zaterdag 28 februari 2015

Even het middelpunt der aarde

De afgelopen dagen besteedden we in de hoogst gelegen hoofdstad van de wereld: Quito, hoofdstad van Ecuador. De stad staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst, net als de Galapagos-eilanden. Quito werd in de 16de eeuw gebouwd op Incaruïnes. Het heeft een historisch centrum dat nauwelijks veranderde in de loop der eeuwen. Er staan barokke gebouwen die Spaanse, Moorse, Italiaanse en Indiaanse elementen bevatten. Zo stonden wij op enig moment in een kerk voor een muurschildering van het laatste avondmaal met Jesus en zijn discipelen met een hamster op een schaal voor hun neus. (De hamster wordt door de inheemse bevolking gegeten.)

We liepen van kerk, naar kathedraal, naar klooster, naar museum en weer terug naar een andere kerk. In de meest barokke kerk van de stad, La Campañia -een van de mooiste die ik in mijn leven zag-, zit 54 kilo bladgoud verwerkt. Bladgoud is net zo dun als vloeipapier dus je kunt je voorstellen hoeveel beleg aan de orde is… op de pilaren, aan het plafond, zelfs in de sacristie.

Ons boutique-hotel in de stad (tien kamers) was gevestigd in het hart van het historische centrum dus we hoefden niet ver te wandelen om al die bijzonderheden te zien. Rondom de stad liggen vulkanen en niet-vulkanische bergen als een kraag. Tegen die heuvels wonen tienduizenden mensen. Sommige wegen in het centrum hebben een stijgingspercentage van tenminste 30 graden dus voor de wandelende toerist is sight seeing geen sinecure. De stad ligt op ruim 2.800 meter hoogte. Toen wij met de tren crucero langzaam naar 4.000 meter stegen, kregen wij geen last van de hoogte. Dat is nu anders. Vanuit Galapagos (op 0 meter) vlogen we in één sprong naar Quito en we werden zo langzaam als de landschildpadden van de betreffende eilandengroep. Ik was niet vooruit te branden, de ijlte deed ons happen naar lucht.

Het leek ons dan ook een goed idee de stad verder te verkennen in de hop on/hop off-bus. Het merendeel van de stops lag buiten het historische centrum; we zaten ongeveer drie uur in de open bus en stapten er met kreeftenkoppen uit. Ongelofelijk. 
We zijn reeds drie maanden aan het rondreizen in Zuid-Amerika en dan zul je zien: lopen we in de laatste dagen not een zonnesteek op?! In Quito ben je het allerdichtst bij de zon en dat beleven we aan den lijve. Een maand wintersport kan onze kleur niet evenaren!

Overal in de hoofdstad verkopen inheemse mensen in traditionele kleding drankjes, etenswaren, speelgoed, rozen en kleding. Inheemse vrouwen en mannen dragen hun haar in een lange vlecht op hun rug. Mannen en vrouwen dragen hoedjes die sinds enkele jaren eveneens favoriet zijn in Europa. Jonge vrouwen dragen hun baby’s in een draagdoek op hun rug. Het is een koddig gezicht: de beentjes bungelen onder de doek uit.

Daarnaast loopt er heel veel toeristenpolitie op straat. Dat blijkt niet voor niets maar we voelden ons geen moment onveilig. Tijdens de treinreis van Guayaquil naar Quito ontmoetten we een Amerikaan die in een openbare bus in Quito op slinkse wijze van zijn digitale camera was beroofd. Dat kan iemand overal overkomen maar op zijn camera stonden alle Galapagosfoto’s. Zoiets zou mij chronische misselijk maken… Ik maak doorgaans een online backup van alle foto's maar sinds de slechte of ontbrekende internetverbinding loop ik achter. De bijbehorende webalbums zal ik gaan aanvullen als ik terug in Spanje ben.

We bezochten vandaag het middelpunt van de aarde, even buiten Quito. Het is de enige plek op de wereld waar je op hetzelfde moment met je linkervoet op het noordelijk en met je rechtervoet op het zuidelijk halfrond kunt staan. We bezochten het plaatselijke museum en ondergingen daar allerlei testjes met de zwaartekracht, zoals: een ongekookt ei op een spijker plaatsen, met gesloten ogen, gestrekte armen en de duimen omhoog over een lijn lopen en nog zowat aardigheden. Op die plek op de evenaar gaat het er een beetje anders aan toe!

We zijn nu in Otavalo waar we in een posada verblijven die wordt gerund door de Californische Maggie en haar lokale zakenpartner. Het is een soort jeugdherberg voor leuke oudere jongeren. In de tuin van het hotel vliegen veelkleurige kolibri’s rond. Hedenmiddag bezochten we een roofvogelopvang die hier door een Hollander werd opgezet. Daar zagen we niet alleen twee opgevangen condors (mannetje/vrouwtje) maar ook vele andere roofvogels. In Ecuador zijn nog slechts 30 condorparen in het wild te zien, helaas. 

Sommige roofvogels worden in dit park getraind om uit te vliegen. Mijn niet-geverderde vriendinnetje ging op de foto met een gevederd vriendje. ¡Qué liiiiiiiiinda! Vanavond trad een groep muzikanten in het restaurant voor ons op. Het overkwam ons regelmatig in de afgelopen drie maanden maar deze kerels waren anders, zij speelden met passie. El Condor Pasa kennen we inmiddels wel. Dit stukje Zuid-Amerika veroverde een speciale plek in ons hart.

Morgen gaan we vroeg op om de inheemse Indianenmarkt in de Andes te bezoeken. Men komt naar verluidt van heinde en verre om dieren, groenten, fruit en handwerkspullen te verhandelen en te verkopen en wij zijn van de partij! Het wordt hopelijk een toepasselijk einde van onze rondreis door dit continent. Ecuador heeft ons hart (ook) gestolen. We zijn nu de laatsten die naast de open haard zitten. De rest van de gasten ligt al in hun bedje. Dit is de tweede hotelkamer met verwarming. 


donderdag 26 februari 2015

In Darwins dierentuin

Het moge duidelijk zijn: midden op de Stille Oceaan is er geen wifi. We gingen regelmatig aan land maar dat was op plekken waar alleen dieren of bijzondere lava-eilanden, actieve en inactieve vulkanen waren. Het Galapagos-avontuur is alweer voorbij. We zijn terug op het Ecuadoriaanse vasteland. Ons eerste uitje in de hoofdstad Quito maakten we reeds maar daarover later meer.

Eerst maar eens iets over las Islas Galapagos. Met het bezoek aan deze bijzondere eilandengroep kwam voor mij persoonlijk een langgekoesterde droom uit. Ik weet niet zo goed hoe ik erover moet bloggen maar ik weet wèl dat ik deze reis niet zal vergeten. Ik heb besloten een apart album met dierenfoto’s te maken maar dat laat wellicht even op zich wachten want internet is hier niet goed. De fotocollages bij dit blog zijn niet compleet, het was moeilijk kiezen. Bovendien heb ik nog niet alle foto’s van de camera’s overgezet.

De eerste nacht aan boord van de Galapagos Odessey vond ik verschrikkelijk… de motoren maakten enorme herrie, ik lag in mijn bed te schommelen vanwege de hoge golven. Daar was niets Pacifisch aan. Ik besloot mijn comfortabele bed in de ruime hut te verruilen voor een bank in de open lucht op het bovendek. Daar zat en lag ik de nacht uit. Mijn liefje kwam mij regelmatig moed inspreken. Ik nam mij voor de volgende nachten in ieder geval oordoppen te dragen. Dat hielp. En nóg belangrijker: ondanks alles had ik geen moment last van zeeziekte!

