Translate

Posts tonen met het label wonen aan de Australische oostkust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen aan de Australische oostkust. Alle posts tonen

vrijdag 1 april 2016

We gaan verhuizen

Swimming City - Andras Gyorfi
(winnaar van de National Geoghrapic Seasteading Design-wedstrijd)
Sinds de westerse wereld onveiliger dreigt te worden, komt steeds vaker de gedachte in mij op om op een onbewoond eiland te gaan wonen. Ik blijk niet de enige te zijn met dergelijke gedachten, aldus een artikel over de Blauwe Revolutie dat ik een tijdje geleden las. 
Drijvende steden in zee, buiten territoriale wateren, zijn in opkomst. In deze zogenaamde seasteads kunnen pioniers zonder al te veel overheidsbelemmeringen een nieuwe maatschappij ontplooien. Misschien wel een mooiere wereld maken. Volgens ultra-vrijemarktdenkers uit Silicon Valley en linkse utopisten wereldwijd is het de oplossing. Als betrokken wereldburger vind ik het een zeer interessante ontwikkeling.

Mijn liefje en ik wachten echter niet op de blauwe revolutie, wij gaan voor alle kleuren van de regenboog! We veerden op toen we deze week op NRC.nl in de Kijken-sectie een artikel aantroffen, getiteld ‘Waarom een homokoninkrijk in oorlog is met Australië’ van journalist Wouter van Dijke. Ik las het met rode oortjes.

Het gaat om Cato Island, een klein eiland voor de oostkust van Australië, in de Coral Sea. Een vast eiland in zee is vanuit het oogpunt van klimaatverandering weliswaar op de lange termijn geen optie maar we gaan het avontuur aan. Daar werd namelijk op 14 juni 2004 een land uitgeroepen dat betrokkenen het Gay & Lesbian Kingdom of the Coral Sea Islands noemen. In dat jaar legde de toenmalige regering van John Howard namelijk in een aanvulling op de Marriage Act 1961 vast dat het homohuwelijk officieel onwettig is. Ook een huwelijk tussen mannen- en vrouwenstellen dat in een ander land is gesloten, werd door die regering niet erkend. Voor een aantal homo-activisten uit Brisbane was dat de druppel. Tijdens de Gay Pride-parade besloten ze Australië te verlaten.

De activisten voeren uit met het schip Gayflower, een knipoog naar Mayflower, de naam van het schip waarmee de pelgrimvaders naar Amerika voeren. De Regenboogvlag werd op het eiland geplant en het land verklaarde zich daarmee onafhankelijk. Vraag je je af of dit zomaar kan? Jawel. Het Coral Sea Island Territorium, bestaande uit ruim 30 zo goed als onbewoonde eilandjes, is een zogenaamd external overseas area van Australië, een lidstaat van de Verenigde Naties. Volgens een VN-resolutie kan een gebied zich onafhankelijk verklaren als de inwoners zich onderdrukt voelen. En dat is nu precies wat de gay community voelt.

Dale Anderson werd uitgeroepen tot keizer van het koninkrijk. Dat was geen willekeurige keuze: de man zou nazaat zijn van de Britse koning Edward II die -volgens historici- homoseksueel zou zijn geweest. De staat ACT (Australian Capital Territory) stond in 2013 het homohuwelijk toe maar vijf dagen later werd dat besluit door het Australische Hooggerechtshof onwettig verklaard; het zou een federale kwestie zijn, geen staatsaangelegenheid. Daarop verklaarde het Gay & Lesbian Kingdom of the Coral Sea Islands officieel de oorlog aan Australië. Met aartsconservatief Tony Abbott werd het er niet beter op ondanks het feit dat 70% van de Australiërs voor gelijkheid is voor wat betreft huwelijk. Enkele saillante details: de zus van Abbott (Christine Forster) is lesbisch en wil haar vrouw trouwen. Het nationale volkslied van het koninkrijk is ‘I am what I am’ van Gloria Gaynor en de inkomsten van het land komen voort uit de verkoop van postzegels.
Het recentste YouTube-filmpje van de beweging kun je hier bekijken.

De berichten over het eiland en de actie waren geheel langs ons heen gegaan alhoewel mijn liefje al jarenlang dagelijks de online-versie van de Sydney Morning Herald doorspit op relevante kwesties. We houden van Australië, ondanks 's lands conservatisme. We bezochten het continent al ettelijke malen. In 2011 woonden we met veel plezier drie maanden aan de Australische oostkust. Op de foto zie je ons aan boord van het jacht Merit, een voormalige Volvo Ocean Race-boot, dat ons in december 2015 naar bijzondere plekken in de Coral Sea voer. Ik draag mijn strijdkleuren met trots. Gay Pride. We are what we are and we need no excuses. We gaan voor life at the extreme: aan het andere einde van de wereld.

Wat evenmin een grap is, is dat het slecht is gesteld met die koraalzee, zo las ik onlangs in de Sydney Morning Herald. Internationaal is die beter bekend als het Grote Barriererif. In die maand gaf WWF-Australia onderwateropnames vrij van gebleekte uitgestrekte koraalvelden rondom Lizard Island, een van de mooiste gebieden in het noordelijk deel van het gebied (ter hoogte van Cooktown). De opnamen waren gemaakt in opdracht van een groep verontruste burgers uit Queensland die zich verenigden in een wetenschappelijke gemeenschap genaamd CoralWatch. Ik verschoot wederom van kleur toen ik dit las.

Professor Justin Marshall, een ecoloog van de Universiteit van Queensland verbonden aan CoralWatch, zei dat 90 tot 100% van het koraal rondom Lizard Island is verbleekt en dat hij op andere plekken in de omgeving hetzelfde verschijnsel waarnam. I have never seen coral this heavily bleached and we are seeing algae growing on parts, which means it has died.Niet alleen bleek, zelfs dood!

De Australische minister van Milieu Greg Hunt bezocht het rif en kondigde nieuwe monitoring-programma’s en acties tegen watervervuiling aan. Hij zei (onterecht) dat het niet zo erg was als in 1998 en 2002 en schreef het bleken toe aan El Niño. Ook dat was onterecht. Volgens Australische wetenschappers doet Australië veel te weinig aan de terugdringing van broeikaseffecten. Professor Terry Hughes, zeebioloog van de James Cook University, is van mening dat de opwarming van dit deel van de aarde wel degelijk schuld is aan het bleken van het koraal. Een van de wetenschappers meldde dat hij deze ramp tien jaar geleden niet had kunnen voorzien. Later deze maand komt meer naar buiten over de toestand van het koraal in de zuidelijke delen van het Great Barrier Reef. Het is ook oorlog onder water.


donderdag 17 december 2015

Stormy!

Elke ochtend word ik wakker van iets dat klinkt als Au..au..aaaauuuuw! Het is de weeklaag van een grote, zwarte kraai. Als ik niet beter wist, zou ik opspringen en de gevederde vriend te hulp schieten. Het is een van die geluiden die bij Australië hoort, wat mij betreft. Daaraan voorafgaand, vertrokken reeds enkele vliegtuigen naar andere bestemmingen. Ik hoor hun gerommel in de verte. Wij staan doorgaans rond 8:00 uur op. Onze vriendinnen hebben dan de hond al uitgelaten, de was gedaan, de tuin gesproeid, ontbeten en de eerste mails verstuurd. Tja. Sinds we stopten met werken, we don’t do early mornings. Bovendien zijn we op vaaakaansie!

Iederde dag bezoeken we een andere koffieshop, bijna dagelijks nemen we een duik in zee vanaf een van de 100 stranden rondom Sydney. Op dit moment zit ik bij koffieshop Kiss the Barista waar de cappuccino heerlijk is. Een restaurant met uitzicht, over de Lady Robinsons Beach. Niet elke dag is zonnig: op dinsdag stond de wind verkeerd waardoor het water choppy was, met veel stroming en korte, hoge golven. Dinsdagavond hadden we thunder and lightning. Gisteren stonden we op met onweer, met wolken en een buitje.

Vriendin Julie is druk op haar werk dus die laat regelmatig verstek gaan, Claire heeft doorgaans tijd en zin om ons te vergezellen. Zij zwom lange tijd niet (de laatste keer was misschien wel met ons in januari 2014…). Zij groeide op in de Outback van New South Wales en leerde niet zwemmen als kind. Dat deed ze pas enkele jaren geleden; nu zwemt ze graag al omschrijft ze zichzelf niet als een Vrouw van Atlantis - zoals mijn liefje, Julie en ik wel doen.

