Translate

zaterdag 9 juni 2018

40 jaar later

Ik ben blij dat de Partido Popular, de Volkspartij in Spanje, onlangs uit het zadel werd gewipt. De regelmatige lezer weet dat ik zeer intolerant ben jegens corruptie. Deze  politieke partij maakte er op een dermate grote schaal een potje van dat deze ‘boevenbende’ niet langer aan de macht kon blijven. Ze werden weggestuurd door een motie van wantrouwen. Enkele dagen later las ik dat voormalig minister-president Rajoy niet alleen aftrad maar zich volledig uit de politiek terugtrekt. Zelf zal ik er niet van wakker liggen.

Het is nu tijd voor de PSOE en de eerste stappen van de nieuwe regering zijn veelbelovend. Zo installeerde Pedro Sanchez elf vrouwen in zijn nieuwe kabinet, een historisch record. Daar kan premier Rutte nog heel wat van leren. 

De vice-president is een vrouw die tevens de nieuwe functie van Minister van Gelijkheid vervult (Carmen Calvo). Vrouwen bekleden voorts de functies van Minister van Economie (eurofiel Nadia Calviño), Minister van Justitie (Dolores Delgado), Minister van Defensie (Margarita Robles), Minister van Financiën (María Jesús Montero), Minister van Werkgelegenheid, Migratie en Sociale Zaken (Magdalena Valerio), nieuwe Minister van Ecologische Transitie (Teresa Ribera), Minister van Onderwijs en Bestuur (Isabel Celaá), Minister van Gezondheidzorg en Welzijn (Carmen Monton) en nieuwe Minister van Territoriale Politiek en Openbare Diensten (Meritxell Batet). Slimme vrouwen die hun sporen verdienden, met veel relevante ervaring. Gelijkheid, migratie en ecologie, enkele typisch linkse hobby’s, krijgen veel aandacht en dat lijkt mij een goede zaak. De belasting zal volgend jaar wel omhoog gaan maar dat moet dan maar…

Waar ik ook op hoop, is dat de nieuwe regering serieuze stappen voorwaarts gaat zetten als het gaat om de herdenking en verwerking van Spanje’s Franco-verleden. Iedereen weet dat Francisco Franco een dictator was die in 1939, na de Spaanse burgeroorlog, de macht greep. Hij overleed in 1975 op hoge leeftijd, als vrij man. In 1978 werd een nieuwe Spaanse grondwet ingesteld en werd het land officieel een democratische monarchie.

Tijdens Franco’s dictatuur werden politieke tegenstanders vermoord, vakbondsmensen en intellectuelen naar heropvoedingskampen gestuurd, baby’s bij ouders weggehaald en in francistische kinderloze families geplaatst. Er liggen meer dan 100.000 lichamen in ongemarkeerde massa- en oorlogsgraven door het hele land. Hoe is het mogelijk dat vandaag de dag Spanjaarden overlijden die nog steeds niet weten wat er destijds met hun geliefden gebeurde? Dat er duizenden kinderen zijn die niet weten wie hun echte ouders zijn? In een katholiek land als Spanje, mijn tweede Vaderland? Tja.

Wat wellicht minder bekend is, is dat de Partido Popular, partij van conservatieve christen-democraten, na de dood van Franco werd opgericht door diens Minister van Binnenlandse Zaken (Manuel Fraga). Deze -vaak regerende- partij sprak zich nooit openlijk uit over de gruweldaden die door Franco en zijn fascisten werden begaan;  laat staan dat de partij zich ervan distancieerde. De Franco-aanhang gaf zich over na diens overlijden en in ruil daarvoor kreeg men de toezegging dat niemand zou worden vervolgd of veroordeeld voor gepleegde misdaden. Er zou zelfs niet meer over de periode worden gerept.

In een amnestiewet van 1977 legde een PP-regering officieel vast dat niemand ter verantwoording kon worden geroepen voor diens daden. Franco’s geschiedenis verdween in de beginjaren van de prille democratie zelfs geheel onder het carpet. Daarmee begon het grote zwijgen in Spanje. Dit ongeschreven Pact van Vergeten duurde tot 2000, het jaar waarin het eerste graf met Franco-slachtoffers werd geopend.

De vorige socialistische regering introduceerde in 2007 de Ley de Memoria Histórica. (Minister-president Zapatero’s grootvader werd als een van de tienduizenden door Franco’s fascisten geëxecuteerd.) De doos van Pandora moest open. Hiermee werden de slachtoffers aan beide zijden van de Spaanse burgeroorlog voor de eerste keer in de 20ste eeuwse democratie erkend, werd recht gedaan aan de slachtoffers van het Franco-regime en recht verleend aan hun nabestaanden, en werd het fascistische regime formeel veroordeeld. De PP stemde destijds tegen de wet, samen met een Catalaanse linkse partij die de wet niet ver genoeg vond gaan.

In The Guardian las ik onlangs dat vandaag op een festival in Sheffield (Verenigd Koninkrijk) een Spaanse documentaire wordt vertoond, getiteld ‘El Silencio de los Otros/The Silence of Others’. Deze film verscheen eerder op het internationale filmfestival van Berlijn (februari 2018) waar het prijzen won. De bekende Spaanse broeders Almodóvar waren bij dit project betrokken. Het is een poging om de lange stilte te doorbreken. De opnames duurden zes jaar en leverden 450 uren film op van rechtzaken die nabestaanden van slachtoffers van het fascistische regime van Franco aanspanden in Spanje en Argentinië. Die rechtzaken worden 40 jaar later gevoerd door kleinkinderen die met de wet van 2007 in de hand opening van graven afdwingen via de rechter. Rechtzaken duren voort, nieuwe zaken dienen zich aan. Vergeten worden de slachtoffers nooit.

Ik heb geen idee of de documentaire in roulatie gaat in Spaanse bioscopen maar ik houd mijn ogen en oren wijd open. Wel bekeek ik de trailer alvast online. Daarin zie je een oude vrouw langs de kant van een snelweg zitten; een bosje bloemen is aan de vangrail bevestigd. Onder het asfalt van die snelweg ligt een geliefde, in een anoniem massagraf. Ontroerend.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten