Vrouwenblad
Margriet (ondertitel ‘Weekblad voor vrouwen en meisjes’) verscheen in 1938 op
de markt en viel wekelijks bij honderdduizenden Nederlandse huishoudens op de
mat, met een boodschap die complimenteus maar begrenzend was. Het huishouden
werd neergezet als een gewichtige, bijna verheven levensopdracht voor de vrouw.
In de late jaren '60 van de vorige eeuw bereikte het weekblad
meer dan 1 miljoen lezers per week. Vanaf die tijd en gedurende de jaren '70
veranderden Margriet en andere bladen van koers en werden een belangrijke
katalysator voor de vrouwenemancipatie. Margriet ontving in 1978 zelfs de Lofprijs
voor haar ‘emanciperende houding’. Het blad onderscheidde zich in die periode met
taboedoorbrekende artikelen en maatschappijkritische toon.
Dat
en veel meer las ik in het recent verschenen boek ‘Fopfeminisme’ van cabaretière,
columniste, podcastmaakster en schrijfster Lisa Loeb (37). Een vrouw die voltijd
werkt en dat met het moederschap combineert. Zij en partner Daniel verdelen de zorgtaken
gelijkelijk, hij werkt vier dagen per week. Dit is Loebs derde boek. In het
zomerseizoen van 2021 werd deze bezige bij uitgeroepen tot ‘Slimste mens’.
Mijn
moeder was Margriet-abonnee. Als meisje bladerde ik er weleens doorheen maar
de onderwerpen -met name recepten en romantische verhalen- konden mij niet boeien;
die waren voor oude vrouwen... Aanvankelijk was mijn moeder huisvrouw. Tijdens mijn lagereschooltijd wachtte ze mij altijd thuis op met een kopje thee en een koekje. In de
jaren '70 ging ze werken in een stoffen- en fourniturenwinkel
in Den Haag. Ze was coupeuse van beroep in een vorig leven in Twente dus
dat werk paste haar. Ze was er goed in. Soms fietste ik na schooltijd langs om haar bezig te zien. Was het de emanciperende Margriet die haar daartoe aanzette?
Tijdschrift
Margriet maakt sinds 2020 onderdeel uit van het uitgebreide portfolio van DPG
Media; het mediabedrijf dat kranten, tijdschriften, televisiekanalen en radiozenders
in eigendom heeft. Als abonnee van de Volkskrant heb ik toegang tot alle andere
kranten en tijdschriften van dit gigantische Belgische bedrijf (familie van Thillo).
Mijn
liefje trof onlangs de volgende horoscooptekst aan, overgenomen uit de Margriet.
‘Bij de Ram past een drankje dat net zo pittig is als zijzelf: de spicy
margarita. Deze twist op de klassieke cocktail, waarbij een beetje chili- of
andere peper wordt gebruikt, is in Amerika al ontzettend populair.’ (Ik vind
het grappig dat margarita margrietje betekent in het Spaans.)
‘Voor
de Maagd (haar eigen sterrenbeeld) is een klassieke gin & tonic het beste
zomerdrankje, en dan niet zomaar een. De Maagd is een kieskeurig sterrenbeeld dus
zij zal een specifieke voorkeur hebben voor de soort tonic en het merk gin die
worden gebruikt.’ Alhoewel ik geen waarde hecht aan horoscopen was dit in de roos. Margriet weet raad! Die beide drankjes zijn
al jarenlang onze favoriete zomerdrankjes.
Ik
wist dat Lisa Loeb een brede interesse heeft en een culturele duizendpoot is
maar wat ik niet wist is dat ze zichzelf ‘professioneel feministe’ noemt. Ik
denk dat ze daarmee bedoelt dat het voor haar verdergaat dan een overtuiging.
Wellicht dat ze daarmee ook bedoelt dat ze van de strijd voor gendergelijkheid haar
beroep heeft gemaakt. Vorig jaar begon ze met een feministische nieuwsbrief op
Substack, getiteld ‘Onder de Loeb’, net voor Internationale Vrouwendag.
Loeb
groeide zelf op in een gezin waarin werk en zorg gelijkelijk werd verdeeld
tussen de ouders. Haar vader en moeder runden samen een uitgeverij. Allebei eigenaar,
allebei directeur. “Ik dacht dat dat normaal was. Dat als je samen een kind
krijgt, je daar ook samen voor zorgt en allebei geld verdient. Maar als mensen
belden en mijn moeder opnam, vroegen ze naar de directeur. Bij mijn vader
gebeurde dat nooit.”
In
mei 2026 werd ze naar aanleiding van haar nieuwe boek geïnterviewd door een journalist
van Het Parool. In dat interview zegt ze onder andere “Ik wilde een verhaal
over de ongelijkheid in het nu vertellen maar ik wilde ook weten: hoe is dat
ontstaan? Daarvoor moest ik steeds een stap terug in de geschiedenis. Ik kwam
uit bij handelingsonbekwaamheid en dacht: hoe is dat ooit in Nederland
ingevoerd? Toen kwam ik uit bij Napoleon. En daarna vroeg ik me af: was er ooit
een tijd waarin vrouwen wèl voorliepen, waarin we echt een gidsland waren? Toen
kwam ik uit bij de begijnen. Het heeft me helemaal opgeslokt.”

Wie
Loeb alleen kent van televisie of theater, verwacht misschien een luchtig
pamflet met oneliners. Dat is ‘Fopfeminisme’ geenszins. Regelmatig prikt ze mythes
door met scherpe observaties. Ze vertrekt vanuit een simpele vraag. Hoe kan het
dat Nederland zichzelf beschouwt als een voorloper op het gebied van
vrouwenrechten, terwijl internationale ranglijsten juist een flinke terugval tonen?
Nederland klopt zich graag op de borst als wereldkampioen emancipatie maar
ondertussen zakte het land in een jaar tijd van plek 28 naar 43 op de
wereldranglijst voor gendergelijkheid.
Dat
gegeven vormt het startpunt van een bijna 400 pagina's tellende zoektocht door
de Nederlandse geschiedenis, politiek en cultuur. De titel ‘Fopfeminisme’ is goed
gekozen, wat mij betreft. Loeb betoogt niet dat feminisme een fopspeen is maar
dat Nederland zichzelf sust met het idee dat de emancipatiestrijd grotendeels
is voltooid. Terwijl er tevreden achterover wordt geleund, blijkt de
werkelijkheid een stuk weerbarstiger. Dat is geen vrolijke boodschap maar wel
een die de auteur met kennis van zaken en de nodige flair weet te brengen.
Nederland
ziet zichzelf graag als gidsland. In haar boek houdt Loeb die overtuiging tegen
het licht. Haar conclusie is helder maar ongemakkelijk: Nederland is veel
minder geëmancipeerd dan wordt gedacht. Ze laat zien hoe
eeuwenoude wetgeving, religieuze invloeden en politieke keuzes hun sporen
hebben nagelaten in de huidige samenleving. Een grote verdienste van ‘Fopfeminisme’ is dat de auteur niet blijft hangen in verontwaardiging.
De
rol van vooraanstaande mannelijke en vrouwelijke politici (confessionelen,
liberalen en sociaaldemocraten) die emancipatie in hun portefeuille hadden,
wordt grondig doorgelicht. De verschillende feministische golven worden
toegelicht. ‘Afgezien van het formele kiesrecht voor vrouwen (in 1919, dankzij
Aletta Jacobs) wilden de feministen van de eerste golf drie dingen: dat de vrouw
een vrij en handelingsbekwaam mens zou worden, dat ze haar potentie zoveel
mogelijk zou verwerkelijken en dat ze volwaardig lid zou worden van de
maatschappij.’ Dat we wettelijk gelijk zijn, betekent echter niet dat we ook
economisch gelijk zijn. In 2006 verklaarde Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid De Geus (CDA) de emancipatie van vrouwen als voltooid. We
weten inmiddels hoe onterecht dat is.