Op een van die momenten vertelde Claire mij dat ze recent nieuwe zweminstructies ontving van haar zwager die les geeft aan de zogenaamde nippers, de jongste leden van een Australische Life Savers Club. Als ik borstcrawl, steek ik mijn uitgestrekte armen voor mijn gezicht in het water en haal ze dan helemaal door tot achterin, als vleugels. Nieuwe inzichten voor wat betreft reddend zwemmen en zwemmen in branding of zee leidden ertoe dat men de armen nu vooruit in het water steekt, in een rechte lijn vooruit vanaf de schouders en dat ze dan onder water tot aan de heupen worden gebruikt en dan opgetrokken als een chicken wing. Ik begreep de aanwijzingen maar kon niet direct op die manier zwemmen. Maar oefening baart kunst, ik krijg nog gelegenheid genoeg om te proberen.

Nog even en dan arriveert Bernadette ook. Onze Sydney-vriendinnen hebben een feestje op de avond van haar aankomst dus wij gaan haar in een van hun auto’s ophalen. De heenweg kennen we zo ongeveer, de terugreis naar het logeeradres zetten we in het navigatiesysteem. We zijn slechts korte tijd met ons vijven maar we gaan er iets leuks van maken. Op de bonte avond zullen we onze Australische gastvrouwen meenemen naar een diner in een van de leukste strandpaviljoens.

Met Bernadette vliegen we begin volgende week naar Airlie Beach (Queensland) waar de Grote Roerganger een tweekamerappartement in een complex met uitzicht op de Coral Sea boekte; dat is gezelliger en praktischer dan twee hotelkamers. We kozen die plek omdat het een goede uitvalsbasis is voor varen rondom en dagtochten naar de Whitsunday Islands, een groep van 74 eilanden van verschillende grootten, verspreid over een gebied van ruim 275.000 km2. De naam is naar verluidt verkeerd gekozen: Captain Cook zou de eilandengroep hebben ontdekt op Whit Sunday maar het was in werkelijkheid op maandag...

Mijn liefje en ik waren eerder op die plek maar toen konden we niet gaan varen vanwege een heftige tropische storm die aanhield; dat was in 2006, tijdens ons eerste bezoek Down Under. (We gaan er wel op vooruit, vind je niet?!) We verbleven toentertijd in een campervan op een kampeerterrein aan de kust, totdat daar het rivierwater te hoog kwam te staan. We verhuisden van de bus naar  een huisje op het terrein waar we een aantal dagen wachtten totdat we naar de Whitsundays konden gaan. Dat lukte niet, het weer bleef ons parten spelen; we besloten dan ook door te rijden. We hopen deze keer meer geluk te hebben.
In die omgeving gaan we kerst vieren. Het is traditie dat we op eerste kerstdag gaan snorkelen. Deze keer gaan we dat dus doen op het Great Barrier Reef, vooropgesteld dat het weer ons goedgezind is. Ook in die regio krijgen we te maken met regen.

Gisteren rond het middaguur werd Sydney getroffen door een zeldzame tornado en wij zaten er middenin! We gingen voor de lunch naar Cronulla Beach toen de lucht donkerder en donkerder kleurde. Er kwam een wervelwind over delen van de stad met gemiddelde snelheden boven 200 kilometer per uur. De tornado liet een spoor van vernieling achter. Wij schuilden in Zn Bar; vul maar in: Zen, Zon, Zin of Zijn... wij waren daar. Cronulla Beach sloot, de surf werd verboden gebied. Er vielen hagelstenen zo groot als golfballen. 

In andere delen van de stad vielen hagelstenen zo groot als tennisballen. Bomen vielen om, electriciteitskabels knapten, daken vlogen van huizen, auto’s waaiden om. Vliegtuigen bleven aan de grond, een aantal vluchten met deze stad als eindbestemming week uit naar andere vliegvelden. Voor zover bekend raakte niemand gewond. Ik keek met grote ogen toe. Zelf maakte ik niet eerder zo’n wisselvallig Sydney mee.


zondag 13 december 2015

No worries

Het weerzien met onze vriendinnen was goed, we herkenden ze al van verre. In de afgelopen tien maanden brachten de dames veranderingen aan in hun lifestyle en dat was hen aan te zien. Ze werden heuse slanke dennen, sommige omstanders zijn zelfs van mening dat het té is. De meiden hangen geen dieet aan maar luisterden wel goed naar de opvattingen van een gepromoveerde voedingsdeskundige. Die persoon beweert dat als je geen olie in de voeding gebruikt, de (overtollige) vetten van het eigen lichaam worden aangesproken en weggewerkt. Het werkt.

Er is geen olijfolie of boter in de keuken- of koelkast te vinden, ze eten meer thuis en als ze uit eten gaan, wordt er geen gebakken of gefrituurde gerechten besteld. Ze koken in bouillon of water, yoghurt en andere hapjes zijn low fat. En ze reduceerden hun suikerinname drastisch. Verder doen ze alles, zoals ze voorheen deden. Wij waren twee van de weinigen, aldus de dames, die niet oordeelden over hoe ze eruitzien. Mensen vragen of ze ziek zijn, vinden het onverstandig wat ze doen, proberen hen op andere ideeën te brengen of te verleiden met voedsel dat ze niet meer willen eten. Ze voelen zich er heel goed bij, zijn energieker en fitter en daarom gaat het. Bovendien vind ik dat ze er goed uitzien.

Verder is het als vanouds. We praatten lekker bij. Al is het bijna twee jaar geleden, het voelt alsof we elkaar recenter nog ontmoetten. Dat heb je met goede vrienden op afstand: je kunt elkaar lange tijd niet hebben gezien of gesproken, zodra je weer bij elkaar bent, pak je de draad zonder dralen weer op. Julie werkt nog steeds bij het kantoor waar ze voorheen werkte, voor klanten met bijzondere projecten. Met haar hoogbejaarde moeder Pat gaat het minder goed: ze heeft thans een virus die maakt dat wij haar niet mogen bezoeken. Kasian.

Claire werd afgelopen jaar voor het eerst opgenomen in het seniore damesteam van bowls waar zij de eer van New South Wales met sukses verdedigde. Haar team kwam ver: ze werden tweede in de landskampioenschappen (achter team Queensland)! Ik zag haar agenda van de afgelopen maanden… Pfffff. Alleen al het aanzicht is vermoeiend. De vrouw is een natuurtalent; ze beoefent de sport nog niet zo lang maar wel geconcentreerd en fanatiek. Nu wordt er genoten van een welverdiende stop.

Ook voor Lucy-the-Furry-Princess brachten we kadootjes mee: pop DIVA om mee te spelen, hondensnacks als beloning na kunstjes. Lucy is namelijk een circushond. Ze is intelligent en nieuwsgierig. Claire, voormalig oprichter en eigenaar van een succesvolle pre-school (onderwijs aan kleintjes, voordat ze naar de lagere school gaan) is een begenadigd coach - ook voor slimme hondjes! We kregen een optreden met een kunstje waarbij ze de deksel van een kleine pedaalemmer opent om de snack eruit te pakken. Ik vond het leuk dat de hond ons herkende; ik houd van dit diertje, ze is heel lief en grappig.

Het weer is hier niet stabiel. De ene dag is het strakblauw, heet en plakkerig, de volgende dag kan het tien graden Celsius koeler zijn met bewolking; met voor 's avonds een truitje. We hebben nog niet met elkaar gezwommen en zij niet zonder ons. In de aanloop naar de feestdagen zijn er nu al veel kerstfeestjes: die van de woonwijk, van kantoor en diverse sportclubs. Wij zijn dus met plezier oppas voor de hond.

Zelf maakte ik een bordspel voor hen. In het verleden deden we spelletjes en quizzen met elkaar, tot grote hilariteit. Deze keer is het een soort ganzenbord met vragen over Australië-Spanje-Nederland. Soms zijn het echte kennisvragen (hoe groot is een babykangoeroe bij geboorte?), andere kaarten bevatten werkelijk wacky wetenswaardigheden (wanneer vond de laatste dodelijke spinnebeet plaats?). De competitie barstte los. 

Mijn liefje is druk met het vervolmaken van onze reis door Australië met Bernadette die volgend weekend aankomt. We gaan onder andere door Tasmanië cruisen in een kampeerwagen maar dat doen we in de drukste periode van het jaar. Het aantal plekken op de campings is daar beperkt dus Julie & Claire raadden ons aan op toeristische plaatsen, zoals Craddle Mountain, een staplaats te reserveren in het Nationale Park. Anders moet Ber, beginnend kampeerder, haar grote boodschap in the wild doen en dat will zij niet op haar geweten hebben…

De dames hebben weliswaar wifi-verbinding in hun huis maar ze weten de toegangscode niet meer (dat was in 2014 niet anders). Ook nu kunnen wij onze electronische apparaten dus niet aansluiten op het web. Vertel mij iets nieuws over Innovation Nation. We kruipen dus af en toe achter de desktop van Julie om daar onze dingen op het web te doen. Groeten uit de Cronulla Beachclub, met publiek wifi zonder vouchers of code. Joehoe!



donderdag 10 december 2015

Uit eten, zodat zij kan raten

We zijn aan onze laatste dag in Randwick bezig. Morgenochtend halen onze Sydney-vriendinnen Julie & Claire en Lucy-de-Furry-Princess ons op bij het hotel. Wij kijken ernaar uit.

Het werd een leuk verblijf in Randwick, dat nieuw voor ons was. Het is een trendy wijk met tientallen restaurants waarvan we er minstens tien uitprobeerden (we waren hier tien dagen). 
Mijn liefje is sinds onze rondreis door Zuid-Amerika een Tripadvisor-reviewer. Werkelijk alles kan worden beoordeeld: een strand, haven, zwembad, winkelstraat, koffie, hotels, bars en restaurants. Met ons huidige reisschema stijgt ze dagelijks naar nog grotere hoogte. Soms reviewen we samen. Ze is inmiddels expert in bijna alles maar ze gaat niet naast haar sandalen lopen. Nog niet. Als blogger ben ik wel een beetje jaloers op de reacties die ze krijgt op haar beoordelingen… Soms tientallen?! Tja.

We proefden elke dag een kopje koffie van een andere barrista. Op Belmore Road vind je veel cafés. Ze maken hier heerlijke koffie; de lekkerste kop koffie dronken wij bij 18 grams espresso, met toasted raisin bread (geroosterd krentenbrood). Ze branden de koffie zelf en dat is te proeven. Mmmmm. 
Ook veel restaurants zijn een (tweede) bezoek meer dan waard: mijn liefje en ik dineerden voor het eerst bij een Nepalees restaurant genaamd Mandala. De eigenaresse was om mee naar huis te nemen zo aardig. Tevens aten we heerlijke tapas bij Cookhouse waar ik bovendien een mooie pinot gris (lichtroze, bijna rosé) uit NSW proefde. Op het etiket staat een gestileerd gevederd vriendje. Die ga ik zeker zoeken in de bottleshop in de komende weken. We constateerden wederom dat wij gemakkelijk een voorafje of hoofdgerecht kunnen delen. Soms laten we nog steeds een restje op ons bord liggen. De porties vind ik hier immens. Een van twee Australische vrouwen heeft overgewicht… Tja.

Een van de leukste plekken die we in de afgelopen dagen bezochten, was het dameszwembad van Coogee Beach. Op de eerste dag bij de bushalte zei een oudere Australische buurtbewoonster dat we dat moesten bezoeken. Daarna kregen we nogmaals dat advies van een andere vrouw. We zochten het dus op, na een lange wandeling langs de kust. Voor 20 dollarcent (€0,14) per persoon mochten we naar binnen. Er waren kleedhokjes, douches en toiletten.
Er was hier en daar een beetje gras waarop dames, topless en in badkleding, lagen te zonnen. Ook op de rotsen. In het bad waren tevens blote borsten. Er waren oude(re) dames die in hun eentje baantjes trokken, jonge moeders met kinderen, oma’s met kleindochters, giechelende pubers, jonge vrouwen met hoofddoekjes en wij. Ik ontdekte zelfs een hoekje waar dames-van-de-damesliefde (aka pottenkindjes) lekker met elkaar lagen. Zoet om te zien, fijn om te zijn.

Enkele dames-dames groetten ons later in Cogee Pavilion, bij de lunch. Dat was een van de allerleukste plekken tijdens dit verblijf. Dit paviljoen heeft het helemaal voor elkaar (ook qua wifi). We bezochten de plek een aantal malen, voor de lunch en voor het diner. Zelf ben ik niet zo’n pizzamens maar de Italiaanse manager van de ovens deed ons smullen. Ik vertelde hem dat hij en zijn team voor mij de pizza herdefinieerde met een smakelijke bodem (!), nauwelijks kaas en karig beleg van uitstekende kwaliteit. Hun verse zeevruchtensectie is ook om te zoenen.

Vandaag reisden we met de bus wederom naar het centrum van Sydney. In het centrum kun je over de hoofden lopen. Iedereen is aan het kerstshoppen. Tassenvol. In bars en restaurats wordt reeds flink kerstmis gevierd. 

We dronken een chocoladedrankje bij Lindt in Martin Place, dat vorig jaar rond deze tijd wereldnieuws werd omdat de winkel annex het restaurant werd overvallen door een radicale moslim die tien mensen gijzelde gedurende een hele dag en een nacht. Er vielen twee doden en vier gewonden. Een nachtmerrie. Ik zag vandaag een much happier crowd. We bleven op het plein totdat de eerste lampjes van de gedenkwaardige kerstbomen aangingen.

Vanaf morgen gaan we logeren bij onze vriendinnen in Sans Souci, een andere buitenwijk van Sydney. De dames zijn uiterst gastvrij maar geen thuiskoks; wij verheugen ons op culinaire sessies in hun uitermate goed uitgeruste keuken. Ik weet zeker dat zij uitkijken naar onze nasi goreng met sate, wagyu biefstuk met gebakken aardappelen en wat er zoal in onze koppies opkomt, met een beetje hulp van Curtis Stone (Coles) en andere Australische chefkoks. Geen idee hoe de internetverbinding volgende week zal zijn maar jullie merken dat wel. Het album Barefoot & Friends is aangemaakt, het Sydney foto-album blijft bestaan maar vind je bij mijn overige albums in de linkerkolom. 


dinsdag 8 december 2015

Innovation Nation?

Uit eigen ervaring weet ik al jaren dat Down Under op informatietechnologisch vlak ver achter blijft bij de rest van de wereld. In de Outback begrijp je dat nog eventueel maar voor een buitenwijk van Sydney is dat toch for crying out loud?! In het hotel waar wij thans verblijven, wordt met vouchers gewerkt die slechs een bepaalde tijd geldig zijn. Gratis, dat wel. Je moet constant in- en uitloggen en de snelheid en capaciteit van de verbinding laten te wensen over, zeker voor een blogger en amateurfotograaf als ik.

Het is fijn om toerist te zijn in Australië maar er is dus één ding dat mij tergt: gebrekkig internet. Even dacht ik dat ik tijdens deze reis het Zenstadium had bereikt. In Bali liep -bijna- alles op rolletjes, ik was zeer ontspannen. Ik kreeg nog nooit zoveel complimenten en kussen van mijn partner. Totdat ik mijn foto’s hier niet meer naar mijn online albums kon uploaden en mijn blogs met moeite kon publiceren. Toen was het Grrr@#$%^!*_&).
Ik was terug bij af, schold weer als vanouds op mijn computer. Mijn liefje keek mij meewarig aan. Ze vraagt al jaren aan Sinterklaas èn de Kerstman om een ronde vriendin in haar schoen of sok, geen puntige… Alle hoop is nu gevestigd op Ozzie’s Father X-Mas. Misschien lukt het met een beetje hulp van reismaatje Bernadette die zich over circa een week bij ons aansluit.

Op een ochtend sprak ik de aardige concierge van het hotel op het falende internet aan. Wat deden ze met wie en waarom zo? Dat vroeg ik met een grote glimlach op mijn gezicht. Ik vind hem een überaardig mens. Ik vertelde dat we in menig ontwikkelingsland hadden gereisd met 24/7 gratis wifi, zowel in openbare ruimten als in hotels. Waarom daar wel en hier niet? Hij begreep wat ik bedoelde, vertoonde zelfs iets van plaatsvervangende schaamte (wat nu ook weer niet de bedoeling was).
Hij legde mij uit dat het hotelmanagement zeer recent overstapte op gratis wifi. Men had zoveel negatieve commentaren van gasten gekregen dat ze geen keuze hadden. ‘They had to bite the bullet’, zoals hij het uitdrukte. Internet is nog steeds erg duur in dit land, in tegenstelling tot veel andere plekken ter wereld. Australië is een tamelijk conservatief land met veel oude mensen. Wellicht dat dit ermee samenhangt?

Tijdens eerdere rondreizen door het land moesten we vouchers kopen op campings in verschillende delen van het land. Vaak lag de verbinding eruit of kon ik nog geen foto opladen. We brachten hier menige dag zonder internetverbinding door, tot mijn grote frustratie. Het hotel ging niet in zee met de monopolist van Australië (Telstra) maar met een bedrijf dat niet het duurst en ook zeker niet het goedkoopst was. De concierge verklaarde dat het betreffende internetbedrijf een in- en uitlogbeleid hanteert met hernieuwbare vouchers, zodat voormalige gasten geen misbruik kunnen maken van de gelimiteerde verbinding (1.000 Mb downloadlimiet). Ik hield mijn mond maar… je kunt immers ook wifi-codes uitgeven zonder al die andere poespas.

Een uur later kochten we de Sydney Morning Herald van die dag. Guess what? Op de voorkant trof ik de kop aan “The Innovation Express”. Het ging erover. De nieuwe minister-president van het land maakte recent zijn regeringsplannen bekend. De mijnbouwindustrie ligt op zijn gat dus Tom Poes verzon een list. Daartoe behoort onder andere het plan om over een periode van vier jaar $1.1 miljard te gaan investeren in technologische innovatie. Nu klinkt dat als veel maar dat valt tegen. Ter vergelijking: de hotelconcierge vertelde mij dat enkele jaren geleden onderzoek was gedaan naar de aanleg van een nationaal breedbandnetwerk. Geschatte kosten: 25 miljard Ozzie dollars. Dat geeft je te denken over de te investeren miljard: het bedrag is niet bepaald revolutionair.

In datzelfde krantenartikel las ik dat Malcolm Turnbull ‘is to deliver the nation into the new world’. Weliswaar laat, wat mij betreft, maar een schone taak. Zeker beter dan bloody Tony Abbott en zijn regering (afgezet in september jongstleden) die als doel leek te hebben het land terug in de tijd te zetten. Zo kwam Australië in de afgelopen periode op een sneue 17de plaats te staan op de Global Innovation Index 2015 (Cornell University & INSEAD). Het land zakte in het afgelopen jaar twee plaatsen terug op de ladder van onderzoek en menselijk kapitaal en acht plekken voor wat betreft kennis en technologie. Tja.

MP Turnbull reserveert dus fondsen voor innovatie maar gaf in oktober tevens zijn zegen aan de voortgang van de impopulaire Carmichael kolenmijn in West-Queensland. Die mijn zal 60 miljoen ton kolen per jaar opgraven voor de export. Daar wordt Australië wellicht economisch beter van op de korte maar zeker niet op de lange termijn; dat geldt evenzeer voor Moedertje Aarde. Kolen zijn 19de eeuws, het zijn de zwaarste vervuilers ter wereld. Bovendien zal de kolenterminal van Abbot Point, gelegen in het Great Barrier Reef, moeten uitbreiden als deze productie doorgaat. Een groot risico voor een van de zeven wereldwonderen waar we later deze maand gaan snorkelen. Coal ships and coral reefs don’t mix!


Ocean care

Het is helaas geen tijd meer om walvissen te spotten in Sydney en omstreken; daarvoor kwamen we nèt te laat aan. In het tijdschrift Marine Policy stond recent dat het goed gaat met de Australische bultrug. Hun aantal neemt jaarlijks met 10% toe aan de oostkust en met 9% aan de westkust. Het zou gaan om een totale populatie van bijna 50.000 dieren. Wetenschappers die meewerkten aan het artikel pleiten ervoor om de bultrug van de Australische lijst van bedreigde diersoorten te halen. Het herstel van de bultrugpopulatie wordt als uitzonderlijk aangemerkt. Maar waakzaamheid is geboden. Geluidsoverlast, botsingen met schepen, verstrikking in visnetten en de toeristenindustrie van walvis spotten blijven een gevaar vormen voor de populatie.

Gisteren las ik dat Australië overweegt de Japanse vloot naar de rechtbank (terug) te slepen. Vorige week vertrok die naar de zuidelijke oceaan om dit seizoen 330 minke whales te doden. Japans beslissing om zich niets aan te trekken van de jurisdictie van het Internationale Gerechtshof als het gaat om “living resources of the sea” shockeerde het land. Het gerechtshof, Australië en menig ander land zijn van mening dat er niets wetenschappelijks aan die vangst is. Tijdens de ultraconservatieve Abbott-regering werd het gedoogd maar de nieuwe Turnbull-regering (hij was eerder Minister van Milieu) is tegen elke vorm van walvisjacht. Activistenorganisatie Sea Shepherd vertrok maandag jongstleden uit Melbourne om de Japanse vloot te hinderen en de jacht ongedaan te maken. Dat gaat hoogstwaarschijnlijk weer tot een aanvaring op open zee leiden.

In de Sydney Morning Herald van afgelopen week stond een interessant artikel over het planten van zeewier in de wateren van Sydney; mijn liefje maakte mij op dit project attent. In Little Bay, Cape Banks en Long Bay -langs de zuidelijke kustlijn van de stad- plantten wetenschappers in de afgelopen jaren matten met jong zeewier om daarmee nieuwe onderwaterbossen te doen ontstaan. Dit zogenaamde crayweed verdween 30 jaar geleden door vervuiling door rioollozingen in zee.

De nieuwe mannelijke en vrouwelijke plantjes groeiden en vermenigvuldigden zich dermate goed dat men onlangs een campagne startte om met publieke middelen dezelfde bossen te planten in de kustwateren van Palm Beach tot Cronulla; van de noordelijke stranden naar die in het zuiden van de stad. Het gaat om de plaatsing van 7.000 plantjes op een diepte van twee tot drie meter, langs een kuststrook van 70 kilometer. Het betreffende zeewier verschaft voedsel voor vele vissen, rivierkreeftjes en zeeoren (abalone).

Dr Marzinelli van het Centre for Marine Bio-Innovation van de Universiteit van NSW zei het heel schattig: “they had lots of sex, so they reproduced a lot”. Na ruim drie maanden waren er heel veel baby’s die over twee jaar zelf volwassen zullen zijn en zich dan gaan voortplanten. Een project van een dergelijke schaal werd niet eerder vertoond in en om Sydney. “It's Christmas time” zei diezelfde wetenschapper. “The best present you can give is to do something for the environment and plant underwater trees.”

Afgelopen weekend gingen mijn liefje en ik met de ferry van Circular Quay naar Manly, een van de levendigste wijken aan het water. We stapten aan boord nadat we een kopje koffie dronken bij Café Sydney, waar we met Bernadette een (hopelijk) spetterde Oudejaarsavond gaan vieren. We kwamen terecht in een zeldzaam lange wachtrij op pier 3 aan de drukke kade. Al wachtend, moesten we één rit aan onze neus voorbij laten gaan maar de ferry gaat elk half uur. Daarna zaten we in een heerlijk windje op de boeg van het grote schip. Het was circa 25 minuten varen, op de heenreis hadden we goed zicht op de Sydney Harbor Bridge, op de terugreis zaten we aan de kant van het Opera House.

Op Manly was veel te doen die dag, in het kader van de 22ste versie van de Ocean Care Day. Voor mij was het de eerste keer maar geven om de wereldzeeën en alle dieren die erin leven, doe ik al mijn hele leven. Er stonden tientallen stalletjes met vrijwilligers die zich inzetten voor behoud van oceaan en onderwaterwereld en de bescherming van zeezoogdieren en vissen. Ook de wat radicalere clubjes waren aanwezig, zoals Animal Liberation en Sea Sheperd. We spraken met een aantal van hen.

Met enige trots vertelden we onder andere over de terugkeer van de zalm in de Nederlandse rivieren en over het goede werk van TU-student Boyan Slat en zijn Ocean Cleanup-project dat in het tweede kwartaal van volgend jaar rondom een Japans eiland grote schoonmaak gaat houden met een immense stofzuiger in zee; en dat is nog maar het begin. Een van onze gesprekspartners ging voor werk naar Nederland voor een Meuse River-project (Maasproject).

Ik begrijp wel dat Australiërs in de eerste plaats zijn begaan met hun eigen omgeving. Down Under heeft een totale kustlijn van 30.270 km, inclusief Tasmanië. Als de omvang van alle bijbehorende eilanden groter dan 12 hectare wordt meegerekend, betreft het een kustlijn van 47.070 km. Dat is mij nogal wat om te conserveren. Onlangs startte men een campagne om de wateren rondom Sydney tot nationaal onderwaterpark uit te roepen. Zoals altijd, zijn er voor- en tegenstanders. Ik ben benieuwd hoe dit uitpakt.


P.S. Ken je het verhaal al van de Indonesische veiligheidsagenten die gisteren op de luchthaven van Denpasar een Brit uit een vliegtuig haalden omdat hij een nepbom in zijn bagage had? Wij inmiddels wel. Het stond op een Nederlandse nieuwssite. Het voorwerp werd bij de bagagecontrole ontdekt en ingenomen. De man mocht aan boord gaan van het vliegtuig van Qatar Airways, met bestemming Doha. Toen het toestel op de startbaan stond, werd het alsnog door de politie gestopt. De verdachte werd alsnog van boord gehaald. Ik begrijp niets van zo'n daad...

Raad eens wie ook in dat vliegtuig zat? Jawel, onze Ketut, de onschuld zelve. Hij vertrok uit Bali met vijf uur vertraging, vanwege het gedoe. Yuda huilde de tranen uit zijn ogen bij het afscheid met zijn bapak, volgens moeder Elsa. Zij en de kids keerden laat in Noord-Bali terug. Ketut landde inmiddels veilig in Kaapstad. Morgen wordt hij aan boord verwacht van zijn Amerikaanse werkgever, eigenaar van veel luxe cruiseschepen. Safe journey, Ketut!


zondag 6 december 2015

Bucketlist

Op vrijdag jongstleden lag ik voor het eerst in Australische wateren. We reden met de bus naar Coogee Beach, na een ochtendje computeren in het hotel. We zijn druk met de organisatie van een rondreis door Sri Lanka, na Australië. De eerste twee nachten in het hotel brachten we door in een kleine tuinkamer. We vroegen de concierge op de eerste dag of er wellicht een grotere kamer beschikbaar was. Hij puzzelde tot hij sterretjes zag, een recente annulering maakte het uiteindelijk mogelijk. Inmiddels verblijven we in een grote kamer met twee koninginnenbedden, een (eet)tafel met twee stoelen en een ruim balkon met zitje; dat alles met uitzicht op een ander deel van de hoteltuin. Happy!

De stranden rondom Sydney zijn wereldberoemd. Iedereen kent Bondi Beach er zijn nog 99 anderen in de stad! De ene is nog mooier dan de andere. Bondi is iconisch en tamelijk toeristisch, Coogee is meer voor lokalen, net als Bronte en Maloubra. In 2008 namen onze Sydney-vriendinnen Julie & Claire ons voor de eerste keer mee naar een aantal van de mooiste stranden in de omgeving. Sindsdien keren we met plezier terug naar die prachtige plekken.

Om de South Pacific Ocean in te duiken, moest ik moed verzamelen: mijn teen liet mij weten dat het water koud was. Na heen en weer gedrentel besloot ik de kou te trotseren en te water te gaan. Na twee minuten vond ik het al meer dan doenlijk, verfrissend zelfs. Ik had er absoluut geen spijt van. Mijn liefje, met mopperende gewrichten als het beneden een bepaalde temperatuur is, liet haar beurt deze keer voorbijgaan omdat de zee te heftig was naar haar goesting.

Zwemmen in het water van Coogee Beach was geen sinecure. Een jochie van een jaar of tien à elf verwoordde mijn opvatting goed. Hij kwam aangelopen met een bal onder zijn arm, vergezeld door een vriendje. Zei goed hoorbaar voor mij dat hij de voorkeur gaf aan Bondi Beach, met zijn rollende golven. Hij heeft gelijk: de branding van Coogee rolt niet maar crashed op de kustlijn. Dat onderging ik aan den lijve. Als je niet goed let op de golven die naar de branding spoeden, spoel je gehavend aan. Een van die golven was hoger en krachtiger dan gedacht; ik sprong voor mijn leven. Sinds mijn sneue heup ben ik voorzichtiger dan voorheen. Als ik nu val of in de wasmachine terechtkom, kan ik grotere schade oplopen. De zee blijft echter onweerstaanbaar aan mij trekken.

Gisteren hadden we een afspraakje op Bondi Beach met Karen en Victor. Karen is de dochter van onze vrienden Emmy & Hugo die hier sinds januari 2014 met haar partner in Sydney woont en werkt. Wij vierden Australia Day met hen in het jaar van hun aankomst. We spraken af voor een lunch bij restaurant The Bucket List, met uitzicht op een van de gezelligste stranden van Sydney. 

Miles, een van de personeelsleden en verwoed surfer, vertelde ons dat we lucky waren met zulke blauwe lucht, geen wolk en nauwelijks wind. Als de noorderwind blaast, zit het zand tot in je poriën en vliegen de servetten je om de oren. Hij bezocht Nederland in de jaren '80 en vertelde enthousiast over zijn ervaringen: bij nacht varen door de grachten, het Van Gogh-museum, een jointje roken, een excursie door de Heinekenbrouwerij waar je zoveel biertjes kon drinken als je wilde. Hij deed indertijd modellenwerk met vriend Tony die tegenwoordig met een boot toeristen langs de Whitsunday Islands vervoert. Laat dat nu onze volgende bestemming zijn in Australië?!

Het gaat goed met Karen en Victor. Ze zien er goed uit, zijn relaxed, hebben het erg naar hun zin, wonen fijn, hebben allebei interessante banen met dikke Australische salarissen en een kleine Nederlandse vriendenkring. Ze vinden de lifestyle Down Under heel prettig. Als het aan hen ligt, blijven ze er nog een hele tijd. Ik geef ze geen ongelijk! Waar aard je nog als je eerste baan je naar Sydney voert? Het zijn grote bofkonten en dat realiseren zij zich. Het was een gezellig weerzien, met een toepasselijke lunch van verse vis en glaasjes witte wijn. Zij gingen daarna het Sinterklaasfeestje vieren bij vrienden op Bondi, mijn liefje en ik doken het water in.

De reddingsbrigade deed oefeningen, de kustwacht circuleerde regelmatig boven het  water. Inderdaad, de golven rollen op Bondi Beach. Ze waren hoog maar heerlijk. Dat vond mijn liefje ook. Smile, you're on Bondi... Zo streep ik lekker af van mijn persoonlijke bucketlist.


donderdag 3 december 2015

Blijven = meedoen

Mijn liefje en ik burgeren verder in. Inmiddels zijn we in het bezit van een Opalkaart, een openbaar vervoerskaart die is te gebruiken in bus, tram, trein en ferry in en om Sydney. Iedere passagier moet een eigen kaart hebben, delen is niet toegestaan. Per 1 januari 2016 zullen andere abonnementen niet meer geldig zijn. In Nederland kennen we iets dergelijks al jaren. Hier werd de kaart ingevoerd naast andere reispassen, niet in plaats van. Er verschenen in de afgelopen maanden meer verkoop- en oplaadpunten. Wij schaften ieder een 20 Ozzie dollars-kaart aan en gebruikten 'm reeds voor ritjes naar Coogee Beach en Sydney CBD, het stadscentrum.

Eén van de dingen die mij nu opvalt, is het aantal Aziaten. Wij waren weliswaar in januari 2014 voor het laatst in Australië maar toen waren we kort in Sydney. Na onze aankomst vlogen we toen weldra naar Perth om een kampeerwagen te huren en in West-Australië te gaan toeren. In 2011 waren we langer in Sydney en omstreken. Het is vier jaar later; daarom is het niet verwonderlijk dat het een en ander in het straatbeeld veranderde.

Illustratie: Reuben Brand
Australië is altijd een smeltkroes van culturen geweest. De voorvaderen van de Aborigines kwamen circa 50.000 jaar geleden als eersten op het continent aan. Vroeg in de 17de eeuw kwamen de eerste Europese pioniers met hun schepen aan (boat people!). De staat New South Wales werd kort daarna de eerste overzeese strafkolonie van het Britse Koninkrijk.

De eerste religieuze vluchtelingen waren Lutheranen (17de eeuw). In de 19de eeuw betrof het een kleine groep Polen, Hongaren en Italianen die religieus en politiek asiel vroegen. In het begin van de 20ste eeuw volgden kleine stromen Russen, Grieken, Bulgaren, Armeniërs en Assyriërs. 7.000 joodse mensen vonden onderdak Down Under in de jaren 1933-1939, ten tijde van de opkomst van het Naziregime. Na de Tweede Wereldoorlog kwam een flinke stroom Polen, Joegoslaven, Letten, Esten, Litouwers, Oekraïeners en Tsjechoslowaken het land binnen, gevlucht voor Russen en hun communisme.
Het land nam een groot aantal Vietnamezen op in de jaren '80 van de vorige eeuw. Politieke dissidenten uit Chili, Argentinië en Uruguay kregen in diezelfde jaren asiel. Na het uitbreken van de Balkanoorlog (jaren '90) kreeg een stroom vluchtelingen uit Albanië, Bosnië, Croatië en Servië onderdak. In het begin van de 21ste eeuw waren de meeste immigranten afkomstig uit India en China.

Een mooi overzicht, het land kan trots zijn op zijn humane maatregelen. Niet alles was en is echter koek en ei. Tot halverwege de 20ste eeuw stond menig Australische regeringsleider een White Australia Policy voor waaruit een sterke voorkeur voor Europese immigranten sprak. Die politiek werd formeel terzijde geschoven, al hangt een politieke partij als One Nation Party/United Australia Party dat tot op de dag van vandaag aan. Ook Down Under heeft een Wilders. De aartsconservatieve voormalige minister-president Tony Abbott liet vluchtelingenboten uit Australische wateren verwijderen; omstreden maatregelen.

Illustratie: Michael Leunig
Dit is ons zesde bezoek en telkens valt het mij op hoezeer immigranten -uit 200 landen ter wereld!- zich Australiër lijken te voelen. Ze praten als Ozzies, hangen een Ozzie lifestyle aan. Men koestert de eigen afkomst maar is happy in het tweede vaderland. De oude Griekse dame van de gourmetwinkel, de Croatische jongedame van de schoenenwinkel, de Russische van de sportzaak, de Aziatische op de kledingafdeling van warenhuis David Jones, voor hen was (en is) blijven meedoen. En allen slaagden ze voor hun inburgeringstest. 

Iedere migrant dient een Australian Citizen Test af te leggen die is bedoeld om het evenwicht tussen diversiteit en integratie te bewaren. Om te worden toegelaten moet je tenminste 12 van de 20 vragen over Australische geschiedenis, cultuur en democratie goed beantwoorden en moet je over een adequaat Engels taalbegrip beschikken.

Misschien hemel ik het teveel op… maar hoe vaak ik al groepjes witte, gekleurde en Aziatische mensen samen zag op straat, in een café of restaurant en sportend is niet op de vingers van twee handen te tellen! Een mengelmoes van Engels met verschillende accenten vergezelt hen. En dan de culinaire tradities van over de gehele wereld. In de hoofdstraat, op loopafstand van ons hotel, vind je Libanese, Thaise, Chinese, Italiaanse, Griekse, Mexicaanse, Spaanse, Nepalese, Peruaanse, Franse en Vietnamese restaurants. Dat maakt het extra leuk hier te zijn.

De blogtitel verwijst naar de nieuwe slogan van de Nederlandse regering, na de komst van de grote stroom asielzoekende vluchtelingen uit het door burgeroorlog en reli-terrorisme (IS) geteisterde Syrië en Irak. Ik ben heel benieuwd hoe de integratie van hen in de Nederlandse maatschappij gaat verlopen. Op een of andere manier lijkt dat proces in het Vaderland moeizamer dan in Australië.



donderdag 12 januari 2012

She sells sea shells

Goed dan. Nog eentje over zon, zee en maan om het af te leren.
In de wateren van New South Wales leerde ik bodysurfen. Ik raakte er tamelijk bedreven in, al zeg ik het zelluf. Hoe je het doet? Je kiest een goede golf uit (oefening baart kunst) en begint een meter of twee vóórdat de golf omslaat krachtig te crawlen. Na 3 à 4 slagen til je je hoofd uit het water en laat je je bovenop de golf meevoeren. Met één arm gestrekt voor je uit als roer maar ook om het hoofd te beschermen tegen ongewenste botsingen. Soms tilde zo’n golf mij op en nam mij tenminste tien meter mee. Op bijgaande foto was ik overigens te laat. Ik kwam in een zogenaamde ‘barrel’ terecht. Alsof je in een wasmachine zit!

Het walvisseizoen is hier ruimschoots voorbij maar wij zagen flink wat bultruggen. Deze majestueuze walvissen zijn inmiddels in de koude, voedselrijke wateren van Antarctica aangekomen waar ze de komende maanden verblijven. Rondom het koude continent zullen ze niet de enige zijn... 100 jaar geleden, in januari 1912, voer een omgebouwde walvisjager een Antarctische baai binnen met Douglas Mawson aan boord. Hij was de leider van de 'Australasian Antarctic Expedition' en zette als eerste Australiër voet aan wal van Antarctica. De eerste Europeaan die dit continent bereikte, was de Noor Amundsen (ook in 1912).
Antarctica ligt op circa 7.000 kilometer ofwel 8 uur vliegen van Australië. De 'Australian Broadcasting Company' legt momenteel verslag van een bijzondere expeditie naar Antarctica. Het programma heet 'In de voetsporen van Mawson'. Het doet mij sterk denken aan 2011, toen men het Darwinjaar herdacht met een hernieuwde reis aan boord van de Beagle. Karen Barlow, ABC-journaliste en Antarctica-adept, is aan boord van het schip 'Aurora Australis'. Ik volg de reis via haar blog. Ik hoop ooit zelf een reis naar dit continent te maken.

Na de bultruggen kregen de tuimelaars van Forster mijn onverdeelde aandacht.
Mijn liefje ontpopte zich tot een uitstekende dolfijnenspotter. Bijna elke dag zagen we ze in groepen voorbijtrekken. Je kunt hier zwemmen met dolfijnen maar daaraan heb ik geen behoefte meer. Ik zwom voor het eerst met -getrainde- dolfijnen tijdens een vakantie in Israël (1994) en herhaalde dat tijdens een rondreis in Cuba (2000). Toen dobberde ik middenin de oceaan en maakte ik kennis met wilde dolfijnen. Een groot mannetje zocht toenadering tot mij. Het dier leidde mij weg van de andere zwemmers in de groep?! “Help” riep ik vertwijfeld naar mijn liefje die veilig aan boord bleef. Het liep goed af. Bij het afscheid kreeg ik een grote natte snuit tegen mijn gezicht gedrukt. Ik rook nog uren daarna naar vis, zelfs nadat ik mij vele keren had afgeborsteld. Die ervaring zal mij altijd bijblijven.

Eerder deze week had ik wederom een ‘close encounter’ met een volwassen dolfijn. Terwijl ik in een kayak peddelde, sprong er een grote tuimelaar voor mijn neus uit het water op. De fotograaf aan wal miste dat fotomoment. De bellen op het water (rode pijl) bewijzen echter de ‘footprint’ van het zeezoogdier. Deze ervaring had ze alledrie: de wow, goh en goede hemel-factoren!

En haaien? Die zag ik niet met eigen ogen maar ze zijn hier altijd en overal. Zeer recent werd in Australische wateren voor het eerst een hybride haaiesoort ontdekt: het gaat om een kruising van de gewone zwartpunthaai en de kleinere Australische zwartpunthaai. Dat is belangrijk nieuws: haaien zwemmen al 400 miljoen jaar in de oceanen rond en zouden in die periode nauwelijks fysiologische aanpassingen hebben ondergaan. Nu heeft men bewijs dat haaien zich wel degelijk aan de omstandigheden aanpassen. Wetenschappers van de Universiteit van Queensland zijn zeer enthousiast over de ontdekking. Men is van mening dat deze nieuwe soort samenhangt met klimaatverandering.

And last but not least: schelpen. Ik raapte ze in alle soorten en maten. Vrijwel dagelijks op verschillende stranden in en om Forster. Afhankelijk van de ligging van het strand, vond ik verschillende soorten. De soorten van Pebbly Beach zijn dikker en steviger dan die op Forster Main Beach die qua soorten weer verschillen van de dominante schelpensoorten van Nine Mile Beach. De uitgebreide schelpencollectie van New South Wales is online te bekijken. Het was voor mij een waardevol naslagwerk. Naast vele bekende schelpen trof ik soorten aan die ik niet eerder zag. De meest opmerkelijke eigen vondst staat links bovenin de collage. Aanvankelijk dacht ik dat het een nautilusachtige was. Een medeschelpenverzamelaar die lerares bleek te zijn en in de branding zocht, noemde ze cat’s eye shells en dat bracht mij op het spoor.

