Translate

Posts tonen met het label wonen aan de Costa Blanca. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen aan de Costa Blanca. Alle posts tonen

dinsdag 22 september 2026

Zoet tegengif in een bittere wereld

De maand september is in mijn woonplaats de maand van de chocolade. We hebben een heel actieve VVV (‘Oficina de turismo’) in de gemeente. Er is een speciale gastronomische route bedacht waar je voor een klein bedrag een speciaal dessert kunt bestellen. Ik denk dat we voor het einde van deze maand nog wel een keer ergens een stop maken voor zo’n cacao-explosie. Het schijnt dat 13 september de internationale dag van de chocola was. Nu eet ik graag een stukje chocola als ik er trek in heb maar het aparte is dat ik er niet naar hunker als ik dat goedje niet in huis heb. 

Chocolade zou volgens deskundigen geen verslaving zijn, eerder een ‘eetdrang’. De mens heeft een diepgevoelde behoefte aan stoffen die tot het gelukshormoon (dopamine, serotonine, oxytocine en endorfine) behoren. Volgens hen zijn die essentieel voor het overleven.

Vele maanden geleden schreef ik deze blog al. De aanleiding was destijds een trommel zelfgemaakte pralines die we ontvingen van onze Zwitserse buur-vriendin Liselotte. Als er iemand is die verstand heeft van chocolade, is zij het. De Zwitsers eten zelf jaarlijks de meeste chocolade ter wereld; gemiddeld ruim 10kg per persoon per jaar. Nederlanders eten gemiddeld 4,5kg per persoon per jaar, dat komt neer op een halve reep per week (niet in de Top10). Spanjaarden eten gemiddeld 5,5kg per persoon per jaar.

De Zwitsers waren echter niet degenen die de pure chocolade uitvonden. Die eer valt toe aan de Maya’s die 3.000 jaar geleden de cacaoboon in Zuid-Amerika ontdekten. Ze noemden hun favoriete goedje ‘xocolatl’, een bittere drank met cacao, kruiden en chilipeper. (Dat is nog steeds een lekkere combi!) De Zwitsters zijn wèl de ontdekkers van de melkchocolade, door gecondenseerde melk aan pure chocola toe te voegen.

Onze vriendin Liselotte maakt regelmatig van alles met dat bruine goedje: chocotaart en -cake, taart of cake met chocola en heerlijke desserts (in combinatie met vers fruit). Wij snoepen vaak en graag mee. Deze blog is dan ook speciaal voor haar. 


r leefden eens, eeuwen geleden, twee prinsessen in een groot land hier ver vandaan. Die natie werd Cacáostan genoemd, een uitgestrekt gebied waar rivieren van vloeibare chocolade stroomden, de hoge bergen een poederlaagje cacao hadden en de ‘flik’ de nationale munteenheid was. De koningin van het rijk heette Amandine de Praline.

Er was zelfs een volkslied: 

♫ Cacáostan, O zoet Vaderland, 
Hier eet je de pralines dagelijks uit de hand.
Laat ze vloeien en smelten op de tong,
Voor oude snoepers en voor elk choco-jong.
Wij zijn één volk, verenigd door de boon,
Voor ons geen bitterheid, strijd of hongerloon. 
Wij zijn allen zoetekauwen, smachtend naar een reep. Chocolade houdt ons al eeuwenlang in zijn greep! ♫

De prinsessen woonden in een chocolate cottage in een buitenwijk van hoofdstad Bonbonville. Zij hadden, net als de rest van de bewoners van dit koninkrijk, een opmerkelijke zwakte: ze konden geen nee zeggen tegen chocolade. Onder de bevolking heerste een collectieve neiging tot chocolisme; een aandoening die volgens de lijfarts van de koningin officieel nog niet medisch werd erkend maar wel breed werd gevoeld. 

's Lands chocolisme begon met een ambachtelijke chocolaterie op het centrale plein van de hoofdstad. Het was een winkeltje genaamd Cacao & Co. waar de etalage zo verleidelijk en verlokkelijk was dat voorbijgangers er geen weerstand aan konden bieden. Als ware chocoholisten móesten ze naar binnen. Stadsgenoten spraken aanvankelijk over hun verslaving alsof het een religie betrof. Men ging niet ‘even’ naar de chocolatier, men ging op bedevaart. De pralines lagen erbij als verleidelijke brokjes geluk. De recepten van de chocolatier waren geen geheim. Iedereen wist wat erin zat, dat het was overgoten met pure chocolade (70% cacao), gedrenkt in diverse soorten sterke drank. Er werd volop geëxperimenteerd in de eigen keuken maar één was nu eenmaal de beste.   

In elke generatie liep de chocoverslaving uit de hand. Er werd gelogen over de gewoonte of die werd verborgen. Sociale contacten en hobby’s werden nog net niet verwaarloosd maar dat was een kwestie van tijd. Er waren zelfs mensen die erdoor in financiële problemen raakten. 

Niet langer werden de dagen ingedeeld in ontbijt, lunch en diner. Voortaan ging het om puur, melk en wit. De meeste bewoners functioneerden beter op een dieet van ‘cacao mèt’. Tot het moment waarop hun energieniveau inzakte als een soufflé na een te vroeg geopende ovendeur.

De chocoladeverslaving werd een probleem. De rentmeester van het koninklijk paleis kon zijn werk alleen nog doen na een pure whiskey-praline. De gouvernante gaf les aan leerlingen in ruil voor chocoladerepen. De baljuw liet zich bij voorkeur fêteren met pralines van eigen bodem. 

Niet alleen het karakter van de bewoners veranderde in de loop van de tijd, de kernactiviteit van bedrijven deed dat ook. De koeckebakkers van het land, die ooit meesters waren in speltbrood, waren overgestapt op brownies. De apotheek verkocht dozen vol cacaoboontjes. De sportschool introduceerde nieuwe cursussen “Chocolates” waar veel sportievelingen op afkwamen. 

Maar zoals bij elke verslaving begon de realiteit langzaam door de suikerlaag heen te breken. De stemming van mensen werd steeds vaker bepaald door hun cacao-inname. Als men niet snel genoeg kon consumeren, begon het te irriteren. 

Door chocola voelde eenieder zich aanvankelijk blij en tevreden maar steeds vaker ook ongedurig. Zo ontstond er behoefte aan zelfhulpgroepen maar de programma’s bleken niet te gaan over stoppen; men leerde ‘verantwoord te genieten’. Die bijeenkomsten waren niet erg succesvol: de deelnemers brachten chocola mee om uit te delen. Dat leidde steevast tot een collectieve terugval.

Tegelijkertijd zat er ook iets ontroerends in de manier waarop de bewoners van Cacaostan met hun addictie omgingen. Van chocolade genieten, was een viering van alledaags geluk. In chocola eerde men vooral de zoete tegenhanger van een soms bitter leven. 

In het centrum van Bonbonville draait Cacao & Co. hedentendage nog steeds op volle toeren. De pralines werden er in de loop van de tijd verfijnder en bijzonderder. De klanten zijn er inmiddels van doordrongen dat elk hapje een vrije keuze is. Wel een verdraaid lekkere keuze!


*  *  * 

Met dank aan onze Zwitserse chocolatière Liselotte, Queen of Praline!


vrijdag 18 september 2026

Nat & Vlad

We betreurden het vertrek van onze buur-vrienden Jan & Bente die in het begin van dit jaar permanent terugkeerden naar Denemarken. We zien het vaak met gepensioneerden in een nieuw thuisland: als meer afhankelijkheid van de omgeving dreigt, als de gezondheid te wensen overlaat of als het te warm wordt voor een of beiden, wordt er gekozen voor definitieve terugkeer naar het geboorteland. 

De nieuwe buren komen uit Duitsland maar ze zijn Russisch van oorsprong. Op een dag stond mijn liefje het trottoir voor het huis te vegen toen er twee personen op electrische fietsen en fietshelmen op, opdoken in de straat. Ze waren op zoek naar een huis dat te koop zou staan. Was het ons huis? Tussen de vraag en het antwoord zat ongeveer 20 seconden. De eerste indruk is belangrijk bij een ontmoeting. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat mensen in de eerste seconden al een onbewust oordeel vellen over betrouwbaarheid, vriendelijkheid en competentie van de ander. Binnen 30 seconden is de eerste indruk vaak al volledig gevormd. Het leken haar beschaafde types...

De lichte aarzeling die zij op het moment van die vraag voelde, was ingegeven door het feit dat andere buur-vrienden (Engelsen) in een straat om de hoek buren uit Oost-Europa kregen die er echt niet mee door kunnen. Ze bezorgen overlast (de man klust bij voorkeur heel laat op de avond) en bovendien valt met hen niet te communiceren vanwege een gebrek aan een gemeenschappelijke taal. Die vrienden overwogen al eens een advocaat in te schakelen of de politie te bezoeken met een klacht. Een voorbeeld dat wij niet willen volgen.

Mijn liefje is geen robot met gezichtsherkenningsfunctie maar ze draagt wel 30 jaar HR-ervaring met zich mee. Mensenkennis is haar dan ook niet vreemd. Vanwege de ontelbare bezoekjes die volgden werd het ons snel duidelijk dat deze Russische Duitsers meer dan geïnteresseerd waren in het huis van Jan & Bente. Uiteindelijk boden ze de vraagprijs en werd de (ver)koop tamelijk snel gesloten. Het is dus aan haar te wijten dat deze personen nu naast ons huizen.

Natalia en Vladimir vertelden ons tijdens de officiële eerste kennismaking in de straat dat zij 50 jaar geleden naar Duitsland emigreerden. Wij spreken Duits met hen, zij spreken samen Russisch en Duits met hun minipoedel Molly. Ze zijn leeftijdsgenoten van ons. Zij is reeds gepensioneerd, hij werkt -naar verluidt- nog een jaartje door. Zij heeft de broek aan (een heuse havik), hij (klein van stuk) functioneert als een soort vredesduif-met-gehoorapparaat. Als hij het apparaat uit heeft, kun je praten als Brugman maar reageert hij niet.

Wij tweeën (speurneuzen) vermoeden dat Nat & Vlad destijds naar Duitsland kwamen als gevolg van het Aussiedler-programma. Dit was een juridische status waarmee etnische Duitsers in de Sovjet-Unie (ook in een gebied dat nu Oekraïne is) het recht kregen om naar de Bondsrepubliek te emigreren en direct het Duitse staatsburgerschap te verkrijgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog (vanaf 1941) werden die Duitsers in de Sovjet-Unie door Stalin & Co. gezien als potentiële collaborateurs van de nazi's. Ze werden massaal gedeporteerd naar werkkampen in afgelegen gebieden als Siberië en Kazachstan. Via de ‘Bundesvertriebengesetz’ (BVFG) kregen deze zogeheten ‘Aussiedler’ (latere kandidaten werden ‘Spätaussiedler’ genoemd) na jarenlange onderhandelingen vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw de kans om het land te verlaten. Dit alles vroeg ik hen overigens niet.

Er werd in de afgelopen maanden van alles uit het huis verwijderd: ramen, voordeur, muren, plafonds, vloeren, badkamer, keuken en utility room. Dat vele breekwerk werd gedaan door een team van uitsluitend Russischsprekende bouwvakkers. Een aantal van die mannen leek onlangs van de Russische mossteppe te zijn geplukt door het busje van uitzendbureau ToendraTalent... De oudste van die arbeiders had een harde, irritante stem die je bijna de hele dag hoorde. Die kerel hoorde zichzelf kennelijk graag praten. Ik kan je vertellen dat het niet eenvoudig is om langdurig naar dom gelach te luisteren, zelfs als je het niet verstaat. De Russische taal zou ik sowieso niet welluidend willen noemen. Het klinkt mij in ieder geval niet melodieus in de oren.

Het keukenblok werd gedemonteerd en verwijderd. De badkamer beneden werd geheel verwijderd, inclusief alle wanden, het badkamerraam werd dichtgemetseld. Het zijraam in de woonkamer werd versmald en verplaatst. De vraag was of zij hiervoor een bouwvergunning hadden aangevraagd bij de gemeente. Je hebt in Spanje al een vergunning nodig voor de kleinste ingreep. Hun verbouwingen waren echter groot werk, hier wordt dat ‘obra mayor’ genoemd. Gezien de snelheid waarmee het breekwerk begon na overdracht was het antwoord mij duidelijk: alles gebeurde zonder vergunning. 

Sommige ingrepen vinden wij zinloze vernietiging van goed materiaal. Het huis van de Denen, betrekkelijk recent gerenoveerd, was volledig instapklaar. Ik begrijp dat smaak persoonlijk en dat een tegel of keuken wordt vervangen maar iets wat recent nog werd gerenoveerd en dus bijna nieuw was, in zijn geheel in de afvalcontainer kieperen, stuitte ons tegen de borst. Maar het is niet aan ons. 

Daarna begon het grote project op de achterpatio. Ze bleken die volledig te gaan overkappen, dat komt neer op een oppervlak van ruim 40m2. Wat je noemt groot werk, eveneens vergunningsplichtig. Nat had mijn liefje een keer terloops verteld dat ze achterop een overkapping zouden plaatsen. Mijn liefje had geluisterd en geknikt. (Ik was niet bij dat gesprek aanwezig.)

Op enig moment werd er een volledige daklaag bovenop hun patio gelegd die afliep naar onze kant. We vroegen tweemaal aan de voorman van de Russische klussers hoe die constructie er precies ging uitzien. Tweemaal kregen we een vaag antwoord in gebrekkig Spaans. Op een maandagmiddag kwamen we terug van een uitje toen we de complete overkapping zagen. Die stak ver voorbij de scheidingswand tussen onze grondstukken en liep af naar onze kant.

Huh?! Zag ik wat ik vreesde?

Waar zou hun waterafvoer (goot) worden geplaatst? Toch niet aan onze zijde van de patio? Jawel, hoor. Dat was precies het plan van de Russische hoofdaannemer. Dat is niet alleen tegen alle Spaanse bouwregels in en tegen die van de betamelijkheid tussen mensen, het was stiekum bovendien. We krijgen hier elk jaar te maken met steeds intensere buien, de zogenaamde DANA of 'gota fria'. Die ontstaan na de zomer als warme op afkoelende lucht botst; daarop kun je de klok gelijkzetten. Hun dakoppervlak op de patio is viermaal groter dan ons dak boven de eetkamer. Waar gaat al hun regenwater naartoe?! En vooral: waartoe leidt dat?!

Ons antwoord was duidelijk. NIMBY: Not in My Backyard. 

We staan volledig in ons recht maar voor de zekerheid vroegen we officieel advies aan een Spaanse deskundige. Die bevestigde ons dat het gaat om een onwettige constructie waarmee we niet akkoord moeten gaan. Dat waren we ook geenszins van plan en dat vertelden we de Russische buren tweemaal op vriendelijke wijze. Natalia zei verdrietig te zijn. Dit huis -inclusief datsja- is hun Traum (droom)... Alles gut und artig maar hun traum kan niet onze Alptraum (nachtmerrie) worden! Dat maakten we hen duidelijk.

Een dag later kwamen ze naar ons toe om over een compromis te praten. Wij wilden wel luisteren maar wilden alleen praten over een alternatief, geen compromis. Het werd een in alle opzichten opmerkelijk gesprek. Er werd ons op enig moment zelfs gevraagd of we te vermurwen waren met geld. Njet-njet, no! Ik zei dat we  genoeg hadden en niets van hen nodig hadden. Daarop zei Vlad dat een mens nooit genoeg geld heeft. Dat geeft de verhoudingen goed weer, wat mij betreft. 

Later in dat gesprek, wij bleven onvermurwbaar, toonde Nat zich de slechte verliezer die ze is. Eerst begon ze over een eetfeestje op ons terras dat wij organiseerden met zes personen. Dat leverde meer herrie op dan hun geklus. (Zucht.) Daarna begon ze over onze stoutejongensstruik te mopperen. Zij meende dat het een boom is die niet binnen een meter van onze scheidingswand mag staan. Bovendien vond ze die boom lelijk, voegde ze eraan toe. Smaken verschillen. We wisten al eerder dat er natuurbarbaren op deze aardkloot rondlopen en zij is er kennelijk een van. De olijfboom, de bloeiende hisbiscussen en de kleine stoutejongens van Jan werden in de eerste dagen van de verbouwing zo in de vuilcontainer gekieperd. Tja. 

Onze durante erecta is formeel een struik en dat zei ik haar ook met alle stelligheid die in mij zat. Zij is de enige die dit een lelijke struik vindt, volgens mij. Alle bezoekers aan onze tuin vallen in katzwijn als ze de struik (die inderdaad fors is) in bloei zien staan. Tere blauwe bloempjes en oranje bessen aan een tros die naast elkaar bungelen, om de paar centimeters. Het is een feest voor het oog, een feest voor insecten maar niet voor iemand met een dwangmatige schoonmaakneurose. (Daar kom ik op terug.) 

Zij verlieten ons terras zonder oplossing maar zegden toe een technisch specialist in de arm te nemen voor het dak. Niet de Russische aannemer die dat illegale (en lelijke) ontwerp had bedacht maar een onafhankelijke persoon. Dat leek ons een prima idee. Die man kwam enkele dagen later langs en gaf ons in alles gelijk. Het is een slecht ontwerp dat wettelijk bovendien niet is toegestaan in Spanje. De dag erna kwam de Russische hoofdaannemer met Nat en Vlad nog éénmaal smeken of we toch niet akkoord wilden gaan met het eerste ontwerp, zijn geesteskind. No, nein, njet. Het huidige ontwerp moest van tafel. Hij droop af.

In een recent Volkskrant-artikel las ik een gesprek met Oekraïense vluchtelingen in Rotterdam. De man, Oleg, een gewezen journalist, zei dat we de Russen nooit, echt nooit moet vertrouwen omdat ze volgens hem een agressieve en imperarialistische volksaard hebben. Ik denk dat we daarvan een staaltje hebben gezien! 

De buren pasten hun ontwerp aan, ze moesten wel. Ik denk dat de geheel afgedekte patio hun langgedroomde datsja is. De goot hangt inmiddels aan hun kant van de scheidingswand, zoals het hoort. Het is overigens een donker hol, die datsja, al zit er een lichtkoepel in. Vlad komt af en toe naar buiten met een mijnwerkerslamp op zijn voorhoofd dus dat geeft te denken. 

Aan de open zijkant van het dak van de datsja kwam op hun terrein een opmerkelijke witte  waterafvoer, vanaf het einde van de goot die daar in het luchtledige hangt. Ze wateren naar de voor- en achterzijde af. Die smalle afvoer, uitmondend in een kleine bloempot (!) lijkt meer op een mislukte muizentrap. Het overtolige water zal met deze constructie onder de garagedeur door de datsja instromen. 

Aan deze knullige structuur kun je onder andere een gebrek aan kennis over de kracht van (regen)water afzien en onbegrip over de volumes die hier vallen in het nazomerse seizoen. We zouden nog weleens zien wat er hiernaast gebeurt tijdens de eerstvolgende DANA, die waarschijnlijk niet lang op zich zou laten wachten.

De voorgevel ging er grotendeels uit en de voordeur verdween. In plaats daarvan kwam er een smal raam tot op de grond dat naar de andere kant van de gevel werd verplaatst. Veranderingen aan de voorgevel zijn een gotspe in Spanje. Daar krijg je slechts bij hoge uitzondering een bouwvergunning voor. (Maar ja, die hadden ze sowieso niet aangevraagd...) Een deel van die nieuwe pui functioneert nu als voordeur maar die gebruiken ze niet vaak. Het meeste in- en uit geloop gaat via de (stalen) garagedeur die Vlad niet zonder herrie kan sluiten. Bij ons staat de garagedeur de gehele dag open, bij hen niet. 

Aan de zijkant van het huis zit nu een nieuwe pui met glas tot aan de vloer; deels raam, deels zijdeur. Eerst werd er een gat gemaakt ter grootte van een  standaardraam, vervolgens werd het gat tot op de grond doorgebroken. Daarna werd de helft bestemd als deur. Het leek vaak of er elke dag een nieuw plan werd bedacht en uitgevoerd. (Alles zonder bouwvergunning, welteverstaan.) Geen idee welke briljante brainwaves aan al die aanpassingen voorafgingen. Voor ons zijn ze onnavolgbaar. Nu lijkt het wellicht alsof we constant aan het gluren naar de buren waren maar dat was niet zo. 

Er kwam geen einde aan het gebreek en gedrilboor. Mijn liefje voelde af en toe  moordneigingen. Voor mijn doen was ik langdurig de rust zelve, zonder enige eruptie. Totdat ook ik zin had om een paar types in hun kuif te pikken, maar dan lager op het lichaam. We vroegen na vele weken herrie wanneer al dat gehamer en geboor zou eindigen. Het was immers zomervakantie en de straat vulde zich langzaamaan met Spanjaarden die hun vakantie kwamen vieren. Een aantal van hen kwam daarna klagen bij ons (niet bij hen). Teveel stof, teveel lawaai. En waarom geen respect voor de siesta? Tja. Dat krijg je met cultureel insensitieve types. Vraag het ze zelf!  

Een zekere maandag in augustus zou volgens Nat de laatste dag zijn met extreem veel geluidsoverlast. Daarom gingen mijn liefje en ik die dag op excursie. Daarna werd het dinsdag, woensdag en donderdag, met nog steeds hetzelfde lawaai van boor- en breekwerk. Daarover mopperden we op vrijdagochtend. Nat’s antwoord was: “Ja, maar dat waren de wanden”! Kortom: dat was deel 1, er kwam nog meer aan. Kortom: onbetrouwbare types. Dat heb ik ze gezegd ook in mijn afgestofte Duits.

Na nóg een gebroken belofte en een ongedurige opmerking van haar kant, stopten wij met praten. Sindsdien zijn die twee lucht voor ons. Het wachten is nu op de verhoogde scheidingswand die zij oorspronkelijk zeiden te willen aanbrengen. “Voor privacy”. Xantippe (de boosaardige van dit stel, een heuse feeks) probeerde ons tijdens het gesprek over het dak ook nog te laten meebetalen aan dat scherm maar ook daar kreeg ze nul op rekest. Wij leven al negen jaar zonder en dat bevalt ons goed. Ze zoeken het maar uit. 

We hebben inmiddels geconstateerd dat Nat niet alleen naar is tegen ons. Ze blaft haar echtgenoot ook regelmatig af. Dat kereltje staat er dan zwaar beteuterd naast. Ik spreek geen Russisch maar zijn lichaamstaal en haar volume en toonhoogte spreken boekdelen. Wat hen wèl verbindt, is schoonmaken. Zij is er elke dag drukdoende mee (vegen, soppen en stofzuigen; soms meermalen per dag).  Regelmatig wordt ook Vlad tot poetsen aangespoord. 

Haar poetsdrift gaat ver. Mijn liefje zat op een avond op haar stoeltje onder ons (afscheidende) zonnescherm toen er bloemblaadjes op haar hoofd landden. Ze sprong op en vroeg wat in hemelsnaam de bedoeling was?! “Saubermachen”, volgens Nat. Ze veegde de bloemblaadjes van de stoutejongens van de bestaande scheidingswand opzichtig naar onze zijde. Zij vond dat kennelijk doodnormaal, wij niet. Daarmee verdiende ze haar tweede bijnaam: ‘Putzteufelin’ (poetsduivelin). Als de verhoging van de wand er komt, zijn we aan beide zijden van dit probleem af.

Als je aan zee woont, heb je dagelijks te maken met zoute aanslag. Tevens gaat er zand door de lucht en als er dan nog wind uit het zuiden blaast, komt er soms een flinke lading Sahara-zand mee. Als je slaaf bent van poetsen, blijf je bezig. Dweilen moet dus een grote hobby zijn van haar...  

Gisteren werd code rood rondgestuurd vanuit de gemeente. Er zouden heftige buien gaan vallen in onze regio. We kregen er ééntje (18mm) en die was niet ongewoon. 

In de loop van de volgende ochtend kwam de Russenklussenbus weer voorgereden bij de buren. O-o. Lekkage in de datsja. Heel Nat! De verlichting was ook uitgevallen dus het mijnwerkerslichtje op het voorhoofd van Vlad was terug. Hij vroeg terloops aan mijn liefje of wij last hadden van wateroverlast. Nee, hoor. (Alleen van hen...) 

Dit is nog geen fractie van de neerslag die doorgaans valt in deze tijd van het jaar. Ik vermoed dat er nog het een en ander op ons afkomt in september en oktober. We hoorden Xantippe door de muren heen oreren. Geen fijn gesprek, geen prettig mens. 

We zagen dit alles met enig leedvermaak aan.


vrijdag 11 september 2026

Camino de Sefarad

We zijn weer op pad. Dit jaar vieren we de verjaardag van mijn liefje wederom iets verder van huis. Dit is een kroonjaar en het wordt haar ‘diamanten’ verjaardag genoemd, al zijn diamonds niet langer ‘this girl’s best friend’. (Das war einmal.) We vieren dit met ons tweeën in Lorca, de Murciaanse stad die we kennen van een eerder bezoek maar dat is lang geleden.

Lorca wordt wel ‘de stad van de zon’ genoemd, omdat het fort op de heuvel (10de eeuw) zo ver de lucht in steekt; die citadel wordt ook wel het Zonnefort genoemd. Inmiddels is er daar veel gerenoveerd na de recentste aardbeving (2011) en is de stad een tweede leven begonnen toen de rijke Joodse geschiedenis recent werd ontdekt. Lorca is inmiddels onderdeel van een uitgebreid Joods netwerk in Spanje (‘Red de Juderías’) maar ook wereldwijd. Het trekt inmiddels geïnteresseerde (joodse) toeristen uit vele landen.

Op de heuvel van het kasteel (waar ook de parador staat waar we overnachten) zijn sporen van bewoning gevonden uit de Iberische tijd. Onder Romeins bewind heette deze stad ‘Eliocroca’, dat lag aan de Via Augusta, de grote Romeinse verbindingsweg die door Hispania voerde (en aansloot op de Via Domitia). Later gaven de Moorse bezetters deze stad de naam ‘Lurqa’. Na de christelijke verovering (13de eeuw) werd Lorca een belangrijke grensstad in het katholieke Castilië, pal gelegen tegenover het Nasriden koninkrijk Granada. 

Het verhaal van Lorca kent ook een duistere kant: de aarde zelf bleek een geduchte vijand. De stad ligt op de Alhama de Murcia-breuklijn (Alhama is het Arabische woord voor ‘warmwaterbron’), de geologisch gevaarlijkste breuklijn in de regio van meer dan 80km lengte, die verantwoordelijk is voor alle seismische activiteit in dit gebied. Die activiteit wordt aangedreven door de botsing tussen twee tektonische platen, de Afrikaanse en de Euraziatische plaat. Dat zorgt voor een constante druk op de bodem in dit deel van zuidoost-Spanje. Vanwege de scheur in de aardplaat komt er natuurlijk water vanuit diepe warmwaterbronnen naar boven.

Zware aardbevingen troffen Lorca in 1579, 1674 en 1818. Vooral de aardbevingsreeks van 1674 was verwoestend. Van de destijds 1.683 geïnspecteerde gebouwen bleken er 1.178 beschadigd en 479 volledig verwoest. Veel gebouwen die tegenwoordig als historisch erfgoed worden beschouwd, dateren dan ook uit de periode ná die ramp.

Mijn liefje en ik maakten een aantal aardbevingen mee in ons leven, onder andere toen we aan de Ring van Vuur woonden (Bali). Het water in ons zwembad klotste enkele keren over de rand maar er ontstonden geen scheuren. Het gebeurde enkele keren in Campamor waar we de luiken hoorden ratelen. Een keer trof het ons in onze huidige woonplaats aan de Costa Blanca. Het was alsof er een metro onder ons huis doorreed. Die ervaringen horen erbij als je in de buurt van een breuklijn woont. Wij hebben er drie in de directe omgeving: de Torrevieja-breuk, de San Miguel de Salinas-breuk en de Guardamar-breuk.

Op 11 mei 2011 schudde Lorca opnieuw. Twee krachtige bevingen, waarvan de zwaarste een kracht van 5,1 had, troffen de stad. Negen mensen kwamen om het leven, er waren honderden gewonden en ontstond enorme structurele schade.  Grote delen van de historische stad raakten beschadigd. Volgens het Spaanse Instituto Geográfico Nacional (IGN) had ongeveer 5% van de gebouwen ernstige structurele schade en nog eens 13% matige structurele schade.

Wat ondergronds bewaard bleef, is minstens zo bijzonder en belangrijk als dat andere verhaal van Lorca. Er bleek spectaculair bewijs te zijn gevonden van Joods leven. De synagoge werd in 2002-2003 ontdekt tijdens voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van de parador. Het is een van de belangrijkste archeologische vondsten (bronnen) voor de kennis van het middeleeuwse Jodendom op het Iberisch Schiereiland. 

Bijzonder is dat deze synagoge na het vertrek van de joodse bevolking niet tot kerk werd omgebouwd (‘ontheiligd’ las ik ergens), zoals het vaak ging in voorgaande tijden. Het gebouw was min of meer onaangetast omdat de joodse wijk zich binnen de muren van het kasteel bevond. Het is de enige middeleeuwse synagoge in Spanje die grotendeels intact bleef. Zo zijn de ‘hechal’ (de heilige ark, het heiligste binnenste van een joodse tempel) waar de Thora werd bewaard, en de ‘bimah’ (de verhoging, de kansel) vanwaar de religieuze teksten werden voorgelezen, herkenbaar gebleven.

Net zo verwonderlijk is dat in de vloer van de synagoge ongeveer 2.600 stukjes glas werden gevonden. Daarmee konden 27 authentieke glazen lampen worden gereconstrueerd. Ooit moet dat licht de synagoge hebben beschenen terwijl de Joodse gemeenschap van Lorca er samenkwam voor gebed, studie en feestdagen. 

Toen in 2012 daadwerkelijk werd begonnen met de bouw van de parador op de heuvel van het kasteel, deden archeologen nóg een bijzondere ontdekking. Wat tevoorschijn kwam, was een complete middeleeuwse Joodse wijk uit de 13de eeuw die werd bewoond totdat de joden uit Spanje werden verdreven door antisemitische katholieke koningen van destijds (1492). Het ging niet om een enkel gebouw maar een compleet stadje met huizen, straatjes, winkels (slagerijen), werkplaatsen en de eerder genoemde synagoge. Archeologen hebben inmiddels delen van deze wijk blootgelegd, met onder meer 18 huizen en een werkplaats waar glas werd vervaardigd. Het was een kleine maar belangrijke populatie (circa 180 inwoners).

Voor vertrek reserveerde ik kaartjes voor een bezoek aan de opgravingen en de synagoge. Dat werd een aparte ervaring. Die reservering was bedoeld voor de ochtend van haar verjaardag. Toen de online betaling rond was, stonden de kaartjes echter op een onjuiste datum terwijl ik zeker wist de juiste datum te hebben aangeklikt. Op de bevestiging stond een telefoonnummer dat ik belde. Er kwam een alleraardigste man aan de lijn die uitlegde dat er een fout in het systeem zit. Als de betalingsstap relatief lang duurt, wordt de reservering automatisch op de dag na reservering gezet, niet op de gereserveerde datum(?). Ik knipperde even met mijn ogen. Had ik dat goed gehoord? Reserveren op dag A en dan dag B op je ticket krijgen?! Jazeker. Die fout laat men kennelijk ‘gewoon’ zitten... Typisch Spaans, wat mij betreft. De aardige man aan de lijn bood mij aan op dag A de deuren extra vroeg te openen als we ons daar eerder melden. Speciaal voor ons, als we willen. Kunnen we rustig rondlopen. Hij zou mijn naam onthouden. Ook dat is typisch Spaans. Tja. Dat gaan we zeker doen, we logeren immers op steenworp afstand!

Binnen de muren van het kasteel van Lorca woonden gedurende meer dan twee eeuwen Joden die actief waren in handel en ambachten. Ze vertaalden Arabische teksten en waren zelfs betrokken bij het vrijkopen van gevangenen, aldus de documentatie die ik las. Al was de joodse gemeenschap klein, het was bepaald geen onbeduidende groep.

We verheugen ons erop op het terras van de parador te zitten en over Lorca uit te kijken. Dan zal datgene wat onder onze voeten ligt een nóg tastbaardere herinnering zijn aan de Sefarad, de Joodse naam voor het vroegere Iberisch Schiereiland (nu Spanje genoemd): een wereld die eeuwenlang verborgen bleef en dankzij archeologen haar stem terugvond.

Na terugkeer zal ik nogmaals bloggen over dit uitje. Wellicht dat ik ook een webalbum samenstel. Wordt vervolgd.

 

maandag 7 september 2026

De avonturier van de zee

In Nederland is het culturele seizoen 2026-2027 weer officieel begonnen. Nee, dan aan de Costa Cálida... daar is het pas on-Nederlands! Wie in Cabo de Palos onder water gaat (een favoriete snorkel- en duikplek voor velen, ook van mij), betreedt een wereld waarin niets is wat het lijkt. Tussen het wier, de uitgestrekte zeegrasvelden en rotsen leeft een diertje dat eruitziet alsof het rechtstreeks uit een sprookje is weggezwommen: het zeepaardje.

Wie in Cabo de Palos boven water blijft, betreedt een wereld van zeepaardjes op het droge. Er is daar momenteel een rondreizende openluchtexpositie te zien (tot 13 september), getiteld ‘El avonturero del mar’ (de avonturier van de zee). Kunstenaars uit de regio namen zeepaardjes kunstzinnig onder handen. Dit initiatief dat kunst en natuur combineert, werd georganiseerd door de Spaanse krant La Verdad. Deze krant besteedt heel vaak aandacht aan de toestand rond Mar Menor. Deze expo heeft dan ook als doel de aandacht te vestigen op de kwetsbaarheid van de Middellandse Zee, maar met name de Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee, die van oudsher een toevluchtsoord is voor zeepaardjes. In de afgelopen decennia raakte die zee zeer vervuild. Kunstenaars uiten met hun kunstwerken kritiek op plastic- en andere vormen van vervuiling maar niet elk commentaar is kritiek. Er wordt ook een ode gebracht aan de zee en het bonte leven in zee.  

Mijn eigen liefde voor zeepaardjes stamt uit een ver verleden. Als kind vond ik een keer een dood zeepaardje (kortsnuit) in de branding van het strand van Kijkduin. Slechts éénmaal in mijn leven zag ik een levende onder water met eigen ogen, snorkelend op het Australische Great Barrier Reef. Goeie, ouwe tijden! 

Wel heb ik het diertje meermalen gezien in een museale omgeving. Zo reden we in Tasmanië kilometers om daar in een groot aquarium (Seahorse World) diverse soorten zeepaardjes te zien. Ik word er nog steeds mee gepest door vrienden en mijn toenmalige reisgenoten dat ik per se naar de andere kant van de wereld moest om zo’n miniscuul diertje te zien. En het was niet eens een paardje!  Seahorse World had er heel veel en ze waren stuk voor stuk prachtig en fascinerend. Met mijn neus stond ik tegen de glazen wand gedrukt. Er zijn 40 à 50 soorten bekend in de wereld. De ‘leafy seadragon’ vind ik een van de mooiste. Als dit diertje zich niet voortbeweegt maar ergens stil hangt, lijkt het net op zacht koraal dat meewuift op de stroming.  

Een zeepaardje is eigenlijk een vis. Daarmee houdt vrijwel iedere overeenkomst met een gewone vis op. Dit dier zwemt rechtop, heeft een kop die echt doet denken aan een paard en een staart waarmee het zich als een slingeraap aan planten en andere voorwerpen kan vastgrijpen. Omdat het maar een heel summier rugvinnetje heeft waarmee het zich voortbeweegt, is het een slechte zwemmer. Het dier heeft echter goede camouflage. Het kan de eigen kleur aanpassen aan de omgeving en zo vrijwel tussen het wier en andere onderwaterplanten verdwijnen.

Nóg wonderlijker zijn de ogen. Die kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. Terwijl het ene oog de omgeving in de gaten houdt, kan het andere naar een prooi zoeken. De prooi van een zeepaardje is meestal klein: piepkleine kreeftachtigen en vislarven. Een zeepaardje heeft geen tanden en geen maag. Het dier zuigt voedsel naar binnen met een lange buisvormige snuit, als een minuscuul pipetje. 

Maar het werkelijk wonderlijke ontdek je bij de voortplanting. Bij het zeepaardje wordt het mannetje zwanger. Tijdens een bijzondere onderwatertango zwemmen het mannetje en vrouwtje samen, met hun staarten ineengestrengeld. Vervolgens brengt het vrouwtje haar eitjes over naar de broedbuidel van het mannetje. Daar worden ze bevrucht en groeien de embryo's uit tot jonge zeepaardjes. Na enkele weken brengt het mannetje de miniatuurzeepaardjes ter wereld.

Door een aantal van deze aspecten is het zeepaardje heel kwetsbaar. Het is honkvast, zwemt langzaam en is sterk afhankelijk van een gezonde leefomgeving. Die leefomgeving kreeg in Mar Menor zware klappen. Deze grote binnenzee was ooit een rijke wereld vol zeegras, vissen, schelpdieren en zeepaardjes. Maar door decennia van menselijke druk, vervuiling en een teveel aan voedingsstoffen in het water raakte het evenwicht ernstig verstoord. Het heldere water veranderde, gezonde leefgebieden verdwenen en de zeepaardjes werden steeds zeldzamer.

Onderzoek toont aan dat de populatie van het langsnuitzeepaardje (Hippocampus guttulatus) in enkele decennia van miljoenen dieren terugviel tot slechts enkele duizenden. De lagune had vroeger dichte velden met zeegras en een stabiel ecosysteem, wat de ideale leefomgeving vormde voor deze kwetsbare dieren. Vanaf de jaren '90 van de vorige eeuw nam de populatie sterk af door illegale vangst voor decoratie en aquaria, door vervuiling en veranderende waterkwaliteit. In 2012 waren er nog zo'n 190.000 over maar door aanhoudende ernstige ecologische crises en door verstikking vanwege ongebreidelde algenbloei (de zogenaamde ‘groene soep’) stortte de populatie in. Na telling bleken er destijds nog maar enkele honderden rond te zwemmen. In 2020 verklaarde de regionale visserijdienst dat er bijna geen paardjes over waren...

Desalniettemin is het verhaal van het zeepaardje niet eindig. Er wordt gewerkt aan het behoud van deze bijzondere vis, onder meer door veel onderzoek en door kweek in gevangenschap. Dat maakt het zeepaardje tot meer dan een curiositeit van de onderwaterwereld. Het is een klein, levend symbool van wat er verloren kan gaan wanneer een ecosysteem wordt verwaarloosd. Wie een zeepaardje ziet, kijkt dus eigenlijk naar een klein wonder. Wie er geen meer ziet, moet zich ernstig afvragen waarom dat zo is. 

Het zeepaardje staat in dit geval symbool voor de kwetsbaarheid van zeeën. De stichting en het project 'SOS Mar Menor' hebben het zeepaardje als symbool. De documentatie, vlaggen, t-shirts, posters en andere merchandise hebben een zwarte achtergrond met een wit paardje erop. Het staat symbool voor wat wij kunnen verliezen als we ons gedrag niet aanpassen en de leefomstandigheden van dit bijzondere diertje niet verbeteren. 

De tentoonstelling in Cabo de Palos gaat vooral over de vraag wat wij de zee kunnen teruggeven. Als je over de veelbesproken binnenzee kijk, zie je in ieder geval een uitgestrekt wateroppervlak. Maar daaronder, verborgen tussen het zeegras (Posidonia oceanica, minstens zo bijzonder is als dit diertje), kunnen zich weer dappere zeepaardjes gaan vastklampen. Dat noem ik verbeelding. Laten we dat weer realiteit maken.

Hierna reist deze expo naar Cartagena. 

 



zaterdag 29 augustus 2026

Lunar eclipse gids

Het zag er niet erg veelbelovend uit in de aanloop naar de vroege ochtend van 28 augustus. Dat was het moment ruim na middernacht waarop een bijna volledige maansverduistering zou zijn te zien boven het overgrote deel van Spanje. Met het blote oog dus er was geen behoefte aan een eclipsbril. Mijn liefje had mij wel gewaarschuwd dat de kans op bewolking groot was maar ja, zij is nu eenmaal geen Van Leur of Woei. Bovendien had zij de regen die eerder op de avond viel niet voorzien. Daar komt bij dat mijn enthousiasme en optimisme niet waren te temmen.

De telelens van mijn digitale camera is uitermate geschikt voor dit soort situaties dus die stond klaar. Ik zou mijn mooiste maanfoto naar NASA sturen, had ik mij voorgenomen. Geen ingenieus gecomposeerde constructie maar een messcherp beeld van een kleurrijk maanoppervlak. Daartoe had de organisatie mensen wereldwijd opgeroepen. 3.3 miljard mensen, om precies te zijn. Zoveel wonen er in het gebied van de (bijna) volledige eclips.

De wekker was om 4:00 uur gezet. Een tijdstip waarop normale mensen hooguit wakker worden als hun blaas daartoe aandringt. Maar ik had een missie. De maan zou langzaam in de schaduw van de aarde verdwijnen, vervolgens roodachtig kleuren en uiteindelijk als een soort kosmische bloedmaan aan de hemel gaan staan. Voor de wekker was ik wakker, zo gaat het doorgaans bij ervaringen die weleens enerverend kunnen zijn. Met de vastberadenheid van een amateurastronoom trad ik dit avontuur tegemoet. Vriendin Liselotte, woonachtig in dezelfde buurt maar in een andere straat met ander uitzicht, had mij uitgenodigd op haar terras te komen kijken als ik er zin in had.

Ik stapte naar buiten en liep door de poort de straat op, om goed te kunnen zien waar de maan stond aan de hemel en waar het fenomeen zich zou gaan voordoen. Ik liep heen en weer, vooruit en achteruit. Waar ik ook keek, er was geen maan te bekennen. Wel bewolking. Niet hier en daar een decoratieve sluierwolk, nee een compleet dichtgetimmerde hemel. Alsof niet ik maar dit deel van Spanje die nacht onder een grijs dekbed bleef liggen.

Na de aanvankelijk lichte teleurstelling bleef ik hoopvol. Misschien trok het open, misschien was dit plaatselijk. Misschien kwam de maan straks precies door een gaatje in het wolkendek tevoorschijn, zoals dat ook was gebeurd in Aragón toen we recent op zoek gingen naar de volledige zonsverduistering, de diamanten ring en de corona (12 augustus jongstleden; zie blog). We hadden weliswaar een deel van de verduistering door de maan gemist maar de afloop had niet beter gekund. Misschien had ik nu ook mazzel? De maan had immers een reputatie hoog te houden na het succes van de zon. 

Dus regelmatig stapte ik naar buiten, met mijn telelens in de aanslag. Elke keer bleek boven mij een ondoordringbare massa wolken te hangen. Ik keek naar de hemel en de hemel keek terug. Ik had net zo goed mijn Aragonese eclipsbril kunnen dragen.

Op mijn laptopscherm had ik ondertussen de live-uitzending van de maansverduistering staan: 04:45, 05:05, 05:25, 05:45 uur… langzaam werd de maan steeds roder. Prachtig. Ik kon niet wachten dat met eigen ogen te zien, verheugde mij op een soort lokale, hemelse diavoorstelling. In realiteit bereikte ik ongeveer hetzelfde resultaat als wanneer ik de dop op mijn cameralens had laten zitten. Zwart beeld. Rond 06:05 uur begon de frustratie toe te slaan. De maan zou inmiddels (bijna) helemaal rood moeten zijn.


Illustratie 'Eclips' - Konstantin
Sunnerberg 
Maar de realiteit was dat boven mijn stukje Spanje geen maan was te bekennen. Geen verduisterde maan. Geen bloedmaan. Überhaupt geen maan. Alleen maar wolken, zelfs een flink wolkendek. Om 06.45 uur begon de maan volgens schema alweer haar rode gloed te verliezen. Ik bleef dezelfde wolkenpartij zien, zelfs met soms een spatje regen. Tja. 

Mijn liefje, die later uit haar mandje stapte, vroeg me of ik nog een foto had gemaakt van die grijze hemel. (Soms is het een grote pestkop.) Ietwat chagrijnig antwoordde ik ontkennend. 

Rond 07:45 uur was het spektakel voorbij volgens de eclipsgids. Ik had geen enkel bewijs van het kosmische wonder, waarop ik mij zó had verheugd. Miljoenen mensen in grote delen van de wereld hadden tijdens die vroege uurtjes wèl de maansverduistering kunnen zien. Het universum had echter besloten dat juist ik een exclusief arrangement kreeg aangeboden: een geheel verduisterde maan. Ofwel: het grote niets. In grijs-zwart uitgevoerd. 

De maan verduisterde en veranderde inderdaad prachtig van kleur voor vele anderen op de wereld. Kranten in binnen- en buitenland hadden die ochtend reportages die ik met lede ogen aanzag. De aarde wierp haar schaduw daar precies waar het moest. Aan het gezamenlijke ontbijt zei ik mijn liefje enigszins verongelijkt dat ik wel vaak pech had in het geval van astronomische evenementen. Niet dat ik tot dusver veel verduisteringen meemaakte maar het voelde alsof ik er veel had gemist. Andere enthousiastelingen, personen op andere plekken, hadden meer geluk.

Afgelopen nacht, toen moeder natuur mij riep, keek ik door het badkamerraam en zag de maan fel door het raam schijnen. Ik had vrij zicht op die volle, oplichtende bal. Het hemellichaam trok een lange neus naar mij. Mij moet je voortaan niet vragen als gids!

Ik moet er de humor maar van inzien. 'Mijn' maan was er die nacht wel degelijk, ik zag haar alleen niet.


zondag 9 augustus 2026

Op weg naar de Lobetanos

De datum nadert met rasse schreden, de spanning stijgt in Huize Barefoot. Ik blogde er eerder over: mijn liefje en ik gaan de totale zonsverduistering in de autonome regio Aragón meemaken. Net als, naar verluidt, vier miljoen andere astrotoeristen. Op 12 augustus aanstaande bedekt de maan gedurende enkele minuten de zonneschijf volledig, waardoor het landschap verandert: het licht dimt, de temperatuur daalt, de vogels stoppen met fluiten. Terwijl sterren en planeten zichtbaar worden, wordt de normaal onzichtbare zonnecorona in al zijn pracht onthuld. Ik verheug mij erop! 

Vorige week werden nog onweersbuien in het gebied gemeld, specifiek voor die dag. Die voorspelling lijkt te zijn verdwenen. Afgelopen week was het noodweer in het binnenland van Aragón: wind van 80 à 90km per uur, regen tot wel 40 liter per vierkante meter en hier en daar zelfs hagelstenen. Tot op heden werden er in dat gebied geen bosbranden gemeld. Ook die zouden -letterlijk- roet in het eten kunnen gooien. Na de regenval is dat risico afgenomen. Op de dag zelf wordt het zonnig en heet (rond 35 graden Celsius), volgens de recentste voorspelling. 

Wij vertrekken binnenkort naar Albarracín, een klein roze middeleeuws stadje op bijna 1.200m hoogte, dat op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. Het behoort tot de mooiste plekken van Spanje en daarom bezochten we het eerder. Er wordt zelfs gemeend dat het een van de mooiste middeleeuwse plekken op aarde is. Nu hebben we maar één doel: de zeldzame zonsverduistering bij ondergaande zon zien. Op dit verschijnsel moesten bewoners van Spanje meer dan 100 jaar wachten. De volgende eclips gaan we niet meemaken; dat is ook goed om te beseffen. Dit stadje zelf ligt op een unieke locatie, verscholen tussen de bergen aan de voet van de kloof van de rivier de Guadalaviar, hetgeen het tot de perfecte achtergrond voor deze ervaring maakt.

Het stadje Albarracín zelf is geen goede plek om de eclips met eigen ogen te zien. Het wordt omringd door heuvels met oude vestingen. Daar wij alles van deze eclips willen zien, inclusief corona, moeten we naar elders. Dus het oog viel op de omliggende hoogvlakte, de Sierra de Albarracín (1.600m hoogte). Deze Sierra beschikt over een zogenaamde 'Starlight Reserve'-certificering dankzij de hoogte, het gebrek aan lichtvervuiling en de overzichtelijke hemel. Dit biedt een goede kans op een geslaagde ervaring onder een van de meest spectaculaire sterrenhemels van het land. Op 12 augustus is ook de jaarlijkse meteorenregen van de Perseïden te zien. Dat kan weleens de perfecte afsluiting van de avond worden. 

Voor deze bijzondere gelegenheid ontwierp de Spaanse overheid een speciale postzegel (€4 per velletje van één zegel). Er is slechts een oplage van 65.000 gedrukt, niet groot genoeg. Ik whatsappte met postbode Carlos om te vragen of ze verkrijgbaar waren. Hij meldde dat er op het lokale Correos-kantoor niets meer te krijgen is.

De manager van ons hotel hield zich aan zijn woord. Hij antwoordde op een eerdere mail van onze kant dat ze kort voor het evenement hun gasten zouden informeren over de activiteiten die plaatselijk worden georganiseerd.

De hoteldirectie kwam inderdaad met een uitgebreid en mooi verzorgd document (zwarte achtergrond met hier een daar een gouden randje, net als het moment van de kroon) waarin enkele aanbevelingen staan voor locaties in de Sierra de Albarracín en daarbuiten waar we optimaal van de zonsverduistering kunnen gaan genieten. Wij, hun klanten, moesten alleen nog een optie kiezen. Ik zette het een en ander schematisch op papier voor onszelluf, ouwe sokken. We bekeken de kaart, lazen de beschrijvingen, bespraken de opties. Uiteindelijk werd de keuze voor ons gemaakt.

Albaraccín heeft een eigen website waarop afgelopen woensdag een uiterst informatief artikel stond dat mijn liefje ontdekte. Daarin was te lezen dat de lokale wegen naar de hoogvlakte (Sierra) zijn afgesloten en dat men vanaf 17:30 uur met grote en kleine bussen naar een goed gelegen observatiepunt gaat rijden. In de strook land waar dit fenomeen in Spanje is te zien, liggen 360 van die ‘veilige’ observatiepunten. Bussen rijden af en aan tot een half uur voordat de eclips begint. Boeken is niet nodig, gewoon op tijd bij het busstation staan, voldoet. (Dat station ligt op korte afstand van ons hotel.)

Onze hotelreceptie zal op 12 augustus vanaf 19:00 uur onbemand zijn. Dan is het hotelpersoneel onderweg naar hun eigen piekervaring. Het restaurant is ’s avonds eveneens gesloten. Je zult begrijpen dat we niet in een internationaal hotel verblijven. Het is een klein hotel (40 kamers) dat al vier generaties wordt gerund door een Spaanse familie.

Het hotel stelt gasten voor een ​​rugzak mee te nemen: met zaklamp, water, eten, volledig opgeladen telefoons, picknickstoel of -kleed voor extra comfort en een plastic zak voor het afval. Men is zuinig op de eigen natuurgebieden! We volgen dit advies braaf op. Er gaat sowieso ook een truitje mee voor als het wereldlicht tijdelijk dimt. Tevens nemen we twee piccolos (cava) mee om samen te toosten op wat we -hopelijk- gaan zien. Gecertificeerde eclipsbrillen worden door het hotel verstrekt. Al een jaar geleden kocht ik twee geschikte exemplaren. Op dit moment is er geen bril meer te krijgen in Europa. Jawel, er is sprake van een zekere vorm van gekte in dit deel van de wereld. 

Arcos de las Salinas, een dorp van 80 inwoners in buurprovincie Teruel (ook Aragón), wordt op 12 augustus het middelpunt van de wereldwijde belangstelling. Daar is een hotel, geen restaurant maar wel veel parkeerplekken. Vanuit het naburige observatorium zendt men de totale zonsverduistering live uit naar de rest van de wereld. Ik zal naar je zwaaien! 

De cartoon van Jip van den Toorn maakte mij aan het lachen. Ik realiseerde mij wat een ophef er over deze zonsverduistering ontstond! Wij doen er tot op zekere hoogte aan mee. Het klopt echter niet wat ze schetst. Het zal op het ‘moment suprême’ niet pikzwart zijn. Zelf kijk ik juist uit naar het beeld van de corona, de gouden kroon van de zon rondom de maan. Voor echte eclipsjagers is deze verduistering zeker niet zomaar een natuurverschijnsel maar een belevenis waarvoor ze met alle plezier een complete vakantie plannen. In het Spaans heet het dat 'la luna tapa el sol', de maan zet een dekseltje op de zon. Zo poëtisch, die Spanjaarden... De Spaanse krant El País had een toepasselijke foto met de zon en een tapasschoteltje op de voorpagina staan. De hele zondagkrant staat vandaag vol met verhalen over de eclips! 

De speciale eclipsvluchten uit België waren bijvoorbeeld al snel volgeboekt. Er zullen ook cruiseschepen rondvaren bij Coruña en op de Middellandse Zee om dit astro-evenement vanaf het water te zien. Ik denk dat onze Deense vrienden Jan & Bente de eclips aan boord van zo'n schip gaan meemaken. De volgende totale zonsverduistering zal plaatsvinden in 2081. 

Wij gaan getuigen zijn van de ontmoeting tussen de maan en de zon boven de geliefden van Teruel, ‘Los Amantes’ -een 13de eeuws liefdesverhaal in marmer gegoten- en de rijke geschiedenis en cultuur van Albarracín en omgeving, een streek vol heksenlegendes. Misschien zien we ze zelfs vliegen op hun bezemsteel?! Lokalo’s noemen zichzelf ‘Lobetanos’ (‘lobo’ is wolf in het Spaans) een verwijzing naar de oude Iberiërs, een pre-Romeinse bevolkingsgroep, die ooit vanuit deze bergen naar de maan keken, te midden van huilende wolven.


donderdag 6 augustus 2026

Dwangneurose

In mijn straat klinken de vertrouwde geluiden van een hete augustusdag aan de Spaanse Costa: cicaden die met hun trommelorganen het alom bekende geluid maken, jengelende peuters die de hitte zat zijn, opgewonden kids in het zwembad van hun grootouders, een reclamevliegtuigje boven zee en zoemende airco’s. Dat went allemaal. 

Hoogzomers is het hier voor bewoners doorgaans lastig een parkeerplek in eigen straat te vinden. Nu vinden mijn liefje en ik dat niet zo erg voor het eigen transportmiddel. Die tamelijk luchtige houding is niet van toepassing op de meerderheid van de mannelijke buren. Ze halen de vreemdste fratsen uit om hun auto tóch voor de deur te krijgen; soms tot in het absurde. Buurman Juan doet het, net als buurman en vriend Guillermo. Onze voormalige Deense buurman en vriend Jan deed het en nieuwe buurman Vladimir valt ook in deze categorie. 

Nu ik erover nadenk: er is één Spaanse vrouw die het eveneens doet: buurvrouw Isabel. Van haar vind ik het kwalijker omdat zij een vergunning heeft voor parkeren op eigen patio, inclusief op- en afrit waar niemand mag staan; dat is al een plek minder. (Als je dat toch doet, riskeer je een boete van maximaal €200.) Vaak parkeert ze haar vehikel langs de toch al volle straat. Ik vind daar zeker wat van...

Er bestaat een ongeschreven regel waarover nooit is gestemd, die nergens in de Spaanse Wegenverkeerswet voorkomt maar die in talloze woonstraten met religieuze overtuiging wordt nageleefd: de eigen auto moet vóór de eigen voordeur staan. Niet om de hoek, niet elders in de eigen straat; nee, exact op de plek die men in gedachten als persoonlijk eigendom annexeert: voor de poort.

Zodra een bestuurder vertrekt, begint de operatie. Mijn liefje liep laatst naar vriendin Liselotte toen ze getuige was van een fanatiek staaltje 'car shuffle'. Het Geitje zat op zijn terras te typen toen hij zag dat er een vreemde auto voor zijn deur vertrok. Hij wist niet hoe gauw hij zijn autosleutels moest pakken en in actie moest komen. Zijn auto stond aan het einde van de verlengde straat. Hij haastte zich naar zijn coche, stapte in en reed in zijn haast om voor de eigen deur te komen bijna fietsende buurman Jésus van de sokken. Het gaat ver, deze neurose... 

Het zijn vaak mannen die zich aan deze rituele stoelendans overgeven. Zij spreken over “mijn plekje” terwijl dat plekje juridisch evenveel van hen is als het bankje in het park of het grasveld bij de kinderspeelplaats. De parkeerplaats langs de openbare weg wordt mentaal omgebouwd tot privébezit. Wie er staat, heeft een geluksgevoel. Wie elders moet parkeren, voelt zich beroofd van iets waarop hij geen recht heeft (en in Spanje ook nooit zal krijgen).

De redeneringen waarmee dit gedrag wordt verdedigd, zijn zowel saai als ongeloofwaardig. “Dan kan ik de auto beter in de gaten houden.” Alsof een voertuig op afstand ineens ten prooi valt aan een internationale dievenbende. Of: “Dat is gewoon handig”. Natuurlijk is het handig! Zeker na het boodschappen doen, dat weet ik echt wel. Net zoals het handig zou zijn als een supermarkt parkeerplaatsen reserveert voor vaste klanten. Maar ja, gemak is in dit soort gevallen geen argument. 

De heilige parkeerplaats pal voor de deur lijkt voor veel mannen niet zomaar een stukje asfalt maar een strategisch veroverd land(je). Dit diepgewortelde verlangen komt waarschijnlijk voort uit een mix van oerinstinct, luiheid en een milde (of sterke) bezitsdrang. Er wordt ook weleens gerefereerd aan het zogenaamde ‘huisvadersyndroom’: geen man wil drie straten lopen met twee kratten bier. Nu zijn de mannen die ik beschrijf in deze blog geen van allen huisvaders en boodschappen doen laten ze bij voorkeur aan hun wederhelft over. 

Het merkwaardige is dat de inspanning vaak groter is dan de opbrengst. De buitenschoenen moeten aan, de autosleutel worden gepakt, men moet de poort uit, er wordt een stukje gewandeld; soms zelfs gehold, dat heb ik ooit echt iemand zien doen. Vervolgens moet er worden gebeden dat het plekje er nog is als je je noodzakelijke rondje hebt gereden (door eenrichtingsstraten). Er zijn brutalen die tijdelijk een groot voorwerp plaatsen op de opengevallen plek voor de deur. Daar tijdelijk een familielid stallen als officieuze parkeerwachter, gebeurt ook. Stressvol, toch?! Niets is de asfaltjager te dol... of beter gezegd: de asfaltjager is nogal een dolle. Tja. 

De CO₂-uitstoot van zo’n mini-expeditie zal de planeet niet doen kantelen maar dubieus gedrag is het wel. Het is de efficiëntie van iemand die de lift neemt op de tweede verdieping om daarna de flat te verlaten en naar de sportschool te rijden. 

Het kan niet anders dan dat de auto voor sommige mannen een verlengstuk van zichzelf is. Dat dat parkeergedrag bij hen in de genen zit als gewezen jager-verzamelaar. Dat ze dit gedrag vertonen uit een soort territoriumdrift. Zoals een kater zijn erf markeert of een hond ‘zijn’ boom, zo markeert de automobilist zijn stukje stoeprand. 

Deze heilige koe, hun ‘gevelglimmer’ moet bij voorkeur zichtbaar zijn vanuit de woonkamer. Wellicht dat er personen zijn die na het avondeten tevreden uit het voorraam kijken en constateren: hij staat er nog. Het bezit is pas compleet wanneer het binnen hun gezichtsveld ligt. 

Het is ironisch dat dezelfde mannen zich vaak ergeren aan mensen die “niet kunnen rijden”. Zij mopperen over medeweggebruikers, op verkeersdrukte, op parkeerproblemen en klimaatmaatregelen maar starten de motor van hun eigen bolide zonder blikken of blozen om te parkeren op een plek die tien meter dichter bij de voordeur ligt. Tja. 

Natuurlijk, niet iedere man maakt zich hieraan schuldig maar de parkeerplaats vóór de deur kreeg in menig mannenleven een bijna mythische status. Die vertegenwoordigt controle, overzicht en de geruststellende illusie dat een stukje openbare ruimte toch een beetje van hem is.

Dat mijn ECO Slide Out fietscaravan van Zwitserse makelij momenteel niet in de straat past, vind ik wel een deceptie. Nog even geduld... Dan is de straat weer van ons.

 

donderdag 30 juli 2026

40 jaar op eigen benen

Vandaag wordt in mijn woonplaats aan de Costa Blanca het 40-jarig bestaan als zelfstandige gemeente gevierd. Een tentoonstelling in de open lucht belicht de 50 jaar van gezamenlijke inspanningen (1936-1986) die hebben geleid tot de oprichting van Pilar de la Horadada als onafhankelijke gemeente. Het huidige gemeentebestuur opende op 17 juli de tentoonstelling ‘Pilar de la Horadada. Een halve eeuw strijd om een ​​gemeente te worden’, een tentoonstelling die het publiek uitnodigt kennis te nemen van een van de significantste episodes in de lokale geschiedenis.  

Mijn liefje en ik bezochten de tentoonstelling recent en leerden interessante nieuwe dingen over de geschiedenis van ons stadje. Aan de hand van een selectie afbeeldingen belicht de tentoonstelling de collectieve inspanning die dit historische proces in gang zette en tot een goed einde bracht. Ik zie het als een ode aan de gemeenschap van weleer. De tentoonstelling is te bezichtigen tot en met 17 september van dit jaar. Aanrader!

Maar eerst, om meer te weten over de verre geschiedenis van Pilar de la Horadada en haar bewoners, moeten we teruggaan naar de Romeinse tijd. Uit archeologische vondsten blijkt dat deze hoek van de Middellandse Zee veel eerder werd bewoond door de Iberiërs. Dat was een verzameling volkeren die tijdens de ijzertijd (vanaf ongeveer de 6e eeuw voor onze jaartelling) het oostelijke en zuidelijke deel van het Iberisch Schiereiland bewoonden. 

Pilar de la Horadada, door de Romeinen Thiar genoemd, was een enclave aan de ‘Via Augusta’ tussen de steden Ilici (Elche) en Carthago Nova (Cartagena). Reizigers op deze route gebruikten de plek als rustoord om op krachten te komen tijdens hun lange reis langs de Middellandse Zeekust, op weg naar Rome. De overblijfselen van scheepswrakken voor de kust van Pilar getuigen van de maritieme handel in Romeinse tijd.

Door de eeuwen heen, en vanwege de strategische ligging, kreeg Pilar de la Horadada verschillende piratenovervallen te verduren. Dit leidde tot de bouw van uitkijktorens om naderende schepen te spotten. Een prominent voorbeeld hiervan is ‘Torre Horadada’, genoemd naar de poorten die de verdiepingen in de torenstructuur met elkaar verbonden en die dienden als rudimentair communicatiesysteem tussen de wachters. Deze toren werd in 1591 gebouwd, in opdracht van koning Filips II. Ik kijk elke dag naar het gebouw in de verte als ik in zee zwem. Later gaf deze toren zijn naam aan het zomerresort dat nu Torre de la Horadada heet, een deelgemeente van Pilar de la Horadada. 

Met de verdrijving van de moslims (1492) onder leiding van katholieke vorsten werd Pilar de la Horadada een grensgebied tussen de koninkrijken Castilië en Aragón. Net als in andere delen van het huidige Spanje begon toen een van de meest glorieuze periodes uit de Spaanse geschiedenis. 

Net als in de rest van Spanje liet de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) zijn sporen na in het sociale landschap van Pilar de la Horadada, destijds Republikeins grondgebied. Het was een vergeten hoek die onder jurisdictie van de stadsraad van Orihuela viel als onderdeel van een groter gemeentelijk gebied dat men het gewest ‘Vega Baja’ noemde; daarvan is Orihuela de hoofdstad. Het dorp was gelegen op 36 kilometer afstand van politici die weigerden te luisteren naar de stemmen uit Pilar. De inwoners werden aan hun lot overgelaten, zonder enige sociale of economische steun. Een Spaanse oudere dame die wij ontmoetten bij de tentoonstelling verwoordde het gevoel van toen goed: ‘voor Orihuela waren wij maar een straatje’. Tja. De arrogantie van de macht...

