Translate

woensdag 1 april 2026

Semana Santa

Het aantal geparkeerde auto’s in onze woonwijk en straat steeg exponentieel in de afgelopen dagen. Het aantal blaffende honden eveneens. Dan weten we: de ‘Semana Santa’ komt eraan. In de aanloop naar 's lands belangrijkste week van het jaar werd er in onze woonplaats tot 's avonds laat, soms zelfs tot na middernacht, geoefend met trommelen. Mijn liefje en ik zijn er inmiddels aan gewend. Wij dommelen vredig in slaap met dat geluid op de verre achtergrond.

Voor afgelopen weekend meldde de nationale wegenwacht dat er 17 miljoen ‘verplaatsingen’ zouden zijn op de Spaanse snelwegen. Vrienden Guillermo & María Victoría uit Madrid waren de eerste buren die in de straat arriveerden. Ze kwamen al op vrijdag en meldden dat het ongewoon rustig was op de snelweg naar de kust. Vooral door de hoge brandstofprijzen, al voerde de Spaanse regering een prijsdempende maatregel in: halvering van de btw (IVA) op fossiele brandstof. Die maatregel geldt voorlopig tot 30 juni 2026.

Inmiddels zitten we middenin de heilige week. De eerste keer dat wij die meemaakten, dachten we dat we in een nare droom waren beland. We kwamen bij toeval terecht in een rondgang overdag. Tegenover ons, aan de andere kant van de straat, zat een oude, grijze man met één been in een rolstoel. Dat wil zeggen, hij zat niet met een been in de rolstoel, hij zat er helemaal in maar hij had er maar een. Zijn gelaat was nogal grauw. De vrouw op leeftijd naast hem, in donkere kleding gehuld en vers gekapt, zag eruit alsof ze elk moment in huilen kon uitbarsten. Misschien was dat ook wel zo... Toen de stoet langskwam, straalden ze beiden diepe devotie en een soort berusting in hun lot uit. Tenminste, dat dacht ik toen. Dat beeld zal mij lang heugen. 

Tenminste eenmaal in je leven moet je de heilige week in dit land hebben meegemaakt. Bij voorkeur in Andalusië, het toppunt van deze viering. Grootstedelijke paasevenementen zijn van geheel andere orde dan een processie in een kleine gemeente of plattelandsdorp. Elk heeft echter een eigen charme. 

In de loop van de jaren bezochten we grote(re) steden om een paasprocessie mee te maken. Zo waren we in Madrid, Málaga en Algecíras. Daar was het een beleving van bijna theatrale proporties. De lucht was zwanger van wierook, tientallen trommels dreunden in traag ritme door de duisternis, we werden vergezeld door grote mensenmassa’s. Je moet dan geen last hebben van claustrofobie. Uiteindelijk doemde uit de duisternis een stoet op die eeuwenoud leek, die bijna middeleeuws aandeed. Hier noemen we dat traditie. Een die door jong en oud tot op de dag van vandaag zeer intensief wordt beleefd. 

Voor wie het niet weet of heeft verdrongen (als afvallige katholiek): de heilige week vindt altijd plaats in de week vóór Pasen. Daarin wordt het lijden, sterven en de wederopstanding van Jezus Christus herdacht. Hoewel het een religieuze oorsprong heeft, is het in Spanje uitgegroeid tot een cultureel fenomeen dat jaarlijks door het hele land miljoenen mensen trekt; inwoners en buitenlandse toeristen. Het trommelritueel, van tientallen trommelaars tesamen, behoort tot UNESCO Immaterieel Cultureel Erfgoed sinds 2018. De Andalusische heilige week is zelfs uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. 

Elke processie wordt georganiseerd door een broederschap (‘cofradía’), waarvan sommige al honderden jaren bestaan. Sinds wij in onze woonplaats een nieuw Museo de Semana Santa hebben (naast het Casa de Cultura), hebben alle acht broederschappen een eigen ruimte waar ze hun materialen kunnen opslaan. Het gaat vaak om veel en grote spullenboel. 

Wat als eerste opvalt, zijn de begeleiders van een processie. Die noemen we hier ‘nazarenos’ (mensen uit Nazareth). Zij dragen kaarsen en verschillende insignes op hun traditionele kleding; lange gekleurde gewaden en puntige kappen, zogenaamde ‘capirotes’. Voor buitenstaanders die het voor het eerst meemaken, kan deze uitdossing vreemd of zelfs ongemakkelijk ogen. Het doet denken aan Ku Klux Klan, een enge groep witte Amerikaanse mannen die bekend werden om hun geweld tegen mensen van kleur. Daar hebben deze nazarenos niets mee te maken. 

Daarnaast heb je boetelingen. Zij dragen geen kaarsen maar een houten kruis ter herdenking van Jezus’ tocht naar Golgota. Ook zij hebben in Spanje een symbolische betekenis. Zij stammen uit de tijd van de Spaanse Inquisitie, toen zondaars deze kappen droegen als teken van boetedoening. Tegenwoordig verbergen deelnemers hun gezicht om anonimiteit en nederigheid te benadrukken. Het gaat immers niet om hun persoon maar om het ritueel waarvan ze onderdeel zijn. 

Elke broederschap draagt een grote baar (‘paso’) op de schouders -en soms op de nek-, waarop religieuze beelden staan en bijbelse scènes worden uitgebeeld. Deze beelden zijn vaak ware kunstwerken, gemaakt door beroemde beeldhouwers uit voorgaande eeuwen. Het gewicht van zo’n paso kan oplopen tot meer dan 1.000 kilo en wordt gedragen door tientallen ‘costaleros’. Sommigen van hen lopen op blote voeten. In sommige gevallen bevinden zij zich onder de draagbaar waardoor ze niet kunnen zien wat er zich voor hun neus afspeelt en waarheen ze gaan. Dan is het een kwestie van vertrouwen op de aanwijzingen van de groepsleider die voorop loopt en een fluitje heeft om de dragers opdrachten te geven. 

In Málaga is er een unieke traditie waarbij elk jaar een gevangene uit de cel wordt vrijgelaten tijdens de heilige week (ik blogde er eerder over). Deze gewoonte zou teruggaan tot de 18e eeuw, toen een groep gevangenen een processie voortzette terwijl de stad door een epidemie werd getroffen. Uit dankbaarheid verleende de toenmalige koning gratie aan een gevangene. Een traditie die daar sindsdien voortleeft.

De sfeer tijdens de semana santa verschilt sterk per regio. In Andalusië, en met name in Sevilla, is het emotioneel en intens: mensen staan urenlang langs de route en barsten soms spontaan uit in een ‘saeta’, een rauw en hartverscheurend  religieus lied dat vanaf een balkon wordt gezongen. In Valladolid daarentegen, is de sfeer sober en ingetogen, bijna meditatief, met een focus op stilte en reflectie. 

Het hangt er ook vanaf op welke avond van de Paasweek je naar een processie gaat. Op 29 maart jongstleden, Palmzondag (‘domingo de ramos’) waren er hier twee processies, eentje waarbij palmtakken aan het publiek werden uitgereikt. Afgelopen maandag (lunes santo) was er eveneens een rondgang. Die dag gingen mensen in de stoet gekleed als Franciscaner monniken. Vandaag, woensdag, vindt eveneens een rondgang plaats die ‘het pad van bitterheid’ wordt genoemd (‘la Calle de la Amargura’). Men huilt om het naderende verlies van een dierbare.


La Esperanza Pilareña 
Op Witte Donderdag heb je de stille processie. Dan wordt er niet getrommeld. Op Goede Vrijdag vinden juist de luidste twee processies plaats: die van de kruisweg en van de begrafenis van Gésoes. In onze gemeente wonen veel personen uit Midden- en Zuid-Amerika. Je bent hier pas echt ingeburgerd als je lid bent van een lokale broederschap. Dat doen er dan ook tientallen; piepjong en ouder, man en vrouw. Er is hier zelfs een groep (zusterschap?), geheel bestaande uit vrouwen. Ze noemen zich ‘La Esperanza Pilareña’, de hoop van Pilar. 

