Translate

Posts tonen met het label SOS Mar Menor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SOS Mar Menor. Alle posts tonen

maandag 7 september 2026

De avonturier van de zee

In Nederland is het culturele seizoen 2026-2027 weer officieel begonnen. Nee, dan aan de Costa Cálida... daar is het pas on-Nederlands! Wie in Cabo de Palos onder water gaat (een favoriete snorkel- en duikplek voor velen, ook van mij), betreedt een wereld waarin niets is wat het lijkt. Tussen het wier, de uitgestrekte zeegrasvelden en rotsen leeft een diertje dat eruitziet alsof het rechtstreeks uit een sprookje is weggezwommen: het zeepaardje.

Wie in Cabo de Palos boven water blijft, betreedt een wereld van zeepaardjes op het droge. Er is daar momenteel een rondreizende openluchtexpositie te zien (tot 13 september), getiteld ‘El avonturero del mar’ (de avonturier van de zee). Kunstenaars uit de regio namen zeepaardjes kunstzinnig onder handen. Dit initiatief dat kunst en natuur combineert, werd georganiseerd door de Spaanse krant La Verdad. Deze krant besteedt heel vaak aandacht aan de toestand rond Mar Menor. Deze expo heeft dan ook als doel de aandacht te vestigen op de kwetsbaarheid van de Middellandse Zee, maar met name de Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee, die van oudsher een toevluchtsoord is voor zeepaardjes. In de afgelopen decennia raakte die zee zeer vervuild. Kunstenaars uiten met hun kunstwerken kritiek op plastic- en andere vormen van vervuiling maar niet elk commentaar is kritiek. Er wordt ook een ode gebracht aan de zee en het bonte leven in zee.  

Mijn eigen liefde voor zeepaardjes stamt uit een ver verleden. Als kind vond ik een keer een dood zeepaardje (kortsnuit) in de branding van het strand van Kijkduin. Slechts éénmaal in mijn leven zag ik een levende onder water met eigen ogen, snorkelend op het Australische Great Barrier Reef. Goeie, ouwe tijden! 

Wel heb ik het diertje meermalen gezien in een museale omgeving. Zo reden we in Tasmanië kilometers om daar in een groot aquarium (Seahorse World) diverse soorten zeepaardjes te zien. Ik word er nog steeds mee gepest door vrienden en mijn toenmalige reisgenoten dat ik per se naar de andere kant van de wereld moest om zo’n miniscuul diertje te zien. En het was niet eens een paardje!  Seahorse World had er heel veel en ze waren stuk voor stuk prachtig en fascinerend. Met mijn neus stond ik tegen de glazen wand gedrukt. Er zijn 40 à 50 soorten bekend in de wereld. De ‘leafy seadragon’ vind ik een van de mooiste. Als dit diertje zich niet voortbeweegt maar ergens stil hangt, lijkt het net op zacht koraal dat meewuift op de stroming.  

Een zeepaardje is eigenlijk een vis. Daarmee houdt vrijwel iedere overeenkomst met een gewone vis op. Dit dier zwemt rechtop, heeft een kop die echt doet denken aan een paard en een staart waarmee het zich als een slingeraap aan planten en andere voorwerpen kan vastgrijpen. Omdat het maar een heel summier rugvinnetje heeft waarmee het zich voortbeweegt, is het een slechte zwemmer. Het dier heeft echter goede camouflage. Het kan de eigen kleur aanpassen aan de omgeving en zo vrijwel tussen het wier en andere onderwaterplanten verdwijnen.

Nóg wonderlijker zijn de ogen. Die kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. Terwijl het ene oog de omgeving in de gaten houdt, kan het andere naar een prooi zoeken. De prooi van een zeepaardje is meestal klein: piepkleine kreeftachtigen en vislarven. Een zeepaardje heeft geen tanden en geen maag. Het dier zuigt voedsel naar binnen met een lange buisvormige snuit, als een minuscuul pipetje. 

Maar het werkelijk wonderlijke ontdek je bij de voortplanting. Bij het zeepaardje wordt het mannetje zwanger. Tijdens een bijzondere onderwatertango zwemmen het mannetje en vrouwtje samen, met hun staarten ineengestrengeld. Vervolgens brengt het vrouwtje haar eitjes over naar de broedbuidel van het mannetje. Daar worden ze bevrucht en groeien de embryo's uit tot jonge zeepaardjes. Na enkele weken brengt het mannetje de miniatuurzeepaardjes ter wereld.

Door een aantal van deze aspecten is het zeepaardje heel kwetsbaar. Het is honkvast, zwemt langzaam en is sterk afhankelijk van een gezonde leefomgeving. Die leefomgeving kreeg in Mar Menor zware klappen. Deze grote binnenzee was ooit een rijke wereld vol zeegras, vissen, schelpdieren en zeepaardjes. Maar door decennia van menselijke druk, vervuiling en een teveel aan voedingsstoffen in het water raakte het evenwicht ernstig verstoord. Het heldere water veranderde, gezonde leefgebieden verdwenen en de zeepaardjes werden steeds zeldzamer.

Onderzoek toont aan dat de populatie van het langsnuitzeepaardje (Hippocampus guttulatus) in enkele decennia van miljoenen dieren terugviel tot slechts enkele duizenden. De lagune had vroeger dichte velden met zeegras en een stabiel ecosysteem, wat de ideale leefomgeving vormde voor deze kwetsbare dieren. Vanaf de jaren '90 van de vorige eeuw nam de populatie sterk af door illegale vangst voor decoratie en aquaria, door vervuiling en veranderende waterkwaliteit. In 2012 waren er nog zo'n 190.000 over maar door aanhoudende ernstige ecologische crises en door verstikking vanwege ongebreidelde algenbloei (de zogenaamde ‘groene soep’) stortte de populatie in. Na telling bleken er destijds nog maar enkele honderden rond te zwemmen. In 2020 verklaarde de regionale visserijdienst dat er bijna geen paardjes over waren...

Desalniettemin is het verhaal van het zeepaardje niet eindig. Er wordt gewerkt aan het behoud van deze bijzondere vis, onder meer door veel onderzoek en door kweek in gevangenschap. Dat maakt het zeepaardje tot meer dan een curiositeit van de onderwaterwereld. Het is een klein, levend symbool van wat er verloren kan gaan wanneer een ecosysteem wordt verwaarloosd. Wie een zeepaardje ziet, kijkt dus eigenlijk naar een klein wonder. Wie er geen meer ziet, moet zich ernstig afvragen waarom dat zo is. 

Het zeepaardje staat in dit geval symbool voor de kwetsbaarheid van zeeën. De stichting en het project 'SOS Mar Menor' hebben het zeepaardje als symbool. De documentatie, vlaggen, t-shirts, posters en andere merchandise hebben een zwarte achtergrond met een wit paardje erop. Het staat symbool voor wat wij kunnen verliezen als we ons gedrag niet aanpassen en de leefomstandigheden van dit bijzondere diertje niet verbeteren. 

De tentoonstelling in Cabo de Palos gaat vooral over de vraag wat wij de zee kunnen teruggeven. Als je over de veelbesproken binnenzee kijk, zie je in ieder geval een uitgestrekt wateroppervlak. Maar daaronder, verborgen tussen het zeegras (Posidonia oceanica, minstens zo bijzonder is als dit diertje), kunnen zich weer dappere zeepaardjes gaan vastklampen. Dat noem ik verbeelding. 

Laten we dat weer realiteit maken. 



vrijdag 6 februari 2026

Zeldzaam

We wandelden langs het strand (Middellandse Zee) toen mijn oog viel op iets kleins in de branding. Dat overkomt mij vaker want sinds mijn kindertijd raap ik (dode) schelpen. Dan ontwikkel je een zogenaamd ‘zoekbeeld’. Als er dan iets ligt dat opmerkelijk is van kleur of vorm, zie je het sneller dan iemand die er geen gewoonte van maakt naar de grond te kijken.

Het was een klein, krabachtig iets met een dik schild, piepkleine scharen en een lange spriet aan één kant. Ik stond stil op die plek langs het water omdat onze Engelse vrienden Pat & Sue net uit het water stapten. Zij zijn winterzwemmers of, beter gezegd, zij zwemmen het hele jaar door in zee. Beiden hebben een extra beschermlaag om niet direct te verkillen zodra de teen met koud water in aanraking komt (als je begrijpt wat ik bedoel...) Wij koukleumen, bibberen al bij de gedachte maar wij hebben dan ook geen extra vetlaag. Voor de goede orde: het zeewater heeft nu de temperatuur van de Noordzee in de zomer. Noem ons watjes. 

Pat hield zijn hand op zodat ik een close up-foto kon maken. Daarna zette ik het diertje van ongeveer 2cm terug op het zand. Thuisgekomen, zocht ik met Google-lens wat ik had gefotografeerd maar dat leverde weinig zinvols op. Dus Tom Poes verzon een list. Al jaren klop ik met enige regelmaat aan bij de deskundigen van onderzoeksinstituut en natuurhistorisch museum Naturalis. De persoon die doorgaans het contact met de buitenwereld onderhoudt, heet Alice.

Er zit al sinds de kindertijd heel veel verwondering in mij. Een voortdurende nieuwsgier en verbazing over wat zich om ons heen bevindt. Zo ontstond ook de natuurvorser in mij en die is nog steeds springlevend. Ooit vond ik twee witte meeverende pingpongballen met een zwart staartje langs een afgelegen strand in Noord-Bali. Ik nam de ballen niet mee maar fotografeerde ze en stuurde die foto naar Naturalis. Het bleek te gaan om doodgewone kogelvislarven, al is deze vis, de fugu, berucht om zijn sterke gif.  

Of die keer dat ik dacht bij de Zandmotor ter hoogte van Ter Heijde (Zuid-Hollandse kust) een fossiel bot te hebben gevonden. Die zandmotor was net aan de kust aangebracht als maatregel tegen zeespiegelstijging. Daar deden mensen in de loop van de tijd heel bijzondere vondsten. In mijn geval was het echter geen miljoenen jaren oud bot maar een van een hedendaags rund dat waarschijnlijk in de Noordzee verdronk. Met dank aan Naturalis. Dus nee, tot dusver deed ik nooit bijzondere vondsten of ontdekkingen, niets dat mijn naam verbindt met de eeuwigheid. 

Eerder deze week las ik het boek uit, getiteld ‘Waanzin aan het einde van de wereld’ van de Amerikaan Julian Sancton. De ondertitel luidt ‘De noodlottige reis van de Belgica door de donkere Antarctische nacht’. Dat zegt genoeg. De jonge Belgische commandant en expeditieleider Adrien de Gerlache vaart in 1897 met zijn bemanning -onder andere met een jonge Roald Amundsen aan boord- naar ijscontinent Antarctica. Hij wil de eerste zijn die de geomagnetische zuidpool bereikt. Het wordt een verhaal van grote tegenspoed (op alle terreinen). Niet iedereen overleeft dat avontuur. 

Maar op de wereldkaart staat tegenwoordig wel een Wiencke-eiland, naar de verdronken jonge Noorse zeeman met dezelfde achternaam en de De Gerlache Strait. Daar vind je ook de Danco-kust, naar de eveneens omgekomen Belgische luitenant en geoloog Danco. Dat bedoel ik maar! 

Binnenkort begin ik aan Sanctons tweede boek, getiteld ‘Het fortuin van Neptunes’. Dit is het waargebeurde verhaal van het legendarische 17de eeuwse Spaanse galjoen dat zonk voor de kust van Colombia met meer dan een miljard dollar (omgerekend) in goud en zilver aan boord.

Ik stuurde deze keer weer een bericht naar het contactadres van Naturalis en voegde de foto toe. Ook vroeg ik of Alice er nog werkzaam was. De laatste keer dat ik contact opnam, ligt alweer enkele jaren achter mij. Doorgaans reageert men vrij snel, deze keer niet. Tijdens de wachtdagen las ik in de krant rouwadvertenties die uit naam van het instituut waren opgesteld. Het ging om de directeur van Naturalis, Marjolein Breemer. Zij overleed onverwachts, op 49-jarige leeftijd. Bioloog Freek Vonk sprak in het openbaar over de verbijstering die in de organisatie heerste. Ineens begreep ik waarom ik langer dan gewoonlijk moest wachten op antwoord. 

Na ruim een week stuurde ik een herinneringsmail, inclusief betoond medeleven. Niet lang daarna kreeg ik alsnog antwoord... van Alice. Ze dankte mij voor de betoonde compassie en ging daarna over tot de orde van de dag. Ze had mijn foto voorgelegd aan haar collega Charles, expert op het gebied van kreeftachtigen. Die stelde vast dat het gaat om een primitief soort krab, Albunea carabus. In het Engels wordt het dier ook wel ‘mole crab’ (molkrab) genoemd. Het zeediertje gebruikt zijn afgeplatte poten om zich in te graven in de zandbodem. Ik was hem of haar dus net voor geweest op het strand. Het blijk een vrij zeldzaam dier. Joehoe! Het is nog steeds geen wereldfaam, het zal niet de boeken ingaan als ‘cancer nudis pedibus Barefoot’ maar het is evenmin een onbeduidende vondst. Alice stuurde een Wikipedia-artikel mee waarin de fysieke kenmerken en habitat van het minikrabje nader worden toegelicht. 

Wij wandelden recent langs de boulevard van Los Alcázares toen mij een folder in de hand werd gedrukt. Het bleek te gaan om een korte geschiedenis van de Mar Menor, in cartoonvorm en met volle tekstballonnen. Een onderwerp dat mij na aan het hart ligt. Ik blogde al heel vaak over de penibele situatie van deze gemaltraiteerde zee. In de folder wordt de binnenzee echter afgebeeld als verleidelijke blauwe blob met lang haar. In de realiteit is Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee, al decennialang slachtoffer van ernstige vervuiling door illegaal lokaal en regionaal landbouwafvoer, door mijnbouw en toeristische bebouwing. Deze zee kreeg vorig jaar, als eerste Europese ecosysteem, een eigen juridische status. Daarmee kreeg het officieel bestaansrecht en recht om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen, te worden hersteld en beschermd. 

In 2008 nam de Ecuadoriaanse regering als eerste ter wereld een wet aan die de natuur van ‘Pacha Mama’ moest gaan beschermen. Als tweede land in de wereld nam Bolivia in 2015 een wet aan die de rechten van Moeder Aarde moest gaan beschermen. De Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland, stromend op Maori-land, verkreeg juridische status in 2017. In 2018 werd door het Hooggerechtshof van Colombia een wet bekrachtigd die de rivier Amazone als ecosysteem juridische rechten verschaft. Dat was nadat een groep jongeren een rechtzaak aanspande tegen de toenmalig president van het land. En nus dus ook Mar Menor. 

Teresa Vicente (1962) is een Spaanse hoogleraar rechtsfilosofie, gespecialiseerd in mensenrechten en natuurrechten, aan de Universiteit van Murcia. Zij is een van de instigators van het volksinitiatief om de Mar Menor rechtspersoonlijkheid te verlenen. Ze zette zich er vele jaren voor in en in 2022 werd die wet in Spanje aangenomen. Die waarborgt voortaan de rechten van dit bijzondere ecosysteem als rechtspersoon. Allereerst richtte ze de organisatie SOS Mar Menor op. Een slimme vrouw met visie en passie. 

In 2023 ontving Vicente de eremedaille van de Raad van Europa voor het belangrijke vrijwilligerswerk dat ze deed. In 2024 ontving zij de prestigieuze Goldman Environmental Prize voor haar inzet. Deze internationale prijs wordt ook wel de Groene Nobelprijs genoemd. Zij groeide op aan de Mar Menor, zwom als kind in het kristalheldere water van de zoutwaterlagune, snorkelend en genietend van de aanwezige populatie zeepaardjes. Die tijden zijn niet meer... Chronische vervuiling veranderde de zee in een kerkhof. Een massale vissterfte in 2019 zette Vicente ertoe aan actie te ondernemen. 

In december 2025 trad ze af. Deze gedreven activiste legde haar functie als voorzitster van het ‘Comité van Vertegenwoordigers’ neer, na die slechts zes maanden te hebben vervuld. Dit is een van de drie toezichthoudende organisaties die een oog houdt op naleving van de wet. Dit comité bestaat uit drie leden van de Spaanse overheidsadministratie (die het algemeen belang moet dienen), drie ambtenaren van de autonome regio Murcia en zeven gekozen burgers en heeft als taak maatregelen voor te stellen die de binnenzee ten goede komen. 

Als reden van ontslag gaf ze op dat haar commissie wordt ‘verlamd’ door de regionale en nationale overheid. In haar ontslagbrief lichtte ze haar besluit nader toe. De overheidsinstanties –de autonome regio Murcia en de Spaanse staat- hebben ten onrechte een soort vetorecht gecreëerd over veel van de ingediende initiatieven. De door deze overheden benoemde vertegenwoordigers gedragen zich meer als verdedigers van de overheid dan als verdedigers van de rechten van Mar Menor, waarvoor ze juist zijn benoemd. 

Een dergelijk vetorecht was nooit de bedoeling en als de leden van het comité hadden geweten dat het zo zou uitpakken, zouden ze het anders hebben gedaan. Vicente en haar collega’s hadden niet verwacht dat de socialistische regering van Pedro Sánchez de handen ineen zou slaan met de PP-regering in de regio Murcia. ‘Ze vertegenwoordigen de beide regeringen en denken als één geheel.’ Aldus een uiterst kritische Vicente. 

Het Spaanse ministerie van Milieu verklaarde dat het de beslissing van Teresa Vicente om af te treden respecteert maar de opgegeven redenen niet deelt. Tja. Haar vertrek is slecht nieuws voor Mar Menor.

 

woensdag 11 juni 2025

Cruisin' together... ♫

We gingen afgelopen weekend het water op met onze vrienden Paco y Rolando. Zij zijn zelf booteigenaren in Nederland maar we stapten niet bij hen aan boord. Nee, we gingen aan boord van een opgeknapt Spaans cruiseschip om te gaan varen op de Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee (135km2). De Spaanse organisatie die de tocht organiseert en uitvoert, heet Cruceros Mar Menor. Niet heel creatief maar je weet wel waar je aan toe bent als je zoekt naar een bootritje. 

Wij zagen deze boot aan het einde van de vorige zomer naar de aanlegplaats van Los Alcázares varen en afmeren waarna een stel jolige passagiers van boord stapte. Dat wekte mijn belangstelling. Ik liep op de kapitein af en vroeg hem wat deze vaart inhield. Het bleek een zonsondergangcruise te zijn met wijnproeverette aan boord. Varend wijn savoureren? Dat leek ons leuk! Dat bleek echter de laatste vaart van het seizoen te zijn. Ik kreeg een folder mee die we bewaarden tot het volgende seizoen.

Nu dus. Momenteel vaart men alleen uit op zaterdagochtend (11:00 uur). Alhoewel de zomer hier is begonnen, is dit voor hen nog min of meer voorseizoen. Zonsondergangcruises worden alleen in het hoogseizoen georganiseerd. Dan kan voor deze rondvaart ook worden opgestapt in Lo Pagán en Santiago de la Ribera. Wellicht gaan mijn liefje en ik later deze zomer nog een keertje mee. 

Op de website van het bedrijf is te lezen dat het schip Joven Ana Belen vorig jaar grondig werd gerenoveerd. Er kwam een zonnescherm op het bovendek (geen overbodige luxe), het dek werd gemoderniseerd, de toegang to de boot werd vergemakkelijkt, de elektrische installatie werd vernieuwd, aan de achterzijde van het schip kwam een zwemplatform, de toiletruimte werd vernieuwd. De boot is nu ook toegankelijk voor rolstoelgebruikers. De Ana Belen werd uitgerust met een AIS-systeem (klasse A), een automatisch identificatiesysteem dat in verbinding staat met de Maritieme Reddingsdienst. Dus als het ten onder gaat, weet die dienst het tenminste! Nu moet wel worden vermeld dat de Mar Menor nergens dieper is dan zeven meter maar verdrinken kun je daarin niettemin. En, het klapstuk van alle verbeteringen, er werd een model van een zeepaard op de boeg geplaatst; het logo van het bedrijf. 

In 2012 waren er in Mar Menor nog ongeveer 200.000 zeepaardjes, in 2022 was dat aantal door hardnekkige vervuiling gedaald naar 800 exemplaren. In 2023 trof men er zelfs nul aan... De Universiteit van Murcia startte daarop een broedprogramma dat suksesvol is. In 2024 vond men weer een handvol jonge zeepaardjes in zee. (Ja, levend!) Als de conditie van het water voldoende is verbeterd, wil men deze bijzondere diertjes terugplaatsen in de lagune.

We waren niet de enige geïnteresseerden in dit tochtje op het water, ik denk dat alle kaartjes waren uitverkocht. Er stapte slechts een handjevol niet-Spanjaarden aan boord. De meerderheid bestond uit Spaanse gepensioneerden en ouders met jonge kinderen. Toen we aan boord gingen, ontvingen we een zonnehoedje met opdruk van het bedrijf. Als aandenken. 

Onze varende vrienden zijn meer luxe gewend aan boord van hun eigen gevaarte maar ze vonden het leuk om mee te gaan. Ana Belen voerde ons langs de vijf eilanden van de Mar Menor: Isla del Barón (ook wel Isla Mayor genoemd), Isla Perdiguera, Isla del Ciervo (Herteneiland), Isla del Sujeto en Isla Redonda (ook wel Rondella genoemd). Al deze eilanden zijn lava-eilanden, ontstaan door vulkaanuitbarstingen in dit gebied. Er was een gids aan boord. 

Isla del Barón is het grootste eiland met bijna 94ha oppervlakte. Het is eigendom van de Spaanse adelijke familie Figueroa. Isla Perdiguera is met een kleiner  eiland verbonden door een zogenaamde zandtombolo; dat landje heet Esparteña omdat daar ooit veel aspertogras stond. Vroeger liepen daar veel patrijzen rond. Op en rond Isla del Ciervo vind je de interessantste flora en fauna, onder andere het zeepaardje. De eilanden Sujeto en Redonda zijn de belangrijkste broedplaatsen voor vogels. Rondom Sujeto ruik je de tijm en lavendel die er volop bloeit. Alle vijf eilanden zijn beschermd gebied. 

Gedurende deze twee uur durende trip werd het nooit enerverend maar het zicht was altijd goed en de kleuren van het water waren prachtig: van aguamarijn tot azuurblauw. We zaten lekker op het bovendek met zonnescherm, op een zee die door talloze zeilboten werd bevaren. Er was genoeg te zien. Alle vier vinden we het een feestje om op het water te zijn. (Mijn liefje en ik bevoeren alle oceanen van Moeder Aarde.) Zelf aan het roer of genietend van de verrichtingen van professionele schippers. We love our Blue Planet! Foto’s van dit uitje vind je in het Spanje-webalbum (rechterkolom).

Van Europa’s grootste binnenzee naar de oceaan is een vloeiende overstap. Deze week vindt in Nice (Zuid-Frankrijk) namelijk de VN Oceaan-conferentie plaats (van 9 t/m 13 juni). Dit is een belangrijke bijeenkomst. Deskundigen vergelijken deze conferentie met de VN-conferentie in Parijs van 2015. Daar werd het Akkoord van Parijs, een internationaal verdrag over klimaatverandering, door leden van de Verenigde Naties aangenomen. 

Voor een verdrag over oceanen lijkt er wereldwijd een gebrek aan commitment te bestaan. Er zijn deze week 60 staatshoofden aanwezig in Nice maar die van de Verenigde Staten schittert door afwezigheid. We weten dat Trump lak heeft aan dit soort afspraken en samenwerkingsverbanden. Die wil vooral ‘drillen’! Ook de demissionaire Nederlandse regering stuurde niemand. De afgetreden Minister van Waterstaat was een PVV’er dus dan weet je het... Natuurbeheer is geen hobby, Schiphol steunen en 130 rijden op de snelweg wel. Tja. 

Belangrijke onderwerpen zijn onder andere de regulering van diepzeemijnbouw, bescherming van internationale wateren, bestrijding van plasticvervuiling, instelling van visserijvrije zones en maatregelen tegen illegale visserij en industriële visvangst. 

De oceanen beslaan 71% van het aardoppervlak, omvatten 90% van de biosfeer, bieden voedselzekerheid aan meer dan drie miljard mensen, maken het transport van meer dan 80% van de wereldwijde goederen mogelijk en herbergen zeekabels die 98% van het internationale internetverkeer vervoeren. Nieuwe statistieken en analyses van de OESO tonen de cruciale rol aan die de oceanen spelen in de economie en het levensonderhoud van honderden miljoenen wereldburgers. 

Als we de oceaan als land zouden beschouwen, zou deze de op vier na grootste economie ter wereld zijn, volgens gegevens uit 2019. Van 1995 tot 2020 droeg de oceaan 3 à 4% bij aan de wereldwijde bruto toegevoegde waarde (de economische waarde van een sector) en bood werk aan 133 miljoen voltijdsequivalenten (de omvang van een personeelsbestand). 

Van kelpbossen die zo hoog zijn als reuzensequoias tot warmwaterreservaten waar grote walvissen worden geboren: oceaangebieden kunnen wedijveren met de grootsheid en diversiteit van bekende nationale parken op land. 

Onderzeese canyons evenaren de pracht van sommige canyons op aarde, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk, Spanje, Verenigde Staten, Australië, Zuid-Afrika, Argentinië en Chili. Net zoals deze parken op land in beheer zijn en zijn gereserveerd voor het algemeen belang, zijn beschermde zeegebieden (Marine Protected Areas) onderwaterreservaten waar de schoonheid en gezondheid van mariene ecosystemen moeten worden behouden.  

MPAs beslaan tot nu toe samen circa 75.000km2. Dat is slechts een fractie van het wateroppervlak want het komt neer op 2,8% van de totale oceaan. Ongeveer 10% daarvan ligt in territoriale wateren (0-12 zeemijl), 5% behoort tot exclusieve economische zones en 0,14% betreft de volle zee. Met volle zee worden internationale wateren buiten de maritieme grenzen van landen aangeduid. Deze beschermde gebieden liggen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Verenigde Staten (incl. Hawaii), Australië, Kiribati, Ecuador en Chili. Daarenboven zijn er twee internationale commissies die over zo’n gebied besluiten, rondom Antarctica (27 landen) en in het noord-oosten van de Atlantische Oceaan (15 landen en de EU).

Bescherming van mariene ecosystemen werkt. Er bestaat inmiddels een aantal Blue Parks op de wereldkaart. Dit zijn eveneens beschermde natuurgebieden (MPAs), met de juiste regels en het juiste beheer om de natuur in die wateren te beschermen. De criteria voor Blue Parks zijn gebaseerd op de wetenschap achter de effectiviteit van beschermde natuurgebieden. Ze beslaan met elkaar op dit moment slechts 1% van de wereldwijde oceaan; beheerd door 23 landen. Maar niet alle MPAs zijn Blue Parks, ofwel niet gebaseerd op wetenschappelijk standaarden voor effectief beheer. Gebieden voor de kust van Colombia, Filipijnen, Costa Rica, Verenigde Staten en Brazilië zijn thans genomineerd om Blue Park te worden.

Beschermde, goed beheerde zeegebieden kunnen de effecten van overbevissing ongedaan maken, kwetsbare koraalgemeenschappen versterken en onszelf -nationaal en wereldwijd- beschermen tegen stijgende zeespiegels en sterker wordende stormsystemen. Het probleem is echter dat veel delen van de oceaan eigendom zijn van niemand (en daarmee dus van iedereen). Dat bemoeilijkt het dragen van verantwoordelijkheid voor het beheer van bepaalde blauwe zones. 

In een tijd van versnelde klimaatverandering, afnemende visserij en een stijgende zeespiegel die de 3,5 miljard bewoners van kustgebieden wereldwijd bedreigen, moeten landen pleiten voor de bescherming van de oceanen door middel van goed beheer. 

Er is een dringende noodzaak om de bescherming van tenminste 30% van de oceanen vóór 2030 te versnellen. Dit internationale 30x30-voornemen werd jaren geleden geformuleerd. Dat wordt in de volksmond het Verdrag voor de Hoge Zee genoemd. Daarvoor zijn 60 ratificaties nodig; 31 landen -waaronder Spanje- deden dat eerder. 18 landen en de EU verbonden zich er formeel aan afgelopen maandag tijdens de top in Nice. Dat brengt het aantal op 49 ratificaties. (Nederland tekende al wel maar ratificeerde nog niet.) Hoewel de mijlpaal van zestig landen mogelijk pas eind dit jaar wordt bereikt, biedt deze conferentie een belangrijk podium om politieke steun te verkrijgen. De tijd dringt.

Een ander belangrijk agendapunt in Nice is de decarbonisatie van maritiem transport. Het doel is een stappenplan overeen te komen voor het verlagen van broeikasgasemissies op het water. En ja, dat geldt ook voor cruiseschepen of ze nu groot zijn of klein.  


donderdag 20 juni 2024

Leven aan de Costa

Afgelopen weekend was het hier 32 graden Celsius. Het was moeilijk uit te houden in de zon. Morgen begint de zomer officieel en dat is tevens de langste dag van het jaar. En dan te bedenken dat het in West- en Noord-Europa nog helemaal niet wil zomeren! We ontvingen een foto van Bente in hun huis in Denemarken. Ze zat met een dekentje om haar benen en een sjawl om haar schouders te lezen in huis.

Het werd onlangs voor het eerst wetenschappelijk aangetoond dat leven aan zee gezonder is. Het oude doktersadvies om ‘naar zee te gaan’ was kennelijk zo gek nog niet. Onderzoekers uit meer dan 14 Europese landen deden dit onderzoek onder meer dan 15.000 personen. De studie schetst een vrij helder beeld. Voor al deze landen gold dat mensen een betere gezondheid rapporteerden wanneer ze dicht bij de zee leven of meer tijd aan zee doorbrengen. (Dit was overigens geen nieuwe bevinding, het was een zogenaamd correlatief onderzoek.)

Maar de consistentie van dit en eerdere onderzoeken verbaasde wel. Het betekent niet dat men op basis van deze studie kan concluderen dat tijd doorbrengen aan zee mensen gezonder maakt. Wel is duidelijk dat de lucht aan zee schoner is dan landinwaarts. Daarnaast moedigt een verblijf aan zee mensen aan om actiever te zijn, door te zwemmen, snorkelen, (peddel)surfen, kayakken, beachballen, badmintonnen en wandelen langs de branding.

Vorige week namen mijn liefje en ik voor het eerst van dit jaar een duik in de Middellandse Zee. Het werd tijd! Empirisch onderzoek toont aan dat wij dit elk jaar een paar dagen later doen. Dat is geen opzet of een bewust plan, het komt er eenvoudigweg niet van. Het water was heerlijk qua temperatuur maar het onderwaterzicht liet te wensen over. Niet vanwege plastic maar er zweefde natuurlijk afval rond. In de afgelopen twee weken verdronken er twaalf zwemmers in onze regio; in Torrevieja (La Mata), Guardamar, Cabo Roig en Alicante-stad. Veel stranden hebben nog geen wachters en de zee was nogal onstuimig. Onze ‘socoristas’ arriveerden inmiddels.  

Wat ook voor ophef zorgde, is een nieuw onderzoek van Spaanse onderzoekers van de Universiteit van Càdiz en personeel van de Hoge Raad voor het Wetenschappelijk Onderzoek (CSIC) naar plastic in de Middellandse Zee. Het zou gaan om een oppervlakte van 2,5 miljoen m2. Plastic, ondubbelzinnig van menselijke afkomst, is het dominante zwerfafval in deze zee. Men gebruikte een combinatie van aardobservatiesatelieten (van ESA), supercomputers en geavanceerde algortimen om dit aan te tonen, op basis van 300.000 beelden. Normaliter komt het zeewater nooit hoog genoeg om het drijvende plastic vanuit de ruimte te zien maar het hoopte zich op tot dichte plekken en daardoor lukte het nu wel. Men detecteerde tot dusver bijna 14.500 drijvende ‘rijen’ plastic, elk ongeveer langer dan 1km.

Wat hebben de Nijl, de Ebro, de Po, de Rhône en de Ceyhan (Turkije) met elkaar gemeen? Al deze rivieren monden uit in de Middellandse Zee. Daar dumpen ze liters zoet water en tonnen plastic. De grootste afvalkaart die de onderzoekers tot nu toe wisten te tekenen, beslaat 94,5km2 wateroppervlakte; net zo groot als 7.500 voetbalvelden. 

De meestvervuilde plekken zijn het noorden van de Alborànzee (schuin onder Malaga), voor de noordkust van Algerije, de Golf van Gabès (oostkust van Tunesië), voor de kust van Calabrië (westkust van Italië) maar vooral in het noordelijk deel van de Adriatische Zee (de kom Italië-Slovenië). Ze moeten nu maar eens gaan onderzoeken hoe gezond het is om te zwemmen in een plastic zee. Voor vissen en andere zeedieren is reeds bekend hoe gezond plastic is (not)...   

We ontvingen recent goed nieuws over de Chiringuito van Ramón die zou terugkeren naar ons lokale strand. Hij en zijn vrouw Marisol beheerden hier twee  tenten op het lokale strand Las Higuericas toen wij naar Pilar verhuisden. Op enig moment verdwenen de tenten maar hun zoon Juan-Mi zette de zaak voort aan het strand met zicht op de binnenhaven van Torre de la Horadada. 

