Translate

dinsdag 28 juni 2022

Homoseksueel, niet crimineel!

Juni is Gay Pride-maand en vandaag wordt wereldwijd de internationale dag van de roze wolk gevierd; dat is mijn vertaling voor International Gay Pride Day. In de meeste landen vonden de marsen afgelopen weekend plaats. Tenminste, dat gebeurt in landen waar je niet wordt gecriminaliseerd als LGBTIQ+-familielid. Dat klinkt cynisch en dat is het ook... Er zijn nog 69 landen waar je als -wel of niet praktizerende- homo of lesbo tot crimineel wordt bestempeld. Meer dan de helft van die landen ligt in Afrika. (De wetgeving stamt daar grotendeels uit koloniale tijden.) De twee schandvlekken op de kaart van de Amerika's zijn Guyana en Jamaica. In die landen wordt iemand die uit de kast komt niet alleen gecriminaliseerd, seksuele intimiteit tussen mannen kan daar leiden tot levenslange gevangenisstraf (G) of tot tien jaar dwangarbeid in een strafkamp (J). Barbaars. 

Mijn liefje en ik reisden naar landen waar onze relatie en seksuele intimiteit niet worden geduld: Marokko, Egypte, Kenia, Mauritius, Sri Lanka, Myanmar, Maleisië, Brunei en Indonesië. In de Gordel van Smaragd woonden we zelfs enkele jaren. Daarop terugkijkend, denk ik dat we er nooit helemaal onszelf zouden hebben kunnen voelen dus het is goed dat we het oord verlieten. Daar leerden we, ironisch genoeg, wel lady boys (ook wel ‘shemales’ genoemd) kennen. Tijdens die reizen was ik mij altijd bewust van mijn geaardheid. Zij en ik gaven bewust geen aanstoot met ons gedrag maar de situatie in het land weerhield ons er niet van er te zijn.

Nu leven we in een land waar andersgeaardheid niet strafbaar is, je hoeft niets te verbergen op dat punt. Spanje was het derde land ter wereld dat het homohuwelijk mogelijk maakte, onder de linkse regering van Zapatero (2005). Maar homofobie is niet verdwenen. Vorig jaar en begin van dit jaar werden tenminste vier gerichte moorden gepleegd op homoseksuelen in de omgeving van Bilbao, Baskenland. De verdachte is een Colombiaanse jongeman van 25 jaar. Afgelopen weekend was er een opzettelijke aanslag op een gay bar in Oslo die leidde tot twee doden en tenminste 20 gewonden. De schutter is een geradicaliseerde Iraans-Noorse man. Hij was al jaren bekend bij de nationale veiligheiddienst. De haat tegen anderszijn zit vaak diep. Als we de uitspraken van de voorzitter mogen geloven, gaan de conservatieve rechters van het Amerikaanse Hooggerechtshof binnenkort ook morrelen aan de rechten van de LGBTIQ+-gemeenschap. 

Onlangs las ik een boeiend artikel over een strafkamp voor homoseksuelen in Spanje, ten tijde van de dictatuur van generaal Franco. Het is getiteld ‘De donkere jaren in Tefía’ en verhaalt over een detentiecentrum op Fuerteventura, een Canarisch eiland in de Atlantische Oceaan. Daar wist ik niets van. In 1933 werd in Spanje de ‘Wet op Landlopers en Schurken’ aangenomen, La Ley de Vagos y Maleantes. Die was van toepassing op zwervers, werklozen, dak- en thuislozen, pooiers, oplichters en andere ‘asocialen’. Deze wet bestrafte geen misdaden maar probeerde te voorkomen dat ze in de toekomst werden begaan. Men wilde zogenaamd gevaarlijke individuen vastzetten en corrigeren (heropvoeden) totdat kon worden vastgesteld dat hun ongewenste gedrag werd beëindigd.  

Franco en zijn militairen waren nog geen 24 uur aan de macht of het eerste interneringskamp bestond al. Aan het einde van het regime trof men 300 van dit soort kampen aan in het land, vrijwel in elke provincie. Op een interactieve kaart trof ik in onze autonome regio Valencia kampen aan in Castellón, Utiel, Valencia-stad, Alicante en Elche. Die zijn een toekomstig bezoek waard. De dichtstbijzijnde kampen stonden in San Javier (op het militaire vliegveld) en in Los Alcázares (op de luchtmachtbasis). Geschat wordt dat tussen de 700.000 en een miljoen Spanjaarden naar deze kampen zijn gestuurd waar zij werden onderworpen aan mishandeling, stierven van honger en ziekte of werden vermoord. Dan bezie je zo´n plek toch anders als je dit weet. 

Franco veranderde deze wet in 1954 om homoseksuelen te kunnen oppakken en bestraffen. Volgens de streng katholieke moraal van dat regime waren geïnverteerden, homoseksuelen en hun handelingen, moreel verwerpelijk - ook als ze privé werden begaan. Op grond van het nieuwe wetsartikel werden homoseksuelen bestempeld als criminelen, opgepakt, berecht en veroordeeld. Tefía op Fuenteverturea was de beruchtste plek voor de opsluiting van homoseksuelen. Dit kamp werd oorspronkelijk opgezet als werkkamp voor de bestraffing van landlopers en andere personen van dubieuze zeden, eufemistisch ‘penitentiaire landbouwkolonie’ genoemd. Ook op de andere Canarische Eilanden bestonden dit soort kampen destijds. 

Tefía opereerde als interneringskamp tussen 1953 en 1966. Het werd geleid door een voormalig militaire priester. Er zaten daar gemiddeld 300 à 350 personen in gevangenschap. De maximale straf was drie jaar detentie, met de mogelijkheid van verbanning na afloop. Tussen 1954 en 1970 werden alleen al op de Canarische Eilanden 192 zaken geopend tegen homoseksuelen en 70 à 90 eindigden in een veroordeling. De veroordeelden kwamen over het algemeen uit de meest achtergestelde sociale klassen; zij leden het meest onder de repressie. De hogere sociale klassen hadden meer economische middelen om zich in hun zaak te verdedigen en werden daardoor minder vervolgd. 

Een van de homoseksuelen die werd geïnterviewd, was Octavio García (1931). Hij werd in 1954 veroordeeld als homoseksueel. Aanvankelijk zat hij zijn straf uit in de gevangenis van Las Palmas, enkele maanden later werd hij overgeplaatst naar Tefía. Dat gebeurde nadat hij ter vernedering door de straten van het eiland moest paraderen. In totalitaire regimes is de menselijke waardigheid het eerste slachtoffer. Hij noemde dit kamp een nazi-concentratiekamp maar dan zonder de crematoria. Dagelijkse dwangarbeid, honger, afranselingen, beledigingen en vernederingen. Ze moesten werken tot ze erbij neervielen. In dit kamp werden de homoseksuelen ook nog eens gescheiden van de andere gevangenen, teneinde de rest ‘niet aan te steken’. Na afloop van hun detentie, als ze al het overleefden, waren velen genoodzaakt in een andere gemeente te gaan wonen vanwege het stigma. García was een van de weinige mannen die openlijk over zijn tijd in het kamp durfde te praten. Door hem en anderen weten we over deze afschuwelijke tijd. Opdat we niet vergeten. Deze moedige man overleed in 2018. Het voormalige kamp doet nu dienst als ‘Hostel Tefía’ maar dat kan niet de bedoeling zijn, wat mij betreft. Het moet een museum worden, als ode aan de LGBTIQ+-gemeenschap. 

Na de dood van Franco (1975) bleef deze wet (‘Ter veroordeling van seksuele dissidentie’) bestaan. Pas in 1978, bij het aannemen van de nieuwe Grondwet van Spanje, werd die verwijderd. Homoseksuele handelingen werden niet langer bestempeld als sociaal gevaarlijk. 

Zij waren homoseksueel, geen crimineel! 

“De verovering van rechten en vrijheden is niets definitiefs, we moeten altijd alert blijven.” Het is de belangrijkste les die Miguel Ángel Sosa leerde. Deze historicus, afkomstig van de Canarische eilanden, interviewde homoseksuelen die de beproevingen van dit  kamp doorstonden. Op basis daarvan schreef hij het boek ‘Reis naar het centrum van de Schande’. 

Er kwam begin van deze eeuw een grafische roman uit, getiteld ‘El Violeta’, over deze zwarte bladzijde in de Spaanse geschiedenis. (Homo´s en lesbo´s worden in Spanje onder andere violetas, mariposos, sarasas, marimachos, tríbadas, tortilleras, gente de la cáscara amarga, gente de la acera de enfrente genoemd.) 

‘Las noches de Tefía’ is een Spaanse serie die in april van dit jaar begon met opnames op Mallorca, geënt op het kampverhaal van Tefía. Het worden zes afleveringen van ieder 50 minuten. Geen idee waar en wanneer die op tv zal worden uitgezonden.


zaterdag 25 juni 2022

Het komt allemaal door Francia

Foto: Santiago Mesa (voor El País)
De regelmatige lezer weet dat mijn liefje en ik nieuwsjunkies zijn; we lezen dagelijks Nederlandse, Spaanse en internationale kranten (online). De wereld is onze oester. Dat is zeker het geval als er een overwinteringsreis in de maak is. Wij zijn van plan aan het einde van dit jaar te gaan rondreizen in Colombia. Dat doen we niet voor twee of drie weken maar voor twee of drie maanden, om de winter in Spanje te overbruggen. (Niet dat die zo slecht is...) Ik lees mij altijd goed in, in de aanloop naar zo'n reis. Voorpret is dubbele pret. 

Colombia is een land met zeer diverse natuur en veel cultuur. 12% van het land is uitgeroepen tot nationaal park, er is jungle, woestijn, watervallen, sneeuwbedekte Andespieken, azuurblauwe baaien, koraal, walvissen, een verrassende culinaire traditie, UNESCO-werelderfgoed, carnaval, dans, koffieplantages, street art, pre-Colombiaanse rotsschilderingen en heel veel meer. 

Door die focus ontdekten we tevens dat er een enerverende presidentsverkiezing op het spel stond. Wat bijna niemand voor mogelijk hield, gebeurde daar afgelopen zondag. Colombia verkoos in de tweede ronde van de presidentiële verkiezingen voor het eerst in zijn geschiedenis een linkse kandidaat tot president. Mij verbaasde die statistiek. Sinds de onafhankelijkheid twee eeuwen geleden, is dit land nooit door links geregeerd; in tegenstelling tot de overgrote meerderheid van landen in die regio. Het had nooit een eigen versie van de Mexicaanse of Cubaanse revolutie. Wel wist ik dat het land een historisch conservatieve samenleving heeft waar een alliantie van traditionele partijen, de kerk en landeigenaren al jarenlang de dienst uitmaakt en de ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen in stand houdt. 

Dit was Gustavo Petro´s derde keer dat hij als kandidaat meedeed aan de presidentiële verkiezingen (daarvoor in 2010 en 2018). Hij wilde nog één poging wagen en sloot een verbond met Francia Márquez; dat legde hem geen windeieren. Driemaal is scheepsrecht! Samen kregen ze een recordaantal van elf miljoen stemmen waarmee ze bijna 51% van de stemmers achter zich kregen.

Márquez (40), advocate, alleenstaande moeder, feministe en milieuactiviste is afkomstig uit het arme dorpje Yolombó (provincie Cauca), diep in de tropische bergen in het westen van Colombia. In 2018 ontving zij de Goldman Environmental Prize voor haar strijd tegen illegale gouddelving in haar gemeenschap. In dat jaar organiseerde zij een mars van vrouwen naar de hoofdstad. Daar bezetten ze het stadhuis en eisten gerechtigheid. In 2019 stond zij op de BBC-lijst van de 100 Vrouwen van het Jaar. Zij wordt nu de eerste zwarte vice-president van Colombia. Joehoe!

Door haar gingen zwarte vrouwen en jongeren massaal naar de stembus. Meer dan de linkse politicus Petro, vertegenwoordigt zij het gekleurde, achtergestelde, door geweld geteisterde platteland van Colombia. Zij bewijst negen miljoen Afro-Colombianen dat het kan: een zwarte vrouw in het landsbestuur. De geschiedenis van de Afro-Colombianen heeft zijn wortels in koloniale tijden. Tot slaaf gemaakte Afrikanen werden naar het land verscheept om er goud te delven. Mensen die zich vrijvochten of vrijkochten, zetten het kleinschalige traditionele goudzoeken voort. Het wordt tot op de dag van vandaag gedaan in rivierbeddingen en op berghellingen. De nazaten van de eerste Afrikaanse Colombianen staan ook hedentendage nog onderaan de sociale ladder. Ze wonen voornamelijk in het westen van het land, in de tropische plattelandsprovincies langs de Pacifische en Caribische kust. 

Beide kandidaten kregen doodsbedreigingen vanwege hun engagement. In Colombia werd in de afgelopen jaren een recordaantal milieuactivisten gedood. De 62-jarige Petro is econoom qua opleiding en voormalig guerrillero van de groep M-19. Die streed voor meer democratie in het land. Hij meldde zich bij die revolutionaire groep aan op zijn 17de. In 1990 ondertekenden zij een vredesverdrag met de toenmalige regering. M-19 werd daarna een politieke partij, aanvankelijk onder de naam Democratische Alliantie. Petro ging daarna de politiek in, als lid van de oppositie. Hij werd voor het eerst gekozen in het Congres in 1991, maar na het beëindigen van zijn ambtstermijn zocht hij asiel in België. (Voormalige guerrillastrijders die in Colombia de politiek in gingen, werden vermoord.) In Europa werd hij milieuactivist. In die tijd studeerde hij eerst aan de universiteit van Leuven en daarna aan die van Salamanca, Spanje. Toen hij in 1998 terugkeerde naar Colombia, werd hij opnieuw gekozen als senator en werd hij een van de meest gewaardeerde wetgevers van de oppositiepartij. In 2012 werd hij burgemeester van Bogota (tot 2015). 

Colombia was in de afgelopen 60 jaar het bloedige decor van een burgeroorlog tussen radicaal-linkse guerrillagroepen (Farc en ELN), het leger, extreem-rechtse paramilitairen, criminele bendes (onder andere Clan del Golfo) en drugshandelaren. Ook buitenlandse partijen mengden zich in de strijd. Dat veroorzaakte honderddduizenden slachtoffers en miljoenen ontheemden. Tot de Russische invasie van Oekraïne in februari van dit jaar was Colombia het land met de meeste binnenlandse onheemden ter wereld, tenminste 8.5 miljoen mensen. De macht en welvaart concentreren zich in de streken van het koelere en welvarender Andesgebergte, met name in de steden Bogotá, Medellín en Bucaramanga. 

De toenmalige centrum-rechtse regering tekende in 2016 vrede met de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia, de Farc. (De Nederlandse Tanja Nijmeijer, alias Alexandra Nariño, was voormalig lid van deze guerrillagroep.) Op papier kwam met dit akkoord een einde aan decennia van gewapende conflicten. Nadat Colombia’s grootste guerrillabeweging ontwapende, vulden andere gewapende groepen de ruimtes in die de Farc achterliet. In de bergen zijn overigens nog steeds Farc-dissidenten aanwezig die dat vredesverdrag verwerpen. Zij zijn een van gewapende groepen die nog steeds strijden om het beheer van land en de cocaproductie. 

Onlangs werd de 27-jarige Gelderse Manon doodgeschoten, in het zuiden van Colombia. Met haar Nederlandse vriend zat ze aan een tafeltje in een restaurant, toevallig naast een beruchte Braziliaanse drugshandelaar. Een verdwaalde kogel maakte een einde aan haar leven. Ze was op het verkeerde moment op een goede plek: de stad Leticia staat als bestemming op alle rondreizen door het land. Ik bagatelliseer dit ongelukkige voorval niet maar zoiets kan ook in drugsstad Amsterdam gebeuren. Het kan ons daar ook overkomen... 

Op 7 augustus worden Petro en Márquez ingezworen. De top3 van hun doelen is: vrede overal (stoppen met alle gewapende conflicten), sociale rechtvaardigheid voor iedereen en strijden tegen klimaatverandering. Ze willen stoppen met het winnen van olie en dat hun land zich gaat richten op hernieuwbare energie. Daarmee sluit Colombia zich aan bij een soort roze (geen knalrode) stroming die al enige tijd gaande is in Zuid-Amerika; in Mexico, Chili, Argentinië, Bolivia en Peru. Nu maar hopen dat er door deze radicale wisseling van de wacht geen geweld of ander gedoe uitbreekt in het land. Ik zou de muurschildering in Cauca graag met eigen ogen gaan zien.


woensdag 22 juni 2022

Al 374 jaar geen wapengekletter

De vrede van Münster werd in 1648 getekend. Dat verdrag betekende het einde van de 80-jarige oorlog tussen de Lage Landen/Zeventien Provinciën/Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, onder leiding van Willem van Oranje en Spanje onder koning Filips II, III en IV. Daarna werden de Nederlanden internationaal als soevereine staat erkend. Er kwam wel een grens tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Spanje ging de zuidgrens van de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) verdedigen tegen mogelijke Franse invallen. 

De belangrijkste Spaanse onderhandelaar zou destijds hebben gezegd dat hij de Hollanders voor gewetensvoller en betrouwbaarder hield in het houden van de belofte en eed van vrede, dan de Fransen. De Spanjaarden konden zich met meer zekerheid verlaten op wat zij met de Hollanders overeenkwamen. Deze vreedzame coëxistentie duurt voort tot op de dag van vandaag. Dat betekent echter niet dat het daarna nooit meer knetterde tussen beide landen of hun inwoners.   

Dat alles en meer bedacht ik mij toen wij, Hollandse ingezetenen van España, afgelopen weekend werden belaagd door Spanjaarden. Dat zat zo. Mijn liefje en ik genoten zaterdagavond van een rustig etentje op eigen terras, aan de verfrissende oostkant van ons huis. Het was pais en vree totdat ons gekeuvel werd overstemd door het geronk van zware motoren in de straat. Nieuwsgierig als ik ben, liep ik naar de poort om te zien waar dat lawaai vandaankwam. Er doken negen motormuizen op met indrukwekkende motoren, de ene kostbaarder dan de andere. Vooral een strak vormgegeven zilverkleurige BMW trok mijn aandacht. 

Zelf wilde ik nooit motorrijden maar in de jaren '80 van de vorige eeuw probeerde ik wel mijn scooterrijbewijs te behalen in Amsterdam. Het praktijkgedeelte kreeg ik niet onder de knie en dat was frustrerend. Mijn autorijbewijs behaalde ik in de jaren '70 namelijk bij de eerste poging, met twee vingers in mijn neus. Tijdens het scooterexamen gleed ik uit over de tramrails in een drukke hoofdstraat. Als gevallen vrouw zag ik de tram nèt voor mijn neus stoppen. Dat was de druppel,  daarna gaf ik de pijp aan Maarten. 

Op de stalen rossen in de straat zaten stevig ingepakte mannen. Toen ze hun helmen afdeden, zag ik dat ze van middelbare leeftijd waren. Aan een van hen vroeg ik waar ze vandaan kwamen. Uit Madrid waar het snikheet was, voegde hij eraan toe. Alleen al de blik op hun dikke kleding deed mij plaatsvervangend puffen. 

Mijn liefje zei dat ik mij beter niet teveel met die motorclub moest bemoeien maar ik wist haar te vertellen dat ze bepaald geen leden van de Hells Angels, Bandidos of Satudarah waren. Deze mannen deugden. Het waren buurman Carlos en zijn maten, een en al vriendelijkheid. Onze aardige taxichauffeur uit Madrid kennen wij al vier jaar persoonlijk. Hij is een e-step, mini-bike, brommer- en autogek maar hij is kennelijk ook verwoed motorrijder. (Hij maakt in zijn eentje wel vaak herrie met zijn gemotoriseerde collectie maar dat vergeven we hem...) Hij en zijn vrienden reden die dag via een fraaie route naar de kust om te zwemmen in de Middellandse Zee. ¡Qué idea tan buena!

Illustratie: Jip van den Toorn
Het vakantiehuis van Carlos en zijn echtgenote Cristina is eenzelfde huis als wij bewonen dus er zijn drie slaapkamers, voor zes slapers. Niet alle motormuizen pasten erin, een aantal van hen reed naar een ander onderkomen. Het duurde even voordat zes motoren in rij op het terras stonden geparkeerd. Een kwartiertje later liepen er negen kerels in korte broek en op teenslippers met een handdoek om de schouders richting strand. Zij gingen later die avond te voet naar een lokaal restaurant en daarna hoorden we niets meer van hen. De motorrijders gingen de volgende ochtend vroeg uit de veren om op hun gemak terug te keren naar het bloedhete Madrid. 

De zondag erop gingen wij juist naar het strand voor een feestelijke lunch. Lilian, de zus van onze vriend Roland, trouwde vijf jaar geleden met haar Arlo en kwam met een groep van 30 familieleden en vrienden naar de Costa Blanca om te feesten onder de Spaanse zon. Wij organiseerden destijds een etentje met de voetjes in het zand. Dat werd een memorabele middag. Nu ze hun houten huwelijk vierden (5 jaar later), wilden ze dat graag herhalen bij Chiringuito Ramón. Mijn liefje wierp zich wederom op als organisator. Zij kan lezen en schrijven met de baas, zijn zoon Josémi en hun kokkies. De meeste gasten wilden paëlla met schaal- en schelpdieren, de rest koos voor paëlla met kip als hoofdgerecht. 

Ondanks de perfecte organisatie (😉) begon de lunch nogal ongeorganiseerd. Dat was een doorn in het oog van mijn perfectionistische liefje, aka De Akela. Al vroeg sprong ze op om te co-managen en te helpen. De nieuwe mannen in de bediening zijn erg aardig maar niet ieder van hen is in de wieg gelegd voor een baan in de horeca... Om te beginnen was het niet de tafel (voor 12) die zij had aangevraagd. Lekker onder de overkapping, met goed zicht op water en horizon en een maximale zeebries. We waren vroeg genoeg om die misser recht te zetten. Daarna moesten we wachten op de tafelkleedjes. Toen ze kwamen, hielp eenieder een handje mee. De bestelde amandelen kwamen nooit aan (te duur geworden?!), de olijven wel maar na meermalig aandringen, stokbrood met tomaat en aïoli kwam gelijk op tafel met de gemengde salade, het voorgerecht. Lilian was de mama die de dressings toediende; naar goed Spaans gebruik.   

De wittte wijn vloeide rijkelijk en dat zal niemand verbazen die dit gezelschap van horecaprofessionals en liefhebbers kent. Sinds zoon Josémi de zaak van zijn pa overnam, staan er betere wijnen op de kaart: Mar de Prades, Ramon Bilbao en andere bekende wijnen sieren de kaart; maar jonge, frisse rosé verdient nog een upgrade, wat mij betreft. Tijdens de lunch zag ik een personeelslid van de strandtent met armen vol witte flessen naar de grote koelbox lopen, zich realiserend dat een koele voorraad bij dit tempo hard nodig zou zijn. Hij had gelijk. De paëllas waren om te zoenen, goed gevuld en mooi van smaak. Er bleef één garnaal achter in de grote pan en dat zegt genoeg. Vriend Frans en ik ruilden: hij mijn mosselen, ik zijn garnalen in de schil. Hij houdt niet van gepiel, ik juist wel. Vers citroensap over de handen en alle kleurtjes & geurtjes verdwijnen, Paco! 

Die haperingen mochten de pret niet drukken, het werd weer een zeer geanimeerde middag. De voetjes gingen zelfs van de vloer. De hoofdact aan een andere tafel, een struise Zuid-Amerikaanse met tatoeages over haar hele lichaam en een bulderende lach, stapte recht op onze bruid af. (Een nieuwe manier van kolonisatie!)

Mijn liefje, de vrouw die tijdens de pandemie leefde als non en twee jaar lang geen vriend of kennis een hand gaf, kuste of knuffelde, danste een soort kwispeldans met een volslagen vreemde, geblondeerde Spaanse. Even leek er een nieuw huwelijk in de maak... ¡Vaya! (Spaans voor `we mogen weer´.) Er werd gelachen, met handen en voeten gesproken en samen gedanst. Het was luid maar gezellig, er viel geen onvertogen woord. De foto´s zijn te vinden in mijn webalbum elders op mijn blog. Het bruidspaar zegde toe over vijf jaar terug te komen voor hun tinnen feestje in Spanje. 


zondag 19 juni 2022

De heetste voorzomerse maand sinds 20 jaar

De blauwe vlaggen voor de stranden langs de bijna 5.000 km lange kust van Spanje werden weer uitgereikt. In totaal werden er 621 toegekend, een half dozijn meer dan vorig jaar. Een Spaans record. Onze autonome regio Valencia ontving de meeste vlaggen: 139, twee meer dan vorig jaar. Een blauwe vlag houdt in dat de kwaliteit van het zwemwater goed is, de stranddiensten op orde zijn en (zo) de veiligheid van zwemmers kan worden gegarandeerd. De Murciaanse stranden aan de Mar Menor kregen er dit jaar 0. (Ja, dat lees je goed.) 

Sinds twaalf jaar geeft de NGO ‘Ecologistas en Acción’ een lijst met zwarte vlaggen uit. Dit jaar waren dat er 48. Zo´n diskwalificatie krijgt een strand als de waterkwaliteit beneden peil is (vervuild) en de kustlijn slecht wordt beheerd. Dit jaar was er een noviteit: één strand kreeg de zwarte vlag vanwege vervuiling door zonnebrandcrèmes. Die dubieuze eer viel te beurt aan het strand van Nerja, omgeving Malaga. Twee stranden die vorig jaar nog op deze lijst stonden, kwamen dit jaar niet meer voor. Ze namen actie: er kwam een nieuwe waterzuiveringsinstallatie (omgeving Cádiz) en een bestaande installatie werd uitgebreid met tertiaire zuivering (omgeving Almería). Deze actie van blaming & shaming heeft dus een positieve functie.

De hele kustlijn van Mar Menor, Europa´s grootste maar sneue binnenzee, ontving ook dit jaar uitsluitend zwarte vlaggen. In de Spaanse krant La Verdad las ik deze week dat het Ministerie van Ecologische Transitie (van minister Teresa Ribera) van de centrale regering in Spanje, heeft besloten een eigen kantoor op te zetten in de regio Murcia om alle ‘reddingsacties’ voor Mar Menor te coördineren en ter plekke toe te zien dat alle geplande activiteiten tijdig en correct worden uitgevoerd. Het bestuur van de autonome regio Murcia deed jarenlang te weinig. Sterker: ze zagen de milieuvergrijpen van de vervuilers door de vingers. De overheid lanceerde een specifieke website waarop onder andere de status van de binnenzee realtime wordt bijgehouden, waar je wetenschappelijke rapporten over de lagune vindt en alle geplande acties staan beschreven. De Europese Unie gaat Spanje overigens voor de Europese rechter in Luxemburg dagen vanwege het niet stoppen van de vervuiling (veel te hoge nitraatniveaus) in watergebieden als de Mar Menor. 

De twee dichtstbijzijnde zwarte vlaggen wapperen in Murcia, net over de provinciegrens: aan het strand van Los Alcázares en de baai van Portmán. In de regio Valencia werden dit jaar vijf zwarte vlaggen uitgedeeld; de opmerkelijkste is rond de zoutpannen van Calpe. Die verkreeg deze kustplaats vanwege wanbeheer van het plaatselijke Colussus-project. (Een megalomaan hoogbouwproject pal aan de kust, in een gewaardeerd vogelgebied.) 

Alle stranden van onze eigen woonplaats, het zijn er tien over een lengte van bijna 5km, ontvingen dit jaar blauwe vlaggen. Zoals gewoon. Mijn liefje en ik zwommen onlangs in zee en besloten ter plekke de temperatuur van het zeewater weer eens te meten. Toen we op de laatste dag van mei in de Middellandse Zee stapten, hadden we enige tijd nodig om ons onder te dompelen. Het lichaam rilde en de ademhaling stokte. Toch bleek het zeewater toen al 22 graden Celsius te zijn. Twee weken later herhaalde we die meting en toen bleef de wijzer tussen 26 en 27 graden Celsius hangen. Dat betekent dat er in slechts twee weken tijd ruim vier graden bijkwamen, twee graden per week. Waar eindigt dat?! In een stoombad in augustus, vermoed ik... En een extra heftige gota fria na de zomer. Al die klimaatsceptici die maar blijven beweren dat er geen substantiële verandering aan de orde is. Tja. 

