Translate

zondag 4 oktober 2026

Dé natuurprominent

Het is internationale dierendag vandaag! De Belgische Tine Hens ontving vorige week de prijs voor het beste Natuurboek van dit jaar in mijn favoriete zondagochtend radioprogramma ‘Vroege Vogels’. Haar boek is getiteld ‘Archief van mogelijk verlies’. Ze duikt in haar eigen natuurgeheugen en schrijft over de planten, dieren en natuurfenomenen die op het punt staan te verdwijnen. De schrijfster werd door de jury vooral geprezen om haar poëtische taalgebruik.

Ik heb het winnende boek niet gelezen en ik weet ook niet of ik dat snel zal doen. Te treurig onderwerp... Een ander boek van een van de vijf genomineerden zal ik eerder ter hand nemen. Dat is getiteld ‘In lange rok de koraalriffen op’, geschreven door Andrea Kieskamp. Het betreft een biografie van de Nederlandse biologe (specialiteit algen) Anna Weber-van Bosse (1852-1942). Dit was een onbekende naam voor mij maar dat is geheel onterecht. Zij was de eerste vrouw in Nederland die een eredoctoraat ontving. Zij was tevens de enige vrouw die een gouden prijspenning van de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (HMW) ontving.

In januari 2026 werd een onderzoeksschip in de vaart genomen met haar naam, de RV Anna Weber-van Bosse. Dit innovatieve, duurzame en 80 meter lange vlaggenschip van het oceaanonderzoek in Nederland is ontworpen op basis van de toekomstige behoeften van de Nederlandse mariene onderzoeks gemeenschap. Zo is het nieuwe schip geschikt voor het gebruik van methanol en kan het dicht bij de rand van het zee-ijs in het Noordpoolgebied en Antarctica werken. Het schip is uitgerust met ruimere laboratoria, meer accommodaties en modernere apparatuur dan haar voorganger RV Pelagia. 

Bij de prijsuitreiking was ook sneldichteres Dominique Engers aanwezig. Speciaal voor deze gelegenheid schreef ze een gedicht. Hieronder tref je enkele coupletten aan.

De wekker ging vroeg voor de natuurliefhebber,
Weg met de iPad, de sleur en de gebber.
We stemden massaal af op de radiozender,
Voor de groenste datum op onze kalender.
Want Vroege Vogels bracht taart en vertier:
Het beste natuurboek van '26 is hier!

Geen spoor van AI of van digitale praat,
Maar puur leesplezier van de hoogste graad.
Van motten en vogels tot modder en veen,
De jury las stapels, ze gingen overal heen.
Vijf prachtboeken stonden er op de lijst,
Met liefde geschreven en groen ingelijst.

Of het nu gaat om het zingen van mezen,
Of wroeten in aarde om klei te gaan lezen,
Elke auteur verdient een ovationeel applaus,
Voor boeken zo puur, ver weg van de ruis.
De winnaar gaat strijken met eer en een prent,
En is vanaf nu dé natuurprominent!


Knap, hoor! Dit is niet het gehele gedicht dat Engers voordroeg tijdens de uitzending. Wat zij voorlas was minstens een keer zo lang en benoemde ieder van de (5) genomineerden voor deze mooie boekenprijs. Dit excerpt is echter leuk genoeg om het te delen.

Bij deze prijs hoort een prent van de Rotterdamse illustrator Raoul Deleo. Hij studeerde af aan de Willem de Kooning Academie. Met name de natuur inspireert hem. Hij is bekend om zijn fantasierijke afbeeldingen. Voor deze gelegenheid tekende Deleo een vroedvrouwpad die overgaat in het kronkelende lichaam van een paling. Hij gebruikte het lichaam van de paling als een soort tijdlijn. Als je de kronkelende beweging vanaf de pad terug in de tijd volgt, zie je dat de kleur geleidelijk uit de tekening verdwijnt. Dat symboliseert ons geheugen en verwijst naar het zogenaamde Shifting Baseline Syndrome, waarover prijswinnares Hens vaak spreekt en schrijft.

Het betekent dat mensen van elke nieuwe generatie vergeten hoe rijk de natuur vroeger was, waardoor onze definitie van 'normaal' steeds verder achteruitgaat. Dat is ook de reden waarom er maar drie spreeuwen in het werk zijn te zien. Waar je vroeger enorme zwermen van duizenden vogels zag, toont zijn tekening er slechts drie en slechts één daarvan is amper half ingekleurd.

De regelmatige lezer herinnert zich waarschijnlijk dat mijn liefje en ik vorig jaar naar Extremadura gingen om in die autonome Spaanse regio migrerende kraanvogels te zien. (Hier vind je het webalbum van dat uitstapje.)

In voorbereiding op die reis legde ik contact met een lokale deskundige die ik in mijn blogs Señor José noemde. Het betrof een 57-jarige verpleegkundige en amateur ornitholoog, die al bijna 40 jaar onderzoek doet naar het gedrag van migrerende kraanvogels. Hij is ook een fervent beschermer van deze bijzondere vogels. Hij gaf mij tips over de plekken waar we foeragerende kraanvogels zouden kunnen zien en wat een goed punt zou zijn om ze te zien overvliegen. Dat is namelijk magisch...

Alhoewel hij voorstelde elkaar te treffen, lukte dat door omstandigheden niet. We betreurden dat aan beide zijden. Hij gaf mij zijn persoonlijke mailadres om ‘de volgende keer’ directer contact te kunnen onderhouden. Nu de tijd van vogelmigratie weer aanbreekt, keek ik weer eens op de website van zijn organisatie (hij is mede-oprichter van Grusextremadura) en trof daar de publicatie van zijn recentste boek aan, getiteld ‘Memorias Grulleras’. Het zijn zijn Kraanvogelmemoires. Dat kon ik niet ongemerkt voorbij laten gaan dus ik stuurde hem een enthousiaste mail.

Ook zijn boek documenteert, net als Tine Hens, de transformatie van het landschap waarin de kraanvogels leven: de achteruitgang van de traditionele dehesa (weidegrond) door de opmars van geïrrigeerd land en intensieve olijfgaarden, de drooglegging van wetlands en het verlies van belangrijke habitats. Dat wisselt hij af met persoonlijke anekdotes, biologische gegevens en een oprecht eerbetoon aan baanbrekende Spaanse natuuronderzoekers zoals José Luis Pérez Chiscano. 

Deze man was botanicus, ornitholoog, apotheker, ecoloog, ontdekkingsreiziger en orchideeënspecialist. De auteur beschrijft de migratieroutes, tellingen op het Iberisch Schiereiland en de trouw aan het thuisland van de migranten. Het boek is een viering van de eeuwenoude seizoensgebonden terugkeer van de kraanvogels naar de geboortegrond van señor José. Het boek verschijnt op 7 oktober. Ik ga het bij de lokale boekhandel bestellen. 


woensdag 30 september 2026

Abortus is een zorgkwestie

Wie terugkijkt op de geschiedenis van de vrouwenbeweging, ziet hoe vaak vrouwen hebben moeten vechten voor iets wat voor mannen vanzelfsprekend is: zeggenschap over eigen lichaam en eigen leven. Het is veelzeggend dat abortus in Nederland nog altijd in het Wetboek van Strafrecht staat. Abortus staat in artikel 296 nu omschreven als een misdrijf. 

Op 28 september jongstleden diende PRO-Kamerlid Lisa Vliegenthart een initiatiefwet in om daarin verandering te brengen. Haar partij definieert abortus als reguliere medische zorg. Driekwart van de Nederlanders meent dat abortus uit het strafrecht moet. De Dolle Mina’s in het land ondersteunen dit initiatief eveneens. Hun iconische leus ‘Baas in eigen buik' kwam officieel het publieke debat binnen in maart 1970. Deze leus groeide in de jaren daarna uit tot het universele symbool van de Nederlandse en Belgische abortusstrijd en de tweede feministische golf.

Ik vind het een slimme zet van Vliegenthart om de nadruk te leggen op abortus als zorg in plaats van het als een misdaad te bestempelen. Welke politica of politicus, van welke politieke stroming dan ook, kan er nu tegen zijn dat een vrouw die zich in zo’n penibele situatie bevindt, als een misdadigster wordt gezien?! (Ze zijn er, daar kom ik later op terug...)

