Translate

zaterdag 24 juni 2023

Diepgezonken

Afgelopen maandag las ik een column in de Volkskrant waarin Peter de Waard zich afvroeg of ruimte- en diepzeetoerisme niet zou moeten worden afgeschaft. De rijken der aarde kopen een ticket van 400.000 om een paar minuten buiten de dampkring te vertoeven, ze betalen 250.000 om naar een stuk oud roest op de bodem van de oceaan te kijken. Hij vindt het grote onzin want daarmee wordt geen enkel maatschappelijk belang gediend. Bovendien ziet hij een paradox: enerzijds legt de maatschappij aan burgers steeds meer regels op om zichzelf in bescherming te nemen (denk aan veiligheidsgordels, helmen, een alcoholban, etc.), anderzijds nemen mensen zelf steeds meer risico’s om de held uit te hangen. Iedere lezer weet waarom hij zich dat afvroeg. Er was immers sinds een dag een Amerikaanse toeristische onderzeeër zoek in de noord-Atlantische oceaan. Zoveel aandacht krijgen de sneue boten met Afrikaanse migranten op de Middelandse Zee niet! 

De kleine duikboot (ruim zes meter lang) met vijf passagiers aan boord was met de Canadese lanceerboot Polar Prince vanuit Newfoundland gaan varen, op weg naar het gezonken cruiseschip Titanic dat 650km uit de kust ligt. Het onderwatervoertuig van OceanGate werd boven de rustplaats van de Titanic te water gelaten. Nog geen twee uur na de afdaling naar grote diepte (3.8km) maakte de Titan geen contact meer met de boot. Men wist niet waar het was (op de oceaanbodem of drijvend aan het oppervlak?), wist niet wat het eventuele euvel was (verstrikt geraakt in de rommel rondom de Titanic, uitval van het systeem of van de communicatiemiddelen?).  

Aan boord van dit niet-gecertificeerde titanium speeltje, dat werd aangestuurd met een Logitech game controller, zat inderdaad een aantal steenrijke wereldburgers: de oprichter van het bedrijf dat deze onderwaterexpedities ontwikkelde en uitvoert (OceanGate) en de man die als bestuurder functioneert, een van de rijkste mannen van Pakistan met zijn 19-jarige zoon, een Britse vliegenier en avonturier die drie Guinness Book-wereldrecords op zijn naam heeft  staan, een Franse mariene expert die tevens eigenaar is van het bedrijf RMS Titanic Inc. dat de exploratierechten van de gezonken boot beheert. 

De onderzeeër had voor 96 uur zuurstof aan boord, voor vijf personen. Die hoeveelheid zou afgelopen donderdagochtend zijn opgebruikt. 

Zo ver kwam het echter niet. De verdwijning van het vaartuig hield mij alle dagen van deze week bezig. Zelf zou ik never-nooit in zo’n ding plaatsnemen maar fascineren doen de diepzee, het rijke dierenleven en de historische wrakken die zich daar bevinden, wel. 

Donderdagavond meldde de Amerikaanse kustwacht tijdens een officiële persconferentie dat de sub al op zondag was geïmplodeerd. Ik keek live naar die uitzending. Ze dachten acoutisch bewijs te hebben gehoord en gingen zoeken op die vermeende plek. Een op afstand bestuurbaar vaartuig (Remotely Operated Vehicle) vond brokstukken op 200m van de boeg van de Titanic die herleidbaar waren naar de Titan. Geen passagier overleefde die implosie. Dat kan ook niet. Op deze diepte komt er een druk van circa 400 bar op een mensenlichaam vrij, omgerekend is dat ongeveer 400kg gewicht per vierkante centimeter. Doodgedrukt, iedereen was op slag dood. En dan hoor je een Amerikaanse journalist vragen wat de instanties gaan doen met de stoffelijke resten van de passagiers... (Die werden wel aangetroffen, naar verluidt.) De vraag of zij aan boord van Titan nog een blik op hun reisdoel konden werpen voor het noodlottige incident, had ik interessanter gevonden. Die zal echter nooit worden beantwoord. Die ironie ontging mij evenmin. Tja. 

Onlangs las ik een heel boeiend boek, getiteld ‘Reuchlins reis. De Holland-Amerika Lijn en de landverhuizers’, van Cathalijne Boland. Ik had het sneller uit dan de mini-onderzeeër werd gevonden! Het verhaal is gelieerd aan de Titanic en heeft bovendien een Nederlands randje. 

Het is namelijk het levensverhaal van Johan George Reuchlin, zoon van jonkheer Otto (Duitse adel), mede-oprichter van de Rotterdamsche Stoomvaart-maatschappij. Dat is de voorloper van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (NASM) die in 1896 wordt omgedoopt tot Holland-Amerika Lijn. Dit was de eerste rederij die met een vaste dienstregeling vanuit Rotterdam op Amerika ging varen. Dat begon in oktober 1872 toen het stoomschip Rotterdam vanuit Rotterdam naar New York vertok. Hiermee werd een brug over de oceaan gelegd, aldus jubelende Nederlandse kranten in die tijd. Overigens heette de rederij toen nog Plate, Reuchlin & Co. 

Zoon George Reuchlin -eveneens jonkheer- was zestien jaar toen hij in 1891 voor de eerste keer zelf op het promenadedek van een oceaanstomer zijn naasten uitzwaaide. Hij vertrok op het schip de Spaarndam dat op weg ging naar New York. Een pleziertocht werd het niet. George had veel last van zeeziekte en dat zou hem voor de rest van zijn leven parten spelen. Hij studeerde in Parijs, liep stage in verschillende buitenlandse steden en kreeg in 1900 een baan als afdelingschef op het hoofdkantoor van de Holland-Amerika Lijn in de Maasstad. Vijf jaar later trouwde hij met zijn buurmeisje Athie (Agatha), dochter van een bemiddelde koffiemakelaar. 

Vader Otto leed in 1889 aan boord van de Leerdam schipbreuk op het Kanaal. Minder dan vijf minuten nadat hij in een reddingssloep stapte, lag het schip op de bodem. George reisde ook vaak voor werk, op schepen van de eigen maatschappij maar ook op die van de concurrentie. Er zat echter een oceaan van verschil tussen zijn reizen als eersteklaspassagier en die van landverhuizers in de derde klas. Boland beschrijft die reizen uitgebreid: zeven gangen-lunches, dineren aan tafel van de kapitein, souperen aan het einde van elke vaardag. Daarentegen beschrijft de auteur ook minutieus hoe de ontvangst van landverhuizers verliep door de Amerikaanse immigratiedienst op Ellis Island (New York ), The Island of Tears. 

De concurrentie op de lucratieve vaart van Europa naar de Verenigde Staten was moordend, er was een hevige prijzenoorlog gaande. In die jaren zochten naar schatting 13 miljoen migranten vanuit een uitzichtloos bestaan of vanwege vervolging (joodse mensen uit Rusland en Oost-Europa) een betere en veiligere toekomst aan de andere kant van de oceaan. Een miljoen van hen zou vanaf de Rotterdamse Wilhelminakade met een schip van de Holland-Amerika Lijn naar de VS vertrekken. De zakenmannen op de grote vaart sloten samenwerkingsverbanden en onderlinge deals om hun winsten veilig te stellen. 

In april 1912 stapte George aan boord van de Titanic, het nieuwste -en naar verluidt onzinkbare- schip van collega-rederij The White Stare Line. Het was de maiden trip van dit illustere passagiersschip. HAL had op dat moment zelf een nieuw schip besteld bij dezelfde rederij: Harland & Wolff in Belfast. Het vertrouwen in de scheepsbouwer was groot. (Dat bedrijf bestaat nog steeds.) 

In het Stadsarchief van Rotterdam wordt de familiecollectie van de Reuchlins bewaard. Daarin vind je onder andere de brieven die George tijdens de eerste dagen van de reis met de Titanic stuurde aan zijn gezin. Hij verbaasde zich over de grootte van zijn hut, zo schreef hij op een kaart aan zijn zoon (het echtpaar had twee kinderen). Eén dag voor de ramp stuurde hij nog een telegram naar zijn echtgenote, waarin hij meldde dat de zee zeer rustig was. De rest is geschiedenis. Er kwamen 1.500 passagiers om bij deze scheepsramp. 