De Spaanse Meteorologische Dienst (AEMET) kwam onlangs met de mededeling dat mei 2022 de warmste maand ooit was in de afgelopen 20 jaren. We zitten al in de tweede hittegolf van dit jaar en dat komt door hete Saharalucht uit Afrika. Officieel begint de zomer op 21 juni maar we smelten nu al. Door de verzengende hitte vallen jonge gierzwaluws -beschermde diersoort- hier bij bosjes uit hun nesten onder de dakpannen. Een vogeldrama... Onze vrienden Piet & Agnes maakten recent een uitstapje naar de noordelijke provincie Aragón waar ze te maken kregen met temperaturen boven 40 graden. Ontzettend ongewoon, zeker voor die regio. Die temperaturen waren voor hen reden eerder naar hun Spaanse honk aan de Costa terug te keren. De hoogste temperatuur werd gisteren niet gemeten in Andalusië maar in Baskenland, de meest noordelijke regio van het land. 

Als de opwarming van het zeewater in dit tempo verdergaat, kunnen we dit jaar ruim anderhalve maand eerder snorkelen in de wateren rondom Cabo de Palos (Murcia). Daar is het doorgaans een paar graden koeler dan bij ons omdat de kaap een stuk verder de zee in steekt. Dat vind ik bepaald geen straf, het is een van de leukste zomeruitjes. Eens zien wat de onderwaterwereld daar voor mij weer in petto heeft! 

Illustratie: Van Santen en Bolleurs
(voor de Volkskrant)
Gisteren was het Internationale Dag tegen Woestijnvorming en Droogte en dit jaar werd een evenement georganiseerd door Spanje. De uitvoerend secretaris van het VN-verdrag tegen woestijnvorming en droogte (een Mauretaniër dus die weet wat het betekent) was in Madrid van de partij. De binnenlanden van Spanje hebben steeds meer last van woestijnvorming. Driekwart van het grondgebied loopt dit risico. Volgens hem bevinden we ons op een kruispunt als het gaat om droogtes. Terwijl de vraag naar natuur en natuurlijke hulpbronnen toeneemt, neemt het aantal beschikbare hulpbronnen af. De balans raakte in de loop van de tijd zoek. Sinds 2000 nam het aantal en de duur van droogtes wereldwijd met 29% toe. De VN schat in dat dit jaar ongeveer 2.3 miljard mensen ter wereld zullen lijden aan waterstress, een tekort aan of  zelfs het geheel ontbreken van water. 

Toen ik dit las, moest ik terugdenken aan onze rondreis door Chili in 2019. We wilden onze reis afsluiten met een bezoek aan San Pedro de Atacama, de droogste plek op aarde. Dit stadje ligt middenin de Atacama-woestijn. Daar valt jaarlijks minder dan 1 mm neerslag en in sommige delen van het gebied viel in meer dan 500 jaar geen druppel regen. Dit zou de kers op de taart worden. Nou... dat ging niet door! Door extreme regenval onstonden dermate hevige overstromingen dat San Pedro voor bezoekers onbereikbaar en voor bewoners onbegaanbaar werd. We dropen af; letterlijk.

Dit soort extremen komt steeds vaker voor. Dat vindt ook de zojuist aangestelde hoogleraar Klimaatextremen van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Op een opwarmende aarde is het vooral het vasteland waar het heter wordt. Maar niet uitsluitend, zo weten wij, zwemmers, inmiddels.


woensdag 15 juni 2022

Born to be a Wanderer

Laatst ging ik naar het postkantoor voor een envelop naar Nederland en om postzegels van mijn favoriete Spaanse auteur te kopen. De filateliepoot van Tante Pos' bracht hier een zegel van Almudena Grandes uit, de in november vorig jaar overleden schrijfster van wereldwijde bestsellers. Ik zei tegen de jonge vrouw achter de balie dat ik een groot fan van haar was. Nou, zij ook! Ze vertelde ongevraagd dat ‘Episoden uit het leven van Lulu’, Grandes' eerste succesvolle roman -met een fikse dosis erotiek- haar favoriete boek was dus ik kon niet achterblijven. 

Ik las alle romans van haar epos ‘Episoden van een oneindige oorlog’ met veel aandacht en plezier en daarin was ik niet de enige. Meer dan 1 miljoen lezers deden dat tot nu toe ook. Mijn favoriet was ‘El corazón helado’ (Het ijzig hart, 2007) omdat dat het eerste boek was dat ik van haar in handen kreeg. Dit boek werd in hetzelfde jaar gepubliceerd waarin Spanje de Wet op de Historische Herinnering ratificeerde. Grandes schreef over repressie en ballingschap in haar geboorteland tijdens de Spaanse Burgeroorlog en het regime van Franco en dat was zelfs in haar tijd -decennia later- nog een hele krachttoer! Daarna ben ik nooit meer gestopt met lezen van haar boeken. Totdat haar te vroege dood daar een streep doorheen haalde. Eerder deze week ontving Grandes postuum de medaille van Favoriete Dochter van de stad Madrid. Haar weduwenaar nam, in aanwezigheid van hun kinderen, de prijs in ontvangst. 

Naast deze en eerdere aan vrouwen opgedragen zegels, zijn de andere vrouwen aan wie Correos een postzegel uit de #8MTodoElAño-collectie zal opdragen: Dolors Aleu (Catalaanse arts), Concepcion Arenal (Galicische denker en schrijfster), Elidà Amigó (historica uit Andorra), María Blanchard (schilderes) en Luisa Roldan aka La Roldana (beeldhouwster). Deze serie zag het licht op 8 maart 2021 ter ere van de jaarlijkse Internationale Vrouwendag. De eerste zegel werd opgedragen aan Clara Campoamor, een van de eerste telegrafisten van de posterijen en een groot voorvechtster van vrouwenrechten in Spanje

Alle postzegels uit deze collectie werden ontworpen door de Baskische millenial Isa Muguruza (1994), een bekende Spaanse illustrator die werd opgeleid tot grafisch ontwerper. Ze werkt voor internationale tijdschriften als Vogue, Glamour, Tiger en voor Netflix. Haar eerste kinder-/jeugdboek illustreerde ze in 2020. Haar zegels doen nogal zoet aan vanwege de gebruikte kleuren (roze, lichtgroen, lichtgeel, lila) maar die, in combinatie met de psychedelica (glitters, hemellichamen) en erotiek zijn tekenend voor haar werk. Ze zegt zelf dat ze hiermee een ode brengt aan de vrouwelijke energie. 

Vandaag wordt in het Verenigd Koninkrijk de Women's Prize for Fiction 2022 uitgereikt. Deze jaarlijkse boekenprijs viert de 25ste editie en dat is memorabel. Ik las laatst in Nederlandse en Engelstalige media dat boekenprijzen ertoe doen. Ze helpen de literatuur vooruit. Na zo'n prijsuitreiking wordt het werk van de winnaar of winnares door meer mensen gelezen en dat is een goede zaak. 

Er staan nog zes boeken op de shortlist waaruit er eentje zal worden verkozen. De prijs wordt uitgereikt aan een niet-Britse schrijfster die het beste Engelstalige boek van het jaar schreef, volgens de juryleden. Zij zijn schrijvers, journalisten, boekeditors, columnisten en tv- en radioprogrammamakers. Het gaat om de boeken van de Amerikaanse Maggie Shipstead (1983), de Turks-Britse Elif Shafak (1971), de Nieuw-Zeelandse Meg Mason (1978, nu woonachtig in Australië), de in Trinidad geboren Lisa Allen-Agostini (1960), de Amerikaanse Louise Erdrich (1954, de oudste en bekendste schrijfster van dit gezelschap) en de Amerikaans-Canadese Ruth Ozeki (1956). Zij is niet alleen auteur maar tevens boeddhistische priesteres.

Twee boeken van deze shortlist heb ik uit. De openingszin van Maggie Shipsteads ‘Great Circle’ mag er zijn. Dit is een boek van ruim 600 pagina´s waarmee de auteur een volle eeuw en de hele planeet bestrijkt. Zo begon het. 

“I was born to be a wanderer. I was shaped to the earth like a seabird to a wave. Some birds fly until they die. I have made a promise to myself: my last descent won´t be the tumbling helpless kind but a sharp gannet plunge – a dive with intent, aimed at something deep in the sea.” Vogels, reizen, avonturen, stoere vrouwen, golven, zee... Dit was echt iets voor mij! (Dat bleek ook zo te zijn.)

Shipstead zelf is een ervaren wereldreiziger en journaliste die voor diverse glossy reisbladen werkt(e). De auteur raakte geïntrigeerd door vrouwen in de luchtvaart: Amelia Earheart, Jean Batten, Amy Johnson. Haar broer is piloot; hij zorgde voor de nodige technische details van het vliegen en van vliegtuigen. Zo kwam deze lijvige roman tot stand. Zelf zegt de auteur daarover in een interview “The book was driving my travel, and the travel was driving the book.” 

Daarin volgen we het leven van Marian Graves, een fictieve pilote die in 1950 van de aardbol verdwijnt met haar vliegtuig tijdens een nooit eerder uitgevoerde vlucht van de Noord- naar de Zuidpool. Ze moet nog maar één traject afleggen, van Nieuw-Zeeland naar Antarctica, als het noodlot toeslaat en ze met vliegtuig en al in de oceaan plonst. 

Marians jonge ouders komen om in een vliegtuigcrash en zij en haar broer Jamie komen als baby bij hun oom Wallace terecht. Een man die eigenlijk ongeschikt is om kinderen op te voeden (vanwege drank- en gokverslaving) al hoewel hij zijn best doet. Het gevolg is een tamelijk onorthodoxe opvoeding. Er zit een tweede verhaallijn in dit boek. De andere personage is Hadley Baxter, een aan lager wal geraakt Hollywoodster die probeert haar reputatie te redden door een film over Marian te maken. Hadley is ook wees, ook haar ouders komen om bij een vliegtuigcrash. Zij wordt opgevoed door haar oom Mitch, die net als Wallace  slachtoffer is van een verslaving. Marians obsessie met vliegen tilt je als lezer de lucht in en maakt dat je haar vrijheid meevoelt. Deze roman verbreedt je horizon. Aanrader! 

Boek nummer 2 dat ik las van de shortlist -heel anders dan de roman van Shipstead- is getiteld ‘Sorrow and Bliss’ van Meg Mason. Het is haar debuutroman en dat maakt de uitverkiezing voor deze illustere prijs des te opmerkelijk. De hoofdpersoon heet Martha. Op haar 40ste trouwt zich met Patrick die als sinds kindertijd verliefd op haar is. De kern van deze roman is de ziekte die Martha sinds haar kindertijd heeft: een regelmatig terugkerende, ernstige depressie. Daardoor is ze soms niet in staat meer te doen dan in een donkere kamer te liggen, weken en soms zelfs maanden lang. (Haar ziekte wordt in het boek nergens benoemd.) De doorgaans geduldige, liefdevolle Patrick houdt het niet meer uit en gaat er vandoor. Het paar gaat scheiden en Martha keert terug naar het ouderlijk huis; ook voor zelfonderzoek. Dit is niet de gemakkelijkst leesbare roman van de stapel maar het is geen somber boek. Het is een roman die je tegelijkertijd tot tranen èn een lachbui roert en dat vind ik knap.  

Onlangs begon ik aan roman nummer 3, van Elif Shafak, getiteld ‘Het eiland van de verdwenen bomen’. Zo begon het. “Lang geleden lag er helemaal aan het uiterste puntje van de Middellandse Zee een eiland zo mooi en blauw dat de vele reizigers, pelgrims, kruisvaarders en handelaren die er verliefd op werden er ofwel nooit meer weg wilden, of probeerden het met henneptouwen helemaal mee terug te slepen naar hun eigen land. [..] Het is vele jaren geleden dat ik dat oord ontvluchtte aan boord van een vliegtuig, in een koffer van soepel zwart leer, om nooit meer terug te keren.” 

Zo'n prikkelende openings-passage smaakte naar meer. Shafak beschrijft het eiland Cyprus en de ingewikkelde geschiedenis van het land. 

De 16-jarige Ada Kazantzakis, haar vader Kosta (Grieks-Cyprioot) en haar moeder Defne (Turks- Cypriotische moslima) zijn de hoofdpersonen van het verhaal. Met een vijgenboom die treurt en een vijg die alwetende verteller is. Deze vijg, de vrucht van de verleiding, de passie en het verlangen (niet de appel!) -waarvoor Adam en Eva bezweken- kwam als stekje in een koffer mee uit Nicosia naar het Verenigd Koninkrijk toen de twee geliefden uit Cyprus vluchtten. Ook wanderers... Beide families waren tegen hun verbintenis. (Moeder pleegt later zelfmoord.) 

Toen ik als consultant in Engeland woonde en werkte net na de eeuwovergang, werd er een managmentcursus georganiseerd in Cyprus. Ik verheugde mij erop want ik wilde het land graag bezoeken, maar die werd afgelast door onregelmatigheden.

Dit boek gaat over mensen die hun moederland verlaten, over heimwee, familiegeheimen, politieke strubbelingen, liefde en de natuur. Het heeft het mooiste taalgebruik van de drie gelezen boeken, wat mij betreft. Vooral als ze de natuur beschrijft. Ik ben benieuwd of een van hen zal winnen.  

De hoofdprijs in Nederland gaat vandaag zonder twijfel naar de nieuwe haring. Dat is een ander soort wereldreiziger. De Hollandse Nieuwe zou dit jaar nog vetter en romiger zijn dan in voorgaande jaren. Wow! Voor zo'n veelgeprezen vis-uit-het-vuistje ruilt deze Wanderer graag haar boekenstapel!


Nagekomen bericht: de Amerikaans-Canadese schrijfster Ruth Ozeki wint dit jaar de prijs. Door de jury werd zij geroemd als een originele en kundige verhalenverelster. In haar toespraak bedankte de winnares de vrouwen en vrouweninstellingen die haar gedurende haar hele carrière steunden. The Book of Form and Emptiness gaat over de 14-jarige Benny Oh, die na de dood van zijn vader stemmen begint te horen die horen bij de spullen in zijn huis. Dit boek zal binnenkort wel met stip binnenkomen in de Boeken Top10 van NRC en de Volkskrant. 


zondag 12 juni 2022

♫ Naar de karrek, na de karrek...

zei de dominee. Nee, ik kom niet uit een protestants gezin, ik werd katholiek opgevoed. Ik werd gedoopt, ging naar een katholieke lagere school (Pius X), op zondag met mijn vader naar de kerk en ter communie en zong in het kerkkoor. In de familie hadden we een heeroom en een tante zuster die bij de missie waren, volgens mij in Afrika. Op de middelbare stopte mijn gang naar de rooms-katholieke kerk, al was mijn school vernoemd naar een man die werd vereerd in de katholieke kerk en vier eeuwen na zijn dood heilig werd verklaard (Thomas More).

Onlangs bezochten we de kerk van de Heilige Drie-eenheid (Santísima Trinidad) van San Pedro del Pinatar; een buurgemeente net over de provinciegrens aan Murciaanse zijde. We zien de torenspitsen al heel veel jaren schitteren in de verte en rijden er bijna wekelijks langs maar nooit stapten we er naar binnen. Dat is opmerkelijk als je bedenkt dat we tijdens onze buitenlandse reizen altijd tenminste één kerk van enige importantie bezoeken. We mogen dan heidense meiden zijn, als de kerk- of kathedraaldeuren openstaan, stappen we binnen. We steken dan een kaarsje op voor deze en gene en nemen even plaats in een kerbank. 

De eerste keer dat het goud van die torens ons tegemoet schitterde, dachten we dat het om een moskee ging. Maar als je naderbij komt, zie je de kruizen goed. Het was buurman Jan die ons vertelde over deze kerk (en hij is de maker van de bovenste foto). Vooral de grote doopvont in het midden van het gebouw oogstte verwondering. We besloten zelf op onderzoek te gaan. Alleen op maandagochtend is dit gebedshuis open voor bezoekers.

De kerk is rond, binnen vielen de kleurrijke glas-in-lood ramen op, net als het houten schip en de glazen koepel waardoor je de wolken ziet. Het intens blauwe tapijt op de grond, de stemmige schilderingen met veel goud op de wand achter het altaar vielen eveneens op. Daar tref je 14 scenes die het leven van Christus verbeelden. In tegenstelling tot de architectuur, deden de panelen klassiek aan vanwege hun Byzantijns lijkende iconografie. 

Voor de deur stond een kleine, oudere Spanjaard te roken. Was hij de koster? De man die bezoekers rondleidt? Ik wist het Spaanse woord daarvoor niet maar ik liep op hem af en vroeg of hij iets kon vertellen over de prominente aanwezigheid van het grote, in de vloer verzonken doopvont in het midden van de kerk. Wat gebeurt daar precies? Hij gooide zijn peuk weg en stak van wal. Driemaal per jaar worden daar kinderen en volwassenen gedoopt. We waren net een dag te laat om de laatste sessie van dit kalenderjaar mee te maken! 

De eerstvolgende keer is op de eerste dag van het nieuwe jaar. De vorige doopsessie was rond Pasen, de belangrijkste week in dit land. Het dopen gebeurt vroeg in de ochtend (rond 5:00 uur), de bomba blaast dan warme lucht de kerk in, de vloerverwarming staat aan. De kleintjes worden gedoopt in hun geboortekostuum, volwassenen dragen een lendedoek. Iedereen wordt driemaal ondergedompeld, naar de Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is toch apart dat ik die drie mannen met hoofdletters schrijf... Het katholicisme kun je uit je leven bannen maar sommige gewoonten zijn nooit helemaal weg! 

De muurschilderingen zijn het werk van de Spanjaard Kiko Argüello (1939). Deze ontwerper en schilder blijkt een beroemdheid te zijn in Spanje en daarbuiten. Hij beschilderde heel veel kerkmuren wereldwijd. Jerusalem, Belén, Madrid, Parijs, Tokio, New York, Chicago, Boston, Düsseldorf en Auschwitz, om er een paar te noemen. Zijn volledige naam is Francisco José Gómez de Argüello y Wirtz. Hij werd geboren in Léon, studeerde aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten in Madrid en zette in de jaren '60 van de vorige eeuw een beweging op die nog steeds actief is over de hele wereld.    

Door een diepe persoonlijke crisis tijdens zijn studentenjaren veranderde Argüello van atheïst in een vurig pleitbezorger van het rooms-katholicisme. Dat ging zo. Het onrecht in de wereld baarde hem al zorgen vroeg in zijn leven. Als jong volwassene kwam hij in contact met een theatergroep die hem inleidde in het filosofisch denken van de Fransman Jean-Paul Sartre. De wereld was absurd, het leven evenzeer. Als beginnend kunstenaar won hij op zijn 22ste een grote nationale prijs, verscheen op tv maar dat alles liet hem koud. Niks in het leven vond hij de moeite waard. Na een verdere zoektocht vond hij het  gedachtengoed van de Franse filosoof Bergson, van wie hij de analytische filosoof omarmde. Zo belandde God in zijn hart.

Hij ging in 1968 werken in een sloppenwijk van Madrid, met zigeuners en gemarginaliseerde armen. Met zijn echtgenote María Hernández zette hij de Neocatechumenale Weg op, ook wel ‘De Weg’ genoemd. De beweging verspreidde zich naar andere delen van Spanje en daarna buiten de landsgrenzen. Men richt zich op de verspreiding van het rooms-katholicisme in kleine gemeenschappen van maximaal 50 personen, op plaatsen met weinig of geen katholieke aanwezigheid. De doop speelt er een belangrijke rol.

