Translate

Posts tonen met het label wonen aan de Costa Blanca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen aan de Costa Blanca. Alle posts tonen

zaterdag 29 augustus 2026

Lunar eclipse gids

Het zag er niet erg veelbelovend uit in de aanloop naar de vroege ochtend van 28 augustus. Dat was het moment ruim na middernacht waarop een bijna volledige maansverduistering zou zijn te zien boven het overgrote deel van Spanje. Met het blote oog dus er was geen behoefte aan een eclipsbril. Mijn liefje had mij wel gewaarschuwd dat de kans op bewolking groot was maar ja, zij is nu eenmaal geen Van Leur of Woei. Bovendien had zij de regen die eerder op de avond viel niet voorzien. Daar komt bij dat mijn enthousiasme en optimisme niet waren te temmen.

De telelens van mijn digitale camera is uitermate geschikt voor dit soort situaties dus die stond klaar. Ik zou mijn mooiste maanfoto naar NASA sturen, had ik mij voorgenomen. Geen ingenieus gecomposeerde constructie maar een messcherp beeld van een kleurrijk maanoppervlak. Daartoe had de organisatie mensen wereldwijd opgeroepen. 3.3 miljard mensen, om precies te zijn. Zoveel wonen er in het gebied van de (bijna) volledige eclips.

De wekker was om 4:00 uur gezet. Een tijdstip waarop normale mensen hooguit wakker worden als hun blaas daartoe aandringt. Maar ik had een missie. De maan zou langzaam in de schaduw van de aarde verdwijnen, vervolgens roodachtig kleuren en uiteindelijk als een soort kosmische bloedmaan aan de hemel gaan staan. Voor de wekker was ik wakker, zo gaat het doorgaans bij ervaringen die weleens enerverend kunnen zijn. Met de vastberadenheid van een amateurastronoom trad ik dit avontuur tegemoet. Vriendin Liselotte, woonachtig in dezelfde buurt maar in een andere straat met ander uitzicht, had mij uitgenodigd op haar terras te komen kijken als ik er zin in had.

Ik stapte naar buiten en liep door de poort de straat op, om goed te kunnen zien waar de maan stond aan de hemel en waar het fenomeen zich zou gaan voordoen. Ik liep heen en weer, vooruit en achteruit. Waar ik ook keek, er was geen maan te bekennen. Wel bewolking. Niet hier en daar een decoratieve sluierwolk, nee een compleet dichtgetimmerde hemel. Alsof niet ik maar dit deel van Spanje die nacht onder een grijs dekbed bleef liggen.

Na de aanvankelijk lichte teleurstelling bleef ik hoopvol. Misschien trok het open, misschien was dit plaatselijk. Misschien kwam de maan straks precies door een gaatje in het wolkendek tevoorschijn, zoals dat ook was gebeurd in Aragón toen we recent op zoek gingen naar de volledige zonsverduistering, de diamanten ring en de corona (12 augustus jongstleden; zie blog). We hadden weliswaar een deel van de verduistering door de maan gemist maar de afloop had niet beter gekund. Misschien had ik nu ook mazzel? De maan had immers een reputatie hoog te houden na het succes van de zon. 

Dus regelmatig stapte ik naar buiten, met mijn telelens in de aanslag. Elke keer bleek boven mij een ondoordringbare massa wolken te hangen. Ik keek naar de hemel en de hemel keek terug. Ik had net zo goed mijn Aragonese eclipsbril kunnen dragen.

Op mijn laptopscherm had ik ondertussen de live-uitzending van de maansverduistering staan: 04:45, 05:05, 05:25, 05:45 uur… langzaam werd de maan steeds roder. Prachtig. Ik kon niet wachten dat met eigen ogen te zien, verheugde mij op een soort lokale, hemelse diavoorstelling. In realiteit bereikte ik ongeveer hetzelfde resultaat als wanneer ik de dop op mijn cameralens had laten zitten. Zwart beeld. Rond 06:05 uur begon de frustratie toe te slaan. De maan zou inmiddels (bijna) helemaal rood moeten zijn.


Illustratie 'Eclips' - Konstantin
Sunnerberg 
Maar de realiteit was dat boven mijn stukje Spanje geen maan was te bekennen. Geen verduisterde maan. Geen bloedmaan. Überhaupt geen maan. Alleen maar wolken, zelfs een flink wolkendek. Om 06.45 uur begon de maan volgens schema alweer haar rode gloed te verliezen. Ik bleef dezelfde wolkenpartij zien, zelfs met soms een spatje regen. Tja. 

Mijn liefje, die later uit haar mandje stapte, vroeg me of ik nog een foto had gemaakt van die grijze hemel. (Soms is het een grote pestkop.) Ietwat chagrijnig antwoordde ik ontkennend. 

Rond 07:45 uur was het spektakel voorbij volgens de eclipsgids. Ik had geen enkel bewijs van het kosmische wonder, waarop ik mij zó had verheugd. Miljoenen mensen in grote delen van de wereld hadden tijdens die vroege uurtjes wèl de maansverduistering kunnen zien. Het universum had echter besloten dat juist ik een exclusief arrangement kreeg aangeboden: een geheel verduisterde maan. Ofwel: het grote niets. In grijs-zwart uitgevoerd. 

De maan verduisterde en veranderde inderdaad prachtig van kleur voor vele anderen op de wereld. Kranten in binnen- en buitenland hadden die ochtend reportages die ik met lede ogen aanzag. De aarde wierp haar schaduw daar precies waar het moest. Aan het gezamenlijke ontbijt zei ik mijn liefje enigszins verongelijkt dat ik wel vaak pech had in het geval van astronomische evenementen. Niet dat ik tot dusver veel verduisteringen meemaakte maar het voelde alsof ik er veel had gemist. Andere enthousiastelingen, personen op andere plekken, hadden meer geluk.

Afgelopen nacht, toen moeder natuur mij riep, keek ik door het badkamerraam en zag de maan fel door het raam schijnen. Ik had vrij zicht op die volle, oplichtende bal. Het hemellichaam trok een lange neus naar mij. Mij moet je voortaan niet vragen als gids!

Ik moet er de humor maar van inzien. 'Mijn' maan was er die nacht wel degelijk, ik zag haar alleen niet.


zondag 9 augustus 2026

Op weg naar de Lobetanos

De datum nadert met rasse schreden, de spanning stijgt in Huize Barefoot. Ik blogde er eerder over: mijn liefje en ik gaan de totale zonsverduistering in de autonome regio Aragón meemaken. Net als, naar verluidt, vier miljoen andere astrotoeristen. Op 12 augustus aanstaande bedekt de maan gedurende enkele minuten de zonneschijf volledig, waardoor het landschap verandert: het licht dimt, de temperatuur daalt, de vogels stoppen met fluiten. Terwijl sterren en planeten zichtbaar worden, wordt de normaal onzichtbare zonnecorona in al zijn pracht onthuld. Ik verheug mij erop! 

Vorige week werden nog onweersbuien in het gebied gemeld, specifiek voor die dag. Die voorspelling lijkt te zijn verdwenen. Afgelopen week was het noodweer in het binnenland van Aragón: wind van 80 à 90km per uur, regen tot wel 40 liter per vierkante meter en hier en daar zelfs hagelstenen. Tot op heden werden er in dat gebied geen bosbranden gemeld. Ook die zouden -letterlijk- roet in het eten kunnen gooien. Na de regenval is dat risico afgenomen. Op de dag zelf wordt het zonnig en heet (rond 35 graden Celsius), volgens de recentste voorspelling. 

Wij vertrekken binnenkort naar Albarracín, een klein roze middeleeuws stadje op bijna 1.200m hoogte, dat op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. Het behoort tot de mooiste plekken van Spanje en daarom bezochten we het eerder. Er wordt zelfs gemeend dat het een van de mooiste middeleeuwse plekken op aarde is. Nu hebben we maar één doel: de zeldzame zonsverduistering bij ondergaande zon zien. Op dit verschijnsel moesten bewoners van Spanje meer dan 100 jaar wachten. De volgende eclips gaan we niet meemaken; dat is ook goed om te beseffen. Dit stadje zelf ligt op een unieke locatie, verscholen tussen de bergen aan de voet van de kloof van de rivier de Guadalaviar, hetgeen het tot de perfecte achtergrond voor deze ervaring maakt.

Het stadje Albarracín zelf is geen goede plek om de eclips met eigen ogen te zien. Het wordt omringd door heuvels met oude vestingen. Daar wij alles van deze eclips willen zien, inclusief corona, moeten we naar elders. Dus het oog viel op de omliggende hoogvlakte, de Sierra de Albarracín (1.600m hoogte). Deze Sierra beschikt over een zogenaamde 'Starlight Reserve'-certificering dankzij de hoogte, het gebrek aan lichtvervuiling en de overzichtelijke hemel. Dit biedt een goede kans op een geslaagde ervaring onder een van de meest spectaculaire sterrenhemels van het land. Op 12 augustus is ook de jaarlijkse meteorenregen van de Perseïden te zien. Dat kan weleens de perfecte afsluiting van de avond worden. 