De eerste tekenen van de strijd voor segregatie waren al in 1936 zichtbaar. Een toenmalige ‘alcalde pedaneo’ José Albaladejo Moya ondernam de eerste  afscheidingsactie. Hij stond aan het hoofd van een lokale entiteit die niet de hele gemeente van Pilar vertegenwoordigde. Door de Burgeroorlog liep zijn actie op niets uit maar zijn portret figureert wel op foto 1 van deze tentoonstelling.

Wat later werd een verzoekschrift ingediend bij de stadsraad van Orihuela dat was ondertekend door de toenmalige burgemeester van Pilar: Ginés de Gea Sánchez. Hij was wèl de vertegenwoordiger van alle inwoners. Het was het begin van een strijd die pas vijf decennia later door provinciale en regionale autoriteiten zou worden beslecht.

Zo begon dus een lange strijd voor onafhankelijkheid van Pilar de la Horadada. De inwoners, zich bewust van hun economisch potentieel -eerst in de landbouw en later in binnenlands toerisme- waren het beu om exorbitante belastingen te betalen aan Orihuela en daarvoor niets terug te krijgen. De infrastructuur was destijds minimaal, zo niet praktisch onbestaand: er was geen riolering, geen straatverlichting, en waren geen andere basisvoorzieningen. Bovendien was de communicatie met Orihuela vrijwel onmogelijk, wat het contact tussen burgers en het stadhuis stremde en de economische ontwikkeling afremde.

In 1957 werd wederom een verzoekschrift voor gemeentelijke onafhankelijkheid ingediend bij de raad van Orihuela. Op dat verzoekschrift kwam pas in 1963 een reactie toen de stadsraad weigerde de authenticiteit van de handtekeningen van de Pilareense burgers te erkennen. Orihuela eiste dat elke ondertekenaar persoonlijk op het stadhuis zou verschijnen om zijn of haar handtekening te laten verifiëren en certificeren; een vrijwel onmogelijke voorwaarde. Orihuela traineerde de voortgang al jarenlang en op deze manier wederom.

Tijdens bijeenkomsten presenteerden de commissies van Pilar aan Orihuela hun territoriale voorstellen voor de afscheiding. Omdat het onmogelijk bleek om tot een akkoord te komen tussen beide partijen, besloot een ministerie van regio Valencia een voorstel te doen. Dit werd op 25 juli 1985 aan de Raad van State (adviesorgaan van de Valenciaanse regering) voorgelegd maar door de toenmalige regering verworpen.

Het was deze beslissing die leidde tot een grote volksopstand die culmineerde in een algemene staking op 25 maart 1986, het in brand steken van gemeentelijke eigendommen, herhaalde blokkades van nationale snelweg N332 en andere demonstraties. Van al deze eisen van de bevolking was het dichtmetselen van het lokale gemeentehuis wellicht de meest symbolische, de actie die de grootste opschudding veroorzaakte. Het lijkt mij bijna onmogelijk om jezelluf te herkennen op deze foto. De inwoners van Pilar verzochten de politieagenten die de demonstraties in goede banen moesten leiden om geen uniformen te dragen met het wapen van Orihuela erop.

Met als doel de volksopstanden te onderdrukken, beloofde de stadsraad van Orihuela op 3 april 1986 750 miljoen peseta's (omgerekend 4,5 miljoen euro) te investeren in de riolering- en drinkwaterinfrastructuur. Dit besluit viel niet in goede aarde bij de vrouwengroep van Pilar de la Horadada. Die besloot daarop te gaan samenspannen met de marktkooplui van de vrijdagmarkt (die we hedentendage nog steeds hebben). De vrouwen overtuigden hen om de gemeentelijke belasting niet meer te betalen uit protest tegen de maatregelen die door Orihuela waren bedoeld om de wil van de inwoners van Pilar te breken.

De demonstraties werden ongekend fel toen de politie op 5 april 1986 traangas tegen de demonstranten gebruikte. De toenmalige gouverneur van (provincie) Alicante belde de toenmalige President van de Generalitat van Valencia, Joan Lerma, om zich aan te bieden als bemiddelaar in het conflict tussen het Pilareense actiecomité en de regionale minister van Openbaar Bestuur (Vicent Soler), met als doel het geschil te beëindigen.

Op 26 juli 1986 verzekerde de voorzitter van de Provinciale Raad de media nog dat Pilar de la Horadada zich nooit zou mogen afscheiden. Slechts vier dagen later, op 30 juli, ontving de Pilareen Emilio Sánchez Serra, een van de voorvechters van afscheiding en een van de oprichters van het lokale actiecomité, echter een telefoontje dat de onafhankelijkheid van Pilar de la Horadada een feit was. Hij was een van de drie mannen die later het officiële decreet in Valencia ondertekenden. 

De Pilareñas van destijds waren eveneens heldinnen. Er hangt een plakaat in het centrum waarin de bijdrage van de ‘Chicas’ uitvoerig wordt beschreven. In 1988 werd het lokale fontein aan deze vrouwen opgedragen. 

En tegenover het lokale  gezondheidscentrum staat een standbeeld van ‘La Pilareña’ (zo wordt de vrouwelijke inwoner van Pilar genoemd) die daarmee wordt geeërd vanwege haar rol tijdens de segregatiestrijd. Het standbeeld werd op 8 maart 2015 onthuld.

Mooi verhaal van strijdlust, kameraadschap en doorzettingsvermogen, vind je niet?!

Mijn liefje vroeg een vrouw op leeftijd die met haar kleinkind in de kinderwagen wandelde op het plein van de tentoonstelling of ze op een van de foto’s staat. Dat wist ze niet, ze had nog niet in detail gekeken maar natuurlijk kende ze de geschiedenis van haar (en onze) woonplaats. Zij meldde dat ze zelf geen lid was van het toenmalige 13-koppige actiecomité maar een vrouw in haar straat wel.

Zij zei het mooi “je moet strijden als je iets wilt bereiken”. En zo is het.

Jaren geleden was ik vice-president van de Vereniging van Huiseigenaren van Lomas de Campoamor, mijn vorige woonplaats aan de Costa Blanca en een andere deelgemeente van Orihuela Costa. Destijds werd er door het bestuur van deze sterk groeiende gemeente (nu ruim 25.000 bewoners) geageerd tegen het discriminerende beleid van het stadsbestuur van Orihuela. Er wordt heel veel belasting betaald maar dat geld wordt uitsluitend geïnvesteerd in de stad, niet in de kustgemeenten. 

Destijds werd het bestuur van Orihuela Costa gevormd door de Groenen. Wij van Lomas de Campoamor vormden een delegatie om met het OC-bestuur te praten over verbeteringen in de publieke dienstverlening: reparatie van achterstallig onderhoud aan veel wegen, betere vuilophaal en afvalverwerking, betere straatreiniging, beter onderhoud van groenvoorziening en heel veel meer. Tijdens die vergadering werd al over afscheiding van Orihuela gesproken. Op de Facebook website van ‘Plataforma Orihuela Costa’ last ik dat het arrogante bestuur van Orihuela vindt dat ze moesten zwijgen. Ze moeten blij zijn in dit ‘paradijs’ te mogen leven. Kennelijk is het Orihuela-bestuur nog net zo arrogant als in de jaren '40... De belastinginkomsten uit Orihuela Costa maken een fundamenteel deel uit van het BBP van Orihuela. Imiddels weet ik ook hoeveel strijdlust, inzet en volharding een formele afscheidingsprocedure vraagt. 

Het verhaal gaat rond dat Dehesa de Campoamor (een buur-kustgemeente met veel villa's) eveneens weg wil onder het juk van Orihuela en zich zou willen aansluiten bij Pilar de la Horadada. Er zijn nog veel meer gemeenten van Orihuela Costa (alle kustgemeenten op één hoop) die dat erg graag zouden willen!

Er viel mij nog iets op aan deze tentoonstelling. Kijkend naar de vele historische foto’s constateerde ik hoe weinig ontwikkeld het er toentertijd (midden jaren '80) uitzag in deze contreien. De infrastructuur, de oude auto’s, de kleding van de mensen. Ronduit armoedig. Wat een verschil met Nederland in diezelfde jaren, bedacht ik mij. Dat doet een 35 jaar durende (rechtse) dictatuur kennelijk met mensen... Dictator Franco regeerde met harde hand tot 1975. Burgerlijke vrijheden waren ver te zoeken. Het huidige Spanje is in relatief korte tijd van ver gekomen!

Sinds de afscheiding in 1986 heeft onze gemeente een proces van langzame -inmiddels wat  snelle- groei doorgemaakt, met een gemeenschap die nu bestaat uit meer dan 70 nationaliteiten en diensten die de levenskwaliteit van de ruim 24.000 inwoners dagelijks verbeteren. In de zomermaanden groeit Pilar uit tot een woonoord voor 80.000 bewoners.

De nieuwgevormde gemeenteraad van Pilar met de eerste ‘eigen’ burgermeester Francisco Sáez Hernández (PSOE), besloot in 1986 dat 30 juli voortaan een feestdag zal zijn. Hij overleed vorig jaar op 81-jarige leeftijd. Vandaag dus weer een feestje, voor de 40ste keer.