Dit boek over een vooraanstaande Rotterdamse ondernemersfamilie vond ik dermate meeslepend dat ik het doorgaf aan Rotterdamse vrienden die hier een vakantiehuis hebben. Piet & Agnes zijn eveneens veellezers en we bespreken onze gelezen boeken altijd met elkaar. Bovendien maakten zowel zij als wij tochten op een cruiseschip van de Holland-Amerika Lijn. Wij kunnen dat gelukkig navertellen. Maar we delen eveneens een landverhuizersverleden. Piet deed het als kind, mijn liefje en ik als volwassenen. Ook dat schept een band. 

Boland haalde voor haar eerste boek zoveel interessante nieuwsfeiten naar boven over de de lijn en de familie en schreef dermate uitvoerig over Rotterdam dat het hen zeker zou boeien. Dat bleek een juiste inschatting. Onze vrienden zochten van alles nader uit en vertelden ons dat een verre nazaat van George Reuchlin pastoor werd in een Hollandse enclave in Spanje (Rojales). En dat er een Landverhuizersmuseum wordt ingericht in Katendrecht, Rotterdam. Het zal in 2024 de deuren openen voor bezoekers. Wij bezochten een dergelijk museum tijdens eerdere reizen naar Ellis Island en Buenos Aires. 

Tijdens een gesprek over dit verhaal merkte ik op dat het voor de nabestaanden heel naar moet zijn geweest om niet precies te weten hoe George zijn laatste uren beleefde aan boord van het gedoemde schip. Athie schreef allerlei mensen aan, over de hele wereld, die de reis hadden overleefd. Haar echtgenoot werd tijdens zijn laatste uren nauwelijks opgemerkt. Hij hield zich bij voorkeur afzijdig, las liever een goed boek en mijmerde over zijn vrouw en gezin. Als echtgenote had ze bij ieder afscheid veel emoties over zijn vertrek. Ze spraken af dat zij iedere keer zou proberen die onder controle te houden om hem te laten vertrekken. In elke briefwisseling dankte hij zijn vrouw dan voor haar zogenaamd stoïcijnse houding. Dat zegt wel iets over deze twee. Ze waren dol op elkaar. 

Ook vroeg ik mij af waarom George op die noodlottige avond niet zelf in een van de laatste reddingsboten stapte, nadat vrouwen en kinderen hem waren voorgegaan. Piet en Agnes zijn van mening dat hij niet geloofde dat de ‘onzinkbare’ Titanic ten onder zou gaan. Zelf denk ik dat hij als gentleman geen veilige plek in een reddingsboot voor zichzelf wilde opeisen. (108 vrouwen en 56 kinderen, de meeste van hen derdeklaspassagiers, overleefden de scheepsramp niet.) We zullen het nooit weten. 

In ijskoud noord-Atlantische water kwam er een einde aan Reuchlins reis. Zijn lichaam werd nooit geborgen. Het wrak van de Titanic werd in 1985 gevonden door de Amerikaanse oceanograaf en mariene geoloog Robert Ballard. Het schip brak in tweeën, de delen liggen ongeveer 50m van elkaar op de bodem. 

Nu, 111 jaar later, liggen daar de schamele brokstukken van een tweede scheepje bij. Titan en Titanic, voor altijd verenigd. 

 


 

dinsdag 20 juni 2023

Eerder blij dan bang

In de afgelopen periode waren er veel nieuwswaardige ontdekkingen die een relatie hadden met onze leefomgeving. Zo blijkt er een haaienkraamkamer te liggen voor de kust van de autonome regio Murcia. Er zijn daar twee gebieden die een toevluchtsoord bieden aan zeldzame en kwetsbare roggen- en haaiensoorten. (De rode stip op de kaart duidt onze woonplaats aan.) Spaanse wetenschappers zouden willen dat deze gebieden worden uitgeroepen tot ISRA, Important Shark & Ray Areas. Het gaat om de hele kuststrook van buurgemeente San Pedro del Pinatar naar Calblanque, inclusief het zeenatuurreservaat Cabo de Palos. Het zijn hotspots van mariene diversiteit. Zowel Calblanque als Cabo de Palos zijn geliefde plekken, waar wij graag en vaak tijd doorbrengen.

De internationale unie voor het behoud van de natuur (IUCN) buigt zich momenteel over dat verzoek. Meer dan 180 specialisten wereldwijd werden bijeengeroepen door de IUCN om voor het eerst de belangrijke habitats voor haaien en roggen in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee in kaart te brengen. De gebieden in Murcia ondergingen een eerste evaluatie en werden zeer goed ontvangen. In augustus wordt de definitieve uitspraak van dit gremium verwacht.

Deze gebieden bestaan uit diepe mariene kraters op de zandbodem waar regelmatig zwarte haaien, lantaarnhaaien, gitaarhaaien en mantelina’s voorkomen; uiterst zeldzame soorten. De gebieden worden beschouwd als een kritieke habitat voor de sterrog, een endemische soort in de Middellandse Zee die in de wateren van de regio veel voorkomt, in vergelijking met andere delen van de Spaanse kust. Sommige van deze soorten waren volledig onbekend voor mij.

Een kwalificatie als ISRA-zone impliceert weliswaar geen wettelijke bescherming of legt geen beheersmaatregelen op maar geeft een kritiek gebied aan voor het overleven van soorten kraakbeenvissen waarmee voortaan rekening moet worden gehouden door lokale instanties. In het krantenartikel (La Verdad) wordt gesteld dat Murciaanse zwemmers eerder bang dan blij zijn met de haaienkraamkamers in hun zee maar zelf word ik juist blij van dit soort nieuws. 

Het ISRA-zonevoorstel is gebaseerd op een grote hoeveelheid wetenschappelijke informatie, verkregen in verschillende onderzoeksprojecten in de wateren van de regio, zoals Medits en Camonmar, beide gefinancierd door het Europese Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij van de Europese Unie. Ook droeg burgerwetenschap een steentje eraan bij. Recreatieve duikers in die gebieden gaven heel precies aan wat en waar ze een haaiensoort spotten. Eind 2021 kwam een rapport uit, getiteld 'Haaien en roggen van de regio Murcia' waarin informatie wordt verstrekt over de 31 meest voorkomende soorten in het gebied: 15 haaien- en 16 roggensoorten. Onder andere de blauwe haai, mako, musola, reuzenhaai, varkenshaai, zwarte haai, kathaai en pijlstaartrog, scrapie, zeearend en zelfs de spectaculaire mantarog. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat ten minste 50% van de mediterrane roggen en 54% van de haaien een hoog risico loopt om uit te sterven als gevolg van jarenlang aanhoudende overbevissing en bijvangst. 

Ik bladerde met veel interesse door het 105 pagina’s tellende document en daarin trof ik veel lezenswaardigs aan. Onder andere over de fysionomie van elke haaiensoort, hun benaming in het Spaans, waar ze precies voorkomen in Murciaanse wateren, over de vondst van specifieke eikapsels (een soort zakjes waarin haaienembryo’s groeien), dat haaien in de Middellandse Zee al meer dan 4.000 jaar onderdeel zijn van het dieet van de mens en veel meer. 

Overigens werd gisteren, na jarenlange onderhandelingen, door de landen die deel uitmaken van de Verenigde Naties, het eerste verdrag voor de bescherming van de internationale wateren aangenomen. Daarmee kunnen gebieden op volle zee, nu nog onbeschermde delen in de oceanen, ook natuurreservaten worden en duurzaam worden beheerd. Deze stap was essentieel om de doelstelling te halen waarin wordt gesteld dat 30% van het mariene oppervlak (dat niet tot individuele landen behoort) van onze blauwe planeet tegen 2030 wordt beschermd. Een historisch besluit. De overeenkomst moet nu worden geratificeerd door tenminste 60 landen. 

Onlangs werd een blauwe haai (tintorera) gespot, twee meter uit de branding aan een strand van Orihuela Costa. Ik zag een filmpje waarin het dier met zijn opmerkelijk lange snuit en lange staart zich door het water worstelde. Zwemmers holden zo goed en zo kwaad als dat ging bij het dier vandaan. Het was niet de eerste keer dat ik dat beeld zag. Deze haai moest in de problemen zijn want die komt normaliter alleen voor in oceanen, op grote diepte, en houdt niet per se van warm water (zoals de Middellandse Zee). Dat bleek te kloppen. Diezelfde dag nog werd de haai ondersteboven op een rots in Cabo Roig aangetroffen. Dat is de baai waaraan onze vrienden Rolando & Paco wonen. We appten het nieuwsfeit aan hen door. 