Er ontstond recent een rel in de plaats Segunto (omgeving Valencia-stad). Daar besloten de mannen van de ‘Broederschap van het Allerzuiverste Bloed’ (opgericht in 1492) dat er ook dit jaar geen vrouwen mogen deelnemen aan hun processies in de heilige week. Voor de mannen is dit geen vorm van discriminatie maar een kenmerkend aspect van hun broederschap die ruim vijf eeuwen overleefde zonder haar interne structuur te veranderen. Het Spaanse ministerie gaat nu onderzoeken of dit besluit een flagrante schending is van de Gelijkheidswet.

Hoewel het een week van bezinning is, speelt gastronomie ook een rol. Traditioneel wordt er in deze week minder vlees gegeten. Gerechten zoals ‘torrijas’ -een soort Spaanse wentelteefjes gedrenkt in melk of wijn (met alcohol worden ze dronken torrijas genoemd)- mogen dan ook niet ontbreken. Buuf María Victoría kondigde aan ze ze deze week voor ons gaat maken. In sommige regio’s worden stoofschotels met kabeljauw geserveerd, met een knipoog naar de vastentraditie. 

Wat de Semana Santa extra bijzonder maakt, is hoe verleden en heden samenkomen. Jonge mensen lopen mee in dezelfde broederschappen als hun ouders en grootouders, vaak gekleed in kleding en insignes die van generatie op generatie worden doorgegeven. Of je nu religieus bent of niet, de combinatie van geschiedenis, kunst, muziek en menselijke toewijding maakt indruk. Tradities als deze blijven bestaan zolang ze betekenis hebben voor mensen. Ook al is de ontkerkelijking in Spanje een feit, ik denk niet dat mijn liefje en ik gaan meemaken dat Semana Santa hier niet meer wordt gevierd. 

Als je de processie laat op de avond aan je voorbij ziet trekken en al die mensen en gevaarten in de verte ziet verdwijnen, terwijl de trommelslagen wegsterven, begrijp je waarom deze week bij velen zo’n diepe indruk achterlaat. Ongeacht je religieuze achtergrond voel je de Semana Santa tot diep in je botten. Wij ook. 

Wij gaan op Goede Vrijdag bij onze Zwitserse vriendin Liselotte eten. Zij maakt een traditioneel visgerecht (ventresca de merluza, yummm!). Wijzelf serveren op zondag een paasbrunch voor zeven personen. In de open lucht! Eieren-eieren-eieren (gevuld, maar ook van chocolade), citroenen in voor- en nagerecht, en een heleboel daartussen.  


zaterdag 28 maart 2026

Consternazi

In 104 gemeenten (van de 342) in Nederland kreeg Forum voor Democratie (FvD) een zetel, zo bleek uit de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week. Daaraan mochten wij, Nederlanders in het buitenland, niet meedoen. Dat vind ik terecht. Het gaat immers voornamelijk om lokale beslissingen. In mijn huidige thuisland Spanje mogen we juist wel stemmen voor de gemeenteraad, maar niet landelijk. Er zijn landgenoten die menen dat we ook niet mogen deelnemen aan landelijke verkiezingen. Ik begrijp die opvatting maar ben toch blij dat het wèl mag. 

Al was de algemene opkomst niet heel hoog (ruim 53% van de gerechtigde stemmers), het totaal aantal zetels nam voor deze partij toe van 54 (2022) naar 299. FvD kreeg ruim 307.000 stemmen. Dat aantal komt van personen die zich inhoudelijk verwant voelen met de partij, personen die tegen AZCs zijn en stemmers ‘op het platteland’. Maar ook ‘het Lidewij-effect’ werd als reden opgegeven. 

De opmars van FvD onder leiding van Lidewij de Vos moet deels worden gezien als een voorbeeld van het gebrek aan normering in de politiek. Ideeën die ooit als marginaal, onfatsoenlijk of ronduit verwerpelijk golden, worden langzaam maar zeker salonfähig. Niet omdat ze overtuigender werden in de loop van de tijd maar omdat de grenzen van het toelaatbare in de afgelopen tijd flink werden opgerekt.

FvD presenteert zich graag als een jonge, frisse uitdager van de ‘oude politiek’ maar wie de retoriek aanhoort en het netwerk rondom de partij bekijkt, ziet een minder onschuldige werkelijkheid. 

Er kwam vooral kritiek uit eigen partijgelederen op deze cartoon van Joep Bertams die hij maakte voor de Groene Amsterdammer en die ook in de Telegraaf werd geplaatst. De hoofdredacteur van die krant vindt dat journalisten (als Bertams) terecht veel vrijheid krijgen om hun mening te uiten. Dit zou volgens hem geen reden tot huilie-huilie moeten zijn bij FvD. Het is een bekende tactiek uit extreemrechtse hoek: eerst insinueren, dan relativeren en tenslotte verontwaardigd doen wanneer er kritiek komt. Alhoewel dit beeld van De Vos schuurt met de goede smaak zou je dit een koekje van eigen deeg kunnen noemen. 

Als gevolg van het verkiezingssucces zullen op lokaal niveau figuren het politieke toneel binnenstappen die flirten met extremistische denkbeelden: bewondering voor een etnisch ‘homogeen’ Nederland, het bagatelliseren van racistische theorieën, het ventileren van complottheorieën waarin verdacht vaak antisemitische ondertonen doorklinken. 

Volgens partijleider De Vos horen ‘radicale standpunten’ bij een fase van ‘politieke volwassenwording’. Dat deze ideeën nu hun weg vinden naar gemeentelijke bestuurskamers is niet alleen veelzeggend, het is evenmin onbeduidend. Juist op lokaal niveau worden concrete beslissingen genomen over de gemeenschap. Wie hoort erbij, welke groep krijgt ruimte, hoe verhouden burgers zich tot elkaar? Wanneer een partij structureel inspeelt op uitsluiting van bepaalde groepen en wantrouwen jegens instituties als drijfveer heeft, moet de politiek niet wegkijken of bagatelliseren. Dat leidt tot verdere normalisering van taal die groepen tot zondebok en ‘de ander’ bestempelt, tot het zaaien van achterdocht jegens democratische instellingen. Dat is kwalijk en gevaarlijk. 

De partij verkoopt zich als de stem van niet-gehoorde burgers, van  onuitgesproken frustraties, als de enige die ‘durft te zeggen waar het op staat’. Maar die pose verhult dat veel van wat er door partijleiding en leden wordt gezegd, niet dapper is maar juist gemakzuchtig. Het zijn oude vooroordelen in nieuwe jassen. Het is eenvoudiger om complexe maatschappelijke problemen te herleiden tot de aanwezigheid van schimmige vijanden dan om succesvol met de weerbarstige realiteit om te gaan. 

In en rond deze partij wordt bewondering geuit -vaak impliciet, soms zelf expliciet- voor criminelen die symbool staan voor extreem geweld of de verheerlijking ervan. Neem de Noor Anders Breivik met extreemrechtse opvattingen die in 2011 77 onschuldige jonge mensen doodschoot tijdens een zomerkamp. Of neem de Australiër Brenton Tarrant die in 2019 51 onschuldige moskeegangers in Christchurch (Nieuw-Zeeland) doodde. Door Fvd’er Timon Busscher (nummer 3 op de kieslijst van Den Haag) werd dit lugubere tweetal ‘een goddelijk duo’ genoemd. 

Frank Folkerts, nummer 2 op de kieslijst van Nieuwegein, was in 2010 nog lijsttrekker in Overbetuwe voor de Nederlandse Volks Unie (NVU, opgericht in 1971), een nationaalsocialistische partij die volgens de AIVD ‘traditionele antisemitische neonazi's’ aantrekt. 

Daan Meershoek, nummer 2 op de FvD-kieslijst in Nijmegen, had (heeft?) banden met De Geuzenbond, een organisatie die door de Nederlandse inlichtingendienst als extreemrechts wordt bestempeld. 

De lijsttrekker en fractievoorzitter van FvD in Haarlem, Moriah Hartman, noemde het dagboek van Anne Frank enkele jaren geleden overgewaardeerd. Ze zit daar al vier jaar in de gemeenteraad zonder dat er al te veel ophef over ontstond. 

En tenslotte heeft FvD ook nog Reginald Eeckhout in hun gelederen, medeoprichter van Erkenbrand, een studiegenootschap dat streeft naar een ‘blanke etnostaat zonder Joden’. Deze dubieuze club streeft ernaar een autoritair politiek bestel te realiseren dat alleen de grondrechten van de witte (mannelijke!) burger waarborgt. Eeckhout stond op plek 7 van de kieslijst van Amsterdam. 

Een columnist van de Volkskrant zei het plastisch: bruinhemden zijn weer in de mode. 

Partijleider Lidewij de Vos rekent het haar mannen en vrouwen niet aan. (Zelf heeft ze zich nooit openlijk schuldig gemaakt aan dit soort narratieven maar ze biedt een podium en dat is niet zo onschuldig als het lijkt...) Ze doet ze af als ‘verjaarde jeugdzonden’. Daarmee maakte cabaretier Youp van ’t Hek korte metten in zijn column van vorige week. De Vos’ reactie op kritiek volgt een inmiddels bekend patroon: ontkennen, bagatelliseren of de boodschapper aanvallen en tot vijand bestempelen. Kritiek wordt afgedaan als het werk van een vijandige elite, waardoor elke inhoudelijke discussie bij voorbaat verdacht wordt gemaakt. Zo ontstaat een denkwijze waarbij tegenspraak de bevestiging is van het eigen gelijk.

Dat de uitspraken van deze leden überhaupt resoneren in een politieke context, klinkt als een alarmsignaal. Het is alarmerend dat Forum voor Democratie dit soort extremisten niet buiten de deur wenst te houden. En het is alarmerend dat mensen stemmen op mensen met deze profielen.

De vraag is waarom de voedingsbodem voor FvD zo vruchtbaar is. Onvrede over woningnood, migratie, globalisering en bestuurlijk falen is terecht en reëel. Maar de vertaling van die onvrede in een politiek die flirt met extreemrechts, met uitsluiting en complotdenken, kan nooit de oplossing zijn. Kiezen voor deze politiek, voor zo'n partij is niet voor elke kiezer een bewust keuze, denk ik. Er zijn mensen die hun onderbuikgevoelens volgen. Wat wèl een bewuste keuze is, is een politieke cultuur die te lang heeft gedacht (gehoopt) dat dit soort geluiden vanzelf zouden wegebben. Het tegendeel blijkt nu waar.

Die toon en inhoud van FvD vindt weerklank bij een bepaald soort kiezers. Mensen met een haperend moreel kompas, wat mij betreft. Ik begrijp hun boosheid en onvrede tot op zekere hoogte. Maar zonder gêne stemmen op openlijk racistische, misogyne, antisemitische types? Neonazi’s? En niet te vergeten, FvD is een Poetin-verdediger. Het benauwt mij dat die stemmers zo weinig historisch besef (b)lijken te hebben. Het was de in Madrid geboren Spaans-Amerikaanse filosoof George Santayana die ooit schreef: ‘Those who cannot remember the past are condemned to repeat it’. Tja. 

Wat rest is de ongemakkelijke constatering dat democratie niet alleen van buiten wordt aangevallen door tegenstanders. Met partijen als FvD wordt het systeem ook van binnenuit uitgehold. Dit soort partijen ondermijnt de geest van de democratie. FvD beweegt zich precies op dat snijvlak: luid roepen om ‘meer democratie’ terwijl het vertrouwen in de fundamenten ervan systematisch wordt aangetast. 

Dit gaat volgens mij niet (meer) over links of rechts. Dit gaat over democratisch versus anti-democratisch. Zowel de landelijke FvD als de lokale fracties nemen geen afstand van deze personen en hun uitspraken. Hierdoor voelen veel partijen zich genoodzaakt een boycot in te stellen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Nijmegen nam men vóór de vorming van een nieuwe gemeenteraad het besluit dat er onder geen beding zal worden samengewerkt met fascisten. In die steden zal de partij worden geboycot. Het gaat niet om het negeren van kiezers, maar om het nemen van politieke verantwoordelijkheid. 

Zij kiezen voor politieke isolatie maar die aanpak bleek in het verleden niet altijd effectief. (Men ging in veel gevallen alsnog overstag.) 

Bovendien kan een cordon sanitaire FvD in de kaart spelen, kan het de partij electoraal voordeel opleveren. Ook kiezers op die partij kunnen denken dat hun stem er niet toe doet. De vraag blijft wel hoe ver men bereid is de grenzen op te rekken in naam van democratie en vrijheid van meningsuiting? Wanneer verandert tolerantie in medeplichtigheid aan kwalijk gedachtegoed en verdere normalisering ervan? 

Kleinere gemeenten, zoals bijvoorbeeld Delft en Haarlem, sluiten samenwerking niet bij voorbaat uit. In een democratisch bestel wordt op inhoud gediscussieerd. Politieke opponenten dienen inhoudelijk te worden aangepakt, niet te worden uitgesloten. Daar gaat de raad per onderwerp bekijken wat goed is voor de stad. 

Zelf hecht ik waarde aan nóg een andere strategie. Die waarbij gematigde politici en bestuurders sneller en duidelijker grenzen trekken: tot hier en niet verder (het noodzakelijke ‘normeren’). Je hebt standvastige bondgenoten nodig als je een vijand van de democratie wilt verslaan! 

De antwoorden op de vele vragen die er zijn, zullen bepalen of de opmars van extreemrechts gedachtegoed een tijdelijke oprisping is of een blijvend verschijnsel.


dinsdag 24 maart 2026

50 jaar op zoek naar waarheid

Vorige week donderdag, altijd op donderdag, maakten de Moeders van de Plaza de Mayo in Buenos Aires (Argentinië) hun 2.500ste ronde over het beroemdste plein van de stad. De vrouwen met de witte hoofddoeken gingen opnieuw de straat op, tegenover het presidentiële paleis, Casa Rosada. Ze lijken nooit op te geven. Hun stappen werden in de loop van de tijd weliswaar langzamer en hun aantal kleiner maar hun boodschap resoneert nog als vanouds: ‘¿Dónde están?’ Waar zijn hun echtgenoten, zussen, broers, kinderen en kleinkinderen? 

Vandaag wordt daar de 50ste verjaardag van de militaire staatsgreep herdacht. Op 24 maart 1976 pleegde het Argentijnse leger een staatsgreep tegen de linkse president Isabel Perón. De macht kwam in handen van een militaire junta onder leiding van generaal Jorge Videla. Wat volgde werd later bekend als ‘la guerra sucia’ (1976-1983), de vuile oorlog. In naam van de strijd tegen ‘subversieve elementen’ begon de staat een geheime campagne van ontvoeringen, martelingen en moorden. Studenten, politieke activisten, advocaten, journalisten, kunstenaars, vakbondslieden, priesters en nonnen die de armen hielpen: iedereen die maar enigszins verdacht was van oppositie, kon verdwijnen. Mensen van alle leeftijden en sociale klassen. 

De slachtoffers van dit schrikbewind kregen een naam die inmiddels ook wereldwijd bekend is: ‘los desaparecidos’ (de verdwenenen). Volgens mensenrechtenorganisaties en nationale historici ging het om ongeveer 30.000 mensen. Zij werden vaak 's nachts van bed gelicht, naar clandestiene detentie- en martelcentra gebracht, gemarteld en vermoord. Sommigen werden levend uit een vliegtuig boven zee gegooid tijdens de beruchte dodenvluchten. ‘Visvoer’ was de term die de daders voor de slachtoffers gebruikten.

In 1977 begonnen moeders van verdwenen jongeren elkaar te ontmoeten op de Plaza de Mayo, het politieke hart van Argentinië. Die vrouwen hadden allen politiebureaus, kazernes en ministeries bezocht om te achterhalen waar hun dierbaren waren gebleven. Nergens kregen ze antwoord. Daarop besloten ze zelf zichtbaar te worden. Op zaterdag 30 april 1977 kwamen twaalf vrouwen openlijk bijeen op het plein. Demonstreren was verboden, stilstaan op het plein ook. Samenkomen als groep idem dito. Tijdens die eerste samenkomst realiseerden ze zich het probleem: zaterdags waren de gebouwen in het centrum gesloten. Zo zouden ze te weinig aandacht trekken.  

De volgende keer spraken ze op vrijdag af op het plein. Ook dat bleek geen goede keuze: vrijdagen waren ‘witches days’, een soort bijgeloof dat vrijdag ongeluk zou brengen. De derde keer spraken ze af op donderdagmiddag. (Driemaal is  scheepsrecht!) Daar zaten ze aanvankelijk met elkaar op de harde bankjes aan het plein. Daar werd hun geuzennaam bedacht. Daarna begonnen ze er rondjes te lopen, twee aan twee. Daartegen kon de junta niets inbrengen. Het werd het begin van een wekelijks ritueel dat niet meer zou stoppen. 

De militaire regering probeerde hen eerst te negeren en daarna te bespotten. Staatsmedia noemden hen ‘las locas’, de gekke vrouwen. Dat werd door internationale media vertaald als ‘de dwaze moeders van Plaza de Mayo’. Maar dwaas waren ze niet, deze vrouwen. Ze bleven komen, elke donderdagmiddag. Stipt om 15:30 uur. Volgend jaar bestaan hun organisatie 50 jaar.

Ze bleven rondjes lopen, ook nadat de repressie zeer dichtbij kwam. Begin december 1977 werd de oprichtster, Azucena Villaflor, ontvoerd door een doodseskader. Haar zoon Néstor, architectuurstudent en lid van de Peronistische Jeugdbeweging, verdween in 1976, samen met zijn vriendin. Later die maand spoelde een lichaam aan de Atlantische kust van de provincie Buenos Aires aan. De doodsoorzaak was ‘inslag op hard voorwerp na val van grote hoogte’. Conclusie: uit een vliegtuig gegooid. Ze werd plaatselijk begraven als N.N., ‘Ningún Nombre’ (naamloos). Villaflors lichaam werd pas formeel geïdentificeerd in 2005. Haar as ligt nu aan de voet van de Pirámide de Mayo, het monument middenop Plaza de Mayo. Een andere vrouw van het eerste uur was Hebe de Bonafini (overleden in 2022) over wie ik eerdere blogs schreef. De meeste vrouwen van het eerste uur zijn overleden.

Toen de militaire dictatuur in 1983 instortte en Argentinië weer een democratie werd onder de democratisch gekozen president Raúl Alfonsín, waren de moeders al een internationaal symbool van verzet. Hun eisen, erkenning van de slachtoffers, de waarheid achter de verdwijningen en de berechting van de misdadigers, waren hun bron van volharding. Het duurde decennia voordat daders daadwerkelijk werden veroordeeld. Hun bijdrage aan de historische ‘Juicio de las Juntas’ (1985), het proces tegen de militaire junta waarin leiders van de dictatuur terechtstonden, was groot. Ondertussen bleven de moeders lopen. 

Door de hele stad (en het land) werden in de loop van de tijd witte hoofddoeken geschilderd op muren en in straten. Ter herinnering. Opdat hun strijd om gerechtigheid zichtbaar zou blijven. Nog steeds lopen er elke donderdag vrouwen over het plein met hun geborduurde hoofddoeken om. Ze dragen nog steeds zwart-witfoto’s met de gezichten van hun dierbaren. Gezichten van mensen die nooit ouder werden dan twintigers. 

Ongeveer rond dezelfde tijd ontstond er ook een groep die zich ‘Las Abuelas de van Plaza de Mayo’ noemen, de grootmoeders van het plein. Een organisatie die uiteindelijk onder leiding kwam te staan van mensenrechtenactiviste Estela de Carlotto, lerares tijdens haar werkzame leven. De grootmoeders waren niet op zoek naar één generatie maar naar twee. De witte hoofddoek die hun symbool werd, was oorspronkelijk niets meer dan een babyluier.

Deze organisatie schatte dat het ging om circa 500 kinderen van ontvoerde personen tussen 1975 en 1980. Vaak werden ze geboren in gevangenschap. Sommige kinderen werden weggegeven aan families die dicht bij het personeel van de nationale strijdkrachten en veiligheidsdiensten stonden. Anderen werden als onbekende baby’s achtergelaten in instellingen. Weer anderen kwamen in het buitenland terecht. Haar groep heeft tot op de dag van vandaag 140 kleinkinderen teruggevonden. 

Inmiddels lopen nieuwe generaties mee: kinderen en kleinkinderen van de Madres en Abuelas, jonge activisten en historici. En soms een enkele buitenlandse, zoals mijn liefje en ik. Dat deden we in 2014 en 2018, om onze solidariteit te betuigen aan deze indrukwekkende vrouwen. Zo ontmoetten wij ‘dwaze grootmoeder’ Estela persoonlijk. Wij liepen rond op het plein voordat hun mars begon. Op een bankje zat een intelligent ogende vrouw met grijs haar die bezig was iets op te spelden. Ik sprak haar aan en ging naar haar zitten. Ze vroeg waar ik vandaan kwam en zo ontstond een gesprek. 

Haar dochter Laura was politiek activiste, werd ontvoerd en later in detentie vermoord, met haar partner. Señora Estela wist op dat moment niet dat haar dochter drie maanden zwanger was. De baby -de prille moeder noemde hem Guido- werd geboren in gevangenschap, van de moeder gescheiden en weggegeven. De moeder werd in 1978 doodgeschoten (van dichtbij in gezicht en buik). Via-via kreeg oma bericht over het bestaan van haar kleinzoon - die Ignacio werd genoemd door zijn adoptieouders. Inmiddels zijn oma en kleinkind herenigd. 

Eerder dit jaar ontvingen vertegenwoordigers van de (groot)moeders van de Plaza de Mayo in Madrid de ‘Abogados de Atocha’-prijs, een erkenning voor hun status als wereldwijd symbool van de strijd voor herinnering, gerechtigheid en herstel. 

Onlangs las ik een mooi interview in een Nederlandse krant met een Chileense vrouw die als kind met haar moeder naar Nederland vluchtte. Haar overkwam iets vergelijkbaars als wat er destijds gaande was in Argentinië. Haar vader, arts in een sloppenwijk van hoofdstad Santiago, werd in de jaren '70 opgepakt door de militaire junta (onder Pinochet). Zijn lichaam werd nooit gevonden. Indertijd werd een groep Chilenen door koningin Juliana uitgenodigd om naar Nederland te komen. De vrouw zou nu wel een aanvraag tot onderzoek naar het lot van haar vader willen doen bij de Chileense regering maar de huidige officier van justitie is zoon van een man die destijds in verband werd gebracht met een martelcentrum in de stad.  

Na al die jaren is de prangende vraag van toen (‘¿Donde están?’) dus nog altijd niet volledig beantwoord. Niet alle lichamen van de slachtoffers zijn immers gevonden en niet alle daders berecht. De uiterst rechtse Argentijnse regering-Milei bagatelliseert niet alleen de verantwoordelijkheid van het Videla-regime maar zette ook de financiering van instellingen stop die verband houden met de historische herinnering. 

De volhoudende (groot)moeders van Plaza de Mayo bereikten iets wat in 1977 onmogelijk leek: ze dwongen de leiders van hun land om te blijven herinneren. Hun mars over het plein is een van de langst aanhoudende protesten ter wereld. Vandaag wordt er een mars georganiseerd in Madrid ter herdenking van deze dag 50 jaar geleden. 

Momenteel lees ik het meeslepende boek ‘A Flower Travelled Through My Blood’ dat vorig jaar verscheen, van de Amerikaanse journaliste (The Economist) en ex-Argentinië-correspondente Haley Cohen Gilliland. Zij beschrijft in detail de internationale zoektocht van de grootmoeders van de Plaza de Mayo. Aanrader!


vrijdag 20 maart 2026

Botsende generaties

Het Boekenweekessay van schrijfster en filosofe Doortje Smithuijsen (34), zelf een randstedelijke millenial, is getiteld ‘Ik zou uw dochter kunnen zijn’. Het ontving een lauwe ontvangst in onder andere Trouw, de Volkskrant en de Groene Amsterdammer. Zij stelt dat er sprake is van intergenerationele wrok, rancune en jaloezie tussen boomers en millenials. Recensenten vonden haar essay niet overtuigend. Ze vonden het nogal mager qua bewijsvoering en tamelijk karikaturaal. 

De botsing tussen generaties die ze beschrijft, is van alle tijden. Nieuwe generaties zijn vaak vernieuwers van cultuur, sociale regels en politieke opvattingen. Dan ligt onderling gedoe met de voorgangers op de loer. 

We zijn beland in de laatste dagen van de 91ste Boekenweek in Nederland. Het thema van dit jaar is ‘Mijn generatie’. De Nederlandse voormalig hoogleraar Sociologie Henk Becker (1933-2018) publiceerde zijn generatietheorie in 1985. Hij deelde groepen mensen in en gaf iedere generatie een reeks geboortejaren (15), een aanduiding en enkele hoofdkenmerken. 

  • Vooroorlogse generatie (< 1925); zuinig, spaarzaam en risicovermijdend
  • Stille generatie (1925-1940): gezagstrouw, je gedragen ‘zoals het hoort’
  • Babyboom generatie (1940-1955): vitale idealisten die zinvol actief willen blijven
  • Generatie X (generatie Nix) (1955-1970): verbinders; benutten diversiteit constructief
  • Pragmatische generatie (1970-1985): pragmatische doeners, realisten en bouwers
  • Generatie Y (Millennials) (1985-2000): authentieke multi-taskers
  • Generatie Z (2000-2015): omgevingsbewust en zelfverzekerd
  • Generatie Alfa (vanaf 2015)

Het idee om mensen in generaties in te delen, is niet zo gek. Het maakt begrippen behapbaar. Wie in dezelfde tijd opgroeit, deelt de tijdgeest en de ervaringen van dat tijdsgewricht. De invloeden uit de formatieve jaren van een generatie (tussen de 15de en 25ste leeftijd) vormen hen en die draag je je leven lang mee. Er zijn echter ook psychologen die meer waarde hechten aan de verschillen op andere vlakken, zoals economisch, opleidingstechnisch of cultureel vlak. Er zijn boeken vol geschreven over dit onderwerp. Hieronder een beknopt overzicht. 

Bedenk wel dat wie over generaties schrijft, generaliseert... 

De vooroorlogse generatie maakte de economische crisis in de jaren '30, de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw van het land aan den lijve mee. Omdat velen van hen opgroeiden in deze tijden van crises leidde dat tot een levenslange focus op zuinigheid, sparen en risicomijding.

De stille generatie groeide op ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw. Er heerste een sterk collectief denken en dat maakt deze generatie plichtsgetrouw en sterk bereid de mouwen op te stropen. Generatiegenoten zijn spaarzaam, loyaal en saamhorig. 

Babyboomers schudden Nederland wakker uit zijn verzuilde slaap. Ze zaten middenin de wederopbouw, maakten een groeiende welvaart mee en beleefden de culturele revolutie van de jaren '60. Ze betraden de arbeidsmarkt in een periode van groei: hogere lonen, betere werkomstandigheden en meer werkgelegenheid. Dat vormde hen. Zij zagen hoe Nederland veranderde van een zuinig, verzuild land in een modernere, vrijere samenleving. Zij ontdekten protest, inspraak en popmuziek. Ze zijn van The Stones en The Beatles. 

Dit is een grote generatie. De aanduiding (Engelse ‘boom’) zegt het al: na de Tweede Wereldoorlog was er een tsunami van geboorten. Dat had gevolgen voor van alles, van scholen tot woningbouw. Hun welvaart is ze -volgens sommigen- deels komen aanwaaien omdat de overheid toentertijd eigenwoningbezit stimuleerde. Als generatie transformeerden zij van protesterende jongeren in de jaren '60 naar de bestuurders van tegenwoordig die een belangrijke stempel hebben gedrukt op de maatschappij. 

Generatie X (ook wel generatie Nix of ‘de verloren generatie’ genoemd) was de volgende; een veel kleinere generatie dan de voorgaande. Nix'ers groeiden op tussen bevrijde babyboomers en de digitale generatie. Ze werden de verbinders van die twee werelden die Nederland door turbulente tijden loodsten; van oliecrisis tot verregaande digitalisering. 

Zij groeiden op in een minder uitbundige tijd dan hun voorgangers. In hun jeugd heerste er een economische crisis, met massale jeugdwerkloosheid als gevolg, zodat men ook wel sprak van een ‘verloren generatie’. De economische crises van de jaren '70 en '80 temperden hun optimisme. Het begrip ‘verloren’ hangt ook samen met de, door AIDS drastisch ingeperkte seksuele vrijheid. Sex bleek ineens dodelijk te kunnen zijn! Deze generatie leerde al vroeg dat de wereld niet vanzelf beter wordt en dat een vaste baan niet het summum is. Wie tot generatie X behoort, weet nog hoe een encyclopedie ruikt maar ook hoe een wifi-router moet worden ingesteld. Dat maakt hen tot een soort tolken tussen generaties. Deze generatie zag de eerste PC en de eerste mobiele telefoon komen. Qua muziek is het de tijd van New Wave en Punk. 

De pragmatische generatie staat bekend als een tussengeneratie die opgroeide in een tijd van welvaart en vrijheid. Men wordt ook wel de ‘patatgeneratie’ of ‘Xennial’ genoemd. De teugels werden tijdens hun opvoeding gevierd, ze mochten doen wat ze wilden (friet eten!). Het is een generatie van doeners en realisten. Ook zij zijn bruggenbouwers, in dit geval tussen de oude en nieuwe economie. 

Daarna stapten de millennials (generatie Y) het toneel op. Ook zij groeiden op in welvaart (opgevoed door welvarende boomers) en vrijheid. Ze zouden -volgens pa & ma- alles kunnen bereiken maar blijken in een wereld te leven die hen confronteert met een klimaatcrisis en onbetaalbare huizen. Veranderingen volgden elkaar steeds sneller op. Internet kwam hun leven op volle kracht binnen. Globalisering was voor hen geen abstract begrip meer maar een dagelijkse realiteit. Muziek, films en nieuws kwamen uit alle windrichtingen van de wereld. Indie, rock en hip-hop zijn de favoriete muziekstijlen maar ook Britney Spears en Taylor Swift. 

Op de cover van het Amerikaanse opinieblad Time van 2013 werden millennials gekarakteriseerd als de ‘me me me generation’. Volgens dat kritische artikel waren ze lui, zelfgenoegzaam en narcistisch maar tegelijkertijd beschikten ze ook over aanpassingsvermogen en technische vaardigheden. Volgens het National Institute of Health komt een narcistische persoonlijkheidsstoornis bijna drie keer zo vaak voor bij de twintigers van deze generatie dan bij 65-plussers. 

Dat neemt niet weg dat millennials vaak een optimistische boodschap meekregen van hun boomer-ouders. Studeren loonde, de wereld lag voor hen open, talent zou worden beloond. Veel van hen geloofden dat. Totdat de financiële crisis van 2008 ontstond; een gebeurtenis die menig millennial het gevoel gaf dat de belofte van een betere toekomst ingewikkelder of zelfs onmogelijk werd (geacht). Dat heeft deze generatie gevormd. Ze staan bekend als flexibel, mobiel en digitaal vaardig maar ook met gevoel voor zelfspot en ironie. Wie volwassen werd tijdens economische onzekerheid, ontwikkelt nu eenmaal een zekere afstand ten opzichte van langetermijnplannen. 

Dan is er ook nog generatie Z, gen Z in de volksmond. Zij leerden lopen met een tablet in de hand. Zij zijn de eerste generatie die volledig digitaal opgroeit en daarom worden ze ook wel ‘digital natives’ genoemd. Ook zij leerden dat de wereld onvoorspelbaar is. Er is onzekerheid over alles en dat vormt hen. 

Smartphones, sociale media en permanent online zijn, zijn vanzelfsprekendheden. Zoiets als elektriciteit dat ooit werd voor een vooroorlogse generatie. Dat betekent niet dat hun wereld eenvoudiger is. Ze groeien op met een constante informatiestroom en grote vraagstukken: klimaatverandering, geopolitieke spanningen, economische onzekerheid. Vaak zijn ze echter opvallend pragmatisch en ondernemend. Misschien omdat ze al vroeg leerden dat stabiliteit geen garantie is. Zij hebben een flexibele werkstijl en hun arbeidsethos is van heel andere orde dan die van boomers. Waarom zou je direct gaan studeren of werken als je ook rond de wereld kunt reizen? Vanwege hun korte aandachtsspanne bestaat hun favoriete muziek vooruit uit snelle dansbeats (TikTok en InstaReels). 

Tot slot generatie Alfa, de eerste generatie die in zijn geheel deel uitmaakt van de 21ste eeuw. Grotendeels zijn het kinderen van millennials. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat ze al op jonge leeftijd gezondheidsproblemen hebben die zijn gelieerd aan (teveel) schermtijd en dat allergieën en obesitas vaak voorkomen. Ze worden weleens aangeduid met ‘screenagers’. 

In Huize Barefoot hebben we te maken met een boomer en een Nix'er. We spraken deze weken veelvuldig over het thema en ‘onze’ generaties. Wat verbindt ons, waarin verschillen we? Je kunt zeggen dat de relatie tussen een babyboomer en iemand van generatie X is als een platenspeler versus een Spotify-account. Het werkt allebei goed maar de gebruiksaanwijzing is wel anders. Gek genoeg, botsen wij op dit punt niet zo?! We vullen elkaar eerder aan. 

Mijn liefje was geen prototype hippie al is ze een harmoniemodel pur sang en was (harmonie met) de natuur van (over)levensbelang. Ze had al een eigen herbarium in de box. Ze ondernam van alles om onder de bedompte, drukkende sfeer van de jaren '50 uit te komen. Vrijheid om zichzelf te zijn en de zoektocht naar avontuur en niet-saaie mensen speelden een grote rol in haar jonge(re) jaren. Haar kijk op werk verschilt merkbaar van die van mij. Een babyboomer gelooft heilig in het idee dat je carrière een rechte lijn is: onderaan beginnen, hard werken en uiteindelijk een bureau in een hoekkamer verdienen. Zij had een sterke arbeidsethos, een sterke wil en toewijding om hard te werken. Ze had op enig moment twee banen om een huis te kunnen kopen en aflossen. 

Eigenlijk was ik meer hippie dan zij. Liefde, geen oorlog! Ik liep vaak op blote voeten, in bonte kleding en met bloemen in mijn haar. Een Nix'er als ik kijkt met lichte ironie naar haar generatiekenmerken. Collegegelden stegen begin jaren '80 enorm, waardoor we met een veel hogere studieschuld kwamen te zitten dan voorgaande generaties. Het duurde in de meeste gevallen jaren voordat die was afgelost. Niks sparen, afbetalen! Mijn generatie overleefde later een serie recessies, reorganisaties en managers op mindfulness-cursus. Tja. Een carrière is voor ons eerder een slingerpad. Mijn werkethiek is inderdaad anders dan die van mijn liefje: een mens is niet geboren om alleen maar te werken. Work-life balance was voor mij belangrijker dan de race naar de absolute top. Geld is goed, tijd is beter! Wel had ik de wil en toewijding om ergens heel goed in te worden. Na mijn studie was er geen baan te vinden, daarom liet ik mij omscholen in de Informatie- en Communicatietechnologie. Daarin was ik uiterst pragmatisch. Nadat ik mijn liefje ontmoette, leerde ik haar computeren. Zij was net via haar werk aan een PC Privé-project begonnen. 

Soms wordt er onderling met lichte weerzin over andere generaties gesproken. Dat is inderdaad van alle tijden. Een jongere generatie ziet de oudere als star en hypocriet, de oudere zet jongeren weg als lui en narcistisch. 

Oudere generaties vinden jongeren ongeduldig, niet weerbaar en naïef. Jongere generaties vinden ouderen zelfvoldaan en traag. Boomers bezitten te veel huizen en campers, millennials drinken teveel koffie met havermoutmelk en Gen Z kijkt teveel op de telefoon. Als we ons maar realiseren dat dit karikaturen en stereotyperingen zijn; eerder de uitkomst van een minder serieuze exercisie dan dat ze de werkelijkheid weerspiegelen. Generaties lopen in elkaar over, al zijn de verschillen niet te ontkennen. Over enkele decennia zal de jongste generatie (Alfa) waarschijnlijk hetzelfde meemaken. Dan kijken zij hoofdschuddend naar hun voorgangers en nakomers die het leven anders leven en organiseren. 

Zo schuift elke generatie langzaam op in het Grote Verhaal van de Tijd. Niet als losse hoofdstukken maar als een gebonden boek dat telkens door nieuwe lezers wordt opengeslagen.


maandag 16 maart 2026

Over rouw en touw

Precies vier weken geleden overleed onze vriendin Agnes plotseling en onverwacht. Er hangt nog steeds een zweem van ongeloof in de lucht als ik aan haar dood denk. Vandaag zou zij 75 jaar zijn geworden en dat zou ze met partner Piet in Spanje hebben gevierd. 

In de onlangs verschenen documentaire ‘Just Our Heart’ van Maartje Nevejan die in Nederland werd gefilmd (in een coproductie met Spanje, België, Portugal en Bolivia), wordt rouw omschreven als ‘liefde die nergens heen kan’. Inmiddels probeert Piet de draad van het-leven-zonder-haar op te pakken. Dat valt niet mee. Agnes ging te abrupt en te vroeg heen. Afscheid nemen was niet mogelijk. Dat maakt de rouw extra rauw... 

Wij videoappen nu af en toe met elkaar en dat doet eenieder goed. We luisteren en praten, drukken hem op het hart dat hij weliswaar zonder Agnes is maar zeker niet alleen. Ook niet in Spanje. Onze deur zal altijd wagenwijd open staan voor hem. Hij heeft zijn komst voor later dit seizoen al aangekondigd (en brengt dan boerenkaas met stallucht van ome Sjaak voor ons, kaaskoppen, mee. Zoals Agnes altijd deed). 

Alle ‘eerste keren zonder’ zijn hartverscheurend. Dat weet ik uit ervaring. De lente zonder haar, over de drempel stappen van het appartement in Spanje zonder haar, die plek onder de zon vol gelukkige herinneringen. En nu dus de eerste keer op haar geboortedag. Vandaag vieren we niet, vandaag herdenken we.

Tijdens de afscheidsdienst las Piet, ondersteund door zijn dochter Karen, een gedicht voor waaruit troost kon worden geput. Dit troostgedicht wordt toegeschreven aan Augustinus van Hippo (354-430), christelijke theoloog, filosoof en bisschop in de late Oudheid. Het gaat zo: 

De dood is niets.
Ik ben alleen maar naar de overkant.
Ik ben ik, jij bent jij.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog steeds.
Noem me zoals je me altijd genoemd hebt.
Spreek tegen mij zoals vroeger, op dezelfde toon,
niet plechtig, niet droevig.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.

[..]

Het leven is wat het altijd is geweest.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit je gedachten zijn?
Omdat je me niet meer ziet?
Nee, ik ben niet ver.
Ik ben daar, aan de andere kant van de weg.

[..]

De dood vind ik niet niks maar ik wil wel geloven dat Agnes niet ver weg is. De draad is niet gebroken, zij zal altijd in onze gedachten blijven. We brengen vandaag een toost uit op Agnes, op haar leven. En een heildronk op Piet en onze vriendschap. 

Enkele weken geleden kreeg ik een verhaal onder ogen (La Verdad de Murcia) van een oude Spanjaard die recent in het Guinness Book of World Records terechtkwam. Op 92-jarige leeftijd deed Juan Sánchez Martínez uit Moratalla (Murcia), bekend als ‘Juan del Cobo’, iets dat hem en zijn vakmanschap tot in de eeuwigheid verheft. 

Deze Juan maakte een touw van 1.300 meter lang, volledig met de hand. Daarmee overtrof hij het bestaande wereldrecord van 251 meter, dat sinds 2005 op naam stond van een Zuid-Koreaan, ruimschoots. (Ik wist überhaupt niet dat er zo’n record bestaat?!) De aanvraag voor erkenning werd officieel geaccepteerd door Guinness World Records en de viering werd op 28 februari jongstleden vastgelegd in een speciale reportage op Moratalla-tv, tijdens een symbolisch evenement dat familie, vrienden en buurtbewoners bijeenbracht. 

