Translate

vrijdag 31 januari 2020

Boris’ Bonkers Bid

Illustratie: Steve Bell (The Guardian)
De laatste week van de eerste maand van de Roaring '20s is uiterst memorabel.
Die begon met de Auschwitz-herdenking en wordt vandaag gevolgd door het vertrek van de Britten uit de Europese Unie. Met toeters en bellen? Niet zoveel als Boris Johnson had gewild. Hij kwam met het voorstel om landelijk geld in te zamelen om de klokkentoren van de Big Ben op de avond van het daadwerkelijke vertrek, vanavond, flink te laten galmen. De iconische klokkentoren wordt momenteel gerenoveerd en het mechanisme is daarom tijdelijk gedemonteerd. Om Brexit feestelijk uit te luiden, zou een extra bedrag van £500.000 nodig zijn. Er werd meer dan £650.000 opgehaald maar desalniettemin zal het klokkenspel niet klinken. Verstandiger mensen dan Johnson besloten dat. (Het geldbedrag gaat nu naar het goede doel Help for Heroes.)

Boris’ bonkers ‘bung a bob for Big Ben Brexit bongs’ bid bombs... Dat was de kop van de Britse krant The Mirror over het gestoorde voorstel tot een inzamelingsactie van Boris Johnson. De kop is stukken beter dan het idee. Je kunt veel van de Britten zeggen, zeker sinds het Brexit-referendum, maar taalkunstenaars zijn en blijven ze. Het idee viel bij velen niet in goede aarde. Hoe kun je dit moment uitbundig (willen) vieren als het leidde tot een verbale en emotionele burgeroorlog die diepe wonden veroorzaakte? Als ruim 49% van de Britten de Europese Unie juist niet wilde verlaten? Het land is nog steeds tot op het bot verdeeld!

Momenteel lees ik het boek van Geert Mak, getiteld ‘Grote Verwachtingen: In Europa 1999-2019’ en daarmee krijgen we als lezer een mooie en lange, bijna chronologische geschiedenisles voorgeschoteld over het Europa van nu. In de NRC-boekenbijlage van afgelopen weekend las ik dat de bestseller van deze winter in een klap van de eerste naar de zesde plaats terugviel. Waarom? Geen idee. Ik ben ruim over de helft, heb net over het Oekraïne-drama (2014) gelezen dus Brexit komt nog aan de orde. Het resultaat van Mak’s langjarige onderzoek kan ik erg waarderen. Hij brengt de complexiteit van onze geschiedenis terug tot hapbare brokken, legt veel dwarsverbanden, biedt de lezer een helder beeld van historische gebeurtenissen. Kortom: hij weet te boeien, het continent boeit overigens ook.

Met een beetje goede wil zou je de herdenking van Auschwitz en het uittreden van de Britten uit de Europese Unie met elkaar kunnen verbinden. Unificatie van Europa werd nodig geacht na de Tweede Wereldoorlog om een derde oorlog op wereldschaal te voorkomen. Het begon met politiek-economische samenwerking in Benelux-verband. Na de ondertekening van het Verdrag van Rome in 1957 veranderde dat in de Europese Economische Gemeenschap (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië). In 1961 maakt het Verenigd Koninkrijk voor het eerst kenbaar zich bij deze gemeenschap te willen aansluiten. Tweemaal vroeg het om toelating, tweemaal werd dat door Frankrijk onder De Gaulle afgewezen. In 1969 vroeg het land voor de derde keer het lidmaatschap aan. Driemaal was scheepsrecht. In 1972 werden de Britten formeel lid van de Europese Unie.

Al in 1975 vond in Groot-Brittanië het eerste referendum plaats over wel of geen lid van die gemeenschap blijven. Destijds stemde ruim 67% van de bevolking (bij een omkomst van net geen 65%) voor blijven. In 1979 stapten de Britten uit de voorloper van de Eurozone; ze zouden niet overstappen op de €, ze behielden hun eigen munteenheid. In 1985 werd onder Margaret Thatcher nog de eerste herziening van het Verdrag van Rome geratificeerd. Thatcher trad echter in 1992 af, onder toenemende druk van Eurosceptici in haar eigen conservatieve partij. In 1993 werd de groep van samenwerkende landen omgedoopt tot de Europese Unie, na ondertekening van het Verdrag van Maastricht. 

De rest is geschiedenis.

Vanaf morgen zal de EU dus niet meer uit 28 maar uit 27 lidstaten bestaan. De Britten vertrekken en ik betreur dat. Echt. Hun vlag zal in Brussel in het holst van de nacht en gepland onopgemerkt, worden verwijderd. Zij wijzen alle verworvenheden van de EU definitief af: vrede, open grenzen, diverse vormen van juridische en sociale zekerheid, een gezamenlijk machtsblok met meer dan 500 miljoen inwoners. Ze gaan in hun eentje verder, al zullen in de nabije toekomst nieuwe handelsverdragen met oude vrienden worden gesloten. Johnson & Co. denken dat in de komende elf maanden met de onderhandelaars van de Unie te kunnen doen. Er zal ook worden onderhandeld over veiligheid, energie, transport, visserij en gegevensuitwisseling. No cat pee. Dat optimisme lijkt mij daarom ongegrond en eenzijdig maar ik blijf dit interessante project op de voet volgen. Brexit is nog lang niet ‘done’!

Kenners menen dat het Verenigd Koninkrijk na de ondergang van The British Empire bleef lijden aan het eigen exceptionalisme; het gevoel extra bijzonder te zijn, veel bijzonderder dan de buurlanden. Lid zijn van de Europese Unie hinderde die vermeende grootsheid; daarom wilde de elite van het land uit de Europese gemeenschap. De voorstanders van Brexit zijn van mening dat het land zich als soevereine natie gemakkelijk zelfstandig staande kan houden in deze woelige wereld. Wat men kennelijk niet wil zien, is dat driekwart van de Britse bevolking nu armer is dan de gemiddelde inwoner van de EU-15. Economische groei komt bovendien niet van 100% Britse bedrijven. Die wordt voortgebracht door bedrijven met deels of volledig buitenlands kapitaal. Net als bij mensen, kan ook het beeld dat een land van zichzelf heeft, niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid…

Het moment van uittreden zal aan de andere kant van het Kanaal ondanks de zwijgzame Big Ben  zeker niet stil verlopen. De Union Jack zal overal in het land wapperen, er wordt een hologram van een aftelklok op de deur van Number 10 geprojecteerd, de partij van Nigel Farage (UKIP) gaat een feestje vieren -volgens ingewijden een gekostumeerd bal-, rond middernacht wordt een herdenkingsmunt gelanceerd en de Conservatieve partij bracht de onvermijdelijke theedoek uit met de tekst Got Brexit Done. Voor £12 per stuk, limited Edition. Gevoel voor humor kan deze partij van Oude Knarren niet worden ontzegd!

Ook de munt kreeg een opmerkelijke tekst: vrede, welvaart en vriendschap met alle n̶a̶z̶i̶'̶s̶ naties. (Een typefout is zo gemaakt. Dat kan je je baan of je kop kosten!) Als er iets is dat juist geen vrede op de Britse eilanden bracht, dan is het wel de uitslag van het Brexit-referendum en nu het daadwerkelijke vertrek. Steden en het Britse platteland kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan, jong en oud, conservatief en liberaal/links, autochtoon en allochtoon. Families werden uiteengereten, landen van het Koninkrijk dreven verder bij elkaar weg. Vredig ging het er niet aan toe. Het zal even duren voordat de wonden zijn geheeld. 

En welvaart? De Sterling veerde pas terug toen eind vorig jaar een No deal Brexit van de baan leek. Dit avontuur kan nog steeds zonder deal aflopen als er in december geen handelsaccoord is tussen het VK en de EU. Johnson heeft immers gezworen geen uitstel te vragen als er dan geen overeenkomst ligt. 

The Guardian houdt al jarenlang maandelijks bij hoe het het land er economisch voorstaat sinds het Brexit-referendum. De krant gebruikt telkens dezelfde indicatoren. Dit is de stand van januari 2020. De waarde van de pond ligt 10% lager dan vóór het referendum. Inflatie: beter dan voorspeld (rond 1.5%); handelsbalans: beter dan voorspeld; zakelijke activiteiten: beter dan voorspeld; werkgelegenheid: beter dan voorspeld (werkeloosheid van 3.8%); huizenmarkt: beter dan voorspeld (meer verkopen); retail-uitgaven: slechter dan voorspeld; overheidsfinanciën: slechter dan voorspeld. CFOs zijn deze maand optimistischer dan voorheen. Economen waarschuwen echter voor teveel optimisme: aan het einde van 2020 kan er alsnog No Deal uit de bus komen.

Granny showing off...
En tenslotte over vriendschap. Wij hadden deze week weer onze maandelijkse buurtlunch. Die was gezellig; dat zal zo blijven, wat er ook gebeurt. Mijn liefje en ik zijn een minderheid in een zee van Engelsen, Schotten en inwoners van Wales. We zijn in dit gezelschap niet alleen op onze plek omdat we de Engelse taal meester zijn. Nee, we houden van deze Britten en hun cultuur, hun humor en dwarsheid. Vijf jaar wonen en werken temidden van hen plantte dat zaadje, zij deden de rest. Het gevoel is overigens wederzijds. Deze groep vindt ons een leuke toevoeging; niet alleen omdat we jong bloed inbrengen. O ironie! Voor hen zijn we ‘The Girls’.

Als empiricus hield ik een enquête onder de aanwezigen. Zouden zij vrijdagavond gaan feesten of treuren? Had iemand een penning gedoneerd aan Johnson’s Big Ben-idee? Niemand ging feesten, niemand gunde Boris ook maar één penning. Ze waren het wel met elkaar eens dat het een historisch moment wordt, iets dat ze bij leven niet meer zullen meemaken.

Ieder van hen woont met veel plezier een groot deel van het jaar in Spanje. Sommigen hebben nog een (t)huis in het vaderland, sommigen zijn permanente residenten, net als wij. Enkele van hen gaan vandaag een zwarte armband dragen, anderen gaan vanavond expres vroeg naar bed. Dat is echter niets voor de gemiddelde Brit die wel van een feestje houdt, dus ik nodigde een aantal van hen uit om bij ons om 23:00 uur hun eiland te komen uitluiden. Ik ben benieuwd of er iemand aan de bel trekt. Uit eigen ervaring weet ik dat een Britse ‘yes’ zomaar ‘no’ kan betekenen… Chips, bier, wijn en gin & tonic zijn in ruime mate aanwezig.

Wij, Europeanen in hart & nieren, zijn klaar voor hun komst.


maandag 27 januari 2020

75 jaar bevrijding van Auschwitz

Blog je over 75 jaar bevrijding van concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz door het Rode leger (de Russen), dat vandaag internationaal wordt herdacht? Zo ja, hoe doe je dat het best? Vandaag zullen honderden overlevenden van dit kamp van over de hele wereld naar deze plek komen om bij de herdenking aanwezig zijn.

De regelmatige lezer herinnert zich wellicht dat ik als student literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit van Amsterdam afstudeerde op een thema dat veel raakvlakken heeft met de Holocaust en de verschrikkingen van joodse mensen in deze kampen. Als aanstaande academica vroeg ik mij in mijn doctoraalscriptie af of voor ironie in deze bizarre en barre kampwereld een rol was weggelegd. De vervolgvraag was welke functie ironie in kampliteratuur zou kunnen vervullen.

Mijn motivatie om die scriptie te schrijven, kwam voort uit het feit dat niet mag worden gevonden dat er ooit genoeg aandacht wordt besteed aan en voldoende wordt gesproken over de verschrikkingen van dit aspect van de Tweede Wereldoorog. Ik schaar mij bij de mensen die de voorkeur geven aan spreken boven zwijgen. Over enkele jaren zullen personen die de kampen overleefden, niet meer onder ons zijn. Het gevaar bestaat dat daarmee ook deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de mensheid gemakkelijker zal worden overgeslagen. Ik hoopte destijds als scriptieschrijver een steentje bij te dragen aan het niet-vergeten. Nu doe ik dat, nóg meer overtuigd van de zin ervan, als blogger.

‘Alleen stilte, zwijgen en niet-schrijven zouden passen bij een al te rauwe en oververteerbare werkelijkheid.’

Dit is de opvatting die wordt aangehangen door de voorstanders van zwijgen, de personen die vinden dat men over kampervaringen niet behoort te spreken of te  schrijven. Men zou de doden beledigen, het onuitsprekelijk leed ontheiligen en de doodse stilte schenden. Het zou bovendien een verwerpelijke bevrijding bij de lezer bewerkstelligen.

Elie Wiesel (1928-2016), Auschwitz-overlevende van Roemeense origine en Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar schaarde zich bij leven duidelijk bij de zwijgers. Zijn eerste roman ‘De nacht’ had de oorspronkelijke titel ‘En de wereld heeft gezwegen’. In zijn werk ‘De Dodenzang’ zegt hij ook blijf ik liever aan de kant van Job staan die voor vragen koos en niet voor antwoorden, voor zwijgen en niet voor gepraat.

Kampliteratuur definieerde ik destijds als literatuur die betrekking heeft op ervaringen die mensen opdeden in de kampen. Wiesel was van mening dat die soort literatuur niet kon bestaan. Hij stelde elders in zijn werk dat “a novel on Majdanek is either not a novel or not about Majdanek.” (Majdanek was een concentratiekamp in Noord-Duitsland.) Het tegenstrijdige is dat hij tegelijkertijd van mening was dat “(..) only Auschwitz can save the planet from a new Horishima.

De Italiaans-Joodse schrijver Primo Levi (1919-1987), eveneens overlevende van Auschwitz, noemde schrijven over deze ervaringen voor zichzelf een vorm van therapie. Dat zegt hij in zijn aangrijpende boek ‘Is dit een mens’. Voor hem was schrijven een manier om zijn ervaringen aan enkele intimi mee te delen. Erover schrijven was voor hem een opluchting. Levi’s primaire behoefte was dus schrijven om zichzelf te bevrijden. De bedoeling om een getuigenis na te laten, kwam pas later.

En hoe belangrijk was het dat zij en anderen dat deden!

Je vraagt je inmiddels waarschijnlijk af wat ironie hiermee te maken heeft? Daar maakte ik voor mijn scriptie een uitgebreide studie van. Ironie is een complex verschijnsel. Sommige wetenschappers zijn van mening dat er geen plaats is voor ironie in levensbedreigende situaties. Ironie zou ontberen waar tragiek aan de orde is. Zelf definieerde ik het als een complex denkspel; heel verschillend van hypocrisie, geen sarcasme, geen cynisme of humor... 
Ik definieerde het als een (stijl)middel waarmee men de harde werkelijkheid -ook in de kampen- zou kunnen verzachten. Om dat te ‘bewijzen’, stelde ik een empirisch lezersonderzoek samen. Daarvoor gebruikte ik passages uit autobiografische werken van Primo Levi, Liana Millu, Lode Vogel, Etty Hillesum en Jacques Presser. Kampliteratuur. Enkele van onze vrienden, met Joodse roots en oorlogsbelasting, deden aan dit onderzoek mee. Ik denk met compassie aan dit project terug.

Vorig jaar kwam nog steeds veel werk uit dat Auschwitz als decor heeft. ‘The Boy Who Followed His Father into Auschwitz’ (Brit Jeremy Dronfield), ‘Het schooltje van Auschwitz’ (Spanjaard Mario Escobar), ‘The Librarian of Auschwitz’ (Spanjaard Arturo Iturbe), ‘The Volunteer’ (Brit Jack Fairweather) en ‘The Children’s Block’ (Tsjech Otto Kraus), om enkele lezenswaardige werken te noemen. Deze boeken hadden stuk voor stuk een andere ontstaansgeschiedenis: autobiografie, historische fictie, non-fictie gebaseerd op een waar verhaal en literaire fictie. Stuk voor stuk lezenswaardig, al is en blijft het zware kost. Het geeft aan dat het onderwerp nog sterk leeft, zowel onder auteurs als lezers.

Eerder deze maand verscheen in Nederland het verhaal van de Joodse verzetstrijdster Selma van der Perre. Het tv-programma De Wereld Draait Door wijdde een mooie uitzending aan deze indrukwekkende 97-jarige. Zij kwam in 1944 in vrouwenkamp Ravensbrück terecht en overleefde dat. De titel van haar autobiografische boek is ‘Haar naam is Selma’.

Gisteren bood premier Rutte excuses aan voor het feit dat 's lands overheidsapparaat wegkeek ten tijde van de massale deportatie van Joodse Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog. Het werd door sommige betrokkenen historischen een groots gebaar richting Joods Nederlandgenoemd al kwam het voor enkele andere, bij deze nationale Holocaust-herdenking aanwezige, overlevenden nogal laat. Maar beter laat dan nooit, zeker in een tijd waarin antisemitisme toeneemt, zowel in Europa als op andere continenten.

Eva Umlauf. Foto: AP/Matthias Schrader
Zoals gezegd, vandaag herdenken we 75 jaar bevrijding van Auschwitz. Plek van het kwaad, van systematische massavernietiging, eindstation voor talloze Europeanen. Auschwitz was de hel. Onderzoekers becijferden dat daar ruim 1.1 miljoen mensen werden vermoord; een aantal dat blijft verbijsteren. De nazi’s vermoorden zes miljoen joden. Persoonlijke getuigenissen van mensen die deze verschrikkingen aan den lijve ondervonden, zullen op niet al te lange termijn niet meer verschijnen. Men kent het precieze aantal overlevenden niet dat tot op de dag van vandaag in leven is.

Vorige week las ik een waardig artikel over enkele Auschwitz-overlevenden. Journalisten van persdienst Associated Press brachten hen een bezoek in Duitsland, Polen, Zweden, Rusland, Verenigde Staten en Israël. De jongste geïnterviewde was 2 jaar oud toen ze in Auschwitz terechtkwam. Haar naam is Eva Umlauf en ze woont nu in München. Marta Wise was tien jaar oud en ziekelijk toen ze in Auschwitz terechtkwam; ze is nu vrijwilligster in het herdenkingsmuseum Yad Vashem, West-Jeruzalem. Het is een wonder dat zij het vernietigingskamp overleefden. Zij en en alle andere geïnterviewden stonden met hun getatoeëerde arm ontbloot op de foto.

Opdat we nooit vergeten.


zaterdag 25 januari 2020

Een tweede leven

We zijn alweer ruim een week terug op het Spaanse honk. We kregen sindsdien drie zware stormdagen voor de kiezen van Gloria maar die lieten we inmiddels achter ons. De zon schijnt weer. We wandelen hier dagelijks langs de boulevard en het strand. Zo proberen we de teint en ons loopritme te behouden. 

De zee buldert nog maar de golven kalmeerden aanzienlijk. Gloria’s lange armen gaan volgende week storm teweegbrengen in Nederland.
De overstromingen die resulteerden in de plaatsen direct aan de Mar Menor, waren wederom onthutsend. Weer evacuaties, weer heel veel materiële schade. Er vielen twaalf doden tijdens dit recente noodweer. De gevolgen van de recente storm zouden weleens de nekslag kunnen zijn voor Europa’s grootste binnenzee… Zo prachtig blauw als dit zeewater ooit oogde, zo groen en drabbig ziet het er nu uit.

