Translate

donderdag 18 februari 2016

Hoi-hoi

Onze rondreis door Sri Lanka onder begeleiding van chauffeur Francis eindigt morgenochtend maar we stappen pas over enkele dagen op het vliegtuig naar Spanje. Ra-ra, hoe kan dat… Welnu, het is een vergissing van onszelluf. Toen wij het eerste reisvoorstel uit Sri Lanka ontvingen, stond er een latere begin- en einddatum in het programma. Die einddatum bleef in ons hoofd hangen. Toen mijn liefje de terugvlucht naar Spanje boekte, hield ze dan ook niet de laatste dag van de rondreis aan maar die vermeende vertrekdatum. Ik controleerde en corrigeerde dat niet.

We blijven samen dus vier nachtjes langer aan de zuidkust van Sri Lanka. Geen probleem, al ruiken we de stal. De regelmatige lezer weet dat wij liefhebbers zijn van oceanen, zeezoogdieren en strandleven. We wandelen regelmatig langs het strand en ook hier maak je dan van alles mee. Tijdens zo’n wandeling werd ik, na een snorkeluitje, uitgenodigd om een vissersboot op het droge te helpen. 
Als lokale vissers dat met hun netten doen, roepen ze bij elke krachtsinspanning hoi-hoi. Als het een boot betreft, roepen ze niets. Dan sparen ze energie om hard met hun rug tegen een dwarsbalk te kunnen duwen. Mijn bijdrage was niet substantieel maar leuk was het wel. Aan het einde van het werk kreeg ik door de man aan mijn linkerzijde een sigaret aangeboden. Sri Lankanen zijn doorgaans dun en pezig. Volgens onze chauffeur is dat vooral omdat ze spijzig eten. Dat gaat voorbij aan het feit dat hun leven met name bestaat uit zwaar fysieke arbeid. Desalniettemin volgde ik hun voorbeeld door zeer regelmatig pittige curry te eten; dat legde mij geen windeieren. (Ha!)

Balaenoptera musculus (foto: Wikipedia)
Dat was lang niet alles wat zich aan zeezijde afspeelt. De blauwe vinvis zag ik nooit met eigen ogen dus vol verwachting klopte mijn hart: het dier is hier namelijk in season! Doorgaans zie je als toeschouwer ongeveer een derde van het dier; de rest ligt onder water. We stonden om 5 uur 's ochtends op voor een goede plek aan boord van de boot die lag afgemeerd in de haven van Mirissa. 

Eerst moesten we ter plekke met cash betalen (creditcards werden niet geaccepteerd), daarna moesten elders de tickets worden opgehaald, vervolgens moesten we te voet over de vismarkt omdat de chauffeur van mening was dat hij de auto niet door de drukte kon manoeuvreren (hetgeen niet het geval bleek te zijn). Eenmaal bij de boot aangekomen, konden we nog net op de laatste rij twee (van drie) krappe stoelen bemachtigen. Het bovendek was vrij maar daar moest je op een kussen op de grond zitten en dat willen wij geen van beiden: overeind komen op een wiebelboot is immers geen sinecure. Tot mijn verbazing bleven er passagiers binnenstromen, vooral Chinezen. Een (Engelssprekend) Aziatisch gezin met peuter  vond nog twee stoeltjes achter elkaar en toen waren de zetels op. Niet veel later stapten twee Britse bejaarden aan boord voor wie geen zitplaats vrij was. Iemand van de bemanning sommeerde het Aziatische stel op onvriendelijke manier plaats voor de ouderen te maken. Begrijpelijk maar toch ook weer niet: voor de ouders en het kleintje waren de kussens op het bovendek evenmin een optie. Ze stonden in eerste instantie op maar keerden weldra op hun schreden terug en eisten hun zitplaats terug.

Het oude echtpaar moest separaat zitten, de echtgenote nam mopperend haar stoel in. Pas toen twee inspecteurs van de overheid aan boord stapten, hield de stroom op. Toen bleek nog een tweede boot uit te kunnen varen. Dat geprop duidde wat mij betreft op het boevengehalte van de tour operator... We gingen om 7 uur het water op. De bemanning stond achter op het dek te roken, terwijl wij ongeveer anderhalf uur op woelige baren voeren. Voor de zekerheid accepteerden wij ieder een gemberpil die we voor vertrek met ruim water innamen. 
Het precieze aantal kotsende Chinezen zal ik je besparen maar de rest van hen lag binnen een uur te slapen. De pil had hoogstwaarschijnlijk een knockout-effect op die kleine lichamen. (Wij werden overigens op de terugreis ook slaperig en deden een middagslaapje in ons hotel.) Onderweg zagen we een grote groep kleine dolfijnen en na lang zoeken werd één blauwe vinvis gespot. Heel in de verte zag ik een wolk waterdamp, daar kwam de grote walvis kennelijk naar het wateroppervlakte, om snel daarna weer onder te duiken. Het duurde ongeveer tien minuten voordat het dier weer bovenkwam; ook op minstens 100 meter afstand. 

Onze kapitein was telkens te laat, hij draaide zijn boot niet om iedereen een glimp van het dier te geven en nadat de walvis drie keer bovenkwam, besloot hij al eerste naar de haven terug te keren. Alle andere boten bleven liggen waar ze lagen, wij gingen met hoge snelheid terug, onder luid gemopper van onze kant. Ik maakte precies tien foto’s van een deel van de walvis. Wat een tegenvaller... en mijn zonnebril verdween ook nog in de golven! Mijn liefje serveerde de prestaties van het betreffende touring-bedrijf op gepaste wijze op Tripadvisor af.

De ochtend erna stonden we fris en fruitig op om langs de zuidkust naar het fort van Galle te rijden (uit VOC-tijd). Langs die route vind je in een aantal vissersdorpen Sri Lanka’s beroemde steltvissers die we met plezier fotografeerden. Het zijn ware acrobaten: met de ene hand houden ze zich vast aan een paal die vaststaat op het rif, met de andere hanteren ze een lijn en hopen op een beetgrage vis. Je vindt de natuurlijke vissers vooral in de vroege ochtend en de late middag. Na de tsunami van 2004 zijn het er echter niet meer zoveel... Tegenwoordig zijn het vooral 'acteurs' die voor de foto poseren. Ze laten je daarvoor een aardige tip betalen maar de meeste toeristen maken daartegen geen bezwaar. Zo ook ik. Het is immers een apart gezicht. 

In het daarop volgende vissersdorp Koggala bezochten we het plaatselijke Turtle Conservation Project. Ze vangen daar schildpadden op die in netten van vissers terechtkomen. Soms zijn de dieren gewond en worden ze verzorgd totdat ze kunnen worden teruggezet. Ze stellen echter tevens eieren van schildpadvrouwtjes veilig, die broeden over een drie kilometer breed strand. De manager van het project vertelde ons dat ze elke nacht eieren rapen. Sommige vrouwtjes kwamen dit seizoen al drie keer naar het strand om eieren te leggen: 109, 136 en 120 stuks. Het wordt keurig bijgehouden en de eieren liggen goed beschut in het zand in hun opvang. Wij adopteerden ter plekke twee kleintjes die klaar waren om de (boze) wijde onderwaterwereld te betreden. Mijn keuze viel op een groen schildpadje dat ik BareLanka doopte. Mijn liefje viel voor Sweetie, een piepkleine hawksbill turtle. We moedigden de diertjes tot in de branding aan om het ruime sop te kiezen. Die van haar was rapper dan de mijne. Slechts 1:1.000 schildpadjes overleeft de oceaan. Kasian.

We reizen morgen verder zuid-westwaarts naar badplaats Hikkaduwa, waar we twee nachten zullen blijven in een kleinschalig boutique hotel met fantastische keuken. Er valt ook veel te zien onderwater dus het snorkelsetje komt weer uit de reistas.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten