zaterdag 31 december 2011

New Year’s Eve 2011 - time to dream

Het meest gehate woord van 2011 was in Australië... ‘whatever’. Al voor drie jaar op een rij. Zelf vind ik het ook een woord met negatieve connatie omdat het vooral onverschilligheid uitdrukt. Als iemand je iets vraagt en je antwoordt met whatever, zeg je ‘bekijk het maar, zoekt het zelf maar uit, mij interesseert het niet’. Het toppunt van onverschilligheid? Een giraffe die de schouders ophaalt. Honoré de Balzac drukte het ooit serieuzer uit: “onverschilligheid is als het ijs aan de polen: het doodt alles.” Zijn uitspraak klinkt nu onbedoeld ironisch.

De meest gegoogelde zoekterm van 2011 op het wereldwijde web was ‘what is love?’. In tegenstelling tot ‘whatever’ druk deze vraag een mate van betrokkenheid uit. Betrokkenheid maakt van de wereld een betere plek. Daarin geloof ik. Ieder formuleert daarop wellicht een ander antwoord. Het mijne is: samenzijn in het hier en nu met iemand die je hart verwarmt. Ik prijs mij gelukkig met zo iemand aan mijn zijde. Cartoonist Michael Leunig, werkzaam voor de Australische kranten ‘The Age’ en ‘The Sydney Morning Herald’ (tevens dichter en filosoof) zegt daarover "Love one another and you will be happy. It's as simple and as difficult as that."

Dank voor het lezen van mijn (105) blogberichten dit jaar. Augustus in Spanje was de magerste maand, met slechts 5 blogs. Blog ‘Wat mot dat?!’ (over de Atlasvlinder in de tuin in Bali) was dit jaar het meest gelezen bericht. Het meestgebruikte zoekwoord dat mensen op mijn blog bracht was ‘koraalvissen’, over de nieuwe soorten tropische vis die rondom Bali werden ontdekt. De natuur en mijn eigen belevenissen op drie continenten waren de rijkste bronnen van inspiratie. 2011 was een, in vele opzichten goed jaar voor ons. Het mooiste vond ik dat mijn liefje met vlag en wimpel door elke medische controle kwam.

2011 was voor de wijde wereld een zeer bewogen jaar: de Arabische lente brak aan, de ‘Occupy’-beweging ontstond, het instituut ‘rooms-katholieke kerk’ loopt nu ècht op de laatste benen. ‘Wir haben es nicht gewusst…’ I seriously doubt that! Ook Moeder Aarde liet zich dit jaar van haar wreedste kant zien met grote natuurrampen (Japan, Nieuw-Zeeland, Australië) maar toonde zich ook van haar fraaiste zijde met de ontdekking van nieuwe en het herstel van bedreigde diersoorten. Legendes stierven - sommigen veel te jong, tirannen vonden de dood. En de politiek? Japan ging op walvisjacht met het geld dat was ingezameld voor de slachtoffers van de Fukushima-tsunami... Een goed voorbeeld van een slechte zaak. “I looked up the word politics in the dictionary. It is actually a combination of two words: ‘poli’ meaning many and ‘tic(k)s’ are bloodsuckers”. Aldus de Amerikaanse cabaretier Jay Leno. Tja.

En zo breekt Oudejaarsavond dan aan. Wij gaan straks kijken naar het nieuwjaarsvuurwerk boven de Forsterbrug. Dat is weliswaar niet zo markant als het vuurwerk boven de Sydney Harbour Bridge maar memorabel zal het zijn. In Sydney wordt voor $ 6.000.000 de lucht ingeschoten. Het thema voor dit jaar is 'Time to dream'. Anderhalf miljoen kijkers zullen het evenement ter plekke aanschouwen. Dit jaar zullen ook 350.000 slechtzienden en blinden in Australië voor het eerst het spectaculaire vuurwerk ‘zien’ met hulp van een verslaggever. De 60 kilometer electriciteitskabel die aan de ontsteking ten grondslag ligt, zullen ze niet kunnen zien maar het feit zal zeker worden vermeld.

Het blijft een gek idee: mijn liefje en ik beginnen weldra aan 2012 als Nederland nog ruimschoots in het vorige jaar vertoeft! Australië verankerde het warme gevoel dat wij sinds 2006 voor het continent hebben. Niet in de laatste plaats vanwege de gastvrijheid van Claire & Julie en hun Furry Princess. Hun vriendschap deed mij in de afgelopen maanden een aantal nare kwesties tijdelijk vergeten.

Ik zit vol goede voornemens voor 2012, voor onszelf en voor anderen. Laten wij verdriet, lichamelijk ongerief, de boze buurman, stress, financiële tegenslag, verbroken relaties, corruptie, geruzie en al het andere gedoe achterlaten en met -hervonden- optimisme en vertrouwen het nieuwe jaar instappen. Met ernstige ziekten moeten we leren leven, helaas. Ik hoop volgend jaar op nóg meer en snellere vooruitgang in medisch onderzoek!

Vanuit Australië wensen wij jullie, vrienden, familieleden, kennissen en eenieder die jullie dierbaar is, het allerbeste voor het nieuwe jaar. Hopelijk heeft het jaar hernieuwde vriendschappen voor ons in petto. Ik kijk ernaar uit.

Vrienden Richard & Leon verwoordden hun nieuwjaarswensen mooi:




‘Denk niet zwart/wit
Leef niet grijs
Maak van 2012 een kleurrijk jaar’


Happy New Year!


P.S. Nagekomen bericht (18:00 uur lokale tijd): de parken rond de haven van Sydney zijn reeds volgestroomd! Er zijn daar momenteel wel donkere wolken aan het firmament... oh-oh. Hier schijnt de zon nog volop. Wij wandelen over enkele uren richting vuurwerkplek.

video

Bericht 2: het werd een leuke avond uit, met heel veel mensen op de been; zowel in Forster als in Sydney.
De allerbeste wensen voor het nieuwe jaar dat hier mooi is begonnen!



dinsdag 27 december 2011

Southern cooking keeps you good looking

Op het strand zag ik onlangs een jongeman in een t-shirt met deze tekst. Ik vroeg mij af wat nu typisch is van de zuidelijke keuken? De vraag is gemakkelijker gesteld dan het antwoord is gegeven. ‘Southern’ is immers een wijds begrip: Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid(elijk)-Afrika, het overgrote deel van Zuid-Amerika en bijna heel Indonesië liggen ten zuiden van de evenaar... Dat komt neer op een enorme verscheidenheid aan kookstijlen!

Koken en kookprogramma’s kijken vind ik een leuk tijdverdrijf. Wat dat betreft, kom ik goed aan mijn trekken in Australië. Iedere kok van enige importantie in de culinaire wereld heeft hier wel een eigen televisieprogramma: Jamie Oliver, Heston Blumenthal, Rick Stein, Gordon Ramsey. Van de meeste Europese chef heb ik wel een kookboek in huis. De restaurants van Rick Stein (Padstow) en Heston Blumenthal (Bray-on-Thames) bezocht ik persoonlijk, toen mijn liefje en ik in Engeland woonden en werkten.

De supermarkten en winkels liggen boordevol verse producten. Kwekers en telers benadrukken het feit dat hun producten van Australische bodem afkomstig zijn en consumenten zijn daarvoor heel gevoelig. Terecht, vind ik. Producten van eigen bodem zouden, mits gezond en verantwoord verbouwd, te allen tijde de voorkeur moeten hebben boven geïmporteerde producten.
Zelf leg ik ook al jaren de nadruk op ‘think global, eat local’ en op de noodzaak van seizoensgebonden producten. In Australië zijn de groene driehoeklogo’s met gele kangoeroe ‘Australian made’ en ‘Australian grown’ aan strenge regels gebonden. Iets mag niet zomaar een product van Australië worden genoemd. Overigens is hier sprake van wel drie soorten ‘local’: afkomstig uit Australië, uit de staat New South Wales en uit de directe omgeving.

Enkele koks van het zuidelijk halfrond leerde ik in de afgelopen maanden kennen. Zo heb je hier…

Annabel Langbein, een Nieuw-Zeelandse kok. Ze is schrijfster van ettelijke kookboeken en noemt zichzelf ‘the Free Range Cook’. Daaraan is niets teveel gezegd. Tijdens haar programma loopt ze haar keuken uit om groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin te halen. Voor free range vlees en vis en andere biologische producten bezoekt zij wekelijks de locale markt. De meeste van haar recepten zijn gezond en nemen niet veel tijd in beslag. Je vindt ze hier.

Luke Nguyen. Zijn familie komt uit Vietnam maar zelf is hij geboren en getogen Australiër. Hij is eigenaar en chef van restaurant ‘Red Lantern’ in New South Wales en heeft een kookprogramma op donderdagavond, getiteld ‘Luke’s Vietnam’. Voor dat programma reist hij rond in Vietnam en kookt er voor localo’s, met locale producten. Yummie qua gerechten en een feest van herkenning voor wat betreft Vietnamese locaties. Zijn restaurant heeft een website (redlantern.com.au) maar hier plaats ik de link van zijn recepten uit het reisprogramma. Veel van de ingrediënten zijn overal ter wereld te vinden. Check them out!

Peter Kuruvita is Engelsman van geboorte maar emigreerde naar Australië. Deze chef bezit en beheert een aantal beroemde restaurants die allemaal ‘Flying Fish’ heten. Kuruvita heeft roots in Sri Lanka en op donderdagavond wordt ook zijn kookprogramma ‘My Sri Lanka’ uitgezonden. Elk gerecht bevat tientallen kruiden en specerijen; hij is heel goed in de bereiding van curry’s. Het land staat door al die prachtige beelden inmiddels in mijn Top10 van nog te bezoeken landen! De, in het programma gebruikte recepten vind je op zijn eigen website.

Adrian Richardson & Janella Purcell spelen wekelijks ‘Good chef, Bad chef’. Zij is Australische voedingskundige van Libanese afkomst die glutenvrije/zout- en suikerarme,/weinig calorieën bevattende vegetarische gerechten bereidt. Hij is ook Australiër en speelt de ‘slechte’ kok. Er is niets slechts aan zijn kooksels: Adrian gebruikt vlees en dierlijke producten voor zijn recepten... Ze pesten elkaar met hun (eigen)aardigheden en dat is vermakelijk. Beide koks zijn echter gepassioneerd en creatief en dat maakt hun recepten heel aantrekkelijk en uitdagend, wat mij betreft.