Er wordt nu gewacht op het advies van de Raad van State, de verplichte, onafhankelijke adviseur die een een wettekst inhoudelijk beoordeelt voordat de Tweede Kamer de wetstekst mag gaan behandelen. Dat zal pas in 2027 gebeuren. De Raad onderzoekt de juridische kwaliteit, de effectiviteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van een wetsvoorstel. Voor steun kijkt de PRO-fractie vooral naar de VVD die dit onafhankelijke advies wil afwachten. In de laatste VVD-verkiezingscampagne stond dat de partij zich wil inzetten om abortus uit het strafrecht te halen ‘als er een volwaardig alternatief is dat vrouwen beschermt’. Als oud-verloskundige meent Vliegenthart dat dit het geval is. 

Een zwangerschap voltrekt zich in het lichaam van een vrouw en kan haar gezondheid, toekomst, relatie(s), werk en levensloop diepgaand beïnvloeden. Een besluit om een zwangerschap uit te dragen of af te breken is daarom geen abstracte morele keuze die door politici kan worden gemaakt. Het is een ingrijpende persoonlijke beslissing, die vrouwen ieder voor zich moeten kunnen nemen. Religieuze bemoeienis staat daar haaks op.

Het ultraconservatieve standpunt van de streng gereformeerde Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) vind ik verwerpelijk, als vrouw en als feministe. En ik vind het niet kunnen dat een politieke partij met drie zetels in de Tweede Kamer abortus inbrengt aan de onderhandelingstafel van nu. Deze partij van de mannenbroeders, exponent van de manosfeer-avant-la-lettre, stelt dat de abortuspraktijk in Nederland geheel moet stoppen. Abortus moet in het Wetboek van Strafrecht blijven. Deze partij zou de bestaande abortuswet liever helemaal intrekken. Het bepleit de terugkeer van de vaste minimale bedenktijd van vijf dagen en een verlaging van de bestaande 24-wekengrens. De partij motiveert dat vanuit de bescherming van ongeboren leven.

De afgelopen verkiezingscampagne van de SGP was getiteld ‘Elige vitae’ -hoogstwaarschijnlijk bedoeld als het Latijnse ‘Elige vitam’- dat ‘kies het leven’ betekent. In SGP-kringen is dat een rechtstreekse verwijzing naar de Bijbeltekst uit Deuteronomium 30:19, waarin God het volk oproept om het leven te kiezen. 

Dat mannen meepraten over abortus is op zich geen probleem. Dit onderwerp maakt deel uit van het maatschappelijk debat en mannen maken nu eenmaal 49,8% van de bevolking uit. Ze zijn burgers en volksvertegenwoordigers en mogen in die hoedanigheid, net als vrouwen, politieke standpunten innemen.

Het is nooit zo dat een keuze voor abortus een lichtvaardige beslissing is. De verplichte bedenktijd van vijf dagen verdween dan ook terecht uit de wet per 1 januari 2023. Die verplichte beraadtermijn werd als betuttelend, rigide en onnodig belastend gezien. 

Haaks op de SGP-overtuigingen staat een fundamentele waarde: de persoonlijke autonomie en lichamelijke integriteit van de vrouw. Juist omdat de gevolgen voor de vrouw in kwestie zo persoonlijk en diepgaand zijn, heeft ieder van hen recht op betrouwbare medische informatie, deskundige begeleiding -wanneer zij daaraan behoefte heeft- en zorg zonder vernedering of veroordeling. Wat betreft dat laatste: christelijke demonstranten die voor abortusklinieken (Nederland telt er 19 volgens de Inspectie Gezondheidszorg) staan teneinde vrouwen te intimideren, zoals ‘Schreeuw om Leven’, ‘Jezus leeft’ en individuele activisten, maken dat kwetsbare bezoekers spitsroeden moeten lopen tot aan de voordeur van de kliniek. Een gotspe.

Waarom wordt over het lichaam van een vrouw gesproken alsof het publiek bezit is waaraan anderen namens haar grenzen mogen stellen? Waarom moet een vrouw die voor abortus kiest zich in een strafrechtelijk kader geplaatst weten, als de eindbeslissing uitsluitend bepalend is voor haar leven?

Er is een wezenlijk verschil tussen meepraten over maatschappelijke en juridische randvoorwaarden en bepalen wat een vrouw met haar zwangerschap doet. Ik herinner mij het interview met Eva Jinek en SGP-partijleider en fractievoorzitter in de Tweede Kamer Chris Stoffer in 2025. Daar was hij te gast om over de billboardcampagne te praten die de SGP recent had gelanceerd. Abortus was destijds hét thema van hun verkiezingscampagne. 

Jarenlang bleef het aantal abortussen in Nederland stabiel rond de 30.000 maar dat cijfer steeg -‘geëxplodeerd’, volgens de SGP- naar circa 40.000 in recente jaren. Dat is die partij, mordicus tegen, een doorn in het oog. Vrouwen kiezen volgens Stoffer te snel voor zwangerschapsafbreking. Ik vond die hele campagne nogal ongepast. Tja. 

Dat gesprek verliep uiterst stroef. Jinek, die zichzelf in interviews positioneert als een uitgesproken feministe, vuurde de ene na de andere kritische vraag op hem af en wilde ook weten of zijn dochters (Stoffer heeft er drie) na een verkrachting abortus zouden mogen plegen. Wellicht een onkiese vraag maar die moest worden gesteld, vonden Jinek en ik. Stoffer, zichtbaar ongemakkelijk, antwoordde niet met Ja of Nee. Wel zei hij ‘Als mijn dochter zou vragen: Papa, wat zou jij het liefst hebben?’ dan wist hij het wel. Ik denk dat alle personen in de Stoffer-huishouding al jarenlang weten wat papa wil op dit punt... Hij zei ook nog dat een volwassen mens een eigen keuze maakt en dat hij zou hopen dat de keuze van zijn dochter dan vóór het leven zou zijn. 

De oorspronkelijke feministische strijd rond abortus draaide om het doorbreken van het idee dat anderen (lees: mannen) beter konden bepalen wat goed voor vrouwen was dan vrouwen zelf. De huidige discussie toont aan dat die strijd nog  niet is beslecht.

Abortus uit het Wetboek van Strafrecht halen, betekent dat abortus primair wordt benaderd als gezondheidskwestie en als persoonlijke beslissing van een vrouw, niet als een strafrechtelijke zaak. Het is dus niet aan artsen en strafrechters. Niemand anders kan beslissen over wel of geen abortus namens de vrouw in kwestie. Die is te allen tijde aan haar en aan haar alleen.


zondag 27 september 2026

Twee vrouwen, één strijd

Recent kwam het internationale rapport over genderongelijkheid uit, het ‘Global Gender Gap Report 2026’. Genderongelijkheid is de ongelijke verdeling van macht, middelen, kansen en waardering tussen mannen en vrouwen. 145 landen wereldwijd werden met elkaar vergeleken. Nederland zakte naar de 46ste plaats, drie plaatsen lager dan in het rapport van vorig jaar. Mijn geboorteland werd in enkele decennia van een koploper een achterblijver in de Europese groep. Er werd berekend dat gelijktrekking met het huidige tempo 70 jaar zou duren. Dat zijn ongeveer drie generaties?! Tja.  

Vorig weekend was er een demonstratie op het Haagse Malieveld van extreem- en radicaal rechtse groeperingen. Een van de leuzen die daar werd gebezigd was ‘witte mannen vooraan’. De banner was ongetwijfeld bedacht door stagiairs van het braille-instituut...* Dat was -ondere andere- een reactie op de oproep van zangeres Sophie Straat die ze gebruikte tijdens haar eerdere optreden op het Lowlands Festival. Daar zei ze dat witte mannen tijdens haar concert achteraan moesten gaan staan. Dat deed ze vooral om vrouwelijke bezoekers (en andere minderheden) meer ruimte te geven tijdens haar concert. Beide reacties zijn veelzeggend...

Het is goed om activistische vrouwen te (blijven) steunen. Ik las net het boek ‘Natural Born Rebel: Sylvia Pankhurst’ uit, van de Britse schrijfster Rachel Holmes. Het is een dikke pil maar critici menen dat een leven van dit kaliber zoiets absoluut rechtvaardigt. Ik vond het een monumentaal en meeslepend verhaal. (Aanrader!)

Er zijn vrouwen die de geschiedenis veranderen door zichzelf aan te passen aan de wereld om zich heen. En er zijn vrouwen die de wereld dwingen zich aan hen aan te passen. De Engelse Sylvia Pankhurst en haar evenzeer beroemde moeder Emmeline Pankhurst behoorden tot die laatste categorie. Hun strijd voor vrouwenrechten, hun onverschrokkenheid en bereidheid om persoonlijke offers te brengen, maakten hen tot iconen van de vroegste vrouwenbeweging. Zij stonden, net als Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker in Nederland, aan de wieg van de eerste feministische golf in de westerse wereld. 

Vandaag wordt -in sommige kringen- de dood herdacht van Sylvia Pankhurst (1882–1960). Ze overleed in mijn geboortejaar dus over dit nieuwsfeit wist ik toen nog niks te melden. Inmiddels wel. Haar levensverhaal is onlosmakelijk verbonden met dat van haar moeder maar het is ook het verhaal van een dochter die haar eigen weg koos, zelfs toen dat pad haar wegvoerde van haar ouder.

Moeder Emmeline Pankhurst (1858–1928) groeide op in een tijd waarin vrouwen nauwelijks politieke zeggenschap hadden. Ze mochten niet stemmen bij parlementsverkiezingen, hun maatschappelijke mogelijkheden waren beperkt en hun stem werd in de politiek nauwelijks gehoord. Emmeline weigerde zich neer te leggen bij die ongelijkheid. Ze kreeg dat vuur overigens met de paplepel ingegeven (van haar moeder).

In 1903 richtte zij de Women's Social and Political Union (WSPU) op, met de veelzeggende leus ‘Deeds, not words’ (geen woorden maar daden). Een andere wereldberoemde uitspraak van haar is: ‘I would rather be a rebel than a slave’. Vrouwen hadden lang genoeg braaf petities geschreven en ingediend en beleefd om rechten gevraagd. Die aanpak moest nu maar eens veranderen. Vrouwen moesten zelf in beweging komen om hun vrijheid te veroveren. Dat kon niet worden overgelaten aan mannen.

De term ‘suffragette’ werd bedacht door een mannelijke journalist van The Daily Mail, die deze strijdbare vrouwen daarmee wilde bespotten. De vrouwen namen de aanduiding over als geuzennaam. Zij gingen de straat op, verstoorden politieke bijeenkomsten van mannen en richtten daarbij soms vernielingen aan. Emmeline werd bij zo’n gelegenheid gearresteerd en kwam in de cel terecht. In de gevangenis ging zij in hongerstaking; de autoriteiten reageerden daarop door haar gedwongen te voeden.

Emmeline overleed op 69-jarige leeftijd in een verpleegtehuis, kort nadat Britse vrouwen stemrecht hadden gekregen (onder bepaalde voorwaarden) en het gelijke stemrecht voor mannen èn vrouwen wettelijk was vastgelegd. Zij had zich ingezet om die strijd te winnen. Men meent dat haar dood een gevolg was van de jarenlange strijd en ontberingen.

Dochter Sylvia Pankhurst erfde de strijdlust en moed van haar moeder maar ontwikkelde een eigen visie op rechtvaardigheid. Ze was kunstenares, schrijfster, activiste en een onvermoeibare bondgenote van arbeiders en arme vrouwen. Waar Emmeline zich vooral richtte op het verkrijgen van stemrecht voor vrouwen, wilde Sylvia méér. Voor haar was politieke gelijkheid onlosmakelijk verbonden met sociale en economische rechtvaardigheid.

In de arme wijken van Oost-Londen zag zij hoe vrouwen niet alleen werden achtergesteld vanwege hun geslacht, maar ook door armoede, uitbuiting en slechte leefomstandigheden. Ze organiseerde vrouwen, hielp bij stakingen en zette zich in voor betere arbeidsomstandigheden. Haar feminisme was geen strijd voor een bevoorrechte minderheid, het was een roep om waardigheid voor iedereen. 


vlnr Emmeline, Christabel en Sylvia
Daarmee kwam ze steeds vaker tegenover haar moeder te staan. Emmeline en haar andere dochter Christabel wilden de WSPU strak organiseren en hun politieke doel vooropstellen. Sylvia wilde een bredere beweging, geworteld in de arbeidersklasse. De verschillen werden zo groot dat de dochter uiteindelijk uit de organisatie van haar moeder werd gezet. Het was een pijnlijke breuk maar Sylvia liet zich er niet door tot zwijgen brengen.

Sylvia's engagement was niet beperkt tot vrouwenrechten. Ze verzette zich tegen de Eerste Wereldoorlog, keerde zich tegen fascisme en racisme en sprak zich uit voor arbeidersrechten en internationale solidariteit. Haar steun aan de Ethiopische onafhankelijkheid was opmerkelijk. Toen het fascistische Italië onder Mussolini Ethiopië binnenviel (1935), kwam Sylvia op voor keizer Haile Selassie en het Ethiopische volk. Ze vestigde zich uiteindelijk in Ethiopië en mengde zich in de lokale vrijheidsstrijd. Daar bracht ze haar laatste levensjaren door.

Dit is meer dan een opsomming van demonstraties, arrestaties en politieke meningsverschillen. Het is het verhaal van twee vrouwen die weigerden te aanvaarden dat onrecht bij het leven hoort. Ze kwamen in opstand tegen een wereld waarin mannen heersten. Moeder en dochter waren het vaak niet met elkaar eens. Hun overtuigingen verschilden daarom scheidden hun wegen. Beiden bezaten echter die zeldzame eigenschap om tegen de stroom in te zwemmen. Beide vrouwen verhieven hun stem alhoewel zwijgen voor vrouwen vaak de norm was. 

Moeder Emmeline leerde vrouwen dat ze hun rechten moesten opeisen. Dochter Sylvia’s leven getuigde van een feminisme dat steeds opnieuw de grenzen opzocht. (Die durfde ze zelfs te overschrijden.) Niet alleen vrouwen moesten worden bevrijd van onderdrukking; ieder mens verdiende een waardig leven in vrijheid. 

Sylvia herinnerde de wereld eraan dat de (vrouwen)stem pas werkelijk vrij is als ook de armsten en meest verdrukten der aarde worden gehoord. Dochter overleefde haar moeder ruim drie decennia. Zij stierf op 27 september 1960 aan  een hartinfarct in Addis Abeba. Daar ontving ze een staatsbegrafenis. 

Deze blog gaat over moed, kracht en de gemeenschappelijke droom van twee sterke vrouwen. Dat leek mij reden genoeg om over hen te schrijven.


* Woordgrap van de onlangs overleden acteur en leuke man Cees Geel (1965-2026)


dinsdag 22 september 2026

Zoet tegengif in een bittere wereld

De maand september is in mijn woonplaats de maand van de chocolade. We hebben een heel actieve VVV (‘Oficina de turismo’) in de gemeente. Er is een speciale gastronomische route bedacht waar je voor een klein bedrag een speciaal dessert kunt bestellen. Ik denk dat we voor het einde van deze maand nog wel een keer ergens een stop maken voor zo’n cacao-explosie. Het schijnt dat 13 september de internationale dag van de chocola was. Nu eet ik graag een stukje chocola als ik er trek in heb maar het aparte is dat ik er niet naar hunker als ik dat goedje niet in huis heb. 

Chocolade zou volgens deskundigen geen verslaving zijn, eerder een ‘eetdrang’. De mens heeft een diepgevoelde behoefte aan stoffen die tot het gelukshormoon (dopamine, serotonine, oxytocine en endorfine) behoren. Volgens hen zijn die essentieel voor het overleven.

Vele maanden geleden schreef ik deze blog al. De aanleiding was destijds een trommel zelfgemaakte pralines die we ontvingen van onze Zwitserse buur-vriendin Liselotte. Als er iemand is die verstand heeft van chocolade, is zij het. De Zwitsers eten zelf jaarlijks de meeste chocolade ter wereld; gemiddeld ruim 10kg per persoon per jaar. Nederlanders eten gemiddeld 4,5kg per persoon per jaar, dat komt neer op een halve reep per week (niet in de Top10). Spanjaarden eten gemiddeld 5,5kg per persoon per jaar.

De Zwitsers waren echter niet degenen die de pure chocolade uitvonden. Die eer valt toe aan de Maya’s die 3.000 jaar geleden de cacaoboon in Zuid-Amerika ontdekten. Ze noemden hun favoriete goedje ‘xocolatl’, een bittere drank met cacao, kruiden en chilipeper. (Dat is nog steeds een lekkere combi!) De Zwitsters zijn wèl de ontdekkers van de melkchocolade, door gecondenseerde melk aan pure chocola toe te voegen.

Onze vriendin Liselotte maakt regelmatig van alles met dat bruine goedje: chocotaart en -cake, taart of cake met chocola en heerlijke desserts (in combinatie met vers fruit). Wij snoepen vaak en graag mee. Deze blog is dan ook speciaal voor haar. 


r leefden eens, eeuwen geleden, twee prinsessen in een groot land hier ver vandaan. Die natie werd Cacáostan genoemd, een uitgestrekt gebied waar rivieren van vloeibare chocolade stroomden, de hoge bergen een poederlaagje cacao hadden en de ‘flik’ de nationale munteenheid was. De koningin van het rijk heette Amandine de Praline.

Er was zelfs een volkslied: 

♫ Cacáostan, O zoet Vaderland, 
Hier eet je de pralines dagelijks uit de hand.
Laat ze vloeien en smelten op de tong,
Voor oude snoepers en voor elk choco-jong.
Wij zijn één volk, verenigd door de boon,
Voor ons geen bitterheid, strijd of hongerloon. 
Wij zijn allen zoetekauwen, smachtend naar een reep. Chocolade houdt ons al eeuwenlang in zijn greep! ♫

De prinsessen woonden in een chocolate cottage in een buitenwijk van hoofdstad Bonbonville. Zij hadden, net als de rest van de bewoners van dit koninkrijk, een opmerkelijke zwakte: ze konden geen nee zeggen tegen chocolade. Onder de bevolking heerste een collectieve neiging tot chocolisme; een aandoening die volgens de lijfarts van de koningin officieel nog niet medisch werd erkend maar wel breed werd gevoeld. 

's Lands chocolisme begon met een ambachtelijke chocolaterie op het centrale plein van de hoofdstad. Het was een winkeltje genaamd Cacao & Co. waar de etalage zo verleidelijk en verlokkelijk was dat voorbijgangers er geen weerstand aan konden bieden. Als ware chocoholisten móesten ze naar binnen. Stadsgenoten spraken aanvankelijk over hun verslaving alsof het een religie betrof. Men ging niet ‘even’ naar de chocolatier, men ging op bedevaart. De pralines lagen erbij als verleidelijke brokjes geluk. De recepten van de chocolatier waren geen geheim. Iedereen wist wat erin zat, dat het was overgoten met pure chocolade (70% cacao), gedrenkt in diverse soorten sterke drank. Er werd volop geëxperimenteerd in de eigen keuken maar één was nu eenmaal de beste.   

In elke generatie liep de chocoverslaving uit de hand. Er werd gelogen over de gewoonte of die werd verborgen. Sociale contacten en hobby’s werden nog net niet verwaarloosd maar dat was een kwestie van tijd. Er waren zelfs mensen die erdoor in financiële problemen raakten. 

Niet langer werden de dagen ingedeeld in ontbijt, lunch en diner. Voortaan ging het om puur, melk en wit. De meeste bewoners functioneerden beter op een dieet van ‘cacao mèt’. Tot het moment waarop hun energieniveau inzakte als een soufflé na een te vroeg geopende ovendeur.

De chocoladeverslaving werd een probleem. De rentmeester van het koninklijk paleis kon zijn werk alleen nog doen na een pure whiskey-praline. De gouvernante gaf les aan leerlingen in ruil voor chocoladerepen. De baljuw liet zich bij voorkeur fêteren met pralines van eigen bodem. 

Niet alleen het karakter van de bewoners veranderde in de loop van de tijd, de kernactiviteit van bedrijven deed dat ook. De koeckebakkers van het land, die ooit meesters waren in speltbrood, waren overgestapt op brownies. De apotheek verkocht dozen vol cacaoboontjes. De sportschool introduceerde nieuwe cursussen “Chocolates” waar veel sportievelingen op afkwamen. 

Maar zoals bij elke verslaving begon de realiteit langzaam door de suikerlaag heen te breken. De stemming van mensen werd steeds vaker bepaald door hun cacao-inname. Als men niet snel genoeg kon consumeren, begon het te irriteren. 

Door chocola voelde eenieder zich aanvankelijk blij en tevreden maar steeds vaker ook ongedurig. Zo ontstond er behoefte aan zelfhulpgroepen maar de programma’s bleken niet te gaan over stoppen; men leerde ‘verantwoord te genieten’. Die bijeenkomsten waren niet erg succesvol: de deelnemers brachten chocola mee om uit te delen. Dat leidde steevast tot een collectieve terugval.

Tegelijkertijd zat er ook iets ontroerends in de manier waarop de bewoners van Cacaostan met hun addictie omgingen. Van chocolade genieten, was een viering van alledaags geluk. In chocola eerde men vooral de zoete tegenhanger van een soms bitter leven. 

In het centrum van Bonbonville draait Cacao & Co. hedentendage nog steeds op volle toeren. De pralines werden er in de loop van de tijd verfijnder en bijzonderder. De klanten zijn er inmiddels van doordrongen dat elk hapje een vrije keuze is. Wel een verdraaid lekkere keuze!


*  *  * 

Met dank aan onze Zwitserse chocolatière Liselotte, Queen of Praline!


vrijdag 18 september 2026

Nat & Vlad

We betreurden het vertrek van onze buur-vrienden Jan & Bente die in het begin van dit jaar permanent terugkeerden naar Denemarken. We zien het vaak met gepensioneerden in een nieuw thuisland: als meer afhankelijkheid van de omgeving dreigt, als de gezondheid te wensen overlaat of als het te warm wordt voor een of beiden, wordt er gekozen voor definitieve terugkeer naar het geboorteland. 

De nieuwe buren komen uit Duitsland maar ze zijn Russisch van oorsprong. Op een dag stond mijn liefje het trottoir voor het huis te vegen toen er twee personen op electrische fietsen en fietshelmen op, opdoken in de straat. Ze waren op zoek naar een huis dat te koop zou staan. Was het ons huis? Tussen de vraag en het antwoord zat ongeveer 20 seconden. De eerste indruk is belangrijk bij een ontmoeting. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat mensen in de eerste seconden al een onbewust oordeel vellen over betrouwbaarheid, vriendelijkheid en competentie van de ander. Binnen 30 seconden is de eerste indruk vaak al volledig gevormd. Het leken haar beschaafde types...

De lichte aarzeling die zij op het moment van die vraag voelde, was ingegeven door het feit dat andere buur-vrienden (Engelsen) in een straat om de hoek buren uit Oost-Europa kregen die er echt niet mee door kunnen. Ze bezorgen overlast (de man klust bij voorkeur heel laat op de avond) en bovendien valt met hen niet te communiceren vanwege een gebrek aan een gemeenschappelijke taal. Die vrienden overwogen al eens een advocaat in te schakelen of de politie te bezoeken met een klacht. Een voorbeeld dat wij niet willen volgen.

Mijn liefje is geen robot met gezichtsherkenningsfunctie maar ze draagt wel 30 jaar HR-ervaring met zich mee. Mensenkennis is haar dan ook niet vreemd. Vanwege de ontelbare bezoekjes die volgden werd het ons snel duidelijk dat deze Russische Duitsers meer dan geïnteresseerd waren in het huis van Jan & Bente. Uiteindelijk boden ze de vraagprijs en werd de (ver)koop tamelijk snel gesloten. Het is dus aan haar te wijten dat deze personen nu naast ons huizen.

Natalia en Vladimir vertelden ons tijdens de officiële eerste kennismaking in de straat dat zij 50 jaar geleden naar Duitsland emigreerden. Wij spreken Duits met hen, zij spreken samen Russisch en Duits met hun minipoedel Molly. Ze zijn leeftijdsgenoten van ons. Zij is reeds gepensioneerd, hij werkt -naar verluidt- nog een jaartje door. Zij heeft de broek aan (een heuse havik), hij (klein van stuk) functioneert als een soort vredesduif-met-gehoorapparaat. Als hij het apparaat uit heeft, kun je praten als Brugman maar reageert hij niet.

Wij tweeën (speurneuzen) vermoeden dat Nat & Vlad destijds naar Duitsland kwamen als gevolg van het Aussiedler-programma. Dit was een juridische status waarmee etnische Duitsers in de Sovjet-Unie (ook in een gebied dat nu Oekraïne is) het recht kregen om naar de Bondsrepubliek te emigreren en direct het Duitse staatsburgerschap te verkrijgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog (vanaf 1941) werden die Duitsers in de Sovjet-Unie door Stalin & Co. gezien als potentiële collaborateurs van de nazi's. Ze werden massaal gedeporteerd naar werkkampen in afgelegen gebieden als Siberië en Kazachstan. Via de ‘Bundesvertriebengesetz’ (BVFG) kregen deze zogeheten ‘Aussiedler’ (latere kandidaten werden ‘Spätaussiedler’ genoemd) na jarenlange onderhandelingen vanaf de jaren '70 van de vorige eeuw de kans om het land te verlaten. Dit alles vroeg ik hen overigens niet.

Er werd in de afgelopen maanden van alles uit het huis verwijderd: ramen, voordeur, muren, plafonds, vloeren, badkamer, keuken en utility room. Dat vele breekwerk werd gedaan door een team van uitsluitend Russischsprekende bouwvakkers. Een aantal van die mannen leek onlangs van de Russische mossteppe te zijn geplukt door het busje van uitzendbureau ToendraTalent... De oudste van die arbeiders had een harde, irritante stem die je bijna de hele dag hoorde. Die kerel hoorde zichzelf kennelijk graag praten. Ik kan je vertellen dat het niet eenvoudig is om langdurig naar dom gelach te luisteren, zelfs als je het niet verstaat. De Russische taal zou ik sowieso niet welluidend willen noemen. Het klinkt mij in ieder geval niet melodieus in de oren.

Het keukenblok werd gedemonteerd en verwijderd. De badkamer beneden werd geheel verwijderd, inclusief alle wanden, het badkamerraam werd dichtgemetseld. Het zijraam in de woonkamer werd versmald en verplaatst. De vraag was of zij hiervoor een bouwvergunning hadden aangevraagd bij de gemeente. Je hebt in Spanje al een vergunning nodig voor de kleinste ingreep. Hun verbouwingen waren echter groot werk, hier wordt dat ‘obra mayor’ genoemd. Gezien de snelheid waarmee het breekwerk begon na overdracht was het antwoord mij duidelijk: alles gebeurde zonder vergunning. 

Sommige ingrepen vinden wij zinloze vernietiging van goed materiaal. Het huis van de Denen, betrekkelijk recent gerenoveerd, was volledig instapklaar. Ik begrijp dat smaak persoonlijk en dat een tegel of keuken wordt vervangen maar iets wat recent nog werd gerenoveerd en dus bijna nieuw was, in zijn geheel in de afvalcontainer kieperen, stuitte ons tegen de borst. Maar het is niet aan ons. 

Daarna begon het grote project op de achterpatio. Ze bleken die volledig te gaan overkappen, dat komt neer op een oppervlak van ruim 40m2. Wat je noemt groot werk, eveneens vergunningsplichtig. Nat had mijn liefje een keer terloops verteld dat ze achterop een overkapping zouden plaatsen. Mijn liefje had geluisterd en geknikt. (Ik was niet bij dat gesprek aanwezig.)

Op enig moment werd er een volledige daklaag bovenop hun patio gelegd die afliep naar onze kant. We vroegen tweemaal aan de voorman van de Russische klussers hoe die constructie er precies ging uitzien. Tweemaal kregen we een vaag antwoord in gebrekkig Spaans. Op een maandagmiddag kwamen we terug van een uitje toen we de complete overkapping zagen. Die stak ver voorbij de scheidingswand tussen onze grondstukken en liep af naar onze kant.

Huh?! Zag ik wat ik vreesde?

Waar zou hun waterafvoer (goot) worden geplaatst? Toch niet aan onze zijde van de patio? Jawel, hoor. Dat was precies het plan van de Russische hoofdaannemer. Dat is niet alleen tegen alle Spaanse bouwregels in en tegen die van de betamelijkheid tussen mensen, het was stiekum bovendien. We krijgen hier elk jaar te maken met steeds intensere buien, de zogenaamde DANA of 'gota fria'. Die ontstaan na de zomer als warme op afkoelende lucht botst; daarop kun je de klok gelijkzetten. Hun dakoppervlak op de patio is viermaal groter dan ons dak boven de eetkamer. Waar gaat al hun regenwater naartoe?! En vooral: waartoe leidt dat?!

Ons antwoord was duidelijk. NIMBY: Not in My Backyard. 

We staan volledig in ons recht maar voor de zekerheid vroegen we officieel advies aan een Spaanse deskundige. Die bevestigde ons dat het gaat om een onwettige constructie waarmee we niet akkoord moeten gaan. Dat waren we ook geenszins van plan en dat vertelden we de Russische buren tweemaal op vriendelijke wijze. Natalia zei verdrietig te zijn. Dit huis -inclusief datsja- is hun Traum (droom)... Alles gut und artig maar hun traum kan niet onze Alptraum (nachtmerrie) worden! Dat maakten we hen duidelijk.

Een dag later kwamen ze naar ons toe om over een compromis te praten. Wij wilden wel luisteren maar wilden alleen praten over een alternatief, geen compromis. Het werd een in alle opzichten opmerkelijk gesprek. Er werd ons op enig moment zelfs gevraagd of we te vermurwen waren met geld. Njet-njet, no! Ik zei dat we  genoeg hadden en niets van hen nodig hadden. Daarop zei Vlad dat een mens nooit genoeg geld heeft. Dat geeft de verhoudingen goed weer, wat mij betreft. 

Later in dat gesprek, wij bleven onvermurwbaar, toonde Nat zich de slechte verliezer die ze is. Eerst begon ze over een eetfeestje op ons terras dat wij organiseerden met zes personen. Dat leverde meer herrie op dan hun geklus. (Zucht.) Daarna begon ze over onze stoutejongensstruik te mopperen. Zij meende dat het een boom is die niet binnen een meter van onze scheidingswand mag staan. Bovendien vond ze die boom lelijk, voegde ze eraan toe. Smaken verschillen. We wisten al eerder dat er natuurbarbaren op deze aardkloot rondlopen en zij is er kennelijk een van. De olijfboom, de bloeiende hisbiscussen en de kleine stoutejongens van Jan werden in de eerste dagen van de verbouwing zo in de vuilcontainer gekieperd. Tja. 

Onze durante erecta is formeel een struik en dat zei ik haar ook met alle stelligheid die in mij zat. Zij is de enige die dit een lelijke struik vindt, volgens mij. Alle bezoekers aan onze tuin vallen in katzwijn als ze de struik (die inderdaad fors is) in bloei zien staan. Tere blauwe bloempjes en oranje bessen aan een tros die naast elkaar bungelen, om de paar centimeters. Het is een feest voor het oog, een feest voor insecten maar niet voor iemand met een dwangmatige schoonmaakneurose. (Daar kom ik op terug.) 

Zij verlieten ons terras zonder oplossing maar zegden toe een technisch specialist in de arm te nemen voor het dak. Niet de Russische aannemer die dat illegale (en lelijke) ontwerp had bedacht maar een onafhankelijke persoon. Dat leek ons een prima idee. Die man kwam enkele dagen later langs en gaf ons in alles gelijk. Het is een slecht ontwerp dat wettelijk bovendien niet is toegestaan in Spanje. De dag erna kwam de Russische hoofdaannemer met Nat en Vlad nog éénmaal smeken of we toch niet akkoord wilden gaan met het eerste ontwerp, zijn geesteskind. No, nein, njet. Het huidige ontwerp moest van tafel. Hij droop af.

In een recent Volkskrant-artikel las ik een gesprek met Oekraïense vluchtelingen in Rotterdam. De man, Oleg, een gewezen journalist, zei dat we de Russen nooit, echt nooit moet vertrouwen omdat ze volgens hem een agressieve en imperarialistische volksaard hebben. Ik denk dat we daarvan een staaltje hebben gezien... 

De buren pasten hun ontwerp aan, ze moesten wel. Ik denk dat de geheel afgedekte patio hun langgedroomde datsja is. De goot hangt inmiddels aan hun kant van de scheidingswand, zoals het hoort. Het is overigens een donker hol, die datsja, al zit er een lichtkoepel in. Vlad komt af en toe naar buiten met een mijnwerkerslamp op zijn voorhoofd dus dat geeft te denken. 

Aan de open zijkant van het dak van de datsja kwam op hun terrein een opmerkelijke witte  waterafvoer, vanaf het einde van de goot die daar in het luchtledige hangt. Ze wateren naar de voor- en achterzijde af. Die smalle afvoer, uitmondend in een kleine bloempot (!) lijkt meer op een mislukte muizentrap. Het overtolige water zal met deze constructie onder de garagedeur door de datsja instromen. 

Aan deze knullige structuur kun je overigens een gebrek aan kennis over de kracht van (regen)water afzien en onbegrip over de volumes die hier kunnen vallen in het nazomerse seizoen. We zouden nog weleens zien wat er gebeurt tijdens de eerstvolgende DANA, die waarschijnlijk niet lang op zich zou laten wachten.

De voorgevel ging er grotendeels uit en de voordeur verdween. In plaats daarvan kwam er een smal raam tot op de grond dat naar de andere kant van de gevel werd verplaatst. Veranderingen aan de voorgevel zijn een gotspe in Spanje. Daar krijg je slechts bij hoge uitzondering een bouwvergunning voor. (Maar ja, die hadden ze sowieso niet aangevraagd...) Een deel van die nieuwe pui functioneert nu als voordeur maar die gebruiken ze niet vaak. Het meeste in- en uit geloop gaat via de (stalen) garagedeur die Vlad niet zonder herrie kan sluiten. Bij ons staat de garagedeur de gehele dag open, bij hen niet. 

Aan de zijkant van het huis zit nu een nieuwe pui met glas tot aan de vloer; deels raam, deels zijdeur. Eerst werd er een gat gemaakt ter grootte van een  standaardraam, vervolgens werd het gat tot op de grond doorgebroken. Daarna werd de helft bestemd als deur. Het leek vaak of er elke dag een nieuw plan werd bedacht en uitgevoerd. (Alles zonder bouwvergunning, welteverstaan.) Geen idee welke briljante brainwaves aan al die aanpassingen voorafgingen. Voor ons zijn ze onnavolgbaar. Nu lijkt het wellicht alsof we constant aan het gluren naar de buren waren maar dat was niet zo. 

Er kwam geen einde aan het gebreek en gedrilboor. Het was geluidsoverlast die maanden duurde. Mijn liefje, een vredesduif in hart en nieren, voelde af en toe moordneigingen. Voor mijn doen was ik langdurig de rust zelve, zonder enige eruptie. Totdat ook ik zin had om een paar types in hun kuif te pikken, maar dan lager op het lichaam. 

We vroegen pas na vele weken herrie wanneer al dat gehamer en geboor zou eindigen. Het was immers zomervakantie en de straat vulde zich langzaamaan met Spanjaarden die hun vakantie kwamen vieren. Een aantal van hen kwam na aankomst klagen bij ons (niet bij hen). Teveel stof, teveel lawaai, te weinig respect voor Spaanse tradities. Waarom geen respect voor de siesta? Tja. Dat krijg je met cultureel insensitieve types als Nat & Vlad...  

Een zekere maandag in augustus zou volgens Nat de laatste dag zijn met extreem veel geluidsoverlast. Daarom gingen mijn liefje en ik die dag op excursie. Daarna werd het dinsdag, woensdag en donderdag, met nog steeds hetzelfde lawaai van boor- en breekwerk. Daarover mopperden we op vrijdagochtend. Nat’s antwoord was: “Ja, maar dat waren de wanden”! Kortom: dat was deel 1, er kwam nog meer aan. Kortom: onbetrouwbare types. Dat heb ik ze gezegd ook in mijn afgestofte Duits.

Na nóg een gebroken belofte en een ongedurige opmerking van haar kant, stopten wij met praten. Sindsdien zijn die twee lucht voor ons. Het wachten is nu op de verhoogde scheidingswand die zij oorspronkelijk zeiden te willen aanbrengen. “Voor privacy”. Xantippe (de boosaardige van dit stel, een heuse feeks) probeerde ons tijdens het gesprek over het dak ook nog te laten meebetalen aan dat scherm maar ook daar kreeg ze nul op rekest. Wij leven al negen jaar zonder en dat bevalt ons goed. Ze zoeken het maar uit. 

We hebben inmiddels geconstateerd dat Nat niet alleen naar is tegen ons. Ze blaft haar echtgenoot ook regelmatig af. Dat kereltje staat er dan zwaar beteuterd naast. Ik spreek geen Russisch maar zijn lichaamstaal en haar volume en toonhoogte spreken boekdelen. Wat hen wèl verbindt, is schoonmaken. Zij is er elke dag drukdoende mee (vegen, soppen en stofzuigen; soms meermalen per dag).  Regelmatig wordt ook Vlad tot poetsen aangespoord. 

Haar poetsdrift gaat ver. Mijn liefje zat op een avond op haar stoeltje onder ons (afscheidende) zonnescherm toen er bloemblaadjes op haar hoofd landden. Ze sprong op en vroeg wat in hemelsnaam de bedoeling was?! “Saubermachen”, volgens Nat. Ze veegde de bloemblaadjes van de stoutejongens van de bestaande scheidingswand opzichtig naar onze zijde. Zij vond dat kennelijk doodnormaal, wij niet. Daarmee verdiende ze haar tweede bijnaam: ‘Putzteufelin’ (poetsduivelin). Als de verhoging van de wand er komt, zijn we aan beide zijden van dit probleem af.

Als je aan zee woont, heb je dagelijks te maken met zoute aanslag. Tevens gaat er zand door de lucht en als er dan nog wind uit het zuiden blaast, komt er soms een flinke lading Sahara-zand mee. Als je slaaf bent van poetsen, blijf je bezig. Dweilen moet dus een grote hobby zijn van haar...  

Gisteren werd code rood rondgestuurd vanuit de gemeente. Er zouden heftige buien gaan vallen in onze regio. We kregen er ééntje (18mm) en die was niet ongewoon. 

In de loop van de volgende ochtend kwam de Russenklussenbus weer voorgereden bij de buren. O-o. Lekkage in de datsja. Heel Nat! De verlichting was ook uitgevallen dus het mijnwerkerslichtje op het voorhoofd van Vlad was terug. Hij vroeg terloops aan mijn liefje of wij last hadden van wateroverlast. Nee, hoor. (Alleen van hen...) 

Dit is nog geen fractie van de neerslag die doorgaans valt in deze tijd van het jaar. Ik vermoed dat er nog het een en ander op ons afkomt in september en oktober. We hoorden Xantippe door de muren heen oreren. Geen fijn gesprek, geen prettig mens. 

We zagen dit alles met enig leedvermaak aan.


maandag 14 september 2026

Lorca en omgeving

We zijn terug uit Lorca, dat op circa twee uur rijden ligt van onze Spaanse casita. Toch waanden we ons enkele dagen in een andere wereld. 

De hoofdreden van dit uitje was de 75ste verjaardag van mijn liefje. Als ik dat getal langzaam uitspreek, klinkt het nog indrukwekkender. Ik ken haar langer dan haar halve leven. Dat is iets waarbij ik niet iedere dag stilsta (gelukkig) maar het is wel een feit. Als ik het webalbum bekijk dat ik samenstelde en na alle reacties daarop van vrienden die het reeds ontvingen, weet ik dat we samen goed kunnen vieren. Dat leer je wel in al die jaren!

Mijn liefje wilde al enkele jaren gaan logeren in deze ‘parador op de heuvel’. Het gebouw viel haar op toen we eerder door Lorca reden en bleef haar bij. Voor wie het niet weet: paradores zijn door de Spaanse staat geleide luxehotels die zich meestal op een historische locatie of in een historisch pand bevinden. Het moest er dus maar een keer van komen, dachten we. Het bleek een gouden greep. Wat een prachtig hotel is dit! 

Het hotel heeft een moderne, minimalistische uitstraling met veel glas, natuursteen en donker staal. Het heeft 74 kamers maar dat zouden er gemakkelijk 100 kunnen zijn. Er is hier kennelijk voor een minder commerciële aanpak gekozen. Overal in het grote pand vind je zitjes, uitkijkjes en heel veel ruimte. De inrichting is met veel smaak gekozen, met prachtige verlichting, fraaie vloerkleden en modern design, antiek meubilair of juist een spannende mix van die twee. Elke keer dat we weer een nieuw hoekje ontdekten, was onze reactie ‘wow, wat mooi’. Smaakvol.

We verbleven al in vele staatshotels in Spanje; doorgaans tot genoegen maar de ene parador is de andere niet. Er zitten juweeltjes tussen en die van Lorca is er één van. Voor dit bezoek werd mijn liefje ‘socio’ (lid) van de vereniging van paradorcliënten. Bij het inchecken leverde dat een grotere kamer op aan de niet-zonzijde van het gebouw. Schaduwrijk, met uitzicht op bomen. En we kregen een voucher voor een gratis drankje op het terras. Leuk, toch?! 

Het mooie is dat het hedendaagse hotel en de verrassende ontdekking van een 13de eeuwse Joodse wijk binnen de muren van het kasteel van Lorca die men hier deed, volledig zijn geïntegreerd. Als je zit te dineren, zie je door een grote glazen pui een boel eeuwenoude stenen die een minstens zo interessant verhaal vertellen. Uitkijkend over de binnenstad en de vallei van Lorca, kijk je ook uit over de sinagoge. Als je al geen geschiedenisfan bent, word je het daar wel! Wat ook interessant was, was dat er Sefardische (Spaans-joodse) gerechten op de kaart stonden. Tenminste eenmaal per jaar, op de ‘Jornada Europea de la Cultura Judia’ (Europese dagen van de Joodse cultuur, in september) worden er speciale joodse menu’s bereid en een proeverette georganiseerd. Op het web las ik dat in november en december de 10de versie van het festival ‘Joods Lorca’ wordt gevierd.

Op de ochtend van haar verjaardag bezochten we de resten van de opgegraven synagoge die in een beschermend stalen doos recht onder het grote buitenterras van het hotel liggen. We keken eerst naar een informatieve video over de geschiedenis van de gevonden joodse wijk en konden daarna op ons gemak alle bezienswaardigheden gaan bezichtigen. Het was, vanwege de eigen geschiedenis van mijn liefje (ze werkte als jonge vrouw jarenlang in een Israëlische kibboets), een toepasselijk verjaardagskado. Een bezoek aan het kasteel van Lorca, alias het ‘Zonnefort’ (zie mijn vorige blog) en de omliggende vlindertuin bewaarden we voor onze laatste dag in Lorca. 

Na het bezoek aan de opgravingen namen we een taxi om de stad te gaan verkennen. De ‘casco historico’ van Lorca is een bezoek meer dan waard. Vantevoren had ik een lijstje gemaakt met te bezichtigen gebouwen en musea en dat werkten we al wandelend door de stad af. Het ‘museo Paso Blanco’, palacio Guevara (het huis met de zuilen), de kerk van San Patricio, de Plaza de España, de kerk van San Mateo, Claustro del Convento de Merced, Capillo del Rosario (Rozenkranskapel). 

Op enig moment gaf de stadskaart onvoldoende uitsluitsel over de locatie van een kerk die we wilden bezoeken. We spraken een oudere Spaanse dame (78) aan die onze vraag begreep, naar de kaart keek en zei ‘weet je wat, ik breng jullie erheen’. Ze sjouwde met een boodschappentas maar dat weerhield haar niet. Achter haar aan lopend, vertelde ze dat ze al haar hele leven in Lorca woonde. Ze had er meer dan 40 jaar een kledingzaak gehad die ze had verkocht. Een zoon is politicus, een andere politieagent. Dus zelf wilde ze ook graag anderen helpen.

Ze koos een route naar onze bestemming met zoveel mogelijk schaduw, de lieverd. We kwamen door een oude wijk die deels onbewoond was of werd gerenoveerd. Hier en daar zagen we zwarte mannen in kleurrijke Afrikaanse kleding zitten en lopen. Het blijkt dat Lorca relatief veel Senegalese migranten heeft die voornamelijk op de velden werken. We namen afscheid van onze spontane gids met een dikke kus en een selfie op het plein voor de grote kerk.

Een van de boeiendste bezoeken was aan het ‘muBBla’, kortweg het borduurmuseum genoemd. Ik had nooit kunnen denken dat ik, linkshandige en vanaf de lagere school volledig ongeïnteresseerd in haken, breien of enig andere vorm van handwerken, dit ooit zou schrijven. Maar dit is dan ook wel meer dan een pannenlap, hoor. 

Lorca is wereldberoemd om zijn handgeborduurde zijden en gouden gewaden die tijdens de Semana Santa (heilige week, rond Pasen) worden gedragen. Dit museum is gevestigd in het monumentale complex van het Santo Domingo-klooster. In de zogenaamde ‘Wonderkamer’ zijn zes van de eerste borduurwerken te bewonderen die door Spanje reeds tot cultureel erfgoed werden verklaard. Een aantal van die gewaden draagt Hebreeuwse teksten en thema's. De bijzonderste borduurwerken doen thans een gooi naar de status van UNESCO Werelderfgoed. Je kijkt er je ogen uit! 

De belendende rozenkranskapel met bladgouden altaar is het toppunt van Lorca’s barokke periode. Het onderste gedeelte van het hoofdaltaar werd gerestaureerd; dat liep schade op ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog.

Op de terugreis naar huis deden we kustplaats Águilas aan. Het is een geliefd oord aan de Murciaanse Costa Cálida, vanwege het milde klimaat, de combi van oud- & nieuwbouw, de lange kustlijn (34km), de mooie stranden, de eetcultuur. Er wonen zowel Spanjaarden als buitenlanders. Dit stadje stond al jaren op mijn lijstje omdat het ook een fraaie mozaïeken trap heeft aan het strand van El Hornillo. Ooit las ik daarover een geïllustreerd artikel in een online krant. Het deed mij denken aan de trappen in het Park Güell in Barcelona van de wereldberoemde Spaanse architect en kunstenaar Antoni Gaudi.  

Het project in Águilas is van lokale kunstenaars die hun stad (35.000 inwoners) wilden omtoveren tot een openluchtmuseum. Ook zij maakten gebruik van de zogenaamde ‘trencadís’-techniek, mozaïek met keramische stukjes. In een ander deel van de stad beschilderde ditzelfde collectief de trappen met nautische thema’s. Ze zijn goed op weg maar nog niet klaar... 

Het was wederom een flinke zoektocht om er te komen, vanwege tegenstrijdige aanwijzingen van passanten, maar we vonden de plek. 

Alle missies geslaagd.


vrijdag 11 september 2026

Camino de Sefarad

We zijn weer op pad. Dit jaar vieren we de verjaardag van mijn liefje wederom iets verder van huis. Dit is een kroonjaar en het wordt haar ‘diamanten’ verjaardag genoemd, al zijn diamonds niet langer ‘this girl’s best friend’. (Das war einmal.) We vieren dit met ons tweeën in Lorca, de Murciaanse stad die we kennen van een eerder bezoek maar dat is lang geleden.

Lorca wordt wel ‘de stad van de zon’ genoemd, omdat het fort op de heuvel (10de eeuw) zo ver de lucht in steekt; die citadel wordt ook wel het Zonnefort genoemd. Inmiddels is er daar veel gerenoveerd na de recentste aardbeving (2011) en is de stad een tweede leven begonnen toen de rijke Joodse geschiedenis recent werd ontdekt. Lorca is inmiddels onderdeel van een uitgebreid Joods netwerk in Spanje (‘Red de Juderías’) maar ook wereldwijd. Het trekt inmiddels geïnteresseerde (joodse) toeristen uit vele landen.

Op de heuvel van het kasteel (waar ook de parador staat waar we overnachten) zijn sporen van bewoning gevonden uit de Iberische tijd. Onder Romeins bewind heette deze stad ‘Eliocroca’, dat lag aan de Via Augusta, de grote Romeinse verbindingsweg die door Hispania voerde (en aansloot op de Via Domitia). Later gaven de Moorse bezetters deze stad de naam ‘Lurqa’. Na de christelijke verovering (13de eeuw) werd Lorca een belangrijke grensstad in het katholieke Castilië, pal gelegen tegenover het Nasriden koninkrijk Granada. 

Het verhaal van Lorca kent ook een duistere kant: de aarde zelf bleek een geduchte vijand. De stad ligt op de Alhama de Murcia-breuklijn (Alhama is het Arabische woord voor ‘warmwaterbron’), de geologisch gevaarlijkste breuklijn in de regio van meer dan 80km lengte, die verantwoordelijk is voor alle seismische activiteit in dit gebied. Die activiteit wordt aangedreven door de botsing tussen twee tektonische platen, de Afrikaanse en de Euraziatische plaat. Dat zorgt voor een constante druk op de bodem in dit deel van zuidoost-Spanje. Vanwege de scheur in de aardplaat komt er natuurlijk water vanuit diepe warmwaterbronnen naar boven.

Zware aardbevingen troffen Lorca in 1579, 1674 en 1818. Vooral de aardbevingsreeks van 1674 was verwoestend. Van de destijds 1.683 geïnspecteerde gebouwen bleken er 1.178 beschadigd en 479 volledig verwoest. Veel gebouwen die tegenwoordig als historisch erfgoed worden beschouwd, dateren dan ook uit de periode ná die ramp.

Mijn liefje en ik maakten een aantal aardbevingen mee in ons leven, onder andere toen we aan de Ring van Vuur woonden (Bali). Het water in ons zwembad klotste enkele keren over de rand maar er ontstonden geen scheuren. Het gebeurde enkele keren in Campamor waar we de luiken hoorden ratelen. Een keer trof het ons in onze huidige woonplaats aan de Costa Blanca. Het was alsof er een metro onder ons huis doorreed. Die ervaringen horen erbij als je in de buurt van een breuklijn woont. Wij hebben er drie in de directe omgeving: de Torrevieja-breuk, de San Miguel de Salinas-breuk en de Guardamar-breuk.

Op 11 mei 2011 schudde Lorca opnieuw. Twee krachtige bevingen, waarvan de zwaarste een kracht van 5,1 had, troffen de stad. Negen mensen kwamen om het leven, er waren honderden gewonden en ontstond enorme structurele schade.  Grote delen van de historische stad raakten beschadigd. Volgens het Spaanse Instituto Geográfico Nacional (IGN) had ongeveer 5% van de gebouwen ernstige structurele schade en nog eens 13% matige structurele schade.

Wat ondergronds bewaard bleef, is minstens zo bijzonder en belangrijk als dat andere verhaal van Lorca. Er bleek spectaculair bewijs te zijn gevonden van Joods leven. De synagoge werd in 2002-2003 ontdekt tijdens voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van de parador. Het is een van de belangrijkste archeologische vondsten (bronnen) voor de kennis van het middeleeuwse Jodendom op het Iberisch Schiereiland. 

Bijzonder is dat deze synagoge na het vertrek van de joodse bevolking niet tot kerk werd omgebouwd (‘ontheiligd’ las ik ergens), zoals het vaak ging in voorgaande tijden. Het gebouw was min of meer onaangetast omdat de joodse wijk zich binnen de muren van het kasteel bevond. Het is de enige middeleeuwse synagoge in Spanje die grotendeels intact bleef. Zo zijn de ‘hechal’ (de heilige ark, het heiligste binnenste van een joodse tempel) waar de Thora werd bewaard, en de ‘bimah’ (de verhoging, de kansel) vanwaar de religieuze teksten werden voorgelezen, herkenbaar gebleven.

Net zo verwonderlijk is dat in de vloer van de synagoge ongeveer 2.600 stukjes glas werden gevonden. Daarmee konden 27 authentieke glazen lampen worden gereconstrueerd. Ooit moet dat licht de synagoge hebben beschenen terwijl de Joodse gemeenschap van Lorca er samenkwam voor gebed, studie en feestdagen. 

Toen in 2012 daadwerkelijk werd begonnen met de bouw van de parador op de heuvel van het kasteel, deden archeologen nóg een bijzondere ontdekking. Wat tevoorschijn kwam, was een complete middeleeuwse Joodse wijk uit de 13de eeuw die werd bewoond totdat de joden uit Spanje werden verdreven door antisemitische katholieke koningen van destijds (1492). Het ging niet om een enkel gebouw maar een compleet stadje met huizen, straatjes, winkels (slagerijen), werkplaatsen en de eerder genoemde synagoge. Archeologen hebben inmiddels delen van deze wijk blootgelegd, met onder meer 18 huizen en een werkplaats waar glas werd vervaardigd. Het was een kleine maar belangrijke populatie (circa 180 inwoners).

Voor vertrek reserveerde ik kaartjes voor een bezoek aan de opgravingen en de synagoge. Dat werd een aparte ervaring. Die reservering was bedoeld voor de ochtend van haar verjaardag. Toen de online betaling rond was, stonden de kaartjes echter op een onjuiste datum terwijl ik zeker wist de juiste datum te hebben aangeklikt. Op de bevestiging stond een telefoonnummer dat ik belde. Er kwam een alleraardigste man aan de lijn die uitlegde dat er een fout in het systeem zit. Als de betalingsstap relatief lang duurt, wordt de reservering automatisch op de dag na reservering gezet, niet op de gereserveerde datum(?). Ik knipperde even met mijn ogen. Had ik dat goed gehoord? Reserveren op dag A en dan dag B op je ticket krijgen?! Jazeker. Die fout laat men kennelijk ‘gewoon’ zitten... Typisch Spaans, wat mij betreft. De aardige man aan de lijn bood mij aan op dag A de deuren extra vroeg te openen als we ons daar eerder melden. Speciaal voor ons, als we willen. Kunnen we rustig rondlopen. Hij zou mijn naam onthouden. Ook dat is typisch Spaans. Tja. Dat gaan we zeker doen, we logeren immers op steenworp afstand!

Binnen de muren van het kasteel van Lorca woonden gedurende meer dan twee eeuwen Joden die actief waren in handel en ambachten. Ze vertaalden Arabische teksten en waren zelfs betrokken bij het vrijkopen van gevangenen, aldus de documentatie die ik las. Al was de joodse gemeenschap klein, het was bepaald geen onbeduidende groep.

We verheugen ons erop op het terras van de parador te zitten en over Lorca uit te kijken. Dan zal datgene wat onder onze voeten ligt een nóg tastbaardere herinnering zijn aan de Sefarad, de Joodse naam voor het vroegere Iberisch Schiereiland (nu Spanje genoemd): een wereld die eeuwenlang verborgen bleef en dankzij archeologen haar stem terugvond.

Na terugkeer zal ik nogmaals bloggen over dit uitje. Wellicht dat ik ook een webalbum samenstel. Wordt vervolgd.