Translate

vrijdag 26 juni 2020

Normaal gesproken liggen we te knuffelen

Foto: AD
Eerder deze week vond op Nederlandse tv de -voorlopig- laatste coronapersconferentie van premier Mark Rutte (1967) plaats. Hij kondigde nieuwe versoepelingen van de regels aan per 1 juli en bleef hameren op het grote belang van afstand houden. De anderhalve meter onderlinge afstand is en blijft heilig. 
De premier ontving deze week zijn collega Emmanuel Macron (1977), president van Frankrijk, voor overleg en diner in een restaurant op Scheveningen. Als Europese regeringsleiders kunnen ze het kennelijk goed met elkaar vinden. De foto’s die ik van het duo aanschouwde, zagen er ontspannen en zelfs Hollands gezellig uit. Normaliter zouden de mannen elkaar om de hals vallen als ik de premier mag geloven maar AC (after corona) dus niet. Rutte benadrukte hiermee dat ook hij zich aan deze regel houdt. Ik moest vooral gniffelen om zijn gebruik van het werkwoord ‘liggen’…

Er wordt wel beweerd dat deze mannen beide van de herenliefde zouden zijn. Rutte schijnt geen partner te hebben en woonde tot voor kort met zijn hoogbejaarde moeder totdat zij naar een verzorgingshuis moest (ze overleed onlangs). Macron trouwde een twintig jaar oudere vrouw. Wat mij betreft doet het er niet toe hoe het zit met hun seksuele geaardheid. Niemand anders dan zijzelf gaan daarover. Eerlijk gezegd, sprak ik mijzelf in zakelijk verband ook niet altijd en overal direct uit over mijn geaardheid. Ieder heeft hebt het recht dat voor zich te houden al is uit de kast komen doorgaans bevrijdend, gezond en zinvol.

Juni wordt in grote delen van de wereld jaarlijks gevierd als Gay Pride-maand. Op de valreep wil ik daaraan een blog besteden. Deze maand kwam het 2019-rapport van Human Rights Watch uit, de internationale niet-gouvernementele organisatie die wereldwijd mensenrechten onderzoekt en verdedigt; het is alweer hun 30ste jaarrapport. Medewerkers van HRW namen de mensenrechtensituatie in meer dan 100 landen weer onder de loep; overigens niet alleen op het punt van homorechten. Het voorwoord van deze jaargang is geheel gewijd aan de haperende mensenrechtensituatie in China.

De organisatie verklaart op de eigen website (niet in het rapport; eind 2019 was er nog geen pandemie) dat covid-19 in 2020 bijdroeg aan de verslechtering van mensenrechten in grote delen van de wereld. Op die site staat ook te lezen dat leden van de wereldwijde LGBT-gemeenschap kwetsbaarder werden ten tijde van de pandemie. Deze virus kan iedereen treffen maar niet iedereen wordt even hard getroffen. Als je als openlijke LGBT’er dan ook nog arm, zwart of gekleurd bent, heb je in menig land in de wereld minder of geen toegang tot (goede) gezondheidszorg. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), de internationale mensenrechtenwet van de Verenigde Naties, stelt onder andere dat iedere wereldburger recht heeft op de beste gezondheidszorg in zijn of haar land. Dat recht kwam in coronatijd onder druk te staan.

Dat bleek niet het enige mensenrecht dat aan kracht inboette onder de nieuwe omstandigheden… In China was bij de uitbraak van de virusbesmetting sprake van onderrapportage van de infectiegraad en achterhouding van burgerinformatie; dat is een schending van zo’n internationaal recht. In Iran werden anti-regeringsdemonstraties met harde hand de kop ingedrukt; opnieuw een schending van een recht. In Thailand kregen klokkenluiders in de gezondheidszorg en de journalistiek processen aan hun broek; idem dito. In Nederland maken sommige burgers zich zorgen over de restrictie in bewegingsvrijheid en beperking van het recht op samenscholing, in de vorm van de lockdown en de anderhalvemetermaatregel. In het licht van bovenstaande zou je dat luxeproblemen kunnen noemen maar dat zijn ze nu ook weer niet.

Het rapport van Human Rights Watch besteedt onder andere aandacht aan de omstandigheden waarin de LGBT-gemeenschap leefde in 2019. In landen als Algerije, Armenië, Azerbeidjan, Bahrein, Bangladesh, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Brazilië, Burundi, Cameroen, China, Cuba, Egypte, El Salvador, Filippijnen, Georgië, Haïti, Honduras, India, Indonesië, Irak, Iran, Ivoorkust, Japan, Kazachstan, Kenia, Kosovo, Kuwait, Kirgizië, Libanon, Libië, Maldives, Maleisië, Marokko, Mozambique, Nigeria, Oeganda, Pakistan, Papoea-Nieuw Guinea, Qatar, Rusland, Servië, Singapore, Tanzania, Tunesië, Turkmenistan en de Verenigde Arabische Emiraten liet die situatie in 2019 sterk te wensen over. Dat is bijna de helft van de onderzochte landen. In elk van die landen was sprake van gendergebaseerd geweld en/of onderdrukking en discriminatie van homo’s, lesbo’s en andere groepen van de LGBT-gemeenschap. (Alhoewel homoseksualiteit in een aantal van deze landen wettelijk werd gedecriminaliseerd.) Wat je noemt een oneervolle vermelding!

Een belangrijke rechterlijke uitspraak vond dichter bij huis plaats op 15 juni jongstleden. Op die dag bepaalde het Amerikaanse Hogerechtshof namelijk dat discriminatie van transgenders in militaire dienst onwettig is. Ik vind het van de gekke dat dit anno 2020 moest worden bewezen. De conservatieve havikken in de Trump-regering hadden de zaak in januari van dit jaar aangespannen. In mei van dit jaar, ten tijde van de pandemie, deed het Ministerie van Volksgezondheid er nog een schepje bovenop. Men was van mening dat verzekeraars en andere aanbieders van gezondheidsdiensten transgenders mochten discrimineren. Men hoopte op een klinkende overwinning. Met de gepolitiseerde aanstelling van twee conservatieve rechters (Neil Gorsuch en de omstreden Brett Kavanaugh) was dat zeker niet ondenkbaar. De uitslag viel hen echter vies tegen. Zes rechters (waaronder Gorsuch) besloten tegen discriminatie, 3 (waaronder Kavanaugh) voor. Joehoe! Als deze rechters niet voor het leven werden benoemd, zou Trump Gorsuch inmiddels hebben laten ontslaan.

Ik juichte wel maar eigenlijk is het triest... Amerika ten tijde van Trump bevestigt keer op keer de status van ontwikkelingsland, wat mij betreft. In de Verenigde Staten werden in 2019 22 transgenders vermoord. Allen waren vrouw, allen waren zwart. Betrokken burgerrechteninstanties menen dat dit het topje van de ijsberg is, de Amerikaanse vereniging van medici noemt het een epidemie. Tja.

Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden (equivalent van de Tweede Kamer en in handen van de Democraten) nam vorig jaar een hernieuwd wetsvoorstel aan om elke vorm van geweld tegen de LGBT-gemeenschap onwettig te verklaren. Ook werd een wetsontwerp voor gelijkheid aangenomen, de zogenaamde Equality Act. De Senaat (equivalent van de Eerste Kamer en in handen van de Conservatieven) bracht beide voorstellen echter niet in stemming.

De bescherming van leden van de LGBT-gemeenschap is in de Verenigde Staten oneven verdeeld. Slechts 22 (van de 50) Amerikaanse staten verbieden discriminatie op basis van seksuele geaardheid en oriëntatie expliciet. We zullen nog jarenlang moeten stilstaan bij Gay Pride-maand, er is nog heel veel vooruitgang te boeken in de wijde wereld.

Om positief te eindigen, hierbij nog twee fantastische Netflix-series als tips: ‘Pose’ en ‘Hollywood’. Beide zijn geschreven, geregisseerd en geproduceerd door de zeer ervaren Amerikaan Ryan Murphy (1965). Hij is wit, homo en activist. Pose speelt zich af in de extravagante danswereld en LGBT-scene van de jaren '80 van de vorige eeuw. Het volgt zwarte mensen met bijzondere dromen in een tijd waarin AIDS een stempel op hun leven drukt. Het acteertalent is groot, de muziek een vette bonus. Pose seizoen 2 is nu te bekijken. De miniserie Hollywood verscheen onlangs en speelt zich af in de filmwereld. Met geweldige witte en zwarte acteurs. Alles zit erin: ambitie, afgunst, liefde, dood, seks, discriminatie. En diepgang. Je wordt bij je kladden gegrepen en niet meer losgelaten; zo verging het mijn liefje en mij. Geen idee of er een tweede serie komt maar het zou mij niet verbazen. Aanraders!


dinsdag 23 juni 2020

Exodus

Afgelopen zondag mochten we in Spanje weer de regiogrenzen over en dat was goed te merken, zowel in de woonwijk als op het strand. Wij gingen vroeg naar zee om te zwemmen. Desondanks zagen we het snel druk worden. De regels voor strandop- en -afgangen werden voortdurend overtreden. De instructie is niet duidelijk (de verf op de grond verbleekte reeds) of mensen hebben er gewoonweg lak aan.

In De Volkskrant van afgelopen weekend schreef de Spanje-correspondente, die in Madrid woont, van een gevoel als op Bevrijdingsdag. Dat hadden mijn liefje en ik nu niet maar wel op de eerste dag dat we weer zonder tijdsloten naar buiten mochten na het lange, strenge huisarrest. Dat moment voelt inmiddels als maanden geleden.

In de Spaanse krant La Verdad (De Waarheid) van afgelopen weekend las ik dat er een ware exodus op gang kwam vanuit de autonome regio Murcia naar de stranden van onze regio Valencia. Ons eigen strand en de stranden van Orihuela Costa werden genoemd in dat artikel. Iemand werd geïnterviewd aan de bar van chiringuito Pirata, het restaurant dat hier net achter de duinrand op het droge staat; die is het hele jaar open. Een van de personeelsleden vertelde dat mensen aanvankelijk angst hadden om naar hun terras te komen maar dat het verschil met nu goed merkbaar was; plotseling dienden zich veel meer gasten aan. Nu kon ik zelf aan de neuzen van deze badgasten niet zien of ze Murcianen waren maar het zullen er ongetwijfeld een aantal zijn geweest, gegeven het feit dat sommigen slechts vier passen hoeven te zetten om de grens over te steken. We hebben nu eenmaal een mooi strand en gezond water. We kregen voor dit zomerseizoen namelijk weer alle vlaggen.

Een van de verschillen tussen de Murciaanse stranden en die van Valencia, is dat die van onze regio volgens het nieuwe normaal met een gelimiteerd aantal badgasten werden toebedeeld. De gemeentebesturen aan de andere kant van de regiogrens deden dat niet. Zij laten het liever aan de bezoekers zelf over om te bepalen wat maximaal haalbaar is. De vraag is gerechtvaardigd of Spanjaarden zich eraan kunnen en willen houden. Eigenlijk is er momenteel geen verschil; er wordt bij ons namelijk niet toegezien op naleving van de limiet. Een van de aanwezige strandwachters (socoristas) meldde in het krantenartikel dat de gemeente in juli de guardia civil gaat inzetten voor handhaving van de aantallen. Tot die tijd zullen zij mensen op het strand vriendelijk aansporen om voldoende afstand van elkaar te houden.

We kregen ook een voorproefje van het mogelijke parkeerprobleem dat zich in onze woonomgeving in het hoogseizoen zal voordoen. Auto’s stonden op zondag nu al kriskras geparkeerd op alle vrije veldjes in de wijk. Ook daaraan zal de lokale politie de handen vol hebben, al ze zich er überhaupt aan (willen) branden. We gaan het zien.

Van een Engelse buurvrouw hoorden we overigens dat aan de stranden van Mar Menor, de binnenzee aan Murciaanse zijde, geen kip was te zien. Er waren nauwelijks strandgasten te bespeuren. Ook lazen we in een lokale krant dat er geen zeepaardjes meer zijn in die wateren; ze overleden of verhuisden naar betere oorden. De belendende stranden aan deze zee ontvingen geen blauwe vlaggen dit zomerseizoen. De waterkwaliteit is er onvoldoende, kennelijk voor mens èn dier.

Mijn liefje en ik verheugden ons erop op zondag fietsend over de grens te gaan, op weg naar een van onze favoriete restaurants in Murcia: Venezuela, ofwel De Tonnetjes. Uit dat etablissement komt ons eigen tonnetje die als bar dient op ons terras. Dat kregen wij kado nadat wij drie jaar geleden naar hier verhuisden. Na onze zwempartij, op de fiets naar huis, stelde mijn liefje de vraag of we dat wel moesten doen. We gingen van het strand met toenemende drukte. Sowieso was het de gebruikelijke topdruktedag voor dit restaurant en bovendien de eerste dag dat mensen over de grens mochten. Het zou weleens te druk kunnen worden. Het leek ook mij beter een andere dag voor dit bezoek te kiezen.

Hoe jammer we die nieuwe schroom ook vinden, het is een verstandig besluit. In een NOS-artikel las ik over de herstart van de US Open, het jaarlijkse tennistoernooi. Een aantal tennissers staat kennelijk te trappelen om de rackets weer ter hand te nemen, een aantal niet. Tot die laatste groep blijkt de Spanjaard Rafael Nadal te behoren. Bij het artikel stond een van de stomste foto’s van deze sportman. Tenniscommentator Marcella Mesker noemde hem in dat artikel een angsthaas’. Daarmee diskwalificeerde ze hem zonder dat het spel werd hervat.

Daar vind ik wel wat van. Nadal blijkt inderdaad angsten te hebben waarvan mensen zoals ik geen last hebben. Zo is hij bang voor duisternis en kan hij niet goed autorijden. Dat kan waar zijn; hij is ook een sporter met regelmatige blessures en daar wil hij geen corona bovenop krijgen. Hij en ik, wij realiseren ons ten zeerste dat Amerika niet alleen een gevaarlijk land is vanwege wapens. Het virus raast daar nog rond. Zijn schroom lijkt mij uiterst legitiem.

Het is niet zo dat wij angst hebben; wel zijn we voorzichtig. De verhalen van mensen die ziek werden en daarna moeizaam van corona herstelden, maakten diepe indruk op mij. Twee dingen werden mij in de afgelopen periode duidelijk: het is een rotziekte en eraan sterven is een martelgang & het kan iedereen overkomen. We weten nog tè weinig over het virus om onszelf uit te sluiten. Er is geen vrouw overboord als we een bezoek aan een tapasbar op de wellicht drukste dag van het jaar uitstellen. Op weekdagen hebben we de hele bar daar waarschijnlijk voor onszelf.

Vanuit diezelfde voorzichtigheid besloten we onlangs niet naar Nederland af te reizen deze zomer. De tickets waren vorig jaar al geboekt, we zouden op het Haagse huis van een reislustige vriendin gaan oppassen. Als we zo’n bezoek plannen, doen we dat met name om te gaan socialiseren - naast smullen van een broodje runderbil van Dr Vogel en haring uit de kar van Robbie. Voor mij alleen stond een reünie met enkele medeleerlingen van de lagere school op het programma. Terugkeer naar het Vaderland gaat in de zomer van 2020 niet gebeuren. Helaas. Overigens gaat de verre reis van die vriendin evenmin door. 

Vanavond wordt hier op het strand het feest van San Juan gevierd. Er zullen vreugdevuren worden ontstoken waarmee de zomer feestelijk wordt ingeluid, ondanks het feit dat de langste dag alweer achter ons ligt. In een aantal buurgemeenten werd het evenement afgelast vanwege de anderhalvemetermaatregel.


vrijdag 19 juni 2020

Wel of niet?

Het was deze week weer tijd voor mijn jaarlijkse medische controle. Een jaar geleden onderging ik een biopsie die goedaardig bleek. Sindsdien volgt de arts een protocol en volg ik in zijn voetsporen. Bloedafname en echo, om de vinger aan de pols te houden. Eigenlijk had ik vorige maand moeten gaan maar een bezoek aan een ziekenhuis, mogelijke besmettingshaard, stelde ik uit ten tijde van het huisarrest. Nu vond ik de tijd rijp. 

Het mondkapje is in Spanje verplicht in alle publieke ruimten. Als je er geen bij je hebt, kan dat op sommige plekken en onder bepaalde omstandigheden een boete van €100 opleveren. Niet alle coronamaatregelen zijn eenduidig en duidelijk... Ook droeg ik voor het eerst zelf meegebrachte handschoenen. Je kunt ze nog niet kopen maar ik snaaide er twee in een winkel. Dat leek mij geen overbodige luxe daar ik in de hal van het ziekenhuis een scherm zou moeten aanraken. Je dient je aan te melden voor de juiste medische discipline, krijgt daarop stickers met persoonlijke gegevens die worden gebruikt bij het betreffende onderzoek.

Dat juist een ziekenhuis antivirusmaatregelen trof, verbaast niet. De in- en uitgang zijn nu gescheiden, voor de toegang staan stippen op de grond op de voorgeschreven afstand. (Van twee meter afstand ging het hier recent terug naar anderhalve meter.) Er vormde zich snel een rij wachtenden. Je hebt altijd mensen -ook hier- die het niet zo nauw nemen met de nieuwe regels. Het betrof een Spaans echtpaar op leeftijd dat zich kennelijk niet wenste aan te sluiten bij de rij voor de ingang. Zij namen de uitgang. Ik hoorde hen zeggen dat ze alleen naar de cafeteria wilden. Wat zij niet wisten, was dat je langs die route onder de nieuwe omstandigheden de hal van het ziekenhuis niet meer binnenkomt. Dat belette een aantal wachtenden niet de oudjes in het Spaans aan te spreken op hun gedrag. Dat is tamelijk ongewoon voor Spaanse begrippen. Over het algemeen is het hier leven en laten leven. Zelfs een jongeman achter mij in de rij roerde zich en keek mij vragend aan. Ik hield eens een keer mijn mond. Hij moest eens weten: wachten is überhaupt mijn hobby niet! Het echtpaar droop af, tot helemaal achter in de rij.

Eenmaal binnen zette iemand van het medisch personeel een pistool tegen mijn slaap. Mijn lichaamstemperatuur werd gemeten; dat overkwam mij voor de eerste keer sinds corona. Van de weeromstuit vergat ik te vragen wat mij temperatuur was. Vervolgens werd door een tweede verpleegster een dot gel in mijn hand gespoten en mocht ik doorlopen. Het aanraakscherm kon ik voorlopig overslaan. In plaats daarvan moest ik een rode lijn op de grond volgen, tot aan een verder gelegen balie waar iedereen voor bloedafname zich diende te melden. Normaliter moet je een rekening voor elke medische handeling ondertekenen; dat hoefde nu niet. Het inchecken was zo goed als contactloos. 

De gang van zaken op de afdeling bloedprikken was niet contactloos. De verpleegsters die hier werken, waren steviger ingepakt dan voorheen. Ik herkende niemand en dat kwam niet alleen door de beschermende kleding. De persoon die mij prikte droeg overigens geen handschoenen; ze deed het wel in één keer goed. De buisjes stroomden gestadig vol. Stap 1 was in minder dan tien minuten gezet. Het zou mij niets verbazen als het ziekenhuis van iedere bezoeker die bloed afstaat tevens controleert of er antistoffen in het lichaam zijn te detecteren; al was het maar voor de statistieken. In een recent artikel las ik dat iemands bloedgroep bepalend zou kunnen zijn voor wel of niet ernstig ziek worden van dit virus. Meer onderzoek is nodig maar het lijkt een wetenswaardig gegeven.

Het was daarna tijd voor ontbijt en een kop koffie in de buitenlucht. Tot mijn volgende afspraak. Daarvoor moest ik mij in een ander deel van het ziekenhuis, weer bij een wachtrij aansluiten. Desondanks, was het tamelijk rustig in dit privéziekenhuis. Normaliter zie ik tijdens het wachten altijd wel een paar artsen rondlopen; nu niet. Ik besloot wat rond te lopen totdat mijn naam door de gang zou schallen. Doorgaans liggen er overal kranten en tijdschriften, nu viel ook op dat punt niets te ontdekken. De klok tikte voorbij de afgesproken tijd. De echo  was in een mum van tijd gebeurd; door een radioloog die ik herkende van de biopsie. Op mijn vraag of het beeld in orde was, antwoordde hij bevestigend. Er zullen ongetwijfeld patiënten zijn die wachten op de officiële uitslag van hun behandelend arts; ik niet. Meten is direct weten en minder zweten. De resultaten van de bloedtest worden mij door de arts doorgebeld. Ook dat is een stap vooruit. Hoe minder ziekenhuisbezoek, hoe beter.

Mijn liefje ging weliswaar mee maar wachtte buiten op een bankje in de zon. Ik wil liever niet dat zij een oord als dit betreedt als dat niet nodig is. We hebben de huisregel dat we samen voor een uitslag gaan. Met opgestoken duim liep ik op haar af. We hadden weer iets te vieren!

Op weg naar huis maakten we een tussenstop aan de baai van onze voormalige woonplaats Campoamor. Het strand en het bijbehorende parkeerterrein liepen tijdens de recentste overstroming grote schade op. Er werd volop gerepareerd aan boulevard en strand maar het grote parkeerterrein lag er volledig onbruikbaar bij. Er meanderde zelfs een flinke waterstroom over het terrein. Daar wordt deze zomer niet geparkeerd, zoveel is zeker.

Playa La Glea ligt aan een van de lieflijkste baaien van deze omgeving. We brachten daar ontelbare dagen zwemmend en wandelend door. Het bord met nieuwe do’s en don’ts is tamelijk uitgebreid. Ik ontdekte dat er verschillen zijn tussen gemeentenormen. Hier moet men op het zand vier meter afstand houden van elkaar, de afstand tussen parasols is zelfs groter. In het water moet men  tenminste twee meter afstand van elkaar houden. Badgasten mogen niet meer pal aan de waterlijn zitten (er moet afstand worden gehouden van wandelaars langs de branding; een geliefd tijdverdrijf in Spanje). Het gebruik van luchtbedden in het water is niet toegestaan. Er mogen geen balspellen worden gespeeld op het zand. Iemand van de lokale politie verwachtte dat de beide chiringuito’s (strandtenten) er zullen staan voordat het hoogseizoen losbarst. 

