donderdag 31 december 2015

Barefoots eindejaarsblog

2015 was een alleszins bewogen jaar, ook op persoonlijk vlak.
Illustratie: Kakhiel
Mijn moeder ging begin van dit jaar, tijdens onze rondreis door Zuid-Amerika, van haar bejaardenwoning naar een verzorgingstehuis. Niet lang daarna werd beginnende dementie bij haar geconstateerd hetgeen haar persoonlijkheid veranderde. Vrij snel werd ze volledig hulpbehoevend, tot haar grote verdriet. Haar boze buien waren ongeëvenaard. In juni verhuisde ze naar een verpleegtehuis waar zij op 10 november jongstleden haar laatste adem uitblies, in aanwezigheid van mijn zussen. Ik heb vrede met haar heengaan maar denk regelmatig aan haar.

In april kreeg ik zelf de diagnose coxartrose gesteld, na jarenlang te hebben gesleept met één been. De boodschap viel als een bom op mijn dak. Ik voelde (en voel) mij te jong voor een dergelijk euvel maar ik moest eraan geloven: mijn mobiliteit ging met sprongen achteruit. Even dacht ik de operatie enkele jaren te kunnen uitstellen maar in de afgelopen maanden werden de klachten chronisch, al verhinderde dat mijn huidige reis niet. In 2016 zal ik op minstens één hangend pootje naar de Spaanse chirurg teruggaan om hem te vragen mij een kunstheup te geven. De overtollige kilo’s die ik in de afgelopen maanden vergaarde, beweeg ik er tijdens en na de revalidatie wel weer af met golfen en lange wandelingen. 

Spanje had dit jaar de warmste zomer sinds de registratie van het weer. Dat ondervonden wij en anderen die aan de Costa Blanca verbleven, aan den lijve. El Niño roerde dit jaar zijn staart heftig. Gedurende menige week in juli en augustus wees de thermometer 40 graden Celsius aan; dat maakten wij in de afgelopen tien jaren van onze permanente bewoning niet eerder mee. Onze lichamen raakten in die jaren gewend aan warmte en hitte maar zelfs wij zetten de airco af en toe aan.

Ook dit jaar bezochten we Bali en verstevigden we de band met onze vriendjes aldaar. Damai, bijna 5 jaar oud, trad tijdens ons recente bezoek meer op de voorgrond. Hij is een überpienter ventje dat graag zingt en danst en al aardig wat Engels begrijpt en bezigt. Zijn prestaties in het zwembad gingen tevens met sprongen vooruit. Zijn grote broer Yuda (8) verrichtte een heuse heldendaad tijdens een Balinees verjaardagsfeestje door de kleuter des huizes van twee jaar uit het zwembad te redden. Moeder, die niet kan zwemmen, stond krijsend aan de kant. Inmiddels zorgde moeder/bouwopzichter Elsa dat hun eigen huis werd afgebouwd. In februari van het nieuwe jaar gaan ze verhuizen.

Angela Merkel werd door tijdschrift Time uitgeroepen tot persoon van het jaar. Moeder Merkels boodschap we can do it van augustus van dit jaar, waarin ze aangaf dat Duitsland aan alle vluchtelingen uit Syrië onderdak zou bieden, getuigde van medemenselijkheid maar verdeelde Europa tegelijkertijd. Ons continent kreeg te maken met een grote stroom vluchtelingen die onderdak zochten (en zoeken) voor oorlog en geweld in hun thuisland. In menig Europees land, ook in Nederland, kwamen voor- en tegenstanders van opvang lijnrecht tegenover elkaar te staan.

2015 was helaas ook het jaar van Islamitische Staat, wier aanhangers honderden terroristische aanslagen pleegden in Europa, Afrika en het Midden-Oosten. De oprichter van IS stond ook op de shortlist van Time?! Onschuldige mensen werden gedood, in de naam van religie. Vrouwen en meisjes werden verkracht, vermoord en in massagraven gegooid. Kinderen kregen explosieven om, die op afstand werden gedetoneerd, in de naam van religie. Tja. 
De terreurgroep zette de wereld op zijn kop, ook die van mijn liefje en mij. In Europa proberen we onze manier van leven te beschermen. De waarden en normen van het oude continent stammen uit de Verlichting, een tijd waarin het gebruik van de rede de kern van ons denken en handelen werd. Geen boek is heilig, geen traditie of geloof is op voorhand goed of fout. Elk idee wordt aan een kritisch onderzoek onderworpen. Een burger mag denken en zeggen wat hij of zij wil, behalve als het aanzet tot haat en geweld. Daar trekken we de streep!

Het woord dat men in Nederland uitriep tot domste en stomste woord van dit jaar, was ‘me’: me moeder, me lieffie. Terecht. Echter, het mooiste Engelstalige woord van 2015 dat ik zelf verkoos, was ‘upstander’. Monica Lewinsky gebruikte het in haar TEDTalk, getiteld The Price of Shame. Een upstander (opstaander, waarom niet?) is iemand die opstaat tegen onrecht, iemand die zich uitspreekt tegen negatieve kwesties. Het is het tegenovergestelde van de niet thuisgever, iemand die niet in actie komt tegen kwalijke praktijken.

Mensen die dit jaar met woord en daad indruk op mij maakten, waren: Roger Cox, advocaat van Urgenda. Deze organisatie spande een rechtzaak aan tegen de Nederlandse staat omdat die te weinig doet om het broeikaseffect in het land terug te dringen. Niet eerder vertoond! Urgenda werd door de rechters in het gelijk gesteld.

Mauricio Macri (56) werd in november gekozen tot nieuwe president van Argentinië. Al klopt mijn politieke hart ter linkerzijde, ik ben blij met de verkiezing van deze conservatief. Hij belooft een einde te maken aan de schaduweconomie van het land. Hij sprak woorden naar mijn hart: de minderbedeelden van Argentinië zijn meer gebaat bij werk en scholing dan bij uitkeringen. De nieuwe president staat op de foto met mijn First Lady! Wij onmoetten hem in zijn hoedanigheid als burgemeester van Buenos Aires.

Eerder dit jaar zag ik een indrukwekkende documentaire over Michaela DePrince (20), de enige danseres in het Nationaal Ballet van Afrikaanse afkomst. Ze werd geboren in Sierra Leone en werd geadopteerd door een joodse familie in Amerika. Ze kreeg de bijnaam duivelskind omdat ze een huidziekte heeft. Als jonkie had ze één droom: balletdanseres worden. Ze werd het, en wat voor een.

Personen die ons dit jaar ontvielen, zijn onder andere de oudste vrouw van de wereld. Ze heette Misa Okawa, overleed op 1 april, was Japanse en werd 117 jaar. De Nederlander Joost Zwagerman (51) beroofde zich tijdens een bewustzijnsvernauwing van het leven. Zijn beste vriendin Jessica Durlacher noemde het kortsluiting in zijn hoofd. Ook ik was zeer ontdaan. Niet alleen omdat hij een leeftijdsgenoot was wiens werken ik met plezier las, ook omdat hij de schone kunsten een warm hart toedroeg en nog zoveel mooie plannen leek te hebben. Triest.

Dit jaar sluiten mijn liefje en ik af op een van de mooiste plekken ter wereld: aan de voet van de Sydney Harbour Bridge. In goed gezelschap van vriendin Bernadette luiden we het jaar hopelijk zeer feestelijk uit. We namen vanmorgen ter plekke een kijkje: honderden mensen installeerden zich reeds in de haven, met tentjes, stoelen, handdoeken, picknickkleden, manden. Sommigen gaan daar 60 uur voor het evenement naar toe voor het beste plekje. Het was er reeds vol, vanavond zal het er bomvol zijn: naar verluidt komen 1.000.000 mensen af op het spectakel. Straten rondom Circular Quay zijn vanaf 2 uur vanmiddag afgesloten. Wij gaan vanavond met openbaar vervoer naar de CBD en zullen er daarna hoog boven de massa onderdeel van uitmaken. Wij zullen als drie van de eersten het nieuwe jaar instappen. 

Vanaf de andere kant van de aardbol wensen wij jullie, vrienden, familieleden en bloglezers een spetterend uiteinde en een, in alle opzichten, goed begin van 2016 toe!



maandag 28 december 2015

Easy like a (Whit)sunday morning ♫

Knijnekop kreeg gelukkig helemaal ongelijk: we voeren driemaal uit naar de Whitsunday Islands bij doorgaans blauwe luchten. Op maandag viel wel een tropische bui maar die hield niet langer dan 15 minuten aan en daarna knapte het weer zienderogen op. We voelen ons grote bofkonten met dit weer, in deze tijd van het jaar en op deze locatie. Ook dit deel van Queensland heeft een regenseizoen, net als Bali. Elsa appte enkele dagen na ons vertrek dat het seizoen waarlijk begon met zware regenbuien.

Het leven is eenvoudig op het water. Ons laatste zeil- en snorkeluitje langs de Whitsundays was met een fameuse schoener die oorspronkelijk in Tasmanië werd gebouwd. Het schip heet de Derwent Hunter, werd in 1949 in deplorabele staat aangetroffen in Queensland, gerepareerd en opnieuw klaargestoomd om een passagiersschip te worden. Dat was nadat het vele andere nautische functies bekleedde in de voorafgaande eeuw, zelfs als piraten- en onderzoeksschip. Het was mooi zeilen met deze tweemaster, met een bont gezelschap aan boord. Veel buitenlandse toeristen, enkele Ozzies, zowaar drie damessetjes.

Voor snorkelen deden we Bali Hai (voorheen Black Island) en Longford Reef & Sand Bar aan; de eerste plek was nieuw voor ons, de tweede niet. Longford is een reep zand die op het rif ontstond doordat onder andere papagaaivissen het zand dat ze met hun papagaaienbek van rotsen schrapen daar uitspuugden. Deze vis is in staat tot een productie van 90 kilo per jaar! De vorige keer dat we daar snorkelden liet mijn liefje de activiteit aan zich voorbijgaan. Terwijl Bernadette en ik snorkelden, wandelde zij over de Sand Bar. Het was errug mooi onder water en vanwege de lage waterstand kon je het koraal en de vissen bijna aanraken. Bij wijze van spreken dan. Koraal, een levend organisme, bekijk je namelijk op afstand want door een aanraking kun je het beschadigen en zelfs doden.

We keerden naar de Whitsunday Islands terug op een zonovergoten dag, met een beetje wind in de zeilen. Op beide snorkelplekken zagen we die dag schildpadden. Wow. Het was Bernadette die mij op een groot dier attendeerde in het water rondom Bali Hai. We lijken er patent op te hebben: ook tijdens onze gezamenlijke rondreis in Sulawesi (2014) was het turtle galore. We maakten wederom een bijzonder moment mee: de grote loggerhead lag aanvankelijk te rusten op de bodem van de zee waar we het dier met argusogen volgden. Op enig moment steeg het op naar het wateroppervlakte, ongeveer één meter van onze neus en mijn camera. Het hapte zuurstof en in één oogopslag zag ik dat de boot in het verlengde van de grote schildpad lag. Klik. Het leverde een mooi plaatje en een fijne herinnering op. We zijn klaar met snorkelen op de Whitsundays. We geven de gevoelige lippen voorlopig rust. Ik denk niet dat we te water zullen gaan in Tasmanië… het eiland ligt dermate dicht bij Antarctica dat ik vermoed dat het te koud zal zijn voor onze verwende lichamen maar die zeepaardjes trekken nu al aan mij… We zullen zien.

Het is hier tevens mangoseizoen, ook daarmee boffen we; Bernadette nog het meest want het is haar favoriete fruitsoort. Een uitje naar Bowen, epicentrum van de mangoteelt, mocht dan ook niet uitblijven. We fotografeerden haar staand en liggend voor, naast en achter een groot mangobeeld bij het binnenrijden van de stad. Alleen d‘rop ging niet want het apparaat is tien meter hoog. We kochten een aantal onbespoten mango’s uit eigen tuin bij een privéstal-aan-huis voor $ 1.50 per stuk, ongeveer één euro. Een koopje, temeer daar het de lekkerste ter wereld zijn: de soort heet Kensington en stamt uit de tijd dat Queensland werd aangedaan op de handelsroute naar en van India. Ik vraag mij vaak af hoe de ontdekker van iets überlekkers (als de mango) te werk ging… iemand moet iets voor het eerst uitproberen maar dat kon altijd de dood tot gevolg hebben, als het betreffende product giftig bleek te zijn. De kleur rood duidt in de natuur regelmatig op iets giftigs en een rijpe Kensington-mango heeft rozerode wangen. Ze zijn echter vurrukkulluk. We zwommen in Horseshoe Bay, lunchten aan het water terwijl rainbow lorrikeets een vliegshow voor ons opvoerden.

Binnenkort vliegen we terug naar Sydney waar ons nieuwe hoogtepunten wachten: we gaan het oudejaarsvuurwerk rond de Sydney Harbour Bridge met eigen ogen aanschouwen vanuit Café Sydney, waar de akela maanden geleden een tafeltje voor drie reserveerde. Op 1 januari doen we de nieuwjaarsduik vanaf Bondi Beach. Reizen is verslavend!



vrijdag 25 december 2015

Merry X-Mas, possums!

Vanuit een bijna wifiloos Airlie Beach (gggggrrrrr), uitvalsbasis voor de tropische Whitsunday Islands wens ik jullie, vrienden, familie en bloglezers prettige kerstdagen toe.



Sandsational

Op maandagochtend namen we afscheid van Julie & Claire, die sindsdien af en toe  regenachtige dagen hebben. Bernadette, mijn liefje en ik zijn alweer een week in tropisch Queensland. Het was een prettige vlucht met Virgin Australia naar Airlie Beach. We reisden met een vliegtuigtype waarmee ik niet eerder vloog; een E190 van Amerikaanse makelij. De route bestond uit twee etappes: Sydney – Brisbane en van daaruit naar Proserpine. Vanuit de lucht zagen we een kleine landingsbaan in een eucalyptusbos; de piloot cirkelde het vliegtuig naar zijn eindbestemming.

Op dit kleine Outback-vliegveld haalden we de huurauto op, een hybride Toyota Camry die onhoorbaar zoeft en heerlijk rijdt. De vrouw van het verhuurbedrijf vroeg belangstellend of dit ons eerste bezoek aan Airlie Beach was. Ik legde uit dat wij hier tien jaar geleden waren maar dat we toen niet konden gaan varen vanwege een fikse tropische storm. Het leek alsof de duivel in haar voer. Ze wist niet hoe snel ze moest zeggen dat er binnenkort een tropische storm aankwam die negen dagen zou aanhouden en 500 milimeter regen zou voortbrengen. Dat alles met veel leedvermaak. Wij vonden haar direct onaardig en sindsdien heet zij de KnijnenKop (omdat ze naast twee massieve voortanden geen ander noemenswaardig gebit heeft). Ze bleek ongelijk te hebben.

Ons appartement is ruim en prachtig gelegen: met weidse blik op de Coral Sea. Het huidige terras is zelfs ruimer dan ons Spaanse terras. Er is slechts één nadeel: er is geen wifi. Dat geldt helaas ook voor vele restaurants en cafés in het stadje. Het is om horendol van te worden. We staan soms als junkies tegen de gevel van een internetplek gedrukt om Whatsapps en mails te kunnen bekijken. Bloggen is onder die omstandigheden tevens een verzoeking.

Op de dag van aankomst boekten we twee excursies. Het toeristische seizoen brak aan en ook de Australiërs zijn nu op zomervakantie. We reserveerden een tocht aan boord van een voormalige Volvo Ocean Race-boot. Het deed in het verleden tevens mee aan de Sydney-Hobartrace die morgen weer van start gaat. Met booteigenaren Michael & Jo zeilden we met een klein gezelschap naar Blue Pearl Bay, Hayman Island en Langford Reef & Sand Bar. Zeilend haalden we tien nautische knopen, ik zat hoog en droog aan loefzijde terwijl mijn liefje met volle teugen genoot aan leizijde; bij tijd en wijle ging de boot op één oor.

We lunchten aan boord en snorkelden to our hearts delight. Het is stingerseizoen dus we moesten een soort Teletubbiespakken dragen om steken van giftige kwallen te voorkomen. Op de eerste snorkelplek was veel kleurrijke tropische vissen te zien, op de tweede locatie was het koraal prachtig en goed zichtbaar vanwege laagwater. Schipper Mich keek vanaf aanvang met jaloerse ogen naar het t-shirt van mijn liefje… zij kocht het bij de start van de Volvo Ocean Race 2014-2015 in Alicante. Met zo’n boot onder zijn kont zou het hem goed staan! Met zo’n shirt mocht zij alleen aan het roer staan, ze besloten te ruilen.

De tweede dag op het water beleefden we op een grote catamaran die ons langs Daydream Island en Hamilton Island bracht en een rondje Whitsunday Island deed. We bezochten Whitehaven Beach, het schoonste en witste zand van de wereld en daardoor UNESCO-werelderfgoed. Met Claire had ik een weddenschap; zij beweert dat een strand in de buurt van Jarvis Bay het witste zand heeft. Ik geloof wat men over Whitehaven Beach zegt, dat het allerwitst is. Dit strand van 7 kilometer lengte is zelfs zo wit dat het naar verluidt vanuit het heelal is te zien. Het is een zienswaardigheid voor velen, ook vanwege de vele kleuren azuur water. Sommige toeristen doen het eiland zelfs aan met een helicopter. Het zandstrand van dit eiland is als enige van de Whitsundays samengesteld uit silica-kristallen. Daarmee kun je onder andere je juwelen oppoetsen, je lichaam scrubben en je tanden witten. Het fijne zand is niet goed voor apparaten maar voelt als poedersuiker aan de voetjes. Als het 40 graden Celsius is, blijft dit het strand koel. Er komen hier groene schildpadden voor (we zagen er twee in het water) maar zij leggen geen eieren op Whitehaven omdat die vanwege de koelte niet worden uitgebroed. Moeder Natuur blijft mij verbazen!

Wifi is ook hier verschrikkelijk schaars en langzaam. Meer foto´s volgen als we weer in betere internetomstandigheden zijn. Vandaag gaan we hier op zoek naar een plek voor de Kerstlunch.


donderdag 17 december 2015

Stormy!

Elke ochtend word ik wakker van iets dat klinkt als Au..au..aaaauuuuw! Het is de weeklaag van een grote, zwarte kraai. Als ik niet beter wist, zou ik opspringen en de gevederde vriend te hulp schieten. Het is een van die geluiden die bij Australië hoort, wat mij betreft. Daaraan voorafgaand, vertrokken reeds enkele vliegtuigen naar andere bestemmingen. Ik hoor hun gerommel in de verte. Wij staan doorgaans rond 8:00 uur op. Onze vriendinnen hebben dan de hond al uitgelaten, de was gedaan, de tuin gesproeid, ontbeten en de eerste mails verstuurd. Tja. Sinds we stopten met werken, we don’t do early mornings. Bovendien zijn we op vaaakaansie!

Iederde dag bezoeken we een andere koffieshop, bijna dagelijks nemen we een duik in zee vanaf een van de 100 stranden rondom Sydney. Op dit moment zit ik bij koffieshop Kiss the Barista waar de cappuccino heerlijk is. Een restaurant met uitzicht, over de Lady Robinsons Beach. Niet elke dag is zonnig: op dinsdag stond de wind verkeerd waardoor het water choppy was, met veel stroming en korte, hoge golven. Dinsdagavond hadden we thunder and lightning. Gisteren stonden we op met onweer, met wolken en een buitje.

Vriendin Julie is druk op haar werk dus die laat regelmatig verstek gaan, Claire heeft doorgaans tijd en zin om ons te vergezellen. Zij zwom lange tijd niet (de laatste keer was misschien wel met ons in januari 2014…). Zij groeide op in de Outback van New South Wales en leerde niet zwemmen als kind. Dat deed ze pas enkele jaren geleden; nu zwemt ze graag al omschrijft ze zichzelf niet als een Vrouw van Atlantis - zoals mijn liefje, Julie en ik wel doen.

Op een van die momenten vertelde Claire mij dat ze recent nieuwe zweminstructies ontving van haar zwager die les geeft aan de zogenaamde nippers, de jongste leden van een Australische Life Savers Club. Als ik borstcrawl, steek ik mijn uitgestrekte armen voor mijn gezicht in het water en haal ze dan helemaal door tot achterin, als vleugels. Nieuwe inzichten voor wat betreft reddend zwemmen en zwemmen in branding of zee leidden ertoe dat men de armen nu vooruit in het water steekt, in een rechte lijn vooruit vanaf de schouders en dat ze dan onder water tot aan de heupen worden gebruikt en dan opgetrokken als een chicken wing. Ik begreep de aanwijzingen maar kon niet direct op die manier zwemmen. Maar oefening baart kunst, ik krijg nog gelegenheid genoeg om te proberen.

Nog even en dan arriveert Bernadette ook. Onze Sydney-vriendinnen hebben een feestje op de avond van haar aankomst dus wij gaan haar in een van hun auto’s ophalen. De heenweg kennen we zo ongeveer, de terugreis naar het logeeradres zetten we in het navigatiesysteem. We zijn slechts korte tijd met ons vijven maar we gaan er iets leuks van maken. Op de bonte avond zullen we onze Australische gastvrouwen meenemen naar een diner in een van de leukste strandpaviljoens.

Met Bernadette vliegen we begin volgende week naar Airlie Beach (Queensland) waar de Grote Roerganger een tweekamerappartement in een complex met uitzicht op de Coral Sea boekte; dat is gezelliger en praktischer dan twee hotelkamers. We kozen die plek omdat het een goede uitvalsbasis is voor varen rondom en dagtochten naar de Whitsunday Islands, een groep van 74 eilanden van verschillende grootten, verspreid over een gebied van ruim 275.000 km2. De naam is naar verluidt verkeerd gekozen: Captain Cook zou de eilandengroep hebben ontdekt op Whit Sunday maar het was in werkelijkheid op maandag...

Mijn liefje en ik waren eerder op die plek maar toen konden we niet gaan varen vanwege een heftige tropische storm die aanhield; dat was in 2006, tijdens ons eerste bezoek Down Under. (We gaan er wel op vooruit, vind je niet?!) We verbleven toentertijd in een campervan op een kampeerterrein aan de kust, totdat daar het rivierwater te hoog kwam te staan. We verhuisden van de bus naar  een huisje op het terrein waar we een aantal dagen wachtten totdat we naar de Whitsundays konden gaan. Dat lukte niet, het weer bleef ons parten spelen; we besloten dan ook door te rijden. We hopen deze keer meer geluk te hebben.
In die omgeving gaan we kerst vieren. Het is traditie dat we op eerste kerstdag gaan snorkelen. Deze keer gaan we dat dus doen op het Great Barrier Reef, vooropgesteld dat het weer ons goedgezind is. Ook in die regio krijgen we te maken met regen.

Gisteren rond het middaguur werd Sydney getroffen door een zeldzame tornado en wij zaten er middenin! We gingen voor de lunch naar Cronulla Beach toen de lucht donkerder en donkerder kleurde. Er kwam een wervelwind over delen van de stad met gemiddelde snelheden boven 200 kilometer per uur. De tornado liet een spoor van vernieling achter. Wij schuilden in Zn Bar; vul maar in: Zen, Zon, Zin of Zijn... wij waren daar. Cronulla Beach sloot, de surf werd verboden gebied. Er vielen hagelstenen zo groot als golfballen. 

In andere delen van de stad vielen hagelstenen zo groot als tennisballen. Bomen vielen om, electriciteitskabels knapten, daken vlogen van huizen, auto’s waaiden om. Vliegtuigen bleven aan de grond, een aantal vluchten met deze stad als eindbestemming week uit naar andere vliegvelden. Voor zover bekend raakte niemand gewond. Ik keek met grote ogen toe. Zelf maakte ik niet eerder zo’n wisselvallig Sydney mee.


zondag 13 december 2015

No worries

Het weerzien met onze vriendinnen was goed, we herkenden ze al van verre. In de afgelopen tien maanden brachten de dames veranderingen aan in hun lifestyle en dat was hen aan te zien. Ze werden heuse slanke dennen, sommige omstanders zijn zelfs van mening dat het té is. De meiden hangen geen dieet aan maar luisterden wel goed naar de opvattingen van een gepromoveerde voedingsdeskundige. Die persoon beweert dat als je geen olie in de voeding gebruikt, de (overtollige) vetten van het eigen lichaam worden aangesproken en weggewerkt. Het werkt.

Er is geen olijfolie of boter in de keuken- of koelkast te vinden, ze eten meer thuis en als ze uit eten gaan, wordt er geen gebakken of gefrituurde gerechten besteld. Ze koken in bouillon of water, yoghurt en andere hapjes zijn low fat. En ze reduceerden hun suikerinname drastisch. Verder doen ze alles, zoals ze voorheen deden. Wij waren twee van de weinigen, aldus de dames, die niet oordeelden over hoe ze eruitzien. Mensen vragen of ze ziek zijn, vinden het onverstandig wat ze doen, proberen hen op andere ideeën te brengen of te verleiden met voedsel dat ze niet meer willen eten. Ze voelen zich er heel goed bij, zijn energieker en fitter en daarom gaat het. Bovendien vind ik dat ze er goed uitzien.

Verder is het als vanouds. We praatten lekker bij. Al is het bijna twee jaar geleden, het voelt alsof we elkaar recenter nog ontmoetten. Dat heb je met goede vrienden op afstand: je kunt elkaar lange tijd niet hebben gezien of gesproken, zodra je weer bij elkaar bent, pak je de draad zonder dralen weer op. Julie werkt nog steeds bij het kantoor waar ze voorheen werkte, voor klanten met bijzondere projecten. Met haar hoogbejaarde moeder Pat gaat het minder goed: ze heeft thans een virus die maakt dat wij haar niet mogen bezoeken. Kasian.

Claire werd afgelopen jaar voor het eerst opgenomen in het seniore damesteam van bowls waar zij de eer van New South Wales met sukses verdedigde. Haar team kwam ver: ze werden tweede in de landskampioenschappen (achter team Queensland)! Ik zag haar agenda van de afgelopen maanden… Pfffff. Alleen al het aanzicht is vermoeiend. De vrouw is een natuurtalent; ze beoefent de sport nog niet zo lang maar wel geconcentreerd en fanatiek. Nu wordt er genoten van een welverdiende stop.

Ook voor Lucy-the-Furry-Princess brachten we kadootjes mee: pop DIVA om mee te spelen, hondensnacks als beloning na kunstjes. Lucy is namelijk een circushond. Ze is intelligent en nieuwsgierig. Claire, voormalig oprichter en eigenaar van een succesvolle pre-school (onderwijs aan kleintjes, voordat ze naar de lagere school gaan) is een begenadigd coach - ook voor slimme hondjes! We kregen een optreden met een kunstje waarbij ze de deksel van een kleine pedaalemmer opent om de snack eruit te pakken. Ik vond het leuk dat de hond ons herkende; ik houd van dit diertje, ze is heel lief en grappig.

Het weer is hier niet stabiel. De ene dag is het strakblauw, heet en plakkerig, de volgende dag kan het tien graden Celsius koeler zijn met bewolking; met voor 's avonds een truitje. We hebben nog niet met elkaar gezwommen en zij niet zonder ons. In de aanloop naar de feestdagen zijn er nu al veel kerstfeestjes: die van de woonwijk, van kantoor en diverse sportclubs. Wij zijn dus met plezier oppas voor de hond.

Zelf maakte ik een bordspel voor hen. In het verleden deden we spelletjes en quizzen met elkaar, tot grote hilariteit. Deze keer is het een soort ganzenbord met vragen over Australië-Spanje-Nederland. Soms zijn het echte kennisvragen (hoe groot is een babykangoeroe bij geboorte?), andere kaarten bevatten werkelijk wacky wetenswaardigheden (wanneer vond de laatste dodelijke spinnebeet plaats?). De competitie barstte los. 

