dinsdag 31 december 2013

Terugblik

2013 was een jaar met extreem weer, niet alleen in Nederland maar over de gehele wereld; denk aan de noodlottige orkaan op de Filippijnen. Het was het jaar van de troonswisseling in Nederland, de betreurenswaardige dood van wereldburgers (Mandela, Prins Friso), een nieuwe paus in Rome en nog veel meer.
Ondanks nummer 13 in het getal, was het voor ons een goed jaar. Mijn liefje ging van een schema van twee medische onderzoeken per jaar naar eenmalige controle. Een grote stap voorwaarts. Nadat je met een serieuze ziekte bent geconfronteerd, waardeer je een goede gezondheid deste meer.

Ons jaar startte in Maleisië, gevolgd door een kort verblijf in een huurvilla in de Bintangsteeg van Lovina, Noord-Bali. Daarna vlogen we terug naar de Costa Blanca. Voor ons doen verbleven we lange tijd aaneengesloten in Spanje. We maakten er vele uitstapjes: Valencia (voor de Fallas), Almeria (voor mijn verjaardag), Tabernas (samen met Bernadette) en Granada (voor de verjaardag van mijn liefje). Spanje is boeiend en prachtig. We voelen ons thuis in het nieuwe vaderland. Gelukkig gaat het er economisch iets beter, hopelijk komt er weldra een einde aan de financiële crisis. Dit jaar was deels gevuld met taken die verband houden met mijn functie als VP van de Vereniging van Huiseigenaren in onze woonwijk. Alhoewel het tot nu toe een goede ervaring was, zal ik mij volgend jaar niet herverkiesbaar stellen. Mijn liefje en ik gaan weer doen wat we het liefst doen: eropuit trekken met de rugzak!

2013 was een topjaar qua boeken. Mijn reader vertoont al slijtage. Ik las mij suf in het zonnetje op het Spaanse terras en op het schaduwrijke terras van Bali. Het is mijn allergrootste hobby, een dag niet gelezen is een dag niet geleefd. Hier in Bali staan nog tientallen boeken. Onlangs werd er -met toestemming- een greep gedaan in de voorraad. Een van de zoons van Toos & Pim die wij op Bali leerden kennen, opent met zijn Javaanse vrouw binnenkort een Bed & Breakfast in Jogyakarta. Mijn boeken zorgen voor een beetje aankleding.
Zo’n terugblik op het jaar moet ook een boekenlijstje bevatten, vindt de boekenwurm in mij. Het beste boek van 2013 kan ik niet kiezen, ik las zoveel goeds en moois. ‘Het puttertje’ van Donna Tart staat zeker in mijn top 3, net als ‘En uit de bergen kwam de echo’ van Khaled Hosseini en ‘De bekentenis van Adrià’ van Jaume Cabré. Het interessantste wetenschappelijke boek dat ik dit jaar las, heet ‘The Journey of Man – A Genetic Odessey’ van Spencer Wells (2002). Beter laat dan nooit.

Het jaar sluiten mijn liefje en ik af in Bali. Een heel, heel grote wens ging in vervulling toen we in december van dit jaar kennis maakten met wat nu de nieuwe eigenaren van de villa in Noord-Bali zijn. Voordat we naar Bali afreisden, bestempelden mijn liefje en ik 2014 als ons jaar, het jaar waarin de voorspoed ons zou toelachen en de villa in andere handen zou overgaan. In november jongstleden kon ik niet bedenken dat dit heugelijke feit reeds in 2013 zou plaatsvinden. We zijn nog steeds in juichstemming. En we tellen af. Met onze vriendinnen in Sydney gaan we binnenkort Australia Day vieren en daarna wacht een kampeerwagen ons op aan de zuidwestkust.

We vieren oudjaar in leuk gezelschap: Elsa, Yudha en Damai zijn vanavond onze gasten. Yudha is bang voor vuurwerk en Elsa bleek er tegenop te zien om alleen oudejaarsnacht door te brengen. Iedereen in de buurt weet dat haar echtgenoot op de boot werkt en dus ver weg is. (Ketut keert in januari 2014 huiswaarts.) Alhoewel Oudejaarsavond vooral een Westers evenement is, zijn er elk jaar wel Balinezen die zich bedrinken en gedoe veroorzaken. Ze heeft al eens een nieuw telefoonnummer moeten nemen omdat ze door mannen werd lastiggevallen... Het voorstel was dan ook snel gedaan en geaccepteerd. Vanavond houden we een pyjamaparty. We gaan Memory en Domino spelen, kleuren en voorlezen. En we gaan oliebollen met poedersuiker eten. Hoogstwaarschijnlijk liggen we allemaal vóór twaalf uur onder zeil. Ik vind dat geen probleem. Dit jaar kan niet meer stuk.

Goodbye 2013, Selamat datang 2014! Een heel goede jaarwisseling gewenst.



vrijdag 27 december 2013

Boompje, beestje

Weer een project afgerond: de tuin is schoongemaakt en opgeleukt! We hadden gedurende 10 dagen 6 extra tuinkabouters aan het werk. Dat betekent 60 dagen extra werk ofwel twee maanden als tuinman Dewa het in zijn eentje had moeten doen. Het dagloon van een lokale tuinman is 50.000 roepiah ofwel 3 per dag. We kregen waarde voor ons geld, de mannen hebben er verstand van en zijn zo sterk als ossen. Dewa vond het wel gezellig met nieuwe collega’s. Hijzelf is ook een harde werker. We moeten regelmatig tegen hem zeggen dat het koffietijd is (de huurlingen zitten dan al hoog en breed aan hun kopi).

Tegen de tuinmuur, achter alle begroeiing, werd drastisch geschoond. Daarbij kwam menig steekmierennest tevoorschijn. Ook werden drie gifgroene slangen ontdekt. Het is de green/bamboo pitviper; klein maar helemaal niet fijn want het is een dodelijke soort. Indonesië heeft 35 soorten slangen maar slechts vier daarvan zijn giftig. Op Bali is geen antigif aanwezig voor een beet van deze slang (wel in Thailand). De drie ongewenste tuinbezoekers werden vakkundig verwijderd -met twee puntige bamboestokken- door de zoon van aannemer Purnomo, bijgenaamd ‘the challenger’ alias orang laki-laki kuat (de sterke man).

De voorkant van de tuin, de oorspronkelijk laagste plantenrij werd verwijderd; dat was te hoog geworden of uitgegroeid. Het beplantingsschema laag-middelhoog-hoog is nu weer zichtbaar. We hebben dermate veel bloemen, planten, struiken en bomen in de tuin dat er gemakkelijk kon worden gestekt. Geheel nieuwe rijen stekken gingen de vruchtbare Balinese aarde in, met en zonder wortels. Toen kwam de vrachtwagen met goede aarde, uitgeladen door twee Balinese vrouwen. Een van hen legde haar kindje tijdelijk op de chauffeursstoel.

De dag daarop stuurde mijn liefje een van de tuinmannen met 200.000 roepiah (€12) naar de winkel om vijf kilo graszaad te kopen. Het viel ons op dat het lang duurde voordat hij terugkeerde. Hij kwam binnengereden met twee goedgevulde zakken achterop zijn brommer. Echter niet met graszaad maar met plaggen gras die hij met zijn maatje ergens had gesneden. Voor niks. Als dat hun manier is om een centje bij te verdienen, vinden wij dat prima. Degene van het idee legde de plaggen als puzzelstukjes in de open delen van de tuin. Toen was het ‘habis’ (op) na vijf meter terwijl er nog minstens 15 te gaan was. En het geld bleek verdwenen. Dat heet bedonderen en daar houden we niet van... Dus belden we met zijn baas en meldden we dat de persoon in kwestie niet meer welkom is. De volgende dag schitterde hij door afwezigheid.

Een andere vondst die we deden in de tuin, is een nest katjes. Moeder is een rode kat die je niet zonder handschoenen kan aanpakken. Toen de tuinman in haar buurt kwam, blies ze hard. Op een ochtend liet een katertje twee tuinmannen heen en weer rennen. Het diertje was watervlug; ze kregen hem moeilijk te pakken. Uiteindelijk lukte het. Mijn liefje, voorheen kattenmoeder, staat erop dat het complete nest met moeder van het land wordt gezet. Toen ze op een vroege ochtend het terras opliep, zag ze twee paar rode Spockoren boven haar stoelleuning uitkomen. Dat was de bloody limit. De kittens wisten niet hoe snel ze zich uit de voeten moesten maken. Er wordt op hen geloerd. Voor de Balinees is een kat geen heilig dier maar ik zie erop toe dat de kleintjes het er levend vanaf brengen.

Nadat de tuin was opgeschoond en van lucht was voorzien, leek het alsof alle lucht uit de huurlingen was gelopen. Ze waren niet meer vooruit te branden maar het ‘privéstrand’ moest nog worden schoongemaakt. Er staan bomen die we niet willen en gras en ander onkruid woekert er. Mijn liefje zei mij dat ze zich geen slavendrijver voelde, eerder akela: terwijl zij richting strand liep na lunchtijd, volgden de tuinmannen in ganzenpas. Ik moest erom grinniken. Het is inderdaad een forse klus maar die moet worden geklaard. Ook daar deden de tuinmannen twee bijzondere slangenvondsten. Deze zijn naar verluidt niet giftig; desondanks werden ze naar de eeuwige jachtvelden gezonden. De Balizee heeft momenteel een stevige branding. De golven rollen over elkaar. Het is een prachtig geluid; soms het enige dat er te horen is...

