Translate

donderdag 2 augustus 2012

Duhrop of duhrondur

In deze dagen kijk ik meer televisie dan gewoonlijk. Dat komt door de Olympische Spelen die ik intensief volg. Ik kijk graag naar sport; dat heb ik waarschijnlijk van mijn moeder. Mijn aandacht gaat vooral uit naar Nederlandse sporters. Het zijn met name de sporten die ik zelf ooit bedreef die mij het meest boeien: judo, wedstrijdzwemmen, surfen en schoonspringen al kijk ik ook graag naar hockey, turnen, atletiek en roeien. Ooit bleken ook sporten als onderwaterzwemmen en hinderniszwemmen op het olympische programma te staan. Dat had ik graag willen aanschouwen.

Mijn ouders vonden het op enig moment verstandig hun jongste dochter 'op judo te doen'. Zo heette dat toen. Zij waren ervan overtuigd dat ik daarin mijn overtollige energie kwijt zou kunnen. Bovendien was een uur op de mat, een uur waarin ik geen kattenkwaad elders kon uithalen. Dat moeten zij zich tevens hebben bedacht.
Af en toe deed ik met de judoclub mee aan lokale wedstrijden; soms aan een enkele regionale. Tot nationaal niveau schopte ik het nooit. Op mijn judoclub zat een meisje dat ook bij mij op de lagere school zat. In mijn tijd liep je op jouw tegenstander af en greep haar bij de revers van het judopak. Nu is de juiste greep, de pakking een veel belangrijker onderdeel van het spel geworden. Ik was snel op de mat maar nooit won ik van de sterke Joyce. Altijd eindigde ik achter haar! In deze sport behaalde ik een blauwe band; daarna vond ik het welletjes. Vooral de verwurgingen en armklemmen schrikten mij af.

Mijn liefje vindt judo een 'stomme sport'. Dat is mijn eer te na; je moet de regels een beetje kennen om de sport te kunnen waarderen. Zij zegt het getrek en geduw niet te kunnen aanzien. Ik stelde voor een aantal grondtechnieken aan haar voor te doen, op onze eigen tatami: het Jan Snoeckkleed. Ik vond geen gehoor. Het gevoel van een geslaagde schouder- of heupworp kan ik nog in mijn herinnering oproepen. Net als de houdgreep bij het grondgevecht waarbij de ene arm tussen de benen van de tegenstander door naar de band en de andere over de schouder naar diezelfde band grijpt... Zij trok haar wenkbrauwen op toen ze die beweging -voor het eerst- zag. Zohoho?! Ineens is er interesse. Cheeky girl. Ik was verrast toen ik op het web een recente foto van Joyce vond. Haar trekken zijn weinig veranderd, ze ziet er nog even sterk uit. (En net als ik, ook wat zwaarder.)

De genoemde, andere sporten kunnen op meer interesse van Mijn Betere Helft rekenen. Zij moppert op mij; ze zegt aandacht tekort te komen. ¡De verdad! Ik zit thans helemaal in sportmodus. In ons eigen zwembad probeerde ik een aantal hedendaagse technieken uit en dat valt nog niet mee: 1) bij crawl maken sommige zwemmers een soort schepje van hun handen en ploegen zo door het water; 2) iemand die vandaag de dag aan schoolslag doet, brengt relatief meer tijd onder water door dan vroeger, trekt de schouders boven water hoger op en opent de handen zoals het gebaar voor een open boek. Om maar helemaal te zwijgen over de keerpunten van nu. De zwemmers bewegen als dolfijnen onderwater en dat alles legt de -Nederlanders- zwemmers geen windeieren.

Ik vind het jammer dat de NOS weinig aandacht besteed aan surfen terwijl Nederland een absolute winnaar op de plank heeft staan in de persoon van Dorian van Rijsselberge. Het zijn de laatste Spelen voor dit type surfen; plankzeilen zal worden vervangen door kite surfen. De omroep heeft tevens weinig tot geen aandacht voor schoonspringen al begrijp ik in dat geval goed waarom: de enige Nederlandse schoonspringer (Yorick de Bruijn) kwalificeerde zich niet voor de Spelen. Niet goed genoeg.

Ooit beoefende ik die amateurtak van de sport zelf. De eerste anderhalve salto van de hoge plank herinner ik mij nog als de dag van gisteren. Ik draaide door en kwam plat op mijn rug terecht. Adem weg! Bij het instuderen van een nieuwe sprong droeg ik daarna een beschermend zwemvest. De meeste indruk maakte een sprong die gigantisch fout ging tijdens een training. 

Ik stond op de hoge plank, zoals de schoonspringster op deze Google doodle: met de tenen op de rand, de hielen over de rand en de rug naar het bad. Het moest een salto binnenwaarts met halve schroef worden. Je wordt dan geacht hoog op te veren, in de lucht een salto voorover te maken en daarna de schroefbeweging in deel twee van de sprong in te zetten. De coach droeg mij op hard op de plank te veren en hoog op te springen zodat er voldoende tijd en ruimte zou zijn voor de sprong. Ik veerde harder dan ooit en sprong voor mijn doen relatief hoog op. Dat liep gesmeerd. Wat ik echter vergat, was afstand van de plank te nemen. Ik maakte een mooie, hoge salto boven de plank en kwam na de draai met mijn voorhoofd op de rand terecht. Klabam! 
De halve schroef kwam er niet; de beweging die ik wel maakte heet nu 'een barefootje'... Ik kwam op eigen kracht boven water. Snel daarna leek ik op een slachtoffer van een great white shark attack in een zwembad: ik baadde in een poel van bloed. Dat bleek minder erg dan het eruitzag. Wel zat er een diepe snee, net boven mijn haargrens (die zit er nog steeds). Ik had hoofdpijn maar geen hersenschudding. Mijn voorhoofd zwol in de dagen daarna dermate op dat het als klif over mijn ogen hing. Er volgde voor mij geen sportcarrière. Je begrijpt nu waarom.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten