Translate

Posts tonen met het label gevederde vriendjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gevederde vriendjes. Alle posts tonen

vrijdag 24 juli 2026

Een muur vol gevederde vriendjes

Sommige jubilea worden gevierd met een receptie, een speciale munt, een tentoonstelling of een boek. Het Cornell Lab of Ornithology koos voor iets dat veel beter past bij de missie van deze organisatie: een monument voor vogels. Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan gaf het gerenommeerde onderzoeksinstituut het Amerikaanse kunstenaarscollectief Ink Dwell -onder andere opgericht door Jane Kim (1981)- de opdracht een gigantische muurschildering te maken waarin álle 243 vogelfamilies ter wereld een plaats kregen. Beeldend kunstenares Kim was er ruim 2,5 jaar mee bezig. Het resultaat kreeg de veelzeggende titel From So Simple A Beginning.

Die titel verwijst naar de beroemde slotzin uit Charles Darwins boek ‘On the Origin of Species’ (1859): “From so simple a beginning endless forms most beautiful and most wonderful have been, and are being, evolved.” Een toepasselijker eerbetoon is niet denkbaar. Uit een verre evolutionaire oorsprong ontstonden ooit naar schatting meer dan 10.000 vogelsoorten, verdeeld over circa 500 families. Van de piepkleine kolibrie tot de imposante reuzenalbatros, van de nieuwsgierige kraai tot de schuwe kiwi: iedere soort vertelt een eigen verhaal over schoonheid, aanpassing en  overleven. 

Het Cornell Lab of Ornithology begon 100 jaar geleden bescheiden, met een handvol onderzoekers die vogels wilden bestuderen om ze beter te begrijpen én  ze daardoor beter te kunnen beschermen. Gedurende die eeuw groeide het lab uit tot een wereldwijd kenniscentrum waar wetenschap, technologie en burgerparticipatie samenkomen. Miljoenen vogelliefhebbers leveren tegenwoordig waarnemingen aan projecten als eBird, waardoor wetenschappers de verspreiding en veranderingen van vogelpopulaties nauwlettend kunnen volgen. Het laat zien dat natuuronderzoek niet alleen thuishoort in laboratoria en onderzoekscentra maar ook in tuinen, bossen en wetlands, overal waar mensen hun ogen en oren openhouden. Al jarenlang ontvang ik hun wekelijkse nieuwsbrief met info over vogels, vogeltellingen en allerlei cursussen. 

De muurschildering vormt een visuele samenvatting van deze honderdjarige missie. Kim en haar collectief brachten alle vogelfamilies samen in één kunstwerk van meer dan 280m2. De vogels, allemaal op schaal getekend, lijken zich over de muur te bewegen alsof ze deelnemen aan één groot familie-uitje. Wie langer naar het kunstwerk kijkt, ontdekt steeds nieuwe details: subtiele kleuraccenten, karakteristieke snavels, opvallende veren en onverwachte verwantschappen tussen soorten die soms duizenden kilometers van elkaar leven.

Het kunstwerk is meer dan een indrukwekkende verzameling afbeeldingen. Het laat zien dat biodiversiteit geen abstract begrip is maar een levend ecosysteem waarin iedere vogel een onmisbare schakel vormt. Juist in een tijd waarin veel soorten in meer of mindere mate worden bedreigd door klimaatverandering, verlies van leefgebied en vervuiling door de mens, herinnert de muurschildering ons eraan hoeveel er op het spel staat.

De Amerikaanse natuurbeschermingsorganisatie National Audubon Society schreef een recensie op de website van het kunstenaarscollectief. ‘Nu heeft dit vogelachtige Vaticaan zijn eigen Michelangelo.’

Verwondering is vaak de eerste stap op weg naar bescherming. Het kunstwerk spreekt niet alleen de wetenschapper aan die de evolutionaire verbanden onderzoek maar ook het kind dat vol bewondering naar een sierlijke ijsvogel of bonte papegaai kijkt. Kunst en wetenschap ontmoeten elkaar hier op een manier die beide disciplines sterker maakt. De een roept vragen op, de ander zoekt naar antwoorden. 

Na 100 jaar kijkt het Cornell Lab of Ornithology niet alleen terug op een indrukwekkende geschiedenis, het instituut kijkt ook vooruit. De uitdagingen voor vogels zijn groot maar de mogelijkheden om ze te bestuderen en te beschermen groeien eveneens. Nieuwe technieken, internationale samenwerking en miljoenen betrokken natuurliefhebbers bieden hoop.

Deze muurschildering is een uitnodiging om omhoog te blijven kijken waar verschillende soorten zwaluwen door de lucht scheren, om aandachtig te luisteren naar het gezang van een merel of nachtegaal in je achtertuin en om te beseffen dat achter elke vogel een miljoenen jaren oud verhaal schuilgaat. 

Lang voordat de eerste vogel -zoals we die nu kennen- zijn vlucht maakte, werden de kenmerkende eigenschappen van een vogel gevormd door een groep tweebenige, vleesetende dinosaurussen (theropoden). Die groeiden uit tot een van de mooiste verschijnselen van het leven op aarde, wat mij (vogelaar) betreft. 375 miljoen jaar van evolutie... Ik word er stil van. 

Ter ere van deze feestelijke viering werd tevens een boek samengesteld. De  vogelwand is met eigen ogen te zien in het kantoor van het Cornell Lab in Ithaca, nabij New York. Op de website van het kunstenaarscollectief vind je de Vogelmuur in interactieve vorm. Als je klikt op een vogel krijg je een uitgebreide toelichting over het gevederde vriendje in kwestie. Mooi en ook nog leerzaam! 

De illustratie in de header is van het Nederlandse creatieve duo Van Santen en Bolleurs. 


zondag 12 juli 2026

Aan de bar

Laatst bereidden we een lunch voor onze Spaanse overbuur-vrienden Guillermo en María Victoria voor. Dat werd weer eens tijd. Elk jaar komen zij uit Madrid de zomermaanden doorbrengen in hun vakantiehuis aan zee. Zij behoorden tot de eerste Spanjaarden in de straat die contact met ons zochten. Guillermo sprak toen behoorlijk goed Engels want hij had lang in de toeristenindustrie gewerkt. Ze waren niet bang voor buitenlanders! Zelf sprak ik hem altijd in het Spaans aan, al ging dat niet foutloos. Zij wisten dat ze mijn taalgebruik moesten corrigeren maar dat deden ze sporadisch. Van hen leerde ik paëlla maken, met de ingrediënten en merken waaraan zij de voorkeur geven.

We sleepten elkaar tijdens de coronapandemie door de strenge lockdown. Van achter onze poorten zwaaiden we dagelijks naar elkaar, vertelden hoeveel kilometers we al hadden afgelegd op onze patio’s. We stuurden elkaar foto’s van gerechten die we bereidden, zonden memes en grapjes door die we zelf hadden ontvangen (inclusief vertaling). Af en toe stak ik de straat even over voor een praatje op minder afstand. Dat is ook iets dat ik nooit zal vergeten.

Guillermo kreeg in corontijd een hersenbloeding. Een van de buurmeisjes, Cristina, was destijds nog thuis. Ze was net afgestudeerd als arts en deed wat ze moest doen. De ambulance liet destijds ellenlang op zich wachten. Er kwam zelfs lokale politie of guardia civil aan te pas. Moest de ambulance uit buurprovincie Murcia komen of uit eigen provincie Alicante? Lag het adres in Torre de la Horadada of in El Mojón? Die verwarring was er toen en is er nog steeds af en toe. (Alleen niet toen ik de ambulance belde voor mijn liefje die met een gat in haar hoofd onder aan de trap lag... Toen stond de ziekenauto in 5 minuten met zwaailichten en sirene voor onze poort.) 

Uitendelijk kwam Guillermo er goed vanaf. Toen hij terugkeerde uit het ziekenhuis kon hij nauwelijks praten. Terug in Madrid nam hij deel aan allerlei therapieën. Zijn Engelse taalbeheersing bleek hij geheel te hebben verloren. Het spijt hem maar het is zoals het is. Hij praat weer en maakt grapjes, al zegt hij zelf dat zijn hoofd niet meer is wat het was. Wel rijdt hij nog steeds auto.

