Translate

zondag 27 februari 2022

Des duivels

Afgelopen week waren mijn liefje en ik 33 jaar samen. We telden een in veel opzichten bewogen jaar bij de reeks op. We vierden het samen in een aardig Spaans restaurant. Die hele dag speelde echter ook de oorlogsbeelden uit Oekraïne door mijn hoofd. Toen ik hoorde dat Russische militairen in de hoofdstad jacht maken op Volodymyr Zelensky, de democratisch gekozen leider van een onafhankelijk, vreedzaam en democratisch buurland, was ik des duivels! Wie zijn hier nu de schurken?!

Een vriendin in Nederland nam op de avond van de uitbraak deel aan een verkiezingsdebat over kinderarmoede in haar stad en voelde zich “als een passagier op de Titanic”… we koersen af op een ramp. Maar we gaan door met de dingen van de dag terwijl de wereld in brand staat. Een herkenbaar gevoel. Zij is actief betrokken bij een stichting die tot doel heeft kinderen (4-18 jaar) uit gezinnen met een minimuminkomen te helpen deel te nemen aan sociale activiteiten, zodat zij volwaardig kunnen participeren in de Nederlandse maatschappij. In Den Haag zou het gaan om 20.000 kinderen die in armoede opgroeien. Het aantreden van een nieuwe Minister voor Armoedebeleid in het kabinet maakt de armoedebestrijding in het steenrijke Nederland hopelijk een topprioriteit. Ook die strijd moet doorgaan.

Het oorverdovende en aanhoudende geluid van een Eurofighter Typhoon die ´s avonds oefeningen deed boven buurprovincie Murcia hielp niet om het gevoel van doem die dag te verjagen. Mijn liefje begon zich zelfs unheimisch te voelen. Zelf bedacht ik mij op dat moment hoe het moest zijn voor mensen in Kiev en kon daarmee deze geluidsoverlast verdragen. De volgende ochtend las ik in een lokale krant dat er veel klachten waren binnengekomen bij betrokken instanties. Ook andere bewoners van de regio uitten hun bezorgdheid kennelijk. Het bleek te gaan om geplande NAVO-oefeningen maar de timing pakte ongelukkig uit.

Erasmus zei het al: onder al het onheil dat het leven van stervelingen kwelt, is er niets wat misdadiger is, niets wat meer schade toebrengt dan oorlog. Maar ja, de volgende dag kwam de zon hier gewoon weer op...

Onlangs las ik een interessant artikel in een Spaanse krant over ‘caza de brujas’: de heksenjacht. Het Catalaanse woord bruxa zou zijn afgeleid van het Indo-Europese woord ‘brghtu’, wat verpletteren of verstrikken betekent. Dat werd naar het Spaans of Portugees geëxporteerd. De Barcelonees Pau Castell (1984) weet er alles van. Hij is dé Spaanse historicus op dit vlak. Castell promoveerde op het onderwerp en is thans hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis aan de Universiteit van Barcelona. Hij deed onderzoek naar honderden juridische procedures tegen vrouwen die in Spanje in de 15de, 16de en 17de eeuw werden beschuldigd van hekserij. Tienduizenden vrouwen in heel Europa overkwam het.

Het proefschrift is getiteld ‘Oorsprong en evolutie van de heksenjacht in Catalonië’. Daarin stelt de onderzoeker dat de Catalaanse graafschappen een van de eerste regio's in Europa waren waar hekserijjachten plaatsvonden, vanaf 1471, en waar de vervolging heviger was dan in andere delen van het Iberisch Schiereiland, vanwege de grote rechterlijke autonomie aldaar.

Jagen op heksen startte onder bepaalde elites, onder theologen en inquisiteurs. “Er ontstond een nieuwe sekte binnen het Christendom, bestaande uit slechte mensen, mannen en vrouwen onder leiding van de duivel zelf”, aldus Castell. Een van de oudste documenten in Europa die verwijst naar gerechtelijke acties tegen heksen werd gevonden in Val d'Àneu (1424). ‘Boc de Biterna’ werd de duivel genoemd in de Spaanse Pyreneeën. Het was echter pas twee eeuwen later (begin 17e eeuw) dat de jacht zijn hoogtepunt bereikte in Catalonië. Die periode viel samen met een tijd van klimaatcrisis, epidemieën, kindersterfte, oogstverlies en armoede. Van hekserij beschuldigde vrouwen werden van al die malaise beschuldigd, zij waren de zondebok van die tijd. Destijds waren het de plaatselijke burgerlijke rechtbanken en niet de Heilige Inquisitie die de vrouwen vervolgden. De Inquisitie beperkte en reguleerde marteling officieel, in bergdorpen en kleine steden handelden okale machten (lekenrechters en publieksrechtbanken) naar willekeur en wreder.

Het voortduren ​​van de heksenjacht leidde tot de creatie van heksenjagers, de zogenaamde ‘endevinaires’; zelf vaak marginale personages. Deze mannen verdienden hun brood door van stad tot stad te trekken en te snoeven over hun vermogen om vermeende heksen op te sporen. Het waren duistere figuren die zichzelf soms tovenaars noemden. Ze meenden bijvoorbeeld dat zij een soort ‘kraaienpootjes’ konden detecteren op de rug van vrouwen die heksen waren. Dat  waren tekenen van de duivel. (Check maar eens goed in de spiegel!) Zij die als heksen werden beschouwd, waren vooral vrouwen die aan de rand van de samenleving leefden. Het ging vooral om vrouwen die geen echtgenoot hadden maar er waren ook slachtoffers met een ander profiel. Voor ieder van hen geldt dat ze niet in het prototype pasten in de macho- en vrouwonvriendelijke maatschappij.

Castells promotieonderzoek leidde tot een verzoek tot eerherstel voor de vrouwen die het in Catalonië overkwam. Hij stelde een map samen waarop ruim 700 vrouwen met naam en toenaam staan genoemd. Zijn verslag ging vergezeld van een manifest, ondertekend door meer dan honderd Spaanse historici, getiteld ‘Ze waren geen heksen, ze waren vrouwen’. Daarin wordt opgeroepen tot “het herstel van de herinnering aan onschuldige vrouwen, zonder vooroordelen of leugens”. 

Vooral het volgende fragment trok mijn aandacht. (Een aantal van jullie zal begrijpen waarom.) “Het is waar dat de duivel me naar Aiguafreda bracht” (provincie Barcelona). Dat bekende de 70-jarige weduwe Martí uiteindelijk - en al het andere dat haar vervolgers haar afdwongen op 28 juli 1620 in de gevangenis van Vic (Barcelona). Deze getuigenis werd onder marteling afgenomen. Men zette haar naakt op een bank en dwong haar te zeggen hoeveel jaar ze al heks was en de namen te onthullen van haar metgezellen. Martí weigerde aanvankelijk dapper. Ze lijkt te zijn bezweken aan een lange reeks martelingen. Ik bespaar je de gruwelijke details. Deze dagen zijn al erg genoeg. Señora Martí is een van de vele beschuldigden en veroordeelden van hekserij in Catalonië, vooral tijdens de buitengewoon intense heksenjacht die werd ontketend in de jaren 1616-1622.  

Overigens is heksenjacht geen verschijnsel uit het verre verleden. Een andere hoogleraar aan de universiteit van Sevilla, Adela Muñoz Paez, stelt dat er in de tweede helft van de 20ste eeuw in Tanzania heel veel vrouwen als heks werden aangemerkt. In Afrika, Midden-Amerika of Azië kan het adjectief `heks´ nog steeds tot een doodvonnis leiden!

In de afgelopen periode riep de feministische beweging in Spanje (en elders) op tot eerherstel voor deze ten onterechte vervolgde en vermoorde vrouwen. Heksen werden zelfs tot icoon gemaakt met de slogan “Wij zijn de kleindochters van de heksen die jullie niet konden verbranden”, populair geworden door de The Witches of BlackBrook van de Amerikaanse Tish Thawer. Het eerste boek uit deze driedelige serie verscheen in 2015 en gaat over de drie heksen Karina, Kara en Kenna. Ik las geen van haar boeken; dit is niet mijn genre. Maar heksenbloed stroomt door mijn aderen! 

Castell stelt een alternatieve versie voor, academischer en minder activistisch maar met hetzelfde motto: “statistisch gezien zijn wij de kleinkinderen van de mannen en vrouwen die hun buren als heksen brandmerkten, die valse geruchten verspreidden, die tegen hen getuigden in de processen en die tenslotte hun executies bijwoonden, met applaus". 

Na goedkeuring van het voorstel tot rehabilitatie (daarvoor is een meerderheid in het parlement aanwezig) zal aan Catalaanse gemeenteraden worden gevraagd enkele van de huidige straatnamen te vervangen door namen van vrouwen die slachtoffer waren van de heksenjacht. ¡Viva Calle Martí! Wij gaan samen op weg naar nummer 34.


woensdag 23 februari 2022

Leven in een gebrekkige democratie

2021 sloot ik af met een blog waarin ik de hoop uitsprak dat in 2022 “democratieën het wereldwijd zullen winnen van autocratieën, Rusland niet aan een oorlog in Europa begint, [..] onze kids in Bali het hele jaar weer naar school mogen gaan”. Aan het begin van dit nieuwe jaar, dat ik bestempelde als Jaar van Hoop en dat nog geen twee maanden oud is, staan deze wensen al zwaar onder druk.

Onlangs verscheen de Democratie Index 2021, een onderzoek dat de Intelligence Unit van The Economist jaarlijks doet. Daarin was te lezen dat mijn tweede Vaderland als enige Europese land afzakte naar de categorie Flawed Democracy, gebrekkige democratie. Ik moest even slikken. Deze beschrijving is van toepassing op landen waar verkiezingen weliswaar eerlijk en vrij zijn en de fundamentele burgerlijke vrijheden worden geëerbiedigd maar die andere problemen hebben. Dit soort landen heeft aanzienlijke tekortkomingen voor wat betreft andere democratische aspecten. Een onderontwikkelde politieke cultuur, lage niveaus van deelname aan de politiek en problemen met het functioneren van het bestuur. 

In de ranglijst van 2021 staat Spanje op de 24ste plek, achter Frankrijk en Israël. Een verslechtering van de Spaanse score (met 0.18 punten) was voldoende om het land te degraderen van volledige naar gebrekkige democratie. Spanje kwam dicht bij herclassificatie nadat de score eerder daalde in de nasleep van de Catalaanse onafhankelijkheidscrisis (2017). De centrale regering in Madrid nam destijds juridische maatregelen tegen Catalaanse politici die pro-onafhankelijkheid waren. Die maatregelen werden destijds bestempeld als ongrondwettelijk.

De degradatie van Spanje is vooral het gevolg van een verlaging van de score voor rechterlijke onafhankelijkheid. Dit houdt verband met politieke verdeeldheid over de benoeming van nieuwe magistraten in de Algemene Raad voor de Rechtspraak, het orgaan dat toezicht houdt op het gerechtelijk apparaat en is bedoeld om diens onafhankelijkheid te garanderen. De Raad werkt momenteel op een soort `caretaker´-basis want de ambtstermijn liep af in 2018. Sindsdien werd geen overeenstemming bereikt over de benoeming van nieuwe rechters. Elke benoeming heeft een drievijfde meerderheid nodig in het parlement en met de huidige politieke verdeeldheid lukte dat tot dusver niet. Meer in het algemeen heeft Spanje -inderdaad- last van toegenomen parlementaire fragmentatie, een litanie van corruptieschandalen en opkomend regionaal nationalisme in Catalonië. Die vormen een uitdaging voor het bestuur. Daarbij laten de schrijvers van het document het. 

Zelf vind ik het een bizar idee in een land te leven waar aan de democratie wordt gekabbeld. Temeer daar Spanje in de 20ste eeuw bittere jaren onder de Franco-dictatuur met alle daarbij behorende ontberingen gebukt ging. Het is geen Rusland, China of Libië maar er wordt wel degelijk aan de poten van de democratie gezaagd. Deze jonge democratie (de grondwet werd in 1978 ingevoerd) lijdt met name onder toenemende politieke spanningen. De structuur van autonome regio´s bewijst Spanje al jarenlang geen dienst. Elk van die regio´s heeft zijn eigen parlement en regering, met eigen politieke en economische belangen. Die sterk gedecentraliseerde situatie leidt tot versterkt regionalisme dat niet bijdraaagt aan de nationale cohesie in dit land. We kunnen dat de regering van Pedro Sanchez (PSOE) niet volledig in de schoenen schuiven maar feit is wel dat het sinds 2018 de verkeerde kant op gaat. Deze  linkse regering (na lange tijd van PP-bestuur) veroorzaakte een storm van kritiek van gefrustreerde politieke tegenstanders. Dat is tenminste mijn analyse...

Niet alleen is sprake van toegenomen politieke verdeeldheid, ook de opmars van de rechtsextreme politieke partij Vox zorgt voor de nodige binnenlandse onrust. Niet alleen bij mij. Deze partij roept ondere andere op tot racisme, xenofobie, anti-feminisme en anti-LGBT+. (Als buitenlandse lesbische feministe heb ik wat te vrezen!) Typisch extreemrechtse thema´s. Je vindt ze ook in de partijprogramma´s van Forum voor Democratie (Nederland), de Rassemblement national (Frankrijk) en de nóg radicalere Franse presidentskandidaat Eric Zémmour, Alternative für Deutschland, Fidez (Hongarije), PiS (Polen) en niet te vergeten: de Verenigde Staten van Trump. 

In aanloop naar de vervroegde regionale verkiezingen in Castillo y Léon van 13 februari j.l. ging de Partido Popular -ooit een nette, gematigde Volkspartij- een samenwerkingsverband aan met Vox om zo de meerderheid in het bestuur te behalen. Een verbond met de duivel, wat mij betreft. Vox, de partij van Santiago Abascal, hanteert chaos als politiek verdienmodel. De PP behaalde daar nauwelijks meer stemmen dan in voorgaande verkiezingen maar het plan lukte nipt. Daarmee lijkt het de eerste extreemrechtse vice-president in een Spaanse autonome regio te gaan legitimeren. Een zwarte dag voor het land. De Spaanse media stonden er bol van maar er was geen Europese krant die er aandacht aan besteedde…

En ook de corruptieschandalen blijven dit land teisteren. In Murcia hebben we het voortslepende onderzoek naar de schuldigen van de decennialange vervuiling van Mar Menor, Europa´s enige binnenzee. Binnenkort staan er weer regionale en lokale bestuurders voor de rechters. Een nieuw schandaal in Andalusië kondigde zich onlangs aan. Daar hebben bestuurders van PP en Vox het plan om illegale waterputten op omliggende landbouwgebieden bij natuurgebied Doñana -net als de Oostvaardersplassen in Nederland een Natura2000-gebied- te legaliseren; een actie waarvoor de Europese Unie Spanje eerder op de vingers tikte. Daar zie je het weer: de nationale regering wil het tegenhouden maar de PP-leiders van de regio niet. 

Het aantal volledige democratieën in de wereld daalde in 2020 van 23 en naar 21 in 2021; dat komt neer op 12.6% van de landen wereldwijd. Het aantal volledige democratieën in Europa daalde van 13 in 2020 naar 12 in 2021. Het aantal gebrekkige democratieën in de wereld steeg met één tot 53. Zij vormen met elkaar 31.7% van alle landen. Van de overige 93 landen in deze index zijn er 59 autoritaire regimes (ofwel 35.3%), tegenover 57 in 2020. De 34 landen die classificeerden als hybride regimes, toonden een daling van een ten opzicht van 2020.

Volgens de maatstaf van The Economist leeft nu minder dan de helft van de wereldbevolking (45.7%) in een meer of mindere vorm van democratie, een significante daling ten opzichte van 2020 (49.4%). Een nog veel lager percentage (6.4%) woont in een volledige democratie; dit daalde van 8.4% in 2020 nadat Chili en Spanje werden gedegradeerd tot gebrekkige democratieën. Meer dan eenderde van de wereldbevolking (37.1%) leeft thans onder een min of meer autoritair bewind. Daarin draagt vooral het autocratische China bij. 

De Nordics (Noorwegen, Finland, Zweden, IJsland en Denemarken) domineren de top van de Democracy Index 2021. Noorwegen staat opnieuw op nummer één dankzij de zeer hoge scores voor verkiezingsproces en pluralisme, politieke participatie en burgerlijke vrijheden. Dat zal onze kennissen en buurtgenoten Bodil en Asbjörn deugd doen. Landen in West-Europa zijn goed voor zeven van de Top10-plaatsen in de wereldwijde democratieranglijst en twaalf van de 21 landen die classificeerden als volledige democratieën.

2020 was ondanks de pandemie een relatief goed jaar voor democratieën in Azië. Toen bracht het drie volledige democratieën voort: Japan, Zuid-Korea en Taiwan. 2021 gaf echter een ommekeer te zien, niet voor genoemde landen maar door twee dramatische downgrades. De totale score van Afghanistan daalde van een toch al zeer lage 2.85 (2020) naar 0.32 in 2021. Het land zakte 28 plaatsen en verdrong Noord-Korea van de laatste plek. De terugkeer van de Taliban is de oorzaak. Het land wordt in de onderste regionen van de lijst vergezeld door Myanmar. Ook de score van dat land daalde steil: van 3.04 in 2020 naar 1.02 in 2021; een daling van 31 plaatsen naar de 166e positie op de ranglijst. 

Daarentegen behoorde Indonesië in 2021 tot een van de opmerkelijkste stijgers; het land kroop naar de 52ste plaats -in dezelfde categorie als Spanje al kleurt de Indonesische archipel nog wel lichter op de kaart. De stijging heeft het land vooral te danken aan een uitspraak van de rechterlijke macht die aantoonde dat er een sterke mate is van rechterlijke onafhankelijkheid ten opzichte van regeringsvoorstellen. Toen een pakket arbeidshervormingen onwettig werd verklaard, bracht president Widodo een ​​breed scala aan politieke groeperingen, leden van kleine politieke partijen, voormalige militairen en religieuze personen samen om te zoeken naar een compromis. 

De wereldwijde democratie verkeert al een tijdje niet in goede gezondheid. In 2021 werd de veerkracht ervan verder op de proef gesteld door de voortdurende coronapandemie. Opnieuw werd een somber record gevestigd sinds het begin van deze meting. En die enge Poetin gaat inmiddels steeds verder in zijn oorlogsdreiging in Oekraïne... 


zondag 20 februari 2022

Yilin, de grootste Nederlandse winterolympiër

Vandaag eindigen de Olympische Winterspelen in Peking. 41 Nederlandse deelnemers reisden naar de Chinese hoofdstad af en gingen daar strijden in zeven van de 15 sportdisciplines. De schaatsers vormden de grootste groep: negen mannen en negen vrouwen. Voor vertrek werd door menig sportcommentator en -liefhebber in Nederland verkondigd dat onze sporters daar met elkaar de medailles zouden gaan verdelen. Hoogmoed? Zelfoverschatting? Een aantal van hen was inderdaad medaillekandidaat en zelfs titelverdediger maar zelf vond ik die uitspraken nogal kras. Ik herken daarin het “diepgewortelde rooskleurige nationale zelfbeeld” waarover afgelopen week, in een heel andere context, werd geschreven...  

Nederland eindigde tijdens deze Spelen op de zesde plaats, met acht gouden, vijf zilveren en vier bronzen medailles; 17 in totaal. Daarmee werd het recordaantal gouden plakken van de Winterspelen in PyeongChang (2018) geëvenaard. Maar toen wonnen 33 Nederlandse deelnemers 20 medailles en eindigde we als vijfde land. Ik denk dat we daarom kunnen vaststellen dat de medaillespiegel van dit jaar tegenvalt. De sportvrouwen deden het in Beijing over de hele breedte veel beter dan hun mannelijke collega´s. De Nederlandse vrouwen eindigden qua gouden medailles bovenaan de Olympische medaillespiegel. Boven de VS en Zweden. 

Wat ik groots vond, was het optreden van de 35-jarige schaatster Yilin Weisite. Nooit van gehoord? Zo werd de naam van Ireen Wüst op zijn Mandarijns uitgesproken. Dit waren haar vijfde Olympische Spelen, ze was titelverdedigster op de 1.500m. Tijdens die rit zette ze een tandje bij en behaalde een moeilijk te overtreffen record: nóg een gouden plak op deze afstand. Nummer zes. Joehoe! Ik zat erbij en keek ernaar, met natte ogen. Een perfect gereden race, grotendeels met de handen op de rug. Daarmee vestigde ze bovendien een Olympisch record. Ze bleek bijna een halve seconde sneller dan haar grote Japanse rivale en wereldrecordhoudster Miho Takagi. De tv-commentator zei “Amerika heeft Wonder Woman maar wij hebben Wonder Wüst”. En zo is het.

Wüst kwam van ver. In de afgelopen anderhalf jaar won ze geen enkele prijs op individuele nummers; geen wereldtitel, geen Europees goud, geen Nederlands kampioenschap, ze won niet eens een wereldbekerwedstrijd. Ze wist echter op het juiste moment te pieken. Naar verluidt zijn het de Olympische ringen die een oerkracht in haar opwekken. Het olympisch vuur dat in haar ontvlamde, maakte haar op deze afstand ongenaakbaar. 

Na deze opmerkelijke overwinning was er een interview met NOS-sportverslaggever Bert Maalderink. Die twee kennen elkaar al tenminste 16 jaar en kennelijk kunnen ze goed met elkaar door de bocht, om in schaatstermen te blijven. Dat is weleens anders, denk aan de wrevel die ontstond bij menig interview met Louis van Gaal, Marco van Basten en Dick Advocaat. Geen van hen kon goed overweg met Bijdehante Bert… 

In het interview met Wüst na haar allereerste gouden medaille in Turijn in 2006, had ze kennelijk gezegd “Ongelofelijk, hè Bert?!” Met gevoel voor geschiedenis herhaalde ze die uitspraak nu tegenover dezelfde interviewer. Maalderink stemde ermee in. Overigens was hij de enige sportverslaggever die voor aanvang van deze Spelen stelde dat het aantal medailles weleens zou kunnen tegenvallen. 

Ook ik ben fan van Wüst maar dacht weinig met haar gemeen te hebben (al zijn we beiden van de vrouwenliefde). Zij is een topschaatster, in mijn jeugd stond ik ook op het ijs zodra het dik genoeg was -een enkele keer te vroeg- maar werd nooit een fanatiek wintersporter. Schaatsen is en blijft een prachtige sport, wat mij betreft. 

Het interview van Maalderink met Wüst verliep emotioneler dan verwacht. Na de blijdschap over de sportieve prestatie sprak ze over het grote gemis van haar hartsvriendin en oud-ploeggenoot Paulien van Deutekom. En daar kwamen de tranen die ook mijn keel dichtknepen. Als Van Deutekom nog had geleefd, hadden ze op dat moment gillend met elkaar aan de telefoon gehangen, aldus de gelauwerde sportvrouw. Misschien zou Paulien een feestje vieren “daarboven”? Met mijn vriendin Nelly was het net zo, wij deden net zo. Samen uitbundig vieren als er iets viel te vieren. Dat verstomde. 

Kanker is al jarenlang de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen. In Nederland overlijden meer vrouwen aan longkanker dan aan borstkanker. Van Deutekom overleed op 2 januari 2019, veel te jong, aan de gevolgen van uitgezaaide longkanker. Nelly overleed op 2 januari 2009, veel te vroeg, aan de gevolgen van dezelfde rotziekte. Beiden waren niet-rokers, doorzetters en levensgenieters. Beiden mooie vrouwen. In die laatste fase van hun leven in behandeling bij hetzelfde medisch expertisecentrum. Beiden nu met hun verstilde aanwezigheid op het internet... Ze worden nog dagelijks gemist. 

Na het overlijden van Paulien richtten haar echtgenoot en haar voormalig schaatsteam (team Nuis) de Paulien van Deutekom Foundation op. Hiermee halen ze geld op voor onderzoek naar longkanker. Paulien werd in het Amsterdam UMC behandeld. Daar doen ze sindsdien de PAULIEN-studie, die mede financieel mogelijk wordt gemaakt door deze Foundation. In die studie onderzoeken specialisten het effect van de toevoeging van chemotherapie aan de behandeling met immunotherapie, voor patiënten met niet-kleincellig longkanker. Dit doen ze in een populatie van patiënten met een zogenaamde hoge tumorlast, waarbij er een grote massa in de longen en meerdere uitzaaiingen zijn. Jaarlijks krijgen in Nederland meer dan 13.000 patiënten de diagnose longkanker. Daarvan is niet-kleincellig longkanker de grootste groep (85%). Bij het overgrote deel van de mensen bij wie deze diagnose wordt gesteld, zijn er uitzaaiingen. Het geld van die foundation wordt dus goed besteed.  

De Winterspelen van Beijing zijn ten einde. Bing Dwen Dwen kan weer de boom in! Deze jaargang van de Olympische Spelen wordt nu al de ‘Horror Games’ genoemd en dat is niet vanwege een tegenvallend aantal medailles. Ook niet vanwege het gebruik van kunstsneeuw overal. Dit waren de Spelen van de censuur van de Chinese overheid, van de blik op de onmenselijke aanpak van de Chinese sportbond, van vrieskou en onnodig harde quarantaineregels voor deelnemende sporters. Dit is ook het land van de autocratie, van miljoenen Oeigoeren in heropvoedingsprogramma´s en interneringskampen, van ontvoerde jonge meisjes en vrouwen die als broedmachines worden verhandeld. Tja. Het zou goed zijn als meer sporters zich tegen mensenrechtenschendingen en onrecht uitspreken. Het IOC moet maar eens stoppen met het verkiezen van dit soort besmette landen als gastland. Moraal en geld lopen niet in dezelfde sportschoenen!

Wüst gaat tevreden naar huis al kreeg niet elk optreden een gouden randje. (Een bronzen medaille in de ploegenachtervolging en geen eremetaal op de 1.000m). Ze hangt haar professionele schaatsen aan de wilgen, nog éénmaal zal ze haar favoriete afstand rijden op Nederlandse bodem (Heerenveen, 12 maart). Dan zal de tribune weer vol zitten met fans en kan ze waardig afscheid nemen. Voor de goede orde: er zijn geen kaarten meer verkrijgbaar voor deze huldigings- c.q.  afscheidsceremonie. Daarna is het tijd voor een nieuw leven. Deze Golden Girl gaat deze zomer trouwen met haar liefje en medesportvrouw Letitia de Jong.

Het mooie nieuws is ook dat de nieuwe Wüst reeds opstond: schaatsster Irene Schouten (29) was de grootste Nederlandse winnares in Beijing, met drie gouden medailles en een bronzen plak. Met haar gaan we nog veel ijspret beleven!

 

woensdag 16 februari 2022

Leer je geschiedenis, begrijp het heden

Geschiedenis vond ik op de lagere en middelbare school altijd een leuk vak. Een jaar op de middelbare kregen we geschiedenisles van een vrouw die was geboren in Joegoslavië. Ze had pikzwart haar, reikte tot mijn oksels en sprak Nederlands met een zwaar accent. We plaagden haar met haar uitspraak. (Ja, adolescenten kunnen wreed zijn.) We kregen in die tijd een stageaire die later haar stem als historica zou laten klinken in het publieke debat. Als jong volwassene trok ik een tijdje op met iemand die nu hoogleraar Politieke geschiedenis is. Jaren later studeerde ik zelf af op Holocaustliteratuur. Ik lees nog steeds veel over Europa´s koloniale verleden en de VOC, de onafhankelijksheidsoorlog van Indonesië, de Holocaust en de Spaanse Burgeroorlog. Thema´s waarover ik nooit uitgelezen raak, eerlijk gezegd... Kortom: het vak geschiedenis verliet mij nooit. 

Een commissie onder leiding van D66-senator Paul Schnabel bracht vorig jaar een advies uit over het Nederlandse onderwijs van de toekomst. Voor het vak geschiedenis lijkt op de lagere en middelbare school in dat advies geen plaats meer. Het kerncurriculum moet tenminste bestaan uit de vaste onderdelen Nederlands, Engels, rekenvaardigheid (inclusief wiskunde), digitale geletterdheid en burgerschap. Daarnaast werden er drie zogenaamde leerdomeinen geformuleerd die de leerling van de toekomst in staat moeten stellen “de wereld te begrijpen”: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie en Taal & Cultuur. Het vak geschiedenis zou dan uit het standaardaanbod verdwijnen. Leerlingen krijgen nog wel historische kennis overgedragen maar het vak zelf wordt geïntegreerd in andere vakken. Geen goede ontwikkeling, wat mij betreft. 

Leer de geschiedenis, begrijp het heden. Daar gaat het ook om in Het verhaal van Nederland, de nieuwe 10-delige NTR-serie die vanaf begin februari op de Nederlandse tv is te zien. Het verhaal van gouden bergen en zwarte bladzijden. Het vertelt wie we zijn en hoe we zo zijn geworden. Een verhaal over strijd en verzoening, over vroeger en nu. 

Onze verre voorouders, die van alle hedendaagse Nederlanders, kwamen van de Russisch-Oekraïense steppe. Wie had dat kunnen bedenken?! Dat gegeven tekende ik op uit de mond van acteur Daan Schuurmans, de alwetend verteller van het programma. Deze tv-serie is gebaseerd op het Deense format ‘Historien om Danmark’ dat in 2017 in het buurland werd uitgezonden. Inmiddels ging ‘Het verhaal van…’ in meer landen in productie (maar niet in Spanje). De makers van de Nederlandse serie werkten er bijna drie jaar aan. De serie heeft een nieuw concept dat mij boeit: een combinatie van geënsceneerd drama, geschiedenis èn educatie. 

De eerste aflevering ging over het bestaan van jager-verzamelaars en boeren op Hollandse bodem, de tweede over de komst van de Romeinen en de opstand van de Germanen. Voor de goede orde: onze voorouders werden door de Romeinen  ‘barbaren’ genoemd, naar hun onverstaanbare gebrabbel. Zij vonden hen een asociaal volk dat zich niet wilde aanpassen. Mannen, vrouwen en kinderen werden met speren en zwaarden doorklieft, menig Germaans volk werd uit de geschiedenis gewist. Genocide in het land van Maas en Waal... Vanwege die bloederigheid boeide aflevering 2 mij minder. Deze serie heeft wekelijks een miljoenenpubliek aan kijkers en dat is goed nieuws. 

Wat mij met name boeide in de eerste aflevering was de boodschap dat we 95% van ons DNA gemeen hebben met leden van het Yamna- of Jamnavolk; in deze aflevering als groep Yamnaya genoemd. Mensen met een lichte huid en lichte ogen. Kenmerkend voor hun cultuur waren de kuilgraven, ook wel steenkisten genoemd. Yamna betekent 'gat' in het Oekraïens en Russisch, verwijzend naar de graven waarin men hun doden begroef. In een groot deel van Europa liggen duizenden grafheuvels met kuilgraven, ook op Nederlands grondgebied. De oudste steenkisten uit deze periode (de periode waarin hunebedden werden gebouwd), liggen in het noorden van Nederland. Hunebedden zijn collectieve graven boven de grond, steenkisten zijn graven in de aarde, bestemd voor een of twee personen. Een constructie in Friesland (Rijs) die als hunebed werd bestempeld, bleek bij nader inzien een steenkist te zijn. 

Deze tamelijk ontwikkelde herders lieten hun sporen ook na in het genoom van bijna alle hedendaagse Europeanen. Over hen wilde ik meer lezen. Ik zocht en zocht maar vond weinig in het Nederlands. Wel trof ik een zeer lezenswaardig artikel over hen aan in de Spaanse krant El País. En wat blijkt? Ook de Spanjaarden kregen de Jamna over de vloer! 

Meer dan 5.000 jaar geleden reed diezelfde nomadische groep vanuit Oost-Europa naar alle delen van het Europese continent om die te veroveren. Ze brachten innovatieve nieuwe technieken met zich mee waardoor ze snel landen konden bezetten: karren op wielen, getrokken door paarden. Dit stelde hen in staat om grote afstanden af ​​te leggen met grote hoeveelheden bagage en voorraden, wat hen een cruciaal voordeel gaf ten opzichte van andere volkeren in dat gebied. 

Meer dan 4.500 jaar geleden bereikten de afstammelingen van dit volk het Iberisch schiereiland. Bij hun invasie vermengden zij zich niet alleen met de bevolking maar zorgden er ook voor dat alle inheemse mannen van de aardbodem verdwenen in sommige delen van Europa, zoals het Iberisch schiereiland. "De botsing van deze twee populaties was niet vriendelijk; de mannen die arriveerden verdrongen de inheemse mannen bijna volledig", aldus David Reich, populatie- en evolutionair geneticus aan de Harvard Medical School en hoofd van een onderzoeksteam van internationale wetenschappers. 

De komst van deze vijandige indringers naar Spanje en Portugal had "een snelle en diepe genetische impact". Volgens de Spaanse historicus Íñigo Olalde hadden de daaropvolgende populaties tijdens de bronstijd 40% van hun DNA en 100% van hun Y-chromosomen van deze migranten. (Mannen hebben één Y-chromosoom, vrouwen hebben twee X-chromosomen.) Aangezien jongens het Y-chromosoom van hun vader erven, betekent dit dat de mannen die arriveerden "voortdurend preferentiële toegang hadden tot lokale vrouwen", aldus Reich. De Yamnaya die het Iberisch schiereiland veroverden, hadden bruine ogen, een prominente neus, een sterk hellend voorhoofd en opvallende wenkbrauwen. 

Gezien het feit dat de Yamna als volk van strijders wordt afgeschilderd, deed dat ook het ergste vrezen voor die vrouwen. Letterlijk grensoverschrijdend seksueel wangedrag… De indringers werden de enigen die nakomelingen nalieten, nadat ze zich hadden vermengd met Iberische vrouwen. Ik las dat die veroveringen inderdaad met geweld gepaard gingen, waarbij steppepopulaties Iberische mannen doodden of tot slaaf maakten en de vrouwen als hun eigendom namen. Ook die werden vaak tot slaaf gemaakt.

De studie waarbij het DNA van de overblijfselen van 153 individuen werden onderzocht die op het Iberisch schiereiland werden opgegraven, werd gepubliceerd in een van de belangrijkste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld. Een aantal jaren daarvoor suggereerde een ander onderzoeksteam onder leiding van Reich dat Indo-Europese talen (Slavische, Romaanse en Germaanse talen) -de taalfamilie waartoe de meeste Europese talen behoren- zich via dezelfde cultuur en hun nakomelingen ontwikkelden.

De prehistoricus Roberto Risch van de Autonome Universiteit van Barcelona ​​vertelde aan Spaanse krant El País dat de vondsten van de opgraving in La Bastida de Totana (zuidoosten van de regio Murcia) "een grote verrassing" opleverden. Het bleek te gaan om een grafheuvel die een hiërarchische samenleving onthulde. Die brak met het oude egalitarisme van de vroeg-neolithische periode. Het was de oudste vondst van een nieuwe cultuur op Spaans grondgebied. "We realiseerden ons dat het Iberisch schiereiland niet alleen werd gekoloniseerd door de eerste neolithische migratiegolf van 9.000 of 8.000 jaren geleden maar ook door een latere, die een heel andere cultuur met zich meebracht". Er waren oorlogsbijlen en karren met vier wielen te vinden in aardlagen die 4.500 jaar oud zijn. “Vanaf dat moment waren bijna alle mannengraven gevuld met wapens, versieringen en vertoon van rijkdom.” (Hieruit kwam later de El Algar-cultuur voort.) 

Iedere in geschiedenis geïnteresseerde persoon weet dat de komst van Homo Sapiens in Europa circa 45.000 jaar geleden uiteindelijk de teloorgang van de Neanderthaler betekende. De beter aangepaste menssoorten prevaleerden. Verschillende mensenrassen wedijverden met elkaar om hun erfenis te bestendigen en hun genetica door te geven aan toekomstige generaties. Wat nu bekend staat als het 'Europese ras' is een mengsel van drie vroegere populaties van jagers-verzamelaars die in golven naar Europa kwamen.  

Aflevering 3 van Het verhaal van Nederland is vanavond te zien (20.35 uur op NPO 1) en heeft als onderwerp Friezen (Germaans volk, heidenen, uit het noorden) en Franken (christelijk, uit het zuiden) die in de vroege middeleeuwen het kustgebied van Nederland bewonen. Veel kijkplezier!



zaterdag 12 februari 2022

Van bloeiend hart naar bloedend hart

We gingen afgelopen week weer een dagje op pad om bloeiende amandelbomen te zien. Eigenlijk was het de tweede poging, de eerste verliep nogal treurig. (Tientallen industrieterreinen, nauwelijks bloesem en gesteggel onderweg.) Mijn liefje gebruikte deze keer een gloedvol artikel over de Vall de Pop, een kleine vallei in het Alecantijnse achterland, op ruim twee uur rijden van ons huis. Een diepte-investering als je de prijs van een volle tank beseft. Op dat traject zou je in de maand februari tenminste 18km bloesem kunnen zien, rijdend en lopend. Dat sprak ons aan.

Zoals altijd bereidde zij de route voor en kroop ik achter het stuur. We begonnen op de AP-7 om het drukste vrachtwagenverkeer te ontlopen. Daarna reden we via de A-7 om de stad Alcoy heen om via de beschreven route de vallei binnen te komen. Daarna reden we door naar Castell de Castells en vervolgens langs de CV-720 richting Parcent en Alcalalí, het epicentrum van de amandelbloesem aldaar. Die route was smal maar prachtig, langs glooiende dalen en fraaie pieken. Er waren echter weinig uitgestrekte amandelvelden in bloei te zien. Hier en daar troffen we plukjes bomen, gehuld in wit, licht- en donkerroze. Maar mij hoorde je niet mopperen na de vorige keer! 

De aangeprezen 18 kilometers amandelbloesempracht waren een deceptie. Er was nauwelijks bloesem te zien. Wel veel jonge aanplant van olijf- en sinaasappelbomen. We reden langzaam door naar het ‘Ecoparc’ van Alcalalí -de eufemistische aanduiding voor de gemeentelijke afvalverzamelplaats- en liepen van daaruit naar de achterliggende bloesemvelden. Eerst kwamen we langs een hoger gelegen uitkijkpunt waarvan ik niet begreep waarom het zo heette. Er was namelijk niets te zien. Daarna liepen we over een ongemakkelijk pad met keien  (de drooggevallen rivier) richting de amandelbomenvelden. Die waren beperkt in omvang, aardig van kleur maar zeker niet overweldigend. Ik maakte enkele vergezichtfoto´s die goed uitpakten. Op die wandelroute kwamen we overigens veel Nederlanders en Belgen tegen. We liepen terug naar de parkeerplaats via het rolstoelpad (!). Kilometers lang, stijgend en dalend, uiteindelijk ook nog via een smalle strook langs de openbare weg. We vroegen ons af wat hier aan de hand was?

De volgende dag vond ik het antwoord op het web. De amandelbloesempracht van Alcalalí, het hart van dit gebied, werd tenietgedaan door ‘Xylella fastidiosa’, een bacterie die heel veel bomen uitroeide. Het zou gaan om 2.245 hectares aan amandelboomvelden; dat komt neer op 22.450.000m2, een gebied groter dan Nederland. Tenminste 26 van de 33 gemeenten die deel uitmaken van de Marina Alta werden volledig getroffen door de bacterie. 157.000 amandelbomen moesten worden gekapt, alleen al in Alcalí. Op een regiokaart met besmettingen zag ik deze bacterie en een ondersoort (multiplex) als gele stippen op een geelbuikvuurpad. Giftig! De bacterie verspreidde zich in Europa vooral langs de Middellandse Zee en aan de westkust van Portugal. Ook moest ik denken aan een onderzoek van Yale University uit 2015. Men deed onderzoek naar het totaal aantal bomen op aarde. Dat waren er destijds 3 biljoen 40 miljard 288 miljoen 194 duizend en 283 wereldwijd. Dat zijn er inmiddels heel veel minder, helaas.

Xylella fastidiosa is een bacterie zonder remedie, die honderden plantensoorten aantast, zowel in de bosbouw als in de landbouw; waaronder de amandel. De bacterie wordt overgedragen door vectorinsecten, vooral xyleemzuigende cicaden. Xyleem is een watertransporterende cel in een boom. De bacterie produceert een soort trombose in de vaten van bomen, waardoor de sapstroom wordt belemmerd. Symptomen zijn de verbranding van bladeren en scheuten en wijdverbreide uitdroging van de boom, wat overeenkomt met een gebrek aan water of voedingsstoffen. Deze besmetting wordt wel de ‘Gouden dood’ genoemd vanwege de gele verkleuring. Kasian. 

Om xylella te bestrijden, lanceerde het bestuur van de autonome regio Valencia een rampenplan, in navolging van een Europese richtlijn. De eerste uitbraak in Europa vond in 2013 in Italië plaats. De eerste uitbraak in Spanje werd in 2017 in Alcalalí geconstateerd. Op dat moment begon men daar met een uitroeiingsprogramma van de bacterie. Alle geïnfecteerde planten en bomen binnen een straal van 100m die vatbaar bleken voor de bacterie, werden verwijderd en vernietigd; of ze nu ziek waren of niet. De insecten die de ziekteverwekker dragen (een sprinkhanensoort) pendelen tussen boomgaarden en dennenbossen van deze regio. Er kwam ook een verbod op herbeplanting van de getroffen velden, voor tenminste vijf jaar. Het programma heeft rampzalige gevolgen voor Alcalalí, nu het bloedend hart van de vallei van Pop. Honderden amandelboomgaarden in volle productie werden ontworteld en tienduizenden bomen vernietigd, waardoor de toch al kwetsbare situatie van de sector ernstig verslechterde. 

Wetenschappers ontdekten echter dat de insecten met hun ziekteverwekker zich in 35 dagen meer dan 2.4 km kunnen verplaatsen dus de maatregel van 100m moest worden heroverwogen. De Europese Commissie werkte daarop aan een wijziging van de criteria in het protocol vanwege de enorme economische schade en een negatieve impact van het ruimen van amandelvelden op het milieu (bodemerosie). Het uitroeiingsgebied werd gereduceerd van 100 naar 50 meter rondom een geïnfecteerde boom en het nieuwe protocol maakte herplanting van bomen mogelijk in getroffen gebieden die tenminste twee jaar vrij zijn van de ziekteverwekker. Lokale landbouwers van Alcalalí boden zich inmiddels bij het Ministerie van Landbouw aan als de ideale plek om ervaringen te testen met de herintroductie van de amandelteelt die tolerant is voor de plaag. Met traditionele landbouw, ecologisch, zonder bestrijdingsmiddelen. Het herstel van de teelt is van vitaal belang. 

Dat verklaart alles. Mijn hart bloedt voor de landbouwers in deze streek. Ineens kregen de beelden van grijsachtige bomen, gekapte boomstronken en houtsnippers op de velden betekenis (teloorgang). De jonge aanplant van sinaasappelbomen en olijfbomen in die omgeving evenzeer (economisch overleven). Net als de vele spectaculaire foto´s van amandelbloesem die in het dorp hingen: vergane glorie. ¡Wat een drama! 

Deel twee voerde ons over de Coll de Rates, vooral geliefd bij fietsers. Je kunt deze heuvel daarom beter de Col de Reetjes noemen. Nog nooit zat ik zo lang in de slipstream van zoveel rennerskonten! De piek ligt op ruim 600 meter hoogte. (We reden die dag op grotere hoogten.) Op een traject van zes kilometer klim je 350m. De eerste vier kilometers van dit parcours zijn erg bochtig en hebben een stijgingspercentage van 8%. Echt iets voor die-hards op twee wielen. 

Vanaf de top heb je prachtig zicht op de vallei en kijk je op het stadje Parcent. We kwamen er professionele wielrenners met volgauto tegen van teams Jumbo Visma en Lotto Soudal. Er waren op sommige trajecten haarspeldbochten waaraan geen einde leek te komen. Vanaf de Coll staken we de berg over. Ook die route was prachtig, op een weinig gebruikte weg die door het landschap slingert. We genoten ook van het uitzicht op de Serella- en Aixorta-pieken en op enkele amandelboomterrassen in de verte, met lichte tinten. Verder op de route trof ik uitgestrekte nisperovelden, afgeschermd door plastic. Deze vruchten, nispels, komen later in het jaar op de markt. Ondanks de teleurstelling van de dag en de schok die erop volgde, had ik deze excursie voor geen goud willen missen.


dinsdag 8 februari 2022

Vrede op aarde

Het is vandaag de verjaardag van onze nummer 2 van Bali. Het gaat om Damai (dat betekent ‘vrede’ in Bahasa Indonesia) en hij werd 11 jaar. Het gaat hem niet hard genoeg, hij probeerde ons er onlangs van te overtuigen dat hij 12 jaar ging worden maar daar trappen wij, zijn nenek kulit putih -zijn surrogaatoma´s met de witte huid- niet in. We kennen hem immers al zijn hele leven. We maakten alles met hem mee, behalve zijn conceptie!

Hij was een mooie baby. Van zijn ouders kreeg hij een combinatie van onze voornamen mee als tweede roepnaam: ‘Margita’. De holy man die de driemaandenceremonie -een belangrijke traditie voor elke Hindoebaby- leidde, struikelde voortdurend over die naam. Mijn liefje zat een groot deel van die hele dag met hem in haar armen. (Wij woonden zelf nog aan de Balizee.) Tijdens zijn geboortejaar vierden we zijn eerste zwemles (hij wou niet meer uit het bad en werd de beste zwemmer van de familie), het begin van zijn vriendschap met mijn pluche pinguïn, de ontdekking van twee copulerende atlasvlinders in onze tropische tuin, de 60ste verjaardag van mijn liefje en veel meer. Een memorabel jaar.

Damai is bij tijd en wijle een paljas en altijd een creatieveling (tekenen & schilderen, dansen en muziek maken). Hij houdt ervan zijn haar lang te dragen, van Japanse Manga, TikTok, lezen, zijn fiets en zijn twee broers en zusje. Gelukkig houdt hij ook van ons. Hij heeft een Indonesisch correspondentievriendinnetje, genaamd Clara. Ze duikt regelmatig op in zijn artistieke filmpjes. Zij verhuisde onlangs met haar ouders van Sulawesi naar midden-Java. Volgens Damai´s grote broer Yuda is dat om dichter bij Damai te zijn. Pesten is van alle culturen en alle tijden! Kortom: een innemende knul.

Op de peuterschool zei een juf of meester dat Damai altijd als eerste zijn vinger opstak als er in de klas een vraag werd gesteld. Of hij het antwoord nu wist of niet. Als hij maar werd opgemerkt… Zoiets kan hij nog steeds doen. Toen wij de beide niet-naar-schoolgaande jongens (tijdens hun ellenlange lockdown) wekelijks bezighielden met een algemene kennisquiz via Whatsappvideo, hoorde ik hem in zijn moedertaal vaak vragen om hulp van zijn grote broer, terwijl hij de vraag begreep, het Engels en het antwoord zelf paraat had. Hij wil zó graag van alles, is ongeduldig en leergierig tegelijkertijd. Al op jonge leeftijd hield hij van verzorgde kleding en daarin is hij een tegenpool van zijn relaxte grote broer. Voor hem geen t-shirts maar blouses en polo´s. We noemden hem daarom al vroeg ‘bupati kecil’, de kleine burgemeester. Ook dat typeert dit mannetje. 

Met een handjevol Nederlandse vrienden, oude bekenden van de jarige en Yuda, vormden we een fondsje dat we naar Damai & Co overmaakten. Normaliter vliegt er een goedgevulde verjaardagsdoos die kant op maar vanwege de pandemie zit daar al twee jaar de klad in. (Er was tot op heden geen vliegverkeer tussen Europa en Bali.) Damai kocht van zijn geld onder andere een boek en een nieuwe rugzak. Vandaag nodigt hij schoolvriendjes uit die zijn verjaardag komen meevieren. Op zijn verzoek gaat moeder Elsa een extra feestelijk avondmaal voor het gezin bereiden. Met nasi kuning, gele rijst die bij dit soort feestelijkheden hoort. We konden horen dat hij zich daarop verheugt.  

Op 5 februari gingen op Bali de grenzen weer open voor buitenlandse bezoekers en sinds die dag zitten onze schoolgaande jongens weer thuis, met Zoom-thuisonderwijs. Aduh! Ook de omikronvariant landde op het eiland van de Goden. Daarom sloten de lagere en middelbare scholen hun deuren wederom voor onbepaalde tijd. (Ze zaten net weer twee weken in de schoolbanken.) Kasian. 

We houden van hem en wensten hem vanmorgen alle goeds toe voor het nieuwe levensjaar. Selamat hari ulang tahun, Damai sayang.


donderdag 3 februari 2022

Words matter

Eerder deze week las ik in de Volkskrant een ingezonden lezersbrief over de term ‘tot slaaf gemaakte’ versus ‘slaaf’. De schrijver, een man uit Utrecht, vond de wijziging onzin van de woke-beweging. Hij schreef dat de vervanging van het woord door een minizinnetje geen verbetering was voor onze onderlinge communicatie. Hij noemde dat een politiek machtsgreepje. En veel van die greepjes zouden de wurggreep maken waarmee woke mensen de cultuur bij de strot hebben. (Aldus de briefschrijver.) Hij meende dat daar de huidige polarisatie vandaankomt. 

Het primaire doel van het veranderen van dit soort terminologie is niet per se om intermenselijke communicatie te bevorderen al is dat mooi meegenomen. Nee, het gaat om inclusiviteit; taal mag mensen nooit uitsluiten. ‘Slaaf is geen zelfstandig naamwoord zoals vrouw of kind; het woord heeft per definitie een negatieve connotatie. Slaaf ben je niet als je wordt geboren, slaaf word je gemaakt. (Al waren er kinderen die als slaaf werden geboren als hun moeder slavin was tijdens de bevalling.) De langere versie van het woord geeft duidelijk aan dat er sprake is van machtsmisbruik. Persoon X maakte een medemens tot zijn of haar slaaf; tot een ondergeschikte, een tweederangsburger. Zelf heb ik daarom geen moeite met het begrip tot slaaf gemaakte’. Het is beter. Daarnaast  viel mij het gebruik van de verkleinwoorden in de brief op.

Op 11 februari a.s. opent een grote tentoonstelling in het Amsterdamse Rijksmuseum, getiteld Revolusi! Indonesië onafhankelijk’. (Die loopt t/m 5 juni.) De titel van deze tentoonstelling is eveneens de titel van een boek dat de Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck (1971) publiceerde in 2020. Ik vond en vind het sprekend dat een Belg -dat wil zeggen geen Nederlander- dit boek schreef over de koloniale geschiedenis van Nederland in Nederlands-Indië. Van Reybrouck werkte vijf jaar aan dit lijvige, indrukwekkende werk. Ik las het om uiteenlopende redenen.

In de aanloop naar deze tentoonstelling was er een hoogoplopende kwestie met betrekking tot het gebruikt van het woord ‘bersiap’ (dat betekent ‘sta paraat’ in Bahasa Indonesia). Deze term werd als strijdkreet gebruikt door jonge Indonesische vrijheidsstrijders tijdens de periode na de Japanse bezetting van het toenmalige Nederlands-Indië. Mensen die destijds vrijkwamen uit Japanse strafkampen en anderen die zij voor collaborateurs met de vijand hielden, werden aangevallen. Daarbij vonden duizenden personen de dood. 

De Indonesische historicus en gastcurator van het Amsterdamse museum Bonnie Triyana (hoofdredacteur van Historia.ID) schreef in NRC dat deze term niet zou worden gebruikt in deze tentoonstelling “[..] omdat bij het begrip altijd primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs als daders van de gewelddadigheden worden opgevoerd, wat niet geheel vrij is van rassenhaat.” Hij is van mening dat de wortel van het probleem ligt in het onrecht dat het kolonialisme creëerde.

Het museum besloot anders. Directeur Dibbits antwoordde met “wij leggen de term uit en voorzien hem van historische context.” Ik ben het eens met Triyana´s opmerking dat de oorzaak van deze gewelddadige onlading ligt in het kolonialisme van Nederland. Als die personen in deze tentoonstelling zouden worden omschreven als primitieve, ongeciviliseerde Indonesiërs’ zou ik dat zeker racistisch en beledigend vinden. Ik vind Dibbits zijn reactie echter goed en vertrouw erop dat die historische context feitelijk en zorgvuldig wordt geschetst. Je moet termen niet verbannen maar kritisch beoordelen. Zelf zou ik het juist woke vinden als over deze specifieke fase in de strijd om de Indonesische onafhankelijkheid niets zou worden vermeld. 

Volgens de stichting KUKB, die volgens haar website opkomt voor slachtoffers van Nederlands kolonialisme en rechtzaken voert tegen de Nederlandse staat, is de term racistisch en stigmatiserend. Daarom deed de stichting aangifte van discriminatie en groepsbelediging tegen het Rijksmuseum, tegen museumdirecteur Taco Dibbits en curator Harm Stevens. Voor de goede orde: in Indonesië is de term ‘bersiap’ in deze context onbekend. De Federatie Indische Nederlanders (FIN) deed op haar beurt aangifte tegen Triyana wegens groepsbelediging. Hij zou volgens de FIN geen oog hebben voor de ellende van de mensen die destijds onder deze gewelddadigheden leden. 

Ik weet niet bij wie KUKB en FIN aangifte deden. Politie? Meldpunt Discriminatie? College voor de Rechten van de Mens? Hoe het ook zij dat gaat wel even duren. De afloop ervan zal niet bekend zijn vóór opening van de tentoonstelling maar ik houd de vinger aan de pols. 

Onlangs downloadde ik de onderzoekspublicatie ‘Woorden doen ertoe’. Als mens van taal (maar niet van staal) realiseer ik mij dat al mijn hele leven. Dit lezenswaardige document is het resultaat van een onderzoek door het Tropenmuseum in Amsterdam, het Afrika Museum nabij Nijmegen, het Museum voor Volkenkunde in Leiden en het Wereldmuseum in Rotterdam. Hun uitgangspunt is: museumobjecten zijn tijdloos maar hoe we erover praten niet. 

Niet alle essays in dit document waren even interessant maar er viel veel te lezen. Een aantal essayschrijvers pleit voor meer aandacht voor taalgebruik. Het gaat erover hoe de gebezigde taal eraan bijdraagt dat groepen zich verbonden voelen met de samenleving (ook bekend als inclusiviteit). De behoefte om de voortzetting van structureel racisme een halt toe te roepen, ontmoet de behoefte aan het documenteren van de geschiedenis. Collectiedatabases van musea bevatten vaak woorden en formuleringen die stereotype-bevestigend zijn voor, of die als respectloos, beledigend of discriminerend worden ervaren door mensen en culturen die door musea worden gedocumenteerd. 

Men moet zich dus ervan bewust zijn dat taalgebruik mensen kan uitsluiten. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van woorden als koppensneller, neger, hermafrodiet, zigeuner, slaaf, dwerg en mongool. Die zijn beledigend en moeten worden vermeden. En Amerika en Australië werden niet ‘ontdekt’ door Columbus, Willem Janszoon en Abel Tasman. Op die continenten leefden al duizenden jaren lang inheemse volkeren. Wel waren zij de eerste Europeanen die er voet aan wal zetten. We moeten ons steeds afvragen welke wereldbeelden we verspreiden door ons taalgebruik.

Een auteur van een ander essay schrijft over andere subtiele maar belangrijke verwijzingen, gerelateerd aan tijd en perspectief. In dit geval betreft het de keuze voor het gebruik van de tegenwoordige tijd en verkleinwoorden bij beschrijvingen. Kuitbanden van koppensnellers beschrijven in de tegenwoordige tijd suggereert dat koppensnellen nog steeds gebeurt terwijl dit halverwege de 19de eeuw verdween. Daarnaast impliceert het gebruik van verkleinwoorden dat iets minder waard wordt gevonden. Dit gebeurt ook in algemenere zin, denk bijvoorbeeld aan volwassen vrouwen die als ‘meisjes’ worden omschreven. 

Een andere auteur vraagt zich het volgende af. Waren de onderdrukte en gekoloniseerde mensen die vochten voor hun onafhankelijkheid in Amerika en Afrika ‘rebellen’ of ‘vrijheidsstrijders’? Waren de oorlogen van 1945-1949 in voormalig Nederlands-Indië politionele acties of een Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog? Refereert de naam ‘politionele actie’ niet uitsluitend aan het perspectief van de Nederlandse kolonisator? Ze 'politionele acties' noemen, is een eenzijdig perspectief op wat koloniale onderwerping was en verzwijgt het geweld dat de Nederlandse staat daar pleegde.

Een medewerkster van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW), de overkoepelende organisatie voor het beheer van een aantal etnografische musea in Nederland, oppert een oplossing voor deze en andere taalkwesties. In de thesaurus van een museum kan wel op een aanstootgevende term worden gezocht zonder dat die zichtbaar is maar het zoekresultaat verwijst naar de voorkeursterm. Dus Inuit voor eskimo, zwarte persoon voor neger, Sinti voor zigeuner, Indo-Europeaan voor Indo, enzovoort. Wat men hiermee wil laten zien is dat aandacht voor taalgebruik niet is bedoeld om de geschiedenis beter voor te stellen dan ze werkelijk was; het is geenszins bedoeld om die ‘op te schonen’. Het gaat om de erkenning dat de betekenis en connotatie van woorden in de loop der tijd (kunnen) veranderen. 

De bij dit onderzoek betrokken musea ontwikkelden een woordenlijst met uitleg waarom bepaalde woorden gevoelig liggen of discutabel zijn, met voorstellen hoe ermee om te gaan binnen de museumpraktijk. Deze woordenlijst, die werk in uitvoering is, moet niet worden gezien als een kant-en-klare lijst met ‘slechte’ en ‘goede’ woorden. Musea leggen objecten vast uit de geschiedenis, ze verhalen over wat er gebeurde in het verleden. Woorden en normen over taalgebruik veranderen voortdurend in de loop van de tijd. Als musea inclusieve instituten willen zijn, dan moeten zij zich bewust zijn van hoe en waarom die veranderingen plaatsvinden.