren plaats. Ik filmde en fotografeerde -veilig achter een hotelraam op grote hoogte- duizenden bliksemschichten en klappen in circa drie uur. Ik bewaarde het krantenartikel dat de volgende dag in de Darwin Post stond.

Dat niet alleen mensen nattigheid voelden, werd mij duidelijk toen ik in de afgelopen dagen nieuwe vogelsoorten in de tuin zag. Het eerste gevederde vriendje zat op een ochtend op de rand van het zwembad. Ik pakte de verrekijker en zocht naar opvallende kenmerken. Na raadpleging van het boek 'Birds of Bali, Java & Sumatra – a photographic guide' van Tony Tilford en Alain Compost bleek de vogel een oeverpieper (actitis hypoleucos) te zijn. Ik herkende het dier vooral aan de wippende staart. Het dier migreert thans van Europa naar Azië. Dat zo’n kleine zo’n grote afstand kan vliegen?!
Ook een andere migrant maakte een tussenstop in onze tuin: de Taiga-strandloper (calidris subminuta). Deze waadvogel zat op een stormachtige avond op het achterterras uit te puffen. Toen ik terugkwam met de camera vloog het dier een boom in. In genoemde vogelgids las ik dat de vogel in deze tijd vanuit Siberië via de Sunda-eilanden naar Australië migreert. Het houdt van modderige kustgebieden. Nou, dan zit’ie hier momenteel helemaal goed!


zondag 12 december 2010

Onstuimig weer, weer onstuimig

Terwijl in Nederland de ijsbrekers over het IJsselmeer varen, barstte op het zuidelijk halfrond het regenseizoen (de zomer) in alle hevigheid los. Sinds we op zaterdag Balinese familiedag houden, is het 's middag niet meer zonnig geweest. Opmerkelijk maar waar. Gisteren begon bewolkt maar in de loop van de dag brak de zon door. Dat was goed nieuws voor Yudha, ons Balinese vriendje dat elke zaterdagmiddag komt zwemmen. Die voorpret was echter van korte duur. Hier kan het weer in 5 minuten radicaal omslaan.
Tegen de tijd dat Elsa de avondmaaltijd wilde opdienen, woedde een heuse storm vanuit de Balizee. Het begon tevens hard te regenen. Resultaat: horizontale, striemende regenval op het terras en tegen de voorgevel. Alle hens aan dek. De tafel die ik reeds had gedekt, kon ik in mijn eentje niet afruimen. Het tafelkleed, de placemats en de servetten vlogen door de lucht. Ik vreesde zelfs voor de borden maar met hulp kon ik de terrastafel leegmaken.

Inmiddels kletterde de regen met bakken op het terras. We hebben matten die regen kunnen tegenhouden maar als er tegelijkertijd harde wind blaast, is het beter de matten op te rollen. Ze kunnen namelijk tegen de rieten kap slaan en daar schade veroorzaken. Het was dus kiezen tussen twee kwaden: extreme regeninslag weren van het terras of mogelijke lekkage vermijden aan het dak... Het leek de Kijkduinse camping wel, voorjaar 2010.

Om een lang verhaal flink in te korten: het overmatige regenwater stroomde vanaf het terras naar binnen. Met horizontale regen is er geen houden aan. Gelukkig komt het zelden voor. De afwatering van dakwater is onder die extreme omstandigheden een probleem: water waait naar binnen. De houten lamellen in de voorpui die doorgaans voor een stroom frisse lucht in huis zorgen, werkten nu als sproeiers.

Zwangere Elsa en haar zusje Nur gingen met dweilen en emmers op de knieën. Tuinman Putu, mijn liefje en ik ging als razenden aan de slag met trekkers. En het kleine mannetje? Die danste tussen alle werkzaamheden door, 'hujan-hujan' zingend. 't Regent, 't regent. Dat deed mij sterk denken aan mijn eigen kindertijd tijdens zomerse buien. Met zijn groot uitgevallen voetjes (hij aardt naar vader Ketut) stampte hij in de plassen. Het grootste verschil was dat zijn plassen in onze huiskamer stonden... Yudha liep overal in de weg maar niemand had last van hem. Sterker: hij bracht de vrolijke noot in de hele situatie. We lachten regelmatig hard om zijn kinderlijke capriolen en vroegwijze uitspraken. Een prachtig ventje.

Dat alles miste zijn uitwerking op mij niet. Fluitend schepte ik op het terras, in de woonkamer en op de eerste verdieping water weg. Ik vond zelfs tijd om een verse frangipani-bloem achter mijn oor te steken. Begrijp mij niet verkeerd: ik erger mij aan foutjes aan het huis maar we hebben er alleen last van onder extreme weersomstandigheden.
Er zijn zoveel ergere dingen: de Nobelprijs voor de Vrede niet zelf in ontvangst kunnen nemen, aan kanker lijden, worden gestenigd als overspelige vrouw in Iran, als 8-jarig meisje worden uitgehuwelijkt in Jemen, geen hulp krijgen in Haïti vanwege ruziënde ambtenaren... Komt verstand met de jaren? Harap! Ik hoop het.

De avondmaaltijd werd uiteindelijk in de keuken geserveerd. Het werd als een 2-sterrenbuffet: op het aanrechtblad schepten we tevreden op uit goedogende schotels. Yudha at zijn hapje met smaak op de vloer zoals hij het bij zijn grootouders gewend is. Mijn liefje en ik zaten met het bord op schoot voor de magnetron, op een klamme terrasstoel. Toen het mannetje mij vroeg waarom ik niet naast hem zat, zeeg ik neer. Balinezen en semi-Balinezen vreedzaam tesamen. Deze ervaring neemt niemand mij af.

Deze tekst typte ik op zaterdagavond. De zilte lucht die ik toen rook, deed mij terugdenken aan winterstormen in ons huis aan de kust van Kijkduin. De zee bulderde hier ook en oogde inktzwart. Als ik geen kind van de zee was, zou ik het angstaanjagend vinden. We stonden 's avonds laat aan onze vrije zeewal en keken met ontzag naar het water dat bij een verre buur tegen de muur beukte. Wij staan op veilige afstand van de golven. Je kunt mij niet meer wijsmaken dat er geen sprake is van klimaatverandering op de aarde!
Inmiddels brak de zonnige zondag aan. De natuur kalmeerde, de tegels in de woonkamer zijn overal droog. Mijn liefje neemt thans de schade in de tuin op. Vandaag ga ik boeken verplaatsen. In eigen bibliotheek, welteverstaan.

woensdag 8 december 2010

Over goed en kwaad

Tussen de vorige blog en deze publicatie gebeurde het een en ander. Onder andere met mijn Sony Vaio laptop, slechts 2.5 jaar oud maar intensief gebruikt en tegen de zin meegesleept naar de tropen. De Vaio ging er weliswaar op de koelplaat maar hield dat niet lang vol. Bepaalde documenten openden met grote problemen en steeds vaker liep Windows vast. Geen corrigerende ingreep bleek te baten. Afgelopen weekend werd het bar en boos: er verschenen horizontale gele blokken en vertikale blauwe balken over het scherm, gevolgd door onzintekens. Eén schermtekst was echter goed te volgen: die adviseerde mij contact te zoeken met mijn leverancier. Er was een BIOS-probleem en schijf G werkte niet. Ik wist niet eens dat er een G-plek op mijn computer zit... Mijn Zwitserse laptop leek het op te geven. Bali bleek een eiland te ver. Gelukkig maakte ik backups van documenten, digitale foto’s (7.000!) en instellingen.

Zonder computer en internet vind ik het dagelijks minder leuk. Een goed functionerende link met de buitenwereld is en blijft gewenst. Om de leemte te vullen, bezochten we de nieuwe computerwinkel 'Indotech' in Singaraja. We betraden een frisogend, schoon pand met jeugdige medewerkers en een overzichtelijke uitstalling van verschillende soorten koopwaar in diverse prijsklassen. Doorgaans worden dergelijke winkels gerund door Balinezen van Chinese origine. Zo ook deze zaak. Soms tot ergernis van niet-Chinese bewoners van het eiland. Eerder had ik negatieve opmerkingen over Chinezen gehoord. Toen ik vroeg waar dat gevoel vandaan komt, openbaarde zich een vorm van jaloezie: 'die Chinezen beheren alle winkels en kopen alle panden op. Bangsat!' 'Die Chinezen' blijken bij nader inzien al honderden jaren in Bali te wonen... Dat zij kiene zakenlui zijn, weet inmiddels iedereen op deze wereld. Lang niet al hun handelswaar is van goede kwaliteit (eufemisme) maar deze mensen zijn ondernemend en hardwerkend en verdienen daarmee veel geld en -doorgaans- aanzien. Mij werd in dat kader omstandig verteld dat er onderscheid is tussen echte Balinese en Chinezen. Op mijn opmerking dat zij -echte Balinezen- toch ook in zaken kunnen gaan, werd het stil. Je kunt het een vorm van etnische rivaliteit noemen.

Onlangs las ik (non-)fictieboeken van de Australische schrijver Kerry Collison, getiteld 'Jakarta' en 'The Fifth Season'. De schrijver woonde ruim 30 jaar in de Indonesische archipel. Zijn deels waargebeurde verhalen deden mij soms huiveren. Het was schokkend om te lezen dat regeringsleiders en hoge militairen honderden miljoenen dollars naar hun persoonlijke Zwitserse en Singaporese bankrekeningen wegsluisden terwijl het volk crepeert. In beide boeken komt de ongekend wrede vervolging van Chinezen in Indonesië aan de orde tijdens Soeharto’s New Order-bewind. Dat noemen we tegenwoordig etnische zuivering... Er was kennelijk toen al sprake van een diepgewortelde haat tegen economisch succesvolle medelanders.

Mijn Sinterklaaskado kwam alsnog. Met instemming van mijn liefje kocht ik hier een notebook: een dieprode mini HP van iets meer dan 1 kilo gewicht, met een 10 inch scherm. Met een Intel Atom-processor, een degelijke selectie officiële software (onder andere Windows7), een supersnelle wifi-verbinding en een ingebouwde webcam. Klein, licht en snel. Die gaat voortaan mee op reis! Een van de gratis accessoires die ik ontving, is een kekke koelplaat die als een UFO blauw licht verspreidt. Binnenkort breng ik de zieke Vaio naar de reparateur in Singaraja. Misschien dat er nog iets valt te redden. Balinezen zijn meesters in het repareren. Ook hij is van Chinese origine, overigens.

Deze week is ook voor Balinezen een drukke week. Het is namelijk Galungan, de belangrijke Hindoeviering van de overheersing van dharma (het goede) op adharma (het kwaad). Die dag is tegelijkertijd een feest van familiaal samenzijn. Dit is de eerste keer dat Ketut daarbij niet aanwezig zal zijn, tot verdriet van Elsa. Ketut maakt momenteel de grote oversteek op de Stille Oceaan, van Samoa naar Hawaii. Op 13 december zal hij heelhuids in Honolulu aankomen, als zijn Hindoegoden hem goedgezind zijn...

Onze personeelsleden kregen deze week ieder tenminste 1 extra vrije dag. Vandaag, dé dag, komen ze ook allemaal offeren bij onze huistempel. Melk en ijsjes staan klaar voor de kids. In voorbereiding op dergelijke dagen is er altijd sprake van een zekere onrust op en rondom ons domein. Wij kijken belangstellend uit naar wat gaat komen terwijl zij in de ban van hun verplichtingen raken. Dat ging deze week onder andere gepaard met verzoeken tot een financieel voorschot. Die verzoeken doen ons knipperen met de ogen. Niet omdat het om grote bedragen gaat maar vanwege het feit dat het nog maar een week geleden was dat ze hun volledige maandsalaris ontvingen. Waar ging al hun geld naartoe?! Dat is een retorische vraag: veel geld gaat naar de (religieuze) gemeenschap waartoe zij behoren. Er worden verhoudingsgewijs kapitalen gespendeerd aan offerandes. Niet meedoen is geen optie. Wij begrijpen dat maar zien het met lede ogen aan. Het dorpshoofd en de religieuze voormannen zijn de enigen in de gemeenschap die een auto rijden en zich andere vormen van luxe kunnen veroorloven. Daarvan kunnen onze personeelsleden alleen maar dromen. Wij kiezen ervoor onze eigen mensen deze maand persoonlijk te trakteren. Met een alternatief kerstpakket.


zaterdag 4 december 2010

Warme chocola

Morgen wordt in Nederland Sinterklaas gevierd. De Goedheiligman stuurde vorig weekend een handlanger met Pieten naar Bali. Geïnspireerd maakte ik een gedicht voor mijn sayang; dan zal wederom niet wederzijds zijn. Mijn dichten is niet in de trant van 'pief - paf - poef: jij bent een boef' of 'paf - poef - pief: ik vind je lief.' Al had het zomaar gekund; beide situaties zijn immers op haar van toepassing. Ik deed mijn uiterste best een gedicht te maken waarin de opmerkelijkste momenten uit het afgelopen jaar een plaats kregen. Je begrijpt: het werd een lang relaas. En ik kwam tot aardige taalvondsten (al zeg ik het zelf): zo rijmt 'senang' op 'een leven lang', 'Segar' op 'peignoir', 'Sudoku-krek' op 'bloemenstek'. Dit jaar zullen wij de rest van de Hollandse traditie grotendeels aan ons voorbij laten gaan. Chocolade is hier altijd warm...

Nederland is 's werelds grootste importeur van cacaobonen. Het Vaderland bewerkt het basisingrediënt tot tussen- en eindproduct. Het gros aan eindproducten wordt geëxporteerd maar dat neemt niet weg dat de Nederlander gemiddeld 5 kilo chocolade per jaar eet. Ik doe dat Nationale Gemiddelde eer aan, denk ik. Daarmee lijkt niets aan de hand, immers: 'a chocolate a day keeps the doctor away.' Het gaat zonder meer op als het dagelijks een stukje chocola van hoog cacaogehalte betreft (meer dan 72% pure cacao) maar ik houd van alle kleuren...
In de afgelopen zes jaar verdubbelde de prijs voor cacao op de wereldmarkt. Fijne chocola wordt daarmee meer en meer een delicatesse. Onze Belgische buren in Bali begrijpen dat als geen ander. Een van hen bracht onlangs een doos Godiva-bonbons mee uit hun geboorteland. Ze kunnen daar weliswaar geen regering vormen maar verstand van choco hebben ze. Goddelijk!

Indonesië is 's werelds derde cacaoproducent. Vorig jaar produceerde het land 480.000 ton cacaobonen en dit jaar wordt een productie van 600.000 ton verwacht. De bonen komen van kleine plantages, vaak eenmanspercelen in Sulawesi en Midden-Sumatra. Kleinschalig en lokaal: dat klinkt goed. Slechts 20% van de bonen wordt in eigen land verwerkt. De kleine boeren verkopen hun oogst veelal tegen een heel lage prijs aan multinationals. Dat is minder goed. Van de anderhalve euro die de consument betaalt voor een goede chocoladereep, gaat nog geen € 0,03 naar de boer... Wat ook zorgwekkend is, is dat cacaoproductie ontbossing in de hand werkt. Het behoud van oerbos is een van de onderwerpen tijdens de lopende VN-klimaattop in het Mexicaanse Cancún. Ik hoop dat (vooral rijke) landen dit jaar bereid zijn bindende afspraken te maken.

De Latijnse naam van de cacaoboom is 'Theobroma cacao'; theobroma betekent 'voedsel van de goden'. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bewoners van het godeneiland dol zijn op dit zoete goedje. De chocoladeconsumptie van de Balinees blijf echter ver achter bij die van de Hollander: slechts 0.8 kilo per jaar per hoofd van de bevolking. Ter compensatie wordt hier in huis met regelmaat chocoladecake gemaakt waarvan alle personeelsleden meegenieten. Dit weekend zal dat wederom het geval zijn. Omwille van Sinterklaas. Bijgevoegde foto maakte ik toen Ketut nog onze chauffeur en projectmanager was. Ik zag de vrucht voor het eerst tijdens een binnenlands bosritje. Zo ver hoef ik niet meer te gaan. Deze week zag ik een boom vol vruchten aan de Jalan Segara staan, de eigen straat. In de tuin probeerden we de cacaobonen al eens te laten groeien. Zonder succes tot nu toe. Ik kan er nog geen chocola van maken.
Vandaag komt Ketut met zijn cruiseschip in Fiji aan. De bofkont. Ik weet uit eigen ervaring hoe mooi het daar is. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de chocokleurige bevolking.

Ik wens jullie alvast een fijne Sinterklaas toe met warme chocola, leuke gedichten en mooie kado's!


woensdag 1 december 2010

AIDS-tsunami

Het is vandaag WereldAIDSdag. Wereldwijd overleden reeds 25 miljoen aan deze besmettelijke ziekte. Elke dag sterven 8.000 mensen aan AIDS en raken duizenden kinderen wereldwijd hun ouders kwijt. Over Bali is op dit vlak weinig positiefs te melden. Lees en huiver.

Het Indonesische Ministerie van Gezondheid meldde dat er in de gehele archipel sinds juni van dit jaar 21.770 gevallen van HIV- en 41.157 gevallen van AIDS-besmetting bij kwamen. Dat stond deze week in de Jakarta Post. Organisatie UNAIDS schat dat het aantal geïnfecteerden in Indonesië inmiddels meer dan 270.000 bedraagt...

Volgens officiële cijfers neemt Bali ruim 5% van het totaal aantal Indonesische HIV/AIDS-geïnfecteerden voor haar rekening. In Bali is sprake van een dramatische toename in het aantal HIV/AIDS-geïnfecteerden: sinds 2004 steeg dat met 81%. Het gebruik van het woord 'tsunami' lijkt dan ook gerechtvaardigd.
Uit onderzoek in maart jongsleden door de 'Bali Health Department' blijkt dat het godeneiland de op een na hoogste infectiegraad van de Indonesische archipel heeft, na Jakarta. Vooral jonge Balinezen in de leeftijdscategorie 20-29 jaar lopen grote risico's. 40% van de HIV/AIDS-geïnfecteerden komt uit die leeftijdsgroep. Seksueel actieve teenagers in de leeftijd van 15-19 jaar maken reeds 2.3% uit van het aantal HIV/AIDS-geïnfecteerden op het eiland. Men schat dat 50% van de mannelijke Balinese teenagers seks heeft met prostituées en/of onveilige wisselende seksuele contacten onderhoudt.
Een andere provinciale bron meldt dat het aantal prostituées (M/V) in Bali inmiddels 8.800 bedraagt. Ik vermoed dat ook dit het topje van de ijsberg is. Volgens de nationale commissie voor HIV/AIDS-preventie nam het aantal besmette sekswerkers in Bali dit jaar toe met 19% tot 3.778 gevallen. Dat betekent dat bijna de helft van hen met HIV/AIDS is besmet. De grootste besmettingstoename vond plaats onder mannelijke sekswerkers. Men schat dat 25% van hen inmiddels is geïnfecteerd met HIV/AIDS. Prostitué(e)s bedienen dit jaar in Bali naar verwachting 88.000 klanten. Ik las ooit ergens 'waar het leven zwaar is, zijn de zeden licht'...

Elk jaar worden 600 huisvrouwen (moeders) in Bali met HIV besmet. Velen van hen zijn AIDS-weduwen en ontdekken hun eigen besmetting -te- laat. Dit jaar werden 300 Balinese baby's met HIV/AIDS geïnfecteerd; die zullen overlijden voor zij het vijfde levensjaar bereiken. Het aantal HIV/AIDS-besmettingen bij kinderen neemt hier snel toe. “It's very hard to get medical staff and doctors to work with HIV/AIDS patients” zegt Dewi, de enige kinderarts van de afdeling van het Sanglah-ziekenhuis in Denpasar waar besmette kinderen worden behandeld. Ongeveer 4.000 Balinese kinderen verblijven in de 70 kindertehuizen die Bali telt. Officieel weigeren tehuizen kinderen met HIV/AIDS op te nemen maar velen van hen zijn afkomstig uit gezinnen waarvan een of beide ouders aan AIDS overleden. De kans dat die kinderen zelf ook zijn besmet, is groot.

Het lijkt erop dat nationale en provinciale overheden geen grip hebben op de cijfers. Dat geeft te denken over behandeling en preventie van deze dodelijke virus. Aantallen worden nog maar sinds kort officieel geregistreerd bij speciaal opgezette klinieken maar er is zeker ook sprake van struisvogelpolitiek. Het bestuur van het godeneiland schermt ermee dat ze omwille van hun cultuur niet over seks kunnen praten maar die dubbele moraal berust op een gevaarlijk misverstand: HIV/AIDS is veeleer een volksgezondheidskwestie. Evenmin pakken bestuurders het grote lokale prostitutieprobleem aan. Bali wil die duistere kant het liefst bedekken. In Azië is gezichtsverlies het ergste dat er is...

In het midden van de jaren 80 maakte ik voor het eerst persoonlijk kennis met iemand die aan AIDS leed. Het betrof Jack, toneelspeler en beste vriend van mijn toenmalige New-Yorkse vriendin Roni. Zij woonde en werkte ondertussen in Parijs maar samen bezochten we haar geboortegrond en vriendenkring. Jack was ernstig ziek en lag in het ziekenhuis. Daar zochten we de inmiddels blindgeworden vriend op. Ik herinner mij vooral verpleegsters met mondkapjes en Jack's uitgemergelde hand die ik voorzichtig schudde. Die ervaring maakte diepe indruk op mij. Jack overleed voordat ik naar Amsterdam terugvloog. Hij wilde een 'pink funeral' die zijn vrienden voor hem organiseerden. Als Jack later ziek was geworden, zou hij als AIDS-patiënt in de VS -met dagelijks medicijngebruik- oud hebben kunnen worden. Als Jack nu in Bali ziek zou worden, zouden zijn overleveningskansen net zo slecht zijn als 25 jaar geleden. Ik realiseer mij eens te meer dat ik in een ontwikkelingsland woon.


zaterdag 27 november 2010

Oewiejen

De Franse keuken werd onlangs op de Unesco-lijst van immaterieel cultureel erfgoed geplaatst. Ik kende de materiële Werelderfgoedlijst en weet dat daarop gebouwen, steden en locaties van over de hele wereld staan. Een deel van dat werelderfgoed zag ik in de loop der jaren met eigen ogen. De immateriële lijst was nieuw voor mij. Deskundigen van Unesco besloten dat de Franse traditionele gastronomische maaltijd voldoet aan alle voorwaarden om op die lijst te worden opgenomen. Het is de eerste keer dat iets gastronomisch als werelderfgoed wordt erkend. Als foodie ben ik het volledig eens met deze eervolle benoeming van de Franse keuken. Ik lik mijn vingers erbij af! Het mooie aan die keuken is dat het zo divers is. Wat dat betreft zullen de Chinese en Italiaanse keuken wellicht ooit volgen. De Franse keuken staat voor 'slow cooking': superverse ingrediënten worden langzaam, bij een lage temperatuur bereid. Zo komen smaak en geur optimaal tot hun recht.

Vertoevend in Bali, mijmerde ik in de afgelopen weken regelmatig over gerechten uit de Franse keuken. Denkend aan een kaasplateau, slakken, bouillabaisse of blanquette de veau liep het water mij in de mond... Het is nooit goed: ben ik in Europa dan verlang ik naar Aziatische gerechten; ben ik in Bali dan zwijmel ik bij Europese maaltijden! Veel is al mogelijk sinds de aanschaf van de convectie-oven-annex-magnetron-annex-stoomapparaat-annex-grill. Sindsdien maak ik op de vrije dag van onze keukenprinses enthousiast Europese gerechten als gratin, guiche, moussaka, ratatouille, lasagna en dergelijke. Eenvoudige maar smaakvolle gerechten die ik al jarenlang naar volle tevredenheid van menig disgenoot maak.

Wat ook integraal onderdeel is van de gelauwerde Franse keuken, is de grote variëteit aan Franse wijnen. De beaujolais primeur arriveerde recent weer in Europa. Jullie daar zijn grote bofkonten! Misschien komt die heerlijke, jonge wijn hier ooit aan maar dan toch zeker niet voor vergelijkbare prijzen. Een mooie Franse wijn kun je wel vinden maar kost in Bali tenminste € 40 per fles. Iets vergelijkbaars uit Australië of Nieuw-Zeeland kost hier al gauw € 30 per fles. Dat zijn barre omstandigheden voor een wijnliefhebber als ik... Hier drink ik Hatten-rosé die Rpi 110.000 ofwel € 9 per fles kost. Het is een wijn die is samengesteld uit lokale 'anggur', vermengd met Australische druiven. In de directe omgeving van ons huis liggen vele druivenvelden. Hatten is absoluut geen hoofdpijnwijn maar mijn liefje blieft 'm niet. Zij houdt het daarom bij Bintang. We kopen de duurdere wijn voor speciale gelegenheden.

Elsa is een uitstekende kok en een bijzondere jongedame. Ik kan het niet vaak genoeg schrijven. Voor de geïnteresseerden: het gaat goed met haar en de baby. Haar echtgenoot Ketut komt vandaag met 'zijn' cruiseschip aan in Napier, de art déco-stad op het noordereiland van Nieuw-Zeeland. Hij schreef mij deze week dat hij regelmatig zeeziek blijft maar ook dat hij af en toe kan genieten van prachtige uitzichten.
Het goede nieuws is dat hij een nieuwe bron van inkomsten vond aan boord: als kapper. Zijn supervisor vroeg hem zijn haar te knippen en dat viel -gelukkig- goed uit. Voor beiden. Ketut noemde het resultaat zelf(s) 'stylish'. Nu staan collega's voor hem in de rij... voor $5 per knipbeurt! Hij is ons uitermate erkentelijk voor de kniplessen die hij kreeg in de tuin. Zijn gevoel voor humor lijkt terug te komen. Ik ben blij voor hem.

In de afgelopen dagen werd ook in eigen keuken druk geëxperimenteerd. Regelmatig bladeren we door Engels- en Nederlandstalige kookboeken. Niet omdat mijn liefje en ik genoeg hebben van Elsa's Balinese of Indonesische gerechten maar uit behoefte te variëren. Zo haalde ik de Nederlandstalige rijkgevulde 'Kookgids Indiaas' tevoorschijn die Nelly mij ooit schonk. Wij hielden allebei van lekker eten maar voor Nelly werd eten door haar voortschrijdende ziekte steeds meer een beproeving. Ik kookte bij voorkeur vegetarisch voor haar en de Indiase keuken heeft nu eenmaal een ruime keuze zeer smaakvolle vegetarische gerechten. Ik liet Elsa foto's van een aantal favoriete gerechten zien en schatte in dat veel van de benodigde ingrediënten ook in Bali voorhanden moeten zijn.

Dat bleek niet tegen dovemansoren gezegd. Onlangs kregen we twee nieuwe gerechten voorgeschoteld: voor mij had ze verse garnalen in tomaten-kardamomsaus gemaakt en voor mijn wederhelft -die zeer allergisch is voor schaal- en schelpdieren- een vleesgerecht. Op mijn vraag wat het precies was, dacht ze even na. Of liever gezegd: ze plooide haar tong. Antwoord: 'kiep met oewiejen'... Het bleek een uienmengsel met veel verschillende smaakjes. Had ze het Nederlandse woordenboek ter hand genomen, zelf Indiase recepten gekozen en uitgeplozen, ingrediënten ingekocht en bereid. Elke dag zie ik haar wel studeren. Ze is nieuwsgierig en leergierig; eigenschappen die een mens ver kunnen brengen. Al fonkelen Michelinsterren niet aan het Balinese firmament, zij is de onze!


woensdag 24 november 2010

Kunst: medicijn tegen verloedering

Cultuur in Nederland schreeuwt momenteel om aandacht. In de afgelopen dagen vonden protestacties plaats tegen de culturele kaalslag die dreigt door beleid van het kabinet Rutte-Verhagen. Cultuur is alles dat mensen eigenhandig creëren; in taal, in foto's, schilderijen, muziek, techniek, architectuur, wetenschap; noem maar op. Dat is tamelijk ruim geformuleerd, ik geef het toe.
Zelf ben ik van mening dat de mate van beschaving in een samenleving kan worden afgelezen aan de hoeveelheid aandacht die er is voor cultuur. Beschaving is een kwestie van vooruitgang en cultuur is daarvan een onmisbaar ingrediënt. Dat de Nederlandse beschaving thans aan de ratten lijkt te zijn overgeleverd, wordt duidelijk als je de 'akkefietjes' rondom PVV-kamerleden beziet. Nieuwe acroniemen werden in de afgelopen weken geboren: Partij voor de Verloedering of Partij van Vuige Verkozenen. Ze passen allebei. De partij die beweerde het fatsoen terug te brengen in de Nederlandse samenleving blijkt nu zelf een aantal leden met veroordelingen, overtredingen en aantoonbaar maatschappelijk ongewenst gedrag te hebben. Mensen verlieten de politiek voor minder... De partij hanteert een dubbele moraal. Ook gedogen kreeg daarmee een nieuwe inhoud.

Bezuinigingen zijn nodig ten tijde van economische crisis. Dat begrijp ik. De botte bijl van de cultuurbarbaren van Bruin I kwam echter neer op de Nederlandse kunstsector die in een klap € 200 miljoen moet bezuinigen, 20% van het totale budget. Daarvoor heb ik geen begrip. Het zou inderdaad ideaal zijn als de sector geen gebruik hoeft te maken van subsidies, als het zichzelf economisch kan bedruipen. Als dit doelstelling is van het nieuwe regeringsbeleid moeten culturele instellingen daartoe wel de tijd krijgen. Breed gewaardeerde en internationaal gerespecteerde orkesten werden echter met één pennestreek geschrapt. Bovendien verhoogde deze regering onlangs de btw op toegangsbewijzen voor theater van 6% naar 19%. Je hoeft geen bolleboos te zijn om te begrijpen dat cultuurinstellingen zo (nóg) minder inkomsten ontvangen. Tevens zal het aantal cultuurdragers, mensen die het een warm hart toedragen, afnemen door de prijsverhoging. De vraag doemt dan ook op: 'wat denkt men hiermee te bereiken?!'

Vorige week maakte ik kennis met de Nederlandse schilder Theo Zantman. Hij woont al 15 jaar in Noord-Bali. Ik had eerder over de man gehoord en had in andermans villa ooit abstracte werken van zijn hand zien hangen. Het waren grote, uiterst kleurrijke stukken die mijn ogen echter niet streelden en mijn hart niet raakten. Persoonlijk vond ik ze oppervlakkig en vluchtig. Als van iemand die zijn vaardigheid opdeed tijdens een Tupperware-avond... Maar hier was de kunstenaar zelf! We raakten aan de praat over zijn achtergrond in Nederland, zijn leven in Bali en zijn schilderijen. Ik realiseer mij goed dat 'beauty is in the eye of the beholder': als je iets als mooi beleeft, dan is het mooi. Over smaak valt nu eenmaal niet te twisten. De definitie van schoonheid is voor ieder mens anders. Over wat een mens raakt in kunst valt wel veel te zeggen.

Theo verdient in Bali goed aan zijn kunst en doet goede dingen met zijn verdiensten. Zo is hij sponsor van een groot aantal kinderen uit arme gezinnen in het bergdorp waar hij zelf woont. Af en toe brengt en haalt hij die kinderen persoonlijk naar en van de openbare bibliotheek van Lovina, waar ik hem ontmoette. Na thuiskomst bezocht ik zijn website en trof daarop ook figuratief werk aan. De compositie en het kleurgebruik van zijn, op locatie geschilderde, rijstvelden spreken mij wèl aan. De stijl waarin hij dat werk maakt, is geënt op techniek van gelauwerde schilders als Van Gogh en Monet. Grootheden uit Theo's oude wereld. Hij vertelde mij dat hij is gevraagd om begin volgend jaar te exposeren in een prestigieuze gallerie in Jakarta. Ik ben benieuwd met welk werk.

Enkele weken geleden ontdekte ik ook de jonge Indonesische fotograaf Angki Purbandono. Een deel van diens 'freestyle' werk stond afgebeeld in de Jakarta Post en ik vond dat meteen inventief en eigenzinnig. Het is sterk cultureel bepaald en tegelijkertijd werelds. Ik vind het onderhoudend, moet erom lachen. Zijn werk komt tot stand met behulp van een geavanceerde flatbed scanner. Voor de serie in de krant gebruikte hij glas- & rijstnoedels samen met alledaagse voorwerpen. Eerst maakte hij een compositie op het scannerbed en het resultaat werd vervolgens in een lichtbox geplaatst. Hierdoor krijgt het triviale (letterlijk) een buitengewoon karakter. En dat is precies wat kunst en cultuur doen: de wereld mooier maken.


zaterdag 20 november 2010

Zaterdagcompetitie

Op 2 november begon Ketut zijn baan als assistent-steward aan boord van het cruiseschip Regent Seven Seas Navigator. De regelmatige bloglezer is daarvan op de hoogte. Sindsdien houden wij nauwkeurig bij waar hij zich bevindt. Vandaag is zijn schip op zee en morgen zal hij in Hobart aankomen, de zuidelijkste provincie van Australië. Wij ontvingen inmiddels 2 mails, 2 SMS'en en vele groeten. Gisteren deed hij via zijn vrouw (onze Elsa) een vooraankondiging: volgend jaar wil hij weer bij ons komen werken. Hij wil geen twee jaren aan boord uitdienen. Alle berichten maakten tot dusver melding van het feit dat hij zeeziek is en daarvoor medicijnen slikt. Wij denken dat hij tevens heimwee heeft... Hij moet harder werken dan gedacht en het eten aan boord smaakt hem niet. Geen fijne combi. Kasian Ketut!

Sinds de kater van huis is, dansen de muizen op tafel. Sindsdien houden wij op zaterdag namelijk een Balinese familiedag. Elsa's jongste zus Nur haalt Yudha op bij zijn grootouders -waar hij dagelijks verblijft na de peuterschool- en samen komen ze dan op de (enige) brommer naar ons toe. Elsa bereidt een maaltijd voor die wij gezamenlijk nuttigen maar voordat er wordt gegeten, wordt er gezwommen.
Balinezen onderscheiden drie werelden: de bovenwereld waarin de goden wonen, de middenwereld waarin zijzelf vertoeven en de onderwereld waarin demonen leven. Volgens het Balinese Hindoeïsme behoort alles onder water tot de onderwereld. Wellicht is dat de reden waarom Yudha's vader en moeder niet kunnen (en willen) zwemmen. Het kleine mannetje is de uitzondering in de familie: hij is dol op zwemmen en dat doet mij -waterrat senior- grote deugd.

Maar mijn liefje is de ware kindervriendin. Eigenlijk moet ik het anders zeggen: jonge kinderen worden als een magneet door haar aangetrokken. Ik maakte het al zo vaak mee. Zo ook in Bali: in de openbare bibliotheek van Lovina heeft zij als vrijwilligster na enkele weken reeds een trouwe schare jonge aanhangers. Het betreft jongens en meisjes die haar aandacht vragen en het in ruime mate krijgen. Zij is de ideale tante. Zelf schrijf ik het toe aan haar warme persoonlijkheid en vriendelijke karakter. Dat voelen kinderen intuïtief aan. Er is één jonge Balinees die het heel bont maakt: onze jongste zwemmer. Yudha is haar vriendje en dat is hij! Op zaterdagmiddag wordt alles in gereedheid gebracht om het pientere ventje feestelijk te onthalen. Het wachten op hem valt mijn liefje zwaar. Hij is haar oogappel, ze houdt van hem met heel haar hart. En hij is dol op zijn witte nènèk (oma)... Ik zie het en het ontroert mij.

Uit Spanje brachten we een Spiderman-zwembroek mee die hem inmiddels past. Lokaal kochten we opblaasvlinders die hij om de bovenarmen draagt. Tijdens de eerste zwempartij zat hij op de traptreden van het grote bad en ging hij slechts te water op de arm van mijn liefje. Niets moet, alles mag. En nu, vijf maanden later? Zodra hij binnenwandelt, laat hij zijn kleren vallen. Of het nu bewolkt is, regent of niet: 'Yudha renang'! Voorafgaand aan het zwemmen vindt wc-bezoek plaats. Al zal ons grote bad niet lijden onder zijn kleine plas, hygiëne wordt hem bijgebracht.

De vlinders kunnen daarna niet snel genoeg om zijn armen worden geschoven. Geheel uitgerust, daalt hij de trappen af en springt frank en vrij het bad in. Inmiddels kan hij op zijn rug en zijn buik drijven, weet hij dat hij moet blazen als hij geen water in neus of mond wil krijgen. Zijn beenslag is sterk, hij heeft aanleg. Als het water hoog opspettert -doorgaans door mijn toedoen- kraait hij van plezier. Hij trappelt driftig en onbevreesd van het ondiepe naar het diepe gedeelte (afstand: 15 meter), waar zich twee stenen zitjes bevinden. Inmiddels springt hij ongehinderd vanaf een zitje het diepe bad in. Zijn sprongen worden steeds betere imitaties van de mijne. Ik zie aan zijn gelaatsuitdrukking dat de diepte van het bad hem intrigeert maar hij toont geen angst. Hij giert het uit als ik onder water naar hem toe zwem en, boe roepend, voor hem opduik. 'Lagi' is steevast zijn reactie, ik moet het nog eens doen. Eenmaal op de kant laat hij zich vol overgave drogen en warm masseren door mijn liefje.

Het hoogtepunt was tot nu toe een opblaasbaar amfibievoertuig dat ik in een speelgoedwinkel in Singaraja vond. Het is een bootje in de vorm van een auto. Met claxon. Yudha is namelijk niet alleen zwemverslaafd, hij is ook autogek. Het nare is dat hij het zwembad nu helemaal niet meer wenst te verlaten. Ik heb de grootste moeite hem uit het water te krijgen, zelfs als het flitst en dondert boven het huis. Een keer bleef hij zo hardnekkig dobberen dat ik niet anders kon bedenken dan met kleren aan het bad in te springen en hem naar de kant te slepen. Ook nu was 'lagi' zijn enige commentaar. Hij vond het bij nader inzien helemaal OK.

Het zijn intense momenten, momenten van puur geluk. Een mooie traditie is geboren. Mijn liefje geeft hem liefde, aandacht en serieuze lessen, ik leer hem spelen, zijn grenzen aftasten en nieuwe dingen ondernemen. Je moet doen waarin je goed bent. Consequentie is wel dat ik zaterdagavond niets meer aan mijn liefje heb...
Ik heb er een serieuze concurrent bij.


dinsdag 16 november 2010

Tuinkabouters

Op één na alle huizen waarin ik in de afgelopen 20 jaren woonde, hadden een tuin maar tot dusver werd tuinieren geen hobby. Ik hield mij wel graag bezig met de vormgeving en invulling van een tuin. Bovendien stelde ik jarenlang met groot plezier boeketten uit eigen tuin samen. Sinds wij een tuin in Bali hebben, houd ik mij actief bezig met tuinieren. De tuin werd in december 2009 aangelegd dus die is nu bijna 1 jaar oud. Ik zou het niet geloven als ik er niet met mijn neus bovenop sta. Alle tuinmuren zijn bijna volledig begroeid. De (lava)grond is hier dermate vruchtbaar en het weer zodanig groeizaam dat alles overal groeit en bloeit.

Een goede tuinman is en blijft onontbeerlijk. Onze eerste tuinman was een ware hulk: een beresterke, goedlachse vent die fysiek ongeschikt bleek voor de functie. Vanwege zijn omvang kon hij zich namelijk niet klein genoeg maken om onkruid te wieden achter struiken en bomen. Op zijn hurken zitten, hield hij niet lang vol; in tegenstelling tot de meerderheid van de Balinese mannen. Hij besloot zelf beveiligingsman te worden bij een nieuw geopend benzinestation. Nummer 2 was een jongeman van 19; net van school zonder werkervaring. Daar wij vertrouwen hebben in de jeugd, gaven we hem een kans het tuinmannenvak te leren. Hij verzuchtte dagelijks dat hij het warm had, dat hij moe werd van het werk. Hij zat liever achter het huis in de schaduw te sms'en met zijn toenmalige vriendinnetje. Toen die hem verliet, doofde zijn (toch al schamele) licht. Onze wegen scheidden in de proeftijd. Met de komst van tuinman 3, Putu Arsana, veranderde ons leven ten goede: deze aardige, fitte man hoeven we niet te instrueren. Hij is energiek en deskundig, gaat zijn eigen gang, komt met suggesties en toont initiatief. Hij houdt van de tuin en van alles wat daarin staat. Wij vinden hem een lot uit de loterij en dat laten we hem regelmatig weten. Na zijn aantreden werd tuinieren ook voor mij leuk. Bijna dagelijks werk ik nu mee in de tuin. Putu doet het zware werk, wij het lichte. Zo maak ik bloembedden en borders onkruidvrij en bedenk ik tuinprojecten.

Momenteel zijn we gezamenlijk druk met het verplaatsen van bloemen, planten, struiken en bomen die vanwege groei in de verdrukking kwamen of oorspronkelijk niet goed waren geplaatst. Sinds ik als vrijwilliger in de bieb van Lovina werk, heb ik toegang tot lokale tuingidsen. Goed voor de tuin, goed voor mijn Bahasa Indonesia.
Ik zocht uit wat de benodigde hoeveelheid water en zonneschijn is voor elke soort in eigen tuin (circa 100). Al maanden zijn mijn liefje en ik aan het stekken: met stam in water om wortel te trekken, met stam zonder wortel direct in de vruchtbare grond, uit zaaddozen, uit knol, bol en pit en door vermeerdering. Op deze manier kweekten wij mini-palmbomen, -pauwenbloembomen, zoete tamarindebomen en typisch lokale schaduwbomen. Eerst in de 'puskesmas' (de kraamkamer van bamboe; zie foto) die steeds voller wordt en na betoonde groeicapaciteit in de grote tuin. Daarna volgden de favoriete bloemen: ixora's en hibiscussen.

Zoals ik een enthousiaste beginneling ben, zo is mijn liefje een ervaren krek. Zij is vele hoofdstukken verder in Het Grote Boek voor Tuinkabouters: zij bekwaamde zich inmiddels in Balinees enten, believe it or not?! Dat is zoiets als 5-sterrensudoku maar dan met groene vingers. Enten gebeurt met kokosnootvezels die met rijke aarde tot een huls worden gevormd; daarin wordt een te enten stam gewikkeld. Deze inheemse techniek heet 'kepung'. Het pakketje moet regelmatig worden bewaterd. Ik zie met belangstelling naar het resultaat uit.

In onze tuin vinden veel meer kleine wonderen plaats. Stop vandaag een zaadje in de grond en over twee weken zie je een stammetje stoer de kop opsteken. Zat er gisteren nog geen wortel aan een tak, volgende week kun je de eerste uitstulping zien. Om over fruitpitten maar te zwijgen. De eerste papaya's, uit pit gekweekt, zijn zichbaar. Ook avocado- en bekulbomen (groene appeltjes) zijn thans in de maak. Tropisch tuinieren (b)lijkt zo eenvoudig...

De Jalan Nelly is al maanden een tropische verrassing maar sinds enkele weken liggen ook borders langs het pad dat van het bordes naar de zeewal loopt. Zo maakten we een bloembed met jasmijnplanten die overal in de tuinen stonden maar nergens goed groeiden. Deze tere, witte bloemen staan nu in bloei en als de wind vanaf de zee waait, komt een zoet aroma de woonkamer binnen. Ook de lolipops of kaarsbloemen deden het niet goed in de tuin terwijl ze in andermans tuin en in de Botanische Tuin van Bedugul vol in bloei stonden. 'Wat te doen?' Ik las dat ze in de volle zon moeten staan en een redelijke hoeveelheid water nodig hebben. Putu maakte een centraal gelegen bloembed bij de bale bengong en daar werden ze tesamen in de grond gezet. Ik zie nu al dat het werkt.
Een bloembed vol met de (19!) hibiscusvarianten uit eigen tuin is in voorbereiding. Dat perk wordt het epicentrum van de bloementuin.

