Translate

woensdag 8 juli 2026

Margriet weet raad

Vrouwenblad Margriet (ondertitel ‘Weekblad voor vrouwen en meisjes’) verscheen in 1938 op de markt en viel wekelijks bij honderdduizenden Nederlandse huishoudens op de mat, met een boodschap die complimenteus maar begrenzend was. Het huishouden werd neergezet als een gewichtige, bijna verheven levensopdracht voor de vrouw. In de late jaren '60 van de vorige eeuw bereikte het weekblad meer dan 1 miljoen lezers per week. Vanaf die tijd en gedurende de jaren '70 veranderden Margriet en andere bladen van koers en werden een belangrijke katalysator voor de vrouwenemancipatie. Margriet ontving in 1978 zelfs de Lofprijs voor haar ‘emanciperende houding’. Het blad onderscheidde zich in die periode met taboedoorbrekende artikelen en maatschappijkritische toon.

Dat en veel meer las ik in het recent verschenen boek ‘Fopfeminisme’ van cabaretière, columniste, podcastmaakster en schrijfster Lisa Loeb (37). Een vrouw die voltijd werkt en dat met het moederschap combineert. Zij en partner Daniel verdelen de zorgtaken gelijkelijk, hij werkt vier dagen per week. Dit is Loebs derde boek. In het zomerseizoen van 2021 werd deze bezige bij uitgeroepen tot ‘Slimste mens’. 

Mijn moeder was Margriet-abonnee. Als meisje bladerde ik er weleens doorheen maar de onderwerpen -met name recepten en romantische verhalen- konden mij niet boeien; die waren voor oude vrouwen... Aanvankelijk was mijn moeder huisvrouw. Tijdens mijn lagereschooltijd wachtte ze mij altijd thuis op met een kopje thee en een koekje. In de jaren '70 ging ze werken in een stoffen- en fourniturenwinkel in Den Haag. Ze was coupeuse van beroep in een vorig leven in Twente dus dat werk paste haar. Ze was er goed in. Soms fietste ik na schooltijd langs om haar bezig te zien. Was het de emanciperende Margriet die haar daartoe aanzette?

Tijdschrift Margriet maakt sinds 2020 onderdeel uit van het uitgebreide portfolio van DPG Media; het mediabedrijf dat kranten, tijdschriften, televisiekanalen en radiozenders in eigendom heeft. Als abonnee van de Volkskrant heb ik toegang tot alle andere kranten en tijdschriften van dit gigantische Belgische bedrijf (familie van Thillo).

Mijn liefje trof onlangs de volgende horoscooptekst aan, overgenomen uit de Margriet. ‘Bij de Ram past een drankje dat net zo pittig is als zijzelf: de spicy margarita. Deze twist op de klassieke cocktail, waarbij een beetje chili- of andere peper wordt gebruikt, is in Amerika al ontzettend populair.’ (Ik vind het grappig dat margarita margrietje betekent in het Spaans.) 

‘Voor de Maagd (haar eigen sterrenbeeld) is een klassieke gin & tonic het beste zomerdrankje, en dan niet zomaar een. De Maagd is een kieskeurig sterrenbeeld dus zij zal een specifieke voorkeur hebben voor de soort tonic en het merk gin die worden gebruikt.’ Alhoewel ik geen waarde hecht aan horoscopen was dit in de roos. Margriet weet raad! Die beide drankjes zijn al jarenlang onze favoriete zomerdrankjes.

Ik wist dat Lisa Loeb een brede interesse heeft en een culturele duizendpoot is maar wat ik niet wist is dat ze zichzelf ‘professioneel feministe’ noemt. Ik denk dat ze daarmee bedoelt dat het voor haar verdergaat dan een overtuiging. Wellicht dat ze daarmee ook bedoelt dat ze van de strijd voor gendergelijkheid haar beroep heeft gemaakt. Vorig jaar begon ze met een feministische nieuwsbrief op Substack, getiteld ‘Onder de Loeb’, net voor Internationale Vrouwendag.

Loeb groeide zelf op in een gezin waarin werk en zorg gelijkelijk werd verdeeld tussen de ouders. Haar vader en moeder runden samen een uitgeverij. Allebei eigenaar, allebei directeur. “Ik dacht dat dat normaal was. Dat als je samen een kind krijgt, je daar ook samen voor zorgt en allebei geld verdient. Maar als mensen belden en mijn moeder opnam, vroegen ze naar de directeur. Bij mijn vader gebeurde dat nooit.”

In mei 2026 werd ze naar aanleiding van haar nieuwe boek geïnterviewd door een journalist van Het Parool. In dat interview zegt ze onder andere “Ik wilde een verhaal over de ongelijkheid in het nu vertellen maar ik wilde ook weten: hoe is dat ontstaan? Daarvoor moest ik steeds een stap terug in de geschiedenis. Ik kwam uit bij handelingsonbekwaamheid en dacht: hoe is dat ooit in Nederland ingevoerd? Toen kwam ik uit bij Napoleon. En daarna vroeg ik me af: was er ooit een tijd waarin vrouwen wèl voorliepen, waarin we echt een gidsland waren? Toen kwam ik uit bij de begijnen. Het heeft me helemaal opgeslokt.”

Wie Loeb alleen kent van televisie of theater, verwacht misschien een luchtig pamflet met oneliners. Dat is ‘Fopfeminisme’ geenszins. Regelmatig prikt ze mythes door met scherpe observaties. Ze vertrekt vanuit een simpele vraag. Hoe kan het dat Nederland zichzelf beschouwt als een voorloper op het gebied van vrouwenrechten, terwijl internationale ranglijsten juist een flinke terugval tonen? Nederland klopt zich graag op de borst als wereldkampioen emancipatie maar ondertussen zakte het land in een jaar tijd van plek 28 naar 43 op de wereldranglijst voor gendergelijkheid.

Dat gegeven vormt het startpunt van een bijna 400 pagina's tellende zoektocht door de Nederlandse geschiedenis, politiek en cultuur. De titel ‘Fopfeminisme’ is goed gekozen, wat mij betreft. Loeb betoogt niet dat feminisme een fopspeen is maar dat Nederland zichzelf sust met het idee dat de emancipatiestrijd grotendeels is voltooid. Terwijl er tevreden achterover wordt geleund, blijkt de werkelijkheid een stuk weerbarstiger. Dat is geen vrolijke boodschap maar wel een die de auteur met kennis van zaken en de nodige flair weet te brengen. 

Nederland ziet zichzelf graag als gidsland. In haar boek houdt Loeb die overtuiging tegen het licht. Haar conclusie is helder maar ongemakkelijk: Nederland is veel minder geëmancipeerd dan wordt gedacht. Ze laat zien hoe eeuwenoude wetgeving, religieuze invloeden en politieke keuzes hun sporen hebben nagelaten in de huidige samenleving. Een grote verdienste van ‘Fopfeminisme’ is dat de auteur niet blijft hangen in verontwaardiging. 

De rol van vooraanstaande mannelijke en vrouwelijke politici (confessionelen, liberalen en sociaaldemocraten) die emancipatie in hun portefeuille hadden, wordt grondig doorgelicht. De verschillende feministische golven worden toegelicht. ‘Afgezien van het formele kiesrecht voor vrouwen (in 1919, dankzij Aletta Jacobs) wilden de feministen van de eerste golf drie dingen: dat de vrouw een vrij en handelingsbekwaam mens zou worden, dat ze haar potentie zoveel mogelijk zou verwerkelijken en dat ze volwaardig lid zou worden van de maatschappij.’ Dat we wettelijk gelijk zijn, betekent echter niet dat we ook economisch gelijk zijn. In 2006 verklaarde Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus (CDA) de emancipatie van vrouwen als voltooid. We weten inmiddels hoe onterecht dat is. 

In het tweede deel van het boek richt Loeb zich op het doorprikken van de mythes (die van gidsland, vrije keuze, meritocratie en natuurlijke verschillen) die volgens haar de ongelijkheid in stand houden. Ze fileert ideeën over keuzevrijheid en het vermeende Nederlandse emancipatiesucces. De centrale boodschap is dat individuele keuzes niet los kunnen worden gezien van maatschappelijke structuren en politiek arbeidsmarktbeleid. Constructies als handelingsonbekwaamheid, kostwinnerschap, huisvrouwenideaal en halfverdienersmodel benadeelden vrouwen eeuwenlang. De overheid deed in de loop van de tijd niets om de verdeling eerlijker te maken terwijl het toch gaat om de helft van de totale bevolking. Vrouwen mochten werken zolang een regering dat nodig achtte te eigen bate.

Nederland scoort in internationale vergelijkingen hoog op waarden als (wettelijke) gelijkheid, vrijheid en tolerantie. Maar Nederland behoort tot de slechts presterende landen als het gaat om de economische positie van vrouwen. Op het domein ‘geld’ in de Gender Equality Index van het Europese EIGE-instituut staan we op de 26ste plek (van 27 in totaal). Op het subdomein ‘financiele bronnen’ (inkomen uit werk en pensioen zijn we hekkensluiter. (Gegevens zijn uit 2025.) Nederlandse vrouwen verdienen minder, verrichten minder uren betaald werk en bouwen minder pensioen op dan vrouwen in de rest van de EU.

Loeb zal niet iedereen overtuigen met haar boek. Mij wel. Sommige lezers zullen wellicht vinden dat zij complexe vraagstukken soms te resoluut verklaart vanuit patriarchale structuren. Die stelligheid vind ik echter een kracht, geen tekortkoming. Het debat dat zij wil losmaken, zal echt niet eindigen bij de laatste bladzijde van dit boek en die bedoeling is zeer te waarderen. 

De professionele recensies die ik las, zijn het erover eens dat ‘Fopfeminisme’ een goed onderbouwd en urgent boek is. De auteur wordt geprezen om de manier waarop zij historische ontwikkelingen verbindt met hedendaagse maatschappelijke discussies. Het is ook prijzenswaardig dat ze het Nederlandse zelfbeeld ter discussie stelt, vind ik. De heldere stijl en de overtuigende opbouw worden tevens genoemd als sterke punten van het boek. Aanrader!

Ook een aanrader voor columnist Sander Schimmelpenninck die meent dat de genderongelijkheid te wijten is aan de gebrekkige ambitie van Nederlandse vrouwen. Hij noemt parttime-werkende vrouwen in zijn columns provocerend ‘deeltijdprinsesjes’. Welnu Sander, deeltijd is een symptoom van een scheve verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen. Daar zit een eeuwenlang structureel patroon achter van de overheid. Dus ja, lees dit boek. Ook Schimmelpenninck werkt voltijd en verdeelt de zorgtaken voor een peuter en baby gelijkelijk met zijn Zweedse partner. 

Loeb gaf in het Parool-interview aan voortaan de voorkeur te geven aan het begrip gendergelijkheid (in plaats van vrouwenemancipatie). Er bestaan meer genders en die verdienen een gelijke positie qua arbeid. Daarvoor moet iedereen iets doen, of juist laten. Ook mannen. 

Het emancipatiebeleid van Nederland kent geen enkele doelstelling voor mannen. Die lijken tot dusver ‘dispensatie van emancipatie’ te hebben. Het zijn vooral vrouwen die keer op keer worden geproblematiseerd: ze werken te weinig, ze werken teveel, ze zijn te weinig ambitieus, ze zijn geen goede moeder. Tja. 

‘Professioneel feministe’ Loeb is loepzuiver in haar intenties met dit boek. En nee, met haar kritiek op het Nederlandse systeem is ze geen nestbevuiler, wat mij betreft. Ze weet historische feiten, politieke analyses en cijfers op overtuigende wijze om te smeden tot een interessant verhaal dat leest alsof je praat met een clubje feministische vriendinnen. Vrouwen die weigeren het gesprek over dit onderwerp af te sluiten met “ach, het valt allemaal wel mee”. Na lezing van dit boek wordt het lastig om dat te blijven verkondigen.


zaterdag 4 juli 2026

Vandalen

De Verenigde Staten vieren vandaag hun 250-jarig jubileum. Het land kijkt terug op tweeënhalve eeuw grootsheid. Dit wordt overal groots gevierd, of het nu door America250 (een bipartijdig orgaan dat door Obama werd opgericht en ingesteld door de Senaat) of door de alternatieve organisatie Freedom250 (door Trump geïniteerd) wordt georganiseerd; twee elkaar beconcurrerende instanties. 

Het is weliswaar de verjaardag van de gehele natie maar er bestaat geen consensus over de te vieren geschiedenis en de manier waarop. De duistere bladzijden in de Amerikaanse geschiedenis ontbreken ten enenmale op Trumps feestje. Verwijzingen naar de slavernij, segregatie en klimaatverandering (de VS staat in de Top3 van grootste vervuilers ter wereld) ontbreken. Tja. 

Tweeënhalve eeuw geleden begon men de belofte van 'leven, vrijheid en het nastreven van geluk' uit te dragen. Anno 2026 is dat geluk voor vele Amerikanen ver te zoeken. De ‘Amerikaanse Droom’ is geëvolueerd van een ambitieuze onafhankelijkheidsverklaring naar een bijna inhoudsloze marketingcampagne. Het idee dat iedereen, ongeacht afkomst, sociale klasse of achtergrond, succes en welvaart kan bereiken, blijkt een wassen neus. Het oorspronkelijke idee was gebaseerd op hard werken en de overtuiging dat je met de juiste inzet je eigen lot kon bepalen. 

Dat is al lang niet meer zo. Toen de Founding Fathers de grondwettekst schreven, hadden ze een gematigde president voor ogen die boven de partijen wilde staan. Niet de vandaal die nu in het Witte Huis vertoeft. Sinds zijn eerste regeringstermijn noem ik hem in mijn blogs ‘The Great Deranger’, de grote ontregelaar. Men viert de triomf van de democratie terwijl de democratie afbrokkelt. De huidige president beschikt niet over enig democratisch ethos, wel in ruime mate over autocratische trekken. Hij trekt steeds meer macht naar zich toe en het Hooggerechtshof weigert zijn groeiende macht aan banden te leggen. (Dat bleek afgelopen week opnieuw.)

Het land is trots op zijn militaire, technologische en culturele wereldhegemonie. Zo kijkt de VS terug op een geschiedenis waarin het de wereld redde, het internet bedacht en de consumptiemaatschappij vormgaf. Ironisch genoeg is het ook het land dat nu oorlogen start zonder duidelijk doel of weloverwogen exit-strategie, een land met tech-bedrijven die met hun producten de wereld lelijker en gevaarlijker maken, en het land waar men dagenlang in de rij staat voor een nieuwe gadget, voor de supermarkt, voor gezondheidszorg en voor vluchten. Daardoor ontstond er een zogenaamde ‘Skip the Line’-economie: mensen met meer besteedbaar inkomen kunnen daar gebruikmaken van voorrangswegen nieuwe stijl. 

Het is het land waar Big Tech de wereld ontegenzeggelijk heeft verbonden maar dat bracht tegelijkertijd grote maatschappelijke en psychologische uitdagingen met zich mee. Of socialmedia de wereld per saldo slechter hebben gemaakt, blijft onderwerp van fel debat onder experts.

Deze natie is de ultieme paradox. Enerzijds is er het geloof in eigen exceptionalisme, anderzijds is er de realiteit van verdeeldheid, extreme polarisatie en culturele strijd. De viering in Washington D.C., georganiseerd door DC250, illustreert dit perfect: groots vuurwerk en ‘over de top’-festiviteiten, bijgewoond door bewoners die hevig debatteren over de eigen identiteit en hun gedeelde geschiedenis. Desondanks blijft de kracht van Amerikanen de onverwoestbare hoop dat alles morgen beter wordt.

Een kwart millennium vrijheid, vooruitgang, democratie en zelfvertrouwen. Althans, dat is het officiële verhaal. Volgens president Trump moet het een feest worden dat alle voorgaande feesten overtreft: groter, mooier, glimmender en patriottischer dan ooit tevoren. In een land waar de  ontbijtpannenkoeken al het formaat van een fietswiel hebben, klinkt dat logisch.

Amerika -zeker onder de huidige president- houdt immers van superlatieven. Het grootste leger. De hoogste vlaggenmasten. De beste economie. De luidste verkiezingscampagnes. De beste parades. De grootste hamburgers. De dikste wereldburgers. En nu dus ook het grootste verjaardagsfeest uit de geschiedenis van de republiek.

Je zou bijna vergeten dat de Verenigde Staten ooit begonnen als een verzameling opstandige kolonisten die het gezag van de Britse kroon zat waren en hun ongenoegen uitten door een lading thee in een haven te kieperen (Boston Tea Party, 1773). Een daad die in andere tijden en andere landen wellicht als vandalisme zou worden bestempeld maar die in de Amerikaanse geschiedschrijving de status van heldhaftige vrijheidsdaad kreeg en behield. Dat is overigens een terugkerend thema in de Amerikaanse geschiedenis: wanneer Amerikanen iets vernielen, heet dat vaak patriottisme. Wanneer anderen hetzelfde doen, heet het vandalisme. 

De toenmalige opstandelingen waren de Britse koning zat, vandaag de dag zit het Amerikaanse volk opgescheept met iemand aan het roer die zichzelf koning waant en zijn gezin ziet als de 'Royal Family' van het land. Tijdens de tweede regeringstermijn van Trump begonnen de 'No Kings'-demonstraties. In maart van dit jaar gingen 8 miljoen Amerikanen de straat op in 50 staten om te protesteren.  

De Verenigde Staten presenteren zich graag als de ‘Home of the Brave’, het thuis van de moedigen. Dat klinkt indrukwekkend totdat men zich realiseert dat een aanzienlijk deel van die moed bestaat uit het voortdurend verzamelen van vuurwapens. Geen enkel ontwikkeld land ter wereld heeft zo'n innige liefdesrelatie met geweren, pistolen, revolvers en automatische wapens. Geen enkel ontwikkeld land kent jaarlijks zoveel doden door binnenlands wapengeweld. Wij, Nederlanders, zijn enthousiast over ons nieuwste koffiezetapparaat, Amerikanen zijn superblij met hun nieuwste AR-15 die ze ‘for fun’ aanschaffen en koesteren als een huisdier.

Het is een fascinerende paradox. Het land dat zichzelf beschouwt als baken van beschaving en democratie telt tegelijkertijd honderden miljoenen vuurwapens die in particuliere handen zijn. Soms van de gevaarlijkste gekken. De boodschap lijkt te zijn: wij vertrouwen onze vrijheid volledig totdat we onze voordeur openen. Dan is het tijd voor bewapening. De geschiedenis van de Verenigde Staten is rijk aan heldenverhalen waarin wapens de hoofdrol spelen. Van de Amerikaanse frontier tot het Wilde Westen, van de Burgeroorlog tot hedendaagse conflicten. Een wapen is er bijna even heilig als de ‘Stars and Stripes’ (nationale vlag). Soms lijkt het zelfs alsof de Amerikaanse adelaar zijn vleugels alleen kan uitslaan dankzij een mega-munitievoorraad.

In de aanloop naar dit 250-jarig jubileum wil Washington een toonbeeld zijn van nationale grandeur. Monumenten moeten schitteren. Pleinen moeten blinken. Toeristen moeten onder de indruk raken van het bewijs dat Amerika nog altijd het machtigste land op aarde is, zoals Amerikanen zelf menen.

Dat is een goede overgang naar de inmiddels roemruchte ‘Reflecting Pool’ in Washington D.C., die lange spiegel van water tussen het Lincoln Memorial en het George Washington Monument. Dit nationale pronkstuk moest er natuurlijk piekfijn uitzien voor de feestelijkheden. Het water is echter al lange tijd groen door algengroei. Dus Trump verzon een list. De bodem moest Amerikaans donkerblauw worden geverfd. Enkele dagen na de behandeling (en 14 miljoen dollar armer) ontplofte de alggroei. De restauratie bleek geen toonbeeld van Amerikaanse efficiëntie.

Zoals wel vaker bij prestigieuze projecten ontstonden technische problemen, vertragingen en ongemakkelijke vragen. En toen verscheen de presidentiële verklaring dat ‘vandalen’ verantwoordelijk zouden zijn voor de ellende. Het is een prachtige politieke reflex: als iets niet werkt, moet er een schurk zijn. Het liefst een anonieme schurk, want die kan zichzelf niet verdedigen.

Het beeld is bijna komisch als het niet zo dramatisch zou zijn... Een land dat mensen naar de maan stuurt, miljardenbedrijven voortbrengt op technologisch vlak en geavanceerd militair materieel bouwt, zou worden gedwarsboomd door een paar onverlaten die een meertje saboteren. Alsof de grootste economische macht ter wereld plotseling machteloos staat tegenover iemand met een plakkaat verf in de hand. Trump verklaarde publiekelijk dat de vandalen jarenlang de gevangenis in zullen gaan. (Daarna was het stil...) 

Amerika houdt van duidelijke rollen: helden aan de ene kant, schurken aan de andere. Patriotten tegenover landverraders. Good cops versus bad cops. De werkelijkheid is doorgaans ingewikkelder maar ingewikkeld verkoopt slecht tijdens Trumps jubileumfeest.

En dus zal vandaag het vertrouwde decor verschijnen: vlaggen, vuurwerk, militaire parades, patriottische toespraken, politieke uitspraken en eindeloze verwijzingen naar vrijheid en economische vooruitgang. Men zal spreken over moed, uitzonderlijkheid en nationale grootsheid. Politici zullen verklaren dat nergens ter wereld een volk bestaat dat zo vrij, machtig en creatief is. 

Ondertussen houdt de ironie hardnekkig aan. De president van het land dat ooit begon met het vernielen van Britse eigendommen klaagt nu over vandalen. Het land dat zichzelf ziet als kampioen van orde en beschaving kent een haast religieuze verering van wapens. Het land dat de geschiedenis viert als een triomf van vrijheid worstelt voortdurend met de vraag hoe die vrijheid voor tegenstanders moet worden begrensd.

Dat lijkt met Trump de kern van het hedendaagse Amerikaanse verhaal. De Verenigde Staten zijn niet perfect. Het is een verzameling tegenstrijdigheden die zichzelf met indrukwekkend enthousiasme blijft presenteren als het grootste succes ter wereld. En het moet worden gezegd: daarin schuilt een zekere kwaliteit. Geen volk ter wereld weet zijn eigen legendes zo overtuigend te verkopen. 

In Huize Barefoot proosten we op de Verenigde Staten, het land dat de Tweede Wereldoorlog beeïndigde en Europa bevrijdde van een megalomane gek. We proosten zeker niet op het land van nu, met een president die overeenkomstige trekken heeft met de gek van weleer. 

Amerika is niet langer het icoon van de vrije wereld, met al zijn antidemocratische, racistische en neofascistische groepen die hunkeren naar een blanke etnostaat. De leden van Patriot Front (hoezo patriotten?!) togen gemaskerd en met honderden vlaggen naar Washington om hun feest te vieren. Sneue mannen, brave girl! Deze foto van Cheney Orr/Reuters zou weleens foto van het jaar 2026 kunnen worden.  

Wanneer later vandaag de laatste vuurpijl boven Washington uiteenspat en de Reflecting Pool opnieuw probeert te weerspiegelen wat er tegenover staat, zal Amerika zichzelf zien zoals het dat het liefst doet: groots, glorieus en onoverwinnelijk. En als er dan toch iets misgaat, zijn er altijd nog de vandalen.



woensdag 1 juli 2026

Halverwege

Vandaag, 1 juli, maken we de tussenbalans op. De eerste zes maanden van 2026 zitten erop. Is het glas tot dusver halfvol of halfleeg? Wat ik in ieder geval kan concluderen, is dat de mens een merkwaardig wezen blijft. We bouwen superkrachtige, razendsnelle AI-modellen maar raken in paniek als de eigen wifi het even laat afweten. We dromen van Mars maar spuwen ons gal als we in de file naar het werk staan. Er is altijd genoeg om bij stil te staan. Ook nu. 

In sportief opzicht verkeert de wereld in zomerse extase al gaat die dit jaar grotendeels aan mij voorbij. Het eerste WK-toernooi mannenvoetbal met 48 landen is in volle gang en verbindt miljoenen mensen voor de buis, in buurten, op pleinen en in cafés. Zelfs wie geen fan is van het spel, kent inmiddels het speelschema van ‘Oranje’ of ‘La Roja’ (het Spaanse nationale elftal). Beide teams werden groepswinnaar. Een supercomputer noemde Europees kampioen Spanje voor aanvang van het toernooi topfavoriet voor de WK-titel. 

Wat ik leuk vind, is dat debutant Kaapverdië het zo goed doet. De bijnaam van dit team is ‘Tubarões Azuis’ in Portugees: de blauwe haaien. Wat ik ook kan waarderen is dat de elftallen van de organiserende landen alledrie doorgingen naar de volgende fase, de knock-outfase. Mexico overleefde de eerste knock-outwedstrijd. Het eerste leedvermaak is een feit: Duitsland werd verslagen door Paraguay en ligt eruit. Het volgende leedvermaak zal ik voelen als The Yanks, bijnaam voor het Amerikaanse elftal, sneuvelen voordat het grote ‘Trumpfeest’ begint op 4 juli. (Dan vieren de Verenigde Staten hun 250-jarig bestaan; zie volgende blog). 

In maart maakte de Euclid-ruimtetelescoop van de Europese Ruimtevaart organisatie (ESA) de beste en gedetailleerdste foto van het centrum van de Melkweg, het immense sterrenstelsel waarin zich ons zonnestelsel en planeet Aarde bevinden. Het herbergt 100 tot 200 miljard sterren en functioneert als een enorme draaikolk. Op die oogverblindende foto waren meer dan 60 miljoen sterren te zien in het hart van dit stelsel. In april van dit jaar werd geschiedenis geschreven met de succesvolle Artemis II-missie. Voor het eerst in meer dan 50 jaar reisden er weer mensen richting de maan, waarbij het record voor de bemande vlucht die ooit het verst van de aarde vloog, werd verbroken. 