Ja, het is hier momenteel warm (tweede hittegolf van deze zomer) maar op ons terras voor het huis is het gedurende het grootste deel van de dag goed toeven. Dat komt omdat we een ruime overstek hebben, een overkapping door het bovenbalkon die voor schaduw beneden zorgt. Daarnaast hebben we veel groen in de tuin dat eveneens voor schaduw en afkoeling zorgt. Een goede kwaliteit ventilator aan het plafond en een zonnescherm van degelijk materiaal doen de rest. Daar kunnen we ontbijten, lunchen en dineren als we willen. Zo komen we deze zomer wel door, zolang er een beetje wind blaast uit een andere richting dan de Afrikaanse Sahara. Of dat ook lukt in augustus, gaan we zien. Vorig jaar aten we vaak binnen. 

Onze Madrileense vrienden kwamen voor de lunch. Als kadootje kregen wij (onder andere) een grote bak kersen; groot, dieprood en vlezig. Uit Extremadura, de geboortegrond van María Victoria. Dat was een van de eerste dingen die ze jaren geleden met ons deelde: haar herkomst. Spanjaarden voelen een diepe band met hun geboortegrond, waar ze later in het leven ook terechtkomen. We horen dat ook van andere Spaanse buren. 

De regelmatige lezer weet dat Spanjaarden in deze contreien hun belangrijkste maaltijd van de dag eten rond 15:00 uur. Voor-hoofd-nagerecht. Ik kookte geen typisch Spaanse lunch, dat kunnen ze zelf beter. Na een rondje tapas werd het een driegangenmenu met een klein voorgerecht (met ricotta en van alles meer gevulde Murcia-tomaat), ravioli gevuld met wangetjes en Pedro Ximenez-saus, een dessert met Aziatisch tintje: gepureerde papaya/mango met kokosroom. Zij weten dat we in Bali woonden en daar mannetjes mee hielpen opvoeden. Ik had aandacht besteed aan de aankleding en legde uit dat wij een uitdrukking kennen die zegt dat mensen niet alleen met hun smaakpapillen eten maar ook ‘met de ogen’. De complimenten vlogen over het terras. 

Voordat we aan tafel gingen, gaf mijn liefje-de-tuinkabouter een rondleiding. Daarover lieten onze gasten zich evenzeer waarderend uit en dat is heel terecht. Onze tuin is klein maar fijn. Mijn liefje besteedt er veel tijd en energie aan, je kunt het haar grootste hobby noemen. 

Voor onze komst naar deze woonplek plantten de vorige eigenaren een subtropische struik in de tuin (die we kennen uit Bali). Het groeide uit tot een metershoge boom die een groot deel van het jaar in bloei staat met fijne paars-blauwe bloemtrossen en oranje-rode bessen die net als aalbessen aan een tros hangen. De bessen van deze stoutejongensstruik zijn giftig. In 2018 werd de boom bezocht door een kolibrievlinder, een soort uit de familie van de pijlstaarten. Dit insect is niet heel zeldzaam maar voor ons was het de eerste keer dat we het dier zagen op eigen terrein. 

Daarnaast staan er twee olijfbomen, een citroen- en een limoenboom, twee laurierbomen, een variatie hibiscussen, enkele ficussen, twee Japanse schijnanjers, twee soorten jasmijn, vele soorten inheemse vetplanten, diverse soorten kleine en middelgrote palmen en enkele soorten cacti. Rondom de zitjes in de tuin staan talloze citronella's. Een groene en natuurlijke manier om muggen op afstand te houden. Even met de hand langs de bladeren en de beschermende citrusgeur komt vrij. Het zoemt, kleurt en geurt in onze tuin!  

Tijdens die excursie viel Guillermo’s oog op een staander met glas in het midden van de tuin. Hij vroeg aan mijn liefje waartoe dat diende. Dat was onze vogelbar, zei ze enthousiast. Wij een borrel, zij een borrel. 

Er is momenteel veel te doen over alcoholgebruik in Nederland. Nieuw onderzoek toont aan dat zelfs 1 glas alcohol schadelijk is voor de gezondheid. De overheid moet alcoholgebruik dan ook ontmoedigen en denormaliseren, volgens het nieuwe advies van de Gezondheidsraad. Ruim driekwart van de Nederlanders ouder dan 18 jaar drinkt weleens alcohol, aldus de cijfers van het Trimbos-instituut. Organen lijden onder iedere druppel alcohol.

Hoe maak je iets ongewoon wat voor zoveel mensen nu gewoon is? Reclames spelen volgens verslavingsdeskundigen een belangrijke rol in het gebruik. Een algeheel reclameverbod zou volgens deskundigen de enige oplossing zijn. De prijs van alcoholvrije drankjes moet dalen, de prijsverschillen tussen alcoholisch en niet-alcoholisch moet omlaag. Alcoholverkoop zou moeten worden beperkt tot gespecialiseerde staatswinkels, naar Zweeds model. Organiseer feestjes zonder alcohol, op het werk en in privé. Zien drinken, doet immers drinken. Dat zijn enkele van de ideeën voor inperking. 

Ondanks alles vroeg ik mij af welk signaal werd gegeven toen Jezus eeuwen geleden -volgens de overlevering- water in wijn veranderde? Was dat dan bedoeld als kado aan de mensheid of juist als een beker vol gif?

Mijn liefje en ik maken ons schuldig aan alcohol drinken. In de zomer drinken we af en toe een cocktail als er iets speciaal is te vieren, bij de maaltijd drinken we wijn. Elke dag. In de zomer een jonge, frisse & fruitige rosé (huiswijn uit Rioja,  genaamd Marqués de Cáceres), in de winter is rode wijn favoriet. Mijn liefje en ik zijn voorlopig niet van plan te stoppen met deze slechte maar smakelijke gewoonte. Ik herinner mij dat de Spaanse oncoloog van mijn liefje jaren geleden zei dat twee glazen wijn per persoon per dag geen probleem mag zijn. Tja.

Onze vogelbar wordt momenteel meermalen per dag intensief gebruikt; het water wordt regelmatig verschoond en de glazen gaan in de vaatwasser. We zorgen goed voor onze gevederde vriendjes! Het gaat met name om leden van de residente groep Spaanse huismussen in onze tuin, onze stamgasten. Die komen al jaren dagelijks drinken. Recent kregen we echter nieuwe barbezoekers: insecten. Zoemende vriendjes, zal ik maar zeggen. Die zijn van essentieel belang voor een gezonde (bloeiende) tuin. Dat bezoek was nieuw voor ons. Fascinerend. 

Voor hen is het belangrijk dat het waterbakje tot de rand toe is gevuld. Dan kunnen ze op de rand landen en met hun monddelen druppels oplikken. Insecten verdrinken snel dus het is een hachelijk karweitje... Sommige insecten, zoals de kolibrievlinder, hebben een roltong maar daarover beschikt niet ieder insect. Het verschijnsel van drinkende insecten legde ik afgelopen week een aantal keren vast met mijn zoomlens. 

Het werd een genoeglijke middag voor alle aanwezigen.


zaterdag 6 juni 2026

Liefdesbrief aan mijn gevederde vriendjes

et is weliswaar geen lente meer dus de piek van het broedseizoen is voorbij maar dat wil niet zeggen dat er niet nog wordt gezorgd voor nieuw leven. Wij maakten het van dichtbij mee. In onze tuin staat een boom of grote struik (Durante erecta) die we ‘Stoute Jongensboom’ noemen. Het is niet alleen een verfraaiing van onze tuin, het is een prima broedplek voor vogels. In onze tuin leven een grote residente groep Spaanse huismussen en een vaste kern merels. Die strijden jaarlijks om de beste plek om een nest te bouwen en nageslacht te produceren.

Dit jaar was er een duidelijke win-winsituatie voor alle betrokkenen. We bleken een merelnest in de stoute jongens te hebben en een mussennest in de gele Bougainvillehaag. Het gepiep kwam dagelijks van twee kanten. Het is zoals Nederlands beste vogelaar zegt (Arjan Dwarshuis): ‘horen is scoren’. Je ziet ze niet maar ze zijn er wel!

Op een vroege avond streek een klein, donkergrijs bolletje veren met grote ogen neer voor onze neus. Wij zaten op de patio en keken naar de jonge merel (ook wel ‘takkeling’ genoemd) die weliswaar recht op zijn pootjes stond maar niet bewoog. Het dier stond stokstijf en reageerde niet op onze aanwezigheid. Ik moest denken aan jonge kinderen die verstoppertje spelen en dan de handen voor hun eigen ogen slaan, zo suggererend dat anderen hem of haar niet kunnen ziet. 

