woensdag 27 februari 2013

Barefoot’s Big Five

Wekelijks kijk ik naar een aflevering van de BBC-serie AFRICA die mij niet lang genoeg kan duren. Gisteravond betrof het de aflevering Congo, gefilmd in het Oost-Afrikaanse regenwoud dat als de longen van Afrika functioneert. Vorige week zag ik een aflevering van ‘The making of…’ De BBC moest ver en diep gaan voor deze serie, qua financiën en qua inspanning. Sinds de eerste aflevering, getiteld Kalahari, verleiden de makers de reislustige Hollandse in mij. In mijn hoofd ben ik alweer op pad; reizen is verslavend.
Mijn liefje reageerde met een spreekwoordelijke tik op mijn neus, zoals een leeuwin haar welp een lesje leert. Volgens haar moet ik nu toch ècht eens leren wat langer op één plek te zijn en te blijven. Ze heeft gelijk. We zijn inderdaad nèt terug van een rondreis door Maleisië maar ik ben altijd klaar voor een nieuw avontuur.

Afrika is gezegend met prachtige natuur. In dat opzicht is het continent steenrijk. Al jarenlang wordt Afrika 'het verloren continent' genoemd omdat er zoveel slecht nieuws vandaan komt: honger, armoede, aids, corruptie, stammenstrijd, burgeroorlogen, apartheid. Nauwelijks iets om positief over te zijn. Langzaamaan ontwikkelen delen van Afrika zich, de Afrikaanse economie groeit. Het zijn stappen in de goede richting al is er nog een lange weg te gaan. Nieuwe gevaren dienen zich aan, zoals in Mali.

Weliswaar ben ik -nog- geen heel ervaren Afrikaganger maar de ervaringen in de landen die ik daar bezocht, bevielen mij zeer. Vooral aan Kenia en Zuid-Afrika heb ik goede herinneringen. In 2001 reisde ik met mijn liefje naar het oosten van Afrika waar we op safari gingen. De tweede Africa-aflevering (getiteld Savannen) was om die reden een feest van herkenning. De BBC-crew filmde in het Amboseli National Park. Daar schijnt al geruime tijd grote droogte te heersen hetgeen leidt tot diersterfte. De gefilmde dood van een olifantenkalfje vond ik ontroerend.

In de tijd dat wij het bezochten, heette het gebied nog Masaai Amboseli Game Reserve. Het ligt in het binnenland van Kenia en is niet groot: circa 400km2. Amboseli is vooral bekend om zijn grote olifantenkuddes. Wij vlogen er vanuit Mombasa met een propellorvliegtuigje naar toe. De piloot, een enorme zwarte man die bijna niet in de cockpit paste, heette ons welkom met een glimlach van oor tot oor.
Het nationale park ligt niet ver van de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika.
Vanuit het vliegtuig hadden we prachtig zicht op de berg mèt besneeuwde top. Nog wel… de ijskap smelt in razend tempo. Men verwacht dat dit bergmassief tussen 2015 en 2020 sneeuwvrij wordt. We landden op een dieprode airstrip met een schuurtje erlangs. “Taxfree shopping”, riep mijn liefje enthousiast. De stemming zat er al goed in.
Onze safarigids annex chauffeur was een goed geïnformeerde, zeer onderhoudende lokale Masaai. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat toonde hij ons plaatsen waar we de 'Big Five' zagen: olifanten, buffels, leeuwen, neushoorns en luipaarden. En zoveel meer. Wij, grote bofkonten, zagen de meeste dieren van zeer dichtbij. Ook de kleurrijke zonsondergangen staan in mijn geheugen gegrift. Nooit zag ik mooier licht dan in Afrika.

We gaan het continent zeker weer bezoeken. Al was het maar om Saskia & Kirk weer te zien. Zij zijn vrienden van goede vrienden van ons en begonnen in 2011 aan een wereldreis-zonder-einde. In dat jaar deden zij Bali aan en verwelkomden wij hen als gasten in onze villa. Het klikte en het werd een leuk samenzijn. Saskia is van Hollandse ouders maar groeide op in Zuid-Afrika, Kirk is Amerikaan van geboorte. Zij verblijven nu voor langere tijd in Kaapstad. Zij brachten de auteur Wilbur Smith onder mijn aandacht. Smith is geboren in Centraal-Afrika en schrijft historische romans waarin veelal Afrikaanse families figureren. Sindsdien lees ik zijn boeken met regelmaat en met veel plezier. Op dit moment ben ik bezig aan een dikke papieren pil, getiteld 'Power of the Sword' (2007).