Ons gemeentebestuur besteedde de exploitatie van de strandfaciliteiten dit jaar opnieuw aan. Er moest nogal veel geld worden betaald voor een chiringuito op het strand maar Ramón bood kennelijk succesvol op zijn oude plek. Joehoe! In het contract staat echter dat iedere exploitant vanaf dit jaar geheel vernieuwde faciliteiten moet hebben. En die heeft hij niet. We vroegen zijn dochter en zoon enkele weken geleden hoe het ermee staat. Naar verluidt, zou de tent de daaropvolgende week worden opgebouwd. Dat bleek niet zo te zijn. Een nieuwe strandtent heeft men voorlopig niet want ze blijken lastig te verkrijgen. Nu las mijn liefje deze week voor uit een lokale krant dat ze hun oude strandhuisje alsnog gaan gebruiken, op straffe van een boete van €3.000 (wegens overtreding van de contractvoorwaarde). Anders blijft er voor hen niets over van dit zomerseizoen. Veel geïnvesteerd maar niets verdiend. Tja. We volgen dit relaas op de voet. (Je eet er een van de lekkerste paëllas met zeevruchten van de omgeving.) Dan moet de prijs maar omhoog! Ik kan niet wachten tot 'onze' chiringuito terugkeert naar het oorspronkelijke honk. 

Leven aan zee is dus gezond, behalve als je aan de Mar Menor woont. Europa’s grootste binnenzee in de autonome regio Murcia raakte in de afgelopen decennia zeer vervuild. Niet met plastic maar met chemicaliën. Daar werd laatst door de Spaanse organisatie ‘Ecologen in Actie’ een zwarte vlag uitgereikt. Hoewel het uiterlijk van sommige stranden aan de binnenzee verbeterde, is deze lagune nog steeds in crisis. Daar moet je deze zomer maar niet gaan zwemmen. Ook lazen we recent dat het handmatig verwijderen van biomassa uit de Mar Menor (een langlopend project) over drie jaar tijd 24 miljoen euro kost. 

We hadden in deze contreien -met name in Murcia- recent een DANA die ervoor zorgde dat 100 miljoen liter regenwater met sediment in die binnenzee stroomde, vanaf het Campo de Cartagena. Dat is een berucht landbouwgebied waar men tientallen jaren achtereen illegaal giftige landbouwstoffen loosde in de Mar Menor. Dat veroorzaakte de ellende. Het bestuur van de regio sprak de verwachting uit dat het vele water de chemische en biologische parameters van de binnenzee deze keer niet uit balans zou brengen. Dat geloven we dan maar. 

De regionale regering liet het Murciaanse Instituut van Agricultural Research & Development and Environment (IMIDA) een zogenaamde ‘digital twin’ ontwikkelen om de toestand van het water in de binnenzee continu te monitoren en te voorspellen of er problemen gaan ontstaan. Met dit nieuwe detectiesysteem kunnen onder andere zuurstof, chlorofylniveau, zoutgehalte en troebelheid op verschillende controlepunten in de Mar Menor een week van tevoren worden voorspeld. Zo kan men dan tijdig actie ondernemen. Het systeem kan 20 miljoen gegevens integreren en zo een veelheid aan gepersonaliseerd algoritmen op dit ecosysteem loslaten. De modernste technologieën (onder andere IoT-sensoren) en kunstmatige intelligentie komen in het systeem samen. Deze ‘digitale tweeling’ kost tot nu toe 1.2 miljoen euro maar dat is geen cent teveel voor de bescherming van deze bijzondere binnenzee die zo lang is gemaltraiteerd. De eerste fase van het project is inmiddels voltooid. 

Nou denk ik niet dat je het alleen redt als je kunt voorspellen en kunt ingrijpen voordat het misgaat. Je moet ook maatregelen nemen ‘aan de bron’ en daarop handhaven. Dat wil zeggen dat de bemesting in het omringende agrarische gebied drastisch moet worden verminderd. Bovendien moet voortdurend worden gecontroleerd op illegale handelingen en toepassingen. Financieel fors beboeten en zelfs gevangenisstraffen geven helpt eveneens. De praktijk wees namelijk uit dat de meerderheid van de lokale boeren (landbouw en veeteelt) decennialang uitsluitend oog had voor hun eigen productie en hun eigen bedrijfsvoering en geen boodschap had aan het behoud van de natuur. (Waar heb ik dat meer gehoord?!) Het regionale bestuur had oogkleppen op, hield de boeren de hand boven het hoofd en keek weg van de problematiek. 

Maar men is goed bezig al is er nog een ellenlange weg te gaan voordat we zeker kunnen stellen dat de binnenzee niet vergaat. Het andere goede nieuws is dat er weer zeepaardjes (hippocampus) en grote steekmosselen  -ook wel nacro's genoemd (Pinna nobilis)- zijn aangetroffen in de wateren van de Mar Menor. Deze mosselsoort is de grootste in de Middellandse Zee en en de een na grootste ter wereld. Deze tweekleppige kan wel 1.20m hoog worden en 50 jaar leven. 

In het aquarium van de Universiteit van Murcia wordt al enkele jaren onderzoek gedaan naar de flora en fauna van de Mar Menor en de Middellandse Zee. Men zette er een soortenbank op van bedreigde schelpen en zeedieren. Daar lukte het de onderzoekers als eerste in de wereld om snuitzeepaardjes te reproduceren die vroeger voorkwamen in de binnenzee maar in 2023 zo goed als verdwenen waren door eutrofiëring. (Het water sloeg ten gevolge hiervan groen uit van de overvloed aan gifitige landbouwstoffen.) Zodra de kwaliteit van het zeewater substantieel verbetert, worden de diertjes teruggezet in de Mar Menor.


zaterdag 9 december 2023

De razende reporter

De regelmatige lezer weet dat ik mij onlangs aanmeldde bij een van mijn favoriete Nederlandse radioprogramma’s (Vroege Vogels) als lokale reporter, na een oproep van hun kant aan luisteraars in het buitenland. Dat leidde aanvankelijk tot een geanimeerd telefoongesprek en verdere afspraken met Gert, een van de redacteuren van het programma. In een vervolggesprek vroeg hij mij een reportage te gaan maken over vogelen aan de Costa Blanca en over de problematiek van Mar Menor, Europa’s grootste binnenzee die sterk vervuild raakte. 

Het idee ontstond al snel om opnamen te gaan maken in Lo Pagán (een kustplaats in San Pedro), in buurprovincie Murcia. Op die plek aan het water komen drie werelden samen: die van natuurpark Las Salinas de San Pedro, van de landtong van La Manga en van de Mar Menor. Drie vliegen in één klap waarover heel wat valt te vertellen. Het idee over de inhoud vormde zich eveneens snel in mijn hoofd. Gevederde vriendjes, zoutwinning en modderbaden, de zorgelijke toekomst van La Manga (zeespiegelstijging) en het milieudrama dat zich afspeelt in en rondom de zoutwaterlagune. 

Op zondag gingen mijn liefje en ik naar Lo Pagán. Op een ‘field trip’ zouden onze schoolgaande mannetjes in Bali zeggen. Om te zien hoe we de opnamen het best konden aanvliegen en wat daar momenteel is te zien op vogelgebied. Op deze vrije dag waren er veel Spanjaarden aan het wandelen. Gezellig. Maar als je daar bent met je recorder krijg je te maken met veel ruis. (Zeg maar gerust lawaai.) Een familie passerende, keuvelende Spanjaarden maakt net zoveel geluid als een overvliegende jet van de Adelaarspatrouille van San Javier! 

Een van de verstandige beslissingen was dan ook om de reportage op een doordeweekse dag te doen. We luisterden er naar de branding. Zou dat licht kabbelende water een leuke achtergrond kunnen zijn? Redacteur Gert had mij voorafgaand een aantal tips toegestuurd. Niet lopen en praten tegelijk, liever een aantal korte opnamen dan een lange lap tekst en let op de wind. Niet aan dovevrouwsoren gezegd. En nog enkele richtlijnen: een introductie van jezelf, iets over jou als luisteraar van het programma en denk vantevoren na over het begin en het einde van je monoloog. 

Ik nam mijn camera mee om foto’s voor eigen gebruik te maken; dat doe ik altijd als ik ga vogelen. In de zoutmeren trof ik onder andere volwassen grote flamingo’s aan (Phoenicopterus roseus) die apart gedrag vertoonden. Twee van hen kwamen luid gakkend op elkaar af, een van hen spreidde de verentooi als een donsdek. Daarna keerden ze weer van elkaar af. Een mooi gezicht. Ik probeerde wat van het geluid vast te leggen maar ik weet niet of dat voldoende lukte. Ook liepen er steltkluten rond, zag ik een bonte strandloper en een groepje drieteenstrandlopers in de branding scharrelen. 

Op enig moment zat er een meeuw te rusten op een paal in een van de zoutpannen. Die zat daar op zijn gemak dus ik had genoeg tijd om de telelens te gebruiken. Het bleek een geringde meeuw te zijn met een snavel en poten zo rood als een kerstroos. Dat stak mooi af tegen de blauwe achtergrond. Ik heb niet veel kennis van meeuwen dus thuis zou ik wel gaan uitzoeken wat ik precies had gefotografeerd. 

Ik kwam niet verder dan een roodsnavelmeeuw maar dat was atypisch omdat die vogel alleen voorkomt in Australië en Nieuw-Zeeland. In zo’n geval neem ik doorgaans  contact op met de bekendste vogelaar van Nederland, Arjan Dwarshuis. Hij antwoordde nog dezelfde dag. Deze keer vroeg ik het ook aan nieuwe collega Gert. Beiden gaven gelukkig hetzelfde antwoord (pfff). Het gaat om een smalsnavelmeeuw, ook wel dunbekmeeuw genoemd (Larus genei). Dit is een meeuwensoort die voorkomt in het Middellandse Zeegebied en verder oostelijk in het Zwarte Zeegebied en in Azië. De vogel was geringd en de code was goed leesbaar: 9L9. 

Gert was enthousiast en suggereerde dat ik voor de opnamen op zoek ga naar meer info over de ring met nummer om de linkerpoot van de meeuw. Waar en wanneer gebeurde dat? Die gegevens kon ik dan later opnemen in de reportage. Hij zou voor mij uitzoeken waar ik die zoektocht kon starten. Op het fact sheet stond alvast te lezen dat de vogel werd geringd in Spanje, na 1993. 

Daarop stuurde ik een mail met mijn foto naar het Spaanse contactpunt om meer gegevens te verkrijgen over dit gevederde vriendje. De European Colour-Ring Birding-organisatie liet snel van zich horen. 

Mijn observatie werd als valide bestempeld en opgenomen in hun database -met mijn naam erbij als officiële spotter- maar op dat moment had ik nog geen antwoord op mijn detailvragen. Dus er ging weer een mail naar hen terug. Mijn observatie was inmiddels officieel vastgelegd in hun online bestand en ze gaven mij een eigen gebruikersnaam en paswoord. Zo kon ik lezen dat deze meeuw voor het eerst in december 2012 werd gezien rond deze zoutpannen. Daarna gebeurde dat nog vier keer, met enkele jaren tussenpozen. Mijn observatie is nu de laatste in dat rijtje. Deze meeuw, ik noem de vogel Gert, is dus tenminste 11 jaar oud maar zou in theorie ook 30 jaar oud kunnen zijn. Dit gevederde vriendje en ik zijn voor eeuwig met elkaar verbonden. Hoe leuk is dat! 

Op maandag maakten we de eerste opnamen. Het was tamelijk rustig en er stonden wederom foeragerende flamingo’s in de salinas. Voor het eerst zag ik daar een kleinere, rozere variant. Ik denk dat het de Phoeniconaias minor is, een soort die vooral in Afrika voorkomt. Het aparte was dat het dier met de roze poten shuffelde op de modderbodem om zo iets eetbaars op te werpen. Dat doen grote flamingo's niet. Mijn liefje las onlangs een artikel -dat zij met mij deelde- over de bedroevende staat van nationaal park en vogelwalhalla Doñana in Andalusië (1.300km groot). Door aanhoudende droogte in het gebied en door illegale waterputten die daar door aardbeientelers werden geslagen, droogde de zoetwaterlagune op. Het is geen goede plek meer voor (trek)vogels. Zou deze kleine flamingo een van de vluchtelingen zijn? 

De opnamen verliepen best aardig, al zeg ik het zelluf. Er nam inmiddels een tweede redacteur contact met mij op (Anouk). Zij vroeg mij een filmpje van mezelf te maken ‘voor op de socials’ en gaf mij enkele tips. Ze wil enige achtergrondgeluiden, beeld van de omgeving en van de reporter. Dus ik nodig binnenkort alle aanwezige Spaanse buren uit om met mij mee te gaan naar het lokale strand. Als achtergrondgeluid. Met de groeten en de beste wensen voor 2024 uit het luidste land van Europa! Van mijn liefje moet ik wel eerst naar de kapper. ‘Vanwege de socials’... Tja.

Ons avontuur met de buitenopnamen deed mij terugdenken aan een vroeger verhaal. Mijn liefje maakte vele jaren geleden met studiemaatjes buitenopnamen, als onderdeel van haar HBO-afstudeerproject. Het ging over een HR-gerelateerd onderwerp en in plaats van de scenes in een stoffig kantoor te doen, kozen ze voor Deltapark Neeltje Jans -Oosterscheldekering- als toplocatie. Nadat ik haar bijna 35 jaar geleden leerde kennen, toonde ze mij die film een keer. Je wilt immers indruk maken op een nieuwe liefde... Ik deed het destijds net niet in mijn broek van het lachen. Die opnamen waren een regelrecht drama. Door de harde wind die er stond en het ontbreken van een goede richtmicrofoon waren de serieuze gesprekken die ze voerden ab-so-luut niet te horen. Geen letter. Het feit dat ze dit mislukte project met mij deelde, nam mij voor haar in. (Haar afstuderen werd en niet door gehinderd.)

Aan Gert stuurde ik die middag twaalf korte opnamen. De kwaliteit viel niet tegen, gemaakt met de gratis recorder-app MyRecorder. Niet alles verliep even vlekkenloos maar dat lag aan mij. Het team van redacteurs kan nu naar hartelust knippen en plakken in mijn bijdrage. Daaruit kan wel een verhaal van een paar minuten worden samengesteld, vermoed ik. De opname met het verhaal van de geringde meeuw stuurde ik ook reeds in. Mij rest er nu nog ééntje: die van mijzelf en de aankondiging van mijn reportage. Voor de socials. Dat ga ik aan het plaatselijke strand doen, in shorts en met versgekapte haren. 

Daarna zit het Razende Reporter-project erop. Als je wilt horen wat ik te vertellen heb, moet je op 31 december luisteren naar Vroege Vogels, op NPO Radio 1 (7.00-10.00 uur). Veel plezier! 

Ik ga redacteur Gert vragen of hij ook nog iets van mij wil ontvangen uit Colombia, onze aanstaande overwinteringsbestemming. Ik heb de smaak te pakken. Misschien ga ik nog eens aan een podcast beginnen. Denk zelf aan een titel als 'Wat een Pottenkast!' Ondertitel: mooi roze (oudroze) is niet lelijk. Bladerend door het boek ‘Birds of Colombia’ van natuuronderzoeker en fotograaf Otto Pfister -met meer dan 320 soorten die je daar zonder al te veel inspanning kunt zien- kwam ik tot de conclusie dat ons veel bijzonders staat te wachten in dit Zuid-Amerikaanse vogelwalhalla.


zaterdag 12 augustus 2023

Golf op golf

We hebben hier weer een hittegolf. Die zijn nog wel te tellen op de vingers van twee handen maar ik doe even geen moeite. Daar is het te warm voor. De hitte is een ongeduldige toerist. De zon is nog niet op of die is er al!  (Niet van muzelluf maar van Arnon Grunberg, in zijn laatste boek over vluchtelingen.) Eerder deze week werd het in de Valenciaanse hoofdstad (Valencia) 44 graden Celsius. Dat is een record sinds men daar in de 19de eeuw begon met metingen. Ook mijn woonplaats bereikte een record: 36,3 graden Celsius. 

Het is flink hommeles in grote delen van Europa. Noord, oost, zuid. Of het zijn recordtemperaturen, extreme droogtes en bosbranden, of giga-overstromingen. De rest van de wereld wordt evenmin gespaard. Sommigen noemen 2023 al een rampjaar qua schade door klimaatverandeirng... Die schade loopt dit jaar al in de miljarden euro's. Ik las een artikel over wie die schade dan zou moeten gaan  betalen. Er moet een discussie op gang komen tussen verzekeraars en overheden. Er moet een nieuw model van schadevergoeding worden ontwikkeld, aldus deskundigen. Ik vrees dat het ons voorland is op dit continent en elders. 

De einder van het lokale strand kleurde op een ochtend lichtoranje, van het Saharazand dat met de hitte meekwam en uiteindelijk neerstreek. In de Spaanse krant Levante las ik dat er eerder cesium en beryllium van kernproeven werden gevonden in die Sahara-waas die neersloeg op Spaanse bodem. Ze troffen het aan in sneeuw dat ze namen uit de Pyreneeën. Ook in Zwitserland en Frankrijk. Radio-actieve deeltjes? Het moet toch niet gekker worden! 

Er wordt door menig deskundige verkondigd dat Spanje op termijn het klimaat van Noord-Afrika krijgt en dat het noorden van Europa 'het nieuwe zuiden' wordt qua reisbestemming. Men is in Spanje ook al drukdoende met het kopen van vakantiehuizen in koelere delen van het land, bijvoorbeeld in het noordelijker gelegen Galicië. Wel aan de kust. Een vakantie zonder zee en zwemmen is geen vakantie voor de gemiddelde Spanjaard.

Toen ik afgelopen donderdagavond naar buiten stapte om het terras klaar te maken voor de nacht, voelde ik een warme wind die ik nog nooit zo had ervaren. Het was vreemd maar eigenlijk ook wel weldadig. (Het was gelukkig niet luchtvochtig.) Die enorme hitte -typisch Noord-Afrikaans- verwonderde mij. Ik liet het gevoel goed op mij inwerken... Het is extra memorabel als ik iets voor het eerst van mijn leven voel. Wij zaten sinds die middag met alle deuren en ramen gesloten; aanvankelijk nog zonder airco aan. Muziekje, glaasje erbij, knabbeltje, mooi boek. Goed te doen. 

Als je gedurende de dag van buiten naar binnen kwam, voelde dat goed. Echt goed. Alsof je een koelkast binnenstapte. We keken elkaar verrast aan: wellicht toch een goed geïsoleerd huis?! Onze woning stamt uit de tijd rond de eeuwwisseling; die van de 21ste. Destijds was de bouwstijl van Spanje zeker nog niet om over naar huis te schrijven. (Toen stond ons ‘huis’ al niet meer in Nederland.) Eensteens muren, niet de hoogste kwaliteit bouwmaterialen. Het gebeurt nog steeds. Spaanse huizen uit die tijd zijn per saldo gehorig en Spanjaarden luidruchtig. Ziedaar tevens een recept voor geluidsoverlast. 

Wij, twee onder één kap, brachten na de aankoop in 2017 direct een flinke laag geluidsisolatie aan op de scheidingswand beneden en boven en dat scheelt een flinke slok op een borrel. Onze Spaanse buren zijn zeker niet de luidruchtigste van de straat maar de lijzige stem van buurman Jésus niet horen is de investering dubbel en dwars waard. (Contactgeluid op tegels blijf je echter door alles heen horen, zij het minder.) Maar overal is wat: goede vrienden van ons die hier een vrijstaande bungalow bewonen op een groot grondstuk met zwembad, kunnen zich storen aan het geluid van de warmtepomp van hun Oekraïnse buren.  

Maar in tijden als deze blijkt maar weer hoe goed we de oriëntatie van onze casa kozen. Dat levert het grootste voordeel op in hitte. Een huis moet hier op het zuidoosten liggen, wat ons betreft. Wij zweren erbij. Dan heb je een mooie, vrolijke ochtendzon in huis en juist schaduw en relatieve koelte in de middag en avond. Kies nooit een andere ligging in een land met een (sub)tropisch klimaat! Je kunt je tegen hitte weren en alle rolluiken neerlaten -zoals hier alle Spaanse buren doen- maar leven als een mol is voor mij, lichtaanbidder, geen optie. 

Buiten hebben we schaduw van de grote stoute jongensboom, de gele bougainville en citroenboom in eigen tuin, plus de grote boom voor ons huis aan straatzijde. Personeel van de plantsoenendienst kwam deze week snoeien (deels). Wij boden ieder van hen een verkoelend drankje aan en vroegen of ze hun werk deze keer kort wilde houden. Dat werkte, we willen voorlopig zo veel mogelijk natuurlijke schaduw. 

We zwemmen doorgaans in de ochtend in zee maar een aantal keren deze week was dat een uitdaging. Eén dag hadden we een rode vlag (zwemmen verboden), twee dagen een gele vlag (zwemmen toegestaan maar oppassen voor onderstroom en hoge golven). Op die dagen vond ik later onder de douche het zeegras op plekken waar het licht niet komt.

Bij een van deze zwemuitjes werden we vergezeld door een grote groep kleine sternen die zich tegoeddeden aan vis. Ze lieten zich met ingetrokken vleugels als bommen in het water vallen, op enkele meters afstand van ons. Dat schijnt samen te hangen met opkomend water. Op een aantal groenevlagdagen hadden we last van kwallen. Het gaat om de spiegeleikwal (cotylorhiza tuberculata). Een mooie, vind ik, al houd ik afstand. Geen nieuwe soort maar wel een tamelijk nieuw fenomeen in dit deel van de Middellandse Zee. Ik zag piepkleintjes en joekels om ons heen dobberen. Ik las dat ze 40cm in doorsnee kunnen worden. Niet giftig voor de mens maar je kunt wel een allergische reactie krijgen als je met hun prikcellen in aanvaring komt. Een jongen die met mij uit zee stapte, had een nare grote plek op zijn rechterteen. Kwallenbeet. 

In de Mar Menor, de grootste binnenzee van Europa -op steenworp afstand van onze woonplaats- in buurprovincie Murcia, komt deze kwal al jarenlang voor in het water. Op de blog van de Spaanse Isabel die ik volg, zag ik een zeebodem vol met deze kwallensoort. De broederschap van de vissers van Mar Menor heeft steun aangevraagd. Men vreest dat 90% van hun boten failliet gaan zonder hulp. Maar ja, wie wil nog vis eten uit die, door jarenlange illegale lozingen van de mijnindustrie en de landbouw, vervuilde binnenzee? Deze bijzondere plas loopt op zijn laatste benen. 

In La Verdad las ik over het protest dat bewoners hadden aangetekend tegen het weglaten van kwallennetten dit zomerseizoen. In juni zag het ernaar uit dat er een grote aanwas van deze kwallensoort was in de kleine binnenzee. Bewoners vroegen om netten om badgasten te beschermen, lokale horeca probeerde zo hun zomerseizoen nog enigszins te redden. Die toestemming is echter geen provinciale maar een nationale aangelegenheid. Het Spaanse ministerie van Costas y Medio Marino gaat daarover. Men vroeg aan het begin van deze zomer dus kwallennetten aan voor de stranden langs de Mar Menor, de al tientallen jaren lang gemaltraiteerde binnenzee, en kreeg tot nu toe nul op het rekest. 

Dat is niet alleen het gevolg van paarse krokodillen die je hier eveneens ziet rondzwemmen. Een belangrijk argument van natuurbeschermingsorganisaties is dat een kwallennet gevaar oplevert voor zeepaardjes en andere bijzondere zeediersoorten die daar leven. (Zouden ze er nog ronddobberen, in die sneue plas?) Die beschermde diersoorten kunnen in de netten verstrikt raken en sterven. En kleine kwallen die aanvankelijk door de netten zwemmen, kunnen het gebied niet meer verlaten als ze eenmaal groter zijn gegroeid. Dan is zo’n net een grens die ze niet kunnen passeren. 

Dat is de realiteit waarin we leven... We worden gedwongen -als we het al niet uit onszelf vinden- om de natuurlijke leefwereld te beschermen tegen de schadelijke invloed van ons, de vervuilende  homo sapiens. De egoïstische diersoort die in de afgelopen eeuw de klimaatverandering veroorzaakte waar we nu zoveel last van hebben. Tja. 

Foto: Getty Images
Waar ik deze week ook van moest bijkomen, was de uitschakeling van de Oranje Leeuwinnen op het WK voetbal in Nieuw-Zeeland en Australië. Gisterenochtend zat ik om 3 uur weer klaar om de wedstrijd tegen de Spaanse vrouwen live te aanschouwen. De geschorste verdediger Van de Donk zat in dekbedjas op de tribune. Ik pufte bij de gedachte. Dat contrast kon niet groter zijn.

In de eerste helft kwamen onze meiden niet aan hun eigen spel toe maar ik gaf de moed niet op. Verdedigster Stefanie van der Gragt was de vrouw van de wedstrijd. Eerst veroorzaakte ze een penalty door een ongelukkige handsball in het strafschopgebied (die door de Spaanse tegenstander werd benut), tien minuten later in extra tijd scoorde deze gelegenheidsspits de gelijkmaker. Ze krulde de bal prachtig in de lage linkerhoek. Met haar voet, een unicum; doorgaans kopt de langste vrouw van het elftal ze erin. Het mocht niet baten. We werden uitgeschakeld door La Roja. Al biggelden er tranen bij Oranje (niet bij mij), het beste team won. De oranje gloed wordt hier vervangen door het felrode. Van der Gragt stopt na dit toernooi met haar professionele voetbalcarrière.

 

maandag 22 mei 2023

Abnormaal

Afgelopen vrijdag stond er een interessant artikel over de toestand van de Mar Menor in de Spaanse krant La Verdad. Het ging over een witachtige watermassa die daar verscheen. Ooit had Mar Menor, de grootste binnenzee van Europa op steenworp afstand van onze woonplaats, kristalhelder blauw water. Door de druk van metaalwinning, illegale lozingen van afvalwater in omringende land- en tuinbouwgebieden en door toeristenactiviteiten werd dit bijzondere natuurgebied langzaam maar zeker vernietigd. Het is een terugkerend onderwerp in mijn blogs. 

Het team van het Spaanse Instituut voor Oceanografie (IEO-CSIC) dat verantwoordelijk is voor het bewaken van de lagune in de provincie Murcia, ontdekte in de afgelopen weken "een grote massa water met een nogal afwijkende witachtige kleur". De aanwezigheid van fytoplanktonproliferaties -verspreidingen van zwevende, microscopisch kleine organismen die chlorofyl bevatten- is gebruikelijk in dit gebied. Maar de huidige kleuring en de mate van troebelheid zijn heel ongebruikelijk. Deze witte wolk in het water die goed is te zien op satellietbeelden, heeft een oppervlakte van ongeveer 15 vierkante kilometer en bevindt zich tussen Los Alcázares, Los Urrutias en het eiland Perdiguera. Deskundigen zagen dit verschijnsel daar niet eerder. Wetenschappers van IEO zoeken nu naar de mogelijke oorsprong en volgen de ontwikkelingen van de wolk op de voet. 

Geen enkel strand aan de Mar Menor kreeg voor het aanstaande zomerseizoen een blauwe vlag. Het water in deze binnenzeee is giftig. Daarmee wordt het eenieder ten sterkste afgeraden te baden of zwemmen in de zoute lagune. De stranden van onze woonplaats (Middellandse Zee) ontvingen dit jaar het maximaal aantal te behalen blauwe vlaggen. Mijn liefje en ik hebben echter nog niet gezwommen al neem ik het mij wekelijks voor. Het komt er gewoon niet van. Volgens onze Britse zwemvrienden Pat & Sue bereikte het zeewater al een temperatuur van 24 graden. Het is dus de hoogste tijd! 

Gisteren vond aan de oostkust van de Verenigde Staten de start plaats van leg 5 van the Ocean Race. Deze transatlantische oversteek is een traject van 3.500 nautische mijlen en voert de boten naar Aarhus, Denemarken. Nog maar vier -van de oorspronkelijke vijf- teams kwamen aan de start. Team GUYOT Environment (Team Europa) kreeg tijdens leg 4 te maken met een gebroken mast. Dat was het tweede team dat op datzelfde woelige traject met hetzelfde euvel te maken kreeg. Als eerste overkwam het Team Holcim PRB, de Zwitserse koploper op dat traject van de race en van het algemeen klassement.

De bemanning van de pechboot was weliswaar aangeslagen maar veilig. Wel waren het de engste uren van hun zeilleven, zo las ik in menig artikel. Een boot zonder mast (zeil) is overgeleverd aan de golven en die waren angstaanjagend. Toen het team in rustiger vaarwater belandde, kon de schade aan dek worden opgenomen. Ze moesten opgeven, er viel niets meer te redden. Ze moesten terug naar de wal.

Elk zeilschip dat aan deze race meedoet, heeft een minimale hoeveelheid motorbrandstof aan boord. Daarnaast is men verplicht een veiligheidstank met vaste hoeveelheid mee te voeren. Alle brandstof raakte op voordat men land bereikte. Een tanker die in de buurt voer, werd van dit feit op de hoogte gesteld en was in staat een extra jerrycan brandstof naar het team te brengen. Dat tekort gold ook voor de hoeveelheid voedsel aan boord. Ook die wordt precies afgemeten op het verwachte aantal dagen zeilen. De bemanning had dan ook grote honger toen het eindelijk in de haven van Halifax (Canada) aankwam. Het weerzien met landrotten -relaties en leden van het walteam- was opmerkelijk emotioneel. Nog nooit zag ik zoveel tranen vloeien in deze race. In de eerste uren na aankomst werden er meermalen reuzenpizza’s besteld. 

Team Europa bleek onvoldoende tijd te hebben om een nieuwe mast te laten aanrukken en de boot naar Newport te transporteren. Ze zien daarom noodgedwongen af van deelname aan het huidige racetraject (leg 5). Het is voor dit team de tweede keer dat het moet opgeven. Ze zijn dan ook hekkensluiter in het klassement.

Team Holcim PRB lukte het wel om tijdig een nieuwe mast naar Newport te laten transporteren en het gestripte zeiljacht kwam vorige week woensdag op een containerschip vanuit Brazilië aan. Men werkte keihard om de IMOCA weer vaarklaar te maken. Schipper Escoffier is blij dat hij weer kan meedoen aan de race. Zijn team heeft veel te verliezen, ze staan met nog maar 1 punt extra aan de kop van het klassement. Mijn favoriete team, het Duitse Team Malizia, staat slechts op 1 punt achterstand; ex aequo met het Amerikaanse Team 11th Hour Racing. Op dit traject zijn dubbele punten voor het klassement te verdienen dus het zal een spannende nek-aan-nekrace worden. Ik denk dat dit de sleutelrace is van 2023. Ook hoop ik dat ernstige schade en persoonlijke pech nu eens een keertje achterwege blijven. 

Maar afgelopen zaterdag moest er door de wedstrijdleiding alweer worden ingegrepen. De binnenhavenrace in Rhode Island zou van start gaan maar vanwege harde wind, enorme regenbuien en mist werd die afgelast. Dit wedstrijdonderdeel werd geïncorporeerd in de start op zondag. Veiligheid van de bemanning gaat boven alles. Inmiddels is die wedstrijd gevaren. Team Malizia won dat onderdeel. 

De zeilers zijn nu dus weer op weg naar het Europese continent, waar de start van deze roemruchte race om de wereld plaatsvond. De verwachting is dat men negen dagen over dit traject gaat doen. Meteen na het verlaten van Newport staat de bemanning een hobbelige reis te wachten als ze de stormachtige wolkenlijn en de woelige baren van de Golfstroom oversteken. In een ideaal scenario probeert men aansluiting te vinden op een stormsysteem dat de boot met hoge snelheid naar het oosten stuwt. Er wordt dus niet in een rechte lijn op de Deense finish afgevaren. De route voert de vloot in een noordelijke boog. 

De race-organisatie zal de teams waarschijnlijk een virtuele ijspoort opleggen om ze weg te houden van de, met permanente of seizoensgebonden ijsschotsen en zeeijs bezaaide wateren van de Grand Banks, voor de oostkust van Canada. Na het ronden van het noorden van Schotland, zullen ze de bovenloop van de Noordzee doorkruisen voordat ze de landtong bij Skagen -de noordelijkste stad van Denemarken- ronden. Pas daarna varen ze naar het zuiden, richting Aarhus. 

Onlangs werd het bericht gelanceerd dat de organisatie in de zomer van 2025 wil gaan starten met The Ocean Race Europe. Onder het motto "Connecting Europe: racen om onze oceanen en wateren te herstellen" werd een nieuw traject bedacht; vertrekkend vanaf de Baltische Zee en eindigend in de Middellandse Zee, met maximaal vijf stops langs de route. Er zullen maximaal tien teams mogen meedoen, in twee klassen (in ieder geval de IMOCA 60-klasse). Alle Europese havensteden zijn inmiddels uitgenodigd om hun interesse kenbaar te maken. De havens aan de Mar Menor zijn om overduidelijke redenen uitgesloten van deelname.

De start van de volgende jaargang van The Ocean Race rond de wereld staat gepland voor de winter van 2026-2027. Alicante heeft zich daarvoor alweer gemeld als starthaven. Ik weet daarom niet zeker of Spanje ook de vinger zal opsteken voor de Europese editie van 2025. Misschien iets voor onze ambitieuze burgermeester José María Pérez Sánchez? Het zou zijn stadje wel op de kaart zetten... Hij hoopt eind deze maand te worden herkozen voor vier jaar. Het volgende zeilevenement past dan net in die termijn.