Op de dag van aankomst brachten we een bezoek aan het Charles Darwin Research Center waar onderzoek wordt gedaan en waar bepaalde diersoorten beschermd in stand worden gehouden, onder andere landschildpadden. Eenmaal aan boord, deden we elke dag excursies onder deskundige begeleiding van gids James die op de eilanden werd geboren en wiens opa en vader ook natuurgidsen waren. Hij vertelde ons vele wetenswaardigheden. Onze boot deed de eilanden Santa Cruz, Isabela, Fernandina, Santiago en San Cristóbal aan. Tweemaal passeerden we de evenaar. De rondreis bestond uit bezoeken aan land en onderwateruitstapjes. Het dierenrijk op en rond die eilanden is overweldigend. Overal waar je keek of liep was wel iets bijzonders te zien. Op weg naar het schip zag ik aan de kant van de weg de eerste grote landschildpadden lopen.

Het werd mij op dag twee even teveel. Dat had deels te maken met de slechte eerste nacht maar het waren vooral tranen van blijdschap (van een watje van middelbare leeftijd). Dat ik ronddobberde op de Galapagos… Fantastisch! Zoiets moet je ervaren op een schip. Sommige toeristen reizen naar een eiland, betrekken daar een hotel en maken dan een dagtour. Wij gaven de voorkeur aan een cruise. 

Tijdens deze reis zagen we soorten land- en zeeleguanen van verschillende leeftijd en kleur, verschillende soorten land- en zeeschildpadden, twee soorten fregatvogels, krabben in alle kleuren en maten, baby- en volwassen zeeleeuwen en zeehonden op het land en in het water, twee haaiensoorten (Galapagoshaai en wittiprifhaai) en verschillende soorten roggen (sting rays, eagle rays), pelikanen, Galapagos-haviken, flamingo’s, soorten reigers en waadvogels, de beroemde vinkensoorten die Darwin uitgebreid in kaart bracht, grote en kleine tropische vissen, heel grote scholen vis, pinguïns en nog veel meer.

Op land waren onder andere de blauwvoetgenten favoriet. Een aantal van deze diersoorten was aan het nesten of begon aan het veroveringsspel. Bij de genten leidde dat tot koddige vertoningen: de mannetjes dansten op hun best voor de vrouwtjes, een voor een gingen hun blauwe voetjes van de vloer. 

Er was een grote variatie aan gevleugelde vriendjes te bekijken. Aan land zagen we tevens zeehonden die hun jongen zoogden en haviken die een luchtaanval deden op leguanen op het strand. Al die dieren zagen we niet van een afstand maar zo dichtbij dat je ze zou kunnen aanraken als je zou willen.

We snorkelden in diep water en vanaf het strand. Onder water maakte ik veel memorabele momenten mee. Niet alleen dreef ik in alle rust op een stroming mee met heel grote zeeschildpadden, ook zal ik het moment dat ik een inham in snorkelde en oog in oog kwam met een zeehond niet snel vergeten. De foto was te laat. 
Een van de Amerikaanse medepassagiers speelde een kwartier met een zeehondenfamilie. Mijn liefje vergezelde mij voor het eerst bij het haaien kijken. Ze kon er geen genoeg van krijgen. Het oceaanwater was 22 à 24 graden Celsius maar toch droeg ik een wetsuit. Na een half uur snorkelen daalt je lichaamstemperatuur al enkele graden en ik was vaak de laatste die aan boord van de rubberboot stapte. 

's Middags en 's avonds werd er goed en gevarieerd gekookt door de keukenbrigade van het schip. Vanaf de eerste avond deelden wij een tafel met Luce Maria en Eugenio uit Santiago de Chile. Hij sprak een beetje Engels, zij nauwelijks. Het bleken ontzettend leuke mensen te zijn! We spraken over van alles en nog wat, er werd veel gelachen. We bleken gemeenschappelijke interesses te hebben. De eerste what’s apps zijn uitgewisseld. Mijn liefje en ik moesten beloven in de toekomst naar Chili terug te keren en hen met een bezoek te verblijden.

En nu zijn we dus weer aan land. Dit is onze laatste week in Zuid-Amerika, zondag vliegen we terug naar Spanje.




donderdag 19 februari 2015

Ontspoord!

O, o, o, wat was dit een mooie treinreis! We zaten vier lange dagen aan boord van de tren crucero en we genoten van elke minuut. Nouja, bijna elke minuut. Het gezelschap bestond uit twee reislustige Hollandsen, enkele Duitsers en Britten, een Ecuadoriaans verliefd stel uit de Galapagos en een grote groep Amerikanen van overwegend rechtse statuur. Wat je noemt een gemengd gezelschap. De meeste medepassagiers waren prettig gezelschap, sommige personen waren verwende beroepszeuren. We hadden het vooral gezellig met het herenstel Alistair & Thomas uit Schotland en het damesstel Rose & Elizabeth uit Brazilië.

We gingen in Guayaquil aan boord van een stoomtrein van meer dan 100 jaar oud. De dagen aan boord van deze trein zijn minstens goed voor tien verhalen; we maakten zóveel mee dat ik niet precies weet hoe ik dat alles in één blog moet verwoorden… Mijn liefje en ik kregen stoelen 29 en 30 toegewezen in treinstel nummer 2. Er waren twee treinstellen met extra grote ramen, comfortabele banken en loungeplekken. Het achterste treinstel was open en daar werden de beste fotosessies gehouden. Dagelijks was er koffie met koekjes, water, vruchtensappen, fruit, bier en wijn en nog veel meer dat je kon vragen of pakken naar believen. Eenmaal lunchten we aan boord van de trein. Elk treinstel had een eigen gids die een diepe bron van informatie bleek. We werden voorgesteld aan de machinist en zijn crew, aan de voet van de Devil’s Nose.

Zoals in mijn vorige blog reeds meldde, was het in de afgelopen dagen carnaval in Ecuador. Dat hebben wij geweten! Langs het traject stonden regelmatig Ecuadorianen met spuitbussen en grote emmers water om elkaar en ons te bestoken. Eén dorp langs het spoor genaamd Colta, was berucht om zijn uitspattingen, en daar kregen mijn liefje en ik de volle laag. Wij stonden in het open treinstel met onze eigen spuitbus en hadden het prima naar onze zin.  

De trein ging over de Devil’s Nose, op 2/800 meter hoogte. Het is een berg waarover een zig-zagspoor ligt. De trein moet dus heen en weer laveren om de berg te berijden. Het was ongekend boeiend en spannend en soms was het dringen voor het mooiste uitzicht en de beste foto. Dan ook nog enkele wetenswaardigheden: deze trein bracht ons naar het hoogste station op 3.609 meter. Daar leerden we Baltazar de ijsman kennen. Hij is 70 jaar oud en haalt sinds zijn 15de ijs van een van de gletsjers in het Andesgebergte. Inmiddels is hij ingehaald door de industrie en door klimaatverandering. Desalniettemin was de ontmoeting met hem en een van zijn dochters ontroerend. Op de achtergrond zie je de berg met sneeuwkap waar hij zijn werk jarenlang deed: Chimborazo. Het was er tamelijk koud, mijn liefje kon eindelijk haar wollen muts dragen.

We reden langs de Avenida de los Volcanos waar de ene bergtop nog mooier was dan de andere. We waren grote bofkonten, qua weer. We brachten tevens een bezoek aan het nationaal park Cotopaxi waar we een fraaie wandeling maakten. Het laatste gedeelte naar het park legden we met de twee meereizende bussen af. Het park dat is vernoemd naar de actieve vulkaan met dezelfde naam. ligt op 4.000 meter hoogte. De vulkaan barstte in 1904 voor het laatst uit. Circa elke 100 jaar vindt er een eruptie plaats dus men vermoedt dat de berg een dezer dag/weken/maanden/jaren weer zal uitbarsten. Aan ons ging het voorbij.

Op de laatste dag van de route, op circa 5 kilometer voor het eindstation van Quito, ontspoorde de trein. Niemand liep een schram op. De tren crucero van Ecuador reed niet eerder het station van Quito binnen. Tot dan toe werd het laatste deel van het 446 lange traject met bussen afgelegd. In die zin zijn wij pioniers. Gedurende heel 2014 werd gewerkt aan verzwaring van het spoor tussen Guayaquil en Quito. Tijdens die constructie kwamen veel mensen om, leerde ik tot mijn grote verbijstering… Het treinpersoneel oefende veel op het traject, zij het zonder passagiers. Op een bepaald moment hoorden we een schril geluid; niet veel later stond de trein stil. Het achterste treinstel was uit de rails gelopen! Er kwam veel spierkracht aan te pas maar na ruim een half uur kon de reis langzaam worden voortgezet.