We liepen het terras van restaurant Montepiedra op en werden enthousiast toegezwaaid door Javi. Wij noemen hem de roodharige, rennende ober. Deze vriendelijke man kennen we al 20 jaar. De begroeting verliep op zijn initiatief met een elleboogbump. Vorige week deed ik in de Volkskrant mee aan een lezersonderzoek over de beste toekomstige begroeting. De voetveeg en elleboogstoot horen daar wat mij betreft niet bij. Ik vind ze te onpersoonlijk. Je bent meer bezig met mikken dan begroeten. Naar elkaar buigen of knikken vind ik eveneens te afstandelijk. Wat dan wel? Uit respect voor het handjevol moslims dat ik in het buitenland ken, plaats ik weleens een hand op mijn hart terwijl ik ze groetend toespreek. Dat moet het hier dan ook maar worden; liever met woorden dan met een gebaar. Hij was blij ons te zien, miste zijn vaste buitenlandse klanten. We zaten er heerlijk, keken uit over prachtig water en een bijna uitgestorven strand. De prijzen van de tapas gingen flink omhoog, bleek bij het afrekenen. Het mocht de pret niet drukken.

Vanaf aanstaande maandag mogen wij in Spanje weer de binnengrenzen van alle andere autonome regio’s oversteken. Een van de eerste uitstapjes zal ons naar snorkelplek Cabo de Palos voeren. De verwachting is dat er binnenkort meer Spaanse badgasten naar de playas van de Costa Blanca zullen komen. Vanaf die datum opent mijn tweede Vaderland ook de buitengrenzen weer voor (de meeste) buitenlandse toeristen. Wij hebben goede hoop dat een aantal van onze vrienden en kennissen zich deze zomer weer deze kant op zal begeven. Ondanks de mondkapjes.

Ons langgerekte, relatief smalle strand mag volgens de regels van het nieuwe normaal op enig moment maximaal 1.366 badgasten herbergen. Ik vroeg mij eerder af hoe men dat deze zomer gaat handhaven. Nu weet ik het: ontmoedigingsbeleid. De grote parkeerterreinen langs onze duinrand zijn en blijven namelijk dicht deze hele zomer. Dat wist een lokale gemeenteambtenaar mij te vertellen. De opgangen tot die terreinen zijn al enige tijd met politiekoorden afgesloten.

In onze woonwijk was een team deze week bezig met het aanbrengen van gele strepen (verboden te parkeren) langs de trottoirbanden tegenover de parkeervakken aan de toevoerwegen naar het strand. Parkeren wordt hier deze zomer dus een probleem. Zonder die terreinen is er namelijk zeer weinig parkeergelegenheid. Hoe dagjesmensen dat gaan doen, is de grote vraag. Dat wordt wat… Een strandwacht dacht bovendien dat er op ons strand geen chiringuito’s zullen verschijnen. Arme Ramón en Marisol. Als dat waar is, zal ik het dit seizoen zonder hun overheerlijke paëlla met zeevruchten moeten stellen.


maandag 15 juni 2020

Matters of the heart

Afgelopen weekend videoappten we met de familie in Bali nadat oudste zoon Yuda daar zijn afscheid vierde van de lagere school. Zes jaar lang zat hij op een tweetalige internationale school. We ontvingen een filmpje waarin hoofdmeester Sid, met mondkapje voor, de leerlingen per drie min of meer verstaanbaar toesprak. Ook elke toegesproken drieeenheid droeg een mondkapje. Zullen ze zich dat extra lang herinneren? Of stoppen ze dit afscheid weg? Pak Sid, een van de oprichters van deze uitstekende school, memoreerde dat hij zijnkinderen bijna een half leven kende (!), dat ze op deze schoolervaringen moesten voortbouwen en hun school niet moesten vergeten. Ze zullen er altijd van harte welkom zijn.

Yuda is in onze ogen al een uit de kluiten gewassen puber maar hij bleek een van de kleinste en smalste leerlingen van zijn klas te zijn. Hij vroeg zijn moeder voor deze gelegenheid brownies te maken; die chocoladeverslaving heeft hij niet van een vreemde! Als tegenprestatie bracht hij een mooie cijferlijst mee. We zijn trots op hem. Bij thuiskomst trof hij een gifgroene fiets in huis aan die hij met zijn ogen verslond. Het duurde dan ook niet lang voordat het gevaarte moest worden uitgeprobeerd. Het schakelen had hij in een handomdraai onder de knie. De ochtend erna stond hij –naar verluidt- vóór het vogelgezang op om te gaan fietsen. 

Zijn volgende school, waar hij klas zeven tot en met negen zal bezoeken, wordt deze week gekozen. In eerste instantie werd gedacht aan een nieuwe school in de omgeving maar na nadere inspectie van pa Ketut bleek het instituut niet klaar voor gedegen onderwijs aan de nieuwe leerlingen van grade 7. (Een onervaren leraar voor de klas.) Dat leek vader geen goed idee en dat legde hij aan ons voor. We zijn dat met hem eens.

Het zal voor Yuda sowieso een grote overgang zijn, in meer dan éen opzicht… Het tweetalige internationale onderwijs dat hij tot dusver volgde, was gebaseerd op het Montessori-systeem: het karakter en de vaardigheden van een kind bepalen het lesprogramma grotendeels. Als je schoolgaande kids op het juiste moment de juiste middelen aanreikt, leren ze spontaan veel en goed. Maria Montessori zag dat terecht in; haar systeem werd wereldwijd een sukses. Deze school in Noord-Bali voldoet aan alle nationale educatieve eisen. Het biedt leerlingen zelfs meer (ook in uren) en breder onderwijs dan het verplichte curriculum; dat wordt nationaal-plus genoemd. De medeleerlingen aan Yuda’s lagere schoolklas zijn hun maatjes van de overheidsscholen dan ook ver vooruit. Verveling ligt dus op de loer…

In Indonesië is onderwijs aan overheidsscholen gratis; leerplicht geldt er tot en met het 15de levensjaar. Yuda gaat nu naar de onderbouw (SMP) van de middelbare school. Pas na die drie jaren dienen leerlingen en hun ouders een vervolgkeuze te maken voor SMA (hogere middelbare school) of SMK (voorbereidend beroepsvervolgonderwijs). Er wordt nu gekeken naar de geschiktste school in Singaraja. Zowel Yuda’s moeder als vader ging in die stad naar de middelbare school dus we weten dat er goede opties zijn.

Zo druk als we recent waren met Bali, zo rustig was het aan het Spaanse honk. Al vlamden de emoties op. Vorige week kreeg onze grappige, aardige Spaanse  buurman Guillermo namelijk een hersenbloeding. Het was ochtend toen er meer en vroeger dan gewoonlijk aan de overkant van de straat reuring viel te bespeuren. De poort stond wijd open, Spaanse buurvrouw Cristína van iets verderop (arts) liep in en uit, net als haar echtgenoot van de Guardia Civil. Dat leek ons foute boel. er kwamen gemotoriseerde politieagenten aan, gevolgd door een auto van de lokale politie. 

