Deze week is het Banned Book Week in de Verenigde Staten. Er zijn daar in het afgelopen jaar meer boeken in de ban gedaan dan ooit. Opmerkelijk is dat voor het onderzoek naar ‘verboden’ boeken steeds vaker gebruik werd gemaakt van AI chatbots. De meeste boekverboden gelden in de staten Texas en Florida waar Republikeinen stevig in het zadel zitten. Sinds 2021 zijn er meer dan 22,800 boeken in 45 Amerikaanse staten verbannen.
In 2025 werd 92% van alle bezwaren tegen boeken ingediend door pressiegroepen, overheidsfunctionarissen en beleidsmakers, een stijging van 72% ten opzichte van 2024. Minder dan 3% van de bezwaren was afkomstig van bezorgde ouders. Als je dan ziet welke boeken op deze lijst staan, kun je niet anders dan je concluderen dat Amerika onder Trump & Co. een bananenrepubliek is geworden. Op die lijst staan finalisten van de National Book Award, American Library Association Best Book for Young Adults, New York Times bestsellers, TIME Magazine #1 literaire fictie, No. 1 bestseller auteurs. Zelfs ‘Het achterhuis’ van Anne Frank is de klos, vanwege expliciete seksscenes. Tja.
Het bannen van boeken beperkt de vrijheid om te lezen waardoor scholieren geen toegang meer hebben tot verschillende meningen, stemmen, perspectieven en literatuur [..], aldus de ngo PEN America.
Daarentegen is het deze week Kinderboekenweek in Nederland. Joehoe! Afgelopen weekend las ik een interessant interview in de Volkskrant met de Brit James Marriott (33). Als fanatieke lezer vormt hij meer en meer een uitzondering. Zijn vader, een leraar op de middelbare school, las hem als kleintje voor totdat hij zelf leerde lezen. Voor de wereld zijn de gevolgen van ontlezing catastrofaal, betoogt hij in zijn eerste boek ‘The New Dark Ages’ dat recent in Nederlandse vertaling verscheen met de titel ‘Een wereld zonder boeken – Wat ontlezing met onze samenleving doet’. Hij meent dat een wereld vol schermen maar zonder boeken dommer en vijandiger zal zijn.
![]() |
Illustratie: Tessa Biemans |
Ik herinner mij niet dat mijn ouders veel boeken kochten voor ons kids maar er stond wel een gevulde boekenkast in huis. Aan die titels, zoals ‘De gebroeder Karamazov’ (Fjodor Dostojeski), ‘Het achterhuis’ (Anne Frank), ‘Oorlog en vrede’ (Leo Tolstoj) en ‘Brug over de rivier Kwai (Pierre Broulle), kwam ik later toe. Sinds ik kan lezen, verslind ik boeken. Deze verslaving duurt al mijn hele leven en dat betreur ik niet!
Als kind nuttigde ik boeken aan het ontbijt, 's middags bij de thee en 's avonds stiekem onder de dekens, met een zaklamp. Voor ik het wist, was het echt laat. Mijn vader riep dan vanaf de trap: “Licht uit!” Ik weet niet meer wat mij eerste kinderboek was maar het moet boeiend genoeg zijn geweest om te denken: op naar de volgende! Het leesvuur in mijn hoofd bleef altijd branden.
Ik racete met de jongens van ‘De Kameleon’ (Hotze de Roos) door Friese wateren terwijl ik al wel kon zwemmen maar nog niet kon varen. De Kameleon-jongens waren voor mij geen papieren personages maar vrienden die elk moment bij mij thuis konden aanbellen. En wat een heerlijke plek was de Petteflet (Annie M.G. Schmidt)! Daar kon je zomaar mensen en dieren tegenkomen die je in het gewone leven nooit zou ontmoeten. Het was er rommelig, wonderlijk en verslavend leuk. Ik zat met Pluk in zijn rode kraanwagentje om de wereld te ontdekken. Met ‘Koning van Katoren’ (Jan Terlouw) leerde ik dat één dappere jongen met veel verstand en een flinke dosis koppigheid (Stach), een heel land in beweging kon krijgen. Een van zijn taken speelde zich af in de stad Decibel, waar hij de overlast van schreeuwende vogels moest oplossen. Ik zou ze nu hun gang laten gaan!
In de loop van de tijd werden de leesboeken serieuzer. Tijdens het lezen van ‘Oorlogswinter’ (Jan Terlouw) zat ik ineens zelf in de kou, tussen gevaar en geheimen, en moest je nadenken over wat goed en fout was. In ‘Kruistocht in spijkerbroek’ (Thea Beckman), geënd op de kinderkruistocht van 1212, stapte Dolf en ik in zevenmijlslaarzen door de tijd. De onverschrokken en dappere Max uit ‘Max en de Maximonsters’ (Boris Sendak) was iemand waartegen ik opkeek. Zo stoer wilde ik ook zijn.
Met ‘De Zevensprong’ (Tonke Dragt) werd lezen -weer- geheimzinnig en een beetje griezelig. Er waren raadsels, vreemde gebeurtenissen en vragen waarop je niet meteen antwoord kreeg. Juist dat vond ik prachtig. Na Pippi Langkous kwamen de ‘Gebroeders Leeuwenhart’ (Astrid Lindgren) bij mij langs. Met dat boek ontdekte ik dat een kinderboek je niet alleen kon laten lachen of avonturen liet beleven. Het kon je ook verdrietig stemmen, je laten nadenken over moed, vriendschap en afscheid. Toen ik het boek dichtsloeg, bleef het verhaal nog lang in mijn hoofd rondtollen. Elk van deze boeken was in staat om mij van alles te doen ervaren, alsof ik erbij was. Ze inspireerden mij en maakten mij nieuwsgierig naar de wijde wereld.
![]() |
Illustratie: Paul Faassen |
Het wonderlijke is: hoe ouder je wordt, hoe meer je beseft hoeveel boeken je nog niet hebt gelezen. Mijn honger is dus nog lang niet gestild. Tegenwoordig lees ik niet meer stiekem maar nog steeds onder de dekens met het bedlampje aan. Lezen voor het slapengaan schijnt sowieso gezond te zijn voor lijf en leden. De kwaliteit van je nachtrust neemt erdoor toe.
Soms, als ik een oud kinderboek opensla, ben ik weer voor even dat jonge meisje van toen. De wereld van boeken bestaat uit eindeloze verhalen die je geest en je wereld verrijken. Nog steeds denk ik: op naar de volgende! Voor een boekenveelvraat als ik bestaat er maar één soort honger die nooit overgaat: leeshonger.
P.S. De lieflijke illustratie in de kop van deze blog is van de Australische illustrator Michael Leunig (1945-2024). Ik ben groot fan van zijn werk.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten