Wie terugkijkt op de geschiedenis van de vrouwenbeweging, ziet hoe vaak vrouwen hebben moeten vechten voor iets wat voor mannen vanzelfsprekend is: zeggenschap over eigen lichaam en eigen leven. Het is veelzeggend dat abortus in Nederland nog altijd in het Wetboek van Strafrecht staat. Abortus staat in artikel 296 nu omschreven als een misdrijf.
Op 28 september jongstleden diende PRO-Kamerlid Lisa Vliegenthart een initiatiefwet in om daarin verandering te brengen. Haar partij definieert abortus als reguliere medische zorg. Driekwart van de Nederlanders meent dat abortus uit het strafrecht moet. De Dolle Mina’s in het land ondersteunen dit initiatief eveneens. Hun iconische leus ‘Baas in eigen buik' kwam officieel het publieke debat binnen in maart 1970. Deze leus groeide in de jaren daarna uit tot het universele symbool van de Nederlandse en Belgische abortusstrijd en de tweede feministische golf.
Ik vind het een slimme zet van Vliegenthart om de nadruk te leggen op abortus als zorg in plaats van het als een misdaad te bestempelen. Welke politica of politicus, van welke politieke stroming dan ook, kan er nu tegen zijn dat een vrouw die zich in zo’n penibele situatie bevindt, als een misdadigster wordt gezien?! (Ze zijn er, daar kom ik later op terug...)
Er wordt nu gewacht op het advies van de Raad van State, de verplichte, onafhankelijke adviseur die een een wettekst inhoudelijk beoordeelt voordat de Tweede Kamer de wetstekst mag gaan behandelen. Dat zal pas in 2027 gebeuren. De Raad onderzoekt de juridische kwaliteit, de effectiviteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van een wetsvoorstel. Voor steun kijkt de PRO-fractie vooral naar de VVD die dit onafhankelijke advies wil afwachten. In de laatste VVD-verkiezingscampagne stond dat de partij zich wil inzetten om abortus uit het strafrecht te halen ‘als er een volwaardig alternatief is dat vrouwen beschermt’. Als oud-verloskundige meent Vliegenthart dat dit het geval is.
Een zwangerschap voltrekt zich in het lichaam van een vrouw en kan haar gezondheid, toekomst, relatie(s), werk en levensloop diepgaand beïnvloeden. Een besluit om een zwangerschap uit te dragen of af te breken is daarom geen abstracte morele keuze die door politici kan worden gemaakt. Het is een ingrijpende persoonlijke beslissing, die vrouwen ieder voor zich moeten kunnen nemen. Religieuze bemoeienis staat daar haaks op.
Het ultraconservatieve standpunt van de streng gereformeerde Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) vind ik verwerpelijk, als vrouw en als feministe. En ik vind het niet kunnen dat een politieke partij met drie zetels in de Tweede Kamer abortus inbrengt aan de onderhandelingstafel van nu. Deze partij van de mannenbroeders, exponent van de manosfeer-avant-la-lettre, stelt dat de abortuspraktijk in Nederland geheel moet stoppen. Abortus moet in het Wetboek van Strafrecht blijven. Deze partij zou de bestaande abortuswet liever helemaal intrekken. Het bepleit de terugkeer van de vaste minimale bedenktijd van vijf dagen en een verlaging van de bestaande 24-wekengrens. De partij motiveert dat vanuit de bescherming van ongeboren leven.
De afgelopen verkiezingscampagne van de SGP was getiteld ‘Elige vitas’ -hoogstwaarschijnlijk bedoeld als het Latijnse Elige vitam- en betekent ‘Kies het leven’. Voor de SGP verwijst dit rechtstreeks naar de Bijbeltekst uit Deuteronomium 30:19, waarin God het volk oproept om het leven te kiezen.
Dat mannen meepraten over abortus is op zich geen probleem. Dit onderwerp maakt deel uit van het maatschappelijk debat en mannen maken nu eenmaal 49,8% van de bevolking uit. Ze zijn burgers en volksvertegenwoordigers en mogen in die hoedanigheid, net als vrouwen, politieke standpunten innemen.
Het is nooit zo dat een keuze voor abortus een lichtvaardige beslissing is. De verplichte bedenktijd van vijf dagen verdween dan ook terecht uit de wet per 1 januari 2023. Die verplichte beraadtermijn werd als betuttelend, rigide en onnodig belastend gezien.
Haaks op de SGP-overtuigingen staat een fundamentele waarde: de persoonlijke autonomie en lichamelijke integriteit van de vrouw. Juist omdat de gevolgen voor de vrouw in kwestie zo persoonlijk en diepgaand zijn, heeft ieder van hen recht op betrouwbare medische informatie, deskundige begeleiding -wanneer zij daaraan behoefte heeft- en zorg zonder vernedering of veroordeling. Wat betreft dat laatste: christelijke demonstranten die voor abortusklinieken (Nederland telt er 19 volgens de Inspectie Gezondheidszorg) staan teneinde vrouwen te intimideren, zoals ‘Schreeuw om Leven’, ‘Jezus leeft’ en individuele activisten, maken dat kwetsbare bezoekers spitsroeden moeten lopen tot aan de voordeur van de kliniek. Een gotspe.
Waarom wordt over het lichaam van een vrouw gesproken alsof het publiek bezit is waaraan anderen namens haar grenzen mogen stellen? Waarom moet een vrouw die voor abortus kiest zich in een strafrechtelijk kader geplaatst weten, als de eindbeslissing uitsluitend bepalend is voor haar leven?
Er is een wezenlijk verschil tussen meepraten over maatschappelijke en juridische randvoorwaarden en bepalen wat een vrouw met haar zwangerschap doet. Ik herinner mij het interview met Eva Jinek en SGP-partijleider en fractievoorzitter in de Tweede Kamer Chris Stoffer in 2025. Daar was hij te gast om over de billboardcampagne te praten die de SGP recent had gelanceerd. Abortus was destijds hét thema van hun verkiezingscampagne.
Dat gesprek verliep uiterst stroef. Jinek, die zichzelf in interviews positioneert als een uitgesproken feministe, vuurde de ene na de andere kritische vraag op hem af en wilde ook weten of zijn dochters (Stoffer heeft er drie) na een verkrachting abortus zouden mogen plegen. Wellicht een onkiese vraag maar die moest worden gesteld, vonden Jinek en ik. Stoffer, zichtbaar ongemakkelijk, antwoordde niet met Ja of Nee. Wel zei hij ‘Als mijn dochter zou vragen: Papa, wat zou jij het liefst hebben?’ dan wist hij het wel. Ik denk dat alle personen in de Stoffer-huishouding al jarenlang weten wat papa wil op dit punt... Hij zei ook nog dat een volwassen mens een eigen keuze maakt en dat hij zou hopen dat de keuze van zijn dochter dan vóór het leven zou zijn.
De oorspronkelijke feministische strijd rond abortus draaide om het doorbreken van het idee dat anderen (lees: mannen) beter konden bepalen wat goed voor vrouwen was dan vrouwen zelf. De huidige discussie toont aan dat die strijd nog niet is beslecht.
Abortus
uit het Wetboek van Strafrecht halen, betekent dat abortus primair wordt
benaderd als gezondheidskwestie en als persoonlijke beslissing van een vrouw,
niet als een strafrechtelijke zaak. Het is dus niet aan artsen en
strafrechters. Niemand anders kan beslissen over wel of geen abortus namens de vrouw in kwestie. Die is te allen tijde aan haar en aan haar alleen.


















