Translate

maandag 31 mei 2021

Wie wat te vieren heeft, trakteert

In het Vaderland vindt deze week de 86ste boekenweek plaats. Ook de bibliotheken gingen daar weer open. Joehoe! Vanwege de coronamaatregelen werd het oorspronkelijke boekenfestijn (maart) uitgesteld. Aan de vooravond van dit heugelijke  feit kookten we voor onze vrienden Hugo & Emmy. Tijdens de dis (witte asperges op z´n Hollands) kwam de vraag naar voren wat literatuur nu eigenlijk is. Waarom wordt het ene boek wel tot de literatuur gerekend en het andere niet?

Persoonlijk denk ik dat er wel iets steekhoudend is te zeggen over literatuur, al kan dat op sommige personen academisch overkomen. Een goed boek is in de ogen van een lezer nu eenmaal een goed boek! Voor mij is literatuur kort gezegd: een geschreven kunstwerk dat origineel is en diepgang en gelaagdheid heeft. Een literair boek werpt een nieuw licht op onderwerpen en personages en voegt iets toe aan de ervaring van de lezer. De rest noemen we lectuur.

Vorige week keek ik op tv naar een interview met de Grande Dame van de Nederlandse Literatuur: Connie Palmen (1955). Zo werd ze bij het publiek geïntroduceerd en ik kan mij wel vinden in die beschrijving. Haar eerste roman ‘De wetten’ dat in 1991 verscheen, werd de grootste literaire sensatie van het land tot dan toe. Deze roman gaat over de liefde van een vrouw, Marie Deniet,  voor zeven mannen die haar de wereld doen begrijpen. In dat jaar alleen al werden 400.000 exemplaren van dit boek verkocht.

Die kleine vrouw met piekhaar, altijd gekleed in een stoer leren jack, werd in één klap beroemd; zelfs een hype. Zij vond het destijds doodnormaal… Zelf zegt ze over haar debuutroman en de bijbehorende ophef: “Ik werd wie ik was.” Ze schrijft ‘autobiofictie’ zoals ze het noemt. 30 jaar geleden werd ze dus schrijver en sindsdien geniet ze er met volle teugen van. Zij vertelde tijdens het televisieinterview dat alles dat zij in haar leven vóór die eerste roman deed, in het teken stond van schrijver worden en daarin succesvol zijn: twee academische studies (Nederlands en filosofie) en heel veel nadenken.

Ik ben fan van Connie Palmen. Tijdens het interview was elke van haar zinnen een schot in de roos. Ze formuleert zo mooi, spreekt in prachtige zinnen. Het publiek in de zaal en wij, kijkers, hingen aan haar lippen. Zij praat niet om de dingen heen maar benoemt ze precies en zorgvuldig. Ze vindt dat de Nederlandse taal haar alle middelen geeft om haar gedachten en ideeën te verwoorden en op papier te zetten. Palmen neemt 3 à 8 jaar de tijd om een nieuwe roman te schrijven. In 1999 schreef ze het boekenweekgeschenk (‘De erfenis’), in 2016 ontving ze de Libris Literatuurprijs voor haar roman ‘Jij zegt het’ en in 2017 schreef ze het boekenweekessay ‘De zonde van de vrouw’.

Tijdens dit interview kwam de interviewer onder andere terug op een eerdere opmerking van Palmen tijdens een rondetafelgesprek in een praatprogramma. Saskia Noort en Hugo Borst namen deel aan dat gesprek. Palmen vroeg zich af of er zoiets bestaat als een literaire thriller, het genre dat auteur Saskia Noort (1967) voortbrengt.

Palmen is nooit vies van een rel; dit is wat eraan voorafging en vervolgens gebeurde.

“Scheer je weg, nietsnutten, in het land van de literatuur!” Dat is wat ze zei tijdens het Boekenbal van 2009 tegen schrijvers Saskia Noort en Kluun. Daarop besloot DWDD-gastheer Matthijs van Nieuwkerk (programma De Wereld Draait Door is inmiddels ter ziele) die als Neerlandicus en studiegenoot van Palmen altijd veel aandacht had voor boeken, Palmen en Noort uit te nodigen voor een vervolggesprek.

Palmen beweerde toen -en nog steeds- dat de boeken die Noort schrijft niets met literatuur te maken hebben. Noort verdedigt zich met dat ze nooit heeft gezegd dat ze literatuur schrijft. Er staat literaire thriller op haar boekomslagen. Volgens Palmen is dit bedrog. “Je suggereert dat jouw werk literair is en dat is het niet.” Auteurs en uitgevers van literaire thrillers doen daarom aan volksverlakkerij en daaraan is een auteur met zo´n label op de kaft medeverantwoordelijk. Daarmee geef je toch blijk van een zekere pretentie en die is onterecht. In Palmens woorden herken ik de klassieke literatuuropvatting.

Het feit dat de boeken van Saskia Noort als literaire thriller op de markt worden gebracht is niet door haarzelf bedacht; het is een marketingconcept van de uitgeverij. Dit etiket is bedoeld om lezers te trekken. Noort zegt echter dat het combineren van de twee begrippen ter bevordering van het imago en het verhogen van de verkoopcijfers best kan en mag. Noort verklaart –en ze beweert ook namens haar uitgever te spreken– dat het woord ‘literair’ betekent dat haar boeken geen standaardthrillers zijn. (Wat zijn dat nou weer?!…)

De hele discussie rondom het woord literatuur vindt Noort overigens vermoeiend en niet meer van deze tijd. Ook een goedgeschreven thriller is literatuur want alles wat gedrukt is, is dat naar de letterlijke betekenis. En waarom niet alle boeken die verschijnen gewoon tot de literatuur rekenen om van alle discussie af te zijn? Er zijn genoeg collega-thrillerschrijvers (Esther Verhoef, Charles den Tex, René Appel, Thomas Ross) die het eens zijn met Noort en die aanstoot nemen aan Palmens offensief. Volgens hen is er überhaupt geen onderscheid tussen literatuur en lectuur.

Zelf ben ik het daarmee oneens. Literatuur is haute couture, lectuur is confectie. Kunst versus kitsch. Als lezer moet je moeite doen voor literatuur. Lectuur is voor  ontspanning; de amusementswaarde van het boek staat voorop. Noem het hokjesgeest of slaapverwekkend… Iedereen mag daar anders over denken en vanzelfsprekend staat het eenieder vrij te lezen wat hij of zij wil.

De literaire thrillers van de veelgelezen en goedverkopende Saskia Noort kunnen mij persoonlijk niet boeien. Ik deed een aantal serieuze leespogingen maar de taal en stijl staan mij tegen en de ontknoping zie ik vaak al van kilometers afstand aankomen dus de spanningsboog is laag. Daarentegen ben ik al mijn hele lezersleven lang enthousiast over de boeken van Stephen King. Hij is voor mij dé meester van het spannende boek. Er is niets literair aan maar zijn personages en plots zijn doorgaans verrassend, origineel en heel spannend.

Maar genoeg hierover. Als we maar plezier (blijven) beleven aan lezen!

Elke boekenweek gaat gepaard met een essay en een geschenk in boekvorm. Het essay werd dit jaar geschreven door Roxane van Iperen (1976), getiteld ‘De genocide fax’ en het gratis boekenweekgeschenk door Hanna Bervoets (1984); dat is getiteld ‘Wat wij zagen’. Beide werken heb ik nog niet gelezen.

De jubilerende sponsor van dit jaarlijkse evenement (Nederlandse Spoorwegen) wilde de boekenlezers van Nederland na 20 jaar een kadootje geven voor bewezen trouw. Als je tussen 29 mei en 30 juni voor €15 aan Nederlandstalige boeken koopt, ontvang je het gratis boekenweekgeschenk. Op de laatste pagina van dat boek staat een QR-code die je dan kunt scannen. Als je het geschenk reeds in bezit hebt, kun je naar de website van de hoofdsponsor gaan en daar het laatste woord van Bervoets´ openingszin invullen. Daarna zouden de cadeaus als een zachte zomerregen op je neerdalen.

Nu wil het geval dat ik enkele dagen geleden een interview las met Hanna Bervoets op de website van Onze Taal. (Ze werd geïnterviewd voor het maart-nummer van het blad.) Daarin kwam de eerste zin van het boek ter sprake. Die zin luidt “En wat zag je dan allemaal?” Ik tikte het woord in et voilà… de boekenkist ging open. Hugo de Groot zou het een goede list hebben gevonden. Noem het ironie maar er zat geen enkele literaire thriller in.

Veel leesplezier en een hartelijke groet van je community librarian 😉


zaterdag 29 mei 2021

Het telefoonnummer

Dit zou oorspronkelijk een longread worden over het strategische 30-jarenplan ‘España 2050’ dat hier onlangs verscheen, maar een recente ervaring deed mij het roer tijdelijk omgooien. (Dit plan komt uitvoerig ter sprake in een volgende blog.) Mijn eigen lijstje met gewenste toekomstperspectieven voor mijn tweede Vaderland zal geen enkele regelmatige lezer van mijn blog verbazen: een Spanje dat werkelijk klantgericht is, dat op digitaal vlak geen vals deuntje blaast maar echt meespeelt, dat geen nep- maar serieuze kansen en toekomstperspectief biedt aan goed opgeleide jongeren, dat een einde maakt aan gesjoemel op grote schaal. En veel meer.   

Mijn liefje en ik werden op een avond gebeld door iemand van onze bank. Een van de 50.000 medewerkers. Nu moet je weten dat ‘onze bank’ beter klinkt dan het is. In de afgelopen 20 jaar werden wij als klanten onderworpen aan vijf overnames. Fusies van banken zijn in dit land niet verkeerd want er zijn er veel te veel. De eerste banken die we in Spanje hadden, bleken geen echte bank te zijn. We begonnen als klanten bij een zogenaamde ‘caja’, dit zijn non-profit spaarbanken. Destijds verliepen zaken nog tamelijk gemoedelijk al was hun aanpak in mijn ogen toen al ambtelijk en ouderwets. Andere banken waarmee we daarna moesten werken, hadden soms een dubieus imago. De eerste president van de bank waarmee we na de voorgaande fusie verder moesten, kreeg uiteindelijk 83 jaar celstraf voor witwassen. Over bancair gesjoemel gesproken. 

Na elke overname kwamen we op verzoek keurig opdagen om onze persoonlijke gegevens in hun systemen te laten bijwerken. De digitalisering van menige Spaanse bank en overheidsinstelling is a-bo-mi-na-bel. Dat zeg ik met 20 jaar ervaring in automatisering achter de professionele kiezen. Helaas is dat vaak ook van toepassing op websites van commerciële bedrijven of wat daarvoor doorgaat. Als residerend buitenlander kun je je afwijkende gegevens niet in de daarvoor bestemde velden vastleggen, er zitten fouten in online procedures, webpagina´s blijven definitief hangen na invoer, je krijgt last van time-outs als je naar een volgend scherm wilt, enzovoort. Het overkwam ons veelvuldig. Met al het stoom dat in de loop van de tijd uit de oren van mijn liefje kwam, zou je alle plooien uit de overhemden van al het bankpersoneel in Spanje kunnen strijken!

We werden gebeld door een jonge vrouw die zich in eerste instantie niet voorstelde en niet vertelde namens welke instelling ze belde. Dat moest mijn liefje zelf uitvinden. Oja, van uw nieuwe bank. Of zij naar het nieuwe bankfiliaal, een van de 6.700 door het ganse land, kon komen om haar residentie aan te tonen. Naar mij, mede-rekeninghouder, werd niet gevraagd. We kregen een afspraak op een vast tijdstip. We gingen opgewekt op pad, met twee residentiebewijzen en twee paspoorten op zak. Het was onze enige straftaak van die dag; dit konden we aan.

We belden ruim voor tijd aan en moesten minutenlang voor een dichte glazen schuifdeur wachten voordat we werden binnengelaten. Geen goed begin. Kennelijk was degene die de knop ‘Sesam open U’ beheerde, druk bezet. In de bank zagen we echter nauwelijks activiteit achter de balie of aan werkbanken. Twee van de drie aanwezige bankmedewerkers waren vooral met elkaar in gesprek terwijl er inmiddels vijf klanten zaten te wachten. Er ontstond geen oogcontact, we werden compleet genegeerd. Het wachten ging door, nu binnen. Op een bepaald moment begon ik maar eens aan een wandelingetje, netjes afstand bewarend van iedereen. De man voor ons in de wachtrij keek mij aan en zuchtte, ik knikte instemmend terug. Het is om deze gang van zaken dat ik nooit meega als mijn liefje, CFO van de familie, een bankafspraak heeft. Het roept teveel ergernis op. Als zij voor bankzaken van huis gaat, is het vaste gezegde “see you in a couple of hours. En sterkte.”

Op enig moment was het dan toch onze beurt. Staand voor de balie (we konden niet zitten) schoof mijn liefje onze beide residentiebewijzen in de richting van de baliemedewerkster. We wisten zeker dat die al in een vorig systeem vastlagen maar zij beweerde van niet. Ze keek naar de kleine documenten en beweerde dat ze niet juist waren voor dit doel. Dat zijn ze wel degelijk, ze zien er nu eenmaal anders uit dan die van de meeste andere buitenlandse klanten (Britten en Duitsers). 

Eerst werden de gegevens van mijn liefje in het systeem bijgewerkt. Dat verliep langzaam maar goed. Inmiddels stonden we daar 15 minuten toe te kijken hoe ze scande, typte, voor zich uitkeek, aan heur haar zit. Toen was het mijn beurt. Niet omdat zij ernaar vroeg maar omdat mijn liefje mijn identificatie naar voren schoof. Kon ik mijn telefoonnummer en emailadres geven? Nee, daar had ik geen zin in en het was ook niet nodig. Mijn liefje regelt alle bankzaken al jarenlang deskundig. Ik heb wel een eigen mobiele telefoon maar die gebruik ik uitsluitend en alleen om onderling in contact te blijven, als we gescheiden van elkaar zijn. Op mijn persoonlijke mailadres ontvang ik liever geen zakelijke berichten. Zelf zit ik niet te wachten op vervelende verkoopgesprekken en ongewenste leningen van de bank, welke dan ook. Daarom zei ik dat ze het telefoonnummer en mailadres van mijn liefje in mijn bankfile kon overnemen.

Dat was het begin van een hele rits tja´s... Hun banksysteem kon hetzelfde telefoonnummer niet tweemaal in verschillende files vastleggen. “Laat dat veld bij mij dan maar leeg”, zei ik. Dat accepteerde het systeem niet, volgens haar. Nu weet ik uit ervaring -als consultant was ik jarenlang ICT-projectmanager voor  internationale klanten- hoeveel platte tekstvelden er doorgaans bestaan in een individuele file van een bancair systeem. “Dan leg je die gegevens toch elders vast?”

Ze keek mij glazig aan over de rand van haar mondkapje. Dat kon niet, volgens haar. Wij boden geen alternatief. Niet? Dan zou de account worden geblokkeerd. Mijn liefje en ik keken elkaar verbouwereerd aan. Was dat een dreiging? Het was deze keer bij ‘onze’ nieuwe bank, nóg erger dan verwacht. “We leven toch al in de 21ste eeuw?!” Het is wat het is: we hebben nu eenmaal maar één telefoonnummer en één mailadres. (Een leugentje om bestwil.) “En maar één auto en één huis”, voegde mijn liefje eraan toe. Ze was nog niet klaar “en nul honden.” Dat laatste ging verloren in de emotie aan de andere kant van de desk. Nu moet je weten dat bijna elk Spaans gezin hier een hond heeft die niet per se goed wordt verzorgd... (Daarover rept men overigens niet in het strategische toekomstplan.) Achter mijn mondkapje schoot ik in de lach. Die zag je niet maar hoorde je wel.

Jongedame X plaatste mijn residentiebewijs resoluut terug op de balie en zei dat mijn gegevens dan niet in het systeem konden worden bijgewerkt. Nou ja?! Er volgden vele opmerkingen van onze kant, in vloeiend Spaans. Dat we dit in bijna 20 jaar bankieren in Spanje nog nooit meemaakten, dat het hún probleem was en niet het onze en dat we ons op dat moment bepaald geen klant voelden. Voordat we besloten het pand te verlaten, had ik nog één vraag: “Waar kan ik mijn klacht indienen?” Op het web. “Bedoelt u dezelfde klantonvriendelijke website voor online bankieren?” De bankmanager die tegenover de balie in haar eigen werkhoek zat, hoorde dit relaas aan maar greep op dat moment niet in.  

Als blogger gaat het er mij niet om een persoon te kakken te zetten. De directeur van onze vorige bank, Carmen, liep het vuur uit de sloffen voor ons en andere klanten. Het kan dus wel. Het gaat mij om het rotte systeem, om het gebrek aan klantgerichtheid. Als  je de website van de bank leest, zouden we er na deze fusie in alle opzichten op vooruit gaan! Je zou zeggen: dan stap je toch over naar een andere bank? Dat zou een optie zijn als je je rekeningnummer zou kunnen meenemen. Maar dat kan niet. Tja. 

We reden over de kustweg naar huis en net voor de afslag naar onze woonplaats ontvingen we wederom een telefoontje van de bank. Deze keer introduceerde de persoon aan de andere kant van de lijn zich wel en zei dat er een oplossing voor mijn telefoonnummer was gevonden. Vond zij het belangrijk dat wij direct terugkeerden? Beter van wel. Dat deden wij subiet. We willen immers geen gedoe met onze Spaanse bankrekening. We zijn weer een ervaring rijker en een illusie armer over de nieuwe bank. Die wel de onze is maar eigenlijk helemaal niet.  

Het strategische rappport ‘España 2050’ gaat gelukkig uitgebreid in op de noodzaak van betere digitalisering en meer klantgerichtheid in het Spanje van de toekomst. Maar daarover later meer.

En alsof het allemaal niet erg genoeg is, heeft Blogger weer eens iets veranderd aan de layout met als resultaat dat ik geen eigen foto´s meer in de kop kan zetten. Dat is nu juist part of the fun! Ze hebben mijn feedback al ontvangen; ik ben benieuwd of ze de wijziging snel terugdraaien. Klojo´s!




woensdag 26 mei 2021

Verre vrienden en goede buren

Voor iemand die al meer dan 20 jaar verre vrienden heeft, roept de Hollandse tegeltjeswijsheid ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’ wel enkele vragen op. Die verre vrienden hebben we omdat mijn liefje en ik destijds het Vaderland verlieten om achtereenvolgend in verschillende buitenlanden te gaan wonen. In de loop van de tijd hielden sommige vriendschappen op te bestaan vanwege afstand, werden sommige juist hechter en ontstonden er nieuwe. Mijn liefje en ik spraken over ieders definitie van een vriend of vriendin. De mijne komt hierop neer. Iemand op wie je blind vertrouwt, een persoon met wie je graag samenbent en voor wie je een of andere vorm van liefde voelt. Het is als Willeke Alberti zingt: samen zijn, samen lachen, samen huilen, leven door dichtbij elkaar te zijn, samen zijn is sterker dan de sterkste storm, gekleurder dan 't grauwe om ons heen  

Tijdens de jaren in Nederland die daaraan vooraf gingen, raakten we na elke verhuizing wel bevriend met een buur maar slechts in een uitzonderlijk geval bleef die vriendschap bestaan tot de dag van vandaag. (Dat betreft Ger in Kijkduin.) Het is wellicht een van de soorten vriendschap die het gemakkelijkst ontstaat. Ik weet niet hoe vaak dat gebeurt maar ik realiseer mij dat daaraan ook gevaren kleven: het contact kan gemakkelijk teveel worden; je ziet elkaar immers dagelijks.

Tijdens onze omzwervingen in Australië, Zuid-Amerika en Azië maakten we hier en daar kennissen die we soms weerzien. We houden contact met ieder van hen. Ik ben ervan overtuigd dat zij goede vrienden zouden zijn geworden als we dichterbij hadden gewoond. Dat is, denk ik, een passende definitie van het begrip ‘kennis’: iemand die je waardeert maar wat verder van je afstaat dan een vriend. Dit soort kennissen terugzien, bleek soms ook na lange tijd alsof het laatste contact gisteren was. Je pakt de draad samen weer snel en gemakkelijk op maar missen deed je elkaar in de tussenliggende periode niet. 

In Spanje, het land waar we alweer zeven aaneengesloten jaren wonen -na een korte stop in Indonesië- bouwden we bestaande vriendschappen verder uit en sloten we nieuwe vriendschappen. Naar dat laatste gingen we niet expliciet op zoek maar het pakte zo uit en daarmee prijzen we ons gelukkig. In veel gevallen gaat het om vriendschap met Nederlanders. Tijdens het dieptepunt van de coronacrisis, het strenge huisarrest in Spanje, ging ik smachten naar een weerzien met vooral mijn Nederlandse vrienden. Mijn liefje en ik zaten opgesloten, niemand kwam langs en er vlogen geen vliegtuigen. Onze wekelijkse videogesprekken waren pleisters op een wond. Nu we steeds meer mogen en onze vrienden langzaamaan weer binnendruppelen, mis ik alleen nog de bear hug. Het gangbare Hollandse drie keer zoenen hoeft wat ons betreft nooit meer maar elkaar stevig en lang vasthouden, staat hoog op mijn wensenlijst! 

Hoe graag ik hier ook bevriend zou willen raken met een Spaanse persoon, het kwam er tot dusver niet van. Ik denk niet dat daarvoor een reden is, anders dan dat ik niet veel moeite deed om er eentje te vinden. Een spontane ontmoeting die aan beide zijden beklijft, zou ideaal zijn. Mijn ervaring is tot nu toe dat menige lokalo nogal bang is voor een mogelijke taalbarrière en dan liever op afstand blijft. Het tegendeel is ook waar: als men doorkrijgt dat je een mondje Spaans spreekt, is de waardering groot. Het zaadje van een prettig contact is dan gepoot. Onze vroegere Engelse kapper Lee deed die moeite wel. Hij en zijn man zochten contact op sociale media en gingen daarna uit met hun nieuwe contact(en). In eerste instantie om te praten en de taal beter onder de knie te krijgen. Dat groeide uit tot vriendschap en allerlei gezamenlijke uitjes en daarover vertelde hij dan. Zijn queeste kwam op mij soms nogal geforceerd over; dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over hem. Ik gun iedereen vriendschappen want ik weet uit eigen ervaring hoe mooi en verrijkend ze zijn!

We boffen met een flink stel goede buren. Voor corona bracht onze Surinaamse buurvrouw Beppie ons wekelijks een hapje uit eigen keuken. Zij hebben op hun beurt ook Indonesische vrienden dus er kwam ook weleens iets onze kant op uit die culinaire traditie. Dat stopte tijdens corona en daarmee waren we het volledig eens. Met een handjevol Britten genieten we maandelijks van een buurtlunch; sommigen zien we vaker. Corona haalde ook hierdoor een dikke streep en zolang we niet allebei zijn gevaccineerd, nemen we geen deel aan dat uitje. De leukste komen ook langs voor een kopje koffie, thee of een glaasje bier of wijn op het terras. De meesten zijn kennissen, een enkeling noem ik inmiddels ‘friend. Een van hen, Sue, brengt ons wekelijks een juweeltje uit haar bakoven. Zij is een meesterbakker. Vooral haar chocoladecake is om te zoenen, al zijn andere baksels vaak te zoet voor mijn liefje. Dat is iets dat we met elkaar overeenkomstig hebben: houden van koken en lekker eten. 

De relatie met onze Deense buren is priller dan die met de Britten maar is in ontwikkeling en dat verheugt ons. Hygge! Zij hebben hun vriendenkring en wij de onze. Zoals ik eerder schreef, zijn we niet op zoek naar nieuwe vrienden maar als die op ons pad komen, koesteren wij ze. Jan & Bente zijn aardig, onderhoudend en gul. Onze conversaties worden interessanter, we leren elkaars cultuur en humor beter kennen. Jan is een handige klusser, bakt heerlijk brood en is een uitstekende kok. Wij helpen hen onder andere met Spaanse taal en bestellingen. We koken regelmatig voor elkaar (en delen hun hond Chilli dan eventjes… 😉) Maar begrijp mij niet verkeerd: dit is geen ruilhandel! 

Om vriendschap te kunnen sluiten, moeten er overeenkomsten zijn; al mogen er zeker ook verschillen bestaan. Denen en Nederlanders zijn in beide gevallen noorderlingen. Ieder van ons groeide op in kleine landen die voorheen zeevarende naties waren. Als volkeren zijn we eigengereid en koppig en hebben we een diepe waardering voor persoonlijke vrijheden. Met een beetje inspanning kunnen we elkaars taal -min of meer- verstaan. In mijn moerstaal praten we over de kop die niet boven het maaienveld mag uitsteken, de Denen hebben de Wet van Jante. (Een heel andere dan de Wet van Jan & Bente!) 

Onze beide vaderlanden maakten in de afgelopen decennia een opmerkelijke opkomst van rechts-populistische politieke partijen mee. In Europese studies over nationalisme komt een andere overeenkomst naar voren. Noordelijke landen zetten zich af tegen zuidelijke: nuchterheid en betrouwbaarheid versus temperament en corruptie. Deze en andere onderwerpen komen regelmatig ter sprake tijdens onze gezamenlijke borrels en etentjes: ergernis over het lawaai dat Spanjaarden maken, over de manier waarop mensen met hun huisdieren, natuur en milieu omgaan, hun acceptatie van ‘mañaña’ als manier van leven en ´s lands gebrekkige digitalisering. Desalniettemin is dit tweede vaderland ons lief.

Spaanse kennissen hebben we hier in ruime mate. In aanloop naar de zomer komen ze zich weer een voor een melden bij onze poort. Zij zijn blij een praatje te maken en als je niet oplet, ben je zo een uur verder en is je gezicht of nek verbrandt. Het weer, eten en de kinderen zijn vaak favoriete onderwerpen. Daarin wijken zij niet af van praatjes met noorderlingen. Taaltip: als je beoogt weg te lopen, doe je dat met “vale, venga, nos hablamos”. De meesten Spaanse kennissen zijn uiterst hartelijk. Juan & Carmen brachten ons afgelopen weekend een grote zak met paraguayas (wilde perziken uit eigen tuin in Murcia), een van de favoriete seizoensvruchten van mijn liefje. Het waren er zoveel dat wij ze op onze beurt deelden met andere buren.

Ook Guillermo & Maria-Victoria uit Madrid meldden hun aanstaande komst (volgende maand) via Whatsapp aan. Zij zijn personen die het begrip ‘Spaanse vrienden’ het dichtst benaderen, wat mij betreft. We kijken uit naar hun komst. Met hen bespreken we tevens de minder luchtige dingen des levens; net als wij doen met onze vrienden uit het noorden. Sinds de Spaanse taalbeheersing van mijn liefje met sprongen vooruitging, ben ik niet meer dé woordvoerder van de familie. ¡Alegría!

 

zaterdag 22 mei 2021

Orchideefluisteraar

Toen mijn liefje en ik op Bali woonden, probeerden we orchideeën in eigen tuin te kweken. Dat deden we ook met koriander, een geliefd kruid in de Oosterse keuken (maar niet uitsluitend daar). Beide projecten mislukten faliekant. Het was kansloos, wat we ook uithaalden. Koriander komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten en het Middellands Zeegebied, in tegenstelling tot wat je zou verwachten. Een Oosters gerecht zonder dit verse kruid is onvolledig, wat mij betreft. Er zijn mensen die het naar zeep vinden smaken maar wij behoren daartoe niet. Wij houden van de uitgesproken smaak.