Mijn eigen kerstmenu bevatte een voorgerecht van Annabel, een hoofdgerecht van Adrian (eendeborst op Iraanse wijze, met walnoot-granaatappelsaus) en een dessert van muzelluf. Een menu van locale, seizoensgebonden en waar mogelijk, biologische ingrediënten. En niets teveel gekookt dus weinig tot niets verspild. De kerstman was tevreden met mijn duurzame aanpak. Daarom bracht hij verse locale oesters en garnalen die ik met smaak verorberde. Op de dagen vóór Kerst werd op de vismarkt van Sydney 50 kilogram garnalen per minuut verkocht. En nóg een saillant detail: Woolworths accepteerde in de afgelopen dagen kortingscoupons van grootste concurrent Coles.



zaterdag 24 december 2011

'Twas The Night Before X-Mas

Mijn liefje en ik wensen jullie vanuit Forster, New South Wales een heel goede en gezellige Kerst toe.



En op zijn 'Aussies' doe je dat ongeveer zó. Have a great white...!



woensdag 21 december 2011

Coffee on the go

Onlangs zag ik de nieuwste episode (nr. 6) uit de Nespresso-saga, met George Clooney als Mister Decaffeinato. De titel is ‘The Swap’. Heb je ‘m al gezien? Het gaat om de abusievelijke verwisseling van twee koffers op een luchthaven. De eigenaren van die koffers nemen hun favoriete Nespresso-koffiecups overal mee naartoe en de verrassing casu quo verbijstering is dan ook groot als… Hier kun je het filmpje bekijken.

“Nespresso. What Else?” Even twijfelde ik of ik de koffiemachine zou meenemen naar Australië. In zo’n handige beauty case die door slimme marketeers van Nestlé werd bedacht. Met mijn eigen selectie van Grand Cru koffiecups in de koffer. Ik deed het niet maar heb daarvan op de meeste dagen geen spijt (al kijk ik uit naar een kopje Arpeggio of Cosi in Spanje!). Eenmaal hier, kochten we een espressopotje; zo’n Italiaans kannetje met onderin het waterreservoir, daarop een geperforeerd bakje voor de gemalen bonen en daar bovenop een reservoir voor de koffie die via een holle buis naar de bovenste kamer rijst. Het is doorgaans sterke koffie, daarom heet het geval een espressokoffiepot.

Vervolgens kochten we koffiebonen die we lieten malen. Sinds ons bezoek aan midden-Java, eerder dit jaar, weet ik iets meer van koffiebonen. We bezochten daar een koffieplantage en ontdekten onze voorkeur voor ‘Arabica’. Die boon blijkt bij nader inzien telkens mijn voorkeur te hebben; ook als Nespresso nieuwe koffiecups introduceert. Een kopje koffie thuis drinken, is een ware ceremonie: de espressopot vullen en op het vuur zetten, melk in de magnetron opwarmen, warme melk kloppen met de Aerolatte, alles samenvoegen in de koffiemokken and Bob’s your uncle! Ik wil dat ene smakelijke kopje niet missen. ‘A coffee a day keeps the doctor away.’

In en om Forster vind je een aantal koffieshops die altijd vol lijken te zitten. Wij deden een plaatselijke koffiesmaakcompetitie. Tot nu toe staat een kopje Foglia Organic (Arabica)koffie uit Papua Nieuw-Guinea op de zondagmarkt van Pacific Palms met stip op 1, gevolgd door een cappuccino bij ‘Beach Bums’ die overigens ook de best denkbare locatie heeft: direct aan het strand. We dronken tevens koffie bij ‘The Dorsal’, ‘The Grind’, ‘Rhianna’, ‘Gloria Jean’, ‘Blue Jamaica’, ‘Michel’s Espresso’, de Forster Bowling Club en een aantal andere locaties die geen vermelding waard zijn. De bijgaande foto is van de cappuccino’s die we dronken bij The Grind. Hun barista maakte tot nu toe de mooiste kop.

Onlangs las ik in een magazine over koken, eten & drinken dat Australiërs, die van origine theedrinkers zijn, langzaam maar zeker koffiedrinkers worden. De theeconsumptie daalde dramatisch terwijl de koffieconsumptie sterk steeg naar circa 3 kilo per persoon ofwel iets meer dan 3 liter per persoon per jaar. In het artikel stond dat er hier dit jaar $ 773.5 miljoen aan koffiebonen wordt uitgegeven. Ter vergelijking: Nederlanders drinken gemiddeld 142 liter koffie per persoon per jaar; dat zou neerkomen op 3.2 kopjes per dag (gegevens uit 2010).

Vorige week viel mijn oog op een busje dat geparkeerd stond voor een crèche in de buurt. Een blik op de binnenkant van de bus toonde stalen apparaten… Een beetje roving reporter gaat op onderzoek uit. Iemand in uniform liep ook richting de bus. “Are you the driver of the van?” vroeg ik. Dat was hij. Tony is niet bepaald een George Clooney maar aardig is hij zeker. Zoals ongeveer alle Australiërs die hier graag een praatje met ons maken. In Forster lijken wij een bezienswaardigheid omdat we van Europa komen, geen auto rijden en zo lang blijven!
Ik vroeg Tony wat zijn vorm van dienstverlening is. Hij levert koffie aan bedrijven, scholen, kantoren. Hij schenkt vers gebrouwen kopjes koffie vanuit zijn busje. Espresso's en cappuccino's, flat whites en long blacks... ‘you name it, he brews it’. In plaats van een koffiejuffrouw per bedrijf, zet een mobiele koffieventer het bruine goedje voor je neus. Ik vind het een geweldig initiatief. Het bedrijfje waarvan Tony onderdeel uitmaakt, teelt eigen koffiebonen die in Queensland worden gemalen. Via Facebook laat hij zijn vaste klantenkring zijn wekelijkse beschikbaarheid weten. Hoe oude tradities hier in een nieuw jasje worden gestoken!



zondag 18 december 2011

K9

K9 is niet de grote broer van K2! Als je de titel van dit blog op zijn Engels uitspreekt, wordt het Cay-Nine, ofwel canine: ‘van de hond’. Dit blog gaat over één hond in het bijzonder. De meeste mensen noemen haar Lucy maar wij, intimi Down Under, mogen haar de Furry Princess noemen. De prinses wier vachtje zacht is, de harige koninginnendochter, de prinses-met-het-bontje. Het past haar allemaal, deze kruising van een Jack Russel en een Fox Terrier. Deze viervoeter is leuk, lief, energiek en verrassend.

Tijdens ons eerste weekend in Forster bezochten wij de zondagochtendmarkt die maandelijks in een parkje langs het strand wordt gehouden. Ik zag dat bezoek als verplicht onderdeel van de inburgering. Die markt leek verdacht veel op wat wij een braderie noemen: bergen huisvlijt -mijn omschrijving- en veel goedbedoelde rotzooi (aldus mijn liefje).
Het herinnerde mij sterk aan een bezoek dat wij met Nelly & Diederik in december 2006 brachten aan een tentoonstelling van kerststalletjes in Middelharnis. We logeerden toen in het vakantiehuis van vriend Ger, in Ouddorp. Die stalletjes waren afkomstig uit de gehele wereld en mijn liefje en ik, vermeend wereldburgers, dachten dat iedereen het een interessant uitje zou vinden. Mijn liefje had de lokale kranten uitgeplozen op dit topevenement. Iedereen vond het top maar wel om zeer uiteenlopende redenen. Nelly moest zo onbedaarlijk lachen toen ze in die ruimte om zich heen keek en mijn liefje’s verwachtingsvolle gezicht zag. Haar lachbui nam zodanige vorm aan dat ook bij mij op enig moment de tranen over mijn wangen rolden van de pret. Om haar! Ik vond haar lach onweerstaanbaar. Als ik daaraan terugdenk, krijg ik een heel apart gevoel van binnen...

Op die bewuste zondagsmarkt in Forster vond ik de meeste stands oninteressant. Die markt had ‘een hoog Kerststalletjesgehalte’; zo noemen we iets dergelijks tegenwoordig. Eén plek sprong er wat mij betreft in positieve zin uit: die van Paula Cole. Paula maakt mozaïeken. Het was de eerste keer dat zij als standhouder op de Forstermarkt aanwezig was. Ik hoor je denken... dat is toch ook huisvlijt?! Zoals zij het maakt, worden het echter kunststukjes.
Paula is een geschoolde kunstenares die voorheen schilderde. Ze woonde en werkte ooit in deze stad maar verhuisde naar elders in New South Wales. Onlangs keerde ze terug. Haar bedrijf heet Peach Tree Mosaics, net als haar website. Ze vertelde enthousiast over hoe ze dingen aanpakt en meldde dat ze ook werk in opdracht maakt. Wat ze tentoonspreidde en vertelde vond ik leuk. Een energieke vrouw. Ze toonde ons een immense schildpad die ze van kleine stukjes tegel had vervaardigd voor de wand van iemands grote zwembad. Dat werk was eenvoudigweg prachtig.

Er gingen weken voorbij totdat Kerst in zicht kwam. Dat is hier ‘a big thing’. In Australië lijkt Kerstavond geen bijzondere betekenis te hebben maar eerste Kerstdag en de zogenaamde ‘Boxing Day’ (tweede Kerstdag) wèl. Ook hier brengt men die over het algemeen met de familie door. Ik probeer overigens al jarenlang achter de herkomst van de aanduiding Boxing Day te raken; dat lukte tot nu toe niet. Wie het weet, schrijve het mij!
De National Retailers Association verwacht dat Australiërs deze maand ongeveer $25 miljard besteden. Dat is aan kado’s en versieringen maar ook aan eten in restaurants en boodschappen doen. De gemiddelde Australiër geeft dit jaar ruim $465 aan kerstkado’s uit. Dat is een substantieel bedrag. Zoveel besteedde ik naar mijn weten nog nooit aan kerstkado’s dus dat was ik ook dit jaar niet van plan. Er zijn grenzen aan integratie. Deze periode noemen ze hier niet voor niets ‘silly season’?! Wel had ik mijn zinnen gezet op iets persoonlijks voor onze vriendinnen Claire en Julie.

Tom Poes verzon een list en Paula Cole moest helpen bij de uitwerking ervan. Ik stuurde haar een mail met mijn verzoek: of zij de Furry Princess in mozaïek kon en wilde vatten. Ik stuurde een foto mee die ik maakte tijdens een zwempartij bij The Tanks, een beschut stukje oceaan waar Lucy aan een heeeeeeeeeeeel lange lijn (de hond mag daar niet loslopen) in het water achter een tennisbal aan springt, duikelt en rent. Dit kleine rakkertje kan mij ontroeren en dat vond ik terug in die specifieke foto. Paula reageerde positief en we spraken af hoe we zouden samenwerken.

Zij stuurde eerst een potloodschets. Daarna volgden suggesties over kleur- en materiaalgebruik. Vervolgens legde ze de uitgesneden tegelstukjes minitieus vast in een tijdelijk ontwerp dat ze ons ter beoordeling voorlegde. Na het groene licht van onze kant, werd het ontwerp definitief op de stevige achtergrond gelijmd. Ik zag het eindresultaat niet eerder. We haalden de mozaïek vandaag persoonlijk op bij de kunstenares die op een hippe, alternatieve markt van Pacific Palms stond met haar stand. Daar was geen kerststalletje te bekennen! De Furry Princess werd mooi vereeuwigd, vind ik. Dit vroege kerstkado viel in zeer goede aarde.



woensdag 14 december 2011

Gone fishin’

Soms lijkt het alsof de hele Australische natie vist. Het is hier niet alleen een 'bloke thing', typisch voor kerels. Ook vrouwen zie ik regelmatig met een hengel in de hand langs of op het water. Onze vriendinnen Claire en Julie hebben hengels in hun schuurtje staan en in hun boekenkast vond ik een boek van Rex Hunt, een Australische grootheid op visgebied. Hij legt daarin uit welk aas je moet gebruiken om welke vissoort te vangen en hoe de vangst het best kan worden bereid. Hier vist men namelijk voor het plezier èn voor de barbeque, al zijn er stricte regels waaraan een sportvisser zich dient te houden.

Onlangs bracht de firma Hobie, die ik tot dan toe alleen kende van catamarans, een kayak op de markt die speciaal lijkt te zijn uitgerust voor de vissende medemens. Bij het nieuwste ontwerp peddel je met de benen waardoor de handen vrij zijn, onder andere voor een hengel. Het is een goed voorbeeld van gezond bewegen en outdoor-plezier. Een typisch Australische combi.
De Hobie Mirage is een robuuste, extra brede kayak waarin men tevens staand kan vissen. Deze kayak heeft inbouwtonnen voor en achter, voor aas en voor gevangen vis en je kunt vele visaccessoires bijkopen. Voor circa 3.000 Aussie dollar (€ 2.250) mag je jezelf trotse eigenaar noemen. De meisjes denken er momenteel serieus over na...

Ook mijn vader zou het prachtig hebben gevonden. Hij hield van vissen en deed het geregeld in het weekeinde. Toen hij nog geen gezondheidsklachten had, ging hij in zijn eentje op pad. Na een hartaanval mocht hij van mijn moeder alleen nog 'onder begeleiding' uit hengelen gaan, tot zijn grote ongenoegen. Toen mijn zussen partners kregen, gingen de schoonzonen mee het water op. Met wisselend resultaat èn enthousiasme!
Mijn pa hield van de stilte op het water, van het uitdenken en samenstellen van een recept voor uitermate effectief aas dat uiteraard geheim bleef, van het binnenbrengen van grote vissen en het voorzichtig teruggooien ervan. Ook ik had een visvergunning. Als kind ging ik met mijn vader uit vissen maar hij moest mijn vangst altijd van het vishaakje halen; dat vond ik zelf tè eng. Hij leerde mij geduld te hebben (al bleek ik geen goede leerling...). Af en toe at ik een broodje zelfgevangen paling met hem. Totdat ik mij verdiepte in de voedingswijze van de aal. Daarna verdween mijn trek in deze vis als sneeuw voor de zon. Die tegenzin hield ik tot op de dag van vandaag.

Grote vissen kun je in Forster vanaf de wal vangen, zo bleek onlangs. We wandelden op een winderige dag naar de kop van de Tuncurry-pier waar mannen stonden te vissen op rotsblokken boven het woeste water. Op enig moment had een van hen goed beet; de hengel boog diep door. Na tien minuten lag er een grote vis in het schepnet. Het bleek een zogenaamde 'Jew fish'. Een vreemde naam, vond ik. Ik feliciteerde de man met zijn vangst en vroeg hoe die vis smaakt. Het is een typische zoutwatervis en hij zei “9 op een schaal van 10”. Daarmee wist ik nog steeds niet veel maar ik liet het daarbij.

Twee dagen later liep ik naar de kop van de pier van Forster toen mij een zwaar bepakte man tegemoet liep. Ik keek eens goed naar de last op zijn schouder. OMG?! Daar lag een immense vis, groter dan de visser. Het bleek wederom een Jew Fish te zijn maar dit exemplaar woog 27 kilo! Daar wilde ik meer van weten dus ik volgde de visser naar de dichtstbijzijnde afslagsplaats. Tijdens het afspoelen en schoonmaken van de vis legde hij uit dat Jew Fish de verkorte aanduiding is. Het dier heet formeel 'Jewel Fish' (ook wel Mulloway). Tussen de ogen van de vis zit een doosje met vloeistof waarin twee parelmoeren stenen (juwelen) zodanig bewegen dat het dier in evenwicht blijft. Er blijkt een exclusieve '50 Pound and Over Jewie Club' te bestaan in Australië. Als je een zwaardere vis vangt, ben je officieel een Mulloway Man maar deze no-nonsense man had daaraan kennelijk geen boodschap.

De visser legde mij vervolgens uit dat de vis op zijn lekkerst is met een gewicht van rond 10 kilo. Daarboven wordt het vlees stugger maar het ligt aan de kok om er iets lekkers van te maken. Zijn vrouw bleek de kok te zijn. Veel mensen eten deze vis als steak maar zijn favoriete recept was als filet met een korst van broodkruimels en peterselie, goudgeel gebakken in de olie. Hij eet de filet bij voorkeur met een knoflook- & rode pepersaus.

Mijn liefje hield zich tijdens het schoonmaken van de vis op grote afstand maar ik stond er met mijn neus bovenop. Daarin was ik bepaald niet de enige. De gehele pelikanenpopulatie van Forster stond met open bek naast mij! Ik vind het leuke dieren. Een van hen was de gelukkige om de ingewanden van de jewel fish in zijn geheel te verorberen. De vogel slikte een paar keer flink maar de hap bleef op en neer stuiteren tussen keel en bek. Uiteindelijk zag ik een grote bobbel afdalen. Eind goed, al goed.



zondag 11 december 2011

The eagle has landed – part 2

De regelmatige lezer weet dat ik van gevederde vriendjes houd. Ik ben weliswaar geen volleerd vogelaar maar houd van lucht, wolken en vogels. Als ik hier 's ochtends wakker word, is dat niet door de wekker maar door vogelgeluiden. Soms word ik bezwaard wakker omdat ik denk dat er een kind in de straat in nood is, dan weer schrik ik van hoog gekrijs. Is het buurvrouw Alia? Om maar te zwijgen over de vogel die slaapkamergeluiden voortbrengt (fragment nr 9)... De geluiden die ik hier hoor, zijn vaak zeer verwonderlijk maar doorgaans eenvoudigweg prachtig.

De eerste keer dat ik zo’n acoustisch fenomeen in Australië vernam, herinner ik mij nog goed. Het was in 2005, in een campervan reizend langs de westkust. We waren ergens gestopt en liepen rond in een quarry -een afgraving van schelpenzand- toen ik dacht dat er een telefoon ging. Het was niet die van ons maar er was in geen velden of wegen een mens of gebouw te bekennen?! Wèl zag ik een grote zwartwitte vogel op een telefoondraad. Na lang concentreren en staren besefte ik dat het die vogel was die het belgeluid voortbracht. Het bleek een Australian magpie (nr 11).

Die verbazing bleef. Het zijn de geluiden van de magpie lark (nr 17), de witte en roze kakatoe (nr 16), de rosella (nr 34), de wattlebird (nr 8), de lorikeet (nr 33), de cuckoo (nr 1), de butcherbird (nr 5), de noisy miner (nr 19) en de kookaburra (nr 13) die ik hier hoor en die ik graag uit eigen koker zou willen laten horen.
Het is hier bij het ochtendgloren en later in de middag een kakofonie van geluiden. Al weken lang neem ik mij voor die geluiden met mijn Sony Cybershotcamera op te nemen zodat je een idee hebt. Het lukte tot nu toe niet. Wellicht nooit want als ik mijn handycam ter hand neem, is de vogel meestal gevlogen. Tja. De natuur laat zich niet zo maar vangen. Om toch een impressie te geven, vind je hierbij de link van een website waarop veel Australische vogelgeluiden zijn te horen. De geluiden werden opgenomen door Fred van Gessel. Hollanders vind je werkelijk overal!

Foto’s maken gaat mij gemakkelijker af.
Op een mooie ochtend liepen mijn liefje en ik over Forster Main Beach. Dat doen we vaak. De zee was deze keer rustig, er waren weinig mensen op het strand, de wolken waren prachtig, er stond weinig wind. Het was een heerlijke wandeling en ik ademde de zilte lucht met diepe halen in.
We liepen richting havenmond toen mijn liefje mij opmerkzaam maakte op iets gevleugelds, hoog in de lucht. Gezien de grootte leek het op een roofvogel. Dat verwonderde mij niets want eerder die week had ik tweemaal een zeearend boven het water gespot. We liepen gezwind maar met beleid in de richting van de vogel. We wilden zo dichtbij als mogelijk komen zonder de vlucht van het dier te verstoren. Soms spiraalde de vogel omhoog, dan weer daalde het boven het duingebied, af en toe cirkelde het boven de branding, dan weer steeg het op naar grote hoogte.

Ik zag een witte kop met snavel en een enigszins donker lichaam met witte vleugeleinden. Ik haalde mijn Sony Cybershot tevoorschijn en begon af te drukken. Op dat moment miste ik mijn Canon EOS SLR met telelens heel erg. Die zou de vogel heel dichtbij kunnen halen! Mijn liefje raadde mij aan een filmpje te maken en dat deed ik gevoegelig (op mijn manier; ik ben -nog- geen filmer). Wij waren inmiddels beiden 'in awe', in opperste staat van opwinding. Mijn liefje begon te rennen, ik versnelde mijn pas om maar niets van het fantastische schouwspel te missen. Het was immers de eerste keer dat we een dergelijke grote roofvogel van tamelijk dichtbij konden zien... Zelf dacht ik, gezien de witte kop, met een arend te maken te hebben. Ik dacht zelfs aan een bald eagle maar had geen idee of die wel in Australië voorkomt... Ik had weleens van een witbuikzeearend gehoord. Kwam die wel in deze contreien voor? Dat het een zeearend was, stond buiten kijf.

We verbaasden ons erover dat zo weinig mensen naar het fraaie schouwspel keken al zag ik op enig moment een wandelend paar op de pier stilstaan en naar de lucht staren. Ook zij hadden de majestueuze vogel kennelijk in hun vizier. Ik schoot vele verwegfoto’s en maakte menige film. Ondertussen deden wij beiden een wens, zoals we dat zijn gewend als we iets voor de eerste keer ervaren. Dat ons zoiets moois overkomt!

We stonden inmiddels minstens een kwartier met open mond en stijve nek op het strand toen de vogel zich in onze richting bewoog. Joehoe! Het dier bleef op gelijke hoogte, cirkelde boven ons hoofd, gleed richting het duingebied en kwam wederom dichterbij. Toen zag ik het...

...er zat een propellor aan de snavel. Ik keek om mij heen en zag een zonnehoed boven de duintop omhoog komen. We waren gefopt. En hoe! Ik liep resoluut in de richting van het duin. Daar moest ik het mijne van weten. Eenmaal over de duintop, liep ik op de man af met het radiografisch bestuurde kastje op zijn buik. “You fooled us”. Hij antwoordde, met een brede lach op zijn gezicht: “you’re not the only one!” Ik moest oprecht lachen.

De vogelaar annex vliegeraar vertelde dat zijn schuimrubberen vogel qua tekening een combinatie is van een bald eagle en een white belly eagle. Met gunstige wind houdt het ding zichzelf in de lucht. Ik vroeg hem of hij de vogel dicht bij kon laten komen zodat ik een goede foto voor mijn blog kon maken. No worries, zo gepiept. Hij legde mij vervolgens uit dat zijn gevederde vriendje camera’s aan de staart en aan de rechtervleugel heeft. Hij blijkt zelf een verwoed vogelfotograaf en maakt zo de mooiste opnamen vanuit de lucht. Enkele dagen ervoor was zijn ‘nepperd’ nog aangevallen door een silver gull en een speciaal soort magpie. Ook mijn liefje en ik bleken gewillige slachtoffers. De kookaburra in de achtertuin lachte ons bij thuiskomst uit. Van je -gevederde- vrienden moet je het hebben!



donderdag 8 december 2011

In the sea, NOT in the soup!

Met de Australische zomervakantie voor de deur is er in de media veel aandacht voor haaien. In het weekend patrouilleert de kustwacht hier inmiddels met vliegtuigjes en helicopters. Op de televisie zag ik recent een soort Postbus 51-uitzending over wanneer, waar en hoe je redelijk veilig zwemt in Australische wateren. Het komt in het kort op het volgende neer: niet zwemmen bij zonsop- en ondergang, niet in onhelder of onrustig water, niet in je eentje, niet in de buurt van zeehonden, scholen vis en dolfijnen.

Vooral dat laatste gaf te denken. Grote vissen en andere zeezoogdieren vormen de favoriete maaltijd van haaien. Haaien overleven als soort al miljoenen jaren en daarvoor heb ik diep respect. Hun fysionomie veranderde in die periode nauwelijks. Dit indrukwekkende roofdier beweegt zich bovenaan de voedselketen. Alleen van mensen hebben zij te duchten.

Elke dag zien we rondom Forster Main Beach grote groepen wilde dolfijnen ontspannen door het water gaan. Een dag geen dolfijnen zien vanaf het strand, is uitzonderlijk (en voelt als een verloren dag). Onlangs zag ik daar tevens een grote school vissen uit het water opspringen. Het leek op een zilveren wolk en ik vond het een prachtig gezicht. Wellicht joeg iets groots achter hen aan?

Ik vroeg mij af of er weleens een shark attack had plaatsgevonden in de wateren rondom Forster-Tuncurry? De volgende dag bezocht ik de openbare bibliotheek. 'Yes, indeed' maar het was lang geleden. De Tweede Wereldoorlog liep op zijn laatste benen; de Sovjets begonnen op die dag aan een groot tegenoffensief en in Forster werd gesurfd... Het was op 14 januari 1944 dat hier ene Peter Weir in de Forster-golven werd aangevallen. Hij was zoon van de staatssecretaris van Financiën van NSW. De familie was hier op zomervakantie en zou naar Sydney terugkeren maar de zoon wilde langer in Forster blijven om te surfen en te zwemmen. Niet lang daarna vond het incident plaats. Tja. Dat heet dikke pech…

Mensen zijn geen voedsel voor haaien al lijken we er vanuit de diepte wel op met onze bungelende armen en benen. Met en zonder plank. Gelijkenis met een octopus, zeehond of dolfijn kan niet worden ontkend... Een haai tast iets met de bek af; de meeste haaien bijten niets eens door. Als een witte haai dat zou doen, verlies je geen lichaamsdeel maar je leven. Deskundigen berekenden dat er dan bij een 4-meter lange haai 3.000 kilo druk per centimeter haaietand wordt uitgeoefend. Peter Weir verloor een onderbeen en overleefde het. Een lokale visser vertelde mij dat er toentertijd veel meer haaien rondzwommen dan nu. De grootste haai die hij ooit zelf ving was 4.11 meter met, naar verluid, 'enorme kaken'.

Als je er lang over nadenkt, ga je hier nooit meer zwemmen of surfen. Ik laat mij er niet door weerhouden. Ik ben alert en houd mij aan de adviezen. Afgelopen weekend dartelde ik -volgens mijn liefje 'als enige 50-plusser'- in de branding, tussen kids en tieners. Ik had het erg naar mijn zin, terwijl mijn liefje op een kampeerstoel vanaf het strand toekeek. Op enig moment riep een jochie van een jaar of 10 luid “shark!” Zijn vriendje, met wie ik een week eerder kennismaakte toen hij mij vroeg of ik de boogieboardlerares van Claire en Julie was (joehoe!), schrok zich een hoedje. Ik hoorde zijn hart overslaan. Ik zag de -flauwe- grap aankomen en schrok daarom niet.

Elk jaar worden 73 miljoen haaien gedood omwille van hun vinnen. Voor de soep. Vaak worden de vinnen afgesneden en het haaielichaam in het water teruggegooid. Zonder vinnen sterft een haai de verdrinkingsdood. Ik fin dat uitermate wreed. Daarom ben ik een groot voorstander van de campagne 'Stop Shark Finning'. Hong Kong beheert 50 à 80% van de wereldwijde handel in haaievinnen, afkomstig uit circa 100 landen. Een grote hotelketen ‘Hongkong and Shanghai Hotels Ltd’ haalde haaievinnensoep onlangs van de menukaart in al hun restaurants. Dat is goed nieuws voor het zeezoogdier.

De Europese Unie is verantwoordelijk voor 14% van de wereldwijde haaienvangst. Tot mijn grote ontsteltenis blijkt Spanje de grootste haaievinnenleverancier?! Zelf volg ik een shark-free dieet. Ik eet wel elke week andere vis. De laatste keer dat ik bij de viswinkel was, zag ik daar haaiefillets liggen. Ik vroeg waar ze vandaan kwamen. 'From the lake'. Daar zitten ze dus ook. Ik wilde weten welke haaiensoort het was. 'Geen idee'. Voor veel Australiërs is een haai een haai. Soorten doen er niet toe, al weet iedereen dat een ‘great white’ de allergevaarlijkste is. Sommigen zijn van mening dat de enige goede haai een dode haai is.

Mocht ik tijdens mijn verblijf in New South Wales worden opgevroten door een haai, treur dan niet te lang om mij. Het feit dat ik aan mijn einde kwam door een van de fascinerendste dieren in mijn leven moet troostrijk zijn. De tekst zal zijn “she loved them and they liked her”…
But no worries, mate. Ik ben van plan nog vele gloedvolle blogs te schrijven over de noodzaak om haaien te beschermen!



zondag 4 december 2011

Hoort wie klopt daar, kinderen

Gisteravond besloten we bij ‘Bee52’ neer te strijken. Het is een restaurant met cocktailbar dus dan begrijp je de keuze. Het heeft een prachtige kaart met zeevoedsel en is bovendien leuk gelegen: tegenover de aanlegsteiger van de Amaroo, het schip waarmee we eerder walvissen gingen kijken. Deze imposante zeezoogdieren zijn inmiddels verder getrokken, richting Antarctica. De boot vaart nu uit om dolfijnen van dichtbij te zien. Een groep van circa vijf bottlenose-dolfijnen zagen wij op zaterdagochtend met het blote oog vanaf het strand. Ze gleden ‘smooth’ door het prachtige water. Dat was enkele dagen daarvoor wel anders. Toen waaide de North Easterly twee dagen lang hard over het wateroppervlak en veranderde de zee in een donkerblauwe, schuimende massa. Op een van die dagen zag ik een zeearend boven het water. Majestueus.

Gisteren en vandaag was Forster Main Beach echter weer van een werkelijk tropische schoonheid. Ook in de lucht. Dus goed weer om uit eten te gaan. Bee52 heeft een overdekt terras in de open lucht en wij kregen het enige, nog vrije tafeltje langs de terrasrand. Forster begint zich langzaamaan op te maken voor de zomervakantie.
We vroegen Amanda, een van de koks, naar hun kerstarrangementen. Ze vertelde ons dat de meeste restaurants in Forster niet open zijn met de kerstdagen... Ik kon mijn oren niet geloven! Het enige restaurant dat wèl open is, ‘Box Jelly’, is al maaaaaanden vantevoren volgeboekt, naar verluid. Nu woont de eigenaar van dat restaurant tegenover ons dus wellicht spreken we hem nog een keer aan over de kwestie. Hoe het ook zij, improviseren op culinair gebied is een van mijn fortes. Op Kerstavond was ik sowieso van plan iets feestelijks te koken en voor eerste Kerstdag stelde ik ter plekke voor te gaan picknicken op het strand. We zien wel hoe het uitpakt.
Bij Bee52 bestelde ik de schotel ‘Under the sea’; een schaal vol zeevruchten. Een glaasje Pinot Grigio completeerde de maaltijd. Yummie!

Op het terras maakten wij een praatje met een leuke vrouw uit Newcastle, die aan een belendend tafeltje zat. Zij vertelde dat haar 18-jarige zoon op dat moment voor het eerst (zonder haar) Bali bezoekt, in het kader van de zogenaamde ‘schoolies’, het uitje dat Australische eindexamenklassen maken aan het begin van de zomervakantie. Veel Australiërs gaan naar Bali op vakantie; zij was daar zelf al negen keer op vakantie gegaan en had een goede vriend ‘Ketut’. Moeder had haar zoon toestemming gegeven omdat ze van hem houdt en hij, volgens haar, een groot verantwoordelijkheidsgevoel heeft. Nerveus was ze desalniettemin. Elke dag hebben ze telefonisch contact. Op het godeneiland kan van alles misgaan met jongeren in feeststemming, zoals wij uit recente berichten weten: de ene wordt door eigen toedoen in Kuta door de politie opgepakt en in de gevangenis gezet, de ander wordt geëlectrocuteerd in de hoofdstraat van Legian...

Vandaag begon hier met een strakblauwe lucht. We besloten vroeg te gaan wandelen langs het strand en te zwemmen in zee. De weersvoorspellers voorzagen een flinke bui om 15:00 uur. Ze bleken bijna op de minuut gelijk te krijgen. Rond dat tijdstip pakten donkere wolken zich in rap tempo samen. Ik kwam onder de douche vandaan en constateerde een hoop geroffel op het dak. Hoefgetrappel? Black Peter?! Not quite!
Dit jaar schreef ik overigens niet één Sinterklaasgedicht. Zelfs niet voor mijn liefje. Ik wijt dat gebrek aan inspiratie aan het feit dat ik mij momenteel ver verwijderd voel van Nederland en de Nederlandse tradities. Voor de Sint maakte het kennelijk niet uit; hij stuurde ons inmiddels zakken vol geschenken. Van immateriële aard: blauwe luchten, azuurblauwe zee, gevederde vriendjes, zonneschijn, schalen vol schelpdieren en… de roede. Mijn -tamelijk chaotische- filmpje levert het bewijs. Inmiddels schijnt de zon hier weer. 't Kan verkeren.
Ik wens je een genoegelijke Sinterklaasavond, met net zo veel verrassingen als wij.

video



donderdag 1 december 2011

Blame it on the girl

Vandaag is hier de zomer begonnen. Het is een tamelijk grijze dag, met af en toe een buitje. Als ik de Sydney Morning Herald mag geloven, wordt het een natte en milde zomer. Dat is de schuld van La Niña. Zij is verantwoordelijk voor meer regen, koelere dagen en warmere nachten. De afgelopen lente was de natste sinds 2004.

Vandaag staat men hier ook stil bij WereldAIDSdag. 30 jaar geleden werd het eerste geval van AIDS officieel bevestigd. 20 jaar geleden werd het eerste rode strikje publiekelijk gedragen (door acteur Jeremy Irons bij de uitreiking van een Tony Award). Elk jaar komen er wereldwijd ruim 2.5 miljoen besmette mensen bij. Vanmorgen zag ik op het Australische nieuws enkele presentatoren het rode strikje op hun revers dragen. Een goede zaak. Het aantal HIV/AIDS-patiënten in Australië blijft reeds vier jaar gelijk maar er wordt ook dit jaar een beroep gedaan op mensen om alert te blijven. Vandaar de leus voor dit jaar 'Hiv is still here'.

Net als vorig jaar kleurde Sydney’s Opera House bloedrood. De actie werd op het wereldberoemde dak, ontworpen door de gelauwerde Deense architect Jørn Utzon, geprojecteerd. Op het Nederlandse NOS-journaal dat hier 's ochtends om 8 uur op BVN wordt uitgezonden (!), zag ik dat in Amsterdam voor deze gelegenheid een condoom over de Munttoren werd afgerold. Tja. Verschil moet er kennelijk zijn...

Maar niet alles is hier beter dan in Nederland. De Australische minister- president Julia Gillard is ronduit tegen het homohuwelijk. Deze politica van linkse signatuur weigert in te stemmen met het formeel openstellen van het huwelijk voor homoseksuelen, de zogenaamde 'same sex union'. Zij wijt haar standpunt aan de conservatieve opvoeding die zij kreeg. Zij vindt het huwelijk een zaak tussen man en vrouw. Op grond daarvan weigert zij de Marriage Act, de nationale wet uit 1961, aan te passen. De linkervleugel van haar partij is vóór het homohuwelijk, de rechtervleugel kent voor- en tegenstanders. Nu heeft iedereen recht op een eigen standpunt maar ik vind dit standpunt van Gillard geen goede zaak. Je beroepen op een Bijbels principe kan niet in de politiek, kerk en staat moeten te allen tijde worden gescheiden. Bovendien is van wie je houdt en hoe je dat uit, een persoonlijke kwestie.

Aanstaand weekend komen de leden van Labour bijeen voor hun partijconferentie. Stemming over het homohuwelijk staat hoog op de agenda. Ik trof een ingezonden brief aan op het web die op 23 november jongstleden aan de afgevaardigden van de Australische partij van Julia Gillard was gestuurd. De brief bleek van niemand minder dan... Boris Dittrich, in zijn rol als international human right watcher!
Hij pleit in een heldere brief voor verandering van de Marriage Act in Australië. Hij onderstreept in zijn schrijven dat Labour een progressieve partij is die discriminatie tegengaat en gelijke rechten voorstaat. Het homohuwelijk is een mensenrecht, in zijn ogen. Dat ben ik volledig met hem eens.

Het homohuwelijk werd in Nederland in 2001 wettelijk mogelijk onder een minister-president van PvdA-huize (Kok). Nederland was het eerste land in de wereld dat het mogelijk maakte en daar ben ik trots op.
Ik ben ook trots op het feit dat een superkatholiek land als Spanje, mijn tweede Vaderland, met het homohuwelijk instemde. Ook dat gebeurde onder de regerende linkse partij. Persoonlijk heb ik geen enkele behoefte om met mijn liefje te trouwen. Ik wil mijn hele leven met haar delen, in goede en slechte tijden. Een huwelijk maakt mijn belofte aan haar niet serieuzer of waardevoller. Maar als iemand met zijn of haar same sex-liefje wil trouwen, moet dat recht bestaan.

Een groot aantal Australische staten stemde reeds in met het homohuwelijk. Daar kunnen homoseksuele mannen en vrouwen inmiddels trouwen. Queensland staat op het punt dat recht aan hen te verlenen. De weigering van de Minister-President om de nationale wetgeving aan te passen, ligt thans onder vuur. Gillard deelde onlangs een belangrijke prijs uit aan zangeres Kylie Minogue die daarmee een plaats verwierf in de Hall of Fame. Minogue is niet alleen popzangeres maar tevens de Australische evenknie van onze Zangeres Zonder Naam. Mary Servaes was de eerste 'De moeder aller Homo’s'. Gillard die recent poseerde naast dit icoon van de Australische homobeweging viel bij vele progressieven niet in goede aarde. Alles voor politiek gewin? Blame it on the girl...



maandag 28 november 2011

Boogie Woogie

Afgelopen weekend was het hier prachtig weer, na een weekje regen en kilte. Mijn lichaam en geest zijn niet meer gewend aan dagenlange regen en temperaturen rond 16 graden Celsius. We kwamen de regenachtige dagen echter goed door: met lezen, DVD’s en televisie kijken, praten en kokkerellen.

Zondag en maandag waren echter top. Die dagen begonnen met een strakblauwe hemel. Hoog tijd om er met de bodyboards op uit te gaan! Mijn board kocht ik circa 15 jaar geleden aan de Portugese noordkust. Merk ‘Rheopaipo’, dat nog steeds blijkt te bestaan. Het ontwerp van mijn plank heet Firefly, vuurvlieg. Toentertijd was het een diepte-investering. Ik herinner mij de eerste surfbeurt op de nieuwe plank goed: ik schoot als een pijl over de metershoge golven totdat... er geen water meer was onder mij en mijn board?! Die ontnuchterende smak op het zand deed pijn maar ik had geluk want er was niks gebroken.

Snel daarna ontdekte ik dat je je lichaamsgewicht naar één kant van de plank moet bewegen zodat je de golf zijdelings berijdt. Daar gaat het immers om: riding the waves. Onlangs las ik in een nationale krant dat 50.000 lagereschoolverlaters in Australië niet kunnen zwemmen. Ik was uiterst verbaasd over het grote aantal. Dit continent is omgeven door zeeën en oceanen, heeft overal meren en rivieren. Ik bedacht mij dat het kinderen in de outback moet betreffen?!
Hier in Forster, aan de kust van New South Wales, zie ik elk weekend kleuters op het strand die les krijgen van vrijwilligers van de Life Savers Club. Die kleintjes worden liefdevol ‘nippers’ genoemd. Ze spelen behendigheidsspelletjes op het strand, in het water, met bodyboards, surfboards en -uiteindelijk- reddingsboten. Dat kunnen levensreddende oefeningen worden... Tegelijkertijd leren ze plezier te hebben in het water.

Een body board wordt hier boogie board genoemd. Ik weet nog steeds niet waarom maar ik vind het een leuke aanduiding. Op de Rheopaipo-website (van mijn bodyboard) las ik over de capriolen die je met de plank kunt uithalen: forward air spin, reverse air spin, back flip, gyroll, hubb. Ik voel mij geenszins een ouwe taart maar hedentendage ben ik al blij als ik op het juiste moment begin te peddelen!
Onze vriendinnen Claire en Julie waren ook weer een lang weekend in Forster. Als echte Aussies is plezier op het water voor hen een van de mooiste tijdsbestedingen. Julie was in voorgaande jaren ook altijd mijn surfmaatje. Claire leerde op hogere leeftijd zwemmen en doet inmiddels lekker mee op zee. Met geslepen zwembrilleglazen; zonder die goggles ziet zij geen golf aankomen. So the three of us got up and boogied!

Mijn liefje maakte leuke foto’s, vanuit de branding. In het eerste uur waren de golven niet om over te bloggen. In de loop van de middag stak de wind echter op en zwollen de golven aan. Als je op het juiste moment tot actie overgaat, lijkt boogieboarden op vliegen... Het is verslavend. Zeker als je het synchroon kunt doen!

Uren later kroop ik op handen en knieën het water uit. Ik had mijn best gedaan en voelde mij uiterst voldaan. ’s Avonds had ik een hoofd als een boei, alhoewel ik mij ’s ochtends goed had ingesmeerd. Ik had meer lagen Banana Boat, een uitstekend lokaal merk zonnebrandcrème, moeten aanbrengen. Een goede les. Twee van de drie Australiërs krijgt huidkanker vóór het bereiken van de 70ste leeftijd. Dat is geen statistiek om mee te spotten.

Maandag mocht ik een wens doen van muzelluf. Ik deed namelijk iets voor de eerste keer: ik at een garnalenboterham. Een Aussie prawn sandwich bestaat uit een beboterde witte boterham, versgepelde garnalen en versgemalen peper. Ik ben geen liefhebber van witbrood maar ik schoof dat bezwaar voor één keer terzijde. We kochten een kilo lokaal gevangen garnalen en kozen een picknickplaats aan het water.
Al garnalen pellend, voelde ik mij een Scheveningse vissersvrouw. Julie vertelde dat zij deze traditie leerde kennen als kind. De hele familie hield van een garnalenboterham. Julie’s zus bleek een heel snelle pelster, tot groot verdriet van zuslief (want zo bleven er minder garnalen voor haar over). “Onderschat mij niet”, dacht ik...

Julie verdeelde de porties eerlijk. Mijn liefje en de hond eten geen garnalen. Zij niet vanwege een sterke schaal- en schelpdierallergie, Lucy niet omdat ze niet van garnalen houdt. Als garnalen supervers zijn, is pellen heel gemakkelijk. Eerst gaat de kop eraf en vervolgens houd je de staart vast en druk je het lichaam uit de schil. De dames waren onder de indruk van mijn pelkwaliteit en -snelheid. Mijn boterham was dan ook als eerste belegd (zij snoepten regelmatig tijdens het pellen). Julie deed voor hoe zo’n sandwich moet worden gegeten en ik volgde met plezier.
De garnalen gingen schoon op. Yummie!

Wij waren overigens niet de enige picknickers... Een kleine groep wilde dolfijnen hield zich op in de wateren rondom de Forsterbrug, niet ver van waar wij vertoefden. We zagen vinnen en staarten. Op enig moment zag ik een vis uit het water opspringen. Die probeerde ongetwijfeld aan een dolfijnebek te ontkomen. Er was veel staartgeklap en gespetter. Ik ben er zeker van dat ook zij het naar hun zin hadden. Een mooie ervaring.

Inmiddels zijn de dames teruggekeerd naar hun drukke leven in Sydney. Wij blijven hier relaxen. Met plezier uitkijkend naar enkele zomerse dagen. Ik zal nog een paar strandfoto’s naar het album uploaden.



zondag 27 november 2011

Happy Birthday!

60 jaar, nog lang niet oud - maar ook niet meer zo piep... Lieve dames: van harte gefeliciteerd met het behalen van deze leeftijd! Ik hoop dat jullie gisteren van een mooi feestje hebben genoten.



woensdag 23 november 2011

Junior Masterchef Australia 2011

Hedenavond vond de finale plaats van Junior Masterchef Australia 2011. It was sizzling! De amateurkoks Greta en Jack, beiden 12 jaar, kwamen tegen elkaar uit.

Eerst moesten zij hun favoriete dessert samenstellen. Alle ingrediënten die zij daarvoor kozen, moesten in het gerecht terugkeren. Daarna moesten zij een uiterst complex hoofdgerecht met krab en subtiele bonenzalf ‘namaken’ (wel met recept) van superkok Tatsuya Wakuda, een van de creatiefste chefs in Sydney.

De bijgaande foto’s maakte ik, vóór de buis zittend met mijn Sony Cybershot in 'Gourmet'-stand. Mijn kleine vriend doet het tegenwoordig zonder haperen. Het werd een spannende avond. Degene die deze serie ooit op de Nederlandse TV wenst te zien, moet wellicht niet verder lezen.



Na beoordeling van de beide desserts stond Greta met drie punten voor op Jack. Niet alles liep volgens recept maar als de cheflings twee dingen leerden tijdens de afgelopen drie maanden dan is het wel 'niet in paniek raken' en 'improviseren'.

De bereiding van Greta's Queenland-krab liep zeker niet op rolletjes. Er moest kelpbouillon worden gemaakt en bij de opmaak moest zeewier worden gebruikt. Ze weifelde, maakte foutjes bij het afwegen en was lang niet zo zelfverzekerd als voor de finale. Maar ja, wat verwacht je van een 12-jarige?! Wat zij echter als geen ander deed, was: proeven!
Voor haar hoofdgerecht kreeg zij twee negens (onder andere van meester T.) en drie tienen van de overige juryleden. Een prestatie van formaat. Daarmee behaalde ze een eclatante overwinning op Jack. Terecht, vind ik. Hoofdprijs: $15.000 en de titel van (tweede) Junior Masterchef Australia. Het geld gaat zij wellicht gebruiken om een culinaire carrière na te streven.

Hiermee komt een einde aan een prachtig televisieprogramma. Morgenavond ga ik maar eens laat aan het diner beginnen. Om af te kicken. Op mijn menu staat een eenvoudige quiche van verse zalm, camembert en groene asperges.



dinsdag 22 november 2011

Cheflings

De eerste kookwedstrijd van Masterchef Australia die in 2009 werd gehouden, werd gewonnen door Julie Goodwin. Inmiddels heeft deze gekroonde amateurchef haar eigen restaurant aan de Central Coast en werd haar eerste kookboek gepubliceerd, getiteld 'Our family table'. Zij versloeg toen Poh Ling Yeow, een uitermate creatieve Australische van Chinees-Maleise afkomst die inmiddels haar eigen kookprogramma heeft op de Australische TV-zender ABC, genaamd 'Poh's Kitchen'. Ik kijk het programma hier wekelijks. Een getalenteerde kok kan ver komen!

In Spanje keek ik tijdens enkele zomerweken -met mijn liefje en Bernadette- elke dag naar Masterchef Australia 2010. Al was het een oude serie, wij genoten met volle teugen van dit boeiende kookprogramma. De Australiërs weten als geen ander van deze wedstrijd iets prachtigs maar ook bloedstollends en emotioneels te maken. Bernadette en ik lieten het ons welgevallen en pinkten soms een traantje weg. (Watjes XL.)
Ook mijn liefje kon de spanning niet aan maar zij uitte zich anders: zij zocht op internet naar de winnaar van de 2010-wedstrijd. Wij wilden het niet horen! In een onbewaakt ogenblik liet ze vallen dat een tot dan toe tamelijk onopvallende vrouw had gewonnen. Grrrrr. Jammer dat het niet de leuke surfdude werd van de Australische oostkust.
Bernadette hield mij in de afgelopen periode via mail op de hoogte van het verloop van de wedstrijd.

Momenteel is hier Junior Masterchef Australia 2011 te zien. De eerste ronde begon eind september jongstleden en de finale vindt woensdagavond plaats. Als foodie en amateurkok volg ik de uitzendingen op de voet. De happy little Vegemites koken de sterren van de hemel! Gelauwerde Australische chefs nemen deel aan het programma, zoals Matt Moran en George Calombaris. De kijker ziet groepswedstrijden (blauwe schorten tegen rode, meisjes tegen jongens), een-tegen-een wedstrijden, chefkoks tegen junioren, estafettewedstrijden, favoriete gerechtenrondes, koken met en zonder recept, de mystery box, en zo voorts. You name it, Masterchef Australia bedenkt het. De junioren bereidden beach food, Michelinsterrenmaaltijden en alles wat daartussen zit. Voor geïnteresseerden: de website van Junior Masterchef vind je hier.


De 12-jarige Greta (midden, in kleur) is al enige tijd mijn favoriet. Tijdens elke wedstrijd weet ze tot nu toe wel punten te scoren. Bolleboos Harry stond ooit op de laatste plaats maar is aan een opmars bezig. Het zou mij niet verbazen als hij tegenover Greta in de finale komt te staan. Vanavond zal ik het zien. Enkele episodes speelden zich af in de Verenigde Staten waar beroemde Amerikaanse masterchefs deelnamen aan het programma. De cheflings, zoals de jonge koks liefdevol door de juryleden worden genoemd, kookten aan de west- èn de oostkust; onder andere in gezelschap van Mickey en Minnie Mouse. Ze zijn zo jong en hebben al zoveel gezien en gedaan. Zoals gezegd, het programma is gebaseerd op een prachtig concept. Woensdagavond zal ik met veel plezier voor de buis zitten.

Supermarktketen Coles is sponsor van het succesvolle programma. Na ruim 4 weken hier zijn, maakten wij de balans op: wij vinden Coles leuker dan Woolworths. Als we grote boodschappen doen, fietsen we bij voorkeur naar die winkel. Bijna elke dag kies ik een recept uit een van de food magazines en koop ik de daarvoor benodigde ingrediënten.

Nieuwe dingen koken en proeven, is wat ik hier het liefst doe. Zo maakte ik voor het eerst hartige groentetaartjes met halloumi, een Cypriotische kruidenkaas die zeer geschikt is voor bakken en grillen. Mijn liefje vond de lamnoisettes met geitenkaas-kruidentopping tot nu toe het lekkerst. Vanavond ga ik mijn eigen fish & chips maken; van zonnevis en doré-aardappel en tartaarsaus op basis van yoghurt. We kopen alleen producten van Australische bodem. Kleine boodschappen doen wij in het dorp, onder andere bij de Lachende Groenteman (ik denk dat hij aan Gilles de la Tourette lijdt...). Vis koop ik bij de lokale visserscoöperatie in Tuncurry, net voorbij de Forsterbrug. De garnalen die ik daar onlangs kocht, waren de verste die ik in mijn leven proefde. Ik won weliswaar nooit kookprijzen maar ga wel ver voor voedsel!


Nagekomen bericht: Greta (van de foto) gaat de finale in met Jack who happens to be de favoriet van mijn liefje... Dat wordt morgenavond dus een, in alle opzichten interessante finale!
>


zaterdag 19 november 2011

Whirlwind visit

President Obama was 28 uur op staatsbezoek in Australië en de media waren er vol van. Ook ik aanschouwde (delen van) zijn bezoek. Zijn wervelwindbezoek deed veel stof opwaaien. Letterlijk en figuurlijk. Het besluit om een Amerikaanse troepenmacht in de Northern Territory op te bouwen -tot 2.500 militairen over 5 jaar- die de Chinezen en de ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee in de gaten moet gaan houden, leidde tot reacties van politici in buurlanden. De Chinezen voorop.

Zo ook van de minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië, die overigens gematigd commentaar gaf. Hij pleitte voor ‘transparantie’ van de zijde van de VS. Wat is hun bedoeling precies? Ik herkende die man direct: hij is naar Indonesisch maatstaven namelijk jong voor zijn functie, ziet er modern uit (kekke bril) en bovendien heet hij Marty. Die behoefte aan transparantie aan Indonesische zijde komt mij overigens niet bekend voor... Air Force One vloog inmiddels door naar Bali waar Obama thans deelneemt aan het ASEAN-overleg. Mensensmokkel en jongeren in Aziatische gevangenissen zijn onderwerpen die hoog op de agenda staan.

Bali was daarvoor al in mijn gedachten. We kregen namelijk in de afgelopen dagen boeiende mails van de mensen die momenteel onze villa in Bali huren: Toos en Pim. In tegenstelling tot Barak, blijven zij lekker lang: tot eind februari 2012. Zij arriveerden vóór ons vertrek naar Australië. Wij brachten enkele dagen met hen door om kennis te maken en de overdracht te doen. Wat we al dachten: het zijn leukerds! Die indruk kregen we uit het intensieve mailcontact dat aan de persoonlijke ontmoeting voorafging. Zij gaven en geven ons het gevoel dat onze villa en het personeel bij hen in vertrouwde handen is.

Toos begon recent aan een hopelijk lange carrière als blogger. Ik weet uit eigen ervaring dat zij onderhoudend en goed kan schrijven. “Alle begin is moeilijk, Toos…” Ik herinner mij mijn eerste blogs goed. Ik moest mijn draai vinden en mijn schrijfstijl ontwikkelen. Nu, vier jaar later, blog ik anders dan toen. Wekelijks verhalen schrijven is inmiddels een heuse passie. Ik verklaar mij hierbij een vaste lezer van haar blog. Ik vind het apart om door de bril van iemand anders over mijn eigen woonomgeving te lezen!

