Translate

woensdag 26 februari 2014

Give blood... go camping!

We zijn voor het eerst sinds onze reis door West-Australië weg van de kust. We staan nu op een grote, groene camping in Pemberton (700 inwoners), hemelsbreed op circa 25 kilometer van de Zuidelijke Oceaan. Het voelt als ‘binnenland’: we hebben zandgrond en houtsnippers onder de voeten, geen zicht op water maar wel op horzels. Die insecten zijn er omdat een bepaalde boom momenteel in bloei staat. Ze houden van de betreffende bloemennectar. Ze hebben echter een beetje bloed van ons nodig om de bloemen te bevruchten. Deze relatief grote insecten met brede vleugels en een groenig lichaam houden van reizigers in korte broek, korte mouwen en teenslippers! Men noemt ze hier ‘March flies’. Mijn liefje vroeg aan de gids waarom die verdomde insecten er al in februari zijn?! Het goede nieuws is dat een steek geen jeuk veroorzaakt maar het kan wel kortstondig pijn doen. ’s Avonds zijn ze overigens niet meer actief maar dan is de temperatuur dusdanig gezakt dat we niet meer buiten willen zitten. Dan lokt de gezelligheid van Winnie, onze motorhome.

We maakten onlangs een historisch treinreisje over de Warren River en we namen de dag daarop deel aan een ecotoer in het D’Entrecastaux National Park. Het boemeltje tufte over vijf bruggen en door een bos met vele soorten bomen. In September, als de bloemen in bloei staan, is het een veelkleurig traject. Nu vonden we het beiden een beetje saai.  

De daaropvolgende 4WD-excursie bood ons een blik op vier verschillende ecosystemen: een karri-, marri- en jabbahbos, bewegende duinen (Yagerup), de loop van de Warrenrivier en de monding van de rivier in de oceaan.

Waar we ook gingen, de horzels vergezelden ons. Alleen toen we bovenop de spierwitte duinen stonden en daarna op het strand waren, waren de horzels afwezig. Dat gaf even adempauze. Iedereen lijkt een soort vitusdans te doen om de insecten van het lijf te houden. Ik geloof zelfs dat ik ongemerkt op eentje ben gaan zitten... De titel van dit blog is overigens afkomstig van het t-shirt van de Australische die met ons meereisde (en meeleed alhoewel zij in spijkerbroek aan de excursie deelnam; een vrouw met ervaring).

De bewegende duinen waren fantastich om te zien en te beklimmen. Ze waren letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van deze excursie voor mij. De 4WD moest de banden gedeeltelijk leeg laten lopen om de duinen veilig te kunnen berijden. Toen ik mijn voeten in het fijne zand stak, voelde het tien centimeter onder het oppervlak koel aan. De gids vertelde mij dat de duinen water goed vasthouden. Je kon op heel stijle helingen staan, je zou niet naar beneden storten; daarvoor is het zand te compact.
Als mens met hoogtevrees probeerde ik dat niet uit. De duinen, die een groot oppervlak beslaan, rukken jaarlijks vier meter landinwaarts op. Menig meer in het gebied werd al opgeslokt. Toen we met de auto over het uitgestrekte gebied reden, leek het op een wintersportgebied met skisporen.

Ook bij de monding van de Warrenrivier, daar waar het zoete water contact maakt met het oceaanwater, was er veel te zien. De weg ernaartoe is alleen toegankelijk voor 4WD, de chauffeur heeft een vergunning nodig. Mijn zware auto, de Jeep, zou de route niet succesvol afleggen. Het strand is dan ook pristien. In geen velden of wegen waren andere mensen te zien. De kuststrook van dit nationale park strekt uit over circa 45 kilometer. 

Waar wij uitkwamen, mengden twee zeer verschillende kleuren en smaken water en stromingen zich. De monding van de rivier sloot vele jaren geleden zodat er geen verbinding met de oceaan meer was maar niet lang geleden opende het zich weer. De natuur laat zich niet leiden. Het zeewater stroomt bij hoog water de rivier in, een bruin kolkende massa veroorzakend. De golven van de Zuidelijke Oceaan sloegen rap na elkaar om, daarbij grote veren in de lucht achterlatend.

Mijn liefje stapte voor mij uit de auto en hield een grote schelp omhoog toen ik opkeek. Het bleek een intacte hertenkauri te zijn. De vondst van de dag, al verwacht je zoiets niet aan deze kust?! 
Ter verklaring vertelde onze gids ons dat de Leeuwin-stroming (vernoemd naar ontdekker Van Leeuwen – weer zo’n vliegende Hollander!) veel veranderde in de loop van de tijd, zowel qua onderwaterwereld als qua boventemperatuur. Aan deze oceaankust zijn dus inmiddels tropische schelpen, vissen en zeezoogdieren te vinden. En het regent vaker. 

Morgen reizen we weer naar de kust, naar een camping aan de Peaceful Bay. Uitsluitend gekozen om de naam. We zullen blij zijn als we de horzels achter ons kunnen laten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten