maandag 30 november 2015

Da-da

Ons bezoek aan Bali zit er bijna op, vandaag trekken mijn liefje en ik verder de wijde wereld in. 

Gisteren brachten we de laatste dag met ons Balinese gezinnetje door. We werden bij hen thuis uitgenodigd voor een lunch met Elsa’s overheerlijke soto ayam (kippensoep). Yuda speelde op de gitaar een welkomslied voor ons. Als kado brachten wij een nieuw staatsieportret in een kitscheriger-dan-kitschlijst mee van de gehele familie. Foto’s van ons hangen in elke kamer, in elk denkbaar formaat; ook met Bernadette. Zij maakte diepe indruk op Elsa, Ketut en Yuda tijdens haar bezoek aan ons in Noord-Bali. Damai kent ze niet persoonlijk moet die doet net zo hard mee aan de Berverering. 

Voor Ketut liet ik een nieuwe foto afdrukken van zijn familie aan de rand van het zwembad: Elsa veilig aan de kant, de mannetjes in het water, geflankeerd door mijn liefje. Ketuts recente bloedtest pakte goed uit, volgende maand zal hij naar Kaapstad vliegen om daar aan boord te gaan van het  Amerikaanse cruiseschip waarop hij in voorgaande jaren werkte. Hij toonde ons thuis alle certificaten van cursussen die hij volgde. Tussen die papieren zat ook een oorkonde: hij was vorig jaar december door zijn collega’s uitgeroepen tot de beste werknemer van de maand!

's Avonds dineerden we bij Warung Ayu, om het af te leren. Dat adres was in de afgelopen weken bij ons favoriet. De volwassenen genoten er van verse red snapper die weer vakkundig door kokkie Ayu werd gefileerd en de mannetjes bestelden rijst met kip. Gisteravond namen we afscheid van elkaar, vandaag willen we geen van hen zien. De kids moeten sowieso naar school, Yuda heeft deze week zelfs nationale examendagen. Afscheid nemen vind ik moeilijk genoeg, laat staan dat je het tweemaal achtereen moet doen.

Dit recente bezoek bestond vooral uit zwemmen en spelen met de mannetjes, bijpraten met Nederlandse kennissen alhier, oude en nieuwe restaurants bezoeken en uitproberen. We maakten een paar Balinese feestjes mee, namen deel aan Melaspasin en leerden Sylvia uit Zürich kennen in het resort waar we enkele weken verbleven. Reizen is verslavend. Zij is minstens zo reislustig als wij en tamelijk excentriek; ze verontschuldigde zich regelmatig voor haar Zwitserheid. (De onnavolgbare regels die ze hebben en hanteren in dat land!) Ik was blij met die zelfkennis, moest regelmatig om haar lachen. We brachten menig uur pratend in het zwembad door. We wisselden persoonlijke gegevens met haar uit.

We maakten nog nooit zo’n grote hitte en luchtvochtigheid mee in de maand november. Tini, geboren en getogen Balinese kon zich geen enkele novembermaand heugen. Dagelijks stond de thermometer op 35 graden Celsius. Zodra je je teen bewoog, gutste het zweet uit de poriën. Het zwembad was dan ook op de meeste dagen de beste plek om te vertoeven. Het was nog nooit zó droog in deze tijd van het jaar. 
Ik zag onlangs een onrustbarende documentaire over huidig en toekomstig watergebrek op Bali. Momenteel staat 60% van de waterbekkens op het eiland van de goden droog. In de afgelopen tien jaar daalde het opgevangen waterniveau gemiddeld 50 meter en raakten zoetwaterbronnen besmet. Dat kwam door aanhoudende droogte en extreme exploitatie in de afgelopen jaren. Ook de regio Buleleng, waar in de afgelopen tien jaar vele villa's met grote tuinen en zwembaden verrezen , staat op de rode lijst.

In de afgelopen weken keek ik met verbazing naar de dikte en de kracht van de waterstroom uit de slangen van de tuinmannen hier. Ik vroeg Pak Richard hoe diep hij moest graven voor zijn grondwaterbron. Behoorlijk diep. Hij prees zich echter gelukkig dat er een flink bassin ligt onder hun grondstuk. Maar hoe lang nog? Bekkens staan bijna droog, rivieren drogen op, zout water dreigt zich te vermengen met zoet water. Er dreigt een zeer serieuze watercrisis. Bali Water Protection startte een campagne om lokalen en buitenlanders over het probleem te informeren en mensen op te roepen bronnen en rivieren te adopteren. Deskundigen verwachten dat het eiland geen zoet grondwater meer zal hebben over vijf jaar als er niets verandert…

Enkele dagen geleden barstte vulkaan Mount Rinjani uit, in de nabijgelegen provincie Lombok. In de afgelopen dagen kwamen vliegberichten naar buiten: Australische vliegmaatschappijen (waarvan een ons naar Sydney gaat brengen) vliegen tijdelijk niet naar en van Bali, een aantal andere maatschappijen wel. Als er roetdeeltjes in de motoren van een vliegtuig terechtkomen, kunnen die uitvallen dus dat moratorium is terecht. We hoopten afgelopen dagen op regen die de as definitief zou neerslaan. We zagen gisteren welgeteld drie druppels op de voorruit van Elsa’s auto.

De weervrouw meldde mij vanmorgen dat het gisteren 41 graden Celsius was in Sydney. Naar verluidt, hebben we deze week nog één heel warme dag voor de boeg voordat de meter terugloopt naar comfortabelere temperaturen. Dan kunnen we ook weer actiever worden. Mijn liefje kijkt uit naar lange wandelingen langs het strand en door de stad. Ik zal haar niet in alles vergezellen, ik hoop dat mijn sneue heup zich redelijk gedraagt. Op enig moment viel het Elsa op dat ik vreemd liep, waarop mijn liefje uitlegde waarvan ik last heb en wat eraan te doen is. Daarna zag ik regelmatig een meewarige blik in haar ogen. De mannetjes mochten niet meer bij mij op schoot zitten… dat is het laatste waaraan ik behoefte had. Tja.

We hebben veel zin in Australië en Sydney. De volgende blog komt daar vandaan, Leo Dovente.


vrijdag 27 november 2015

Volle maan

Gelovige Balinezen leven zo ongeveer met de Hindoekalender in de hand. Voor alle ceremonies moet de juiste dag worden gekozen, op basis van de maanstand. Volle maan, nieuwe maan, dark moon… het zijn dé momenten waarop hier iets bijzonders wordt gevierd.

Twee weken geleden kozen Ketut & Elsa, na een telefoontje van Ketuts vader die de sterren bekeek, de dag waarop zij hun stukje grond ceremonieel geschikt maakten voor bebouwing op een later tijdstip. 's Ochtends vroeg kregen wij een foto toegestuurd waarop mannen aan het werk waren. Huhh? Waren ze reeds begonnen met de bouw van een huis? Moesten wij daar dan ook niet rondlopen? Na een gesprek met Elsa bleek dat dit geen officiële ceremonie was. Het was gewoon het juiste moment om ceremonieel paaltjes te slaan. Vandaag gaat Ketut weer naar Denpasar voor een bloedtest. Afgelopen dagen deed hij veel aan lichaamsbeweging en zette hij zijn nieuwe dieet in. Als de uitslag beter of goed is, gaan zij binnenkort aan fase I van hun eigen huis beginnen.

Eergisteren en gisteren werden hier volop volle maan-festiviteiten gevierd. Gisteren waren we uitgenodigd voor een inwijdingsceremonie van een nieuw huis. Ibu Tini en Pak Richard bouwden recent een traditionele vakantievilla in de heuvels van Lovina. Zo’n huis kan naar goede Balinese Hindoetraditie pas in gebruik worden genomen nadat alle demonen zijn verdreven en de Hindoegoden gunstig zijn gestemd. Voor de zekerheid vroeg ik aan Tini’s nichtje Enny, hoofd van de huishouding in het resort waar wij thans verblijven, of wij een geschenk moesten meebrengen. Dat bleek niet het geval. Dat doe je wel bij een mensenceremonie maar niet bij stenen.

Ganesha & Barefoot
We reden met Richard mee naar de plek. Links en rechts over de rijstvelden uitkijkend, zag ik dat ze bruin en droog zijn. Kasian. Het wil hier tot nu toe niet regenen. In de ruim drie weken in Noord-Bali, viel er slechts een bui van een uurtje. Absoluut onvoldoende!

Het geklingel en gemompel van de bel van de holy man was te horen, de ceremonie was reeds aan de gang. Dat was geen probleem, wat mij betreft. Uit eigen ervaring weet ik dat zoiets urenlang kan duren en bij de huidige bloedhitte en klamme lucht is dat geen sinecure; zeker niet in een warme sarong.

We ontmoetten Tini en Richard in september vorig jaar. Samen zijn ze eigenaar van een door de familie gerund hotel. In het bedrijf wordt zij De Generaal genoemd, hij is administrateur en liefhebbende echtgenoot. Zij is een Balinese zakenvrouw, hij is Australiër van origine; inmiddels naturaliseerde hij tot Indonesiër. Richards grootvader en vader werden geboren in Ceylon, hij werd in Engeland geboren en zijn broer en zus in Zuid-Afrika. Trouwen met een Balinese was dus niet verrassend, voor hem, noch voor zijn familie. Ze hebben twee dochters; de ene studeerde onlangs af en maakt nu een mooie reis door Europa (pa en ma zijn wel bezorgd), de ander gaat volgend jaar studeren in Perth. Vorig jaar hadden we al leuke gesprekken met elkaar. Mijn liefje vierde haar verjaardag daar en wij nodigden hen voor dat feestje uit. We hielden in het afgelopen jaar mailcontact en keken ernaar uit dit jaar naar hun hotel terug te keren. Zij zijn een mooi stel.

Zij nodigden ons eerder tijdens dit verblijf uit voor het verjaardagsfeest van hun jongste dochter en nu dus voor Melaspasin. Tini heeft vier zussen en drie broers die we (bijna) allemaal wel een keer ontmoetten. Haar beide ouders leven nog al werd beginnende dementie geconstateerd bij moeder; ook zij leven in een huisje op het resort. Dat is zoals je het doet in Bali. 

Moeder is een kranige vrouw die elke ochtend bloemen plukt in de tuin, voor haar zelfgemaakte cenangs. Soms herkent ze ons, soms niet. Tini vertelde dat ze in de afgelopen periode stikjaloers werd op haar echtgenoot. Ze verdenkt hem ervan relaties aan te gaan met dames van middelbare leeftijd. Menige vriendin van haar dochters durven niet meer op bezoek te komen. Er kunnen vreemde dingen omgaan in een bejaard brein! 
Ook een groot deel van de rest van haar familie leeft in en om het hotel in Lovina, al komt de familie oorspronkelijk uit Kintamani, op de westelijke bergrug van Gunung Batur. Een van haar zussen heeft een relatie met een vrouw en ook dat schept een band. Het zijn erg aardige dames die Engels spreken.

Tini is een gelovige Hindoe, Richard doet respectvol mee. Alle familieleden droegen hun steentje bij aan de ceremonie. De bezem ging door het terrein en het pand; eventueel aanwezige kwade geesten hadden het nakijken. Er werd devoot gebeden, geofferd en gezongen, alle gebouwen werden van binnen en van buiten besprenkeld met heilig water, terwijl de Hindoepriester in Sanskriet om welwillendheid van de goden vroeg.

Zelf heb ik zo mijn gedachten als ik een Balinese holy man zie. Degene die wij kennen van ons voormalige dorp reed aanvankelijk achterop de brommer van een ander naar een ceremonie. Niet lang daarna zagen we hem op zijn eigen brommer vertrekken. Vervolgens ontdekten we hem aan het stuur van een oude barrel-op-vier-wielen. Naar onze ceremonie kwam hij in een spiksplinternieuwe auto. Het gaat priesters goed in het gelovige Bali. Ik had er altijd moeite mee als personeelsleden drie dagen na de ontvangst van hun salaris kwamen vragen om een lening. Als ik hen vroeg waar hun geld was, was het antwoord steevast: de tempel. Tja.

De dag werd afgesloten met een fikse onweersbui zonder regen. Die zegening van boven kwam niet maar de gastvrouw en gastheer waren desalniettemin heel senang. Naar traditie brachten zij de eerste nacht in het gewijde huis door.



maandag 23 november 2015

De een mag niet, de ander moet

Ketut vatte in de afgelopen maanden het plan op om, aangewakkerd door een lokale bemiddelaar, te gaan werken voor een Scandinavische cruise-organisatie die vooral in Europese wateren vaart; we noemen hen voor het gemak de Vikingen. Hij zou daar als werknemer een aanzienlijk hoger maandsalaris ontvangen. Na vele maanden te hebben gewacht, werd hij niet toegelaten. Reden: ieder personeelslid moet tenminste vijf jaar ervaring aan boord van een cruiseschip hebben. Ketut voer tot nu toe viermaal. Ik vroeg mij af waarom die boodschap niet maanden geleden was gegeven. Op zijn curriculum vitae staat toch duidelijk hoeveel werkervaring hij heeft aan boord van een cruiseschip? Persoonlijk ben ik er niet rouwig om, zelf ik zou al niet in het koude Europa willen werken, laat staan hoe dat moet zijn voor een geboren en getogen Balinees.

Na die afwijzing nam hij alsnog contact op met zijn voormalige Amerikaanse werkgever die hem graag weer aan boord zag komen. Ketut koos ervoor een aantal keren niet op hun oproep in te gaan in afwachting van de Vikingen. Uitstel was geen afstel. Hij werd onlangs medisch getest in het zuiden; enkele dagen later kon hij de uitslag en zijn reispapieren ophalen. Ook dat pakte anders uit.
Uit de bloedtest bleek een veel te hoog LDL-cholesterolgehalte. Hij ontving zijn vliegticket en uitreisvisum niet. Oh-oh! Dat was niet alleen een onwelkome boodschap qua gezondheid, het zou ook een pennenstreek door hun ideaal kunnen zijn. Als hij niet gaat varen, kunnen ze hun eigen huis niet bouwen. Het lapje grond dat zij met een steuntje in de rug van ons aanschaften, wacht op bebouwing.

Ketut kreeg van de Europese arts medicijnen mee om het cholesterolgehalte omlaag te brengen en moest enkele dagen later terugkomen voor een nieuwe test. Wij legden hem in de tussentijd uit dat er vele mensen op de wereld rondlopen die lijden aan dat euvel maar het is risicovol. Als je er niets tegen doet, kan het hart- en vaatproblemen veroorzaken en zelfs tot de dood leiden. Ik zag hem van kleur verschieten. Was het de eerste keer dat hij die uitslag kreeg? Nee, dus. Het overkwam hem bij een eerdere medische controle. Toen slikte hij ook een paar dagen een hoge dosering statines maar nadat hij door de test heen kwam, waren de medicijnen op en stopte hij. Dit soort medicijnen is duur in Bali. Voor een handjevol pillen moest hij 600.000 roepiah betalen, meer dan een half lokaal maandsalaris.

Ik stelde een uitgebreide lijst op met Do’s and Don’ts. Ik raadde hem onder andere aan na zijn werk dagelijks minstens een half uur flink te bewegen. Hij was gezetter geworden in de afgelopen acht maanden. Veel Balinezen hebben een broertje dood aan wandelen en bovendien kreeg Elsa de auto... Tevens gaf ik hem voedingsadviezen: elke dag vers fruit, -groene- groenten en knoflook. Matigen met koffie, suiker, vet en witte rijst. Dagelijks -groene- thee drinken, water en verse sinasappelsap in plaats van Coca Cola en andere frisdranken. Maximaal tweemaal per week vis en ei. Matigen met rood vlees, dus liever kip dan varken (Hindoes eten geen rundvlees). Noten, sesamzaadjes en krenten zijn goed als snack. Hij schrok van het relatief strenge regime maar een gewaarschuwd mens telt voor twee. Later deze week moet hij terug naar het zuiden voor een nieuwe bloedtest. 

We keep our fingers crossed, zij offerden in de afgelopen dagen meer om de Hindoegoden gunstig te stemmen. In het krantje Balibuzz las ik recent wat er allemaal bij de gebruikte offerande (cenang) komt kijken. De vier hoeken van zo’n bakje (ceper) vertegenwoordigen de vier windrichtingen, de inhoud bestaat uit -tenminste- vier elementen. Het groen in het bakje (plawa) staat voor de stilte van het gebed, twee stukje jonge kokosnoot (urassari) vormen een kruis waarmee vrede op aarde wordt gevraagd. De kleurencombinatie van de bloemetjes is eveneens belangrijk; ze verwijzen naar de Hindoegoden: paars en blauw (Shiva), rood (Brahma) en geel (Wisnu). Het laatste element, porosan genoemd, is een pakketje van kokosblad met daarin betel- en arecanoot met limoen. Hiermee wenst men ieder mens een hart vol liefde, empathie en dankbaarheid jegens de goden toe. Een brandend wierookstokje (dupa) completeert het. Hoe rijker de mens, deste rijker de vulling. Hoe belangrijker de ceremonie, hoe groter de offerandes. Het maken van cenang is big business op het eiland van de goden. Als je geen geld hebt, maak je ze zelf en als je een beetje geld hebt, koop je ze bij gespecialiseerde toko's.

Wij gaan Bali ook weldra verlaten, eerder dan gepland. Dit jaar stelde Indonesië Nederlanders voor het eerst in staat gebruik te maken van een gratis inreisvisum voor de duur van een maand. Mijn liefje, aka De Grote Roerganger, maakte mij daarop voor vertrek opmerkzaam. In de aankomsthal van Denpasar stond nog wel een balie voor betaalde visa-on-arrival maar wij lieten die links liggen, net als vele andere passagiers. De medewerker van Imigrasi vroeg ons hoe lang we wilden blijven. Wij zeiden minder dan 30 dagen; dat was niet helemaal waar: we zouden een maand op Bali blijven en dan nog een weekje naar een Gili-eiland gaan. Rond 10 december zouden we Indonesië verlaten. Dat zou geen probleem (moeten) zijn, voorheen konden we ons visum ook zonder problemen verlengen. De stempels werden in de paspoorten gezet. We gingen nog nooit zo snel door de douane.

Enkele dagen later wierp mijn liefje een blik in haar paspoort en las de tekst op de stempel: dit visum is niet verlengbaar. !@#$%^&! We bespraken het met kennissen die van niets wisten en namen contact op met contactpersoon Armeni die vroeger administratieve kwesties voor ons regelde. Zij wist evenmin van de hoed en de rand dus er werd gebeld. Er viel niets te regelen, verlenging van een gratis visum blijkt niet mogelijk. Imigrasi was onverbiddelijk: we moeten het land uiterlijk na 30 dagen verlaten. Indonesië introduceerde recent vele nieuwe regels waarvan velen (ook residenten) niet op de hoogte zijn. Een gratis inreisvisum klinkt aardig maar je moet de gevolgen wel kunnen overzien. Mijn liefje en ik, toch tamelijk ervaren wereldreizigers, waren niet goed geïnformeerd. Tja.  

We annuleerden onze hotelkamer op het idyllische Gili, vervroegden onze vliegreis naar Sydney en boekten een hotelkamer in een van de buitenwijken van deze geliefde stad. Wat je noemt een luxeprobleem. De temperatuur loopt daar momenteel flink op dus wij verkozen een plek op loopafstand van twee iconische Australische stranden: Coogee & Bondi, met goed openbaar vervoer naar het stadscentrum. Op de eerder afgesproken dag gaan we bij onze Australische vriendinnen logeren.



zaterdag 21 november 2015

Boeken die ons aan het lachen maken

Afgelopen woensdag was het weer Yudadag. Die dag bestaat sinds we onze eigen villa in Noord-Bali betrokken. Ondanks dat we geen huiseigenaren meer zijn (maar toeristen), houden we die traditie in ere. Vanzelfsprekend werd er gezwommen. Een middag zonder zwempartijtje is ondenkbaar. Alhoewel?! In de Jakarta Post van donderdag las ik een artikel over een werkelijk stuitende kwestie. Lees vooral verder. Mij verging het lachen...

Het Indonesische Ministerie van Gezondheid begon vorig weekend in Jakarta aan een campagne om te waarschuwen tegen HIV. Er werden banners vervaardigd die in het openbaar stadsvervoer werden opgehangen. Ze bleven daar slechts één dag hangen, toen waren al duizenden mensen over de strekking van de poster gevallen. Niet in de laatste plaats HIV-activisten die in dit land al jarenlang tegen domheid en onwetendheid strijden. De banners beweren namelijk dat HIV overdraagbaar is (let op!) via zwemmen, muggen, niezen, speeksel, zweet en van hetzelfde bord eten. Je gelooft je eigen ogen toch niet?! Volgens een hoge ambtenaar van het Ministerie was het een printerfout. Naar verluidt, was het woord Tidak/No in de boodschap weggevallen. Een slechtere smoes kon hij niet verzinnen. Die man heeft als kind vast niet gelezen. Wat een achterlijke praktijken…

Terug naar het oorspronkelijke onderwerp: Yuda en boeken. Hij is acht jaar en nogal speels. Hij is snel afgeleid en vindt het lastig om zijn aandacht tot een of twee onderwerpen te beperken. Woensdag kwam hij rechtstreeks van school naar ons toe. Moeder Elsa drukte hem op het hart die middag ook te lezen. Als hij goed zijn best deed, mochten wij zijn huiswerkschrift aftekenen. Dat wordt door juf Riri wekelijks gecontroleerd en beoordeeld. Als het voldoende is, krijgt hij een waarderende stempel.

Na het veilige (!) zwemmen, dronken we vervolgens een drankje in het restaurant. Daarna was het tijd voor zijn leesopdracht. Sinds we met hem kunnen praten, leggen we nadruk op het belang en het plezier van lezen. Yuda kent mij niet anders dan met mijn neus in een boek of met de reader in de hand. Eerst toonde hij ons uitgebreid de voor- en achterkant van zijn leesboek, getiteld Cerita Binatang 5 Benua - Dierenverhalen van 5 continenten. Dat was pure afleiding, hij zat een beetje te fluffen in mijn ogen. Lezen ventje, dat is goed voor je!

Na aanmoediging van onze zijde begon hij, waarna een andere Yuda tevoorschijn kwam. Gedurende 20 minuten las hij geconcentreerd, zijn hoofd bewoog ritmisch van links naar rechts; met zijn lippen woorden vormend. Hij ging in het verhaal op. Op enig moment keek hij op: hij was klaar. Sudah. We deden een high five en zeiden hem dat hij goed zijn best had gedaan. Kami senang. Ik tekende met plezier af. Ik bladerde door zijn schrift en zag dat hij maandag na Heroes Day een boek mee naar huis nam getiteld Ik wil dokter worden. De regelmatige lezer weet dat wij hem voor die gelegenheid uitdosten als Dr Yuda. Verder bleek hij regelmatig boeken te lezen over dieren (onder andere walvissen) en de onderwaterwereld dus hij aardt naar zijn nenek kulit putih, zijn surrogaatoma-met-witte-huid.

Afgelopen week was het boekenweek op Yuda’s school. Coba, de Moluks-Nederlandse oprichtster van de lokale bibliotheek was erbij betrokken. Hier gaan kinderen zaterdagochtend nog naar school. Op zijn school worden die dag uitsluitend  projecten gedaan. Als afsluiting van de week werd een decoratiewedstrijd gehouden met als thema Books that make us laugh. De eerste ingevingen van mijn liefje waren Billy en Bessy Turf en Dik Trom, zelf heb ik goede vroege herinneringen aan de Okki, Taptoe en Donald Duck. Kuifje en Suske en Wiske kwamen iets later in beeld. Mijn eerste favoriete boekpersonnage was Pipi Langkous. Boeken die mij, volwassene, aan het lachen maakten, zijn onder andere  van Dimitri Verhulst, Bill Bryson, John Irving, Terry Pratchett, Christopher Moore en David Sedaris. Het zijn niet hun grappen, het is verrassend taalgebruik, vreemde figuren en bizarre ervaringen die de lach voortbrengen. 

In die week was er een ruilbeurs, als school doneerden ze boeken aan een arme school in de heuvels die geen boeken hebben en ze bezochten de bieb. Op de laatste schooldag van de boekenweek kregen de kinderen de opdracht te horen. Elke klas moest de deur van het eigen lokaal versieren op een manier die past bij het thema. And guess what? Mijn liefje en ik werden gevraagd als juryleden. Als fel tegenstanders van corruptie waren wij als jury niet ontvankelijk voor steekpenningen. Wij hadden geen voorkeur, al is en blijft Yuda onze lieveling. 
De groepen werden beoordeeld op hun creativiteit, op de mate waarin van hergebruik van materialen en op hun presentatie. Alle klassen spraken Engels! De prestigieuze bokaal ging naar klas 1 met het verhaal van hun Three Little Pigs (Elizabeth Ross), een Disney-klassieker over biggetjes die bezoek krijgen van boze wolven en zich kranig weren. De allerkleinsten wonnen met een neuslengte van klas 2 van Yuda (Click, Clack Moow: Cows that type) die van Pak Syd, mede-oprichter en hoofdonderwijzer van de school, de prijs voor het beste teamwork in de boekenweek ontving. Een oorkonde en drie vouchers voor vrije schoolminuten viel hen te beurt.


woensdag 18 november 2015

Rijstkosten

In de Indonesische archipel wordt 2.5 miljoen ton rijst per maand gegeten. Dat betekent dat de gemiddelde Indonesiër tien kilo rijst per maand eet, ofwel 330 gram per dag. Het betreft voornamelijk witte rijst. Toen wij in Bali woonden, zochten we aanvankelijk naar zilvervliesrijst; we vonden het nauwelijks. In plaats daarvan kocht Elsa biologische witte rijst die we echter mondjesmaat nuttigden. Ook nu sla ik de witte rijst regelmatig af; het bevat weliswaar weinig calorieën maar je krijgt nauwelijks vitaminen, mineralen en energie binnen (wel suiker). Het product scoort een zesje op de gezondheidsschaal.

Illustratie: Kakhiel
Onlangs las ik een uiterst kritisch Jakarta Post-artikel over het beleid van de president. De hoofdredacteur was niet te spreken over het feit dat Jokowi te laat was met het importeren van rijst. Analisten adviseerden de president aan het begin van dit jaar rijst in te kopen bij Thailand en Vietnam maar hij deed dat toen niet.
De president was en is van mening dat Indonesië in het algemeen minder moet importeren en zeker qua rijst geheel zelfvoorzienend moet zijn. Indonesië is 's werelds nummer 3 rijstproducent met gemiddeld 35 miljoen ton rijst per jaar. Door de aanhoudende droogte kan het dit jaar de eigen bevolking niet voeden. Blame it on El Niño. Wat ook een feit is, is dat er onvoldoende accurate gegevens bestaan over de rijstproductie en -consumptie in eigen land. Hoe moeilijk kan dat zijn? Zelfs ik kan die info vinden op het web.
In 2014 werd wereldwijd ruim 478 miljoen ton rijst verbouwd; dit jaar valt dat naar verwachting 5 miljoen ton lager uit. Jokowi was niet alleen te laat met zijn import, hij kan de eigen voorraad onvoldoende aanvullen en hij moest de rijst bovendien tegen de hoofdprijs inkopen. Buurlanden Filipijnen en Maleisië waren eerder en sloten betere deals af.

Geef mij maar nasi goreng, met een gebakken ei, wat kroepoek en wat sambal en een flink glas bier erbij. Jonge generaties Nederlanders kennen dit lied hoogstwaarschijnlijk niet. In 2010 zong amateurzanger en performer Hudson Prananjaya zich met dit lied naar de finale van Indonesia Got Talent, gekleed als keukenprins annex keukenprinses, ondertussen in potten en pannen roerend. Hilarisch. Onze eigen Wieteke van Dort, aka Tante Lien (geboren in Surabaya), schreef het lied.

Toen wij repatrieerden uit de gordel van smaragd
Dat Nederland zo koud was hadden wij toch nooit gedacht
Maar ‘t ergste was ‘t eten, nog erger dan op reis
Aardapp’len, vlees en groenten en suiker op de rijst

Geef mij maar nasi goreng met een gebakken ei
Wat sambal en wat kroepoek en een goed glas bier erbij
Geef mij maar nasi goreng met een gebakken ei
Wat sambal en wat kroepoek en een goed glas bier erbij

Geen lontong, sate babi, en niets smaakt hier pedis
Geen trassi, sroendeng, bandeng en geen tahoe petis
Kwee lapis, onde-onde, geen ketella of ba-pao
Geen ketan, geen goela-djawa, daarom ja, ik zeg nou

Ik ben nou wel gewend, ja aan die boerenkool met worst
Aan hutspot, pake klapperstuk, aan mellek voor de dorst
Aan stamppot met andijwie, aan spruitjes, erwtensoep
Maar ‘t lekkerst toch is rijst, ja en daarom steeds ik roep

Voor ons vertrek naar Bali keek ik uit naar elke dag Indonesisch eten. Dat doe ik hier nu met veel plezier. Het was ruim een jaar geleden dat we op het eiland van de goden waren en in die tijd veranderde er hier ont-zet-tend veel. De meeste restaurants en warungs die we voorheen graag bezochten, bestaan gelukkig nog. Wekelijks strijken we neer bij Warung Ayu, onder andere voor haar verse groentesoep met noodles en kip. Haar vers bereide tomatensoep, de pittige garnalencurry, nasi goreng seafood en überverse gegrilde red snapper zijn het ommetje meer dan waard.

's Avonds eten we regelmatig in het restaurant van ons resort, zeker na een dagje Yuda & Damai. Dan zijn deze oma’s uitgeteld en hebben ze geen zin meer om de stad in te gaan. De ayam tika scoort hoge ogen bij mijn liefje, zelf neem ik af en toe nasi goreng met saté of krokante kippenpoot met groenten. Bij de buren, bij restaurant Barclona, is de gegrilde mahi-mahi-visfilet met julienne van ui om te zoenen.
We bezochten tevens Bintang Bali met zicht op de Balizee weer eens maar dat werd een deceptie. Niet alleen waren onze beide gerechten compleet smakeloos, ook het peipjonge bedienend personeel had weinig oog voor de klant. Ze waren te druk met hun eigen karaoke- en dansshow, middenin het restaurant. Tja.

Nieuwe was onder andere Tempo Doeloe waar we met een reislustig Engels echtpaar uit Manchester rijsttafel bestelden, op aanraden van een lokale kennis. Het bestond uit groene viscurry, krokante tempeh, atjar, Balinese kip, saté met saus, Javaanse boontjes, taugésalade en geroosterde kokosrasp. De rendang die we erbij kregen, was goed op smaak maar het vlees was taai. Zij aten met goesting al vonden ze de Indonesische keuken minder afwisselend dan de Thaise keuken waarvan ze tijdens hun recente verblijf erg genoten. Moet kunnen.

Elsa, Ketut en de kids nodigden ons uit naar Krisna Wisata Kuliner waar wij verse fruitsapjes dronken. De fraaie tuin met diverse warungs ligt te midden van rijstvelden. Het complex is een geschenk van een lokale zakenman aan de plaatselijke bevolking. Een mooi gebaar. Het hoogtepunt voor ons lag die middag echter aan de overkant van de straat. Dat restaurant aan zee heet Bebek Tepi Sawah ofwel Eenden uit het Rijstveld en is eigendom van diezelfde zakenman. Vier bestelden een krokante eendenpoot, een van ons ging voor chicken nuggets. De eenden mogen dan uit de lokale rijstvelden zijn geplukt, ze hadden teveel vlieguren achter de rug. Sing ken-ken, geen probleem; het ging om de ervaring. Binnenkort gaan we met Marijke en Wim naar The Secret Garden (ook nieuw), nummer 1 restaurant in de regio, volgens Tripadvisor.


maandag 16 november 2015

Heroes, just for one day

Ieder jaar viert Indonesië op 10 november Hari Pahlawan, National Heroes Day. Wij haalden Damai op die dag van school. Het is een gloednieuwe kleuterschool middenin een uitgestrekt groen gebied, zelfs met een rijstveld. Er is geen lawaai en weinig afleiding. Het geroezemoes kwam uit één lokaal waar alle kinderen uit de beide kleuterklassen bijeen waren om Heldendag te herdenken. Ketut vertaalde ter plekke. Die kleintjes krijgen hier wat mee op school!

Die dag is een verwijzing naar de Battle of Surabaya van 1945 waarop Indonesische soldaten, voorstanders van onafhankelijkheid, tegen de troepen van de Nederlandsch-Indië Civiele Administratie streden. NICA was opgebouwd uit Nederlands, Indisch en Euraziatisch personeel in uniform. Die slag wordt gezien als een van de heftigste in het licht van de vrijheidsstrijd en werd een symbool van nationaal verzet. Ik liep door de lange lijst van Indonesische helden en kwam daar mannen en vrouwen tegen met heel verschillende achtergronden. Tegelijkertijd constateerde ik dat er veel militairen in de lijst voorkwamen die tegen kolonisator Nederland streden. Uitgeroepen worden tot nationale held, is de hoogste onderscheiding voor burgers.

Wat mij tevens opviel, is dat een flink aantal politici op de heldenlijst voorkomt. In een artikel over nationale helden in de Jakarta Post, die we hier dagelijks met veel interesse lezen, kreeg die beroepsgroep opmerkelijke bijvoegelijk voornaamwoorden: ‘thieving and lying [politicians]’. Het werd nog beter: ‘there is still time for politicians to become heroes, thereby going from zero to hero’. Tja. Ik ben dus bepaald niet de enige die de wenkbrauwen optrekt bij Indonesische politici als nationale held.

Yuda haalden we in diezelfde week op van zijn (tweetalige) lagere school. We spraken bij die gelegenheid met de hoofdonderwijzer over het reilen en zeilen van de school. Ook daar zijn ze bezig met nieuwbouw; volgend jaar zal de uitbreiding klaar zijn voor de ontvangst van leerlingen van klas 5 en 6. Wij zijn er blij mee. Het betekent dat Yuda zijn gehele lagere schooltijd op deze school op Montessori-grondslag kan uitdienen en (nog) niet hoeft te worden blootgesteld aan het gedril van een standaard Indonesische school.

Pak Sid nodigde ons vorige week uit om zondag aanwezig te zijn bij Heroes Day in Singaraja. Zijn school was uitgenodigd om eraan deel te nemen en kinderen uit de huidige vier klassen zouden optreden. Iedere leerling werd geacht als held verkleed deel te nemen. Terwijl wij met hem stonden te praten, vroeg een Balinees jochie uit klas 4 in goed Engels permissie voor een vraag. Zijn moeder had een militair pak voor hem gemaakt en hij vroeg of hij een geweer van karton mocht meebrengen. Het hoofd van de school vond dat hij dat maar samen met zijn moeder moest bepalen.

Wij brainstormden met Yuda over zijn heldenuitdossing. Welk type held wilde hij zijn? Zijn eerste idee was dat hij als president wilde gaan. Waarop ik zei dat hij dan in zijn dagelijkse kloffie kon gaan want Jokowi draagt geen uniform. We stormden verder. Yuda stelde vervolgens ‘indian’ voor. Naar mijn weten wonen er in Indonesië wel expats uit India maar geen indianen zoals we die van Noord- en Zuid-Amerika kennen. Mijn liefje en ik opperden bewust geen militair of politie voor onze grote, kleine vriend. Ook die beroepsgroepen zijn in Indonesië geen voorbeelden van goed gedrag, wat ons betreft. Wij dachten eerder aan dokter? Dat sprak hem meteen aan. (In de lijst van Indonesische helden komen overigens vier gelauwerde medici voor.)
We bezochten vier speeldgoedwinkels in Singaraja om een doktersset te vinden. De aanhouder won, voor €2.50 vonden we iets toepasselijks: een stethoscoop, een hoofdspiegel, injectienaalden, een thermometer, diverse scharen en andere medische instrumenten. Aan een lokale coupeuse vroegen we of ze snel een witte doktersjas voor het ventje wilde maken. Alles was op tijd klaar.