Op de traditionele markt van Bedugul kochten we onlangs nieuwe aanwinsten: blauwe lavendel, blauwe boluien, lampepoetsers, een kefir limoenboom en vele kruidenplanten in pot: dille, dragon, peterselie, mint, citroenbasilicum en heel veel koriander. De kruiden werden in de nieuw aangelegde kruidentuin terzijde van het gastenhuis geplaatst. Paulus de B. mag trots op ons zijn.


zaterdag 13 november 2010

Bali Clean & Green

Eergisteren ontvingen wij een brief van de burgemeester. Nu is hij niet bepaald de burgervader die wij ons hier hadden voorgesteld maar desalniettemin lazen we zijn schrijven. Hij riep ons op mee te doen aan de plaatselijke 'Clean & Green'-campagne. Het strand van ons dorp zou de volgende ochtend worden schoongemaakt. 'Bali Green' heeft betrekking op het planten van bomen; dat was nu niet aan de orde. De actie zou 's ochtends om 6 uur starten. We vertelden tuinman Putu Arsana over de oproep; ook hij zou van de partij zijn. Voor de zekerheid zetten wij de wekker. Om 5 minuten voor 6 kukelde een schorre haan ons wakker. Brrrr. Dat viel niet mee. De avond hieraan voorafgaand was het voor mijn doen laat geworden, Ik had gekeken naar het BVN-programma 'Sta op tegen kanker'. Het doel van de avond was fondsenwerving voor KWF Kankerbestrijding. De persoonlijke opzet van het progamma greep mij aan. In Nederland sterven 5 mensen per uur aan deze ziekte. Kanker raakt iedereen. Iedereen in de zaal bleek wel een dierbare of kennis te hebben die aan kanker lijdt of (over)leed. Mijn nachtrust werder daardoor korter dan gehoopt. Zes uur 's ochtends was wat mij betreft te vroeg voor de douche. Ik schoot in de kleren en pakte het gereedschap: twee harken en twee vuilniszakken voor onszelf, een sikkel en een emmer voor de tuinman. Balinese mannen maken stoer schoon.

Op weg naar het centrale dorpsstrand zag ik de Russische buren -die zich inmiddels gedeisd houden- in de speedboot op zoek gaan naar dolfijnen. Ook zag ik een lokale visser met een gevulde emmer vanaf zijn prahu (lokale prauw) naar het strand lopen om daar de manden van wachtende vrouwen te vullen. Als je aan zee leeft, is er altijd veel te zien.
Het animo voor Bali Clean bleek in eerste instantie niet groot: slechts een handjevol Balinese mannen in trainingspak en 1 Australiër op flip-flops meldden zich met ons op de afgesproken plek. Wij begonnen maar alvast een beetje te harken terwijl de lokalo's om ons heen drentelden. Wat mij betreft ging en gaat het vooral om het verwijderen van plastic van het strand. Plastic -like diamonds- is namelijk helaas 'forever'. Het duurt vele generaties voordat het materiaal in de natuur is afgebroken. Daardoor is het dodelijk voor het leven in zee.
Toen de eerste hoopjes vuil waren gevormd, stelde een van de mannen voor ze in brand te steken. Ik schrok. Het deed mij veel deugd dat hij door zijn collega's werd gecorrigeerd: 'tidak baik, polusi' ofwel: niet goed, verontreiniging. Het lijkt een kleine stap maar het is heuse vooruitgang!

Na een half uur waren er aanzienlijk meer schoonmakers op het strand. Op vrijdag is het sportdag op de meeste scholen in Bali. Dat blijkt een sterke traditie: werkelijk alle volwassenen liepen in sportkostuum. Het schoonmaakteam bleek grotendeels te bestaan uit plaatselijke en provinciale ambtenaren. Ook nu weer: vrouwen met vegers en bezems, mannen met sikkels en emmers. De dames vonden onze aanwezigheid reuze interessant: mijn liefje ging regelmatig op de (telefoon)foto met giechelende dames.
Zelf maakte ik onder andere kennis met het Districtshoofd, die redelijk Engels sprak en ook rondliep in sportkleding. Toen ze mij meldde dat zij de enige vrouwelijke districtmanager is in de regio, riep ik enthousiast: “émansipasi baik sekali!” Ze glom van trots. Ik vroeg geïnteresseerd door: “wat behelst uw functie zoal?” Enthousiasme en trots golden nog steeds maar het antwoord bleek minder eenvoudig dan de vraag. Na een stilte zei ze: 'uw villa administreren'. Voilà. Als ik het niet dacht: ben ik ook nog haar werkgeefster. Zij wist overigens exact dat wij de twee vrouwen van de villa zijn. Langzaam harkten wij ons een weg naar de eigen stulp die in het uiterste westen van het strand ligt. Om 8 uur stapten we over onze eigen zeewal. Het strand werd redelijk schoon. Wij waren toe aan een Nespresso. Ik voel mij een bemazzeld mens: ik had Balinese ambtenaren aan het werk gezien (sorry Ber)!

We beleven op dit moment heldere, frisse dagen in het noorden van Bali: de zon schijnt onvoorwaardelijk, de luchtvochtigheid is matig, wolken blijven achter het huis, het zwembadwater is heerlijk, het uitzicht prachtig. Als ik vanaf het terras over het water naar links kijk, zie ik Java liggen. Wij wonen hemelsbreed op circa 1.400 kilometer van de onrustige Merapi; de rookpluimen kunnen we dan ook niet met eigen ogen zien. Ik vind het een bizar idee dat zich daar een natuurramp afspeelt. Jogyakarta veranderde vanwege de uitstoot in de afgelopen weken in een sneeuwlandschap. Het aantal doden steeg tot 206 personen. Men is begonnen met het schoonmaken van de Borobudur (UNESCO-wereldwonder) alhoewel de berg nog steeds kokendhete gaswolken uitstoot.
Ook de Gunug Batur roert zich inmiddels. Deze 1717 meter hoge berg is een van de twee actieve vulkanen op Bali. Deze week werd de status verhoogd van 'actief-normaal' naar 'alert'. De vulkaan, die nu een rookpluim uitstoot, ligt op circa 50 kilometer van ons dorp. Toeristen mogen de berg niet meer beklimmen. De bijgevoegde foto maakte ik zelf in 2005, in rustiger tijden. Bali Green? Nog wel...


dinsdag 9 november 2010

Met de kippen op schoot stok

Afgelopen zondag brak weer een vrijwilligerswerkdag aan in de bibliotheek van Lovina. Het was de eerste zondag zonder chauffeur Ketut (die vandaag op zee is, onderweg naar Cairns). Nu hebben we een nieuwe tuinman annex chauffeur maar die gunnen wij zijn vrije zondag met vrouw en kinderen. Hij wil ons wel brengen en halen maar dat vinden we onnodig. Nog liever rijd ik zelf maar onze tweedehands auto is sinds dit jaar uit de verzekering. Reden: te oud. Heel onterecht, zeker als je weet hoeveel goggomobilen op de wegen van Noord-Bali rijden! Vorig jaar reed ik nog dagelijks zelf, nu wil ik de goden niet verzoeken. De verzekeringsagent waarschuwde: als je hier als onverzekerde buitenlander betrokken raakt bij een aanrijding, ben je altijd de pineut. Of je nu schuldig bent of niet. De meeste Balinezen hebben geen geld voor een verzekering en als zij schade of letsel ondervinden, zul jij -als rijdende ATM- voor de kosten opdraaien. Het is een survival-of-the-weakest-filosofie. In het slechtste geval zul je voor de rest van je leven een onbekend Balinees dorp financieel moeten onderhouden. Welnu, ik kan betere sponsorprojecten bedenken.

Dus we gingen met de bemo, een min of meer reguliere bus waarmee de lokale bevolking tussen dorpen en steden reist. Deze kleine bussen zijn doorgaans oude barrels, ouder en minder goed onderhouden dan onze eigen Kia Sportage Four Wheel Drive. Ik stond om 9 uur langs de straat, nerveus trappelend als een 'first time' straatmadelief (voor Emmy: st**ph**r). Normaliter ronkt het van de bemo's, nu zag ik er slechts twee in 15 minuten en ze gingen nog in de ongewenste richting ook. Zul je net zien. Als mijn liefje niet had opgelet, had ik er nu nog gestaan.
Mijn liefje mocht voorin en ik vervoegde mij achterin de bus. De banken in de bemo zijn afgestemd op Balinese passagiers; zelfs ik zat met de knieën tegen de kin. Verder viel het tegen: er was geen levende kip te bespeuren. Slechts 4 kinderen van de scouting met stalen buizen, 1 Moslimmevrouw van middelbare leeftijd met telefoon en 1 oude Hindu-mevrouw met goedgevulde boodschappentas. Zij nestelde zich comfortabel tegen mij aan. De deur bleef open; dat was prettig voor de frisse lucht maar de realiteit was: hij kon niet dicht. De chauffeur gaf gas en we schoten er als een pijl vandoor. Toen ik mij vastgreep aan de stang langs het raam, trok ik de eerste schroef los. Het werd een geanimeerde reis: de kinderen oefenden hun Engels op mij en ik sprak in Bahasa Indonesia terug. Dat ging zo door tot mijn “Stop!” De chauffeur remde accuut, de bemo stopte pal voor de bieb. Kosten: 6.000 roepiah voor 2 personen, ofwel circa € 0,48. Kom daar eens om in Europa?!