Mijn hartslag schoot naar 200. Wat was er aan de hand? En wie betrof het? Ik vroeg het aan twee van de politieagenten maar die zwegen in alle talen. Ik vroeg het op een bepaald moment aan Cristína toen zij naar haar huis liep. Het was Guillermo. Toen gingen de lippen weer op elkaar. Om mijn emoties niet voor de hele straat tentoon te spreiden, keerde ik naar huis terug. Hij werd mij in de afgelopen maanden erg dierbaar. Mijn onrust nam toe, de eerste traantjes pinkte ik weg. Niet veel later reed ook nog een auto van de Guardia Civil de straat in. Een ambulance was echter in geen velden of wegen te ontwaren, al werden de telefoongesprekken van de arts uit onze straat steeds dwingender. Madre Mia! Waar bleef dat ding?! Op enig moment zag ik Guillermo’s echtgenote naar buiten stappen. Ze liep op mij af. Guillermo was onwel geworden en gevallen.

Na ruim 45 minuten, de gemiddelde duur van de ochtendwandeling van mijn liefje, verscheen de ambulance. Die moest uit Torrevieja komen en raakte in Torre verzeild. Tja. Vorige maand las ik nog in een lokale krant dat het gemeentebestuur van onze woonplaats een contract sloot (€570.000 per jaar) met Ambumar waardoor we gedurende 365 dagen per jaar een permanente 24/7 eigen ambulancedienst krijgen voor nood- en andere gevallen. Dat trad klaarblijkelijk nog niet in werking! Dat lange wachten teletransporteerde mij naar de dag bijna 40 jaar geleden waarop mijn eigen vader een hartaanval kreeg en ik als angstig kind met mijn nerveuze moeder ook reikhalzend uitkeek naar de komst van een ambulance. Ook toen telde elke minuut. Elke tik van de klok voelde destijds als een uur; net als nu.

Kort nadat de ambulance dan eindelijk met sirene en lampen de straat in reed, werd Guillermo vanuit huis in een rolstoel naar buiten gereden. Hij zag grijs en grauw, was volledig in zichzelf gekeerd en greep continu met één hand naar zijn hoofd. Erge hoofdpijn, concludeerde ik daarop. Mijn hart bloedde… Hij werd naar het algemene ziekenhuis van Torrevieja vervoerd waar hij per direct op de Intensive Care belandde. Er werd een hersenscan gemaakt en het bleek inderdaad om een hersenbloeding te gaan. Zijn armen kon hij bewegen, praten kon hij niet. (De bloedprop zat aan de linkerkant van zijn hersenpan.) Als er iets is wat deze man leuk vindt en leuk maakt, dan zijn het onze dagelijkse praatjes. Tijdens het huisarrest hielden we elkaar op die manier en whatsappend op de been. Dat hem dit overkomt, vind ik een wrede speling van het lot.

Guillermo y yo in betere tijden (2017)
De eerste 24 uur naar zo’n bloeding zijn cruciaal. Het relatief goede bericht is dat hij in die tijd stabiel was en bleef en dat opereren niet nodig bleek. Onze emoties zijn inmiddels gekalmeerd. Hij ligt in een gespecialiseerd ziekenhuis in Alicante (nog steeds op IC), herkent zijn vrouw en oudste zoon -die als de wiedeweerga uit Madrid hiernaartoe reisde- maar kan nog niet praten.

De verwachting is dat hij op korte termijn naar een eigen kamer zal verhuizen, in Alicante of (terug) in het ziekenhuis van Torrevieja. Vanwege het coronavirus zal hij niet worden overgebracht naar Madrid. Hij gaat eerst verder stabiliseren in deze regio. María Victoria is nu al dag en nacht bij haar echtgenoot; dat is de Spaanse gang van zaken in een ziekenhuis. Hun oudste zoon, Guillermo Junior, blijft voorlopig hier, in hun vakantiehuis. Voor vanavond nodigden we hem uit te komen eten. Wat ons beteft, blijft hij dat doen zolang hij hier is. Hij zegt het goed te doen op wijn en kaas dus dat komt goed.

Guillermo senior kan inmiddels kort staan (en verliest dan zijn evenwicht), vertoont tekenen van humor als hij iets wil formuleren maar er niet uitkomt. Hij kan namelijk nog steeds niet praten. Hij is een sterke man, volgens zijn zoon die als twee druppels water op hem lijkt. Zijn verdere herstel zal om begrijpelijke redenen in Madrid plaatsvinden, dicht bij zijn familie: fysiotherapie, logopedie en wat nog meer nodig is. Fingers crossed voor deze fijne buurman.


vrijdag 12 juni 2020

Een meisje van 100 en een jongen van 13

He-he, de verbouwingsklus zit erop in Huize Barefoot. De metselaar, electricien, stucadoors en schilders deden goed werk. Het waren slechts twee van de 52 weken maar toch zijn we opgelucht dat het voorbij is. We zijn bovenal blij met het resultaat. Alleen de timmerman moet nog een klusje klaren en dat gaat hij hopelijk volgende week doen. Goede arbeidskrachten zijn schaars in deze regio, degelijke handwerklui hebben het altijd druk. We weten van voorgaande jaren dat er in dit seizoen veel wordt geklust in onze woonwijk. Als ik ’s ochtends rondfiets, zie ik overal mannen uit witte bestelbussen stappen en op terrassen en in huizen aan de slag gaan. Iedereen die nog een beetje geld of vertrouwen in de toekomst heeft, is bezig met verfraaiing van de eigen woning. Net als wij. De rest houdt de adem in voor de diepe economische recessie die voor de deur staat…

We zaten tot gisteravond anderhalve week zonder televisie maar wel met internet en dat was genoeg; totdat een electricien-in-opleiding vorige week bij het plaatsen van nieuwe stopcontacten de glasvezelkabel beschadigde. Ga dan maar eens vragen om een reparateur in Spanje, net voor het weekend! De aannemer deed wat hij kon -zijn zus bleek te werken op de helpdesk van onze lokale internet provider- maar het duurde enkele dagen voordat de connectie werd hersteld. Als ex ICT-consultant volgde ik de handelingen van de Spaanse telecomtechnicus met belangstelling. Een heel precies werkje met een ragdunne kabel en specialistische apparatuur. Mannen als hij verliezen hun baan voorlopig niet!

In die tijdspanne ondervonden we hoeveel je naar volle tevredenheid op een smartfoon kunt doen: Duolingo, Flipboard, de Volkskrant, Op1, Netflix,  NPOStart en meer. Ik begrijp nu nóg beter waarom jongere generaties geen tv en andere traditionele media meer kijken en gebruiken. Desalniettemin keken wij gisteravond met plezier op het grote scherm naar het NOS-nieuws, een VPRO-documentaire over het ontbreken van een lockdown in Zweden en naar Nieuwsuur. De wereld staat in brand en ik blog er niet over?! Tja. BLM zijn trouwens de initialen van mijn voornamen. Geen toeval, zou ik zeggen. 

Tijdens het geklus binnen zat ik uren op het terras te lezen. Afgelopen week las ik een boek van Marion Bloem, getiteld ‘Een meisje van honderd’ (2012). Het is haar grote familieroman over drie generaties vrouwen in Indonesië die circa 100 jaar omspant. Het verhaal start in 1906 en speelt zich op Java en grotendeels op Bali af. Ik werd erop opmerkzaam gemaakt door een artikel in de Volkskrant van de hand van Jet Steinz (1990). Zij is boekenredacteur maar schrijft ook over andere cultuurvormen en over wetenschap. In 2015 publiceerde zij met haar vader (de in 2016 overleden Pieter Steinz) een bestseller Gids voor Wereldliteratuur; daarop was dit recente krantenartikel gebaseerd. Ik smulde toen ik het in mijn dagelijkse krantje aantrof! Deze wereldkaart heeft namelijk honderden stippen dus veel leessuggesties. Elke stip is een boek dat zij in ieder geval de moeite van het lezen waard vonden. Steinz noemt het ‘lezen op locatie’.