P.S. Graag had ik nog wat illustraties opgenomen maar de internetverbinding is momenteel niet om over naar huis te schrijven... Het toeristenseizoen is weer begonnen!


dinsdag 24 december 2013

Fijne kerstdagen


Mijn liefje, de boys en ik wensen vrienden, familie en bloglezers 
fijne kerstdagen toe!


maandag 23 december 2013

Bijzonder

In Bali maakten we bijzondere situaties mee, die we elders niet gauw zouden hebben ervaren. 
Zo wachtte Elsa ons met kleine Yudha in Banjar op in december 2009. Boven de voordeur hing een banner met een vrolijke welkomsgroet en onze voornamen, wij moesten een lint doorknippen en kregen een bloemensjerp om. De kleine Hindoe zat in gebedshouding in vol ornaat bij de voordeur; deed hij volgens zijn moeder geheel spontaan. Ik zal dat beeld nooit vergeten.

Tijdens de kerstdagen van 2009 werd begonnen aan de inrichting van de tropische tuin. Wayan zou die klus voor en met ons gaan klaren. We bestelden vele fruit- en palmbomen, bloemen en planten. In die tijd was vriendin Bernadette bij ons op bezoek. Na een gezellig avondje gingen we slapen, met nachtwaker Made op de uitkijk. Af en toe zag ik een lichtstraal dus ik dacht dat het Made was. Bernadette, in het gastenhuis, had ook iets opgemerkt. Ze had uit het raam gekeken maar niets gezien. Voor de zekerheid deed ze wel haar deur op slot. De volgende ochtend konden wij onze ogen niet geloven: tijdens de nachtelijke uren waren tien grote palmbomen uitgeladen, opgetild en geplant. En wij sliepen gewoon door…

Wat ook zeer memorabel is, was de inwijdingsceremonie van ons huis. Voor die dag moest naar goed Balinees gebruik de juiste maanstand worden gekozen. Op 29 januari van dat jaar was het zover: de grote ceremonie vond plaats. De holy man reinigde de gebouwen en het land van kwade geesten en verwelkomde onze huisgod… die een godin bleek te zijn. Toeval bestaat. Ze kreeg de naam Jeró Wayan Buana Sari Manik Geni. Iedere genodigde was in ceremoniële kleding; dat gold overigens ook voor de niet-genodigden. Een van hen bleek later de veroorzaker van veel ongerief voor ons en de buren. De dag werd afgesloten met babi guling voor iedereen. Het hele varken stond vanaf ‘s ochtends vroeg geparkeerd in de carport, naast de auto. (De vetsporen waren vergelijkbaar…) Babi guling is voor Balinezen een feestmaal: bij het varken gaat het vooral om het knapperige huidje. Ik at een stukje mee, mijn liefje -aansterkend- deed dat niet.

We maakten in 2011 de driemaandenceremonie mee van Yudha’s broertje Damai die min of meer naar ons werd vernoemd. Voluit heet hij Damai Margita. Inmiddels is het ventje bijna drie jaar oud en gaat hij in januari 2014 naar peuter-kleuterschool Window to the World, dezelfde school waar zijn grote broer al ruim drie jaar naartoe gaat. Het legde de toentertijd teruggetrokken en stille Yudha geen windeieren. Hij praat, zingt en danst nu en kan inmiddels lezen, schrijven en tellen.
Damai heeft een ander karakter dan zijn broer, al lijken ze als twee druppels water op elkaar. Damai is de extraverte, het clowntje (hij draagt een zwarte bril alhoewel zijn ogen niets mankeren), het boefje. Hij dacht ooit dat hij Damai Maingitar heet, Damai die gitaar speelt. Je moet er maar opkomen! We hopen de beide kereltjes nog lang te kunnen zien opgroeien.

Ook waren we eregast op het huwelijk van Nur, de hittepetit die een tijdje assistente van grote zus Elsa was in onze villa. Wij stuurden haar jaren geleden naar Engelse les, leerde haar poetsen en stelden haar vervolgens voor bij de Hollandse helpdesk voor een baan als pembantu. 
Die functie vervult ze inmiddels al jaren. Nur is van huis uit moslima, trouwde met Adi en is inmiddels moeder van een dochtertje, op haar beurt vernoemd naar haar werkgeefster Marijke. Het was mijn eerste -en waarschijnlijk laatste- moslimbruiloft en ik keek mijn ogen uit. Nur was dermate nerveus dat ze nauwelijks was te herkennen. Ook de ouders van Elsa en Nur (arm) leerden we jaren geleden kennen. Af en toe deed pa klusjes bij ons in huis en op het terrein.

Mijn liefje vierde haar 60ste verjaardag in Noord-Bali al had ik andere plannen: een reis en verblijf in Kuala Lumpur was geboekt maar het aantstaande feestvarken had geen zin om te gaan. De reis werd dus geannuleerd. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat we net waren aangekomen in Bali. Bovendien had ze negatieve reisverhalen gehoord over het vasteland van Maleisië. Dat bleek allemaal nogal los te lopen, zoals onze latere rondreis door Maleisië en Borneo aantoonde. En zo kan ik nog wel even doorgaan (maar ik doe dat niet). Voor degene die alle blogs in en over Bali door de jaren heen nog eens wil lezen, zie label ‘wonen op Bali’.


vrijdag 20 december 2013

Niets is wat het lijkt

Tja, waar zal ik beginnen? 
In 2005 gingen we voor het eerst als toeristen naar Bali, als onderdeel van onze eerste wereldreis. Het verblijf op het eiland bekoorde ons. In maart 2008 keerden we terug naar Bali na een rondreis door Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam. (Een groot deel van Azië bekoort ons.) In de tussenliggende jaren bedachten mijn liefje en ik dat we oud wilden worden in een land waar de zon altijd schijnt. Bali kwam weer op ons radar door een TV-programma dat mijn liefje zag over een Nederlandse tandarts die gebitten repareert en plaatst in Balinese monden. De beelden van het eiland betoverden wederom.

In maart 2008 betaalden we aan voor een lapje grond met huis in het dorp Dencarik aan de Balizee. Op een dag, we kampeerden in Kijkduin, kregen we een telefoontje van de Nederlandse makelaar/bouwer op Bali dat er een probleem was met ons grondstuk. Er doken twee personen op die zich eigenaar van het land noemden; de eigendomspapieren bleken dubieus. De makelaar wilde niet doorgaan met de verkoop. Wij stemden daarmee in. Niet veel later viel ons oog op een grondstuk in het dorp Banjar. Wij vroegen de verkoper van de makelaar of de papieren van dit landje wèl in orde waren. “Ja, hoor”, was zijn antwoord. Daarop gaven we hen opdracht aan de Jalan Segara (de Zeeweg) voor ons een huis en een gastenverblijf te bouwen. Met vriendin Bernadette dronken we champagne op de betreffende locatie, toen nog een wild begroeide kuststrook.

We maakten kennis met Theo, een Nederlandse inwoner van Noord-Bali en ontwerper van tropische villa’s. Zelf was ik erg gecharmeerd van het model ‘buka kecil’, mijn liefje had een andere voorkeur. Na een paar avondjes praten werden wij het over de villakeuze eens: het zou een open, tropisch huis worden met rieten kap. De bouw zou circa een jaar gaan duren. Wekelijks kregen we van Willem, de bouwopzichter, foto’s van de vorderingen toegestuurd. Het was regelmatig het hoogtepunt van onze week.

In augustus 2009 planden wij naar Noord-Bali af te reizen voor de oplevering van onze villa maar dat werd onmogelijk doordat mijn liefje op de voorgenomen reisdag op een operatiekamer in Spanje lag. De medische nabehandeling duurde maanden. Het was geen gemakkelijke periode maar de gedachte aan Bali hield haar op de been. In december 2009 reisden we alsnog af. Zij met een kaal koppie en zwabberbenen, ik als liefhebbende zuster Clivia aan haar zijde.

Ik zou een dik boek kunnen schrijven over onze Balinese belevenissen. De meeste hoofdstukken zouden uiterst positief zijn, sommige daarentegen zouden negatief klinken. Het zijn de verhalen over duistere zaken die ons terugkerende nachtmerries bezorgden. ‘Niets is wat het lijkt’, schreef een ex-resident ons die hier in de afgelopen jaren een goede kennis werd. Dat geldt zeker voor Noord-Bali dat nog relatief traditioneel in elkaar steekt. Mijn liefje kon na haar ziekte niet meer overweg met gedoe dus de negatieve ervaringen die we opdeden, trokken een zware wissel op haar. Bovendien kwamen wij los van elkaar en gezamenlijk tot de conclusie dat zij en ik ongeschikt zijn als Westerling te leven in een ‘ontwikkelingsland’ waar het verschil tussen rijk en arm immens is. We kunnen en willen onze ogen niet sluiten voor de consequenties die dat met zich meebrengt.

We gaan het Baliboek over enkele weken sluiten al zullen we het eiland als vakantiebestemming op onze reislijst houden. Er is immers veel dat ons terugbrengt. Van vrienden, familie en kennissen kregen we leuke en mooie reacties op het verkoopbericht. Een van hen wenste ons veel ‘badkamermomentjes’ (zie vorige blog), iemand anders schreef ons dat Bali helend had gewerkt voor mijn liefje hetgeen onvergetelijk is. Ook zij heeft gelijk. 
Villa Kerang gaat binnenkort definitief in andere handen over. Het is en blijft een prachtig huis, het zwembad en de weelderige tuin zal ik erg gaan missen. Mijn volgende blog zal een andere blik op 'mijn' Bali werpen.



dinsdag 17 december 2013

Huis verkocht!