Voor deze bijzondere gelegenheid ontwierp de Spaanse overheid een speciale postzegel (4 per velletje van één zegel). Er is slechts een oplage van 65.000 gedrukt, niet groot genoeg. Ik whatsappte met postbode Carlos om te vragen of ze verkrijgbaar waren. Hij meldde dat er op het lokale Correos-kantoor niets meer te krijgen is.

De manager van ons hotel hield zich aan zijn woord. Hij antwoordde op een eerdere mail van onze kant dat ze kort voor het evenement hun gasten zouden informeren over de activiteiten die plaatselijk worden georganiseerd.

De hoteldirectie kwam inderdaad met een uitgebreid en mooi verzorgd document (zwarte achtergrond met hier een daar een gouden randje, net als het moment van de kroon) waarin enkele aanbevelingen staan voor locaties in de Sierra de Albarracín en daarbuiten waar we optimaal van de zonsverduistering kunnen gaan genieten. Wij, hun klanten, moesten alleen nog een optie kiezen. Ik zette het een en ander schematisch op papier voor onszelluf, ouwe sokken. We bekeken de kaart, lazen de beschrijvingen, bespraken de opties. Uiteindelijk werd de keuze voor ons gemaakt.

Albaraccín heeft een eigen website waarop afgelopen woensdag een uiterst informatief artikel stond dat mijn liefje ontdekte. Daarin was te lezen dat de lokale wegen naar de hoogvlakte (Sierra) zijn afgesloten en dat men vanaf 17:30 uur met grote en kleine bussen naar een goed gelegen observatiepunt gaat rijden. In de strook land waar dit fenomeen in Spanje is te zien, liggen 360 van die ‘veilige’ observatiepunten. Bussen rijden af en aan tot een half uur voordat de eclips begint. Boeken is niet nodig, gewoon op tijd bij het busstation staan, voldoet. (Dat station ligt op korte afstand van ons hotel.)

Onze hotelreceptie zal op 12 augustus vanaf 19:00 uur onbemand zijn. Dan is het hotelpersoneel onderweg naar hun eigen piekervaring. Het restaurant is ’s avonds eveneens gesloten. Je zult begrijpen dat we niet in een internationaal hotel verblijven. Het is een klein hotel (40 kamers) dat al vier generaties wordt gerund door een Spaanse familie.

Het hotel stelt gasten voor een ​​rugzak mee te nemen: met zaklamp, water, eten, volledig opgeladen telefoons, picknickstoel of -kleed voor extra comfort en een plastic zak voor het afval. Men is zuinig op de eigen natuurgebieden! We volgen dit advies braaf op. Er gaat sowieso ook een truitje mee voor als het wereldlicht tijdelijk dimt. Tevens nemen we twee piccolos (cava) mee om samen te toosten op wat we -hopelijk- gaan zien. Gecertificeerde eclipsbrillen worden door het hotel verstrekt. Al een jaar geleden kocht ik twee geschikte exemplaren. Op dit moment is er geen bril meer te krijgen in Europa. Jawel, er is sprake van een zekere vorm van gekte in dit deel van de wereld. 

Arcos de las Salinas, een dorp van 80 inwoners in buurprovincie Teruel (ook Aragón), wordt op 12 augustus het middelpunt van de wereldwijde belangstelling. Daar is een hotel, geen restaurant maar wel veel parkeerplekken. Vanuit het naburige observatorium zendt men de totale zonsverduistering live uit naar de rest van de wereld. Ik zal naar je zwaaien! 

De cartoon van Jip van den Toorn maakte mij aan het lachen. Ik realiseerde mij wat een ophef er over deze zonsverduistering ontstond! Wij doen er tot op zekere hoogte aan mee. Het klopt echter niet wat ze schetst. Het zal op het ‘moment suprême’ niet pikzwart zijn. Zelf kijk ik juist uit naar het beeld van de corona, de gouden kroon van de zon rondom de maan. Voor echte eclipsjagers is deze verduistering zeker niet zomaar een natuurverschijnsel maar een belevenis waarvoor ze met alle plezier een complete vakantie plannen. In het Spaans heet het dat 'la luna tapa el sol', de maan zet een dekseltje op de zon. Zo poëtisch, die Spanjaarden... De Spaanse krant El País had een toepasselijke foto met de zon en een tapasschoteltje op de voorpagina staan. De hele zondagkrant staat vandaag vol met verhalen over de eclips! 

De speciale eclipsvluchten uit België waren bijvoorbeeld al snel volgeboekt. Er zullen ook cruiseschepen rondvaren bij Coruña en op de Middellandse Zee om dit astro-evenement vanaf het water te zien. Ik denk dat onze Deense vrienden Jan & Bente de eclips aan boord van zo'n schip gaan meemaken. De volgende totale zonsverduistering zal plaatsvinden in 2081. 

Wij gaan getuigen zijn van de ontmoeting tussen de maan en de zon boven de geliefden van Teruel, ‘Los Amantes’ -een 13de eeuws liefdesverhaal in marmer gegoten- en de rijke geschiedenis en cultuur van Albarracín en omgeving, een streek vol heksenlegendes. Misschien zien we ze zelfs vliegen op hun bezemsteel?! Lokalo’s noemen zichzelf ‘Lobetanos’ (‘lobo’ is wolf in het Spaans) een verwijzing naar de oude Iberiërs, een pre-Romeinse bevolkingsgroep, die ooit vanuit deze bergen naar de maan keken, te midden van huilende wolven.


donderdag 6 augustus 2026

Dwangneurose

In mijn straat klinken de vertrouwde geluiden van een hete augustusdag aan de Spaanse Costa: cicaden die met hun trommelorganen het alom bekende geluid maken, jengelende peuters die de hitte zat zijn, opgewonden kids in het zwembad van hun grootouders, een reclamevliegtuigje boven zee en zoemende airco’s. Dat went allemaal. 

Hoogzomers is het hier voor bewoners doorgaans lastig een parkeerplek in eigen straat te vinden. Nu vinden mijn liefje en ik dat niet zo erg voor het eigen transportmiddel. Die tamelijk luchtige houding is niet van toepassing op de meerderheid van de mannelijke buren. Ze halen de vreemdste fratsen uit om hun auto tóch voor de deur te krijgen; soms tot in het absurde. Buurman Juan doet het, net als buurman en vriend Guillermo. Onze voormalige Deense buurman en vriend Jan deed het en nieuwe buurman Vladimir valt ook in deze categorie. 

Nu ik erover nadenk: er is één Spaanse vrouw die het eveneens doet: buurvrouw Isabel. Van haar vind ik het kwalijker omdat zij een vergunning heeft voor parkeren op eigen patio, inclusief op- en afrit waar niemand mag staan; dat is al een plek minder. (Als je dat toch doet, riskeer je een boete van maximaal 200.) Vaak parkeert ze haar vehikel langs de toch al volle straat. Ik vind daar zeker wat van...

Er bestaat een ongeschreven regel waarover nooit is gestemd, die nergens in de Spaanse Wegenverkeerswet voorkomt maar die in talloze woonstraten met religieuze overtuiging wordt nageleefd: de eigen auto moet vóór de eigen voordeur staan. Niet om de hoek, niet elders in de eigen straat; nee, exact op de plek die men in gedachten als persoonlijk eigendom annexeert: voor de poort.

Zodra een bestuurder vertrekt, begint de operatie. Mijn liefje liep laatst naar vriendin Liselotte toen ze getuige was van een fanatiek staaltje 'car shuffle'. Het Geitje zat op zijn terras te typen toen hij zag dat er een vreemde auto voor zijn deur vertrok. Hij wist niet hoe gauw hij zijn autosleutels moest pakken en in actie moest komen. Zijn auto stond aan het einde van de verlengde straat. Hij haastte zich naar zijn coche, stapte in en reed in zijn haast om voor de eigen deur te komen bijna fietsende buurman Jésus van de sokken. Het gaat ver, deze neurose... 

Het zijn vaak mannen die zich aan deze rituele stoelendans overgeven. Zij spreken over “mijn plekje” terwijl dat plekje juridisch evenveel van hen is als het bankje in het park of het grasveld bij de kinderspeelplaats. De parkeerplaats langs de openbare weg wordt mentaal omgebouwd tot privébezit. Wie er staat, heeft een geluksgevoel. Wie elders moet parkeren, voelt zich beroofd van iets waarop hij geen recht heeft (en in Spanje ook nooit zal krijgen).

De redeneringen waarmee dit gedrag wordt verdedigd, zijn zowel saai als ongeloofwaardig. “Dan kan ik de auto beter in de gaten houden.” Alsof een voertuig op afstand ineens ten prooi valt aan een internationale dievenbende. Of: “Dat is gewoon handig”. Natuurlijk is het handig! Zeker na het boodschappen doen, dat weet ik echt wel. Net zoals het handig zou zijn als een supermarkt parkeerplaatsen reserveert voor vaste klanten. Maar ja, gemak is in dit soort gevallen geen argument. 

De heilige parkeerplaats pal voor de deur lijkt voor veel mannen niet zomaar een stukje asfalt maar een strategisch veroverd land(je). Dit diepgewortelde verlangen komt waarschijnlijk voort uit een mix van oerinstinct, luiheid en een milde (of sterke) bezitsdrang. Er wordt ook weleens gerefereerd aan het zogenaamde ‘huisvadersyndroom’: geen man wil drie straten lopen met twee kratten bier. Nu zijn de mannen die ik beschrijf in deze blog geen van allen huisvaders en boodschappen doen laten ze bij voorkeur aan hun wederhelft over. 

Het merkwaardige is dat de inspanning vaak groter is dan de opbrengst. De buitenschoenen moeten aan, de autosleutel worden gepakt, men moet de poort uit, er wordt een stukje gewandeld; soms zelfs gehold, dat heb ik ooit echt iemand zien doen. Vervolgens moet er worden gebeden dat het plekje er nog is als je je noodzakelijke rondje hebt gereden (door eenrichtingsstraten). Er zijn brutalen die tijdelijk een groot voorwerp plaatsen op de opengevallen plek voor de deur. Daar tijdelijk een familielid stallen als officieuze parkeerwachter, gebeurt ook. Stressvol, toch?! Niets is de asfaltjager te dol... of beter gezegd: de asfaltjager is nogal een dolle. Tja. 

De CO₂-uitstoot van zo’n mini-expeditie zal de planeet niet doen kantelen maar dubieus gedrag is het wel. Het is de efficiëntie van iemand die de lift neemt op de tweede verdieping om daarna de flat te verlaten en naar de sportschool te rijden. 

Het kan niet anders dan dat de auto voor sommige mannen een verlengstuk van zichzelf is. Dat dat parkeergedrag bij hen in de genen zit als gewezen jager-verzamelaar. Dat ze dit gedrag vertonen uit een soort territoriumdrift. Zoals een kater zijn erf markeert of een hond ‘zijn’ boom, zo markeert de automobilist zijn stukje stoeprand. 

Deze heilige koe, hun ‘gevelglimmer’ moet bij voorkeur zichtbaar zijn vanuit de woonkamer. Wellicht dat er personen zijn die na het avondeten tevreden uit het voorraam kijken en constateren: hij staat er nog. Het bezit is pas compleet wanneer het binnen hun gezichtsveld ligt. 

Het is ironisch dat dezelfde mannen zich vaak ergeren aan mensen die “niet kunnen rijden”. Zij mopperen over medeweggebruikers, op verkeersdrukte, op parkeerproblemen en klimaatmaatregelen maar starten de motor van hun eigen bolide zonder blikken of blozen om te parkeren op een plek die tien meter dichter bij de voordeur ligt. Tja. 

Natuurlijk, niet iedere man maakt zich hieraan schuldig maar de parkeerplaats vóór de deur kreeg in menig mannenleven een bijna mythische status. Die vertegenwoordigt controle, overzicht en de geruststellende illusie dat een stukje openbare ruimte toch een beetje van hem is.

Dat mijn ECO Slide Out fietscaravan van Zwitserse makelij momenteel niet in de straat past, vind ik wel een deceptie. Nog even geduld... Dan is de straat weer van ons.

 

donderdag 30 juli 2026

40 jaar op eigen benen

Vandaag wordt in mijn woonplaats aan de Costa Blanca het 40-jarig bestaan als zelfstandige gemeente gevierd. Een tentoonstelling in de open lucht belicht de 50 jaar van gezamenlijke inspanningen (1936-1986) die hebben geleid tot de oprichting van Pilar de la Horadada als onafhankelijke gemeente. Het huidige gemeentebestuur opende op 17 juli de tentoonstelling ‘Pilar de la Horadada. Een halve eeuw strijd om een ​​gemeente te worden’, een tentoonstelling die het publiek uitnodigt kennis te nemen van een van de significantste episodes in de lokale geschiedenis.  

Mijn liefje en ik bezochten de tentoonstelling recent en leerden interessante nieuwe dingen over de geschiedenis van ons stadje. Aan de hand van een selectie afbeeldingen belicht de tentoonstelling de collectieve inspanning die dit historische proces in gang zette en tot een goed einde bracht. Ik zie het als een ode aan de gemeenschap van weleer. De tentoonstelling is te bezichtigen tot en met 17 september van dit jaar. Aanrader!

Maar eerst, om meer te weten over de verre geschiedenis van Pilar de la Horadada en haar bewoners, moeten we teruggaan naar de Romeinse tijd. Uit archeologische vondsten blijkt dat deze hoek van de Middellandse Zee veel eerder werd bewoond door de Iberiërs. Dat was een verzameling volkeren die tijdens de ijzertijd (vanaf ongeveer de 6e eeuw voor onze jaartelling) het oostelijke en zuidelijke deel van het Iberisch Schiereiland bewoonden. 

Pilar de la Horadada, door de Romeinen Thiar genoemd, was een enclave aan de ‘Via Augusta’ tussen de steden Ilici (Elche) en Carthago Nova (Cartagena). Reizigers op deze route gebruikten de plek als rustoord om op krachten te komen tijdens hun lange reis langs de Middellandse Zeekust, op weg naar Rome. De overblijfselen van scheepswrakken voor de kust van Pilar getuigen van de maritieme handel in Romeinse tijd.

Door de eeuwen heen, en vanwege de strategische ligging, kreeg Pilar de la Horadada verschillende piratenovervallen te verduren. Dit leidde tot de bouw van uitkijktorens om naderende schepen te spotten. Een prominent voorbeeld hiervan is ‘Torre Horadada’, genoemd naar de poorten die de verdiepingen in de torenstructuur met elkaar verbonden en die dienden als rudimentair communicatiesysteem tussen de wachters. Deze toren werd in 1591 gebouwd, in opdracht van koning Filips II. Ik kijk elke dag naar het gebouw in de verte als ik in zee zwem. Later gaf deze toren zijn naam aan het zomerresort dat nu Torre de la Horadada heet, een deelgemeente van Pilar de la Horadada. 

Met de verdrijving van de moslims (1492) onder leiding van katholieke vorsten werd Pilar de la Horadada een grensgebied tussen de koninkrijken Castilië en Aragón. Net als in andere delen van het huidige Spanje begon toen een van de meest glorieuze periodes uit de Spaanse geschiedenis. 

Net als in de rest van Spanje liet de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) zijn sporen na in het sociale landschap van Pilar de la Horadada, destijds Republikeins grondgebied. Het was een vergeten hoek die onder jurisdictie van de stadsraad van Orihuela viel als onderdeel van een groter gemeentelijk gebied dat men het gewest ‘Vega Baja’ noemde; daarvan is Orihuela de hoofdstad. Het dorp was gelegen op 36 kilometer afstand van politici die weigerden te luisteren naar de stemmen uit Pilar. De inwoners werden aan hun lot overgelaten, zonder enige sociale of economische steun. Een Spaanse oudere dame die wij ontmoetten bij de tentoonstelling verwoordde het gevoel van toen goed: ‘voor Orihuela waren wij maar een straatje’. Tja. De arrogantie van de macht...

De eerste tekenen van de strijd voor segregatie waren al in 1936 zichtbaar. Een toenmalige ‘alcalde pedaneo’ José Albaladejo Moya ondernam de eerste  afscheidingsactie. Hij stond aan het hoofd van een lokale entiteit die niet de hele gemeente van Pilar vertegenwoordigde. Door de Burgeroorlog liep zijn actie op niets uit maar zijn portret figureert wel op foto 1 van deze tentoonstelling.

Wat later werd een verzoekschrift ingediend bij de stadsraad van Orihuela dat was ondertekend door de toenmalige burgemeester van Pilar: Ginés de Gea Sánchez. Hij was wèl de vertegenwoordiger van alle inwoners. Het was het begin van een strijd die pas vijf decennia later door provinciale en regionale autoriteiten zou worden beslecht.

Zo begon dus een lange strijd voor onafhankelijkheid van Pilar de la Horadada. De inwoners, zich bewust van hun economisch potentieel -eerst in de landbouw en later in binnenlands toerisme- waren het beu om exorbitante belastingen te betalen aan Orihuela en daarvoor niets terug te krijgen. De infrastructuur was destijds minimaal, zo niet praktisch onbestaand: er was geen riolering, geen straatverlichting, en waren geen andere basisvoorzieningen. Bovendien was de communicatie met Orihuela vrijwel onmogelijk, wat het contact tussen burgers en het stadhuis stremde en de economische ontwikkeling afremde.