Toos en Pim hebben een kleinkind dat met zijn Nederlandse vader en Indonesische moeder op Java woont. Hij heet Samoedra en is een paar jaar jonger dan Yudha. Momenteel verblijft Samoedra met zijn Javaanse moeder en grootmoeder bij zijn Nederlandse opa en oma in Noord-Bali. Afgelopen woensdag kwam Yudha met hem spelen. Toos en Pim namen die ‘bezoekersregeling’ van ons over. Ook als Samoedra niet op Bali is, mag Yudha na schooltijd komen spelen, zwemmen en eten. Ik vind dat uitermate aardig. Mijn liefje is ronduit gelukkig met die gang van zaken. Ze mist haar Balinese vriendje, door Toos met een knipoog ‘haar kleine lover’ genoemd.


Een leuke fotosessie kwam deze week in de mailbox terecht. Daarna ging het hier even over niets en niemand anders dan Yudha… Hoe slim, knap en leuk hij wel is. Hoezeer zij hem mist. Op zo’n moment willen wij beiden graag in een tijdmachine stappen om een bliksembezoek aan Elsa en de kids te brengen en ons te laven aan zijn (hun) hartverwarmende glimlach. Ik las ergens dat een glimlach het beloningscentrum in de hersenen stimuleert in een mate die gelijkstaat aan het eten van 2.000 repen chocolade. Kun je nagaan?!

Yudha ziet er alweer anders uit dan toen wij hem vier weken geleden verlieten. Af en toe schijnt hij naar ons te vragen. De behoefte om in persoonlijk contact te treden is er maar het is goed zo. Een kinderkerstpakketje is wèl in de maak. We maakten reeds een aspirant-zwemmer van hem; eens kijken of ook Australian surf life hem kan bekoren! Als alles volgens plan verloopt, reizen we begin maart 2012 weer naar Bali.



woensdag 16 november 2011

Blast from the past

De dag begon zonnig al donderde en bliksemde het afgelopen nacht. De regen tikte gestadig op de metalen veranda. Het gaf mij een kampeergevoel. Als we in de caravan zitten, klinkt het net zo. Ook nu tikt de regen zachtjes tegen het keukenraam. Morgen nog zo’n dag en dan zal het weer opklaren.
De weerdeskundigen verwachten echter een natte zomer in New South Wales. Vorige week was het noodweer in en om Sydney; het donderde, bliksemde en goot pijpestelen. Ook in Melbourne was het noodweer; er viel in zes uur tijd evenveel regen als men normaliter in een maand krijgt. Overstromingen bleven dan ook niet uit.

Voor de langere termijn zijn de weersvoorspellingen voor de staten in het Hoge Noorden van Australië, Queensland en de Northern Territory, niet goed. Het zomerseizoen zou daar naar verwachting weleens gepaard kunnen gaan met heel veel cyclonen. Dat klinkt in mijn oren als een déjà-vu... Begin 2011 werden de noordelijke staten ook al zwaar getroffen door zeer slecht weer.
Queensland, de grootste fruitschuur van Australië, herstelde daarvan tot op heden nauwelijks. 75% van de lokale bananenoogst ging daar verloren waardoor de prijs van bananen omhoog schoot. De hoogste prijs die in Australië werd betaald voor 1 kilogram was $17. Bananen zijn nog steeds kostbaar al verwacht men dat de prijs vóór de Kerst halveert. De pavlova kan dan alsnog voor de hele familie of vriendenkring worden gemaakt!

De vernielingen door cycloon Yasi zijn de belangrijkste reden waarom de 'grocery-index' momenteel zo onvoordelig uitvalt. Voordat wij in october jongstleden naar dit continent afreisden, onderzocht mijn liefje -financieel directeur van het gezin- wat de cost of living is. Als voormalig HR-directeur is zij bekend met de internationale tabel die aangeeft wat de stand van levensonderhoud is in enig land in de wereld. De index voor boodschappen bleek tot dusver een goede graadmeter. Die index staat bijvoorbeeld voor Nederland op 68 terwijl die thans voor Australië 128 is. Boodschappen doen is hier dus bijna tweemaal zo duur als in het Vaderland. Voor de goede orde: de index voor uit eten gaan ligt hier flink lager dan in Nederland.

Indien Queensland daadwerkelijk een bar seizoen tegemoet gaat, is dat niet alleen dramatisch voor de gemiddelde lokale boodschapper maar ook voor toeristen in Australië. Een van de interessantste regio van het land zou dan wederom onbereikbaar kunnen worden.

Twee weken geleden zag ik op de voorpagina van de nationale krant 'The Australian' een opmerkelijke foto. Ik moest een aantal keren kijken om de plek te herkennen. De foto was van het exclusieve resort 'Voyages' op Dunk Island, direct voor de kust van Queensland. De palmbomen langs het strand staan er als geknakte lucifers bij, het zwembad is tot de rand gevuld met modder (zie rode cirkel), de gebouwen zijn zwaar gehavend.

Dat was het trieste gevolg van de categorie 5 cycloon Yasi die daar op 3 februari 2011 huishield. Ik schrok van het aanzicht. De dagen na de natuurramp was men optimistisch over het feit dat er niemand gewond was geraakt. Dat optimisme is geheel verdwenen. De eigenaren van het vakantie-eiland, Hideaway Resorts, kunnen de kosten van de heropbouw niet in hun eentje dragen en hebben het eiland met alles erop en eraan te koop gezet. Als je op de website van het resort op Dunk Island googelt, krijg je dit te zien... Eerdere berichten dat het op 1 april 2012 wellicht zou heropenen, worden thans tegengesproken. Dat schema is onhaalbaar.

Vijf jaar geleden waren wij gast op Dunk Island toen wij onze eerste wereldreis maakten. We reden toen drie maanden in een camper door Australië en besloten een paar dagen rijrust te nemen op een van de droomeilanden voor de kust van Queensland. De camper parkeerden wij voor die duur op de camping van Mission Beach waar we door de privéboot van het resort werden opgehaald. We werden er als prinsessen ontvangen en behandeld. De gastvrijheid, het gezellige restaurant en de ruime kamer staan mij nog helder voor ogen. Het zwembad met logo van het resort, de Ulysses-vlinder, was allerfraaist. Mijn liefje en ik brachten fijne uren door in het zwembad en in een hangmat op het palmenstrand. De foto is van eigen hand, overduidelijk stammend uit gelukkiger tijden. Mensen in Noord-Queensland kunnen momenteel wel een paar trossen happy fruit gebruiken!



zondag 13 november 2011

Sea Gals & Co

Hier is de nieuwe week alweer begonnen. Afgelopen vrijdag dronken we met onze vriendinnen Julie & Claire een kopje koffie bij 'Beach Bums', een goede ontbijt- en lunchplek direct gelegen aan Forster Main Beach. Een toplocatie waar onder andere heerlijke koffie wordt geserveerd. Eenmaal gezeten, zagen we links voor onze neus een groep dolfijnen en rechts een walvis in het zeewater opduiken. Beter kan een dag toch niet beginnen?! We legden een bezoek af aan de post van Marine Rescue, de vrijwilligersorganisatie die waakt over de veiligheid van plezierboten op de Tasmanzee en op de Grote Meren. De uitkijktoren staat aan de monding van Wallis Lake. De commandant gaf ons persoonlijk een rondleiding.

De meisjes verrasten ons door hun trailer met motorboot afgelopen week mee te brengen. Claire is niet alleen een getalenteerde hondenfluisteraar, ze verblikt of verbloost ook niet als ze de trailer achteruit het tamelijk smalle tuinpad oprijdt. Respect! Hun boot is 5.80m lang, heeft een buitenboordmotor van 70 paardenkracht en is uitgerust met zitjes, zowel voor als achter. Dit weekend voeren we op de Grote Meren. Dat zijn echt Groooote Meren! Om je een gevoel te geven: de kustlijn van Nederland is in totaal circa 450 kilometer, de kustlijn van de Grote Meren van New South Wales bedraagt 1.450 kilometer...

Voordat de boot in het water ligt, is er veel te doen. De avond voor de boottocht werd de checklist met verplichte handelingen doorgenomen. Het was alweer enkele maanden geleden dat ze de boot te water hadden gelaten. Wij maakten het lunchpakket en verrichten later enige hand- en spandiensten aan boord. Al die voorbereidingen herinnerden mij aan onze eigen kajuitzeilboot van jaren geleden. In het zomerseizoen lag die in een van de havens aan de Loosdrechtse Plassen. Wij kozen toen voor een zogenaamde kimkieler met geringe diepgang die geschikt is voor waterwegen met grote getijdenverschillen, zoals de Nederlandse Waddenzee. De kiel is zo gebouwd dat de boot zonder problemen kan 'droogvallen'. Een kimkieler kantelt bij extreem laag water niet maar komt dan juist op zijn pootjes terecht.

Het verschil tussen eb en vloed kan ook heel groot zijn op de Grote Meren die in direct contact staan met de Tasmanzee. Er zijn kleine en grote eilanden in de meren waarlangs mag worden afgemeerd. Er zijn stukken waterweg met permanent laag water en hier en daar liggen grote oestervelden; die oesters worden tot de beste van Australië gerekend. Een gedetailleerde waterkaart is dan ook geen overbodige luxe!

Hond Lucy werd in haar zwemvest gehesen en in Cape Hawke Harbour staken we van wal. We voeren onder de fraaie Forsterbrug door, richting Wallis Island National Park. Ik waande mij op sommige momenten in tropisch water (vanwege de ondiepte en de kleuren), op andere momenten leek het alsof we op de woelige baren van een heuse zee voeren. Op sommige plaatsen was de stroming heel sterk, op andere zag ik doodlopende rivierarmen. De Grote Meren zijn geen speelplaats voor onervaren schippers.

Iedereen in Australische wateren dient overigens over een vaarbewijs te beschikken dat na een geslaagd theoretisch en praktisch examen wordt uitgereikt. Beide dames legden dat examen met goed gevolg af.
Julie manoeuvreerde ons behoedzaam over het water. Lucy had moeite haar zeepootjes te (her)vinden. Ze smakte regelmatig met haar hondelippen en drentelde nerveus heen en weer. We gingen op weg naar Forster Keys. Overal zag ik boten al was het niet druk op het water, van kleine stalen drijvende badkuipen tot grote zogenaamde pontonboten en alles ertussenin. Ik zag twee zeilboten, enkele kayaks, één rubberboot met veel jongeren erin en een speciale boot die oesters kwam oogsten.

Overal werd gevist, door jong en oud, man en vrouw. De Sea Gals besloten de hengels deze keer thuis te laten. (Pfffff.) Voor de lunch maakten we een stop op het piepkleine Happy Island. Forster Keys bereikten we niet... we misten de afslag. Desalniettemin werd het een genoeglijke boottocht al hield ik het niet droog op de voorplecht.

Meer foto’s van het uitje zijn te zien in de lopende diashow.



woensdag 9 november 2011

Beauty lies in...

Deze week ging ik voor de eerste keer te water. Forster Main Beach heeft een rock pool, een zwembad -met zeewater- dat in zee ligt maar een stenen afscheiding heeft. Het zicht op zee vanuit het zwembad doet mij sterk denken aan onze eigen infinity pool in Bali. Tijdens het zwemmen van de baantjes, sloegen soms hoge golven over de badrand. Dat zal in Bali niet snel gebeuren, gezien de ligging van het zwembad. Volgens de weersvoorspelling zal het regenseizoen daar naar verluid eind november beginnen.

Het buitenbad in Forster werd in 1935 aangelegd, als werkgelegenheidsproject. In die jaren was sprake van een wereldwijde crisis. De Australische Great Ocean Road die in 2008 onze vakantiebestemming was, werd in diezelfde periode door mensenhanden uit de rotsen gehouwen.
Afgescheiden zeewaterbaden vind je hier langs vele kusten vanwege de gevaarlijke creaturen in zee: de grote witte haai en andere familieleden, de box jellyfish (het dodelijkste zeedier van dit continent), blue bottles en andere 'stingers'. Alhoewel ik voorkeur heb voor de branding en de open zee maakte ook ik gebruik van het bad. Golven zijn weliswaar more fun en ook verfrissender maar ik zou de enige in de branding zijn en dat lijkt mij niet verstandig. In de weekeinden wordt een strook zee bewaakt en kun je genieten zonder zorgen, zolang je maar tussen de vlaggen zwemt. Daar wordt het dan ook tamelijk druk, op een zomerse dag. Binnenkort ga ik mijn body board uitproberen.

We maakten kennis met de buren George en Gwen. Ze keken ons een beetje meewarig aan toen we zeiden dat we geen auto hebben. Veel mensen begrijpen niet dat je in Australië op vakantie gaat zonder een dikke auto onder de kont. Of beter gezegd: een auto onder de dikke kont. Het percentage te dikke of aan obesitas lijdende Australiërs lag in 2008 op 61%, volgens het Bureau voor de Statistiek. Ik kijk thans mijn ogen uit.

De afstanden tussen steden en dorpen kunnen hier inderdaad enorm zijn. Zes jaar geleden bezochten we Australië voor de eerste keer. Toen reden wij in drie maanden tijd langs (bijna) de gehele kustlijn van Australië en dwars door het rode hart van het continent, 18.000 kilometer in een camper van camping naar camping.
Daar wij deze keer besloten rondom de Grote Meren te gaan bivakkeren, meenden wij geen auto nodig te hebben. De buren lieten ons weten dat ze te allen tijde bereid zijn ons een lift te geven of boodschappen voor ons te doen. Ik dankte hen hartelijk maar was resoluut: 'no worries, we’ll manage'.

Wij zijn het levende bewijs dat duurzaam vakantie houden mogelijk is! Zo compenseren wij tevens de CO2-uitstoot van onze vliegreis. Carbon Tax is overigens een hot item Down Under. Het idee is simpel: hoe meer je uitstoot, deste meer belasting je betaalt. Verschillende Australische regeringen probeerden die wet erdoor te krijgen sinds 2007; zonder resultaat. De huidige minister-president Julia Gillard (Labor) kreeg het voor elkaar. Afgelopen maand stemde de Tweede Kamer in met deze Clean Energy Bill en gisteren keurde de Senaat het wetsvoorstel goed. De nieuwe wet treedt in juli 2012 in werking.

Ook wij leveren een bescheiden bijdrage aan Australië’s duurzaamheid. Grote boodschappen bij Woolie’s en Coles doen we op fietsen met fietstassen, kleine boodschappen doen we te voet, met een green bag of een rugzak. De drive-in bottle shop benaderen wij wéér anders: met een tweewieler aan de arm. Zelf drink ik uitsluitend druivensap, mijn liefje houd van biertjes èn wijn. Ik stapelde de dozen op de trolley en gespte het geheel stevig vast. Enigszins genânt vond ik die kolom alcohol wel... Even voelde ik mij een bag lady, een zwerfster die haar hele hebben en houden in tassen met zich meesleept. Denkend aan de heerlijke wijnen vervloog de gêne weldra. Ik plezier mijn gerstenat minnende liefje graag... Forster verdient een eervolle vermelding vanwege trolley-vriendelijkheid. Overal vind je aflopende trottoirbanden. Ook ons vakantiehuis heeft een zogenaamde 'ramp' die naar de voordeur leidt. Voor dit soort waardetransport is dat bepaald geen ramp!

Later deze week komen Claire en Julie ons weer bezoeken. Vanzelfsprekend komt hond Lucy mee. Claire drinkt geen alcohol, Julie doet het mondjesmaat. We zullen de voorraad zonder hun hulp soldaat moeten maken. Ik kijk uit naar hun bezoek. Aanstaand weekend zijn wij uitgenodigd voor een barbequefeestje bij vrienden van hen die in de outback van New South Wales wonen. Ik oefen hard op mijn Australische uitspraak, mijn liefje test haar stubby holder uit.



zaterdag 5 november 2011

From little things big things grow

Een mens in New South Wales kan er héél druk mee zijn: walvissen kijken! Elke dag lopen we naar een aantal stranden in de directe omgeving van ons huis. Op vrijdag jongstleden ging de route naar Pebbly Beach. De plek kreeg die naam omdat er grote stenen en keien op het strand liggen. Ik maakte een korte film van het zicht en het geluid, die hieronder is te zien. Het is een experiment; de kwaliteit van de opname is op mijn eigen computer wel veel beter maar het kan ermee door:

video

Mijn liefje ging op een van de banken zitten die hier overal langs de kust staan. Ze zijn vaak opgedragen aan jonge en oude mensen die niet meer leven. Meestal ga ik onbekommerd zitten, soms voel ik mij nogal bezwaard. Zoals op de bank die door de ouders en vrienden van een 17-jarig meisje werd gedoneerd: 'ga voor altijd zwemmen met dolfijnen, lieverd'... Australiërs leven op en in het water. Ik denk dat ik mij mede daarom thuisvoel op dit continent. Toen ik verder liep, zag ik mensen in kayaks, zeilboten, motorboten, Hobies met zeiltjes (de Revolution 11!) en water scooters (helaas) op het water.

Ik liep naar een van de vele uitkijkpunten die hier langs de kust zijn aangebracht. Vanuit de hoogte tuurde ik over het weidse water. Op enig moment zag ik een verticale kolom water in de lucht hangen. Een walvis blies uit zijn of haar blow hole! Het bleek wederom een moeder met haar bultrugkalf; ze waren goed te zien vanaf de wal.
Ze dartelden rond, net voorbij het havenhoofd van Forster. Ook zag ik voor het eerst van mijn leven enkele volwassen walvissen met hun flippers op het water slaan. Dat doen ze om zich koelte toe te wuiven. Als toeschouwer zag ik een lange, witte vin en een hoop gespetter. Ik maakte enkele foto's met mijn kleine camera; ik had mijn telelens niet bij mij maar het beeld staat op mijn eigen harde schijf.

Gedurende twee uur genoten wij met volle teugen van hun gefrolick voor onze neus. We bleken niet de enigen. We werden namelijk omringd door lokalen die hun echtgenotes, kinderen en kleinkinderen belden over hetgeen ze aanschouwden. Opmerkelijk. Ik zou denken dat Australische bewoners van de oostkust zich bewust zijn van het feit dat er momenteel sprake is van een grote walvismigratie langs hun stranden. Misschien is het toch niet zo gebruikelijk? Ik voel mij hier in ieder geval een grote bofkont. Het idee dat ze iedere dag zijn te zien, maakt mij een blij mens.

In de weekendeditie van de 'Australian', een van de nationale kranten, las ik dat er een albino-walvisbaby was gespot aan het strand van Bondi. Ik vond een prachtige luchtfoto van moeder en kalf op het web. Al is het een baby, er is niets klein aan! Een bultrug boreling komt in stuitbevalling ter wereld, dat wil zeggen: met de staart eerst. (Dat schept ook een band.) De natuur heeft dat zo geregeld omdat de baby dan niet kan verdrinken. Het kalf is bij geboorte gemiddeld 3 à 4.5 meter lang en weegt maximaal 1.000 kilo.

Ten noorden van Sydney kunnen ze er ook wat van: een kayakker had een close encounter met twee volwassen bultrugwalvissen, net voor de kust. Amazing! De walvissen doen hier aan 'spyhopping', ze steken hun kop recht omhoog uit het water. Het is maar goed dat het geen 'breaching' was. In dat geval komt het dier met het gehele lichaam uit het water en laat zich vervolgens zijdelings op het water vallen. Je kunt je voorstellen dat een kayak, zelfs een Hobie, daar niet tegen bestand is. Mijn liefje en ik zagen opspringende walvissen verder op zee, door de verrekijker.

De titel van dit blog mag toepasselijk lijken voor dit onderwerp, het heeft echter een heel andere connotatie. Het is namelijk de titel van een lied dat mijn aandacht vroeg in de afgelopen dagen. Ik hoorde het met enige regelmaat op de televisie, als tune bij een bankreclame. Het bleef doorzingen in mijn hoofd en ik ging op zoek naar het origineel. Het blijkt geschreven door de Australische (protest)zanger Paul Kelly.

Toen ik de songtekst las, begreep ik de betekenis van het lied en mijn eigen emotie bij het horen. Mijn liefje vindt het een uiterst irritant lied. Tja. Het kan verkeren. Het gaat niet over kleine walvissen die groot groeien maar over het verzet van een enkeling van Aboriginal afkomst die strijdt voor zijn (land)rechten en opstaat tegen een witte man die het grootkapitaal van Australië incorporeert. Ook dat is indrukwekkend. De relatie tussen de witte Australiërs en de oorspronkelijke bewoners van dit machtige continent staat vaak op gespannen voet.
Wij waren in dit land toen Kevin Rudd, de voormalige premier, als eerste namens de Australische regering publiekelijk sorry zei tegen de oorspronkelijke bewoners. We zagen een vliegtuig boven Sydney het woord in de lucht schrijven. Ook dat staat in mijn geheugen gegrift. Het moment zal mij altijd bijblijven. De geïnteresseerde lezer kan Kelly's optreden en de tekst hier horen en zien.