Van deze vogelsoort (turdus merula) is bekend dat de jonkies uit het nest springen (of zich laten vallen) voordat ze kunnen vliegen; dat wordt de ‘uitvliegfase’ genoemd. Ze kunnen dan nog niet vliegen, zijn nog niet volledig op gewicht en hebben nog een kort staartje. Dat was hier ook het geval. 

Het duurt dan nog ongeveer een week voordat ze aan hun vlieglessen beginnen. Gedurende die tijd op de grond winnen ze aan vliegkracht door veel met hun vleugens te wapperen. Ze worden dan nog steeds gevoederd door hun ouders, die in de buurt blijven. Mijn liefje stelde voor het diertje water te geven, ten faveure van het groeiproces. Dus even later kwam ik terug met een bakje vers water dat ik naast het vogeltje wilde neerzetten. Toen ik iets te dichtbij kwam naar zijn of haar zin hipte het weg, richting een hoek van het terras. Dat vond ik op zich een betere, meer verscholen plek dan middenop de patio; zichtbaar voor alles en iedereen. Ik zette het waterbakje neer en trok mij terug. Echter niet zonder foto’s te hebben gemaakt. Je kent mij. 

Op de vroege volgende ochtend keek ik door het raam toen ik iets zwarts over de grond zag wegschieten. Was dat een kat? Vader merel vloog tegelijkertijd op. Dat gaf geen goed gevoel. Ik liep naar buiten en zag wat ik vreesde: de jonge merel lag dood in de buurt van de stoute jongens, zijn voormalig veilige nest. Met een bloedveeg op de tegel naast het diertje. Kasian. Een merel in je tuin is doorgaans een teken van een gezonde, gevarieerde leefomgeving; met voldoende beschutting en voedsel. Dat wil echter niet zeggen dat het er ongevaarlijk is. Dat blijkt! Samen namen we afscheid van het dode vogeltje. 

De merel is geen vogel die in mijn nieuwste vogelboek wordt beschreven omdat deze soort niet wordt bedreigd. Tenminste, niet in de wijde wereld. Deze vogel wordt daarin wel terloops genoemd als ‘achtertuintroubadour’. Een toepasselijk en creatief woord. Vriend Piet bracht het boek onlangs mee uit Nederland. 

De Nederlandse titel is ‘Het vogelboek’, geschreven door de Britse auteur en natuurkenner Robert Macfarlane en rijk geïllustreerd door de Britse schrijfster en illustratrice Jackie Morris. De Engelse titel is wat explicieter: ‘The Book of Birds. A Field Guide to Wonder and Loss’. Het tweetal werkte zes jaar aan dit bijzondere boek. Het moet ook een grote klus zijn geweest om het te vertalen, vanwege de hoge literariteit. Voor de Nederlandse vertaling tekende literair vertaler Nico Groen, neerlandicus, gerenommeerd vertaler van non-fictie en docent aan de Leidse Schrijversacademie. Hij is de vaste vertaler van Macfarlane. 

Dit vogelboek werd inmiddels besproken in mijn favoriete natuurprogramma op NPO1-radio ‘Vroege Vogels’ en afgelopen weekend in het onderhoudende radioprogramma ‘Nieuwsweekend’. Beide besprekingen waren lovend. Het is een compendium van 49 vogelsoorten, waaronder de ijsvogel, nachtegaal, nachtzwaluw, zanglijster, stern, torenvalk en bosuil die in het VK worden bedreigd of waarvan de aantallen achteruithollen. (Dat is overigens ook van toepassing op Nederland.) 

Dit prachtige boek begint met een sombere boodschap: de dagenraad en de lente zijn stiller, de lucht leger. ‘Een eeuwenoud vogelorkest verstomt.’ Er zijn nu drie miljard minder vogels in Noord-Amerika dan 50 jaar geleden en vijf miljoen minder vogels in Europa. Wereldwijd is bijna 50% van de vogelsoorten in aantal aan het afnemen.

Dit is geen klassieke vogelgids; het is veel meer. Waar traditionele veldgidsen vooral zijn gericht op het herkennen en classificeren van vogels, proberen Macfarlane en Morris een andere vraag te beantwoorden. Niet ‘wat is die vogel?’  maar ‘wie is die vogel?’ Daarmee plaatsen zij zich nadrukkelijk in de traditie van de literaire natuurbeschouwing, waarin verwondering en betrokkenheid even belangrijk zijn als kennis. 

Elke vogel kreeg een eigen tekst waarin Macfarlane feitelijke observaties vermengt met poëtische beschrijvingen, met een sprankje folklore en veel persoonlijke fascinatie. Zijn schrijfstijl is heel beeldend. Soms balanceert hij op de grens van proza en poëzie. Daardoor geeft hij de lezer het gevoel dat vogels geen studie-objecten zijn maar medebewoners van dezelfde wereld.

De visuele kracht van het vogelboek komt door de prachtige illustraties van Jackie Morris. Haar aquarellen, verrijkt met subtiele kleuraccenten, zijn verbluffend mooi. Ze hebben niet de precisie van wetenschappelijke tekeningen maar stralen leven, beweging en karakter uit. Elke afbeelding lijkt een eerbetoon aan de vogel die zij verbeeldt. Tekst en beeld versterken elkaar voortdurend, waardoor het boek evenzeer een kunstwerk is. Goed voor op de koffietafel! 

Dit vogelboek is niet alleen een viering van schoonheid. Op vrijwel elke pagina ligt onder de tekst een gevoel van verlies. In het hoofdstuk over kievitten (vanellus vanellus) staat het als volgt: ‘Ooit waren er zo veel dat het was, wanneer ze keerden op hun vlucht, alsof de hemel draaide om zijn as.’ Dat is helaas van toepassing op alle vogelsoorten die in dit boek worden besproken en afgebeeld. 

De auteurs wijzen op de wereldwijde afname van vogelpopulaties en laten zien hoe de lucht boven onze hoofden steeds stiller wordt. Dat gebeurt niet op moralistische toon maar door de liefde voor vogels centraal te stellen. Hun impliciete boodschap is helder: mensen beschermen alleen wat zij werkelijk leren waarderen.

‘Het vogelboek is opgedragen aan alle vogels, om hun schoonheid en hun leven in het wild’. Dit is de laatste zin van dit fraaie 383 pagina’s tellende boek. Het is een ode aan de rijkdom van het vogelleven én een herinnering aan wat verloren dreigt te gaan. Mijn eigen exemplaar leest als een liefdesbrief aan mijn gevederde vriendjes. Aanrader!


zaterdag 23 mei 2026

Vogelwonder

Al eeuwenlang kijken mensen met bewondering naar vogels. Ze worden geschilderd, bezongen, gefotografeerd en wetenschappelijk bestudeerd. Wie goed kijkt naar de geschiedenis van de ornithologie, ontdekt iets opmerkelijks: bijna alle aandacht gaat uit naar mannetjes-vogels. Het mannetje met de spectaculaire kleuren. Het mannetje met de indrukwekkende zang. Het mannetje dat het territorium zo kunstig verdedigt, alsof hij auditie doet voor een natuurdocumentaire van Sir David Attenborough. 

In de gang van een internationaal instituut voor vogelonderzoek en -conservatie hangt een grote foto van een reuzenalbatros. Een van de machtigste vogels ter wereld, met een vleugelwijdte van ruim drie meter. Een vogel die bekend staat om het grote uithoudingsvermogen en de indrukwekkende lange trektochten. Het is een foto van een mannetje-albatros. Met gespreide vleugels tegen een ondergaande zon in beeld gebracht. Daaronder staat in sierlijke letters: ‘Koning van de oceaan’. Dat is deze vogel!

Mijn liefje en ik zagen albatrossen driemaal met eigen ogen: in 2006 op schiereiland Otago (zuidereiland Nieuw-Zeeland). Dat was een groot mazzelverhaal. We waren daar met een gids en lagen gedrieën in het gras te koekeloeren naar een vrouwtje-albatros ietsje verderop. De gids vertelde ons dat zij al was gearriveerd, het wachten was nu op manlief. Albatrossen zijn trouwe vogels die jaar na jaar terugkeren naar dezelfde afgelegen plek om met dezelfde partner te broeden. En ja, hoor: daar kwam hij aan. Ik kreeg kippenvel, dat herinner ik mij ook nog. Hij landde tegen de wind in, als een bolletje veren aan een parachute. Een van de dierbaarste natuurfoto’s uit mijn eigen repertoire als amateurfotografe.