In 1957 werd wederom een verzoekschrift voor gemeentelijke onafhankelijkheid ingediend bij de raad van Orihuela. Op dat verzoekschrift kwam pas in 1963 een reactie toen de stadsraad weigerde de authenticiteit van de handtekeningen van de Pilareense burgers te erkennen. Orihuela eiste dat elke ondertekenaar persoonlijk op het stadhuis zou verschijnen om zijn of haar handtekening te laten verifiëren en certificeren; een vrijwel onmogelijke voorwaarde. Orihuela traineerde de voortgang al jarenlang en op deze manier wederom.

Tijdens bijeenkomsten presenteerden de commissies van Pilar aan Orihuela hun territoriale voorstellen voor de afscheiding. Omdat het onmogelijk bleek om tot een akkoord te komen tussen beide partijen, besloot een ministerie van regio Valencia een voorstel te doen. Dit werd op 25 juli 1985 aan de Raad van State (adviesorgaan van de Valenciaanse regering) voorgelegd maar door de toenmalige regering verworpen.

Het was deze beslissing die leidde tot een grote volksopstand die culmineerde in een algemene staking op 25 maart 1986, het in brand steken van gemeentelijke eigendommen, herhaalde blokkades van nationale snelweg N332 en andere demonstraties. Van al deze eisen van de bevolking was het dichtmetselen van het lokale gemeentehuis wellicht de meest symbolische, de actie die de grootste opschudding veroorzaakte. Het lijkt mij bijna onmogelijk om jezelluf te herkennen op deze foto. De inwoners van Pilar verzochten de politieagenten die de demonstraties in goede banen moesten leiden om geen uniformen te dragen met het wapen van Orihuela erop.

Met als doel de volksopstanden te onderdrukken, beloofde de stadsraad van Orihuela op 3 april 1986 750 miljoen peseta's (omgerekend 4,5 miljoen euro) te investeren in de riolering- en drinkwaterinfrastructuur. Dit besluit viel niet in goede aarde bij de vrouwengroep van Pilar de la Horadada. Die besloot daarop te gaan samenspannen met de marktkooplui van de vrijdagmarkt (die we hedentendage nog steeds hebben). De vrouwen overtuigden hen om de gemeentelijke belasting niet meer te betalen uit protest tegen de maatregelen die door Orihuela waren bedoeld om de wil van de inwoners van Pilar te breken.

De demonstraties werden ongekend fel toen de politie op 5 april 1986 traangas tegen de demonstranten gebruikte. De toenmalige gouverneur van (provincie) Alicante belde de toenmalige President van de Generalitat van Valencia, Joan Lerma, om zich aan te bieden als bemiddelaar in het conflict tussen het Pilareense actiecomité en de regionale minister van Openbaar Bestuur (Vicent Soler), met als doel het geschil te beëindigen.

Op 26 juli 1986 verzekerde de voorzitter van de Provinciale Raad de media nog dat Pilar de la Horadada zich nooit zou mogen afscheiden. Slechts vier dagen later, op 30 juli, ontving de Pilareen Emilio Sánchez Serra, een van de voorvechters van afscheiding en een van de oprichters van het lokale actiecomité, echter een telefoontje dat de onafhankelijkheid van Pilar de la Horadada een feit was. Hij was een van de drie mannen die later het officiële decreet in Valencia ondertekenden. 

De Pilareñas van destijds waren eveneens heldinnen. Er hangt een plakaat in het centrum waarin de bijdrage van de ‘Chicas’ uitvoerig wordt beschreven. In 1988 werd het lokale fontein aan deze vrouwen opgedragen. 

En tegenover het lokale  gezondheidscentrum staat een standbeeld van ‘La Pilareña’ (zo wordt de vrouwelijke inwoner van Pilar genoemd) die daarmee wordt geeërd vanwege haar rol tijdens de segregatiestrijd. Het standbeeld werd op 8 maart 2015 onthuld.

Mooi verhaal van strijdlust, kameraadschap en doorzettingsvermogen, vind je niet?!

Mijn liefje vroeg een vrouw op leeftijd die met haar kleinkind in de kinderwagen wandelde op het plein van de tentoonstelling of ze op een van de foto’s staat. Dat wist ze niet, ze had nog niet in detail gekeken maar natuurlijk kende ze de geschiedenis van haar (en onze) woonplaats. Zij meldde dat ze zelf geen lid was van het toenmalige 13-koppige actiecomité maar een vrouw in haar straat wel.

Zij zei het mooi “je moet strijden als je iets wilt bereiken”. En zo is het.

Jaren geleden was ik vice-president van de Vereniging van Huiseigenaren van Lomas de Campoamor, mijn vorige woonplaats aan de Costa Blanca en een andere deelgemeente van Orihuela Costa. Destijds werd er door het bestuur van deze sterk groeiende gemeente (nu ruim 25.000 bewoners) geageerd tegen het discriminerende beleid van het stadsbestuur van Orihuela. Er wordt heel veel belasting betaald maar dat geld wordt uitsluitend geïnvesteerd in de stad, niet in de kustgemeenten. 

Destijds werd het bestuur van Orihuela Costa gevormd door de Groenen. Wij van Lomas de Campoamor vormden een delegatie om met het OC-bestuur te praten over verbeteringen in de publieke dienstverlening: reparatie van achterstallig onderhoud aan veel wegen, betere vuilophaal en afvalverwerking, betere straatreiniging, beter onderhoud van groenvoorziening en heel veel meer. Tijdens die vergadering werd al over afscheiding van Orihuela gesproken. Op de Facebook website van ‘Plataforma Orihuela Costa’ last ik dat het arrogante bestuur van Orihuela vindt dat ze moesten zwijgen. Ze moeten blij zijn in dit ‘paradijs’ te mogen leven. Kennelijk is het Orihuela-bestuur nog net zo arrogant als in de jaren '40... De belastinginkomsten uit Orihuela Costa maken een fundamenteel deel uit van het BBP van Orihuela. Imiddels weet ik ook hoeveel strijdlust, inzet en volharding een formele afscheidingsprocedure vraagt. 

Het verhaal gaat rond dat Dehesa de Campoamor (een buur-kustgemeente met veel villa's) eveneens weg wil onder het juk van Orihuela en zich zou willen aansluiten bij Pilar de la Horadada. Er zijn nog veel meer gemeenten van Orihuela Costa (alle kustgemeenten op één hoop) die dat erg graag zouden willen!

Er viel mij nog iets op aan deze tentoonstelling. Kijkend naar de vele historische foto’s constateerde ik hoe weinig ontwikkeld het er toentertijd (midden jaren '80) uitzag in deze contreien. De infrastructuur, de oude auto’s, de kleding van de mensen. Ronduit armoedig. Wat een verschil met Nederland in diezelfde jaren, bedacht ik mij. Dat doet een 35 jaar durende (rechtse) dictatuur kennelijk met mensen... Dictator Franco regeerde met harde hand tot 1975. Burgerlijke vrijheden waren ver te zoeken. Het huidige Spanje is in relatief korte tijd van ver gekomen!

Sinds de afscheiding in 1986 heeft onze gemeente een proces van langzame -inmiddels wat  snelle- groei doorgemaakt, met een gemeenschap die nu bestaat uit meer dan 70 nationaliteiten en diensten die de levenskwaliteit van de ruim 24.000 inwoners dagelijks verbeteren. In de zomermaanden groeit Pilar uit tot een woonoord voor 80.000 bewoners.

De nieuwgevormde gemeenteraad van Pilar met de eerste ‘eigen’ burgermeester Francisco Sáez Hernández (PSOE), besloot in 1986 dat 30 juli voortaan een feestdag zal zijn. Hij overleed vorig jaar op 81-jarige leeftijd. Vandaag dus weer een feestje, voor de 40ste keer.


donderdag 16 juli 2026

Hitteberoerte?

We videobelden onlangs met onze vriend Piet in Nederland. Hij vertelde bij die gelegenheid dat de bosbrand in Almería en de buitenlandse slachtoffers (Britten en Belgen) die daarbij zouden zijn gevallen, de gemoederen in het land flink bezighouden. In die provincie ging ruim 60.000 hectare in vlammen op. Er zijn ook veel Nederlanders die een vakantiehuis hebben in landelijke gebieden van Spanje dus het is niet zo moeilijk voor te stellen hoe akelig zo’n natuurramp op mensen overkomt. Levend verbranden is een van de gruwelijkste, pijnlijkste manieren van doodgaan, denk ik...   

Wij waren uitgenodigd voor de lunch bij onze vrienden Simone en Han-Dick. Simone, met Indonesische roots, zou voor ons koken. Ze is een heel goede kok en we houden allemaal van Indonesische gerechten dus we keken ernaar uit. Normaliter lunchen of dineren we op hun dakterras maar vanwege de oplopende temperatuur (het zou die middag 35 à 36 graden worden) hadden ze besloten niet te BBQ’en (saté) en niet in de openlucht te eten maar binnen met de koeling aan. 

Zij wonen in dezelfde woonplaats als wij maar dan aan de andere kant van de AP-7, op steenworp afstand van het centrum. Wij wonen iets buiten, in een wijk aan zee, zij kijken er in de verte op uit. Het uitzicht vanaf hun dakterras rijkt ver en is fraai. 

We gingen aan tafel en begonnen met een glaasje water voor de broodnodige hydratatie. Simone bereidde een uiterst smakelijke rijsttafel met babi ketjap, boontjes, ‘hete frietjes’ (gemarineerde, flinterdunne tempeh), sambaleieren en atjar. Een maaltijd met pit. Na enige tijd begonnen mijn liefje en ik flink te transpireren. De eerste gedachte bij derden is dan wellicht dat het komt door het pittige eten. Dat was in mijn geval niet zo want ik kan best pittig eten (in tegenstelling tot mijn liefje). 

Op een bepaald moment begon ook Simone haar gezicht te deppen met een servet. Mijn liefje en ik zaten toen al te soppen op onze stoelen. Onze haren kregen steeds meer een zwembadcoupe. Wat was hier aan de hand?

Het huis van Simone en Han-Dick is recent gebouwd, met alle moderne snufjes. Zo hebben zij een ingebouwd klimaatbeheersingssysteem dat kan verwarmen, ventileren en afkoelen. Simone keek op de display om te zien of er wellicht iets niet in orde was met de stand. Dat was niet het geval, volgens haar. Maar wij smolten steeds verder weg. Han-Dick vroeg of hij even moest kijken op het beeldscherm maar Simone had geen zin om te worden gecontroleerd door haar man. (Dat gevoel herkennen we -bijna- allemaal als vrouw...)

We praatten en aten door. Totdat mijn liefje zich echt ongemakkelijk ging voelen. Ze vroeg Simone om enkele ijsklontjes in een doek zodat ze die in haar nek kon leggen. Han-Dick besloot daarop alsnog op de display te kijken en constateerde daar een zonnetje, in plaats van het symbool van een ijskristal. Bleken we al ruim anderhalf uur met de verwarming aan te zitten. Tja.

Toen de airco aanging, koelde het vrij snel af in huis. Probleem opgelost. Vanzelfsprekend vlogen er rake opmerkingen en grappen door de afkoelende lucht. Simone is een slimme vrouw maar qua techniek mag ze nog een cursus of twee volgen, wat mij betreft. Een slimme meid is op de hitte voorbereid. Maar zij en Han-Dick zijn ware zonaanbidders en houden intens van de warmte. Wel meldde ik (alvast) dat er binnenkort een blog zou verschijnen over deze ervaring. (Bij dezen.) Een bordje atjar past bij komkommertijd! Na de lunch liepen mijn liefje en ik in Sahara-temperatuur terug naar de auto om daar op de display te constateren dat het 44 graden in de cabine was. Eenmaal thuis stond de thermometer op 36 graden, zoals voorspeld voor die middag. Extreme hitte!

Op weg naar huis lichtte mijn liefje uitgebreider toe wat ze die middag had gevoeld. Dat ze serieus dacht een hitteberoerte te krijgen. Haar hoofd begon raar te doen -dat is niet voor het eerst- en ze voelde zich onwel worden. Een mens kan rare dingen gaan zien en zeggen in zo'n situatie... Ik vertelde haar dat een hitteberoerte niet aan de orde was want in die (nood)toestand kan het lichaam helemaal niet meer zweten en dat deed ze deze middag nog overvloedig. Hitte-uitputting was het wellicht wel. Het duurde uren voordat zij zich weer de oude voelde. 

De afgelopen dagen moest ik denken aan de Tour de France-renners die nu bij temperaturen boven 30 graden Celsius honderden kilometers bergen op- en af moeten rijden. Kasian. In de wielersport wordt al gebruik gemaakt van hittetraining om het lichaam voor te bereiden. Bij sommige wielrenners loopt de interne lichaamstemperatuur tijdens het coursen in extreme hitte op tot 39, bij een enkeling zelfs tot 40 graden Celsius. Bij een hogere temperatuur kan er minder spierkracht worden geleverd.

Wielrenners zweten vooral om stijging van de lichaamstemperatuur te beperken. Er wordt gigaveel water gedronken, tot wel drie liter per uur (ofwel vier bidons). Nederlandse renner Mathieu van der Poel, recente etappewinnaar, doet zijn voorbereidingen aan de Costa Blanca en dat zegt genoeg. De grote winst van hittetraining is de toename in bloedvolume in het lichaam. Met een groter bloedvolume kun je per hartslag meer bloed rondpompen en zo kun je hard fietsen met een lagere hartslag.

In mei van dit jaar waren er in Spanje meer hittegerelateerde sterfgevallen dan in de vijf voorgaande jaren tesamen. 

Juni was hier de dodelijkste maand van het jaar sinds 2017. In de eerste negen dagen van juli werden 622 aan hittegerelateerde sterfgevallen geregistreerd. Volgens de recentste gegevens van het Dagelijks Sterftecijfer Registratiesysteem (MoMo) zijn er sinds 1 mei 1.682 sterfgevallen vastgesteld als gevolg van de hitte. De derde hittegolf van deze zomer eiste in slechts vijf dagen 622 doden. Men weet echter niet of deze personen zijn overleden aan een hitteberoerte. Wel staat vast dat ouderen tot de kwetsbaarste groep behoren.

De verwachting is dat we in dit land steeds vaker hittegolven zullen meemaken, met meer hete en tropische nachten die funest zijn voor een goede nachtrust. Bij ons zoemt ’s nachts een airco. We hebben er slechts één (in de logeerslaapkamer boven) maar die is van dermate goede kwaliteit dat het apparaat het grootste gedeelte van onze casita koelt, als dat nodig is. Dat is nu aan de orde. 

We leven nog. Ondanks alles zijn we nog steeds goede vrienden met Simone en Han-Dick (😉).


zondag 12 juli 2026

Aan de bar

Laatst bereidden we een lunch voor onze Spaanse overbuur-vrienden Guillermo en María Victoria voor. Dat werd weer eens tijd. Elk jaar komen zij uit Madrid de zomermaanden doorbrengen in hun vakantiehuis aan zee. Zij behoorden tot de eerste Spanjaarden in de straat die contact met ons zochten. Guillermo sprak toen behoorlijk goed Engels want hij had lang in de toeristenindustrie gewerkt. Ze waren niet bang voor buitenlanders! Zelf sprak ik hem altijd in het Spaans aan, al ging dat niet foutloos. Zij wisten dat ze mijn taalgebruik moesten corrigeren maar dat deden ze sporadisch. Van hen leerde ik paëlla maken, met de ingrediënten en merken waaraan zij de voorkeur geven.

We sleepten elkaar tijdens de coronapandemie door de strenge lockdown. Van achter onze poorten zwaaiden we dagelijks naar elkaar, vertelden hoeveel kilometers we al hadden afgelegd op onze patio’s. We stuurden elkaar foto’s van gerechten die we bereidden, zonden memes en grapjes door die we zelf hadden ontvangen (inclusief vertaling). Af en toe stak ik de straat even over voor een praatje op minder afstand. Dat is ook iets dat ik nooit zal vergeten.

Guillermo kreeg in corontijd een hersenbloeding. Een van de buurmeisjes, Cristina, was destijds nog thuis. Ze was net afgestudeerd als arts en deed wat ze moest doen. De ambulance liet destijds ellenlang op zich wachten. Er kwam zelfs lokale politie of guardia civil aan te pas. Moest de ambulance uit buurprovincie Murcia komen of uit eigen provincie Alicante? Lag het adres in Torre de la Horadada of in El Mojón? Die verwarring was er toen en is er nog steeds af en toe. (Alleen niet toen ik de ambulance belde voor mijn liefje die met een gat in haar hoofd onder aan de trap lag... Toen stond de ziekenauto in 5 minuten met zwaailichten en sirene voor onze poort.) 

Uitendelijk kwam Guillermo er goed vanaf. Toen hij terugkeerde uit het ziekenhuis kon hij nauwelijks praten. Terug in Madrid nam hij deel aan allerlei therapieën. Zijn Engelse taalbeheersing bleek hij geheel te hebben verloren. Het spijt hem maar het is zoals het is. Hij praat weer en maakt grapjes, al zegt hij zelf dat zijn hoofd niet meer is wat het was. Wel rijdt hij nog steeds auto.

Ja, het is hier momenteel warm (tweede hittegolf van deze zomer) maar op ons terras voor het huis is het gedurende het grootste deel van de dag goed toeven. Dat komt omdat we een ruime overstek hebben, een overkapping door het bovenbalkon die voor schaduw beneden zorgt. Daarnaast hebben we veel groen in de tuin dat eveneens voor schaduw en afkoeling zorgt. Een goede kwaliteit ventilator aan het plafond en een zonnescherm van degelijk materiaal doen de rest. Daar kunnen we ontbijten, lunchen en dineren als we willen. Zo komen we deze zomer wel door, zolang er een beetje wind blaast uit een andere richting dan de Afrikaanse Sahara. Of dat ook lukt in augustus, gaan we zien. Vorig jaar aten we vaak binnen. 