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid leverden hernieuwbare energiebronnen wereldwijd in de eerste maanden van dit jaar meer stroom op dan steenkool. Een kantelpunt, hoop ik. Dat zou een grote mijlpaal in de energietransitie zijn. Steeds meer steden ter wereld vergroenen. De wereldwijde investeringen in schone energie bereikten een recordhoogte van circa 2,2 biljoen dollar.

In Nederland trad de nieuwe regering-Jetten aan die tot nu toe relatief weinig daadkracht toonde. Het kabinet had de doelstelling om vóór de zomer van 2026 500 overbodige regels te schrappen of te vereenvoudigen; dat werd niet gehaald. Van dit totaal zijn er bijna 100 daadwerkelijk geschrapt. In Spanje ging het leven door al nemen de problemen voor de regering-Sánchez in rap tempo toe. Corruptie in eigen PSOE-gelederen is de grootste oorzaak. 

Er waren officiële staatsbezoeken in Den Haag van de Indiase regering en het keizerlijk paar van Japan. In Spanje bracht het bezoek van paus Leo XIV honderdduizenden mensen op de been in Madrid, Barcelona en de Canarische Eilanden. Zijn oproep tot verzoening was actueler dan ooit.

Spanje presteerde in de eerste maanden van dit jaar aanzienlijk beter dan het gemiddelde in de gehele Eurozone. Het reële BBP (Bruto Binnenlands Product, gecorrigeerd vóór inflatie) groeide in het eerste kwartaal met 0,6%. De Nederlandse economie ondervond een lichte vertraging in groei. Het BBP viel daar lager uit in het eerste kwartaal: 0,1%. 

Een vol boodschappenmandje is nog altijd duurder dan veel consumenten zich kunnen veroorloven, zowel in Spanje als in Nederland. Huur- en koopwoningen blijven schaars. Jongeren vragen zich steeds vaker af of zij ooit nog een huis kunnen kopen. De Franse econoom Thomas Piketty zei ooit dat wie geld ‘overheeft’ om te investeren, zijn of haar vermogen sneller kan laten groeien dan wie voor zijn of haar inkomen afhankelijk is van werk. Tja.

Terwijl veel nationale en lokale politici in Nederland grote moeite hebben de Spreidingswet in eigen land openlijk te verdedigen en uit te voeren (wet die medewerking verplicht aan het onderbrengen van migranten in dorpen en steden verspreid over het land), kondigde de Spaanse regering een generaal pardon aan. De deadline verliep gisteren, 30 juni. Er meldden zich ruim 1 miljoen ongedocumenteerde kandidaten. 500.000 krijgen na goedkeuring van hun aanvraag een burgerservicenummer, recht op gezondheidszorg en een woon- en werkvergunning voor 1 jaar. Vervolgens kunnen ze doorstromen naar de reguliere Spaanse asielprocedure en eventueel een paspoort ontvangen. De minister van Migratie zei: ‘wij kijken niet weg [..] en we zijn niet vergeten dat Spanje ooit een land van emigranten was.’ Zo kan het ook. 


Illustratie: Bas van der Schot
De beursgang van SpaceX, het bedrijf van Elon Musk, deed veel stof opwaaien. Het was de grootste IPO ooit, met een aandelenuitgifte van 75 miljard dollar. De CEO was twee dagen lang biljonair, als eerste ter wereld. Critici zien zijn invloed onder andere als bedreiging voor Europese democratische waarden -Musk steunt extreemrechts luidkeels- en manipulator van feiten. Hij zit op de bodem van de halflege fles, wat mij betreft (als past zijn BIG EGO daarin niet...).

Ronduit negatief zijn ook de oorlogen die tijdens dit halfjaar voortduurden (Oekraïne, Gaza en Soedan) en begonnen (Iran). Nieuwe spanningen ontstonden, oude conflicten bleven dooretteren. Ik vind het wel positief dat Oekraïne nu een vuist lijkt te kunnen maken op Russisch grondgebied. De brandstofsituatie in Rusland begint nijpend te worden, door aanhoudende Europese sancties en nieuwe Oekraïnse aanvallen op Russische raffinaderijen. Inktzwarte wolken boven Moskou, een bemoedigende ontwikkeling. Laat Poetin tot bezinning komen! 

Het klimaat trok zich weinig aan van politieke agenda's. De grens van 1,5 graad opwarming van de aarde werd in de afgelopen maanden gepasseerd. De VN heeft nu  officieel erkend dat de aarde die kritieke grens definitief heeft overschreden. 

Recordhoge temperaturen (vroege hittegolven) in grote delen van Europa, wijdverspreide droogte en waterschaarste in grote delen van de VS en de komst van een super-El Niño maken duidelijk dat Moeder Aarde geen geduld meer heeft met ons uitstelgedrag. Ook Nederland kreeg te maken met grote natuurbranden op de Veluwe die we tot voor kort alleen van Zuid-Europa kenden.

Daarentegen boekten wetenschappers in de medische hoek vooruitgang op het gebied van precisiegeneeskunde, gentherapie en AI-gestuurde diagnostiek. Klinische doorbraken waren er in de afgelopen maanden met name in AI-ondersteunde CRISPR-genbewerking.

Ondanks alles lijkt het optimisme halverwege 2026 behoorlijk taai.

Elke dag van het jaar waarop er geen oorlog uitbreekt en er geen milieu- of natuurramp plaatsvindt, haalt het Journaal niet. Elke patiënt die geneest, elke leerling die slaagt, elke buur die er is voor de ander: het is geen wereldnieuws maar ze houden de wereld wel draaiend.

Op naar de tweede helft van het jaar! Hopelijk met minder polarisatie, meer nieuwsgierigheid en verwondering naar elkaar en de leefomgeving, met een paar graden minder, een betaalbare kop koffie en voor voetballiefhebbers de hoop dat Spanje nog een tijdje op dit WK blijft meespelen. Oranje werd uit het toernooi gekegeld door een Marokkaan die tot voor kort bij voetbalclub Philips Sport Vereniging (PSV) speelde. Roemloos ten onder in Monterrey... Dit glas, nee deze fles, is helemaal leeg! 


zondag 28 juni 2026

Orgullo

Vandaag wordt in mijn woonplaats een evenement georganiseerd dat ‘Día del Orgullo’ heet, het Spaanse woord voor ‘trots’. Oftewel: Pride. De campagne erachter heet ‘Simplemente AMA’, Simply Love. 

Het is het ieniemienie-zusje van de Gay Pride Parade die in grote steden over de hele wereld wordt georganiseerd, zoals in New York. Daar wordt doorgaans een mars gehouden waaraan honderd duizenden mensen deelnemen. 

Hier zullen we geen mannen met tepelpearcings in latex pakjes aantreffen, geen travestieten op hun allermooist uitgedost, geen stoere dykes op ronkende motoren. Niets van dat alles. Hier wordt het een rustig dagje uit aan een Spaanse costa, met een paar standjes en iets meer kleur dan gemiddeld. Mijn liefje en ik gaan er naartoe maar zullen snel weer thuis zijn, vermoed ik. Dat is niet badinerend bedoeld. Ik ben blij dat er tijd en ruimte voor een dergelijke dag is!

Op de Spaanse versie van Wikipedia vind je een tijdlijn van de geschiedenis rondom homoseksualiteit in het land dat we nu Spanje noemen. Daarin trof ik een aantal interessante feiten aan.

  • Tijdens het concilie van Toledo -een prachtige Spaanse middeleeuwse stad die we afgelopen april bezochten- in 693 werd bepaald dat homoseksuele handelingen zouden worden bestraft met ‘castratie, uitsluiting van de communie, het afknippen van het haar, honderd zweepslagen en verbanning’.
  • In 1061 werd in Galicië (mogelijk) het eerste huwelijk tussen twee mannen gesloten. Ze werden door een priester in de echt verbonden. 
  • In 1408 werd het eerste sodomieproces in kroongebied Castilië gehouden; dat werd gedocumenteerd in Murcia. 
  • In 1483 startte de Spaanse Inquisitie en vanaf dat moment werden zogenaamde ‘sodomieten’ gestenigd, gecastreerd en verbrand. Tussen 1540 en 1700 overkwam dat meer dan 1.600 mannen. 
  • In 1508 werd de eerste vermelding gedocumenteerd van het scheldwoord ‘maricon’ (flikker, mietje). Het komt uit de komedie ‘Serafina’ van Bartolomé Torres Naharro. Dit wordt hét Spaanstalige scheldwoord voor homo’s en wordt nog steeds gebezigd. 
  • In 1848 werden sodomie en homoseksualiteit verwijderd uit het Spaanse Wetboek van Strafrecht. 
  • In 1909 trouwden Marcela Gracia Ibelas en Elisa Sanchez Origa in A Coruña (Galicië). Om dit te bewerkstelligen, nam Elisa de mannelijke identiteit aan van Mario Sánchez en verscheen als zodanig op de huwelijksakte.

Tot zover mijn korte overzicht van enkele hoogte- en dieptepunten in de tijd.

Het recentere verhaal over de LGBT-gemeenschap kent ook vele ups & downs. Tijdens de lange jaren van het Franco-regime (1939-1975) konden leden van deze gemeenschap zich niet vrijelijk uiten. De dictatuur waarin Spanje verkeerde, dwong hen hun identiteit en liefde te onderdrukken om vervolging te voorkomen. Ze werden als ziek bestempeld en hun seksuele geaardheid werd als een misdaad beschouwd. Degenen die zich hiertegen verzetten, ondervonden ernstige gevolgen, zoals gevangenisstraf of de dood.

De repressie nam in de loop van de tijd toe. Tijdens zijn dictatuur vaardigde Franco een wet uit die deze mensen hun vrijheid ontnam en hen dwong zich aan zijn regels te onderwerpen. In 1954 wijzigde hij de ‘Wet op Landlopers en Delinquenten’ die in 1933 was opgesteld, om homoseksuele mannen en lesbische vrouwen erin op te nemen. Het doel was hun identiteit te hervormen en te voorkomen dat ze hielden van wie ze werkelijk wilden houden. Sommigen van hen werden gevangengezet of opgesloten in psychiatrische inrichtingen, waar allerlei experimentele therapieën werden toegepast, zoals elektroshocks en lobotomie. In deze instellingen leden slachtoffers onder allerlei vormen van misbruik, waaronder verkrachting en seksueel geweld. Een groot aantal werd zelfs vermoord.

De meest vooraanstaande Spaanse dichter Federico García Lorca (1898-1936) werd in 1936 in Málaga in het huis van vrienden van zijn bed gelicht door de CEDA (een lokale extreemrechtse groep) en enkele Falangisten. Leden van de Guardia Civil executeerden hem in augustus van dat jaar. Omdat hij, naar verluidt, ‘een vieze nicht’ was. 

Garcia Lorca sympathiseerde met het Volksfront en verzette zich met zijn antifascistische ideologie tegen het Franco-regime. Een van zijn meest indringende dichtbundels is ‘Sonetos del amor oscuro’ (sonnetten van een duistere liefde) die hij schreef in 1935-1936. De gedichten werden posthuum uitgebracht. Hierin komt zijn wanhoop over de seksuele onderdrukking duidelijk naar voren. 

Sinds 1936 bleven veel details van zijn gewelddadige einde in nevelen gehuld. Welke werkelijke motieven hadden de moordenaars? Werd Lorca gemarteld? Kreeg hij daadwerkelijk pistoolschoten in zijn kont omdat hij een ‘vuile flikker’ was, zoals één van de militairen die bij de terechtstelling aanwezig was, herhaaldelijk beweerde? Lorca’s biografen weten het niet, ze spreken elkaar zelfs tegen. De meeste ooggetuigen zijn inmiddels gestorven. Zij zwegen. 90 jaar censuur, 90 jaar doodse stilte, 90 jaar leugens omtrent een van de belangrijkste dichters van Spanje. Naar zijn lichaam wordt nog steeds gezocht. Tja. 

In 1970 vaardigde Franco een nieuwe, strengere wet uit, de ‘Wet op het Maatschappelijk Gevaar’. Homoseksualiteit werd gecriminaliseerd en behandeld als een ziekte. Deze wet bestrafte LGBT'ers met gevangenisstraffen tot vijf jaar voor ‘openbaar schandaal’. In datzelfde jaar werd de eerste vereniging in Spanje opgericht die opkwam voor de rechten van deze gemeenschap, genaamd de ‘Homoseksuele Bevrijdingsbeweging van Spanje’, een ondergrondse beweging. Die legde de intellectuele en ideologische basis voor de beweging die later volgde. 

Op 26 juni 1977, twee jaar na de dood van Franco, vond de eerste LGBT-demonstratie plaats in Barcelona, waaraan naar schatting 4.000 à 5.000 mensen deelnamen. Daar werd geëist dat de Wet op het Maatschappelijk Gevaar werd ingetrokken. Dit protest, georganiseerd door het ‘Front d'Aliberament Gai de Catalunya’ (Homobevrijdingsfront van Catalonië), werd als een overwinning beschouwd. De politie dreef de menigte met geweld uiteen. Transgender-vrouwen gingen voorop in de demonstratie om het geweld te trotseren. Hoewel de demonstratie door sommige media werd gecensureerd, begon de LGBT-gemeenschap zich voor het eerst verenigd en gesteund te voelen.

Het jaar daarop gingen ze opnieuw de straat op. Sevilla, Madrid en Bilbao sloten zich bij het protest aan. Eind 1978 hadden ze de strijd gewonnen en waren ze erin geslaagd de Wet op het Maatschappelijk Gevaar af te schaffen. In 1979 werd homoseksualiteit in Spanje gelegaliseerd.

In 1980 werd een volgende stap gezet met de aanname van wetgeving die belangenorganisaties erkende. Tijdens dit decennium van transitie stapten personen naar voren die belangrijke iconen werden van de LGBT-gemeenschap. Zij hielpen vele anderen om uit de kast te komen. 

Op 1 juli 2005 werd Spanje een van de eerste landen ter wereld die het homohuwelijk legaliseerde. Dit was een belangrijke stap voor de regenbooggemeenschap en leidde tot wijziging van artikel 16 van het Burgerlijk Wetboek. Termen als ‘echtgenoot’ en ‘echtgenote’ werden veranderd in ‘echtgenoten’ (inclusiever) en ‘vader’ en ‘moeder’ in ‘ouders’. Deze hervorming erkende alle soorten stellen, gezinnen en huwelijken.

Ook vandaag de dag hebben we nog een weg te gaan. Veel mensen vrezen nog steeds afwijzing of uitsluiting als ze uiting geven aan wie ze werkelijk zijn. Homofobie bestaat nog steeds, zowel verbaal als in fysieke vorm. Homohaat wordt dagelijks gespuit op socialemedia. Er wordt dus nog steeds gestreden om deze maatschappelijke plaag uit te roeien. 

Mijn liefje en ik vieren (bijna) elke dag dat we samen zijn en vrij zijn elkaar lief te hebben. Dat is een soort van trots op wie en wat we zijn. Als echte Rainbow Sisters! 


 

donderdag 25 juni 2026

ETTY

Op NTR is momenteel een Tweede Wereldoorlog-verhaal te zien dat zich afspeelt in het heden. Dat verraste vriend en vijand. De een vond het resultaat niet erg geslaagd, de ander wel. Ik behoor tot die tweede groep. 

Wie een traditionele historische dramaserie verwacht over de Joods-Nederlandse schrijfster Etty Hillesum (1914-1943), komt bij ETTY voor een verrassing te staan. Deze zesdelige serie, geregisseerd door de bekroonde Israëlische schrijver, producent en regisseur Hagai Levi (1963), speelt zich namelijk niet af in een zorgvuldig gereconstrueerd Amsterdam van de jaren '40. In deze serie wandelt en fietst Etty door het Amsterdam van nu. Hedendaagse auto's, kleding (Etty in spijkerbroek, op gympen) en stadsbeelden vormen het decor. De trein naar Westerbork vertrek ‘gewoon’ van spoor 11 op Amsterdam Centraal. Het is een gewaagde keuze maar juist daardoor onderscheidt deze serie zich van andere televisiedrama's over (de aanloop naar) de Holocaust in Nederland. 

De documentaire kwam tot stand met geld van Frankrijk, Duitsland, Nederland en Israël. De serie volgt Etty Hillesum vanaf het moment dat zij in therapie gaat bij de charismatische Duits-Joodse pyscholoog en handlezer Julius Spier. Hij vluchtte eerder uit zijn geboorteland voor de nazi’s. Wat begint als een zoektocht naar persoonlijke balans groeit uit tot een intens geestelijk en emotioneel proces. Tegelijkertijd wordt de wereld om haar heen steeds vijandiger. Anti-Joodse maatregelen stapelen zich op en de dreiging van deportatie naar het Oosten komt steeds dichterbij.

Mijn liefje (zij bekeek alleen aflevering 1) vroeg zich een keer hardop af hoe ik toch in hemelsnaam een serie als deze kon ‘binge watchen’. Ik keek op dat moment twee afleveringen na elkaar. Zij vermoedde dat het een treurige documentaire zou zijn met veel vertoond leed. Ik was een beetje verbolgen... alsof ik bewust op zoek ben naar ellende. Een rampenzoeker? Dat is niet het geval. ETTY is geen serie die de verschrikkingen van de oorlog toont. We weten als kijker wat er gebeurde met Joden in Amsterdam en met Etty in het bijzonder. Maar de nadruk ligt hier op de innerlijke ontwikkeling van een bedreigde Joodse vrouw die in een duistere tijd weigert haar menselijkheid te verliezen.

Etty wordt niet neergezet als een heilige of als een historisch monument maar als een zoekende, levendige studente. Ze twijfelt, verlangt, heeft relaties, worstelt met liefde, seksualiteit, geloof en de eigen verantwoordelijkheid. Haar beroemde dagboeken vormen de ruggengraat van deze documentaire. Veel van haar teksten zijn in het verhaal verwerkt, waardoor haar unieke stem voortdurend hoorbaar blijft. Regisseur Levi heeft haar dagboeken op zijn nachtkastje liggen. In deze serie gebruikt hij talloze van Etty’s notities als gesproken tekst. Die krijgen zo veel aandacht en dat is mooi gedaan.  

De Oostenrijkse actrice Julia Windischbauer speelt Etty. In vier maanden tijd moest ze Nederlands leren spreken voor de rol. Ze begon met taalapp Duolingo (die ik dagelijks gebruik om Spaans te oefenen). Daarna kreeg ze een taallerares en ze luisterde onder andere naar muziek van S10 en Wende.

Windischbauer levert een indrukwekkende prestatie. Midden juni las ik een interview met haar in de Volkskrant. Daarin vertelde ze dat haar voorouders lid waren van de partij van Adolf Hitler, de NSDAP. Ze vreesde dat ze niet zou worden geaccepteerd in deze rol. Aanvankelijk had ze zelf het idee dat ze een rol afpakte van een Nederlandse joodse maar regisseur Levi stelde dat het belangrijker was dat er een bepaalde spiritualiteit in haar zat dan dat er Joods bloed door haar aderen vloeit.

Zij zet Etty niet neer als een heldin die haar bestemming al kent maar als iemand die gaandeweg ontdekt waar haar kracht ligt. Overtuigend maar ingetogen. Ook de Duitse acteur Sebastian Koch overtuigt als Julius Spier, de niet onomstreden therapeut en minnaar die een belangrijke rol speelt in Etty's spirituele ontwaken. Hun scènes behoren tot de sterkste van de serie, wat mij betreft.

Deze moderne setting blijkt uiteindelijk meer dan een stijlmiddel. Door het verleden in het heden te plaatsen, maakt de serie duidelijk dat uitsluiting, haat en fascistische verleidingen geen afgesloten hoofdstukken uit de geschiedenis zijn. Wanneer in het hedendaagse Amsterdamse straatbeeld plotseling bordjes verschijnen met ‘Verboden voor Joden’, voelt dat extra ongemakkelijk aan. Het dwingt de kijker om verder te kijken dan een historische herdenking. 

Een van de indringende scenes in de serie vond ik het beeld waarin je honderden mensen door de stad ziet fietsen. De Duitsers hebben Joden voortaan verboden te fietsen. Ze krijgen het bevel hun stalen ros af te leveren bij een depot in Amsterdam. Daar worden de geliefde tweewielers van volwassenen en kinderen vernietigd en ook dat wordt in beeld gebracht. Sterke symboliek! De kijker weet dan genoeg over het lot van de Joden in Nederland...  

De gekozen aanpak kent ook risico's. Sommige kijkers zullen de historische context missen. De keuze om niet voortdurend de gruwelen van de oorlog te tonen, kan de indruk wekken dat die ruwe werkelijkheid wordt verzacht. Bovendien vergt de serie aandacht en geduld. Wie op zoek is naar spanning of een chronologisch levensverhaal, zal soms moeite hebben met de contemplatieve toon en de filosofische gesprekken.

Maar juist daarin schuilt de kracht van ETTY. De serie wil niet alleen vertellen wat er met Etty Hillesum gebeurde. (Na een verblijf in concentratiekamp Westerbork werd ze in vernietigingskamp Auschwitz vermoord met haar broers en ouders.) De serie wil laten zien waarom haar gedachten 80 jaar later nog steeds van grote betekenis zijn. 

In een tijd waarin maatschappelijke tegenstellingen wederom toenemen en extreemrechts zich steeds vaker roert, klinkt haar oproep tot menselijkheid, zelfonderzoek en mededogen verrassend actueel. ETTY is daarom meer dan een biografisch drama. Het is een intelligente en artistiek gedurfde verbeelding van een van de bijzonderste stemmen uit de Nederlandse geschiedenis.

Niet iedere kijker zal meegaan in alle vormexperimenten van regisseur Levi maar wie zich ervoor openstelt, ontdekt een serie die zowel ontroert als aan het denken zet. De NTR vertoont een productie die niet alleen herinnert maar ook bevraagt. Dat is voor mij de waardevolste vorm van geschiedschrijving die televisie kan bieden.

De documentaire is te zien op zaterdagavond om 22:40 uur op NPO2 en ook via NPO Start. Aanrader!


zondag 21 juni 2026

Centenarios

Het is lang geleden dat ik mijn eerste blog schreef over ‘Blue Zones’ in de wereld (2008) dus het wordt weer eens tijd. Blue zones zijn gebieden met bovenmatig veel hoogbejaarden. “Het zijn sociale en gemeenschappelijke ecosystemen die langer en beter leven mogelijk maken”, aldus onderzoekers op dit vlak. 

“Verstandig eten, natuurlijk bewegen, goed slapen en stress vermijden, steun van de familie, respect voor de natuur en een doel in het leven” zijn enkele van de  factoren die de hoge levensverwachting verklaren in de vijf blauwe zones ter wereld, Sardinië, Okinawa (Japan), schiereiland Nicoya (Costa Rica), eiland Ikaria (Griekenland) en Loma Linda (westkust VS). “Veel meer dan alleen goede genen”, aldus de bekende Belgische demograaf Michel Poulain. Hij was de eerste wetenschapper die deze gebieden in kaart bracht (2000). 

Tijdens het 32ste nationaal congres van de ‘Sociedad Española de Médicos Generales y de Familia’ (SEMG), de Spaanse Huisartsenvereniging, werden vorig weekend de bevindingen gepresenteerd van onderzoek naar blauwe zones in Spanje. Afgelopen week zocht ik het onderwerp verder uit en maakte er een verhaal van. 

Poulain geeft, al 78-jarige werkende, het goede voorbeeld. Na zijn pensionering accepteerde hij een aanstelling aan de universiteit van Tallinn (Estland). Zelf leeft hij niet om 100 jaar te worden. Hij is nog steeds gepassioneerd onderzoeker maar zegt dat hij zelf geen zin heeft om naar Sardinië te verhuizen en daar schapen te gaan hoeden in de bergen. ‘Het leven is daar wel heel erg leeg, zonder stress maar ook zonder leuke dingen’, aldus de seniore wetenschapper. 

De kaart die Poulain en zijn onderzoeksteam samenstelden voor Spanje is een provincieclassificatie op basis van zijn ‘Extreme Levensduur Index’ (ELI). Deze index berekent de kans om 100 jaar oud te worden op basis van de geboorteplaats. Om deze cijfers te verkrijgen, deel je het totaal aantal honderdjarigen (levend of overleden) tussen 2003 en 2023 op locatie X door het aantal geboorten in dezelfde periode en op dezelfde plek. 

Op Poulains kaart zie je twee assen: van noord naar zuid en van binnenland naar kust. De hoogste levensverwachting concentreert zich in Noord-Spanje, in de provincies Soria, Segovia, La Rioja, Navarra en Guadalajara. De donkerblauwe gebieden. Met elkaar vormen ze een ‘corredor de la longevidad‘, het zijn zogenaamde levensduurcorridors. 

Daar heeft een bewoner driemaal meer kans om honderdjarige te worden dan in het midden en zuiden van het land. Naarmate men verder zuidwaarts gaat, zie je de gemiddelde levensduur geleidelijk dalen. Vooral delen van Andalusië als Cádiz, Sevilla en Málaga  scoren aanzienlijk lager. Dit noord-zuidverschil is geen toeval maar het resultaat van een complex samenspel van factoren als leefomgeving, leefstijl, gezondheid en sociale omstandigheden. 

De SEMG-voorzitster verklaarde tijdens het congres dat het niet uitsluitend gaat om meer levensjaren maar vooral om meer jaren met gezondheid, zelfstandigheid en kwaliteit van leven.

De Spaanse Vereniging van Huisartsen startte begin 2025 het project ‘RENACE’, het Nationaal Register van Honderdjarigen. Het is een initiatief van een van de leden, dr. Juan Martínez Hernández, en heeft als overkoepelend doel epidemiologisch, biochemisch en genetisch onderzoek te doen naar de factoren die een lang leven bepalen. 

In Spanje wonen naar schatting 10.000 honderdjarigen, geografisch verspreid en niet per se volgens een patroon. SEMG bereikt landelijk meer dan 6.000 artsen via elektronische contacten. Honderden van deze huisartsen meldden zich vrijwillig aan als arts-onderzoeker voor dit project. De originaliteit van RENACE ligt in het feit dat artsen, epidemiologen en wetenschappers die fundamenteel onderzoek doen voor het eerst samenwerken aan onderzoek naar een lang leven. De prioriteit van deze groep ligt bij de veiligheid van de honderdjarige patiënten die aan hun onderzoek deelnemen. 