We zagen er ook een tijdens een bootreis op zoek naar potvissen, de grootste tandwalvis ter wereld; dat was in Kaikoura, eveneens op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland. We gingen twee dagen het water op om deze giganten van de zee te zien. 
Op enig moment zag ik een grote rugvin op het wateroppervlakte, met daarboven een zwevende reuzenalbatros. Klik. Ook een iconisch beeld, wat mij betreft. En in 2018 zagen we er een boven de oceaan toen we naar het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika voeren. Het dier vloog een tijdje met ons, bewonderaars, mee. Alsof deze albatros onze fascinatie aanvoelde... Het zijn memorabele momenten. 

Er is ook een ‘Prinses van de golven’ (vrouwtje-reuzenalbatros) maar daarover hoor je nauwelijks. Daaraan wilde een kleine groep vrouwelijke wetenschappers een einde maken en zo ontstond ‘Project Galbatross’. Dat gebeurde tijdens een internationaal congres waaraan biologen, ecologen, gedragsdeskundigen en data-analisten deelnamen. Zij realiseerden zich dat bijna alle grote vogelstudies draaien om mannetjesdieren. Het gaat om hun zang, hun kleuren en hun baltsgedrag. Vrouwelijke vogels komen meestal voor als entourage. Zij bouwt het nest, zij broedt de eieren uit. Dat gedrag wordt doorgaans gezien als passief, hun kleuren als saai en hun rol als ondersteunend. Terwijl de hele vogelwereld zonder vrouwtjes letterlijk instort!

Dat groepje activistische vrouwen besloot in 2019 een tegenoffensief te beginnen. Het begon eigenlijk met een terloopse opmerking. Purbita Saha, een van de mede-oprichters, was van mening dat zij moesten meedoen met de Wereldwijde Grote Vogeltelling Wedstrijd van dat jaar en dan alleen vrouwtjes tellen. Zo gezegd, zo gedaan. Van alle deelnemende teams eindigden ze als één na laatste, net voor het team van kinderen onder 6 jaar (Team ‘Tiny Tots) met hun lijst van 26 soorten.  

De pioniers waren werkzaam bij de Amerikaanse organisatie Audubon: een non-profit die zich inzet voor natuurbescherming en -behoud. Het ging om Brooke Bateman, Stephanie Beilke, Martha Harbison, Purbita Saha en Joanna Wu. Zij noemden hun initiatief Project Galbatross; een samentrekking van ‘gal’, het Engelstalige woord voor meid, en albatros. 

Vorige week zondag hoorde ik in mijn favoriete radioprogramma ‘Vroege Vogels’ voor het eerst over dit project. Een superenthousiaste Nederlandse vrouwelijke wetenschapper sprak over deze interessante pioniers. Dat intrigeerde dus ik zocht verder.

Voor die ‘gals’ was het eerst een uitdaging, daarna werd het een gewoonte en tenslotte een roeping. Ze vroegen zich terecht af wat er gebeurt wanneer generaties wetenschappers vooral zijn geïnteresseerd in mannelijke dieren. Het antwoord is eenvoudig: dan krijg je wetenschap met blinde vlekken. 

Het team trok naar afgelegen eilanden en kustlijnen over de hele wereld. Ze onderzochten vrouwtjesvogels die jarenlang waren genegeerd door de wetenschap. En wat bleek? Vrouwelijke vogels zijn allesbehalve saai. Zo ontdekte men bijvoorbeeld dat vrouwtjes bij diverse vogelsoorten strategischer blijken te migreren dan mannetjes. Sommige vrouwtjes kiezen bewust veiligere routes met een betere voedselvoorziening onderweg. 

Andere soorten laten zien dat vrouwtjes complexe sociale netwerken onderhouden binnen hun kolonies. Bij bepaalde zangvogels blijken vrouwtjes bovendien uitstekend te kunnen zingen. Onderzoekers hadden daar eeuwenlang nauwelijks aandacht voor omdat zang automatisch als mannelijk gedrag werd beschouwd. Dat is niet alleen een grappige vergissing maar ook een wetenschappelijk probleem. Wanneer onderzoekers vertrekken vanuit stereotypen, zien ze simpelweg minder of trekken onjuiste conclusies. 

Een bepaalde meeuwensoort gebruikt verschillende roepjes voor verschillende partners. Iets wat mannelijke wetenschappers jarenlang niet hadden opgemerkt omdat ze ervan uitgingen dat alleen mannetjes ‘complexe communicatie’ kennen. 

Bij sommige soorten kiezen vrouwtjes hun partners uiterst selectief op basis van intelligentie, voedselvaardigheid of uithoudingsvermogen. Bij andere soorten hebben vrouwtjes de dominante rol binnen de groep. En soms blijkt een zogenaamd ‘onopvallend’ verenkleed perfect aangepast aan camouflage, bescherming of energiebesparing. Met andere woorden: vrouwelijke vogels zijn niet minder interessant, wel zijn ze minder opzichtig. Dat verschil hebben onderzoekers eeuwenlang verward met onbelangrijkheid. 

Tijdens een stormachtig veldonderzoek op een afgelegen eiland observeerde een team vrouwelijke onderzoekers een kolonie albatrossen. Een jonge onderzoekster merkte op dat de vrouwtjes opvallend vaker risico’s nemen om voedsel te zoeken tijdens zwaar weer. Ze stelde zich de vraag waarom dit tot dusver nergens stond beschreven? Het antwoord was omdat niemand er ooit serieus naar had gekeken.

De media begonnen in de loop van de tijd belangstelling te tonen voor Project Galbatross. Een journalist vroeg een keer tijdens een interview of dit project niet te activistisch is. Een vrouwelijke wetenschapper stelde hem een tegenvraag: hoe activistisch is het als men 100 jaar lang alleen mannetjes bestudeert? Na enige tijd wilden universiteiten samenwerken en stonden documentairemakers voor de vrouwen in de rij.

Zelfs mensen die nog nooit een vogelgids hadden opengeslagen, discussieerden ineens over seksisme in de biologie. Niet iedereen was even enthousiast. Er was een beroemde ornitholoog op leeftijd (60-plusser) die het project tijdens een televisieprogramma ‘een emotionele overcorrectie’ noemde. “Vogels kennen geen feminisme,” verklaarde hij. Dat klopt weliswaar maar wetenschappers hebben vooroordelen en die moeten worden doorgeprikt. 

Project Galbatross kreeg nog een opmerkelijk cultureel effect. Het blijkt niet alleen biologen aan te spreken maar ook kunstenaars, schrijvers en jonge studenten. Vooral meisjes blijken enthousiast over een wetenschappelijke wereld waarin nieuwsgierigheid naar ‘hun soort’ belangrijker is dan de oude hiërarchie. Scholen gebruiken inmiddels lesmateriaal van het project om te laten zien hoe wetenschap voortdurend moet leren kritisch naar zichzelf te kijken. 

Nieuwe studies onderzoeken voortaan standaardverschillen én -overeenkomsten tussen mannelijke en vrouwelijke vogels. Studenten leren kritischer kijken naar oude aannames. Zelfs natuurdocumentaires tonen vrouwtjesvogels niet langer alleen als ‘partner van’. 

De albatros blijkt een heel passend symbool voor project Galbatross. Deze vogel vliegt immers duizenden kilometers over oceanen, zonder applaus en zonder behoefte aan bewondering. Tijdens één enkele foerageertocht leggen ze soms ruim 15.000km af. Een enkel exemplaar kan tussen 120.000 en 190.000km per jaar vliegen. In hun leven leggen sommige reuzenalbarossen acht miljoen kilometers af. Dat is net zoveel als tien keer heen en weer naar de maan. Tja. Het wordt dan ook de ‘Marathonvogel van het dierenrijk’ genoemd. Sterk en volhardend. Precies zoals veel vrouwelijke vogels altijd al waren. 

Ergens op een afgelegen klif op een desolate plek kijken twee vrouwtjes-vogelaars, ook trouwe maatjes en 'Prinsessen van elkaar', naar een zwevende reuzenalbatros boven water. Die vogel is bezig met overleven in een wereld die haar al decennialang onderschat en haar leefgebied al decennia bedreigt. Ze kantelt haar vleugels en verdwijnt op de thermische stroming. 
Vrij. En eindelijk gezien!

Hierbij nog een bonus voor jou, waarde bloglezer. Uit mijn recentste vogelboek. Vriendin Bernadette maakte mij attent op een zeer lovende boekrecensie in NRC, vriend Piet bracht het mee naar Spanje. Joehoe! 


Nest bevat ei,

Ei wordt gekraakt door snavel,

Snavel brengt zang voort,

Zang klinkt uit veer,

Veer geeft vliegvermogen,

Vliegvermogen maakt trek mogelijk.

 

Zeven wonderen die

Tezamen het vogelwonder

Tevoorschijn toveren.

 


Uit: Het vogelboek (2026)

Van: illustratrice Jackie Morris & auteur Robert Macfarlane


maandag 2 februari 2026

Herken je deze?

Vriendin Bernadette reist momenteel door Argentijns en Chileens Patagonië. Met haar reismaatje Tanja geniet ze van het indrukwekkende gletsjerlandschap. Wij, volgers, genieten mee. Soms stuit ze er op een onbekende vogel. Elke vogel, behalve de mus, was tot voor kort voor haar een onbekende. Maar wat niet is, kan nog komen! 

Iemand anders aan boord van het schip waarmee ze de beroemde gletsjer Perito Moreno van dichtbij gingen bewonderen, zei dat er een condor tegen de bergwand zat. Op die dag spotten ze deze iconische vogel daarna nóg twee keer boven hun hoofden. In Chileens Zuid-Patagonië gebeurde dat daarna nog een keer, met een groep van wel tien vogels, naar verluidt. En toen ze van Chileense zijde terugreden naar de Argentijnse kant, zat er eentje, bijna op grijpafstand, midden op de pampa. Het filmpje dat ze maakte van het op- en wegvliegen van deze imposante vogel was van grote schoonheid en klasse. Bofkonten! Mijn liefje en ik moesten naar hetzelfde continent afreizen om condors in het wild te zien (Colombia, 2023). De condorfoto in de header is van eigen hand. 

Bernadette fotografeerde daar ook een andere vogel, pikkend in het gras. Ze vroeg haar volgers of zij wisten wel dier het was. Wie het wist, zou worden geëerd. Dat was niet tegen dovemensoren gezegd. Iemand stuurde de correcte Latijnse  naam in (Theristicus melanopis) maar noemde de vogel vervolgens ten onrechte een zwarte ibis. Ik deed eveneens een duit in het zakje en stuurde de Nederlandse benaming in: zwartmaskeribis. De zwarte ibis is bijna geheel zwart, dit familielid heeft alleen een masker rond de ogen in die kleur. De dag erna kreeg ik de zilveren medaille toegekend. Er is al zoveel onrecht in de wereld dus dat kon ik niet over mijn kant laten gaan. In een individuele whatsapp (niet via groepsapp Polarsteps) tekende ik bezwaar aan bij de jury. Over die uitslag werd verder niet gecommuniceerd...  

Wat een sneue boel was het laatst op de  A2 in Nederland! Op die drukke weg werd een kroonkraanvogel doodgereden. Zijn of haar maatje stond ernaast en keek ernaar. De snelweg werd afgezet omdat de weduwe/weduwnaar telkens naar de dode partner terugkeerde en boven de plaats des onheils bleef cirkelen. Kraanvogels zijn monogame dieren die tenminste een broedseizoen bij elkaar blijven maar soms ook het hele leven. De rouwende kraanvogel is inmiddels opgenomen in een vogelopvang in Amsterdam. Medewerkers van het centrum meldden dat de achterblijver het goed maakt maar nog steeds naar zijn of haar maatje lijkt te roepen. Kasian. 

Begin januari werd de steenuil (Athene noctua) in Nederland uitgeroepen tot Vogel van het Jaar 2026. Dat was een actie van Vogelbescherming Nederland, Sovon Vogelonderzoek en Steenuilenwerkgroep STONE. Deze werkgroep zet zich al minstens 25 jaar in om de positie van deze uilensoort te verbeteren. De steenuil  heeft de kwalificatie ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst van de IUCN. Op de STONE-website hebben ze een kaart waarop je een gebied kunt kiezen waar je kunt gaan tellen. De organisatie wil dit jaar gebruiken om meer te weten te komen over het aantal broedparen. Dat moet niet al te moeilijk zijn want de roep van deze vogel is goed herkenbaar.

Deze kleinste uilensoort zagen we vaak in de toppen van de bomen langs de golfbaan waar we voorheen woonden aan de Costa Blanca. Als we daar 's avonds met een glaasje wijn op het terras zaten, genietend van de ondergaande zon en het actief worden van de natuur, hoorden we het geroep van de steenuil luid en duidelijk. Vaak zagen we deze kleine roofvogels in de toppen van de bomen recht tegenover ons appartement. Als de duisternis inviel, staken hun grote ogen af als lantaarns tegen de donkerte.

In Spanje werd de putter (Carduelis carduelis) dit jaar uitgeroepen tot Vogel van het Jaar. Ik was groot fan van het boek ‘Het puttertje’ van Donna Tartt dat in 2014 de Pulitzer-prijs voor fictie won. Op de kaft staat een deel van het schilderij van Carel Fabricius die bekend werd met dit werk (1654). Met mijn toenmalige boekenvriend Ben deelde ik het leesplezier. Als aandenken aan dat fraaie boek en die gedeelde leeservaring gaf hij ons een geslaagde kopie van het originele schilderij van Fabritius kado; inclusief Gouden Eeuw-lijst. Het origineel hangt in het Haagse Mauritshuis. De kopie siert een wand van onze eetkamer. Ben overleed helaas... Jaren later kocht ik een houten puttertje in Noord-Bali, handgemaakt door een lokale kunstenaar. Die zit op Ben’s lijst. 

De putter is deels standvogel, deels migrant. Die rode kop en gele strepen op de vleugels zijn niet te missen en gemakkelijk herkenbaar. Deze vogelsoort zag ik pas met eigen ogen nadat we naar onze huidige woonplaats aan de Middellandse Zee verhuisden. In de eerste jaren zagen we ze dagelijks rondfladderen in de duinrand, in groepen, als we over de wandelboulevard liepen. Putters houden van struiken, kruidachtige vegetatie, plekken waar veel zaad is te vinden. 

Mijn favoriete radioprogramma over natuur, Vroege Vogels, was gisteren grotendeels gevuld met verslagen van tellende types in tuinen; door bekende en onbekende Nederlanders. Gisteren eindigde namelijk de meerdaagse tuinvogeltelling in Nederland. Iedereen die eraan mee wilde doen, moest een half uurtje in eigen tuin of op balkon gaan zitten. Voor de beginneling was een kaart samengesteld met meestvoorkomende vogels. Het was een kwestie van aanvinken (pun intended...). Via de app kon je je bevindingen heel gemakkelijk doorsturen. 

Er deed dit jaar een recordaantal mensen mee: bijna 130.000. Joehoe! Er werden 1.8 miljoen vogels geteld. Het gemiddeld aantal vogelsoorten per telling lag ook hoger dan voorheen: 7 (vorig jaar 6). De koolmees werd het vaakst gespot, de huismus (winnaar van vorig jaar) eindigde als nummer 2, de pimpelmees op 3. Hoe simpel het ook klinkt, dit is een waardevolle manier van burgerwetenschap. Hiermee krijgen deskundigen een beter beeld van de vogelstand in het land. 

Ik durf te wedden dat niemand de groenlandpikker spotte!


zondag 25 januari 2026

Verliefd

Ik werd opnieuw verliefd en mijn liefje was de eerste aan wie ik dat opbiechtte. Ze was van slag van het bericht en dat kon ik mij voorstellen. Na bijna 37 kreeg ze concurrentie... Na enige bezinning begreep ze mijn gevoel echter wel. Bij doorvragen, bleek zij ook warme gevoelens te hebben voor mijn nieuwe vlam. Het kon dan ook niet uitblijven: we vormen nu een trio. 

‘The object of my desire’ gaat op twee spichtige pootjes door het leven. Over haar borstpartij ben ik werkelijk lyrisch! Over haar zang ook. Ze voelt zacht aan maar vergis je niet: er zit een stevige kern in. Soms houdt ze haar koppie schuin, alsof ze voortdurend op haar hoede is. Elke ochtend en elke namiddag zien we elkaar. Dan sta ik met mijn telelens voor het raam, verscholen achter het gordijn, om haar te fotograferen. Ik ontpopte mij tot heuse gluurder. Ik heb inmiddels zoveel portretten dat de vogel een eigen album verdient, getiteld ‘Birdlife with Robin’. Mijn Robijntje... zucht. 

Nadat we eind vorig jaar de roodborst in onze tuin ontwaardden, begonnen we te lezen over roodborstjes in de wintertuin. Daarmee kwam een stroom aan artikelen over dit gevederde vriendje op gang (via ‘Trending’). Ook in het Spaans. Roodborst heet in die taal ‘petirrojo’ en er bestaat een uitdrukking als ‘tenir el petirrojo’. Dat betekent dat iemand geluk en bescherming met zich meedraagt. Een aardig bijgeloof. 

Nu is het aan de Costa Blanca qua weer lang niet zo bar en boos als in hoger gelegen delen van Europa maar koud vond ik het in de afgelopen periode wel! De temperatuur kwam nooit lager dan 3 graden Celsius in de nacht en vroege ochtend maar toch bibberde ik regelmatig. Overdag hebben we alweer temperaturen van boven 20 graden, dus wij mopperen niet (lang) maar de vogels wel. 

Ik weet niet zeker of het er eentje is die telkens terugkeert of dat we te maken hebben met meer dan een roodborst; ik denk dat laatste. Het bijvoederen was bedoeld om deze vogel(s) door de winter te helpen. Dat deden we eerst met muësli, later werd daar vogelzaad aan toegevoegd. Dat mengsel bleek niet alleen de roodborst aan te trekken. Er kwamen jonge en volwassen merels, diverse soorten mussen en zelfs Turkse tortels op af.

Er bleek sprake te zijn van een duidelijke hiërarchie onder de vogelpopulatie. De merels waren aanvankelijk de grootste vogels die een graantje kwamen meepikken. We hebben te maken met een volwassen mannetje (gele snavel) en een jong mannetje (nog niet helemaal geel). Afgelopen voorjaar hadden we twee merelstellen in de tuin die zich voortplantten in onze stoutejongensboom. Een merelkuiken bleek een handicap te hebben, misschien wel doordat het diertje uit het nest viel of werd aangevallen. Er was een wond te zien boven een oog. Misschien is hij nu de jonge vogel die zijn extra voedsel beschermt. Beide merels gedragen zich agressief op de voederplaats als andere vogels verschijnen. Mussen en duiven gaan eveneens goed zijn. 

De mussen die zich melden, zijn Spaanse mussen (passer hispaniolensis) en huismussen (passer domesticus). Ik denk dat ik af en toe ook een rotsmus -niet te verwarren met de rotmuts- zie, petronia petronia. Mannetje huismus is te herkennen aan een witte oogvlek en grijze bies bovenop de kop. Vrouwtje huismus heeft een beige wenkbrauwstreep. Beide goed te zien door de telelens.

De Spaanse mus een donkerder borstvlek (‘slabbetje’ genoemd) dan de huismus. Dat is op de foto hiernaast goed te zien. 

De vrouwtjes zijn bij beide soorten slanker (smaller) dan de mannetjes. De vogels komen altijd met velen bij de voederplaats aan. Er is altijd een dappere die de eerste stap zet nadat het strooisel is neergelegd. De mus is in gedrag veel toleranter dan de merel. We hebben al jaar en dag een grote groep residente mussen in onze tuin sinds we een vogelbar in de tuin hebben. De aanvoerder van dat mussengezelschap doopten we ooit ‘Bowo’, Bolletje Wol. Hij was destijds de grootste dikkerd van de groep.   

Mussen en roodborstjes zijn ongeveer van dezelfde grootte en verdragen elkaar ogenschijnlijk goed, al wordt wel beweerd dat een roodborst territoriaal is. Hier snoepen ze vaak harmonieus samen van ons strooisel. Als je ze, zoals wij nu, goed kunt bekijken, kun je zien dat hun snavels nogal verschillend zijn. Een mus heeft een stevige, kegelvormige snavel die uitermate geschikt is voor het eten van zaden. De roodborst heeft een langere, puntiger snavel die zich beter leent om insecten en wormen uit de bodem te trekken. Hun insectendieet wordt in de winter dus aangevuld met zaden, vruchten en voedselresten. Een mannetje en vrouwtje roodborst zien er hetzelfde uit. 

Ik las ergens dat de roodborst in wintertijd kan genieten van een stukje appel. Dus ik snipperde op een ochtend een deel van een granny smith en legde dat rondom het zadenstrooisel. In grote afwachting van wat zou komen... Nou, er gebeurde aanvankelijk niks, nada. Er zaten tientallen vogels in omringende bomen en struiken op onze patio maar geen vogel maakte aanstalte om te gaan foerageren. Het duurde en duurde maar er gebeurde niets. De appel was wellicht te vreemd qua substantie? Er moest dus iets veranderen om terug te keren naar de prettige situatie van daarvoor. Mijn liefje haalde de meeste stukjes appel weg en deed die over in een ander bakje dat ze op de buitenbar zette. 

Het was de roodborst die zich als eerste vertoonde bij het voedsel. Hij/zij/hen was de dapperste. Onze favoriete vogel van dit seizoen haalde de overgebleven appelstukjes er vakkundig uit. Ik heb het vogeltje nog nooit zo vaak zien bukken voor een hapje. Pas daarna volgde de rest van de vogelpopulatie, met het gebruikelijke gedrag. 

Op een ochtend hoorde we het bekende zanggeluid van de roodborst door de tuin klinken. We waren later dan normaliter met uitstrooien dus we vermoedden dat de vogel ons tot de orde riep. Waar blijven jullie? Waar was het welverdiende wintervoer? Mijn liefje (die andere op twee pootjes) snelde naar buiten om het zaad uit te strooien. 

Dat niet iedereen liefde voor vogels voelt, bleek toen er een houten plank in mijn vizier verscheen. Het was Spaanse buurvrouw Isabel (ze bleef zelf uit het zicht) die met dat ding ons muurtje schoonveegde. Er bleef bijna niets liggen. Wat voer er in haar? Dat was niet haar muur, het was de onze! Tja. 

We zijn al jarenlang gebrouilleerd. Zij zijn zonderlinge types die niet kunnen communiceren, met niemand in de straat contact hebben. Het is niet de eerste keer dat ze vreemd gedrag vertonen... We probeerden aanvankelijk om met hen in contact te komen maar gaven het uiteindelijk op. Ze komen bijna nooit buiten en krijgen zelden bezoek. We kozen een andere muur voor het strooisel, om escalatie van de kwestie te voorkomen. Die ligt meer uit ons zicht is en dat is toch wel jammer.

Hoe het ook zij, een roodborst is een hartverwarmend vogeltje. Hier zijn alle gevederende vriendejs welkom. Project Roodborst is nog even ons favoriete winterse project.


maandag 5 januari 2026

Old Birds

Mijn aandacht werd getrokken door een lieflijke boekomslag. Het blijkt te gaan om de debuutroman van de Amerikaanse auteur Virginia Evans. Het boek gaat over een 73-jarige wijze en geestige vrouw (Sybil van Antwerp) die 's ochtends gaat zitten om met mensen te corresponderen via ‘ouderwetse’ brieven. Ze stuurt ze aan haar broer, haar beste vriendin, de rector van de universiteit die haar niet toeliet tot een college dat ze dolgraag wilde volgen, haar favoriete auteurs om hen te vertellen wat ze van hun nieuwste boeken vindt, en aan één persoon aan wie ze vaak schrijft maar aan wie ze ze nooit verstuurt. Maar dit is geen boekenblog, deze gaat over vogels. 

Roodborstjes zijn voor velen een herkenbaar gezicht in de winter maar dat geldt niet per se voor ons, aan de Costa Blanca. Hier hebben we wel een kouder seizoen maar ik zou het geen winter noemen. Dat neemt niet weg dat we er momenteel twee (denken we) in de eigen tuin hebben. Ik las ergens dat deze vogels intrigerend gedrag vertonen als het om hun territorium gaat. Uit recent onderzoek blijkt dat deze vogeltjes hun leefgebied in het koude seizoen aanzienlijk verkleinen, tot slechts één tuin. 

Wanneer de winter aanbreekt, verandert het leven van roodborstjes aanzienlijk. Hun territorium, dat normaal gesproken uit meer tuinen bestaat, wordt ineens veel beperkter. Vogelkenners ontdekten dat dit gedrag verband houdt met de zoektocht naar voedsel en de noodzaak om te overleven in een koudere omgeving. Door te focussen op één tuin kunnen ze efficiënt gebruikmaken van de aanwezige middelen en de concurrentie met soortgenoten minimaliseren. (Roodborstjes zijn zeer territoriaal.) 

Het feit dat deze vogels onze tuin kozen, bood ons de mogelijkheid om hen extra te steunen in dit seizoen. Ik had nog een restje muësli in de kast en daarvan strooien we nu dagelijks een beetje op de rand van een muur. Dat moet je dan wel het hele seizoen blijven doen want ze rekenen erop maar dat vinden we prima. Het strooisel trekt ook merels en mussen en die pikken om beurte. Er heerst wel een duidelijke hiërarchie: de grote merel eist de ruimte als eerste op. Als die weg is, komen de mussen in groten getale en het restje dat overblijft, os voor de roodborst. Terwijl het voederprogramma juist voor hen was bedacht... Tja. Ik heb altijd geweten dat de wereld onrechtvaardig is.  

Deze kleine oranje bolletjes hebben onze tuin verkoren boven de andere in de straat. Joehoe! Op een natuurwebsite las ik dat roodborstjes in staat zijn om gezichten te herkennen. Ze herinneren zich wie hen voedert en dat maakt ze extra bijzonder. Eentje leek inderdaad geïnteresseerd terug te kijken (zie eerdere foto).

Vorig jaar bestond mijn favoriete natuurprogramma op de radio, Vroege Vogels, 70 jaar. Zeventig jaar natuurprogramma’s... kom er eens om! In de laatste uitzending van het jaar werd een ode gebracht aan de voorloper van dit programma. Dat was het populaire VARA-programma ‘Weer of geen weer’ dat in 1955 startte en werd gepresenteerd door Bert Garthoff (1913-1997). Voor de toenmalige voorzitter van VARA-radio, Jan Broeksz, was het belangrijk een geduchte tegenhanger te vinden op de zondagochtend voor alle kerkdienstprogramma’s en orgelmuziek in die tijd. Broecksz besloot dat er een programma moest komen waarin luisteraars werd verteld wat ze met hun vrije zondag konden doen. Indertijd was zaterdag nog een werkdag.

Het werd een populair natuurprogramma dat ook -als een van de eerste en weinige radioprogramma's- aandacht besteedde aan natuurbescherming en milieuvervuiling. Garthoff kon daarbij soms fel uithalen naar milieuvervuilende bedrijven. De roep van de haan maakte toen nog onderdeel uit van de begintune (de rode haan van de VARA). Natuurmonumenten had destijds nog maar 250.000 leden (nu bijna 1 miljoen) maar er luisterden wekelijks al 1,5 miljoen Nederlanders naar 'Weer Of Geen Weer'. In 1978 stopte Garthoff ermee vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit programma werd opgevolgd door ‘Vroege Vogels’. 

Gisterochtend luisterden we weer naar mijn favoriete progamma. Wie luistert, weet meer. Daar was de bijdrage van mijn liefje en mij (‘Team Barefoot’) te horen als onderdeel van hun jaarlijkse Buitenland Special. Maanden geleden riepen ze luisteraars in het buitenland op om mee te werken aan een speciale uitzending. Ik stak mijn digitale vinger met plezier op. Wij deden mee met een inzending over migrerende kraanvogels die we vorig jaar bezochten in de autonome Spaanse regio Extremadura. Het is een radioprogramma dus het gaat vooral om geluid. Nou, dat  maken die vogels! 

In de aanloop naar deze eerste uitzending van 2026 appte redacteur Jasmijn het precieze tijdstip van onze bijdrage door: 9:45 uur. Dat werd in de praktijk enkele minuten later (9:51 uur). De geïnteresseerde kan het dus op de minuut nauwkeurig terugluisteren via de website van Vroege vogels. 

Wij luisterden naar het gehele programma (vanaf 7:00 uur, op NPO1). Er waren veel inzendingen, de meerderheid was afkomstig van Nederlandse wetenschappers die in een ver of wat dichterbij buitenland werkzaam zijn als onderzoekers. Zo kwam er een vrouw aan het woord die al 25 jaar veldonderzoek doet in Kenia, een archeologe van dierresten werkzaam in Finland (woonachtig in Zweden) en een jonge vrouw die pathologisch onderzoek doet naar aangespoelde walvissen en dolfijnen in Schotland. Dat ligt deels aan de migratieroute van grote zeedieren en daarom is de variatie in soorten daar zo groot. Ik leerde ook dat in Senegal de grootste populatie kiekendieven ter wereld overwintert (4.000 à 6.000) en meer wetenswaardigheden. De meeste deelnemers werden telefonisch live geïnterviewd. Het werd een bomvolle, interessante uitzending. Joehoe! 

Ook de Fenolijn was deze keer uitsluitend gevuld met fragmenten van luisteraars in het buitenland. Het programma begon met een Nederlandse in India die als eerste amateurradioverslaggever optrad. Zij loopt elke ochtend in het donker vanuit haar huis (300km ten zuiden van Mumbai) naar haar yogaklas en hoort dan veel geluiden uit de natuur. Wij luisterden mee terwijl zij sprak en liep. 

Mijn liefje en ik waren de hekkensluiters. Onze inzending was de uitsmijter van het programma. (De bijdrage die het langst blijft hangen?) Presentator Menno Bentveld introduceerde mij als ‘de vaste luisteraar aan de Costa Blanca’. Ook mijn liefje werd genoemd (met haar Spaanse bijnaam). Ik vind het fijn om onderdeel te zijn van de Vroege vogels-gemeenschap... Een zeer diverse groep met oog en oor voor de natuur. 

Het montageteam maakte er een mooi bijdrage van, van bijna 4 minuten. Ik had het in delen aan hen toegestuurd. Het ene fragment ging naadloos over in het andere. Echt goed gedaan. Met altijd dat geluid van de kranen op de achtergrond. Ik hoorde muzelluf overlopen van enthousiasme en verwondering: ‘ik zag wel 60 kraanvogels, [..] wel 500 exemplaren, [..] ze waren ontelbaar’. 

En zo was het ook. Al stonden we te blauwbekken in de vroege ochtend, waren we door omstandigheden vaak gedwongen om op grote afstand te blijven. Een natuurrapporteur zijn is geen kinne sinne, dat kan ik je vertellen! Kraanvogels zijn nogal schuw, al zou je dat niet zeggen op basis van hun luide keelklanken. Zodra ik mijn camera ophief om tevens een plaatje te schieten, vlogen ze op. Maar dit project was onze inspanningen meer dan waard. 

Our 4 minutes of fame of 2026...

Er waren vrienden in Nederland die live meeluisterden. Die roemden onze bijdrage en vinden dat we (samen) aan een podcast moeten beginnen. Nou, ik niet. Maar een volgend radioproject ga ik niet uit de weg. Voor de goede zaak.   


zondag 7 december 2025

Early Birds Abroad

Dat ik een vroege vogel ben, is duidelijk. Mijn gemiddelde dag begint rond 6:00 uur maar eerlijk is eerlijk: 's avonds lig ik niet bepaald laat in mijn mandje. Daar lees ik wel altijd een tijdje door. 

In een vorige uitzending van het favoriete radioprogramma ‘Vroege Vogels’ op zondagmorgen (NPO1, 7:00-10:00 uur) meende ik een bekende geluidsopname te herkennen. Het fragment volgde op een ingesproken tekst op de Fenolijn; het programmaonderdeel waarin mensen een eigen bijdrage kunnen leveren in de vorm van een ingestuurd geluidsfragment. Een Nederlandse man vertelde van zijn stoel te zijn gevallen van verbazing toen hij kraanvogels zag en hoorde overvliegen in Zuid-Oost Friesland. Voor de eerste keer in zijn leven. Ik begreep (herkende) zijn opwinding en enthousiasme. Het is een prachtig gezicht en hun getrompetter maakt indruk. Hij vertelde losjes en leuk over die ervaring. Hij werd gekozen tot beste inzender van die week. Kennelijk stuurde hij geen vogelgeluid mee. Zijn inzending werd afgekondigd door Menno Bentveld, de presentator van het programma. Hij introduceerde het daarop volgende geluidsfragment met ‘hier nog een mooie opname van het geluid van kraanvogels. En ja hoor, ik veerde op want ik herkende eigen werk! 