Onze Madrileense vrienden kwamen voor de lunch. Als kadootje kregen wij (onder andere) een grote bak kersen; groot, dieprood en vlezig. Uit Extremadura, de geboortegrond van María Victoria. Dat was een van de eerste dingen die ze jaren geleden met ons deelde: haar herkomst. Spanjaarden voelen een diepe band met hun geboortegrond, waar ze later in het leven ook terechtkomen. We horen dat ook van andere Spaanse buren. 

De regelmatige lezer weet dat Spanjaarden in deze contreien hun belangrijkste maaltijd van de dag eten rond 15:00 uur. Voor-hoofd-nagerecht. Ik kookte geen typisch Spaanse lunch, dat kunnen ze zelf beter. Na een rondje tapas werd het een driegangenmenu met een klein voorgerecht (met ricotta en van alles meer gevulde Murcia-tomaat), ravioli gevuld met wangetjes en Pedro Ximenez-saus, een dessert met Aziatisch tintje: gepureerde papaya/mango met kokosroom. Zij weten dat we in Bali woonden en daar mannetjes mee hielpen opvoeden. Ik had aandacht besteed aan de aankleding en legde uit dat wij een uitdrukking kennen die zegt dat mensen niet alleen met hun smaakpapillen eten maar ook ‘met de ogen’. De complimenten vlogen over het terras. 

Voordat we aan tafel gingen, gaf mijn liefje-de-tuinkabouter een rondleiding. Daarover lieten onze gasten zich evenzeer waarderend uit en dat is heel terecht. Onze tuin is klein maar fijn. Mijn liefje besteedt er veel tijd en energie aan, je kunt het haar grootste hobby noemen. 

Voor onze komst naar deze woonplek plantten de vorige eigenaren een subtropische struik in de tuin (die we kennen uit Bali). Het groeide uit tot een metershoge boom die een groot deel van het jaar in bloei staat met fijne paars-blauwe bloemtrossen en oranje-rode bessen die net als aalbessen aan een tros hangen. De bessen van deze stoutejongensstruik zijn giftig. In 2018 werd de boom bezocht door een kolibrievlinder, een soort uit de familie van de pijlstaarten. Dit insect is niet heel zeldzaam maar voor ons was het de eerste keer dat we het dier zagen op eigen terrein. 

Daarnaast staan er twee olijfbomen, een citroen- en een limoenboom, twee laurierbomen, een variatie hibiscussen, enkele ficussen, twee Japanse schijnanjers, twee soorten jasmijn, vele soorten inheemse vetplanten, diverse soorten kleine en middelgrote palmen en enkele soorten cacti. Rondom de zitjes in de tuin staan talloze citronella's. Een groene en natuurlijke manier om muggen op afstand te houden. Even met de hand langs de bladeren en de beschermende citrusgeur komt vrij. Het zoemt, kleurt en geurt in onze tuin!  

Tijdens die excursie viel Guillermo’s oog op een staander met glas in het midden van de tuin. Hij vroeg aan mijn liefje waartoe dat diende. Dat was onze vogelbar, zei ze enthousiast. Wij een borrel, zij een borrel. 

Er is momenteel veel te doen over alcoholgebruik in Nederland. Nieuw onderzoek toont aan dat zelfs 1 glas alcohol schadelijk is voor de gezondheid. De overheid moet alcoholgebruik dan ook ontmoedigen en denormaliseren, volgens het nieuwe advies van de Gezondheidsraad. Ruim driekwart van de Nederlanders ouder dan 18 jaar drinkt weleens alcohol, aldus de cijfers van het Trimbos-instituut. Organen lijden onder iedere druppel alcohol.

Hoe maak je iets ongewoon wat voor zoveel mensen nu gewoon is? Reclames spelen volgens verslavingsdeskundigen een belangrijke rol in het gebruik. Een algeheel reclameverbod zou volgens deskundigen de enige oplossing zijn. De prijs van alcoholvrije drankjes moet dalen, de prijsverschillen tussen alcoholisch en niet-alcoholisch moet omlaag. Alcoholverkoop zou moeten worden beperkt tot gespecialiseerde staatswinkels, naar Zweeds model. Organiseer feestjes zonder alcohol, op het werk en in privé. Zien drinken, doet immers drinken. Dat zijn enkele van de ideeën voor inperking. 

Ondanks alles vroeg ik mij af welk signaal werd gegeven toen Jezus eeuwen geleden -volgens de overlevering- water in wijn veranderde? Was dat dan bedoeld als kado aan de mensheid of juist als een beker vol gif?

Mijn liefje en ik maken ons schuldig aan alcohol drinken. In de zomer drinken we af en toe een cocktail als er iets speciaal is te vieren, bij de maaltijd drinken we wijn. Elke dag. In de zomer een jonge, frisse & fruitige rosé (huiswijn uit Rioja,  genaamd Marqués de Cáceres), in de winter is rode wijn favoriet. Mijn liefje en ik zijn voorlopig niet van plan te stoppen met deze slechte maar smakelijke gewoonte. Ik herinner mij dat de Spaanse oncoloog van mijn liefje jaren geleden zei dat twee glazen wijn per persoon per dag geen probleem mag zijn. Tja.

Onze vogelbar wordt momenteel meermalen per dag intensief gebruikt; het water wordt regelmatig verschoond en de glazen gaan in de vaatwasser. We zorgen goed voor onze gevederde vriendjes! Het gaat met name om leden van de residente groep Spaanse huismussen in onze tuin, onze stamgasten. Die komen al jaren dagelijks drinken. Recent kregen we echter nieuwe barbezoekers: insecten. Zoemende vriendjes, zal ik maar zeggen. Die zijn van essentieel belang voor een gezonde (bloeiende) tuin. Dat bezoek was nieuw voor ons. Fascinerend. 

Voor hen is het belangrijk dat het waterbakje tot de rand toe is gevuld. Dan kunnen ze op de rand landen en met hun monddelen druppels oplikken. Insecten verdrinken snel dus het is een hachelijk karweitje... Sommige insecten, zoals de kolibrievlinder, hebben een roltong maar daarover beschikt niet ieder insect. Het verschijnsel van drinkende insecten legde ik afgelopen week een aantal keren vast met mijn zoomlens. 

Het werd een genoeglijke middag voor alle aanwezigen.


zondag 21 juni 2026

Centenarios

Het is lang geleden dat ik mijn eerste blog schreef over ‘Blue Zones’ in de wereld (2008) dus het wordt weer eens tijd. Blue zones zijn gebieden met bovenmatig veel hoogbejaarden. “Het zijn sociale en gemeenschappelijke ecosystemen die langer en beter leven mogelijk maken”, aldus onderzoekers op dit vlak. 

“Verstandig eten, natuurlijk bewegen, goed slapen en stress vermijden, steun van de familie, respect voor de natuur en een doel in het leven” zijn enkele van de  factoren die de hoge levensverwachting verklaren in de vijf blauwe zones ter wereld, Sardinië, Okinawa (Japan), schiereiland Nicoya (Costa Rica), eiland Ikaria (Griekenland) en Loma Linda (westkust VS). “Veel meer dan alleen goede genen”, aldus de bekende Belgische demograaf Michel Poulain. Hij was de eerste wetenschapper die deze gebieden in kaart bracht (2000). 

Tijdens het 32ste nationaal congres van de ‘Sociedad Española de Médicos Generales y de Familia’ (SEMG), de Spaanse Huisartsenvereniging, werden vorig weekend de bevindingen gepresenteerd van onderzoek naar blauwe zones in Spanje. Afgelopen week zocht ik het onderwerp verder uit en maakte er een verhaal van. 

Poulain geeft, al 78-jarige werkende, het goede voorbeeld. Na zijn pensionering accepteerde hij een aanstelling aan de universiteit van Tallinn (Estland). Zelf leeft hij niet om 100 jaar te worden. Hij is nog steeds gepassioneerd onderzoeker maar zegt dat hij zelf geen zin heeft om naar Sardinië te verhuizen en daar schapen te gaan hoeden in de bergen. ‘Het leven is daar wel heel erg leeg, zonder stress maar ook zonder leuke dingen’, aldus de seniore wetenschapper. 

De kaart die Poulain en zijn onderzoeksteam samenstelden voor Spanje is een provincieclassificatie op basis van zijn ‘Extreme Levensduur Index’ (ELI). Deze index berekent de kans om 100 jaar oud te worden op basis van de geboorteplaats. Om deze cijfers te verkrijgen, deel je het totaal aantal honderdjarigen (levend of overleden) tussen 2003 en 2023 op locatie X door het aantal geboorten in dezelfde periode en op dezelfde plek. 

Op Poulains kaart zie je twee assen: van noord naar zuid en van binnenland naar kust. De hoogste levensverwachting concentreert zich in Noord-Spanje, in de provincies Soria, Segovia, La Rioja, Navarra en Guadalajara. De donkerblauwe gebieden. Met elkaar vormen ze een ‘corredor de la longevidad‘, het zijn zogenaamde levensduurcorridors. 

Daar heeft een bewoner driemaal meer kans om honderdjarige te worden dan in het midden en zuiden van het land. Naarmate men verder zuidwaarts gaat, zie je de gemiddelde levensduur geleidelijk dalen. Vooral delen van Andalusië als Cádiz, Sevilla en Málaga  scoren aanzienlijk lager. Dit noord-zuidverschil is geen toeval maar het resultaat van een complex samenspel van factoren als leefomgeving, leefstijl, gezondheid en sociale omstandigheden. 

De SEMG-voorzitster verklaarde tijdens het congres dat het niet uitsluitend gaat om meer levensjaren maar vooral om meer jaren met gezondheid, zelfstandigheid en kwaliteit van leven.

De Spaanse Vereniging van Huisartsen startte begin 2025 het project ‘RENACE’, het Nationaal Register van Honderdjarigen. Het is een initiatief van een van de leden, dr. Juan Martínez Hernández, en heeft als overkoepelend doel epidemiologisch, biochemisch en genetisch onderzoek te doen naar de factoren die een lang leven bepalen. 

In Spanje wonen naar schatting 10.000 honderdjarigen, geografisch verspreid en niet per se volgens een patroon. SEMG bereikt landelijk meer dan 6.000 artsen via elektronische contacten. Honderden van deze huisartsen meldden zich vrijwillig aan als arts-onderzoeker voor dit project. De originaliteit van RENACE ligt in het feit dat artsen, epidemiologen en wetenschappers die fundamenteel onderzoek doen voor het eerst samenwerken aan onderzoek naar een lang leven. De prioriteit van deze groep ligt bij de veiligheid van de honderdjarige patiënten die aan hun onderzoek deelnemen. 

Elke Spaanse krant had er wel een artikel over maar bijna nergens werd er een verklaring gegeven voor het beeld dat werd gepresenteerd. Met een gemankeerde sociologe op de bank (ze kwam niet door haar statistiekexamen) en veel tijd om erover te praten en na te denken, kwam ik tot een soort eigen verklaring waarom het juist de noordelijke Spaanse provincies zijn die aan kop gaan als het om ‘centenarios’ gaat. 

Spanje behoort al jarenlang tot de landen met de hoogste levensverwachting in Europa. Na Monaco (eerste met 86,5 jaar) staat het land op de tweede plaats. De gemiddelde levensverwachting ligt hier op 84,3 jaar. Op de wereldkaart van lang leven staat Spanje op de 6de plek (gegevens van 2025).

De Noord-Spaanse provincies Soria, Segovia, La Rioja, Navarra en Guadalajara zijn de koplopers. In die contreien heerst een gematigd (Atlantisch) klimaat. De temperaturen zijn er mild (minder extreem) en de luchtvochtigheid is er gematigd. Hierdoor kunnen mensen gemakkelijker het hele jaar door actief zijn in de buitenlucht. 

In de provincies van de vijf koplopers, liggend in het binnenland, wordt er veel op het land gewerkt. Het is het gebied van de ‘campos’ waar het werk dat men er doet een natuurlijke vorm van dagelijks bewegen inhoudt. Het zijn dunbevolkte gebieden. Daar bestaat doorgaans weinig industrie (schonere lucht), de familiebanden en connecties met de lokale gemeenschap zijn er hecht. Een traditioneel voedingspatroon en het actief voorkomen van eenzaamheid spelen belangrijke rollen bij gezond oud worden. 

Een zeer belangrijke factor is de sociale verbondenheid. Onderzoekers zien steeds meer bewijs dat een robuust sociaal netwerk een beschermende werking heeft op mensen. Personen die zich minder eenzaam voelen, hebben minder stress, herstellen sneller van ziekte en vertonen gezonder gedrag. 

Ik zie het voor mij: in de blauwe zone zweren ze bij een glaasje rode wijn bij de maaltijd (pun intended)! Die maaltijd is traditioneel met olijfolie bereid, met verse groenten uit eigen moestuin. De oudjes glijden door het leven door zoveel gezonde olie. De lunch wordt gevolgd door een siësta. Een babbeltje met collega’s op het kerkplein na het eten dient als gezond toetje, net als een kaartje leggen met buren en leeftijdgenoten. Ik zag het regelmatig met eigen ogen gebeuren. Het leven is er simpel en overzichtelijk. 

Zelf woon ik in de provincie Alicante (autonome regio Valencia). Op de kaart van Poulain is dat geen donkerblauwe maar een lichtgele provincie. De gemiddelde levensduur ligt hier op 82,9 jaar. Meer dan 20% van de bevolking is ouder dan 65 jaar. In deze provincie staan 600 honderdjarigen geregistreerd. (Data afkomstig van INE, het Spaanse CBS.) De levensverwachting bij geboorte, in de regio Valencia, ligt op 82,5 jaar. 

Mijn liefje en ik leven beide om uiteenlopende redenen niet om 100 jaar oud te worden. Wel proberen we de gemiddelde levensverwachting in te lossen maar leven moet wel de moeite waard blijven. Of, zoals Poulain het zelf zegt: ‘het moet wel leuk blijven’! 

Vandaag, 21 juni, vieren we de langste dag en het officiële begin van de zomer. Zelfs personen in de herfst van hun leven kunnen dat waarderen. Hier zijn al het hele weekend zomerzonnewende  feesten te ontwaren (trommelaars, vreugdevuren en vuurwerk). Die gaan nog enkele dagen door tot het feest van San Juan. 

Mijn moeder werd ruim 94 jaar oud. Als ze niet was gevallen en een delier kreeg, zou ze 100 jaar zijn geworden. Ze rookte nooit, dronk nauwelijks (soms een glaasje advocaat met slagroom op een verjaardagsfeestje), at tamelijk gezond, fietste graag tot na een mislukte heupoperatie, was ruim 40 jaar weduwe, had weinig vrienden. Ik denk niet dat ze erg gelukkig was... Zij was er de persoon niet naar om de slingers op te hangen.

Volgens het bureau voor de statistiek leven in heel Spanje momenteel 16.000 à 17.000 personen van 100 jaar en ouder; 80% van hen is vrouw. Het sterke geslacht. Eén op de 16 mensen in dit land is ouder dan 80 jaar, 20% van de bevolking is ouder dan 65 jaar (ongeveer tien miljoen). De oudste vrouw van het land is Teresa Fernández Casado van 112 jaar, uit de provincie Léon. Zij is zó oud dat ze met dinosauriërs in de wei heeft gedrenteld! Volgens haar dochter is ze “een eenvoudige, nuchtere vrouw, geliefd bij haar buren”. Ze slikt maar één pilletje per dag (om het cholesterolgehalte te beheersen).

Mensen denken wel eens dat een warm klimaat automatisch gezonder is. Het mediterrane klimaat en de leefstijl stimuleren wel een actiever buitenleven, een gezond dieet en een lager stressniveau, hetgeen bijdraagt aan een hogere levensverwachting. Maar in Zuid-Spanje kunnen zomertemperaturen langdurig boven de 40 graden uitkomen. Bij dit soort extremen is buiten actief zijn niet voor de hand liggend. Extreme hitte verhoogt bovendien het risico op hart- en vaatziekten, uitdroging en ademhalingsproblemen; vooral bij ouderen.

Andalusië, de zuidelijkste autonome regio van Spanje, waar de hekkensluiters Sevilla, Cádiz en Málaga zich bevinden, heeft al decennialang een hoger werkloosheidspercentage (14,7 in het eerste kwartaal van 2026) dan het nationaal gemiddelde (ruim 10%, een van de hoogste percentages in Europa). Sociaal-economische achterstand is wereldwijd een van de sterkste voorspellers van een lagere levensverwachting. Mensen met minder financiële middelen ervaren vaker chronische stress en hebben minder toegang tot gezondheidszorg.

De geografische kaart van obesitas per Spaanse provincie vertoont enige overeenkomst met de kaart van Poulain. Naarmate je verder naar het zuiden afzakt, zie je gemiddeld hogere percentages overgewicht en obesitas verschijnen. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in een hogere prevalentie van diabetes type II, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten dan in de noordelijke regio's. De provincie Lugo in het noord-westen van Spanje is daarop de enige uitzondering (koploper overgewicht en obesitas).   