Inmiddels kan ik het geloven: onze villa in Noord-Bali krijgt een nieuwe eigenaar. Vorige week rond deze tijd praatten wij een locale persoon (Nederlander in onroerend goed) bij. Hij wist van een Belgische klant die op zoek was naar een investeringsobject en van een Hollander die zocht naar een tweede verhuurvilla. Hij zou de betrokkenen informeren over onze villa. De Belgische klant bleek vriend van een goede plaatselijke kennis van ons. Hij liet hen weten dat Villa Kerang een interessant object was, met een aantrekkelijke prijs. 

De interesse was gewekt, de Belgische potentiële koper wilde rechtstreeks contact met ons. Een uitgebreid telefoongesprek volgde op donderdag, op vrijdag de 13de kregen we de bevestiging van hun serieuze koopintentie. Op zaterdag stelden we een concept-koopovereenkomst op waarin beide partijen zich op zondag konden vinden, op maandag jongstleden werden alle handtekeningen onder het document gezet. De mannen waren gedreven en zeer attent jegens ons. De verkoop is een feit, wij voelen ons opgetogen en bevrijd. Dat klinkt wellicht gek wat we wonen op een kroondomein maar toch is dat gevoel sterk aanwezig. Tenminste één van de kopers voelt zich daarentegen de hemel te rijk. Deze reislustige Belg vertelde dat hij al jaren een huis in Bali wilde hebben... Tja, het kan verkeren. 

De Belgische klant blijkt een groep van tien mannen (40’ers) die met elkaar een BV hebben opgezet. Elk jaar legt eenieder bedrag X in en voor dat gezamenlijke bedrag kopen ze elk jaar een interessant verhuurobject aan, ergens op de wereld. Dat deden ze eerder in Zuid-Afrika, de interesse in Bali was groot en er smeult momenteel iets in Bulgarije. Zo willen ze in tien landen actief worden. 

De bestuursvoorzitter is een ‘tax lawyer’ die boeken op zijn naam heeft en regelmatig gastspreker is op congressen over onroerend goed in het buitenland. De club kent de ‘uitdagingen’ die bestaan als je in buitenlands onroerend goed wilt investeren. Dat is precies de soort koper die wij voor onze villa in Bali voor ogen hadden. Het moest zo zijn. Beide partijen zijn zeer content met de overeenkomst. Ik krijg al dagen de grijns niet van mijn gezicht. Mijn liefje en ik lopen soms even naar de badkamer om elkaar te zoenen. Van geluk. Dat doe je immers niet in aanwezigheid van Balinese huishoudelijke hulpen. Het geplande onderhoud aan villa en tuin gaat overigens gewoon door.

Hun aanbetaling is gedaan, medio januari 2014 komen twee afgevaardigden van de Belgische investeringsclub een lang weekend naar Bali voor de overdracht. Wij dragen op dat moment de rechten en plichten over, zij doen de restbetaling aan ons. Enkele dagen later pakken wij onze reistassen en vertrekken. Eerst gaan we enkele dagen naar het zuiden van Bali. Daarna reizen we door naar… Australië. Dat land kan ons al jaren bekoren, vooral de uitgestrektheid en het gevoel van vrijheid dat we daar beleven, maakt het een favoriete bestemming. We gaan eerst naar onze vriendinnen in Sydney en reizen dan door naar Perth waar we een campervan ophalen en circa twee maanden gaan trekken door het zuiden van West-Australië en langs de westkust. Reizen is verslavend. 

Tenminste, dat is ons plan op dit moment. Met onze vriendinnen Julie & Claire kunnen zaken zomaar wijzigen. Ze schreven ons recent dat ze een kleine campervan kochten dus misschien gaan ze wel met ons mee op pad?! Of gaan we samen naar Tasmanië, dat ook al jaren op het programma staat. Dit is precies het leven dat we willen leven: dagelijks de vrijheid hebben om te beslissen waar de wind ons brengt. Dat mijn liefje en ik ruim twee maanden in Australië zullen verblijven, staat echter vast. Als een huis.

In de komende weken ga ik op mijn manier afscheid nemen van onze woonomgeving en ons leven in Bali. 


donderdag 12 december 2013

Drie tuinkabouters

We aten deze week de eerste zelfgeplukte mango van de soort ‘haru manis’ (lekker ruiker) uit eigen boom. Mmmmmm! De nieuwe tuinman Dewa doet dagelijks zijn stinkende best om het onkruid te verwijderen, de dode bladeren weg te halen, te snoeien en nieuwe stekken te maken. Het zwembadbeheer is zijn forte nog niet maar hij is nog maar een week bezig. Het kwartje kan absoluut nog vallen. Het uitrollen van de stofzuigslang gaat al sneller, het stofzuigen van de badbodem al beter, hij kent inmiddels de benodigde stand in de machinekamer.

Inmiddels voerden we al minstens één vrachtwagen tuinafval van het land af. Dewa is op ongeveer een kwart van de tuin dus dan kun je je voorstellen wat we nog hebben te gaan qua afval. Hij voorzag de kruiwagen -die wij aantroffen met een lekke binnen- en buitenband- van riemen die hij over de berg afval spande zodat hij nóg meer in een keer kon afvoeren. Slim. 
Voor wat betreft het tuinonderhoud hielden mijn liefje, de tuinman en ik tot nu toe het volgende schema aan: vooraan lage begroeiing, daarachter iets hoger, tegen de tuinmuur de hoogste bomen, planten en struiken. Dat schema ging in de afgelopen periode verloren. Het was ons niet bekend maar vorige tuinman Ketut bleek al geruime tijd geen zin meer te hebben in tuinieren. Het onkruid tiert welig, het gras kruipt in de watergeulen, de grond ontbeert vitaminen, het staat eenvoudigweg te vol.

Elke dag zijn wijzelf in de tuin te vinden. Dat is niet alleen omdat we de nieuwe tuinman met raad en daad willen bijstaan. Wij krijgen er ook energie van. Het is fijn om te zien dat de tuin weer langzaam maar zeker ons kroondomein wordt. Er is nog steeds overal een groot aantal bloemen in verschillende kleuren en formaten te vinden dus ook vogels en vlinders bezoeken onze tuin. De umbrella tree die voor de bale bengong staat, doet zijn naam inmiddels eer aan: als je eronder zit, blijf je droog tijdens een regenbui. Ook de reizigersboom (rechts op de foto) is enorm gegroeid. De zelf gestekte tamarindebomen staan volop in bloei. Saya senang! Het stekken gaat overigens gewoon door (al functioneert onze stektafel tijdelijk als grote afvalbak).

Vandaag probeerde Dewa de grasmaaimachine; het ding wilde niet aanslaan. Niet veel later gaf hij het op. We zagen hem vervolgens met een scherpe zeis handmatig het gras snijden... Dat is geen optie als het 2.600 meter tuin betreft! Nadere bestudering van de machine toonde aan dat er niet alleen geen brandstof was, dat de bougies moesten worden vervangen maar bovenal: dat twee messen waren afgebroken en twee andere zelfs compleet ontbraken. Tja.

Alles overziend, riepen we voor volgende week deskundige hulp in. Purnomo, die wij al jaren kennen, komt Dewa volgende week met vier mannetjes helpen om de tuin in twee weken tijd helemaal schoon te maken en in zodanige staat te brengen dat onze tuinman dat werk voortaan gemakkelijk in zijn eentje kan doen. (We hopen dat hij een blijver is maar zeker weten doen we het nog niet...) Purnomo’s mannen gaan tevens het strand voor onze villa gras-, struik- en boomvrij maken. Daarna kan security Made het ’s ochtends aanharken voordat hij naar huis gaat.

Volgende week wordt een vrachtwagen vruchtbare aarde gebracht, worden nieuwe tuinslangen en sprinklersystemen geleverd, wordt één dode palmboom vervangen door een nieuwe, gaat de uit de kluiten gewassen Singaporeboom eraan en wordt graszaad geleverd. We haalden een groot aantal bestaande planteneilandjes leeg en op die plekken zal nieuw gras moeten gaan groeien. We zijn daar een beetje op uitgekeken en bovendien is de grasmat daarna gemakkelijker te onderhouden. Kortom: we zijn lekker bezig.



maandag 9 december 2013

Tante Komodo

Het was mij de zondag wel. Eerst kregen we bezoek van Elsa en haar jongens en aan het begin van de avond kwam onze beveiligingsman ons iets vertellen dat hem dermate overstuur maakte dat hij zijn verhaal enkele keren moest onderbreken vanwege een grote huilbui. Over dat laatste weid ik niet uit; dat kan worden samengevat met familiale perikelen. Je maakt hier wat mee!