Mijn liefje is druk met het vervolmaken van onze reis door Australië met Bernadette die volgend weekend aankomt. We gaan onder andere door Tasmanië cruisen in een kampeerwagen maar dat doen we in de drukste periode van het jaar. Het aantal plekken op de campings is daar beperkt dus Julie & Claire raadden ons aan op toeristische plaatsen, zoals Craddle Mountain, een staplaats te reserveren in het Nationale Park. Anders moet Ber, beginnend kampeerder, haar grote boodschap in the wild doen en dat will zij niet op haar geweten hebben…

De dames hebben weliswaar wifi-verbinding in hun huis maar ze weten de toegangscode niet meer (dat was in 2014 niet anders). Ook nu kunnen wij onze electronische apparaten dus niet aansluiten op het web. Vertel mij iets nieuws over Innovation Nation. We kruipen dus af en toe achter de desktop van Julie om daar onze dingen op het web te doen. Groeten uit de Cronulla Beachclub, met publiek wifi zonder vouchers of code. Joehoe!



donderdag 10 december 2015

Uit eten, zodat zij kan raten

We zijn aan onze laatste dag in Randwick bezig. Morgenochtend halen onze Sydney-vriendinnen Julie & Claire en Lucy-de-Furry-Princess ons op bij het hotel. Wij kijken ernaar uit.

Het werd een leuk verblijf in Randwick, dat nieuw voor ons was. Het is een trendy wijk met tientallen restaurants waarvan we er minstens tien uitprobeerden (we waren hier tien dagen). 
Mijn liefje is sinds onze rondreis door Zuid-Amerika een Tripadvisor-reviewer. Werkelijk alles kan worden beoordeeld: een strand, haven, zwembad, winkelstraat, koffie, hotels, bars en restaurants. Met ons huidige reisschema stijgt ze dagelijks naar nog grotere hoogte. Soms reviewen we samen. Ze is inmiddels expert in bijna alles maar ze gaat niet naast haar sandalen lopen. Nog niet. Als blogger ben ik wel een beetje jaloers op de reacties die ze krijgt op haar beoordelingen… Soms tientallen?! Tja.

We proefden elke dag een kopje koffie van een andere barrista. Op Belmore Road vind je veel cafés. Ze maken hier heerlijke koffie; de lekkerste kop koffie dronken wij bij 18 grams espresso, met toasted raisin bread (geroosterd krentenbrood). Ze branden de koffie zelf en dat is te proeven. Mmmmm. 
Ook veel restaurants zijn een (tweede) bezoek meer dan waard: mijn liefje en ik dineerden voor het eerst bij een Nepalees restaurant genaamd Mandala. De eigenaresse was om mee naar huis te nemen zo aardig. Tevens aten we heerlijke tapas bij Cookhouse waar ik bovendien een mooie pinot gris (lichtroze, bijna rosé) uit NSW proefde. Op het etiket staat een gestileerd gevederd vriendje. Die ga ik zeker zoeken in de bottleshop in de komende weken. We constateerden wederom dat wij gemakkelijk een voorafje of hoofdgerecht kunnen delen. Soms laten we nog steeds een restje op ons bord liggen. De porties vind ik hier immens. Een van twee Australische vrouwen heeft overgewicht… Tja.

Een van de leukste plekken die we in de afgelopen dagen bezochten, was het dameszwembad van Coogee Beach. Op de eerste dag bij de bushalte zei een oudere Australische buurtbewoonster dat we dat moesten bezoeken. Daarna kregen we nogmaals dat advies van een andere vrouw. We zochten het dus op, na een lange wandeling langs de kust. Voor 20 dollarcent (€0,14) per persoon mochten we naar binnen. Er waren kleedhokjes, douches en toiletten.
Er was hier en daar een beetje gras waarop dames, topless en in badkleding, lagen te zonnen. Ook op de rotsen. In het bad waren tevens blote borsten. Er waren oude(re) dames die in hun eentje baantjes trokken, jonge moeders met kinderen, oma’s met kleindochters, giechelende pubers, jonge vrouwen met hoofddoekjes en wij. Ik ontdekte zelfs een hoekje waar dames-van-de-damesliefde (aka pottenkindjes) lekker met elkaar lagen. Zoet om te zien, fijn om te zijn.

Enkele dames-dames groetten ons later in Cogee Pavilion, bij de lunch. Dat was een van de allerleukste plekken tijdens dit verblijf. Dit paviljoen heeft het helemaal voor elkaar (ook qua wifi). We bezochten de plek een aantal malen, voor de lunch en voor het diner. Zelf ben ik niet zo’n pizzamens maar de Italiaanse manager van de ovens deed ons smullen. Ik vertelde hem dat hij en zijn team voor mij de pizza herdefinieerde met een smakelijke bodem (!), nauwelijks kaas en karig beleg van uitstekende kwaliteit. Hun verse zeevruchtensectie is ook om te zoenen.

Vandaag reisden we met de bus wederom naar het centrum van Sydney. In het centrum kun je over de hoofden lopen. Iedereen is aan het kerstshoppen. Tassenvol. In bars en restaurats wordt reeds flink kerstmis gevierd. 

We dronken een chocoladedrankje bij Lindt in Martin Place, dat vorig jaar rond deze tijd wereldnieuws werd omdat de winkel annex het restaurant werd overvallen door een radicale moslim die tien mensen gijzelde gedurende een hele dag en een nacht. Er vielen twee doden en vier gewonden. Een nachtmerrie. Ik zag vandaag een much happier crowd. We bleven op het plein totdat de eerste lampjes van de gedenkwaardige kerstbomen aangingen.

Vanaf morgen gaan we logeren bij onze vriendinnen in Sans Souci, een andere buitenwijk van Sydney. De dames zijn uiterst gastvrij maar geen thuiskoks; wij verheugen ons op culinaire sessies in hun uitermate goed uitgeruste keuken. Ik weet zeker dat zij uitkijken naar onze nasi goreng met sate, wagyu biefstuk met gebakken aardappelen en wat er zoal in onze koppies opkomt, met een beetje hulp van Curtis Stone (Coles) en andere Australische chefkoks. Geen idee hoe de internetverbinding volgende week zal zijn maar jullie merken dat wel. Het album Barefoot & Friends is aangemaakt, het Sydney foto-album blijft bestaan maar vind je bij mijn overige albums in de linkerkolom. 


dinsdag 8 december 2015

Innovation Nation?

Uit eigen ervaring weet ik al jaren dat Down Under op informatietechnologisch vlak ver achter blijft bij de rest van de wereld. In de Outback begrijp je dat nog eventueel maar voor een buitenwijk van Sydney is dat toch for crying out loud?! In het hotel waar wij thans verblijven, wordt met vouchers gewerkt die slechs een bepaalde tijd geldig zijn. Gratis, dat wel. Je moet constant in- en uitloggen en de snelheid en capaciteit van de verbinding laten te wensen over, zeker voor een blogger en amateurfotograaf als ik.

Het is fijn om toerist te zijn in Australië maar er is dus één ding dat mij tergt: gebrekkig internet. Even dacht ik dat ik tijdens deze reis het Zenstadium had bereikt. In Bali liep -bijna- alles op rolletjes, ik was zeer ontspannen. Ik kreeg nog nooit zoveel complimenten en kussen van mijn partner. Totdat ik mijn foto’s hier niet meer naar mijn online albums kon uploaden en mijn blogs met moeite kon publiceren. Toen was het Grrr@#$%^!*_&).
Ik was terug bij af, schold weer als vanouds op mijn computer. Mijn liefje keek mij meewarig aan. Ze vraagt al jaren aan Sinterklaas èn de Kerstman om een ronde vriendin in haar schoen of sok, geen puntige… Alle hoop is nu gevestigd op Ozzie’s Father X-Mas. Misschien lukt het met een beetje hulp van reismaatje Bernadette die zich over circa een week bij ons aansluit.

Op een ochtend sprak ik de aardige concierge van het hotel op het falende internet aan. Wat deden ze met wie en waarom zo? Dat vroeg ik met een grote glimlach op mijn gezicht. Ik vind hem een überaardig mens. Ik vertelde dat we in menig ontwikkelingsland hadden gereisd met 24/7 gratis wifi, zowel in openbare ruimten als in hotels. Waarom daar wel en hier niet? Hij begreep wat ik bedoelde, vertoonde zelfs iets van plaatsvervangende schaamte (wat nu ook weer niet de bedoeling was).
Hij legde mij uit dat het hotelmanagement zeer recent overstapte op gratis wifi. Men had zoveel negatieve commentaren van gasten gekregen dat ze geen keuze hadden. ‘They had to bite the bullet’, zoals hij het uitdrukte. Internet is nog steeds erg duur in dit land, in tegenstelling tot veel andere plekken ter wereld. Australië is een tamelijk conservatief land met veel oude mensen. Wellicht dat dit ermee samenhangt?

Tijdens eerdere rondreizen door het land moesten we vouchers kopen op campings in verschillende delen van het land. Vaak lag de verbinding eruit of kon ik nog geen foto opladen. We brachten hier menige dag zonder internetverbinding door, tot mijn grote frustratie. Het hotel ging niet in zee met de monopolist van Australië (Telstra) maar met een bedrijf dat niet het duurst en ook zeker niet het goedkoopst was. De concierge verklaarde dat het betreffende internetbedrijf een in- en uitlogbeleid hanteert met hernieuwbare vouchers, zodat voormalige gasten geen misbruik kunnen maken van de gelimiteerde verbinding (1.000 Mb downloadlimiet). Ik hield mijn mond maar… je kunt immers ook wifi-codes uitgeven zonder al die andere poespas.