Een van de wetenswaardigheden over de blauwe haai is dat het een erg vraatzuchtig dier is, in staat tot kannibalisme. Zodra een baby-haaitje wordt geboren -deze haaiensoort bevalt van levende pups die negen maanden lang door de placenta worden gevoed-, maakt het zich uit de vinnen (voeten) omdat het door de ouders zou kunnen worden opgegeten. 

Het was eveneens in Cabo Roig waar een zeeschildpad op een mooie ochtend het strand betrad om daar niet een maar twee gaten te graven voor het leggen van eieren. Ze legde ze echter niet. Een man van de lokale schoonmaakdienst belde het daarvoor beschikbare telefoonnummer en personeel van de juiste instantie was snel ter plaatse. Deze schildpad (caretta-caretta, onechte karetschildpad) werd fysiek onderzocht. Ze droeg inderdaad eieren in haar lichaam en was verder in goede gezondheid. Dus die komt wel terug! Men gaf haar een zendertje mee om haar koers te kunnen volgen. Ze zal haar taak als moeder zeker afmaken, ook al zal ze de geboorte van haar nageslacht niet afwachten. Zo gaat dat in tortugaland, weten wij uit uitvaring. 

En dan hebben we ook de roemruchte orka’s nog in de Straat van Gibraltar. Er zijn al wekenlang berichten over wraaklustige orka’s die vissersboten en zeilschepen aanvallen. Ze vallen het roerblad aan, sommige boten werden tot zinken gebracht. Over het waarom van hun gedrag doen veel verhalen de ronde. Sommigen menen dat het spelen is. De meest plausibele verklaring is dat de matriarch (de moeder van een groep) ooit gebleseeerd raakte door de schroef van een schip en nu wraak lijkt te nemen op alle roerbladen die langskomen. 

Het is daar nu tijd voor de Almadraba-visvangst, een traditionele manier van tonijnen vangen. Die Spaanse traditie is eeuwenoud. De blauwvintonijn, die wel 500 kilo kan wegen, is het favoriete hapje van de orka. Misschien dat ze hun vermeende concurrentie willen wegjagen?

Rosalin Kuiper, de enige Nederlandse deelneemster aan de zeilrace om de wereld -met Team Malizia-, is er beducht voor maar zij en haar team zijn waakzaam. Zo’n prachtig, bijzonder intelligent zeedier wil je geen schade berokkenen maar hun bijzondere IMOCA moet ook blijven drijven. De vloot van The Ocean Race koerst momenteel in de richting van het zuiden van het Iberish schiereiland. (Ze zeilen op dit moment voor de kust van noord-Spanje.) Ik zag prachtige beelden van meezwemmende dolfijnen rond de boeg. Ze hebben tot nu toe te maken met zeer lichte wind maar die gaat aanwakkeren tussen Zuid-Frankrijk en Portugal. Ze zouden nog een dag of negen nodig hebben om in Genua (Noord-Italië) aan te komen maar dat gaat, vanwege windgebrek, hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Aan boord gaan ze zelfs als voedsel ratsoeneren! Never a dull moment. Zelfs niet in de laatste etappe van deze epische zeilrace. 


vrijdag 16 juni 2023

Rebelse meiden

Spanje gaat eind deze maand naar de stembus voor vervroegde landelijke verkiezingen. Bij de recente gemeentelijke en regionale verkiezingen kregen de linkse regeringspartijen (PSOE en Unidas Podemos) een flink pak slaag. De rechtse oppositie daarentegen, behaalde een heel goed resultaat. Het gebeurt regelmatig dat partijen van de zittende regering ervan langs krijgen. 

Premier Sánchez besloot daarop de landelijke verkiezingen te vervroegen. Daarmee neemt hij een risico. Hij wilde echter niet wachten tot november, denkend dat tegenpartijen door meer tijd teveel in de kaart zouden worden gespeeld. Die partijen zouden dan kunnen voortborduren op de voordelen van hun behaalde resultaten. Sánchez rekent erop dat linkse en zwevende kiezers zijn geschrokken van het vooruitzicht van Spanje als een rechts land, waar de Partido Popular (de vaak van corruptie beschuldigde Volkspartij) en het extreem-rechtse Vox hier de dienst gaan uitmaken. Vox wil vooral oude tijden doen herleven en koketteert openlijk met het gedachtengoed van de voormalige fascistische generaal Franco. Ik hoop dat Spanjaarden hun les van 40 jaar onvrijheid hebben geleerd... 

Links liep dus flinke klappen op. Maar er is ook iets interessants aan de gang aan die kant van het politieke spectrum. In de afelopen jaren ontstond Sumar, een nieuwe consolidatie op links onder leiding van Yolanda Díaz Pérez. (Sumar betekent samenvoegen of verenigen.) Zij is momenteel Minister van Arbeid en vicepremier namens Podemos, de partij die links van de PSOE opereert en het slechtste verkiezingsresultaat behaalde. 

Foto: Sopa Images
Yolanda werd op 6 mei 1971 geboren als dochter van twee leden van de ondergrondse Communistische Partij, dan verboden door dictator Franco. Vader Suso werkte op een scheepswerf en ging daar voor in de felle strijd om betere arbeidsomstandigheden. Ze groeide op in een speciaal voor havenarbeiders gebouwde wijk in het Galicische dorpje Fene en kreeg de spanningen als kind van dichtbij mee. Regelmatig werden er door aanhangers van het Francobewind huiszoekingen gedaan naar links propagandamateriaal. Díaz werd een succesvolle advocaat Arbeidsrecht voordat ze in de politiek terechtkwam. Ze besloot zich in 2005 in de lokale politiek te storten namens Esquerda Unida (Verenigd Links), een radicaal-linkse partij. 

De Spaanse politiek wordt gekenmerkt door moddergooien en het afschilderen van politieke tegenstanders als vijanden. Díaz valt op als een gematigde en constructieve politica. Zelfs rechts heeft weinig op haar aan te merken. Ze raakt een gevoelige snaar bij vele kiezers die genoeg hebben van de harde toon van het debat. Een toon die mede wordt gezet door anderen van Podemos, de formatie die ze vertegenwoordigt maar die steeds verder van haar af komt te staan. 

Met haar warme uitstraling en constructieve manier van politiek bedrijven groeide ze uit tot één van de meest gewaardeerde politici van Spanje. Sinds november 2021 werkt ze aan een eigen project waarmee ze kleine linkse politieke partijen aan zich wil binden en zo één sterke partijalliantie wil vormen in de aanloop naar de landelijke verkiezingen. Díaz komt nu dus met Sumar, de partij die eerder dan gepland doorslaggevend kan worden voor de toekomst van links en voor premier Sánchez. Al moet de zittende regeringsleider niet denken dat zij een bijrol wil spelen. Haar ultieme droom is om zelf de eerste vrouwelijke premier van Spanje te worden. 

In een recent artikel in de Spaanse krant El Diario las ik over de Vrouwenbeschermingsraad tijdens het bewind van generaal Franco. Daar wist ik tot nu toe niets van. De inhoud vond ik huiveringwekkend. Elke minderjarige in Spanje die zich destijds niet onderwierp aan de strengheid van het gezin, voor zichzelf dacht en in opstand kwam tegen het gezag, kon worden verbannen naar een van de vele ‘reformatoria’ in het land die werden gesponsord door de Raad. Die nam dan de voogdij op zich en verlengde de meerderjarigheid van een jonge vrouw in sommige gevallen tot de leeftijd van 25 jaar. 

Tussen 1941 en 1984 werden meisjes en jonge vrouwen die de morele normen van de dictatuur overtraden, opgesloten in centra die werden beheerd door religieuze ordes. Vaak werd als reden voor opsluiting aangevoerd dat het “rebelse meiden” waren. Een van de vrouwen die dit overkwam, is de nu 69-jarige Rocío Paso Jardiel die 14 jaar oud was toen ze het ouderlijk moest verlaten. Ze dacht dat ze naar een gewone kloosterschool ging maar het bleek een heel andere bestemmingsoord te zijn. 

Zij en duizenden andere meisjes en jonge vrouwen werden in die jaren van hun vrijheid beroofd -zonder enige vorm van proces of veroordeling- en vaak jarenlang onderworpen aan barre levensomstandigheden. Ze hadden geen misdaad begaan maar wel een zonde in de ogen van de Katholieke Kerk en Franco. Ze hadden de ijzeren morele normen overtreden die de dictatuur had opgelegd aan de vrouwelijke bevolking van Spanje. 

In de praktijk werd bijna elke reden gebruikt om hen te bestempelen als "gevallen" of "dreigend te vallen" vrouw: hun moeder niet gehoorzamen, veel op straat zijn, niet naar de kerk gaan, werken als serveerster, laat thuiskomen, niet hard genoeg studeren, omgaan met mannen, van de vrouwenliefde zijn, demonstreren. Een (wel of niet anonieme) klacht bij de politie of andere overheidsinstantie was voldoende om te worden opgepakt. Dat kon iedere vrouw overkomen. Iedereen wier gedrag niet overeenstemde met Franco´s vrouwelijke ideaal van onderdanigheid, zelfopoffering, fatsoen en een seksualiteit die uitsluitend verband hield met de voortplanting in het huwelijk. 

Opgepakte meisjes en jonge vrouwen werden heropgevoed in instituten van de overheid. De piek daarvan zou zijn bereikt in 1961. “Zeggen dat we in de hel leefden, was een understatement. Het ergste was de onzekerheid, niet weten waarom je daar was en voor hoelang. Voor de nonnen waren wij allemaal hoeren en verdienden we straf”, aldus Rocío. Het was erger dan een gevangenis. Er waren tientallen van dit soort tehuizen; sommige strenger dan andere, en zelfs specifiek ingericht voor een bepaald soort "zonde" dat door de jonge vrouwen zou zijn begaan. In speciale gevallen moesten gedetineerden daar tot hun 25ste verblijven. 

Vaak was het de eigen familie die aan deze heropvoeding meewerkte. Dat gold ook voor Rocío. Zij was kleinkind van een beroemde dramaturg en schrijver. Ze accepteerde de strenge discipline niet in haar gezin, stelde vragen bij het geloof, had een vriendje met wie ze seks had, kwam in opstand tegen het gezag. Haar ouders waren bevriend met mensen van Opus Dei en zo kwam ze in beeld van de Vrouwenbeschermingsraad. (Wat een eufemisme is die benaming!)   

Eenmaal in zo‘n reformatorium, werd de meisjes en jonge vrouwen geobserveerd en werden bij hen maagdelijkheids- en psychologische testen uitgevoerd. Daaruit kwam een kwalificatie op een zogenaamde "morele klok", in kleuren uitgevoerd (hiernaast te zien). Rood en oranje gaven iemands negatieve persoonlijkheidsaspecten aan,  blauw de positieve. Bewakers -doorgaans nonnen- die dit wrede systeem in stand hielden, mochten zelf niet ouder zijn dan 30 jaar en volgden een training van vijf maanden, naast het demonstreren van "pure religiositeit, onberispelijke moraliteit en een vurige aanhankelijkheid aan de Nationale Zaak", het Francoïsme. 

Scholing en academische vorming waren geen prioriteit; in tegendeel. Minderjarigen werden tot slaaf gemaakt en uitgebuit. Ze moesten bidden-boenen-buffelen: dagelijks heel hard werken gedurende lange uren, vaak zonder enige vergoeding. (Dat noemen we tegenwoordig dwangarbeid.) Ze zaten opgesloten in individuele cellen en aten met plastic bestek, net als in de gevangenis. Hun  correspondentie werd gecensureerd, er was geen vrijheid om te telefoneren of naar buiten te gaan, gedetineerden mochten niet praten met lotgenoten van andere afdelingen. Er werden lijfstraffen en andere vormen van vernedering toegepast. Een persoon kon in de isoleercel of strafcel belanden voor korte of langere tijd. 

Als jonge vrouwen zwanger waren, werd de baby na de geboorte in veel gevallen van de moeder afgenomen en ter adoptie aangeboden aan gezinnen die het Francoregime betergezind waren. Degenen die werden beschouwd als rebellen zonder mogelijkheid tot heropvoeding werden overgebracht naar psychiatrische ziekenhuizen, met de diagnose "gedragsstoornis". Dat overkwam veel lesbische vrouwen. Er werd medisch op hen geëxperimenteerd; sommigen overleefden dat niet. In 2012 verscheen een boek over dit drama, getiteld ‘De verbannen dochters van Eva’, van de Spaanse schrijfster Consuelo García Del Cid Guerra. 

Bij de laatste verkiezingen boekte Vox qua stemmen veel vooruitgang in sommige regionale parlementen, met uitzondering van Madrid. Deze partij groeide het meest van alle politieke partijen in Spanje sinds de verkiezingen van 2019. Men kreeg ruim 1.6 miljoen stemmen, ofwel 7% van het totale aantal. Het aantal Vox-raadsleden verdrievoudigde daarmee. Deze partij gaat in een groot aantal gemeenten samenwerken met de PP. Laatstgenoemde partij deed ook toezeggingen in de aanloop naar de aanstaande landelijke verkiezingen. 

Ik begrijp niet dat er vrouwen zijn die stemmen op Vox. Kiezen voor die partij is kiezen voor achteruitgang. En eerlijk gezegd, kan ik zelfs niet bevatten waarom vrouwen stemmen op de Volkspartij (PP) als je weet dat die twee landelijk willen gaan samenwerken. Van dit soort (ultra)conservatieve partijen hoeven rebelse meiden en andere minderheden in dit land weinig tot niets goeds te verwachten. Ze zijn gewaarschuwd! Staan we aan de vooravond van -wederom- een reactionaire nationale golf in mijn tweede Vaderland? 

Als permanente residenten in Spanje maar met een paspoort van een ander land mogen wij tijdens de verkiezingsronde van 28 juni niet meestemmen. Deze rebelse meid gaat dus tandenknarsend toekijken. Het wordt hier hoe dan ook een zeer hete zomer!


maandag 12 juni 2023

Kleurrijke zeemeerminnen

Het einde van The Ocean Race 2023 nadert met rasse schreden. De start was op 15 januari in Alicante en wij waren erbij. De grote finale zal op 1 juli plaatsvinden in Genua, Italië. Etappe 6 van Aarhus (Denemarken) via Kiel (Duitsland) naar Den Haag werd inmiddels afgerond. De posters voor dit grote evenement hingen door de hele stad, volgens vriendin-reporter Bernadette. De gehele vloot was weer in Europese wateren dus twee klassen deden aan deze etappe mee: die van de IMOCA 60 en de VO65. In die laatstgenoemde klasse participeert een Nederlandse boot, Team JAJO. Jelmer van Beek en zijn team trainden in de afgelopen weken hard om weer te gaan strijden om de punten. Zij staan op de tweede plek in het algemeen klassement.

De een na laatste etappe zit erop. Alle boten kwamen inmiddels aan in de binnenhaven van Scheveningen. Het was een spannende finish. Op de hoogte van Haarlem lag de Amerikaanse koploper een halve zeemijl voor op het Zwitserse team, op nog eens een halve zeemijl gevolgd door team Malizia. Vijf dagen lang kunnen bezoekers de raceboten en de zeilers daar bewonderen. Er treden bands op en de kleurrijke zeemeerminnen zijn van de partij met straattheater. Daar ligt tevens een aantal tall ships afgemeerd. De grote afwezige is echter de Hollandse nieuwe; die was nog niet vet genoeg. De start van het haringseizoen is uitgesteld tot 23 juni.

Er gebeurde veel in de afgelopen etappe. Het goede nieuws was dat Team GYOT Environment (alias Team Europa) zich weer aan de start meldde. Ook dat team kreeg te maken met een gebroken mast en moest etappe 5 noodgedwongen overslaan. Wel kregen ze het voor elkaar om tijdig een nieuwe mast naar Kiel te laten transporteren. Hun ontmaste zeiljacht werd op een containerschip vanuit Halifax (Canada) naar Noord-Europa gevaren en kwam een dag voor de start van de zesde etappe in de haven van Aarhus aan. Wat je noemt kiele-kiele!

Het slechte nieuws is dat de Franse schipper van Team Holcim PRB, Kevin Escoffier, niet aan het roer stond deze keer. Enkele dagen voor de start in Aarhus las ik dat hij “om persoonlijke redenen” uit de race stapte. En dag later kwam er een officieel bericht van de raceleiding. Er zou zich in Newport (Verenigde Staten) aan de wal tijdens een feestje grensoverschrijdend gedrag hebben voorgedaan waarbij hij en een jonge vrouw betrokken waren. Het voorval werd gemeld aan de Franse Minister van Sportzaken. De Franse Zeilbond stelde inmiddels een onderzoek in naar de precieze gang van zaken. Die bond is de enige bevoegde instantie die sancties kan opleggen. 

Ik ga de mogelijke dader niet veroordelen voordat de kwestie grondig is onderzocht. Maar iemand van zijn kaliber stapt niet voor niets af, denk ik. Een uiterst competitieve zeezeiler als hij doet dat alleen als er iets aan de hand is. Zijn team staat immers 1 punt achter op de koploper in het algemeen klassement (het Amerikaanse team 11th Hour Racing). Er is dus nog veel eer te behalen voordat The Ocean Race klaar is. Hij wachtte de finish niet af.

Het traject dat de boten aflegden, zou het meest complexe van de hele reggata zijn. Er waren slechts 800 nautische mijlen af te leggen maar de IMOCA´s moesten eerst naar het zuiden van de Baltische zee varen, richting het Duitse Kiel (fly-by) om daarna noordwaarts terug te varen, de Baltische zee af. Na het ronden van Denemarken voeren ze over de Oostzee richting Noordzee. Voor de VO65-vloot was de route naar Scheveningen minder complex omdat ze niet eerst naar het zuiden hoefden voor de Kiel-fly-by. In plaats daarvan gingen ze na de start direct noordwaarts, de Oostzee op en daarna zuidwaarts naar Scheveningen. Het Nederlandse Team JAJO deed het redelijk goed, men eindigde als derde. In het algemeen klassement staan ze op de tweede plek, drie punten achter nummer 1 (het Poolse team WindWhisper Racing). JAJO kan deze race in hun klasse dus nog winnen. 

Mijn favoriet bij de IMOCA’s, het Duitse Team Malizia, schreef een bijzonder record op hun naam tijdens etappe 5. Zij braken het snelheidsrecord dat tot dan toe in handen was van de Nederlandse schipper Simeon Tienpont. Team Malizia legde 641 nautische mijlen af in 24 uur; dat komt neer op een gemiddelde snelheid van 50km/uur. 

Schipper Boris Herrmann kent de wateren van Kiel als zijn broekzak dus dat zou in hun voordeel moeten zijn. (Hij studeerde in die stad en zeilde er vaak.) Het mocht niet zo zijn. Bij de start in Aarhus haalde de Zwitserse concurrent Holcim PRB (een plaats boven hen) een trucje uit waardoor Malizia te vroeg over de startlijn werd gedwongen en daardoor straf kreeg. De boot moest achter aansluiten. Die achterstand werd op dit traject niet meer ingehaald. Het team eindigde als derde (achter de vermaledijde concurrent Holcim PRB), scoorde 3 punten en kan, met nog één etappe te gaan en 5 punten resterend, de race niet meer winnen (met 27 punten). Als de Amerikanen -met 33 punten- geen fout maken of pech krijgen in de laatste etappe naar Genua, winnen zij The Ocean Race 2023. 

Bernadette stond op het Scheveningse strand bij het havenhoofd en stuurde mij leuke filmpjes van de finish. De Nederlandse koning en koningin waren eveneens van de partij, maar dan op het water. De NOS-app had nul-komma-nul bericht over deze epische zeilrace rond de wereld en de aankomst op vaderlandse bodem. Uiterst vreemd, wat mij betreft.

Knipkunst: Asya Kozina

Co-schipper Rosalin Kuiper zeilt vanaf Alicante mee aan boord van Team Malizia. Bernadette stuurde mij vorige week ook een interview toe van FD-journaliste Alice van Essen met haar. Dat interview is getiteld ‘Op de juiste plek bloei je op’. Het ging over hoe ze moest opboksen tegen haantjesgedrag van dominante mannen in de zeilwereld, hoe je op een IMOCA helaas niet aan dek kunt zitten (wat ze heerlijk vindt), hoe je in een piepkleine cockpit en onder voortdurende druk met elkaar moet samenwerken, hoe ze op het zwaarste traject van de race om de wereld een hoofdwond en een hersenschudding opliep en 'gewoon' doorging.

Nieuw voor mij als fan was dat ze tijdens haar studietijd last kreeg van chronische hoofdpijn. In diezelfde tijd werd ze gediagnostiseerd als persoon met ADHD. Drie jaar lang slikte ze ritalin om te kunnen studeren. Steeds vaker vroeg ze zich af waarom ze in een zombie moest veranderen om te kunnen slagen in deze maatschappij? ‘Het is toch raar dat we dit normaal zijn gaan vinden? Te vaak laten we ons in een keurslijf dwingen, leven we ons leven volgens de verwachtingen van anderen.’ 

Onlangs hoorde ik iemand met ADHD het acroniem op grappige wijze verklaren: Altijd Druk, de Hele Dag. ‘Uiteindelijk heb ik mijn weg gevonden door me te ontworstelen aan het heersende verwachtingspatroon. Het was een zoektocht, maar inmiddels weet ik dat ik me dicht bij de natuur het beste voel, daar gaat het leven voor mij vanzelf. Hoofdpijn is mijn leidraad: in de bergen en op zee heb ik er het minste last van. Op de 26ste dag van The Ocean Race was ik zelfs hoofdpijnvrij. Blijkbaar heeft je omgeving een groot effect op hoe je je voelt. Op de juiste plek kom je tot bloei. Ik gun iedereen de ruimte en de vrijheid om uit te zoeken welke leefstijl bij hem of haar past.’ 

Wijze woorden van een jonge en talentvolle zeezeilster van wereldklasse. Meer of minder zee, Rosalin? Ik begrijp haar antwoord maar al te goed. Zij is een vrouw naar mijn hart.


donderdag 8 juni 2023

Het boeket

Eerder deze week vond de diploma-uitreiking plaats voor onze kleine, grote vriend Yuda in Bali. Kleintjes worden groot! Hij en zijn klasgenoten rondden junior high school af en zijn middelbare schoolleiding organiseerde een feestje voor alle leerlingen en hun familie. In onze Westerse wereld wordt dat moment in het voortgezet onderwijs niet uitbundig gevierd. Je gaat gewoon van de onderbouw naar de bovenbouw. In Indonesië ligt dat anders. Er zijn leerlingen die na het derde jaar van de middelbare school gaan omdat zij daarna niet langer leerplichtig zijn. Of ze gaan een type beroepsonderwijs volgen op een specifieke school. Yuda is nog net geen 16 jaar en hij gaat nog drie jaar verder op dezelfde school.   

De regelmatige lezer herinnert zich wellicht dat er een tijdje geleden een kwestie was over of hij op die school in Noord-Bali moest blijven of niet. Hij had een keer tegen zijn moeder opgemerkt dat hij zich er verveelde en dat hij naar een openbare school wilde. Dat bleek iets genuanceerder te liggen. Voor de komende jaren moet relatief veel schoolgeld worden neergelegd (naar Noord-Balinese begrippen). Hij, de oudste in het gezin van vier, wilde zijn ouders daarmee niet belasten. Zijn drie jaar jongere broer gaat vanaf nu ook naar dezelfde middelbare school en dan zijn er ook nog twee jongere kids die voor het eerst naar school gaan. Hij cijferde zich bij voorkeur weg.

Yuda´s beide ouders vertelden ons bij die gelegenheid (achter de schermen) dat ze zijn schoolgeld zelf kunnen betalen. Wij hebben er met ons vieren een grote voorkeur voor dat hij blijft op de prima school waar hij nu zit. We spraken met de jongeling over de situatie en ontwarden de knoop samen met hem. Nee, hij is niet verveeld en wil liever niet naar een andere school. Hij blijft waar hij is, heeft het naar zijn zin op school, gaat daar graag nog drie jaren verder leren. Wij waren zeer opgelucht.