Na meer dan 30 jaar werken in meer dan 100 landen, werd het neocatechumenaat dat Argüello en zijn vrouw ontwikkelde door paus Johannes Paulus II erkend als 'een effectief middel tot katholieke vorming voor de samenleving en de huidige tijd'. Naast de roeping van families die in deze gemeenschap werden gevormd en die werden uitgezonden, heeft deze bewegimg ook bijgedragen aan meer dan 100 missionaire seminaries over de hele wereld. 

De twee gezinnen uit San Pedro die op missie gingen naar Oekraïne zijn sinds de oorlog tijdelijk terug op het Spaanse honk. Dat snap ik al kunnen ze daar momenteel juist wel spirituele bijstand  gebruiken! Anderen werden uitgezonden naar Kazachstan, China, Zuid-Afrika, Equatoriaal Guinea, Noorwegen en Paraguay. Het opmerkelijkst was dat we op een overzicht van families die namens De Weg op missie gingen in het buitenland, een foto zagen van het grote, kinderrijke gezin van Josué en Laura. Zij blijken sinds 2018 in Groningen hun missiewerk te doen. Huh?! Dat is de geboortegrond van mijn liefje, die zich zo laat voorstaan op haar heidense afkomst...    

De verhalenverteller wilde per se een foto van ons maken, met al het fraais van ‘zijn’ kerk om ons heen. Ik gaf mijn camera maar dat vond hij maar een moeilijk ding. Als hij dacht af te drukken, zette hij het ding uit en andersom. Toen het eindelijk lukte, leek het alsof het Heilige Licht door mij heen scheen. Heel apart. Hij vond het een mislukte foto. Tja. 

De eerder deze week overleden Brits-Portugese kunstenares Paula Rego (1935) is een tijdgenoot van Kiko Argüello. Ze hebben meer gemeen. Rego leed aan diepe depressies. Zij ging haar demonen te lijf met behulp van jungiaanse psychoanalyse. Ze overleed vredig na een kortstondig ziekbed, in haar Londense huis, omringd door dierbaren. 

Beide kunstenaars schilderden klassieke scenes in de kunst. Ondere andere die waarin aartsengel Gabriel de Maagd Maria vertelt dat ze een baby krijgt (ook te zien in de kerk van San Pedro). Argüello deed dat uiterst klassiek, Rego schilderde dit doek in 2002. Bij haar is Maria geen volwassen, passieve luisteraar maar een kwetsbare adolescent in schooluniform. Het nieuws lijkt het jonge meisje te choqueren. Hoe technisch knap Argüello´s werk ook is, ik geef de voorkeur aan Rego´s schilderij. Door de Australische kunstcriticus Robert Hughes werd zij ooit omschreven als de beste, nog levende schilderes van de vrouwenervaring. Dat stopt nu helaas.



woensdag 8 juni 2022

Duiventil

Het was in de afgelopen dagen een gaan en komen van mensen, in levende lijve of op afstand. Afgelopen weekend videoappten wij met de jongetjes in Bali. Allereerst ging het over hun eindejaarsrapporten. Yuda ging met 7s en 8en over na de derde klas van de middelbare school, zijn jongere broer Damai deed dat met 8en en 9s. Hij gaat naar de laatste klas van de lagere school. Dit zijn belangrijke tijden voor hen. Wij waren onder de indruk van hun resultaten, zeker gezien het vele thuisblijven en zoomen. Ik denk niet dat de oudste ooit zo'n cijferlijst als zijn broertje mee naar huis bracht maar dat maakt niets uit. Wij, hun nenek kulit putih (oma´s met de witte huid), zijn trots op beiden. Moeder Elsa bereidde die avond een feestmaal voor hen: nuggets van kip en groenten. Ze werkten enthousiast mee in de keuken. De mannetjes kijken uit naar een maand vakantie houden. Met zwemmen, voetballen, slapen, spelen, lezen, ceremonies (onder andere Galungan) en op visite gaan bij oma krijgen ze hun dagen wel vol.  

Niet lang daarna meldde vader Ketut zich aan, via hetzelfde medium. Hij was voor het eerst van zijn leven in Israël! Zijn cruiseschip verbleef daar een week; vanuit de noordelijke havenstad Haifa voer het verder zuidelijk (zodat passagiers een uitstapje naar Jerusalem konden maken). Er werd daar veel af- en opgestapt. Hij zei er een speciale vibe te voelen. 

Ook vertelde hij hoe zijn procedure verliep om een visum voor aan de wal te verkrijgen. Zijn collega´s van de Filipijnen en India doorliepen de procedure in een mum van tijd; bij hem was dat anders. Hij vroeg zich af wat er met zijn paspoort aan de hand was... Dat kon ik hem wel uitleggen maar dat deed ik niet. Op dat document staat dat hij uit Indonesië komt, de grootste moslimnatie ter wereld. Deze landen onderhouden geen diplomatieke banden met elkaar. Aan zijn paspoort lees je niet af dat hij Balinees is, ook niet dat hij geen moslim is maar een gelovige Hindoe. Dat is etnisch profileren en dat praat ik niet goed maar dat gebeurt op heel veel plekken ter wereld. Ze bleven maar vragen stellen over zijn eenvoudige naam (I Ketut); zoals dat gebruikelijk is bij Balinezen als hij. Nee, geen Abdul, Ali, Rahman of Hasan, gewoon de vierde uit een gezin. Daar kon de lokale douanebeambte kennelijk niet mee uit de voeten. Uiteindelijk kreeg hij zijn visum. We leerden hem een paar woordjes Ivriet: shalom, toda raba, lehitraot en bokir tow. 

Mijn liefje vertelde hem dat zij ruim 50 jaar geleden in Israël woonde en werkte. Ze verbleef drie jaar in een kibboets in het noorden van het land, niet ver van Haifa. Daar plukte ze aanvankelijk grapefruits en katoen. Daarna werd ze te werk gesteld in de plaatselijke kippenren maar dat bleek geen werk voor haar. Sweet memories voor haar en een orenklapperend verhaal voor Ketut. Jawel, ze delen een arbeidsmigratieverleden. Tegen mij sprak ze daarna ook nog over het genot van een ijskoude biertje (Carlsberg) met falafel in Haifa, in gezelschap van haar Noorse vriendin Inger. Die avond gingen ze liftend terug naar hun tijdelijke thuis. De zwart-witfoto van de spetter verderop in mijn blog, is mijn liefje in die tijd. 

We zagen Ketut later zelf op foto´s door Haifa lopen met de berg Karmel op de achtergrond. Hij verbaasde zich over de granieten stoeptegels overal. Dat begrijp ik. In Lovina kun je je ernstig verwonden als je in een van de vele gaten in het trottoir stapt. Dat is andere koek. 

Hij vertelde ons ook dat hij met het geld van zijn vorige contract een lokale investering deed. Zijn zwager Adi, echtgenoot van Nur (wij waren gasten op hun bruiloft in 2011) verloor zijn baan bij een bank tijdens de corona pandemie. Hij heeft nog steeds geen werk, Nur wel. Ketut stelde voor vier miljoen roepiah, ongeveer 250, te besteden aan de aanschaf van een moedergeit en vaderbok. Dat echtpaar wordt nu verzorgd in de achtertuin van de zwager. Niet voor melk of  vlees maar voor de lammeren. Er zijn inmiddels vier kleintjes geboren. Elke nakomeling brengt ruim €40 op dus dat lijkt een slimme zet. 

Het slechte nieuws is echter dat Indonesië momenteel kampt met mond- en klauwzeer (MKZ) die runderen, schapen, varkens en geiten treft. Deze virusziekte werd eerst geconstateerd in Oost-Java en Atjeh maar heeft zich mogelijk al verspreid. Vanwege nationale feestdagen zou het snel op Bali hebben kunnen aankomen en dat zou de volgende nekslag voor het eiland kunnen zijn. Dan zal  het belangrijkste toerisme uit Australië volledig tot stilstand komen. En de geiten van Ketut & Adi moeten dan mogelijk worden geruimd. Adu! 

Onze Deense buren keerden tijdelijk terug naar hun Vaderland, met medeneming van hun viervoeter Chilli. De hond mis ik met name want zij staat dagelijks aan de poort voor een aankomstknuffel, een korte maar grondige inspectie van ons terras en huis en een afscheidsaai. Ze wordt heel vaak uitgelaten en dat begint zo vroeg op de dag dat wij doorgaans nog niet op zijn. Ze staat dan tegen ons hek te krabben, naar verluidt, maar niemand is of komt naar buiten dus dan druipt ze teleurgesteld af. Er zijn echter veel momenten over de dag verspreid waarop we elkaar wel zien en spreken. Gek genoeg praat ik doorgaans Engels met haar, roep enthousiast en luid “Hey Chilli” en dan begint ons vaste toneelstuk. De ochtend na hun vertrek voelde ik een leegte in mij... 

De hond en haar baasjes werden in de afgelopen jaren onderdeel van ons leven en daar zijn we blij mee. Een praatje, de uitwisseling van het een en ander, regelmatig koken voor elkaar en verjaardagen vieren. Voor mijn verjaardag ontving ik dit jaar van Bente een miniatuurhond. Om het gemis van Chilli te verzachten als zij er tijdelijk niet is. Dit opgezette hondje staat nu in mijn kantoor en ziet op mij neer. Zelf wacht ik geduldig op de terugkeer van de warmbloedige versie. De hond van vlees en bloed zit soms gebiologeerd te kijken naar een eter in de hoop een graantje van het lekkers op het bord mee te pikken. We geven haar nooit iets, op uitdrukkelijk verzoek van haar ouders. Ze volgt al jarenlang een gezond dieet maar het aflikken van een schaaltje waarin ijs lag, laat ze zich -met permissie- niet ontzeggen! 

Mijn liefje is niet per se een hondenmens maar Chilli vindt ook zij leuk en lief. Bij mij staat ze op haar achterpoten als een heuse circushond, zet  ze zich vast tussen mijn benen zodat er optimaal kan worden geaaid. We kroelen wat af met elkaar. Het is therapeutisch! Onderzoekers ontdekten recent dat knuffelen bij vrouwen (niet bij mannen) het stresshormoon cortisol verlaagt dus Chilli en ik zijn goed bezig. Met haar doet de hond dat anders, voorzichtiger. Ik moest grinniken om de manier waarop zij deze viervoeter voorheen benaderde en aanraakte. Je herkent het waarschijnlijk: de hand met een grote boog eerst naar de achterkant van het hondenlichaam brengen en dan onwennig naar voren schuiven, richting koppie. Ze verbeterde haar hondengeaai  aanzienlijk in de afgelopen maanden. Haar hand gaat nu rechtstreeks naar Chilli´s hoofd en er wordt echt geaaid. 

De hond kreeg tijdens hun recente bezoek last van lichamelijk ongemak; waarschijnlijk een ontsteking van een tand of kies. Haar snuit zwol op tot tweemaal de normale afmeting en je kon haar daar niet aanraken. Door die zwelling leek ze meer op een pitbull dan op haar eigen ik. Ze werd naar de dierenarts gebracht. Het duurde maar en duurde maar... Wij, wachtenden werden met het uur nerveuzer. Op enig moment hoorden we de tractor (hun grote auto) aankomen. Bedrukt bleef ik staan wachten bij de eigen poort. Bente stapte als eerste uit en sprak de verlossende woorden “We still have a dog”. De kleine kwispelaar sprong van de achterbank. Opluchting! De dierenarts besloot niet in te grijpen. Chilli is minstens zo oud als de Britse Queen en dan is een operatie, inclusief narcose een te groot risico. Ze kreeg medicijnen en was weldra weer de oude. Sinds hun vertrek ontvangen we af en toe een foto van Chilli-in-actie. Zittend op een stoel aan tafel, geduldig wachtend op haar ontbijt, vrij in appelgroene velden met bloeiende bloemen. Hartverwarmende plaatjes. Wij hopen van harte dat ze over een tijdje weer naar haar hondenhok onder de Spaanse zon terugkeert. 

Onze vrienden Frans & Roland streken hier ook weer neer. Net als de Madrileense overburen Guillermo en María Victoria. Het weerzien was zeer hartelijk, al hielden we afstand van elkaar.


zaterdag 4 juni 2022

De fluisterkoffer van Guus

Cabaretier Youp van ´t Hek had het vandaag in zijn column over Jan de Wanhoop, mijn blog gaat over Guus Geluk. We waren laatst uitgenodigd voor een kopje koffie bij onze vrienden Jos & Hemmie. Zij hebben een vakantiehuis op Lomas de Campoamor waar ze heel vaak vertoeven, een van de best gelegen appartementen van deze urbanisatie; met zicht op de golfbaan, weg van de weg en het drukke commerciële centrum La Fuente, op een hoek die vroeg de zon ontvangt (lekker in de winter!) en relatief koel blijft in hartje zomer. Zuidoost, de beste ligging voor een zomerhuis in dit deel van Spanje. In de overige tijd verblijven ze in Helmond. We kennen hen al jarenlang, ruim vóór wij naar Bali verhuisden. We leerden hen kennen op de golfbaan, bezochten hen in Nederland. Ook daar wonen ze mooi, weten we uit eigen ervaring. Ze zijn een toonbeeld van Brabantse gastvrijheid en gezelligheid en graag geziene gasten op onze eigen feestjes. 

Zelf kwamen zij nooit bij ons op bezoek in Bali, een van hen houdt niet (meer) van verre reizen. Goede vrienden en buren van hen uit Helmond deden dat wel. Zo gaat dat soms. Onze vrienden Hugo en Emmy stuurden ook ooit onbekende vrienden op ons Balinese dak. Kirk & Saskia verbleven destijds in ons gastenhuis aan de Balizee en op dat bezoek kijken we met heel veel plezier terug. Enkele jaren geleden gingen we bij hen op bezoek in hun vakantiehuis op Menorca. Dat werd een memorabele reünie.  

Guus en zijn echtgenote Marie-José reisden destijds door Indonesië -zijn familie heeft oude banden met het land- en bezochten ons in Bali. Jos & Hemmie vroegen hen iets voor onze tuin mee te brengen. We ontvingen een tas vol inheems groen waar mijn liefje wel raad mee wist! Heur haar was toen nog zeer kort vanwege een recent afgeronde chemokuur. De tropische tuin was een goede therapie, ze knapte wekelijks zienderogen op. Deze bezoekers verbleven niet in ons gastenhuis maar boekten eigen accommodatie in de heuvels van Lovina. Daar gingen wij op onze beurt op visite. We lunchten samen en praatten geanimeerd over van alles en nog wat. Tijdens een latere reis kwamen ze wederom bij ons langs, nu met dochter Adrienne. Onderhoudende mensen, leuke ontmoetingen. 

Diezelfde Guus kwam ter sprake tijdens ons recente kopje koffie. Hemmie vroeg of we naar het programma Dragon´s Den keken op de Nederlandse tv. Dat doen we niet maar ik ken het programma en het concept. Een uitvinder of beginnend ondernemer houdt een pitch over zijn of haar prototype, voor een groep van mogelijke investeerders. Als de man of vrouw van het verkooppraatje weet te overtuigen, wordt er door een of meer investeerders geld gestoken in het product, tegen een bepaald belang. 

Guus was 40 jaar suksesvol makelaar in Brabant en kroop na zijn pensionering niet achter de geraniums. Deze inmiddels 72-jarige ex-ondernemer ontwikkelde een nieuwe carrière: hij ontpopte zich tot uitvinder. Als iets hem irriteert of boos maakt, bedenkt hij daar een oplossing voor. Zo ontstonden de elektrische billenveger (hij werkt ondertussen aan een tweede, hygiënischer prototype), het opblaasbare rubberen bad voor ouderen waar je “in en uit kunt glibberen”, jeans zonder priegelknopen maar met magneetsluiting en de Snapshoe, een podotherapeutisch-verantwoorde vervanger van de teenslipper die automatisch om de voet sluit. 

Deze Bezige Bij werkt aan verschillende projecten tegelijkertijd. Innovatie kost immers veel tijd en energie en je moet je kansen spreiden. Overigens is Guus niet de enige uitvinder in onze kennissen- en vriendenkring. Deense buurman Jan vond vele jaren geleden een machine uit met speciaal rolmechanisme waarop hij wereldwijd octrooi verkreeg en waarmee hij tot op de dag van vandaag geld verdient. 

De reislustige Guus ergerde zich tijdens zijn vele reizen groen en geel aan de herrie van zijn eigen handbagagetrolley en die van menig medereiziger. Zo´n rolkoffer produceert in zijn eentje ongeveer 65 decibel en bij 70dB krijgt het menselijk oor al last. Kun je nagaan hoe het klinkt als er een aantal van die druktemakers langskomt! Vooral bewoners van de binnensteden hebben daar last van. Met de hervonden vrijheid en oplevende reislust in de wereld (na de coronapandemie) zal een stille koffer zeker uitkomst bieden. Het is de ‘Willie Wortel van Helmond’ die toeristenoorden gaat verlossen van dat irritante geratel van wieltjes. Dat gaat hij doen met zijn fluisterkoffer, een sterk verbeterde versie van de bestaande rolkoffer. 

Guus werkte bijna vijf jaar aan de perfecte versie van deze vinding en investeerde meer dan €100.000 van zijn eigen geld in dit concept. Ik las dat hij eerder aan de slag ging met een e-rolkoffer maar dat idee werd voorlopig in de koelkast gezet. (Ik las recent dat het op termijn weer wordt opgepakt.) Hij vroeg patenten aan op alle innovatieve onderdelen van het huidige prototype en verkreeg die ook. Vervolgens zette hij een TU/e-student aan het werk; na 40 jaar arbeid rijkt zijn netwerk ver. Die jongeman schreef een afstudeerscriptie over de te gebruiken techniek, met nadruk op de aandrijving van de grote zijwielen (met behulp van geruisloze kogellagers). 

Met Jos & Hemmie keken we op een zonovergoten terras naar dit allereerste tv-optreden. (Het programma zit achter de betaalmuur van Viaplay.) Guus stapte monter -volgens zijn goede vrienden enigszins nerveus- de studio binnen. Een aantal meegebrachte stoeptegels moest aantonen hoe geluidloos zijn prototype zich over de grond beweegt. Er rolde een kleine, zwarte koffer met twee grote rubberen zijwielen achter hem aan. Fluisterzacht... De rolkoffer liep gesmeerd, net als zijn presentatie. 

Je kunt deze fluisterkoffer duwen en trekken; bovendien gaat die moeiteloos mee de trap op en af en neemt de stoepranden zonder om te kiepen. Deze trolley heeft cabinematen en kan worden geleverd in diverse kleurencombinaties, naar de wens van de klant. Guus werd ondervraagd over kostprijs en verkoopprijs (circa  €229), verkoopprognose in aantallen, verwacht moment van break-even, gewicht (de gemiddelde rolkoffer weegt leeg 1.5kg, deze 2kg). Daar draaien de koffergooiers van Schiphel -aka Benschophol of Neerlands kluchthaven- hun hand niet voor om. En dan het gebruiksgemak: de koffer draait in een handomdraai om de eigen as. Door de grote wielen valt de koffer ook niet om.

De uitvinder vroeg om een investering van €300.000 in ruil voor een belang van 20% voor de aandeelhouder. Vier van de vijf dragons wilden niet instappen in dit project maar meldden zich al wel als koper. Ook goed! Horecamiljonair Won Yip ging op de vraag in, voor een belang van 30%. De voormalig huizenonderhandelaar onderhandelde niet maar greep zijn kans. De grootschalige productie van zijn fluisterkoffer kan beginnen! (Wel jammer dat het in China gaat gebeuren...) Guus kan zijn geluk niet op en dat is welverdiend. Op de website fluiterskoffer.nl kun je voorinschrijven op de eerste levering. 


 

woensdag 1 juni 2022

Leven zonder ‘Made in China’

Keramiek van Koos Buster
Yuda, onze grote kleine vriend op Bali, vertelde ons onlangs dat hij met zijn klasgenoten plastic ging rapen op het strand van Singaraja. Het is een van de laatste projecten van dit schooljaar; hun eindejaarsvakantie en zijn rapport komen eraan. Hij is zeker dat hij overgaat naar de 3de klas. Joehoe! 

Bali, het eiland van de Goden en de meest toeristische provincie van Indonesië, worstelt met plastic. Op de bekendste stranden van Kuta en Legian wordt in het regenseizoen dagelijks 60.000 kilo plastic afval verwijderd. Het lijkt een jaarlijks patroon te worden. Als ik zijn beide grootmoeders zou spreken, weet ik niet hoe zij hierop zouden reageren. Zij pakten vroeger alles in bananenbladeren in en dat was zoals hun voorouders het  eeuwenlang deden. Na de introductie van plastic werd voedsel langer houdbaar en zo kregen vrouwen een beetje meer vrijheid in de huishouding. Tenminste, dat las ik ooit in een boek over het onderwerp. Inmiddels zijn ook ouderen het erover eens dat het anders moet. 

Een tijdje geleden las ik een artikel in een Nederlandse krant over een gezin dat in 2020 besloot plasticloos door het leven te gaan. 99% van het plastic wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen, de hoeveelheid plastic in het milieu blijft maar groeien en wetenschappers ontdekten onlangs dat er zelfs microplastics in ons bloed zitten. De vrouw des huizes was de grote motor achter het project om haar huishouden op een streng plasticdieet te zetten. Ik las het met aandacht. Wat mij bijbleef, was dat het proces om het doel te bereiken helemaal niet gemakkelijk is. Eerst werd al het plastic uit huis gedaan. Dat was de gemakkelijkste stap. Vervolgens werd een deel van het afgedankte spul vervangen door glas, roestvrijstaal of hout. 

Alternatieve artikelen zijn duur. 25 voor een rvs-drinkfles past niet in ieders budget. Een herbruikbare apothekersfles met bijbehorende schoonmaakmiddel-tabletten (aan te lengen met water) is een alternatief. Een setje bijenwasdoekjes om voedsel vers te houden kost ruim 20; daarvan kun je meer dan 1.500 meter vershoudfolie kopen. Dit soort alternatieven kan niet elk gezin in Nederland of Spanje zich veroorloven. 

Een expert die voor dit artikel werd geïnterviewd, was van mening dat er simpelweg niet genoeg landbouwgrond is om alle polyester kleding, beddengoed en huishoudtextiel te vervangen door biologisch katoen. Het Oostenrijkse duurzaamheidsadviesbureau ‘Denkstatt’ schetste het scenario van een wereld waarin alle plastics werden vervangen en kwam tot de conclusie dat dit zou leiden tot een verdubbeling van het energieverbruik en de broeikasgasemissies. We zouden veel van onze welvaart moeten inleveren en ook de energietransitie zou zonder plastic vrijwel onmogelijk zijn. Denk maar eens aan zonnepanelen en elektrische auto’s die zonder kunststof veel te zwaar zouden zijn. 

Ruim tien jaar geleden schaften we een keramische filter aan van Britse origine die het water uit de kraan zuivert. Die wordt jaarlijks tweemaal vervangen omdat we er veel gebruik van maken. Dat scheelt heel veel plastic. Water met prik koop ik echter nog steeds in de winkel. Ik hik aan tegen nóg een keukenapparaat. 

Als ik plastic-bewust door en om ons huis loop, moet ik constateren dat we nog lang niet plasticvrij zijn, al maakten we vorderingen. Denk alleen al aan onderdelen en inhoud van de koelkast, keukenapparatuur, verzorgingsproducten in de badkamer (al kwam de ouderwetse washand weer uit de la), opbergkratten in de buitenkast, de kussenbox en ga maar door. Buiten staat nogal wat kunststof. Ook dat materiaal wordt uit fossiele brandstoffen vervaardigd maar het is duurzamer en beter herbruikbaar dan gebruiksplastic.

Naast huisvrouw, keukenprinses en tuinkabouter ben ik ook consument. Daar vinden we misschien nog wel de grootste doos van Pandora. Wc-papier, tandpasta, keukenrol, zonnebrandcrème, yoghurt, melk, kaas, boter, beschuit, toast, koekjes, theezakjes, noten, sinaasappels; de lijst van in plastic verpakte producten is eindeloos. Om moedeloos van te worden. In lokale supermarkten treffen we eindeloos en onnodig veel plastic aan, zelfs dubbele verpakkingen. We praten er hier af en toe over met vriendinnen en die doen precies dezelfde dingen: één afbreekbaar zakje met drie, vier verschillende losse producten ineen, de etiketten netjes naast elkaar. Frankrijk verbood plasticverpakkingen voor groenten en fruit reeds in winkels, Spanje volgt binnenkort. Hoog tijd! 

Kortom: plastic houdt ons in een wurggreep, maar alle beetjes helpen. 

Als je aan plastic denkt, denk je aan China. Dat is de grootste producent van plastic ter wereld. 52% van alle verkopers op Amazon is Chinees. Vorig jaar importeerde Nederland voor 50 miljard euro aan producten uit China. Het gebrek aan kwaliteit van artikelen ‘Made in China’ weerhoudt ons kennelijk niet. De Chinese megasupermarkten die hier op bijna elke straathoek zijn te vinden, staan bol van de plastic troep en minderwaardige producten al zie je ook daar steeds vaker producten van glas, rvs en hout opduiken. We kennen mensen die een bezoek aan zo´n koophal vermakelijk vinden en dat is het ook, maar niet vanwege kooplust. 

De koers die The People's Republic of China al jarenlang vaart, is een andere reden om geen plastic te kopen. Zeker, het is imposant hoe China in relatief korte tijd de armoede onder de bevolking wist terug te dringen. Het land bereikte dit specifieke doel tien jaar eerder dan gepland. Daarvoor neem ik mijn pet (biokatoen) af. 

De republiek zorgt echter niet voor al zijn people even goed. Wat Xi Jinping en collega´s doen met de Oeigoeren en andere etnische moslimgroepen in de autonome regio Xinjiang is een gotspe. Ik begon onlangs aan het boek ‘In the Camps - China’s High-Tech Penal Colony’ van de Amerikaanse antropoloog Darren Byler dat vorig jaar verscheen. Byler is een expert op het gebied van de Oeigoerse samenleving en van Chinese surveillance en deed tien jaar lang onderzoek voor dit boek. Hij interviewde ex-gedetineerden en -kamparbeiders. 

De Chinese overheid (gevormd door Han-Chinezen) eist onvoorwaardelijke conformiteit van burgers en dat lukt of bevalt Oeigoeren, Hui en Kazachen niet. In de regio Xinjiang ontstond een netwerk van heropvoedingskampen, internerings- of concentratiekampen of hoe je deze wrede gevangenissen ook noemt waarin ze terechtkomen. Sommigen worden gevangengezet als 'pre-crimineel', opgepakt voordat ze een overtreding begaan. Om wie ze zijn, om hun gewoonten en religie. Dat is helaas geen science fiction maar harde realiteit. De schending van mensenrechten die daar aan de orde van de dag is, is hemeltergend en mensonterend. Sinds het opzettelijk uitlekken van de 'Xinjiang Police Files' is er geen ontkennen aan. En Taiwan heeft ook steeds meer te duchten van agressief gedrag van de grote Westerbuur. 

Ik vroeg mij af welk percentage van de goederen die op Amazon worden verkocht in China wordt gemaakt. Hoeveel daarvan zijn gemaakt door Oeigoerse dwangarbeidarbeiders? Daar komt vooral biokatoen vandaan. Als consument is het niet te doen te weten waar jouw broek of t-shirt is gemaakt, helaas. Jij zult je als regelmatige lezer wellicht afvragen waarom het in mijn blogs vaak over politiek en misstanden in de wereld gaat? Omdat ik een kind van de jaren '70 en '80 ben. Van ‘Ban de Bom’, ‘Baas in eigen Buik’ en ‘Koen uit de Kast’. Protest en activisme zitten in mijn DNA maar ik kreeg dat niet van mijn ouders! 

Mijn liefje kocht onlangs nieuwe schoenen. Ze zag ze een tijdje geleden aan de voeten van de Spaanse koning tijdens zijn vakantie. Ik moet soms om haar lachen. Hoe ze kan zwijmelen bij iets moois maar eenvoudigs. Ze is dan als een kind zo blij met de aankoop, die ze steevast ‘een kado’ noemt. De eerste keer dat de schoenen worden gedragen, ontvangen ze een kusje van haar. Ik weet al heel lang dat ze schoenfetisjiste is. Zo kocht ze vroeger handgemaakte Amerikaanse loafers met kwastjes waarvan ik de naam vergat, handgemaakte Tod's, handgemaakte Crocket & Jones-laarsjes (vintage), Sebago-bootschoenen zonder dat ze destijds een boot had (later wel) en was ze early adaptor van Skechers voordat die wandelschoenen een wereldwijde rage werden.

Deze keer gaat het om stappers van het merk Yuccs. 100% Spaans, Made in Mallorca. In haar favoriete kleur (donkerblauw), van merinowol (bovenkant), rietsuiker (zool) en ricinusolie (inlegzool). Handgemaakt. Met een bedankkaart van het 100% lokale team. Zeker in haar maat is het een lieflijke schoen. Het comfort spat er vanaf. Een heel goed alternatief.