Ook voor de terugreis besloten we de bemo te nemen. Terwijl we er een aanhielden na 1 minuut wachten, riep de chauffeur al de naam van ons dorp. Kennelijk was hem al bekend dat we daarheen moesten... News travels fast in Bali! Er was wederom geen kip te bekennen. Wel stond het gangpad volle bloemenmanden. We hink-stap-sprongen er overheen. We werden zonder stopteken op het juiste kruispunt afgezet en liepen tevreden over de zeeweg naar huis.

Verderop in 'onze' straat werden we staande gehouden voor het huis van beveiligingsman Made en zijn familie. Of we even kwamen 'buurten'? “Tuurlijk.” We werden getracteerd op sappige groene appeltjes ('Ziziphus mauritiana'; 'bekul' in Balinees) uit eigen tuin en kregen een zakje mee voor thuis. De mythe is dat wie deze appeltjes steelt, wordt gestraft met gezichtsverlamming. De 21ste eeuwse variant is dat men gelooft dat je mond en oog gaan hangen als je er teveel eet. Ik keek nog eens naar de hoeveelheid ontvangen fruit... Ja, je beleeft veel meer als je met openbaar vervoer en te voet reist!

Mijn liefje en ik gaan met de kippen op stok tegenwoordig. Dat komt omdat we eindelijk een passende klamboe hebben voor het ruime bed. De eerste klamboe die we aanschaften bleek te klein en verhuisde naar het huis van Elsa & Ketut. Het tweede exemplaar werd opgehangen in het gastenhuis toen we Pauline op bezoek kregen. Dat doe je als goede gastvrouw.
Het regenseizoen is aangebroken en het aantal muggen nam af. Recent vonden we -ô ironie- een geschikte klamboe voor de bamboeconstructie die we Ketut's vader lieten maken. Het bamboegeraamte stond al wekenlang rondom het bed; het moest nog slechts worden bekleed. We lieten het doek naar eigen inzicht vervaardigen bij een stoffenzaak in het zuiden van Bali. Het resultaat mag er zijn: een klamboe uit Duizend-en-één-Nacht, vind ik. Twee straatmadelieven waardig: rode, weelderige draperieën met borduursels in de bovenrand en een welvend, enigszins glimmend baldakijn. Sprookjesachtig en stemmig maar we kunnen er ook goed in lezen. In slaap gewiegd door Sheherazada... wie wenst dat niet?!


vrijdag 5 november 2010

Tropenkolder

Bekijk de foto hiernaast maar eens goed. Je kijkt naar de langneusaap, een apensoort die in Borneo en Sumatra voorkomt. Je hoeft geen raketwetenschap te bedrijven om te begrijpen waarom de aap zo heet. Maar wat interessanter is: je kijkt in de spiegel. De Indonesische bijnaam voor de Proboscis-aap is namelijk 'orang Belanda'. 'Orang' betekent mens en Belanda is 'Holland'. De aanduiding voor deze oerlelijke aap is dus: Hollander...
Indonesiërs trekken daarmee een lange neus naar hun voormalige koloniale overheerser. Die neus is geschapen om de andere soort aan te trekken. Die van de mannetjes kan wel 17 centimeter lang worden, vrouwtjes hebben ook een flinke gok maar dan korter. De neus zwelt als het dier zich opwindt. Dit gaat verdacht veel op seksuele voorlichting lijken?!

Momenteel lees ik het boek 'Ring of Fire - An Indonesian Odyssey' van Lawrence en Lorne Blair. Ik vond het exemplaar in de openbare bibliotheek van Lovina. Nu ik elke zondag als vrijwilliger in Coba baca werk, ligt het voor de hand dat ik op een rustig moment ook even voor eigen plezier langs de boekenplanken speur. Ik zag de titel, las de achterflap en constateerde: typisch iets voor mij. Boektitels zijn een sleutel tot iemands karakter, je bent wat je leest. De vondst is wonderlijk als je bedenkt dat ik net daarvoor een blog publiceerde over wonen aan de Ring van Vuur. Toeval bestaat, ik schreef het eerder.

Het boek beschrijft de ontdekkingstocht die de Britse broers in 1960 begonnen in de Indonesische archipel, aan boord van de traditionele prauw 'Zonneschijn'. Hun oorspronkelijke reisdoel was het vinden van de grote paradijsvogel op de Aru-eilanden, ten westen van Papua. De veelkleurige vogel wordt zeer bedreigd; een exemplaar is te zien in het Bali Bird Park.

In dit boek vond ik ook de verwijzing naar de langneusaap. Maar het verhaalt over veel meer interessants: Bisu (voorlopers van de lady boys), huizen als ruimteschepen, sultans en prinsessen, Bugis (handelaren op zee annex piraten), koppensnellers die ook kannibalen zijn en bijzondere dieren ('s werelds enige giftige vogel, vissen met 5-watt lichtgevende ogen). Het boek staat stampvol nieuwe ontdekkingen maar beschrijft ook reeds bekende cultuurverschijnselen. Verwonderen en herkennen: een zeer aantrekkelijke combinatie in de literatuur. De heren maakten avontuurlijke reizen met een zeer beperkt budget. Creativiteit en doorzettingsvermogen waren dus geboden. Lawrence schreef boeken en broer Lorne, inmiddels overleden, filmde en maakte foto's. De films kwamen later tot stand in samenwerking met de BBC. Ik vind dit een rijk boek dat goed is geschreven, spannend en leerzaam is. Een aanrader voor elke Indonesië-adept.

Ook studie- en woordenboeken liggen hier dagelijks op tafel maar toch kom ik nauwelijks toe aan het bezigen van volzinnen in Bahasa Indonesia. Ik had andere voornemens toen wij hier in juni naartoe kwamen. Maar door 'gedoe' verdween de energie, de zin om mij op de taal te storten. Met Ketut's vertrek was er weer een drijfveer minder. Zijn cruiseschip komt overigens morgen in Darwin (Northern Territory, Australië) aan. Gisteren was hij op Komodo en vandaag beleeft hij de eerste vaardag op de Indische Oceaan. Ik zocht Ketut's Odyssey in detail uit; ik weet nu per dag waar hij verblijft. Zo houden wij Elsa en onszelf goed op de hoogte van zijn reilen en zeilen, al ervaart hij zijn verblijf aan boord nochtans als 'prison'. Kasian.

Mijn passieve taalvaardigheid (luisteren) in het Indonesisch ontwikkelt zich goed, vooropgesteld dat mensen niet te snel en binnensmonds spreken. Dat is een wonder want volgens mijn liefje is luisteren niet mijn forte. Wat íkzelf precies bedoel is dat ik meer begrijp dan ik kan terugzeggen. Mijn vocabulair groeit maar ik brabbel nog steeds op elementair niveau, bij voorkeur de moeilijke werkwoorden weglatend.

De invloed die Hollanders uitoefenden op Bahasa Indonesia is een steuntje in de rug bij het leren van de taal. Die is dan ook onmiskenbaar: agèn, aksi, asuransi, belus (blouse), cèk (c = sj), desinfeksi, èkonomi, èksekusi, formulir, garansi, handuk, kantor, kode pos, komisi, konèksi, korupsi, kualitas, lap, makelar, notula, oli, panekuk, pienter, polisi, proyèk, rèbewès (lijkt op Haags!), salep (zalf; p = f), serbet (b = v), schnitzel, tandem, tèlpon (telefoon), urgènsi, waskom, wortel. Het is een kleine greep. De oudhollandse keuken, Hollandse properheid en Nederlandse bureaucratie klinken vandaag de dag nog luid en duidelijk door in de taal.
Wij de neus en de dikbuik, zij de blumkol en de buncis... Lekker puh!


dinsdag 2 november 2010

Vaar wel

Ketut vertrekt. Hij was bijna anderhalf jaar naar volle tevredenheid onze vaste chauffeur en Manus van Alles. Hij verfde, stekte, schuurde, timmerde, metselde, boorde, kookte, stofte, tuinierde, schrobde, zeemde, baggerde, schroefde, onderhandelde, regelde en vertaalde. Altijd met een glimlach van oor tot oor. Hij was onze rots in de branding toen hier problemen ontstonden. Dat schept een band. Ketut vindt het zwaar om te gaan; als het aan hem lag, ging hij niet. Zijn wallen namen zienderogen toe, van nachtrust was geen sprake meer. Ook ons gaat zijn vertrek niet in de klamme kleren zitten. Persoonlijk zal ik hem erg gaan missen. Hij werd in de afgelopen periode mijn Balinese maatje.

Ik gun hem en zijn vrouw Elsa (onze keukenprinses) alle goeds. We praatten met hen vaak over vooruitgang in het leven. Zij willen hun kinderen betere levensomstandigheden bieden dan zij zelf hebben, zoals het goede ouders betaamt. Ketut volgde een goede middelbare schoolopleiding maar toch lukte het hem niet passend werk te vinden. Drie jaar geleden schreef hij zich daarom in voor een baan op een cruiseschip. Het idee was afkomstig van zijn oudste broer die extra inkomsten in de familie wel ziet zitten. Die broer volgde zelf slechts lagere school en is nu ambtenaar. “Waarom gaat hij niet zelf varen?” vroeg ik hem. 'Omdat hij geen Engels spreekt.' “Dat kan hij toch leren?!” Stilte. Zijn karakter en bepaalde omstandigheden zorgen ervoor dat hij zijn grote broer niet tegenspreekt (helaas).