In
het tweede deel van het boek richt Loeb zich op het doorprikken van de mythes (die
van gidsland, vrije keuze, meritocratie en natuurlijke verschillen) die volgens haar de ongelijkheid in stand houden. Ze fileert ideeën over keuzevrijheid en
het vermeende Nederlandse emancipatiesucces. De centrale boodschap is dat
individuele keuzes niet los kunnen worden gezien van maatschappelijke
structuren en politiek arbeidsmarktbeleid. Constructies als handelingsonbekwaamheid,
kostwinnerschap, huisvrouwenideaal en halfverdienersmodel benadeelden vrouwen eeuwenlang. De overheid
deed in de loop van de tijd niets om de verdeling eerlijker te maken terwijl het toch gaat om de helft van de totale bevolking. Vrouwen
mochten werken zolang een regering dat nodig achtte te eigen bate.
Nederland
scoort in internationale vergelijkingen hoog op waarden als (wettelijke) gelijkheid,
vrijheid en tolerantie. Maar Nederland behoort tot de slechts presterende
landen als het gaat om de economische positie van vrouwen. Op het domein ‘geld’
in de Gender Equality Index van het Europese EIGE-instituut staan we op de 26ste
plek (van 27 in totaal). Op het subdomein ‘financiele bronnen’ (inkomen uit
werk en pensioen zijn we hekkensluiter. (Gegevens zijn uit 2025.) Nederlandse vrouwen verdienen minder, verrichten
minder uren betaald werk en bouwen minder pensioen op dan vrouwen in de rest
van de EU.
Loeb
zal niet iedereen overtuigen met haar boek. Mij wel. Sommige lezers
zullen wellicht vinden dat zij complexe vraagstukken soms te resoluut verklaart
vanuit patriarchale structuren. Die stelligheid vind ik echter een kracht, geen tekortkoming. Het debat dat zij wil losmaken, zal echt niet eindigen bij de
laatste bladzijde van dit boek en die bedoeling is zeer te waarderen.
De
professionele recensies die ik las, zijn het erover eens dat ‘Fopfeminisme’ een
goed onderbouwd en urgent boek is. De auteur wordt geprezen om de manier waarop
zij historische ontwikkelingen verbindt met hedendaagse maatschappelijke
discussies. Het is ook prijzenswaardig dat ze het Nederlandse zelfbeeld ter
discussie stelt, vind ik. De heldere stijl en de overtuigende opbouw worden tevens
genoemd als sterke punten van het boek. Aanrader!
Ook
een aanrader voor columnist Sander Schimmelpenninck die meent dat de genderongelijkheid
te wijten is aan de gebrekkige ambitie van Nederlandse vrouwen. Hij noemt parttime-werkende
vrouwen in zijn columns provocerend ‘deeltijdprinsesjes’. Welnu Sander,
deeltijd is een symptoom van een scheve verdeling van arbeid en zorg tussen
mannen en vrouwen. Daar zit een eeuwenlang structureel patroon achter van de overheid.
Dus ja, lees dit boek. Ook Schimmelpenninck werkt voltijd en verdeelt de zorgtaken
voor een peuter en baby gelijkelijk met zijn Zweedse partner.
Loeb
gaf in het Parool-interview aan voortaan de voorkeur te geven aan het begrip
gendergelijkheid (in plaats van vrouwenemancipatie). Er bestaan meer genders en die verdienen een gelijke positie qua arbeid. Daarvoor moet iedereen iets doen, of
juist laten. Ook mannen. Het emancipatiebeleid van Nederland kent geen
enkele doelstelling voor mannen. Die lijken tot dusver ‘dispensatie van
emancipatie’ te hebben. Het zijn vooral vrouwen die keer op keer worden
geproblematiseerd: ze werken te weinig, ze werken teveel, ze zijn te weinig
ambitieus, ze zijn geen goede moeder. Tja.
‘Professioneel
feministe’ Loeb is loepzuiver in haar intenties met dit boek. En nee, met haar
kritiek op het Nederlandse systeem is ze geen nestbevuiler, wat mij betreft. Ze
weet historische feiten, politieke analyses en cijfers op overtuigende wijze om
te smeden tot een interessant verhaal dat leest alsof je praat met een clubje feministische
vriendinnen. Vrouwen die weigeren het gesprek over dit onderwerp af te sluiten met “ach, het valt
allemaal wel mee”. Na lezing van dit boek wordt het lastig om dat te blijven
verkondigen.