Iets van heel andere orde maar zich wel afspelend in Afrika, is het boek 'Een droog wit seizoen' (1980) van de Zuid-Afrikaanse auteur André Brink dat ik onlangs op mijn reader las. Het boek verhaalt over een witte leraar, Ben du Toit, die verzeild raakt in het verstikkende web van de apartheid. Hij vecht tegen het onrecht dat zwarte mensen wordt aangedaan en komt uiteindelijk zelf in een soort Kafkaeske situatie terecht waaruit hij zich niet kan redden. Het is een beklemmend boek dat echter prachtig is geschreven. Ik kon bij lezing maar één ding denken: dit nooit weer! Apartheid werd formeel afgeschaft maar ik vraag mij in alle ernst af hoe het wit Zuid-Afrika zal vergaan als peacekeeper Madiba (Nelson Mandela) overlijdt…


zondag 24 februari 2013

Eeuwig verloofd

Op 10 februari jongstleden ving het Chinese Nieuwjaar aan. Volgens die jaartelling leven we nu in het Jaar van de Waterslang en als je de deskundigen mag geloven, is dat voor paren geen sinecure! Aldus Feng Shui-expert Gunadi Widjaja tijdens een interview met de Jakarta Post op 3 februari;

"It is not going to be a very good year for romance. 
Couples will need to be very careful if they want to maintain their relationship".



Mijn liefje en ik vieren vandaag het feit dat onze liefde 24 jaar duurt. WIj vieren sowieso elke 24ste van elke maand want je weet maar nooit of je de volgende haalt. Jaar van de Waterslang of niet?! 
We keken elkaar vanochtend diep in de ogen, feliciteerden elkaar op gepaste wijze en dachten allebei ongetwijfeld iets in de trant van “dat hebben we toch maar mooi gehaald”. Een goede relatie moet je dagelijks onderhouden en dat vergt tijd, aandacht en toewijding. Dat is inderdaad geen sinecure.  

Deze mijlpaal is voor mij in hét kroonjaar. Ik ken meer betekenis toe aan ons 24-jarige samenzijn dan aan het formele zilveren jubileum. Dat komt door het magische getal 24. Mijn liefje en ik ontmoetten elkaar op de 24ste en beiden zijn we jarig op de 12de van een maand. Zo werd 24 ons 'gelukgetal'. Zij koopt al jaren een lot in de loterij met dat eindgetal. Tot op heden viel er geen prijs van betekenis op het nummer. Mij deert het niet; ik heb al het idee dat ik de hoofdprijs won. Met haar…

Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, voelde ik stante pede een diepe verbondenheid met haar. Noem het lotsbestemming. Ik ging voor het eerst serieus over een lang en gelukkig leven met iemand anders denken. We zijn nu aardig op weg. Tijdens de eerste gezamenlijke vakantie die ons naar Schiermonnikoog voerde, werd zij mijn verloofde. Op de trappen van het stadhuis van Dokkum vroeg ik haar, terwijl ik het clipje van mijn colablikje om haar pink schoof. Verloofd zijn we nog steeds.

Vele ringceremonies volgden, in eigen land en ver daarbuiten. Met serieuze en symbolische ringen. Tijdens ons recente verblijf op Bali schoven we wederom de ringen om. Deze zijn gemaakt van schelp; kosten: € 0,28 per stuk. Zij heeft geen behoefte om te trouwen, ik evenmin. Bovendien willen wij met zo’n homohuwelijk de wereldvrede niet bedreigen...

In onze harten sloten we een verbond voor de eeuwigheid. Op naar de volgende 24 jaar!


Touched by an Angel

We, unaccustomed to courage
exiles from delight
live coiled in shells of loneliness
until love leaves its high holy temple
and comes into our sight
to liberate us into life.

Love arrives
and in its train come ecstasies
old memories of pleasure
ancient histories of pain.
Yet if we are bold,
love strikes away the chains of fear
from our souls.

We are weaned from our timidity
In the flush of love's light
we dare be brave
And suddenly we see
that love costs all we are
and will ever be.
Yet it is only love
which sets us free.

Maya Angelou (4 april 1928)



donderdag 21 februari 2013

Zoooo om!

Geen idee of de regelmatige bloglezer het opmerkte maar in Borneo schafte ik een nieuwe digitale camera aan. Mijn allereerste digitale camera was een Canon Powershot G1 die ik in 2001 kado kreeg. In 2003 kwam daar een Canon EOS 300D (SLR) bij, een van de eerste digitale spiegelreflexcamera’s. Al die jaren gebruikte ik de EOS met veel plezier, in combinatie met een compactcamera voor kiekjes. Het relatief zware toestel, tevens uitgerust met telelens, sjouwde ik naar vele verre oorden mee. Toen de schoudertas mij ging hinderen, kocht ik een heuptas om de camera te kunnen blijven dragen. Het gewicht ging mij echter meer en meer tegenstaan. Ik was toe aan een lichter model. Ik wilde bovendien een goedkopere camera met een betere zoomlens. Dat trouwe ouwetje ruilde ik onlangs in voor een spiksplinternieuw model.

In een paar Maleisische winkels deed ik vergelijkend onderzoek. Mijn voorkeur gaat uit naar Canon, het merk dat mij in de afgelopen jaren nauwelijks teleurstelde. Mijn oog viel op de nieuwe Canon PowerShot SX50 HS, niet te groot maar wel een serieuze camera. Ik was aangenaam verrast door de vele handige en mooie functies van deze lichtgewicht camera (595 gram). Ik werd echter volledig overrompeld door de 24mm ultragroothoeklens met 50-voudige optische zoom. Met de ZoomPlus-functie is de lens zelfs uitbreidbaar tot een 100-voudige zoom. Deze camera is ideaal voor een amateur zoals ik die foto’s wil maken zonder gedoe met lenzen. De ultrazoom vereist wel een stabiele hand maar dat is voor mij geen probleem. Ik was meteen om!

Vele winkels die ik in Kota betrad, bleken niet geïnteresseerd in inruil. In een klein winkelcentrum vond ik echter een goed uitgeruste fotozaak waar de gewenste PowerShot in de etalage stond. Vader en zoon van Chinese origine hadden wel oor naar een inruil. Zoonlief nam mijn oude SLR onder handen en probeerde alle functies, de 24mm lens en de separate zoomlens uit. Hij ging daar zo fanatiek mee aan de slag dat de flitser, die automatisch uitklapt, zich op enig moment niet vertoonde. Ook mij lukte het niet. Ik zei met een glimlach dat die functie het tot voor kort nog deed en dat het waarschijnlijk aan de enthousiaste aanpak van de jongeman lag… Eerlijk maar geschikt gemaakt voor Aziatische oren. Hij gaf -lachend- toe dat hij het ouwetje inderdaad alle hoeken van de camer liet zien, zoals dat hoort bij een grondige test. Zij hadden mij immers een hoge inruilwaarde toegezegd. Vanwege de haperende flits ging er na een boel heen en weer gepraat € 25 van dat bedrag af. Dat verstoorde de relatie niet. De camera, inclusief batterijen, geheugenkaartjes en LowePro-heuptas werd omgeruild. De deal stelde iedereen tevreden.

Sindsdien ben ik dus eigenaar van een lichtgewicht PowerShot SX50 HS met ultrazoomlens. Ik ben er erg content mee. Als ik de nieuwe camera had gehad ten tijde van mijn ontmoeting met de orang-oetans en de langneusapen van Borneo, had ik elke vlo op hun lichaam kunnen vastleggen. Het mocht niet zo zijn. Voor de roofvogels, neushoornvogels, ibissen, vlinders, zonsondergangen en veel ander bezienswaardigs was het niet te laat.

Eén anecdote wil ik hier niet onvermeld laten. Wij gingen op het eiland Langkawi een avond naar restaurant 'The Cliff' om vanaf dat terras over de baai naar de ondergaande zon te kijken. Naast ons zeeg een Scandinavisch echtpaar neer dat hetzelfde doel voor ogen had. Zij droeg twee dure Canon SLRs met zich mee. Haar echtgenoot, mijn directe buurman, vroeg mij op enig moment of ik de spectaculaire zonsondergang van enkele avonden ervoor had gezien. Dat beaamde ik. Die zon had inderdaad waanzinnige kleuren: knalrood, fel oranje, paars en blauw. (Je vindt enkele opnamen in het webalbum van de rondreis.) Van het een kwam het ander. Hij vertelde mij dat zijn vrouw fotografe van beroep is, ik praatte enthousiast over de prestaties van mijn nieuwe superzoomlens. Hij daagde mij uit: “kun je de kabelbaan dan zien?” Die ligt op een heuveltop op grote afstand, met het blote oog niet te zien. Ik zoomde en zoomde, overigens snel en onhoorbaar, tot ik de kabines in de lucht zag hangen. Ik drukte af en stak het draaibare LCD-scherm onder de neus van de fotografe. Haar mond viel open; even was ze sprakeloos. Ze keek naar haar eigen scherm, toen weer naar het mijne en riep vervolgens: “die wil ik ook!” Het werd weliswaar geen mooie maar wel een memorabele foto.


zondag 17 februari 2013

De champignonkwekerij

In mijn blog van vorige week schreef ik nog dat ik hier in Spanje uitsluitend lokale, seizoensgebonden producten koop. Deze keer ga ik een stapje verder: we verbouwen hier inmiddels onze eigen groenten!
Toen ik de leeggemaakte reistas van mijn liefje naar ons schuurtje terugbracht, kon ik mijn ogen niet geloven. Het leek alsof ik door een groene bril keek... Het houten bergrek, gestalde grote en kleine reis-, strand- en handtassen, koffers, strandstoelen, kledingzakken: alles was met een groene laag bedekt. Het rook alarmerend naar grot. Boven het lichtknopje zag ik schimmel en toen ik de muren van de berging verder inspecteerde, zag ik op een aantal plekken kleine gele champignons. De wanden waarlangs ik mijn hand bewoog, waren doornat. Voordat wij gingen overwinteren had ik nog spullen in de droge schuur gezet. Hoe had het in die drie maanden zo nat kunnen worden?!

