Translate

zondag 19 april 2026

Stem uit het verleden

Kort voor Pasen ontving ik een mailbericht van de redactie van ‘Vroege Vogels’. Terwijl ik dit bericht publiceer, staat het programma op de achtergrond aan. Dat was niet om te vragen of ik weer aan een Buitenland Special zou willen meedoen. Dat wil ik best als ze die weer gaan organiseren aan het einde van dit jaar. Nee, ik werd door iemand gezocht! De redactie stuurde een Nederlandstalige mail door van een Engelse collega van vroeger. Ze schreef dat ze al jaren naar mij op zoek was om mij te bedanken... 

Nu wil het toeval dat ik mij niet zo lang geleden, tijdens weer een onvrijwillige nachtelijke brainstormsessie met muzelluf, bedacht dat Vroege Vogels de enige plek is waar mijn ware en volledige voor- en achternaam bekend zijn. Op het wereldwijde web, bij Blogger, ben ik immers actief als Barefoot on the Beach. Tweemaal werd ik door de presentator van mijn favoriete radioprogramma met volledige naam aangekondigd. Ook mijn liefje, meewerkend voorwerp, werd de laatste keer bij haar voornaam genoemd. 

Ashrina, die zichzelf een speurneus op het web noemt, bleek al jarenlang op mijn volledige naam en de voornaam van mijn liefje te zoeken. Ze vond mij dus via Vroege Vogels. In haar mail schreef ze dat ze zelfs naar Bali was gegaan om mij daar te zoeken. Dat we daar zouden wonen, had ze via-via begrepen. Ik moest er hartelijk om lachen. Op het eiland van de Goden wonen ongeveer 4,5 miljoen mensen; de meesten van hen in het zuiden en niet in het noorden zoals wij jarenlang deden. De kans om mij daar te vinden zonder adres was nihil. Ik dankte de doorzender van Vroege Vogels hartelijk en zette mij aan een rechtstreekse mail aan Ashrina.

Ik schreef wat een verrassing haar mail was. Dat ik mij haar herinner als de jongedame die zichzelf ’s avonds laat opsloot in de toilet van ons huis na een bachanaal feest in onze toenmalige achtertuin in Caversham Heights. Ze schaamde zich dermate voor haar aangeschotenheid dat ze het kleinste kamertje niet wilde verlaten om mij onder ogen te komen. Ze heeft Indiase roots, wellicht is de alcoholintolerantie genetisch bepaald? De schaamte was zó groot dat ze ter plekke haar ontslag indiende aan mij, haar manager. Door de wc-deur. Ik weigerde en vroeg haar mij de volgende ochtend te bellen, als ze weer nuchter was. Die zaterdagochtend belde ze en we spraken ruim een uur met elkaar. Mijn liefje en ik waren op weg naar een weekend in Wales. Zij vond nog steeds dat ze niet in het team kon blijven, ik wel. De maandag erop trof ik haar gelukkig weer op kantoor aan. 

Mijn liefje en ik hadden die avond als gastvrouwen de wijnflessen expres zo ver mogelijk weggezet zodat drankinname niet al te aanlokkelijk zou zijn tijdens de vrijmibo en het daaropvolgende tuinfeest. Ik kende mijn pappenheimers! Voorafgaand aan het gezellige avondje bereidden we een uitgebreid internationaal (Europees en Indonesisch) buffet voor eenieder dus er kon een goede bodem worden gelegd.

Mijn team bestond uit een fantastisch stel superslimme jonge en iets oudere vrouwen en een enkele man. Als teamlid wist ik van eerdere uitjes dat ieder van hen wel een glaasje of twee lustte (op Ashrina na, maar dát wist ik nog niet). Ondanks onze voorzorgsmaatregelen bleek één vrouw in het team een volleerde horecavrouw te zijn in een vorig leven. Juist zij vroeg mijn liefje onschuldig en goedbedoeld of ze kon helpen bij het bedienen. Tuurlijk, goed plan. Zij kon echter in elke hand drie flessen tussen haar sterke vingers vasthouden. Dát wist ik ook niet. Ze voer die avond rond als een tanker over the Theems... Onze ruime voorraad wijn raakte zo goed als leeg. (Haar verwijt ik niets.)   

In Londen werd ik manager van het OD&D-team van de organisatie die het werken in de nieuwe Heathrow terminal, door ons liefkozend ‘T5’ genoemd, ging vormgeven en inrichten. OD&D stond voor ‘Organisational Design and Development’. Als Change Management Team gingen we de nieuwe organisatiestructuur, -cultuur en werkprocessen bedenken en beschrijven. Zelf was ik niet op zoek naar een managementrol maar mijn toenmalige Ierse baas Sharon vond het een goed idee. Dat overkwam mij eerder. In een vorige baan in Nederland wilde het personeel mij als manager van het Amsterdamse kantoor en niet de, door de leiding voorgestelde, persoon. Zo gaan die dingen soms. 

Nooit heb ik muzelluf gezien als ‘baas’ van iemand, die functie ambieer ik niet. Laat mij maar lekker mijn eigen gang gaan. Na uitgebreid overleg thuis (met mijn eigen HR Director) zei ik schoorvoetend ‘ja’. Ik wilde het avontuur wel aangaan als ‘primus inter pares’, als eerste onder gelijken. Een mens is immers nooit te oud om te leren en van inzicht te veranderen. Bovendien kunnen nieuwe ervaringen medevormend zijn. 

Zo werd ik manager van een groep interne consultants die met elkaar nieuwe dingen gingen ontwerpen en uitwerken voor het nieuwe personeel van de nieuw te openen terminal. Het imposante gebouw verrees langzaam maar zeker uit de bouwput. Af en toe hadden we op het bouwterrein een vergadering of teamsessie. Weer eens iets anders dan op de hei! 

Heathrow Terminal 5 werd ontworpen door de wereldberoemde architect Sir Norman Foster en werd gebouwd door personeel van het bedrijf Richard Rogers. Het duurde bijna 20 jaar om het idee te ontwikkelen, alle seinen op groen te krijgen en het gebouw van de grond, beter gezegd: op de grond, te krijgen. Heathrow ligt immers middenin een woongebied. De bouw kostte bijna 4 miljard Engelse pond. Ook tijdens de bouw werden de allerlaatste inzichten en nieuwe principes gehanteerd. Mijn manager Sharon schreef er een boek over nadat het project was afgerond, getiteld ‘Heathrow’s Terminal 5: History in the Making’.

Ik herinner mij de eerste vergadering met het team nog goed. Voor iedereen kocht ik een grappig c.q. ironisch Engelstalig boek over de cultuur van Nederland en de Nederlanders, getiteld ‘The Undutchables’. Zodat ze wisten welk vlees ze in de kuip hadden. Ik stelde voor dat ze het lazen voor een beter begrip van hun nieuwe manager, that Crazy Dutch Girl.   

In die vergadering legde ik ook uit wat voor mij als mens belangrijk was, waaraan ik waarde hechtte als collega en manager. Vervolgens stelde iedereen zich aan mij voor, we maakten een gezamenlijk actieplan en gingen ieder ons weegs. We werkten in verschillende hoeken van de (grote) organisatie maar elke week kwamen we bijeen. Ieder van hen was ‘toegewezen’ aan een directeur in de bouworganisatie. Zelf was ik als enige de persoonlijk adviseur van een senior directeur van BAA, de Londense equivalent van Amsterdam Schiphol. Zo legden we de verbinding tussen de staande en de projectorganisatie.

Ashrina was een van de teamleden. Een jonge, intelligente vrouw die was afgestudeerd aan de London School of Economics (LSE) en zich bij T5 bezighield met de financiële administratie van het project. Ik schreef haar een lieve, uitgebreide mail terug met foto’s van een vroegere teamsessie (ofcourse).

Aan haar veranderde achternaam constateerde ik dat ze was gehuwd. Had ze kinderen? Werkte ze nog steeds? Zo ja, wat en hoe? Had ze 20 jaar later nog contact met ex-collega’s van T5? Ook schreef ik beknopt hoe het mijn liefje en mij was vergaan in de tussenliggende jaren. Met een recente foto van ons tweeën.

De daaropvolgende dag ontving ik een mail van haar, rechtstreeks in mijn mailbox. Ook zij was verheugd. Tijdens haar zoektocht had ze ook de directeur van BAA gemaild met wie ik samenwerkte om te vragen of hij een adres van mij had. Nee, dat stond op een laptop die hij niet meer aan de praat kreeg. (Hij was geen computernerd...) Dat ze in Bali willekeurige mensen in Ubud, Sanur en Seminyak had gevraagd of ze bekend waren met twee vrouwen met die namen die daar zouden wonen, deed mij wederom schaterlachen. 

Ze wilde mij bedanken omdat ik de beste manager van haar leven was en veel voor haar carrière heb betekend. Daarop volgden enkele zinnen met superlatieven die ik je zal besparen. De ervaring met mij had haar gevormd. Ze heeft tot dusver zelf een mooie (internationale) carrière met af en toe een stop, onder andere om kinderen te krijgen. Ze voegde een fraaie familiefoto toe.

Na de dramatisch verlopen opening van Terminal 5 in maart 2008 (zelf was ik toen al weg uit het Verenigd Koninkrijk, woonde permanent in Spanje en reisde met mijn liefje de wereld rond), verliet Ashrina de organisatie. Teleurgesteld. Ik begrijp dat. 

Zelf keek ik ook op afstand met toegeknepen billen naar de desastreuze openingsdag. In de terminal liep het die dag volledig in het honderd vanwege het haperende bagageafhandelingssysteem (inclusief transportband) van British Airways, de enige vliegmaatschappij in T5 en grootste klant van BAA. Ik had bijna wekelijks met hen vergaderd in de aanloop naar de opening. De latere conclusie was dat de luchtvaarmaatschappij hun personeel onvoldoende had opgeleid voor de opening. Tja. Wij hadden zó hard gewerkt...  

Ze vroeg of ik nog steeds voor mijn liefje zing of een gedicht aan haar opdraag op onze jubileumdag. Dat vond ze toen zo romantisch! (Ik wist niet eens meer dat ik zoiets met haar had gedeeld?!) Ze was onder de indruk van onze 37 jaren samen. (Net als ik...) Ik heb haar niet geschreven dat ik in de recentste jubileumblog het gedicht zelf schreef, onder pseudoniem van Mary St.-Cloud. (Die alias past mij als professioneel wolkenstaarder!)

Ashrina zou het leuk vinden ons een keer te komen bezoeken aan de Costa Blanca. Ik schreef terug dat ze van harte welkom is. ‘To dredge up old cows’.


woensdag 15 april 2026

Stad van drie culturen

We reden over de Spaanse hoogvlakte richting Toledo, gelegen in autonome regio Castilla-La Mancha. Het land van Don Quichote. Mooie lappendekens links en rechts: diep en licht oranje, gif- en donkergroen. Olijfboomgaarden en  amandelboomgaarden zover het oog reikte, uitgestrekte wijngebieden met jonge en oude aanplant. Hier en daar intens gele velden met koolzaad. Het was er prachtig. We zoefden over vaak lege wegen. La España vacía’, het lege Spanje, was overal om ons heen. Onze auto passeerde tijdens dit uitje de 100.000 kilometergrens. Onze comfortabele bolide doet het nog goed! 

Toledo is een van de mooiste steden in Spanje die we ooit bezochten. Deze nog grotendeels intact gebleven middeleeuwse stad is een bezoek meer dan waard. Maar eerst over de stap die aan dit bezoek voorafging: een bezoek aan de Nederlandse ambassade in Madrid. We hadden vantevoren een dag en tijdslot gereserveerd, hadden alle benodigde documenten op zak. We namen de hogesnelheidstrein (‘Linea de Alta Velocidad’) vanuit Toledo naar de hoofdstad. Een enerverende ervaring want we zaten nog nooit samen -wel alleen- in een sneltrein op Spaans grondgebied. Mijn liefje is treintjesgek en zelf vind ik het ook leuk om mij zo te verplaatsen. 

Het was vroeg in de ochtend, het fraaie station van Toledo lag er vredig bij. Het gebouw stamt uit 1919 en is opgetrokken in neo-mudéjarstijl (hoefijzervorm). In 1991 werd het uitgeroepen tot cultureel erfgoed. 

De trein zat niet vol. We hadden gereserveerde plaatsen en vertrokken op tijd. We bereikten een snelheid van 237km per uur, geklokt door mijn liefje. In een half uur waren we dan ook op station Atocha – Almudena Grandes. 

Dat station kreeg op 11 maart 2004, hier bekendstaand als ‘11-M’, te maken met een terroristische aanslag door al-Qaeda. De terroristen plaatsten tien bommen in vier treinen in en om dit station, met 191 doden en meer dan 1.800 gewonden als gevolg. Onze bagage moest daar door een scanner, net als op een vliegveld. Die wrede aanslag zou weleens de oorsprong van deze procedure kunnen zijn. Het wordt elk jaar herdacht. 

Almudena Grandes was een van mijn favoriete Spaanse schrijvers. Deze geboren en getogen Madrileense werd na haar dood (november 2021) benoemd tot ‘dochter van de stad’. Het stadsbestuur vernoemde dit treinstation naar haar. Een mooi gebaar. Ik stond daar op het perron met allerlei gedachten... aan de vele boeken van een politiek geëngageerde schrijfster en een mooi mens.

We waren niet de enigen in de ambassade. Mensen handelden aan de balie hun aanvraag af en er waren wachtenden voor ons. Een Nederlandse vrouw van 18 jaar was uit Barcelona gekomen nadat ze was beroofd van al haar identiteitspapieren. Ze was recent begonnen aan een stage van zes maanden. De man van de ambassade noemde Barcelona ‘the capital of pickpocketing’ (hoofdstad van het zakkenrollen). Dat beleefden wij, wachtenden, allemaal met haar mee want de gehele conversatie werd de openbare ruimte in geslingerd. Hoezo privacy?!

De Nederlandse mannen vóór ons bleken ook een setje te vormen. (De een noemde de ander ‘schat’.) Partner 1 stapte naar de balie en gaf zijn papieren af. Zijn pasfoto was niet in orde, zijn hoofd was te groot afgebeeld. Zucht, diepe zucht. Er moesten nieuwe foto's komen, de aanvraag kon zo niet doorgaan. Partner 2 trok zijn grote mond open: ‘ik ga hier niet weg zonder nieuw paspoort’. Typisch dom Nederlands. Zo werkt het immers niet en dat zei partner 1 hem dan ook. Mijn liefje, ervaringsdeskundige, gaf ongevraagd advies: ‘spring in de taxi, laat de chauffeur wachten en keer gezwind terug. Zo geregeld’. Zij liepen mopperend weg en wij zagen hen daarna niet meer terug. Tja.

Even vreesden we voor onze eigen pasfoto’s. Ik keek naar mijn eigen grote hoofd op die kleine postzegel... Maar deze keer waren ze in orde. Joehoe! We gaven onze papieren af, de pasfoto’s werden aan het aanvraagformulier bevestigd, we zetten de nodige handtekeningen, er werden vingerafdrukken afgenomen. Heel veel van bijna alle vingers van mijn liefje, tweemaal twee wijsvingers bij mij. Waren haar afdrukken onduidelijker geworden, ietwat vervaagd ten opzichte van tien jaar geleden? Ik heb het niet gevraagd. Er moest dik worden betaald voor de dienstverlening tussen Madrid en Den Haag. Hoe het ook zij, het kon ons weinig schelen. De aanvraag was gedaan, de missie geslaagd. Het wachten is nu op de nieuwe identiteitspapieren, aangetekend afgeleverd op huisadres. 