Een uur later kochten we de Sydney Morning Herald van die dag. Guess what? Op de voorkant trof ik de kop aan “The Innovation Express”. Het ging erover. De nieuwe minister-president van het land maakte recent zijn regeringsplannen bekend. De mijnbouwindustrie ligt op zijn gat dus Tom Poes verzon een list. Daartoe behoort onder andere het plan om over een periode van vier jaar $1.1 miljard te gaan investeren in technologische innovatie. Nu klinkt dat als veel maar dat valt tegen. Ter vergelijking: de hotelconcierge vertelde mij dat enkele jaren geleden onderzoek was gedaan naar de aanleg van een nationaal breedbandnetwerk. Geschatte kosten: 25 miljard Ozzie dollars. Dat geeft je te denken over de te investeren miljard: het bedrag is niet bepaald revolutionair.

In datzelfde krantenartikel las ik dat Malcolm Turnbull ‘is to deliver the nation into the new world’. Weliswaar laat, wat mij betreft, maar een schone taak. Zeker beter dan bloody Tony Abbott en zijn regering (afgezet in september jongstleden) die als doel leek te hebben het land terug in de tijd te zetten. Zo kwam Australië in de afgelopen periode op een sneue 17de plaats te staan op de Global Innovation Index 2015 (Cornell University & INSEAD). Het land zakte in het afgelopen jaar twee plaatsen terug op de ladder van onderzoek en menselijk kapitaal en acht plekken voor wat betreft kennis en technologie. Tja.

MP Turnbull reserveert dus fondsen voor innovatie maar gaf in oktober tevens zijn zegen aan de voortgang van de impopulaire Carmichael kolenmijn in West-Queensland. Die mijn zal 60 miljoen ton kolen per jaar opgraven voor de export. Daar wordt Australië wellicht economisch beter van op de korte maar zeker niet op de lange termijn; dat geldt evenzeer voor Moedertje Aarde. Kolen zijn 19de eeuws, het zijn de zwaarste vervuilers ter wereld. Bovendien zal de kolenterminal van Abbot Point, gelegen in het Great Barrier Reef, moeten uitbreiden als deze productie doorgaat. Een groot risico voor een van de zeven wereldwonderen waar we later deze maand gaan snorkelen. Coal ships and coral reefs don’t mix!


Ocean care

Het is helaas geen tijd meer om walvissen te spotten in Sydney en omstreken; daarvoor kwamen we nèt te laat aan. In het tijdschrift Marine Policy stond recent dat het goed gaat met de Australische bultrug. Hun aantal neemt jaarlijks met 10% toe aan de oostkust en met 9% aan de westkust. Het zou gaan om een totale populatie van bijna 50.000 dieren. Wetenschappers die meewerkten aan het artikel pleiten ervoor om de bultrug van de Australische lijst van bedreigde diersoorten te halen. Het herstel van de bultrugpopulatie wordt als uitzonderlijk aangemerkt. Maar waakzaamheid is geboden. Geluidsoverlast, botsingen met schepen, verstrikking in visnetten en de toeristenindustrie van walvis spotten blijven een gevaar vormen voor de populatie.

Gisteren las ik dat Australië overweegt de Japanse vloot naar de rechtbank (terug) te slepen. Vorige week vertrok die naar de zuidelijke oceaan om dit seizoen 330 minke whales te doden. Japans beslissing om zich niets aan te trekken van de jurisdictie van het Internationale Gerechtshof als het gaat om “living resources of the sea” shockeerde het land. Het gerechtshof, Australië en menig ander land zijn van mening dat er niets wetenschappelijks aan die vangst is. Tijdens de ultraconservatieve Abbott-regering werd het gedoogd maar de nieuwe Turnbull-regering (hij was eerder Minister van Milieu) is tegen elke vorm van walvisjacht. Activistenorganisatie Sea Shepherd vertrok maandag jongstleden uit Melbourne om de Japanse vloot te hinderen en de jacht ongedaan te maken. Dat gaat hoogstwaarschijnlijk weer tot een aanvaring op open zee leiden.

In de Sydney Morning Herald van afgelopen week stond een interessant artikel over het planten van zeewier in de wateren van Sydney; mijn liefje maakte mij op dit project attent. In Little Bay, Cape Banks en Long Bay -langs de zuidelijke kustlijn van de stad- plantten wetenschappers in de afgelopen jaren matten met jong zeewier om daarmee nieuwe onderwaterbossen te doen ontstaan. Dit zogenaamde crayweed verdween 30 jaar geleden door vervuiling door rioollozingen in zee.

De nieuwe mannelijke en vrouwelijke plantjes groeiden en vermenigvuldigden zich dermate goed dat men onlangs een campagne startte om met publieke middelen dezelfde bossen te planten in de kustwateren van Palm Beach tot Cronulla; van de noordelijke stranden naar die in het zuiden van de stad. Het gaat om de plaatsing van 7.000 plantjes op een diepte van twee tot drie meter, langs een kuststrook van 70 kilometer. Het betreffende zeewier verschaft voedsel voor vele vissen, rivierkreeftjes en zeeoren (abalone).

Dr Marzinelli van het Centre for Marine Bio-Innovation van de Universiteit van NSW zei het heel schattig: “they had lots of sex, so they reproduced a lot”. Na ruim drie maanden waren er heel veel baby’s die over twee jaar zelf volwassen zullen zijn en zich dan gaan voortplanten. Een project van een dergelijke schaal werd niet eerder vertoond in en om Sydney. “It's Christmas time” zei diezelfde wetenschapper. “The best present you can give is to do something for the environment and plant underwater trees.”

Afgelopen weekend gingen mijn liefje en ik met de ferry van Circular Quay naar Manly, een van de levendigste wijken aan het water. We stapten aan boord nadat we een kopje koffie dronken bij Café Sydney, waar we met Bernadette een (hopelijk) spetterde Oudejaarsavond gaan vieren. We kwamen terecht in een zeldzaam lange wachtrij op pier 3 aan de drukke kade. Al wachtend, moesten we één rit aan onze neus voorbij laten gaan maar de ferry gaat elk half uur. Daarna zaten we in een heerlijk windje op de boeg van het grote schip. Het was circa 25 minuten varen, op de heenreis hadden we goed zicht op de Sydney Harbor Bridge, op de terugreis zaten we aan de kant van het Opera House.

Op Manly was veel te doen die dag, in het kader van de 22ste versie van de Ocean Care Day. Voor mij was het de eerste keer maar geven om de wereldzeeën en alle dieren die erin leven, doe ik al mijn hele leven. Er stonden tientallen stalletjes met vrijwilligers die zich inzetten voor behoud van oceaan en onderwaterwereld en de bescherming van zeezoogdieren en vissen. Ook de wat radicalere clubjes waren aanwezig, zoals Animal Liberation en Sea Sheperd. We spraken met een aantal van hen.

Met enige trots vertelden we onder andere over de terugkeer van de zalm in de Nederlandse rivieren en over het goede werk van TU-student Boyan Slat en zijn Ocean Cleanup-project dat in het tweede kwartaal van volgend jaar rondom een Japans eiland grote schoonmaak gaat houden met een immense stofzuiger in zee; en dat is nog maar het begin. Een van onze gesprekspartners ging voor werk naar Nederland voor een Meuse River-project (Maasproject).

Ik begrijp wel dat Australiërs in de eerste plaats zijn begaan met hun eigen omgeving. Down Under heeft een totale kustlijn van 30.270 km, inclusief Tasmanië. Als de omvang van alle bijbehorende eilanden groter dan 12 hectare wordt meegerekend, betreft het een kustlijn van 47.070 km. Dat is mij nogal wat om te conserveren. Onlangs startte men een campagne om de wateren rondom Sydney tot nationaal onderwaterpark uit te roepen. Zoals altijd, zijn er voor- en tegenstanders. Ik ben benieuwd hoe dit uitpakt.


P.S. Ken je het verhaal al van de Indonesische veiligheidsagenten die gisteren op de luchthaven van Denpasar een Brit uit een vliegtuig haalden omdat hij een nepbom in zijn bagage had? Wij inmiddels wel. Het stond op een Nederlandse nieuwssite. Het voorwerp werd bij de bagagecontrole ontdekt en ingenomen. De man mocht aan boord gaan van het vliegtuig van Qatar Airways, met bestemming Doha. Toen het toestel op de startbaan stond, werd het alsnog door de politie gestopt. De verdachte werd alsnog van boord gehaald. Ik begrijp niets van zo'n daad...

Raad eens wie ook in dat vliegtuig zat? Jawel, onze Ketut, de onschuld zelve. Hij vertrok uit Bali met vijf uur vertraging, vanwege het gedoe. Yuda huilde de tranen uit zijn ogen bij het afscheid met zijn bapak, volgens moeder Elsa. Zij en de kids keerden laat in Noord-Bali terug. Ketut landde inmiddels veilig in Kaapstad. Morgen wordt hij aan boord verwacht van zijn Amerikaanse werkgever, eigenaar van veel luxe cruiseschepen. Safe journey, Ketut!


zondag 6 december 2015

Bucketlist

Op vrijdag jongstleden lag ik voor het eerst in Australische wateren. We reden met de bus naar Coogee Beach, na een ochtendje computeren in het hotel. We zijn druk met de organisatie van een rondreis door Sri Lanka, na Australië. De eerste twee nachten in het hotel brachten we door in een kleine tuinkamer. We vroegen de concierge op de eerste dag of er wellicht een grotere kamer beschikbaar was. Hij puzzelde tot hij sterretjes zag, een recente annulering maakte het uiteindelijk mogelijk. Inmiddels verblijven we in een grote kamer met twee koninginnenbedden, een (eet)tafel met twee stoelen en een ruim balkon met zitje; dat alles met uitzicht op een ander deel van de hoteltuin. Happy!

De stranden rondom Sydney zijn wereldberoemd. Iedereen kent Bondi Beach er zijn nog 99 anderen in de stad! De ene is nog mooier dan de andere. Bondi is iconisch en tamelijk toeristisch, Coogee is meer voor lokalen, net als Bronte en Maloubra. In 2008 namen onze Sydney-vriendinnen Julie & Claire ons voor de eerste keer mee naar een aantal van de mooiste stranden in de omgeving. Sindsdien keren we met plezier terug naar die prachtige plekken.

Om de South Pacific Ocean in te duiken, moest ik moed verzamelen: mijn teen liet mij weten dat het water koud was. Na heen en weer gedrentel besloot ik de kou te trotseren en te water te gaan. Na twee minuten vond ik het al meer dan doenlijk, verfrissend zelfs. Ik had er absoluut geen spijt van. Mijn liefje, met mopperende gewrichten als het beneden een bepaalde temperatuur is, liet haar beurt deze keer voorbijgaan omdat de zee te heftig was naar haar goesting.

Zwemmen in het water van Coogee Beach was geen sinecure. Een jochie van een jaar of tien à elf verwoordde mijn opvatting goed. Hij kwam aangelopen met een bal onder zijn arm, vergezeld door een vriendje. Zei goed hoorbaar voor mij dat hij de voorkeur gaf aan Bondi Beach, met zijn rollende golven. Hij heeft gelijk: de branding van Coogee rolt niet maar crashed op de kustlijn. Dat onderging ik aan den lijve. Als je niet goed let op de golven die naar de branding spoeden, spoel je gehavend aan. Een van die golven was hoger en krachtiger dan gedacht; ik sprong voor mijn leven. Sinds mijn sneue heup ben ik voorzichtiger dan voorheen. Als ik nu val of in de wasmachine terechtkom, kan ik grotere schade oplopen. De zee blijft echter onweerstaanbaar aan mij trekken.

Gisteren hadden we een afspraakje op Bondi Beach met Karen en Victor. Karen is de dochter van onze vrienden Emmy & Hugo die hier sinds januari 2014 met haar partner in Sydney woont en werkt. Wij vierden Australia Day met hen in het jaar van hun aankomst. We spraken af voor een lunch bij restaurant The Bucket List, met uitzicht op een van de gezelligste stranden van Sydney. 

Miles, een van de personeelsleden en verwoed surfer, vertelde ons dat we lucky waren met zulke blauwe lucht, geen wolk en nauwelijks wind. Als de noorderwind blaast, zit het zand tot in je poriën en vliegen de servetten je om de oren. Hij bezocht Nederland in de jaren '80 en vertelde enthousiast over zijn ervaringen: bij nacht varen door de grachten, het Van Gogh-museum, een jointje roken, een excursie door de Heinekenbrouwerij waar je zoveel biertjes kon drinken als je wilde. Hij deed indertijd modellenwerk met vriend Tony die tegenwoordig met een boot toeristen langs de Whitsunday Islands vervoert. Laat dat nu onze volgende bestemming zijn in Australië?!

Het gaat goed met Karen en Victor. Ze zien er goed uit, zijn relaxed, hebben het erg naar hun zin, wonen fijn, hebben allebei interessante banen met dikke Australische salarissen en een kleine Nederlandse vriendenkring. Ze vinden de lifestyle Down Under heel prettig. Als het aan hen ligt, blijven ze er nog een hele tijd. Ik geef ze geen ongelijk! Waar aard je nog als je eerste baan je naar Sydney voert? Het zijn grote bofkonten en dat realiseren zij zich. Het was een gezellig weerzien, met een toepasselijke lunch van verse vis en glaasjes witte wijn. Zij gingen daarna het Sinterklaasfeestje vieren bij vrienden op Bondi, mijn liefje en ik doken het water in.

De reddingsbrigade deed oefeningen, de kustwacht circuleerde regelmatig boven het  water. Inderdaad, de golven rollen op Bondi Beach. Ze waren hoog maar heerlijk. Dat vond mijn liefje ook. Smile, you're on Bondi... Zo streep ik lekker af van mijn persoonlijke bucketlist.


donderdag 3 december 2015

Blijven = meedoen

Mijn liefje en ik burgeren verder in. Inmiddels zijn we in het bezit van een Opalkaart, een openbaar vervoerskaart die is te gebruiken in bus, tram, trein en ferry in en om Sydney. Iedere passagier moet een eigen kaart hebben, delen is niet toegestaan. Per 1 januari 2016 zullen andere abonnementen niet meer geldig zijn. In Nederland kennen we iets dergelijks al jaren. Hier werd de kaart ingevoerd naast andere reispassen, niet in plaats van. Er verschenen in de afgelopen maanden meer verkoop- en oplaadpunten. Wij schaften ieder een 20 Ozzie dollars-kaart aan en gebruikten 'm reeds voor ritjes naar Coogee Beach en Sydney CBD, het stadscentrum.

Eén van de dingen die mij nu opvalt, is het aantal Aziaten. Wij waren weliswaar in januari 2014 voor het laatst in Australië maar toen waren we kort in Sydney. Na onze aankomst vlogen we toen weldra naar Perth om een kampeerwagen te huren en in West-Australië te gaan toeren. In 2011 waren we langer in Sydney en omstreken. Het is vier jaar later; daarom is het niet verwonderlijk dat het een en ander in het straatbeeld veranderde.

Illustratie: Reuben Brand
Australië is altijd een smeltkroes van culturen geweest. De voorvaderen van de Aborigines kwamen circa 50.000 jaar geleden als eersten op het continent aan. Vroeg in de 17de eeuw kwamen de eerste Europese pioniers met hun schepen aan (boat people!). De staat New South Wales werd kort daarna de eerste overzeese strafkolonie van het Britse Koninkrijk.

De eerste religieuze vluchtelingen waren Lutheranen (17de eeuw). In de 19de eeuw betrof het een kleine groep Polen, Hongaren en Italianen die religieus en politiek asiel vroegen. In het begin van de 20ste eeuw volgden kleine stromen Russen, Grieken, Bulgaren, Armeniërs en Assyriërs. 7.000 joodse mensen vonden onderdak Down Under in de jaren 1933-1939, ten tijde van de opkomst van het Naziregime. Na de Tweede Wereldoorlog kwam een flinke stroom Polen, Joegoslaven, Letten, Esten, Litouwers, Oekraïeners en Tsjechoslowaken het land binnen, gevlucht voor Russen en hun communisme.
Het land nam een groot aantal Vietnamezen op in de jaren '80 van de vorige eeuw. Politieke dissidenten uit Chili, Argentinië en Uruguay kregen in diezelfde jaren asiel. Na het uitbreken van de Balkanoorlog (jaren '90) kreeg een stroom vluchtelingen uit Albanië, Bosnië, Croatië en Servië onderdak. In het begin van de 21ste eeuw waren de meeste immigranten afkomstig uit India en China.

Een mooi overzicht, het land kan trots zijn op zijn humane maatregelen. Niet alles was en is echter koek en ei. Tot halverwege de 20ste eeuw stond menig Australische regeringsleider een White Australia Policy voor waaruit een sterke voorkeur voor Europese immigranten sprak. Die politiek werd formeel terzijde geschoven, al hangt een politieke partij als One Nation Party/United Australia Party dat tot op de dag van vandaag aan. Ook Down Under heeft een Wilders. De aartsconservatieve voormalige minister-president Tony Abbott liet vluchtelingenboten uit Australische wateren verwijderen; omstreden maatregelen.

Illustratie: Michael Leunig
Dit is ons zesde bezoek en telkens valt het mij op hoezeer immigranten -uit 200 landen ter wereld!- zich Australiër lijken te voelen. Ze praten als Ozzies, hangen een Ozzie lifestyle aan. Men koestert de eigen afkomst maar is happy in het tweede vaderland. De oude Griekse dame van de gourmetwinkel, de Croatische jongedame van de schoenenwinkel, de Russische van de sportzaak, de Aziatische op de kledingafdeling van warenhuis David Jones, voor hen was (en is) blijven meedoen. En allen slaagden ze voor hun inburgeringstest. 

Iedere migrant dient een Australian Citizen Test af te leggen die is bedoeld om het evenwicht tussen diversiteit en integratie te bewaren. Om te worden toegelaten moet je tenminste 12 van de 20 vragen over Australische geschiedenis, cultuur en democratie goed beantwoorden en moet je over een adequaat Engels taalbegrip beschikken.

Misschien hemel ik het teveel op… maar hoe vaak ik al groepjes witte, gekleurde en Aziatische mensen samen zag op straat, in een café of restaurant en sportend is niet op de vingers van twee handen te tellen! Een mengelmoes van Engels met verschillende accenten vergezelt hen. En dan de culinaire tradities van over de gehele wereld. In de hoofdstraat, op loopafstand van ons hotel, vind je Libanese, Thaise, Chinese, Italiaanse, Griekse, Mexicaanse, Spaanse, Nepalese, Peruaanse, Franse en Vietnamese restaurants. Dat maakt het extra leuk hier te zijn.

