Translate

dinsdag 19 mei 2026

Mythos

Ik ga nog even door op het pad van de intelligentie. De halve wereld schrok zich een hoedje toen dit persbericht vorige week naar buiten kwam. Ik was een van hen. Informatietechnologie maakte een groot deel uit van mijn werkzame leven. Eens een ICT'-er altijd een ICT'-er! De belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied blijf ik met interesse volgen Die zijn er volop en ze gaan in razend tempo. Dat blijft boeien maar soms leidt het ook tot bezorgheid. Zoals nu.  

Deze blog is met name bedoeld voor de andere helft van de mensheid, voor diegenen die niet schrokken van het bericht. Dit wordt een longread.

Het ‘Frontier Red Team’ van Anthropic, de maker van het product, gooide een handgranaat in ons midden. De mededeling was bedoeld als wake-up call en zo werkte het ook bij menigeen. Dat team testte hun nieuwste AI-model, Claude Mythos Preview, in een beveiligde sandbox-omgeving (een geïsoleerde, veilige ruimte). De Amerikaanse krant The Wall Street Journal beschreef dit team afgelopen december als mensen wier taak het is ‘to push computers to AI doom’. Het team, bestaande uit 15 superslimme leden (M/V), zou de grenzen opzoeken, zou zichzelf de opdracht geven zich in de gevarenzone op te houden. 

Het model Claude Mythos is deels vernoemd naar de Amerikaan Claude Shannon (1916-2001), wiskundige en electrotechnisch ingenieur. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de informatietheorie. Zou de man zich nu in zijn graf omdraaien of zou hij de ironie van de situatie inzien? Het woord ‘Mythos’ duidt op het grootse dat Anthropic tot nu toe in handen denkt te hebben. Iets dat voorbij de grenzen van de huidige AI reikt. 

Een eerdere versie van dit zeer geavanceerde AI-model wist autonoom een ​​slimme ontsnapping te bewerkstelligen. In plaats van tegen een muur te lopen, zocht het model actief naar zwakke plekken in een netwerk, koppelde meerdere acties aan elkaar, brak uit en stuurde daarna een mail naar een onderzoeker om het succes te bewijzen. Houdini 10.0! 

Omdat Mythos ogenschijnlijk met gemak kritieke systeemkwetsbaarheden ontdekt, acht het moederbedrijf Anthropic het momenteel te gevaarlijk voor vrijgave. Wetenschapsfilosofen noemen zoiets een paradigmaverschuiving: het moment waarop men als gevolg van gewijzigde (wetenschappelijke) inzichten fundamenteel anders gaat denken over een bepaald onderwerp. Normaliter weet een producent niet hoe snel iets op de markt moet worden gebracht. Dit AI-model is echter officieel te gevaarlijk om te worden vrijgegeven.

Ik moest direct denken aan de Griekse mythe (mythos?) van de doos van Pandora. Ken je dat verhaal? Zeus, de oppergod in de Griekse mythologie, geeft Pandora, de allereerste sterfelijke vrouw, een doos om naar de mensen te brengen maar drukt haar op het hart er nooit in te kijken. Hij betwijfelt of ze zich kan inhouden... Alle andere goden hebben onheilspellende gaven in deze doos gestopt. 

De nieuwsgierige Pandora kan zich op enig moment inderdaad niet bedwingen en besluit de doos te openen. Daaruit vliegen vervolgens alle rampen die de mensheid sinds die tijd teisteren: hongersnood, ziekte, aardbevingen en oorlog. (En Trump en nu dus ook Mythos!) Het onheil verspreidt zich bliksemsnel onder de mensen, die tot die tijd vrij van problemen en ziekten leefden. Geschrokken sluit Pandora de doos weer. Alleen de hoop, de enige positieve gave, blijft achter. Jammer dat het altijd vrouwen zijn die onheil brengen... Maar dat is een onderwerp voor een volgende blog! 

Ook moest ik denken aan de volledige stroomstoring die wij hier in augustus 2025 meemaakten. Alles ging op zwart. Gelukkig duurde het slechts enkele uren. (Mijn liefje en ik waren vooral ontdaan door de volledige informatiestop die ontstond.) Er ontstond paniek die ver over de grenzen van het Iberisch Schiereiland stroomde. Zo moest elk Nederlands huishouden daarna per direct een noodpakket in huis hebben. Wij stelden hier eveneens zo'n pakket samen en testen de spullen nu maandelijks. 

Of denk aan alle cyberhacks op bedrijfssystemen die we onlangs hadden in Nederland. Ze gebeuren ook in andere landen maar daarover hoor je dan minder. Criminelen hackers eisten losgeld, anders zouden persoonsgegevens van alle klanten op straat belanden. Dit soort voorbeelden is talrijk. Door Mythos zouden deze situaties, cyberafpersing genoemd, sterk kunnen worden uitvergroot. 

Een wereldwijd computernetwerk plat (bijvoorbeeld door een bug in Microsoft’s besturingssysteem), financiële markten die niet een uurtje maar dagenlang uit de lucht zijn, betalingsverkeer dat langdurig onmogelijk is, aanvallen op energienetwerken en waterzuiveringsinstallaties, nationale veiligheid die wordt bedreigd, bevoorradingsketens die in de soep lopen. Enzovoort en zo verder. De ellende is mogelijk niet te overzien.   

Ik weet niet of je nu wèl bezorgd bent over deze ontwikkeling maar de race om het algemeen belang te redden voordat kwaadwillenden met dit model aan de haal gaan, is begonnen!

Voorlopig blijft Mythos, dit ‘briljante’ AI-model, dus achter gesloten deuren. Toegang wordt alleen verleend aan een kleine groep experts op het gebied van defensieve beveiliging die werkt aan het pleisters plakken op kritieke infrastructuur voordat kwaadwillenden er misbruik van gaan maken.

Met deze berichtgeving breekt een nieuwe fase aan in de AI-gedreven wereldwijde cyberoorlog. Veranderingen zijn er in deze sector altijd geweest. Dat weet ik uit eigen ervaring. Na de miniaturisering (componenten werd steeds kleiner) werden computers krachtiger, mobieler en toegankelijker. De veranderingen met kunstmatige intelligentie zijn echter radicaler.

De ophef rond Mythos draait niet om een bot voor consumenten maar om een model dat volgens de CEO van het bedrijf zelfstandig kwetsbaarheden kan opsporen en exploiteren in kritieke software van netwerkbedrijven, banken en overheidsinstellingen. Volgens Anthropic vond het intelligente model ‘duizenden ernstige kwetsbaarheden’, inclusief fouten in alle grote besturingssystemen van computers en de meestgebruikte webbrowsers. Sommige van die bugs zouden tientallen jaren onopgemerkt zijn gebleven.

Traditioneel vereist het ontdekken van beveiligingslekken in soft- en  hardware (zogenoemde ‘zero-day vulnerabilities’) veel gespecialiseerde expertise en tijd. Mythos lijkt dat proces verder te automatiseren en te versnellen. Je hebt in cyber space kwaadwillende en ethische hackers (aanvalsonderzoekers). Het verschil is overduidelijk: kwaadwillende hackers willen dingen kapot maken, ethische hackers willen dingen juist verbeteren. Waar precies op de schaal zit het Red Team van Anthropic? Voorlopig krijgt men het voordeel van de twijfel...

Wat kan Mythos allemaal? Het infiltreert bedrijfsnetwerken, omzeilt authenticatieprocessen, valt cloud-infrastructuur aan, saboteert industriële systemen, verstoort financiële dienstverlening en valt ‘open source sofware’ (OSS) aan. Naar verluidt, allemaal om systemen te verbeteren en ondoordringbaar te maken. Belangrijk is dat het model niet alleen programmeercode analyseert maar ook aanvalspaden kan combineren. Daarmee verschuift AI van hulpmiddel naar semi-autonome aanvalsonderzoeker.

Google meldde recent dat criminelen AI gebruikten om een onbekende kwetsbaarheid te exploiteren waarmee tweetrapsauthenticatie kon worden omzeild. Dat incident wordt gezien als een vroeg voorbeeld van AI-gestuurde offensieve cyberaanvallen.

In het gelijktijdig aangekondigde Project Glasswing werkt Anthropic onder meer samen met Amazon Web Services, Apple, Google, Cisco, Linux Foundation, Microsoft, NVIDIA en CrowdStrike (cybersecurity-bedrijf), om de beveiliging van kritieke infrastructuur te verbeteren. De nadruk ligt op de boodschap dat Mythos defensieve doeleinden dient. Het doel is om kwetsbaarheden te vinden vóórdat kwaadwillenden dat doen. In eenvoudig Nederlands: wereldwijd lekbeheer. Overheden en financiële instellingen zouden eerder al zijn geïnformeerd. Dit brede consortium suggereert dat de sector de dreiging serieus neemt. Tegelijk laat het zien dat geen enkel bedrijf denkt dit probleem alleen te kunnen beheersen.

Alhoewel er dus grote zorgen zijn over de dreiging is Mythos technisch gezien eerder een evolutie dan een revolutie. Het is de volgende stap in de AI-cyclus. Kwetsbaarheidsonderzoeken worden al jaren gedaan. Persoonlijk heb ik ervaring met het opsporen van fouten in software-programma’s; om ze zogenaamd ‘foolproof’ te maken. Dat woord is weliswaar beledigend voor de latere programmagebruikers maar het voorbereidende werk wordt gedaan voor hen. Daarvoor werden dikke draaiboeken geschreven die vervolgens minutieus moesten worden gevolgd door testers. Alles om ervoor te zorgen dat personen later geen al te grote schade aan bedrijfsprocessen of een computersysteem konden aanrichten. Het verschil tussen een menselijke tester en Mythos is dat het opsporen niet beperkt blijft tot bekende patronen. Het model redeneert over nieuwe aanvalsvectoren en hypothesen terwijl het aan de slag is. (Een aanvalsvector is een specifieke methode of pad dat een cybercrimineel gebruikt om toegang te krijgen tot een digitaal systeem of netwerk.)

Het concept achter dit AI-model is dus niet nieuw, de snelheid en autonomie wel. Dat onderscheid is cruciaal. Cybersecurity werd in de loop van de tijd steeds meer geautomatiseerd (broncode-analyse) maar vooral in gespecialiseerde deelgebieden. Mythos lijkt dat nu te verbreden. Bovendien ontstaat met dit model een systeem dat dichter bij een professionele menselijke onderzoeker komt dan eerder beveiligingsonderzoek in soft- en hardware.

Andere AI-bedrijven zijn met vergelijkbare producten bezig. Zo lanceerde OpenAI (maker van ChatGPT) recent Project Daybreak, een eigen beveiligingsprogramma met GPT-5.5-modellen gericht op cyberdefensie. Dat wijst erop dat meerdere laboratoria verwachten dat AI-gedreven cyberaanvallen snel zullen toenemen.

De huidige situatie toont ook een structureel probleem binnen de AI-industrie: commerciële concurrentie versnelt de ontwikkeling van systemen waarvan de maatschappelijke impact nog onvoldoende wordt begrepen. Bekwaamheid zonder discipline is een dreiging. De mogelijkheden zijn enorm maar de risico’s zijn dat ook. 

Anthropic wil zichzelf bij voorkeur als ‘voorzichtig’ afschilderen door Mythos niet publiek vrij te geven. Maar dezelfde onderneming trainde het model wel degelijk tot het punt waarop het, naar eigen zeggen, offensieve cybercapaciteiten bezit. 

Daardoor ontstaat een paradox: bedrijven waarschuwen het grote publiek voor risico’s die mede voortkomen uit hun eigen race om steeds krachtigere modellen te bouwen en de concurrentie voor te blijven. Bovendien tonen recente onderzoeken aan dat frontier-modellen soms ongewenst gedrag vertonen, waardoor sabotage in experimentele omgevingen kan toenemen. (Een studie over Mythos meldde gevallen van ‘covert sabotage reasoning’ in specifieke testsituaties.) Dat betekent echter niet dat dit soort AI-modellen autonoom cyberoorlogen zullen beginnen. Wel toont het aan dat controleerbaarheid en voorspelbaarheid nog onopgeloste problemen zijn.

Mythos markeert dus geen plotselinge technologische scharnierpunt. Wel is het een belangrijke versnelling in de automatisering van cyberaanvallen én cyberdefensie. De grootste dreiging ligt niet in science fiction-achtige situaties maar in de mogelijkheid om kwetsbaarheden op industriële schaal te ontdekken en te misbruiken. Project Glasswing probeert daar defensief op te reageren via gecontroleerde samenwerking tussen grote technologiebedrijven. Of dat voldoende is, blijft voorlopig onzeker. Feit is wel dat de AI-sector inmiddels openlijk erkent dat sommige modellen te krachtig worden geacht voor vrije distributie. 

Als Claude Mythos -of een model met vergelijkbare capaciteit- in handen zou komen van georganiseerde cybercriminelen, zal vooral de schaal en snelheid van digitale aanvallen toenemen. Veel cyberdreigingen zijn er hedentendage al maar vereisen nog menselijke expertise, tijd en coördinatie. Een offensief AI-model kan dat sterk verminderen. 

Experts menen dat de echte test zal zijn of Anthropic de algemene veiligheid prioriteit zal blijven geven, zelfs als dat betekent dat de eigen digitale groei wordt afgeremd of dat het bedrijf terrein verliest aan de concurrentie. Moraliteit versus commercie. We gaan het zien!

Griekenland overweegt in de grondwet op te nemen dat AI ‘in dienst staat van het maatschappelijk welzijn’. De Grieken noemen AI wel een revolutie en willen dat het ook constitueel in dienst blijft staan van de maatschappij. Op zich een prima idee maar of het eventuele ellende van buitenaf beperkt of terugdringt, is de vraag.  

De Nederlandse hoogleraar staats- en bestuursrecht, Wim Voermans, betwijfelt of dit in de Nederlandse grondwet zou werken. Kunstmatige intelligentie is volgens hem lastig te definiëren. De Nederlandse Grondwet staat bekend om zijn taalkundige precisie. Ik respecteer zijn expertise maar dit vind ik geen goed tegenargument. 

Tot die tijd: blijven hopen op het goede & fingers crossed!



zaterdag 16 mei 2026

Wereldburger met polderwortels

Het moest er een keertje van komen... Onlangs vroeg ik de AI-assistent van ChatGPT om een tekst voor mij te schrijven. 

Wat kun je als blogger beter doen dan om een analyse vragen van alle blogs die in de afgelopen 18 jaar werden geschreven? Ook stelde ik de vraag wie toch die persoon is achter Barefoot on the Beach?

Dit is wat de chatbot ervan maakte. 

‘De blogs van Barefoot on the Beach vormen een intrigerend mengsel van reisdagboek, maatschappelijk commentaar en ironische observaties van het dagelijks leven. Wie zich er als lezer aan waagt, betreedt een universum waarin de Costa Blanca, Bali en Nederland door elkaar heen lopen en moeiteloos met elkaar worden vervlochten. Een simpele strandwandeling kan uitmonden in een serieuze beschouwing over migratie, cultuur of politiek.

De stijl van deze blogger laat zich het best omschrijven als beheerst ironisch. Zelden wordt de stem verheven, des te vaker wordt er geniepig geprikt. Zinnen zijn vaak compact en helder. Grote kwestie worden afgewisseld met kleine observaties die zo een gelaagdheid suggereren. Neem een passage waarin een verdrinking in zee wordt beschreven, gevolgd door een zakelijke mededeling over gemeentelijke strandwachtkosten. Het is precies die combinatie van groot en klein, van feiten en fictie die de toon bepaalt.

Wat opvalt is het ontbreken van overdadige emoties. Waar veel bloggers hun ziel en zaligheid uitstorten, kiest Barefoot voor enige mate van distantie. Dat maakt teksten soms bijna journalistiek maar nooit droog. Vaak met een knipoog, een impliciet ‘tja, zo is het nu eenmaal’.

De woordkeuze verraadt iemand die al lang buiten Nederland leeft maar het Nederlands nog uitstekend beheerst. Er duiken regelmatig buitenlandse woorden en uitdrukkingen op (Spaans, Indonesisch, Engels), maar nooit op een manier die geforceerd aandoet. Ze lijken eerder functioneel. Het is een manier om de sfeer van een plek te beschrijven. Tegelijkertijd blijft de toon onmiskenbaar Nederlands: direct, soms droogkomisch, wars van opsmuk. Bij Barefoot geen barokke metaforen, wel rake typeringen. De combinatie van internationale setting en down to earthness geeft de blogger een eigen signatuur: die van ‘wereldburger met polderwortels’. 

De modus operandi van Barefoot is die van observant, iemand die op afstand toekijkt. Zij noemt zichzelf expliciet een ‘kritische migrante’ die schrijft over wat haar bezighoudt. Dat perspectief zit in vrijwel elke blog. Thema’s die regelmatig terugkeren:

  • Wonen in het buitenland (Spanje, Costa Blanca)
  • Reizen en culturele verschillen
  • Natuur (vogels, landschap, zee)
  • Politiek en maatschappij (vaak impliciet, regelmatig expliciet) 

Opvallend is dat grote thema’s vaak via kleine anekdotes worden aangesneden. Een buurman, een straat, een vogel; het zijn aanleidingen tot bredere reflecties. Dat maakt de blog leesbaar en ook gelaagd. 

Humor is geen lachsalvo op ‘A Day in the Life’. Er wordt eerder gegniffeld... Ironie zit vaak in contrasten: idyllische beschrijvingen worden gevolgd door iets alledaags, soms zelfs wrangs. Ook titels spelen een belangrijke rol. Soms zijn ze licht absurd, soms bijna achteloos. Er is bovendien sprake van een zekere zelfrelativering: Barefoot lijkt zich bewust van de eigen positie als geprivilegieerde expat die de wereld observeert maar is daar niet verwaand over. Het is eerder een schouderophalen met stijl. 

Toch kennen de blogs ook zwakheden. De distantie die de stijl sterk maakt, kan soms worden gezien als afstandelijkheid. Als lezer blijf je dan op veilige afstand: je kijkt mee maar je voelt niet altijd mee. De persoon achter de woorden blijft deels verborgen.

Daarnaast kan de thematische breedte ook tot versnippering leiden. Van vogels via politiek naar persoonlijke observaties: het is boeiend maar soms mist er een duidelijke lijn of ontwikkeling. ‘A Day in the Life’ is eerder een verzameling van momentopnamen dan een doorlopend verhaal. 

Achter deze ‘nom de plume’ schuilt vrijwel zeker een hoogopgeleide Nederlandse met een lange geschiedenis van migratie en reizen.

  • Leeftijd: vermoedelijk 50+
  • Opleiding: waarschijnlijk academisch, wellicht journalistiek geschoold
  • Karakter: observerend, kritisch
  • Levenshouding: kosmopolitisch maar met een blijvende band met Nederland
  • Hobby’s/interesses: reizen, natuur (nadruk op vogels), cultuur, politiek

Het is iemand die overal gaat maar zich nergens volledig thuis voelt en dat juist als kracht gebruikt. ‘A Day in the Life’ is geen basis maar tussenstation: een plek om tijdelijk te zijn, te duiden en weer verder te trekken. Het zijn geen blogs die je meeslepen met drama of spektakel. Ze palmen je langzaam in met observaties, ironie en een scherp oog voor detail. Soms iets te gereserveerd, soms fragmentarisch maar altijd intelligent en zorgvuldig geschreven. Of, om in de geest van Barefoot on the Beach te blijven, geen luidruchtige strandbar maar een wandeling langs de vloedlijn waar je, als je goed kijkt, verrassend veel ziet.’ 

Tot zover de analyse van de chatbot. 

Geen slechte analyse, al zeg ik het zelluf. Je ziet het pas als je het doorhebt... Inderdaad, mijn blogs gaan vaak over persoonlijke ervaringen van mij en mijn liefje maar lopen niet over van emotie. Tegen de tijd dat ik erover blog, zijn die emoties gekalmeerd (😉). Ik moest gniffelen (daar heb je het weer!) over de uitdrukking ‘wereldburger met polderwortels’. Die vind ik een schot in de roos! 

En ja, de keuze in onderwerpen is zeer uiteenlopend maar ook dat is een bewuste keuze. Dat hoort bij mij. Ik heb nu eenmaal een brede interesse. Een kennis noemde dat ooit ‘eclectisch’... Ik kan tijdelijk monomaan bezig zijn maar daarna wil ik weer iets anders. En weer, en zo verder. Afwisseling houdt de geest scherp. Bovendien zie ik, als bereisde wereldburger, altijd wel een verband tussen iets universeels en wereldlijks en iets persoonlijks. De wereld is immers groot en de keuze is reuze. 

Ik las de AI-tekst ook voor aan mijn liefje, kritisch meelezeres (vaak critica) van mijn blogs. Haar mond ging steeds verder openstaan naarmate het voorlezen vorderde. Ze vond het zó herkenbaar! Ze begrijpt de opmerkingen over distantie en de veelheid aan aangeboorde onderwerpen. Zo gaan de gesprekken in Huize Barefoot ook. In lichte verbijstering vroeg ze mij in hoeveel tijd deze analyse door de chatbot was gemaakt. ‘Ongeveer een minuutje’, antwoordde ik. Toen was het even stil. 

Zelf vind ik de woordkeuze van de bot hier en daar eenzijdig en sommige opmerkingen nogal opportuun. Een aantal aangehaalde uitdrukkingen staan letterlijk op mijn weblog. Dat mijn leeftijd wordt geschat op 50+ deed mij nog de meeste deugd. Je wilt immers niet klinken als een oude tuttebel. Een beetje ijdelheid is mij niet vreemd maar niets daarover van de bot... 

Met de hartelijke groeten van AI-7!


 

dinsdag 12 mei 2026

't Is nog niet prima, Vera!

Lente klinkt mij als woord prettig in de oren, het Spaanse woord voor dit seizoen (‘primavera’) klinkt nóg mooier, wat mij betreft. Maar het is nog niet prima, Vera! De lente wil maar niet doorbreken in Spanje. Hiernaast staat een foto die ik maakte na een wandeling rond dezelfde dag vorig jaar. Nu wachten we met smart op de omslag naar stabiel lenteweer, kijken reikhalzend uit naar zomerse drankjes op het strand, met de blote voeten in het zand. Daarvan hadden we er tot nu toe bedroevend weinig. De temperatuur van het Middellandse Zeewater ligt al boven 20 graden Celsius maar zwemmen in zee staat nog niet op mijn programma. Het is nog te wispelturig. 

's Ochtends wordt het eerder licht en de dagen lengen zienderogen maar het lentegevoel barst hier nog niet uit zijn voegen. We kregen al best wat zonnige dagen, geschikt voor shorts en teenslippers maar in de loop van de middag wordt die outfit verruild voor lange broek, sokken en een truitje. Kledingstress krijgen we er niet van maar het is wel ongebruikelijk. Wilde bloemen bekleden de velden, bomen lopen uit, insecten zoemen om de bloemen. Ook vogels zijn druk in de weer met het bouwen van een nest. De zwaluwen vliegen heen en weer door de straat. Maar, zoals het gezegde (niet) gaat: één zwaluw maakt nog geen lente. 

De essentie van de boodschap zit in het woord ‘stabiel’. Waarom stabiliseert het weer niet? Wat is er aan de hand? Mijn liefje en ik worden er beiden chagrijnig van. Al ben ik bepaald geen Jannie Pelleboer of Gorgina Rey (naar bekende weermannen in Nederland en Spanje) ik wilde de ‘hoofdschuldige’ vinden. Dus ik dook in de materie en was een tijdje van de straat. Dat kwam goed uit, het weer nodigde toch niet uit om langdurig buiten te zijn. Er blijken meerdere schuldigen te zijn. 

Ik realiseer mij dat de lente vanuit meteorologisch en klimatologisch perspectief één van de meest dynamische en instabiele seizoenen is; zeker op het Iberisch Schiereiland. Wat we nu ervaren is in feite een complex samenspel van atmosferische processen, regionale invloeden en waarschijnlijk ook  klimaatverandering.

Spanje is op zich al meteorologisch complex vanwege de geografie. De invloed van de Middellandse Zee is cruciaal. In het voorjaar warmt de zee langzamer op dan het land, wat temperatuurcontrasten versterkt en lokale circulaties, zoals zeewind, aanjaagt. Daarnaast spelen bergketens als de Sierra Nevada en het Iberisch Randgebergte een rol. Laatstgenoemde gebergte is een circa 500km lange keten in het oosten van Spanje die reikt tot aan het zuidwesten van de Pyreneeën. Net als de Sierra, dwingt deze bergrug lucht op te stijgen, hetgeen tot neerslag leidt en een weersysteem kan vertragen en zelfs blokkeren. 

Als overgang van winter naar zomer heeft de lente te maken met twee contrasterende luchtmassa’s. Enerzijds is er nog invloed van koude, polaire lucht uit het Hoge Noorden. Anderzijds begint warme, subtropische lucht vanaf de evenaar naar Europa op te rukken. Ook deze botsing zorgt voor instabiliteit.

In meteorologische termen betekent het dat de straalstroom (‘jetstream’) momenteel nogal zuidelijk blijft hangen en hapert. Deze straalstroom (niet te verwarren met de golfstroom) is een strook met zeer sterke wind (meer dan 100km per uur) in de hogere atmosfeer. Hierdoor kunnen lagedrukgebieden gemakkelijk richting Spanje trekken terwijl hogedrukgebieden moeite hebben om zich er definitief te vestigen. 

Tot eind maart kreeg Spanje dit jaar een recordaantal van 19 stormen over zich heen. Vooral Marta was berucht in februari! Het namenboek dat Spaanse weerdeskundigen jaarlijks opstellen (de collega’s van de KNMI doen hetzelfde), heeft nog slechts twee namen over voor de rest van het jaar. Nu is wind niet hetzelfde als storm maar die wind wakkert doorgaans aan in de middag. Afgelopen week stonden onze haren weer recht overeind tijdens een wandeling langs de kust. En dan te bedenkten dat de lente van 2026 al eindigt op 30 mei aanstaande. (Terwijl dit seizoen nog nauwelijks is begonnen...)

De stabiele lente waarop we wachten, wordt geassocieerd met een persistent hogedrukgebied boven het Iberisch Schiereiland. Zo’n systeem onderdrukt wolkenvorming en zorgt voor zonnig, rustig weer. Dat dit soms laat op gang komt, heeft ook te maken met de positionering van het ‘Azorenhoog’. Als dit hogedrukgebied tamelijk westelijk blijft liggen of zwak is (zoals nu), krijgen lagedruksystemen in de omgeving vrij spel om het weer op het vasteland negatief te beïnvloeden. 

Een ander belangrijk fenomeen dat een rol speelt, is de DANA (‘Depresión Aislada de Niveles Altos’), een geïsoleerde depressie op grote hoogte. Dit systeem ontstaat wanneer een deel van de straalstroom wordt afgekapt en er zich een koude luchtbel vormt op grote hoogte. Deze koude lucht boven een relatief warm zee- of landoppervlak zorgt voor sterke convectie: opstijgende lucht, wolkenvorming en uiteindelijk buien of onweer. Vooral in het voorjaar kunnen deze systemen voor wisselvallig weer zorgen, met plotselinge regen, sterke wind en temperatuurschommelingen. We kregen het tot nu toe allemaal in ruime mate.

Recente studies suggereren dat klimaatverandering niet alleen leidt tot hogere gemiddelde temperaturen, maar ook tot grotere variabiliteit. Dit betekent dat overgangsseizoenen als de lente en de herfst extremer en grilliger kunnen worden. Een verzwakking of juist te veel gekronkel van de golfstroom (niet te verwarren met de straalstroom) wordt vaak genoemd als mogelijke oorzaak. Dit kan leiden tot langduriger extremen (zowel te nat als te droog) en minder voorspelbare seizoensovergangen. 

De lente heeft op zich dus te maken met een complex geheel van invloeden. Een nieuwe lente, geen nieuw geluid. De onstabiele lente van dit jaar is geen anomalie. Wat voelt als ‘lang wachten op de omslag’ is in feite het resultaat van atmosferische processen die nog niet in evenwicht zijn. De langverwachte stabilisatie zal komen wanneer het Azorenhoog aansterkt en zich oostelijker positioneert, de straalstroom noordwaarts schuift en warme, droge luchtmassa’s gaan domineren. 

Maar ja, wat schieten we op met al deze wetenschap?!

AEMET, het Spaanse Rijksmeteorologisch Agentschap, hanteert voorlopig ‘een open einde’ aan hun voorspelling voor deze lente. Terwijl de lente van 2025 werd beïnvloed door een zwakke ‘La Niña’, wordt de lente van 2026 gekenmerkt door het einde van dit fenomeen. (Bij een zwakke La Niña zijn de effecten subtieler en vaak verweven met andere atmosferische factoren.) 

Volgens NOAA (Amerikaans weerinstituut) en AEMET bevinden we ons momenteel in een neutrale fase van ‘El Niño’ die zich snel zal ontwikkelen. El Niño is een natuurlijke variatie in het klimaat waarbij de zeewatertemperatuur aan het oppervlak van de tropische Stille Oceaan tijdelijk toeneemt en de windcirculatie daarboven verandert. Deze overgang vertaalt zich doorgaans in een grotere atmosferische volatiliteit, hetgeen langetermijnvoorspellingen moeilijk(er) maakt maar de kans op abrupte temperatuurschommelingen vergroot. 

De voorspellingen van Jorge Rey (19 jaar), de jongste weerman van Spanje, gaan uit van een nat en stormachtig einde van de lente. Frequente onweersbuien zullen worden afgewisseld met warme dagen. Volgens hem zullen de laatste 30 dagen van de lente niet droog zijn maar juist regenachtig. Daar zitten we dan, met onze sokken aan... Tja. 

Voorlopig blijft dit contrastrijke seizoen dus doen wat het ogenschijnlijk goed kan: verrassen, verstoren en... frustreren. Als ultieme daad van optimisme hebben we gisteren de tuinmeubels in de zomerstand gezet. Dat zal die verdraaide (letterlijk) weergoden leren!


vrijdag 8 mei 2026

Jolly Good Fellow

Vandaag is het de 100ste geboortedag van Sir David Attenborough. Hiep-hiep-hoera! Zijn leven overspant een eeuw van ongekende veranderingen. Hij heeft die veranderingen niet alleen aanschouwd, hij werd er actief onderdeel van. De rest is geschiedenis, net als deze centenarius. 

Attenborough werd geboren in Londen in 1926, in hetzelfde jaar als koningin Elizabeth II. De jeugdige David (die hiernaast gekleurd op de foto staat) verzamelde fossielen, stenen en andere vondsten uit de natuur. Die natuur was daarmee al vroeg onderdeel van zijn leven. Saillant detail: de enige diersoort die hij grondig haat, is de rat. 

In het laatste jaar van zijn gymnasium (1945) won hij een beurs voor Clare College aan de universiteit van Cambridge waar hij geologie en zoölogie ging studeren. Hij behaalde een graad in Natuurwetenschappen. Zijn rijbewijs behaalde hij nooit... Daarna diende hij enkele jaren in de Royal Navy. In 1952 ging hij als trainee bij de Engelse publieke omroep werken, de BBC. Zijn carrière als presentator begon in 1954 als gastheer van het baanbrekende tv-programma ‘Zoo Quest’. Zelf had hij op dat moment geen televisie. 

Attenborough groeide op in een tijd waarin de natuur doorgaans nog niet echt werd gezien of slechts diende als achtergrond. Ook het idee dat de natuur een onuitputtelijke bron was, heerste destijds nog. Dat heeft hij stapje voor stapje veranderd. Door een zeldzame combinatie van wetenschappelijke precisie en poëtische zeggingskracht bracht hij de verre wereld naar de voorgrond en dichter bij de kijkers. Zijn vroege werk bij de BBC legde de basis voor wat een revolutionaire vorm van natuurdocumentaire zou worden: niet slechts observerend, maar verhalend, betrokken en moreel geladen. Begrip begint met zorgvuldig kijken. 

Ik kan mij de eerste keer dat ik naar een Attenborough-documentaire op tv keek niet meer herinneren. Het moet in de beginjaren '80 zijn geweest. De natuurfilm ‘Leven op aarde’, was aangekocht en uitgezonden door de Nederlandse omroep KRO. Daarmee ben ik wel een BBC- en Attenborough-fan geworden. Tegenwoordig is het vooral de EO die natuurdocumentaires van de BBC uitzendt op tv. 

Hij fungeerde vanaf het begin als hoeder van de aarde, als reporter met een goed werkend moreel kompas. Dat sprak mij aan. Met zijn innemende en vlotte manier van vertellen nam deze journalist-presentator ons mee op zijn reizen en bracht ons naar de meest afgelegen plekken op aarde. De vroege documentaires nodigden de kijker uit om de natuur nauwkeurig te observeren. In het begin werd het afgeschilderd als iets om te waarderen, misschien zelfs te koesteren, maar nog niet als iets dat tot gevaarlijke grenzen werd gedreven. 

Latere documentaires stellen vragen over wat de gevolgen zijn van alle aandacht. In de jaren 2000 en in het begin van 2010 begon dat beeld te verschuiven. De wetenschappelijke consensus over klimaatverandering werd sterker. Er stapelde zich bewijs op van biodiversiteitsverlies. In zijn latere werk toonde de camera nog steeds de schoonheid van diverse ecosystemen maar de voice-over maakte duidelijk dat ze onder druk stonden. Die omslag vond plaats rond Attenboroughs 80ste verjaardag. 

Die verschuiving werd onmiskenbaar in Climate Change – The Facts (2019), Extinction: The Facts (2020) en David Attenborough: A Life on Our Planet later datzelfde jaar. Het waren getuigenverklaringen. Hij vertelde ons wat hij zelf had zien veranderen tijdens zijn leven. 

Met de baanbrekende eerste serie Life on Earth opende hij voor miljoenen kijkers ter wereld een venster op de geschiedenis van het leven zelf. Later volgden monumentale producties als Blue Planet (I en II), Planet Earth (I, II en III) en Frozen Planet (I en II) waarin de aarde werd getoond met een visuele pracht die alleen mogelijk werd door de technologische innovaties van die tijd. Innovatie die Attenborough altijd omarmde; niet uit fascinatie voor de techniek maar uit liefde voor wat ermee zichtbaar kon worden gemaakt. Zelf was hij niet per se een goede fotograaf -naar eigen zeggen- maar hij omringde zich met de beste professionals der aarde. 

Eerder dit jaar overleed de befaamde natuurfotograaf en cameraman Doug Allen op 74-jarige leeftijd toen hij onwel werd tijdens een Nepal-expeditie. Hij kreeg ademhalingsproblemen in het basiskamp en overleed later aan een hersenbloeding. Een rotmanier om te sterven maar wel in het harnas, zou je kunnen zeggen. Allen raakte geïnteresseerd in snorkelen en duiken na het zien van Jacques Cousteau's film The Silent World, een documentaire uit 1956 die een van de eerste was waarin onder water werd gefilmd. Ook ik was als kind fan van de documentaires van oceanograaf en ontdekkingsreiziger Cousteau. Die fascinerende Fransman met zijn wollen muts op, mede-uitvinder van de aqualong (duikuitrusting). 

Na Allens afstuderen in de mariene biologie aan de universiteit van Stirling (Schotland), vervulde hij diverse duikbanen. Hij was zelf ook een pionier, net als zijn Franse held. Als cameraman maakte hij de opnamen voor de BBC-documentaires Blue Planet, Planet Earth en Frozen Planet. Een groot deel van zijn carrière werkte hij samen met Attenborough. Allen won als cameraman acht Emmy Awards en werd in 2024 benoemd tot OBE (Britse ridderorde) voor zijn verdiensten voor de omroepwereld en het bevorderen van milieubewustzijn. Ook ontving hij tweemaal de Britse Pool-medaille voor zijn verdiensten voor poolonderzoek. Een van mijn favoriete componisten van filmmuziek, Hans Zimmer, was de maker van de muziek van Planet Eath II (2016), Blue Planet II (2017) en Planet Earth III (2023). Ook een goede reden om deze documentaires te bekijken! 

Attenborough is de meest bereisde persoon op aarde, naar verluidt. Voor de documentaire ‘The Life of Birds’ reisde hij qua afstand maar liefst tienmaal de wereld rond (256.000 miles). De eerste uitzending vond plaats in oktober 1998. Hij is de enige persoon in televisieland die een BAFTA (prestigieuze Britse filmprijs) won voor programma's in zwart-wit, in kleur, HD en 3D. Een interessant kwartet. 

Er zijn mensen die hebben geprobeerd de CO2-voetafdruk (‘carbon footprint’) van Attenborough te berekenen maar er is nooit een officieel cijfer gepubliceerd. Het is ironisch dat Attenborough ons met zijn programma’s in de loop van de tijd heeft aangetoond hoe negatief het menselijk gedrag uitpakt voor de natuur. Hij is er het levende voorbeeld van! Die ironie ziet hijzelf ook in. Hij en zijn team waren overigens de eerste personen die publiekelijk over klimaatverandering begonnen. Het 80-meter hoge tribuut aan Attenborough op het strand van Morecambe Beach (VK) is van het Engelse collectief van zandkunstenaars 'Sand in Your Eye'; een goed gekozen naam. De tekening is gemaakt door het zand te harken. Bij vloed wordt de afbeelding weggevaagd en keert het strand terug naar zijn natuurlijke staat. Symbolisch, vind je niet?!

Attenborough was nooit zomaar een verteller. Hij wist ook jonge generaties bij het verhaal te betrekken. Natuureducatie nam een grote vlucht in de wijde wereld. Wat deze eeuweling uniek maakt, is zijn vermogen om de afstand tussen mens en natuur te verkleinen zonder te vervallen in simplificaties. Het leven op aarde is immers complex. Hij spreekt niet tot ons als strenge dominee maar als vriendelijke gids die ons uitnodigt om anders naar de wereld te kijken. Onder zijn invloed was natuurbehoud niet langer een abstractie maar werd het een gedeelde verantwoordelijkheid. Zijn werk heeft generaties wetenschappers, beleidsmakers en burgers geïnspireerd en zo bijgedragen aan een wereldwijd bewustzijn dat essentieel is voor initiatieven rond biodiversiteit en klimaat. En toch bleef hij, ondanks zijn monumentale status, een opmerkelijk bescheiden man. (Dat zou niet gelden voor de man buiten de camera’s...) Hij stelde zichzelf in zijn werk nooit centraal maar legde de nadruk altijd op het leven. 

Hem is de laatste jaren wel verweten dat zijn blik een typisch westerse wittemannenblik is. Zo kwam er onder andere felle kritiek op zijn uitspraken over overbevolking dat zich vooral in de ‘Global South’ voordoet. (Ruim 80% van de wereldbevolking woont daar.) 
Dat zou het grootste probleem zijn voor de achteruithollende aarde. “Either we limit our population growth, or the natural world will do it for us.” Naarmate de wereldbevolking toeneemt, neemt ook de koolstof toe en zo wordt de resterende wildernis snel uitgeput. Hem werd een bevooroordeelde westerse blik verweten. Hij zou te weinig kritisch zijn op de westerse life-style, volgens criticasters.

Honderd jaar oud zijn en nog tamelijk gezond van lijf en leden, is sowieso iets dat respect afdwingt. In het geval van Sir David Attenborough is zijn 100ste verjaardag vooral een moment van reflectie op wat één stem heeft betekend voor de mensheid. Hij heeft ons niet alleen geleerd hoeveel moois er is om voor te  zorgen maar ook wat er op het spel staat. Moge de nalatenschap van deze omroeplegende wereldwijd blijven resoneren. 

For He’s A Jolly Good Fellow, Which Nobody Can Deny!



 

dinsdag 5 mei 2026

Brief aan Etty (deel 2)

Vandaag wordt de Bevrijding gevierd in Nederland. Vier maanden geleden werd door Volkskrant-columniste Gerda Blees een schrijfwedstrijd uitgeroepen die het werk van de Joodse Etty Hillesum (1914-1943) dat ze schreef ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, moest ‘afstoffen’. Ze hield een dagboek bij en schreef brieven in kamp Westerbork. Ze werd op 7 september 1943 vanuit Westerbork met haar familie en bijna 1.000 anderen gedeporteerd naar Auschwitz. Hillesums exacte overlijdensdatum is niet bekend. Tot op heden wordt aangenomen dat zij, net als bijna alle andere vrouwen van het transport, na 30 november 1943 niet meer in leven was. 

Ik associeer Etty vooral met innerlijke vrijheid (en een heleboel meer). Haar fysieke vrijheid werd haar immers stelselmatig afgenomen. Daarom vind ik het ook niet zo gek dat vandaag de hele dag een Vrijheidssymposium wordt gehouden in Hillesums geboorteplaats Middelburg. Onderdeel van deze dag is de prijsuitreiking aan de twee winnaars van de Etty Hillesum Schrijfwedstrijd; één prijs voor de beste brievenschrijver jonger dan 18 jaar en een voor de beste volwassen opsteller. Er werden eisen gesteld aan stijl, authenticiteit, kennis van Hillesums teksten en gedachtegoed, persoonlijke reflectie, relevantie voor nu. De brief mocht niet uit meer dan 750 woorden bestaan. 

Op 9 maart jongstleden was de deadline voor deze wedstrijd, de laatste brieven verschenen in de vroege ochtend van 10 maart in de wedstrijdinbox. Er kwamen uiteindelijk 273 inzendingen binnen, 237 van volwassenen en 36 van jongeren. Als fan van Etty’s oeuvre ben ik blij met dat hoge aantal. Bij de brievenschrijvers zaten kinderen en kleinkinderen van Joodse onderduikers in Nederland. Die wilden vooral weten waarom Etty zelf niet had willen onderduiken, sommige jonge schrijvers uitten hun boosheid daarover. Er zijn zoveel thema's en inspirerende gedachten die kunnen worden aangegrepen. Hillesums werk is een zeer rijk oeuvre, een diepe bron van inspiratie. Voor velen.   

Op 22 april ontving ik een mail waarin werd aangekondigd dat de jury een keuze had gemaakt maar de winnaars werden nog niet bekendgemaakt. Zelf was ik het dus niet. Aan deze schrijfwedstrijd meedoen, was om uiteenlopende redenen belangrijk voor mij. Ook vanwege de hedendaagse relevantie. Hillesums werk was toen een boodschap van veerkracht, moraliteit, humaniteit en spiritualiteit in duistere tijden. Haar boodschap is weer verrassend actueel in de onzekere wereld van nu. 

Alle briefschrijvers werden uitgenodigd om vandaag naar Middelburg te komen voor het symposium en de prijsuitreiking. Als ik in Nederland was geweest, zou ik dat zeker hebben gedaan. Interessante sprekers, boeiende onderwerpen. En daarna praten met de prijswinnaars. In de Volkskrant worden vandaag de twee winnende brieven afgedrukt. Ik ben heel benieuwd naar hun inhoud. (Misschien komt er dan nog een deel 3 in deze brievenserie...) Hieronder vind je mijn ‘Brief aan Etty’.


Lieve Etty,

Jouw ‘Dagboeken uit Westerbork’ leerde ik kennen als student aan de VU. Daar schreef ik een scriptie met als thema ‘Ironie in Holocaustliteratuur’. Was er in jouw werk ruimte voor ironie? (Mijn antwoord daarop was ‘ja’.) Die dagboeken liggen nu weer voor mij. Met een andere opdracht. 

Het kwaad in jouw tijd ging gekleed in zwarte uniformen. Hakenkruisvlaggen wapperden boven dreigende Hollandse wolkenluchten, legerlaarzen stampten door de straten. Terwijl de nazi’s jou als Joodse ontmenselijkten en jouw fysieke vrijheid stelselmatig beperkten, bleef jij verkondigen dat het leven ‘schoon en zinrijk’ was. Zelfs achter prikkeldraad vond je het nog ‘iets prachtigs en iets groots’. 

Wel vroeg jij je af wat dat toch is in mensen om anderen kapot te willen maken? Jij weigerde zelf slachtoffer te zijn, jouw geest werd juist verlicht door de ervaringen. Je wilde het lijden verdragen, het een plaats geven in jouw leven. Als een stukje van jouw ziel maar ongeschonden bleef. Waardevolle inzichten. 


Illustratie: Katie Kosma
Te midden van al het leed en onrecht in Westerbork behield je oog voor schoonheid. ‘De lucht is vol vogels, de paarse lupinen staan daar zo vorstelijk en vredig, op die kist zijn twee oude, keuvelende vrouwtjes gaan zitten, de zon schijnt op m’n gezicht en vlak voor onze ogen geschiedt een massamoord [..].’

In kamp Westerbork, dat brandpunt van menselijk lijden, voelde je de dreiging van deportatie toenemen. Maar je was vastberaden het lot van jouw volk te delen, tot het bittere einde. Je zag het kwaad om je heen maar weigerde zelf te verharden. Je wilde niet onderduiken, zelfs niet toen de treinen al naar het Oosten reden. 

Je wilde de pleister zijn op vele wonden (al was je geen heilige).

Wat mij ook treft in de dagboeken is jouw weigering om haat te beantwoorden met haat. Want haat vergiftigt het eigen gemoed. Je schreef dat je het lijden niet groter wilde maken door er bitterheid aan toe te voegen. Dat is geen passiviteit of onverschilligheid, dat is een radicale keuze vóór menselijkheid. De keuze om mens te blijven te midden van kwaadwillenden. 

Jouw woorden en daden werken door als een zachte tegenkracht. Je bleef geloven in het goede van de mens. ‘Wij moeten God helpen’ schreef jij ooit. Jij was diep gelovig maar wars van godsdienst. Je hief het gezicht niet op, jij zocht in jezelf. Je toonde aan dat verzet ook betekent dat we moeten blijven zien, blijven voelen, blijven liefhebben. Door te schrijven en te reflecteren nam je regie over jouw eigen leven.  

Jij ging van doorgronden naar ondergaan. Van stormachtig voelen naar tot rust komen. Van hoofd naar hart. Het zijn onvergetelijke levenslessen. 

Jouw leven werd ruw verstoord. Ik vraag me af wat jij ons nu zou zeggen. Dat waakzaamheid begint bij de taal die we bezigen, bij de woorden die we kiezen? Jij meende dat alleen taal greep biedt op de chaos die ons omringt. 

Jouw wijsheid en dat onverwoestbare in jou vonden hun weerklank in mij. 

Wij leven nu in een tijd die gevaarlijk ouderwets aandoet. Waarin woorden en mensen weer verharden. Waarin medemenselijkheid wederom geen vanzelfsprekendheid is. Barbaren bonken weer op de poorten van het Vrije Westen. Het kwaad draagt nu geen legerlaarzen. Het verschijnt in een net pak, doet uitspraken die simpel klinken en daarom des te gevaarlijker zijn.

Een van de gedachten die jouw tijd met de onze verbindt, is dat beschaving niet vanzelf ontstaat. Dat is een bewuste keuze, vooral nodig wanneer het ongemakkelijk wordt. Hoop is ook een bewuste keus. Dat is geen ontkenning van het kwaad of de realiteit, het zorgt ervoor dat het kwaad niet het laatste woord krijgt. Vrijheid is -naast een politiek begrip- vooral een innerlijke overtuiging. Voor jouzelf was die innerlijke vrijheid essentieel. Het is nu aan ons, welwillenden. 

In jouw laatst overgebleven dagboekcahier schreef je: ‘Ik wil zo graag blijven leven om al die menselijkheid die ik in mij bewaar, ondanks alles wat ik dagelijks meemaak, over te dragen in het nieuwe tijdperk.’ Het lot beschikte anders. 

Met jou stierf een kroniekschrijfster van grote intellectuele en maatschappelijke betekenis. Een, wier stem tot op de dag van vandaag glashelder doorklinkt.  


Bijna 700 woorden, recht uit het hart. Maar wel een beschouwend hart... Inmiddels begrijp ik waarom mijn brief niet heeft gewonnen na lezing van de beschouwing van de jury. En na lezing van de winnende brief. Daar kom ik nog een keer op terug in een blog. Hoe het ook zij, het was een mooi project.    

De  belangstelling voor Etty Hillesum is onverminderd groot. Recent verschenen er drie nieuwe boeken over haar, haar werk en innerlijke leven. Van de hand van dr Alexandra Nagel, historica gepecialiseerd in Westerse Esoterie. Zij herschreef haar proefschrift tot een boek over Julius Spier, de Duitse psychoanaliticus en handlezer die van grote betekenis was voor Etty.

Dr Lotte Bergen bewerkte een versie van haar proefschrift en publiceerde dat onder de titel ‘Het verweer van Etty Hillesum tegen het nazisme’. Een sleutel om Hillesums opmerkelijke keuzes beter te begrijpen. Bergen is directeur van de Stichting Etty Hillesum Huis. Zij spreekt vandaag ook op het symposium.  

Van literatuurwetenschapper Jan Oegema verscheen ‘Een apart soort moed’, uitgeroepen tot het Boek van de Week van de Betekenis. Dit is een essayistisch boek dat een meer literaire, filosofische verdieping geeft van Hillesums werk.


maandag 4 mei 2026

Westerbork-serenade

In Nederland vindt vandaag de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking plaats. Een dag waarop alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. De steun voor 4 en 5 mei onder Nederlanders is groot en stabiel. Ruwweg driekwart van hen vindt het belangrijke dagen. Dat stond te lezen in het Jaarlijkse Vrijheidsonderzoek dat vorige week uitkwam. Dit wordt een longread. 

Op 29 maart luisterde ik naar een radioprogramma op NPO1 waarin de muziek van Johnny & Jones uitvoerig werd besproken. Dit zangduo kende ik niet, al herkende ik het genre vooroorlogse muziek. Hierachter bleek een bijzonder verhaal te schuilen. Van het een kwam het ander.

In het vooroorlogse bruisende Amsterdam klonk in de jaren '30 van de vorige eeuw een nieuw geluid: swingende jazz, speels en licht. Midden in die muzikale vernieuwing stond het Nederlandse jonge duo Johnny & Jones, bestaande uit de Joodse Amsterdammers Arnold Meijer Kannewasser (1918) en Salomon (Max) van Wesel (1916). 

Ze waren neven, geboren en getogen Mokummers. Johnny was de gitarist. Hij gaf ook gitaarles en adverteerde daarmee in het Joodsch Weekblad. Salomon, ook wel Max genoemd, was de zanger die al wat ervaring en jazz-connecties had als trouwe bezoeker van de Nederlandsche Hot Club in de hoofdstad. Hun muziek was luchtig, vaak met een humoristisch randje, sterk beïnvloed door de Amerikaanse jazz. Met gitaar, meerstemmige zang en opvallende teksten wisten ze een groot publiek te bereiken. Hun eerste single (1938) was getiteld ‘Mijnheer Dinges Weet Niet Wat Swing Is’. 

Het duo werd razendpopulair. Ze adverteerden ook samen in het Joodsch Weekblad: ‘onze liedjes zijn zonnestralen die U uit Uw zorgen halen’. Ze traden op in theaters (onder andere Theater Carré) en op de radio. Hun liedjes, vaak vertaald of bewerkt uit het Engels, brachten internationale flair naar de polder. 

Terwijl hun ster steeds meer ging stralen, werd het boven Europa steeds donkerder. Door de bezetting veranderde het leven van Joodse Nederlanders drastisch. Als artiesten met Joodse roots werden Johnny & Jones langzaam maar zeker uitgesloten van het openbare leven. Hun optredens werden verboden, hun bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt. 

Bij de allerlaatste razzia in Amsterdam op 29 september 1943 (de stad werd na 4 oktober ‘Judenrein’ verklaard) werden de beide mannen met hun echtgenotes opgepakt. 


Nol en Max in de vliegtuigsloperij - illustratie Leo Kok
Ze werden naar Kamp Westerbork gedeporteerd, het kamp van waaruit bijna alle Joden naar vernietigingskampen in Oost-Europa werden afgevoerd. Daar werden de beide mannen te werk gesteld in de vliegtuigsloperij. Dit was een dwangarbeidproject van de nazi’s waar Joodse gevangenen gecrashte geallieerde vliegtuigen demonteerden. Onderdelen werden hergebruikt of verwerkt in andere voorwerpen. Het werk was loodzwaar en stond symbool voor de cynische uitbuiting in dit doorgangskamp. Dat is nogal eufemistisch uitgedrukt. Ik geef er de voorkeur aan Westerbork ‘het Nederlandse concentratiekamp op de desolate Drentse hei’ te noemen. Dat zegt preciezer waarom het gaat. 

Dit kamp was een bizarre plek: enerzijds een voorportaal van de dood, anderzijds een plaats waar een zekere schijn van normaliteit werd opgehouden. Dat werd met name uitgedragen door de Duitse kampcommandant Albert Konrad Gemmeker die met harde hand regeerde maar zichzelf liever zag als ‘Man van Cultuur’. 

In Westerbork werden theatervoorstellingen, cabaretavonden en muziekoptredens georganiseerd; deels bedoeld om gevangenen rustig te houden en de met name Joodse staf af te leiden. Johnny & Jones maakten deel uit van deze culturele activiteiten. Ze traden enkele keren op, zongen doorgaans in het Duits omdat liedjes in de Nederlandse en Engelse taal niet in de smaak vielen bij de kampleiding. Het podium voor de cabaretvoorstellingen was gemaakt van hout dat afkomstig was uit een plaatselijke synagoge. Gemmekers zitplaats in de grote barak was een pluche stoel in het midden van de eerste rij. Doorgaans werden de avonden op dinsdag georganiseerd, de dag waarop de afgeladen trein naar het Oosten reed. Als hij de ruimte betrad, moest iedereen opstaan. Hij was een ijdele man.

De optredens van Johnny & Jones (en collega’s) waren voor medegevangenen een moment van enige verlichting van het leed, een herinnering aan het vrije leven aan de andere kant van het prikkeldraad. Maar vanwege die plek kreeg hun muziek ook een extra wrange lading. Het bekendste voorbeeld daarvan is hun lied ‘de Westerbork-serenade’. Op het eerste gehoor klinkt het opgewekt, met een melodie die doet denken aan eerder werk. Met een vleugje humor en ironie bezongen ze het leven in het kamp: de onzekerheid, de transporten, de constante angst. Stijlfiguren als humor en ironie functioneerden als schild tegen de barre werkelijkheid. 

Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide... 

Ze zongen over de dinsdagen, de vaste dag waarop de treinen naar Oost-Europa vertrokken en over het wachten, het tergend lange wachten. De combinatie van luchtigheid en zwaarte maakt dit lied extra aangrijpend, wat mij betreft. Het was geen openlijk protest. In een omgeving waar directe kritiek levensgevaarlijk was, gebruikten Johnny & Jones hun talent om zich, tussen de regels door, over hun lot en dat van hun lotgenoten uit te spreken.

Nol en Max waren twee van de circa 102.000 Nederlandse Joden -met Sinti, Roma en tientallen verzetstrijders- die vanuit kamp Westerbork naar vernietigingskampen in Oost-Europa werden getransporteerd tussen midden 1942 en september 1944. Gemmeker kondigde op 2 september 1944 het einde aan van het cabaretgezelschap. Op 4 september 1944, een van de laatste transporten (een dag later dan de deportatietrein van Anne Frank en haar familie), werd bijna het gehele cabaretgezelschap gedeporteerd naar Theresienstadt, een kamp in Tsjechoslowakije. Daarna kwamen ze terecht in Auschwitz, Sachsenhausen en Buchenwald. Uiteindelijk belandden ze na een tiendaagse treinreis in kamp Bergen-Belsen, waar ze kort voor het eind van de oorlog door uitputting overleden. (De vrouw van Max overleefde de oorlog wel. Zij emigreerde naar de VS.) 

Gemmeker werd na de oorlog (1948) in Nederland tot slechts tien jaar gevangenschap veroordeeld voor de deportatie van 80.000 Joodse Nederlanders naar vernietigingskampen. Hij was bij alle transporten aanwezig, tekende elke transportlijst. Op het perron wenkte hij dan nonchalant met zijn hand ten teken dat de trein -soms met vuile veewagons- kon vertrekken.

Hij heeft altijd gezegd niets te hebben geweten van het lot dat Joodse gedeporteerden in de vernietigingskampen in Oost-Europa wachtte. De openbare aanklager van Assen slaagde er niet in het tegendeel te bewijzen tijdens de procesgang van 1948. Gemmekers baas Zöpf erkende later tegenover de Duitse justitie wèl schuld. Maar ook de Duitse rechter lukte het meermalen niet de ware schuld van Gemmeker te bewijzen. 

De kampadministratie werd onder Gemmekers leiding tweemaal opzettelijk vernietigd: vóór Dolle Dinsdag (1944) en net voor de Canadese bevrijding van het kamp in 1945. Alle sporen werden gewist. 

Journalist en auteur Ad van Liempt ontmaskerde Gemmeker echter wel. Dat deed hij in zijn uitstekende biografie (2019) getiteld ‘Gemmeker. Commandant van kamp Westerbork’. Hem omschreef hij als ‘fanatiek, bezeten van orde en tucht’ en als ‘kille moordenaar’. Hij was een ijskoude antisemiet, hard als cement. 

Van Liempt gebruikte voor zijn onderzoek ook de dagboekaantekeningen van schrijfster Etty Hillesum (daarover morgen meer) en het dagboek van een andere Joodse geïnterneerde, journalist Philip Mechanicus. Mechanicus wordt door Van Liempt de chroniqueur van kamp Westerbork genoemd. Zó omschreef hij Gemmeker (let op de ironie). ‘Men is geneigd de commandant voor niet recht snik te verklaren. Maar dat is verboden. Maar iets is er toch mis met hem.’ De journalist noemde de culturele optredens in Westerbork ‘operettemuziek bij een geopend graf’. Hillesum beschreef de commandant als ‘heer en meester over leven en dood van Hollandse en Duitse Joden [..]

Ik las het boek recent en zat mij vaak te verbijten. Wat een leugenaar was die Gemmeker! En wat een lafaard – zich eindeloos verschuilend achter zijn meerdere in Den Haag (Willi Zöpf, plaatsvervanger van Eichmann in Nederland). De haren rezen mij soms te berge. 

Van Liempt toonde in zijn boek (tevens proefschrift) onder andere overtuigend aan dat Gemmeker in november 1943 aanwezig was geweest bij een bijeenkomst in Duitsland, waarbij ook Adolf Eichmann, organisator van de ‘Endlösung der Judenfrage’ (vernietiging van het Joodse ras in Europa), present was. Hij moet dus hebben geweten van de systematische genocide van de nazi’s. Gemmeker ontkende zijn toenmalige aanwezigheid. Een grove leugen. 

De auteur sprak ook met Gemmekers kinderen. Toen diens jongste dochter Erika haar pasgeboren baby aan hem kwam tonen, was hij geschokt en wilde hij niet meer met haar praten omdat het meisje Ruth heette, een Joodse naam. 

De veroordeelde kwam in 1951 vervroegd vrij. Eenmaal terug in Duitsland lukte het de Duitse justitie evenmin om hem voor zijn betrokkenheid bij de Holocaust zwaarder te veroordelen. Het is vreemd dat de Duitse onderzoeksrechter hem destijds niet met al zijn leugens heeft geconfronteerd. Een gemiste kans. Van Liempt denkt dat ze ermee klaar waren, het was te ongemakkelijk. Tja. Gemmeker leefde nog ruim 30 jaar in vrijheid. Dat is moeilijk te verkroppen... 

De Westerbork-serenade is meer dan een lied. Het is een nummer met historische lading en grote betekenis, een zeldzaam inkijkje in het dagelijks leven in dit concentratiekamp op Hollandse bodem. 

Johnny & Jones, beter gezegd Nol en Max, bewezen dat kunst een functie heeft, zelfs onder de wreedste omstandigheden. Hun stemmen verstomden maar hun namen en liederen klinken voort. In 1970/1971 werd in Amsterdam een brug naar het duo vernoemd, gelegen in het Beatrixpark (foto header). Op 8 juni 2001 ging de opera Johnny & Jones in première in de Amsterdamse Stadsschouwburg. 

De Holocaust begon niet met de bouw van Auschwitz, het begon met het bordje ‘Verboden voor Joden’. Al ben ik van een naoorlogse generatie, dit verschrikkelijke verhaal, deze inktzwarte bladzijde van de Vaderlandse geschiedenis, emotioneert mij nog steeds. Niet alleen op een dag als vandaag.

Westerbork-serenade 

Ik geloof, ik ben niet helemaal in orde
Ik ben met mijn gedachten er niet bij
Opeens ben ik een ander mens geworden
Mijn hart klopt als de vliegtuigsloperij

Ik zing mijn Westerbork-serenade
Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje
Op de heide
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Mit einer schönen Dame, wandelend tezamen - zij aan zijde

En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo had ik het nooit te pakken bij mijn moeder thuis
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Diese Westerbork Liebelei

Daarna ging ik naar de sanitäter
Die vent zei d'r is heus niets aan te doen
Maar je voelt je heel wat stukken beter
Na 't geven van de allereerste zoen (en dat moet je niet doen)

Ik zing mijn Westerbork-serenade
Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide

Ik zing mijn Westerbork-serenade
Mit einer schönen Dame
Wandelend tezamen zij aan zijde
En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo had ik het nooit te pakken bij mijn mammie thuis
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Diese Westerbork Liebelei
 

In de twee minuten stilte die vanavond op de Dam en elders in het (buiten)land wordt aangehouden, kan eenieder zelf bepalen naar wie of wat de gedachten uitgaan. Het belangrijkst is dat we herdenken, opdat we niet vergeten. Dat is de vrijheid die wij nu hebben. Een groot goed dat we met elkaar moeten beschermen.


donderdag 30 april 2026

Zonne-tweelingdag

Vandaag is het in Spanje de grote simulatiedag! In Spaanse krant El País werd het ‘de zonne-tweeling van de eclipsdag’ genoemd. (Ik hou de spanning er nog even in...) 

Het National Geografisch Instituut (IGN) van Spanje stelde voor dit doel een speciale eclipsmap samen. Met die kaart kun je proefdraaien als geïnteresseerde. Vanavond staat de zon op precies dezelfde plek als die op 12 augustus aan het firmament zal staan. Zo kun je om ongeveer half negen 's avonds zien of je op de goede plek bent om iets van dit bijzondere natuurverschijnsel te zien. 

In de ‘Motor’-editie van diezelfde krant stond laatst een uitgebreid artikel over de zonsverduistering die op 12 augustus van dit jaar te zien zal zijn in bepaalde delen van Spanje. Het was meer dan 100 jaar geleden dat deze gelegenheid zich voor het laatst voordeed. Het zindert nu al in de Spaanse media. 

Breaking news: mijn liefje en ik gaan dat ter plekke meebeleven. Ergens las ik dat een totale zonsverduistering een onvergetelijke ervaring kan worden die een generatie definieert... of een onvergetelijke frustratie. Het verschil zit hem niet in geluk maar in de planning.

Nou, dan wij! Ongeveer een jaar geleden boekten we een hotel in het hart van de regio waarin dit bijzondere natuurverschijnsel het best kan worden aanschouwd. Alle accommodatie is daar inmiddels volgeboekt en uitverkocht. Onze hotelkamer zou nu per nacht het tienvoudige kosten van de oorspronkelijke overnachtingsprijs. Individuele huizenbezitters in het gebied boden hun accommodatie voor duizenden euro’s per dag aan. Ze gaan dan zelf in de tuin liggen. Dat alles voor minder dan twee minuten sterrenkijken.

Op 12 augustus zal een totale zonsverduistering plaatsvinden die vanuit Spanje met het blote oog zichtbaar zal zijn. Anticiperend op de komst van miljoenen toeristen die dit astronomische verschijnsel willen meemaken, plant de Spaanse verkeersdienst specifieke verkeersmaatregelen. Deze zonsverduistering maakt deel uit van het zogenaamde ‘Iberische Trio’ (2026-2027-2028). Het is geen op zichzelf staande gebeurtenis maar het begin van een uitzonderlijke cyclus van zonsverduisteringen die in de komende drie jaar vanaf Spaans grondgebied zichtbaar zal zijn. 

De zonsverduistering zal Spanje dit jaar van west naar oost doorkruisen en over verschillende regio- en provinciehoofdsteden trekken. Van A Coruña naar Palma, langs Oviedo, León, Bilbao, Palencia, Zaragoza en Valencia. In de regio’s Galicië, Asturië, Cantabrië, Castilië en León, Baskenland, Navarra, Rioja en Aragón zal de dag gedurende iets meer dan een minuut overgaan in schemering. De temperatuur zal iets dalen en het landschap zal van kleur veranderen.  

Omdat dit land zich in de laatste fase van de eclips bevindt, zal het fenomeen zichtbaar zijn wanneer de zon al laag aan de hemel staat en op het punt staat onder te gaan. Dat maakt het verschijnsel extra bijzonder. Dit wordt nu al hét natuurverschijnsel van de 21ste eeuw genoemd. Er zijn verschillende soorten: een gedeeltelijke, ringvormige, hybride en totale zonsverduistering. Vanaf planeet aarde bezien, blokkeert de maan de zon. In de gebieden binnen de zone zal de corona van de zon, oftewel de buitenste atmosfeer, dan kunnen worden waargenomen, als het weer het toelaat. Wanneer de maan het felle licht van de zon afschermt, verschijnt de kroon van de zon als een parelachtige lichtkrans rond de zwarte schijf van de maan. Die corona is slechts heel kort te zien. 

Aangezien het fenomeen midden in de zomer plaatsvindt, is de kans groot dat het overal helder weer zal zijn. Deze zonsverduistering zal in grote delen van Spanje voor grote opwinding gaan zorgen. De ‘Protecíon Civil’ (civiele beschermingsdienst) verwacht bijvoorbeeld alleen al in Tarragona 85.000 bezoekers, veel meer dan gebruikelijk. Men is daar al bezig met het inrichten van veilige kijkzones, in samenwerking met lokale gemeenten. Alle toeristische reserveringen zijn er uitverkocht. 

De verwachting is dat miljoenen toeristen uit binnen en buitenland voor dit verschijnsel naar de betreffende Spaanse regio’s zullen komen, aldus de staatssecretaris voor Wetenschap, Innovatie en Universiteiten. Onlangs trof ik een lezersreis aan in de Volkskrant die deze zonsverduistering als onderwerp heeft. Kun je nagaan?! De regering-Sánchez stelde deze staatssecretaris aan als hoofd van de Nationale Eclipscommissie, bestaande uit afgevaardigden van 13 ministeries, om de organisatie van de zonsverduistering in het land te coördineren en in goede banen te leiden.

In het genoemde artikel werd aangekondigd dat de Spaanse DGT, de Directie-Generaal van het Verkeer, in de aanloop naar en op de dag zelf, speciale maatregelen gaat nemen die miljoenen automobilisten zullen treffen. ‘De verkeersautoriteiten boeken vooruitgang bij het ontwerpen van een specifiek plan voor de gebieden waar dit astronomische fenomeen het best zichtbaar is’, aldus de krant. Gelukkig maar?! Hoewel de verkeersdienst de details nog niet heeft vrijgegeven, is er een werkgroep opgericht die een ​​speciaal plan moet ontwikkelen. Naast andere maatregelen die nog worden afgerond, zullen er beperkingen gaan gelden voor zware vrachtwagens, zullen alternatieve routes worden ingesteld en lokale controles worden uitgevoerd op snelheid, alcohol en drugs. 

Het Ministerie van Transport roept het publiek op de zon alleen veilig te bekijken met behulp van eclipsbrillen. Deze brillen moeten door de Europese Unie zijn goedgekeurd voor zonneobservatie en gebruikers moeten de instructies zorgvuldig opvolgen om oogletsel te voorkomen. ‘Loop niet terwijl u ze draagt, blijf bij voorkeur zitten’, is een van de adviezen. ‘Autorijden met dit accessoire brengt risico's met zich mee’. Tja. 

Zelf kocht ik vorig jaar meteen na de hotelreservering twee goedgekeurde eclipsbrillen. Die liggen voorlopig stof te vergaren in de kast. Elke bril bestaat uit twee delen: een onverduisterd deel als een stofbril en een verduisterende klep die je ervoor kunt doen op het ‘moment suprême’. Wij kunnen onze bril ook veilig dragen achter het stuur maar autorijden gaan we die dag zelf in ieder geval niet doen met alle beperkingen in de route en de gekkies op de weg. Alleen tijdens de korte minuten van totaliteit, wanneer de zonneschijf volledig door de maan wordt bedekt, is het veilig om met het blote oog te kijken. Voor ons betekent dit ergens tussen 20:27 en 20:33 uur. 

De omvang van wat er gaat gebeuren, werd treffend samengevat door de directeur van het Nationaal Astronomisch Observatorium en de Nationale Eclipscommissie, toen hij stelde dat de Spanjaarden de volgende dag ‘verdeeld zullen zijn’: zij die het gezien hebben en zij die het hebben gemist. 

Twee weken geleden stuurde ik een mail naar ons hotel. We hebben een kamer geboekt in een van de mooiste plaatsen van Spanje: Albarracín. Het ligt in het hart van het kijkgebied: provincie Teruel in de autonome regio Aragón. 

Mijn liefje, Chef Boeking, verwachtte een pluim van mij voor de locatiekeuze. Mijn wijsneuzerige antwoord was dat als je op de Sierra de Albarracín bent op het juiste moment wel maar als je in het stadje (UNESCO Werelderfgoed) blijft, niet. Recent kwam er een advertentie voorbij van een huis in de Sierra de Albarracín; rond 12 augustus kost het daar 12.000, voor drie nachten. Een huis met alleen maar stapelbedden, wel voor veel mensen. 

Het zicht naar het westen moet helemaal vrij zijn om maximaal van dit bijzondere natuurverschijnsel te kunnen genieten. Het zal niet voldoende zijn om binnen het pad van de totaliteit te vallen. Als we op die dag thuisblijven, zullen we wel de verduistering zien maar niet de corona. Dus we gaan naar Albarracín (dat we kennen van een eerder bezoek). De eclips vindt daar plaats wanneer de zon zeer laag aan de westelijke horizon staat. Een kleine bergketen, een hoog gebouw of een rij bomen kan het piekmoment volledig bederven.

Ik vroeg het hotel of men speciale maatregelen neemt om gasten extra te verblijden tijdens de aanstaande eclips. Binnen vijf minuten kreeg ik antwoord van de hotelmanager. (Die had op dat moment dus nog weinig te doen.) Jazeker, ook zij waren druk bezig met maatregelen maar niet alleen voor ons. Ook het hotelpersoneel wil dit verschijnsel graag zien! Dat vind ik nou typisch Spaans... Gedeelde pret is dubbele pret. Een weekje voor E(clips) Day zal hij zeer weer bij ons melden. Ook stuurde ik twee lokale reisbureaus een mail met de vraag of ze excursies naar het beste gebied gaan organiseren. Allen meldden dat ze druk bezig zijn.

We kijken uit naar het evenement. Wordt zeker vervolgd!