Ketut stapt vandaag in de Balinese haven Benoa aan boord van het Amerikaanse cruiseschip Regent Seven Seas Navigator. Wij zwaaien hem niet uit. Ons emotionele afscheid vond afgelopen zondag plaats, bij ons op het terras waar ik hem toesprak. Elsa en zus Nur bereidden een maaltijd met gele rijst, kruidige eend en gado-gado, Ketut's favoriete gerecht. Zij reden betraand weg, ons achterlatend met het eigen verdriet. Er zijn mensen die menen dat je je in Bali niet moet binden aan je personeel. Wij begrijpen dat wel maar met leuke, ontwikkelde jonge mensen als Elsa en Ketut willen wij dat eenvoudigweg niet.

De Navigator is een luxe 6-sterren cruiseschip waarop alle passagiers -maximaal 490- in suites met balkon verblijven. Er is tevens plaats voor maximaal 325 stafleden. Het schip speelde in 2004 de hoofdrol in de film 'After the Sunset' met Pierce Brosnan en Salma Hayek in bijrollen. Het schip zal Ketut naar Australië, Nieuw-Zeeland en de (west- en oostkust van de) Verenigde Staten voeren. Van januari t/m maart 2011 zal hij in de Golf van Mexico verblijven. Daarna zal het schip terugkeren naar San Fransisco waarna het enige tijd in de Canadese wateren gaat varen. Ik schonk hem mijn Napapijritas-met-inhoud. Ook gaven wij hem zakgeld en een reisjournaal waarin hij zijn ervaringen voor het thuisfront kan vastleggen. Van Willem ontving hij een Jägermeister-fleecemuts, tegen de kou in Alaska. Ketut meldde mij dat hij dit hoofddeksel vanaf nacht 1 in bed zal dragen tegen de airco!

Hij gaat aan de slag als steward en zal aan boord geen filmsterrenleven gaan leiden: hij gaat zeven dagen per week minstens 10 uur per dag werken. Zijn dienstverband zal tenminste 8 maanden duren. Ketut en Elsa moesten voor deze baan ruim 30 miljoen roepiah (€ 2.500,=) vooruitbetalen aan het bemiddelingsbureau. Een vermogen, zelfs voor een gezin met twee inkomens. Familie, vrienden en de bank betaalden aan dat bedrag mee. Het eerste maandsalaris komt niet ten goede aan hem of zijn gezin maar aan het agentschap dat hem de baan bezorgde. Vanaf december mag hij zijn maandsalaris behouden. Als gelovige Hindoe mag hij niet offeren aan boord, al is dat logisch. Aan het Aziatische personeel zullen Europese maaltijden worden geserveerd; dat vind ik minder logisch. De man die bij voorkeur nasi goreng special en nasi campur eet, zal zich in de komende maanden moeten voeden met salades, friet en pasta's. Hij zal zoon Yudha, zijn 3-jarige oogappel, moeten missen net als de geboorte van de tweede baby. Over zeeziekte praat ik maar niet. Bovendien kan Ketut niet zwemmen...

Maar er is ook veel goeds dat de scheepsklok slaat: als nieuwsgierige jongeman gaat hij de wereld buiten Bali met eigen ogen zien en ervaren. Wij weten wat zijn maandsalaris zal zijn; voor dat bedrag zou hij bij ons heel lang, vele projecten moeten doen. Ketut hoopt twee contracten te kunnen uitdienen. Met die verdiensten zal hij de hypotheek op hun huis in één keer kunnen aflossen. Daarna is er nog geld over om met Elsa andere dingen te ondernemen, vooropgesteld dat er geen familieleden een beroep op zijn zuurverdiende salaris komen doen! Ik wenste hem sterkte en een behouden vaart, al houden we mailcontact. Medio 2011 zal hij vanuit Canada met zijn rijkbestempelde zeemansboek naar Bali terugkeren. Ik ben nu al benieuwd naar die Ketut.


vrijdag 29 oktober 2010

Water en vuur

Deze week vond ten zuidwesten van Sumatra op een diepte van 33 kilometer een zware zeebeving plaats: 7.5 op de magnitudeschaal van Richter. Deze beving veroorzaakte een tsunami. Er vielen zeker 300 doden, vele honderden mensen worden vermist. Het 'Tsunami Early Warning System' (TEWS) dat in Padang staat en de bevolking tijdig moet waarschuwen, is sinds 2009 buiten werking door achterstallig onderhoud. In december 2008 werd het systeem voor het eerst getest. Wat bleek? Niemand hoorde de sirene; die kwam eenvoudigweg niet boven het lawaai van de stad uit...
Ook de Merapi -'Berg van Vuur'-, de actiefste vulkaan van Indonesië, barstte deze week uit; met 25 doden en 10.000 geëvacueerde Javanen als gevolg. Mijn liefje en ik wilden na de recente positieve medische uitslag een reis naar de Borobudur op midden-Java maken. Dat stellen we uit.

Momenteel woon ik aan de Ring van Vuur. Het is de aanduiding van een gebied rondom de Grote Oceaan waarin actieve vulkanen en bewegende aardplaten liggen. Die ring loopt van Nieuw-Zeeland, via Indonesië en Japan naar Alaska (Westkust van de Verenigde Staten), langs de Caribische eilanden, eindigend bij Chili (Zuid-Amerika). Met een beetje goede wil zou je kunnen zeggen: wie woont er niet aan die Ring? Sterker nog: je leeft wel heel geïsoleerd als je niet aan de ring woont! Ik maak het onderwerp expres luchtiger voor familie en vrienden.
Maar dat is niet alles: onder de gehele Gordel van Smaragd, parallel aan de Ring loopt een geul die de Sunda Trench wordt genoemd. De geul vormt de grens tussen de Indo-Australische plaat en de Euraziatische plaat. De Indo-Australische plaat beweegt noordwaarts richting Euraziatische plaat. Die platen schuren soms tegen elkaar aan waarna de Indo-Australische plaat onder de Euraziatische plaat schuift.
Dat is niet te zien maar wel te merken: daar vinden regelmatig zeebevingen plaats. De tsunami van 2004 was het gevolg daarvan (8.2 op de schaal van Richter). Tijdens die natuurramp waren mijn liefje en ik passagiers op een schip in de wateren van Midden-Amerika. Een deel van het personeel was afkomstig van Sri Lanka dat, net als Sumatra toen, zwaar werd gesteisterd. Ik herinner mij de gespannen sfeer aan boord nog als de dag van gisteren.

In 2005-2006 maakten mijn liefje en ik voor het eerst een reis om de wereld. Die reis begon in Bali en ging via Australië, Nieuw-Zeeland, Fiji via de west- en oostkust van de Verenigde Staten naar Londen. Van daaruit vlogen we terug naar Spanje, ons toenmalige basisstation. Een soort Ring van Vuur-route maar dat wist ik toen nog niet.

Onderweg bezochten we vele musea maar één natuurhistorisch museum bleef mij bij. Op de begane grond waren fraai opgezette inheemse dieren en nagebootste natuurlandschappen te bezichtigen. Op de eerste verdieping trof ik een grote wand met knoppen aan. Als je erop drukte, lichtte een specifiek gebied op de wand op. Het bleek een wereldkaart van seismisch actieve gebieden te zijn. Als jonge onderzoeker probeerde ik alle knoppen uit totdat ik een reep langs de oostkust van Spanje zag oplichten. Ik las de toelichting bij het betreffende nummer en raad eens?! Torrevieja, een stad op 10 minuten rijden van onze woonplaats aan de Costa Blanca, bleek in 1829 van de aardbodem te zijn verdwenen door een grote aardbeving. Ik las de tekst hardop aan mijn liefje voor: de stad stortte in, 2.000 mensen vonden de dood. Wij keken elkaar verbouwereerd aan. Moest ik naar de andere kant van de wereld om te vernemen dat ik in Spanje in een gevarenzone woon?! Het was weer de Euraziatische plaat die erbij betrokken was maar deze keer was het de Afrikaanse plaat die de confrontatie zocht.

Zelf maakte ik in Spanje inmiddels trillinkjes mee in de categorie 2 van Richter. Sama-sama in Bali. Begin dit jaar wiegde het huis op een nacht. Op aanraden van mijn liefje sprong ik uit bed om de boel te inspecteren. Ik moest even mijn balans vinden zozeer schudde de grond onder mijn blote voeten. Het liep overal met een sisser af. Een ding: onze tropische villa stond en staat als een huis.
Land en zee, water en vuur: tegenover boze natuur trekt de mens altijd aan het kortste strootje. Voor de vele slachtoffers van natuurrampen voel ik grote compassie. Over mijzelf maak ik mij niet al te druk... De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest (maar dat nooit komt opdagen; Leo Dovente)!