Het zal niemand verbazen dat ik als eerste de stippen op de kaart van Indonesië aanklikte. Zo kwam ik dus bij die roman van Marion Bloem terecht en ook bij een boek van Racha Peper, getiteld ‘Handel in veren’ (2013). Deze postume publicatie gaat over het familieleven van een geobsedeerde ornitholoog die in Papoea-Nieuw Guinea op zoek gaat naar een vermeend uitgestorven vogel. Ik was ooit een groot fan van de boeken van Peper; ik verloor haar uit het oog toen in naar het buitenland vertrok maar vond in dit werk weer een typische Peper-roman terug.  Met dank aan Jet.

Marion Bloem (1952), van wie we een prachtig fotoboek over Bali in de kast hebben staan, beschrijft de levens van vrouwen uit een grote familie van Indiërs en Nederlands-Indiërs. Die verhalen worden gelardeerd met verwijzingen naar Indië tijdens de Japanse bezetting, de Bersiap, de strijd voor onafhankelijkheid en de Indonesische massamoorden op Bali tijdens de jaren ’60 van de vorige eeuw.

De hoofdpersoon van Bloem’s vuistdikke roman heet Moemie, een vrouw met helderziende gaven. Haar verhaal begint als kind op Java, ze wordt bij strenge katholieke nonnen in een weeshuis ondergebracht, zwerft rond, wordt geadopteerd door een welgestelde vrouw om geesten uit haar huis te verjagen en wordt door die familie en de nazaten omarmd als bijzondere oudtante. Stille krachten, magische familiebanden, levendige geschiedenis. Moumie aanschouwt en overleeft veel ellende en sterft op hoge leeftijd in New York.

Een van de memorabele passages in het boek onderstreepte ik: “zoals de vulkaan (Gunung Agung) zich in het landschap laat bewonderen, beklimmen, bewonen en bewerken, en desondanks een gevaarlijk onvoorspelbaar fenomeen is, zo is de aard van de bewoner van het land waar een deel van zijn voorouders vandaan komt, vermoedt hij. Ze eten immers al eeuwenlang wat geoogst wordt op vulkanische grond.” De tegenstelling tussen Bloems beschrijving van het vreedzame eiland van de Goden zoals we dat hedentendage kennen en de levende hel die het eiland was ten tijde van de uiterst gepolitiseerde periode in de geschiedenis van deze Indonesische provincie vond ik met name interessant.

De regelmatige lezer weet dat we ruim tien jaar geleden een Balinees gezin leerden kennen en omarmden. Eerder vertelde vader Ketut ons over de periode van massamoorden in het leven van zijn familie, onder president Soekarno. Die was vóór samenwerking tussen nationalisten, religieuze leiders en communisten  (PKI). In 1965 werden de communisten verdacht van een staatsgreep die mislukte. De president weigerde partij te kiezen waarna Soeharto de macht greep. (Men vermoedt dat dit plaatsvond met steun van de Amerikaanse CIA en andere Westerse landen, ten tijde van de Koude Oorlog.) Iedereen die –terecht of niet- werd verdacht van communistische of linkse ideeën werd vermoord. Deze  bloedige zuiveringen begonnen in Jakarta en sloegen over naar Bali. Ze gingen door tot in 1966. Bloem voegde op haar manier iets toe aan mijn begrip van dit tijdgewricht.

Sinds een week of twee ontvangen we bijna dagelijks ingesproken berichten van Yuda, de oudste zoon van Ketut en Elsa. We worden gestalkt! Hij gaat dit weekend zijn diploma-uitreiking van de lagere school vieren. Voor die gelegenheid vroegen wij pa een nieuwe mountainbike voor de bijna 13-jarige knul te kopen. Sommige tradities houden we graag in stand. Allebei kregen we een nieuwe fiets van onze ouders toen we naar de middelbare school gingen. Memorabel. Met overslaande stem -hij kreeg onlangs de baard in de keel- meldt hij dat hij van ons houdt, ons mist en uitkijkt naar zijn feestje. Als het goed is, zal zijn nieuwe fiets op hem staan wachten na de feestelijke uitreiking. Zijn oude, goed onderhouden stalen ros gaat naar broer nummer 2 (Damai). We verheugen ons op voorhand op de foto’s.


zaterdag 6 juni 2020

Op weg naar het nieuwe normaal

Afgelopen week kwam ik nauwelijks aan bloggen toe. Er gebeurde teveel in het huis dat afleidde. De geluidsisolatie werd namelijk op de woonkamerwand aangebracht. Wij haalden alle waardevolle spullen uit een eventueel schootsveld, zetten de tv elders, haalden de schelpenvitrine in het kantoor leeg en schoven wandmeubels en boekenkast aan de kant. We kronkelen ons door de ruimte. De krappe opstelling in mijn werkkamer noopte niet tot veel creativiteit. De enige dingen die op hun plaats bleven (daarop stonden we), waren de glasvezelkabel en de router.

We kennen het procedé inmiddels van eerdere projecten: plinten verwijderen aan muur en trap, plafondsierlijsten weghalen, elektriciteit ontkoppelen en dan kan het grote werk beginnen! Die klus werd gedaan door een Spaanse vader en zijn zoon. Pa Pepe bleek een roker, zag er grijs uit en pufte en zuchtte voortdurend. Zoonlief was een vrolijke, klantgerichte jongeman. Een hardwerkend koppel. De geluidswerende matten werden op maat gesneden en als verticale origami tegen de wand aangebracht. Het aanbrengen van glaswol als tweede laag leverde hoestbuien op bij pa. In coronatijd schieten we inmiddels rechtop als we zoiets horen; ’t is dat ik beter wist... In de voorbereiding had ik mij afgevraagd hoe ze te werk zouden gaan in het hoge trapgat. Dat bleek een stukje cake. Met twee trappen van verschillende hoogtes en een loopplank ertussen werd een degelijke stellage aangebracht. Op mijn vraag aan de zoon of hij hoogtevrees had antwoordde hij “un poquito”, hoog boven mij uittorenend. De derde afdeklaag bestond uit een plaat, speciaal voor het tegengaan van fonische akoestiek. Die werd met een stanleymes op maat gesneden; je kunt je het afval voorstellen. Langzaamaan daalde een dikke stoflaag in het huis neer, ondanks de afdekking en de afgesloten ruimtes. Zo’n aanpassing aan huis is niet voor de fijngevoeligen. Tjonge.

Het materiaal zit reeds aan de wand, naden en schroeven zijn afgeplakt en weggewerkt en plinten en sierlijsten teruggeplaatst. We hebben de eerste grote schoonmaak er op het terras en binnen reeds opzitten maar de grootste eindschoonmaak komt zodra de schilders klaar zijn. Die komen volgende week om de laatste fase afronden. Ze gaan ook nog iets doen met deuren en trapleuning en dan is dat leed ook weer geleden. We kunnen niet wachten. 

Al die werkzaamheden namen niet weg dat het afgelopen week tevens tijd was voor de eerste zwempartij sinds maanden en meer primeurs AC (after corona). De stranden gingen hier open en die gelegenheid liet ik niet ongemerkt voorbij gaan. Het water was helder en heerlijk. Met mij gingen op dat moment vijf anderen te water, op ruime afstand van elkaar. Het strand lag echter bezaaid met zonnebaders, volwassenen en kinderen.

Enkele dagen voor de start van het zwemseizoen zag ik personeel van Publieke Werken bezig op het zand. Door enorme regenbuien en recente overstromingen ontstond schade aan delen van het strand; de grootste schade werd verholpen.

Ook begon men hier met de eerste maatregelen voor beachlife 2.0. Er werden formele aanduidingen van strandop- en afgangen op de grond geverfd: entrada y salida. Van de eerste onderlinge discussies over het precieze gebruik ervan was ik reeds getuige. Een vertrekkende moeder met kind sprak een onterechte tegenligger aan op zijn gedrag, een familie vroeg mij, lokale op weg naar de salida wat zij-uit-de-binnenlanden precies moesten doen als ze het strand wilden betreden. Het ging in goede orde maar dat kan zomaar veranderen, bij oververhitting…

Voor ons langgerekte strand berekende het gemeentebestuur dat zich daar op enig moment 1.366 badgasten mogen ophouden. Hoe je tot die conclusie komt, kan ik nog volgen maar hoe houd je dat maximum bij zonder verdere maatregelen? Onlangs las ik dat Spaanse supermarktketen Consum een stoplichtsysteem in alle winkels gaat toepassen. Sensoren moeten het aantal klanten gaan behouden. Zoiets zo goed zijn aan het strand! De rekensom met luchtfoto en afslagen ging vergezeld van een herderlijk schrijven aan buurtbewoners over do´s en don´ts. Een van die aanbevelingen leidde bij mij direct tot aanschaf van een nieuw paar teenslippers die uitsluitend op het strand (en elders buitenshuis) zullen worden gedragen. Vanaf vandaag zijn alle grote parkeerterreinen langs het strand afgesloten. Het signaal is duidelijk: we willen geen massa’s van buiten, het strand is voorlopig van de lokalo’s. Er mag immers nog niet tussen autonome regio’s worden gereist. Dat neemt niet weg dat er afgelopen week al aardig wat Murcianen naar hun vakantiehuizen in onze straat arriveerden; sommigen vertrokken weer na een schoonmaak of verfklus. Bijna allemaal als een dief in de nacht. Tja.

Gisteren aten we een vers visje bij restaurant Mediterráneo, een lokaal op loopafstand van ons huis. Het heeft een klein buitenterras dat snel volliep. Binnen was het beter toeven, zowel qua ruimte als warmte. Alle ramen stonden wijd open en tafels stonden op ruime afstand van elkaar. Wij kozen een tafel voor twee en deelden een dagmenu van drie gangen. Frisse salade, mujol (harder - lijkt op zeebaars; een vis die zich voedt met alg en zeewier) en groene paprika van de grilplaat met huisgemaakte friet en een toetje toe. Simpel, eerlijk voedsel. Glaasje rosé en prikwater erbij en daar zaten we, genietend van het moment en het uitzicht: een azuurblauwe, kabbelende zee en flink wat reuring in de straten. Fijn en leuk. Dat uitje is zeker voor herhaling vatbaar. Al is het maar om Claudia in de bediening, die we als sinds haar kindertijd kennen, en haar kokende moeder en oma te steunen.


maandag 1 juni 2020

To flock or not to flock

Ruben Smit op het wad
That´s the question! We keken vanaf 6 mei wekelijks naar de natuurserie ‘Het Wad’ (vierluik) op de Nederlandse tv-zender NPO1. De publieke omroep blijft scoren, in tegenstelling tot de commerciële. Het waren prachtige, niet eerder vertoonde beelden van een heel bijzonder natuurgebied dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. De Waddenzee is 's werelds grootste aaneengesloten systeem van zand- en moddervlakten die droogvallen tijdens eb. Het gebied strekt zich uit over Deens, Duits en Nederlands grondgebied. Er komt daar een groot aantal planten- en diersoorten voor. Het gebied is onder andere de broedplaats en het overwinteringsgebied voor tien tot twaalf miljoen vogels per jaar. Het gaat om heel veel migrerende vogels.

Elke uitzending mocht zich wekelijks verheugen in minstens een miljoen kijkers. Een van de bijzonderste feiten die ikzelf onthield, is dat op het Nederlandse wad in het migratieseizoen meer dan de helft van het wereldwijde aantal kleine ganzen voorkomt. Ze gingen erheen om te ruien en daarna hun pad te vervolgen. Ook zag ik een beeld van het noorderlicht boven het wad; ongelofelijk! Dat natuurverschijnsel met eigen ogen zien staat al jarenlang op mijn wensenlijstje. Mijn liefje plande al menige reis op papier naar het hoge noorden (aurora borealis). We waren in Tasmanië, zuidpunt van het zuidereiland van Nieuw-Zeeland, op de Falklands-eilanden, en het eindpunt van Zuid-Amerika maar zagen de tegenhanger, aurora australis (zuiderlicht), nooit. Gewoon een reisje naar de Wadden dan maar?

We keken ook naar ‘The Making of’ van Het Wad. Ik moest grinniken toen ik een blonde reus met baard  in een wandelend tentje opnames zag maken. De kijkers krijgen beelden van land en onder water. Het bleek te gaan om bedenker, filmregisseur en ecoloog dr ir Ruben Smit. Hij en zijn team filmden vijf jaar lang meer dan 500 uur aan materiaal. Het resultaat van al het afzien en doorzetten van het team mocht er zijn, de serie was prachtig maar veel te kort. Ik hoop op meer in de nabije toekomst.

In diverse media las ik in de afgelopen dagen mooie dingen over natuur. Zo stond op de voorpagina van de donderdagkrant van De Volkskrant  een reportage, getiteld ‘Nu de mensenwereld stilstaat, leeft de natuur wereldwijd op’. Over de opverende natuur tijdens lockdown. Iets dat mij persoonlijk bepaald niet ontging. Een aantal buitenlandcorrespondenten kwam aan het woord, ook Maartje Bakker in Spanje.

Zij verhaalde over de oplevende natuur in de Sierra de Guardarrama. Het gekwetter van vogels is helderder nu er geen menselijke stemmen en verkeer doorheen klinken. Picknickende dagjesmensen hebben daar plaatsgemaakt voor bergeiten en roofvogels. Ze ziet een monniksgier, een zeldzame roofvogel die de  grootste is van Europa. Het dier nestelt er in een boom. De quarantaine viel samen met het broedseizoen. Als ze normaliter door voorbijgangers opvliegen en te lang wegblijven van het nest, sterft het kuiken in het ei. Guardarrama ligt rondom Madrid, op een uurtje rijden van de hoofdstad. De beheerders van de nationale natuurparken vrezen het moment waarop de Madrilenen weer in groten getale naar buiten gaan.

Die zorg lijkt mij niet onterecht. Die delen mijn liefje en ik zelfs. Zij wandelde zaterdagavond naar het strand toen zij daar twee grote groepen Spanjaarden ontwaarden die –te dicht bij elkaar- over de zee uitkeken. Mensen zijn sociale dieren, ze voelen zich het best in (groot) gezelschap. Net als de ganzen op het Wad. De nieuwe regels van onze gemeente zijn voor het strand dat je met een groep van maximaal 15 personen op vier meter afstand moet blijven. Op het strand zag zij tientallen mensen met stoelen en tafels zitten. Dat was op dat moment nog niet toegestaan; pas vanaf vandaag. We begrijpen het maar goed is anders…

Een memorabel filmpje trof ik aan in The Guardian, van de vroegste vogelgeluiden in stad en op het platteland tijdens de lockdown. Ik luisterde naar het fragment terwijl mijn liefje aan de laptop in het kantoor zat. Zij dacht dat het onze merels en andere zangvogels waren die zich luid en duidelijk lieten horen. Het scheelde niets. Sinds het lokale huisarrest kwettert het hier van een uur of vier in de ochtend tot aan zonsondergang van jewelste. Het is een ongeëvenaard concert waarbij merels de eerste viool bespelen. Er is geen dirigent, iedereen doet maar iets maar het is een genot voor het gehoor. De deuren en ramen staan hier van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat wagenwijd open, het positieve aspect van goed ventileren is mooi meegenomen.

