Translate

woensdag 28 februari 2024

Ouwe sok

We deden onszelf een tweede internetradio kado, voor in de eetkamer. In de zitkamer staat er al geruime tijd eentje van Duitse makelij (Imperial DABman) die bevalt maar het geluid reikt niet helemaal tot achterin het huis. De volumeknop is niet voor de helft open maar we willen de Spaanse buren niet ontriefen. Dagelijks luisteren we naar Nederlandse uitzendingen van de NPO, voor nieuws en muziek. Aangezien de eetkamer kleiner is dan de zitkamer koos ik een kleiner model, van Britse makelij (Oakcastle). 

Het zwarte apparaatje werd keurig op tijd afgeleverd, was in twee minuten geïnstalleerd en steekt zijn grote zus naar de kroon, qua gebruikersvriendelijkheid en toch ook wel naar geluid. Als we daar 's ochtends ontbijten, hoeven we niets te missen van de programma’s waarnaar we graag luisteren. En muziek (pop en klassiek) maakt een mens gelukkig, het is een geluksmaker in ons brein! 

Wat mij ook happy maakt, is fotograferen. Het liefst trek ik er elke dag op uit. Het is een van mijn grotere hobby’s en ik houd er twee camera’s op na: een digitale compactcamera voor onderwateropnames (een andere hobby) en straatfotografie en een digitale middenformaatcamera met telelens voor vogelskijken (nóg een hobby) en serieuzere shots. Al met al blijft het echter amateurwerk dat echter veel plezier verschaft. 

Toen we onlangs een gezellig diner hadden met vier Nederlandse vrienden, werd er rond de tafel volop gefotografeerd met iPhones en andere intelligente telefoons. Toen ik mijn Tough-camera tevoorschijn haalde, bleef dat niet onopgemerkt. Iemand uit het gezelschap zei schertsend “wie fotografeert er nu nog met zo’n ouderwets ding?!” Nou, ik. Ze zien mij al jarenlang met een touwtje uit mijn broekzak, met daaraan een dieprood apparaat. Als Kuifje met Bobbie. Onafscheidelijk.

Maar soms voel ik mij wel een ouwe sok als ik mijn compactcamera tevoorschijn haal. Jarenlang had ik zelf geen smartphone omdat mijn liefje er al eentje had; dat was genoeg voor deze familie, wat mij betreft. Daarin kwam pas verandering tijdens de pandemie. Toen moest ik van de Spaanse Gezondheidszorg een eigen telefoonnummer opgeven om meldingen te ontvangen over vaccinatie(s). We hadden nog een oudere telefoon liggen in de kast dus dat werd de mijne. Inmiddels raakte ik wel meer gewend aan het mobieltje (daarop doe ik mijn Spaanse taallessen) maar fotograferen doe ik toch liever met een digitale camera. Die boekt nu eenmaal betere resultaten. 

Die opmerking was dus niet tegen dovemansoren gezegd; ik voelde mij aangesproken. Daarop zei ik dat mijn Tough bepaald geen ouwesok-camera is want een olifant kan erop gaan zitten en je kunt het apparaat van flinke hoogte laten vallen zonder dat er iets beschadigt. Ik pakte mijn camera van tafel en liet het ding demonstratief op de grond vallen. Op een keiharde tegelvloer. Het geluid ging door merg en been. Het was bravoure van mijn kant, ik dacht oprecht dat mijn Tough het zou overleven.

Mijn camera raapte ik van de vloer, ik zette het apparaat aan en na een naar, schraperig geluid uit het binnenste van het apparaat bleef het beeld op het LCD-scherm op zwart. Er was iets helemaal mis. Beteuterd keek ik om mij heen. Het werd even muisstil aan tafel. De meevoelende persoon naast aan tafel zei dat hij er ziek van zou zijn. “Dat ben ik ook”, antwoordde ik met een muizenstemmetje. 

Ik slikte mijn verbijstering weg en nam weer deel aan de geanimeerde conversatie aan tafel. Maar erg oplettend was ik niet meer. De gedachte dat ik tien minuten geleden nog een goedwerkende camera had -die weliswaar tien jaar oud was- en die ik uit eigen beweging om zeep hielp, lag de hele avond en nacht zwaar op mijn maag. Hoe had ik zó stom kunnen zijn?! Waarom liet ik mij uitdagen?! Dat overkomt alleen een troela... en meer van die verheffende gedachten. Deze zelfkastijding vond ik geheel terecht. Het huilen stond mij ook de volgende ochtend nader dan het lachen als ik aan het moment dacht. De knoppen op de camera deden het inmiddels allemaal weer, eerdere opnames kon ik terugzien op het LCD-scherm maar de lens weigerde elke dienst. Nieuwe foto’s maken was en bleef dus onmogelijk. Het onderwerp werd de volgende dag in Huize Barefoot mondjesmaat aangesneden. Dat was te pijnlijk. Ik was een sukkel van jewelste, had spijt als haren op mijn hoofd. 

Stiekum zocht ik naar een tweedehands Mju Tough 3000; dat wel. Het was mijn liefje die voorstelde een nieuwe Point & Shoot-camera van hetzelfde merk te  kopen, mét onderwaterfunctie. Er was eind vorig jaar een nieuwe Tough op de markt gekomen die behoorlijk goede recensies kreeg. In de aanduiding van deze camera’s vind je de merknaam Olympus niet meer terug. Olympus noemt zich voortaan OM System. De aanduiding van het model Tough bleef echter behouden, vanwege het sukses. Ik sputterde aanvankelijk tegen, om meer dan een reden. Wie wordt geschoren, moet stil zitten en misschien ook wel een tijdje op de blaren zitten. Ik ruïneerde immers een goede camera en fotograferen is geen goedkope hobby. 

Inmiddels ligt er een gloednieuwe Tough op mijn bureau te glimmen. Deze TG-7 stopte ik voorlopig in een ouwe Olympus-sok die ik nog had van een veel eerdere versie. Ter bescherming. Mij zul je geen rare fratsen meer zien uithalen met deze camera! k denk dat ik al bijna 20 jaar over de wereld ga met dit model Olympus. In zilvergrijs, donkergroen en rood. 