We besloten allereerst contact te zoeken met de president van de vereniging van huiseigenaren van het blok waarin onze schuur zich bevindt; dat is namelijk niet in hetzelfde pand als waar ons appartement is gevestigd. Toevallig is president Ben een vriend dus een afspraak voor een kopje-koffie-mèt was snel gemaakt. Na hem en zijn vrouw uitvoerig over van alles en nog wat te hebben bijgepraat, brachten wij de beschimmelde schuur ter sprake. Of hij enig idee had waardoor dit zou komen? Hij knikte en stak van wal.

Hun liftenman ontdekte onlangs tijdens een onderhoudsbeurt een grote lekkage. Het water was kennelijk de liftschacht ingesijpeld en kortsluiting dreigde. Er moest dus snel en doortastend worden gehandeld. Het was nog een hele toer om de bron van de lekkage te ontdekken die in een onbewoond appartement boven onze schuur bleek te zitten. Omdat de eigenaar zich in het noorden van Scandinavië bevond en niet van plan was naar Campoamor af te reizen, moest men de voordeur -met zijn toestemming- openbreken. (Iets dat in Spanje overigens strafbaar is maar ja, de nood was hoog.) Binnen een week na constatering was het lek verholpen. Men had echter verzuimd in de garageboxen te kijken.

Leren en suèden schoenen die uit dozen en tassen tevoorschijn kwamen, waren in Ugg's veranderd. Die van ons hadden echter een groen bontkraagje... Mijn bodyboard stond kleddernat tegen een van de wanden, alsof 'ie zo uit de zee kwam. Zelfs de handgrepen en het zadel van mijn fiets waren doornat. Wij maakten de schuur gisterenochtend grondig schoon. Ik bracht de beschimmelde spullen naar buiten waar mijn liefje, met hulp van Ben, ze in de zon schoonmaakte en droogde. De trappen en het bordes van het gebouw leken op een uitdragerij! Binnen ontdeed ik de stellages van de groene laag, verwijderde de paddenstoelen en mopte de vloer. 

Het was een uitgelezen gelegenheid om (weer) eens kritisch door alle opgeslagen spullen te gaan. Leo, een Nederlander die namens een hulporganisatie overtollige spullen ophaalt en verkoopt en van de opbrengst nooddruftige Spanjaarden steunt, komt volgende week een grote hoeveelheid spullen ophalen. Zeilpakken, golfsets, skikleding, reis- en handtassen, schoongeschrobde schoenen, jassen, enzovoort. Elluk nadeel hep se voordeel. De schuur ziet er opgeruimd uit. Morgen vragen we ook de klusjesman een stopcontact in de schuur aan te brengen zodat daar een electrische vochtverwijderaar kan worden geplaatst.
Op een website over het verwijderen van schimmel, trof ik handige tips aan: trek een paar handschoenen aan en draag een kwaliteitsgezichtsmasker zodat je jezelf beschermt tegen schimmelsporen”. Dat was nadat de klus was geklaard. Kennelijk groeien schimmelsporen door op de plek waar ze terechtkomen. Wellicht dat ik binnenkort fungi in eigen oren kweek?!

Ook de champignons kwamen goed terecht. Van Emmy leende ik onlangs het kookboekje Mijn beste vriend heet... chocolade” van Emmanuèle Vasseur. Daarin staan recepten met chocola als verrassend ingrediënt. Het gaat niet alleen om toetjes maar ook om borrelhapjes, voor- en hoofdgerecht. Gezien de hoeveelheid zwammen uit eigen schuur koos ik voor het hoofdgerecht linzensoep met champignoncannelloni en chocolade.
Het recept is voor 4 personen.

De linzensoep in het recept wordt van rauwe linzen gemaakt, zelf gebruikte ik reeds gekookte linzen die ik pureerde en met zout, peper, komijn en 2 el crème fraîche op smaak bracht. Om de soep te verdunnen, voegde ik zelfgetrokken bouillonblokjes toe (die ik als ijsblokjes in de vriezer houdt). Kook de gewenste hoeveelheid cannelloni met een snufje zout in water. Voor de vulling van de cannelloni: fruit 1 gesneden rode ui, 2 gesneden sjalotten, en 1 teentje knoflook in een koekenpan. Voeg hieraan de in stukken gesneden paddenstoelen toe. Schenk er 1 tl balsamico, een scheutje citroensap en 100 ml witte wijn doorheen. Het paddenstoelenmengsel afmaken met 2 el crème fraîche en 20 gram pure chocolade; ik gebruikte chocopoeder van Droste. Vul de pijpjes met paddenstoelenmengsel en leg ze op de borden. Schenk de linzensoep eromheen. Lekker!


donderdag 14 februari 2013

Cupjesprinses

In de eerste dagen van de week waaide hier een strakke noorderwind die kou bracht vanaf de Pyreneeën, terwijl de zon glorieus scheen. Wanneer we rond 8 uur 's ochtends in een zonovergoten kamer zitten, kijken mijn liefje en ik elkaar veelbetekenend aan: “juist daarom zijn we hier”... Nog even en de zon zullen we uit de Middellandse zee zien opkomen.
Alhoewel ik niet of nauwelijks zonnebaad, ben ik wel degelijk een zonminnend mens. De warmte vind ik weldadig. Sinds 2005 leef ik grotendeels in zonnige oorden. In dat jaar verhuisden wij namelijk naar Spanje en vestigden we ons permanent in een provincie waar de zon 300+ dagen per jaar schijnt. Overwinteren doen we doorgaans in nóg zonniger oorden.