Nu kun je geen patent aanvragen op een opname van het geluid van deze vogels en de programmamakers mogen naar hartelust aan de haal gaan met inzendingen, ook de mijne. Mijn werk is gedaan, ik heb de puzzelstukjes ingestuurd. Daarna is het aan hen om er een boeiend geheel van te maken. Dit radioprogramma deed ongeveer twee maanden geleden een oproep aan luisteraars in het buitenland om mee te doen aan een nieuwe Eindejaarsuitzending. Je kent mij: ik reageerde positief (zoals ik dat ook deed in 2023). 

Alhoewel de programmamakers graag zien dat je de luisteraar deelgenoot maakt van de geluiden uit jouw leefomgeving, was men ook enthousiast toen ik vertelde wat ik deze keer van plan was. We zouden een binnenlands reisje gaan maken om kraanvogels te zien. ‘Kraanvogel’ werd in de afgelopen jaren ook in Nederland een magisch woord. Hun indrukwekkende getrompetter, hun sierlijke ballet als vorm van ‘lentekriebels. En als een vogel dan ook nog over duizenden kilometers migreert, is dat voor wetenschappers en vogelaars een extra mysterieus gegeven. 

Onze opnamen voor het aanstaande programma kwamen voort uit een hechte samenwerking tussen mijn liefje, ervaren geluidsvrouw, en mij, goede prater (😉). Deze week las ik trouwens in de krant dat basisschoolleerlingen van nu minder goed in staat zijn om een constructief gesprek te voeren dan vroeger. Goed kunnen praten is geen luxe, het is een vaardigheid die je hard nodig hebt om mee te komen op school en om (later) in de maatschappij goed te functioneren. Kinderen die het basisniveau niet halen, hebben moeite om een gesprek te beginen, vast te houden en netjes af te ronden. Zorgelijk.  

In november reden we naar Extremadura om daar duizenden kraanvogels uit het Hoge Noorden te zien en horen vliegen en foerageren. Voordat we vertrokken, namen we ons voor in ieder geval geluidsopnamen te maken bij het grote stuwmeer van Alange. Dat was onze eerste stop, aangeraden door José van NGO Grus Extremadura (‘grus grus’ is de wetenschappelijke vogelnaam). Hij is een Spaanse bioloog met wie ik contact kreeg in de aanloop naar ons vogeluitje.

Mijn eerste vraag aan José was waar de beste plekken waren om deze iconische vogels te zien. Zijn organisatie telt onder andere het aantal kraanvogels dat de autonome regio binnenvliegt. Van het een kwam het ander. Vervolgens nodigde hij ons uit voor van alles en nog wat: een ontmoeting in het hotel waar wij verbleven (zijn woonplaats), een gezamenlijk uitstapje naar de plaatsen waar de vogels foerageren en slapen, een lezing over de vogels en hun migratiepatroon, in het cultureel centrum van Alange. 

Zijn uitnodigingen via mail kwamen echter telkens te laat voor ons. Of we waren alweer weg of we zagen zijn uitnodiging aan het einde van een dag. Ik ben het inmiddels gewend. Spanjaarden en internet sloten niet per se een gelukkig huwelijk. Hij beaamde dat, nadat hij ons weer had uitgenodigd voor iets toen wij alweer terug waren op ons honk aan de Costa Blanca. Als alternatief stuurde hij zijn persoonlijke mailadres door voor de volgende keer. Dat is ook typisch Spaans. Uiterst hartelijk, zeker als je de taal spreekt. 

De regelmatige lezer weet dat we onderweg naar Extremadura in een tornado terechtkwamen. We overleefden het. Als mediateam liepen we wel een soort ‘gevolgschade’ op. Toen we namelijk op de vroege ochtend na aankomst de eerste geluidsopname(n) wilden maken aan de rand van het stuwmeer, schalde het knetterharde geluid van kettingzagen door de lucht. Daar kwam geen kraanvogel bovenuit! We moesten er hard om lachen en ook dat legden we vast. De wervelstorm blies plaatselijk hoge bomen om en die werden vakkundig omgezaagd en afgevoerd. Ook enkele exemplaren uit een bomenrij langs het hotelterras moesten eraan geloven. 

Op de tweede ochtend deden we een volgende poging. We stonden er extra vroeg voor op. Dat verliep beter, al waren de kraanvogels vanwege bewolking aanzienlijk later op dan tijdens de wolkenvrije ochtend ervoor. Zo gaat dat. Wilde natuur laat zich maar ten dele managen.  

Daar dit een koudere ochtend was, zaten de vingers van mijn liefje na het werk aan de telefoon vastgevroren. Ik moest ze voorzichtig een voor een van het scherm plukken. Het duurde uuuuuuren voordat de tengels weer naar behoren functioneerden. Kasian. 

Uiteindelijk stuurde ik vijf opnamen door naar Jasmijn, de redacteur van Vroege Vogels waarmee ik dit project doe. Mijn liefje deed af en toe ook een gesproken duit in het zakje dus Jasmijn vroeg of ze mocht weten wie de reisgenote op de achtergrond was. Dat mocht. De laatste opname die ik doorstuurde, was van een geoogst rijstveld waarop een grote groep kraanvogels foerageerden. Daar pikten ze de achtergebleven korrels weg. Toen we tè dichtbij kwamen, vlogen ze op; met een boel trompetgeschetter als gevolg. De telefoon stond aan. Leuk voor de luisteraar!  

Op enig moment meldde Jasmijn dat haar collega Merlijn de reportage al had gemonteerd en het geheel ‘hartstikke leuk’ vond. Kritisch als ik ben, op muzelluf (en anderen), was ik verrast door dit vroege succes. Wat hen betreft hoefde ik niets meer te doen. Ik was klaar met mijn huiswerk. Wel stuurde ik nog enkele zelfgeschoten foto’s door via Whatsapp. Die vielen eveneens in goede aarde: ‘alsof ze uit een film komen’. Nu is het wachten op het programma dat op 4 januari 2026 zal worden uitgezonden. Watch this space! 

Vorige week zaterdag werd het 17de Festival van de Kraanvogels in Extremadura gehouden. Het ging door zonder ons. Tijdens dat festival werd van alles georganiseerd: een vroeg ontbijtje met kraanvogels, een ochtendexcursie, een fotografieworkshop en een tekenworkshops voor de kleintjes, plus enkele ‘charlas’ (praatjes) en technische lezingen; onder andere door onze José. Er zouden nu circa 120.000 kraanvogels op Extremadurese bodem verblijven. 

Normaliter wordt het festival georganiseerd in een bezoekerscentrum in Moheda Alta, het zelfverklaarde episch centrum van deze migranten op het Iberisch Schiereiland. Men week dit jaar uit naar een andere locatie (Madrigalejo). Wij waren ook in Moheda Alta tijdens onze trip en zagen de erbarmelijke staat van dat centrum. De deur zat op slot, de ramen waren eeuwig beslagen en de natuur overwoekerde de plek (lekker puh!). Sommige uitkijkposten in de omgeving waren zo krakkemikkig dat ik niet eens een poging waagde om een trap te bestijgen. Hoe kan men iets interessants dat voor veel vogeltoerisme zorgt, zo laten versloffen?! 

Vroege Vogels riep niet alleen de luisteraars in het buitenland op om mee te doen aan een speciale uitzending, we mogen nu ook wekelijks geluiden uit onze woonomgeving insturen naar hun Fenolijn. Tot voor kort was die optie alleen beschikbaar voor luisteraars op Nederlandse bodem. Wij, buitenlanders, horen er steeds meer bij. Joehoe!   

Tijdens de uitzending van vorige week zondag zond iemand het geluid in van een wandeling door een dikke laag gevallen bladeren in een bos. Een andere luisteraar stuurde het geluid van voetstappen door knisperende sneeuw in. Beide zonder tekst. Het lijkt alsof steeds meer mensen meedoen en er steeds meer bijzondere waarnemingen zijn. De wereld van de vroege vogels, een wereld van jonge en oude natuurliefhebbers, is een prettige wereld. Insturen kan telefonisch via 035-6711338 en via Whatsapp.