Ook de nieuwe camera is dieprood; die kleur is goed te zien op de bodem van de zee. Het apparaat past nog steeds in mijn broekzak maar is wel iets zwaarder (rond 250g). De knoppen zitten ongeveer waar ze zaten bij mijn vorige Tough. De kleuren van de opnames lijken beter uit de verf te komen, ook onderwater (als ik de recensies mag geloven). Deze camera kan meters dieper onder water maar dat was voor mij geen bepalende factor. Ik kan niet wachten met het maken van snorkelfoto’s bij Cabo de Palos deze zomer! 

Deze camera heeft tevens veel meer megapixels en functies dan de voorganger, onder andere die van Timelapse. Hiermee kun je langzame opnames versneld afspelen. Deze Tough maakt er daarna zelf een video van, al moet ik dat instellen. Joehoe! Het eerste experiment deed ik aan het strand, met wolken die over het water scheren en voor de zon langsdrijven. Dat ben ik aan mijn status als lid van de Cloud Appreciation Society verplicht. De video is erg kort maar dat maakt niet uit. Een golf van dopamine en endorfine overspoelde mij toen ik zag wat de camera in elkaar had gedraaid. Ook hobby's zijn stressverlagers. 

Voor een filmpje van bijvoorbeeld 20 seconden heb je al gauw 500 opnames nodig. Net als bij vogels kijken moet je veel geduld hebben als je een timelapse-filmpje maakt. Dat is niet bepaald mijn forte maar oefening baart kunst. Het leuke was dat er juveniele en volwassen Andouin-meeuwen voor mijn neus in de branding stonden en dat er jagende sternen langsvlogen. Verderop liep er zelfs een wulp in de branding maar die is niet vastgelegd. De volgende keer maak ik zo'n filmpje met een statief. Ook die had ik nog in een diepe kast liggen. Misschien ga ik dan een kleurrijke zonsopgang filmen. Mogelijkheden genoeg. 

Nog niet alle overge functies probeerde ik uit maar elke dag lees of doe ik iets nieuws. Er kunnen andere lenzen op deze camera worden gezet maar daartoe zie ik nu geen noodzaak; ik heb immers mijn Canon SLR met telelens ook nog. Helaas kunnen mijn vorige batterijen niet worden gebruikt in dit model. Daar moeten ze echt eens iets aan doen bij OM System en concurrentie. Ik vind het te gek voor woorden dat de ouwe batterijen en de oplader voortaan ongebruikt blijven. Deze nieuwe camera werd in een mum van tijd mijn nieuwe fotovriendinnetje. De kleuren van de opnames zijn levendiger dan van de vorige. Blij mee! 


zaterdag 24 februari 2024

Ook leuk!

Vandaag vieren mijn liefje en ik dat we 35 jaar samen zijn. Vijf-en-der-tig-jaar! Alsof je een emmer leeggooit. Ik had een quizvraag voor haar bedacht. Ik riep dit getal met een zachte g, terwijl ik mijn beide handen langs mijn hoofd legde. Wie-o-wie deed ik na? 

Ze was na tweemaal raden zo koud als een Arctische ijsschots met een eenzame ijsbeer er bovenop. Ze kon niet bedenken wie ik nadeed. Het goede antwoord vond ze nogal oninteressant al kreeg het nadoen bij nader inzien een voldoende. 

Het was Geert Wilders die op verkiezingsavond de uitslag hoorde van het aantal zetels dat zijn vermaledijde partij (PVV) behaalde na de Tweede Kamerverkiezingen. Haar reactie was dat zij “helemaal niet met GW bezig is”. Dat was waar. Ze ontwikkelde wel een lichte obsessie met Caroline. Die vrouw kan mij nou weer nauwelijks boeien. En zo tellen we er weer een verschilletje tussen ons bij. Maar er is veel meer dat ons verenigt en verbindt. 

Laatst maakte mijn liefje mij attent op een column van Julien Althuisius in de Volkskrant. Zij leest zijn bijdrage doorgaans niet maar dit was de uitzondering op de regel. Dus die las ik braaf. Hij beschrijft daarin een bezoek aan een café dat hij en zijn partner samen bezochten toen ze elkaar net leerden kennen. Destijds was het een warme kroeg met houten mozaïekvloer, waarvan het bonte interieur leek te zijn verzorgd door de kringloopwinkel. Dat was niet meer. Dit oude-vertrouwde café had plaatsgemaakt voor een chic café-restaurant met een smaakvolle en fraaie maar ook uniforme en fantasieloze inrichting waardoor je je in Parijs, Londen of New York waant. Daarna volgt een verslag van wat ze er aten, dat hij een hapje van zijn gerecht deelt met haar (‘alsof ik een nier afsta’) en de jonge entourage in het café aanschouwt die vooral bezig is met zichzelf en Instagrammable plaatjes schieten van hun gerecht, zonder te eten. 

Toen de twee weer buiten stonden, overlegden ze wat nu zouden gaan doen.

‘De vorige keer dat we hier samen naar buiten kwamen, fietsten we naar haar huis, seksten de seks der prille geliefden en sliepen de slaap der duizend slapen. Nu, besloten we, gingen we boodschappen doen bij de Lidl. Ook leuk.’ 

Ik schaterde het uit van herkenning. We keken elkaar aan en knikten. Zo ging dat destijds met ons ook. En zo gaat dat nu, na 35 jaar. We zijn maatjes voor het leven maar de vonken spatten er niet meer vanaf. Ik ken haar langer dan mijn halve leven. Ook leuk!

Wij gaan vandaag lunchen bij een van de beste restaurants in de eigen woonplaats. Met een coupon van dat etablissement die onze vroegere buurvrouw Barbara ons kado deed tijdens het afgelopen kerstdiner bij onze Britse vrienden Pat & Sue. Die bon zal het hele bedrag dat we vandaag gaan opeten, niet dekken maar dat mag de pret niet drukken. Niet alleen Lidl geeft kleur aan onze relatie. Dat doen onze vrienden eveneens. Deze bon is meer dan het bedrag dat erop vermeld staat. Het is ons eigen ‘Althuisiusje’... Vanmorgen bracht Sue een zelfbereide chocoladetaart met onze initialen erop, voor bij de koffie. Op mijn vraag hoe we de taart moesten aansnijden, was het antwoord van mijn liefje 'doe maar eerst de B dan is die maar op'. Tja. Liefde gaat door de maag, zal ik maar zeggen.  

Hierbij een gedicht om deze dag extra luister bij te zetten. Voor haar.


Virgo 

Zij is een wezen tussen vrouw en knaap –

Zij heeft de strakke passen van een jongen.

Soms ligt zij als een poes inééngedrongen:

dan schijnt zij vrouw, en glimlacht in haar slaap.


Haar ogen zijn van amber, en die weten

veel wegen, die haar mond aan geen verraadt –

Zij spiegelt zich in ’t water als zij baadt.

Haar lijf is rank en koel en nooit bezeten.


Zij houdt van lichte bloemen zonder geur,

lang kan zij zwemmen in de groene bronnen –

Zij leest veel en aandachtig, zoals nonnen

dat doen, alléén, achter gesloten deur

 

terwijl het zonlicht aan de wanden fluistert

en ’t glas-in-lood raam donker glanst als wijn.

Zij heeft de trots van hen, die eenzaam zijn,

een hart dat wacht en aan de stilte luistert.

 

Van: Anna Blaman (1905-1960) 

Anna Blaman is het pseudoniem van de Nederlandse schrijfster Johanna Petronella Vrugt. Blaman was als kind al ziekelijk. Op haar 31ste wordt ze ernstig ziek en komt terecht in een Rotterdams ziekenhuis; artsen vrezen dat ze een ongeneeslijke nierziekte heeft. Daar leert ze Alie Bosch kennen die haar verpleegt. Met haar zal Blaman tot haar dood samenleven (met enkele onderbrekingen). Blaman verborg haar lesbische geaardheid geenszins maar was tegelijkertijd geen voorvechtster van homorechten. In mijn geboortejaar overleed zij aan de gevolgen van een hersenembolie. Anna Blaman ontving de P.C. Hooftprijs, Nederlands belangrijkste literaire prijs, in 1956. Alie stond model voor een aantal hoofdpersonages in Blamans boeken. Die waren vormend, wat mij betreft.

Het is mijn liefje en mij weer gelukt een jaartje vast te knopen aan ons samenzijn; nu op naar de 36! En dat jij er nog maar lang getuige van mag zijn. ❤️


zondag 18 februari 2024

Je gram halen

Laatst las ik een boeiende autobiografie van een van mijn favoriete Nederlandse auteurs, Jan Brokken. Het is getiteld ‘In het huis van de dichter’ en gaat over de vriendschap die ontstond tussen de auteur en de geniale Russische concertpianist Youri Egorov (1954-1988). Jan Brokken is zeer belezen qua Russische literatuur en, als zoon van een  dominee, van jongs af aan pianospeler en kenner van klassieke muziek. Dat maakt deze vriendschap hecht. 

Het is een aangrijpend levensverhaal. Egorov was een getalenteerde pianist die in het Westen vijf levens leefde en twee gezichten had: aardig en boosaardig, gevoelig en hard, innemend en angstaanjagend. Hij vluchtte als 20-jarige van achter het IJzeren Gordijn. Hij verliet zijn vaderland niet vanwege anti-communistische ideeën maar omdat hij al op jonge leeftijd wist dat hij homoseksueel is. Hij wilde zichzelf en zijn familie niet in gevaar brengen dus hij besloot huis & haard te verlaten. 

Dit is een goede plek om aan te geven hoezeer ik ben geraakt door de plotselinge en verdachte dood van Aleksej Navalny (47), Poetins grootste politieke tegenstander en een indrukwekkend mens. In het verafgelegen Russische strafkamp FKU IK-3. (Dat kan niet anders dan F*ck You betekenen...) In het huis van de moordenaars. Deze dappere Rus en zijn gedachtengoed zal niet worden vergeten.    

Via Italië komt Egorov in Amsterdam terecht. Daar leeft hij zich uit. Hij wil alles meemaken dat voorheen verboden was, leeft op de rand van de vulkaan: gay scenes in binnen- en buitenland (o.a. New York), drugs, zware sigaretten, dranklust, gokken, een Nederlandse lover (Jan Brouwer), contact met dubieuze Amsterdamse vriendjes, onenightstands, dark rooms, een schatje in elk stadje waar hij optreedt. Ondertussen krijgt hij impresarios, optredens in beroemde concertgebouwen over de hele wereld, vliegen met de Concorde, de jetset, een eigen vleugel als geschenk van Nederlandse mecenassen en een internationaal platencontract (EMI). Hij verdient veel geld met zijn muziek en wordt op termijn officieel ingezetene van Monaco. 

Youri Egorov ontwikkelde hiv en daarna aids. Door deze toentertijd nog levensbedreigende ziekte leed hij herhaaldelijk aan hersenvliesontsteking en het maakte hem zo goed als blind. Hij overleed op 33-jarige leeftijd in Amsterdam, temidden van goede vrienden, op een door hemzelf gekozen dag en tijdstip (euthanasie). Jan Brouwer verzorgde zijn geliefde en was aan zijn zijde tot de laatste ademtocht. Jan Brokken kon het als vriend niet over zijn hart verkrijgen bij dat afscheid aanwezig te zijn. Nog geen twee maanden later overleed partner Jan aan aids.   

In dit boek schrijft Brokken op enig moment dat een goede jeugdvriend van hem, Rinus-Jan, homoseksuele zoon van de burgemeester van Rhoon, zijn geboortedorp verachtte om diens bekrompenheid. Later, als student in Amsterdam, kwam deze jeugdvriend op een zondag naar de plaatselijke protestantse kerk met zijn homovriendje (een politicus van de toenmalige CHU) waar hij zijn gram wilde halen te midden van het vrome volk. Dat vond ik nogal herkenbaar... 

Het Westland, het glastuin bouwgebied in Zuid-Holland waar mij wieg stond, komt al jarenlang negatief in de publiciteit vanwege conservatisme en onwilligheid. Mijn oudere zussen en ik werden daar geboren, we brachten er onze jonge jaren door. Twee van hen bleven er wonen als volwassenen, nummer drie verhuisde naar een dorp verderop in het Westland. Twee van hen overleden in hun geboorteplaats. Kennelijk konden ze niet van het dorp loskomen, voelden zij zich daar beschermd en geborgen. (Zelf wist ik niet hoe snel ik er moest wegwezen.) Afgezien van veel vriendjes & vriendinnetjes in de buurt, een doorgaans leuke lagereschooltijd op een goede school, rolschaatsen, knikkeren, landje-pikken, zwemmen en slootje springen, koester ik zelf geen warme herinneringen aan het Westland. 

Mijn vader werd daar geboren en woonde er zijn hele (zij het te korte) leven, mijn moeder niet. Zij kwam uit het oosten des land en emigreerde naar het Westen voor de liefde. Ze was ‘import’, zoals ze daar destijds werd genoemd. Als dochter van de directeur van een Twentse textielfabriek en als cheffin van een naaiatelier liet ze haar familie en een goede baan achter om met mijn vader te gaan leven. Dat gebeurde nadat mijn vader uit Indonesië terugkeerde. (Terwijl mijn vader als dienstplichtig militair in Nederlands-Indië was tijdens de politionele acties, trouwden ze met de handschoen.) 

Mijn joviale pa was een graag geziene man in de lokale gemeenschap. Hij kwam uit een groot arbeidersgezin, was relatief ontwikkeld en had een brede interesse.  Hij nam volop deel aan het maatschappelijke leven, was lid van verenigingen en had vrienden waarmee hij wekelijks kaartte (bridge). Gelukkig sprak hij niet zo lelijk als menig andere autochtoon; dat had ik niet kunnen verdragen. Brokken noemt dat in een ander boek ‘alsof de woorden uit de klei moe[s]ten worden getrokken’. Het grijs van de lucht weerspiegelt in hun eigen grauwheid.    

Mijn moeder sprak het Westlandse dialect geheel niet en was ook geenszins van plan dat ooit te gaan doen. Hierdoor burgerde ze nooit helemaal in, bleef ze min of meer een buitenstaander. Wie van buiten komt, stuit op een muur van wantrouwen en achterdocht in dit soort traditionele gemeenschappen. Zij had weliswaar goede relaties met een aantal buren maar werd door andere  autochtonen als ‘uit de hoogte’ getypeerd. Dat was ze niet maar ze kon met dat predikaat leven, denk ik. Ze wende nooit volledig aan de Westlanders om haar heen. Ook dat is herkenbaar. 

Zelf vond ik hun manier van denken en leven nogal bekrompen. Ik kreeg de verhalen mee, als nakomertje in het gezin. Hoe meneer pastoor bij mijn ouders langskwam. Het was hoog tijd dat er een baby kwam... Ook de regelmatige afwezigheid van mijn moeder in de kerkbanken was reden voor een huisbezoek. Een strict besef van religie hangt samen met een strenge moraal. 

Zelf kreeg ik als kind ook met bekrompenheid te maken. Op de typische vraag “van wie ben jij er een?” noemde ik de naam van mijn vader aanvankelijk maar op enig moment niet meer. Ze bekeken het maar. Liever ging ik anoniem door het dorp. Ik weet niet van welke ouder ik de ontluikende antipathie voor regels kreeg maar het zat er bij mij al vroeg in. Ik had ook een bloedhekel aan het geroddel, verachtte het dialect, voelde geen behoefte om te aarden in een traditionele gemeenschap. Nog steeds kom ik niet graag in het Westland... Progressief zijn in een oerconservatief en conventioneel Westland was en is geen sinecure. 

In een ander boek, zijn debuutroman ‘De provincie’, beschrijft Jan Brokken het leven op een eiland in de Hoekse Waard pakkend. Bewoond door beperkte plattelanders, dorpelingen die erg zijn gehecht aan hun eigen mensen en hun eigen gewoonten. Hoofdpersonage Frank verliet het dorp voorgoed ‘om iets te worden’; hij koos voor een andere wereld, met minder regels en meer onzekerheden. Zijn twee beste vrienden (die elkaar al hun leven lang kennen) bleven op hun geboortegrond, gedoemd om te mislukken. Wie van hen het beste af is, blijft echter als vraag boven deze roman hangen. Goed boek, het werd in 1991 verfilmd. Thom Hoffman, Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat speelden de drie vrienden.   

Vrijheid bestaat maar niet in zo’n dorp. Toen ik naar de middelbare school ging in Den Haag, voelde dat als een ontsnapping uit het bedompte. Het werd dragelijker, ik kreeg meer lucht. Daar waren mijn klasgenoten en vrienden heterogener, qua kleur, interesse en achtergrond. Ik sloot snel vriendschap met een Haagse en bracht daarna de meeste tijd met haar door, in de stad en aan het strand. Al vroeg wist ik dat mijn seksuele voorkeur uitging naar meisjes. Daar moest je in het Westland niet mee aankomen. (In Den Haag was er destijds een COC en had je homocafés.) De gemeente Westland schrapte vorig jaar het jongerenspreekuur van de GGD over seksualiteit. De LGBTQI-gemeenschap kan daar anno 2024 nog steeds niet op brede steun rekenen. 

Vorige week las ik een interessant artikel in De Volkskrant over de sectoren die we in de Nederlandse maatschappij kunnen missen als kiespijn. Ze veroorzaken meer overlast dan ze voordelen opleveren. Het gaat om de glastuinbouw, de vleesverwerkende bedrijven en de distributiecentra. 

De president van De Nederlandse Bank, Klaas Knot, zette onlangs de zaken op scherp door in een praatprogramma op tv deze drie sectoren te benoemen en te stellen dat we een einde moeten maken aan economische activiteiten waarbij onder de kostprijs wordt gewerkt. Hij is bepaald niet de enige die dat vindt. Ook de commissie Van Zwol die gaat over de demografische ontwikkeling in Nederland stelde hetzelfde. Die commissie keek naar de schaarste die het land inmiddels zoveel parten speelt: gebrek aan hoogwaardige arbeid, gebrek aan fysieke ruimte, de grote vraag naar arbeidsmigranten (veelal ongeschoold), de uitstoot van CO2 en stikstof en de druk op het elektriciteits- en wegennet. 

Mijn aandacht ging met name uit naar het Westland. (Dit lijkt hét moment om mijn gram te halen!) De Westlandse glastuinbouw slurpt ruimte, energie en menskracht. Ruim 10.000 hectare Nederlands grondgebied is ermee bebouwd, zo’n 0,2% van de totale oppervlakte. Een groot gedeelte van dit areaal, ruim 4.400 hectare, ligt in het Westland, een zeer gewilde locatie in de Randstad. 

Dit Westland trekt door de glastuinbouw een grote wissel op omliggende gemeenten. Van de 113.000 mensen die op piekmomenten in de kassen werken, is meer dan de helft afkomstig uit het buitenland. Deze goedkope arbeidsmigranten brengen voor een belangrijk deel de nacht door in Haagse wijken en rondom Rotterdam, waar overbewoning overlast veroorzaakt. In Den Haag zijn velen klaar met de gemeente Westland, omdat die de huisvesting van arbeidsmigranten binnen de eigen gemeentegrenzen steeds dwarsboomt. En dan zei een meerderheid in de gemeenteraad van het Westland onlangs ook nog dat ze de Spreidingswet niet gaan uitvoeren. Tja. Deze gemeente vangt al jarenlang geen enkele asielzoeker op. Het Westland is een PVV-bolwerk. Het bracht de meeste stemmen van het land uit op de extreemrechtse Geert Wilders. Niks om trots op te zijn. 

Foto: Pieter Musterd

Dat Nederland kon uitgroeien tot een tuinbouwkampioen is grotendeels te danken aan het tot voor kort beschikbare goedkope Groningse gas. Nog altijd is deze sector goed voor eentiende van de nationale gasconsumptie. Daarmee zijn ook forse fossiele subsidies gemoeid, waaronder een verlaagd energietarief en een vrijstelling voor tuinders wanneer zij via hun eigen energie-installaties elektriciteit aan het net leveren. 

In euro’s uitgedrukt, heeft de glastuinbouw jaarlijks zo’n 7,9 miljard toegevoegde waarde voor de economie; dat komt neer op 1% van het bruto binnenlands product. Van alles dat daar in de kassen groeit, verdwijnt circa 85% naar het buitenland. De vaak gehoorde verdediging dat het Westland een groot deel van West-Europa voedt en dat dit toch ook toegevoegde waarde heeft, is onjuist: 45% van hen teelt bloemen en planten, voornamelijk bestemd voor de export. Het is dus hoog tijd dat de maatschappelijke kosten en baten van de Glazen Stad worden afgewogen. Veel van die kosten worden nu niet in rekening gebracht. Zodra de Nederlandse overheid dat wel gaat doen en dit zogenaamde beprijzingstekort een rol gaat spelen in de calculaties, zal er vanzelf een economische selectie plaatsvinden, is de verwachting.


dinsdag 13 februari 2024

Over Mina d’n Urste en companen

Ik las dat Eindhoven voor de eerste keer in de geschiedenis van de plaatselijke carnavals-vereniging dit jaar niet een Prins Carnaval maar een prinses heeft gekozen. Het gaat om Rosa van den Nieuwenhof (29) dus ik denk dat het -qua achternaam- in de sterren stond: op enig moment zou zij de Nieuwe aan het Hof worden! En zo geschiedde. In het gewone leven werkt ze bij de GGD, waar ze zich richt op het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen sociale klassen. Daarnaast is ze PvdA-raadslid van die stad. Zij noemt zichzelf gedurende  carnaval Mina de Eerste en werd geïnterviewd door lokale en zelfs landelijke kranten. 

Voor het eerst in 70 jaar werd er een vrouw gekozen. Eindhoven is de eerste zuidelijke stad die het deed. Carnavalminnende Eindhovenaren -vooral vrouwen- waren in tranen omdat ze dit nog mochten meemaken, meisjes vergaapten zich daags na haar uitverkiezing tijdens een receptie aan haar en verder klonk er alleen maar veel positiviteit. Zelfs op sociale media! Haar vader kreeg een dolenthousiaste accountant aan de lijn, zelfs uit de Tweede Kamer kwamen felicitaties haar kant uit. In het standaardcontract dat Van den Nieuwenhof tekende, werd een toevoeging opgenomen. ‘Waar Zijne Dorstluchtige Hoogheid staat, kan het ook Hare Dorstluchtige Hoogheid zijn’. Dat heeft ze toch maar mooi voor elkaar. 

Maar Van den Nieuwenhof wil ook vernieuwen. De kleuren van haar pak zijn daar een voorbeeld van. Een prins carnaval zou die niet gauw kiezen. Ze mocht als Prinses Carnaval twee elementen toevoegen aan het protocol. Ze koos ervoor naar de school van haar Syrische bijleskinderen te gaan, in de voormalige Vogelaarwijk van de stad, en ze bezocht de kinderafdeling van het Máxima Medisch Centrum. Ook als prinses blijft ze de zorg trouw. In Trouw trof ik overigens de mooiste foto aan van haar, van fotograaf Rens van Mierlo (hierboven). 

Ook Eindhoven noemt zich in carnavalstijd anders, die stad wordt tijdelijk omgedoopt tot Lampegat. Die naam is een verwijzing naar het vroegere lampenbedrijf Philips, ooit de industriële trots van Eindhoven. Die gewoonte van omnoemen schijnt typisch Nederlands te zijn, dat doet men in Vlaanderen niet. Veel steden onder de rivieren doen het deze dagen. De namen hebben hun herkomst vaak in de lokale nijverheid of verwijzen naar iets in het dialect van de streek. Zo is de carnavalsnaam van Den Bosch Oeteldonk. ‘Oetel’ was de naam voor het dialect dat lokale boeren er vroeger spraken. Dat zou ook verklaren waarom mensen daar een boerenkiel dragen tijdens carnaval.

