zondag 28 juni 2015

Taste is king

Blogde ik onlangs nog waarderend over Masterchef Canada op de Nederlandse televisie en over het feit dat ons een leuke zomer met dit culinaire programma te wachten stond, anderhalve week later is het reeds voorbij!? Normaliter duurt het maanden om van de Top25 naar de finale te gaan. SBS6 vertoonde de gehele 2014-2015-jaargang van Masterchef Canada echter in drie weken. (Op de website zag ik na de finale dat er meer dan 200 episodes waren; dat is 40 weken.) Nu weet ik niet of dat een inkorting is door de Nederlandse zender of dat Canada het pakket zo verkocht. Hoe het ook zij, ik voel mij als liefhebber van het programmaconcept een beetje bekocht.

Niet alleen ging men op SBS6 als een speer door deze jaargang, ook de dagelijkse episodes bleken saaier dan verwacht. Ik zag geen enkele masterclass voor de kandidaten; zij en ik leerden niets van meesterkoks. We leerden tevens weinig over hun achtergrond. De wedstrijdvorm was vaak dezelfde, de winnaar van een episode mocht altijd mee naar de voorraadkamer om een list te bedenken jegens de concurrentie waarna hij of zij de daaropvolgende episode zelf niet hoefde te koken. Voorspelbaar. Jammer.

Afgelopen vrijdag vond de finale plaats tussen David-de-betonwerker (40) en Line-de-veteraan (45). Hij heeft Portugese roots, zij Franse. Oost tegen West. 
Ze waren aan elkaar gewaagd al vond ik mijn favoriet David de beste amateurkok. Onder de amateurkoks kreeg hij de bijnaam Armchair David. Hij won namelijk vele episodes en nam aan weinig eliminatierondes deel. Hij belandde zonder al te veel kopzorgen in de finale. Line, een iets minder begenadigde kok, onderscheidde zich van hem en de andere kandidaten door haar enorme strijdlust en doorzettingsvermogen.

De beide finalisten moesten een driegangenmenu van restaurantkwaliteit koken. David bereidde tomaat op verschillende manieren (ingelegd, schuim, zoet, zout) met krokante kalfszwezerik. Line maakte surf & turf van kreeft en foie gras. David liet een vliesje op het vlees zitten: 0-1. Als hoofdgerecht maakte hij zwanehalsmosselen met buikspek van wild zwijn, zij bereidde haasfilet van eland in een sprookjesbos (een creatie van spaghetti met groente). Haar filet was te gaar: 1-0. Het toetje moest dus de beslissing brengen: David won met een variant op het favoriete citroentaartje van zijn vrouw maar hij zweette als een otter... hij vergat namelijk de pudding te koken. Het kwam goed: hij werd terecht de beste amateurkok van Canada. Die eer en de geldprijs misgunt niemand hem.

Zelf verzorgde ik afgelopen week wèl een masterclass: het schoonmaken en bereiden van calamares. De enige deelnemer aan het klasje was buurman Frans, voor die gelegenheid omgedoopt tot Polkadot Paco vanwege zijn zomerse outfit. Terwijl de bouwvakkers aan het werk waren in onze slaapkamer, maakte ik de inktvis schoon. Het driegangenmenu dat ik voor Paco's bonte avond maakte, bestond uit met tonijn gevulde avocado, gegrilde inktvis met tzatziki en rijkgevulde couscous, een ananaslasagna met verse mangosaus en bosvruchten als dessert.

Ik kocht twee grote inktvissen, inclusief ingewanden, vinnen en tentakels. De vis schoonmaken is een fluitje van een cent maar je moet even weten hoe. Je houdt de puntzak van het lichaam in de ene en de kop met tentakels in de andere hand en trekt ze zachtjes uiteen. Als je geluk hebt, komen de ingewanden en de ruggenwervel in één haal mee. Die wervel ziet eruit als een doorzichtig stukje plastic; dat is afval. Als de ingewanden niet meekomen, kun je ze met de vingers uit de zak vissen. Je kunt echter ook de puntzak opensnijden of -knippen maar dan kun je geen inktvisringen maken.

Vervolgens snijd je de tentakels los van de kop; onder de ogen voel je een soort balletje, dat is de bek van het dier en die gooi je weg. Je moet ook de vinnen lossnijden van het lichaam. Zelf besloot ik inktvisplakjes te maken, geen ringen. (Inktvisringen zijn het lekkerst als je ze frituurt.) Als laatste moet het vel van het inktvislichaam. Dat kun je het best doen met keukenpapier. Uiteindelijk houd je een witte puntzak en tentakels over. Je moet de schoongemaakte vis goed afspoelen met koud water en droog deppen. Ik zette de inktvis daarna in een marinade van olijfolie, zeezout, peterselie en knoflook een poosje in de koelkast. Paco deed het schoonmaken feilloos na en toonde daarmee zijn culinaire aanleg! Daarna was het voor hem tijd voor een Braakhekje: met een glaasje wijn in de hand genieten van de kookresultaten.

Volgende week start SBS6 met Masterchef Nieuw-Zeeland en ik zal weer verwachtingsvol voor de buis zitten.




woensdag 24 juni 2015

Bouwvakkers over de vloer

Samen met onze vrienden Frans & Roland, woonachtig in hetzelfde appartementsblok, besloten mijn liefje en ik de slaapkamer te isoleren. Wie ooit in Spanje op vakantie ging, weet dat Spanjaarden luidruchtig zijn maar dat is niet het probleem; wij hebben vooral Britse buren. Het blok waarin we wonen, is ruim 12 jaar oud. In die tijd werden aan de Costa veelal eensteens-muren gebouwd. Hedentendage is de bouwstijl gemoderniseerd, eensteens is geen standaard meer, nieuwbouwwoningen zijn flink kleiner maar wel beter geïsoleerd.

Sinds twee jaar hebben wij bovenburen: een ouder echtpaar (70+) met een dochter met Down-syndroom. Pa is uiterst luidruchtig, ma en dochter niet. Hij smijt met potten en pannen in de keuken, schuift parasol en meubels over het terras en is hoorbaar in de slaapkamer… Niet vanwege amoureuze capriolen op hun oude dag maar omdat het bed kraakt en de kastdeuren niet bepaald zacht worden gesloten. Mijn liefje wordt 's morgens wakker wanneer hij opstaat en dat is niet bepaald de juiste wake-up call. Af en toe verblijven mensen in het appartement naast ons voor vakantie; soms is het de luide eigenaar zelf, soms zijn het huurders. Aangezien onze slaapkamer naast hun woonkamer ligt (!), geeft dat regelmatig overlast. Wij ervaren dat als storend, zelfs al is het maar enkele weken per jaar.

We besloten daarom actie te ondernemen. In een plaatselijke bouwmarkt vonden de jongens onlangs speciaal isolatiemateriaal voor wanden en plafonds. Het materiaal heet COPOPREN Acustic en is van Duitse origine dus degelijkheid verzekerd. Ze namen ons mee naar de winkel en ook wij raakten enthousiast. Als toepassingsgebied van het materiaal staat als eerste 'vecinos ruidosos' (luidruchtige buren) genoemd. De matten zouden een geluidsreductie opleveren van tenminste 62 decibel.

Voor de wand kozen we een zwarte mat van 4 centimeter, voor het plafond vergelijkbaar maar compacter materiaal van 2 centimeter dikte; daar moet rekening worden gehouden met de zwaartekracht. Eroverheen komt een dikke laag glaswol tussen aluminiumlijsten en dat geheel wordt afgedekt met 'placos rusticos', geluidwerende panelen. De slaapkamer wordt al met al 10.5 centimeter korter en 7.5 centimeter lager but what the heck?! We houden genoeg bewegingsvrijheid over in ons ruime appartement.

De Spaanse heren van het installatiebedrijf kwamen op de afgesproken dag en tijd. Ze sloegen niet met de deuren, ruimden hun rommel op, ontbeten in het trappenhuis, gingen lunchen bij moeders-de-vrouw en keerden op de toegezegde tijd terug; heel sporadisch werd 'cojones' geroepen. Leuke kerels, harde werkers. Aan het begin van de week deden ze ervaring op met de materialen op de slaapkamerwand van onze vrienden, waarna ze volleerd bij ons wand èn plafond kwamen doen.

Het had wat voeten in de aarde: niet alleen moest de slaapkamer worden ontruimd, ook de aangrenzende kledingkast werd ontmanteld en geleegd. Die binnenwand lieten we eveneens bekleden, we laten niets aan het toeval over. Zelf verhuisden we naar de logeerslaapkamer en kampeerden in een rommelige en steeds stoffiger wordende huiskamer. Regelmatig maakte ik foto’s van de vorderingen.

Vooral het aanbrengen van de materialen aan het plafond was een lastige klus. Boven je hoofd werken, is sowieso geen pretje. Dat werk is gemakkelijker met drie mannen dan met twee. Hulp nummer 3 bestond uit een staalconstructie die omhoog en omlaag kon worden gedraaid, met daarop een houten plank waarop de aan te brengen mat rustte. De mannen boorden en gebruikten lijm. Kiertjes werden met een rubberen strip afgedekt. Er was zelfs vreugdevuur! Na een dag zwoegen zat de starry night aan het firmament. Pfffffioeeee. Alleen al door mee te kijken kreeg ik pijn in mijn armen.

Voordat het geboor en gehak begon, waarschuwden wij de gepensioneerde bovenbuurvrouw Maria; dat leek ons wel zo netjes. De boze buurman boven ons was met zijn gezin op vakantie. Maria vroeg mijn liefje een dezer dagen op straat naar het type klus. “Neighbour nuisance.” (Zij liet er geen gras over groeien.) Maria was hoogst verbaasd. Burengerucht? Van wie dan? Zij hoort nooit wat! Toen mijn liefje haar waarschuwde dat een grote hond op haar kleine hond afkwam, hoorde zij dat niet. Het bewijs was geleverd: doofheid!

En geloof het of niet: vanmiddag kregen we een huisbezichtiging. De makelaar bij wie het appartement te koop staat, bracht een geïnteresseerde dame mee. We legden de situatie van de verbouwing uit en de rondgang door het huis begon. Ze vond dat wij “une très belle terrace” hebben. Dat kon niet worden gezegd van de onder handen zijnde slaapkamer. De stoffige schoenafdrukken van de Française stonden op ons vloerkleed. Nadat ze van de parkeerplaats wegreden, kwamen de kakkerlakkenbestrijders het terrein oprijden… Tja.

De wand- en plafondbedekking moet thans harden en drogen. Pas begin volgende week komt de schilder de structuur op de wanden spuitverfen. Pas daarna kunnen we in ons goed geïsoleerde holletje kruipen.


maandag 22 juni 2015

Over kleine en grote vissen

Afgelopen weekend waren we uitgenodigd voor een haringparty in de Nederlandse enclave Rojales aan de Costa Blanca. Het ging ons niet om het feestje, het ging om de nieuwe haring. Mijn liefje en ik keken de vis zowat uit de Noordzee! Aanvankelijk hoopte ik dat ik aan de viskar van Haagse Robbie een Hollandse nieuwe zou kunnen proeven, tijdens mijn recente weekend in Nederland. De haring was op dat moment niet dik genoeg, de kwaliteit liet te wensen over als gevolg van het matige voorjaarsweer. Het ontbreken van voldoende zonlicht zorgde ervoor dat de groei van plankton, waarmee de haring zich voedt, pas laat in het voorjaar op gang kwam. Op 17 juni was het eindelijk zover. Het eerste vaatje Nieuwe Haring 2015 werd geveild op de visafslag in Scheveningen. De opbrengst was geen recordbedrag maar ging wel naar een goed doel voor ouderen.

De nieuwe haring arriveerde dus ook in Spanje. Ik vroeg aan de visboer wat hij persoonlijk van deze Hollandse Nieuwe vond. Hij vond het kennelijk geen interessante vraag want ik kreeg geen antwoord. Ik vond ze dik en vet, van goed formaat, heel smakelijk. Er liep een hoogblonde Hollandse in Zeeuws meisjes-kostuum rond die gratis korenwijn uitdeelde. Die liet ik aan mijn neus voorbijgaan. Ik smulde van twee haringen -met uitjes- die ik aan de staart verorberde. Een tafeltje verderop zat een Brits gezelschap gefascineerd toe te kijken. Ik legde uit dat de vis uit het vuistje moet worden gegeten, naar goed Hollands gebruik. Niks op een broodje of in stukjes gesneden aan de vork. Zij waagden zich er niet aan.

In een lokale krant las ik dit weekend dat er in de wateren van Denia in de afgelopen week vier walvissen waren gespot; net als vorig jaar rond deze tijd. Het gaat om de gewone vinvis (Balaenoptera physalus), de een na grootste zeezoogdierensoort – na de blauwe vinvis. Bemanning van een Spaanse vissersboot maakte er melding van en daarop nam de kustwacht een kijkje in de buurt van Cabo de San Antonio. Deze kaap is een van de weinige plaatsen waar je vanaf de kust walvissen kunt spotten. De walvissen zijn op weg naar het zuiden. Zoals je ziet, passen die niet op een bordje.

Recent las ik het boek 'Poseidon’s Steed: The Story of Seahorses, From Myth to Reality' van de Britse (onder)zeebiologe Helen Scales. Ik vermaakte mij er uitstekend mee en ontwaardde een nieuwe passie: die voor zeepaardjes. Wat een bijzondere diertjes zijn dat. In haar boek beschrijft Scales de betekenis van zeepaardjes voor diverse volkeren: de Australische Aborigines hadden hun Rainbow Serpent die verdacht veel weg heeft van een zeepaard. De Minoërs, Feniciërs, Etrusken beeldden  zeepaardjes af op voorwerpen. Nooit trof men een afbeelding aan van een zeepaard op voorwerpen uit Azië.

Zeepaardjes (hippocampi) zijn miniatuurpaardjes, met rollende ogen en een staart die uitrolt. Ze kunnen razendsnel van kleur veranderen en als ze paren, dansen ze gracieus om elkaar heen. De mannetjes krijgen de baby’s (nog de enige diersoort ter wereld), een paartje blijft elkaar trouw. Zeepaardjes komen over de hele wereld voor. Scales dook onder andere in de onderwaterwereld van de Middellandse Zee, Mauritius, Belize, Vietnam, Zuid-Afrika, Fiji, Bali, het Caribisch Gebied, Borneo, Maleisië, Sulawesi en Australië en zag daar zeepaardjes met eigen ogen. Ik was op al die plekken maar zag er nooit een. Tja.

Isabela vanuit de lucht gezien
Dat is niet helemaal waar. Wij maakten recent een cruise langs de Galapagoseilanden. Als je het eiland Isabela vanuit de lucht bekijkt, zie je dat het eiland dezelfde vorm heeft als een zeepaard! Op een middag voeren we in een rubberboot langs een rots om naar zeeleguanen te kijken toen de gids ons opmerkzaam maakte op iets kleurrijks, net onder het wateroppervlak: een zeepaardje. Het zijn zeer honkvaste diertjes; als je de plek ontdekt, is de kans heel groot dat het paardje daar lange tijd blijft rondhangt, met de rolstaart om een plant of om zeewier geslagen. Ik keek over de rand van de rubberboot en zag iets kleins, geel-oranje, onder het wateroppervlak. Ik maakte een foto die helaas onscherp bleek; die gooide ik weg.

Ik krijg echter nog een kans als we begin volgend jaar in Tasmanië gaan rondreizen; niet alleen bevindt zich daar een grote zeepaardjeskwekerij, er is ook een mogelijkheid om een Seahorse Tour te doen op Beauty Point (Noord-Tasmanië). Het mooiste is namelijk het diertje in het wild te zien. Dat geldt overigens ook voor de grote vinvis. Ik hoop zó dat het mij ooit is gegeven om deze walvissensoort in de eigen baai te zien.

Wij hebben de langste dag alweer achter ons liggen. In Hobart, de hoofdstad van Tasmanië, vierden 752 blote Aussies de kortste dag met een duik in zee… bij 1 graad Celsius!



vrijdag 19 juni 2015

Oud worden is oorlog

In de New Yorker van begin juni las ik een aardig artikel over bibliotherapie. In het artikel heet het: 'the ancient practice of encouraging reading for therapeutic effect'. Het betreft een vorm van hulp waarbij een therapeut onderzoek doet naar iemands leesgewoonten en daarnaast analyseert wat hem of haar dwarszit of bezighoudt in het leven. Aan de hand hiervan krijgt de 'patiënt' een persoonlijke leeslijst die moet bijdragen aan een beter gevoel. Tegenwoordig neemt bibliotherapie andere vormen aan: van literatuurlessen voor gevangenen, tot leesclubs voor ouderen die aan dementie lijden. Boeken kunnen helen en iemand een beter mens maken.

Er zijn boeken die tot soul searching leiden, zonder dat er een therapeut aan te pas komt. Zo’n boek las ik begin deze week uit: 'Ik kom terug' van Adriaan van Dis. Het boek, waarmee hij de Libris Literatuurprijs 2015 won, beschrijft de gecompliceerde relatie tussen een zoon en zijn moeder, in de laatste fase van haar leven. De kaft verwoordt het als volgt:

Na een lang leven van zwijgen en buitensluiten, begint een moeder (98) opeens te praten tegen haar zoon – aarzelende ontboezemingen over grensoverschrijdende liefde, verraad en drie oorlogen. Hij, romanschrijver, mag haar biograaf worden maar er is één voorwaarde: hij moet haar een zachte dood bezorgen.

Recensent Arjen Fortuin van NRC Handelsblad omschreef de kern van het boek als de innerlijke strijd van de romanschrijver om voor zijn moeder te voelen 'wat iedereen voelt'.

Ik kon het boek moeilijk ter zijde leggen door zijn mooie taalgebruik, de toepasselijke stijl en de eerlijkheid van zijn gevoelens. Mijn lezershart sloeg regelmatig over. Mijn liefje zei dat ze kon zien dat het boek mij boeit: ze trof mij van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aan met mijn neus in de bladzijden. Ik ben een groot fan van de boeken en de welbespraaktheid van Van Dis; ik las ze allemaal en denk met plezier terug aan zijn VPRO-praatprogramma met bekende auteurs uit binnen- en buitenland.

Geïnformeerde lezers weten dat Van Dis werd geboren in Nederlands-Indië. Zijn moeder, dochter uit een welgestelde familie van Zeeuwse herenboeren, trouwde met haar Indische echtgenoot en vertrok naar Nederlands-Indië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam ze met drie dochters terecht in een Jappenkamp, haar echtgenoot -een hoge militair- overleefde de oorlog niet.
Zijn moeder ontmoette na de bevrijding in een Rode Kruis-kamp een Nederlandse man met wie ze, samen met haar dochters, naar Nederland terugkeerde en ongehuwd samenleefde. Uit die verbintenis werd Adriaan geboren, die door zijn strenge grootvader niet werd geaccepteerd. Vader van Dis werd tijdens de oorlog te werk gesteld aan de Birmaspoorlijn en ondervond de Japanse wreedheid aan den lijve. Die ervaringen maakten hem uiteindelijk krankzinnig. Zoon Adriaan werd mishandeld door zijn vader, zijn moeder keek weg.

Als literatuurwetenschapper weet ik maar al te goed dat je onderscheid moet maken tussen de schrijver en de zoon Van Dis. Dit boek heeft veel autobiografische aspecten maar een schrijver heeft de literaire vrijheid om feiten naar eigen hand te zetten en een persoonlijk verhaal tot fictie te maken.

Het boek bracht in vele opzichten herkenning: de confrontatie met fysieke aftakeling en dementie van een ouder, de worsteling met moederliefde. De mannelijke hoofdpersoon in het boek zegt op enig moment dat hij, 65-jarige zoon, zijn eigen hunkering pathetisch vindt. Zelf vond ik het aandoenlijk maar niet tè, de ironische toon maakt dat je erin mee kunt.

Mijn moeder behoort eveneens tot de vooroorlogse generatie. De crisis, de oorlog(en), de plichtsgetrouwheid, de soberheid en spaarzaamheid... het vormde hen. Sommigen bevrijdden zich door de jaren van dat juk, velen niet. (De vrijgevochten jongste zus van mijn moeder lijkt in meer opzichten op de moeder van de romanschrijver.) Ik herinner mij de eigen momenten van hunkering naar moederliefde. Gevoelens uiten was echter niet haar forte. In de loop van de tijd distantieerde ik mij van die behoefte. Daarna maakte ik mij nooit meer druk over de vraag of mijn moeder van mij hield. Die distantie sterkte mij en voedde mijn onafhankelijke geest. Zij verzorgde mij goed en dat vond ik voldoende. Voor de goede scholing die ik ontving, ben ik haar zeer dankbaar. Tussen mijn moeder en mij ontstond evenwel geen warme band.

Ook ik voel voor mijn moeder niet 'wat iedereen voelt'. Desalniettemin gaat haar laatste levensfase mij niet in de koude kleren zitten. Ik kan nu lief voor haar zijn al zijn de herinneringen aan de moeder-van-vroeger nooit ver weg. Sinds een week zit ze op haar definitieve plek in een verpleegtehuis, haar laatste levensstation. Ze viel inmiddels tweemaal uit bed, geniet dagelijks naar verluidt van koffie met slagroom, deed gisteren mee aan bloemschikken. Mijn bezoekende zussen zien haar doorgaans met de bokkepruik op. Oud worden is inderdaad oorlog. Het kent geen winnaars.

Van Dis toont zich wederom een taalvirtuoos en bovendien een bijzondere zoon. Hij schreef een indrukwekkend boek over zijn moeder en zichzelf. Een aanrader!



dinsdag 16 juni 2015

Kaanuhdaah

Zo sprak weervrouw Willumaain ('Laatiefaainzaain') de naam van het betreffende Noord-Amerikaanse land uit. Ik merkte haar voor het eerst op, kijkend naar BVN-tv op Bali. Ik weet niet zeker of Hoebert tot het Beste Van Nederland behoort maar de meteorologe is nog steeds op het NOS-journaal te zien.
Canada staat hoog op mijn reiswensenlijst. Mijn liefje en ik zouden het land graag van oost naar west doorkruisen met een kampeerwagen en de reis afsluiten met een cruise naar Alaska. De betreffende Capitool-reisgids werd reeds van voor naar achter en terug bestudeerd. Op zalm vissende bruine en zwarte beren in de nationale parken, orka’s en walvissen in Newfoundland en Vancouver Island, ijsberen in Alaska… Joehoe! Het gaat er ooit van komen.

Sinds ruim een week is de 2014-editie van Masterchef Canada op de Nederlandse buis te zien. Het programma houdt mij sinds de eerste uitzending in de greep. Duizenden amateurkoks gaven zich op. De Nederlandse kijker werd deelgenoot op het moment dat 25 kandidaten werden gekozen. Zij kregen het felbegeerde witte schort uitgereikt. Een flink aantal praatjesmakers kwam langs maar het kaf werd van het koren gescheiden.

De vaste jury bestaat uit drie chefs (van links naar rechts): Claudio Aprile, Alvin Leung en Michael Bonacini. Aprile werd geboren in Uruguay maar groeide op in Toronto; hij is daar chef-eigenaar van twee restaurants. Chef Leung is van Britse origine en groeide eveneens op in Canada. Zijn restaurant in Hong Kong Bo Innovation heeft drie Michelinsterren en Bo London heeft een ster. Leung (bijnaam The Demon Chef) spaart niemand. Bonacini komt oorspronkelijk uit Wales (UK) waar zijn familie een restaurant bezat. Hij volgde de hotelschool en deed zijn eerste kookervaring op in Londen’s prestigieuze Dorchester Hotel. Hij vertrok naar Toronto waar hij nu een aantal restaurants beheert met een co-chef en zakelijke partner.

Ik ben als reislustige Hollandse jaloers op burgers van het (Britse) Gemenebest. Op ieder van die geschatte 2.3 miljard personen! Zij kunnen over het algemeen visumvrij naar de 53 staten in het gebied reizen, hebben immigratievoordelen, mogen er werken en zich vestigen. Jonge, ambitieuze, goed opgeleide jongeren gaan graag overzee. Ik maakte het aan den lijve mee toen ik manager werd in Londen. In mijn team zaten onder andere een Amerikaanse, een Zuid-Afrikaanse, een Nieuw-Zeelandse en een Australische. Leuke, slimme meiden. Dat deden wij dat toch slechter met onze voormalige koloniën! Voor Indonesië hebben Nederlanders tot op de dag van vandaag een reisvisum nodig, werken en wonen is niet zomaar mogelijk.

Terug naar Masterchef Canada. De winnaar van het programma ontvangt de fel verlangde titel en een geldprijs van $100.000. De gekozen thuiskoks vormen een bont geheel: wit, zwart en bruin, met multiculti-achtergronden. Om een schort te winnen, was de instemming nodig van twee van de drie juryleden. Slechts twee kandidaten kregen een 'Ja' van alledrie: Tammy Wood en David Jorge. Hij is betonwerker met grote handen maar koken is zijn passie en zij is alleenstaande moeder van zes kinderen (haar echtgenoot kwam om bij een ongeval op het werk) die zichzelf culinair schoolde. Beide kandidaten komen uit Brits Colombia.

Inmiddels werden reeds 13 kandidaten geëlimineerd, in ruim een week. (Het lijkt de Nederlandse onderwereld wel?!) Er was een teamopdracht waar de amateurs in twee groepen voor medewerkers van Cirque du Soleil moesten koken. Mijn liefje en ik zagen in de jaren '90 enkele shows van dit illustere gezelschap. Daarna was er een teamopdracht waarbij ze een variatie van de traditionele poutine (proteïne, friet en jus) moesten bereiden voor honderden hongerige studenten van de universiteit van Voedingswetenschappen in Ontario.

De huidige Top12 van Masterchef Canada bestaat onder andere uit de vrouwelijke militaire veteraan Line die haar collega’s commandeert, de reusachtige ex-profvoetballer Jon ('Go Big or Go Home') die zijn sportcarrière in rook zag opgaan na een ernstige rugblessure, de trendy mode-ontwerper en eigenaar van een herenkledingzaak Michael die vindt dat zijn gerechten er net zo mooi moeten uitzien als hijzelf en de onstuitbare babbelkous Jennifer met een minderwaardigheidscomplex. Hun kookniveau ligt behoorlijk hoog. Wie-o-wie wordt de winnaar? Tammy en David zijn mijn favorieten.

De onderlinge spanningen in het gezelschap lopen regelmatig hoog op, Onder de amateurs vloeiden reeds tranen, mensen die zich onoverwinnelijk waanden kregen een tik op hun neus, de eerste pleisters werden geplakt, één amateurkok belandde zelfs in het ziekenhuis. Zelf doe ik af en toe een greep in de Kleenex-doos. Are you Ready? Yes, I am! Het worden boeiende zomerweken.


zondag 14 juni 2015

Burgerzin

Afgelopen dagen was ik regelmatig met mijn gedachten in Bali. Dat kwam onder andere omdat Yuda zijn rapport zou krijgen en we weer met elkaar gingen skypen. In de afgelopen periode kreeg hij op school schriftelijke overhoringen van alle vakken. Op zaterdagochtend kwam er een Whatsapp binnen met een foto van zijn rapport. Trotse moeder Elsa fotografeerde de cijferlijst en stuurde die door.
En terecht: op een schaal van 100 kreeg hij 94 punten voor Matematik (rekenen), 93 punten voor Indonesisch, 91 voor wetenschapleer, 88 voor Balinees en 82 punten voor Engels. Dit mannetje wordt drietalig opgeleid op de school in Noord-Bali die wij met zijn ouders uitkozen. Die school leert kinderen spelenderwijs de wereld verkennen en dat past goed bij dit mannetje. Nu blijkt dat Yuda niet alleen speels is maar ook een goede leerling. Hij is een slim ventje. Voor ons is dat niets nieuws maar het is fijn als het op deze wijze wordt bevestigd.

Het laagste cijfer op zijn rapport (74) kreeg hij voor pendidikan kewarganegaraan; een mond vol. Nu spreek ik een beetje Bahasa Indonesia maar dit was teveel van het goede. Met behulp van de vertaalfunctie van Google zocht ik de betekenis op. En wat bleek? Het staat voor 'opvoeden tot burgerzin'… Het deed mij gniffelen. Bij burgerzin denk ik in eerste instantie aan oubolligheid, aan betutteling en kleinburgerlijk conformisme. Ik mag hopen dat onze Yuda daar inderdaad verre van blijft!

In tweede instantie bedacht ik mij dat burgerzin ook iets betekent als betrokkenheid bij de gemeenschap waarin je leeft en de bereidheid om daarin te participeren. Uit eigen ervaring weet ik dat daarmee niets mis is. Ook wij zijn hier actief in de woonwijk en de Vereniging van Huiseigenaren. De internationale school waarop Yuda leerling is, doet veel aan zogenaamde 'community-based projects'. Zo brengen ze bijvoorbeeld maandelijks een bezoek aan lokale instanties. Op zijn rapport kreeg hij tevens 93 punten voor maatschappijleer dus het lijkt mij te vroeg om iets steekhoudends over zijn burgerzin te melden.

Onlangs kwam ik op internet het begrip Bali Tolak tegen; het betekent Bali Verzet. Verdere lezing leerde mij dat het om een grote groep jonge Balinezen gaat die zich -in dit specifieke geval- verzet tegen megalomane bouwplannen in de Baai van Benoa.
Een projectontwikkelaar wil honderden hectaren mangrovebos inruilen voor de aanleg van een kunstmatig eiland middenin de baai. Het plan omvat vele hotels, toeristische trekpleisters en zelfs een Formule1-parcours?! Bali’s gouverneur Mangku Pastika is voorstander van het plan (en dat verbaast mij niets). Al drie jaar protesteert de groep tegen het controversiële plan.

Ik vind dat plan ook te gek voor woorden. De baai was tot 2014 een van de beschermde onderwaternatuurgebieden van Indonesië maar voormalig president Susilo Bambang Yudhoyono haalde het gebied van de lijst af; het was een van zijn laatste daden. Tja… zo Bambi was hij dus niet. De groep ForBali ontving begin van deze maand een onderscheiding van het tijdschrift Rolling Stone voor hun inspirerende voorbeeldfunctie voor de jeugd en hun betrokkenheid bij de natuur. Dat soort burgerzin juich ik zeer toe. Zelfs burgerlijke ongehoorzaamheid mag op mijn instemming rekenen.

Vanmorgen skypten we met elkaar. De eerste blik was op Yuda met zijn mond stijf dicht. Hij durfde zijn groter geworden fietsenstalling niet te tonen. Ik pestte hem door te zeggen dat daar zelfs met gemak een truck besar (grote truck) in past! Damai was net wakker van een middagslaapje; hij gaat straks naar een kinderfeestje, kadootje en zwembroek onder de arm. Die kinderen komen nog eens ergens: Yuda was vorige week uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje bij KFC. De foto met gebraden kippenpoot in de stalling werd doorgeappt. Ketut was blij om thuis te zijn. Hij vertelde dat de kinderen constant bij hem willen zijn. Elsa is jealous…” Begin september gaat hij terug aan boord van een Regent Seven Seas-schip. Yuda vroeg ons in het Engels wanneer we naar Bali terugkeren. Het antwoord stemde hem tevreden. Ik meldde hem alvast dat wij hem dan meenemen naar Pulau Menjangan om met ons te snorkelen, voor het eerst in zijn leven. Volgens zijn vader heeft hij eveneens grootse plannen met ons. Dat wordt sparen, van zijn kant.
Yuda gaat dus met vlag en wimpel over naar klas 2 en wij zijn trotse surogaatoma's. Ik denk dat dit wereldburgertje-in-spé in heel veel zin heeft. Dat type burgerzin is zeker op hem van toepassing. Dus nu: schoolvakantie!



vrijdag 12 juni 2015

Naar de bioscoop

Dat vind ik een betere blogtitel dan 'Naar het verpleegtehuis'. Mijn hoogbejaarde moeder (94) die ik afgelopen weekend in het revalidatiecentrum in Nederland bezocht, gaat vandaag naar haar definitieve plek in een woonzorgcentrum waar kleinschalige zorg voor demente bejaarden een van de specialisaties is. Ze kan daar 24 uur per dag een beroep doen op geestelijke en lichamelijke zorg. Na in de afgelopen maanden vijf keer te zijn verkast, wordt dit haar laatste levensstation.

In het revalidatiecentrum verzorgde men haar maar ze werd verder aan haar lot overgelaten. Daar mocht ze niet op haar kamer blijven en er bestonden evenmin dagactiviteiten. Ze verveelde zich en zat de meeste uren van de dag in de huiskamer of op de gang te knikkebollen. Hopelijk breken nu betere tijden aan voor haar (en mijn zussen).

Aan het begin van deze week vond de inspectie plaats van mijn moeders appartement in het bejaardenhuis waar zij tot februari van dit jaar woonde. Ze verbleef er 15 jaar in haar eentje, met veel plezier. Ik liep rond in de woning die niet meer zo vertrouwd voelde zonder haar en bezag haar persoonlijke bezittingen met andere ogen. Souvenirs die kinderen en kleinkinderen van hun reizen voor haar meebrachten, foto’s van springlevende en overleden familieleden. En een grote stapel verhuisdozen. Het maakte mij verdrietig…

De man van het energiebedrijf kwam langs om het energielabel van de woning te bepalen en de vrouw van de woningbouwvereniging kwam het appartement inspecteren. Het bedrijf gaat vrijkomende bejaardenwoningen licht verbouwen en het daarna verhuren aan 55-plussers of aan mensen die te maken krijgen met schuldsanering. De woning moet worden ontruimd en in oorspronkelijke staat worden teruggebracht voordat die kan worden opgezegd. Vloerbedekking, lampen, gordijnen en rails moeten worden verwijderd. Dat zijn flinke klussen voor kleine zussen!

De mevrouw van de woningbouwvereniging zei dat elke bewoner ooit negen of twaalf sleutels ontving. Mijn zus onderzocht eerder allerlei kastjes maar trof geen bos sleutels aan. Voor elke ontbrekende sleutel zou € 27,50 in rekening worden gebracht. Mijn mond viel open van verontwaardiging. Wat een geldklopperij. We maakten bezwaar waarna zij even met een collega belde. Ik hoorde hem zeggen dat zes sleutels ook voldoende waren. Tja. Er is in de komende dagen veel te doen voor mijn zussen. Grote meubels en kleine gebruiksvoorwerpen krijgen een nieuwe eigenaar in of buiten het bejaardentehuis of gaan naar de kringloopwinkel, spullen zonder waarde zullen in de vuilcontainer belanden.

Het nieuwe tehuis van mijn moeder ligt op de grens van Rijswijk en Den Haag. Ze keert dus terug naar de omgeving waar ze het grootste deel van haar leven woonde. Het is voor mij bekend terrein. Toen ik vroeger zwemles gaf in een Rijswijks bad, fietste ik er elke week langs. Voor mijn zussen geldt dat ze haar voortaan gemakkelijker kunnen bezoeken; ook fietsend! In het betreffende woonzorgcentrum heeft mijn moeder een ruime eigen kamer waar plaats is voor spullen waaraan zij waarde hecht. Haar foto’s en geschenken kunnen dus meeverhuizen. Die bespoedigen haar integratie hopelijk.

Ze komt in een woongroep terecht met vijf andere bejaarden met wie zij een gezamenlijke huiskamer deelt. Alles is er gelijkvloers, binnenshuis is er een uitgebreid loopcircuit. Voor gezelligheid en activiteiten kan ze terecht in verschillende ontmoetingsruimtes of een van de tuinen. Het allerbelangrijkst is dat het centrum specifieke dagactiviteiten voor demente bejaarden organiseert. Ze bieden bewoners een dagbesteding die aansluit bij hun individuele wensen, behoeften en levensloop. Men kan aanschuiven wanneer men wil. De middagactiviteiten vinden in een andere sfeer plaats zodat bewoners zich even in een andere omgeving wanen. Ook het behouden van vaardigheden, het onderhouden van hobby’s en sociale contacten staan centraal. 's Middags zijn er tevens groepsactiviteiten zoals bloemschikken, bewegen en zingen. En serieus: ze kan films kijken in de eigen, echte bioscoopzaal van het nieuwe woonzorgcentrum. Zelfs met popcorn.


dinsdag 9 juni 2015

Een mooi, lang weekend

Het was 30 jaar geleden dat Marjolijn, gezeten aan haar keukentafel, het Adviesbureau Candidates (campus recruitment) oprichtte. Na indiensttreding van de eerste consultant -Caroline- werd de naam veranderd in Smeets & Partners. Het werd een suksesverhaal. Het was grotendeels een vrouwenclub; wij, haar gevolg, waggelden als pinguïns achter Moeder Overste aan. Zij werd voor velen een lichtend voorbeeld in alles. In Marjolijns Meidenclub voerden plezier en traditie de boventoon maar er werd tevens hard gewerkt.

Dit weekend ontmoette lichting 1 de tweede lichting, op het voormalige kantoor in Wassenaar dat inmiddels een architectenbureau huisvest. Marjolijn heette ons hartelijk welkom en leidde ons door een uitgebreide fotosessie. We haalden herinneringen op, praatten bij, dronken champagne en lachten. Vooral de verhalen van Caroline over de beginperiode werkten op mijn lachspieren. Tanja lichtte nog eens toe waarom de pinguïn het verkozen symbool werd. Bij deze diersoort zijn de vrouwtjes immers jagers-verzamelaars en wij waren headhunters... Eigenlijk was er tijd tekort. Ik bracht een toepasselijk kadootje voor de baas mee: namens haar adopteerde ik een jaar lang een pinguïn via het Wereld NatuurFonds.

Daarnaast bezocht ik deze dagen mijn hoogbejaarde moeder in het revalidatiecentrum waarin zij thans verblijft. Mijn zussen bereidden haar voor op mijn komst maar bij een dementerende ouder weet je nooit of dat beklijft. Eenmaal op Schiphol kocht ik een grote bos rode pioenrozen (mijn vader had ze vroeger in eigen tuin) en haalde ik mijn gloednieuwe huurautootje Hyundai i10 Blue op; het bleek een klein scheurijzer. Aan mijn zussen gaf ik het verwachte tijdstip van aankomst door. Zij zouden mij in het centrum opwachten. Ik kwam eerder aan en meende de auto van mijn zus op het parkeerterrein te herkennen. Ik liep het centrum binnen maar daar trof ik hen niet aan. Ik vroeg daarop aan de receptioniste het kamernummer van mijn moeder en liep naar de betreffende etage.

Half in de gang naar de woonkamer ontwaarde ik een grote rolstoel met daarin een klein vrouwtje. Het was mijn moeder. Ik ging voor haar staan (ze ziet nog met één oog) boog mij over haar heen en zei opgewekt “Goeie middag!”. Ze keek op en vroeg “Wie bent u?”. Dat verbaasde mij niets. Ik zei mijn naam en zakte verder door de knieën. Ik zag de trillende kin en een seconde later biggelden grote tranen over haar nog steeds heel zachte wangen. Ze was zó blij mij te zien, vroeg direct of mijn liefje ook aanwezig was en hield mijn warme hand langdurig in haar knokige, koude handen. 

De pioenrozen werden in een vaas gezet terwijl wij naar het restaurant op de begane grond rolden. We kozen een plaatsje aan het raam, dronken een drankje en praatten over van alles en nog wat. Ze herhaalde dat ze er niets aan vond, de hele dag in een rolstoel. Ze vertelde over het verpleegtehuis waar ze binnenkort naartoe gaat. Ze sprak waarderend over mijn beide zussen en zei mij hoeveel ze van mij houdt. Ze was helder, lief, spraakzaam en aangesloten.

Mijn zussen schitterden nog steeds door afwezigheid. Op een bepaald moment wilde mijn moeder naar buiten. En raad eens? De tweelingen zaten op een bankje in de zon. Al ruim één uur, naar weldra bleek. Het toeval wil dat zij een toiletstop maakten op het moment dat ik het centrum binnenwandelde! Dat moest zo zijn. Ik was blij met het privé-uurtje met mam. We dronken daarna koffie, praatten bij en wandelden met onze moeder over de dijk. Totdat ze moe, verward en kribbig werd. Ze vroeg hoe laat de trein naar Enschede, haar geboortegrond, ging. Ze kon niet meer en dat was haar aan te zien. We rolden haar terug naar de woonkamer voor de avondmaaltijd en ik reed door naar Den Haag. Op maandagochtend bezocht ik haar weer, met een van mijn zussen. Moeders was psychisch in minder goeden doen dan op zaterdag, de trein moest wederom worden gehaald. Ik keek goed naar haar, ze zit zwaaiend op mijn netvlies. Ontroerend en dierbaar.

Afgelopen weekend logeerde ik bij vriendin Bernadette die mijn liefje en ik tien jaar geleden leerden kennen op Fraser Island (oostkust van Australië). Ze werd in de afgelopen jaren een heel dierbare vriendin. Ik durf zelfs te beweren dat ik, na het overlijden van mijn beste vriendin Nelly in 2009, weer een hartsvriendin in mijn leven heb. Ook wij praatten uitgebreid bij, lachten veel en blikten vooruit. De Drie Musketiers gaan eind van dit jaar hun reünie Down Under beleven! We dineerden in een favoriet Haags restaurant: Mandarin Palace, het Aziatische specialiteitenrestaurant van gastheer Jason Jip & kokkin Mai Lye. We praatten bij. De stacaravan deden ze weg, hun beide kinderen studeren inmiddels aan de TU Delft.

Het werd een oppeppend weekend, ik keerde opgetogen op het Spaanse honk terug. En ja hoor, zij stond er. Mijn liefje wachtte mij op luchthaven Alicante op. Ze had mij niet gemist maar was blij mij weer in de armen te sluiten. We praatten tot diep in de nacht. Mijn liefje, Barefoot-kenner bij uitstek, bestempelde mijn uitje als therapeutisch. Dankjulliewel voor de mooie ervaringen! Ik ben er nog steeds vol van.



vrijdag 5 juni 2015

Uit elkaar

Aanstaand weekend gaan mijn liefje en ik uit elkaar. 
Neuh, niet voorgoed, slechts voor een lang weekend. Het is lang geleden dat wij dagen gescheiden van elkaar doorbrachten. Tien jaar geleden besloten we te stoppen met werken en sinds die tijd zijn we constant samen. Het klinkt wellicht vreemd maar sinds die tijd draag ik geen portemonnee, heb ik geen geld op zak. Zij wel, ze is de CFO van de familie. Ik heb eigen creditcards maar zelfs haar handtekening doet het daarop prima. Voorts hebben we één smartphone en één auto. We worden bijna altijd aangezien voor zussen; vroeger werden we aangezien voor moeder en dochter maar dat is niet meer. De symbiose bleef. Beiden voelen we ons weleens alleen in elkaars gezelschap maar dat is een ander verhaal dat hier geen nadere toelichting behoeft. We zijn graag samen, hebben niet veel -anderen- nodig om gelukkig te zijn.

Ik reis dit weekend naar Nederland terwijl zij op het Spaanse honk blijft. Van diverse zijden kreeg ze uitnodigingen voor een avondje uit. Zij zal haar tijd wel doorkomen. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ze uitkijkt naar een weekend zonder mij. Ik val soms niet mee. (Ze meldde echter recent dat ze mij na drie uur alweer zal gaan missen dus dat valt weer mee!)

De reden voor mijn vertrek naar Nederland is dat ik ruim twee maanden geleden een mail ontving van Marjolijn, een vroegere werkgever, die aangaf een reünie te willen organiseren. Eigenlijk stamt die uitnodiging van ruim een jaar geleden. Toen bleken in een tijdsbestek van twee weken enkele ex-medewerksters -onder wie ikzelluf- contact met haar te zoeken; soms na een radiostilte van meer dan tien jaar. Zij schreef mij destijds dat ze vermoedde dat er sprake was kosmische straling… Het was een signaal dat zij niet kon negeren. Ze maakte serieus werk van een hereniging en die vindt dit weekend plaats.

Daarnaast ga ik ook mijn hoogbejaarde moeder (94) weer bezoeken en mijn zussen terugzien. De laatste keer dat ik hen zag, was in maart van dit jaar; ten tijde van moeders verjaardag die we met de familie vierden. 
De regelmatige lezer weet dat zij inmiddels lijdt aan frontotemporale dementie, waardoor haar gedrag en persoonlijkheid veranderden. Bij tijd en wijle verandert onze moeder in een boze heks. Ze is regelmatig verward en boos hetgeen mijn zorgzame zussen tot tranen brengt.

Ik ben benieuwd of ze mij zal herkennen. Mijn zussen zijn er zeker van dat ze zal weten wie ik ben als ik voor haar sta. Als argument gebruikte een van hen dat mam boos is op hen omdat zij soms iets moeten doen of zeggen wat niet leuk is. Anderen kwebbelen over van alles en nog wat en dat is het verschil… Tja, van je familie moet je het hebben. Wellicht zit er een heksje-heksje in ons allen?! Aangezien ik niet in de wieg ben gelegd voor kwebbelen houd ik met alles rekening. Ook dat ze boos doet tegen mij. Ik vergeef het haar op voorhand.

Ook in de afgelopen periode was er van alles mis met moeder. Ze viel wederom uit bed, ze bleef mokken en cofabuleerde erop los. Zo moest ze met de trein mee en haar dochters moesten haar naar het station brengen. Opschieten, anders zou ze die trein missen! Nou, wij missen onze (vroegere) moeder ook...
De dag erop vroeg ze aan de verpleegster of zij haar badpak kon krijgen; ze ging zwemmen. Ik weet één ding zeker: dat kan ze niet. Als kind had ik regelmatig visioenen als ik met mijn ouders in de bus naar een nabijgelegen winkelcentrum reed, over een rijweg met daarnaast een rivier. Geen muurtje, geen vangrail, slechts een opstaand randje van vijf centimeter. Ik vroeg mij als kind tijdens iedere rit af wie ik zou moeten redden: mijn vader (die goed zwom), of mijn moeder die niet kon zwemmen...

Mijn moeders voormalige bejaardenwoning die ze tot eind 2014 met plezier bewoonde, werd inmiddels opgezegd. Aangezien ze daar niet terugkeert, krijgt de woning een nieuwe bestemming. Toen mijn zussen haar van dit feit op de hoogte stelden, werd ze kortademig en narrig. “Ik word er ziek van, jullie ook altijd!” We zijn het er inmiddels alledrie over eens dat we dergelijke details niet meer met haar moeten delen.

Tijdens een recent gesprek met de revalidatie-arts besloten mijn zussen dat onze moeder om de dag moet worden gewogen. Ze werd in de afgelopen weken namelijk erg mager en dat kan niet doorgaan. Ze krijgt inmiddels extra voeding. Men gaat tevens minderen met een bepaald medicijn in de hoop dat ze een beetje kracht in haar benen terugkrijgt om kort te staan; dat zou bepaalde zorgtaken gemakkelijker maken. Ik ben benieuwd wie en wat ik aantref. Wordt vervolgd!


dinsdag 2 juni 2015

Natte boel

Ik zei, terwijl de tranen over mijn wangen biggelden (als VIDO-vrouw) als je vorig jaar kanker kreeg, ervan herstelde en nu in een drie sterrenkeuken staat te koken dan…, ik kwam even op adem... “dan is het foute boel, vulde mijn liefje aan. 

Neeeh! Ik bedoelde iets heel anders: dan pleng je een traantje van geluk! Mijn liefje sprak uit haar ervaring, ik uit de mijne. Zij leeft met een Vrouw-In-De-Overgang, ik met een vrouw die genas van borstkanker.

De chef pakte hem even vast en zei hem dat het wellicht beter was om emotioneel te worden na de lunch. Tja. Ik kon het wel waarderen. Business as usual. Het moge duidelijk zijn: Masterchef Holland 2015 kan mij als amateurkok-voor-de-buis erg bekoren. We belandde in de finaleweek van het programma. Het werd geen foute boel maar natte boel met Gary, mijn favoriete amateurkok in deze jaargang van het boeiende kookprogramma van Australische origine. Vorige week leerden we de naasten van de kandidaten kennen tijdens een BBQ in een Rotterdams park, met chef-kok Erik van Loo van sterrenrestaurant Parkheuvel die een gerecht voorschreef. Niemand viel die ronde af. Zo kort voor de finaleweek konden de kandidaten relaxen: ze mochten koken voor hun dierbaren. Gary's man, zijn zus en beste vriendin waren van de partij. Ik hoop dat hij de finale gaat winnen maar het zou mij niet verbazen als Stan de winnaar wordt. Stans vader en zijn zus waren eveneens aanwezig. Het was ijzig koud, alle juryleden en Van Loo spanden zich in om er een mooi culinair feestje van te maken. Dierbaar, dunkt mij.

De drie finalekandidaten Gary, Stan en Naresh moesten (of moet ik zeggen: mochten?) koken in restaurant De Leest in Vaassen. Gary was inderdaad overweldigd door de ervaring. Hij betreurde echter het gemis van zijn vriendinnetje Inge, de amateurkok die mijn runner-up was en die de finaleweek net niet haalde. 

Zelf wist ik niet van het bestaan van dit sterrenrestaurant aan de oostrand van de Veluwe, provincie Gelderland. Chef-kok Jacob-Jan Boerma werd geboren in Oostenrijk. Na het behalen van zijn derde Michelinster trad hij toe tot het Gilde der Driesterrenkoks. Zijn vriendin Kim Veldman is gastvrouw in het restaurant.
De kandidaten van Masterchef Holland 2015 moesten voor 24 gasten een drie-gangenmenu voorbereiden. Gary deed het voorgerecht, Naresh (vegetariër) was verantwoordelijk voor het hoofdgerecht met Hollands lam en Stan bereidde het dessert. De gasten genoten van hun gerechten, ze waren verbaasd over het hoge niveau. Sommigen noemden de gerechten zelfs 'bijna Jacob-Jan'. 

De creatieve Stan, tweede op mijn favorietenlijstje, was helemaal in zijn element. Ik had zelfs het idee dat hij solliciteerde naar een baan in het restaurant. De chef meldde dat hij nog even moest oefenen. Gary was heel goed met inktvis en krab, Stan werd met zijn toetjes echter de winnaar van de dag. Hij was niet alleen de beste amateurkok, hij stak ook het meest de handen uit de mouwen om te helpen tijdens de gangen van zijn collega‘s. Zelf vind ik Naresh de zwakste schakel in het geheel. 
Ik gun de overwinning aan de 52-jarige Gary maar ik realiseer mij dat Stan (mijn andere favoriet) een natuurtalent is…

Volgende week begint Masterchef Canada op RTL6; ik denk dat ik het programma ga volgen. Eens kijken hoe Canadezen in elkaar zitten. Het land staat immers hoog op ons vakantielijstje!


P.S. FIFA-voorzitter Sepp Blatter trad zojuist af. Joehoe! Er gebeurde kennelijk heel wat tussen zijn herverkiezing op vrijdag jongstleden en vandaag. Ik ga ervan uit dat we hierover nog veel zullen lezen in de komende dagen. Let’s go FBI and FIFA!


maandag 1 juni 2015

Let’s go Valencia!

Het is alweer drie maanden geleden dat wij naar het Spaanse honk terugkeerden na een rondreis door Zuid-Amerika. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan een plek of een ervaring uit die tijd denk. Dat komt niet alleen door de aardbevingen en overstromingen die zich wekelijks in dat (grote) gebied voordoen en waarvan wij via apps op de hoogte blijven. Het is erg onrustig aan de Ring van Vuur waaraan onder andere Chili, Ecuador en de Galapagoseilanden liggen.

Afgelopen weekend ontvingen we ook een leuke mail met foto’s van de personen die wij aan boord van het Galapagos-cruiseschip ontmoetten: Luz Maria & Eugenio. 

We brachten elke maaltijd aan boord van het schip met hen door. Zij waren de enige Spaanssprekende passagiers en wij spreken en/of begrijpen die taal eveneens. Een beetje mazzel was ook aan de orde: mijn liefje en ik kwamen laat naar de lunch op de dag van aankomst en de tafelzetting had zich reeds gevormd. Het kwam eenieder goed uit, zij hadden mensen met wie ze konden praten, wij leerden erg leuke tafelgenoten kennen.
Er ontstonden boeiende en vermakelijke gesprekken over van alles en nog wat: politiek, kunst, reizen, de geschiedenis van ons en hun land Chili, boeken, het leven, de liefde. Zij bleken beiden een huwelijks leven te hebben gehad voordat zij elkaar leerden kennen, mijn liefje en ik vierden onze 26ste jaardag met hen. Met een heel mooie fles wijn die ze ons die avond kado deden (en een tweede). We vonden elkaar tevens op culinair vlak...

Ik heb heel goede herinneringen aan die tijd. Reizen is verslavend. Als we niet zo ver uiteen zouden leven, zou het een mooie vriendschap kunnen worden. We zijn van harte welkom bij hen als we naar Chili terugkeren. Dat is niet uitgesloten; mijn liefje vond Viña del Mar dermate aangenaam dat het weleens een toekomstige overwinteringsplek zou kunnen zijn, Patagonië en Antarctica staan nog op mijn wensenreislijstje. Het dikke foto-album van deze rondreis kwam vorige week mee met vriend Ger en ik was blij met de enthousiaste reactie van mijn liefje. Het werd een mooi aandenken.

Wereldreiziger Ketut, die wij recent met zijn schip in Valencia begroetten, keerde ook veilig naar zijn geboortegrond Bali terug. Elsa wachtte hem op de luchthaven van Denpasar op met haar twee zonen. We kregen in de afgelopen dagen apps met teksten als de kinderen kletsen mij de oren van mijn hoofd” en “we zijn weer samen maar toch niet compleet” (doelend op onze afwezigheid; de lieverds). 

Er waren tevens foto’s van de twee mannetjes, met hun kado’s. Yuda poseerde met zijn nieuwste aanwinst: een microscoopset. Elsa meldde ons dat dit hoogstwaarschijnlijk het onderwerp van zijn volgende spreekbeurt op de lagere school wordt. Hij is op een andere foto te zien met een imposante fietsenstalling in de mond: hij is aan het wisselen. Ik legde Elsa tijdens een voorgaande skypesessie uit dat kindjes in Nederland van de goede fee een verrassing ontvangen voor elke melktand die is uitgevallen en ingeleverd. Ze heeft er eentje voor ons, goede feeën, bewaard.

Over Valencia las ik onlangs zeer verontrustende dingen in een plaatselijke krant: de regio heeft schulden ter waarde van €40 miljard. Wij wonen in Orihuela Costa, provincie Alicante, regio Valencia. Het is dus ook onze regio die de schulden slechts kan afbetalen met steun van een speciaal fonds dat door de centrale Spaanse overheid werd opgezet. Hoezoe autonome regio?! 
Valencia heeft geen eigen financieel netwerk meer omdat bank CAM ten tijde van de financiële crisis tenonderging en Banco de Valencia werd overgenomen door de Catalaanse bank CaixaBank. De regionale omroep Canal 9 werd opgeheven nadat het een schuld bleek te hebben van €1.2 miljard. Het themapark Terra Mitica werd verkocht, net als vliegveld Castellón. De regio is tevens van plan spraakmakende projecten als Ciudad de las Artes y las Ciencias (gebouwd door de Spaanse architect Santiago Calatrava) en de filmstudio’s van Ciudad de la Luz van de hand te doen.

Momenteel wachten 150 politici (onder wie twee premiers) in de regio op een rechtzaak of een juridisch onderzoek vanwege corruptie en andere ernstige overtredingen. Men schat dat er ongeveer €12.5 miljard aan overheidsgeld door de jaren heen in persoonlijke zakken verdween. De Partido Popular in deze regio opereerde niet zozeer als politieke maar eerder als criminele organisatie, aldus journalist Sergi Castillo. De partij werd afgestraft tijdens de recente regionale verkiezingen: PP verloor 24 (van de 55) zetels in het parlement. Terecht.

Het zal duidelijk zijn: wij kennen hier ook FIFA-praktijken.