dinsdag 31 december 2013

Terugblik

2013 was een jaar met extreem weer, niet alleen in Nederland maar over de gehele wereld; denk aan de noodlottige orkaan op de Filippijnen. Het was het jaar van de troonswisseling in Nederland, de betreurenswaardige dood van wereldburgers (Mandela, Prins Friso), een nieuwe paus in Rome en nog veel meer.
Ondanks nummer 13 in het getal, was het voor ons een goed jaar. Mijn liefje ging van een schema van twee medische onderzoeken per jaar naar eenmalige controle. Een grote stap voorwaarts. Nadat je met een serieuze ziekte bent geconfronteerd, waardeer je een goede gezondheid deste meer.

Ons jaar startte in Maleisië, gevolgd door een kort verblijf in een huurvilla in de Bintangsteeg van Lovina, Noord-Bali. Daarna vlogen we terug naar de Costa Blanca. Voor ons doen verbleven we lange tijd aaneengesloten in Spanje. We maakten er vele uitstapjes: Valencia (voor de Fallas), Almeria (voor mijn verjaardag), Tabernas (samen met Bernadette) en Granada (voor de verjaardag van mijn liefje). Spanje is boeiend en prachtig. We voelen ons thuis in het nieuwe vaderland. Gelukkig gaat het er economisch iets beter, hopelijk komt er weldra een einde aan de financiële crisis. Dit jaar was deels gevuld met taken die verband houden met mijn functie als VP van de Vereniging van Huiseigenaren in onze woonwijk. Alhoewel het tot nu toe een goede ervaring was, zal ik mij volgend jaar niet herverkiesbaar stellen. Mijn liefje en ik gaan weer doen wat we het liefst doen: eropuit trekken met de rugzak!

2013 was een topjaar qua boeken. Mijn reader vertoont al slijtage. Ik las mij suf in het zonnetje op het Spaanse terras en op het schaduwrijke terras van Bali. Het is mijn allergrootste hobby, een dag niet gelezen is een dag niet geleefd. Hier in Bali staan nog tientallen boeken. Onlangs werd er -met toestemming- een greep gedaan in de voorraad. Een van de zoons van Toos & Pim die wij op Bali leerden kennen, opent met zijn Javaanse vrouw binnenkort een Bed & Breakfast in Jogyakarta. Mijn boeken zorgen voor een beetje aankleding.
Zo’n terugblik op het jaar moet ook een boekenlijstje bevatten, vindt de boekenwurm in mij. Het beste boek van 2013 kan ik niet kiezen, ik las zoveel goeds en moois. ‘Het puttertje’ van Donna Tart staat zeker in mijn top 3, net als ‘En uit de bergen kwam de echo’ van Khaled Hosseini en ‘De bekentenis van Adrià’ van Jaume Cabré. Het interessantste wetenschappelijke boek dat ik dit jaar las, heet ‘The Journey of Man – A Genetic Odessey’ van Spencer Wells (2002). Beter laat dan nooit.

Het jaar sluiten mijn liefje en ik af in Bali. Een heel, heel grote wens ging in vervulling toen we in december van dit jaar kennis maakten met wat nu de nieuwe eigenaren van de villa in Noord-Bali zijn. Voordat we naar Bali afreisden, bestempelden mijn liefje en ik 2014 als ons jaar, het jaar waarin de voorspoed ons zou toelachen en de villa in andere handen zou overgaan. In november jongstleden kon ik niet bedenken dat dit heugelijke feit reeds in 2013 zou plaatsvinden. We zijn nog steeds in juichstemming. En we tellen af. Met onze vriendinnen in Sydney gaan we binnenkort Australia Day vieren en daarna wacht een kampeerwagen ons op aan de zuidwestkust.

We vieren oudjaar in leuk gezelschap: Elsa, Yudha en Damai zijn vanavond onze gasten. Yudha is bang voor vuurwerk en Elsa bleek er tegenop te zien om alleen oudejaarsnacht door te brengen. Iedereen in de buurt weet dat haar echtgenoot op de boot werkt en dus ver weg is. (Ketut keert in januari 2014 huiswaarts.) Alhoewel Oudejaarsavond vooral een Westers evenement is, zijn er elk jaar wel Balinezen die zich bedrinken en gedoe veroorzaken. Ze heeft al eens een nieuw telefoonnummer moeten nemen omdat ze door mannen werd lastiggevallen... Het voorstel was dan ook snel gedaan en geaccepteerd. Vanavond houden we een pyjamaparty. We gaan Memory en Domino spelen, kleuren en voorlezen. En we gaan oliebollen met poedersuiker eten. Hoogstwaarschijnlijk liggen we allemaal vóór twaalf uur onder zeil. Ik vind dat geen probleem. Dit jaar kan niet meer stuk.

Goodbye 2013, Selamat datang 2014! Een heel goede jaarwisseling gewenst.



vrijdag 27 december 2013

Boompje, beestje

Weer een project afgerond: de tuin is schoongemaakt en opgeleukt! We hadden gedurende 10 dagen 6 extra tuinkabouters aan het werk. Dat betekent 60 dagen extra werk ofwel twee maanden als tuinman Dewa het in zijn eentje had moeten doen. Het dagloon van een lokale tuinman is 50.000 roepiah ofwel 3 per dag. We kregen waarde voor ons geld, de mannen hebben er verstand van en zijn zo sterk als ossen. Dewa vond het wel gezellig met nieuwe collega’s. Hijzelf is ook een harde werker. We moeten regelmatig tegen hem zeggen dat het koffietijd is (de huurlingen zitten dan al hoog en breed aan hun kopi).

Tegen de tuinmuur, achter alle begroeiing, werd drastisch geschoond. Daarbij kwam menig steekmierennest tevoorschijn. Ook werden drie gifgroene slangen ontdekt. Het is de green/bamboo pitviper; klein maar helemaal niet fijn want het is een dodelijke soort. Indonesië heeft 35 soorten slangen maar slechts vier daarvan zijn giftig. Op Bali is geen antigif aanwezig voor een beet van deze slang (wel in Thailand). De drie ongewenste tuinbezoekers werden vakkundig verwijderd -met twee puntige bamboestokken- door de zoon van aannemer Purnomo, bijgenaamd ‘the challenger’ alias orang laki-laki kuat (de sterke man).

De voorkant van de tuin, de oorspronkelijk laagste plantenrij werd verwijderd; dat was te hoog geworden of uitgegroeid. Het beplantingsschema laag-middelhoog-hoog is nu weer zichtbaar. We hebben dermate veel bloemen, planten, struiken en bomen in de tuin dat er gemakkelijk kon worden gestekt. Geheel nieuwe rijen stekken gingen de vruchtbare Balinese aarde in, met en zonder wortels. Toen kwam de vrachtwagen met goede aarde, uitgeladen door twee Balinese vrouwen. Een van hen legde haar kindje tijdelijk op de chauffeursstoel.

De dag daarop stuurde mijn liefje een van de tuinmannen met 200.000 roepiah (€12) naar de winkel om vijf kilo graszaad te kopen. Het viel ons op dat het lang duurde voordat hij terugkeerde. Hij kwam binnengereden met twee goedgevulde zakken achterop zijn brommer. Echter niet met graszaad maar met plaggen gras die hij met zijn maatje ergens had gesneden. Voor niks. Als dat hun manier is om een centje bij te verdienen, vinden wij dat prima. Degene van het idee legde de plaggen als puzzelstukjes in de open delen van de tuin. Toen was het ‘habis’ (op) na vijf meter terwijl er nog minstens 15 te gaan was. En het geld bleek verdwenen. Dat heet bedonderen en daar houden we niet van... Dus belden we met zijn baas en meldden we dat de persoon in kwestie niet meer welkom is. De volgende dag schitterde hij door afwezigheid.

Een andere vondst die we deden in de tuin, is een nest katjes. Moeder is een rode kat die je niet zonder handschoenen kan aanpakken. Toen de tuinman in haar buurt kwam, blies ze hard. Op een ochtend liet een katertje twee tuinmannen heen en weer rennen. Het diertje was watervlug; ze kregen hem moeilijk te pakken. Uiteindelijk lukte het. Mijn liefje, voorheen kattenmoeder, staat erop dat het complete nest met moeder van het land wordt gezet. Toen ze op een vroege ochtend het terras opliep, zag ze twee paar rode Spockoren boven haar stoelleuning uitkomen. Dat was de bloody limit. De kittens wisten niet hoe snel ze zich uit de voeten moesten maken. Er wordt op hen geloerd. Voor de Balinees is een kat geen heilig dier maar ik zie erop toe dat de kleintjes het er levend vanaf brengen.

Nadat de tuin was opgeschoond en van lucht was voorzien, leek het alsof alle lucht uit de huurlingen was gelopen. Ze waren niet meer vooruit te branden maar het ‘privéstrand’ moest nog worden schoongemaakt. Er staan bomen die we niet willen en gras en ander onkruid woekert er. Mijn liefje zei mij dat ze zich geen slavendrijver voelde, eerder akela: terwijl zij richting strand liep na lunchtijd, volgden de tuinmannen in ganzenpas. Ik moest erom grinniken. Het is inderdaad een forse klus maar die moet worden geklaard. Ook daar deden de tuinmannen twee bijzondere slangenvondsten. Deze zijn naar verluidt niet giftig; desondanks werden ze naar de eeuwige jachtvelden gezonden. De Balizee heeft momenteel een stevige branding. De golven rollen over elkaar. Het is een prachtig geluid; soms het enige dat er te horen is...

P.S. Graag had ik nog wat illustraties opgenomen maar de internetverbinding is momenteel niet om over naar huis te schrijven... Het toeristenseizoen is weer begonnen!


dinsdag 24 december 2013

Fijne kerstdagen


Mijn liefje, de boys en ik wensen vrienden, familie en bloglezers 
fijne kerstdagen toe!


maandag 23 december 2013

Bijzonder

In Bali maakten we bijzondere situaties mee, die we elders niet gauw zouden hebben ervaren. 
Zo wachtte Elsa ons met kleine Yudha in Banjar op in december 2009. Boven de voordeur hing een banner met een vrolijke welkomsgroet en onze voornamen, wij moesten een lint doorknippen en kregen een bloemensjerp om. De kleine Hindoe zat in gebedshouding in vol ornaat bij de voordeur; deed hij volgens zijn moeder geheel spontaan. Ik zal dat beeld nooit vergeten.