Carnaval zit mij als Randstedelinge niet in het bloed, ik ben geen geboren Alaafzegger. In mijn jeugd ging ik één keertje mee met mijn oudste zus en zwager naar Krabbegat (Bergen op Zoom) maar daar heb ik niet veel herinneringen aan. Als ik eraan terugdenk, zie ik muzelluf wel op een barkruk zitten, mijn ogen uitkijkend naar al die feestende en bierdrinkende omstanders in rare kleding; ze worden Krabben genoemd. 

Mijn liefje moest ooit uit hoofde van haar functie (plaatsvervangend rayonchef van West-Brabant en Zeeland) prins Carnaval op het station van Krabbegat welkom heten. Ze droeg een oude vitrage om haar schouders en moest een toespraak houden. Ik was erbij en keek ernaar. Er werd een zwart-witfoto van haar gemaakt die ergens in een album zit maar die ik niet kon vinden. Zelf lust ik nog steeds geen bier. 

Wij gingen afgelopen weekend naar de eigen dorpskern om daar El Gran Desfile mee te maken. Voor het eerst. Tot nu toe lieten we het carnavalsgebeuren in Spanje links liggen. Maar ik had zin om te fotograferen. Carnaval zou zijn herkomst hebben in de Latijnse uitdrukking ‘carnem levare’, wat zoiets betekent als vlees achterwege laten. Dat doe je als boetevaardig katholiek namelijk in deze tijd van het jaar. Eerst vier of vijf dagen uitbundig feesten en daarna vasten; vanaf Aswoensdag (morgen) tot zaterdag vóór Pasen (30 maart). Dat zijn 46 lange dagen al worden de zondagen niet meegerekend. Vandaar dat vasten ook wel de veertigdagentijd wordt genoemd. Een tijd van inkeer en bezinning. 

Dat alles stond ik niet te bedenken toen ik de grote optocht in de hoofdstraat in mijn richting zag komen. Het was een bonte stoet van kinderen en volwassen mannen en vrouwen. De eerste gedachte die ik ter plekke had was dat het behoorlijk koud moest zijn voor al die mensen in dunne pakjes. Het kwik kwam die dag niet boven 14 graden uit, ongeveer tien graden lager dan de dagen ervoor dus dat was pech. 

Het begin van de stoet bestond uit lokalo’s die waarschijnlijk van de creche van hun kids opdracht hadden gekregen mee te lopen in uitdossing, uit kinderen verkleed als voeding (fruit en kaas), uit een grote piratenklas met nepzwaarden en een clubje oudere mannen en vrouwen gekleed in polkadots-kleding die niet konden shaken. (Die laatstgenoemde groep hee ‘La tercera edad’, de derde leeftijd.) Daarom deed ik het even voor. Een van de wat jongere vrouwen liep direct op mij af om samen te dansen. Dat deden we een minuutje of twee waarna hun groep moest doorlopen. Elke groep werd voorafgegaan door een auto met geluidsinstallatie en giga-geluidsboxen. Als je de pech had dat zo’n installatie op jouw hoogte stopte, voelde je het gebonk in je kiezen. Ik moest wel de vingers in de oren stoppen maar ja, dan kun je geen foto’s nemen. Oeffff.

Het spektakel brak pas echt los toen de professionele dansgroepen langskwamen. Ze kwamen uit Cartagena, Torrevieja, Murcia, Los Alcázares, El Algar, Mula en Los Narejos, te lezen op de borden of vlaggen die ze meedroegen. Zo’n carnavalsgroep heeft een specifieke naam: ‘comparsa’. Het woord schijnt oorspronkelijk Italiaans te zijn. Het stond voor een groep mensen die in toneelvoorstellingen verschijnen, niet als spreker maar als -danser op de- achtergrond. Ze brengen dit soort optochten echt tot leven. Comparsa Shambala en comparsa Kissamba waren hier van de partij. Verenpracht, glitterpakken, synchrone danspassen, af en toe met een imposante praalwagen. 

Vele dansers hadden tatoeages en... stevige bilpartijen. Het leek of dat een selectiecriterium is bij het aannemen van danskandidaten?! Ik begrijp dat je een goed onderstel moet hebben maar er kwamen derrières (van mannen en vrouwen) langs met een dusdanige omvang dat ze indruk maakten.

Sommige dansgroepen trekken tijdens carnaval van stad naar stad om prijzen te winnen. (Het gaat om bescheiden geldprijzen.) Aan hun optredens gaan soms maandenlange repetities vooraf. Bij ons werden ook ‘premios’ uitgereikt. Een dag eerder won een van de hier aanwezige groepen een prijs in Torrevieja. Ze worden beoordeeld op choreografie en kostuums. Er zijn separate prijzen voor kinderen en volwassenen. De categorieën kunnen per plaats verschillen. Onze jury werd voorgezeten door de burgemeester. Como siempre. 

Af en toe liep ik op een danser of danseres af met mijn telelens. Als de veren langs mijn gezicht of schouder streken, kreeg ik wel een Carnaval in Rio-gevoel! Daar duurt het carnaval tot aanstaande zaterdag. Er waren dansers die werkelijk fantastisch bewogen. Hun plezier en energie werkten aanstekelijk. Een aantal van hen danste alsof hun leven ervan afhing. Ik genoot en kon vaak zelf niet stil blijven staan. Bewegen was überhaupt een goed idee om warm te blijven. De rest van deze kleurrijke fotoreportage vind je in mijn webalbum.


donderdag 8 februari 2024

In bed met Corinne en Zwanet

Gelukkig rijmt deze blogkop, anders had ik er niet voor gekozen. Niet uit preutsheid want daar doe ik niet aan. Dat laat ik aan jongere generaties over. Een maand of wat geleden werd bekend dat een geliefde Nederandse schrijver een nieuw boek zou uitbrengen. Het ging om een nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden. Als iemands boeken zijn vervlochten met mijn leven, dan zijn het die van hem. Dat is een verhaal op zich, met vreemde wendingen en kronkels in de tijd. Dat zit zo.

In 1983 las ik het boek ‘Slag om de Blauwbrug’. Dat was de proloog van de grote romancyclus die De tandeloze tijd zou gaan heten. Op de achterkant las ik dat dit de toegangspoort was tot een van de grootste literaire prestaties van onze tijd. Daar wilde ik het mijne van weten. Destijds woonde ik nog niet in Amsterdam (wel in Delft). In datzelfde jaar verscheen deel 1 van de reeks, getiteld ‘Vallende Ouders’. Dat was het begin van mijn verknochtheid aan de boeken van de getalenteerde meneer Adri (1951). 

Zijn romancyclus De tandeloze tijd heeft als hoofdthema ‘leven in de breedte’, deels geïnspireerd op de romancyclus van de Franse auteur Marcel Proust. Diens ‘A la recherche du temps perdu’ deed iets dergelijks en daar was ik eveneens fan van. Ook Van der Heijden draait de chronologie van de tijd een loer. Zijn eerste romans spelen zich af in de roerige jaren ‘80 van de vorige eeuw. Krakers, ME, rellen, heftige demonstaties (de kroning van koningin Beatrix), hedonistische feesten, drugs (heroïne), drankverslaving en meer. Een decennium waarin ik aan mijn volwassen leven begon en die mij mede vormde. 

De hoofdpersoon van de cyclus is Albert Egberts, een heroïneverslaafde die werd geboren in Geldrop, in Nijmegen ging studeren en daarna naar Amsterdam verhuisde. Jaren later, en na bizarre avonturen en veel ups en downs wordt dit hoofdpersonage een beroemde toneelschrijver. Van der Heijden zelf werd geboren in Geldrop, studeerde psychologie en filosofie in Nijmegen en verhuisde naar Amsterdam (waar hij een tijdje esthetica studeerde). De rest is literaire geschiedenis.

In december vorig jaar las ik dat er een nieuw boek in de cyclus zou uitkomen, om het 40-jarige jubileum ervan te vieren. Van der Heijden verraste iedereen met dat bericht, inclusief zijn uitgever Querido. Na nadere lezing blijkt dat Stichting De tandeloze tijd de auteur vroeg of hij nog iets op de plank had liggen om dat jubileum extra luister bij te zetten. Dat bleek de roman ‘Zogkoorts’ (De tandeloze tijd, boek 13) te zijn. Het boek is niet in de boekenhandel verkrijgbaar maar moet rechtstreeks bij de stichting worden besteld. Daar kon ook een essaybundel over 40 jaar De tandeloze tijd worden verkregen. 

Daar liep nog een andere kwestie doorheen. De roman ‘De ijzeren Man’ (De tandeloze tijd, boek 12) stond als eerste gepland maar dat zal nu later dit jaar verschijnen. Het is zeker niet de eerste keer dat Van der Heijden rommelt met de boekenvolgorde in de cyclus. Daarin speelt hij met de tijd, het hoofdthema van zijn romancyclus. 

De info over het nieuw te verschijnen boek gaf ik via Whatsapp door aan Han-Dick die ook permanent resident is in mijn Spaanse woonplaats maar destijds voor de feestdagen in Nederland vertoefde. Hij bestelde de jubileumuitgave direct bij de stichting. Hij, leeftijdgenoot en veellezer, is minstens zo’n fan van A.F.Th. als ik dat ben. Onlangs zagen we elkaar bij een lunch met Britse buren en daar overhandigde hij mij het gebonden kleinood. Ik kon alvast aan de slag, wat hem betreft. Hij had het boek nog niet gelezen. Zelf kan ik mij niet voorstellen dat je een boek van De tandeloze tijd wekenlang op het stapeltje ongelezen boeken laat liggen. Ik had deze lijvige roman in een paar dagen uit. 

‘Zogkoorts’ (een door de auteur verzonnen woord) is het vervolg op de roman ‘Stemvorken’ (De tandeloze tijd, boek 8). Op de kaft is een werk van een leerling van Rembrandt te zien, Willem Drost. Dit schilderij uit circa 1655 verbeeldt de tot hongerdood veroordeelde Cimon die in leven wordt gehouden door zijn dochter Pero die hem in de gevangenis heimelijk de borst geeft. Het doek is langdurig in bruikleen bij het Amsterdamse Rijksmuseum. Cimon en Pero is ook een hoofdstuktitel in Zogkoorts. 

Sushi van Milo
Deze roman concentreert zich op de vrouwen rondom hoofdpersonage Albert Egberts. Het gaat om Corinne Suwijn (Venus van Mierlo en Egberts vroegere minnares) en Zwanet Vrauwdeunt (huidige echtgenote). Ze worden door Egberts aan elkaar voorgesteld en vallen als een blok voor elkaar. Egberts snode plan voor een ménage-à-trois valt daarmee in duigen. Hij wordt terzijde geschoven, de vrouwen hebben meer dan genoeg aan elkaar. Tot over hun oren verliefd, gaan ze helemaal op in hun amour fou en de lezer wordt daarvan deelgenoot gemaakt. Er komen veel bloemrijke seksscenes in dit boek voor. Dacht ik dat ik alles al wist of had gelezen over de Sapphische liefde... Niet dus! De passie tussen Zwanet en Corinne vlamt op. De lust klotst tegen de plinten op, de orgasmes zijn niet meer te tellen, de lichaamssappen vliegen rond. 

In deze roman gaat de auteur nog een stap verder in deze gepassioneerde liefde. Hun gezamenlijke kinderwens is de nieuwe obsessie. Als midveertigers willen ze nu zwanger worden als toppunt van hun libidineuze liefdesrelatie zodat hun moedermelk weer gaat vloeien (beiden kregen eerder kinderen). Dat zog zal dan vooral bestemd zijn voor elkaar. Fantasieën over sprietsende borsten vullen de bladzijden. Egberts mag alleen nog de rol van zaaddonor vervullen (zijn nieuwe bijnaam is Dienaar Donor). Hij wordt daartoe overgehaald met de toezegging dat hij de toekomstige pater familias wordt van de extrended family. Maar zo gemakkelijk is zwanger worden niet meer. Elke maandstonde maakt het gedroomde feestje fletser. Hoe dit afloopt, vertel ik hier niet om toekomstig leesplezier niet te vergallen. Op enig moment verdwijnt Corinne wederom uit het leven van Zwanet en Albert. Deze verdwijning zal 20 jaar duren. 