Deze katteoogschelp is geen echte schelp; het is het operculum: de afsluitklep van een zeeslakkenhuis (Turbo petholatus Linnaeus,1758). Het wordt ook wel ‘disc of the moon’ en maanoog genoemd. De intrigerende oogkant zit aan de buitenkant, de binnenkant heeft een spiraalvormige ribbel die links- of rechtsom kan draaien. Het geldt in bepaalde Pacifische culturen als bescherming tegen het boze oog en dient als sieraad. De linkerkolom geeft de eigen vondsten weer, de rechterkolom toont mogelijke sieraden. Een ring met een fraaie cat’s eye shell brengt al gauw $50 op?! Enkele examplaren gaan mee naar Spanje en nee, ze zijn niet te koop!



maandag 9 januari 2012

Grey Nomads

De zomer ging in New South Wales niet goed van start al waren er vele zomerse dagen. Het weer is niet stabiel: zonnige dagen worden wekelijks afgewisseld met regenachtige. “Niet normaal” volgens de lokalen. Wij kregen in de afgelopen maanden twee fikse hagelbuien, veel regen en een beetje kou. Desalniettemin werd het een fijne vakantie.
Het hoogseizoen in Forster lijkt alweer achter ons te liggen. Dit stadje aan de monding van de Grote Meren heeft doorgaans een populatie van 10.000. Op het hoogtepunt van de zomervakantie (rondom Kerst) verblijven hier 100.000 vakantiegangers. Die toename was goed te merken aan de kwalitatief slechte internetverbinding, de gevulde parkeerplaatsen, de volgeboekte restaurants, het drukke strand en de overvolle camping.

Wij zijn aan onze laatste week in Forster begonnen. Ik zal de mooie stranden en het boogieboarden gaan missen. Onze vriendinnen stelden voor dat we 'even' naar Fiji vliegen en dan met een nieuw visum naar Australië terugkeren. Alhoewel we het nog erg naar onze zin hebben, doen we het niet. Dokter Brugarolas wacht op ons. Bovendien moeten de paspoorten worden vernieuwd. Als dat is geregeld, kunnen we weer jaren op reis!

Op één plaats verblijven, beviel goed maar het nomadenleven trok als nooit tevoren. Ik keek verlekkerd naar al die fraaie kampeerauto’s die mij passeerden. Mijn liefje en ik namen ons dan ook voor de eerstvolgende vakantie in Australië weer met een kampeerauto op pad te gaan. Niets mooier dan 's morgens niet weten waar je 's avonds zult zijn! We zijn van plan opnieuw -maar nu héél langzaam- langs de woeste kust van West-Australië (Perth) naar Darwin (Northern Territory) te rijden. Daar vind je shark whales, de Pinnacles, stromatolieten, een aantal nationale parken, World Heritage Shark Bay en vele andere, fantastische plekken. We reden in 2005-2006 en in 2008 met een kampeerauto door het land en dat beviel heel goed. Het gevoel van vrijheid is op dit ruime continent ongeëvenaard. Australië leent zich uitstekend voor een rondtrekkend bestaan en vele ingezetenen doen het dan ook.

In de afgelopen jaren spraken wij regelmatig met rondtrekkende Australiërs. Zo ook in de afgelopen maanden. De meesten van hen waren 55-plussers die vertelden dat ze hun huis voor enkele maanden vaarwel zeiden om naar zonnige en/of droge oorden af te reizen. Een aantal van hen verkocht huis en haard, schafte een campervan of caravan aan en tourt door het eigen land. Jaar na jaar.
Sommigen verrichten vakantiewerk terwijl ze rondgaan maar de meesten genieten van hun pensioen en hun vrije tijd. Die grote groep wordt de grijze nomaden genoemd (al zijn velen niet grijs). De caravans en campervans waarin ze rijden, zijn doorgaans zeer goed uitgerust en soms van verbluffende omvang en luxe: twee-assers met 6 wielen, met uitschuifbare zijkanten waardoor ze nog groter worden, met wasmachine, freezer, kookeiland en dubbele koelkasten aan boord, met queen- en kingsize bedden, complete en-suite badkamers. Met recht motor homes.

In de afgelopen maanden las ik verscheidene caravan & campervan-tijdschriften, zoals 'Caravan & Motorhome ' en 'Caravanworld'. Deze magazines staan vol nieuwe ontwikkelingen, de laatste snufjes en een gigantisch aanbod aan tweedehands voertuigen. Mijn ogen gingen ervan glimmen… Enige tijd geleden zag ik een fantastische caravan die qua vormgeving was geïnspireerd door het Sydney Opera House. De naam van het voertuig is ‘Opera Capsule Caravan’ van de hand van Axel Enthoven. Hollandser kan niet! Axel is niet de enige die door Sydney wordt gegrepen. Voordat wij naar Europa terugreizen, gaan we nog enkele dagen logeren bij onze vriendinnen die daar wonen. Weer even hand in hand lopen over Circular Quay, iets meekrijgen van het Sydney Summer Festival dat rondom Hyde Park plaatsvindt, wellicht een bezoek brengen aan restaurant Aria (jurylid van Masterchef Australia Matt Moran). Een kleurrijk vooruitzicht.

In een ander kampeertijdschrift dat ik recent las, werd een hippe tent aangeprezen: de VW Campervan. Een trendy tent voor de jonge kampeerder. Het aantal jonge Australiërs dat kampeert neemt momenteel snel toe. Ook Claire & Julie hebben een caravan. Dat is nog iets dat wij, Hollanders, met de Aussies gemeenschappelijk hebben. Dit jaar willen mijn liefje en ik met onze eigen 'Vent' door Europa gaan toeren; dat deden we tot nu toe nauwelijks. Ons gezellige en comfortabele huis op wielen komt na lange tijd weer uit de stalling. Gaan we zelf Pipo de Clown en Mama Lou spelen.



donderdag 5 januari 2012

Queens of the King Prawn Sandwich

Dit blog had ook zomaar 'Gone Fishin‘ – part 2' kunnen heten. Deel 1 ging over vissen, zeg maar gerust héél grote vissen, die door anderen werden gevangen. Deze keer is anders.

We gingen namelijk weer het water op met onze vriendinnen Claire, Julie en Lucy en nu gingen de hengels mee. Na een langzame start in de ochtend werd de trailer met boot rond lunchtijd door Claire vakkundig het water ingereden via een van de bootramps in Forster Keys. De dames zijn goed op elkaar ingespeeld: de ene chauffeert, de andere geeft richtingaanwijzingen. De ene laat de boot te water, de andere rijdt de lege trailer naar de parkeerplaats. Zo’n samenwerking en taakverdeling komt mij, co-caravanner, bekend voor al zijn mijn Aussie-vriendinnen beiden geduldiger dan ikzelf. Een mens is nooit te oud om te leren. Ook in mijn geval lijkt dat soort intelligentie met de jaren toe te nemen. Ik spreek muzelluf ter aanmoediging toe dat ik nu eenmaal de jongste van allen ben...

We voeren over Wallis Lake totdat mijn liefje, inmiddels een geoefend 'spotter’, een vin dacht te zien. Dat bleek spot on! Daar was er nog een, en nog een. Het ging om een grote groep wilde dolfijnen die op weg leek naar de oceaan, via de Forsterbrug. Claire ontpopte zich tot een (min of meer) deskundige dolfijnengids. “Welcome on board Sea Gals & Co. In front of you, I mean on the left side of the boat, oh-no on the right side, uhhhm behind the boat you see a large pod of bottlenose dolphins.” Het lag niet aan haar, ze zwommen inderdaad overal om ons heen!
We volgden de dieren op gepaste afstand en met getemperde snelheid. Ik was verrukt over hun nabijheid. Ze waren groot. Ook hond Lucy was hyperenthousiast. Normaal gesproken maakt ze nauwelijks of geen geluid maar op dat moment des te meer! Met haar zwemvest aan drentelde ze heen en weer over de plecht van de boot.