Tijdens de kerstdagen van 2009 werd begonnen aan de inrichting van de tropische tuin. Wayan zou die klus voor en met ons gaan klaren. We bestelden vele fruit- en palmbomen, bloemen en planten. In die tijd was vriendin Bernadette bij ons op bezoek. Na een gezellig avondje gingen we slapen, met nachtwaker Made op de uitkijk. Af en toe zag ik een lichtstraal dus ik dacht dat het Made was. Bernadette, in het gastenhuis, had ook iets opgemerkt. Ze had uit het raam gekeken maar niets gezien. Voor de zekerheid deed ze wel haar deur op slot. De volgende ochtend konden wij onze ogen niet geloven: tijdens de nachtelijke uren waren tien grote palmbomen uitgeladen, opgetild en geplant. En wij sliepen gewoon door…

Wat ook zeer memorabel is, was de inwijdingsceremonie van ons huis. Voor die dag moest naar goed Balinees gebruik de juiste maanstand worden gekozen. Op 29 januari van dat jaar was het zover: de grote ceremonie vond plaats. De holy man reinigde de gebouwen en het land van kwade geesten en verwelkomde onze huisgod… die een godin bleek te zijn. Toeval bestaat. Ze kreeg de naam Jeró Wayan Buana Sari Manik Geni. Iedere genodigde was in ceremoniële kleding; dat gold overigens ook voor de niet-genodigden. Een van hen bleek later de veroorzaker van veel ongerief voor ons en de buren. De dag werd afgesloten met babi guling voor iedereen. Het hele varken stond vanaf ‘s ochtends vroeg geparkeerd in de carport, naast de auto. (De vetsporen waren vergelijkbaar…) Babi guling is voor Balinezen een feestmaal: bij het varken gaat het vooral om het knapperige huidje. Ik at een stukje mee, mijn liefje -aansterkend- deed dat niet.

We maakten in 2011 de driemaandenceremonie mee van Yudha’s broertje Damai die min of meer naar ons werd vernoemd. Voluit heet hij Damai Margita. Inmiddels is het ventje bijna drie jaar oud en gaat hij in januari 2014 naar peuter-kleuterschool Window to the World, dezelfde school waar zijn grote broer al ruim drie jaar naartoe gaat. Het legde de toentertijd teruggetrokken en stille Yudha geen windeieren. Hij praat, zingt en danst nu en kan inmiddels lezen, schrijven en tellen.
Damai heeft een ander karakter dan zijn broer, al lijken ze als twee druppels water op elkaar. Damai is de extraverte, het clowntje (hij draagt een zwarte bril alhoewel zijn ogen niets mankeren), het boefje. Hij dacht ooit dat hij Damai Maingitar heet, Damai die gitaar speelt. Je moet er maar opkomen! We hopen de beide kereltjes nog lang te kunnen zien opgroeien.

Ook waren we eregast op het huwelijk van Nur, de hittepetit die een tijdje assistente van grote zus Elsa was in onze villa. Wij stuurden haar jaren geleden naar Engelse les, leerde haar poetsen en stelden haar vervolgens voor bij de Hollandse helpdesk voor een baan als pembantu. 
Die functie vervult ze inmiddels al jaren. Nur is van huis uit moslima, trouwde met Adi en is inmiddels moeder van een dochtertje, op haar beurt vernoemd naar haar werkgeefster Marijke. Het was mijn eerste -en waarschijnlijk laatste- moslimbruiloft en ik keek mijn ogen uit. Nur was dermate nerveus dat ze nauwelijks was te herkennen. Ook de ouders van Elsa en Nur (arm) leerden we jaren geleden kennen. Af en toe deed pa klusjes bij ons in huis en op het terrein.

Mijn liefje vierde haar 60ste verjaardag in Noord-Bali al had ik andere plannen: een reis en verblijf in Kuala Lumpur was geboekt maar het aantstaande feestvarken had geen zin om te gaan. De reis werd dus geannuleerd. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat we net waren aangekomen in Bali. Bovendien had ze negatieve reisverhalen gehoord over het vasteland van Maleisië. Dat bleek allemaal nogal los te lopen, zoals onze latere rondreis door Maleisië en Borneo aantoonde. En zo kan ik nog wel even doorgaan (maar ik doe dat niet). Voor degene die alle blogs in en over Bali door de jaren heen nog eens wil lezen, zie label ‘wonen op Bali’.


vrijdag 20 december 2013

Niets is wat het lijkt

Tja, waar zal ik beginnen? 
In 2005 gingen we voor het eerst als toeristen naar Bali, als onderdeel van onze eerste wereldreis. Het verblijf op het eiland bekoorde ons. In maart 2008 keerden we terug naar Bali na een rondreis door Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam. (Een groot deel van Azië bekoort ons.) In de tussenliggende jaren bedachten mijn liefje en ik dat we oud wilden worden in een land waar de zon altijd schijnt. Bali kwam weer op ons radar door een TV-programma dat mijn liefje zag over een Nederlandse tandarts die gebitten repareert en plaatst in Balinese monden. De beelden van het eiland betoverden wederom.

In maart 2008 betaalden we aan voor een lapje grond met huis in het dorp Dencarik aan de Balizee. Op een dag, we kampeerden in Kijkduin, kregen we een telefoontje van de Nederlandse makelaar/bouwer op Bali dat er een probleem was met ons grondstuk. Er doken twee personen op die zich eigenaar van het land noemden; de eigendomspapieren bleken dubieus. De makelaar wilde niet doorgaan met de verkoop. Wij stemden daarmee in. Niet veel later viel ons oog op een grondstuk in het dorp Banjar. Wij vroegen de verkoper van de makelaar of de papieren van dit landje wèl in orde waren. “Ja, hoor”, was zijn antwoord. Daarop gaven we hen opdracht aan de Jalan Segara (de Zeeweg) voor ons een huis en een gastenverblijf te bouwen. Met vriendin Bernadette dronken we champagne op de betreffende locatie, toen nog een wild begroeide kuststrook.