Dat geldt in zekere zin ook voor de orchidee. In het verleden las ik menig boek over vrouwen die na een leven in Nederlands-Indië hun dierbare orchideeën meenamen naar het koude Nederland. De planten kwamen doorgaans op de vensterbank terecht. Menig gerepatrieerde Indische Nederlander verdween zelf echter achter de geraniums om er doorgaans niet meer achter vandaan te komen. Men voelde zich in het tweede vaderland vaak ongewenst en ongezien. Daar denk ik aan als ik naar mijn fragiele en tegelijkertijd sterke plant kijk... 

De verwondering en het plezier zijn groot nu het al maandenlang goed gaat met de witte orchidee die ik kocht bij een plaatselijke winkel. Het zal wel een Europese variant zijn die gemakkelijker is te onderhouden maar dat mag de pret niet drukken. Ik weet dat deze tropische plant niet van tocht houdt maar wel van warmte en licht. Dat je de plant geen water moet geven ín de pot maar die moet dompelen en dan uitdruipend terug moet zetten. De plant staat op de eettafel en heeft het daar kennelijk naar de zin. Er komen twee nieuwe scheuten aan, met ettelijke bloemknoppen. Wij van orchideeënthuiskwekerij Follow the Flowerkijken de bloemen uit hun knoppen! 

De recente Nederlandse film De Oost van regisseur Jim Taihuttu (Molukse roots) deed veel stof opwaaien. De huidige expositie over het Nederlandse slavernijverleden (17de tot en met 19de eeuw) in het Rijksmuseum doet dat ook. Er was tot nu toe relatief weinig aandacht voor slavernij in Nederlands-Indië.

In deze expositie wordt onder andere aandacht besteed aan Untung Surapati (1660-1706), tegenwoordig een van de nationale helden van Indonesië. Op jonge leeftijd werd hij door Chinezen of Arabieren op de slavenmarkt van Batavia verkocht. Hierna werkte hij als bediende in het huishouden van de familie Cnoll in Nederlands-Indië. Cnoll was opperkoopman van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Batavia. Surapati verzette zich tegen zijn onderdrukking en wist uiteindelijk te vluchten. Hij sloot zich aan bij een Balinees opstandelingenleger en werd een belangrijk tegenstander van de VOC-troepen. 

In het jaar 1750 waren daar 75.000 slaven in vestigingen van de VOC, op dat moment veel meer dan in Suriname en het Caribisch gebied. Voor de goede orde: mij gaat het niet om vergelijken. Elk tot slaaf gemaakt mens is er een teveel! De meeste slaven kwamen terecht in hoofdstad en VOC-nederzetting Batavia (nu Jakarta) en op omringende eilanden.

Deze onvrijheid in Nederlands-Indië ging door met het cultuurstelsel (1830-1870), waarbij het Hollandse koloniale bestuur de hongerige bevolking dwong om producten te produceren voor export naar Nederland. De winst verdween in Nederlandse zakken, net als in de tijd van de VOC. In Nederlands-Indië kwam op 1 januari 1860 een einde aan de slavernij. Dit las ik op de website van NEMO Kennislink. Net als de Nederlandse wreedheden tijdens de politionele acties in de 20ste eeuw (onderwerp van film De Oost’), blijkt ook slavernij in ´s lands Gouden Eeuw een ondergeschoven kindje in de Nederlandse geschiedschrijving.

Er staat momenteel nogal wat leesvoer op mijn reader over Nederlands-Indië en Indonesië. Ik lees de boeken langzaam maar met veel interesse. ‘De wraak van Diponegoro van Martien Bossenbroek en Pattimura. Opstand van de paradijsvogels van Jan Tomasowa. Het eerste boek is historische non-fictie en gaat over de held van Java, prins Diponegoro. Hij streed tegen het Hollandse koloniale bewind in de aanloop naar en tijdens de Java-oorlog (1820-1830). Deel 2 gaat over de dekolonisatieoorlog (1945-1949) tegen de Nederlanders waarbij deze Javaan inspiratiebron was voor de toenmalige leiders van de onafhankelijkheidsstrijd.

Auteur Tomasowa (1943) werd op Java geboren en groeide op in een Molukse kamp in Nederland. In Indonesië werkte hij onder andere als docent bij Universitas Pattimura op Ambon, als community development worker met arme boeren op Lombok en Irian Yaya en als onderzoeker voor de Nederlandse overheid. Zijn boek is een geromantiseerde biografie over de grote Molukse held Pattimura die eveneens streed tegen de  kolonisator, voor onafhankelijkheid van zijn vaderland.

‘Moederstad’ van Philip Dröge en ‘Bamboe buigt maar breekt niet’ van Anne Groen-Koen. Beide zijn (deels) autobiografische boeken. Dröge (1967) gaat in het huidige Jakarta op zoek naar sporen van het oude Batavia. Meer dan drie eeuwen lang woonden zijn voorouders daar, zo vertelde zijn Indische grootvader. Maar wie waren zij? Koen beschrijft met dit boek een deel van haar levensverhaal. Anne Margaretha wordt in 1932 geboren in Palembang en komt tijdens de Tweede Wereldoorlog als kind met haar ouders in Japanse interneringskampen in voormalig Nederlands-Indië terecht. Zij overleeft de ontberingen en repatrieert in 1946 met haar moeder naar Nederland. Ze gaat studeren aan de Rietveld Academie, trouwt en in 1978 wordt haar echtgenoot gegijzeld bij een Molukse actie in het provinciehuis van Assen. Ook haar boek bestaat uit twee delen: haar  leven in het kamp en dat in Nederland.

Ondanks de duizenden kilometers afstand is Bali nooit ver uit mijn gedachten. Dat komt met name omdat we al jarenlang meeleven met een gezin dat daar woont. We leerden moeder Elsa in 2009 kennen tijdens ons tweede bezoek aan Bali dus je kunt zeggen dat we een 12.5 jarig jubileum hebben. Pa Ketut volgde weldra in de voetsporen van zijn echtgenote. Eerstgeborene Yuda was destijds hun enige kind. Hij heeft inmiddels twee broertjes en een zusje. Later kwamen ze bij ons werken en zo bouwden we vooral een hechte band op met Yuda & zijn broertje Damai. 

Onlangs informeerden de ouders ons over een onprettig voorval dat hen overkwam. Er werd´s nachts bij hen ingebroken. Een kwaaie pier klom over hun hek en stapte via een open raam het huis binnen. (Ze hebben geen airco en elk zuchtje wind is welkom…) Iedereen lag te slapen en dat was een geluk bij een ongeluk. De volgende ochtend ontdekte Elsa dat de mobiele telefoon weg was van de tafel waarop ze het ding de voorgaande avond neergelegde, de sleutel van haar brommer vond ze terug op het terras. De boef had hun enige transportmiddel niet over het hek kunnen tillen. Yuda´s fiets stond in zijn slaapkamer op slot, Elsa´s schoudertas met inhoud nam ze mee naar de slaapkamer, de oude laptop die wij jaren geleden doneerden en waarop een gezamenlijk leven in foto´s staat, was goed opgeborgen.

Ze waren geschrokken door de insluiping maar de schade viel gelukkig mee. Eersteklasser Yuda is wel bedroefd dat hij nu -zonder mobiele telefoon- geen contact kan maken via Zoom met leraren en medeleerlingen van zijn middelbare school. Met de schoolleiding valt wellicht iets te regelen maar dat is nu nog niet gebeurd. Aangifte bij het politiebureau werd gedaan maar het was een nationale feestdag (Suikerfeest in heel Indonesië) dus de autoriteiten hadden het druk met andere dingen. Tja.

Nu wil het geval dat Ketut druk is met voorbereidingen voor terugkeer naar zijn werk. Zoals het er nu naar uitziet, vliegt hij volgende maand naar een Europees land aan de Middellandse Zee om daar weer aan boord te stappen van een cruiseschip van zijn Amerikaanse werkgever. Voordat hij aan boord gaat, zal hij ter plekke worden gevaccineerd en daarna in quarantaine moeten. Hij ontving een brief van de organisatie waarin stond dat hij zich in Bali alleen mocht laten inenten met de vier merken die in het Westen zijn goedgekeurd, geen andere; omwille van de effectiviteit van het vaccin. 

Het allernieuwste en meest luxueuse schip van de reder is een prachtig ding met tien dekken en alleen maar suites; de kleinste suite is 80m2, de grootste 400m2. Mensen gaan later dit jaar kennelijk weer volop cruisen want de eerste rondreizen zijn al volledig uitverkocht. De dichtstbijzijnde Spaanse havenstad die dit schip later in het najaar zal aandoen, is Almeria dus misschien gaan we Ketut en zijn schip daar zien. De kans dat we aan boord mogen (met onze vaccinatiebewijzen) acht ik deze keer klein. De kans dat hij van boord mag om ons aan de wal te treffen, evenzeer. Nou ja, we gaan het zien. Zelf moet ik er, onder de huidige omstandigheden, niet aan denken om weer met honderden anderen aan boord te zijn, al zullen alle medepassagiers en crew zijn gevaccineerd. Als aanstaand werknemer is Ketut opgelucht weer geld voor de familie te kunnen gaan verdienen. Tijdens deze coronacrisis leden ze geen honger maar daarmee is alles gezegd. Elke tegenvaller was direct een terugval. Meer financiële armslag is dan ook een zeer welkom perspectief. 

Wij helpen hem financieel om de benodigde papieren (zeemanspaspoort, twee visa) in orde te brengen en een medische controle te ondergaan in Jakarta. Daar heeft het gezin zelf geen middelen voor. Doorgaans niet maar in dit schamele jaar helemaal niet. Sparen lijkt voor deze Balinese Hindoes sowieso geen optie; zij leven in het hier & nu en offeren het weinige dat ze hebben liever tijdens de veelvuldige  tempelrituelen. (Het hebben van familieleden die azen op jouw geld is evenmin bevorderlijk…) Verstandig omgaan met geld bleek in het verleden regelmatige een moeilijke, zoniet onmogelijke opgave. Wij, Westerlingen, besteedden er vele woorden aan maar die resoneerden niet. Dat neemt niet weg dat zij, ondanks alles, inmiddels een aardig huis op een eigen lapje grond bezitten in een prettig dorp aan de Balizee. 

Gelukkig stond het geld dat wij overmaakte voor Ketuts zeegang op de bank en lag het niet onder de zitting van de sofa (of elders in huis). En alsof dat nog niet genoeg was, voelde men daar gisteravond ook nog een sterke aardbeving. Het was er een van 5.7 op de schaal van Richter. Yuda liet ons in een gesproken bericht op de oude, gerepareerde telefoon van zijn moeder weten dat hij bang was. Dan moeten ze flink hebben geschommeld want hij woont al sinds zijn geboorte aan de Ring van Vuur! Kasian. We stelden hem zo goed mogelijk gerust: het was niet op het land maar net uit de kust, ruim honderd kilometer onder de zeespiegel. Het epicentrum lag de zuidkust van Midden-Java. Dat vertelde onze eigen Quake app ons. Er volgde nog een kleinere beving in de Sumbawa regio. We gaan dit weekend weer videoappen met de oudste twee jongens dus dan horen we hoe het hen vergaat. 



dinsdag 18 mei 2021

Dichtbij: Braaigaaitie

Mijn liefje en ik verrichtten afgelopen week en weekend onderhoud aan het huis. We zijn hier in deze periode niet de enigen. Verfen, snoeien, schuren, snijden, slijpen en (aan)bouwen; het gebeurt in alle straten en lanen om ons heen. Wij verfden onder andere de achterwand van de patio nadat we het zonnepaneel en het rooster aan de wand verwijderden. De vorige eigenaren hingen dat op en wij genoten elke avond, zittend in de eetkamer, van de lampjes aan de achterwand. Ze gingen echter haperen en stopten er uiteindelijk mee. Die achterwand schilderen, is bepaald geen sinecure: het bestaat uit kleine steentjes die zich moeilijk laten dekken met type kwast 1, 2 en 3. Ik was van de grote vlakken met een verlengde rolkwast, mijn liefje maakte het secure werk met een kleine kwast af. Zij heeft meer geduld dan ik. De baas van de verfwinkel vertelde ons dat twee lagen genoeg zouden zijn; wij besloten dat het na de derde verflaag nog steeds te wensen overlaat. Maar we laten het daarbij.

De avond van diezelfde dag dineerden we met onze vrienden Joan & Ben en Emmy & Hugo in restaurant The Fishbowl. J&B zijn hier al acht maanden, E&H zagen we voor het eerst weer in bijna anderhalf jaar. Voor het eerst zaten wij met ons zessen weer aan tafel; het maximum is tien. Even later zegen acht dames aan een grote tafel op gepaste afstand naast ons neer; ik herkende onze kapster met enkele collega´s. Emmy voelde zich op dat moment niet per se senang met zo´n grote groep naast zich maar die reactie herkende ik: het is even wennen als je voorheen niets of bijna niets buitenshuis mocht. De nacht erop deed mijn lichaam rare dingen. Geen idee of het de gerechten waren of de verfklus in volle zon mij parten speelde. Hoe het ook zij, de volgende dag -extreem heet voor de tijd van het jaar met wind uit het warme zuiden- lag ik amechtig op de bank. Er was geen spatje energie om te fietsen of te zwemmen.

Koningin Máxima der Nederlanden vierde gisteren haar 50ste verjaardag. Ik herinner mij de mijne goed. Wij woonden toen al in Bali, mijn beste vriendin Nelly was ruim een jaar dood, mijn liefje was net aan het bijkomen van maandenlange chemotherapie. We stonden dat jaar wederom op de camping in Kijkduin (om het af te leren) en reisden destijds met de supersneltrein naar de Oosterburen. Mijn verjaardag (april) vierden we namelijk in het interessante maar toen nog bitterkoude Berlijn. We deden daar bijna alles op de fiets; met wanten aan de handen en wolle mutsen op het hoofd. Daar werd ik als een prinses gefeteerd, onder andere in het Duitse parlementsgebouw, alle stadsmusea, de homowijk en het beste drie Michelinsterrenrestaurant van de stad. Een leuke herinnering. Het Picasa-album heeft honderden foto´s maar online is er geen webalbum.

Máxima´s 50ste verjaardag ging gepaard met een televisie-interview en een tweedelige documentaire. De docu heette ‘Dionne Dichtbij: Máxima’, baarde opzien maar niet om positieve redenen. Dionne Stax ging op onderzoek uit naar het leven van de jonge Máxima, op een paar plekken in de wereld. Wat iedere kijker opviel en niet alleen mij stoorde, was dat zij de naam van de Argentijnse vreemd uitsprak in het Engels: Meksima. Ik begrijp goed dat klinkers vaak een klankverandering ondergaan in een andere taal maar dat doe je toch niet met een Spaanstalige voornaam?! Dat accent staat toch niet voor niets op de eerste a? Mijn voornaam zou volgens Dionne´s principe helemaal zijn verhaspeld! Deel 1 van dit tweeluik was al dermate nikserig dat we geen enkele moeite namen deel 2 te bekijken. 

Anders lag dat voor het interview met Matthijs van Nieuwkerk die ik voor deze gelegenheid ‘Mèt ice’ noem. Ruim 4.2 miljoen Nederlanders keken met ons mee. Mij viel een aantal dingen op. Allereerst de paardenbloemlamp in de ontvangsthal van het paleis. Dandelight is een prachtig ontwerp van Lonneke Gordijn van de Nederlandse Studio Drift. Máxima liep een keer tegen een bureau-uitvoering aan en vroeg de ontwerpster of het groter kon. Voor deze koningin kan alles, dat bleek. Tienduizenden paardenbloemen werden, pluisje voor pluisje, met de hand om een extra grote constellatie van ledlampen geplakt. Wow, wat een binnenkomer! 

De jarige merkte op dat ze blij is oud te worden; dat is extra ontroerend als je bedenkt dat haar jongste zus Inés zich op 33-jarige leeftijd van het leven beroofde. Ze was geestelijk ziek en niet meer te redden… Mooi vond ik ook dat ze niet beaamde dat haar zus in de hemel is. Dat was een gemakkelijk antwoord geweest maar ze gaf het niet.

Mèt ice deed haar tijdens dit interview een poëziealbum van de wereldberoemde Chileen Pablo Neruda cadeau en vroeg haar een deel van het gedicht La Poesia’ voor te dragen. Haar stem kreeg een heel andere klank toen ze sprak in haar moedertaal. Ze heeft niet veel tijd voor boeken maar wel voor af en toe een gedicht. Mijn liefje knikte met name instemmend toen het ging over dingen beter kunnen onthouden als je ze opschrijft. Máxima zie je op heel veel opnamen met een notitieblokje in de hand of aantekeningen makend. (Ook tijdens dit interview.) Dat heeft mijn eigen queenie ook en dat past ze in ruime mate toe als ze dagelijks haar Spaanse lessen doet. 

Een ander moment dat mij bijbleef was dat ze het ouderwetse, oerHollandse woord ‘schalks’ niet kende. Mèt ice wees op een opmerkelijke foto van echtgenoot en koning Willem-Alexander op de schouw. Hij keek daarop nogal ontdeugend uit zijn ogen. De foto bleek tijdens een feestje van een vriendin te zijn genomen; Máxima was destijds niet van de partij. (Oh-oh...)

Ze kwam beduidend minder goed uit haar woorden toen het over de speedboot van 2 miljoen van haar echtgenoot en de mislukte vakantie van het gezin naar hun Griekse vakantiehuis in coronatijd ging. Haar verontwaardiging leek oprecht toen ze over de kelderende waarderingscijfers van het volk spraken. Ze werken zo hard voor anderen en dan wordt zoiets kleins afgestraft! En hij wilde die boot nu eenmaal graag! Zich waarschijnlijk onvoldoende realiserend dat het onding van belastinggeld werd betaald. (Het Koninklijk Huis ontvangt een jaarlijkse grondwettelijke uitkering van €8.900.000 en WA is persoonlijk goed voor €6.1 miljoen. Hij kan zo´n uitspatting dus wel lijden…) Nou ja, ondanks die faux pas is en blijf Máxima een mooi en interessant mens.

Ook is het deze week in het Vaderland tijd voor het Eurovisie Songfestival. Dit jaar wordt het evenement georganiseerd in Rotterdam. De Nederlandse inzending won in 2019 namelijk maar toen sloeg het coronavirus toe. Ik hoop van harte dat het festival een sukses wordt. Aan de stad zal het niet liggen! Rotterdam boeit mij meer dan Amsterdam (waar ik enkele jaren woonde in de jaren ´80 van de vorige eeuw) al zal ik er niet willen wonen. Te vol, te vervuild. Maar als je de beelden van de skyline en van de reuring op het alomtegenwoordige water ziet, gaat mijn hart wel sneller slaan. 

De Nederlandse inzending van dit jaar kan mij zeker ook boeien al gaan we deze  zangwedstrijd niet volgen op tv. We nodigden vrienden uit om die avond steak tartare te komen eten; een signature dish van mijn liefje. Jeangu Macrooy (met Surinaamse roots) vind ik een uiterst getalenteerd zanger en een leuke kerel met een prettige uitstraling. Zijn ‘Birth of a new age’ wordt wellicht geen winaar van deze jaargang van dit Festijn van Gemakkelijke Liedjes en Andere Gekte maar toont de bijzondere kwaliteiten van deze zanger en zijn entourage, inclusief goede dansers). Als ze acappella zingen, hoor je dat in iedere noot terug. De woorden ‘Yu no man broko mi’ (je kunt mij niet breken) in zijn moedertaal Sranan Tongo bleven sinds de eerste keer dat ik het hoorde, in mijn hoofd hangen. Aanstekelijk, niet alleen voor mij.

De grootste grutter van het land (Albert Heijn) kwam met een groentereclame nadat Jeangu de nationale zangcompetitie won en het land zou gaan vertegenwoordigen. Men adverteerde met broccoli en moest daarna onder sociale druk excuses aanbieden. Zelf had ik geen moeite met de alliteratie broko mi – brocolli maar des te meer met het verkleinwoord ‘liedje’ in deze campagne. Dat doet namelijk geen recht aan het feit dat Jeangu het mooi gecomponeerde en fraai gezonden lied zelf schreef. Bovendien gaat het over een groot thema: slavernij en hoe dat nog steeds een rol speelt in het leven van mensen nu. 

Die excuses vond ik jammer maar het is een gevolg van de heersende cancelcultuur. Tegenwoordig lijken weinig mensen, vooral op sociale media, nog gevoel voor ironie te hebben en dat is een gemis. Aldus de blogger die honderd jaar geleden afstudeerde op de toepassing van dit subtiele stijlfiguur. Tja. 

 

zaterdag 15 mei 2021

Niet bij de nonnen en niet bij de heksen

Dat we afgelopen week voor het eerst de provinciegrens weer mochten oversteken, was een moment dat we niet aan onze neuzen voorbij lieten gaan. We stonden te popelen om na 14 maanden weer naar provincie Murcia te kunnen afreizen. Beiden vinden we dit een interessante provincie. Een groot aantal van onze Spaanse buren komen er vandaan. Een enkeling spreekt zodanig binnensmonds dat het lastig communiceren is maar de meesten spreken Spaans dat wij verstaan. Ons popelen had met name te maken met berichten over de schoonheid van het stadje Moratalla, door mijn liefje vanaf het begin stelselmatig Mortadella genoemd.

Naar verluidt, heeft het een Middeleeuws kasteel en andere gebouwen met gotische en barokke invloeden. Nu ben ik geen fan van ridders te paard (wel van jonkvrouwen 😉) maar die dingen wilden we wel met eigen ogen zien. Daarbij komt dat dit oord op een lange route in Spanje ligt van ‘arte rupestre’, eeuwenoude rotstekeningen. Dit land heeft er heel wat van. Daar gaat mijn interesse weldegelijk naar uit. Er is een museum in het stadscentrum over die kunstvorm maar ik hield er rekening mee dat het gesloten zou kunnen zijn vanwege corona. 

We zetten de wekker, gingen vroeg uit de veren en zaten ruim voor 9:00 uur in de auto, op weg naar het juweeltje-van-de-dag. Ik realiseerde mij als chauffeur dat het lang geleden was dat we ons voegden bij de dikke verkeersstroom van witte busjes en vrachtwagens op weg naar werk en klanten. We verlieten de kust met een strakblauwe lucht en 17 graden Celsius gemeten. Eenmaal op de hoogvlakten van Murcia zakte de thermometer langzaam maar zeker, weliswaar met veel zon en fraaie wolken. De wind maakte het hier en daar fris.

Ik zette de cruise control aan en we zoefden over glooiende wegen. We kennen dit gebied goed. Eerder bezochten we onder andere Cieza, Lorca, Totana, Caravaca de la Cruz, Calasparra en Cehegin. Aangezien we alles altijd op ons gemak willen bekijken, besloten we deze keer een rolkoffertje mee te nemen voor een overnachting. We wilden niet reserveren maar zagen een aardig logement in Cehegin (het stadje dat een heks op een bezem als mascotte heeft) en eentje in een voormalig nonnenklooster in Caravaca. We zouden wel zien waar we de dag eindigden. 

Onze route er naartoe voert langs landbouwgebieden (er werd veel geoogst), uitgestrekte velden met klaprozen, fruitbomen en rijstvelden. De ronde rijst die in en om Calasparra wordt verbouwd, is ecologisch en van wereldklasse. We zagen het gewas in diverse stadia van groei, vaak groen afstekend tegen de heuvels en bergen op de achtergrond. Het zijn weliswaar geen Balinese sawa´s maar ook op de hoogvlakte van Murcia wordt terrasbouw bedreven. 

Hier en daar ontwaarden we velden met grijsachtige bollen gras in lange rijen. Aan een van de arbeiders op het land vroeg ik wat zij verbouwden. Het blijkt om lavendel te gaan die daar vanaf eind juni gaat bloeien. We nemen ons voor in juli naar deze velden terug te keren om van die kleuren en geuren te genieten. Op het hoogste punt van deze route staat de laagste temperatuur op 10 graden Celsius. Mijn liefje deed haar windjack niet uit.

In het reisboek over Spanje van de Nederlandse wandelaar Jac Geurts, getiteld ‘Zwijgende vlakten’, is hoofdstuk 9 geheel gewijd aan deze streek. Geurts noemt dit gebied goed bewaterde valleien tussen hete siërra´s. Tijdens zijn wandeling in deze regio ontdekte hij er destijds vergeten vogelsoorten (spechten, hoppen en kuifleeuwerikken) en een herder met kudde. Al wandelend, ziet hij Moratalla al een tijdje in de verte liggen. ‘Het Moorse kasteel torent boven alles uit, de olijfbomen tegen de heuvel zijn 600 jaar oud. De stad is een levend monument: 3.000 huizen dicht opeen in een Moorse kashba. Reeds in de steentijd was deze hoge plek bewoond.’

We cirkelden eerst om het stadje Moratalla heen en reden daarna binnen, op zoek naar een parkeerplaats. We wilden te voet naar het hoger gelegen stadsgedeelte wandelen, naar het kasteel en het museum. Het stadje per auto doorkruisen leidde nog nèt niet tot een hartverzakking… De gemiddelde breedte van een straat was daar 2.20m terwijl onze auto 1.90m breed is. Als er een of meer voetgangers voor of naast ons liepen, konden we niet verder. Bovendien waren de smalle, bochtige stegen dermate steil dat het goed was dat we met een automaat rijden; de motor zou anders meermalen zijn afgeslagen. Het klamme zweet stond in mijn handen maar het was mijn eer te na het stuur over te geven aan mijn liefje. In de meeste straten had ik niet eens kunnen uitstappen! Dat is Moratalla in een notendop, wat mij betreft. We reden er aan de ene kant in en reden er aan de andere kant uit. Wat mijn liefje zag -ik besteedde al mijn aandacht aan chaufferen-, maakte bepaald geen indruk. We lieten het daarbij. Een tweede poging om dit stadje, dat een van de mooiste van Spanje wordt genoemd, lieten we achterwege. Voorlopig. 

In het modernere, lager gelegen gedeelte van de stad zochten we naar restaurant El Olivar, een culinaire plek met Michelinster. Na het voorgaande zal het niemand verbazen dat deze horecazaak dicht was. Niet alleen voor de lunch, überhaupt op een doordeweekse dag. De plek is in coronatijd alleen open in het weekend. Een aanrader voor een volgend bezoek; dan wellicht met vrienden? 

We zochten naar een alternatief en vonden dat min of meer bij restaurante Cayetano, tegenover het lokale benzinestation. In Spanje betekent zo´n locatie weinig tot niets. (Het Michelinsterrenrestaurant van Campoamor ligt zelfs pal naast een pompstation.) De man achter de bar leek verbaasd toen we vroegen of we daar mochten lunchen. Zoals in veel Spaanse restaurants staat er in een hoek van de ruimte altijd wel een tv aan. We wandelden binnen terwijl er op het scherm werd gekookt door iemand met een torenhoge koksmuts op. Dat werd gevolgd door een lange uitzending over de tiende herdenking van de aardbeving van Lorca; een mooie stad in ditzelfde gebied van Murcia. Wij verbleven in ons huis in Bali (2011) toen de bodem van die stad schokte en schudde en alle gebouwen in het centrum schommelden. Ik herinner mij dat goed. De schade was enorm en er vielen doden. Geïnterviewde mensen op het scherm zeiden dat ze zich nog steeds de angst van toen herinneren. 

In dat restaurant zonder ster begonnen wij met een halve portie jamón ibérico (Iberische ham); we waren immers in Mortadella! Dat voorgerecht was smakelijk en kwam met heerlijk vers gebakken brood. Daarna bestelden we van de grote kaart: gegrilde geitenboutjes met krokante  aardappelschijfjes en ei -een typisch Murciaans gerecht- met als bijgerecht verse artisjokken in boletussaus. Om te delen. 
Voordat die gerechten op tafel kwamen, kregen we echter een overheerlijke Raf-tomatensla van het huis. Deze groente was knapperig, zoet en zout. Raf is zeker niet de goedkoopste saladetomaat en deze was voortreffelijk; een mooi gebaar. Dat was niet alles: de man goot een plaatselijke kwaliteitsolijfolie op ons bord waarin we weer ander, vers gebakken brood konden dopen, op zijn aanraden. De plaatselijke rode Jumilla-huiswijn was jong en zacht van smaak. Ook nu schonk hij ons ongevraagd bij; dat zagen we terug op de rekening. Spanjaarden in dit soort lokalen vinden het oprecht leuk dat buitenlanders hun taal spreken en contact maken. De gastvrijheid was groot, wij gaven de man in de bediening een tip die hem verbaasde. Om te delen.

We keerden nog dezelfde dag huiswaarts; ons reiskoffertje bleef onaangeroerd. Kleine plaatsen in dit deel van Spanje zijn in deze coronatijd nog niet klaar voor toerisme, ontdekten wij. De thermometer wees 25 graden Celsius aan toen we de eigen straat inreden. Het was op dat moment nog steeds strakblauw. De langzame heenroute was prachtig en de lunch prima; dat alles maakte het andere gemis helemaal goed.


woensdag 12 mei 2021

Nafluiten

Het had hier afgelopen zondag veel weg van een complete migratie. Niet van vogels maar van Spaanse tweevoeters. De coronarestricties bleken niet op maandag maar een dag eerder te zijn opgeheven. Dat was te merken. Eigenaren van vakantiehuizen in onze straat kwamen in groten getale toegesneld, met tassen vol spullen in de achterklep van de auto´s, met kinderen en hun huisdieren. Het was een dag lang ouderwets rumoerig. Na ruim een jaar spraken we onze overburen Pepe & Lola weer; mensen die we in de loop van de tijd leerden kennen. Zij verloren hun oudste dochter in twee maanden tijd aan een agressieve vorm van kanker. Daarna ontwikkelde Pepe ernstige fysieke klachten terwijl zijn echtgenote zich vastklampte aan het katholicisme. De man die dagelijks als een jonge god op zijn kekke racefiets sprong en met twee vingers in de neus rondjes van 50 kilometer reed, kon niet op of neer. Ik zag hem strompelen en verschrompelen, hij oogde grauw en oud. Hij vertelde dat hij volledig genas van zijn ziekte en zich weer goed voelt. Hij liet zijn mondkapje zakken als bewijs: bolle wangen en een gulle lach. 

Onze Spaanse buren gingen die dag ook de grens over naar familie. In de straat achter ons hoorden we mensen elkaar weer ontmoeten; er was veel reuring en dat is begrijpelijk. Ook in dit land hunkeren mensen naar hun oude leven, van dingen ondernemen en samenzijn. Mijn liefje en ik genieten ook met volle teugen van onze nieuwverworven vrijheden. Wij zien ze ook als een soort bevrijding al gaan we niet hossend over straat. Op de dag waarop veel voor het eerst weer mocht, had ik wel een vlieg aan de muur van datacentra van nationale  telefoonmaatschappijen willen zijn. De verplaatsingen van personen zullen zijn gevolgd en goed in kaart gebracht. De vraag blijft of dit zal uitmonden in een toename van nieuwe besmettingen. 

Afgelopen zaterdag organiseerde ik een uitje naar natuurpark Lagunas de lo Monte. In Spanje was het vogelteldag en wij besloten dat niet in eigen tuin te doen maar elders. Dat watergebied ligt op steenworp afstand van thuis, tussen onze vorige woonplaats Lomas de Campoamor en de huidige in. (Het ligt op grondgebied van Pilar de la Horadada.) Het was ons eerste bezoek, vreemd genoeg… We rijden al jaren langs een klein groen bord op de CV-941 maar sloegen daar nooit af. Dit gemeentelijke natuurparkje werd in 2014 geopend door de vorige burgemeester van mijn woonplaats. Wat in 1989 begon als twee uitgegraven vijvers bij een waterzuiveringsinstallatie, ontpopte zich tot een klein maar fijn vogelkijkgebied. Het natuurpark is in totaal ruim 10 hectares groot en de beide plassen hebben een gezamenlijk wateroppervlak van 80.000m2.

Er was niemand te zien toen we over een karrenspoor het parkje binnenreden. Er is een kleine parkeerplaats, achter een hek. Ik weet niet precies hoe laat het opent maar wel dat het na 19:00 uur de poort sluit, alhoewel op het web ook wordt geschreven dat het 24/7 is opengesteld voor bezoekers. Het lijkt een oud gebied door de grote pijnbomen die het omringt. Langs het water vind je vijf uitkijkposten op enige afstand van elkaar. Ze bieden ieder een ietsje andere blik op de aanwezige water- en zeevogels. Toen ik die plas daar zo vreedzaam zag liggen met al het gesnater op de achtergrond, dook ik direct de eerste de beste gluurschuur in! Ik had zoveel haast vogels te kijken dat ik mijn mondkapje nog ophad.

Gisteravond vond in Nederland de 32ste coronapersconferentie plaats met de minister-president. Wellicht komen daar medio volgende week nieuwe versoepelingen aan. In een praatprogramma daarna zei een van de presentatoren dat ze recent door het centrum van Rotterdam liep en het enige dat haar daar aan corona herinnerde, was dat een enkeling een mondkapje droeg. Dat is zo anders dan hier… Wij en alle anderen dragen al maandenlang zo´n ding voor mond en neus als we in het openbaar zijn. Wetenschappers hier en elders menen dat het levens redt; Nederland gelooft er niet in. Het is niet per se prettig maar we leerden ermee omgaan. Dat kapje herinnert ons dagelijks aan de reden waarom we het dragen en houdt de passant alert, zou je kunnen zeggen. En het legt ons geen windeieren: in deze grote provincie hebben we slechts 22 gevallen van coronabesmetting per dag (Nederland zit nog boven 5.000 gevallen per dag maar het is dalende). Tja.

Dit vogeluitje was een feest, ik kan het niet anders noemen. De veldgids van Ger had ik op zak maar die was niet nodig want alle kijkposten hadden posters met afbeeldingen en beschrijvingen van de mogelijke populatie van deze habitat. Het aardige van het Vogelboek ‘Vogels in Nederland’ (cadeau van de Nationale Postcode Loterij) is dat circa 90% van de gevederde vriendjes die in het vaderland voorkomen, ook in dit deel van Spanje zijn te vinden.  Bij elke vogel staat een kaart van Europa met de landen in specifieke kleuren: het gehele jaar door, alleen in winter of zomer of tijdens de vogeltrek. Dat is handig en zeer informatief. Het  grote aantal overeenkomsten verraste mij overigens. 

Een van de leukste momenten bij Lo Monte kwam toen mijn liefje tegen mij, met de telelens voor de ogen, tussen neus en lippen opmerkte dat er een eend iets blauws in de bek had. Het zou wel plastic zijn dat het dier naar een nest in de rietkraag bracht. Adu! Toen ik door de lens keek, bleek het zeker mooi blauw te zijn maar het zat vast aan de kop van het betreffende dier. Deze eend bleek een prachtige blauwe snavel te hebben, met een aparte vorm; als een half baseballpetje. Het gaat om de malvasía cabeziblanca (oxyura leucocephala) ofwel de witkopeend, zag ik op de belendende poster. Waarom dit dier niet de blauwsnaveleend ging heten, is mij een raadsel... De eend staat sinds 2004 op de wereldwijde lijst van bedreigde soorten. Het is een onderwaterduiker zag ik. Nog nooit gezien, we keken onze ogen uit!

Een andere moment kwam toen we zicht kregen op een heftig gevecht tussen twee rivaliserende mannetjes-meerkoeten (fulica atra), met het vrouwtje op veilige afstand toekijkend. In het voorjaar spelen de hormonen flink op. Dit zijn sowieso watervogels die graag ruzieën maar in deze tijd van het jaar zijn ze extra territoriaal; ook hier waren ze de schrik van de lagune. Ze stoven op iedere andere soort af. In afwijking van hun verwante soortgenoot het waterhoen, heeft de meerkoet gelobte tenen (zoals futen) die ze tijdens dit pompen op verzuipen-robbertje wild naar elkaar uithaalden. Een vogel lag op zijn rug en werd door de ander lang ondergehouden. Uiteindelijk vluchtte de onderliggende vogel, met de overwinnaar er achteraan. Daarna toonde het vrouwtje haar erkentelijkheid met opgezette veren. 

Een fuut (mannetje) verscheen die dag ook nog op het toneel. Deze parmantige vogel was drukdoende zich in alle rust middenop de plas te poetsen. De telelens was nodig om de spectaculaire kopkraag goed te zien. Daarna zwom het dier naar een rietkraag terug waar het broedende vrouwtje wellicht op hem zat te wachten.  

Een ander watervogeltje dat ik daar  zag, was de dodaars (tachybaptus rificollis). Het is de kleinste Europese fuut, zonder staart en met een korte snavel. Het dier dook regelmatig onder, op jacht naar vis, en aan de hand van een klein bellenspoor kon ik ongeveer zien waar dit krachtige zwemmertje weer bovenkwam. Schattig! De grote groep tafeleenden (aythaya ferina) mag hier evenmin onvermeld blijven. Het is een schaarse broedvogelsoort. Vooral in wintervacht is het mannetje prachtig: met een felrode kop en rode ogen, zwarte borst en kont en een grijswit lijf met ragfijne veren. Ik zal meer foto´s van dit uitje aan mijn webalbum toevoegen.

Op de weg terug zagen we nog een paartje geelpootmeeuwen, een veldleeuwerik, een groenling, een putter en (dichter bij huis) een jagende buizerd. Geen verkeerde score voor een paar uurtjes vogels kijken! In deze lagune kun je wel 36 soorten watervogels zien dus omwille van hen móet ik er wel terugkeren. Inmiddels maakten we ook een uitstapje naar de provincie Murcia maar die blog houd je tegoed.


zaterdag 8 mei 2021

Birdnerd

Dit was vroeger een scheldnaam, tegenwoordig is het een geuzennaam. Het lijkt erop dat sinds corona menig mens natuur en vogels veel meer ging waarderen. Elk nadeel heeft z´n voordeel. Van onze vriend Ger in Nederland ontving ik afgelopen week een mooi vogelboek met veldgids. Hij is lid van de Nationale Postcode Loterij en die organisatie stuurde alle klanten een cadeau, als dank voor hun deelname. Eind jaren´90 was de ijsvogel bijna uitgestorven in mijn vaderland. Mede dankzij de steun van NPL aan natuurorganisaties keerde de ijsvogel terug in het land. Sindsdien is deze vogel hét symbool van de loterij. Ger vond het meer een geschenk voor mij dan voor zichzelf en daar ben ik blij mee. Het boek kwam tot stand in samenwerking met Vogelbescherming Nederland. Als amateurvogelaar ben ik wel even zoet met dit informatieve en rijk geïllustreerde vogelboek. Ook de veldgids is erg leuk: niet alleen omdat die handzaam is, met elke QR-scanner kun je de bijbehorende vogelgeluiden afluisteren!

Dit voorjaar werd in Spanje de gierzwaluw verkozen tot vogel van 2021. Je zou denken dat dit geen bijzondere keuze is maar wie beter kijkt en over de piepkleine vogel leest, komt tot een andere conclusie. Het diertje brengt namelijk bijna het hele leven vliegend door, is niet of nauwelijks aan de grond te zien; tenzij het gaat broeden. Ze vliegen af en aan in onze straat. Je herkent de zwaluwen aan hun sikkelvormige vleugels en luide kreten. Bij minder goed weer vliegen ze laag dus dan kun je ze goed bekijken. Deze soort zwaluw is hier net zo gewoon als de Spaanse huismus maar wij kijken niet op pretentieloze vogelsoorten neer.

Vorige week blogde ik over onze huismus BoWo I (Bolletje Wol de Eerste). Toen dacht ik nog te maken te hebben met een vrouwtje. Inmiddels weten we beter. Op een dag zag ik een wollige huismus op een soortgenoot landen. Het bleef niet bij die ene keer. Was dat BoWo, daar bovenop? Die gedachte had ik nog niet uitgesproken over de vogel draaide zich naar mij toe, keek mij aan en leek daarmee te zeggen: “kijk maar eens goed, dit ben ik ook!” Ik herkende het gevleugelde vriendje aan zijn diepzwarte bef en luide getjilp. Ik pakte de telefoon en schoot enkele plaatjes. Het zijn niet mijn beste van de week maar het bewijs van BoWo´s testosteron c.q. machismo is geleverd. In het vogelboek van Ger las ik dat deze mussensoort heel honkvast is. Eenmaal ergens geland, blijven deze vogels hun hele leven op dezelfde plek.

Nu ben ik zelf een door de wol geverfd pottenkindje dus ik weet van het bestaan van zogenaamde ‘butches’. Voor wie het niet weet of het verdrong: in mijn tijd waren butches vrouwtjes die zich gedroegen en/of zich voordeden als mannetjes maar het in biologische zin niet waren. Zelf was ik in mijn jonge jaren een nogal stoere meid maar ik voelde mij nooit een jongen. Ik voelde ook nooit behoefte om van sekse te veranderen.

Tegenwoordig noemen we zo iemand (onder andere) non-binair: vrouw noch man. We spreken dan niet meer over ‘hij’ of ‘zij’ maar over ‘hen’. Op hun verzoek bezigen we de meervoudsvorm voor een enkele persoon; als een soort pluralis maiestatis. Op de Volkskrant-redactie kwam in de afgelopen weken regelmatig een ingezonden brief binnen over de aanspreekvorm voor non-binairen. Een aantal brievenschrijvers stelde nieuwe, diffusere begrippen voor maar doorgaans blijft men dicht bij de gebruikte aanduiding. Eén iemand in de krant stelde ‘gij’ voor als alternatief; dat vind ik persoonlijk een aardige optie. Maar ik ga er niet over; dat moet iedere hen maar zelf bepalen. Als ik een recente taaltrend mag geloven, beleven we momenteel hoogtijdagen voor de afko´s. Zou een non-binair mens in lijn hiermee de persoonsvorm ‘nobi’ kunnen waarderen?

Onlangs kwam een trending artikel voorbij waarin bioloog, slangenmens-op-steroïden en Naturalis-professor dr Freek Vonk werd geïnterviewd. Hij was onlangs op de Galapagos-eilanden voor opnames, de bofkont. Op het eiland Isabela (ons bekend) hadden hij en zijn crew zeeleguanen gefilmd. Aan het einde van de filmdag ontdekte hij een groep bijzondere vogels op de lavarotsen. Het bleek te gaan om Galapagos-aalscholvers, de grootste van alle 29 soorten die er bestaan. Deze vogel verloor in de loop van de evolutie het vermogen om te vliegen maar kent op en onder water zijn gelijke niet! Net als hun soortgenoten drogen deze aalscholvers hun verenpak door met de vleugels gespreid in de zon te staan. Vonk vond het opmerkelijk genoeg om erover te praten. Het is een beeld dat ook op mijn netvlies staat gegrifd. Net als de staalblauwe ogen van deze vogels. 

Dit weekend wordt overal World Migratory Day gevierd. In Amerika noemen ze het The Global Big Day. Deze mondiale dag laat men in Spanje samenvallen met vogelteldagen waaraan het grote publiek kan deelnemen. Tegelijkertijd is het vandaag de start van de Nationale Vogelweek in Nederland. Eerder deze lente deed men hier een landelijke studie en vogeltelling, georganiseerd door de organisatie SEO Birdlife (die is gelieerd aan de Nederlandse Vogelbescherming).

Dat vond plaats in het kader van de 25ste verjaardag van het Spaanse Sacre-project waarin onderzoek wordt gedaan naar het beheer van de nationale vogelstand. Daaraan deden meer dan 1.000 vrijwilligers mee. Al lezend trof ik enkele leuke weetjes in het rapport aan. Zo begon dit type onderzoek in het Verenigd Koninkrijk al in 1962 en in Nederland in 1984. Het Centraal Bureau voor de Statistiek van Nederland is bovendien de leverancier van de statistiekprogramma´s en rekenmodellen die voor alle vogeltellingen in heel Europa worden gebruikt. Wat minder verheugt, is dat er relatief weinig valt te vieren. Het blijkt dat van de meer dan 100 getelde vogelsoorten 37% van de meestvoorkomende soorten in Spanje een matige tot zeer ongunstige staat van instandhouding heeft. Ook het aantal gierzwaluwen blijkt met 27,2% te zijn afgenomen in de afgelopen jaren. Die achteruitgang brengt men vooral in verband met klimaatverandering en niet duurzame land- en tuinbouwpraktijken.

SEO Birdlife (seo.org) heeft een piekfijne website waar je honderden vogelsoorten met hun Spaanse benaming aantreft. Je kunt ook voor Engelse benamingen en uitleg kiezen. Je vindt er webcams van bijzondere vogelspots, natuurparken voor vogelaars en meer. Wij trekken er later vandaag op uit om in een vogelwalhalla (parque nacional ´Lagunas de lo Monte´) in de buurt te gaan tellen en fotograferen; vooral voor de eigen lol. 

We moeten dit weekend nog binnen de provinciegrenzen blijven maar vanaf aanstaande maandag gaan die open. De avondklok blijft bestaan maar begint voortaan twee uurtjes later (om 24:00 uur); dat doet men om de lokale horeca iets meer lucht te geven. We mogen per die datum ook vier mensen thuis ontvangen en met zes aan tafel in een restaurant. Vanaf 10 mei wordt het bestuur van deelstaat Valencia verantwoordelijk voor alle hierna te nemen lokale coronamaatregelen. De Spaanse staat legt zijn bijzondere bevoegdheden neer. 

Regiopresident Ximon Puig doet het, wat ons betreft, al lang heel goed in deze coronacrisis. Op dit moment heeft deze autonome Spaanse regio de laagste besmettingsgraad ter wereld per 100 inwoners. Puig was en is niet bang strenge maatregelen te nemen uit verantwoordelijkheid voor de medemens en deinst niet terug ze te laten voortduren. Hij laat zich niet onder maatschappelijke druk zetten om te versoepelen als dat hem (en zijn adviseurs) onverstandig lijkt. Hij is een standvastig leider die zijn rug recht houdt en dat waarderen mijn liefje en ik zeer in deze man. 

Ons eerste uitje over de grens staat gepland. We gaan naar een stadje in Murcia dat niet lang geleden werd uitgeroepen tot een van de mooiste van het land: Moratalla. We gaan zelf zien of dat terecht is. Sowieso hebben ze daar eeuwenoude rotskunst die ons intrigeert. Maar voordat het zover is, ging gisteren de tweede prik (vaccin) in de arm van mjn liefje. Ook zij mag weer frank en vrij uitvliegen. Joehoe!