Daarna was het tijd voor plezier! In de middag bezochten we het Museo Banksy. Er zijn er een paar van in de wereld: in Barcelona, Amsterdam, Parijs, Brussel, Krakau en New York. Ze doen het allemaal net ietsje anders. 

In het museum in Madrid kregen lokale Spaanse straatkunstenaars (die beregoed zijn!) toestemming van de Britse kunstenaar om zijn werken zo precies mogelijk na te schilderen op de muren van een voormalige parkeergarage die nu als museum dienstdoet. Het resultaat was verbluffend! Ook waren er schilderwerken op doek van Banksy zelf. Een van de leukste schilderijen vond ik een werk dat is getiteld ‘Sunflowers from a petrolstation’, met een knipoog naar Vincent van Gogh. Daarop zie je een fraaie bloemenvaas met een verlept bosje zonnebloemen. Zijn schilderij van Guantanamo Bay is ook een doordenker. 

Ik vind zijn werk een cultureel fenomeen. Ik houd van zijn humor, ironie, satire, sarcasme en subversieve beelden. Hij levert stevig commentaar op onze consumptiemaatschappij, daagt de gevestigde orde uit, komt op voor minderheden. Hij zet ons, kijkers, aan tot anders denken over politieke en sociale kwesties. Wij genoten van alles dat we er zagen en de sfeer die er hing. Aanrader! Via deze link vind je het Banksy-webalbum met bijna alles dat daar hangt (zie ook hiernaast in de rechterkolom). 

Aan het einde van de middag keerden we met de trein terug naar basiskamp Toledo, de stad die in 1986 werd uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Wij vierden het stadsjubileum op gepaste wijze: door er dagelijkse urenlang doorheen te wandelen. Toledo moet je een keer hebben bezocht, al is dat geen sinecure voor mensen met mobiliteitsproblemen. De straten stijgen en dalen voortdurend. (Terwijl ik dit typ, heb ik nog een restje pijn in de kuitspieren.) Wij liepen tot dusver gemiddeld tien kilometer per dag, over eeuwenoude kasseien. Het historische centrum (‘el casco histórico’) is compact maar uitdagend. Wel goed te doen, wat ons betreft. Je vindt er overblijfselen van de Romeinen, Visigoten, Moren (Berbers/Arabieren), Joden en Christenen. 

Waarmee zal ik beginnen? De Joodse, christelijke en moorse invloeden in deze stad zijn overduidelijk en overal te vinden. Synagogen met hoefijzervormige bogen (Mudejár, moors), kerken met mudejár-bogen, moskeën met christelijke elementen. Je vindt het daar allemaal kriskras door elkaar. De goedgekozen naam van stad van drie culturen doet zichzelf alle eer aan. 

Wij kochten een 7-daagse culturele pas waarmee je gratis toegang krijgt tot een aantal belangrijke bezienswaardigheden. Daarnaast kregen we vaak gratis toegang zonder onze armband met QR-code te tonen. Die armband moest wel worden gedragen en dat werd in mijn geval een probleem. De mevrouw van het eerste museum, waar we deze ‘pulsera’ kochten,  deed het ding te strak om mijn pols en dat bleek ik zelf niet te kunnen veranderen. Dus ’s avonds in ons hotel vroeg ik de jongedame van de receptie om het bandje door te knippen. Dat heb ik geweten! In een volgend museum liet ik mijn losse bandje zien met het aankoopbewijs. Dat werd geweigerd, ik mocht niet naar binnen. Daarop verzon Tom Poes een list. De volgende morgen niette dezelfde jongedame van de hotelreceptie het bandje aan de achterkant weer aan elkaar, in een ruimere stand. Dat werkte. 

We bezochten de beide synagoges van de stad en slenterden door de Joodse wijk, op zoek naar specifieke tegeltjes die ernaar verwijzen. Op zaterdagochtend liepen we met gids Eduardo door de stad. Hij wees ons op specifieke gebouwen en vertelde ons veel over de geschiedenis van Toledo. Volgens hem waren er twee verplichte adressen om te bezoeken; je kon deze stad niet verlaten zonder ze van binnen te hebben gezien. 

Het ging om ‘La Catedral Primada’ die dit jaar haar 800-jarig bestaan viert en het schilderij van ‘De begrafenis van de graaf van Orgaz’ door El Gréco. Dit wordt wel hét meesterwerk van de Kretenzische kunstenaar (geboren als Doménikos Theotokópoulos) genoemd en een van de mooiste symbolen van spiritualiteit en mystiek, ooit vervaardigd. Het is een typisch El Greco-werk: langwerpige figuren en donkere kleuren. Mijn liefje en ik volgden Eduardo’s advies braaf op en constateerden dat hij geen woord teveel had gezegd! 

Nu hebben we al heel wat bijzondere kathedralen gezien in ons leven (Sagrada Familia, Córdoba, Santiago de Compostela, Notre Dame in verschillende plaatsen, Hagia Sofia, Oude Kerk, Winchester Cathedral, Sint Vitus, San Cristóbal de las Casas, Catedral Primada de Colombia). De kathedraal van Toledo past prima in dit rijtje. Het is een juweel van Europese gotiek. We liepen er voor ons doen lang rond en keken onze ogen uit. Eigenlijk is het als rondwandelen in een kunstgallerij. 

Ik keek vooral naar boven waar zich een wonderlijk verschijnsel openbaarde: een oculus (gat) in het gewelf dat is ontworpen om natuurlijk licht van boven toe te laten. Het lijkt zo alsof de hemel openbreekt... Langs de randen van dat ‘gat in het plafond’ worden profeten en andere heiligen afgebeeld. Maar het altaarstuk daaronder, grotendeels in goudblad uitgevoerd, trok ook de nodige aandacht. Toen we de kathedraal verlieten, speelde een groot orkest typisch Spaanse klassieke muziek in de openlucht op het plein. Stemmig! 

We aten er doorgaans kleine regionale gerechten en dronken fantastische lokale wijnen; in het hotel en daarbuiten. Heerlijk! Toledo staat ook bekend om zijn goede kwaliteit marsepein. 

En ja, mijn verjaardag was ook stemmig.


woensdag 8 april 2026

Balloon Girl

Binnenkort gaan mijn liefje en ik naar Toledo en Madrid. Dat dient twee doelen: we moeten onze paspoorten vernieuwen bij de Nederlandse ambassade in de hoofdstad en we gaan mijn verjaardag vieren in en om Toledo (provincie Toledo, autonome regio Castilië-La Mancha). 

Mijn liefje koos daar een prachtige boutique hotel (40 kamers) in het historische centrum van deze stad. Het is gevestigd in het voormalige Renaissancepaleis van de Franse keizerin-gemalin Eugénie de Montijo (echtgenote van Napoleon III). Glas-in-lood ramen, marmeren mozaïekvloeren, cassetteplafonds, kamers als balzalen, vorstelijke ontbijtjes. Speciaal voor de aanstaande jarige. Joehoe!

Daar parkeren we de auto voor enkele dagen. Naar (en van) Madrid reizen we met de hogesnelheidstrein. Daarvoor reserveerden we kaartjes want het is een druk traject en het is een werkdag. Een afspraak maken bij de Nederlandse ambassade is niet voor iedereen een fluitje van een cent. Een afspraak maak je ruim vantevoren online. Vervolgens moet je een account aanmaken, een uitgebreid aanvraagformulier invullen en dat meebrengen. (Ze raden je aan een checklist te printen om te weten wat je nog meer moet meebrengen.) Klinkt simpel, nietwaar?! 

Maar dat is het niet. Zo kon ik voor muzelluf geen account aanmaken, wat ik ook probeerde. Zelfs niet onder verschillende accountnamen. Er bleef een foutmelding op het scherm verschijnen, al deed ik precies hetzelfde als voor mijn liefje (wat wel lukte). Toen ik mij hierover tot het ambassadepersoneel richtte via Whatsapp bleef een antwoord minstens een dag uit. Daarna kwam er een reactie van een bot. Zinloos. Uiteindelijk lukte het mij via de reeds bestaande account van mijn liefje. Hoezo zelfstandige vrouw?! Nu heb ik weliswaar haar mailadres maar gelukkig wel mijn eigen geboortedatum (😉).