Het waren lange dagen, de wekker liep telkens vroeg af. Na aankomst in de hotels was het wachten op de koffers, douchen, dineren en slapen –als dat kon. De grote hoogte speelde ons gelukkig geen parten. Wij hadden deze ervaring niet willen missen; het werd een heuse bucketlist experience. 

We zijn nu in ons hotel in Quito waar internet te wensen overlaat. Het is erg jammer dat ik geen foto's kan plaatsen maar wat in het vat zit, verzuurt niet. De wekker zal hier morgen om 4:30 uur afgaan, we vliegen vroeg naar de Galapagos-eilanden voor ons volgende avontuur. Geen idee hoe de wifi-situatie daar is maar ik blog als ik kan.


zondag 15 februari 2015

San Valentín

Vandaag wordt over de gehele wereld Valentijnsdag gevierd al lazen we in de Nederlandse krant dat de dag (en bijbehorend evenement) in het vaderland niet wil aanslaan. In Guayaquil wordt de Dia de los Enamorados grootschalig gevierd. In de voorgaande dagen kon je overal op straat rode en roze hartvormige ballonnen kopen en vandaag zagen we op bankjes langs de gehele Malecón verliefde stelletjes met ballonnen zitten.

Het was hier tevens het begin van carnaval dat in het gehele land enkele dagen zal worden gevierd. Over een flink stuk van de wandelboulevard langs de Rio Grande vond vanaf 11 uur 's ochtends een defilé plaats. Er werden tribunes opgebouwd, muziekinstallaties geplaatst en jonge meisjes feestelijk uitgedost. De puberjongen op de foto bloosde tot ver achter zijn oren toen ik hem complimenteerde… ¡qué liiiindoooo!”.

Wij liepen richting de heuvel van Santa Ana, naar het Museo Antropológico y de Arte Contemporáneo en beklommen de steile straatjes van de kleurrijke woonwijk Las Peñas. Die wijk deed mij terugdenken aan wijken als La Boca in Buenos Aires en Valparaíso in Chili. Die bezoeken lijken alweer zo lang geleden.

De antropologische vleugel van het museum -waar niet mocht worden gefotografeerd- bevat een ongelofelijk mooie, uitzonderlijk gave en uitgebreide collectie pre-Columbiaanse kunst uit heel Ecuador. Nog nooit zag ik zóveel fraais dus ik nam mijn tijd. Mijn liefje liep ver voor mij uit maar mijn regelmatige gehoest en geproest meldde haar precies waar ik mij bevond, volgens haar. 

Ook het gedeelte hedendaagse kunst boeide mij zeer. Daar was onder andere een overzichtstentoonstelling te zien van de kunstenaar Luis Miranda, geboren in Guayaquil maar deels opgeleid in Europa met een UNESCO-beurs. Miranda’s werk toont door de jaren heen een grote verscheidenheid aan stijlen. Een deel van zijn recente werk in olieverf heeft het dagelijkse leven van vissers tot onderwerp en is prachtig. Ik raakte vooral gefascineerd door de wijze waarop hij voeten schildert. Ik ben blij deze Ecuadoraanse kunstenaar te hebben ontdekt. We nuttigden een heerlijke Valentijnslunch in restaurante Rio Grande, aan het water, geflankeerd door interessante moderne architectuur. Quayaquil is een bezoek meer dan waard!

Morgenochtend gaan we vroeg op om ons te melden bij de Tren Crucero die ons vier dagen lang door het Andesgebergte zal voeren. Op de eerste dag brengt een stoomlocomotief ons nog niet naar grote hoogte en kunnen we nog in korte broek en korte mouwen reizen. Vanaf dag 2 rijden we met de locomotief Devil’s Nose naar de Avenida de Volcanos. Op dag 3 zullen we het hoogste punt van de route bereiken (vulkaan Urbina, 3.609 meter) en ontmoeten we de laatste ijsverkoper langs de route. Op de vierde reisdag rijden we door Nationaal Park Cotopaxi, genoemd naar de nog actieve vulkaan met die naam. We zitten niet voortdurend in de trein, we maken dagelijks excursies in de omgeving. 's Nachts slapen we in historische haciendas en 's morgens vroeg keren we terug aan boord van de trein. De regelmatige lezer weet dat mijn liefje treintjesgek is dus zij telt de uren naar vertrek af. Woensdagavond stappen we op station Quito uit. 

Als je in de komende dagen geen nieuwe blog van mijn hand ziet of geen reactie krijgt op mails of andersoortige berichten, is dat omdat er op de route geen wifi is.



vrijdag 13 februari 2015

Vliegen rond de evenaar

Gisteren vlogen we van Santiago de Chile naar Guayaquil in Ecuador. We kozen voor die dag omdat we niet wilden vliegen op vrijdag de 13de. We kennen de reputatie van vliegmaatschappij LAN nog niet en je moet de goden niet verzoeken, aldus ons beider devies. Het werd een prima ervaring: we zaten op een brede rij van drie maar de middelste stoel bleef opzettelijk vrij. We kregen tijdschriften en een aardige maaltijd met Argentijnse rode wijn van wijnestate Rutini, een van de mooiste Malbecs. Het Ecuadoraanse kabinepersoneel vertelde ons dat we twee uur tijdverschil hadden, onze klok ging achteruit (met Nederland hebben we nu zes uur tijd tijdverschil).
De vlucht naar Quito nam vijfenhalf uur in beslag, daarna moesten we een uurtje in het vliegtuig wachten waarna we in 35 minuten terugvlogen naar bovengenoemde eindbestemming. Van goede foto’s nemen kwam niets; we zaten namelijk aan een vies raampje. De mannen aan de andere kant van het gangpad, LAN-piloten op weg naar hun beginbestemming, boden aan voor ons foto’s van de Andes te nemen door hun schonere raam. Welnu, ik hoop dat ze beter vliegen dan dat ze fotograferen!

We passeerden de evenaar reeds tweemaal vliegend en dat is niet voor het laatst. Het was een betrekkelijk rustige vlucht met af en toe wat turbulentie waarvoor tijdig werd gewaarschuwd. Tijdens de tussenstop op luchthaven Quito verlieten de meeste passagiers het vliegtuig. De deur van de cockpit ging open en ik zei tegen mijn liefje dat dit dé kans was een blik te werpen op het instrumentarium van een Airbus 319. Waar kan dit nog? Ik pakte mijn camera, liep de cockpit binnen, gaf de kapitein een hand en zei hem dat ik het erg leuk zou vinden een foto te maken. Hij nodigde mij uit plaats te nemen in de stoel van de co-piloot en begon zijn meters en handels toe te lichten. Die kleine ruimte... Ik zou geen piloot willen zijn! Vanwege de open deur kelderde de temperatuur in het vliegtuig rap. Zelfs mijn trui was niet afdoende om de kou tegen te houden. Quito ligt op bijna 3.000 meter dus het is er koud. Ik vermoed dat ik op dat moment een koudje opliep. Afgelopen nacht deed mij keel zeer en kreeg ik een snotkop.

We landden om 22:45 uur en onze koffers stonden reeds klaar naast de bagagecaroussel. We waren tamelijk moe: in onze beleving was het al 24:45 uur. Gelukkig landden wij vóór een groot vliegtuig vol Amerikanen. De jongedame van de immigratiedienst was erg aardig. Ze vroeg honderduit over onze herkomst, over mijn achternaam: welk deel van mijn vaders- en welk deel van mijn moederskant kwam (typisch Spaanse origine) en toen kwamen de stempels.