De Spaanse Burgeroorlog maakte Sánchez Martínez op zeer jonge leeftijd vaderloos. Als jochie ging hij werken op landgoed Cobo (waaraan hij zijn bijnaam heeft te danken). Na de dood van zijn vrouw trok hij in bij zijn oudste zoon en diens gezin. Het verlies was zwaar voor hem. Hij raakte dermate depressief dat hij er fysiek wel was ‘maar geestelijk niet’. Teneinde hem te helpen met zijn verdriet moedigde zijn zoon hem aan terug te keren naar zijn roots, naar een ambacht dat hij al sinds zijn jeugd beoefende. 

Dat touw werd zijn toevluchtsoord. Elke ochtend en middag, voor of na het verzorgen van de dieren in de moestuin, zat deze touwslager onder een afdak te werken; met weinig meer dan een houten balk als tafel, een schaar en een mes. Met zijn lichaam licht voorovergebogen, draaide hij het espartogras (een oude grassoort) tot een geheel. Meter voor meter. Dag na dag. De activiteit gaf hem zijn vitaliteit terug.

Jarenlang gaf hij de touwen die hij maakte weg aan buren, vrienden en kennissen. Hij maakte ze in verschillende kleuren en maten, maar altijd met dezelfde zorg. Al snel begreep de familie dat dit herhaalde gebaar ook een manier was om aan verdriet te ontsnappen. Twee van zijn kleinkinderen begonnen hem van zakken espartogras te voorzien zodat hij nooit gebrek aan materiaal zou hebben. 

Het idee voor het record ontstond min of meer als grap. Op een dag vroeg een van zijn kleinzonen hem hoeveel meter touw hij had gemaakt. Juan antwoordde dat het er heel veel waren. Dat hij vanaf de leeftijd van zeven jaar al touw vlocht. Tussen de grappen en bewonderende woorden door opperde kleinzoonlief dat hij misschien een aanvraag bij Guinness World Records kon indienen namens hem?  

Eerst moest de jongen aan zijn opa uitleggen wat ‘guinness’ was. De Ierse bierbrouwer Arthur Guinness kwam ooit met het idee om een boek te vervaardigen waarin weddenschappen in pubs werden vastgelegd. 

Weken later kwam de kleinzoon weer bij zijn opa en merkte iets nieuws op. Het touw was niet langer bedoeld om weg te geven. Er lag een grote kluwen op de grond die gestaag groeide. Juan had namelijk in stilte besloten om het langste touw van zijn leven te gaan maken. Niet voor een record of anderssoortige erkenning maar omdat hij wilde doen waarin hij altijd goed was geweest. Het was zijn ‘feel good’-bezigheid. 

Zonder het te beseffen, was hij bezig aan een prestatie van formaat. Dat touw werd uiteindelijk 1.300 meter lang, volledig handgemaakt. Vervaardigd met oneindig veel geduld en met de wijsheid die de jaren brengen. Toen zijn kleinzoon de omvang besefte en ontdekte dat het bestaande wereldrecord op 251 meter stond, besloot hij zijn opa's prestatie officieel te laten registreren in het Guinness Book of World Records. 

Dit is niet alleen maar het verhaal van een touw. 

Het is het verhaal van een jongen die jong wees werd en door omstandigheden gedwongen moest gaan werken. Van een jongeman die pas leerde lezen en schrijven na een lange werkdag. Van een volwassen man die geen gemakkelijk leven had maar die er alles aan had gedaan om te zorgen dat zijn gezin dat wel had. 

Het is het verhaal van iemand die zichzelf tot in de eeuwigheid vlocht. Van een bezigheid die deze rouwende man weer het leven introk. Een bewijs dat het nooit te laat is om nieuwe inhoud te geven aan het leven.


donderdag 12 maart 2026

Buitenbeentje?

Op 1 januari 1986 werd Spanje officieel lid van de Europese Unie. Dat is nu 40 jaar geleden en daarbij werd (wordt) stilgestaan in nationale en internationale media. Mijn thuisland (het land dat ik nu 'thuis' noem), sloot zich destijds aan bij het Europese project van vrede, samenwerking en gedeelde welvaart. (Ter vergelijking: Nederland is sinds 1958 lid van de EEG, de voorloper van de EU.) 

Er wordt teruggekeken op vier decennia van positieve impact: er ging meer dan €150 miljard aan cohesiefondsen voor infrastructuur, innovatie en regionale ontwikkeling richting Spanje. Miljoenen huishoudens kregen toegang tot breedbandinternet dankzij Europese investeringen. Meer dan 200.000 Spanjaarden studeerden via het Erasmus-programma aan universiteiten elders in de EU (2021-2024). Meer dan 500.000 boeren ontvingen jaarlijks financiële steun. De Spaanse export groeide sindsdien van € 12,6 miljard tot € 141,5 miljard (2024).

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, verwoordde de toetreding van Spanje tot de EU als volgt bij de herdenking: Spanje heeft Europa verrijkt met zijn cultuur, creativiteit en toewijding aan democratische waarden.

Die toetreding was relatief laat omdat de puinhopen van het Franco-regime eerst moesten worden opgeruimd. Het gewicht van de Spaanse Burgeroorlog drukte zwaar op het land. Vervolgens moest er een Grondwet worden geschreven en worden aangenomen via een publiek referendum (1978). Na vele jaren van onderhandelen werd Spanje’s lidmaatschap (tegelijkertijd met dat van Portugal) dan eindelijk een feit. In juni 1985 werd in het Koninklijk Paleis van Madrid het toetredingsverdrag ondertekend, met veel ceremonieel. Koning Juan Carlos was aanwezig bij de ondertekening. Dat was het einde van een jarenlang internationaal isolement. Spanje was definitief terug in democratisch Europa. 

In 1985 had Spanje een inkomen per hoofd van de bevolking van €7.300 en een exportquotum van 15% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De levensverwachting was 76 jaar, de bevolking telde ongeveer 38 miljoen inwoners en de overheidsuitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg vertegenwoordigden respectievelijk 3,5% en 5,2% van het BBP. 

Het Spanje van nu vertoont een heel ander sociaaleconomisch landschap: het inkomen per hoofd van de bevolking steeg naar €31.000 dankzij een snel convergentieproces met andere Europese landen. De export vertegenwoordigt inmiddels 34% van het BBP, niet langer uitsluitend gedreven door toerisme. De levensverwachting steeg naar 84 jaar, de bevolking groeide naar ruim 49 miljoen (in een context waarin veel Europese landen te maken kregen met bevolkingskrimp). De uitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg stegen naar respectievelijk 4,6% en 7,4% van het BBP. 

Bovendien verdrievoudigde het aantal universiteitsstudenten, zijn vrouwen volledig toegetreden tot de arbeidsmarkt, is de samenleving geseculariseerd en wordt de Spaanse democratie volgens alle belangrijke internationale ranglijsten (The Economist, Freedom House en V-Dem) gerekend tot de 20 meest geavanceerde democratieën ter wereld. 

Aldus een artikel op de website van het Koninklijk Instituut Elcano, een gerenommeerde Spaanse denktank. Dit instituut bestaat dit jaar 25 jaar en werd opgericht met als doel ‘de kennis van de internationale realiteit en de buitenlandse betrekkingen van Spanje in al haar aspecten te bevorderen in de samenleving’. De huidige Koning, Felipe VI, is erevoorzitter. Onlangs bracht Elcano ook het jaarrapport ‘España en el Mundo en 2026 – Perspectivas y Desafios’ uit; Spanje in de wereld, perspectieven en uitdagingen. Het gaat over de relatie van Spanje met de EU en de rest van der wereld. 


Illustratie: Chloé
Dit rapport viel ongeveer samen met een Volkskrant-artikel over de rol van Spanje, van buitenland redacteur Maartje Bakker. Het artikel is onderdeel van de reeks Zonder Amerika. Bakker was Spanje-correspondente van 2016 tot 2020. Ik vind haar goed, qua inhoud en stijl. Het artikel gaat over de eigen koers die president Pedro Sánchez in Europa vaart en de lof die hij ermee oogst. 

Volgens Bakker is Sánchez de énige echte centrum-linkse leider van Europa. Volgens het Amerikaanse tijdschrift ‘The Economist’ is hij leider van het Europese verzet tegen Trump. Het Italiaanse tijdschrift ‘L’Espresso’ riep Sánchez uit tot persoon van het jaar 2025. ‘Hij laat zien dat een andere politiek, eerlijker, moediger, Europeser, niet alleen mogelijk is, maar al een realiteit.’

Zijn linkse agenda (verhoging van pensioenen en uitkeringen, verhoging van het miminumloon, verkorten van de werkweek, enz.) gaat tot dusver niet ten koste van de economie. In 2025 bedroeg de economische groei 2,9%, hoger dan in bijna alle andere Europese landen. Sánchez gaat ook niet mee in de anti-immigratiepolitiek waarop conservatieve regeringen zich laten voorstaan. Er komt dit jaar weer een generaal pardon aan voor 500.000 migranten zonder verblijfsvergunning. 

Ook qua buitenlandse politiek vaart de premier een eigen koers in Europa. Als enige verklaarde hij tijdens de NAVO-top in Den Haag (juni 2025) niet bereid te zijn tot de voorgestelde verhoging tot 3,5% van het NAVO-budget. (De door Trump afgedwongen bijdrage.) Tegen 2035 moet dat percentage door alle bondgenoten zijn bereikt, volgens de NAVO-norm. (Dit is overigens een richtlijn, geen wet.) 

Desalniettemin is Spanje geen afvallige. Het land steunt gezamenlijke wapeninkopen voor Oekraïne en pleit voor het inzetten van Europees budget om de defensie-industrie te versterken. Het land is een van de grootste bijdragers aan het Europees Defensiefonds, dat investeert in onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde militaire technologieën. Het fonds heeft tot doel de strategische autonomie, technologische voorsprong en concurrentiekracht van de Europese defensie-industrie te versterken door samenwerking tussen lidstaten en bedrijven te stimuleren. Spanje is ook al decennialang een loyale NAVO-partner (lid sinds 1988) en regionaal coördinator van het Zuid-Europese veiligheidsbeleid. (De Verenigde Staten maken gebruik van twee militaire bases op Spaans grondgebied, te weten Rota en Morón in Cádiz en omgeving Sevilla.)  

Spanje behoorde bij de eerste groep van Europese landen die zich uitsprak voor een onafhankelijke staat Palestina. Ook over Gaza was Sánchez vanaf het begin duidelijker dan menig Europese collega. Als een van de eersten stelde hij voor het Associatieverdrag tussen Israël en de EU op te schorten vanwege de vermeende genocide. 82% van alle Spanjaarden (van uiterst links tot uiterst rechts) steunde dat. Wat eerst geen officieel standpunt was, werd niet veel later een meerderheidsstandpunt binnen de Unie. 

Iets vergelijkbaars zie je ook weer na de aanval op Iran. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken wrong zich in bochten bij het beantwoorden van vragen. Het kabinet ‘had begrip’ voor de aanvallen van Israël en de VS op Iran. De vraag of deze aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht, werd ontwijkend beantwoord. Bovendien antwoordde hij dat ‘het internationaal recht niet het enige kader is dat je op deze siutatie kunt leggen’. Huh?! Voor dit soort ingewikkelde internationale kwesties is het internationaal recht juist ontstaan! Tja. 

EU-president von der Leyen deed iets dergelijks door te beweren dat Europa niet langer kan vertrouwen op een regels gebaseerd systeem om de belangen van het continent te beschermen. Ook een wonderlijke uitspraak, wat mij betreft. Iets dat de Spaanse EU-commissaris (en vice-voorzitter) Teresa Ribera direct bekritiseerde. ‘Het is essentieel dat Europa met kracht de waarde van het internationaal recht verdedigt’. Zeker, dit wrede regime van de sjiitische moellahs van Iran moet weg, net als hun onmetelijk grote militaire apparaat. Maar vrijheid en respect voor mensenrechten kunnen niet worden bereikt met bommen. 

Spanje is ook in het geval van Iran overduidelijk: ‘No a la guerra’. Vier eenvoudige woorden maar daar is geen woord Spaans bij (😉). De regering-Sánchez steunt deze oorlog niet. ‘We zullen niet meewerken aan iets dat slecht is voor de wereld en indruist tegen onze waarden en belangen, enkel uit angst voor represailles van wie dan ook [..]’. Problemen los je op met diplomatie, niet met raketten.

De Spaanse premier pleitte dan ook voor respect voor het internationaal recht en het VN-Handvest. Volgens Trump weigerde de Spaanse regering Amerikaanse militaire bases beschikbaar te stellen voor de operatie tegen Iran. Daarop dreigde hij alle handel met Spanje te stoppen. 

Weigeren om bases beschikbaar te stellen, deed de (linkse) regering-Starmer van het Verenigd Koninkrijk eveneens. Daarop werd de premier door Trump uitgemaakt voor ‘geen Winston Churchill’. Dat is het enige wat deze man in dit soort situaties doet: zijn politieke tegenstanders bedreigen en kleineren. Principes heeft Trump niet. Deze gemankeerde vredesduif lijkt alleen maar oorlogen te beginnen en te willen ‘winnen’. Welnu Donald, oorlog kent geen winnaars, alleen maar verliezers! 

Spanje is altijd minder afhankelijk geweest van de Verenigde Staten dan andere Europese landen en dat is een cruciaal verschil. Mijn tweede vaderland heeft een negatieve handelsbalans, er wordt relatief weinig geëxporteerd naar de VS. Daar komt bij dat de relatie tussen Spanje en de VS nooit erg hecht is geweest. Het is hier niet zoals in bijvoorbeeld Letland en Polen, waar ze de VS vooral zien als de Atlantische bondgenoot die hun vrijheid garandeert. 

Wat in deze context niet moet worden vergeten (iets dat de huidige linkse regering ook niet doet) is dat de VS destijds de dictatuur van Franco steunden. Generaal Franco pleegde in 1936 een militaire staatsgreep om de democratisch gekozen Republikeinse (linkse) regering omver te werpen. Daarmee begon de driejarige Burgeroorlog die tot een zeer felle strijd leidde en het land tot op de dag van vandaag verdeelt. In 1939 nam Franco de macht. Dat militaire regime was weliswaar onwettig maar kreeg toch steun onder invloed van een toenemend anti-communisme (Koude Oorlog). Dat resulteerde in 1953 in het Pact van Madrid, waarmee Amerika aan het Spanje van Franco financiële steun en legitimiteit verleende in ruil voor militaire aanwezigheid in het land. 

‘The American Dream’ heeft als zodanig in Spanje nooit een rol van betekenis gespeeld. Spaanse migranten gingen eerder naar Midden- of Zuid-Amerika vanwege hun gedeelde taal en verleden, niet naar de VS. Bovendien voelt de dreiging van Rusland in Spanje verder weg. Hier heerst niet dezelfde nervositeit als bijvoorbeeld in de Baltische staten en Polen. 


Illustratie: Peter Schrank
Een van de conclusies in het eerder genoemde Elcano-rapport van 2026 is dat de invloed van Spanje in Europa in het afgelopen jaar afnam. Dat komt met name doordat de oostflank van het Europese continent dominanter werd vanwege de oorlog in Oekraïne en de verdere dreiging door Poetin. 

Het is echter mogelijk dat de waardering voor Spanje in de EU in de komende tijd toeneemt. Sánchez heeft zich immers niet vergist: de VS betoont zich geen betrouwbare bondgenoot meer van Europa. Door zich hierover uit te spreken, werd hij een referentiepunt in de EU. Ook de rest van Europa zoekt immers naar een manier om zich los te weken van de VS. Het is voor Europa niet verkeerd dat er iemand als Sánchez tegen de heersende consensus ingaat. ‘Het wapent de EU tegen group thinking. Er moet iemand zijn die vragen stelt.’ Aldus Maartje Bakker. 

Spanje wordt in het Elcano-rapport omschreven als een middelgrote macht waarvan de invloed grotendeels afhangt van allianties, met name binnen de Europese Unie, en van haar vermogen om consistent te handelen op het gebied van diplomatie, veiligheid, economie en multilaterale relaties met internationale partners. 

Doe alles om Europa ‘greater’ te maken maar vergeet de eigen waarden niet, dat lijkt 's lands devies. Helemaal mee eens.