De wekker werd voor 5 uur 's ochtends gezet. Wij werden om kwart voor 6 wakker van kinderstemmetjes en geklop op de deur. Foutje van de akela. Ik kleedde mij nog nooit zo snel aan, douchen deed ik later wel. De schade bleef beperkt: de optocht door een autoloos gedeelte van Singaraja zou om zes uur beginnen maar om zeven uur stonden we nog gemoedelijk op het parkeerterrein. Jam karet, de rekbare tijd op Bali, is soms een voordeel!

Singaraja heeft overigens een interessante geschiedenis. Het was vroeger het administratieve centrum van de Nederlanders en later ook van de Japanners. Aan de ietwat vervallen haven staat het Yudha Mandalatama Independence Monument, van een lokale vrijheidsstrijder die door de Nederlanders werd gedood. Een held van groot formaat. 
Met ruim 100.000 inwoners is het Bali’s tweede stad op een merendeels Hindoe-eiland. Met Kampung Arab en de grootste Chinese tempel van Bali is het een multi-etnische plaats.

Zoals viel te verwachten, was er een grote hoeveelheid jongens en enkele meisjes verkleed als militair, sommigen met afschrikwekkende, echt uitziende wapens. Ik keek het met lede ogen aan en dacht met pijn in mijn hart aan de slachtoffers van de aanslagen in Parijs. De daders zijn de anti-helden van 2015, wat mij betreft. 

Er liepen tevens een enkele vrouwelijke arts en enkele verpleegsters rond, traditioneel geklede Javanen en Balinezen, onderwijzers en onderwijzeressen met schooltas, en één advocaat in pak met snelle bril. Een kopie van Yudha Mandalatama was in geen velden of wegen te zien. De best geklede held vond ik de jongen die als krokodillenjager was uitgedost, met een pluchen slang om zijn nek en een rubberen speelgoedkrokodil in zijn hand. Hij zit in klas 3 en blijkt niet te kunnen praten. Het was Happy Sunday in Singaraja met zumba, traditionele dans en een kleurwedstrijd.

Dokter Yuda was (onze) held voor één dag.


vrijdag 13 november 2015

Uitvaart

Morgen vindt de uitvaart van mijn moeder plaats in Nederland. Deze week waren mijn zussen druk met de voorbereidingen. Aan sommige aspecten van de aanstaande rouwplechtigheid droeg ik op afstand mijn steentje bij. Zo stelden mijn zussen voor de fotocollage uit mijn vorige blog voor de rouwkaart te gebruiken; aangevuld met teksten van hun hand. Het werd een mooie kaart.

Het stoffelijk omhulsel van mijn moeder verbleef in de afgelopen dagen in een rouwkamer van het dorp waarin zij het overgrote deel van haar bejaarde leven woonde. Ik heb niet veel ervaring met uitvaartverzorging (en dat wil ik graag zo houden) maar ik constateerde dat de branche behoorlijk moderniseerde in de afgelopen jaren. De kille ruimten, de stijve gedragsregels en het kopje-koffie-met-cake liet men ver achter zich. De ruimte waarin mijn moeder’s kist deze week kwam te staan, was stemmig ingericht met zachte verlichting, een knapperend haardvuur en comfortabele stoelen.

In de afgelopen dagen hield ik vast aan mijn wens geen foto te zien van mijn dode ouder, hoe mooi haar uitdrukking en aankleding volgens mijn zussen ook zouden zijn. Ik vind het te confronterend.

Ik heb wel een idee waaruit mijn trauma voortkomt. Als kind werd ik afzijdig gehouden bij de dood van familieleden. De man met de zeis was nogal actief in de familie maar mijn ouders wilde niet dat ik meeging naar een begrafenis. Zo nam ik niet deel aan opa’s begrafenis (vaderskant) en ook de begrafenis van mijn moeders moeder ging aan mij voorbij. Ik denk dat ze mijn tere kinderziel wilden beschermen.

We schrijven jaren '60 van de vorige eeuw. Tijdens een schoolvakantie pakte ik onder uit een diepe kast een album dat ik niet eerder zag. Ik ging aan tafel zitten en begon te bladeren. Het waren kaarten die door klasgenootjes, juffen en meesters waren gestuurd aan hun toentertijd ernstig zieke klas- en schoolgenootje Angela. Er waren eveneens foto's van haar in het ziekenhuis. Ik bladerde verder. Ineens zat ik oog in oog met foto's van mijn zus in een kist. Ik schrok zo dat ik het op een brullen zette. Mijn moeder kwam aangerend en vroeg wat er aan de hand was. Ik wees op de bladzijde… “Maar je weet toch dat Angela dood ging?” Jazeker, maar de close-up van het overleden kind deed mij op mijn grondvesten schudden.

In diezelfde jaren werd een schoolgenootje op het drukste kruispunt (zonder stoplichten) van het dorp geschept door een auto; hij overleefde de aanrijding niet. In de plaatselijke kerk, waar ik in het koor zong, stond hij in zijn kist opgebaard. Wij gingen er met onze lagere schoolklas naartoe om afscheid van hem te nemen. De jongen lag dusdanig toegetakeld in zijn kist dat ik wekenlang nachtmerries hield. Mijn ouders deden hun beklag over deze gang van zaken bij het schoolhoofd. De stoplichten werden niet lang daarna geplaatst.

Toen mijn vader overleed, was ik een jong volwassene. Zijn kist stond in de kapel van de plaatselijke kerk. Na lang dralen besloot ik alsnog te gaan kijken, aan de hand van mijn zwager Wim. Ik vroeg hem mij voor te gaan, terwijl ik voor het zwarte gordijn bleef staan om moed te verzamelen. Hij kwam mij even later halen. Samen betraden we de donkere ruimte, ik aanvankelijk schuilend achter zijn brede schouders. Na enkele minuten stapte ik uit zijn schaduw. Het eerste dat mij opviel, was de foute manier waarop het haar van mijn vader was gekapt. Zo droeg hij het nooit! Het leek alsof mijn vader mij tussen de spleetjes van zijn ogen aankeek.

Het zijn onprettige herinneringen die bij tijd en wijle door mijn hoofd spoken.

Mijn moeder wilde niemand tot last zijn, niet bij leven en niet na haar dood. Ze bleek een flink aantal overlijdenspolissen te bezitten, oude en iets nieuwere. (Ter info: toen ik uit huis ging, kreeg ik mijn eigen overlijdenspolis mee.) Achter die polissen bleek een uitvaartbedrijf te zitten dat dingen voorschreef die, naar verluidt, niet passen bij mijn moeder. Mijn zussen wilden zelf de uitvoering van de uitvaart bepalen maar dat bleek geen optie. Dit riekt naar gedwongen winkelnering. Zij besloten daarop met een andere dienstverlener in zee te gaan, met een fikse boete als consequentie. Ben je al ‘gestraft’ door het overlijden van een dierbare, doet zo’n bedrijf er nog een schepje bovenop (excuse my language)!? Ik vind dat schandalig. Naar dat soort praktijken moet de Consumentenautoriteit in Nederland ook maar eens onderzoek doen…

Ik wens alle leden van mijn familie morgen een (gedenk)waardig afscheid van onze mam, oma en oma-oma toe. Mijn liefje en ik doen het op onze manier, 14.000 kilometer verderop.


dinsdag 10 november 2015

Selamat jalan, goede reis

Mijn moeder is niet meer.