Met ons paspoort overhandigde zij ons een boekwerk met veiligheidstips. Het is namelijk zo dat je geen boek over Ecuador kunt openslaan of er wordt gewaarschuwd voor criminaliteit. Je mag niet zomaar in een taxi stappen -je moet eerst allerlei checks uitvoeren-, je mag je persoonlijke spullen geen moment uit het oog verliezen, je moet oppassen voor zakkenrollers, geen snoepjes aannemen van onbekenden, alleen verlichte ATMs gebruiken, bepaalde pleinen ’s avonds vermijden en een sliert andere aanwijzingen.
We werden van het vliegveld afgehaald door een hotelmedewerker met een naambord en hun chauffeur dus dat was gemakkelijk. Eenmaal ingecheckt, was het tijd om de taxichauffeur te betalen. Mijn liefje greep in haar schoudertas en verschoot van kleur. De portemonnee was zoek. Op luchthaven Santiago had zij een nieuwe Kipling-schoudertas gekocht met veel vakken. Samen hadden we de spullen omgepakt en de nieuwe tas ingericht. De oude ging ter plekke in de bak voor hergebruik. Daarna had ze de laatste Chileense pesos goed besteed.

En nu was de beurs met twee van de drie creditcards en alle Amerikaanse dollars (hét betaalmiddel in Ecuador) niet in het geldvak te vinden. Ze keek mij radeloos aan en sloeg haar handen voor haar gezicht. Eerst kwam de compassie, toen de lichte paniek. Ook de baliemedewerkster had met haar te doen en vroeg waar de portemonnee het laatst was gebruikt. Het betrof een winkel op het vliegveld. Zij stelde voor die winkel te bellen totdat ik haar vertelde dat het in Chili was... We vielen alle drie even stil. Ik onderzocht ondertussen rugtas twee, voor alle zekerheid. Niets te vinden. Mijn liefje haalde al haar spullen uit haar nieuwe schoudertas en tot ieders opluchting kwam de portemonnee alsnog uit een vak. De opluchting was immens. Het scheelt immers veel telefoontjes naar Nederlandse banken en andere kopzorgen. Vanwege alle commotie duurde het lang voordat we de slaap konden vatten.

Om zes uur vanochtend werden we gewekt door het carillon van de kathedraal die recht tegenover ons hotel ligt. We doezelden nog een tijdje. Het ontbijtbuffet is uitstekend, we zijn in de tropen dus papaya’s en mango’s staan op het menu. Voor het hotel ligt tevens een park waar grote leguanen huizen. Een tropische vogel pikte aan een rijpe mango aan de boom. 

Het zijn voorschotjes op het aanstaande bezoek aan de Galapagoseilanden. Guayaquil is een drukke stad met 2.2 miljoen inwoners. We zijn hier in de eerste plaats omdat het beginpunt is van een bijzondere treinreis die zondag start maar de havenplaats op zich heeft eigen bezienswaardigheden, zoals de wandelboulevard Málecon, de heuvel Santa Ana, de kleurrijke wijk Las Peñas en enkele fraaie gebouwen. Op straat zagen we vandaag weinig witte personen; je ziet hier veel mensen met inheemse trekken en meer armoede dan in de voorgaande weken. Ambulante verkopers prijzen van alles aan, tot en met flesjes water voor 0,25 dollarcent. Daar kan een mens toch niet van leven?! Vandaag ben ik hangerig en zweterig maar aspirine helpt. Op dit moment valt er een bui. De hotelkamer heeft een comfortabel zitje waar het goed toeven is.


donderdag 12 februari 2015

Op hoogtestage

Nog eentje voordat we aan een nieuw land en een nieuw avontuur beginnen; vandaag heb ik tijd genoeg. Chili beviel ons heel goed. We overwegen in de toekomst naar dit land terug te keren voor een overwintering. In een appartement aan zee met zicht op de Grote Oceaan? De tijd zal het leren. Het leven is hier goed georganiseerd, schoon en ontspannen. Ik vind het mooi dat ze respectvol zijn ten opzichte van de oorspronkelijke bewoners van Chili. Mensen zijn weliswaar afstandelijker dan in Argentinië maar zeker prettig in de omgang. In de afgelopen weken hadden we veel oogcontact met oudere Chilenen. Ik denk dat ze terugdenken aan hun herkomst als ze ons zien... In krant El Mercurio las ik dat het aantal bezoeken aan het Continento Viejo (het oude continent Europa) vorig jaar met 18% toenam ten opzichte van het jaar ervoor. Men reist er vooral in -onze- wintertijd naartoe. Voor dit jaar wordt een grotere toename verwacht.
Er is ogenschijnlijk veel minder armoede in Chili dan bij de grote oosterbuur. Saai? Ik vind van niet. Er is veel moois te zien, zoals het webalbum aangeeft. Bovendien aten we telkens heerlijk en voelden we ons geen moment onveilig. In dezelfde krant las ik dat Santiago de Chile van alle Zuid-Amerikaanse hoofdsteden de veiligste is, volgens The Economist.

We leerden over de animositeit die tussen Chili en Argentinië bestaat; ook hier wordt dat beaamd. Argentijnen zijn ervan overtuigd dat Chili in het diepe zuiden aan landjepik wil doen. Men zou een oogje hebben op Argentijns Patagonië… Het grappige is dat in de gang van ons hotel een oude landkaart uit 1776 hangt waarop het zuiden van Chili veel meer land omvat dan anno 2015! Na veel praten en lezen, weet ik iets meer. Argentijnse militairen bezetten op enig moment een aantal eilanden die formeel tot Chileens grondgebied behoorden. De actie werd als illegaal bestempeld en werd weldra beeïndigd. Ook het Beagle-conflict liep hoog op. Waar liepen de beide landsgrenzen precies? Het internationale Hof van Justitie in Den Haag moest eraan te pas komen. Er werd beslist dat de betreffende eilanden van Chili zijn en blijven en rondom het Beaglekanaal werd een compromis bereikt: het land langs het water is van Chili maar Argentinië gaat over de waterweg.

De Argentijnse presidente Fernandez de Kirchner wordt ook hier in lokale kranten negatief afgeschilderd. Niet alleen speelt ze een dubieuze rol met betrekking tot de moord op openbare aanklager Nisman en het onderzoek naar de aanslag op de joodse instelling, haar respectloze tweet over de taal van haar Chinese gesprekspartners -over lijst en petloleum- viel hier eveneens in slechte aarde, net als in vele andere landen.
De Chileense presidente Bachelet lijkt een andere type mens, meer een Merkel.
Ik vind het boeiend om dagelijks de lokale krant te lezen; zo kom je nog eens wat te weten. Haar zoon Dávalos is directeur van een sociocultureel centrum van de overheid en ligt momenteel onder vuur vanwege een miljoenenlening bij de Banco de Chile. Ook tussen Chili en Bolivia blijkt het te rommelen. Chili staat het buurland geen toegang tot de Grote Oceaan toe, Bolivia is van mening dat ze daarop recht hebben. Ik las over een recent charme-offensief van de ex-president van Bolivia in Chili. In het hoge noorden blijken Chilenen gevoelig te zijn voor het verzoek... In de hoofdstad wordt dat ten stelligste afgewezen. Gelukkig lossen ze hun conflicten op zonder wapens. Begrijp mij niet verkeerd: als Europeaan voel ik mij niet boven hen verheven. Wij hebben de conflicten met Griekenland en in de Oekraïne.

En Ecuador? Bananenrepubliek. Maar daarover ga ik de komende weken bloggen!

Gisteren wandelden we op ons gemak door het park van de sculpturen. Daarna speelden we toeristje in restaurant Giratorio, een roterend restaurant op de 16de verdieping dat 360 graden uitzicht verschaft over Santiago. Regelmatig zie je de Andes aan je voorbijtrekken. In de winter zijn de bergtoppen besneeuwd, nu was het een beetje heiig. Het mocht de pret niet drukken. Mijn liefje werd een beetje draaierig. We roteerden namelijk best snel. Ik vroeg aan een van de medewerkers van het restaurant hoe snel precies maar hij wist dat niet. In circa anderhalf uur deden we anderhalf rondje. In die tijd smulde ik van een Jardín de Mariscos, een schotel met schaal- en schelpdieren: abalone, krab, scheermessen, St. Jacobsschelpen, garnalen, ceviche van witte vis. De dag werd afgesloten met een bezoek aan kappers Mary & Cecilia. We zijn geknipt voor Ecuador.