Yuda rondde de SMP (Sekolah Menengah Pertama) met goed gevolg af en gaat na de schoolvakantie beginnen aan SMA, de Sekolah Menengah Atas ofwel Senior High School. Op dit punt in het Indonesische onderwijssysteem kunnen leerlingen ook SMK gaan volgen, Sekolah Menengah Kejuruan, dat staat voor middelbaar beroepsonderwijs. Een switch is ook van toepassing op leerlingen die niet de vereiste cijferreeks behaalden om naar SMA door te stromen. (Onze Yuda deed dat wel!) 

Hij is een knul die niet zeer gedreven is maar hij betuigt zich wel een goede leerling. Op vragen van ons en zijn ouders wat hij later zou willen worden, volgt doorgaans een lange stilte. We hebben hem -op zijn verzoek- weleens inzicht gegeven in onze ideeën over zijn beroepsmatige toekomst maar we weten niet precies wat zich in dat hoofd afspeelt. Hij is nogal een binnenvetter... Dus hoe langer hij in een leuke klas op een goede school zit, hoe beter. Dan kan dat moment van een serieuze beroepskeuze of een baan nog even voor hem worden uitgeschoven. De kans is klein dat hij aan de universiteit gaat studeren (qua ambitie en financiële middelen) maar misschien is een HBO-opleiding in een gewenste richting een mogelijkheid, met een beetje hulp van buitenaf. Maar zover is het nog niet. 

Mijn liefje herinnerde mij aan een situatie die we aantroffen in een resort in Lovina. Daar verbleven we toen we ons eigen huis aan de Balizee verkochten. Een van de jonge tuinmannen vertelde ons dat hij graag op een cruiseschip zou willen gaan werken maar hij sprak geen woord Engels. Zij raadde hem aan de gratis taalapp Duolingo te gaan gebruiken. Dat deed hij braaf iedere dag. Op zoek naar een beter leven. Goede educatie en zelfstudie zijn prioriteiten, wat ons betreft. Yuda´s perspectieven zijn hopelijk beter... 

Aangezien de overgang van junior high school naar senior high school bij ons op zo’n andere manier verloopt, hadden we niet in de gaten dat er sprake was van een heuse diploma-uitreiking. Tijdens onze maandelijkse videoapp-sessie zei hij wel dat zijn graduationvoor hem het leukste moment van de aanstaande week zou worden. Echt landen deed die uitspraak nog niet. Totdat we de jongeman voor het eerst in pak voor het eigen huis zagen poseren! 

Ter voorbereiding op deze dag had moeder Elsa een bijzonder boeket samengesteld voor de feestneus. Er zaten echte en onechte bloemen in maar de onechte waren van echt Indonesisch papiergeld gemaakt. In zwart ingepakt (passend bij zijn pak), met een knalrode strik er omheen. Ze had Yuda verteld dat het geschenk afkomstig was van ons. Wij wisten van niks maar waardeerden dat gebaar. Ik denk dat het een van de vele gebruiken van het land is. De leerling wilde het boeket echter, naar verluidt, niet vasthouden op de dag van de diploma-uitreiking! 

Yuda is op een leeftijd waarop je niet uit de pas wilt lopen; dat snap ik. Hij is een van de jongere tieners (alsmede een van de tengerste) van zijn klas maar hij is vooral cool... Dan ga je niet met een boeket nepbloemen in de arm staan. Totdat we foto´s ontvingen van hem en medeleerlingen die ook boeketten vasthielden. De ene nog groter dan de andere. Het waren doorgaans wel meiden. En hij dus. 

De schoolleiding hing hem een medaille om en moeders zal hem het boeket in de arm hebben gedrukt. De meisjes omarmden hun boeket, hij hield het losjes in één hand. Verschil moet er zijn. Ik moest erom grinniken. Hij deed het toch maar mooi, waarschijnlijk voor ons, zijn oma’s-met-de-witte-huid. 

Van de alumnus zelf ontvingen wij ongeveer 20 foto’s van het evenement. Ook eentje waarop hij en vier andere leerlingen stonden. Wat zij met elkaar gemeen hebben, is dat ze voorheen op dezelfde goede lagere school zaten (NBBS, North Bali Bilingual School). Zij vierden die dag dus ook nog een kleine reünie, volgens moeder Elsa. Wat ons betreft blijft Yuda de koele gast maar ook de lieve knul die hij is.

Toeval bestaat want op diezelfde dag kwam onze Surinaamse buurvrouw Beppy ons een overheerlijke bolu kukus brengen, een gestoomde sponscake die uit de Indonesische keuken stamt. De cake was gifgroen, heerlijk luchtig en niet te zoet. Onze Surinaamse buren hebben vrienden met Indonesische roots in hun kerkgemeenschap hier.   

En vandaag is het de beurt aan nummer 2, Damai. Er komt geen einde aan deze festiviteiten! Ook hij sluit op feestelijke wijze zijn lagere schooltijd af. Daarmee is hij een officiële schoolverlater. Ook hij ging naar de NBBS en gaat nu naar de middelbare school van zijn grote broer. Ook hij krijgt vandaag van zijn ibu een fraai boeket, namens ons. Hij schreef ons dat hij blij is "but also a little bit sad". Hij laat veel herinneringen en vrienden achter en zei dat hij zijn geweldige juffen en meesters evenzeer gaat missen. Dat is typisch Damai. Enkele foto`s van zijn graduation stop ik in mijn webalbum. 

Als sponsoren sluiten wij een belangrijke periode in hun jonge levens af. Ouders en grootouders doen dat voor hun nageslacht. Wij, kinderlozen, doen het voor anderen. Wij losten onze beloften aan deze Balinese ouders en hun oudste kids in. Dat voelt heel goed. Vandaag keken mijn lief en ik elkaar aan en knikten... Een mooie klus is geklaard (maar het is nog niet af).   

Nu breekt voor beide leerlingen een lekker lange schoolvakantie aan. We subsidieerden nieuwe paddles voor de (opblaas)roeiboot die we hen enkele maanden geleden kado deden dus ze kunnen de zee op om zich te verpozen. Net als hun pa Ketut. Hij was in de afgelopen dagen op het cruiseschip van zijn Amerikaanse werkgever in de buurt van ons maar het lukte niet om elkaar te ontmoeten. Er staat nu een ontmoeting gepland voor juli, als het schip wederom in de haven van Alicante aanlegt. Hij deed de aanvraag voor een vrije dag aan wal bij zijn leidinggevende, wij zetten de aanstaande ontmoeting in onze agenda.


maandag 5 juni 2023

Las Hermanas Halal (de Halal-zusters)

Als thuiskok raakte ik jaren geleden al in de ban van Noord-Afrikaanse en Midden-Oosterse gerechten. Ik denk dat de rondreis van een maand door Marokko die wij in 2009 maakten daarvoor de bodem legde. Een fotogeniek land met lekker eten. Kleuren, geuren, saveuren, memorabele deuren. Een van de (vele) leuke reizen in mijn leven. 

Op tv zag ik recent een professionele kok een smakelijk voorgerecht maken uit die contreien. Dat wordt gemaakt met een bodem van tahini, Griekse yoghurt en vers geperst citroensap. Een snufje peper en zout erdoor en klaar is Kaisha! Tahini is een pasta van geroosterde sesamzaadjes. Daarbovenop komt een mengsel van rode ui, tomaat, heel veel klein gesneden aubergine en harissa. Dat alles moet lekker lang in de pan zodat de groenten karameliseren.

Harissa krijgt hier als product de Nutri-Score A (donkergroen), de hoogste score die er bestaat in dat voedingssysteem. Het is tamelijk gezond, er zit niets verkeerd in: knoflook, olijfolie, pepers. Toch moet je oppassen met de toepassing en het eten van van dit ingrediënt. Het is -min of meer- de midden-oosterse variant van sambal. Het is een puree van rode paprika en diverse soorten hete chilies. Een tijd geleden kocht ik een tube harissa, Spaanse peperpuree (van het merk DEA), in een Spaanse supermarkt. Er gaat wellicht niets boven vers gemaakte harissa maar uit mededogen met mijn liefje, die al tranende ogen krijgt als ze naar een pepertje kijkt, besloot ik het niet zelf te maken.

Mijn eerste ervaring met harissa stamt uit 2018 toen ik een recept van kok Yvette van Boven maakte. Het ging om pulled pork, een gerecht met procureur (ontbeend vlees van hals- en schouderkarbonade). Het gaat om lang gemarineerd, uit elkaar getrokken draadjesvlees van het varken. We aten ooit een broodje pulled pork in een leuk eettentje in Zuid-Bali en dat was onvergetelijk lekker. Van Boven gaf er haar draai aan en schreef voor de marinade twee eetlepels harissa voor. Zelf besloot ik een theelepeltje van deze pikante pasta te gebruiken, wederom omwille van mijn liefje. Na uren in de Creuset-pan te hebben gesudderd, kon het gerecht worden opgediend. Zij kon niet wachten met opscheppen. Bij de eerste hap schoten de tranen uit haar ogen. Zelf verdraag ik pittig eten beter dan zij maar ook ik had behoefte aan een heel groot glas water om de vlammen in mijn mond te doven. ¡Madre mia! 

Voor het voorgerecht bracht ik een dikke laag tahini-mengsel op een bord aan, legde daarop de krokant gebakken groenten, nog wat verse koriander op de berg en geroosterde sesamzaadjes op de buitenste rand van het bord. Maar altijd met een Barefoot twist. Je kunt het als een tapa eten, met Libanees platbrood. Bij gebrek hieraan, roosterde ik driehoekjes uitgesneden pitabrood 5 minuten in de oven. 

Onze vrienden Rolando & Paco kwamen eten en dan bereid ik bij voorkeur een gerecht dat zij zelf niet (zullen) maken. Van hen ontving ik in de loop van de tijd al kookboeken van Yoram Ottolenghi dus ik schatte in dat ze een Midden-Oosters avontuur wel aandurfde. 

Ik had daarnaast mijn zinnen gezet op een gemengde groentenschotel in de tajine, met zoete aardappel, ingelegde citroenen uit eigen tuin, kikkererwten, bloemkool en brocoli, gedroogde pruimen, groentenbouillon en za’atar. Dat laatstgenoemde ingrediënt is een kruidenmengsel uit het Midden-Oosten. 

Alhoewel ik inmiddels aardig bedreven ben in het gebruik van die kegelvormige stoofpot, is het nooit verkeerd om er voor een specifiek gerecht een gespecialiseerd kookboek op na te slaan. In het kookboek Jerusalemvan Ottolenghi vind je tajinerecepten maar ik koos voor The Modern Tagine Cookbook van Ghillie Basan (1962). Zij werd geboren in Kenia maar bracht een groot deel van haar jeugd door op een kostschool in Schotland. Ze trouwde met een Turkse man en schreef kookboeken over de klassieke Turkse en Noord-Afrikaanse keuken. 

Ook maakte ik puntpaprika’s, gevuld met opgeleukte couscous (tomaat, olijven, feta). Omdat Paco niet van paprika’s houdt, maakte ik voor hem gevulde tomaten. Om deze carnivoren tegemoet te komen, serveerde ik ook kippenpoten uit de oven, gemarineerd in ras-el-hanout; een mengsel met wel 20 soorten specerijen. Dat is een vaste aanwezige in mijn kruidenrek. Je bent wereldburger of niet!

Als snacks vooraf stond er nu eens geen grote bak chips op tafel (de lekkerste komen uit Torre de la Horadada) of waren er toastjes kaas maar geroosterde amandelen, dadels en olijven. Het toetje maakte ik van Griekse yoghurt met rozenwater, granaatappelgelei, verse abrikozen en een exotische zadenmix. Dat klinkt niet per se lekker maar dat was het wel. 

Alleen het vinden van za’atar was een dingetje. Dat ingrediënt onbreekt in mijn kruiden- en specerijen-assortiment. Het hoofdingrediënt van deze mix is het gelijknamige kruid. Dat is een soort wilde oregano die smaakt naar een combinatie van oregano en tijm. Dit wordt gedroogd en fijngemalen met sumak (gedroogde zure besjes) en sesamzaad. Dat trof ik niet eerder aan in een Spaanse winkel maar ik hoorde het al vaak genoemd in vorige jaargangen van mijn favoriete kookprogramma Masterchef Australia. 

In mijn woonplaats wonen ruim 23.000 mensen in totaal, waarvan een deel afkomstig is uit Noord-Afrika (Marokko en Algerije). Volgens het Spaanse Bureau voor de Statistieken gaat het hier eind 2022 om ruim 2.000 inwoners, 1.331 mannen en 679 vrouwen. Ik vermoed dat de meeste mannen werkzaam zijn in de lokale land- en tuinbouw. De vrouwen zie ik heel soms in een winkel maar vaker op straat op de dag van de lokale markt (vrijdag). Het was dan ook niet zo’n gekke gedachte om op zoek te gaan naar een plaatselijke winkel met ingrediënten uit hun keuken. Wij, Nederlanders, doen dat hier immers ook regelmatig. 

Op het web vond ik Los Hermanos Halal, de winkel van de Halal-broers, in een zijstraat van de hoofdstraat. Daar zou ik vast het benodigde ingrediënt en meer kunnen vinden! De verwachtingen waren hoog gespannen en zoals zo vaak... te hoog. Tja. Via een stenen trap betraden we een donkere pijpenla. Mijn eerste blik viel op een lange rij doorzichtige emmers met diverse soorten olijven in vocht. Aan de kleur te zien, zat er flink wat chili in, misschien wel harissa. Ik dacht het pikante te kunnen ruiken. Niks voor mijn liefje! Achterin de winkel ontwaarde ik een slagerstoonbank waarvoor vier mannen met Noord-Afrikaans uiterlijk stonden te praten. We groetten elkaar hartelijk, al leken zij verrast. 

Za’atar was daar niet te vinden, tot mijn spijt. (Enorme potten harissa wel.) De tajines die er te koop stonden, waren veel lelijker dan de mijne. Ik denk ook niet dat ik nog terugga naar deze winkel. Teleurgesteld stapte ik naar buiten. Wat nu? Ik zou het mengsel zelf kunnen maken door Italiaanse kruiden te mengen met sesamzaadjes en druppels vers citroensap. Maar ja... 

We moesten sowieso voor andere producten naar de plaatselijke Lidl en daar vond ik in een donker hoekje tot mijn verbazing een potje van dit citrusmengsel. Joehoe! Daarmee stond het recept vast, het koken kon beginnen. Een uur of vier was ik bezig met de voorbereidingen voor dit doordeweekse etentje. De liefde voor mijn vrienden gaat door de maag. 

Illustratie: Rein Jansen
Om de jongens die avond een beetje te pesten, bracht ik op het allerlaatst de kippenpoten uit de oven naar de tafel. Ze hadden het er al over dat wij wel "errug woke" waren met uitsluitend groenten, en dan ook nog uit Noord-Afrika/Midden-Oosten... En niet eens chips vooraf?! Wij antwoordden onze broertjes dat iedereen minder vlees moet eten dus zij ook. Daarmee leveren ze een mooie bijdrage aan een betere wereld. We spraken hen vermanend toe als hun grote Halal-zussen. 

Hoe dan ook, er werd goed opgeschept van alle groenten. Op enig moment schrok Paco van iets glibberigs en zuurs in zijn mond. Wat was dat in hemelsnaam?! Mijn versie van, met Marokkaanse specerijen ingelegde citroenen van de boom in de eigen voortuin. Die mogen niet ontbreken in een tajinegerecht! Het diner viel in goede aarde, al werd erop gespeculeerd dat het weleens een rommelige nacht (maag- en ingewandengerommel) zou kunnen worden. Al mijn disgenoten overleefden dit experiment. Het is zelfs voor herhaling vatbaar voor een ander gezelschap. 


vrijdag 2 juni 2023

Menselijke klimaatniche

Recent stuitte ik op een voor mij nieuw begrip in de klimaatwetenschap. Dat komt vaker voor maar nu kon het rekenen op mijn bijzondere interesse. Het gaat over de zogenaamde menselijke klimaatniche’ (human climate niche) en heeft betrekking op de bewoonbaarheid van de aarde. Het kwam onder mijn aandacht in de vorm van een wetenschappelijk rapport in het vakblad Nature Sustainability. De kosten van de opwarming van de aarde worden doorgaans uitgedrukt in financiële termen maar deze studie benadrukt de menselijke kosten, als de klimaatcrisis niet (tijdig) wordt aangepakt. 