De blogtitel verwijst naar de nieuwe slogan van de Nederlandse regering, na de komst van de grote stroom asielzoekende vluchtelingen uit het door burgeroorlog en reli-terrorisme (IS) geteisterde Syrië en Irak. Ik ben heel benieuwd hoe de integratie van hen in de Nederlandse maatschappij gaat verlopen. Op een of andere manier lijkt dat proces in het Vaderland moeizamer dan in Australië.



dinsdag 1 december 2015

Over Bn, Kan en Mix

De vlucht met de comfortabele Boeing Dreamliner van Denpasar naar Sydney vertrok weliswaar een uur later dan gepland vanwege late aankomst van het vliegtuig maar de ervaring bleef prettig. In iets meer dan vijf uur tijd legden we ruim 4.700 kilometer af, in rustige atmosfeer. Het vliegtuig was waarschijnlijk te laat omdat het vanuit Aziatisch Verweggistan binnenvloog. Voordat wij instapten, zagen we alleen twee witte piloten -met veel balken op hun overhemd- aan boord gaan. De 100% Aziatische cabinebemanning werd duidelijk niet gewisseld.

De purser sprak vloeiend Engels maar wij verstonden er werkelijk niets van! Dat werkte gedurende de hele vlucht regelmatig op onze lachspieren. We wisten ongeveer wat hij zei omdat we de routine kennen als reislustige Hollandse dames maar letterlijk horen deed ik het niet. De andere Aziatische bemanningsleden hadden namen als Bn, Mix en Kan. We vlogen met Jetstar, een dochteronderneming van Qantas (het Transavia van KLM); het ging er heel anders aan toe dan ik verwachtte. Het begon met foute stoelen. Wij boekten twee plekken op een rij bij een ingang maar de check-in mevrouw beweerde dat dit niet in het boekingssysteem stond, alhoewel wij bevestiging van de boeking en de betaling van de speciale stoelen per mail ontvingen. Haar Balinese baas zei later dat systeemboeking geen garantie is... Tja.

Verder praten had geen zin, zeker niet met de Balinese Service Manager van de maatschappij. Wat een zacht ei was dat! Tandenknarsend accepteerden wij twee stoelen op twee rijen erachter. Het klachtenformulier zullen we binnenkort invullen. Daarna kregen we ons ontbijt om twaalf uur middernacht… kip met groenten en aardappelpuree. Ik nuttigde alleen een beetje broccoli, die groenten had ik al vier weken niet gegeten. Als je in-flight entertainment wilt zien, kost dat tien dollar, als je een deken wilt, idem dito. Het daadwerkelijke ontbijt wordt niet aan boord geserveerd. De prijs van een ticket is navenant; niets mis mee.

We vulden de landingskaarten zeer geconcentreerd in, we zijn immers gewaarschuwde reizigers. We brachten niets het land binnen dat latere inspectie en ondervraging vergt. Niet alleen kijken we op de Nederlandse televisie regelmatig (met leedvermaak) naar het programma Border Security Australia, ook maakten wij zelf het een en ander mee met immigratiemedewerkers. Zelf werd ik in het verleden tweemaal uit de rij gehaald omdat mijn paspoortgegevens niet overeenkwamen met de gegevens op mijn visumaanvraag. eenmaal werd ik achter de schermen naar zo'n zelfde kamertje gebracht als in de serie, waar een man met tulband en grijze baard mij ondervroeg. Dat zijn geen ervaringen om te herhalen. Medewerkers van deze dienst worden volgens mij geselecteerd op hun angstaanjagende, passagiersonvriendelijke houding en uitstraling. Nu wil het geval dat mijn liefje, aka De Grote Roerganger, de administratieve handelingen voor elke reis uitvoert maar zelf weet ik als geen ander dat 0 en een O niet hetzelfde zijn. Ik verwijt haar echter niets (meer).

We dachten vervolgens dat we gebruik konden maken van de snelle faciliteiten van het e-paspoort; wij hebben dat symbool immers ook op het Nederlandse paspoort staan. Dat bleek alleen te zijn geactiveerd voor burgers van landen van de Gemenebest. Wij sloten dus lijdzaam aan bij de lange rij andere toeristen. Deze keer viel het erg mee: we schoten langs de immigratiepost, onze reistassen lagen snel op de bagageband en ook de douane was ons welgezind. De aardige medewerkster van Immigratie bladerde door ons paspoort en constateerde dat we dit jaar al veel hadden gereisd. Klopt. Waar gingen we in Australië zoal heen? Mijn liefje antwoordde snedig: 'do you really want to know?!' Not Really. Ze moest lachen. Ik denk dat het er onder andere om gaat dat je comfortabel bent als zo’n vraag wordt gesteld. Dat waren we. We hebben een mooi reisprogramma voor de boeg in de komende twee maanden Down Under.

Het contrast tussen Lovina en Sydney kon niet groter zijn. We kunnen weer uit de kraan drinken, slapen met open raam en zijn niet meer kleddernat. Ik hoef er niet verder over uit te wijden; de foto’s in het nieuwe webalbum zeggen genoeg. Wat ik mis, is de dagelijkse zwempartij in een tropisch warm zwembad. Hier moeten we het voorlopig doen met een rock pool in een tamelijk koude oceaan. Er waren overigens veel badgasten in de zee. Ik kocht een nieuw badpak, mijn versleten oudje liet ik in Bali achter. 

Er was echter iets langs de kust van Coogee Beach (spreek uit ‘Koedjie’) dat de twee plaatsen samenbracht. Het betreft een monument waarmee Australië de vele eigen slachtoffers van de bomaanslag van 2002 in Kuta (Bali) herdenkt. Ondanks het materiaal en de omvang, is het een ingetogen symbool van de verbondenheid van mensen die rouwen maar er tegelijkertijd voor elkaar zijn, op een mooi plek. 

We sloten de avond van onze eerste dag af in een restaurant aan de kust dat mij erg deed denken aan de ervaringen in Hotel New York, Rotterdam. Coogee Pavilion is een prachtig pand met een industriële uitstraling. Het is een zeer trendy plek. We begonnen ons verblijf goed met heerlijke Sydney-oesters, een pure pizza en een (nou ja, niet helemaal...) heerlijk glaasje lokale wijn. We zijn erg blij hier weer te zijn. Voor de goede orde: we lopen inmiddels tien uur vooruit op Nederland.


maandag 30 november 2015

Da-da

Ons bezoek aan Bali zit er bijna op, vandaag trekken mijn liefje en ik verder de wijde wereld in. 

Gisteren brachten we de laatste dag met ons Balinese gezinnetje door. We werden bij hen thuis uitgenodigd voor een lunch met Elsa’s overheerlijke soto ayam (kippensoep). Yuda speelde op de gitaar een welkomslied voor ons. Als kado brachten wij een nieuw staatsieportret in een kitscheriger-dan-kitschlijst mee van de gehele familie. Foto’s van ons hangen in elke kamer, in elk denkbaar formaat; ook met Bernadette. Zij maakte diepe indruk op Elsa, Ketut en Yuda tijdens haar bezoek aan ons in Noord-Bali. Damai kent ze niet persoonlijk moet die doet net zo hard mee aan de Berverering. 

Voor Ketut liet ik een nieuwe foto afdrukken van zijn familie aan de rand van het zwembad: Elsa veilig aan de kant, de mannetjes in het water, geflankeerd door mijn liefje. Ketuts recente bloedtest pakte goed uit, volgende maand zal hij naar Kaapstad vliegen om daar aan boord te gaan van het  Amerikaanse cruiseschip waarop hij in voorgaande jaren werkte. Hij toonde ons thuis alle certificaten van cursussen die hij volgde. Tussen die papieren zat ook een oorkonde: hij was vorig jaar december door zijn collega’s uitgeroepen tot de beste werknemer van de maand!

's Avonds dineerden we bij Warung Ayu, om het af te leren. Dat adres was in de afgelopen weken bij ons favoriet. De volwassenen genoten er van verse red snapper die weer vakkundig door kokkie Ayu werd gefileerd en de mannetjes bestelden rijst met kip. Gisteravond namen we afscheid van elkaar, vandaag willen we geen van hen zien. De kids moeten sowieso naar school, Yuda heeft deze week zelfs nationale examendagen. Afscheid nemen vind ik moeilijk genoeg, laat staan dat je het tweemaal achtereen moet doen.

Dit recente bezoek bestond vooral uit zwemmen en spelen met de mannetjes, bijpraten met Nederlandse kennissen alhier, oude en nieuwe restaurants bezoeken en uitproberen. We maakten een paar Balinese feestjes mee, namen deel aan Melaspasin en leerden Sylvia uit Zürich kennen in het resort waar we enkele weken verbleven. Reizen is verslavend. Zij is minstens zo reislustig als wij en tamelijk excentriek; ze verontschuldigde zich regelmatig voor haar Zwitserheid. (De onnavolgbare regels die ze hebben en hanteren in dat land!) Ik was blij met die zelfkennis, moest regelmatig om haar lachen. We brachten menig uur pratend in het zwembad door. We wisselden persoonlijke gegevens met haar uit.