Over de mannetjes spreken we elke dag dus daarover weid ik graag uit. Voordat mijn liefje en ik naar Bali afreisden, spraken wij met elkaar over het feit dat Yudha als zesjarige wellicht geen zin meer had bij ons op schoot te komen en te troetelen met ouwe taarten. Ik kan mij goed herinneren hoe ik als kind familieleden en vrienden van mijn ouders moest groeten; daar hoorde vaak kussen bij. Na elke kus werd de wang of de mond grondig afgeveegd. Ik herinner mij geen stekelige kinnen of wangen van tantes maar ik weet dat het begin van dergelijke ontmoetingen niet altijd een pretje was. (Zelf zorgen we ervoor dat alle ongewenste gezichtsbegroeiing tijdig wordt verwijderd.)

Toen de mannetjes ons weer zagen, was er van hun kant geen schroom. Wij werden besprongen en zij lieten zich vertroetelen. Yudha loodste zijn broertje naar binnen en zei heel lief “kijk eens goed”. Damai had niet direct in de gaten waarop grote broer doelde. Hij werd dan ook naar de zithoek geleid en daar kondigde hij aan dat hij met mij de pohon natal (kerstboom) had opgezet. De kleine keek met grote ogen naar de boom. Het is leuk om Yudha, zelf nog maar zo’n ukkie, zich als grote broer te zien gedragen.

Eerst dronken we koffie, thee en susu met een koekje, daarna was het tijd om te zwemmen. De opblaaskrokodil die in de koffer meekwam, lag al klaar op het terras. Die noemen we hier komodo. Krokodillen vind je niet op Bali maar varanen deste meer. Kleine examplaren zie je hier met regelmaat achter het huis lopen. In februari 2010 troffen wij een grote aan op het strand vóór ons huis. Het dier maakte aanstalte de tuin in te stappen totdat de tuinman daar een stokje voor stak. Dat was geen overbodige actie als je de klauwen van het dier bekijkt.

De groene variant die overigens van dezelfde afmeting is als de grijze (!), is een geschenk van tante Emmy uit Nederland maar ook met dit kado maakte ze vriendjes in Bali. (Tot dan toe voorzag zij deze kinderen van huidzalfjes.)
Damai bleef aanvankelijk op gepaste afstand van het gevaarte terwijl Yudha hem vertelde niet bang te zijn. De ene werd in het Ploufpak gehesen, de andere kreeg vlindertjes om zijn bovenarmen. Yudha sprong meteen op de rug van de komodo te water, Damai keek de kat uit de boom. Onder begeleiding van mijn liefje durfde hij na een tijdje dichterbij te komen en zelfs op de rug te klimmen, met zijn grote broer als voorbeeld. Die durfde immers zelfs zijn hoofd op de kop van de komodo te leggen. Damai greep zich stevig vast en keek langs een poot van het dier de diepte in. Ik ken het gedrag van zijn grote broer die wij drie jaar geleden watervreesvrij maakten.

Eerst dobberden de broertjes in het ondiepe gedeelte van het zwembad, beetje bij beetje wilde de jongste steeds verder weg van de trap. Als ex-zwemjuf weet ik maar al te goed dat je kinderen niet moet dwingen in het water. Yudha kan al aardig zwemmen zonder drijfhulp maar als er wordt gespeeld, is hij vrijer met vleugeltjes. Na het gedobber op de komodo stelde ik hem voor zonder hulp te gaan zwemmen met mij. Zijn beenslag (voor zover aanwezig) is krachtig en daarmee kan hij zich drijvend houden. Onderwater zwemmen doet hij ook; hij kan zo sneller zwemmen. Zijn armslag is echter nog niet om over naar huis te schrijven. Daaraan gaan we de komende maanden werken. 

Hij herinnerde mij aan het vroegere opduiken van een plastic kikker; die was niet meer. Er verscheen een lepel uit de keuken die onder water, op de laagste trede van het bad werd neergelegd. De kunst is echter de lepel van de bodem te pakken. Eerst deden we dat samen: hij en ik onder water, met zijn hand in de mijne en ik die hem dan de lepel onder water overhandigde. Hij wilde het ook weleens alleen proberen. 
Dat is zo leuk aan dit mannetje: als je iets voordoet, doet hij het niet veel later na. Hij dook onder water, ik zag draaikolken en opspattend water -als betrof het een krokodilaanval-, ik zag de witte onderkant van zijn grote voeten boven water, en daar ging hij... en kwam kwam boven met de lepel in zijn hand. Een triomfantelijke kreet volgde, net als applaus van onze kant. Zijn moeder die niet kan zwemmen, was sprakeloos. De beide kids zijn om van te houden. Mijn liefje en ik waren uitgeteld aan het einde van de dag.


vrijdag 6 december 2013

Dakkapelletje?

Vanmorgen kwam een vrachtwagen vol Balinezen, alang-alang (rieten dakbedekking) en bamboe de oprijlaan op. Enige tijd geleden constateerden we enkele zwakke plekjes in het rieten dak van zowel het woonhuis, de carport, de bale bengong en het gastenhuis. Dat soort periodiek onderhoud wilden we onze voormalige huurders niet aandoen dus we wachtten totdat we zelf weer in de villa waren. Van de bouwer kregen we te horen dat ‘zijn’ dakbedekking zes à zeven jaar meegaat maar dat betwijfelen wij. Nu zijn er verschillende soorten alang-alang en ook de dikte van de bedekking varieert. Mijn liefje en ik besloten het onderhoud nu te laten uitvoeren, voordat het regenseizoen losbarst.

De mannen lopen op hun blote voeten als klipgeiten over de schuine daken. We vroegen ons wel af of het schadelijk is voor de rest van het dak... Eerst werd er via de binnenkant van het dak een gat gehakt ter grootte van een flinke dakkapel en daarna werden de rieten matten naar boven gegooid en op de juiste plek aangebracht. We vroegen de mannen ook het riet langs de nok extra te bekleden en vervolgens een nieuwe laag bamboe erop te leggen. Dat gebeurt in een ruitpatroon. Dat van ons zat er sinds de bouw op, in tegenstelling tot vele andere villa’s. Kennelijk vonden anderen het niet wenselijk; wij wel. Nadat het dak van onze buurman enkele jaren geleden was bedekt en een fikse storm losbrak, stond zijn riet als een hanenkam van een punker rechtop. Het dak is dan extra kwetsbaar voor lekkage.
In de loop van de tijd braken de latjes echter en zakten ze naar onderen. Dat zag er niet fraai uit. Inmiddels zie ik veel meer villa’s die de bamboelaag erop laten zitten of aanbrengen. De dakbedekkers gaan circa vier dagen over het werk doen, ijs en weder dienende. De dames in de huishouding blijven vegen, er komen regelmatig strootjes naar beneden maar ook stof en ander spul. Zo vond ik een vogelei en een -nest in de tuin.

De beide dames bevallen ons zeer goed. Ayu, de oudste (30 jaar), is de senior van de twee. Zij is ook degene die kookt. Ze is afkomstig van een heel professioneel geleide verhuurvilla en dat is te merken. Na haar bevalling moest ze echter weer op zoek naar een baan elders. In Bali bestaat zoiets als zwangerschapsverlof en baangarantie niet. Ze spreekt goed Engels en laat het eitje niet van haar nasi goreng eten. Ze bereidde tot nu toe verse tomatensoep, krokante John Dori-vis, nasi goreng met zelfgemaakte satésaus van vers gebrande pinda’s (Ber!), kippesoep, maïssoep, zelfgemaakte lenterolletjes, rundvlees met ketjapsaus en urib. Stuk voor stuk heerlijke gerechten. Ze bepaalt zelf wat en hoe en dat bevalt ons uitstekend. Nome, de jongste (24 jaar), is een goede werkster die constant bezig is met schoonmaken. Ze hebben beide hun eigen schema en we laten hen hun eigen gang gaan.

Aan mijn liefje heb ik geen kind: zij loopt de hele dag glunderend door de tuin. Ze werkt hard mee met onze nieuwe tuinman. Ze snoeit waar nodig (overal). Balinezen hebben de naam niet te kunnen of willen snoeien. Laten wij weer een uitzondering op de regel in dienst hebben?! Jalan Nelly dijde zowel in de hoogte als in de breedte flink uit dus moest radicaal worden ingegrepen. Het is nog steeds een mooi laantje. We vermoeden dat de vorige tuinman al wekenlang in de nieuw aangelegde tuin van de verhuurders aan de slag ging of andere klussen voor hen deed en onze tuin liet voor wat het was. Het gras staat hoog tussen de bomen en planten, overal woekert onkruid, er zit onvoldoende lucht in de tuin al is die nog relatief groen.

Ook het zwembad bleek al weken niet goed onderhouden. Op grote delen van de binnenkant van het zwembad zaten plakaten alg. Ketut, de vorige, was geen zwembadman. Hij vond de scheikunde en al die regels maar lastig. Ook de waterproefjes verliepen soms moeizaam: was het water nu wel of niet in balans? Wij wanhoopten nooit; mijn liefje is immers gewezen zwembadmeesteres.
De snorkelset die ik in de (zoekgeraakte en weer boven water gekomen) koffer stopte, kwam nu al goed van pas. Met een borstel haalde ik die zo goed en zo kwaad als het kon, weg. Het zou gemakkelijker zijn geweest meet een loodriem om mijn lichaam. Stapje voor stapje wordt het weer ‘onze’ villa, naar ‘onze’ normen. Het is fijn om terug op het honk te zijn.



dinsdag 3 december 2013

20 kilo lichter

We zijn in onze villa in Bali aangekomen, de reis verliep heel voorspoedig. Op één dingetje na: mijn koffer bleef moederziel alleen achter in Singapore terwijl mijn liefje, de tweede reistas en ik doorgingen. 
We kwamen aan in de nieuwe terminal van luchthaven Denpasar. Dat werd een positieve ervaring: moest je voorheen in een soort ‘survival of the fittest’-strijd naar een klein burootje rennen om als eerste een visum aan te schaffen (wilde je er niet tot aan Sint Juttemis in de rij staan), nu trof ik in de hal tenminste tien counters aan waar je dat benodigde inreisdocument kon betalen en afhalen. Dat was pluspunt nummer 1. Pluspunt nummer 2 was dat we in een zucht langs immigratie waren. Ook daar kon je voorheen uren staan als je pech had. Het enige minpunt was dus dat we met slechts één koffer aankwamen. Toen de bagagecaroussel al twee rondjes zonder bagage had gemaakt, was het tijd om rond te kijken. Mijn naam bleek op een (lange) lijst te staan van achtergebleven bagage. De verwachting is dat de koffer vanavond thuis wordt afgegeven.

We waren wel zo slim geweest een aantal voorwerpen en kledingstukken over twee koffers te verdelen. Vanmorgen dronken we dan ook een favoriet kopje Nespresso-koffie alleen konden we de warme melk niet kloppen want die zit in de zielige tas. Zo ook voor het zwemgoed van mijn liefje; zij ging vandaag te water met mijn badpak en zelf verzon ik een list met mijn snorkeluitrusting. 

Na aankomst deden we boodschappen bij de plaatselijke Carrefour in het zuiden van Bali, waar de bouwlust overigens nog steeds van de straten spat. Hoe lang gaat dat daar nog door?! Daarna was het tijd voor de reis ‘over de berg’, naar huis. Daar we bijna een etmaal onderweg waren zonder slaap, dommelden we als snel in; ik had grote moeite mijn ogen open te houden. Het is belangrijk zo snel mogelijk in het plaatselijke ritme te komen maar de tandenstokers boden uitkomst. Na tweeenhalf uur kwamen we de Zeeweg opgereden waar we aangenaam werden verrast door nieuw aangelegde rijstvelden pal achter ons huis. Het is een mooi gezicht, dat stukje traditioneel Bali.

Even later zwaaide onze beveiligingsman Made de poort voor ons open... en we stonden tegenover een potdicht huis. Ik dacht direct: “maar goed dat we zelf huissleutels meenamen”. Er was geen pembantu (huishoudelijke hulp) te bekennen. Naar verluidt waren zij opgestapt of met de voormalige huurders meegegaan. Tja, dat was niet bepaald een warm welkom. Ook de koelkast bleek helemaal leeg. En er was geen druppel drinkwater aanwezig. Dat alles was even slikken. Met die ene wc-rol hielden we het overigens wel uit.
Wat mij tevens deed slikken, was de manier waarop ons meubilair eruitzag. Van de oorspronkelijke kleur rood van de bank- en stoelkussens was weinig over. Al ons kamermeubilair was door de langetermijnhuurders naar het terras verschoven om binnen ruimte te maken voor hun eigen meubels. Bovendien bleken ze op enig moment drie huisdieren (honden) te hebben die volgens het personeel altijd op banken en stoelen lagen en aan onze batik knauwden. Ook het dressoir (ons ‘altaar’) was naar buiten verbannen. Het teakhout was dan ook helemaal verkleurd. De kwaliteit van de overige teaktafels was tevens hard achteruit gehold. We missen nog enkele voorwerpen. Kasian, we hebben ons lesje wel geleerd. Gisteravond ging ik met een slaappil naar bed maar ik kon de slaap niet direct vatten; in tegenstelling tot mijn liefje die binnen één minuut zachtjes naast mij lag te snorren. Mijn slaap kwam uiteindelijk wel maar pas nadat ik een aantal malen op de eerste -nare- indrukken had gekauwd.

Trouwe Elsa kwam ons overigens bezoeken met haar mannetjes, die ons een creatief bloemstuk en een bos bloemen gaven. Bij Warung Arya haalde ze eten voor ons allemaal. Het was leuk hen weer te zien. Yudha komt morgen uit school zwemmen en spelen, Damai komt op zondag met hem mee. De beide mannetjes hebben vele kadootjes tegoed, uit de verloren koffer.

Inmiddels hebben we beiden het huis weer omarmd. Ik heb het meubilair weer zodanig neergezet dat het weer als thuis voelt. We hebben inmiddels twee pembantu’s, genaamd Ayu & Nome. De eerste had een briefje neergelegd met de boodschap dat we haar moesten bellen als we haar wilden. Dat deden we direct. Nummer twee werd door nummer een gerustgesteld en overgehaald te komen. Zij vertelde ons vanmorgen dat ze nooit meer voor zoiemand als de huurster wilde werken. Da’s dus geregeld; wij zijn wie we zijn: aardig en respectvol.
De tuinman bleek voorgoed gevlogen: hij ging met de huurders mee naar hun nieuwgebouwde villa. De ironie wil dat wij onze auto verkochten omdat de huurders last hadden van de onze, onder de carport. De reden dat Ketut bij ons weggaat, is dat wij geen auto meer hebben (hij was voorheen tevens onze chauffeur). Het goede nieuws is dat we alweer een nieuwe tuinman hebben, genaamd Dewa. We ‘interviewden’ hem vanmiddag. Tot gisteren werkte hij in een winkel waar landbouwmiddelen worden verkocht. Hij lijkt op een jonge versie van een Blue Diamond. Morgen begint hij aan zijn werk. De tuin is flink gegroeid maar heeft achterstallig onderhoud. Ik spotte reeds mango’s, bananen, ananas en papaya’s aan de eigen fruitbomen. Bovendien maakten we afspraken met de tegelboer (terras en woonkamer), de zwembadman en de dakbedekker. Dit klinkt als een werkvakantie!


vrijdag 29 november 2013

Afscheid van Spanje

Niet eerder verbleef ik zo vele maanden achtereen in Spanje! We keerden in februari terug van een rondreis door vasteland Maleisië en eiland Borneo en trokken bij terugkomst hier onze pantoffels aan. En de verwarming ging aan. Toen ik de reistassen naar de opslag terugbracht, bleek een enorme lekkage in het pand de spullen in onze schuur met een schimmellaag te hebben bedekt. Tot op de dag van vandaag leeg ik met regelmaat het reservoir van de vochtafdrijver in het schuurtje. Die klus neemt vriend Ben in de komende maanden over.

Diezelfde maand vierden mijn liefje en ik ons 24-jarige verbond. We vierden onze beide verjaardagen op mooie locaties in Andalusië, wat ons betreft de mooiste provincie van Spanje. Niet eerder beleefden wij zo’n mooie zomer aan de Costa Blanca: warm maar verfrissend, suave en romantisch. We dobberden menigmaal in de heerlijke golven en keken vanaf onze strandstoelen over de branding uit. Ook vandaag genieten we overigens van het zonovergoten terras waarvan de kussens inmiddels zijn gewassen en opgeborgen.

In de loop van dit jaar streken hier veel migrerende vogels neer wier beelden en geluiden ik vastlegde met mijn camera die ik in Maleisië aanschafte (zie webalbums). Onlangs las ik het boek ‘Vrijheid’ van Jonathan Franzen; een roman die gaat over natuurbehoud, vogels en menselijke verhoudingen. Een aanrader! Ook kruisten veel immigrerende vrienden ons pad: Bernadette, Ger & Monika, Hugo & Emmy, Leon & Richard, Joan & Ben, Frans & Roland, Justin en zijn ouders, en vele anderen. Ze brachten ons veel gezelligheid.

Dit jaar werd ik tevens vice-president van de Vereniging van Eigenaren. Ik was er in de afgelopen maanden lekker druk mee. Zo bracht ik bezoek aan de burgemeesteres, fungeerde ik als zwembadmeesteres, maakte ik met andere betrokkenen het lokale strand schoon, bracht ik de geluidsoverlast van het nabijgelegen winkelcentrum tot acceptabele proporties terug en voerde ik het plaatselijke duivenproject aan.

Lezen en dat vrijwilligerswerk wisselde ik af met mijn kookhobby: ik keek kookprogramma’s als Masterchef Australia, My Kitchen Rules en Poh’s Kitchen en haalde daar veel energie en kookzin uit. Vele experimentele gerechten werden bereid, zowel in hun keuken als in de mijne (soms tot verdriet van mijn liefje)... Thuiskoken werd ook dit jaar weer goedkoper in Spanje. Tevens maakten wij met vrienden uitstapjes naar Spaanse restaurants. Elke keer komen er nieuwe plekken bij; de laatste ontdekking heet Casa Araez in Pilar de la Horadada.

Met deze blog sluit ik ons verblijf aan de Costa Blanca af. Spanje was in de afgelopen maanden goed voor ons. We komen volgend voorjaar dan ook met veel plezier terug. De reistassen liggen inmiddels gepakt in de logeerkamer. We gaan naar Bali waar een lege villa op ons wacht. De batterijen van camera’s en iPod zijn opgeladen, mijn reader is gevuld. Net als die van mijn liefje; ze kreeg het ‘ouwetje’ van Emmy kado. Ik vind het leuk dat we nu tegelijkertijd hetzelfde boek kunnen lezen en daarover van gedachten kunnen wisselen. 