De ambassade vraagt je het hemd van je lijf. Dat kunnen ze toch ook doen als je tegenover een medewerker zit? En dan al die oude identiteitsdocumenten (van Nederlandse en Spaanse origine) die je moet meebrengen. Pffffff. En de tig bepalingen voor de correcte pasfoto. Ook bizar. Het zijn tenminste 25 instructies, met groene vinkjes en rode kruizen. Alsof we debielen zijn. We gingen naar een Spaanse fotograaf in onze woonplaats en voor hem vertaalde ik de Nederlandstalige eisen. Hij ging er luchtig mee om. Ik ben benieuwd of dit goed uitpakt. Vorige keer moest mijn liefje haar -in Nederland gemaakte- pasfoto overdoen bij een Spaanse fotograaf in de buurt van de ambassade. Ze sprong in de taxi terwijl ik aan de balie bleef wachten. So fingers crossed! 

Na het bezoek aan de ambassade hopen we nog tijd over te hebben om onze gereserveerde kaartjes (tijdslot) in het Banksy-museum op te halen. Daar heb ik pas echt zin an! 

Het raadsel rond deze tot dusver tamelijk mysterieuze maar overduidelijk politiek geëngageerde maker van straatkunst, zou recent zijn opgelost door journalisten van Reuters. Dat werd vorige maand onthuld. 
Het persagentschap interviewde een dozijn insiders en experts. 
Veel fans willen dat de kunstenaar anoniem blijft. Dat is beter voor iedereen. “Werken 'anoniem of onder een pseudoniem dient essentiële maatschappelijke belangen. Het beschermt de vrijheid van meningsuiting doordat makers de machthebbers de waarheid kunnen vertellen zonder angst voor represailles, censuur of vervolging - vooral wanneer ze gevoelige onderwerpen zoals politiek, religie of sociale rechtvaardigheid aansnijden.’” Aldus een artikel op de Reuters-website. Het zou gaan om de in Bristol geboren Robin Gunningham. Die zou tien jaar geleden al zijn naam hebben veranderd toen het hem te heet onder de voeten werd. 

Toledo is een van de weinige grote Spaanse steden waar mijn liefje en ik niet eerder neerstreken. Dat wordt dus een feestje. Een nieuwe stad of een nieuw land bezoeken is voor mij als de eerste keer een ehh... orgastische meditatie doen. Of zoiets. (Dat kwam niet uit de lucht vallen. De CEO van het bedrijf OneTaste Inc die deze dienst tot voor kort aanbood, is recent veroordeeld tot negen jaar cel voor dwangarbeid.)

Hoe dan ook, ik verheug mij zeer op dit uitstapje. Mijn liefje ook. In 2020 en 2021 werd een restaurant in Toledo bekroond als maker van de beste hamkroket ter wereld. Dat laat zij zich niet ontzeggen, die gaan we zeker proeven. Dit wordt ook haar feestje. 

Hierbij een flintertje geschiedenis als gedeelde voorpret. 

Toledo, sinds 1986 UNESCO Werelderfgoed, is een plek waar ruim 2.000 jaar geschiedenis is te vinden. Dat is dus een mooie locatie om dat jubileum te gaan vieren. Gelegen op een rotsplateau, aan drie kanten omsingeld door de rivier de Taag, ontwikkelde de stad zich van het Romeinse ‘Toletum’ (‘verheven’ of ‘hooggelegen’) tot hoofdstad van het Visigotische Rijk en later tot een belangrijk centrum binnen het islamitische Rijk Al-Andalus. 

Na de christelijke herovering (1085) beleefde Toledo een bloeiperiode waarin joden, christenen en moren vreedzaam samenleefden. Daarvan zijn daar nog veel bewijzen te vinden. Deze opmerkelijke co-existentie leverde de stad haar bijnaam ‘stad van drie culturen’ op. In deze periode ontstond ook de beroemde vertalersschool, waar klassieke teksten uit het Arabisch en Grieks in het Latijn werden omgezet. Dat gaf een belangrijke impuls aan de Renaissance in Europa. 

Onder keizer Karel V fungeerde Toledo als machtscentrum van Spanje, totdat koning Filips II hem opvolgde en Madrid tot hoofdstad maakte (1561). Dit betekende een politieke neergang maar had een onverwacht voordeel. De stad bleef vrijwel intact (onaangetast) waardoor een uitzonderlijk gaaf Middeleeuws stadsbeeld is bewaard. 

Het wordt een druk maar interessant programma. Op een van de dagen boekten we een uitgebreide rondleiding met een professionele gids. We gaan onder andere de Catedral Primada’ bezoeken, een van de grootste gotische kathedralen van Spanje, gebouwd tussen 1226 en 1493. Daarbinnen bevinden zich onder meer originele kunstwerken van de kunstenaar El Greco. Hij woonde jarenlang in Toledo en werd daar aanvankelijk ook begraven maar zijn resten werden verplaatst. Het plaatselijke El Greco-museum gaan we daar ook zeker bezoeken. 

Ook het Alcázar van Toledo kent een lange geschiedenis. Dit imposante fort, dat je op elke foto aantreft, is van Romeinse oorsprong maar speelde ook een sleutelrol in de Spaanse Burgeroorlog en herbergt tegenwoordig een militair museum. 

Het levendige hart van de stad, Plaza de Zocodover (wie verzon die naam?!), vormt het startpunt van wandelingen door smalle straatjes waar middeleeuwse sfeer en ambacht (de wereldberoemde zwaardproductie) nog aanwezig zijn. Het zicht op Toledo vanaf de overzijde van de Taag-rivier behoort tot de meest iconische van Spanje. 

De synagogen in de binnenstad getuigen van een rijk joods leven. Hun architectuur combineert islamitische en christelijke invloeden. ‘Santa María la Blanca’ is een van de oudste nog bestaande synagogen van Europa, gebouwd rond 1180. Het gebouw heeft een opvallende Mudéjar-stijl, met witte zuilen en de bekende hoefijzerbogen. Hoewel het later werd omgevormd tot kerk na de pogroms van 1391, is het vandaag de dag een monument dat de bloeiperiode van de joodse gemeenschap in Toledo weerspiegelt. 

De ‘Synagoge del Tránsito’, gebouwd in de 14de eeuw, is naar verluidt het meest verfijnde joodse monument van de stad. De rijk versierde muren met Hebreeuwse inscripties en het houten plafond tonen de grote welvaart en culturele verfijning van de Sefardische joden in middeleeuws Spanje. Tegenwoordig huisvest het gebouw het Sefardisch Museum, dat het verhaal vertelt van de joodse gemeenschap in Spanje vóór de verdrijving van 1492 door Spaanse koning Ferdinand II van Aragón en koningin Isabel I van Castilië; het zogenaamde  Alhambra Decreet

Toledo was geruime tijd het centrum van Sefardische cultuur, wetenschap en religie in Spanje. De Joodse wijk en de synagogen vormen tastbare herinneringen aan deze periode maar ook aan het abrupte einde daarvan met de vervolging en verdrijving van de joden uit het land. De synagogen van Toledo behoren tot de mooiste en best bewaarde van Europa.

Ik neem mijn laptop en camera’s mee dus wellicht publiceer ik nog een blog over ons bezoek terwijl we daar zijn. Er valt immers veel te zien en te beleven.  


zondag 5 april 2026

woensdag 1 april 2026

Semana Santa

Het aantal geparkeerde auto’s in onze woonwijk en straat steeg exponentieel in de afgelopen dagen. Het aantal blaffende honden eveneens. Dan weten we: de ‘Semana Santa’ komt eraan. In de aanloop naar 's lands belangrijkste week van het jaar werd er in onze woonplaats tot 's avonds laat, soms zelfs tot na middernacht, geoefend met trommelen. Mijn liefje en ik zijn er inmiddels aan gewend. Wij dommelen vredig in slaap met dat geluid op de verre achtergrond.

Voor afgelopen weekend meldde de nationale wegenwacht dat er 17 miljoen ‘verplaatsingen’ zouden zijn op de Spaanse snelwegen. Vrienden Guillermo & María Victoría uit Madrid waren de eerste buren die in de straat arriveerden. Ze kwamen al op vrijdag en meldden dat het ongewoon rustig was op de snelweg naar de kust. Vooral door de hoge brandstofprijzen, al voerde de Spaanse regering een prijsdempende maatregel in: halvering van de btw (IVA) op fossiele brandstof. Die maatregel geldt voorlopig tot 30 juni 2026.

Inmiddels zitten we middenin de heilige week. De eerste keer dat wij die meemaakten, dachten we dat we in een nare droom waren beland. We kwamen bij toeval terecht in een rondgang overdag. Tegenover ons, aan de andere kant van de straat, zat een oude, grijze man met één been in een rolstoel. Dat wil zeggen, hij zat niet met een been in de rolstoel, hij zat er helemaal in maar hij had er maar een. Zijn gelaat was nogal grauw. De vrouw op leeftijd naast hem, in donkere kleding gehuld en vers gekapt, zag eruit alsof ze elk moment in huilen kon uitbarsten. Misschien was dat ook wel zo... Toen de stoet langskwam, straalden ze beiden diepe devotie en een soort berusting in hun lot uit. Tenminste, dat dacht ik toen. Dat beeld zal mij lang heugen. 

Tenminste eenmaal in je leven moet je de heilige week in dit land hebben meegemaakt. Bij voorkeur in Andalusië, het toppunt van deze viering. Grootstedelijke paasevenementen zijn van geheel andere orde dan een processie in een kleine gemeente of plattelandsdorp. Elk heeft echter een eigen charme. 

In de loop van de jaren bezochten we grote(re) steden om een paasprocessie mee te maken. Zo waren we in Madrid, Málaga en Algecíras. Daar was het een beleving van bijna theatrale proporties. De lucht was zwanger van wierook, tientallen trommels dreunden in traag ritme door de duisternis, we werden vergezeld door grote mensenmassa’s. Je moet dan geen last hebben van claustrofobie. Uiteindelijk doemde uit de duisternis een stoet op die eeuwenoud leek, die bijna middeleeuws aandeed. Hier noemen we dat traditie. Een die door jong en oud tot op de dag van vandaag zeer intensief wordt beleefd. 

Voor wie het niet weet of heeft verdrongen (als afvallige katholiek): de heilige week vindt altijd plaats in de week vóór Pasen. Daarin wordt het lijden, sterven en de wederopstanding van Jezus Christus herdacht. Hoewel het een religieuze oorsprong heeft, is het in Spanje uitgegroeid tot een cultureel fenomeen dat jaarlijks door het hele land miljoenen mensen trekt; inwoners en buitenlandse toeristen. Het trommelritueel, van tientallen trommelaars tesamen, behoort tot UNESCO Immaterieel Cultureel Erfgoed sinds 2018. De Andalusische heilige week is zelfs uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. 

Elke processie wordt georganiseerd door een broederschap (‘cofradía’), waarvan sommige al honderden jaren bestaan. Sinds wij in onze woonplaats een nieuw Museo de Semana Santa hebben (naast het Casa de Cultura), hebben alle acht broederschappen een eigen ruimte waar ze hun materialen kunnen opslaan. Het gaat vaak om veel en grote spullenboel. 

Wat als eerste opvalt, zijn de begeleiders van een processie. Die noemen we hier ‘nazarenos’ (mensen uit Nazareth). Zij dragen kaarsen en verschillende insignes op hun traditionele kleding; lange gekleurde gewaden en puntige kappen, zogenaamde ‘capirotes’. Voor buitenstaanders die het voor het eerst meemaken, kan deze uitdossing vreemd of zelfs ongemakkelijk ogen. Het doet denken aan Ku Klux Klan, een enge groep witte Amerikaanse mannen die bekend werden om hun geweld tegen mensen van kleur. Daar hebben deze nazarenos niets mee te maken. 

Daarnaast heb je boetelingen. Zij dragen geen kaarsen maar een houten kruis ter herdenking van Jezus’ tocht naar Golgota. Ook zij hebben in Spanje een symbolische betekenis. Zij stammen uit de tijd van de Spaanse Inquisitie, toen zondaars deze kappen droegen als teken van boetedoening. Tegenwoordig verbergen deelnemers hun gezicht om anonimiteit en nederigheid te benadrukken. Het gaat immers niet om hun persoon maar om het ritueel waarvan ze onderdeel zijn. 

Elke broederschap draagt een grote baar (‘paso’) op de schouders -en soms op de nek-, waarop religieuze beelden staan en bijbelse scènes worden uitgebeeld. Deze beelden zijn vaak ware kunstwerken, gemaakt door beroemde beeldhouwers uit voorgaande eeuwen. Het gewicht van zo’n paso kan oplopen tot meer dan 1.000 kilo en wordt gedragen door tientallen ‘costaleros’. Sommigen van hen lopen op blote voeten. In sommige gevallen bevinden zij zich onder de draagbaar waardoor ze niet kunnen zien wat er zich voor hun neus afspeelt en waarheen ze gaan. Dan is het een kwestie van vertrouwen op de aanwijzingen van de groepsleider die voorop loopt en een fluitje heeft om de dragers opdrachten te geven. 

In Málaga is er een unieke traditie waarbij elk jaar een gevangene uit de cel wordt vrijgelaten tijdens de heilige week (ik blogde er eerder over). Deze gewoonte zou teruggaan tot de 18e eeuw, toen een groep gevangenen een processie voortzette terwijl de stad door een epidemie werd getroffen. Uit dankbaarheid verleende de toenmalige koning gratie aan een gevangene. Een traditie die daar sindsdien voortleeft.

De sfeer tijdens de semana santa verschilt sterk per regio. In Andalusië, en met name in Sevilla, is het emotioneel en intens: mensen staan urenlang langs de route en barsten soms spontaan uit in een ‘saeta’, een rauw en hartverscheurend  religieus lied dat vanaf een balkon wordt gezongen. In Valladolid daarentegen, is de sfeer sober en ingetogen, bijna meditatief, met een focus op stilte en reflectie. 

Het hangt er ook vanaf op welke avond van de Paasweek je naar een processie gaat. Op 29 maart jongstleden, Palmzondag (‘domingo de ramos’) waren er hier twee processies, eentje waarbij palmtakken aan het publiek werden uitgereikt. Afgelopen maandag (lunes santo) was er eveneens een rondgang. Die dag gingen mensen in de stoet gekleed als Franciscaner monniken. Vandaag, woensdag, vindt eveneens een rondgang plaats die ‘het pad van bitterheid’ wordt genoemd (‘la Calle de la Amargura’). Men huilt om het naderende verlies van een dierbare.


La Esperanza Pilareña 
Op Witte Donderdag heb je de stille processie. Dan wordt er niet getrommeld. Op Goede Vrijdag vinden juist de luidste twee processies plaats: die van de kruisweg en van de begrafenis van Gésoes. In onze gemeente wonen veel personen uit Midden- en Zuid-Amerika. Je bent hier pas echt ingeburgerd als je lid bent van een lokale broederschap. Dat doen er dan ook tientallen; piepjong en ouder, man en vrouw. Er is hier zelfs een groep (zusterschap?), geheel bestaande uit vrouwen. Ze noemen zich ‘La Esperanza Pilareña’, de hoop van Pilar. 

Er ontstond recent een rel in de plaats Segunto (omgeving Valencia-stad). Daar besloten de mannen van de ‘Broederschap van het Allerzuiverste Bloed’ (opgericht in 1492) dat er ook dit jaar geen vrouwen mogen deelnemen aan hun processies in de heilige week. Voor de mannen is dit geen vorm van discriminatie maar een kenmerkend aspect van hun broederschap die ruim vijf eeuwen overleefde zonder haar interne structuur te veranderen. Het Spaanse ministerie gaat nu onderzoeken of dit besluit een flagrante schending is van de Gelijkheidswet.

Hoewel het een week van bezinning is, speelt gastronomie ook een rol. Traditioneel wordt er in deze week minder vlees gegeten. Gerechten zoals ‘torrijas’ -een soort Spaanse wentelteefjes gedrenkt in melk of wijn (met alcohol worden ze dronken torrijas genoemd)- mogen dan ook niet ontbreken. Buuf María Victoría kondigde aan ze ze deze week voor ons gaat maken. In sommige regio’s worden stoofschotels met kabeljauw geserveerd, met een knipoog naar de vastentraditie. 

Wat de Semana Santa extra bijzonder maakt, is hoe verleden en heden samenkomen. Jonge mensen lopen mee in dezelfde broederschappen als hun ouders en grootouders, vaak gekleed in kleding en insignes die van generatie op generatie worden doorgegeven. Of je nu religieus bent of niet, de combinatie van geschiedenis, kunst, muziek en menselijke toewijding maakt indruk. Tradities als deze blijven bestaan zolang ze betekenis hebben voor mensen. Ook al is de ontkerkelijking in Spanje een feit, ik denk niet dat mijn liefje en ik gaan meemaken dat Semana Santa hier niet meer wordt gevierd. 

Als je de processie laat op de avond aan je voorbij ziet trekken en al die mensen en gevaarten in de verte ziet verdwijnen, terwijl de trommelslagen wegsterven, begrijp je waarom deze week bij velen zo’n diepe indruk achterlaat. Ongeacht je religieuze achtergrond voel je de Semana Santa tot diep in je botten. Wij ook. 

Wij gaan op Goede Vrijdag bij onze Zwitserse vriendin Liselotte eten. Zij maakt een traditioneel visgerecht (ventresca de merluza, yummm!). Wijzelf serveren op zondag een paasbrunch voor zeven personen. In de open lucht! Eieren-eieren-eieren (gevuld, maar ook van chocolade), citroenen in voor- en nagerecht, en een heleboel daartussen.  


zaterdag 28 maart 2026

Consternazi

In 104 gemeenten (van de 342) in Nederland kreeg Forum voor Democratie (FvD) een zetel, zo bleek uit de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week. Daaraan mochten wij, Nederlanders in het buitenland, niet meedoen. Dat vind ik terecht. Het gaat immers voornamelijk om lokale beslissingen. In mijn huidige thuisland Spanje mogen we juist wel stemmen voor de gemeenteraad, maar niet landelijk. Er zijn landgenoten die menen dat we ook niet mogen deelnemen aan landelijke verkiezingen. Ik begrijp die opvatting maar ben toch blij dat het wèl mag. 

Al was de algemene opkomst niet heel hoog (ruim 53% van de gerechtigde stemmers), het totaal aantal zetels nam voor deze partij toe van 54 (2022) naar 299. FvD kreeg ruim 307.000 stemmen. Dat aantal komt van personen die zich inhoudelijk verwant voelen met de partij, personen die tegen AZCs zijn en stemmers ‘op het platteland’. Maar ook ‘het Lidewij-effect’ werd als reden opgegeven. 

De opmars van FvD onder leiding van Lidewij de Vos moet deels worden gezien als een voorbeeld van het gebrek aan normering in de politiek. Ideeën die ooit als marginaal, onfatsoenlijk of ronduit verwerpelijk golden, worden langzaam maar zeker salonfähig. Niet omdat ze overtuigender werden in de loop van de tijd maar omdat de grenzen van het toelaatbare in de afgelopen tijd flink werden opgerekt.

FvD presenteert zich graag als een jonge, frisse uitdager van de ‘oude politiek’ maar wie de retoriek aanhoort en het netwerk rondom de partij bekijkt, ziet een minder onschuldige werkelijkheid. 

Er kwam vooral kritiek uit eigen partijgelederen op deze cartoon van Joep Bertams die hij maakte voor de Groene Amsterdammer en die ook in de Telegraaf werd geplaatst. De hoofdredacteur van die krant vindt dat journalisten (als Bertams) terecht veel vrijheid krijgen om hun mening te uiten. Dit zou volgens hem geen reden tot huilie-huilie moeten zijn bij FvD. Het is een bekende tactiek uit extreemrechtse hoek: eerst insinueren, dan relativeren en tenslotte verontwaardigd doen wanneer er kritiek komt. Alhoewel dit beeld van De Vos schuurt met de goede smaak zou je dit een koekje van eigen deeg kunnen noemen. 

Als gevolg van het verkiezingssucces zullen op lokaal niveau figuren het politieke toneel binnenstappen die flirten met extremistische denkbeelden: bewondering voor een etnisch ‘homogeen’ Nederland, het bagatelliseren van racistische theorieën, het ventileren van complottheorieën waarin verdacht vaak antisemitische ondertonen doorklinken. 

Volgens partijleider De Vos horen ‘radicale standpunten’ bij een fase van ‘politieke volwassenwording’. Dat deze ideeën nu hun weg vinden naar gemeentelijke bestuurskamers is niet alleen veelzeggend, het is evenmin onbeduidend. Juist op lokaal niveau worden concrete beslissingen genomen over de gemeenschap. Wie hoort erbij, welke groep krijgt ruimte, hoe verhouden burgers zich tot elkaar? Wanneer een partij structureel inspeelt op uitsluiting van bepaalde groepen en wantrouwen jegens instituties als drijfveer heeft, moet de politiek niet wegkijken of bagatelliseren. Dat leidt tot verdere normalisering van taal die groepen tot zondebok en ‘de ander’ bestempelt, tot het zaaien van achterdocht jegens democratische instellingen. Dat is kwalijk en gevaarlijk. 

De partij verkoopt zich als de stem van niet-gehoorde burgers, van  onuitgesproken frustraties, als de enige die ‘durft te zeggen waar het op staat’. Maar die pose verhult dat veel van wat er door partijleiding en leden wordt gezegd, niet dapper is maar juist gemakzuchtig. Het zijn oude vooroordelen in nieuwe jassen. Het is eenvoudiger om complexe maatschappelijke problemen te herleiden tot de aanwezigheid van schimmige vijanden dan om succesvol met de weerbarstige realiteit om te gaan. 

In en rond deze partij wordt bewondering geuit -vaak impliciet, soms zelf expliciet- voor criminelen die symbool staan voor extreem geweld of de verheerlijking ervan. Neem de Noor Anders Breivik met extreemrechtse opvattingen die in 2011 77 onschuldige jonge mensen doodschoot tijdens een zomerkamp. Of neem de Australiër Brenton Tarrant die in 2019 51 onschuldige moskeegangers in Christchurch (Nieuw-Zeeland) doodde. Door Fvd’er Timon Busscher (nummer 3 op de kieslijst van Den Haag) werd dit lugubere tweetal ‘een goddelijk duo’ genoemd. 

Frank Folkerts, nummer 2 op de kieslijst van Nieuwegein, was in 2010 nog lijsttrekker in Overbetuwe voor de Nederlandse Volks Unie (NVU, opgericht in 1971), een nationaalsocialistische partij die volgens de AIVD ‘traditionele antisemitische neonazi's’ aantrekt. 

Daan Meershoek, nummer 2 op de FvD-kieslijst in Nijmegen, had (heeft?) banden met De Geuzenbond, een organisatie die door de Nederlandse inlichtingendienst als extreemrechts wordt bestempeld. 

De lijsttrekker en fractievoorzitter van FvD in Haarlem, Moriah Hartman, noemde het dagboek van Anne Frank enkele jaren geleden overgewaardeerd. Ze zit daar al vier jaar in de gemeenteraad zonder dat er al te veel ophef over ontstond. 

En tenslotte heeft FvD ook nog Reginald Eeckhout in hun gelederen, medeoprichter van Erkenbrand, een studiegenootschap dat streeft naar een ‘blanke etnostaat zonder Joden’. Deze dubieuze club streeft ernaar een autoritair politiek bestel te realiseren dat alleen de grondrechten van de witte (mannelijke!) burger waarborgt. Eeckhout stond op plek 7 van de kieslijst van Amsterdam. 

Een columnist van de Volkskrant zei het plastisch: bruinhemden zijn weer in de mode. 

Partijleider Lidewij de Vos rekent het haar mannen en vrouwen niet aan. (Zelf heeft ze zich nooit openlijk schuldig gemaakt aan dit soort narratieven maar ze biedt een podium en dat is niet zo onschuldig als het lijkt...) Ze doet ze af als ‘verjaarde jeugdzonden’. Daarmee maakte cabaretier Youp van ’t Hek korte metten in zijn column van vorige week. De Vos’ reactie op kritiek volgt een inmiddels bekend patroon: ontkennen, bagatelliseren of de boodschapper aanvallen en tot vijand bestempelen. Kritiek wordt afgedaan als het werk van een vijandige elite, waardoor elke inhoudelijke discussie bij voorbaat verdacht wordt gemaakt. Zo ontstaat een denkwijze waarbij tegenspraak de bevestiging is van het eigen gelijk.

Dat de uitspraken van deze leden überhaupt resoneren in een politieke context, klinkt als een alarmsignaal. Het is alarmerend dat Forum voor Democratie dit soort extremisten niet buiten de deur wenst te houden. En het is alarmerend dat mensen stemmen op mensen met deze profielen.

De vraag is waarom de voedingsbodem voor FvD zo vruchtbaar is. Onvrede over woningnood, migratie, globalisering en bestuurlijk falen is terecht en reëel. Maar de vertaling van die onvrede in een politiek die flirt met extreemrechts, met uitsluiting en complotdenken, kan nooit de oplossing zijn. Kiezen voor deze politiek, voor zo'n partij is niet voor elke kiezer een bewust keuze, denk ik. Er zijn mensen die hun onderbuikgevoelens volgen. Wat wèl een bewuste keuze is, is een politieke cultuur die te lang heeft gedacht (gehoopt) dat dit soort geluiden vanzelf zouden wegebben. Het tegendeel blijkt nu waar.

Die toon en inhoud van FvD vindt weerklank bij een bepaald soort kiezers. Mensen met een haperend moreel kompas, wat mij betreft. Ik begrijp hun boosheid en onvrede tot op zekere hoogte. Maar zonder gêne stemmen op openlijk racistische, misogyne, antisemitische types? Neonazi’s? En niet te vergeten, FvD is een Poetin-verdediger. Het benauwt mij dat die stemmers zo weinig historisch besef (b)lijken te hebben. Het was de in Madrid geboren Spaans-Amerikaanse filosoof George Santayana die ooit schreef: ‘Those who cannot remember the past are condemned to repeat it’. Tja. 

Wat rest is de ongemakkelijke constatering dat democratie niet alleen van buiten wordt aangevallen door tegenstanders. Met partijen als FvD wordt het systeem ook van binnenuit uitgehold. Dit soort partijen ondermijnt de geest van de democratie. FvD beweegt zich precies op dat snijvlak: luid roepen om ‘meer democratie’ terwijl het vertrouwen in de fundamenten ervan systematisch wordt aangetast. 

Dit gaat volgens mij niet (meer) over links of rechts. Dit gaat over democratisch versus anti-democratisch. Zowel de landelijke FvD als de lokale fracties nemen geen afstand van deze personen en hun uitspraken. Hierdoor voelen veel partijen zich genoodzaakt een boycot in te stellen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Nijmegen nam men vóór de vorming van een nieuwe gemeenteraad het besluit dat er onder geen beding zal worden samengewerkt met fascisten. In die steden zal de partij worden geboycot. Het gaat niet om het negeren van kiezers, maar om het nemen van politieke verantwoordelijkheid. 

Zij kiezen voor politieke isolatie maar die aanpak bleek in het verleden niet altijd effectief. (Men ging in veel gevallen alsnog overstag.) 

Bovendien kan een cordon sanitaire FvD in de kaart spelen, kan het de partij electoraal voordeel opleveren. Ook kiezers op die partij kunnen denken dat hun stem er niet toe doet. De vraag blijft wel hoe ver men bereid is de grenzen op te rekken in naam van democratie en vrijheid van meningsuiting? Wanneer verandert tolerantie in medeplichtigheid aan kwalijk gedachtegoed en verdere normalisering ervan? 

Kleinere gemeenten, zoals bijvoorbeeld Delft en Haarlem, sluiten samenwerking niet bij voorbaat uit. In een democratisch bestel wordt op inhoud gediscussieerd. Politieke opponenten dienen inhoudelijk te worden aangepakt, niet te worden uitgesloten. Daar gaat de raad per onderwerp bekijken wat goed is voor de stad. 

Zelf hecht ik waarde aan nóg een andere strategie. Die waarbij gematigde politici en bestuurders sneller en duidelijker grenzen trekken: tot hier en niet verder (het noodzakelijke ‘normeren’). Je hebt standvastige bondgenoten nodig als je een vijand van de democratie wilt verslaan! 

De antwoorden op de vele vragen die er zijn, zullen bepalen of de opmars van extreemrechts gedachtegoed een tijdelijke oprisping is of een blijvend verschijnsel.


dinsdag 24 maart 2026

50 jaar op zoek naar waarheid

Vorige week donderdag, altijd op donderdag, maakten de Moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires (Argentinië) hun 2.500ste ronde over het beroemdste plein van de stad. De vrouwen met de witte hoofddoeken gingen opnieuw de straat op, tegenover het presidentiële paleis, Casa Rosada. Ze lijken nooit op te geven. Hun stappen werden in de loop van de tijd weliswaar langzamer en hun aantal kleiner maar hun boodschap resoneert nog als vanouds: ‘¿Dónde están?’ Waar zijn hun echtgenoten, zussen, broers, kinderen en kleinkinderen? 

Vandaag wordt daar de 50ste verjaardag van de militaire staatsgreep herdacht. Op 24 maart 1976 pleegde het Argentijnse leger een staatsgreep tegen de linkse president Isabel Perón. De macht kwam in handen van een militaire junta onder leiding van generaal Jorge Videla. Wat volgde werd later bekend als ‘la guerra sucia’ (1976-1983), de vuile oorlog. In naam van de strijd tegen ‘subversieve elementen’ begon de staat een geheime campagne van ontvoeringen, martelingen en moorden. Studenten, politieke activisten, advocaten, journalisten, kunstenaars, vakbondslieden, priesters en nonnen die de armen hielpen: iedereen die maar enigszins verdacht was van oppositie, kon verdwijnen. Mensen van alle leeftijden en sociale klassen. 

De slachtoffers van dit schrikbewind kregen een naam die inmiddels ook wereldwijd bekend is: ‘los desaparecidos’ (de verdwenenen). Volgens mensenrechtenorganisaties en nationale historici ging het om ongeveer 30.000 mensen. Zij werden vaak 's nachts van bed gelicht, naar clandestiene detentie- en martelcentra gebracht, gemarteld en vermoord. Sommigen werden levend uit een vliegtuig boven zee gegooid tijdens de beruchte dodenvluchten. ‘Visvoer’ was de term die de daders voor de slachtoffers gebruikten.

In 1977 begonnen moeders van verdwenen jongeren elkaar te ontmoeten op de Plaza de Mayo, het politieke hart van Argentinië. Die vrouwen hadden allen politiebureaus, kazernes en ministeries bezocht om te achterhalen waar hun dierbaren waren gebleven. Nergens kregen ze antwoord. Daarop besloten ze zelf zichtbaar te worden. Op zaterdag 30 april 1977 kwamen twaalf vrouwen openlijk bijeen op het plein. Demonstreren was verboden, stilstaan op het plein ook. Samenkomen als groep idem dito. Tijdens die eerste samenkomst realiseerden ze zich het probleem: zaterdags waren de gebouwen in het centrum gesloten. Zo zouden ze te weinig aandacht trekken.  

De volgende keer spraken ze op vrijdag af op het plein. Ook dat bleek geen goede keuze: vrijdagen waren ‘witches days’, een soort bijgeloof dat vrijdag ongeluk zou brengen. De derde keer spraken ze af op donderdagmiddag. (Driemaal is  scheepsrecht!) Daar zaten ze aanvankelijk met elkaar op de harde bankjes aan het plein. Daar werd hun geuzennaam bedacht. Daarna begonnen ze er rondjes te lopen, twee aan twee. Daartegen kon de junta niets inbrengen. Het werd het begin van een wekelijks ritueel dat niet meer zou stoppen. 

De militaire regering probeerde hen eerst te negeren en daarna te bespotten. Staatsmedia noemden hen ‘las locas’, de gekke vrouwen. Dat werd door internationale media vertaald als ‘de dwaze moeders van Plaza de Mayo’. Maar dwaas waren ze niet, deze vrouwen. Ze bleven komen, elke donderdagmiddag. Stipt om 15:30 uur. Volgend jaar bestaan hun organisatie 50 jaar.

Ze bleven rondjes lopen, ook nadat de repressie zeer dichtbij kwam. Begin december 1977 werd de oprichtster, Azucena Villaflor, ontvoerd door een doodseskader. Haar zoon Néstor, architectuurstudent en lid van de Peronistische Jeugdbeweging, verdween in 1976, samen met zijn vriendin. Later die maand spoelde een lichaam aan de Atlantische kust van de provincie Buenos Aires aan. De doodsoorzaak was ‘inslag op hard voorwerp na val van grote hoogte’. Conclusie: uit een vliegtuig gegooid. Ze werd plaatselijk begraven als N.N., ‘Ningún Nombre’ (naamloos). Villaflors lichaam werd pas formeel geïdentificeerd in 2005. Haar as ligt nu aan de voet van de Pirámide de Mayo, het monument middenop Plaza de Mayo. Een andere vrouw van het eerste uur was Hebe de Bonafini (overleden in 2022) over wie ik eerdere blogs schreef. De meeste vrouwen van het eerste uur zijn overleden.

Toen de militaire dictatuur in 1983 instortte en Argentinië weer een democratie werd onder de democratisch gekozen president Raúl Alfonsín, waren de moeders al een internationaal symbool van verzet. Hun eisen, erkenning van de slachtoffers, de waarheid achter de verdwijningen en de berechting van de misdadigers, waren hun bron van volharding. Het duurde decennia voordat daders daadwerkelijk werden veroordeeld. Hun bijdrage aan de historische ‘Juicio de las Juntas’ (1985), het proces tegen de militaire junta waarin leiders van de dictatuur terechtstonden, was groot. Ondertussen bleven de moeders lopen. 

Door de hele stad (en het land) werden in de loop van de tijd witte hoofddoeken geschilderd op muren en in straten. Ter herinnering. Opdat hun strijd om gerechtigheid zichtbaar zou blijven. Nog steeds lopen er elke donderdag vrouwen over het plein met hun geborduurde hoofddoeken om. Ze dragen nog steeds zwart-witfoto’s met de gezichten van hun dierbaren. Gezichten van mensen die nooit ouder werden dan twintigers. 

Ongeveer rond dezelfde tijd ontstond er ook een groep die zich ‘Las Abuelas de van Plaza de Mayo’ noemen, de grootmoeders van het plein. Een organisatie die uiteindelijk onder leiding kwam te staan van mensenrechtenactiviste Estela de Carlotto, lerares tijdens haar werkzame leven. De grootmoeders waren niet op zoek naar één generatie maar naar twee. De witte hoofddoek die hun symbool werd, was oorspronkelijk niets meer dan een babyluier.

Deze organisatie schatte dat het ging om circa 500 kinderen van ontvoerde personen tussen 1975 en 1980. Vaak werden ze geboren in gevangenschap. Sommige kinderen werden weggegeven aan families die dicht bij het personeel van de nationale strijdkrachten en veiligheidsdiensten stonden. Anderen werden als onbekende baby’s achtergelaten in instellingen. Weer anderen kwamen in het buitenland terecht. Haar groep heeft tot op de dag van vandaag 140 kleinkinderen teruggevonden. 

Inmiddels lopen nieuwe generaties mee: kinderen en kleinkinderen van de Madres en Abuelas, jonge activisten en historici. En soms een enkele buitenlandse, zoals mijn liefje en ik. Dat deden we in 2014 en 2018, om onze solidariteit te betuigen aan deze indrukwekkende vrouwen. Zo ontmoetten wij ‘dwaze grootmoeder’ Estela persoonlijk. Wij liepen rond op het plein voordat hun mars begon. Op een bankje zat een intelligent ogende vrouw met grijs haar die bezig was iets op te spelden. Ik sprak haar aan en ging naar haar zitten. Ze vroeg waar ik vandaan kwam en zo ontstond een gesprek. 

Haar dochter Laura was politiek activiste, werd ontvoerd en later in detentie vermoord, met haar partner. Señora Estela wist op dat moment niet dat haar dochter drie maanden zwanger was. De baby -de prille moeder noemde hem Guido- werd geboren in gevangenschap, van de moeder gescheiden en weggegeven. De moeder werd in 1978 doodgeschoten (van dichtbij in gezicht en buik). Via-via kreeg oma bericht over het bestaan van haar kleinzoon - die Ignacio werd genoemd door zijn adoptieouders. Inmiddels zijn oma en kleinkind herenigd. 

Eerder dit jaar ontvingen vertegenwoordigers van de (groot)moeders van de Plaza de Mayo in Madrid de ‘Abogados de Atocha’-prijs, een erkenning voor hun status als wereldwijd symbool van de strijd voor herinnering, gerechtigheid en herstel. 

Onlangs las ik een mooi interview in een Nederlandse krant met een Chileense vrouw die als kind met haar moeder naar Nederland vluchtte. Haar overkwam iets vergelijkbaars als wat er destijds gaande was in Argentinië. Haar vader, arts in een sloppenwijk van hoofdstad Santiago, werd in de jaren '70 opgepakt door de militaire junta (onder Pinochet). Zijn lichaam werd nooit gevonden. Indertijd werd een groep Chilenen door koningin Juliana uitgenodigd om naar Nederland te komen. De vrouw zou nu wel een aanvraag tot onderzoek naar het lot van haar vader willen doen bij de Chileense regering maar de huidige officier van justitie is zoon van een man die destijds in verband werd gebracht met een martelcentrum in de stad.  

Na al die jaren is de prangende vraag van toen (‘¿Donde están?’) dus nog altijd niet volledig beantwoord. Niet alle lichamen van de slachtoffers zijn immers gevonden en niet alle daders berecht. De uiterst rechtse Argentijnse regering-Milei bagatelliseert niet alleen de verantwoordelijkheid van het Videla-regime maar zette ook de financiering van instellingen stop die verband houden met de historische herinnering. 

De volhoudende (groot)moeders van Plaza de Mayo bereikten iets wat in 1977 onmogelijk leek: ze dwongen de leiders van hun land om te blijven herinneren. Hun mars over het plein is een van de langst aanhoudende protesten ter wereld. Vandaag wordt er een mars georganiseerd in Madrid ter herdenking van deze dag 50 jaar geleden. 

Momenteel lees ik het meeslepende boek ‘A Flower Travelled Through My Blood’ dat vorig jaar verscheen, van de Amerikaanse journaliste (The Economist) en ex-Argentinië-correspondente Haley Cohen Gilliland. Zij beschrijft in detail de internationale zoektocht van de grootmoeders van de Plaza de Mayo. Aanrader!