We maakten nog nooit zo’n grote hitte en luchtvochtigheid mee in de maand november. Tini, geboren en getogen Balinese kon zich geen enkele novembermaand heugen. Dagelijks stond de thermometer op 35 graden Celsius. Zodra je je teen bewoog, gutste het zweet uit de poriën. Het zwembad was dan ook op de meeste dagen de beste plek om te vertoeven. Het was nog nooit zó droog in deze tijd van het jaar. 
Ik zag onlangs een onrustbarende documentaire over huidig en toekomstig watergebrek op Bali. Momenteel staat 60% van de waterbekkens op het eiland van de goden droog. In de afgelopen tien jaar daalde het opgevangen waterniveau gemiddeld 50 meter en raakten zoetwaterbronnen besmet. Dat kwam door aanhoudende droogte en extreme exploitatie in de afgelopen jaren. Ook de regio Buleleng, waar in de afgelopen tien jaar vele villa's met grote tuinen en zwembaden verrezen , staat op de rode lijst.

In de afgelopen weken keek ik met verbazing naar de dikte en de kracht van de waterstroom uit de slangen van de tuinmannen hier. Ik vroeg Pak Richard hoe diep hij moest graven voor zijn grondwaterbron. Behoorlijk diep. Hij prees zich echter gelukkig dat er een flink bassin ligt onder hun grondstuk. Maar hoe lang nog? Bekkens staan bijna droog, rivieren drogen op, zout water dreigt zich te vermengen met zoet water. Er dreigt een zeer serieuze watercrisis. Bali Water Protection startte een campagne om lokalen en buitenlanders over het probleem te informeren en mensen op te roepen bronnen en rivieren te adopteren. Deskundigen verwachten dat het eiland geen zoet grondwater meer zal hebben over vijf jaar als er niets verandert…

Enkele dagen geleden barstte vulkaan Mount Rinjani uit, in de nabijgelegen provincie Lombok. In de afgelopen dagen kwamen vliegberichten naar buiten: Australische vliegmaatschappijen (waarvan een ons naar Sydney gaat brengen) vliegen tijdelijk niet naar en van Bali, een aantal andere maatschappijen wel. Als er roetdeeltjes in de motoren van een vliegtuig terechtkomen, kunnen die uitvallen dus dat moratorium is terecht. We hoopten afgelopen dagen op regen die de as definitief zou neerslaan. We zagen gisteren welgeteld drie druppels op de voorruit van Elsa’s auto.

De weervrouw meldde mij vanmorgen dat het gisteren 41 graden Celsius was in Sydney. Naar verluidt, hebben we deze week nog één heel warme dag voor de boeg voordat de meter terugloopt naar comfortabelere temperaturen. Dan kunnen we ook weer actiever worden. Mijn liefje kijkt uit naar lange wandelingen langs het strand en door de stad. Ik zal haar niet in alles vergezellen, ik hoop dat mijn sneue heup zich redelijk gedraagt. Op enig moment viel het Elsa op dat ik vreemd liep, waarop mijn liefje uitlegde waarvan ik last heb en wat eraan te doen is. Daarna zag ik regelmatig een meewarige blik in haar ogen. De mannetjes mochten niet meer bij mij op schoot zitten… dat is het laatste waaraan ik behoefte had. Tja.

We hebben veel zin in Australië en Sydney. De volgende blog komt daar vandaan, Leo Dovente.


vrijdag 27 november 2015

Volle maan

Gelovige Balinezen leven zo ongeveer met de Hindoekalender in de hand. Voor alle ceremonies moet de juiste dag worden gekozen, op basis van de maanstand. Volle maan, nieuwe maan, dark moon… het zijn dé momenten waarop hier iets bijzonders wordt gevierd.

Twee weken geleden kozen Ketut & Elsa, na een telefoontje van Ketuts vader die de sterren bekeek, de dag waarop zij hun stukje grond ceremonieel geschikt maakten voor bebouwing op een later tijdstip. 's Ochtends vroeg kregen wij een foto toegestuurd waarop mannen aan het werk waren. Huhh? Waren ze reeds begonnen met de bouw van een huis? Moesten wij daar dan ook niet rondlopen? Na een gesprek met Elsa bleek dat dit geen officiële ceremonie was. Het was gewoon het juiste moment om ceremonieel paaltjes te slaan. Vandaag gaat Ketut weer naar Denpasar voor een bloedtest. Afgelopen dagen deed hij veel aan lichaamsbeweging en zette hij zijn nieuwe dieet in. Als de uitslag beter of goed is, gaan zij binnenkort aan fase I van hun eigen huis beginnen.

Eergisteren en gisteren werden hier volop volle maan-festiviteiten gevierd. Gisteren waren we uitgenodigd voor een inwijdingsceremonie van een nieuw huis. Ibu Tini en Pak Richard bouwden recent een traditionele vakantievilla in de heuvels van Lovina. Zo’n huis kan naar goede Balinese Hindoetraditie pas in gebruik worden genomen nadat alle demonen zijn verdreven en de Hindoegoden gunstig zijn gestemd. Voor de zekerheid vroeg ik aan Tini’s nichtje Enny, hoofd van de huishouding in het resort waar wij thans verblijven, of wij een geschenk moesten meebrengen. Dat bleek niet het geval. Dat doe je wel bij een mensenceremonie maar niet bij stenen.

Ganesha & Barefoot
We reden met Richard mee naar de plek. Links en rechts over de rijstvelden uitkijkend, zag ik dat ze bruin en droog zijn. Kasian. Het wil hier tot nu toe niet regenen. In de ruim drie weken in Noord-Bali, viel er slechts een bui van een uurtje. Absoluut onvoldoende!

Het geklingel en gemompel van de bel van de holy man was te horen, de ceremonie was reeds aan de gang. Dat was geen probleem, wat mij betreft. Uit eigen ervaring weet ik dat zoiets urenlang kan duren en bij de huidige bloedhitte en klamme lucht is dat geen sinecure; zeker niet in een warme sarong.

We ontmoetten Tini en Richard in september vorig jaar. Samen zijn ze eigenaar van een door de familie gerund hotel. In het bedrijf wordt zij De Generaal genoemd, hij is administrateur en liefhebbende echtgenoot. Zij is een Balinese zakenvrouw, hij is Australiër van origine; inmiddels naturaliseerde hij tot Indonesiër. Richards grootvader en vader werden geboren in Ceylon, hij werd in Engeland geboren en zijn broer en zus in Zuid-Afrika. Trouwen met een Balinese was dus niet verrassend, voor hem, noch voor zijn familie. Ze hebben twee dochters; de ene studeerde onlangs af en maakt nu een mooie reis door Europa (pa en ma zijn wel bezorgd), de ander gaat volgend jaar studeren in Perth. Vorig jaar hadden we al leuke gesprekken met elkaar. Mijn liefje vierde haar verjaardag daar en wij nodigden hen voor dat feestje uit. We hielden in het afgelopen jaar mailcontact en keken ernaar uit dit jaar naar hun hotel terug te keren. Zij zijn een mooi stel.

Zij nodigden ons eerder tijdens dit verblijf uit voor het verjaardagsfeest van hun jongste dochter en nu dus voor Melaspasin. Tini heeft vier zussen en drie broers die we (bijna) allemaal wel een keer ontmoetten. Haar beide ouders leven nog al werd beginnende dementie geconstateerd bij moeder; ook zij leven in een huisje op het resort. Dat is zoals je het doet in Bali. 

Moeder is een kranige vrouw die elke ochtend bloemen plukt in de tuin, voor haar zelfgemaakte cenangs. Soms herkent ze ons, soms niet. Tini vertelde dat ze in de afgelopen periode stikjaloers werd op haar echtgenoot. Ze verdenkt hem ervan relaties aan te gaan met dames van middelbare leeftijd. Menige vriendin van haar dochters durven niet meer op bezoek te komen. Er kunnen vreemde dingen omgaan in een bejaard brein! 
Ook een groot deel van de rest van haar familie leeft in en om het hotel in Lovina, al komt de familie oorspronkelijk uit Kintamani, op de westelijke bergrug van Gunung Batur. Een van haar zussen heeft een relatie met een vrouw en ook dat schept een band. Het zijn erg aardige dames die Engels spreken.

Tini is een gelovige Hindoe, Richard doet respectvol mee. Alle familieleden droegen hun steentje bij aan de ceremonie. De bezem ging door het terrein en het pand; eventueel aanwezige kwade geesten hadden het nakijken. Er werd devoot gebeden, geofferd en gezongen, alle gebouwen werden van binnen en van buiten besprenkeld met heilig water, terwijl de Hindoepriester in Sanskriet om welwillendheid van de goden vroeg.

Zelf heb ik zo mijn gedachten als ik een Balinese holy man zie. Degene die wij kennen van ons voormalige dorp reed aanvankelijk achterop de brommer van een ander naar een ceremonie. Niet lang daarna zagen we hem op zijn eigen brommer vertrekken. Vervolgens ontdekten we hem aan het stuur van een oude barrel-op-vier-wielen. Naar onze ceremonie kwam hij in een spiksplinternieuwe auto. Het gaat priesters goed in het gelovige Bali. Ik had er altijd moeite mee als personeelsleden drie dagen na de ontvangst van hun salaris kwamen vragen om een lening. Als ik hen vroeg waar hun geld was, was het antwoord steevast: de tempel. Tja.

De dag werd afgesloten met een fikse onweersbui zonder regen. Die zegening van boven kwam niet maar de gastvrouw en gastheer waren desalniettemin heel senang. Naar traditie brachten zij de eerste nacht in het gewijde huis door.