De vakantieperiode is in vele Westerse landen tot een einde gekomen. Toeristen uit binnen- en buitenland vlogen of reden terug naar werk en school. De eerste was is gedaan, de vakantiefotoboeken zijn in bestelling.
Dagelijks ontvang ik van Google Photos berichten op mijn apparaten in de vorm van foto’s die ik een jaar, tien jaar of zelfs 20 jaar of langer geleden maakte. Dat zijn herinneringen in fotovorm, de ene dierbaarder dan de andere. Het zijn momenten uit mijn verleden waarop iets waardevols of memorabels gebeurde dat ik voor het nageslacht vastlegde en dat mij herinnert aan die momenten. Soms stuur ik ze door aan de vrienden met wie ik die herinnering(en) deel.
Er
zijn uitdrukkingen die zo geruisloos het dagelijks taalgebruik binnensluipen
dat bijna niemand zich nog afvraagt wat ze eigenlijk betekenen. ‘Herinneringen
maken’ is daar een voorbeeld van. Het is intussen volledig ingeburgerd. De woorden klinken warm, positief en
onschuldig en je vindt ze tegenwoordig bijna overal: in reisfolders, reclames,
familiefotoalbums en op sociale media. Vrijwel niemand trekt er nog een
wenkbrauw bij op. Behalve ik.
Ongeveer twee jaar geleden hoorde ik het een vriendin -die veel tijd doorbrengt op sociale media- voor het eerst gebruiken. Zij was weduwe geworden maar ontmoette daarna een nieuwe novio, iemand die ze van vroeger kende. Met hem ging ze “nieuwe herinneringen maken”. Nu gun ik haar al het levensgeluk van de wereld maar deze uitdrukking vond (en vind) ik verdraaid vreemd...
Het rammelt niet alleen taalkundig maar ook in filosofische zin. Een herinnering is geen ‘ding’ dat de mens vervaardigt, zoals dat bijvoorbeeld geldt voor een schilderij of een taart. Het is de gedachte aan een eerdere ervaring, het spoor dat de tijd achterlaat in ons bewustzijn. Een herinnering ontstaat pas nadat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Daarvoor hoef je zelf weinig te doen, de tijd doet het belangrijkste werk. Op het moment zelf beleven wij geen herinnering; wij ondergaan een ervaring. Pas later krijgt die ervaring de betekenis van een herinnering.
Wie zegt dat hij of zij “herinneringen gaat maken”, spreekt alsof de toekomst zich al heeft omgevormd tot het verleden. Dat is een merkwaardige omkering. De ervaring wordt niet beleefd om zichzelf maar om haar latere functie als herinnering. Daarmee verschuift ook onze houding tegenover het leven. Een wandeling in het bos is niet langer alleen een wandeling in het bos. Het wordt een investering in nostalgie. De vakantie is niet meer het bezoeken van een onbekende plek of het ontmoeten van nieuwe mensen waarop later kan worden teruggekeken, het worden projecten van activiteiten in het nu.
Dat verraadt een typisch moderne verhouding tot de tijd. We beleven het ogenblik zelf steeds minder maar meer de vastlegging ervan. De uitdrukking “herinneringen maken” past goed bij die mentaliteit. Die suggereert dat herinneringen een doel op zichzelf zijn geworden. Maar herinneringen laten zich niet plannen. Niemand besluit op dinsdagochtend dat de lunch van die middag een dierbare herinnering wordt. De gebeurtenissen die ons het diepst bijblijven, zijn vaak juist degene die zich onverwacht aandienen: een gesprek dat langer duurt dan gepland, de geur van een zomerse bui, een afscheid waarvan je op dat moment niet weet dat het voor altijd is.
Sterker nog, hoe krampachtiger we proberen een herinnering te produceren, hoe groter de kans dat de ervaring kunstmatig wordt. De intentie verdringt de spontaniteit. Men is voortdurend bezig zichzelf van buitenaf te observeren: “Dit is een moment dat ik mij ga herinneren”. Daarmee wordt het heden al half verleden voordat het goed en wel heeft plaatsgevonden.
Taalkundig is de uitdrukking ook eigenaardig. We ‘maken’ geen herinneringen, we doen ervaringen op. Herinneringen maken is geen werkwoord (maar een werkwoordelijke uitdrukking). Herinneringen zijn het gevolg van een handeling, niet de handeling zelf.
Dat is waarom ik deze uitdrukking bizar vindt klinken. Niet omdat het grammaticaal onjuist zou zijn, taal is immers iets dynamisch, maar omdat die een illusie verraadt: de gedachte dat wij onze herinneringen kunnen organiseren zoals we agenda's, boeken en foto’s ordenen. Alsof betekenis toekennen een kwestie van plannen is. Betekenis laat zich niet produceren, die ontstaat. Soms langzaam, soms onverwacht maar altijd achteraf.
Wellicht dat achter deze populaire formulering een dieper verlangen schuilt... In een wereld waarin tegenwoordig zoveel zó vluchtig is, willen mensen iets vasthouden. Ze hopen dat mooie momenten niet verdwijnen en dat begrijp ik maar al te goed. Dagelijks word ik door Google herinnerd aan mooie momenten in de vorm van foto’s. Maar herinneringen laten zich dus niet fabriceren in het moment.
Ik zou willen zeggen: mens, durf te leven! Laat dingen gebeuren en zie welke leuke of dierbare herinneringen worden. Dus geen herinneringen maken maar ervaringen opdoen, dat is de essentie. Als ervaringen betekenis krijgen, zullen herinneringen vanzelf ontstaan.
Het
leven is geen nostalgiefabriek. Het is een lange slinger van ervaringen waarvan
de tijd, buiten onze regie om, er af en toe iets waardevols van maakt dat we
ons graag herinneren.

