We maakten kennis met Theo, een Nederlandse inwoner van Noord-Bali en ontwerper van tropische villa’s. Zelf was ik erg gecharmeerd van het model ‘buka kecil’, mijn liefje had een andere voorkeur. Na een paar avondjes praten werden wij het over de villakeuze eens: het zou een open, tropisch huis worden met rieten kap. De bouw zou circa een jaar gaan duren. Wekelijks kregen we van Willem, de bouwopzichter, foto’s van de vorderingen toegestuurd. Het was regelmatig het hoogtepunt van onze week.

In augustus 2009 planden wij naar Noord-Bali af te reizen voor de oplevering van onze villa maar dat werd onmogelijk doordat mijn liefje op de voorgenomen reisdag op een operatiekamer in Spanje lag. De medische nabehandeling duurde maanden. Het was geen gemakkelijke periode maar de gedachte aan Bali hield haar op de been. In december 2009 reisden we alsnog af. Zij met een kaal koppie en zwabberbenen, ik als liefhebbende zuster Clivia aan haar zijde.

Ik zou een dik boek kunnen schrijven over onze Balinese belevenissen. De meeste hoofdstukken zouden uiterst positief zijn, sommige daarentegen zouden negatief klinken. Het zijn de verhalen over duistere zaken die ons terugkerende nachtmerries bezorgden. ‘Niets is wat het lijkt’, schreef een ex-resident ons die hier in de afgelopen jaren een goede kennis werd. Dat geldt zeker voor Noord-Bali dat nog relatief traditioneel in elkaar steekt. Mijn liefje kon na haar ziekte niet meer overweg met gedoe dus de negatieve ervaringen die we opdeden, trokken een zware wissel op haar. Bovendien kwamen wij los van elkaar en gezamenlijk tot de conclusie dat zij en ik ongeschikt zijn als Westerling te leven in een ‘ontwikkelingsland’ waar het verschil tussen rijk en arm immens is. We kunnen en willen onze ogen niet sluiten voor de consequenties die dat met zich meebrengt.

We gaan het Baliboek over enkele weken sluiten al zullen we het eiland als vakantiebestemming op onze reislijst houden. Er is immers veel dat ons terugbrengt. Van vrienden, familie en kennissen kregen we leuke en mooie reacties op het verkoopbericht. Een van hen wenste ons veel ‘badkamermomentjes’ (zie vorige blog), iemand anders schreef ons dat Bali helend had gewerkt voor mijn liefje hetgeen onvergetelijk is. Ook zij heeft gelijk. 
Villa Kerang gaat binnenkort definitief in andere handen over. Het is en blijft een prachtig huis, het zwembad en de weelderige tuin zal ik erg gaan missen. Mijn volgende blog zal een andere blik op 'mijn' Bali werpen.



dinsdag 17 december 2013

Huis verkocht!

Inmiddels kan ik het geloven: onze villa in Noord-Bali krijgt een nieuwe eigenaar. Vorige week rond deze tijd praatten wij een locale persoon (Nederlander in onroerend goed) bij. Hij wist van een Belgische klant die op zoek was naar een investeringsobject en van een Hollander die zocht naar een tweede verhuurvilla. Hij zou de betrokkenen informeren over onze villa. De Belgische klant bleek vriend van een goede plaatselijke kennis van ons. Hij liet hen weten dat Villa Kerang een interessant object was, met een aantrekkelijke prijs. 

De interesse was gewekt, de Belgische potentiële koper wilde rechtstreeks contact met ons. Een uitgebreid telefoongesprek volgde op donderdag, op vrijdag de 13de kregen we de bevestiging van hun serieuze koopintentie. Op zaterdag stelden we een concept-koopovereenkomst op waarin beide partijen zich op zondag konden vinden, op maandag jongstleden werden alle handtekeningen onder het document gezet. De mannen waren gedreven en zeer attent jegens ons. De verkoop is een feit, wij voelen ons opgetogen en bevrijd. Dat klinkt wellicht gek wat we wonen op een kroondomein maar toch is dat gevoel sterk aanwezig. Tenminste één van de kopers voelt zich daarentegen de hemel te rijk. Deze reislustige Belg vertelde dat hij al jaren een huis in Bali wilde hebben... Tja, het kan verkeren. 

De Belgische klant blijkt een groep van tien mannen (40’ers) die met elkaar een BV hebben opgezet. Elk jaar legt eenieder bedrag X in en voor dat gezamenlijke bedrag kopen ze elk jaar een interessant verhuurobject aan, ergens op de wereld. Dat deden ze eerder in Zuid-Afrika, de interesse in Bali was groot en er smeult momenteel iets in Bulgarije. Zo willen ze in tien landen actief worden. 

De bestuursvoorzitter is een ‘tax lawyer’ die boeken op zijn naam heeft en regelmatig gastspreker is op congressen over onroerend goed in het buitenland. De club kent de ‘uitdagingen’ die bestaan als je in buitenlands onroerend goed wilt investeren. Dat is precies de soort koper die wij voor onze villa in Bali voor ogen hadden. Het moest zo zijn. Beide partijen zijn zeer content met de overeenkomst. Ik krijg al dagen de grijns niet van mijn gezicht. Mijn liefje en ik lopen soms even naar de badkamer om elkaar te zoenen. Van geluk. Dat doe je immers niet in aanwezigheid van Balinese huishoudelijke hulpen. Het geplande onderhoud aan villa en tuin gaat overigens gewoon door.

Hun aanbetaling is gedaan, medio januari 2014 komen twee afgevaardigden van de Belgische investeringsclub een lang weekend naar Bali voor de overdracht. Wij dragen op dat moment de rechten en plichten over, zij doen de restbetaling aan ons. Enkele dagen later pakken wij onze reistassen en vertrekken. Eerst gaan we enkele dagen naar het zuiden van Bali. Daarna reizen we door naar… Australië. Dat land kan ons al jaren bekoren, vooral de uitgestrektheid en het gevoel van vrijheid dat we daar beleven, maakt het een favoriete bestemming. We gaan eerst naar onze vriendinnen in Sydney en reizen dan door naar Perth waar we een campervan ophalen en circa twee maanden gaan trekken door het zuiden van West-Australië en langs de westkust. Reizen is verslavend. 

Tenminste, dat is ons plan op dit moment. Met onze vriendinnen Julie & Claire kunnen zaken zomaar wijzigen. Ze schreven ons recent dat ze een kleine campervan kochten dus misschien gaan ze wel met ons mee op pad?! Of gaan we samen naar Tasmanië, dat ook al jaren op het programma staat. Dit is precies het leven dat we willen leven: dagelijks de vrijheid hebben om te beslissen waar de wind ons brengt. Dat mijn liefje en ik ruim twee maanden in Australië zullen verblijven, staat echter vast. Als een huis.

In de komende weken ga ik op mijn manier afscheid nemen van onze woonomgeving en ons leven in Bali. 


donderdag 12 december 2013

Drie tuinkabouters

We aten deze week de eerste zelfgeplukte mango van de soort ‘haru manis’ (lekker ruiker) uit eigen boom. Mmmmmm! De nieuwe tuinman Dewa doet dagelijks zijn stinkende best om het onkruid te verwijderen, de dode bladeren weg te halen, te snoeien en nieuwe stekken te maken. Het zwembadbeheer is zijn forte nog niet maar hij is nog maar een week bezig. Het kwartje kan absoluut nog vallen. Het uitrollen van de stofzuigslang gaat al sneller, het stofzuigen van de badbodem al beter, hij kent inmiddels de benodigde stand in de machinekamer.

Inmiddels voerden we al minstens één vrachtwagen tuinafval van het land af. Dewa is op ongeveer een kwart van de tuin dus dan kun je je voorstellen wat we nog hebben te gaan qua afval. Hij voorzag de kruiwagen -die wij aantroffen met een lekke binnen- en buitenband- van riemen die hij over de berg afval spande zodat hij nóg meer in een keer kon afvoeren. Slim. 
Voor wat betreft het tuinonderhoud hielden mijn liefje, de tuinman en ik tot nu toe het volgende schema aan: vooraan lage begroeiing, daarachter iets hoger, tegen de tuinmuur de hoogste bomen, planten en struiken. Dat schema ging in de afgelopen periode verloren. Het was ons niet bekend maar vorige tuinman Ketut bleek al geruime tijd geen zin meer te hebben in tuinieren. Het onkruid tiert welig, het gras kruipt in de watergeulen, de grond ontbeert vitaminen, het staat eenvoudigweg te vol.

Elke dag zijn wijzelf in de tuin te vinden. Dat is niet alleen omdat we de nieuwe tuinman met raad en daad willen bijstaan. Wij krijgen er ook energie van. Het is fijn om te zien dat de tuin weer langzaam maar zeker ons kroondomein wordt. Er is nog steeds overal een groot aantal bloemen in verschillende kleuren en formaten te vinden dus ook vogels en vlinders bezoeken onze tuin. De umbrella tree die voor de bale bengong staat, doet zijn naam inmiddels eer aan: als je eronder zit, blijf je droog tijdens een regenbui. Ook de reizigersboom (rechts op de foto) is enorm gegroeid. De zelf gestekte tamarindebomen staan volop in bloei. Saya senang! Het stekken gaat overigens gewoon door (al functioneert onze stektafel tijdelijk als grote afvalbak).

Vandaag probeerde Dewa de grasmaaimachine; het ding wilde niet aanslaan. Niet veel later gaf hij het op. We zagen hem vervolgens met een scherpe zeis handmatig het gras snijden... Dat is geen optie als het 2.600 meter tuin betreft! Nadere bestudering van de machine toonde aan dat er niet alleen geen brandstof was, dat de bougies moesten worden vervangen maar bovenal: dat twee messen waren afgebroken en twee andere zelfs compleet ontbraken. Tja.

Alles overziend, riepen we voor volgende week deskundige hulp in. Purnomo, die wij al jaren kennen, komt Dewa volgende week met vier mannetjes helpen om de tuin in twee weken tijd helemaal schoon te maken en in zodanige staat te brengen dat onze tuinman dat werk voortaan gemakkelijk in zijn eentje kan doen. (We hopen dat hij een blijver is maar zeker weten doen we het nog niet...) Purnomo’s mannen gaan tevens het strand voor onze villa gras-, struik- en boomvrij maken. Daarna kan security Made het ’s ochtends aanharken voordat hij naar huis gaat.

Volgende week wordt een vrachtwagen vruchtbare aarde gebracht, worden nieuwe tuinslangen en sprinklersystemen geleverd, wordt één dode palmboom vervangen door een nieuwe, gaat de uit de kluiten gewassen Singaporeboom eraan en wordt graszaad geleverd. We haalden een groot aantal bestaande planteneilandjes leeg en op die plekken zal nieuw gras moeten gaan groeien. We zijn daar een beetje op uitgekeken en bovendien is de grasmat daarna gemakkelijker te onderhouden. Kortom: we zijn lekker bezig.



maandag 9 december 2013

Tante Komodo

Het was mij de zondag wel. Eerst kregen we bezoek van Elsa en haar jongens en aan het begin van de avond kwam onze beveiligingsman ons iets vertellen dat hem dermate overstuur maakte dat hij zijn verhaal enkele keren moest onderbreken vanwege een grote huilbui. Over dat laatste weid ik niet uit; dat kan worden samengevat met familiale perikelen. Je maakt hier wat mee!

Over de mannetjes spreken we elke dag dus daarover weid ik graag uit. Voordat mijn liefje en ik naar Bali afreisden, spraken wij met elkaar over het feit dat Yudha als zesjarige wellicht geen zin meer had bij ons op schoot te komen en te troetelen met ouwe taarten. Ik kan mij goed herinneren hoe ik als kind familieleden en vrienden van mijn ouders moest groeten; daar hoorde vaak kussen bij. Na elke kus werd de wang of de mond grondig afgeveegd. Ik herinner mij geen stekelige kinnen of wangen van tantes maar ik weet dat het begin van dergelijke ontmoetingen niet altijd een pretje was. (Zelf zorgen we ervoor dat alle ongewenste gezichtsbegroeiing tijdig wordt verwijderd.)

Toen de mannetjes ons weer zagen, was er van hun kant geen schroom. Wij werden besprongen en zij lieten zich vertroetelen. Yudha loodste zijn broertje naar binnen en zei heel lief “kijk eens goed”. Damai had niet direct in de gaten waarop grote broer doelde. Hij werd dan ook naar de zithoek geleid en daar kondigde hij aan dat hij met mij de pohon natal (kerstboom) had opgezet. De kleine keek met grote ogen naar de boom. Het is leuk om Yudha, zelf nog maar zo’n ukkie, zich als grote broer te zien gedragen.

Eerst dronken we koffie, thee en susu met een koekje, daarna was het tijd om te zwemmen. De opblaaskrokodil die in de koffer meekwam, lag al klaar op het terras. Die noemen we hier komodo. Krokodillen vind je niet op Bali maar varanen deste meer. Kleine examplaren zie je hier met regelmaat achter het huis lopen. In februari 2010 troffen wij een grote aan op het strand vóór ons huis. Het dier maakte aanstalte de tuin in te stappen totdat de tuinman daar een stokje voor stak. Dat was geen overbodige actie als je de klauwen van het dier bekijkt.

De groene variant die overigens van dezelfde afmeting is als de grijze (!), is een geschenk van tante Emmy uit Nederland maar ook met dit kado maakte ze vriendjes in Bali. (Tot dan toe voorzag zij deze kinderen van huidzalfjes.)
Damai bleef aanvankelijk op gepaste afstand van het gevaarte terwijl Yudha hem vertelde niet bang te zijn. De ene werd in het Ploufpak gehesen, de andere kreeg vlindertjes om zijn bovenarmen. Yudha sprong meteen op de rug van de komodo te water, Damai keek de kat uit de boom. Onder begeleiding van mijn liefje durfde hij na een tijdje dichterbij te komen en zelfs op de rug te klimmen, met zijn grote broer als voorbeeld. Die durfde immers zelfs zijn hoofd op de kop van de komodo te leggen. Damai greep zich stevig vast en keek langs een poot van het dier de diepte in. Ik ken het gedrag van zijn grote broer die wij drie jaar geleden watervreesvrij maakten.

Eerst dobberden de broertjes in het ondiepe gedeelte van het zwembad, beetje bij beetje wilde de jongste steeds verder weg van de trap. Als ex-zwemjuf weet ik maar al te goed dat je kinderen niet moet dwingen in het water. Yudha kan al aardig zwemmen zonder drijfhulp maar als er wordt gespeeld, is hij vrijer met vleugeltjes. Na het gedobber op de komodo stelde ik hem voor zonder hulp te gaan zwemmen met mij. Zijn beenslag (voor zover aanwezig) is krachtig en daarmee kan hij zich drijvend houden. Onderwater zwemmen doet hij ook; hij kan zo sneller zwemmen. Zijn armslag is echter nog niet om over naar huis te schrijven. Daaraan gaan we de komende maanden werken. 

Hij herinnerde mij aan het vroegere opduiken van een plastic kikker; die was niet meer. Er verscheen een lepel uit de keuken die onder water, op de laagste trede van het bad werd neergelegd. De kunst is echter de lepel van de bodem te pakken. Eerst deden we dat samen: hij en ik onder water, met zijn hand in de mijne en ik die hem dan de lepel onder water overhandigde. Hij wilde het ook weleens alleen proberen. 
Dat is zo leuk aan dit mannetje: als je iets voordoet, doet hij het niet veel later na. Hij dook onder water, ik zag draaikolken en opspattend water -als betrof het een krokodilaanval-, ik zag de witte onderkant van zijn grote voeten boven water, en daar ging hij... en kwam kwam boven met de lepel in zijn hand. Een triomfantelijke kreet volgde, net als applaus van onze kant. Zijn moeder die niet kan zwemmen, was sprakeloos. De beide kids zijn om van te houden. Mijn liefje en ik waren uitgeteld aan het einde van de dag.


vrijdag 6 december 2013

Dakkapelletje?