Later vandaag vliegen we met luchtvaartmaatschappij LAN naar Guayaquil. Het bedrijf is monopolist op dit traject. Voor het bedrag van deze tickets kunnen we samen van Spanje naar Australië vliegen. De vlucht voert over het toekomstige vakantieland Peru (!), betreft ruim 5.500 kilometer en neemt zeven uur in beslag. Eerst doen we hoofdstad Quito aan die op 2.800 meter hoogte ligt en waar we een tussenstop maken. Hopelijk kort genoeg om geen hoogteziekte te krijgen... Vervolgens vliegen we weer een uur zuidwaarts naar onze eindbestemming. De camera is opgeladen, ik verwacht mooie blikken op oceaan en Andesgebergte.
De volgende blog komt van daar, Leo Dovente.



woensdag 11 februari 2015

Nunca mas – deel 2

Santiago de Chile is een mooie, interessante stad met veel bezienswaardigheden. Ons comfortabele boutique-hotel staat weliswaar in de buitenwijk Vitacura maar het stadscentrum is met bus en metro goed te bereizen. Ook hier kochten we een reispas voor meer dagen, ook hier hadden we een (lange) wensenlijst: Plaza de Armas, Museo Colonial, Mercado Central, Museo Chileno, Cerro de Cristobal en veel meer. Zelf wilde ik heel graag Museo de la Memoria en La Chascona zien. Eerstgenoemde plek is het museum van de herinnering is de plaats waar mensenrechtenschendingen van de dictatuur van Pinochet zijn vormgegeven, plaats twee is het zelfgebouwde huis van dichter Pablo Neruda in hoofdstad Santiago.

We gingen vroeg met de extra-lange bus op pad, afgewisseld met een rit met de mooie, schone metro, op weg naar bovengenoemd museum. Het is een indrukwekkend gebouw in groen gehuld, in een verzonken plaats. De museumtoegang is gratis, binnen mag niet worden gefotografeerd. Het museum heeft vier verdiepingen, te beginnen met een overzicht op de begane grond van mensenrechtenschendingen over de hele wereld. De volgende verdiepingen hebben uitsluitend betrekking op de misdaden van Pinochet’s militaire junta tegen Chili’s linkse beweging. In 1973 nam generaal Pinochet het heft in eigen handen: de democratisch gekozen marxistische president Salvador Allende werd met veel militair geweld afgezet. De Chileense equivalent van het Torentje werd gebombardeerd, de president pleegde zelfmoord in aanwezigheid van zijn getrouwen nadat hij een inspirerende radiorede voerde.

Daarna volgden 17 jaren van politieke onderdrukking en veel geweld tegen linkse burgers: schrijvers, dichters, journalisten, vakbondsleden, vrouwen van. Het was ten hemel schrijend. In de derde klas van de middelbare school waren er twee klasgenootjes die continu aandacht vroegen voor Chili, de mensenrechtensituatie aldaar en het lot van activist, dichter, protestzanger en professor van Santiago’s technische universiteit Víctor Jara. Hij was een van de slachtoffers van Pinochet’s junta. Hij verdween, werd gemarteld en werd met minstens 40 schoten in zijn lichaam teruggevonden… Toen ik als jonge twintiger naar Amsterdam verhuisde, kwam ik in een pand terecht waar een Amsterdamse samenwoonde met een Chileense vluchteling; een ontzettend leuke en aardige vent. Ik bracht menig avond met hen door.

Mijn liefje en ik liepen ruim twee uur rond in het museum, we klommen hoger en hoger. Op de eerste verdieping ging het vooral over de militaire coup, op de tweede verdieping ging de aandacht naar de slachtoffers van de militaire repressie. Op de bovenste verdieping ging het over de verzoening. In 1990 koos het Chileense volk voor de christen-democratische kandidaat Aylwin, Pinochets tijd was voorbij maar tot mijn grote verbijstering werd hij nooit vervolgd voor de tientallen duizenden schendingen tegen de menselijkheid.

Op de bovenverdieping hield ik het niet droog terwijl ik naar een film keek: op de dag van de verkiezing van Aylwin kwam een groep oudere vrouwen op, gekleed in zwarte rokken en witte blouses met een foto van hun verdwenen geliefden op hun lichaam en spandoek. Een van die vrouwen danste in haar eentje op het groene gras, een witte zakdoek in haar hand. Ik zou dat verkeerd hebben geïnterpreteerd als ik niet op de vorige verdieping had gehoord en gelezen dat vrouwen een eigen manier van geweldloos verzet bedachten. Normaliter dans je als vrouw met je man, geliefde of zoon; in de tijd van de massale verdwijningen dansten vrouwen in hun eentje uit protest tegen de gang van zaken onder Pinochet. Stel je een vol stadion voor ter ere van de democratisch gekozen president van het nieuwe Chili en die oudere vrouw, in haar eentje, op dat jonge gras, met dat witte zakdoekje in haar hand. En ze danst voort en is niet te stoppen. Ik vroeg mijn liefje om haar zakdoek en depte mijn tranen. Toen wij naar de museumwinkel liepen, herkende ik de woorden van het laatste gedicht van Victor Jara op de muur:

Somos cinco mil
en esta pequeña parte de la ciudad.
Somos cinco mil
¿Cuántos seremos en total
en las ciudades y en todo el país?
Solo aquí
diez mil manos siembran
y hacen andar las fábricas.
¡Cuánta humanidad
con hambre, frío, pánico, dolor,
presión moral, terror y locura!

Emotioneel en indrukwekkend.

Na de lunch bezochten we La Chascona. De Chileense dichter Pablo Neruda blijft mij fascineren, ik lees nog steeds in zijn Memoires. Neruda overleed in het jaar dat generaal Pinochet aan de macht kwam. Als lid van de communistische partij zou hij waarschijnlijk door de militaire junta als een van de eersten zijn opgepakt… Hij reisde naar Rusland en China en was daarom in vele Westerse landen niet welkom. Hij moest zijn vaderland verlaten vanwege zijn politieke voorkeur en dat vond hij hartverscheurend moeilijk. Hij hield intens veel van Chili en dat uitte hij in vele gedichten.

Wat ik eveneens aansprekend vind, is zijn diepe verzamelwoede. Neruda verzamelde boeken, kunst, grote en kleine poppen, glas, schepen, porcelein, glazen, stoelen, hout en nog veel meer. Van over de gehele wereld; hij was een zeer bereisd man. Hij had bovendien een immense schelpencollectie die hij schonk aan de Universiteit van Chili. Hij schreef prachtig over schelpen en ook dat schept een band. In dit huis -net als in Valpraíso- was fotografie niet toegestaan maar ik stond muzelluf één foto toe: van een van zijn huisbars. Hij moet een flinke innemer zijn geweest want in al zijn huizen troffen we tenminste twee fraaie huisbars aan. De bar op de foto noemde hij de Bar van de Kapitein. De onderdelen die zijn te zien, komen van overal op de wereld. 

Deze rijke dag sloten mijn liefje en ik af met een zwempartij in de tuin van het hotel en een pisco sour op het terras. Ik ga die cocktail nog missen! Donderdag vliegen we naar Ecuador voor de laatste fase van onze rondreis door Zuid-Amerika. Reizen is verslavend. 

zaterdag 7 februari 2015

Not hippies but happies

We gingen voor de tweede keer naar Valparaíso en dat werd een heel prettig bezoek. Aangezien deze stad grotendeels tegen heuvels ligt, zijn er wel 14 houten liften die inwoners en bezoekers naar de bovenstad brengen. In het kader van dit internationale Van Gogh-jaar had ik een speciale plek op het oog: hostal Girasol (Zonnebloem). Het is een backpackersplek met een bijzondere muurschildering. De kunstenaar heet Teo Doro en schilderde een eigen variant van Vincent van Gogh met zijn oor en zijn zonnebloemen op de gevel. We liepen een heel steile straat in met links en rechts ettelijke hostals en muurschilderingen. Ik keek mijn ogen uit.