Ze treffen elkaar weer aan boord van cruiseschip Stultifera Navis, Schip van de gekken ofwel het narrenschip. Dat is ook de titel van boek 10 uit de romancyclus, als bibliofiele uitgave verschenen in 2021 in zeer beperkte oplage (125 exemplaren). Dat boek werd uitgevoerd in korenblauw brokaat linnen, met de titel verguld op de voorzijde en rug. Op geschept papier en met een speciale letter - door meesterzetter Philipp Janssen. Een prachtige uitvoering, eentje om naar te verlangen!

Deze roman kwam uit ter viering van de 70ste verjaardag van de schrijver; uitgegeven door de Statenhofpers. Deze titel ontbreekt in mijn boekenreeks. Ik heb het boek niet gelezen maar ons, eenvoudige fans, was beloofd dat we in latere romans meer te weten zouden komen over het schip en zijn opvarenden. De illustratie van Joost Veerkamp in het voorwerk van dit boek vertoont de jonge en oude auteur, met een klok zonder wijzers en een zandloper zonder zand. Wederom een verwijzing naar tijd in de breedte, het hoofdthema van Van der Heijdens tandeloze tijd. 

Er verscheen overigens eerder een bibliofiele uitgave in beperkte oplage (125 exemplaren) in de romanreeks. Die is getiteld ‘Kastanjes a/d Zee’ (boek 7) en kwam uit in 2016, ter ere van de 65ste verjaardag van de schrijver. Daarin wordt één dag uit het leven van een van de personages beschreven. Dat is een andere manier om meer uit de tijd te halen. (Dit ontbreekt eveneens in mijn collectie.) 

In het laatste deel van Zogkoorts komt het narrenschap dan eindelijk binnenvaren. We lezen dat Egberts door de leiding van een cruisemaatschappij is benaderd om een nieuwe reeks toneelvoorstellingen te schrijven en aan boord van het schip -dat op weg is naar de Noordkaap- vorm te geven. Daar zien Albert Egberts en Zwanet Vrauwdeunt hun Corinne terug. Zij blijkt inmiddels echtgenote te zijn van de jonge, charmante kapitein Lodewijk Smallegange. Maar er lijkt iets mis te zijn aan boord van het Narrenschip. Iets klopt niet aan die relatie. Misschien zijn Albert en Zwanet de dwazen aan boord? Misschien is de kapitein de grootste dwaas? Hij weet nauwelijks van het belaste verleden van zijn vrouw... 

Kortom, een open einde met een heuse klifhanger. Niets is zeker, niets is logisch. Dat is dé manier waarop Van der Heijden al jarenlang zijn verhaal naar eigen hand zet en met ons, lezers, een kat-en-muis-spel speelt. Ik laat mij hierin gewillig meevoeren. 

Superstilist en creativeling Van der Heijden schrijft fenomenaal, al trof ik nogal wat doublures aan in dit boek. Dat vergeef ik hem, als groot fan. Hij ontving een nogal lauwe recensie met beperkte sterren van de Nederlandse literaire kritiek. Mij kon dat niet boeien. Een aanrader, zeker voor de liefhebber van De tandeloze tijd. Het wachten is nu op 'De ijzeren Man', roman 12. Na boek 13. En waarom niet?!


zondag 4 februari 2024

Wereldkankerdag

Vandaag is niet de sterfdag van mijn vriendin Nelly die in 2009 overleed aan de gevolgen van uitgezaaide longkanker. Die valt op 2 januari maar toen was ik te druk met onderweg zijn in Colombia. Ik sta jaarlijks stil bij haar dood, opdat zij niet wordt vergeten. 

Eind vorig jaar zeiden mijn liefje en ik opgelucht tegen elkaar dat er geen kanker werd gediagnostiseerd in onze vrienden- en kennissenkring. We hadden die positieve gedachte nog niet aan elkaar uitgesproken of we ontvingen nare berichten over twee goede vrienden.   

Vandaag is wel World Cancer Day waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor deze ziekte. Mensen die daaraan deelnemen, dragen vandaag een paars lintje. Deze dag heeft als doel het bewustzijn over kanker te vergroten. Kanker is de tweede doodsoorzaak in de wereld. Dit is het derde jaar op rij met het thema ‘Close the Gap’. Sowieso dient iedereen toegang te hebben tot goede kankerzorg maar er bestaat nog steeds veel ongelijkheid tussen behandelde patiënten. Inkomen, opleiding, geografische locatie en discriminatie op basis van etniciteit, ras, geslacht, seksuele geaardheid, leeftijd, handicap en levensstijl zijn factoren die zorg negatief kunnen beïnvloeden. Die kloof moet verdwijnen. 

Dit is het gedicht dat ik dit jaar uitkoos ter herinnering aan Nelly. Beter laat dan niet.

 

Van de vrouw die een zus vond
 
Ik ken de kant niet waar de zon
wekt, de wang die je gasten biedt,
de plooi die bij de strik hoort.

Ik weet niet hoe hard hoe zacht
woorden, hoe warm de boter of hoe
een kast er hier vanbinnen uitziet.

Als de dag sterft, geeft haar oog
mij licht, huivert haar huid
bij mijn stille kramp. Ver verdriet.
Zij is de hand aan de arm naar mijn buik.

Ooit heb ik haar gekamd, gekleed,
gekoesterd en naakt gezien.
Al ben ik haar zus niet.

Zij kreeg andere melk, zag andere luchten,
maar er liep een draad van mijn huis naar haar
en nu van mijn hart naar het hare.


Van: Christophe Batens (1970, Antwerpen)