Vanmorgen kwam een vrachtwagen vol Balinezen, alang-alang (rieten dakbedekking) en bamboe de oprijlaan op. Enige tijd geleden constateerden we enkele zwakke plekjes in het rieten dak van zowel het woonhuis, de carport, de bale bengong en het gastenhuis. Dat soort periodiek onderhoud wilden we onze voormalige huurders niet aandoen dus we wachtten totdat we zelf weer in de villa waren. Van de bouwer kregen we te horen dat ‘zijn’ dakbedekking zes à zeven jaar meegaat maar dat betwijfelen wij. Nu zijn er verschillende soorten alang-alang en ook de dikte van de bedekking varieert. Mijn liefje en ik besloten het onderhoud nu te laten uitvoeren, voordat het regenseizoen losbarst.

De mannen lopen op hun blote voeten als klipgeiten over de schuine daken. We vroegen ons wel af of het schadelijk is voor de rest van het dak... Eerst werd er via de binnenkant van het dak een gat gehakt ter grootte van een flinke dakkapel en daarna werden de rieten matten naar boven gegooid en op de juiste plek aangebracht. We vroegen de mannen ook het riet langs de nok extra te bekleden en vervolgens een nieuwe laag bamboe erop te leggen. Dat gebeurt in een ruitpatroon. Dat van ons zat er sinds de bouw op, in tegenstelling tot vele andere villa’s. Kennelijk vonden anderen het niet wenselijk; wij wel. Nadat het dak van onze buurman enkele jaren geleden was bedekt en een fikse storm losbrak, stond zijn riet als een hanenkam van een punker rechtop. Het dak is dan extra kwetsbaar voor lekkage.
In de loop van de tijd braken de latjes echter en zakten ze naar onderen. Dat zag er niet fraai uit. Inmiddels zie ik veel meer villa’s die de bamboelaag erop laten zitten of aanbrengen. De dakbedekkers gaan circa vier dagen over het werk doen, ijs en weder dienende. De dames in de huishouding blijven vegen, er komen regelmatig strootjes naar beneden maar ook stof en ander spul. Zo vond ik een vogelei en een -nest in de tuin.

De beide dames bevallen ons zeer goed. Ayu, de oudste (30 jaar), is de senior van de twee. Zij is ook degene die kookt. Ze is afkomstig van een heel professioneel geleide verhuurvilla en dat is te merken. Na haar bevalling moest ze echter weer op zoek naar een baan elders. In Bali bestaat zoiets als zwangerschapsverlof en baangarantie niet. Ze spreekt goed Engels en laat het eitje niet van haar nasi goreng eten. Ze bereidde tot nu toe verse tomatensoep, krokante John Dori-vis, nasi goreng met zelfgemaakte satésaus van vers gebrande pinda’s (Ber!), kippesoep, maïssoep, zelfgemaakte lenterolletjes, rundvlees met ketjapsaus en urib. Stuk voor stuk heerlijke gerechten. Ze bepaalt zelf wat en hoe en dat bevalt ons uitstekend. Nome, de jongste (24 jaar), is een goede werkster die constant bezig is met schoonmaken. Ze hebben beide hun eigen schema en we laten hen hun eigen gang gaan.

Aan mijn liefje heb ik geen kind: zij loopt de hele dag glunderend door de tuin. Ze werkt hard mee met onze nieuwe tuinman. Ze snoeit waar nodig (overal). Balinezen hebben de naam niet te kunnen of willen snoeien. Laten wij weer een uitzondering op de regel in dienst hebben?! Jalan Nelly dijde zowel in de hoogte als in de breedte flink uit dus moest radicaal worden ingegrepen. Het is nog steeds een mooi laantje. We vermoeden dat de vorige tuinman al wekenlang in de nieuw aangelegde tuin van de verhuurders aan de slag ging of andere klussen voor hen deed en onze tuin liet voor wat het was. Het gras staat hoog tussen de bomen en planten, overal woekert onkruid, er zit onvoldoende lucht in de tuin al is die nog relatief groen.

Ook het zwembad bleek al weken niet goed onderhouden. Op grote delen van de binnenkant van het zwembad zaten plakaten alg. Ketut, de vorige, was geen zwembadman. Hij vond de scheikunde en al die regels maar lastig. Ook de waterproefjes verliepen soms moeizaam: was het water nu wel of niet in balans? Wij wanhoopten nooit; mijn liefje is immers gewezen zwembadmeesteres.
De snorkelset die ik in de (zoekgeraakte en weer boven water gekomen) koffer stopte, kwam nu al goed van pas. Met een borstel haalde ik die zo goed en zo kwaad als het kon, weg. Het zou gemakkelijker zijn geweest meet een loodriem om mijn lichaam. Stapje voor stapje wordt het weer ‘onze’ villa, naar ‘onze’ normen. Het is fijn om terug op het honk te zijn.



dinsdag 3 december 2013

20 kilo lichter

We zijn in onze villa in Bali aangekomen, de reis verliep heel voorspoedig. Op één dingetje na: mijn koffer bleef moederziel alleen achter in Singapore terwijl mijn liefje, de tweede reistas en ik doorgingen. 
We kwamen aan in de nieuwe terminal van luchthaven Denpasar. Dat werd een positieve ervaring: moest je voorheen in een soort ‘survival of the fittest’-strijd naar een klein burootje rennen om als eerste een visum aan te schaffen (wilde je er niet tot aan Sint Juttemis in de rij staan), nu trof ik in de hal tenminste tien counters aan waar je dat benodigde inreisdocument kon betalen en afhalen. Dat was pluspunt nummer 1. Pluspunt nummer 2 was dat we in een zucht langs immigratie waren. Ook daar kon je voorheen uren staan als je pech had. Het enige minpunt was dus dat we met slechts één koffer aankwamen. Toen de bagagecaroussel al twee rondjes zonder bagage had gemaakt, was het tijd om rond te kijken. Mijn naam bleek op een (lange) lijst te staan van achtergebleven bagage. De verwachting is dat de koffer vanavond thuis wordt afgegeven.

We waren wel zo slim geweest een aantal voorwerpen en kledingstukken over twee koffers te verdelen. Vanmorgen dronken we dan ook een favoriet kopje Nespresso-koffie alleen konden we de warme melk niet kloppen want die zit in de zielige tas. Zo ook voor het zwemgoed van mijn liefje; zij ging vandaag te water met mijn badpak en zelf verzon ik een list met mijn snorkeluitrusting. 

Na aankomst deden we boodschappen bij de plaatselijke Carrefour in het zuiden van Bali, waar de bouwlust overigens nog steeds van de straten spat. Hoe lang gaat dat daar nog door?! Daarna was het tijd voor de reis ‘over de berg’, naar huis. Daar we bijna een etmaal onderweg waren zonder slaap, dommelden we als snel in; ik had grote moeite mijn ogen open te houden. Het is belangrijk zo snel mogelijk in het plaatselijke ritme te komen maar de tandenstokers boden uitkomst. Na tweeenhalf uur kwamen we de Zeeweg opgereden waar we aangenaam werden verrast door nieuw aangelegde rijstvelden pal achter ons huis. Het is een mooi gezicht, dat stukje traditioneel Bali.

Even later zwaaide onze beveiligingsman Made de poort voor ons open... en we stonden tegenover een potdicht huis. Ik dacht direct: “maar goed dat we zelf huissleutels meenamen”. Er was geen pembantu (huishoudelijke hulp) te bekennen. Naar verluidt waren zij opgestapt of met de voormalige huurders meegegaan. Tja, dat was niet bepaald een warm welkom. Ook de koelkast bleek helemaal leeg. En er was geen druppel drinkwater aanwezig. Dat alles was even slikken. Met die ene wc-rol hielden we het overigens wel uit.
Wat mij tevens deed slikken, was de manier waarop ons meubilair eruitzag. Van de oorspronkelijke kleur rood van de bank- en stoelkussens was weinig over. Al ons kamermeubilair was door de langetermijnhuurders naar het terras verschoven om binnen ruimte te maken voor hun eigen meubels. Bovendien bleken ze op enig moment drie huisdieren (honden) te hebben die volgens het personeel altijd op banken en stoelen lagen en aan onze batik knauwden. Ook het dressoir (ons ‘altaar’) was naar buiten verbannen. Het teakhout was dan ook helemaal verkleurd. De kwaliteit van de overige teaktafels was tevens hard achteruit gehold. We missen nog enkele voorwerpen. Kasian, we hebben ons lesje wel geleerd. Gisteravond ging ik met een slaappil naar bed maar ik kon de slaap niet direct vatten; in tegenstelling tot mijn liefje die binnen één minuut zachtjes naast mij lag te snorren. Mijn slaap kwam uiteindelijk wel maar pas nadat ik een aantal malen op de eerste -nare- indrukken had gekauwd.

Trouwe Elsa kwam ons overigens bezoeken met haar mannetjes, die ons een creatief bloemstuk en een bos bloemen gaven. Bij Warung Arya haalde ze eten voor ons allemaal. Het was leuk hen weer te zien. Yudha komt morgen uit school zwemmen en spelen, Damai komt op zondag met hem mee. De beide mannetjes hebben vele kadootjes tegoed, uit de verloren koffer.

Inmiddels hebben we beiden het huis weer omarmd. Ik heb het meubilair weer zodanig neergezet dat het weer als thuis voelt. We hebben inmiddels twee pembantu’s, genaamd Ayu & Nome. De eerste had een briefje neergelegd met de boodschap dat we haar moesten bellen als we haar wilden. Dat deden we direct. Nummer twee werd door nummer een gerustgesteld en overgehaald te komen. Zij vertelde ons vanmorgen dat ze nooit meer voor zoiemand als de huurster wilde werken. Da’s dus geregeld; wij zijn wie we zijn: aardig en respectvol.
De tuinman bleek voorgoed gevlogen: hij ging met de huurders mee naar hun nieuwgebouwde villa. De ironie wil dat wij onze auto verkochten omdat de huurders last hadden van de onze, onder de carport. De reden dat Ketut bij ons weggaat, is dat wij geen auto meer hebben (hij was voorheen tevens onze chauffeur). Het goede nieuws is dat we alweer een nieuwe tuinman hebben, genaamd Dewa. We ‘interviewden’ hem vanmiddag. Tot gisteren werkte hij in een winkel waar landbouwmiddelen worden verkocht. Hij lijkt op een jonge versie van een Blue Diamond. Morgen begint hij aan zijn werk. De tuin is flink gegroeid maar heeft achterstallig onderhoud. Ik spotte reeds mango’s, bananen, ananas en papaya’s aan de eigen fruitbomen. Bovendien maakten we afspraken met de tegelboer (terras en woonkamer), de zwembadman en de dakbedekker. Dit klinkt als een werkvakantie!