We gaan voor het eerst landen op de nieuwe luchthaven van Denpasar. Terminal One here we Come! In het digitale boek dat ik thans lees, 'De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween' van Jonas Jonasson (een vermakelijke ironische schelmenroman), komt een situatie voor dat een vliegtuig zonder toestemming verzoekt te landen. Degene aan boord die met de Balinese verkeersleiding overlegt, noemt zich Mister Dollar. Voornaam: Eenhonderdduizend. De luchtverkeersleider veinst het slecht te hebben verstaan: "wat was uw voornaam nog maar eens?" Tweehonderdduizend... ze mogen landen. De gezagvoerder glimlacht: u bent hier vast eerder geweest. Indonesie is een land met mogelijkheden, antwoordt de hoofdpersoon. Tja. 
We keren voor het eerst terug naar ons huis zonder een (groot) deel van het personeel persoonlijk te kennen. Elsa, Yudha en Ketut kijken in ieder geval naar ons uit. Echtgenoot en vader Ketut voegt zich pas in Januari 2014 bij ons, als zijn werk op het Amerikaanse cruiseschip erop zit. Een nieuwe avontuur in de tropen kan beginnen. Mijn volgende blog verschijnt binnenkort uit Noord-Bali. Leo Dovente.


maandag 25 november 2013

Einde van een project

Dit is de een na laatste blog uit Spanje van dit jaar.
Onlangs sloten we het duivenproject met Carlos en zijn buizerd Decosta af. We begonnen in September met het vangen van duiven die in onze woonwijk een plaag dreigden te worden. Dat deden we met kleine vallen op terrassen waar de duivenoverlast het grootst was en met een grote kooi die in de Grand Canyon werd geplaatst. We haalden de vallen driemaal per week leeg. In totaal verwijderden we 107 duiven uit de wijk. Dat is vele malen meer dan het aantal van enkele jaren geleden, toen Carlos ook onze duivenprojectmanager was. 

In de laatste twee weken vonden we geen duiven meer in de kooien. Ook zagen we geen vogels op de terrassen neerstrijken. Wel bleek er een groepje ‘immigranten’ op het dak van een belendend woonblok te overnachten. Aan dat gedrag te zien, zijn ze hier niet geboren maar voelen ze zich ’s nachts kennelijk wel geborgen. Dat was hét moment om de roofvogel in te zetten. Alleen al het rinkelen van het belletje aan de poot van Decosta moet afschrikwekkend zijn. De eerste keer had de vogel geen zin om te jagen, de tweede keer deste meer. Hij vloog in volle vaart achter enkele duiven aan. Ik zou niet graag in de huid van zo’n opgejaagd dier willen zitten.

Vanavond had hij een afscheidskadootje voor ons: we mochten Decosta op de eigen arm laten landen! Daar moest ik even over denken, met die snavel en die enorme klauwen op mijn netvlies. Ik liet mij vermurwen. 

Carlos riep en de imposante roofvogel met een spanwijdte van meer dan een meter vloog in duikvlucht op het stukje vlees af dat ik in mijn gehandschoende linkerhand hield. Er landde heel wat kilo's en kracht op mijn uitgestrekte arm. Nadat het vlees was opgepeuzeld, keek ik het dier in zijn grote ogen. 
Een mooie ervaring die ik niet snel zal vergeten. 
Dank aan eenieder die aan dit project meewerkte, niet in de laatste plaats aan Carlos en zijn vogel.

In Nederland liepen vogelliefhebbers vandaag uit voor een zeldzame sperweruil, hier aan de Costa Blanca werkt ‘Dutch Bird Alert’ niet. En dat is maar goed ook.



dinsdag 19 november 2013

De kachel snort...

’s Avonds snort de kachel hier zachtjes, dat maakt het heel comfortabel in huis. Sinds een week vind ik het hier koud. Vorige week zaten wij nog in zomerkleding, met de voetjes in het zand met vriend Ger en zijn beide zonen Jeroen en Sander bij de plaatselijke strandtent; genietend van een drankje en met uitzicht op de helderblauwe Middellandse Zee.

In Noord-Spanje sneeuwde het recent en thans komt bij ons de wind uit het Noorden. Kortom: de kou wordt door de lucht zuidwaarts gevoerd. Door een fikse wind die oploopt tot kracht 6. Wij lopen inmiddels in lange broek, met sokken, winterschoenen en truien. ’s Ochtends verwarmt de zon de kamer, wij drinken nog steeds ons kopje koffie op een überzonnig terras. Om circa half vier verdwijnt de zon van het terras. Mijn liefje, die ’s ochtends vroeg al buiten zit, heeft een gebruind wintersporthoofd. Als ze mij toelacht, lijken haar tanden sneeuwwit. Zelf zit ik graag binnen maar wel met de terrasdeur wijd open. Ik vind het bij tijd en wijle nog steeds tè warm op het terras.

Mijn liefje en ik keken elkaar onlangs aan met dezelfde gedachte: het wordt tijd voor ons vertrek naar Bali, de overwinteraarsplek. We verheugen ons er langzamerhand op. Na bijna anderhalf jaar keren we naar onze eigen tropische villa terug. De Hollandse huurders die er gedurende die tijd verbleven, maken de villa thans leeg en zorgen ervoor dat alles in de ‘oude’ staat wordt teruggebracht. Zij vertrekken met hun honden en inboedel naar hun eigen huis in een verdergelegen dorp. Zij bouwden dat in de afgelopen periode in eigen beheer.

Het regenseizoen is in Bali formeel begonnen. Ik verheug mij op wonderlijke wolkenpartijen en dramatisch ogende moessonregens. Tevens kijk ik uit naar zwemmen in het eigen semi-Olympische zwembad, vogels kijken en wandelen door de tropische tuin. Hoe hoog is de koningspalm inmiddels? Hoe zien de umbrella trees eruit, bij de bale benong? Hoeveel soorten hibiscus staan er thans in de tuin? (Ooit waren het er meer dan 25.) Hoeveel fruitbomen staan nu in bloei en van welke soorten? Niets lekkerder dan fruit uit eigen tuin! Vanmorgen kregen we het bericht dat tuinman Ketut zijn baan heeft opgezegd. Hij vertrekt op 1 december na een dienstverband van bijna drie jaar. Daar werden we beiden even stil van. Ketut is een aardige vent en een getalenteerde tuinman. Een man met werkelijk groene vinger. Wij konden het naar mijn weten goed met elkaar vinden. We hebben geen idee wat de reden is van zijn vertrek maar kennelijk staat er al een nieuwe kandidaat voor de functie klaar. Jammer is het evenwel.

Ook heb ik veel zin in Aziatisch eten als dagelijkse kost. We kennen de pembantu’s niet die thans de huishouding voeren. Tegelijkertijd met het bericht van de vertrekkende tuinman, kregen we te horen dat een dametje in de huishouding had opgezegd per 1 december. Je zou het bijna persoonlijk gaan nemen, al kennen wij haar niet... Wij keren immers per die datum op het honk terug?! We hebben geen idee of degene die blijft, naar onze smaak kan koken; we zullen zien. Het is vertrekkend personeelslid nummer 8 of 9, als ik mij niet vergis. Alleen security Made is nog van ‘ons’ eerste team. Al die personeelswisselingen vonden plaats in onze afwezigheid. Tja, langetermijnverhuur is goed voor het beheer van een villa en het dekt de kosten maar het brengt ook een hoop gedoe met zich mee. Vooral als het gedachtengoed tussen eigenaar en huurder nogal blijkt te verschilen. We zijn weer vele ervaringen rijker. Voorlopig verblijven enkele Hollandse en Belgische buren ook in hun villa in Noord-Bali dus dat zal de Decembermaand een Europees tintje geven. We hebben veel met elkaar bij te praten en te bespreken.  

Alle vorige keren dat wij naar onze eigen villa terugkeerden, wisten wij dat manager Elsa daar op ons wachtte. Ze werkt inmiddels elders maar het contact bleef. We skypen af en toe met elkaar en wisselen op de meeste zondagen een sms’je uit. Zij meldde ons afgelopen keer dat ze de dagen aftelt tot onze komst. Zij en haar beide zoontjes kijken naar verluidt naar onze komst uit. Yudha spaart zelfs voor een kadootje voor ons. Dat wilde hij graag omdat wij hem en zijn broertje Damai altijd verrassingen geven als we aankomen. Dat is nu niet anders. Het logeerbed ligt bezaaid met spulletjes voor de kids: zwembadspeelgoed, bouwdoosjes, kleurpotloden, kleding en ander behendigheidsspeelgoed. Volgens mijn liefje vult het minstens één koffer. Als logistica van de familie denk ik dat het meevalt, al gaan ook nog voor enkele maanden Nespressocups mee. ‘Bali here we come!’ Ik laat het winterseizoen en alles wat daarbij hoort, graag achter mij.


woensdag 13 november 2013

Asielaanvraag

In 2005 vroegen wij voor het eerst een residentiekaart aan voor Spanje. Toentertijd reden wij met tolk Benjamin om vijf uur 's ochtends naar Alicante om daar voor het ochtendgloren in een lange wachtrij aan te sluiten. Het was winter en het was koud. Om beurten gingen we naar een dichtbijzijnd koffiehuis om even op te warmen en koffie en thee voor onszelf en omstanders te halen.

Vanmorgen gingen we onze residéncia verlengen. Zo’n actie behoort niet tot de favoriete bezigheden, het behoort tot de zogenaamde ‘straftaken’. We gingen vroeg op weg met twee dikke stapels documenten. De administrateur van de familie (aka Mijn Liefje) had alles in de gevraagde veelvouden gekopieerd. Wat je allemaal niet moet meebrengen: het aanvraagformulier EX-18, het originele paspoort plus twee kopieën, een recente kopie van het banksaldo - op naam, een kopie van de polisbladzijden van de ziektekostenverzekering, ook op naam. En dat terwijl we slechts voor een verlenging kwamen...

Toen wij van Nederland naar Engeland verhuisden, moesten we ons tevens ter plekke inschrijven. Het originele paspoort, een afschrift van de telefoonrekening en het aanvraagformulier waren voldoende. Er kwam een stempel op het formulier en klaar was kees. Daarmee waren we ingezetenen. De hele procedure duurde minder dan tien minuten.

Terug naar Spanje. De huidige omstandigheden waren beter dan de vorige keer: we konden de verlenging regelen op het eigen gemeentehuis van Orihuela Costa en de zon scheen. Mijn liefje verzekerde mij dat al het papierwerk in orde was. Ik moest er niet aan denken dat wij zou worden weggestuurd en weer een nieuwe afspraak zouden moeten maken. We waren zeker niet de enigen. Om ons heen hoorde ik Russisch, Engels en Duits. Er waren onvoldoende zitplaatsen in de wachtruimte. De medewerkster kwam regelmatig uit haar kantoortje gelopen om de nummers van de wachtenden op haar lijstje te verifiëren. Alhoewel er een electronisch nummersysteem hing, riep zij de nummers af. Met regelmaat kwamen Spaansogende personen de hal in die dan direct naar het kantoor doorliepen. Wij zagen dat een tijdje aan totdat mijn liefje er iets van zei tussen nummer 11 en 13 door... (Wij waren nummers 14 en 15.) Het bleken nummer 6, nummer 1 en nummer 7 te zijn die extra kopietjes hadden moeten maken en met een complete set terugkeerden.

Iemand die naast ons stond te wachten, een Engelse verpleegster, bleek nummer 13 te zijn. Ook zij bezag de situatie met lede ogen. Het was al haar derde bezoek voor een en dezelfde vergunning. De eerste keer bracht ze onvoldoende documenten mee, de tweede keer (in augustus) was het kantoor gesloten en nu dit, terwijl ze in het ziekenhuis behoorde te zijn. Haar Spaanse partner had al eens ironisch gezegd dat het sneller is te trouwen dan de residentie-aanvraag te doen. Zij vertelde tevens dat diezelfde ochtend een Engelsman die de aanvraag tot resident kwam doen door een nukkige Spaanse politie-agent was weggestuurd. Hij moest eerst maar eens Spaans leren spreken en dan terugkomen. Of de volgende keer een tolk meebrengen. En dan te bedenken dat hij werkzaam is op Bureau Buitenland. Bovendien is circa 80% van de residenten in deze gemeente van buitenlandse origine is. Tja.

Uiteindelijk was het onze beurt. Ik werd naar voren geschoven omdat mijn liefje bang was dat ze persoonlijk de ‘cold shoulder’ zou krijgen vanwege haar eerdere gemopper. Ik kreeg dus opdracht met mijn allervriendelijkste glimlach en mijn beste Spaanse openingszin binnen te stappen. Hoezo intimidatie?! Ik zei vol vertrouwen dat we alle benodigde documenten hadden verzameld en plofte twee dikke dossiers op haar bureau. Ze bladerde in de stapel, gaf documenten terug en bleef toen stilstaan bij de legesbladzijde; de aanvraag kost € 10,40 per persoon. Te betalen bij... een willekeurige bank?! Wij dachten dat we de betaling ter plekke moesten doen. Gelukkig zit er een bank tegenover het gemeentehuis; ook die wachtrij was van Spaanse proporties. Eenmaal terug, drongen ook wij zonder schroom voor. De stempels kwamen, volgende week kunnen we onze ‘verblijfsvergunning’ ophalen.



donderdag 7 november 2013

Decosta en andere gevederde vriendjes

De spechten zijn weer terug op het honk! Ik denk dat het een nieuw seizoen inluidt. We zien de grote bonte spechten in het voorjaar en het najaar. In de zomer schitteren ze door aanwezigheid. 
Ook de cicaden laten zich niet meer oorverdovend horen. Als ik goed luister, hoor ik ze hier en daar nog wel maar het staat niet in verhouding tot het geluid dat ze in de zomer maken. Tot nu toe hadden wij geenszins last van muggen. Dat is ook nu niet het geval maar wel zag ik gisteren grote zwermen voor het terras rondzweven. Ik zei tegen mijn liefje dat ik mij afvroeg of het beeld op de gevoelige plaat kon zetten. Het bleek te lukken. Het lijkt alsof er honderden sneeuwvlokken dwarrelen. Een mooi gezicht.

De vaste lezer weet dat we momenteel in onze woonwijk een anti-duivenproject uitvoeren. Op sommige terrassen lag de duivenpoep centimeters dik. Een ingreep was dus nodig. Inmiddels vingen we circa 100 duiven, met behulp van grote en kleine kooien die op verschillende locaties werden uitgezet. In de afgelopen anderhalve week vingen we echter niets meer. Nergens. Er werd niets gegeten en de kooien bleven leeg. Het werd dus hoog tijd voor de laatste stap in dit project: de inzet van de roofvogel van Carlos.

Die wordt ingezet om de laatste duiven, die de kooien niet meer binnengaan, alsnog weg te jagen of met scherpe klauwen te doden. Een duif komt per definitie terug naar de plek waar hij/zij is geboren. Momenteel vladdert er nog een handjevol duiven in onze woonwijk rond. Aangezien de temperatuur overdag en ’s nachts nog tamelijk hoog is, kunnen duiven zich nog goed voeden in de natuur. Ze hoeven dus niet persé uitgestrooid voer te eten uit een kooi op een mensenterras.

Carlos bracht onlangs zijn woestijnbuizerd mee (Parabuteo unicinctus) ook wel ‘Harris-havik’ genoemd. Hij noemde de vogel Decosta, van de kust. 

Het is een mannetje van zes jaar oud. Het is een sterke vogel, ongeveer 50 centimeter groot, met een vleugelspanwijdte van circa één meter. Indrukwekkend. Vooral als je naar de snavel en de grote gele ogen kijkt. Het oorspronkelijke natuurlijke leefgebied van het dier is van de westkust van Amerika tot aan Chili. Daar leven ze in bossen en bergen (Andes).

Decosta kwam aangereden achterin de auto van zijn baasje. Met een kapje over de kop om teveel indrukken te vermijden en het dier rustig te houden. Net zoals mensen doen met hun ADHD-kinderen. 
Het was inmiddels schemerig toen we naar een hooggelegen terras gingen. Wie kan zeggen dat hij met een woestijnbuizerd in een lift zat? Me! Ik aaide het fraaie dier, het zijn immers mijn gevederde vriendjes. De zonsondergang over de golfbaan en het zwembad was overigens prachtig, zoals bijna elke avond. De eerste keer dat het mannetje uitvloog, streek hij neer in een plaatselijke pijnboom waar hij het kennelijk naar zijn zin had. Ik hoorde het belletje om een van zijn poten rinkelen maar verder gebeurde er niets, wat Carlos ook deed. Hij riep, floot, blies op een fluitje, wapperde met een stukje vlees, stond onder de boom maar het mocht niet baten. Decosta bleef waar hij was. Achter duiven aangaan, verdomde hij. Het dier draagt een zendertje aan een van zijn poten waarmee hij via een GPS-signaal is te traceren, mocht hij uit het gebied wegvliegen. Carlos kwam tot de conclusie dat zijn vogel lui was, wellicht vanwege het overdadige voederpatroon. Hij besloot het dier een dagje op rantsoen te zetten. Als hij honger heeft, gaat hij wel achter een hapje aan, dat was de gedachte.

De tweede keer dat Decosta ter plekke werd ingezet, was niet veel beter. Het kapje ging wederom van de kop, de vogel vloog uit. Deze keer zonder zendertje omdat de software niet werkte; daarmee nam Carlos een risico. Het dier streek neer op een belendend dak en bezag de twee- en viervoeters vanuit de hoogte. Wederom gebeurde er niet veel. Tweemaal kraste het dier. Dat geluid zal ik niet snel vergeten. Hij vloog van dak naar dak terwijl ik mijn camera hanteerde.

Spaanse residenten die hun kleine hond uitlieten, bleven op gepaste afstand (!) maar wel met interesse staan kijken. Ze hadden nog nooit zo'n vogel van dichtbij gezien. Er werden foto's gemaakt. 
Carlos was resoluut: ook deze avond had Decosta geen zin om voor de gemeenschap te werken. De vogel bleef zitten waar het zat alhoewel een koppel duiven en twee kleine residente valken boven zijn kop cirkelden. Valken zijn overigens te klein om op duiven te jagen en de buizerd heeft per definitie geen interesse in een mederoofvogel. Carlos geneerde zich, ik sprak hem bemoedigend toe: no pasa nada, niets aan de hand. Decosta is en blijft een machtig mooi dier. Volgende week gaan we een nieuwe poging wagen. De woestijnbuizerd wordt tijdelijk op water & brood gezet.


maandag 4 november 2013

Finaleweek

Gisteren togen wij naar La Glea om er het laatste zomerdrankje te nuttigen. Tenminste, dat dachten wij. Dat is traditie: elk jaar verwelkomen mijn liefje en ik de zomer en zeggen wij dat vaarwel. Doorgaans doen wij dat bij de chiringuito (Spaanse strandtent) van het plaatselijke strand, in het laatste weekend van oktober.

Mijn liefje en ik bestelden ieder onze favoriete cocktail. Terwijl wij op de bereiding wachtten, vroeg ik aan een van de medewerkers wanneer de tent daadwerkelijk zou sluiten. “Volgend weekend”, was zijn antwoord. Dat was verrassend maar niets verrast als je bedenkt dat het deze week nog enkele dagen 30 graden Celsius wordt! 
Het is een uitzonderlijk mooi naseizoen en wij genieten met volle teugen. Op het eigen terras was het gisteren eenvoudigweg te warm om in de zon te zitten. Gisteravond bleek dat de schelp van mijn rechteroor, de kant die op het strand naar de zon toe had gezeten, was verbrand. Bijzonder, zeker als je bedenkt dat ik al maandenlang in een zonnige omgeving leef.

De temperatuur van het zeewater ligt hier nog rond 24 graden en het water is al dagenlang kraakhelder. Zo zag ik het niet vaak. Er zijn meer snorkelaars dan ooit, evenals duikers die speervissen. Je kunt op heldere dagen zonder masker vele meters diep kijken. Op enig moment zag ik in de omslag van een golf een kleine groep vissen opspringen. Een mooi gezicht. Sinds mijn bodyboard achterin de auto ligt, zijn de golven dermate klein dat ze ongeschikt zijn om op de surfen. Zul je net zien. 

Maar ik treur niet. Als ik eerstelijns op mijn strandstoel over de Middellandse uitkijk en naar het geruis van de branding luister, verstommen mijn gedachten. Het wordt dan heerlijk stil in mijn hoofd. (Iets dat mij bij mijn eigen vorm van ‘meditatie’ tot nu toe niet lukt.) Niets lekkerder dan uitkijken over het water, met de voetjes in het zand, de reader onder handbereik en mijn liefje aan mijn zijde. Zij vraagt mij regelmatig hoe ik mij voel en dan word ik geacht met een cijfer van nul tot tien te antwoorden. Op die momenten deel ik een dikke voldoende uit. Ik ben niet alleen een officiële Cloud Spotter maar ook een volleerd en overtuigd Wave Watcher!

Het is weliswaar nog volop zomer in mijn kop, dat neemt niet weg dat wij al enige tijd wijnzuurkool en rookworst in huis hebben. We kochten het recent bij de Nederlandse supermarkt aan de Costa Blanca. Alhoewel mijn liefje mij wekelijks voorstelt die oerhollandse stampport te bereiden, zei ik tot voor kort dat het typisch een November-maaltijd is. Ik heb namelijk geen trek in zoiets als de mussen hier nog van het dak vallen. Zo probeerde ik de winterkost op afstand te houden. Ik denk niet dat ik het nog lang volhoudt; binnenkort zal ik eraan moeten geloven. Zie je het voor je: ’s avonds op een zwoel terras in bermuda en korte mouwen aan de stamppot?! Mijn smaakpapillen zijn nog ingesteld op sardientjes van de grill, tapas, rauwe zalm, couscous, zontomaatjessalade, komkommer, aardbeien en dergelijke. Kortom: zomers voedsel.

Deze week vindt tevens de finaleweek van Masterchef Australia 2013 plaats. Mijn favorieten zijn nog in de race: Rishi, Emma en Samira. 
Dat geldt ook voor de favoriet van mijn liefje: Lynton. Rishi heeft Indiase roots; hij is een intelligente kok met veel verstand van smaken maar zijn opmaak is niet altijd geslaagd. De getalenteerde Samira heeft Noord-Afrikaanse roots en kwam sterk terug na te zijn afgevallen. Het was voor het eerst in de geschiedenis van Masterchef Australië dat een afvaller zich kon terugvechten in de competitie. Samira deed dat met overgave. Emma was de eerste die een immuniteitsspeld verdiende door uitermate goed te koken. En dat doet zij nog steeds. Haar kookkunst werd regelmatig verkozen tot publieksfavoriet. En dan Lynton... de favoriet van mijn liefje. Geboren op een cattle station. Aanvankelijk kon hij vooral vlees bereiden. Van vis had hij geen verstand. Inmiddels is hij een geraffineerde amateurkok! We zitten aan de buis gekluisterd. Aan het einde van de week weten we wie er dit jaar met de eer gaat strijken. Ik voorzie een zinderende finale. Ik zit er klaar voor!


woensdag 30 oktober 2013

Donder en bliksem

Aan het begin van deze week joeg een fikse storm over Noord-Europa. Een week eerder was voor dinsdag jongstleden bij ons aan de Costa Blanca 44 milimeter regen voorspeld. Daar één milimeter regen overeenkomt met één liter water per vierkante meter, zou het dus gaan om 44 liter op elke m2. Gemiddeld valt er aan deze Costa ruim 20mm in de hele maand oktober dus je kunt je voorstellen dat de voorspelling niet veel goeds inhield. We rekenden dus op een dagje binnen blijven.

De weersvoorspellers zaten er deze keer flink naast. De storm brak wel los in Nederland en omringende landen maar hier veel geen druppel regen. Rond vijf uur ’s avonds trokken donkere wolken mijn gezichtsveld binnen. Daar ons appartement aan vele zijde ramen heeft, was het alsof we naar een 3D-film keken. Het gedonder en gebliksem begon aan keukenzijde, trok langs het woonkamerraam en speelde zich vervolgens langdurig voor ons terras af. Ooit maakte ik iets spectaculairs mee in Darwin. Daar ging het om tienduizenden bliksemflitsen over drie uur verspreid. Hier hield dit weer ongeveer een uur aan. Ik probeerde het geflits met mijn Sony Cybershot te vatten. Een bliksemschicht kreeg ik niet op de gevoelige plaat, het oplichten van de pikdonkere nacht lukte wel al kreeg ik een lamme arm. Ik vind het altijd een machtig gezicht.

Vandaag was een dagje in en rond de woonwijk. De president van onze vereniging van eigenaren keerde huiswaarts dus ik sta er als vice-president weer alleen voor, bijgestaan door mijn lieftallige assistente aka Mijn Liefje. No pasa nada (ofwel: niets aan de hand), zij en ik rooien het samen al jaaaarenlang! 

Gisteravond kreeg ik een telefoontje van tuinman Matt die mij vertelde dat iemand mij wilde spreken. Die persoon was zwaar ontstemd over een bepaalde situatie in de wijk. Ik nam de telefoon aan. De persoon in kwestie trok fors van leer alhoewel ik hem niet persoonlijk ken. Als vrijwilliger ben ik inmiddels gewend aan dergelijk gedrag. Bovendien was ik door enkele Engelse collega’s reeds voor hem gewaarschuwd. Hij is president van een belendende woonwijk maar waant zich koning van de gehele wijk. 

Ik hoorde zijn stem en de wijze waarop hij mij toesprak en dacht “jij bent -inderdaad- een bullebak”. Ik luisterde aandachtig, reageerde niet inhoudelijk, hield af en toe de telefoon op afstand van mijn oor en sloot het gesprek netjes af op het moment dat mij dat goeddunkte. Bullies en ik zijn geen geslaagde combinatie. 
Door de luxaflex voor het keukenraam zag ik onze tuinman en de bully. Diens georeer ging nog even door. Stoom kwam uit de auto van de bullebak. Hij liet Matt weten dat hij al het afval bijeen zou laten rapen en het in ons zwembad zou dumpen. Dat sloeg bij ons in als een bom!

De kwestie is dat ‘wij’ tuinafval in ‘zijn’ groencontainer gooien. Na enig uitpluiswerk en contact met de burgemeesteres blijken beide partijen ongelijk te hebben. De bully heeft ongelijk omdat de groencontainer niet van hem is maar van iedereen. Wel is het zo dat sinds 2008 in Spanje een wet van toepassing blijkt die voorschrijft dat alleen individueel tuinafval in dergelijke bakken mag worden gedaan; het mag dus niet worden gebruikt als opvang van gemeenschappelijk tuinafval. Dat wisten de tuinman en ik niet. Onze tuinman meldde mij anderhalve week geleden dat de tuinafvalbelt in de buurt die hij tot dan toe altijd gebruikte, de deuren had gesloten. Wat moest hij met de grote, gesnoeide palmbladeren naartoe? Hij zei mij daarop dat hij die tijdelijk naast de grijze container zou leggen, totdat die zou worden geleegd. Ik stemde in.

Die container is al geruime tijd niet geleegd. Onze tuinman is overigens niet de enige die daar tuinafval neerlegt maar ik ben het met de bullebak eens: het ziet er niet fraai uit. Zeker niet als derden zich ook nog gerechtigd voelen hun vuilniszakken er bovenop te dumpen. Voor je het weet, trek je ratten aan en na ratten komen de slangen.

Vandaag heb ik dan ook offertes aangevraagd bij verschillende partijen die het groenafvalprobleem voor onze vereniging gaan oplossen. Vanzelfsprekend tegen kosten. De bullebak reist naar verluidt aanstaande zaterdag terug naar Engeland. Ondertussen heb ik de beveiliging gevraagd een oogje in het zeil te houden bij ons zwembad.