Zij overleed op 94-jarige leeftijd in het verpleegtehuis waarin zij sinds juni jongstleden woonde. De laatste maanden van haar leven waren zwaar; op het laatst was ze moe, doodmoe...

De poort zwaaide gisterennamiddag (Nederlandse tijd) eindelijk voor haar open. Ze blies haar laatste adem uit in aanwezigheid van mijn zussen Lidy en Ineke die haar dagelijks trouw bezochten en liefdevol verzorgden.


Mam is herenigd met alle dierbaren die haar in de dood voorgingen.
Zij ruste zacht.






The Watcher

She always leaned to watch for us
Anxious if we were late,
In winter by the window,
In summer by the gate.
And though we mocked her tenderly
Who had such foolish care,
The long way home would seem more safe,
Because she waited there.
Her thoughts were all so full of us,
She never could forget,
And so I think that where she is
She must be watching yet.
Waiting ‘til we come home to her
Anxious if we are late
Watching from Heaven’s window
Leaning from Heaven’s gate.

Anonymous



maandag 9 november 2015

Papa am here

Ons eerste weekend in Bali was druk voor ons doen. Op zaterdagmiddag kwamen de beide ventjes spelen. Zwemmen is onze favoriete bezigheid. Yuda is inmiddels een bedreven zwemmer en Damai begint aan zijn eerste stappen in het zwembad. 's Middags verruilden we het grote zwembad voor een kleinere uitvoering op hetzelfde terrein; dat bad is veel minder intimiderend voor een beginnende waterrat. Tot nu toe speelde Damai uitsluitend in kniehoog water, veilig ingepakt in Yuda’s voormalige drijfpak. Die middag zetten we een grote stap voorwaarts: hij ging in mijn armen het diepe in.
Als voormalig badjuf weet ik als geen ander dat je een kind eerst watervreesvrij moet maken en nooit moet dwingen. Damai bepaalt dus het tempo en de activiteiten. Op enig moment liet hij mij los waarna hij eventjes ronddobberde. Je had zijn gezicht moeten zien: dat ging van fronsend (zou ik dat wel doen?), naar bevreesd (ooohh, had ik nou maar niet…). Daarna verscheen een lach van oor tot oor (ik durf en kan dit)!  Dat herhaalde hij nog ettelijke malen. Zelfs de flippers gingen aan. 's Avonds vertelde hij, naar verluidt, aan zijn ouders dat hij goed had gezwommen - de understatement van de dag.

Ketut zou ons om zes uur ophalen om naar een sponsorfeestje van de lokale Rotary Club te gaan waar Damai met zijn klasje zou optreden. Yuda kon niet wachten; hij stelde voor dat wij zijn vader een sms stuurden zodat hij ons eerder zou ophalen. Dat deden we niet. In plaats daarvan speelden we halma en UNO, dat we voor hen meebrachten.

Ketut kwam aan terwijl ik onder de douche stond. Door de deur riep Yuda mijn naam, gevolgd door de boodschap papa am here. Het klinkt misschien sentimenteel maar dat zinnetje ontroerde mij zeer... Het mannetje doet zó zijn best om Engels met ons te spreken. Ik vermoed dat hij op school vooral Engelse ik-boodschappen leert en dat werkwoordsvervoegingen nog niet echt aan de orde zijn. Zijn passieve vaardigheid (begrijpen) is veel groter dan zijn actieve (spreken). Mijn liefje en ik bezigen nu vooral het Engels met hem, af en toe afgewisseld met ons eigen kindergebrabbel in Bahasa Indonesia. Het optreden van Damai bestond die avond onder andere uit een dansje op salsamuziek. Met zijn duimen omhoog op borsthoogte, met zijn lieftallige partner, op gloednieuwe schoenen. Het is een übergrappig ventje.

Ons tweede feest van die avond was van heel andere orde. Cintia, de jongste dochter van hoteleigenaren Tini & Richard werd onlangs 17 jaar. Dat is de Balinese equivalent van 18 jaar in het Westen. Op die leeftijd krijg je in dit land je eigen identiteitsbewijs en mag je rijles gaan nemen. Cintia nodigde ongeveer 100 schoolvrienden uit, het aantal familieleden was ongeveer even groot. Wij werden uitgenodigd door haar ouders, bij wie wij thans te gast zijn.

Thema: Halloween. De ruimtes waren gedecoreerd met spinnenwebben en spinnen, vleermuizen, doodskoppen en pompoengezichten. Sommige genodigden waren ronduit griezelig. Mijn liefje en ik hielden ons niet aan de dresscode onder het mom dat wij, Bule (witte Europeanen), al eng genoeg zijn van onszelluf in de ogen van menig Indonesiër. 

In de fotocollage is de jarige het stralende middelpunt, haar uitgedoste ouders staan links bovenin. Onder de vrienden van Cintia werd de engste van de avond gekozen. De man in het skeletpak, tennisvriend van Richard, won wat mij betreft met vlag en wimpel. Toen hij aankwam, sprongen enkele Balinese kinderen achter hun moeder; eentje barstte zelfs in snikken uit. Kasian. Ik denk dat een aantal van hen die nacht eng droomde. Zij zijn immers niet opgegroeid met Halloween. In hun cultuur wordt juist gewaarschuwd voor kwade geesten of demonen (leyak) en hun zwarte magie.

Het werd een interessante en leuke avond, met lekker Indonesisch eten, een grote verjaardagstaart, live-muziek, een optreden van een ladyboy en disco als uitsmijter. Het viel mij op hoe beschaafd en gedisciplineerd de jongeren waren. Niemand van hen rookte, ze wachtten netjes tot alle ouderen klaar waren met het buffet, ik zag niemand tweemaal opscheppen, ze waren niet luidruchtig, er was geen enkel gedoe.

Zondag was familiedag, een traditie die we hier in ere houden. Er is dan kwaliteitstijd voor alle vier. Elsa vertelde ons bij die gelegenheid een mooi verhaal: Yuda wil in onze afwezigheid wekelijks na de avondmaaltijd met zijn ouders en broertje naar het lokale strand. Iedereen moet dan op de rug gaan liggen, naar de wolken of sterren kijken en aan ons denken; dat is tenminste wat hijzelf doet. Telkens als ze naar huis terugkeren, treffen ze een whatsapp-bericht van ons aan. Elsa en Ketut vinden hun zoon en zijn ritueel bijzonder, zij vermoeden een telepathische band tussen hem en ons. Dat de basis liefde is, bleek in de afgelopen dagen.

In de nieuwe auto bezochten we hun grondstuk in een verderop gelegen dorp. De eerste fruitbomen staan er al; wekelijks krijgen ze water. Elsa wil een bescheiden huis met een heel ruime tuin. We liepen door de nieuwe woonwijk en bespraken constructie- en woningopties. Die wijk heeft een goede mix: er wonen lokalen en buitenlanders, er staan traditionele en moderne huizen. Momenteel huren Elsa & Ketut een huis dat ze hoogstwaarschijnlijk begin volgend jaar moeten verlaten. Verlenging van de huur is niet (meer) mogelijk, de eigenaren willen verbouwen. We denken aan gefaseerde bouw: eerst casco+ zodat ze volgend jaar in ieder geval een dak boven hun hoofd hebben. Een fase later, als de portemonnee weer is gevuld, wordt de binnenkant verder afgebouwd. Ook als gezin zetten ze grote stappen vooruit en mijn liefje en ik zijn blij daarvan deelgenoot te zijn.



donderdag 5 november 2015

Artsenbezoek

De avond voor vertrek liep mijn liefje mopperend de slaapkamer binnen. Ze opende haar hand en daar lag… een inlay. Ze had net geflosst en met de draad kwam een gouden kroon mee van een grote kies. Dat gat voelde als een krater van een actieve vulkaan. Dat was bepaald niet de eerste keer dat het haar overkwam. De kroon, die intact leek, ging in een doosje mee in de reistas. In Bali zouden we op zoek gaan naar een goede tandarts.

We maakten niet eerder zo’n rustige vlucht mee naar Zuid-Oost Azië. We vertrokken met een beetje vertraging uit Barcelona maar kwamen 12 uur later op de afgesproken tijd in Singapore aan. Voor aanvang van die vlucht informeerde de gezagvoerder ons dat we turbulentie konden verwachten vanwege stormen onderweg maar slechts éénmaal kregen we het verzoek vanuit de cockpit naar onze zitplaats terug te keren en de stoelriem vast te maken. (Ik hees op dat moment schuddend mijn broek op…) We boften niet alleen in het vliegtuig, we konden ook de luchthaven van Denpasar gewoon aandoen. Dat kunnen duizenden andere reizigers ons vanaf dinsdag jongstleden niet nazeggen: het vliegveld van Bali zit potdicht vanwege een uitbarsting van vulkaan Mount Baru Jari, het zusje van vulkaan Rinjani in de provincie Lombok, de Indonesische provincie ten oosten van Bali. Ook vandaag blijft de luchthaven gesloten. Gestrande reizigers moeten nog een nachtje bijboeken in Singapore en Denpasar. Wellicht dat I Gusti Ngurah Rai International morgen de landingsbanen weer opent.

De eerste twee dagen van ons verblijf in Bali brachten we door in het zuiden. Allereerst ging ik op zoek naar een goed bekendstaande tandartspraktijk; dat doet TripAdvisor nog niet voor ons. Tijdens een lunch bij trendy restaurant Fat Chow maakte ik een foto van een vooroorlogse Aziatische tandartspraktijk. Zo’n ervaring moet te allen tijde worden vermeden! 

Al surfend, kwam ik terecht bij de Bali International Dental Center, om de hoek van de (medische) faculteit van Denpasar. Een van de tandartsen, dokter Dewa, kon mijn liefje diezelfde dag om 13:00 uur ontvangen. Het was een lange taxirit maar de chauffeur wist de kliniek zonder dralen te vinden. Ze kon meteen doorlopen. De kliniek straalt reinheid en professionaliteit uit. De tandarts was een jonge, frisse kerel op sokken met twee assistenten, zijn praktijk hypermodern. De inlay kwam ongeschonden uit de tas. De arts, opgeleid aan de universiteit van Denpasar, werkte uiterst zorgvuldig, de kroon kon zonder problemen worden teruggeplaatst. Het vierkoppige team was goed op elkaar ingespeeld. Ook de verpleegsters volgden hun opleiding in Denpasar. De kosten van de ingreep lagen op een vergelijkbaar niveau met Spanje. 

De fotograaf zit onder de pijl
Daarna was het tijd voor een verfrissende duik in de ogenschijnlijk schone Balizee met hoge golven, gevolgd door een paar baantjes in het hotelzwembad. Mijn liefje liep een verkoudheid op aan boord van het vliegtuig (vaste prik). Het zoute water spoelde door de holtes. Ze heeft nu een snotkop en snurkt als een Tasmaanse duivel. 

Het lichaam moet even wennen aan Balitijd en aan de tropische temperatuur. We hebben last van jetlag. De regel is dat elk uur tijdverschil (7, in dit geval) een dag aanpassing vraagt. Dat betekent dus dat we een weekje nodig hebben om hier te aarden. Doorgaans nemen we een slaappil op de avonden na aankomst om zo sneller in het lokale ritme te komen. Die pillen laten het nu echter afweten. Gisteravond besloot ik daarom net zo lang door te lezen tot mijn ogen dichtvielen. Dat lukte. Daarna was ik echter klaarwakker om middernacht, om 2 uur en om 4 uur. De goede kant van de zaak is dat ik lekker opschiet in de boeiende romans van Daniel Silva (over kunstroof, Nazi's en de schandelijke rol van Zwitserse bankiers) maar ik heb wallen tot op mijn borsten! Bovendien is het heet voor de tijd van het jaar; zelfs Balinezen schijnen er last van te hebben. Het regent al tijden niet substantieel, het land is dan ook erg droog, dat zagen we zowel vanuit de lucht als op de autoroute van zuid naar noord.

Gisteren brak het moment van weerzien aan met onze lieverdjes in Bali. Elsa appte rond vier uur dat ze bij de receptie stonden. Wij hadden na aankomst al hun kado's op een tafel uitgestald. Elsa geeft die doorgaans verspreid over de weken dat we aanwezig zijn. Wij besloten deze keer dat ze alles mogen zien en regelmatig iets uit de stapel mogen pakken. 

Yuda kwam als eerste aangelopen met een prachtig bloemstuk. Hij was getooid als Indiaan, met vredeskleuren op zijn lieve gezicht. Damai, vrolijk onze namen uitroepend, danste om ons heen. Mijn liefje en ik keken even de kat uit de boom: zouden ze nog wel willen worden opgetild en geknuffeld? Na overhandiging van het boeket sloten vier bruine armpjes zich spontaan om twee witte lichamen. Dat was fijn thuiskomen. Het werd ouderwets gezellig met een zwempartijtje en een gezamenlijke avondmaaltijd onder de klapperboom. De ventjes kozen voor spaghetti bolognaise, wij aten Indonesisch. 

Elsa had nóg een verrassing voor ons in petto: in de afgelopen periode kreeg ze de beschikking over een spiksplinternieuwe auto-van-de-zaak en haalde ze haar rijbewijs. Dat was de verrassing waarover ze ons weken geleden in spanning hield. Ze heeft thans twee banen die goed samengaan: de ene in een Nederlandstalige huishouding, de andere op internet. Langs die weg verkoopt ze gezondheidsproducten, af en toe legt ze daarvoor huisbezoeken af. Ze blijkt een dermate goede consulente dat ze zich met haar bonussen een fraaie Toyota kan veroorloven die ze ook voor zichzelf mag gebruiken. Deze maand staat haar auto met chauffeur Ketut tot onze beschikking, meldde ze ons met glimmende ogen. We noemen haar nu grappend Dokter Elsa. Het legt haar en haar gezin geen windeieren, we zijn trots op deze ondernemende, hardwerkende jonge vrouw.