Daarna bezochten we Cerro Concepción en Cerro Alegre waar je kunt uitkijken over het historische centrum van de havenplaats. Van hieruit ervaar je de stad op heel andere wijze dan op waterniveau. Een aantal van de liften kon niet worden betreden; ze waren gesloten vanwege technisch onderhoud. Voor 300 pesos per persoon (ongeveer 45 eurocent) stapten we in ascensor Concepción die plaats heeft voor zes personen. De lift die stijgt wordt getrokken door de lift die afdaalt, zo’n systeem is het. Vervolgens wandelden we door wijken met uitzicht op de haven en op de binnenstad. Ook in de bovenstad moet je behoorlijk klunen maar onze kuiten kregen veel oefening in de afgelopen twee maanden. Ik denk dat we tenminste tien kilometer per dag wandelden. De titel van dit blog nam ik over van een uitdrukking die ik daar op een muur zag: ‘we are not hippies, we are happies’. De oorspronkelijke huizen op de heuvels zijn van tinnen platen, die in alle kleuren van de regenboog zijn geverfd. Een leuk gezicht. De wijk is heel alternatief, met veel hostals, B&Bs, restaurantjes met uitzicht op zee en aan stadszijde, galleries. Om een uur ging de zon schijnen; dat lijkt hier vaste prik.

Ook in en vanuit de bovenstad viel de grote hoeveelheid fraaie muurschilderingen op. We ontmoetten er straatartiest Cuellimangui, vriend van Teo Doro. Het toeval wil dat hij een Spaanse kunstenaar is uit Orihuela! Eerder was hij voor zijn kunst in Mexico. Ik fotografeerde een groot aantal van de muurschilderingen van zijn hand. Volgens hem is Valparaíso hét epicentrum van street art in Zuid-Amerika. Kijkend naar mijn collectie kan ik het beamen. We wandelden op ons gemak naar beneden waar we de bus terug naar Viña del Mar namen.

's Ochends droegen we een tas vol wasgoed samen naar een nabijgelegen wasserette die werd gerund door een ouder echtpaar. De kleding werd overgepakt in een plastic wasmand die vervolgens op een weegschaal werd gezet: 4.6 kilogram; ik stond er met mijn neus bovenop. Het gewicht correspondeerde met de prijs, constateerde ik: 450 pesos. We konden het schone goed rond vijf uur 's avonds ophalen. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn liefje haalde de zak op, ik pakte de tas op de kamer uit. Ik miste al mijn bh’s?! Daarop constateerde ook mijn liefje dat ze aardig wat kledingstukken miste. Mijn liefje ging in haar eentje terug voor de ontbrekende spullen. Zo eenvoudig bleek het niet. Ter plekke was niets meer te vinden. Daarop stelde mijn liefje voor, met stoom uit haar oren, dat we de gevulde tas terugbrachten om te wegen. Deze keer liep ik mee.

Ik kieperde alle gewassen kledingstukken weer in de plastic wasmand, zette die eigenhandig op hun schaal en constateerde in perfect Spaans dat we 1.1 kilogram wasgoed misten. BHs van mij en mijn liefje, onderbroeken, een blouse met lange mouwen, oude en nieuwe t-shirts en spul dat we ons niet herinnerden. Daarop zei de vrouw dat de prijs niet correspondeert met het gewicht waarop ook bij mij de stoom uit de oren begon te komen. Ze ging nogmaals naar achteren en constateerde dat er geen zak met wasgoed over was die aan onze beschrijving voldeed. Aan welke wilg hing ons ondergoed dan?

Ondertussen legde de man des huizes een papier en pen onder mijn neus waarop ik de ontbrekende stukken moest noteren. En wat gebeurt daar dan mee?’ vroeg ik hem. Het bleef stil. Ik begon aan het lijstje maar deed dat niet op de, door deze sufferd gewenste wijze. De kledingstukken moesten onder elkaar worden opgesomd, niet naast elkaar. Pffff. Ik had zin in een grote stroom #$%&*()_~!)_{": maar ik hield wijs mijn mond. (Goede voornemens voor 2015.)

Onderwijl liep mijn liefje met de vrouw mee naar achteren om alle plastic tassen te openen. Ik zag haar het t-shirt optillen om haar bh te tonen: zo een in het zwart. Daar had ik ook zin in maar onder mijn shirt zat alleen maar bloot; al mijn bh’s zaten immers in de waszak. Het eerste ondergoed, een knaloranje short, werd in een vreemde waszak teruggevonden. Vervolgens doken meer persoonlijke kledingstukken uit nog vier andere plastic tassen op. Wat een rotzooi bleek het achter de schermen... We liepen met een vollere tas terug naar het hotel al kwamen we nog steeds 300 gram tekort. Over de lippen van het oude echtpaar kwam geen excuus. Tja.

Morgen verlaten we de Chileense kust; die ruilen we in voor hoofdstad Santiago, aan de voet van het Andesgebergte. Deze keer hebben we een korte busrit voor de boeg (anderhalf uur).





donderdag 5 februari 2015

Zo uit de zee

De meeste dagen beginnen hier met een fikse zeemist. De ochtend dat we naar Valparaíso gingen, was de enige zonnige tot nu toe. De zon verschijnt wel maar dat is doorgaans na het middaguur. De morgen brengen we dan ook gehuld in een trui door. In Argentinië was het soms dermate heet dat we snakten naar koelte; die hebben we nu deels dus ik ga niet mopperen. In de eerste dagen van ons verblijf in Viña del Mar was de oceaan tamelijk heftig. De zwemvlag was rood en dat liet zich aanzien: hoge golven stortten zich continu op de kuststrook. Niemand was in het water. Als waterratje heb ik doorgaans een sterke drang om te zwemmen of in de branding te spelen maar ik hield mij netjes aan de lokale regels. In de lokale krant El Mercurio de Valparaíso, wat overigens de oudste krant is van Zuid-Amerika, las ik over acht kleine pinguïns die hier in de afgelopen twee weken aan de kust werden aangetroffen en naar een opvangcentrum gebracht. Ze zoeken voedsel dat door mensen wordt achtergelaten. Vandaag was het dan zover: ik ging te water.

Mijn liefje vindt het nog steeds te koud, bovendien heeft ze een zwerende knie die ze opliep toen ze 's nachts over een rondslingerende reistas struikelde en op de vloerbedekking terechtkwam. (Kun je nagaan…) Ze is een eersteklas-brokkenpiloot. Vandaag kochten we voor €25 speciale gaasjes met een waterafstotende plakrand. Als CFO van de familie moest ze slikken toen de apotheker het bedrag aansloeg.

Als je pinguïns in de omgeving hebt, weet je dat de temperatuur van het water niet al te hoog is. Zo ver zitten we immers niet van Antarctica. We bezochten deze week Museo Fonck dat een inheemse sectie (over oorspronkelijke indianenstammen van Chili), een afdeling over Paaseiland (dat bij Chili behoort) en een grote natuur-historische collectie heeft met onder andere opgezette haaien, walvissen, albatrossen, schildpadden en pinguïns. We liepen rond met een lokale gids die bijna twee jaar met haar echtgenoot in Leiden woonde. Ze vond Nederland fantastisch.

Terug naar de zee. De golven waren nog steeds hoog maar dat stond niet in verhouding tot eerder in de week. Het water was koud, kouder dan de Noordzee in zomertijd. Maar ja, zoals de moeder van vriendin Bernadette zou zeggen: “kom op, je bent een Hollandse meid”. Ik zette door en het werd zelfs lekker. Als de zee terugtrok voor een aanrollende nieuwe golf kon ik mij regelmatig niet staande houden. Soms haalde een aanzwellende tweede golf de eerste in waardoor de kracht verdubbelde met een wasmachinebeurt als gevolg. Soms wist ik niet wat boven of onder was. Mijn liefje die op het strand foto’s maakte, dacht dat ik speelde... Een duel met de zee zullen wij, homo erectus, altijd verliezen. Op mijn knieën kroop ik uit het water. Eenmaal op de kant, liep ik met een lading zand tussen mijn benen, ter grootte van een dubbele incontintieluier. Zo voelt dat dus. Het is te hopen dat iets dergelijks mij op latere leeftijd bespaard blijft.

Chilenen genieten trouwens erg van beachlife. ’s Middags stromen de stranden van Viña del Mar vol. Er wordt muziek gemaakt en gejongleerd. De sfeer is zeer ontspannen. Vanavond wordt in kustplaats Concón, twee wandelboulevards verderop, een poging gedaan om de grootste corvina ter wereld te bereiden. Corvina, een smakelijke zoutwatervis, ken ik reeds uit Spanje. Het record staat nu op 110 meter. Voor de recordpoging gebruikt men 1.600 kilo vis, 16 plaatselijke restaurants zijn betrokken bij de bereiding. Het evenement zal om 20:30 uur plaatsvinden, omlijst door folkloristische muziek. In eerste instantie wilden we ernaartoe, bij nader inzien vinden we het een te hoog kerststalletjesniveau hebben. We gaan dus niet.

In plaats daarvan gaan we dineren in het beste restaurant van Viña del Mar (volgens Tripadvisor), genaamd Don Vito Zanoni. Sinds mijn liefje startte als recensente van hotels, restaurants en bezienswaardigheden promoveerde zij tot Top Contributor. Ze neemt haar taak heel serieus en dat wordt door derden gewaardeerd. 

Voor het eerst van mijn leven at ik hier in een Peruaans restaurant en dat beviel uitstekend. Toen wij in Palermo (Buenos Aires) logeerden, leerden we twee jongelui kennen die een vers groenten- en fruitsappenwinkeltje runden. Wij mopperden tegen hen over een gebrek aan smaak in veel Argentijnse schotels. Zij herkenden ons bezwaar en vertelden ons dat ze naar Peru op vakantie waren geweest waar ze genoten van het eten. Dat knoopte ik dus in mijn oren. 

De eerste keer bij restaurant Ico at ik causas: romige gele aardappelblokjes met daarop plakjes octopus, een koningskrab- en garnalenmengsel. De tweede keer koos ik gemarineerde tonijn in salsa Huancaina, een saus met verse roomkaas en gele (milde) chilipepers. Heerlijk! Ik houd mij aan mijn voornemen aan de kust elke dag vis te eten.

Morgen gaan we weer een dagje naar Valparaíso, er staat nog het een en ander op ons wensenlijstje.



dinsdag 3 februari 2015

In aardbevinggebied

Maandagochtend werden we ‘opgeschrikt’ door een beving die een seconde of 15 à 20 aanhield. We lagen nog in bed, waren kennelijk allebei wakker en constateerden droogjes dat het om een aardbeving ging. Ik stond op om uit het raam te kijken. Ik weet niet precies wat ik daarmee wilde. Je kunt een beving immers niet zien. Niet lang daarna kwam de melding op de iPad binnen. Het bleek een beving te betreffen waarvan het epicentrum zich 87 kilometer ten noordwesten van La Punta bevond... in Argentinië. Dat ligt hier ruim 700 kilometers vandaan! De beving had een kracht van 6.3 op de schaal van Richter. Je vraagt je wellicht af wie in hemelsnaam zo’n app heeft. Het antwoord is simpel: iemand die is geïnteresseerd in de aarde en dus ook in de aardkost. Iemand die bovendien enkele malen een aardbeving live meemaakte in Bali en in Spanje op een breuklijn woont die een dichtbijzijnde stad in de vorige eeuw bijna met de grond gelijkmaakte. En iemand die zich realiseert dat Chili aardbevinggebied is. Elke week vinden er hier meer plaats. Soms voor de kust, soms op het land. Overal in Viña del Mar zie je borden met tsunami-aanwijzingen.

Vandaag bleef het hier rustig. We legden een bezoek af aan havenstad Valparaíso dat we met de bus bezochten. De naam van deze stad oefende al jarenlang een speciale aantrekkingskracht op mij uit. (Net als Sihanoukville in Cambodja.) Het stond dus op mijn wensreislijstje. De weg ernaartoe zal ik mij lang heugen. Ik maakte namelijk nog nooit van mijn leven zo’n drieste buschauffeur mee. Hij reed alsof hij door de duivel op de hielen werd gezeten. Mijn liefje en ik zaten met twee handen om de stoelleuning voor ons geklemd. Als we dat niet zouden hebben gedaan, zouden we bont & blauw zijn geweest van het geschud en gebonk. Een deel van het traject, langs de Stille Oceaan, is flink bochtig en ik begon licht wagenziek te worden vanwege het bizarre rijgedrag. Gelukkig was het maar 8 kilometer zuidwaarts rijden naar deze stad. We stapten uit zodra we een bord met een verwijzing naar het centrum zagen.

De havenstad wordt ook wel 'the jewel of the Pacific' of 'Klein San Fransisco' genoemd. Het juweelachtige zag ik geenszins, Klein SF kreeg het vanwege de steile straten in sommige delen van de stad die overduidelijk zijn: ik kreeg al kramp in de kuiten door ernaar te kijken! Het wemelt er van de zwerfhonden, sommigen in treurige staat. Valparaíso kreeg het in de afgelopen jaren nogal voor de kiezen: in 2013 was er een grote aardbeving die grote schade met zich meebracht. In 2014 gebeurde dat nogmaals maar toen gingen bovendien vele huizen in de heuvels van de stad in vlammen op en kwamen veel mensen om. De Chileense presidente verklaarde het gebied tot rampgebied.

Het historische centrum van Valparaíso staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Dat gebied ligt ongeveer tussen Plaza Anibal Pinto en Plaza Aduana. De eerste indruk in de eerste kilometer van onze route was er een van verpaupering en armoede. Ik zag veel onverzorgde, ongure, gestoorde mensen op straat. Dichter naar het historische gedeelte passeerden we mooie gebouwen en fraaie pleinen maar de stad kon ons niet echt bekoren. Wel zijn er authentieke trolleybussen, houten treintjes die je naar uitkijkpunten over de stad en het havengebied brengen en gekleurde huizen zoals we die ook zagen in havenwijk La Boca van Buenos Aires.

We bezochten een van de huizen van de beroemdste dichter van Chili: Pablo Neruda. Het bevindt zich in zo’n hoog gelegen stadswijk, genaamd Florida. Om in de sfeer te komen, las ik zijn Memoires in de afgelopen dagen in het Engels. Neruda was een bijzondere man en zijn opgetekende herinneringen reflecteren dat, net als zijn huis dat doet. Hij noemde het gekke pand La Sebastiana, naar de architect van het gebouw die overleed voordat het af was. Binnen mocht niet worden gefotografeerd. 

Neruda werd in 1904 in het zuiden van Chili geboren en wist al op jonge leeftijd dat hij dichter wilde worden. Hij verliet zijn ouderlijk huis op 16-jarige leeftijd en vertrok naar Santiago om daar te gaan studeren. Hij was een arme student met een missie. Zijn eerste gedichtenbundel werd in 1921 gepubliceerd. Voor zijn werk ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur (1971). Hij was uitzonderlijk goed in woorden. Hij werd Chileense consul in Burma, Indonesië en Spanje. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van de Communistische Partij, beïnvloed door ervaringen in de Spaanse burgeroorlog. Vanaf dat moment wordt zijn poëzie geëngageerder. Onder president Salvador Allende werd hij Chileense ambassadeur in Parijs. Neruda overleed in 1973 aan prostaatkanker, net na de militaire coup door Augusto Pinochet. (Zijn vriend Allende maakte een einde aan zijn eigen leven voordat hij gevangen zou worden genomen.)

Na het bezoek aan het huis vol aparte meubels, glas-in-lood ramen en deuren en heel bijzondere, vaak nautische verzamelobjecten lieten we ons met de taxi naar het stadscentrum terugbrengen. De haven van Valparaíso wordt ook door cruiseschepen aangedaan; er lag er een, met Amerikanen en Duitsers aan boord. Ketut uit Bali die momenteel ook op zo’n schip vaart zal de plaats in maart 2015 aandoen. Voor de lunch werden we door een jongedame verleid om haar familierestaurant te betreden. Dat was niet verkeerd: ik at een heerlijke soep met zeevruchten, mijn liefje -allergisch voor schaal- en schelpdieren- koos veilig voor een kippepoot met Chileense salade. Daarna vervolgden we onze weg richting de wijk Artilleria waar een treintje ons naar een uitkijkpunt over de haven zou brengen. Het station bleek echter gesloten voor onderhoud. Tja. De wandeling, in een slecht onderhouden deel van de stad, was echter niet voor niets: ik zag heel erg mooie street art. Mijn collectie breidde enorm uit. Regelmatig werd ik door mensen gewaarschuwd dat ik voorzichtig moest zijn met mijn camera maar ik voelde mij beschermd: mijn liefje fungeerde als bodyguard.

Morgen blijven we weer een dagje in Viña del Mar, de thuishaven. We zijn blij dat we geen hotel boekten in Valparaíso. Morgen nemen we een duik in het woelige water van de Grote Oceaan; het moet er maar eens van komen.



zondag 1 februari 2015

Op Chileens grondgebied

Na een reis van 400 kilometer door het Andesgebergte, bijna 9 uur in de bus, zijn we in de kustplaats Viña del Mar in Chili. Ook deze keer verliep de busreis voorspoedig al heb ik er wel opmerkingen over. Sowieso vertrokken we met een uur vertraging uit Mendoza. Wachten is niet mijn forte dus ik mopperde erop. Volgens mijn liefje voegde de busmaatschappij twee busreizen samen: die van ons (om 9:30 uur) en die van 10:30 uur en ik vermoed dat ze gelijk heeft; de bus zat namelijk niet vol.

De route door de Andes was heel spectaculair. We reden door tientallen tunnels en door zeer gevarieerd landschap, zagen besneeuwde toppen, passeerden kolkende rivieren en raftende mensen in rubberbootjes, spoorbruggen, desolate vergezichten, bergwanden in alle kleuren, afgelegen wintersportdorpen.

De busmaatschappij meldde ons dat de route circa 7 uur in beslag zou nemen, vooropgezet dat de douaneprocedure vlot zou verlopen. Welnu, dat deed het niet. Aan de Argentijns-Chileense grens, na drie uur rijden, was het één groot bureaucratisch circus. Het waaide hard maar het was niet koud; de wollen mutsen en jassen waren onnodig. Het duurde twee uur en veertig minuten voordat we aan Chileense zijde waren. De bus wachtte in een rij maar wij mochten uitstappen voor een fotostop. Op enig moment moesten wij in ganzenpas met onze immigratiepapieren achter de chauffeur aan, naar het douanekantoor waar we weer moesten wachten. De Argentijnse en Chileense ambtenaren zitten om en om in een loket maar gestroomlijnd gaat het controleren van de papieren en het bestempelen van de paspoorten bepaald niet. Mijn liefje en ik werden er een beetje lacherig en ballorig van maar we bleven in de pas…

Na die procedurele stap reed de buschauffeur een hangar binnen waar alle reistassen en andere ingecheckte bagage werden uitgeladen en door een machine werden gescand. Men is vooral op zoek naar fruit, zuivel en vleeswaren dat het land niet in mag. De tassen met verdachte spullen werden eruit gepikt en de eigenaren werden naar voren geroepen. Ons werd dat bespaard want de banaantjes, appels en belegde boterhammen waren schoon op. Daarna onderging alle handbagage eenzelfde behandeling. Toen dat alles achter de rug was, mochten we de bus weer betreden en gingen we de grens over.

De grensovergang ligt op bijna 4.000 meter hoogte dus we moesten flink afdalen om op zeeniveau te komen. Al snel kwam dan ook een spectaculair stuk weg dat niet naar beneden cirkelde zoals bij vele bergen in Europa maar zigzagde. De actieradius van een grote bus vraagt om ruime bochten… Het waren er 24 in totaal. Wij zaten boven in de bus, op de eerste rij dus regelmatig voelde het alsof we over de rand van de weg-zonder-afscherming gingen. Ik, persoon met hoogtevrees, zat met het zweet in mijn handen en telde de bochten af. Maar we overleefden de afdaling dankzij de stuurkunst van de voorzichtige chauffeur die ik daarvoor hartelijk dankte bij het uitstappen.

En nu zijn we dus in Chili en de eerste indruk is uitstekend! Het hotel ligt ongeveer 150 meter van de boulevard. Het super-kingsize bed is het breedst tot nu toe, het gevarieerde ontbijt het aller-allerbeste van onze rondreis. Een grote keuze aan vers fruit, verse sappen, diverse soorten brood (zoet en hartig), heeeerlijke koffie. Wat wens een reiziger zich meer? Ook hier is het personeel zeer aardig. 

In de afgelopen twee maanden in Argentinië hoorden we veel over de relatie met buurland Chili. Die is niet goed; tussen de beide volkeren is veel animositeit. Chili is volgens de Argentijnen die we spraken 'saai, jaloers en hebberig'. Het land zou azen op Argentijns Patagonië, de zee neemt namelijk steeds meer Chileens land (het is op sommige plekken inderdaad heel smal!). 
De eerste indruk van Chilenen is dat ze trots zijn op hun land. Naar verluidt, is het moeilijk niet-Chileense wijnen in het land te vinden; men is van mening dat ze de beste wijnen ter wereld produceren. Chili is vooral door Duitse immigranten beïnvloed, Argentinië kent vooral Spaanse invloeden. En dat laat zich aanzien en merken. De tongval en woordenschat is weer anders; veel vocabulaire heeft niets met het Spaans dat ik ken te maken.

Vanmorgen liepen we de boulevard van Viña del Mar af; dat is ongeveer vijf kilometer een kant op. Het water van de Stille of Grote Oceaan beukte op de Chileens kust. Overal stonden rode vlaggen: er mocht niet worden gezwommen. We droegen een truitje totdat de zon doorkwam. Het weer doet denken aan een Hollandse zomer. Over de volle lengte van de boulevard vind je sporttoestellen; op zondagochtend zagen we honderden Chilenen fanatiek sporten. 

Er vond eveneens een nationaal surfevenement plaats waar de beste jonge en oude surfers om de eer strijden. Ze doen het niet op de golven maar in de branding, met een flinterdunne plank zonder vinnen. Ze nemen een snelle aanloop over het zand, gooien hun plank op het natte zand en springen erop. Ik kreeg een associatie met Balkenende op een skateboard. Het ziet er eenvoudig uit maar is razendmoeilijk. Ik keek belangstellend toe. Als kind van de zee haalde ik mijn hart op. De surfer op de foto heet Ernesto de Lima en was voor mij de absolute winnaar. Hij sprong in de lucht, kwam los van zijn plank en surfte zelfs in een barrel, 

We dronken reeds het beroemdste drankje van Chili: pisco sour, een zure aperitief die doet denken aan een margarita. Ik proefde reeds van lokale, verse oesters voor lunch. Yumm. Ik neem mij voor elke dag verse zeevis te eten!

De andere kant van de boulevard aflopend, vind je Valparaíso dat we de komende dagen ook gaan bezoeken. Daar liggen voetstappen van de beroemdste schrijver van Chili: Pablo Neruda. We verlengden ons verblijf hier zojuist. Het geplande bezoek aan hoofdstad Santiago korten we een beetje in.