Translate

woensdag 21 oktober 2026

Twintig jaar

Vriendin Bernadette logeerde recent bij ons. We vierden het weerzien in persoon en 20 jaar vriendschap. We ontmoetten elkaar tijdens een rondreis op Fraser Island (Australië). Wij woonden destijds al in Spanje. Ze kwam ons met enige regelmaat opzoeken of we troffen elkaar in Nederland als wij daar met de caravan op de camping in Kijkduin vertoefden. Zij was de eerste persoon die kwam logeren in ons huis op Bali en op ons huidige adres.

Ons 10-jarig jubileum vierden we wederom in Australië. Samen brachten we Oudejaarsavond in Sydney door, met zicht op de verlichte Harbour Bridge. Samen maakten we ook een leuke rondreis door Andalusië. Ons huidige lustrum vierden we hier, met lange gesprekken, lekkere hapjes, uitjes naar andere vrienden en andere plekken. Naast enkele gigantische regenbuien (er viel een recordhoeveelheid water in grote delen van het land) hadden we deze keer uitstekend weer.

Wie ook haar 20-jarig jubileum viert, is de Spaanse zangeres Diana Navarro. Zij trad op in het Internationaal Auditorium van Torrevieja en wij zaten gedrieën op de (bijna) eerste rij.

Sommige stemmen kruipen onder je huid en laten je niet meer met rust. Die van Diana Navarro behoort tot deze categorie, wat mij betreft. De uit Málaga afkomstige artieste viert dit jaar (en een deel van volgend jaar) haar twintigjarig jubileum. Momenteel maakt ze een tour door het land, getiteld ‘Ya no estoy sola’ (ik ben niet meer alleen), een feestelijke terugblik op twee decennia waarin zij Spaanse muziek een heel eigen gezicht gaf.

Haar verhaal als artieste begon in 2005 met het album ‘No te olvides de mí’ (vergeet mij niet). Haar doorbraak naar het grote publiek kwam door het lied ‘Sola’ (alleen). Met haar repertoire blies Navarro nieuw leven in de traditionele Spaanse copla, een genre waarin dramatiek, hartstocht en tragiek van oudsher hand in hand gaan. Deze muziekstroming wordt ‘copla andaluza of canción española’ genoemd, een zang- en muziekstijl die bekend is van zijn theatrale, emotionele en verhalende karakter. Deze stijl bloeide op rond de jaren '30 van de vorige eeuw en combineert elementen uit de Spaanse volksmuziek, flamenco en zarzuela met een orkestrale of gitaarbegeleiding.

Flamenco, zarzuela, pop en zelfs elektronische klanken vonden eveneens hun weg naar haar muziek. Traditie en vernieuwing ontmoeten elkaar in een muzikale storm die zowel temperamentvol als verfijnd is.

En dan die stem! Wie Diana Navarro live hoort, begrijpt onmiddellijk waarom haar vocale vermogen zo vaak onderwerp van bewondering is. Haar stem kan fluisteren als een intieme bekentenis, om vervolgens met een bijna onwaarschijnlijke souplesse in volume uit te barsten. Ze rijgt de ene vocale versiering aan de andere, maakt duizelingwekkende melodische omwegen en laat noten soms zo lang nagalmen dat je je afvraagt waar ze de adem vandaan haalt. Niet voor niets wordt ze ‘de zangeres met drie longen’ genoemd. Het is beeldspraak maar wel een veelzeggende: haar adembeheersing, lange frasen en explosieve uithalen wekken de indruk dat haar longcapaciteit grenzenloos is.

Ook de vergelijking met ‘de zigeunerversie van Céline Dion’ duikt op in beschrijvingen van haar. Daarmee wordt niet zozeer een letterlijke muzikale gelijkenis bedoeld maar wel de combinatie van een spectaculair stembereik, krachtige uithalen en emotionele intensiteit, die een publiek tot op de achterste rij raakt. Navarro stamt zelf niet uit een zigeunerfamilie maar haar muziek wordt daarmee wel geassocieerd vanwege de hartstochtelijke flamenco- en copla-geïnspireerde inslag. Waar Dion haar kracht doorgaans vindt in de internationale popballade, wortelt Navarro diep in de Andalusische ziel. Die legde ze tijdens het concert regelmatig bloot en daar genoot ik van. 

Geliefde oude nummers als ‘Sola’, ‘El perdón’ en ‘24 rosas’ werden vergezeld van nieuw werk. Er zat ook een opzwepende versie van het lied ‘Se dice’ (ze zeggen...) in het avondprogramma, met Navarro op de achtergrond gewikkeld in een regenboogvlag tijdens een Gay Pride-festival in Madrid waarmee ze de LGBTIQ-gemeenschap een hart onder de riem stak (steekt). Het lied gaat over vrijheid in de liefde, zonder vooroordelen. Ze heeft ook een lied in haar repertoire waarin de liefde tussen vrouwen wordt bezongen, getiteld ‘Una flor como la mía’. Dat zong ze die avond niet. Voor ons drieën maakte dat niets uit, onze liefde blijft toch wel bestaan. Daar helpen logeerpartijtjes als deze goed bij! 

Twintig jaar na haar doorbraak stond Diana Navarro niet op het podium als een nostalgische herinnering maar als een artieste die haar eigen traditie levend houdt. Bernadette, mijn liefje en ik troffen in haar wederom een ontmoeting met de ziel van Andalusië. Voor ons een nostalgische herinnering aan een eerdere rondreis samen. Het werd een genoeglijke avond. We vierden 20 jaar passie en flamenco. En vriendschap! 

Navarro bezong die avond dat ze niet meer alleen is... mijn liefje en ik wel. Onze vriendin is inmiddels weer op weg naar Nederland. De foto’s van de zangeres zijn van haar hand en de mijne. 

 

P.S. Een deel van deze tekst las ik op Navarro’s eigen website.


vrijdag 16 oktober 2026

Van ons allemaal

Onlangs las ik een interessant interview met Marleen Stikker (1962) in de serie ‘Het ideaal’ (Volkskrant). Daarin worden mensen geïnterviewd die hun leven wijden aan een ideaal. Eerder werd Klaas van Egmond geïnterviewd. Over hem en zijn idealen blogde ik in juni (titel van een tweeluik ‘Zorgen voor morgen’). Deze serie interesseert mij zeer.

Stikker was in de jaren '90 van de vorige eeuw oprichtster van het internetplatform ‘De digitale stad’. Deze excentrieke internetpionier heeft mij altijd geboeid, toen en nu; als mens en ondernemer. Zelf was ik ook al vroeg in mijn carrière (jaren '80 van de vorige eeuw) actief in de informatietechnologie en bepalende mensen stonden op mijn vizier. 

Zij schreef het boek ‘Het internet is stuk’ in 2019, over hoe grote technologiebedrijven (Big Tech) en commercieel kapitaal het internet overnamen, waardoor onze digitale soevereiniteit, privacy en democratie werden aangetast. Maar dat kunnen we veranderen, is haar mening. Het boek is gratis te downloaden (in PDF-vorm) via de website van Waag Futurelab, een onderzoeksinstituut en culturele instelling die Stikker met Christine Nevejan oprichtte.

In het VK-interview geeft Stikker een boekentip: ‘De man zonder eigenschappen’ van de Oostenrijkse auteur Robert Musil. Dit nogal filosofische boek dat bol staat van de ironie -over de industriële revolutie die de menselijke waarden van destijds onder druk zette- maakte grote indruk op mij toen ik het las als jongvolwassene. Het beschrijft een samenleving op drift waarin hoofdpersoon Ulrich staat voor iemand die zich aan elke situatie aanpast zonder zich ermee te verbinden. Dit boek werd destijds door Duitse auteurs uitgeroepen tot de belangrijkste roman van de 20ste eeuw.

Stikker vertelde in het interview dat Elinor Ostrom (1933-2012) een grote inspiratiebron was voor haar. Ik dook in het verhaal van deze Amerikaanse. In 2009 gebeurde iets bijzonders in de wereld van de economie. De Nobelprijs ging voor de eerste keer naar een vrouw: Elinor Ostrom was de bekroonde. Ze kreeg de prestigieuze prijs voor de analyse van economisch bestuur, vooral voor gemeenschappelijke voorraden (commons). Haar werk bracht een dominant economisch idee aan het wankelen. Gemeenschappelijke hulpbronnen moeten uiteindelijk óf door de staat, óf door burgers worden beheerd om niet ten onder te gaan aan misbruik. In 2018 werd het nieuwe gebouw van de faculteit der Management wetenschappen van de Radboud Universiteit naar haar vernoemd.

Ostrom onderzocht hoe mensen in de praktijk samen bossen, visgronden, irrigatiesystemen en andere schaarse hulpbronnen beheerden. Haar conclusie was eenvoudig maar verstrekkend: mensen zijn niet uitsluitend egoïstische individuen die zoveel mogelijk voor zichzelf willen nemen. Gemeenschappen kunnen regels maken, verantwoordelijkheid nemen, elkaar aanspreken op gedragingen en gezamenlijk zorgen voor wat zij delen. De volgende stelling is daarom bekend als de wet van Ostrom: een ordening van hulpbronnen die in de praktijk werkt, kan ook in theorie werken. Zo kwam homo economicus tegenover homo socialis te staan.

Terwijl economen er lang van uit gingen dat gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen automatisch tot overmatig gebruik en uitputting ervan zou leiden, kwam Ostrom tot een tegengestelde conclusie na onderzoek onder kleine groepen die dit probleem onderling hadden opgelost. Ze gaf daarmee het oude begrip ‘commons’ nieuwe betekenis; een begrip dat leidraad werd in Stikkers leven. Commons staat voor iets dat van niemand is. Het is iets waarvan mensen samen gebruik maken en waarvoor zij samen verantwoordelijkheid dragen. Niet de technologie moet centraal staan maar de mens. Niet het bezit staat centraal, wel de menselijke betrokkenheid.

Dat idee lijkt vandaag de dag extra relevant. Kijk naar de wereld waarin we leven... Een steeds groter deel van onze gemeenschappelijke werkelijkheid bestaat uit digitale ruimte. Internet is onze bibliotheek, marktplaats, krant, archief, ontmoetingsplaats en openbare ruimte. Daar bovenop komt kunstmatige intelligentie, die zich steeds dieper nestelt in onderwijs, wetenschap, communicatie, gezondheidszorg, economie en cultuur.

Maar wie bezit en beheert die digitale wereld nou werkelijk?

Een aanzienlijk deel van de infrastructuur (klantbestanden, data, rekenkracht en AI-technologie) bevindt zich in handen van een relatief klein aantal zeer grote ondernemingen en hun aandeelhouders. Dat is niet per definitie verkeerd. Grote investeringen en visionair ondernemerschap hebben indrukwekkende technologische vooruitgang mogelijk gemaakt. In de loop van de tijd ontstaat echter wel een fundamentele vraag: kunnen zaken die inmiddels zo bepalend zijn voor ons leven worden beschouwd als private eigendommen? 

Ostrom stelt in haar werk niet dat alles van de overheid moet zijn. Evenmin zegt ze dat privé-eigendom moet verdwijnen. Haar onderzoek liet juist zien dat er méér mogelijkheden zijn dan de klassieke tegenstelling tussen overheid (gemeenschap) en markt. Er is een derde mogelijkheid: samen beheren wat voor ons allemaal van wezenlijk belang is.

Er is iets merkwaardigs aan de hand met kennis. Als ik een idee met een ander deel, ben ik daarmee niet minder eigenaar van dat idee. Als een wetenschapper zijn ontdekking publiceert, wordt de wetenschap er niet armer van. Integendeel. Kennis groeit juist doordat mensen het delen, verbeteren en hergebruiken.

Hetzelfde geldt voor een groot deel van de digitale wereld. Het internet werd ooit groot dankzij open standaarden, vrije kennisuitwisseling en gemeenschappelijk belang. Wikipedia, open-source software (zoals Linux) en talloze andere open initiatieven tonen dat samenwerking op wereldschaal mogelijk is.

Niet alles van waarde hoeft te worden verkocht. Niet alles dat belangrijk is, hoeft privébezit te worden. Stikkers boek is een oproep om het internet te repareren. Ze pleit ervoor om de mens en publieke waarden weer centraal te stellen in plaats van de economie, door open technologieën te omarmen en betere regulering toe te passen.

Met een beetje goede wil zouden we AI kunnen beschouwen als een soort nieuwe maatschappelijke infrastructuur. Het is krachtig genoeg om onze economie en cultuur te veranderen. Juist daarom is het tè belangrijk om over te laten aan degenen die het meeste kapitaal, de meeste servers of de meeste data bezitten. Daarmee zeg ik niet dat iedere burger morgen eigenaar moet worden van een datacentrum. Het betekent wèl dat we onszelf de vraag moeten stellen of burgers niet juist zeggenschap moeten hebben over technologie die hún leven steeds sterker bepaalt.

Ostrom herinnerde ons eraan dat gemeenschappelijk bezit niet hetzelfde is als vrijblijvend bezit. Een commons vraagt om regels, transparantie, toezicht, wederkerigheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Het vraagt om mensen die niet alleen rechten opeisen maar ook bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen.

Een samenleving wordt niet bepaald door wat mensen individueel bezitten maar juist door wat ze samen hebben en beheren.

In een tijd waarin een handvol machtige technologiebedrijven steeds meer invloed heeft op de informatie die wij tot ons nemen en de intelligentie die we ontwikkelen, is de gedachte van Elinor Ostrom heel interessant. Haar kijk nodigt ons uit vooruit te denken. Internet is immers vooral een publieke ruimte.

Kunstmatige intelligentie (AI) is niet uitsluitend een commercieel product. Het is tevens een maatschappelijk product, een gemeenschappelijke infrastructuur. De technologie wordt doorgaans voor burgers ontwikkeld. Waarom zouden we dan niet een stap verder gaan? Waarom ontwikkelen we het niet met elkaar? En waarom zou het niet (deels) door burgers wordt beheerd? Internet is van ons allemaal en daarom onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Kom daar eens om bij Elon Musk, Mark Zuckerberg, Sam Altman, Sundar Pinchai en Dario Amodeis, tech-bro's en belangrijkste spelers in de huidige digitale wereld. Stuk voor stuk mannen die hun verantwoordelijkheid juist niet lijken te nemen. Tja.


zondag 11 oktober 2026

Oktober borstkankermaand

De meteorologische herfst trad aan, de dagen worden korter en de natuur begint langzaamaan in ruststand te geraken. Oktober is wereldwijd ook de maand waarin aandacht wordt gevraagd voor borstkanker, een ziekte die jaarlijks miljoenen mensen raakt. Dit jaar wordt er veel aandacht besteed aan het belang van screening.

Een patiënte die de diagnose borstkanker ontvangt, weet dat het om een serieuze en soms levensbedreigende ziekte gaat. Het is het begin van een serie vragen als ‘wat nu’? Welke behandeling is mogelijk? Kan ik het volhouden? Welke gevolgen heeft de behandeling? Hoeveel tijd rest mij? Hoe vertel ik het aan de mensen van wie ik houd?

Dat traject doorliepen mijn liefje en ik in 2009 toen zij de diagnose borstkanker kreeg. Mijn liefje kwam in handen van een zeer capabel en toegewijd behandelteam in een privéziekenhuis aan de Spaanse Costa Blanca. Als je ons relaas van toen wilt lezen -om welke reden dan ook- kun je klikken op 'behandeling borstkanker in Spanje' in de themawolk in de rechterkolom van mijn blog. Zij was de ideale patiënte die zich met geduld en vertrouwen overgaf aan de situatie, ik trad op als Zuster Clivia, her 'breast friend'. Voor ons is dit geschiedenis, al verlaat een kankerervaring je nooit meer. Niet als ex-patiënte, noch als partner of andere naaste.

In het jaar van haar behandeling kleurde de kop van mijn blog een hele maand roze. Dat doe ik sinds enkele jaren niet meer maar de aandacht voor het onderwerp blijft belangrijk, wat mij betreft.

Tijdens de borstkankermaand van dit jaar staan de nieuwste internationale doorbraken in de schijnwerpers. Precisiegeneeskunde, het veilig vermijden van chemotherapie en de opkomst van slimmere, gerichte medicijnen zijn de belangrijkste onderwerpen. Grote internationale oncologische congressen, zoals de Amerikaanse ASCO 2026 en de Europese ESMO 2026, meldden dit jaar baanbrekende resultaten qua: 

  • Behandeling op maat
  • Minder zware therapieën en nieuwe combinaties
  • Minder invasieve chirurgie
  • Kortere bestralingstrajecten
  • Nieuwe generatie medicatie (de zogenaamde ‘anti-body drug conjugates’)
  • Eiwitprofielen van iedere patiënt, op basis van bloed
  • Onverwachte inzichten (voordelen van afvalmedicatie voor borstkanker, bijvoorbeeld)

De medische wetenschap van nu heeft op veel vragen betere antwoorden dan voorheen. De overlevingskansen van kankerpatiënten zijn sterk verbeterd. Tumoren kunnen eerder worden opgespoord, behandelingen worden steeds gerichter en persoonlijker en onderzoekers begrijpen steeds beter hoe kanker bij iemand ontstaat. 

Daar komt een ontwikkeling bij die nog min of meer in de kinderschoenen staat: kunstmatige intelligentie (AI). Het is echter geen futuristisch verschijnsel, de huidige gezondheidszorg maakt al veelvuldig gebruik van AI. ‘Intelligente agenten’ kunnen zeer grote hoeveelheden medische gegevens verwerken en patronen herkennen in mammografieën die voor medici uiterst tijdrovend zijn. Ze kunnen radiologen ondersteunen bij het beoordelen van beelden, helpen om behandelrisico's beter in te schatten en bijdragen aan onderzoek naar de vraag welke behandeling bij welke tumor en welk mens het best past. Dat is een belangrijke stap vooruit. 

De geneeskunde verzamelt al eeuwen kennis door te kijken, te vergelijken en te meten. AI voegt daaraan iets toe wat voor mensen nauwelijks uitvoerbaar is: het vermogen om op enorme schaal verbanden te zoeken tussen gegevens. Waar de arts één patiënte tegenover zich heeft, kan een algoritme leren van gegevens uit duizenden of zelfs miljoenen patiënten. Niet om het werk van de arts over te nemen maar om het menselijk oordeel te versterken. Het gaat dus niet over een machine die een mens vervangt maar over technologie die de grens van het menselijk waarnemingsvermogen opschuift.

Tegelijkertijd moeten we oppassen voor het idee dat technologie automatisch vooruitgang betekent. Een algoritme kan een patroon beter en sneller herkennen dan een arts maar kent de persoon niet die tegenover hem of haar zit. Het kan een waarschijnlijkheid berekenen maar niet voelen wat een uitslag betekent voor een mens van vlees en bloed. Het kan helpen een tumor te vinden maar niet bepalen wat één extra levensjaar voor de mens in kwestie betekent. Juist hierdoor blijft het mensenwerk.

Na 31 oktober verdwijnt de aandacht voor borstkanker gelukkig niet. Wèl is roze oktober een belangrijk deel van het kalenderjaar waarmee zichtbaar wordt gemaakt waar mensenwerk en ervaring, medische wetenschap en technologie elkaar vinden. Voor mij is de vraag ook interessant waar we in dit verband over vijf jaar zullen zijn op het gebied van kanker. Oktober gaat dus niet alleen over roze lintjes, armbandjes en campagnes. Het moet ook het moment zijn waarop we ons als sterfelijken realiseren dat ons lichaam ons soms in de steek laat en dat medici vervolgens zo goed mogelijk proberen te begrijpen hoe dat komt en wat de beste weg voorwaarts is.

De geschiedenis van borstkanker gaat ook over behandelingen die ooit experimenteel waren en nu standaard zijn. Over tumoren die vroeger te laat werden ontdekt en tegenwoordig eerder worden gedetecteerd. Over patiënten die dankzij nieuwe kennis en technologie steeds vaker herstellen en een langer leven van goede kwaliteit kunnen leven.

Nog een tip voor de liefhebster van de eigen borsten: op 7, 8, 14 en 15 november kun je je eigen boobies laten tekenen door kunstenares Fela Walvisch, in het kader van haar project ‘Tits on Wheels’. Zij rijdt rond in een busje en noemt zichzelf de eerste Nederlandse tietenportrettiste. Dit project vindt plaats in de Volharding in Haarlem.


woensdag 7 oktober 2026

Leeshonger

Deze week is het Banned Book Week in de Verenigde Staten. Er zijn daar in het afgelopen jaar meer boeken in de ban gedaan dan ooit. Opmerkelijk is dat voor het onderzoek naar ‘verboden’ boeken steeds vaker gebruik werd gemaakt van AI chatbots. De meeste boekverboden gelden in de staten Texas en Florida waar Republikeinen stevig in het zadel zitten. Sinds 2021 zijn er meer dan 22,800 boeken in 45 Amerikaanse staten verbannen. 

In 2025 werd 92% van alle bezwaren tegen boeken ingediend door pressiegroepen, overheidsfunctionarissen en beleidsmakers, een stijging van 72% ten opzichte van 2024. Minder dan 3% van de bezwaren was afkomstig van bezorgde ouders. Als je dan ziet welke boeken op deze lijst staan, kun je niet anders dan je concluderen dat Amerika onder Trump & Co. een bananenrepubliek is geworden. Op die lijst staan finalisten van de National Book Award, American Library Association Best Book for Young Adults, New York Times bestsellers, TIME Magazine #1 literaire fictie, No. 1 bestseller auteurs. Zelfs ‘Het achterhuis’ van Anne Frank is de klos, vanwege expliciete seksscenes. Tja.

Het bannen van boeken beperkt de vrijheid om te lezen waardoor scholieren geen toegang meer hebben tot verschillende meningen, stemmen, perspectieven en literatuur [..], aldus de ngo PEN America.

Daarentegen is het deze week Kinderboekenweek in Nederland. Joehoe! Afgelopen weekend las ik een interessant interview in de Volkskrant met de Brit James Marriott (33). Als fanatieke lezer vormt hij meer en meer een uitzondering. Zijn vader, een leraar op de middelbare school, las hem als kleintje voor totdat hij zelf leerde lezen. Voor de wereld zijn de gevolgen van ontlezing catastrofaal, betoogt hij in zijn eerste boek ‘The New Dark Ages’ dat recent in Nederlandse vertaling verscheen met de titel ‘Een wereld zonder boeken – Wat ontlezing met onze samenleving doet’. Hij meent dat een wereld vol schermen maar zonder boeken dommer en vijandiger zal zijn.


Illustratie: Tessa Biemans
De Kinderboekenweek is ook voor mij, oude boekenveelvraat, een heugelijk feit. Het zijn voor mij geen kinderboeken meer maar een goed kinderboek gaat een leven lang mee in iemands hoofd. Dat weet ik uit ervaring. Van binnen zit nog altijd dat meisje dat in haar kindertijd eerst werd voorgelezen totdat ze het zelf kon en daarna heel graag ging doen. In mijn geboorteplaats was een goedgevulde bieb die ik wekelijks (soms meermaals) bezocht. 

Ik herinner mij niet dat mijn ouders veel boeken kochten voor ons kids maar er stond wel een gevulde boekenkast in huis. Aan die titels, zoals ‘De gebroeder Karamazov’ (Fjodor Dostojeski), ‘Het achterhuis’ (Anne Frank), ‘Oorlog en vrede’ (Leo Tolstoj) en ‘Brug over de rivier Kwai (Pierre Broulle), kwam ik later toe. Sinds ik kan lezen, verslind ik boeken. Deze verslaving duurt al mijn hele leven en dat betreur ik niet!

Als kind nuttigde ik boeken aan het ontbijt, 's middags bij de thee en 's avonds stiekem onder de dekens, met een zaklamp. Voor ik het wist, was het echt laat. Mijn vader riep dan vanaf de trap: “Licht uit!” Ik weet niet meer wat mij eerste kinderboek was maar het moet boeiend genoeg zijn geweest om te denken: op naar de volgende! Het leesvuur in mijn hoofd bleef altijd branden.

Ik racete met de jongens van ‘De Kameleon’ (Hotze de Roos) door Friese wateren terwijl ik al wel kon zwemmen maar nog niet kon varen. De Kameleon-jongens waren voor mij geen papieren personages maar vrienden die elk moment bij mij thuis konden aanbellen. En wat een heerlijke plek was de Petteflet (Annie M.G. Schmidt)! Daar kon je zomaar mensen en dieren tegenkomen die je in het gewone leven nooit zou ontmoeten. Het was er rommelig, wonderlijk en verslavend leuk. Ik zat met Pluk in zijn rode kraanwagentje om de wereld te ontdekken. Met ‘Koning van Katoren’ (Jan Terlouw) leerde ik dat één dappere jongen met veel verstand en een flinke dosis koppigheid (Stach), een heel land in beweging kon krijgen. Een van zijn taken speelde zich af in de stad Decibel, waar hij de overlast van schreeuwende vogels moest oplossen. Ik zou ze nu hun gang laten gaan!

In de loop van de tijd werden de leesboeken serieuzer. Tijdens het lezen van ‘Oorlogswinter’ (Jan Terlouw) zat ik ineens zelf in de kou, tussen gevaar en geheimen, en moest je nadenken over wat goed en fout was. In ‘Kruistocht in spijkerbroek’ (Thea Beckman), geënd op de kinderkruistocht van 1212, stapte Dolf en ik in zevenmijlslaarzen door de tijd. De onverschrokken en dappere Max uit ‘Max en de Maximonsters’ (Boris Sendak) was iemand waartegen ik opkeek. Zo stoer wilde ik ook zijn.

Met ‘De Zevensprong’ (Tonke Dragt) werd lezen -weer- geheimzinnig en een beetje griezelig. Er waren raadsels, vreemde gebeurtenissen en vragen waarop je niet meteen antwoord kreeg. Juist dat vond ik prachtig. Na Pippi Langkous kwamen de ‘Gebroeders Leeuwenhart’ (Astrid Lindgren) bij mij langs. Met dat boek ontdekte ik dat een kinderboek je niet alleen kon laten lachen of avonturen liet beleven. Het kon je ook verdrietig stemmen, je laten nadenken over moed, vriendschap en afscheid. Toen ik het boek dichtsloeg, bleef het verhaal nog lang in mijn hoofd rondtollen. ‘Winnie de Poeh’ (A.A. Milne), de beer met heel weinig hersens, leerde mij hoe je met knuffeldieren moest omgaan. Pluchen Poeh, Knorretje, Teigetje, Kanga en Iejoor zitten al jarenlang op de achterbank van mijn auto. Die liefde ging nooit over.  

Voor de goede orde: de boektitels herinnerde ik mij wel. De inhoud moest ik soms weer even opzoeken op het boek. Hoe het ook zij, elk van deze boeken was in staat om mij van alles te doen ervaren, alsof ik erbij was. Ze inspireerden mij en maakten mij nieuwsgierig naar de wijde wereld. 


Illustratie: Paul Faassen
Door meeslepende kinderboeken wordt een mens een boekenveelvraat. Je krijgt monsters, dieren, oorlogen, verre landen, bijzondere personages, geheimen en ongebruikelijke vriendschappen met de paplepel ingegoten. Je verzamelt papieren vrienden die nooit hebben bestaan maar die desalniettemin belangrijk voor je werden. Jong geleerd, is oud gedaan! 

Het wonderlijke is: hoe ouder je wordt, hoe meer je beseft hoeveel boeken je nog niet hebt gelezen. Mijn honger is dus nog lang niet gestild. Tegenwoordig lees ik niet meer stiekem maar nog steeds onder de dekens met het bedlampje aan. Lezen voor het slapengaan schijnt sowieso gezond te zijn voor lijf en leden. De kwaliteit van je nachtrust neemt erdoor toe. 

Soms, als ik een oud kinderboek opensla, ben ik weer voor even dat jonge meisje van toen. De wereld van boeken bestaat uit eindeloze verhalen die je geest en je wereld verrijken. Nog steeds denk ik: op naar de volgende! Voor een boekenveelvraat als ik bestaat er maar één soort honger die nooit overgaat: leeshonger.


P.S. De lieflijke illustratie in de kop van deze blog is van de Australische illustrator Michael Leunig (1945-2024). Ik ben groot fan van zijn werk.

  

zondag 4 oktober 2026

Dé natuurprominent

Het is internationale dierendag vandaag! De Belgische Tine Hens ontving vorige week de prijs voor het beste Natuurboek van dit jaar in mijn favoriete zondagochtend radioprogramma ‘Vroege Vogels’. Haar boek is getiteld ‘Archief van mogelijk verlies’. Ze duikt in haar eigen natuurgeheugen en schrijft over de planten, dieren en natuurfenomenen die op het punt staan te verdwijnen. De schrijfster werd door de jury vooral geprezen om haar poëtische taalgebruik.

Ik heb het winnende boek niet gelezen en ik weet ook niet of ik dat snel zal doen. Te treurig onderwerp... Een ander boek van een van de vijf genomineerden zal ik eerder ter hand nemen. Dat is getiteld ‘In lange rok de koraalriffen op’, geschreven door Andrea Kieskamp. Het betreft een biografie van de Nederlandse biologe (specialiteit algen) Anna Weber-van Bosse (1852-1942). Dit was een onbekende naam voor mij maar dat is geheel onterecht. Zij was de eerste vrouw in Nederland die een eredoctoraat ontving. Zij was tevens de enige vrouw die een gouden prijspenning van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (HMW) ontving.

In januari 2026 werd een onderzoeksschip in de vaart genomen met haar naam, de RV Anna Weber-van Bosse. Dit innovatieve, duurzame en 80 meter lange vlaggenschip van het oceaanonderzoek in Nederland is ontworpen op basis van de toekomstige behoeften van de Nederlandse mariene onderzoeks gemeenschap. Zo is het nieuwe schip geschikt voor het gebruik van methanol en kan het dicht bij de rand van het zee-ijs in het Noordpoolgebied en Antarctica werken. Het schip is uitgerust met ruimere laboratoria, meer accommodaties en modernere apparatuur dan haar voorganger RV Pelagia. 

Bij de prijsuitreiking was ook sneldichteres Dominique Engers aanwezig. Speciaal voor deze gelegenheid schreef ze een gedicht. Hieronder tref je enkele coupletten aan.

De wekker ging vroeg voor de natuurliefhebber,
Weg met de iPad, de sleur en de gebber.
We stemden massaal af op de radiozender,
Voor de groenste datum op onze kalender.
Want Vroege Vogels bracht taart en vertier:
Het beste natuurboek van '26 is hier!

Geen spoor van AI of van digitale praat,
Maar puur leesplezier van de hoogste graad.
Van motten en vogels tot modder en veen,
De jury las stapels, ze gingen overal heen.
Vijf prachtboeken stonden er op de lijst,
Met liefde geschreven en groen ingelijst.

Of het nu gaat om het zingen van mezen,
Of wroeten in aarde om klei te gaan lezen,
Elke auteur verdient een ovationeel applaus,
Voor boeken zo puur, ver weg van de ruis.
De winnaar gaat strijken met eer en een prent,
En is vanaf nu dé natuurprominent!


Knap, hoor! Dit is niet het gehele gedicht dat Engers voordroeg tijdens de uitzending. Wat zij voorlas was minstens een keer zo lang en benoemde ieder van de (5) genomineerden voor deze mooie boekenprijs. Dit excerpt is echter leuk genoeg om het te delen.

Bij deze prijs hoort een prent van de Rotterdamse illustrator Raoul Deleo. Hij studeerde af aan de Willem de Kooning Academie. Met name de natuur inspireert hem. Hij is bekend om zijn fantasierijke afbeeldingen. Voor deze gelegenheid tekende Deleo een vroedvrouwpad die overgaat in het kronkelende lichaam van een paling. Hij gebruikte het lichaam van de paling als een soort tijdlijn. Als je de kronkelende beweging vanaf de pad terug in de tijd volgt, zie je dat de kleur geleidelijk uit de tekening verdwijnt. Dat symboliseert ons geheugen en verwijst naar het zogenaamde Shifting Baseline Syndrome, waarover prijswinnares Hens vaak spreekt en schrijft.

Het betekent dat mensen van elke nieuwe generatie vergeten hoe rijk de natuur vroeger was, waardoor onze definitie van 'normaal' steeds verder achteruitgaat. Dat is ook de reden waarom er maar drie spreeuwen in het werk zijn te zien. Waar je vroeger enorme zwermen van duizenden vogels zag, toont zijn tekening er slechts drie en slechts één daarvan is amper half ingekleurd.

De regelmatige lezer herinnert zich waarschijnlijk dat mijn liefje en ik vorig jaar naar Extremadura gingen om in die autonome Spaanse regio migrerende kraanvogels te zien. (Hier vind je het webalbum van dat uitstapje.)

In voorbereiding op die reis legde ik contact met een lokale deskundige die ik in mijn blogs Señor José noemde. Het betrof een 57-jarige verpleegkundige en amateur ornitholoog, die al bijna 40 jaar onderzoek doet naar het gedrag van migrerende kraanvogels. Hij is ook een fervent beschermer van deze bijzondere vogels. Hij gaf mij tips over de plekken waar we foeragerende kraanvogels zouden kunnen zien en wat een goed punt zou zijn om ze te zien overvliegen. Dat is namelijk magisch...

Alhoewel hij voorstelde elkaar te treffen, lukte dat door omstandigheden niet. We betreurden dat aan beide zijden. Hij gaf mij zijn persoonlijke mailadres om ‘de volgende keer’ directer contact te kunnen onderhouden. Nu de tijd van vogelmigratie weer aanbreekt, keek ik weer eens op de website van zijn organisatie (hij is mede-oprichter van Grusextremadura) en trof daar de publicatie van zijn recentste boek aan, getiteld ‘Memorias Grulleras’. Het zijn zijn Kraanvogelmemoires. Dat kon ik niet ongemerkt voorbij laten gaan dus ik stuurde hem een enthousiaste mail.

Ook zijn boek documenteert, net als Tine Hens, de transformatie van het landschap waarin de kraanvogels leven: de achteruitgang van de traditionele dehesa (weidegrond) door de opmars van geïrrigeerd land en intensieve olijfgaarden, de drooglegging van wetlands en het verlies van belangrijke habitats. Dat wisselt hij af met persoonlijke anekdotes, biologische gegevens en een oprecht eerbetoon aan baanbrekende Spaanse natuuronderzoekers zoals José Luis Pérez Chiscano. 

Deze man was botanicus, ornitholoog, apotheker, ecoloog, ontdekkingsreiziger en orchideeënspecialist. De auteur beschrijft de migratieroutes, tellingen op het Iberisch Schiereiland en de trouw aan het thuisland van de migranten. Het boek is een viering van de eeuwenoude seizoensgebonden terugkeer van de kraanvogels naar de geboortegrond van señor José. Het boek verschijnt op 7 oktober. Ik ga het bij de lokale boekhandel bestellen.