We zeiden in de afgelopen dagen wèl tegen elkaar dat we deze keer wellicht te vroeg vanuit Azië naar Spanje terugkeerden. Ik zei dat terwijl ik met een koude neus naar de driftig heen en weer zwiepende pijnbomen staarde, met mijn knieën tegen de verwarming gedrukt, met wollen sokken in winterschoenen. Kou en ik zijn geen vrienden, hoezeer ik vroeger genoot van herfstachtig weer en winterse dagen. Mijn spieren zijn thans stram, als ik uit stoel of bank opsta beweeg ik als mijn 91-jarige moeder... Pas als de zon het beschijnt of de verwarming snort, word ik weer soepel. Het is even wennen.

We deden aan het begin van de week grote boodschappen bij supermarkt Carrefour. Qua groenten en fruit koop ik uitsluitend lokale en seizoensgebonden producten. Zo kocht ik Spaanse aardbeien die groot en zoet zijn en nieuwe oogst perssinaasappels. Plus mango (€ 0,99) en papaya (€ 1,35) van eigen bodem. Joehoe! Daarvoor behoeft een reislustige Hollandse niet naar Azië te vertrekken.
Mijn eerste maaltijd uit eigen keuken was een preistamppot met visfilet uit de Atlantische Oceaan. Zelf koken was aanvankelijk onwennig na drie maanden in Aziatische eethuizen en restaurants te zijn bediend. Ik stond te stuntelen. Multi-tasking gaat mij doorgaans goed af maar ik was onwennig, moest de draad weer oppakken.

Het dagelijkse kopje Nespressokoffie is tevens terug in mijn leven. Van Emmy kregen we Hollandse stroopwafels mee om het ochtendritueel te vervolmaken. 'A Nespresso a day keeps the doctor away!' Tijdens de rondreis door Maleisië troffen we éénmaal een Nespresso-koffiemachine aan: in een Franse bistro op het eiland Langkawi. Ik genoot er van een kopje Arpeggiokoffie. In dat land wordt bijna overal een goede kop koffie geschonken maar de Clooney-cups zijn en blijven favoriet. Ik ben een cupjesprinses. Een Delfts kunstenaarsgezelschap (Atelier Zeven) stelde met dat materiaal een portret van koningin Beatrix samen. Zij is de enige echte cupjeskoningin!

Een ander voordeel van terug zijn in Spanje is dat hier de avonden gaan lengen. Dat verschijnsel ging ik in de afgelopen jaren meer en meer waarderen toen wij op Bali woonden. Rond de evenaar valt de avond vroeg in: om 7 uur is het plotsklaps aardedonker. Ik ben een daglichtmens èn iemand met een lampentic. Mooi vormgegeven kunstlichtbronnen zijn dan ook overmatig in onze Spaanse casa aanwezig. Ik weet waardoor dat komt: van mijn jeugd herinner ik mij de 15 Watt-lampjes die in de huiskamer brandden. Daar viel niet bij te lezen. Ik voelde mij op die momenten net een holbewoner...

Ook fijn is dat we nu realtime naar Nederlandse televisie kunnen kijken. Er wordt veel uitgezonden dat ik niet de moeite van het bekijken waard vind maar de nieuwe natuurserie “Africa” van de BBC die vanaf 12 februari op dinsdagavond op Nederland 2 (EO) wordt uitgezonden, hoef ik niet te missen. Met mij keken nog 1.999.999 anderen naar de eerste uitzending, getiteld Kalahari, met Attenborough als commentator. Fantastische beelden. Reizen is verslavend maar terug zijn op het comfortabele honk maakt mij eveneens blij.


maandag 11 februari 2013

Koud en warm

We zijn weer op het Spaanse honk en dat voelt goed!
Na enkele dagen in het Vaderland te zijn geweest, reisden we gisteren bij nacht en ontij door naar Spanje. In die (korte) nacht bleek er een dik pak verse sneeuw te zijn gevallen die onder mijn schoenen kraakte; een geluid dat ik lang niet hoorde. De straten en geparkeerde auto‘s waren bedekt met een witte deken. Mooi.

We reden (ongedoucht) naar het vliegveld waar vriend Hugo een heleboel passagiers verwachtte. Hij had namelijk op de website gelezen dat er rond het tijdstip van onze Alicante-vlucht nog vijf andere vliegtuigen zouden vertrekken. Op winterbanden zoefden we snel maar veilig naar Rotterdam; met veel groene golven, slechts af en toe een late partyganger passerend.

We werden letterlijk voor de incheckbalie afgezet. Ik trok de geleende fleecetrui uit en snelde naar binnen. Brrr. De geleende reistas legde ik op de band en met belangstelling keek ik naar het gewicht: circa 3 kilo lichter dan enkele dagen ervoor... 
Zo kwam ik er in de afgelopen dagen achter dat ook mijn nieuwe sandalen, die mij tijdens de recente rondreis door Maleisië uitstekende dienst bewezen, uit mijn gemaltraiteerde reistas waren verdwenen.

Uiteindelijk werd het -inderdaad- heel druk in de terminal. In aanloop naar de beveiligingscontrolepost stond een rij wachtenden over de volle breedte van het gebouw, haaks op de rijen van de incheckbalies. Als ex-medewerker van het Terminal5-project op luchthaven Heathrow zag ik het logistieke probleem scherp dat de layout van het gebouw met zich meebrengt. De flow door het gebouw hapert. Ik herinner mij dat in de grote, nieuwe terminal van Heathrow toentertijd de layout van de douanesectie de ontwerpers grote hoofdbrekers bezorgde. Daar werden gelande passagiers met een roltrap naar een hogere verdieping getransporteerd om daarna in een wachtrij terecht te komen. Opstroping op een roltrap is ronduit gevaarlijk dus dat was geenszins ideaal.
Een vergelijkbare situatie deed zich op luchthaven Rotterdam voor bij de gate: een lange rij wachtenden kronkelde door de kleine wachtruimte. Toen de deuren open gingen en we naar de gereedstaande vliegtuigen liepen, stroopte het wederom op en stond ik minutenlang in de ijzige wind die door mijn katoenen truitje gierde. Mijn reismaatje annex liefje, in regenjas (die van mij verdween uit mijn reistas), sloeg haar armen beschermend -en liefdevol- om mij heen. Desalniettemin verwacht ik nog wel een verkoudheidje maar wellicht zit het deze keer mee.

De zon zag ik vanuit het vliegtuigraam opkomen en die ging pas uren later onder!
Het eerste dat wij deden na aankomst in huis was het inrichten en aankleden van het terras. Daar werd het in de loop van de middag 29 graden Celsius in de volle zon; in huis werd 19 graden gemeten. Het is zo’n groot verschil met Nederland en toch slechts op twee uurtjes vliegafstand. Mijn liefje en ik zeiden het maar weer eens tegen elkaar: dat was nu precies de reden waarom we dit vakantiehuis 14 jaar geleden kochten. We zijn blij weer thuis te zijn.

Vanmorgen om 5 uur was ik klaar met slapen. De eerste papieren cijfercodepuzzel van Jan Meulendijks is opgelost. Ondanks het vroege tijdstip was ik in bloedvorm. Mijn liefje volgde niet veel later. We zullen nog wel even last houden van jetlag; het lichaam vertoeft na bijna drie maanden Azië nog steeds in die contreien.

De reistassen zijn inmiddels uitgepakt, de tweede wasbeurt wordt thans gedaan. De schadeclaim groeit. Ook de buis met zelfgeraapte (dode) schelpen liep enige schade op maar die is niet te verhalen. De schoonmaakster sopte en stofte in de afgelopen week mijn schelpenvitrine. Fraaie nieuwe exemplaren kunnen er nog wel bij. Het is inmiddels 8 uur en de zon kwam zojuist op.


vrijdag 8 februari 2013

Snert

We hadden een rustige vlucht met Malaysia Airlines en kwamen na uren vliegen volgens schema aan in Amsterdam, dat deels met natte sneeuw was bedekt. We gingen snel door de douane, op weg naar band 22 waar de bagage zou verschijnen. Die begon op enig moment te draaien en vele koffers doken uit de onderbuik van de luchthaven op.
De rugzak van mijn liefje verscheen weldra. Die van mij liet lang op zich wachten. De meeste medereizigers hadden de hal reeds verlaten. Ik bleef alleen over, zonder tas. Er verscheen een melding op het scherm dat alle bagage uit Kuala Lumpur op de band was gezet. Er draaide nog slechts een met plastic omwikkeld pakje rond. Mijn liefje informeerde alvast waar we ons zouden moeten melden indien mijn reistas niet boven water zou komen. Bij AviaPartner, de bagagebehandelaar. Ik liep naar de andere kant van de band waar ik twee personen in pak zag met een logo op hun revers. Daarop meende ik “AP” te ontdekken.

Een van hen stond over een zielig pakje gebogen. Ik zei hen dat ik mijn reistas niet van de band had zien komen. Zij vroegen mij m’n bagage te beschrijven: een vrij grote, nieuwe roltas van het merk Kipling, signaalblauw, met twee compartimenten, stevige ritsen en een blauw label met mijn naam erop.

Een signaalblauw hengsel stak uit het zielige pakje omhoog. 't Zal toch niet? Ze vroegen mij het pakketje verder te openen om het label te kunnen lezen. Terwijl ik nog zei dat mijn tas groter is, trok ik het plastic windsel weg en daar stond het: mijn achternaam?!
Er hingen gekleurde t-shirts uit gapende gaten in de tas, die mij bekend voorkwamen… Het zielige pakje bleek inderdaad mijn eigen mooie reistas. Ineengezakt en bijna over de volle lengte gescheurd. Er bestond nog slechts één compartiment terwijl de ritsen intact waren. Die nieuwe tas had mij twee maanden lang uitstekend bediend in Maleisië en was telkens ongeschonden uit de strijd gekomen. Tot nu toe.

In eerste instantie zag in diverse scheuren, winkelhaken op meerdere plaasten en vieze vlekken aan onder- en zijkant. Wellicht dat een handvat beklemd was geraakt waardoor de tas eerst over de vloer was gesleept en daarna op spanning was komen te staan en was opengereten. De AP-medewerkers vertelden mij dat ze een telefoontje van Malaysia Airlines hadden gekregen met de mededeling dat er 1 stuks blauwe bagage kapot was aangetroffen. Ze stonden het gedrocht en de eigenaar dus op te wachten. Onherstelbaar beschadigd. Er moest een klachtenprocedure worden geactiveerd voor de gedupeerde klant. Ik kreeg de geschonden tas mee, met formulieren voor de schadevergoeding. Die Maleiers blijven goede organisatoren!

Vriend Hugo moest dus even op ons wachten maar we keken rijkhalzend naar hem en de fleecetruien uit. Ik vond het waterkoud in mijn dunne katoenen truitje. Hij bracht ons onverwijld naar 'onze' studio in Voorschoten. Daar wachtte de tweede teleurstelling. Vriendin Emmy wachtte ons gelukkig wèl enthousiast op maar viervoeter Snolliebollie aka Eilean, de lieve blonde labrador die ik ooit mijn troostmeisje noemde, schitterde door afwezigheid. 
Bij binnenkomst stond er voor het eerst geen viervoeter voor mijn neus te huppelen.
Er was niets aaibaars... Een snertervaring. Tijdens deze logeerpartij heb ik dus geen corvée; ik hoef haar niet uit te laten, niet te voederen of met haar te spelen. Ze kijkt vanuit de hondenhemel op mij en op mijn zielige tas neer. Kasian. 

Op de eerste avond kregen we erwtensoep met worst voorgeschoteld. Zo'n maaltijd past goed bij het huidige weer. Mijn liefje had al weken voorpret bij de gedachte aan zo'n heerlijke oerhollandse maaltijd. De soep smaakte zacht en heel lekker, niet te dik en niet te dun. De rookworst was van een goede kwaliteit rundvlees van slager Coen. De soep bleek gemaakt door buurvrouw Anja die sinds kort een plaatselijke thuiskookstudio runt waar eenmaal per week maaltijden kunnen worden afgehaald. Ze gebruikt bij voorkeur biologische producten. Een erg leuk initiatief dat gretig aftrek vindt. Gisteravond bereidde ik rendang met wilde rijst en groene groente voor de gastvrouw en -heer, met bumbu (kruidenmix) renang van Elsa.

Het deed mij aan Bali terugdenken. Niet in de laatste plaats omdat daar vandaag de verjaardag van Damai wordt gevierd, de jongste zoon van Elsa en Ketut. We vierden zijn tweede verjaardag vorig weekend in Gang Bintang. Voor die gelegenheid kochten wij een kinderfietsje met claxons, sirenes, deuntjes en lampen dat in goede aarde viel. 
Het mannetje is muzikaal, zijn lichaampje bewoog mee op bekende kinderwijsjes als ♪ In Holland staat een huis en ♪ Vader Jacob. Zijn grote broer Yudha duwde hem voort, in de door kleine broer gewenste richting en niet anders. Zo klein als hij is, zijn wil is groot. Regenteske trekjes zijn nu al in hem te bespeuren. We gaven hem dan ook de bijnaam 'de kleine Bupati'. Amai!


maandag 4 februari 2013

Laatste blog uit de Biersteeg

We vliegen weldra naar Europa terug. We zullen aanvankelijk naar het relatief koude Vaderland afreizen alvorens naar Spanje door te vliegen. Het is guur weer in Nederland, riep mijn liefje mij zojuist toe. Kasian. Het weerzien met mensen zal ons verwarmen. Die korte tussenstop is vooral bedoeld om mijn zus te bezoeken die afgelopen vrijdag haar laatste chemokuur onderging. Zij kan wel een oppepper gebruiken en als Benjamin van de familie past die rol mij wel. Er zal deze keer weinig tijd zijn andere familieleden en vrienden te bezoeken.

We gaan Bali dus wederom verlaten, ongeveer voor de tiende keer. Zoals altijd zal mijn liefje vooral haar vriendje en de prettige temperatuur gaan missen. Voor mij geldt dat ook maar de Balinese luchten stonden deze keer met stip op de eerste plaats. Als wolkenstaarder en officieel lid van Gavin Pretor-Pinney’s Cloud Appreciation Society loop ik vaak met mijn blik gericht op wolken. 
Van 's ochtends vroeg tot 's avond laat zat ik met mijn camera in de aanslag, klaar om het spektakel aan het firmament op de gevoelige plaat te leggen. Het leverde mooie beelden op: cumulonimbus-, cirrocumulus-, altocumulus- en cirruswolken. Op één avond werd ik zelfs getracteerd op een heuse Nelly-wolk. Dat is er een waarin alle kleuren van het spectrum worden gereflecteerd. Ik gaf het verschijnsel de naam van mijn beste vriendin, die begin 2009 overleed, omdat ik haar ooit een dergelijk foto stuurde vanuit Spanje. Ze was blij met die 'engelenfoto'.

Vanuit de Biersteeg, onze locatie van de afgelopen weken, hadden we goed zicht op de rijstvelden waar momenteel van alles gebeurt: ploegen, bewateren, zaaien en planten. De ploeger is eigenaar van de ploeg maar in Bali doorgaans niet van het land. En de boer, hij ploegde voort. Naarmate zijn ploeg de steeg dichter naderde, werd de herrie oorverdovend.
Ik volgde de werkzaamheden op de voet: de laatste uitgebloeide rijststengels werden gekapt, elk lapje grond werd onder water gezet en veld voor veld omgeploegd. Op een belendend veld was ondertussen tijdelijk ingezaaid, de jonge appelgroene scheuten werden met kluit aarde geplukt en als plukjes groen in het definitieve rijstveld geplant. De mannen en vrouwen die het werk uitvoeren, doen dat razendsnel. In het webalbum zijn de diverse fasen in beelden te volgen.
Zon en regen kunnen daarna hun werk gaan doen. Het eeuwenoude Balinese subaksysteem (vernuftig irrigatiesysteem) werd terecht UNESCO cultureel werelderfgoed in 2012. Provincie Bali kan overigens niet de gehele eigen bevolking van rijst voorzien; rijst moet worden geïmporteerd. Rijstvelden moeten wijken voor woningen, voor lokalen en buitenlanders. Door welvaart vaart niet alles en iedereen wel...

Elke dag zaten de velden vol ibissen, in het spoor van de ploeg. Grote en kleine witte reigers, koeienreigers (cattle egrets) en de Nankeen Night Heron -een Pacifische reigersoort die ook overdag is te zien- wachtten op hun favoriete hapje: blootgelegde wormen. De vogels vertoonden hun capriolen zowel in het water als in de lucht. Als liefhebber van gevederde vriendjes kwam ik ruim aan mijn trekken.

Ik zal het dagelijkse zwemmen van muzelluf ook erg gaan missen. Alhoewel we in Spanje eveneens een openluchtzwembad hebben, zal de watertemperatuur daar nog te wensen overlaten. De boventemperatuur is al wekenlang rond de 20 graden Celsius. Het opwarmen van bad- en zeewater gaat echter langzaam.
Het zwembad aan de Biersteeg beviel op de meeste dagen goed (onlangs namen algen het bad in gebruik). Mijn liefje en ik zwommen er onze baantjes, deden aquarobics, bespraken er onze dagelijkse beslommeringen en hervormden de rest van de wereld. En ik ontspande erin. In water voel ik mij op mijn gelukkigst. Ieder mens wordt in (vrucht)water geboren maar ik denk dat mijn voorvaderen zeedieren waren. Als ik in reïncarnatie zou geloven, zou ik in een vorig leven weleens dolfijn hebben kunnen zijn. Of haai. Gewichtloos en gedachtenloos door het water bewegen, is als een vorm van meditatie voor mij.

Het voornemen om zwemvriendje Yudha zover te krijgen dat hij zonder Ploufpak zwemt, werd opgevolgd. Vorige week zwom hij voor de eerste keer zelfstandig en zonder drijvers van de ene kant van het zwembad naar de andere kant. In de breedte, welteverstaan. Mijn liefje en ik waren trotse oma’s en feliciteerden hem met zijn inspanningen. Hij is een doorzetter en hij kent zijn grenzen. Anak pintar! 
Zijn moeder en vader, die beiden niet kunnen zwemmen, keken hun ogen uit. Hij kon al meters onder water zwemmen maar we moedigden hem in de afgelopen weken aan om zijn hoofd boven water te houden.
Hij ligt nog tamelijk verticaal in het water, zijn handen doen nog een soort hondjesslag maar zijn beenslag is sterk. Hij is zonder vrees en begrijpt nu dat hij zichzelf drijvend kan houden. Als we langer zouden zijn gebleven, hadden we wellicht de basis gelegd voor Kromowidjojo II. Desalniettemin: missie geslaagd. We kunnen met een gerust hart vertrekken.

De volgende blog komt vanuit Nederland; Leo Dovente.