Eerst las ik erover in de Engelse krant The Guardian, daarna trof ik een verwijzing naar het begrip aan in dagblad Trouw, de dag erna vond ik een artikel in de Volkskrant. Dat was een signaal, ik kon het niet negeren. Sinds enkele maanden heb ik, als abonnee van de Volkskrant, ook toegang tot andere kranten die onderdeel zijn van hetzelfde mediabedrijf DPG, voorheen De PersGroep (Nu DPG Media genoemd). Het wachten is nog op toegang tot kwaliteitskrant NRC. Dat zou de nieuwsjunkie in mij helemaal happy maken! 

Tijdens dat recente onderzoek kwam een team van Britse, Nederlandse, Deense, Amerikaanse en Chinese wetenschappers tot de conclusie dat de menselijke bevolkingsdichtheid historisch gezien een piek bereikte op plaatsen met een gemiddelde temperatuur van 13°C (tussen 11 en 15 graden Celsius). Dat wordt ook wel de Goudlokje-zone genoemd: daarin floreert de mens het best. Omstandigheden daaronder en daarboven zijn te koud, te warm of te droog en gaan gepaard met hogere sterftecijfers, lagere voedselproductie en minder economische groei. Voor landen rond de evenaar gelden andere temperaturen. Daar ligt de optimale leeftemperatuur tussen 25 en 27 graden Celsius. Saillant is dat een aantal van onze lieverds in Bali wonen, met een gemiddelde jaartemperatuur van 31°C!

Dit soort niches geldt al langer voor planten en dieren. Eerder ontdekten andere wetenschappers dat het welzijn van gewassen en vee langs vaste patronen verloopt. Die blijken veel overeenkomsten te hebben voor mensen. Sterfte onder mensen neemt toe bij hogere en lagere temperaturen, hetgeen het idee van een menselijke niche ondersteunt. Ook concludeerden de wetenschappers dat de onleefbaarheid voor de mens ligt bij een gemiddelde jaartemperatuur van 29°C en hoger. Momenteel leven er wereldwijd al 60 miljoen mensen buiten deze klimaatniche, in gebieden met gevaarlijk hoge temperaturen. 

Het huidige klimaatbeleid zal tegen het jaar 2100 meer dan eenvijfde van de totale mensheid blootstellen aan gevaarlijk hoge temperaturen, suggereert dit onderzoek. Met elke 0,1°C mondiale temperatuursstijging (boven de 1,2°C van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde die we vandaag de dag ervaren), worden telkens ongeveer 140 miljoen extra mensen uit de niche verdreven. Als we de opwarming van de aarde echter weten te beperken tot 1,5°C blijft slechts 5% blootgesteld. 

De wereld ligt met de huidige actieplannen meer op de koers van een opwarming naar 2,7°C. Als de wereldwijde opwarming blijft stijgen in die richting -in combinatie met een groeiende wereldbevolking- zal het ertoe leiden dat in 2030 twee miljard mensen buiten de niche worden gedreven. In 2090 zal dat het lot zijn van 3,7 miljard wereldburgers. 

Een miljard burgers zouden er dan voor kunnen kiezen om naar koelere plaatsen te migreren alhoewel de gebieden die binnen de klimaatniche blijven, nog steeds en vaker hittegolven en droogte zullen ervaren. Uitgaande van een toekomstige wereldbevolking van 9,5 miljard, zouden 90 miljoen inwoners van India leven met een gemiddelde temperatuur van meer dan 29°C, vergeleken met 600 miljoen als de gemiddelde opwarming van de aarde zou oplopen tot 2,7°C. 

Uit deze studie blijkt ook dat de huidige koolstofvoetafdruk van 3,5 Westerse burgers of 1,2 Amerikaan, één persoon in andere regionen van de wereld blootstelt aan gevaarlijke hitte. Dat benadrukt de ongelijkheid van deze klimaatcrisis. Dringende maatregelen om de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5°C te beperken, zijn dan ook echt nodig. 

In landen met een grote bevolking en een warm klimaat zal de meerderheid van de bewoners buiten de menselijke klimaatniche worden geduwd. Niet alleen India maar ook een land als Nigeria zal met de ergste omstandigheden worden geconfronteerd. (Die twee landen vertonen nu al hotspots van gevaarlijk hoge temperaturen.) Andere landen die zwaar zouden worden getroffen zijn Indonesië, de Filippijnen en Pakistan. Aangezien de potentieel zwaarst te treffen regio's tot de armste ter wereld behoren, waar het aanpassingsvermogen laag is, moet het verbeteren van de leefomstandigheden van mensen in die gebieden prioriteit zijn, naast klimaatmitigatie. (Het beperken van de omvang en snelheid van de opwarming van de aarde.)

Bij het uitblijven van toereikende maatregelen is de verwachting dat migratie in de komende 50 jaar groter zal zijn dan in de afgelopen 6000 jaar... 

In Spanje was 2022 het eerste jaar waarin de gemiddelde jaartemperatuur boven 15°C kwam volgens AEMET, het Spaanse Meteorlogisch Instituut. Dat was een record sinds het begin van de metingen. Dat is op het randje van de menselijke klimaatniche maar ver beneden de onleefbaarheidsgrens. Je zou kunnen denken dat dit een ver-van-mijn-bed show is, en dat ik bovendien niet meer in leven ben  in 2100 maar zo zit ik niet in elkaar. De conclusies van deze studie zie ik als extra dwingende redenen om in actie te komen tegen verdere opwarming van de aarde. Er valt zoveel human capital te winnen! 

De wereld gaat dit jaar of in 2024 waarschijnlijk haar warmste jaar sinds het begin van de metingen ­noteren. Dat voorspelde de World Meteorological Organization (WMO) recent. Bijna alle landen ter wereld spraken met elkaar af de opwarming over lange termijn te willen beperken tot 1,5°C. In de komende jaren wordt die grens waarschijnlijk al tijdelijk overschreden. De hoge temperaturen komen niet alleen door menselijk handelen en de broeikasgassen die we daarbij uitstoten maar ook door een natuurverschijnsel dat dit jaar waarschijnlijk weer de kop opsteekt: El Niño.  

De warme El Niño wisselt de koude La Niña af in een soort cyclus en komt elke drie tot zeven jaar voor. Bij La Niña waait het harder boven de oceanen dan normaal waardoor meer koud diepzeewater naar boven komt. Door het koude oceaanoppervlak is het wereldwijd relatief koel. De oceaan fungeert dan als een koelkastdeur die openstaat. 

El Niño begint als het minder gaat waaien boven de Stille Oceaan, waardoor zeestromingen veranderen. Hierdoor komt er minder koud diepzeewater naar boven, waardoor het oceaanoppervlak warmer wordt. Het verkoelende effect vervalt daarmee. De ene keer is El Niño sterker dan de andere keer. (De laatste ‘heftige’ was in 2015-2016.) Wel zijn de effecten altijd het grootst in december, vandaar de naam El Niño, -het jochie-, verwijzend naar het Kerstkind. 

Dát El Niño eraan komt is zeer waarschijnlijk, kijkend naar de stijgende oceaantemperatuur van de afgelopen periode. Maar hoe sterk die precies zal worden, is onbekend. Wetenschappers begrijpen hoe het fenomeen werkt maar over het waarom tasten ze nog steeds in het duister. Eb en vloed worden bepaald door de maan, een dergelijk verband ontbreekt bij de cyclus van El Niño en La Niña. Hoewel El Niño wereldwijd een van de meest impactvolle weersverschijnselen is (bosbranden in Australië en Indonesië, hongersnoden in Afrika), is het in Europa nauwelijks van invloed omdat ons continent ver is verwijderd van de Stille Oceaan. Wel zullen we hier te maken krijgen met nóg hogere voedselprijzen. Kortom, een stevige El Niño zorgt voor extremen en dat pakt voor geen enkel mens goed uit. 

Ons huis staat in brand. Inmiddels zijn ook klimaatsceptici het daarover eens. Door de uitstoot van broeikasgassen snel te verminderen, kunnen we het aantal mensen dat aan de negatieve gevolgen wordt blootgesteld, halveren. Voor elke graad opwarming die we voorkomen, kunnen we 1.000.000.000 wereldburgers ontlasten. Waar wachten we nog op?!