Het noodweer en de overstromingen van eind 2019 leidden ertoe dat de zuurstof tijdelijk uit dat zeewater verdween. De beelden van duizenden dode vissen, palingen, schelp- en schaaldieren in de branding zal ik niet snel vergeten. Rivier- en regenwater in combinatie met slib, waarin het afval van omringende landbouwgebieden (meststoffen en dierlijke uitwerpselen), mijnbouw- en stedelijk afval zat, verstikte het water van deze bijzonder binnenzee.

Dit verschijnsel heet ‘eutrofiëring’. Door de enorme hoeveelheid nitraten en fosfaten die de binnenzee binnenstroomde, begonnen algen extreem te groeien. Een kleine toename van dit soort nutriënten kan positief uitwerken maar de hoeveelheid die tijdens het noodweer van vorig jaar en vorige week aan de orde was, leidde tot explosieve algenbloei. Wanneer deze algen sterven, worden ze afgebroken door bacteriën die hiervoor zuurstof gebruiken uit het water. Dat maakt het tijdelijk zuurstofloos met alle gevolgen voor het zeeleven vandien.

Een van onze favoriete lokale visrestaurants in San Pedro (Lo Pagán), Venezuela (alias ‘De Tonnetjes’), lieten en laten we voorlopig links liggen. Die serveren altijd verse producten uit de Mar Menor. Ik ga ervan uit dat ze hun visassortiment nu van gezondere oorden rondom Spanje zullen betrekken. Dat is jammer voor de lokale vissers maar beter voor de klanten. Gisteren kochten we in de supermarkt heerlijke verse vis uit noordwest-Atlantische wateren. Yumm!

Het jarenlange lakse beleid van plaatselijke besturen en van de provincie Murcia zijn mij al lange tijd een doorn in het oog. Als je eens wist hoeveel schade ontstond door mijnbouw rondom de Serra Minera de Cartagena-La Union, in de directe omgeving van de Mar Menor! De baai van Portmán en het grondwater in die omgeving zitten al jarenlang vol ijzer, cadmium, nikkel, zink en lood.

Mijnbouw in deze regio stamt uit de tijd van de Romeinen maar tussen 1957 en 1990 vond daar grootschalige mijnexploitatie in de open lucht plaats. Een van de uitwassen was het dumpen van 57 miljoen ton afval in de betreffende baai. Dat is net zoveel als de inhoud van 130 sportstadions van elk een capaciteit van 100.000 toeschouwers!  Het dumpen stopte onder grote maatschappelijke druk maar de schade was toen al geleden. Daarenboven dumpten boeren in het gebied Campo de Cartagena jarenlang brak water van hun velden in de Rambla del Albujón, dat in verbinding staat met de Mar Menor. Dat mochten ze tot voor kort straffeloos doen.

Lokale besturen hielden ondernemers en boeren decennialang de hand boven het hoofd. Ik denk dat de redding van de grootste binnenzee van Europa inmiddels een nationale, zelfs een internationale aangelegenheid is. Het recentste noodweer verslechterde de situatie van de Mar Menor verder. Weer slib, weer een toename van algen. Ik weet niet of deze zee nog is te redden, of die nog toekomst heeft. De nieuwe initiatieven zouden weleens te laat komen. Vanwege deze situatie annuleerde een recordaantal Spaanse toeristen hun geplande zomerverblijf later dit jaar.

De herinnering aan onze reis naar Bali zakte verder weg. Mijn liefje gaat volgende week een presentatie houden in haar Spaanse klas over ons bezoek aan het eiland van de Goden. Juf Lorena gaf haar de opdracht het gebruik van de verleden tijd toe te  passen. Zij maakte alle teksten, ik gaf gevraagd en ongevraagd advies en leverde de foto’s aan. Haar verhaal tipt ook het besluit aan van de huidige gouverneur van Bali om plastic voor eenmalig gebruik in de ban te doen. Het eiland knapt er zienderogen van op. Voor elke medeleerling en voor de juf bracht ze een ecologisch verantwoord tasje van winkel Pepito (in Lovina) mee. Op de tas staat in Balinees hoe slecht plastic is voor het milieu van het eiland. Elk beetje helpt.

Moeder Elsa in Bali laat momenteel weinig van zich horen, bang als ze waarschijnlijk is om door ons te worden genegeerd. Wij namen ons dat niet voor maar deze radiostilte vinden wij prima. Wat ons betreft, gaat het vooral om het behoud van contanct met de mannetjes Yuda & Damai. Na hun eerste schoolweek vroegen wij  hoe die voor de jongens was verlopen. Daarop ontvingen we foto’s van alle oorkondes die ze in de eerste schoolweek van hun meester en juf ontvingen. Beiden werden tot Super Readers gepromoveerd. Joehoe! Een kind dat elke dag 15 minuten leest, leert gemiddeld 1.000 nieuwe woorden per jaar.

De oude e-reader die we deze keer voor hen meebrachten, was een schot in de roos en begon bij hen aan een tweede leven. Wij vroegen de mannetjes om tijdens onze aanwezigheid elke dag een kwartiertje voor zichzelf te lezen; wij deden mee. De oudste van het gezin werd daarnaast benoemd tot ‘talentvolle verhalenverteller’, de jongste ontving een oorkonde omdat hij in de vakantie de uitdagingen van de Rubikskubus onder de knie kreeg (nog zo’n kadootje dat in goede aarde viel).

Yuda is geen jongen die de oren van je hoofd praat. Toen we hem als 1-jarige leerden kennen, maakte hij geen geluid. Hij zei niks, noppes, nada. (Wat dat betreft ging hij met sprongen vooruit!) Hij praat nog steeds niet veel maar we weten dat hij grappig uit de hoek kan komen. Zijn actieve beheersing van de Engelse taal is zo-zo, zijn passieve vaardigheid is in orde. Wij spraken deze keer vooral Engels met hen, ze  mochten zelf bepalen in welke taal ze terugpraatten; zolang het maar geen Balinees was. In Bahasa Indonesia blijken de beide jongens echter evenmin spraakwatervallen. Ze krijgen het converseren niet mee van huis… Wij probeerden hen dagelijks ertoe aan te zetten maar zoiets leer je niet in twee weken.

Als zomervakantieproject moesten zij van hun onderwijzers -onder andere- een verhaal bedenken, schrijven en illustreren. Yuda koos voor een spannend verslag in Indonesisch van een fictieve voetbalwedstrijd waaraan hij zelf deelnam. Ik zag zijn hanenpoten over het papier schieten. Hij las het daarna zonder een hapering aan ons voor. De voetballer die hij bij het verhaal tekende, was een combinatie van Ronaldo en Messi. Hij kan goed tekenen. Hij kent alle voetballers die er wereldwijd toe doen bij naam en toenaam.

Damai schreef een verhaaltje over een lid van het Indonesisch nationale U-16  voetbalteam (onder 16-jarigen). Deze jongeman debuteerde internationaal tijdens de ASEAN-spelen van 2019. Ze googelden het precieze relaas op onze telefoon. Wij faciliteren, zij doen het werk. Ze zijn al zó handig! Het bleek te gaan om de 15-jarige Alfin Lestaluhu die in november vorig jaar gewond raakte aan het hoofd tijdens een aardbeving met een kracht van 6.8 in zijn dorp op de Molukken. Niet veel later overleed hij in een ziekenhuis in Jakarta aan de gevolgen ervan. Kasian.

In het Vaderland wordt momenteel stilgestaan bij de Nationale Voorleesdagen die tot en met 1 februari duren. Op de dag van de aftrap van deze campagne keek ik naar een onderhoudende uitzending Op1 die minstens 15 minuten wijdde aan voorlezen. Kom er eens om!

Dat Eva Jinek als talkshow host voor heel veel geld overstapte van de publieke omroep naar de commerciëlen, vind ik jammer. (Misschien vindt ze dat inmiddels zelf ook?!) De publieke omroep kwam met een nieuw concept van duopresentaties als tegenhanger. De meeste tweetallen slaan Jinek momenteel met betere kijkcijfers om de oren. Toen we in Bali verbleven, volgden we de recensies en kijkcijfers met interesse. Nu kijken we live. Zelf noem ik mij een typische NPO-kijker: actualiteitenprogramma’s, documentaires, kritische journalistiek en aandacht voor cultuur hebben mijn belangstelling. 

Het zou slecht zijn gesteld met de leesvaardigheid van kinderen in Nederland. Dat komt volgens Stichting Schoolschrijver doordat er op de basisschool vooral aandacht is voor die saaide d's en t's. Tja. Ik ben maar wat blij dat ik die grammatica tijdens mijn lagereschooltijd goed heb geleerd! Kees van Kooten, Dieuwertje Blok en Wouter Koolmees (minister van Sociale Zaken) waren in het programma uitgenodigd om over het onderwerp te praten. Bekende Nederlanders trekken tijdens deze campagne al voorlezend door het land. Zelf heb ik er goede herinneringen aan, zowel als ontvanger als in de rol van zender. De liefde voor boeken kan een kind niet vroeg genoeg worden bijgebracht. Tijdens ons verblijf in Bali las Yuda dagelijks zelf, Damai (die binnenkort zijn negende verjaardag viert) liet zich graag voorlezen. Zijn eerste boek dat hij van de reader koos, was er een van Roald Dahl. Ik kon mij erin vinden. Zo vormden we daar onze eigen, knusse VIP-voorleesdagen. Dierbare herinneringen. 


dinsdag 21 januari 2020

Stormy

We waren nog niet weg uit Bali of het ging daar mis. In de Bintang Supermarket, een grote bekende winkel in Seminyak waar we vorige week nog langsreden, brak brand uit op de dag van ons vertrek. Het pand dat uit twee verdiepingen bestaat, werd geheel verwoest. Gelukkig raakte niemand daarbij gewond. Men vermoedt dat kortsluiting oorzaak van de brand was.

In mijn vorige blog beschreef ik onder andere hoe het vliegtuig dat ons van Barcelona naar Alicante moest brengen, het eerste Spaanse toestel werd dat op die luchthaven landde nadat er de voorgaande dag brand was uitgebroken. Die fik veroorzaakte veel schade aan de passagiersterminal en leidde tot omleidingen door de lucht en vervoer over de weg.