Spanje wordt vaak geprezen om het mediterrane dieet: olijfolie, verse groenten, peulvruchten, verse vis en fruit. Onderzoeken tonen al decennialang aan dat dit voedingspatroon gezond is. Dat dieet wordt overal in het land gevolgd maar wellicht niet in dezelfde mate. In het zuiden is het traditionele dieet eveneens gezond maar in de laatste decennia heeft de opkomst van fastfood en ultrabewerkte voeding er relatief meer invloed gekregen dan in het hoge noorden. 

Het is belangrijk te benadrukken dat de kaart van Poulain geen beeld is van een gezond noorden en een ongezond zuiden. Spanje behoort als geheel tot de landen met een van de hoogste levensverwachtingen ter wereld. Ook in de lager en laagstscorende provincies worden mensen gemiddeld relatief oud in vergelijking met veel andere burgers van Europa. Het is ironisch dat de zonnige stranden van Andalusië wereldwijd vaak worden gezien als het ideale recept voor een lang en gezond bestaan terwijl de statistieken juist suggereren dat de groene heuvels van Navarra en Castilië een betere 'blauwe' optie zijn. Tja.


zondag 14 juni 2026

Blauw bloed (rood vlees)

Toen de piepjonge Spaanse kroonprinses Leonor de Borbón y Ortiz, prinses van Asturië, onlangs uit een militair vliegtuig sprong voor een parachuteoefening, zal menig Spanjaard met een mengeling van trots en spanning hebben toegekeken. Al ben ik niet per se fan van welk koningshuis dan ook, ik vond het een stoere actie. 

Mijn liefje, de Royalty Watcher van Huize Barefoot, houdt mij regelmatig op de hoogte van het wel en wee van Leonor (20), ons bijzondere buurmeisje. Vorig jaar zag ik een prachtige foto van haar waarin ze zelfstandig een vliegtuig bestuurt boven Cabo de Palos, onze favoriete snorkelplek in Murcia. (Die foto gebruikte ik in mijn Oudejaarsblog van 2025.) 

Een van de grappigste nieuwe ontdekkingen was dat zij en haar vliegeniersmaatjes van de Algemene Luchtmachtacademie (AGA) van San Javier recent een restaurant in Pilar de la Horadada bezochten. Het ging om ‘La Terrazita de Cristobal’. Je zou deze in elkaar geknutselde eetlocatie -deels in de openlucht-  het best kunnen omschrijven als een Man Cave waarin vrouwen ook van harte welkom zijn. Cristobal is een uitermate vriendelijke knul met gulle lach en prettige uitstraling. Hij is geboren en getogen Pilareen en woont in Torre de la Horadada (een buitenwijk als de onze).

Als je vis, vegetarisch of vegan wilt eten, moet je daar niet zijn. Het gaat daar om vlees, vlees en nog eens vlees. Uitsluitend rood van kleur en vakkundig op open vuur bereid. Dit basisingrediënt komt van over de hele wereld: Australië, Amerika, Argentinië, Duitsland (Holstein-koeien) en Japan (Wagyu). Wij bezochten dit restaurant inmiddels twee keer en vonden het er erg gezellig en smakelijk. Je kunt het ons heimelijke genoegen (stiekeme genot) noemen. 

Jong en oud komt er, vooral Spanjaarden en weinig buitenlanders. Zelf ben ik geen groot liefhebber van biefstuk maar de T-Bone Steak is daar ongekend goed. Het stuk vlees in de vorm van een T dat hij ons serveerde, bevat een stukje ossenhaas en een stukje entrecote. Dat moet je dan zelf nog op de plancha  omwentelen voor de gewenste cuisson. Ultra juicy! Als je dan een keer vlees kiest, moet je het goed doen. Cristobal is degene die alles aan tafel aansnijdt, drapeert en op theatrale wijze van grof zeezout voorziet. De groenten komen ook van de grill en zijn eenvoudig maar lekker. Ik snap dat de stoere collega’s van Leonor haar daarmee naartoe namen. De gemiddelde bicepsomvang van de jonge mannelijke clientèle ligt er ruim boven 50cm. Ik keek mijn ogen uit.  

Niet iedere troonopvolger kan zeggen dat hij of zij letterlijk uit een vliegtuig stapt om zich voor te bereiden op de toekomstige majesteitelijke taken. Voor Leonor vormde parachutespringen het sluitstuk van een jarenlange intensieve militaire opleiding die haar moet voorbereiden op haar toekomstige rol als staatshoofd én opperbevelhebber van de Spaanse strijdkrachten. Dat klinkt indrukwekkend en dat is het ook.

Vanaf 2023 doorliep de Spaanse kroonprinses stap voor stap de militaire vorming die traditioneel hoort bij de voorbereiding van een Spaanse monarch. Ze begon aan de militaire academie van het leger, vervolgde haar opleiding bij de marine en heeft nu dus net haar traject bij de luchtmacht afgerond. Daarmee volgde zij hetzelfde pad als haar vader, Felipe VI, voordat hij koning werd. 

Het Spaanse koningshuis hecht veel waarde aan deze militaire vorming. Hoewel de daadwerkelijke militaire beslissingen door een democratisch gekozen nationale regering worden genomen, vindt men het belangrijk dat een toekomstige vorst(in) de krijgsmacht van binnenuit leert kennen. En daarom sprong Leonor uit een vliegtuig. 

Na de zomer gaat ze beginnen aan een studie politieke wetenschappen aan de Carlos III Universiteit van Madrid. Ons ex-buurmeisje zegt ernaar uit te kijken, volgens mijn liefje. 

Ook kroonprinses Amalia van Oranje (22), eveneens ex-buurmeisje van ons (zij woonde op Paleis Huis ten Bosch in Den Haag), bereidt zich zorgvuldig voor op haar toekomstige taak als koningin van Nederland. Zij studeerde PPLE aan de Universiteit van Amsterdam en behaalde haar kandidaatsdiploma. Tijdens deze studie verdiepte ze zich in politiek, economie, recht en geschiedenis. Inmiddels is ze overgestapt naar een vervolgstudie Nederlands Recht (UvA). Tijdens haar eerste studie maakte zij ook kennis met staatsbezoeken, staatsbanketten, officiële ceremonies en de vele maatschappelijke organisaties waarmee een toekomstige Nederlandse vorstin te maken krijgt.

Waar Leonor tanks, schepen en vliegtuigen leerde besturen en ervaring opdeed me militaire oefeningen en parachutes, rondde Amalia begin 2026 een vrijwillig traject aan de Algemene Militaire Opleiding (AMO) af. Ze werd bevorderd tot korporaal en ontving haar donkerblauwe baret. 

De AMO is onderdeel van de opleiding die ze volgt aan Defensity College. Als ze bij Defensie aan het werk is, zal ze een militair uniform dragen. Ze gaat haar opleiding aan dit college eveneens vervolgen. Na als werkstudente werkzaam te zijn geweest bij de Bestuursstaf van het ministerie van Defensie, doet ze dat nu als militair studente bij de Koninklijke Luchtmacht. Zij hoeft niet uit een vliegtuig te springen. 

Er is van oudsher een hechte band tussen de krijgsmacht en het Koninklijk Huis. Willem van Oranje was legeraanvoerder, latere koningen hadden het oppergezag over de krijgsmacht. Sinds de grondwet van 1983 berust het oppergezag bij de Nederlandse regering. Koning Willem-Alexander vervulde zijn dienstplicht bij de Koninklijke Marine. Daarna diende hij bij de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht. De Nederlandse koning voert geen operationeel bevel over de strijdkrachten maar is wel formeel onderdeel van de regering en vervult daarin een ceremoniële rol. 

De militaire opleiding van de ene kroonprinses is niet zwaarder of belangrijker dan de andere, wat mij betreft. Het is geen competitie. Beide kroonprinsessen worden serieus voorbereid op de specifieke rol die hun land van een monarch verwacht. Toch spreekt een parachutesprong op duizenden meters hoogte bij mij iets meer tot de verbeelding. 

Beide jongedames delen iets veel belangrijkers dan hun verschillen: als Gen Z’ers weten ze al sinds hun geboorte dat hun toekomst grotendeels vastligt. Wat dat betreft, zitten ze in hetzelfde schuitje-vliegtuigje... 

Terwijl leeftijdgenoten vrij kunnen kiezen tussen carrières bereiden Leonor en Amalia zich al jarenlang voor op één functie waarvoor geen sollicitatieprocedure bestaat. De één leert nu hoe je veilig uit een vliegtuig springt, de ander hoe je veilig door een politiek mijnenveld navigeert.

Wie krijgt uiteindelijk de lastigste opdracht? Dat is voor nu volkomen onbelangrijk. Er bestaat geen wedstrijd ‘Koningin Zijn’. De jonge vrouwen kennen elkaar goed, hebben een goede band. (Den Ko-ho-ho-ho-ning van Hispanje hep sij altijd geëerd...) De beide koningshuizen onderhouden een warme band. Eén ding staat vast: Leonor en Amalia werken serieus aan hun voorbereiding op een taak die ooit het hoogste ambt in hun geboorteland zal zijn. En dat verdient respect.