Elke Spaanse krant had er wel een artikel over maar bijna nergens werd er een verklaring gegeven voor het beeld dat werd gepresenteerd. Met een gemankeerde sociologe op de bank (ze kwam niet door haar statistiekexamen) en veel tijd om erover te praten en na te denken, kwam ik tot een soort eigen verklaring waarom het juist de noordelijke Spaanse provincies zijn die aan kop gaan als het om ‘centenarios’ gaat. 

Spanje behoort al jarenlang tot de landen met de hoogste levensverwachting in Europa. Na Monaco (eerste met 86,5 jaar) staat het land op de tweede plaats. De gemiddelde levensverwachting ligt hier op 84,3 jaar. Op de wereldkaart van lang leven staat Spanje op de 6de plek (gegevens van 2025).

De Noord-Spaanse provincies Soria, Segovia, La Rioja, Navarra en Guadalajara zijn de koplopers. In die contreien heerst een gematigd (Atlantisch) klimaat. De temperaturen zijn er mild (minder extreem) en de luchtvochtigheid is er gematigd. Hierdoor kunnen mensen gemakkelijker het hele jaar door actief zijn in de buitenlucht. 

In de provincies van de vijf koplopers, liggend in het binnenland, wordt er veel op het land gewerkt. Het is het gebied van de ‘campos’ waar het werk dat men er doet een natuurlijke vorm van dagelijks bewegen inhoudt. Het zijn dunbevolkte gebieden. Daar bestaat doorgaans weinig industrie (schonere lucht), de familiebanden en connecties met de lokale gemeenschap zijn er hecht. Een traditioneel voedingspatroon en het actief voorkomen van eenzaamheid spelen belangrijke rollen bij gezond oud worden. 

Een zeer belangrijke factor is de sociale verbondenheid. Onderzoekers zien steeds meer bewijs dat een robuust sociaal netwerk een beschermende werking heeft op mensen. Personen die zich minder eenzaam voelen, hebben minder stress, herstellen sneller van ziekte en vertonen gezonder gedrag. 

Ik zie het voor mij: in de blauwe zone zweren ze bij een glaasje rode wijn bij de maaltijd (pun intended)! Die maaltijd is traditioneel met olijfolie bereid, met verse groenten uit eigen moestuin. De oudjes glijden door het leven door zoveel gezonde olie. De lunch wordt gevolgd door een siësta. Een babbeltje met collega’s op het kerkplein na het eten dient als gezond toetje, net als een kaartje leggen met buren en leeftijdgenoten. Ik zag het regelmatig met eigen ogen gebeuren. Het leven is er simpel en overzichtelijk. 

Zelf woon ik in de provincie Alicante (autonome regio Valencia). Op de kaart van Poulain is dat geen donkerblauwe maar een lichtgele provincie. De gemiddelde levensduur ligt hier op 82,9 jaar. Meer dan 20% van de bevolking is ouder dan 65 jaar. In deze provincie staan 600 honderdjarigen geregistreerd. (Data afkomstig van INE, het Spaanse CBS.) De levensverwachting bij geboorte, in de regio Valencia, ligt op 82,5 jaar. 

Mijn liefje en ik leven beide om uiteenlopende redenen niet om 100 jaar oud te worden. Wel proberen we de gemiddelde levensverwachting in te lossen maar leven moet wel de moeite waard blijven. Of, zoals Poulain het zelf zegt: ‘het moet wel leuk blijven’! 

Vandaag, 21 juni, vieren we de langste dag en het officiële begin van de zomer. Zelfs personen in de herfst van hun leven kunnen dat waarderen. Hier zijn al het hele weekend zomerzonnewende  feesten te ontwaren (trommelaars, vreugdevuren en vuurwerk). Die gaan nog enkele dagen door tot het feest van San Juan. 

Mijn moeder werd ruim 94 jaar oud. Als ze niet was gevallen en een delier kreeg, zou ze 100 jaar zijn geworden. Ze rookte nooit, dronk nauwelijks (soms een glaasje advocaat met slagroom op een verjaardagsfeestje), at tamelijk gezond, fietste graag tot na een mislukte heupoperatie, was ruim 40 jaar weduwe, had weinig vrienden. Ik denk niet dat ze erg gelukkig was... Zij was er de persoon niet naar om de slingers op te hangen.

Volgens het bureau voor de statistiek leven in heel Spanje momenteel 16.000 à 17.000 personen van 100 jaar en ouder; 80% van hen is vrouw. Het sterke geslacht. Eén op de 16 mensen in dit land is ouder dan 80 jaar, 20% van de bevolking is ouder dan 65 jaar (ongeveer tien miljoen). De oudste vrouw van het land is Teresa Fernández Casado van 112 jaar, uit de provincie Léon. Zij is zó oud dat ze met dinosauriërs in de wei heeft gedrenteld! Volgens haar dochter is ze “een eenvoudige, nuchtere vrouw, geliefd bij haar buren”. Ze slikt maar één pilletje per dag (om het cholesterolgehalte te beheersen).

Mensen denken wel eens dat een warm klimaat automatisch gezonder is. Het mediterrane klimaat en de leefstijl stimuleren wel een actiever buitenleven, een gezond dieet en een lager stressniveau, hetgeen bijdraagt aan een hogere levensverwachting. Maar in Zuid-Spanje kunnen zomertemperaturen langdurig boven de 40 graden uitkomen. Bij dit soort extremen is buiten actief zijn niet voor de hand liggend. Extreme hitte verhoogt bovendien het risico op hart- en vaatziekten, uitdroging en ademhalingsproblemen; vooral bij ouderen.

Andalusië, de zuidelijkste autonome regio van Spanje, waar de hekkensluiters Sevilla, Cádiz en Málaga zich bevinden, heeft al decennialang een hoger werkloosheidspercentage (14,7 in het eerste kwartaal van 2026) dan het nationaal gemiddelde (ruim 10%, een van de hoogste percentages in Europa). Sociaal-economische achterstand is wereldwijd een van de sterkste voorspellers van een lagere levensverwachting. Mensen met minder financiële middelen ervaren vaker chronische stress en hebben minder toegang tot gezondheidszorg.

De geografische kaart van obesitas per Spaanse provincie vertoont enige overeenkomst met de kaart van Poulain. Naarmate je verder naar het zuiden afzakt, zie je gemiddeld hogere percentages overgewicht en obesitas verschijnen. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in een hogere prevalentie van diabetes type II, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten dan in de noordelijke regio's. De provincie Lugo in het noord-westen van Spanje is daarop de enige uitzondering (koploper overgewicht en obesitas).   

Spanje wordt vaak geprezen om het mediterrane dieet: olijfolie, verse groenten, peulvruchten, verse vis en fruit. Onderzoeken tonen al decennialang aan dat dit voedingspatroon gezond is. Dat dieet wordt overal in het land gevolgd maar wellicht niet in dezelfde mate. In het zuiden is het traditionele dieet eveneens gezond maar in de laatste decennia heeft de opkomst van fastfood en ultrabewerkte voeding er relatief meer invloed gekregen dan in het hoge noorden. 

Het is belangrijk te benadrukken dat de kaart van Poulain geen beeld is van een gezond noorden en een ongezond zuiden. Spanje behoort als geheel tot de landen met een van de hoogste levensverwachtingen ter wereld. Ook in de lager en laagstscorende provincies worden mensen gemiddeld relatief oud in vergelijking met veel andere burgers van Europa. Het is ironisch dat de zonnige stranden van Andalusië wereldwijd vaak worden gezien als het ideale recept voor een lang en gezond bestaan terwijl de statistieken juist suggereren dat de groene heuvels van Navarra en Castilië een betere 'blauwe' optie zijn. Tja.


donderdag 18 juni 2026

Zorgen voor morgen

Maanden geleden las ik een boeiend interview in de serie ‘Het ideaal’ (Volkskrant). Daarin worden mensen geïnterviewd die hun hele leven aan een ideaal wijden of hebben gewijd. Het bleef mij bij en sindsdien maakte ik notities. Zo werd het een longread - met een leestijd van ongeveer 10 minuten. 

Ik knip de tekst in tweeën, beide delen worden wel op dezelfde dag gepubliceerd. 

Klaas van Egmond (79), voormalig directeur Milieu van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), ex-directeur van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) en emeritus-hoogleraar Milieukunde aan Universiteit Utrecht was de geïnterviewde. In dat interview noemt Van Egmond zichzelf ‘een salonidealist’ alhoewel hij betwijfelt of hij wel in het rijtje van idealisten past. Hij is immers nooit ‘met gevaar voor eigen leven naar vreselijke oorden op aarde gegaan om er te helpen.’ Wel is hij altijd voor de belangen van milieu en duurzaamheid opgekomen. Wel een bergopwaartse strijd maar geen sisyfusarbeid, wat hem betreft.  

In 2011 richtte Van Egmond met twee ex-bankiers (Herman Wijffels van Rabobank en Peter Blom van Triodos) het ‘Sustainable Finance Lab’ (SFL) op. Een academische denktank die gemeenschap en planeet weer centraal zet. De financiële sector, met zijn gerichtheid op het hoogste rendement op een zo kort mogelijke termijn, draagt in zijn ogen eraan bij dat we (milieu)vraagstukken niet oplossen maar voor ons uitschuiven. Van Egmond noemt het huidige financiële bestel ‘feodaal en immoreel’. Feodaal, omdat grote publieke belangen in handen zijn van een kleine, private elite. Immoreel, omdat de financiële sector zich niets aantrekt van menselijke waarden. Hij noemt de verontwaardiging die hij voelt over hoe de wereld nu draait ‘een drijvende kracht’. Ondanks zijn hoge leeftijd heeft hij aan strijdlust niks ingeboet!  

In de jaren '70 en '80 had milieu de wind in de zeilen. In de Rijnmond was er destijds een groot smogprobleem waardoor jaarlijks tienduizend mensen, hoofdzakelijk bejaarden, wat eerder doodgingen. Zo gingen er levensjaren verloren. De Tweede Kamer nam dat hoog op en gaf de club jonge onderzoekers van het RIVM alle middelen om er iets aan te doen. (Those were the days...)

Na de val van de Muur (1989) ontstond er een overwinningsroes. Het Westen had ‘gewonnen’ en dat maakte de weg vrij voor de krachten van het neoliberalisme. Destijds was er in Nederland een sterke tendens om het bedrijfsleven ruim baan te geven; er moest worden geprivatiseerd, de overheid moest plaatsmaken. 

Van Egmond werkte mee aan het rapport ‘Zorgen voor Morgen’ (1988). Het was de eerste nationale milieuverkenning en bevatte langetermijnscenario’s. Er werd 25 jaar vooruitgekeken en alle aspecten werden in de modellen meegenomen: economie, demografische ontwikkeling, landbouw, mobiliteit, energiegebruik, enzovoort. (Kom er eens om..!) Die geïntegreerde beleidsaanpak was een noviteit, ook in het buitenland ontstond veel interesse.

Koningin Beatrix citeerde dat jaar een zin uit het rapport in haar ‘groene’ kersttoespraak: ‘Langzaam sterft de aarde [..].’ De mens was de natuurlijke bronnen rigoureus aan het uitputten, tegen het eigen belang in maar dat mocht niet hardop worden gezegd. Lobbyclubs, zoals werkgeversorganisatie VNO-NCW, ageerden ertegen. De majesteit had zich, volgens hen, laten meeslepen en deed aan onnodige paniekzaaierij. Tja. 

Er kwam niet alleen kritiek vanuit het bedrijfsleven en uit neoliberale hoek. Ook links deed op haar manier mee aan het grote feest dat we welvaart noemden. Van Egmond haalt in dit verband een uitspraak aan van Joop den Uyl (partijleider PvdA) die stelde dat arbeiders ook ieder een auto voor de deur moesten krijgen.

‘Het was doodeenvoudig geweest effectief beleid te voeren waarmee je de CO2-uitstoot en stikstof had kunnen aanpakken; meer dan twee A4’tjes waren niet nodig geweest. In plaats daarvan heeft de overheid het 40 jaar lang op zijn beloop gelaten’. ‘We zijn zorgeloos overgegaan op steeds grotere auto’s, verdere vliegreizen en buitenlandse beleggingen. De mentaliteit is en blijft er een van: na ons de zondvloed, ook al is er inmiddels een overweldigende hoeveelheid bewijs is voor de immensiteit van de problemen.’ 

Al jaren gaat het er veel te vrijblijvend aan toe maar verbazing wekt dat niet bij Van Egmond. Individualisme en materialisme zijn in de afgelopen decennia de dominante waarden geworden in de westerse wereld. Volgens hem moeten we weg van het hedonisme, weg van de ‘na ons de zondvloed’-houding. Een zinvol leven bestaat uit bijdragen aan het algemeen belang.

We leven nu in een cruciale tijd. Zorgen voor morgen is nu minstens zo relevant als toen. Alles is tegelijkertijd op zijn fundamenten aan het schudden. Het klimaatprobleem, het financiële bestel en Trump zijn nog niet op hun dieptepunt beland, aldus de geïnterviewde. Hopelijk kan worden voorkomen dat kernwapens worden ingezet. Hij denkt dat de mensheid het uiteindelijk wel gaat redden, ‘mits we in staat blijken om tot een hoger bewustzijn te komen.’ Aldus de geïnterviewde. 

Onlangs las ik ook een interview met de Franse econoom Arnaud Orain (1977). Hij spreekt en schrijft over het zogenaamde ‘eindigheidskapitalisme’. Het neoliberale ideaal van voortdurende welvaartsgroei is een utopie gebleken. Daarover publiceerde hij in 2025 een boek met dezelfde titel. Daarin wordt gesteld dat de koek niet meer kan groeien. Het neoliberalisme is ten einde, rijkdom is eindig. Wat de een wint, verliest de ander. Dus als je zelf meer wilt, moet je het deel van je buurman inpikken. Hij spreek dan ook over roofkapitalisme.

Orain stelt dat dit geen uniek verschijnsel is maar een herhaling van patronen uit het vroege kolonialisme van de 17de eeuw (denk bijvoorbeeld aan de VOC). Volgens Orain bereidt het systeem van eindigheid zich voor op een wereld met beperkte grondstoffen en hulpbronnen. Daar de mens de consumptie niet gaat verminderen, zullen de resterende middelen met harde hand moeten worden geclaimd. Die handelswijze zien we nu al duidelijk bij het beleid van de regering-Trump...

Van Egmond en Orain zijn niet de enigen die de publiciteit zochten met een kritisch verhaal over de tijd waarin we leven. Peter Kanne (61), onafhankelijk opiniepeiler bij Ipsos I&O, schreef een boek met de titel ‘Lang zal ik lekker leven’. De ondertitel luidt ‘De genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoel’. Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Dit boek schreef hij op persoonlijke titel, niet als opiniepeiler. Kanne schetst de stand van het land op zo’n beetje alle denkbare terreinen, onderbouwd met veel cijfers en citaten uit recent verschenen boeken, artikelen en onderzoek van zijn eigen werkgever.

Ook hij ageert tegen het heersende hedonisme. ‘We genieten ons te pletter.’ De Nederlander werd een genotzuchtige individualist die overal recht op meent te hebben; een die weinig ambitie heeft, zichzelf chronisch ziek eet en drinkt, er onbekommerd op los vliegt, verslaafd is aan socialemedia, nauwelijks gesprekken voert met mensen van buiten de eigen bubbel en intussen uiterst tevreden is met het eigen leven. ‘We verweken en verzwakken omdat we vooral aan onszelf denken.’ Nergens ter wereld is men zo individualistisch als in Nederland, meent Kanne.

De markt zegt: we nemen onze verantwoordelijkheid, zonder die ooit echt te nemen. Er is een overheid die teveel mogelijk maakt of juist laat waaien. ‘Politiek betekent niet de burger pleasen maar soms impopulaire keuzes maken in het belang van het geheel.’ Het ultieme relativeren, wat Peter Kanne ‘cynisch nihilisme’ noemt, raakte zo wijdverbreid dat bijna niemand nog ergens voor durft te gaan staan.  

Historicus, schrijver en activist Rutger Bregman trekt al jaren ten strijde tegen moreel verval in de westerse wereld. Ook dat resoneert bij mij. Zijn vrienden noemen hem een zendeling of dominee. (Herkenbaar.) Bregmans vrienden noemen zichzelf ‘nuchtere kapitalisten’, zij laten zich kritisch uit over Bregmans idealisme. (Ook herkenbaar.)

Diens laatste boek is getiteld ‘Morele revolutie’, een vervolg op morele ambitie. Daarin kijkt hij kritisch naar de westerse moraal en roept hij mensen op de wereld een beetje beter te maken. In die zin is moraliteit een soort eigen intellectuele gedragscode, iets dat zetelt in iemands geweten. Simone Weil, de bekende Franse filosofe en activiste zei ooit dat als iets knaagt je in ieder geval weet dat je een geweten hebt... Tja.

Zijn advies aan ons is: denk zelf na en kom in actie. Ieder goedwillend individu kan het verschil maken. Elk kleine beetje goedheid helpt en veel kleine beetjes maken een groot verschil. Dus kijk om je heen en probeer iets te verbeteren. We moeten actiever verdedigen wat er is te verliezen. Het gaat om kleine, haalbare daden, geen heroïsche opoffering. Onze samenleving wordt er weerbaarder van. (Wordt hieronder vervolgd.)