's Ochtends was mijn liefje het dorp ingegaan om een verrassingslunch voor ons te kopen: king prawns. 'Vanochtend zwommen ze nog... ' Eerder schreef ik over de piekervaring van het eten van een prawn sandwich op Australische wijze. Je koopt de gewenste hoeveelheid garnalen in de schil, een gesneden witbrood, een kuipje boter, verse peper en Bob’s your uncle! Normaliter gruwel ik van witbrood maar soms moet weerzin wijken voor een nieuwe ervaring. Prawn sandwich eten aan boord van een boot, in goed gezelschap, op een prachtig meer maakte dat alles nóg smakelijker. Het voordeel was deze keer dat de schillen overboord mochten. Een flesje (alcoholvrij) ginger beer light completeerde mijn lunch.

Daarna was het tijd voor vissen. We legden aan in de nabijheid van een grote oesterbank dus dat zou gunstig moeten uitpakken... Als aas werden ongekookte kleine garnalen gebruikt. Claire voorzag de vishaak van een garnaal en daar ging ik.
Op het gebruik van een werphengel moest ik een paar keer oefenen. De eerste keer zwiepte de hengelpunt namelijk hard zonder draad uit te rollen zodat het aas van mijn haakje vloog, de tweede keer schoot de lijn tientallen meters ver bij mij vandaan. Vanaf de derde keer liep het echter gesmeerd. Ik hield de vinger aan de draad en opeens voelde ik een flinke ruk. Ik haalde de hengel op en de garnaal was weg. 1-0 voor de vis. Dat ging zo nog even door totdat ik op het juiste moment weerstand bood. Beet! Een kleine zilveren vis met gouden streep op de flank bungelde aan het einde van mijn lijn. Volgens de meisjes was de gevangene een bream, volgens mij een brasem. Claire verwijderde het haakje zorgvuldig uit de bek van de vis die daarna werd teruggezet in het kristalheldere water. 1-1 voor mij. Niet lang daarna volgden exemplaren 2 en 3. De laatste was de grootste brasem. Als viswinnaar van de dag vond ik het welletjes. Daar voor later in de middag een flinke omweersbui was voorspeld, leek het ons raadzaam huiswaarts te keren dus we voeren naar Forster Keys terug.

Onderweg zag ik een vogel met immense vleugels boven het water cirkelen. Het dier kwam dichter- en dichterbij, tot het op enig moment recht boven ons hing en ik het lichaam goed kon zien. Het bleek om een witborstzeearend (white bellied/white breasted sea eagle) te gaan; de een na grootste roofvogel van Australië. Het majestueuze dier streek in een boom langs het water neer waar ik een foto kon maken. We dobberden een tijdje in verrukking rond. Een heuse zeearend?! Niet lang daarvoor dacht ik er eentje boven het strand te zien die met een propeller aan de snavel bleek te zijn uitgerust. Kasian. Maar deze was echt, van vlees en bloed. Wow! Wat een dag.



zaterdag 31 december 2011

New Year’s Eve 2011 - time to dream

Het meest gehate woord van 2011 was in Australië... ‘whatever’. Al voor drie jaar op een rij. Zelf vind ik het ook een woord met negatieve connatie omdat het vooral onverschilligheid uitdrukt. Als iemand je iets vraagt en je antwoordt met whatever, zeg je ‘bekijk het maar, zoekt het zelf maar uit, mij interesseert het niet’. Het toppunt van onverschilligheid? Een giraffe die de schouders ophaalt. Honoré de Balzac drukte het ooit serieuzer uit: “onverschilligheid is als het ijs aan de polen: het doodt alles.” Zijn uitspraak klinkt nu onbedoeld ironisch.

De meest gegoogelde zoekterm van 2011 op het wereldwijde web was ‘what is love?’. In tegenstelling tot ‘whatever’ druk deze vraag een mate van betrokkenheid uit. Betrokkenheid maakt van de wereld een betere plek. Daarin geloof ik. Ieder formuleert daarop wellicht een ander antwoord. Het mijne is: samenzijn in het hier en nu met iemand die je hart verwarmt. Ik prijs mij gelukkig met zo iemand aan mijn zijde. Cartoonist Michael Leunig, werkzaam voor de Australische kranten ‘The Age’ en ‘The Sydney Morning Herald’ (tevens dichter en filosoof) zegt daarover "Love one another and you will be happy. It's as simple and as difficult as that."

Dank voor het lezen van mijn (105) blogberichten dit jaar. Augustus in Spanje was de magerste maand, met slechts 5 blogs. Blog ‘Wat mot dat?!’ (over de Atlasvlinder in de tuin in Bali) was dit jaar het meest gelezen bericht. Het meestgebruikte zoekwoord dat mensen op mijn blog bracht was ‘koraalvissen’, over de nieuwe soorten tropische vis die rondom Bali werden ontdekt. De natuur en mijn eigen belevenissen op drie continenten waren de rijkste bronnen van inspiratie. 2011 was een, in vele opzichten goed jaar voor ons. Het mooiste vond ik dat mijn liefje met vlag en wimpel door elke medische controle kwam.

2011 was voor de wijde wereld een zeer bewogen jaar: de Arabische lente brak aan, de ‘Occupy’-beweging ontstond, het instituut ‘rooms-katholieke kerk’ loopt nu ècht op de laatste benen. ‘Wir haben es nicht gewusst…’ I seriously doubt that! Ook Moeder Aarde liet zich dit jaar van haar wreedste kant zien met grote natuurrampen (Japan, Nieuw-Zeeland, Australië) maar toonde zich ook van haar fraaiste zijde met de ontdekking van nieuwe en het herstel van bedreigde diersoorten. Legendes stierven - sommigen veel te jong, tirannen vonden de dood. En de politiek? Japan ging op walvisjacht met het geld dat was ingezameld voor de slachtoffers van de Fukushima-tsunami... Een goed voorbeeld van een slechte zaak. “I looked up the word politics in the dictionary. It is actually a combination of two words: ‘poli’ meaning many and ‘tic(k)s’ are bloodsuckers”. Aldus de Amerikaanse cabaretier Jay Leno. Tja.

En zo breekt Oudejaarsavond dan aan. Wij gaan straks kijken naar het nieuwjaarsvuurwerk boven de Forsterbrug. Dat is weliswaar niet zo markant als het vuurwerk boven de Sydney Harbour Bridge maar memorabel zal het zijn. In Sydney wordt voor $ 6.000.000 de lucht ingeschoten. Het thema voor dit jaar is 'Time to dream'. Anderhalf miljoen kijkers zullen het evenement ter plekke aanschouwen. Dit jaar zullen ook 350.000 slechtzienden en blinden in Australië voor het eerst het spectaculaire vuurwerk ‘zien’ met hulp van een verslaggever. De 60 kilometer electriciteitskabel die aan de ontsteking ten grondslag ligt, zullen ze niet kunnen zien maar het feit zal zeker worden vermeld.

Het blijft een gek idee: mijn liefje en ik beginnen weldra aan 2012 als Nederland nog ruimschoots in het vorige jaar vertoeft! Australië verankerde het warme gevoel dat wij sinds 2006 voor het continent hebben. Niet in de laatste plaats vanwege de gastvrijheid van Claire & Julie en hun Furry Princess. Hun vriendschap deed mij in de afgelopen maanden een aantal nare kwesties tijdelijk vergeten.

Ik zit vol goede voornemens voor 2012, voor onszelf en voor anderen. Laten wij verdriet, lichamelijk ongerief, de boze buurman, stress, financiële tegenslag, verbroken relaties, corruptie, geruzie en al het andere gedoe achterlaten en met -hervonden- optimisme en vertrouwen het nieuwe jaar instappen. Met ernstige ziekten moeten we leren leven, helaas. Ik hoop volgend jaar op nóg meer en snellere vooruitgang in medisch onderzoek!

Vanuit Australië wensen wij jullie, vrienden, familieleden, kennissen en eenieder die jullie dierbaar is, het allerbeste voor het nieuwe jaar. Hopelijk heeft het jaar hernieuwde vriendschappen voor ons in petto. Ik kijk ernaar uit.

Vrienden Richard & Leon verwoordden hun nieuwjaarswensen mooi:




‘Denk niet zwart/wit
Leef niet grijs
Maak van 2012 een kleurrijk jaar’


Happy New Year!


P.S. Nagekomen bericht (18:00 uur lokale tijd): de parken rond de haven van Sydney zijn reeds volgestroomd! Er zijn daar momenteel wel donkere wolken aan het firmament... oh-oh. Hier schijnt de zon nog volop. Wij wandelen over enkele uren richting vuurwerkplek.


Bericht 2: het werd een leuke avond uit, met heel veel mensen op de been; zowel in Forster als in Sydney.
De allerbeste wensen voor het nieuwe jaar dat hier mooi is begonnen!