Afgelopen week las ik een aardig boek van Melissa Mayntz dat eerder deze maand uitkwam, getiteld ‘Migration: Exploring the Remarkable Journeys of Birds’. Mayntz is zowel een ervaren Amerikaanse vogelkijker en -liefhebber als freelance schrijver. Ze schreef een aardig, leerzaam boek van bescheiden omvang.

Sinds we aan de kust wonen, werd ik mij bewuster van migratie. Vogels waren al veel vroeger onderdeel van mijn leven. Zowel de Waddenzee als Spanje liggen aan de Oost-Atlantische route waarlangs jaarlijks miljoenen wadvogels trekken. Daarmee boffen we. In het najaar van ons eerste jaar alhier liep ik dagelijks met mijn camera langs lokale stranden en parken om migrerende vogels te spotten. Najaar 2017 bleek werkelijk een vogelwalhalla! Ik zag heel veel nieuwe vogelsoorten en blogde er destijds over. Zo ontstond het idee om een digitaal vogelkiekbestand op te zetten. Het webalbum heet 'Bevlogen Jaren' en overlapt de periode 2000-nu.

Het is daarom geenszins verwonderlijk dat ik bij Mayntz terechtkwam. Enkele interessante feiten en vondsten uit het boek op een rijtje: in de wereld bestaan circa 10.000 vogelsoorten waarvan meer dan de helft een zekere mate van migratie onderneemt. De twee belangrijkste redenen om het te doen, is voedsel en reproductie. Mensen bestuderen het mysterieuze verschijnsel al meer dan 3000 jaar. Het maakte onderdeel uit van Polynesische legendes, werd vermeld in het Oude Testament, Homerus en Aristoteles noemden het en de Egyptenaren verwerkten beelden ervan in hun schilderingen.

Grofweg kan worden gezegd dat trekvogels in het voorjaar vertrekken naar broedgebieden en in het najaar naar voedergebieden. In heel grote groepen of juist in hun eentje en alles wat daar tussenin zit.

Mayntz onderscheidt diverse soorten migratie: seizoensgebonden (de gebruikelijkste en bekendste vogeltrek naar betere omstandigheden), altitudinaal (verticale migratie, vogels gaan dan van hoger naar lager gelegen gebieden op dezelfde plek), latitudinaal (de noord-zuidtrek en vice versa), longitudinaal (de oost-westtrek en vice versa). Dan hebben we ook nog ruimigratie (vogels gaan samen op pad om elders hun oude verenkleed af te werpen voordat ze verder trekken; dat gebeurt overigens veelvuldig op de Nederlandse Wadden), cirkelmigratie (migreren in een kringbeweging), kikkersprong (vogels migreren over soortgenoten heen op delen van een vaste route), nomadisch (minder voorspelbaar, vogels zoeken naar de beste omstandigheden), afgedwaald (niet een echte vorm van migratie; vogels komen door omstandigheden buiten hun geplande route terecht), verspreid (het is ook hier de vraag of het om echte migratie gaat; jonge vogels worden uit het territorium van hun ouders verjaagd en gaan dan maar op pad) en tenslotte omgekeerd (vogels gaan onbedoeld en vaak met trieste afloop in tegengestelde richting).

Verder ontkracht Mayntz een aantal wonderbaarlijke vogelmythes in haar boek. In de 17de eeuw raakte men ervan overtuigd, onder aanvoering van de Engelse wetenschapper Charles Morton, dat vogels migreerden naar de maan. (Op ramkoers met Elon Musk!) Morton was geen nitwit, hij was de eerste vice-president van Harvard. Voor de goede orde: in het begin van de 18de eeuw dachten knappe koppen van Yale langs dezelfde lijn. Iets later ontwikkelde men de gedachte dat vogels zich tijdens migratie onder de grond verstopt hielden. Tja.

We weten inmiddels waarom vogels migreren, hoe ze zich voorbereiden op hun doorgaans lange reis, hoe ze groeperen (flocking), waar ze heengaan, hoe vaak (en of) ze stoppen onderweg. Ze migreren met behulp van de stand van zon en sterren; verder weten we nog niet erg veel. Onderzoekers bewezen twee jaar geleden dat de ogen van Timorese zebravinkjes en Europese roodborstjes een speciale proteïne (cryptogromen, Cry4) hebben die hen fysiek helpt te oriënteren. 

De Noordse stern (Arctic tern) is recordhouder qua migratie: deze vogelsoort vliegt van pool naar pool en legt zo tussen 40.000 en 72.000 kilometer af (afhankelijk van waar hun reis precies begint). Gezien hun levensduur -ze kunnen wel 30 jaar worden- kan zo’n vogel bij leven meer dan 1 miljoen kilometer vliegen. Dat komt neer op bijna driemaal naar de maan en terug! De poelsnip (great snipe) is een strandloper die op een andere manier recordhouder is. Deze vogelsoort –die ooit op het Nederlandse biljet van 100 gulden prijkte- migreert jaarlijks van Scandinavië naar sub-Sahara in minder dan 48 uur. Ze kunnen bijna 100 kilometer per uur vliegen. En dat terwijl ze geen aerodynamische bouw hebben en dus geen extra gebruik van wind kunnen maken. Het komt neer op pure spierkracht!

De kleinste vogelsoort, de kolibrie (die ik eens zelf in een hoteltuin in Ecuador spotte), kan 32 à 40km per dag vliegen. Dat kun je vergelijken met een middelgrote auto die op een dag 1.600 kilometer aflegt. De Indische gans migreert over het Himalayagebergte heen, op meer dan 10.000 meter hoogte. Het record staat op 10.050 meter; een vogelspotter zag ze over Mount Everest vliegen. Om dat voor elkaar te krijgen, ontwikkelden deze vogels efficiëntere longen en rijker hemoglobine in hun bloed. Zo hebben ze meer zuurstof in hun lichaam om die fenomenale reis te maken. Stuk voor stuk opmerkelijke prestaties.

De dwergooruil (Vaste bezoeker van landen om de Middellandse Zee) is de enige uilensoort ter wereld die migreert. Die vliegt van Europa naar midden-Afrika. 's Nachts trekken ze over de Middellandse Zee en de Sahara en overdag rusten ze uit. Ook grote flamingo's migreren hier 's nachts. Eerst deed het geluid mij aan roofvogels denken totdat ik ontdekte dat zij het waren. Deze vogels overwinteren in de zoutmeren (salinas) rondom de Mar Menor. Een specifieke soort nachtzwaluw (poorwill) is de enige vogelsoort die een winterslaap houdt. Het dier slaapt zich door de winter heen in grotten en rotsspleten in het noorden van Mexico.

Leuke wetenswaardigheden, zeker voor de vogelaar onder ons. Het werk van Mayntz is gemakkelijk leesbaar en onderhoudend. Ik genoot ervan. Wij mogen hier sinds vandaag naar buiten wanneer wij dat zelf willen. Ik voel mij weer zo vrij als een vogel!