Alsof het allemaal niet genoeg was, brak hier afgelopen weekend de  spreekwoordelijke P. uit. De verantwoordelijke weerdienst gaf Code Rood op Code Rood uit. Er werd zelfs -voor het eerst in mijn beleving- vanuit Nederland een weeralert verstuurd aan Nederlanders in de Spaanse (kust)gebieden.

Afgelopen weekend ontstond een zogenaamde ‘ciclogénesis explosiva’ op de Middellandse Zee. Dat gebeurt wanneer koude lucht hard botst op warme(re) lucht. Omdat het fenomeen zich in korte tijd ontwikkelt, onstaan extreme wind en regen die is te vergelijken met de gevolgen van een tropische cycloon. Boven het Verenigd Koninkrijk ontstond een krachtige anticycloon (een kloksgewijs draaiend windfenomeen met hoge luchtdruk) en op het Spaanse vasteland vormde zich juist een extreem lagedrukgebied. Die zouden heftig op elkaar gaan inspelen. De Balearische eilanden en een langgerekt deel van de Spaanse oostkust zouden ervan langs krijgen. 

AEMET, de Spaanse weerdienst, geeft stormen een naam sinds 2017. Wereldwijd bedacht men een alfabetisch systeem. De eerste in Spanje (december 2017) heette Ana en deze laatste werd Gloria genoemd. Zij zou de zwaarste storm zijn sinds 2007. Wetenschappers bedachten ooit dat dit soort weerfenomenen door naamgeving minder beangstigend konden zijn voor burgers. Tja.

Well, she comes around here, just about midnight. And her name is G - L - O - R - I - Aï-Aï-Aï-Aï… Glooooh-riaah, G-L-O-R-I-A, Glohoria. I wanna shout it every night, I wanna shout it every day. Yeah-yeah-yeah-yeah.♫ Die meid dus! Storm Elsa woedde in december 2019. Dat hebben mijn liefje en ik eveneens geweten…

De luchthaven van Alicante werd afgelopen weekend gesloten. Vluchten werden wederom omgeleid en geannuleerd; nu vanwege storm en hevige regenbuien. Men vreesde dat de reeds aangetaste terminal zou kunnen instorten. Vliegveld Corvera in Murcia deed goede zaken: het ontving nog nooit zoveel vliegtuigen en passagiers! Het achterland van Alicante-stad kreeg te maken met extreme sneeuwval. De sneeuwgrens daalde daar afgelopen weekend in één klap met honderden meters. Ik vraag mij af welke invloed dat heeft op de amandelbloesem…

Ook wij maakten ons aan de kust op voor het noodweer, al is er op zo’n moment niet veel extra dat we kunnen doen. Het loeide om ons huis en kletterde genadeloos op ons neer. Het dak en de gevel van onze eetkamer gaan we dit seizoen vervangen maar deze toestand moesten we ‘gewoon uitzitten’. De avond zette voort met onweer en een haperende satelietverbinding: de Nederlandse tv-zenders vielen uit. No stress. Dat deden mijn eigen luiken op dat moment ook. We hebben nog een beetje last van jet lag dus erg laat maken we het nu niet. Normaliter slaap ik onder dit soort weersomstandigheden licht als een pluisje maar deze keer viel ik in een comateuse slaap om de volgende ochtend te constateren dat we het drooghielden. Joehoe! Onze vrienden Joan & Ben wonen op de bovenste verdieping van een flatgebouw in onze voormalige woonwijk. Zij meldden ons dat ze een onrustige nacht achter de rug hadden. Alles schommelde.

Op Blue Monday, kennelijk de meest deprimerende maandagochtend van het jaar, kregen we hier zeer extreme regenbuien te verduren. Overdag vind ik dat echter minder ongemakkelijk. Je kunt immers zien of en waar het misgaat. Onze regenmeter raakte in het weekend ongeveer halfvol, dat zou neerkomen op circa 50mm neerslag per vierkante meter. Geen record. Inmiddels viel er veel, heel veel meer. De beker liep over. Wat mij zeker opvalt, is dat de frequentie van noodweer hier in de laatste jaren toenam. Vier van dit soort extreme situaties in één jaar is teveel toeval, wat mij betreft. Persoonlijk heb ik dan ook geen boodschap aan ontkenners van klimaatverandering.

Er vormde zich deze keer weer een riviertje in onze straat. Nabijgelegen straten liepen veel meer onder; sommige kregen te maken met modderstromen van de omliggende velden. Merels kwamen op ons terras om uit de volgelopen bloembakken te drinken. Mooi. Elk nadeel hep se voordeel.

Volgens weerdeskundigen konden golven van zeven à negen meter zich op de Middellandse Zee ontwikkelen. Dat deden ze ook. Voor de kust van de stad Valencia bereikten ze een hoogte van 8.5 meter; een lokaal record. Rondom Balearisch eiland Mallorca bereikten ze 14 meter hoogte. Eveneens een record. Dat is zes woonkamers hoog… Scary! Op de landtong van La Manga stond het zeewater tot aan de gevels van de huizen aan de boulevard. Cabo de Palos, mijn zomerse snorkelplek-bij-uitstek, kreeg de extreemste storm voor de kiezels. Bij ons bulderde de zee harder dan ooit. Het water was op zich woest maar de golven waren niet hoog. Ze veroorzaakten wel  veel schade aan onze kleine stenen wandelboulevard. Kasian.

Gisterenmiddag keken we naar Spaanse televisie en zagen daar ineens een bekend gezicht op het scherm verschijnen. Het was Ramón, eigenaar van onze favoriete zomerse strandtent, die de interviewer van TV Murcia toonde hoezeer zijn huis en tuin met citroen- en sinaasappelbomen aan de rand van buurgemeente San Pedro del Pinatar onder water kwamen te staan. Hij was bepaald niet de enige. De plaatsen Javea en Denia zijn heel hard getroffen. Daar kwam de zee ver het binnenland in. 

Het is nog niet voorbij. De storm ging liggen maar vannacht regende het aaneengesloten, afgewisseld met onweer. We krijgen nog een natte middag (5.6mm) en dan hopen we de zon weer te zien.   


vrijdag 17 januari 2020

Van pechvogels tot mazzelaars

Het was mij de terugvliegreis wel weer! Die duurde zegge en schrijve 27 uren, zeventwintig lange uren… Het is op die momenten dat mijn gevleugelde uitspraak ‘reizen is verslavend’ voortdurend wordt misbruikt. Door mijn liefje, welteverstaan. Ik hoefde maar even te mopperen of ik werd mijn mijn eigen tekst om de oren geslagen. Als er één ding is dat ik haar in de bijna 31 jaar samenzijn bijbracht, dan is het een diep begrip van ironie. Geen verkeerde opbrengst, al zeg ik het zelluf!

We vertrokken op tijd uit Denpasar op weg naar Dubai. Dat eerste traject van ruim negen vlieguren verliep goed. Af en toe gingen de ogen dicht, nu en dan trilden we unisono vanwege turbulentie, regelmatig las ik of keek een film. Niets om over naar huis te schrijven. De Verenigde Arabische Emiraten liggen net onder Iran, dat realiseerde ik mij terdege. Ons passagiersvliegtuig hoefde dus niet over dat land te vliegen. Een zorg minder.

Op het uitgestrekte vliegveld van Dubai landden we op terminal A, moesten vervolgens deels lopend en met een trein naar terminal B om daar over te stappen. De eerste teleurstelling kwam toen we daar ontdekten dat de reis niet zou worden voortgezet in de fameuse A380 maar met een Boeing 777-300; ook een grote jongen maar niet het comfort waarop we rekenden. De vliegmaatschappij besloot om wat voor reden ook, het vliegtuig te verwisselen en er een rommeltje van te maken qua seating. Niet voor ons maar wel voor vele anderen. Vervolgens werden we met bussen teruggebracht naar terminal A waar we dan ook vertrokken met vertraging. De onzin ervan!

Terwijl we wegvlogen, hadden we goed zicht op de palmeilanden die vanaf 2001 voor de kust van de hoofdstad werden aangelegd. Palm Jumeira is 's werelds grootste kunstmatige eiland. Indrukwekkend maar tegelijkertijd ook absurd vanwege zijn extravagantie. Dat krijg je als mensen niet weten wat ze moeten doen met de sloten geld die worden verdiend met olie. De aanleg veranderde de mariene flora en fauna van het gebied drastisch en definitief. Er ontstond erosie, de golfpatronen werden aangetast, slib bedekte de aanwezige koraalriffen. Dubai ontwikkelde daarmee de nadeligste ecologische voetafdruk ter wereld. En wat gebeurt juist daar als de zeespiegel op termijn gaat stijgen? Ik vroeg mij tevens af wat er met de toekomst van de Verenigde Arabische Emiraten en zijn inwoners zal gebeuren als er een complete ban komt op het gebruik van fossiele brandstoffen in de wereld… Tja.

De volgende zeven vlieguren naar Barcelona kropen werkelijk voorbij. Er leek geen einde aan de komen. Daar kwam bij dat we ons verrekenden in ons nadeel en vooral dat extra uur viel tegen. Dit gedeelte van de reis vond bij daglicht plaats; het zicht was schitterend. Ook dit toestel heeft camera’s onder- en bovenop dus we konden meekijken naar de wereld die onder ons door gleed. Een mooie, zij het woeste wereld. We vlogen over Saoedie-Arabië, Jordanië en Syrië, letterlijk en figuurlijk. Sommige besneeuwde hooggebergtelandschappen zagen eruit als een prop zilverpapier die weer recht was gestreken. Af en toe met poedersuiker bestoven, soms met een dikke laag sneeuw. We vlogen over Turkije richting Bulgarije en zagen de Zwarte Zee en zelfs een glimps van de Kaspische Zee vanuit de lucht. Prachtig!

Hoe goed je ook zit in een vliegtuig, de beelden van een mensheid-in-ongemak dringen ze aan je op. Een Arabische, gesluierde jonge vrouw die haar, met open mond, slapende man tevergeefs probeerde te fatsoeneren. Die mond bleef openstaan. Een Arabische man die snauwde naar alle vrouwen in zijn omgeving, inclusief de stewardess. Rechtopstaande haren, slordige kleren, onwelriekende dampen, geproest en gesnotter. Het is een heel kleine greep uit wat zich in zo’n minimaatschappij als een vliegtuigcabine afspeelt.

De vertraging waarmee we aanvankelijk uit Dubai vertrokken, haalden we niet in. We hoopten nog dat we meemochten op een eerdere vlucht van Barcelona naar Alicante (dan de geplande) maar die hoop bleek tevergeefs. Navraag bij de Last Minute-desk van de Spaanse vliegmaatschappij leverde namelijk op dat de eerste vlucht van die dag al niet was gegaan. Op luchthaven Alicante was woensdag jongstleden namelijk een grote brand ontstaan in een kantoor op de passagiersterminal. De vlammen schoten hemelhoog! Ochtendvluchten naar die bestemming werden geannuleerd, passagiers met haast werden met bussen vervoerd. Mijn liefje en ik keken elkaar aan: hebben wij weer! De middagvlucht waarop we hoopten, was gecancelled. Over onze vlucht van 18:00 uur wist niemand iets zinnigs te zeggen terwijl het toch als een dag later was. Oh-oh.

We haalden eerst onze instapkaarten (voor de zekerheid) en vroegen vervolgens nader advies aan de supervisor van de incheckbalie. De reistassen hielden we voorlopig bij ons, dat betekende dat we niet door de douane konden. Dat hield in dat we elk half uur vanaf ons zitje in de hal naar een aankondigingenbord met vertrekkende vliegtuigen liepen. Er was een lange tijd niets opbeurends te lezen maar circa een uur voor het vermeende vertrek werd onze vlucht formeel bevestigd. Het was de eerste vlucht naar het aangetaste Alicantijnse vliegveld sinds de brand. We gingen naar de Bag Drop-sectie, scanden onze instapkaarten, printten de bagagelabels uit en scanden de reistassen tenslotte op de bagageband. Het systeem wenste ze persoonlijk een goede reis. Joehoe… lang leven de e-revolutie!

Een extra groot toestel verwelkomde ons bij de pier. Mensen die op eerdere vluchten hadden moeten zitten, mochten met ons, nietsvermoedende passagiers, mee. Onze vrienden Joan & Ben zouden ons in Alicante ophalen. (Onze Deense buren zetten ons daar een maand geleden af.) We hielden hen zorgvuldig van alle vorderingen op de hoogte. Op de afgesproken tijd stapten we het bijna volle vliegtuig in voor het laatste traject van onze lange thuisreis. Tegen die tijd keek ik bijna scheel van vermoeidheid.

Het karretje dat het vliegtuig van de pier moest wegduwen, deed een eerste poging. Toen viel er een hele tijd geen beweging waar te nemen. De benzineleiding van de duwer bleek te zijn gesprongen, aldus de kapitein. Het mobiel moest eerst worden weggesleept. Hij zei ook dat we daarmee onze vertrekslot verloren en op een nieuwe moesten wachten. Daar had iedereen begrip voor. 
Een half uur later kwam de mededeling uit de cockpit dat de vloer onder de neus van het vliegtuig ook nog moest worden gereinigd, uit veiligheidsoverwegingen. Ook nog te begrijpen. Niemand aan boord begreep echter dat dit ruim twee uur moest duren. Sommige Spaanse passagiers spraken geagiteerd en met een boel handgebaren met de stewardessen. Welcome home! Inmiddels waren de motoren van het vliegtuig uitgezet waardoor het snel warm en zuurstofloos werd. Wij zakten verder in.

Gisteravond landden we om kwart voor elf. Hondsmoe maar blij. De lucht in de terminal was nog toxisch, de ravage groot. Het gaat maanden duren voordat die schade volledig is hersteld. Ik ken Spanje goed genoeg om dat te stellen. De Nederlandse limousineservice van onze vrienden bracht ons gezwind maar met een omweg (!) naar ons Spaanse honk waar ons een koud huis wachtte. Maar de kachel floepte weer aan, de douche gaf heet water en het eigen bed wikkelde ons in warmte. De nachtrust was diep en zonder zorgen. De eerste wasjes zijn inmiddels gedaan. Voorlopig eten we geen wortel. We missen de tropische warmte maar zijn daarentegen verheugd over het multi-gelaagde toiletpapier van hier.


dinsdag 14 januari 2020

VIP-behandeling

Nog eentje dan vanaf het eiland van de Goden. Om dit bezoek gepast-ongepast af te sluiten. De volgende blog komt weer van Spaans grondgebied, als het aan mij ligt. (Ofwel: Leo Dovente!) We maakten hier een laatste uitstapje naar een andere wijk aan zee: Canggu. Het ligt op loopafstand van ons hotel en op steenworpafstand over het strand maar de route er naartoe is niet recht toe, recht aan. We namen dus een taxi.

Wij ontdekten Canggu in 2011 toen wij logeerden bij Nederlanders Theo & Marja. Hun toenmalige woning was prachtig gelegen, met bijna rondom zicht op rijstvelden. Daar had je er destijds veel meer van dan nu, constateerde ik tijdens de taxirit. Ik denk dat ze moeten wijken voor hotels en beach clubs al is dat wettelijk niet meer toegestaan in heel Indonesië. De drie bekendste stranden van Canggu heten Batu Balong, Berawa en Echo Beach. Ze hebben zwart-grijze zandstranden zoals we die kennen van Lovina en omstreken; die kleur is afkomstig van de lava-ondergrond. Bijna overal wordt daar gesurft.

Wij besloten ons te laten afzetten voor de lunch bij een beach club die Finns heet. Onbekend maar op Tripadvisor werd positief gerept over het gevarieerde eten dat er wordt geserveerd. We werden voor de deur afgezet door de chauffeur van een Blue Bird-taxi, na te zijn gecheckt door beveiliging met geweren en gemuilkorfde honden.  Wij wisten op dat moment nog niet hoe moeilijk het zou zijn om weer met een taxi te vertrekken maar daarover later meer.

Deze club is groot, uitgestrekt en fraai aangekleed. Bij binnenkomst kozen we voor twee krukken aan de Surfbar. Vanaf daaruit zagen we veel beginners en enkele ervaren surfers capriolen uithalen op golven die zich met grote regelmaat aandienden. Er was zelfs een oudere stand-op paddler die de hoge golven professioneel trotseerde. Never a dull moment! Planken konden worden gehuurd bij Wayan op het strand. Een jongedame op een grote blauwe plank trok onze speciale aandacht. Niet alleen omdat ze aan het einde van die dag verbrande billen zou hebben maar ook omdat ze werkelijk alles fout deed wat kon. Regelmatig spoelde ze als half-verdronken vis in de branding aan. Kasian. Telkens keerde ze terug naar haar surfleraar die in het diepe ontspannen op zijn eigen plank zat. Het deed mij terugdenken aan de vele momenten waarop ik zelf leerde windsurfen, golfsurfen, body boarden en stand-up peddelen. Je wordt er hondsmoe van maar het is erg leuk om te doen.

Een van de aangename ontdekkingen van deze trip is de rosé (2019) van Two Islands. De naam van de wijn verwijst naar de samenwerking van een heel groot en een piepklein eiland. Dat wijnmerk kennen we van eerdere reizen naar Bali maar deze keer ontdekten we tevens een mooie, frisse rosé uit South Australia die in Bali wordt gebotteld. We rijden er een straatje voor om. Tot dusver hield ik de lunch alcoholvrij maar nu we in de laatste dagen zijn beland, maak ik graag een uitzondering. Ze hadden onze favoriet op de kaart staan.  

Beach Club Finns noemt zich The World’s Best Beach Club. Onze wijnkoeler meldde dat. Dat klinkt als de slager die zijn eigen vlees keurt… Condé Nast Traveler, een Amerikaans luxe reistijdschrift dat onderzoek doet naar dit soort dingen, noemt het namelijk nergens. Wel buur La Brisa aan hetzelfde strand staat in hun rijtje voor 2020! Die club is opgebouwd van het hout van 500 ongebruikte prauwen (traditionele Balinese zeilboten). Het aardige is dat Hippie Fish in Zandvoort aan Zee eveneens in die CN-lijst voorkomt.

Hoe het ook zij, mijn liefje en ik genoten van het bestelde eten, de wijn en vooral het uitzicht van Finns. Toen wij besloten naar ons hotel terug te keren, deden we nog een rondje door de club. Er blijken vijf zwembaden, negen restaurants en zelfs een VIP-gedeelte met al best veel reserveringen voor de avond. (Inmiddels kwam hier zeemist op...) Kennelijk moet je één miljoen roepiah betalen om er te mogen liggen. Voor vier miljoen roepiah (ruim €250) krijg je daar vier cocktails en twee Bintang-biertjes. Tja.

We liepen naar buiten om een Blue Bird-taxi aan te houden. We wachtten en wachtten, liepen heen en weer en uiteindelijk terug naar de club om bij de ingang een taxi te bestellen. Terugwandelend zag ik een groot aanplakbiljet waarop stond dat transportmiddelen als Gojek en Grab in dat deel van Canggu niet zijn toegestaan. Huh?! Vervolgens werd ons aan de transportbalie uitgelegd dat Blue Bird geen passagiers mocht aannemen en wegbrengen. Alles moest met lokaal en Club-transport, voor tenminste vijfmaal de reguliere prijs.

We keken elkaar aan… Dat geloof je toch niet?! Rook kwam uit onze oren om dit soort maffia-praktijken. Wij liepen gefrustreerd terug naar de weg, zagen een Blue Bird-taxi aankomen en naar de ingang rijden. Ik stapte er resoluut op af en gebaarde aan de chauffeur dat wij hierna graag met hem meewilden. Hij knikte. De aankomende passagiers stapten uit, wij stapten in en noemden onze bestemming.

Tien meter verderop werden we aangehouden door een lokale maffiabaas met walkie-talkie. De chauffeur moest de auto aan de kant zetten, wij moesten eruit. Ik ben echter niet voor één gat te vangen. Bovendien studeer ik niet voor niets als bijna anderhalf jaar dagelijks Bahasa Indonesia. Ik vertelde Walkie-Talkie Wayan in zijn taal dat ik mij niet goed voelde en snel naar huis moest. De waarheid is dat ik geen moment last kreeg, niet deze keer en nooit eerder van wat eufemistisch ‘Bali Belly’ wordt genoemd. Ik bleef mijn boodschap herhalen.

Wij maanden de Balinese chauffeur aan vooral door te rijden maar ik begrijp dat hij weifelde. Hij wil immers geen kruisje achter zijn naam en nummerplaat hebben. De auto kroop verder totdat we door een tweede maffiabaas werden aangehouden; weer met walkie-talkie. Ik deed mijn wanhopige oproep ook aan hem. Kon hij compassie hebben met mijn hoge nood? Ik maakte zelfs het hindoeïstische smeekgebaar dat erbij hoort. Hij schudde zijn hoofd: we mochten niet verder. Onze chauffeur zei de situatie naar te vinden en reed stapvoets door.

We werden zelfs een derde keer aangehouden, wederom door een wandelende walkie-talkie. Ik hoorde hem zeggen dat het niet mocht. Van wie dan? Dat bepalen zij toch?! Het zijn ratten die Bali een slechte naam bezorgen, vond mijn liefje terecht. Het was niet de eerste keer dat we iets dergelijks meemaakten. Toen we nog in het hoge noorden aan de kust woonden, gingen we soms met bezoekers het water op om naar de grote groep wilde dolfijnen te gaan die resideren in de Balizee. Het hoofd van ons dorp bepaalde op enig moment dat alleen vissers van het eigen dorp dat mochten ondernemen; niet de vissers van Lovina die zo een centje wilden bijverdienen.

Een officieel schrijven met een boel stempels werd daarop aan onze poort afgegeven. De eerstvolgende keer naar de dolfijnen (met Jeroen, zoon van vriend Ger) maakte ik een afspraak om 's ochtends vroeg aan het eigen strand te worden opgehaald voor een tochtje. Niemand verscheen op de afgesproken tijd. We probeerden het daarna nog een keer, met een half-lekke boot. We overleefden het uitje destijds, Jeroen genoot. Ik begrijp dat men een graantje wil meepikken maar een ander verbieden en er dan zelf met de pet naar gooien? Niet goed.

De derde man maakte uiteindelijk het handgebaar van ‘doorgaan’ na mijn gefingeerde buikdrama; om van het gedoe af te zijn. Wat een masalah, verzuchtte onze chauffeur waarna hij ervandoor spoot (pun intended). Er ging een zucht van opluchting door de taxi. Mijn liefje uitte haar ongenoegen over deze gang van zaken reeds op Tripadvisor. Very Intimidating People. Zulk gedoe van Bali gaan we zeker niet missen!

En vergeet niet mijn bijgewerkte Bali-webalbum van deze keer te bekijken!

maandag 13 januari 2020

Almere Kort

We gaan weer aftellen en ik moet zeggen: dat is prima. Mijn liefje en ik zijn op ons best als we kunnen rondtrekken in de wijde wereld. Hier relatief lang in één hotel blijven, is niet per se wat we leuk vinden. In het noorden van Bali verbleven we met plezier twee weken op een plek om met de mannetjes vakantie te vieren. 
Hier zijn we echter voor onszelf en dan blijkt een week lang genoeg. Reizen is verslavend. Het gaat voor ons steeds vaker om de journey, not the destination. Niet dat we klagen, hoor. Ik realiseer mij dat er mensen zijn die hun hele leven sparen om eenmaal naar Bali te kunnen reizen dus wij tellen onze zegeningen.

We wandelen langs het strand, hangen in het zwembad, gaan op zoek naar een goed restaurant. Het is net vakantie. In het eigen hotel ontmoetten we leuke mensen. Het gaat om twee zussen die in Zimbabwe werden geboren en daar opgroeiden. Door het beleid van Robert Mugabe (die 40 jaar regeerde en vorig jaar overleed) moest dit witte gezin het familiebedrijf verkopen en hun vaderland verlaten. De ene zus vroeg verblijf aan in het Verenigd Koninkrijk, de andere deed dat in Australië. Zij verlieten de geboortegrond als eerste, hun ouders zouden weldra volgen. Totdat het noodloop toesloeg en vader onverwacht overleed.

Moeder bleef alleen achter in een, haar vijandig gezind land en dat was uiterst stressvol voor alle betrokkenen. Ook zij kreeg uiteindelijk toestemming om naar Australië te emigreren. Ze woont daar nu bij haar dochter in en maakt een gelukkige indruk. Eenmaal per jaar brengen de zussen met hun moeder een gezamenlijke vakantie door. De Britse kende Bali nog niet, haar Ozzie-zus wel; het ligt immers in hun achtertuin. (Er zijn heel wat Australiërs in ons hotel aanwezig.) Bij zulke levensverhalen valt een gedoetje zoals wij af en toe in ons leven treffen, in het niet. Zoals gezegd: tel je zegeningen!

Onze vrienden Emmy & Hugo verblijven inmiddels ook in dit deel van de wereld, al vlogen ze nog enkele uren verder. Ze zijn weer op bezoek bij hun dochter en haar partner in Sydney. Binnenkort zullen zij familie-uitbreiding krijgen; er wordt een nieuw wereldburgertje geboren. We hadden recent contact met de aanstaande moeder die ons liet weten zich goed door de laatste loodjes heen te slaan. Regelmatig trekken ze zich terug in huis en zetten de luchtzuiveringsinstallatie aan. Dat is vooral goed voor de allerkleinste longetjes! Emmy, zonaanbidster pur sang, meldde dat ze de huidige regenbuien gedoogt nu dat deel van Australië in vuur en vlam staat. Er gaat in de komende periode gelukkig meer neerslag vallen in het door bosbranden geteisterde New South Wales. Niet leuk voor vakantiegangers maar zeer welkom voor de rest van de ingezetenen Down Under.

Wij boffen hier met het weer: als er al een tropische bui valt, is het 's nachts. Het regenseizoen is nog steeds niet losgebarsten alhoewel hoofdstad Jakarta (provincie Java) deze week nóg meer overstromingen tegemoet kan zien. Kasian. Wij, in provincie Bali, zien af en toe een bui aan de horizon voorbij schuiven maar we ontspringen de dans voortdurend. Bovendien waait het nog steeds flink waardoor de klamheid beperkt is. De gewrichten van mijn liefje hebben het erg naar hun zin. Dat gaan we missen als we terug zijn op het Spaanse honk. Daar wacht echter een weerzien met onze vrienden Joan & Ben dus dat maakt veel goed. Ik had deze alinea nog niet getypt of het regenwater kwam met bakken uit de lucht. Maandag-wasdag! Ons zwemgoed dat buiten hing te drogen, ligt als vodjes doorweekt op de grond. Tussen de weggewaaide bladeren en bloemen van de frangipane-boom. Die zoete, bedwelmende geur gaan we eveneens missen. 

Als we in onze tuinkamer vertoeven, staat de airco vaak aan. Slapen doen we sowieso met de verkoeler aan; dat komt de nachtrust ten goede. Mijn liefje houdt ervan zich binnenshuis minimaal maar comfortabel te kleden. Zo ook hier. Ze noemde haar pakje onlangs Almere Kort. Ze wordt grappiger met de jaren. Toen wij een keer in het voorjaar naar Nederland gingen en bij onze vrienden Frans & Roland logeerden (toen nog in Laren; ze verhuisden inmiddels), trok ze 's avonds een lange, gemakkelijke en warme huisbroek aan. Ze vroeg toestemming aan de jongens maar die wisten toen nog niet waarmee  ze instemden. Toen de mannen haar uitdossing zagen, waren ze unaniem in hun beschrijving: een Almere-broek! Ik proestte het uit toen ik het hoorde. Dat woord kende ik niet maar ik hoefde geen toelichting. Honderd jaar geleden was ik in die stad. Het bleef bij die ene keer. Ik wist van lelijkheid niet waar ik moest kijken, ondanks alles wat Annemarie Jorritsma zegt.

Neef Ingmar, getrouwd met een Indonesische, stuurde ons recent enkele leuke tips toe die we hier enthousiast opvolgden. Zo maakte hij ons attent op restaurant Biku. Het bleek te gaan om een stemmig etablissement in een van de hoofdstraten van Seminyak. Het heeft een fraaie inrichting in een groot pand met koloniale sfeer, prettige bediening en een goede keuken. Toen wij er neerstreken voor de zondaglunch zagen we daar veel Indonesiërs en enkele buitenlanders. Veel mensen komen voor de High Tea maar die biedt uitsluitend zoetigheden. Wij kozen iets van de uitgebreide hartige kaart en aten er heerlijk. En als wij later dit jaar naar Nederland komen, had hij nog een tip voor ons in Voorburg als we Indonesisch eten missen: Pempek Elysia. Gaan we ook uitzoeken!

Het komt niet vaak voor dat ik in een restaurant niet weet hoe ik iets moet aanpakken maar toen er aan het einde van onze maaltijd een houten plankje met vier gaten op tafel werd gezet, wist ik niet direct wat de bedoeling was. In twee gaten lagen pepermuntjes (?) en in de twee lege werd water geschonken. De pepermuntjes werden vervolgens in het water gelegd. In een mum van tijd groeiden ze uit tot twee verfrissingsdoekjes. Hoe leuk is dat! En als je met eigen auto arriveert, wordt er door een medewerker van Valet Parking een doek over de voorruit gelegd ter verkoeling van je mobiel.

Een vergelijkbare Tempo Doeloe-sfeer hing in Café Bali (eveneens in Seminyak) waar onder andere Hollandse kroketten op het menu staan. Toen we vroegen of de eigenaar soms seorang Belanda was, werd dat deels beaamd. Het zou inderdaad gaan om een Hollandse vrouw met een Franse (zaken)partner. We ontdekten tijdens deze reis een nieuw bronwatermerk: Balian. Het water komt van Gunung Agung, de hoogste actieve vulkaan van Bali en wordt hier ook gebotteld.

Vriendin Bernadette deed ook nog een duit in ons zakje. Zij raadde Fat Gajah aan, een van haar favorieten in onze buurt. Waar zouden we zijn zonder al die adviseurs?! Als we hier gebruik maken van een taxi, gaat onze voorkeur uit naar de Blue Bird Group. Die is betrouwbaar, met meters die overdag beginnen op 7.000 roepiah (ongeveer €0,40) en met nette chauffeurs. Dat geldt wat ons betreft niet voor Bali Taxi; een chauffeur van dit bedrijf wil je nog weleens neppen.

Er rijden hier honderden taxi’s rond, allemaal blauw. Ik liet mij foppen doordat de auto een versleten Blue Bird-logo voerde. Listig. Het bleek een Bali-taxi… maar toen zaten we al op de achterbank. De chauffeur sprak ons voortdurend aan met Mamadus dat begon goed. Hij zette ons af voor een pand waarop Laggas viel te lezen, geen Dikke Olifant. Bovendien had hij geen wisselgeld terug hetgeen de CFO ontriefde. Toen ik uitstapte, zei ik hem in mijn beste Bahasa Indonesia dat ik zijn nummerplaat zou onthouden. Het restaurant bleek inderdaad voorheen te heten zoals gedacht. Een nieuwe jas, de oude kaart? Ik at er heerlijke gestoomde dim sum en een chocoladevulkaan na. De eerste versie kwam volledig ingezakt op tafel, de tweede versie was perfect. (Er zijn overigens regelmatig kleine aardbevingen in dit gebied maar we hebben er tot nu toe geen last van.)

We werden in de afgelopen week vaakgeziene gasten bij Watercress (wereldkeuken), Warung Wina (Indonesisch) en strandtent 707. Stuk voor stuk anders van sfeer, aankleding en keuken maar ieder de moeite van een bezoek meer dan waard. Beach Club Potato Head bezochten we eerder in 2010 maar daar was het nu dermate overvol en voor de bühne dat deze plek ons niet meer boeit.


vrijdag 10 januari 2020

Het Instagrameffekt

In de krant van gisteren las ik dat de Jakarta Post-journaliste Dian Septiari is uitgeroepen tot de beste journalist van gedrukte media in Indonesië van het jaar. Septiari schrijft sinds drie jaar over buitenlandse aangelegenheden. Ze studeerde Engelse Taal en Letterkunde aan de Andalas-universiteit (Padang, West Sumatra). 

Ze ontving de prestigieuze prijs uit handen van de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Retno Marsudi (1962). Zij is de eerste vrouwelijke minister van BuZa van Indonesië, studeerde Internationale Betrekking aan de universiteit van Yogyakarta. Aanvullende studies deed zij aan de Haagse Hogeschool en de universiteit van Oslo. (Haar echtgenoot is architect die deels werd opgeleid aan de Technische Universiteit van Delft.)

Sinds mijn eerste bezoek aan Indonesië lees ik de Jakarta Post met veel plezier. De redactie biedt een uitstekende, interessante mix van politieke beschouwingen, buitenlands en binnenlands nieuws, kunst en cultuur. Deze krant werd in de loop van de jaren wel dunner. Ik herinner mij dat de krant destijds enthousiast was over het aantreden van de nieuwe president, Joko Widodo. Net als ik. Tegenwoordig tref je vaker een kritisch artikel aan over de man die voor de tweede (en laatste) termijn van vijf jaar dit grote land bestuurt. In dezelfde krant was te lezen dat militairen onder Jokowi meer grip kregen op het burgerleven en dat hij de rode loper uitrolde voor mijnbouwgiganten. Die corporate polluters verdienen dat niet!

Deze week trof ik twee verhalen in mijn Indonesia-map op Flipboard aan die tevens mijn aandacht trokken. Het eerste artikel stond in Business Insider en was van de hand van de Amerikaanse freelance journaliste Meagan Drillinger. Ik vond het weliswaar geen erg sterk artikel maar het onderwerp sprak mij aan. Aan de wand van haar meisjeskamer hing een wereldkaart die ze vaak bestudeerde. Ze fantaseerde  over verre, exotische bestemmingen. Haar eerste droombestemming was Bali. Ze dacht dat het een afgelegen paradijs was, begroeid door jungle en in mist gehuld, omringd door een oogverblindende ocaan. Twintig jaar later was het zover: ze reisde af.

Zij verbleef in Canggu, Padang Bai en Ubud. Het Bali dat ze aantrof, leek echter in niets op haar fantasie. Overlopen door toeristen (en niet per se van het goede soort), overal afval, veel te duren boutiques en restaurants, glutenvrije muffins en wijn uit Zuid-Amerika. Ubud kwam nog het dichtst bij haar fantasie maar dat was omdat ze dankzij haar opdrachtgever flink in de buidel kon tasten. De drukte op Bali wijt ze grotendeels aan Instragram. Drillinger geeft haar Balidroom echter niet op. Eens komt ze terug om het hoge noorden en de westkust te bezoeken. Daar zou nog sprake zijn van magie en van het Bali waarover ze fantaseerde. (Het goede nieuws is dat ze dat met veel minder budget kan doen!) De Balinezen vond ze echter ‘incredible people’.

Het andere artikel stond in de Celebrities-sectie van website The Inquisitr. Geen site die ik jaarlijks bezoek maar het kwam nu zo uit. Het ging over het Russische model Polina Malinovskaya (1998). Zij is een Witrussin, woont in Milaan en showt met name lingerie. Zij blijkt een hit te zijn op Instagram. Daar deelde ze haar recentste foto met haar 330.000-koppige legioen van fans. Ze was in Bali en liet zich in string en topless tegen een Balinese voordeur fotograferen. She exposed plenty of sideboob, aldus de schrijfster van het artikel. Die gebruikte woorden als sexy en stunning voor het fotomodel maar ik zag dat niet. Absoluut niet zelfs. De deur en de lege boekenkast op de achtergrond boeiden  mij meer!

Tja. Instagram.

Toen mijn liefje en ik enkele weken geleden vanuit het zuiden naar het hoge noorden van Bali reden, kwamen we langs de Handara golfclub in Bedugul. Wij speelden daar een aantal malen toen we hier woonden. Het is een lange, glooiende baan die ooit werd uitgeroepen tot een van de 50 mooiste golfterreinen ter wereld. Je rijdt het complex binnen door een typische Balinese poort, een candi bentar. Zo’n poort bestaat uit twee symmetrische helften die  doormidden lijken te zijn gehakt.

Deze poort werd wereldberoemd op Instagram. Geen idee wie de eerste was om zichzelf eronder te fotograferen en het plaatje te posten maar de rest is geschiedenis. Je ziet talloze personen er hand in hand lopen, vaak op de rug gezien, langs het Pad van de Sereniteit… Dat pad is volledig verzonnen. Duizenden hebben dat nagevolgd. Er zijn zelfs Instagramplaatjes waar de stenen grond is verruild voor water. Toen wij langsreden stond er een lange stoet auto’s en een grote groep die leek te bestaan uit Aziatische bruidsparen die wachtten op hun beurt. Jazeker, Bali is zeer fotogeniek!

Mijn liefje is een actieve en veelgelezen reviewer op Tripadvisor. Ongemerkt werkte ze mee aan het Instagrameffekt toen zij in december 2017 na een bezoek met de mannetjes Yuda & Damai een review schreef over deze grappige en creatieve selfie spot met schommel en andere figuren in de heuvels van Wanagiri, omgeving Munduk. Het werd haar meestgelezen review allertijden (meer dan 7.000 keer) en dat betekent wel iets want ze schreef er inmiddels honderden. We rijden er nu langs zonder onze hoofden te draaien. 

En wat te denken van de zee voor ons hotel?! Gisteren ging ik daar in mijn eentje te water tussen de geel-rode vlaggen; slechts een klein stukje zee wordt door een strandwacht in de gaten gehouden. Eenmaal in het water lagen er hier en daar diepe kuilen, afgewisseld door bodem waar alleen je enkels nat werden. Je begrijpt: zeer oneffen terrein, net voorbij de branding.

De temperatuur van het oceaanwater was heerlijk. Ik zag hoge golven op mij afkomen en stortte mij in het watergeweld. De verrassing was groot toen ik, na zo’n golf te hebben doorstaan, van achteren werd gegrepen. Momenteel is de zee van zichzelf al krachtig vanwege volle maan (vandaag) maar door die hoge zandwal ketsten de golven terug in zee en botsten op de soms hoog en hard aanstormende nieuwe golven. Het water spatte soms meters hoog op, met mij erin. Poeh! Dat effekt maakte ik, veelzwemmer, niet eerder mee. 

Deze zee was ongeschikt voor mijn liefje die een voorkeur heeft voor lichte golving. Dit was een typische Barefoot Plus-zwempartij! Terwijl ik mij drijvende probeerde te houden, gooide een lokale Balinees ontspannen zijn hengel uit. Hij ving nog iets ook! Na een selfie te hebben geschoten en bekeken vroeg ik mijn liefje aan de kant of er iets op mijn neus zat. Zij antwoordde op haar oude-vertrouwde wijze: “nee hoor, die is gewoon groot.” Geen foto voor op Instagram dus. Mijn haar zit niet goed, ik kluun uit het water, heb mijn ogen dicht. En inderdaad een flinke neus. (De plek op mijn neus bleek de schaduw van water...) De duik is echter voor herhaling vatbaar!

Vanavond ga ik een nieuwe Instagrampoging doen bij Beach Club Potato Head. Zij noemen zichzelf een creatief dorp aan de oceaan. Wij noemen ze de buren. Infinity pools, loungers, muziek, cocktails, good food, good mood. En waarschijnlijk alleen maar mooie mensen. 


dinsdag 7 januari 2020

De toekomst van Bali

We zijn terug in het zuiden van Bali en verblijven nu in Seminyak. We kozen daar voor een middelgroot hotel met tropische tuin en zwembad, pal aan zee. Vanuit onze ruime tuinkamer (80m2) kijken we door twee raampartijen naar de  zee. Die buldert trouwens. We maken hier momenteel een effect mee van de cycloon die op weg is naar Broome (Noord-Australië). Op de dag van aankomst stond er een straffe wind, waren er hoge golven en een verraderlijke onderstroom. Rode vlag! Er mocht niet worden gezwommen maar wandelen langs de branding was zorgeloos. Er vielen  opmerkelijk weinig plastic en zwerfhonden te bekennen. 

Mijn liefje is van mening dat fysieke afstand tussen de problematiek waarmee we in het Noorden werden geconfronteerd (het vierde kind waarvan we niets wisten, is maar een klein detail) en hier ervoor kan zorgen dat het gedoe minder in onze gedachten speelt. Ze heeft een punt maar bij mij gaan gedane uitspraken en visuele herinneringen nog door mijn hoofd. Zo zie ik Yuda regelmatig terug bij het afscheid: met zijn broer achterop de brommer van zijn moeder wierp hij mij -omkijkend- een handkus terug, nadat ik hem er eentje door de lucht stuurde. Aan de jongens lag het niet! Het zal even duren voordat deze ervaring uit mijn systeem is. Op dit moment ga ik er niet over uitweiden; de kwestie wordt later wel een keer uit de doeken gedaan in een blog. Voor de goede orde: dit is geen cliff hanger... ik ben nog niet zover. 

Doordat wij besloten eerder uit het noorden te vertrekken, liepen we daar een leuk weerzien met Nederlanders mis. Theo & Marja waren eveneens villa-eigenaren in Noord-Bali. Zij woonden er permanent met hun dochter. (Theo was de ontwerper van onze villa.) Inmiddels wonen ze weer permanent in Nederland maar bezitten nog wel onroerend goed op het eiland van de Goden. Dat vraagt voortdurend onderhoud. We gaan ze later dit jaar in Nederland opzoeken. Het toeval wil dat we nu in het zuiden een Australisch echtpaar kunnen ontmoeten dat we in 2017 in Lovina leerden kennen; ze heten Clem & Jo en verblijven in Sanur. We gaan daar met hen bijpraten en lunchen. Elk nadeel hep se voordeel.

In de Jakarta Post van gisteren las ik een interessant artikel dat op de voorpagina stond. Daarin stelt de toerisme-industrie dat het over een andere boeg moet. De Indonesische president Jokowi stelde voor 2019 een target van 20 miljoen bezoekende toeristen aan zijn land. Niet veel later stelde hij dat streefgetal bij naar 18 miljoen. Dat was deste opmerkelijk als je bedenkt dat er in 2018 volgens het Bureau van de Statistiek rond 15 miljoen toeristen naar de Indonesische archipel kwamen in het jaar daarvoor. Een toename van 3 miljoen was onrealistisch en ongewenst. De baas van het Ministerie van Toerisme schatte het aantal bezoekers voor 2019 op ruim 16 miljoen. De president dreigde met het ontslag van deze minister als zijn aantallen niet werden gehaald. Om gelijk te krijgen, sloot Jokowi  onder andere een langdurige deal met Chinese president Xi Ping om tegen het eind van 2019 tien miljoen Chinezen naar de archipel te lokken. Ze zijn er wel maar gelukkig niet in die aantallen. 

Ik trok mijn wenkbrauwen dan ook hoog op tijdens het lezen. Met alles dat we inmiddels weten over de kwalijke gevolgen van overtoerisme, waaronder Bali flink heeft te lijden, lijkt het mij belangrijker juist te streven naar kwalitatief beter toerisme dan uitsluitend te zoeken naar kwantiteit! 

Het is nog niet bekend hoeveel toeristen er vorig jaar naar de archipel kwamen maar de eindspurt in de maand december viel niet tegen, naar verluidt. Jokowi stelde voor het eerst sinds 2016 geen streefgetal voor het aantal toeristen naar Bali in 2020. Hij leert dus toch. Hij spreekt al jarenlang de wens uit dat hij “vijf andere Bali’s” in zijn land wil ontwikkelen. Het gaat om Noord-Sumatra (Tobameer), Centraal Java (Borobudur-tempel), Flores (Labuang Bajo), West Nusa Tenggara en Noord-Sulawesi. Dat kun je wel willen maar eerst moest de infrastructuur aanwezig zijn om het toeristen naar de zin te maken. Begaanbare wegen, een gevarieerd aanbod van schone hotels en restaurants, voldoende sanitaire voorzieningen, betrouwbaar openbaar vervoer, goede telefoon- en internetdiensten, een gebrek aan corruptie, bureaucratie en inefficiency, een werkend tsunamiwaarschuwingssysteem. Om maar enkele basisvoorzieningen te noemen.

Een recent rapport van het World Economic Forum toonde aan dat de prestaties van Indonesië qua toerisme echter nog ver achterblijven bij de concurrentie. Het land staat op de 22ste plaats van AsiaPac-landen en 40ste (van 140) op de wereldranglijst. Qua infrastructuur (voor toerisme) staat het op de 98ste plek, 102de als het gaat om veiligheid en hygiëne en 135ste qua duurzaamheid voor natuur & milieu.

Nu lijkt het dit jaar in Bali over de hele linie rustiger te zijn dan we hier ooit meemaakten. Dat gold zeker voor het noorden maar ook voor dit deel van het eiland. We gingen shoppen in Kuta en konden in sommige straten heel gemakkelijk oversteken. Dat was in voorgaande jaren onbestaanbaar. Je moest brommer- en autochauffeurs soms smeken om van trottoir te mogen wisselen. Ik vermoed dat artikelen en programma's over overtoerisme en adviezen om overlopen toeristische attracties en gebieden in de wereld voortaan te vermijden, hun uitwerking beginnen te krijgen. 
Persoonlijk vind ik dat een goede zaak. Eindeloze files, te veel hotels (soms illegaal gebouwd), grondwatertekort, plastic en ander afval op het eiland staan nu vaker in de schijnwerper dan kunst, traditionele dans en cultuur van de hindoeïstische Balinezen. Bali heeft toekomst maar toerisme moet hier wel drastisch anders!

Het viel mij op dat GoJek- en Grab-chauffeurs als paddenstoelen uit de grond schoten. Dat zijn de vele mannen en een enkele vrouw in zwarte en appelgroene kleding die brommertaxidiensten aanbieden aan toeristen en lokale mensen die zich geen eigen vervoermiddel kunnen veroorloven. De passagier krijgt een helm van de zaak. Een goed initiatief. Zo voorkom je nóg meer brommers op de wegen die op sommige trajecten al choc-a-bloc staan. Hoeveel tropisch woud en rijstvelden moeten daarvoor worden opgeofferd?!

Gojek (ojekis het Bahasa Indonesia-woord voor brommertaxi) werd in 2010 opgericht door de Indonesiër Nadiem Makarim die studeerde aan de Brown-universiteit en aan Harvard. Zo kom je nog eens op een ideetje. Jokowi stelde hem in zijn tweede kabinet aan als de nieuwe Minister van Onderwijs & Cultuur. Zijn voormalige bedrijf begon met een call center voor transport maar biedt inmiddels heel veel meer; onder andere betaaldiensten in heel Indonesië. Grab is een concurrent qua transport. Chauffeurs van dit bedrijf brengen niet alleen mensen van A naar B maar leveren ook bestelde maaltijden af; niet alleen in Bali.

De huidige (nieuwe) minister van Toerisme van het land verklaarde meermalen dat de pijlen veel meer moeten worden gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het nationale toerisme. Dat zal uiteindelijk meer geld in het laatje brengen en een positievere invloed op het land hebben.

Alles in ons hotel is in orde, als gedragen de dames aan de receptie zich als strenge onderwijzeressen en is de internetverbinding allerbelabberdst. Ik word knettergek van de time-outs! We spraken het management daarop aan. Stabiel en sterk internet aan klanten aanbieden, is geen raketwetenschap. Als ze het in het noorden kunnen, moet dat zeker ook in het zuiden lukken. Dat is een kwestie van voldoende investeren in je netwerk om de klanten afdoende capaciteit te bieden. Dat is hier kennelijk geen prioriteit, alhoewel er veel Westerlingen in het hotel verblijven. Onze taaloefeningen in de ochtend kwamen reeds in het gedrang. Misschien moeten we voortaan de wekker gaan zetten om Duolingo te doen? Inmiddels weet ik dat dit niet werkt. De verbinding blijft slecht… Om over bloggen maar helemaal te zwijgen. Na vier pogingen stond de tekst er, toen moesten de foto's nog. Het lijkt zelfs alsof de server oliedom is: het gooit al mijn ‘akun’ (accounts) door elkaar. Dit vergt meer dan geduld. Kasian. 

Maar als we ’s avonds op onze zitzak op het strand met de voetjes in het zand zitten en staren naar de ondergaande zon en de regenboogkleurige lucht erna, ben ik dat allemaal vergeten.