Translate

maandag 20 juli 2026

Toevluchtsoord van onwetendheid

Vandaag geen voetbalverslag van mijn hand, al was de finale van Spanje tegen Argentinië gisteravond zinderend. Spanje is de zeer terechte winnaar! 

Deze blog gaat maar heel even over een bijzondere foto die in 2007 werd gemaakt in het kader van een UNICEF-avond voor goede doelen bij FC Barcelona. Daar speelde toen een piepjonge Lionel Messi (20). Hij kwam in 2013 met zijn familie uit Rosario (Argentinië) naar Barcelona om daar een topvoetballer te worden. Er was een loterij georganiseerd en het toeval wil (?) dat de ouders van de nóg piepjongere Lamine Yamal het winnende lot in handen hadden. De hoofdprijs was dat de baby, die eerder dat jaar werd geboren, op de foto mocht met de veelbelovende Argentijnse voetballer. De rest is geschiedenis.

Is het toeval dat de beide mannen, beschouwd als de beste voetballers van hun generatie en dit jaar tegen elkaar strijdend in de WK-finale, bijna 20 jaar geleden op dezelfde foto figureerden? Ik denk het wel. 

‘Toeval bestaat niet’ is een populaire uitdrukking. Of de strekking klopt, hangt af van de definitie die je hanteert. Wetenschappelijk gezien is toeval een onvoorspelbare gebeurtenis zonder doel, terwijl filosofen beargumenteren dat toeval louter een gevolg is van onzichtbare oorzaken.

Wanneer we worden geconfronteerd met twee schijnbaar losstaande gebeurtenissen die samenkomen, zoeken wij als mens instinctief naar betekenis. Het is een bekend concept in de filosofie: mensen hebben een sterke behoefte aan causaliteit (direct verband tussen oorzaak en gevolg). Als we de oorzaak van een gebeurtenis niet direct kunnen traceren, bestempelen we het gemakshalve als ‘toeval’ of ‘lot’. De beroemde filosoof Baruch Spinoza noemde toeval 'het toevluchtsoord van de onwetendheid'.

Wat wij toeval noemen, is voor veel wetenschappers niets anders dan een samenloop van omstandigheden die wiskundig gezien onvermijdelijk is over een voldoende lange tijdlijn. De beroemde natuurkundige Albert Einstein uitte zijn scepsis over toeval met de intrigerende uitspraak “God dobbelt niet”. Hij geloofde in een geordend universum waarin alles strikt volgens wetmatigheden verloopt. Toeval paste volgens hem niet in de natuur. 

De werkelijkheid is complexer. Wie de uitdrukking 'toeval bestaat niet' letterlijk neemt, impliceert dat alles in het universum vantevoren vaststaat. Dat strookt niet met de moderne kwantummechanica, waar fundamentele onvoorspelbaarheid en probabiliteit wél een aantoonbare rol spelen. Volgens ethicus, filosoof en universitair docent Jeroen Hopster (Universiteit van Utrecht) is Vrouwe Fortuna -de Romeinse godin van het lot, het toeval en het geluk- een bode van geluk maar zij kan ook grillig en genadeloos zijn. (Hij schreef een boek over het verschijnsel). Kan de mens het toeval beheersen? En zouden we dat moeten willen? Volgens hem is toeval een alomtegenwoordig onderdeel van ons leven, dat we moeten omarmen.

De reden dat we hardnekkig vasthouden aan het idee dat toeval niet bestaat, is onze psychologische behoefte aan zingeving. Als iets een bijzondere wending in ons leven teweegbrengt, ervaren we dit vaak als een vorm van synchroniciteit – een term van psycholoog Carl Jung over zinvolle samenhangen die niet causaal verklaarbaar zijn. We maken er een verhaal van of kennen daaraan een ‘hogere bedoeling’ toe. Dit ‘magisch denken’ is menselijk en kan heel troostend en inspirerend werken maar het maakt het toeval objectief gezien niet minder willekeurig.

De uitdrukking 'toeval bestaat niet' zegt veel meer over de menselijke psychologie dan over de werkelijkheid. Het getuigt van het menselijke onvermogen om de miljoenen parallelle variabelen in het universum te overzien, gecombineerd met een diepgeworteld verlangen om voor onszelf structuur aan te brengen in de chaos.

De uitdrukking suggereert dat achter iedere ontmoeting, iedere tegenslag en ieder onverwacht geluk een verborgen logica schuilgaat. Wie zijn huissleutels vergeet en daardoor nét niet in een verkeersongeluk belandt, noemt dat doorgaans geen toeval. Wie zijn of haar levenspartner ontmoet doordat een trein vertraging had, ziet daarin wellicht de werking van het lot. 

Zelf kan ik er niet omheen dat toeval wèl bestaat. Neem genetische mutatie, een onderwerp waarover ik ‘toevallig’ het een en ander weet: een grillige loop in ons bestaan. Op een dag blijkt dat één lid van een gezin drager is van een mogelijk dodelijke genmutatie maar de biologische zus niet. Dat is een combinatie van willekeur (toeval) en een zekere biologische wetmatigheid. 

Vanuit wetenschappelijk perspectief is het bestaan van toeval bewezen. Het opgooien van een munt, het verval van een radioactief atoom of de genetische variant waarmee een mens wordt geboren: het zijn processen waarvan de uitkomst niet met zekerheid is te voorspellen. Dat wil echter niet zeggen dat de natuur chaotisch is. Veel gebeurtenissen verlopen volgens vaste natuurwetten, maar onze kennis is beperkt. Soms spreken we van toeval omdat we de oorzaken niet volledig kennen; soms omdat de uitkomst fundamenteel onvoorspelbaar is.

Maar de gemiddelde mens ervaart de wereld anders dan een natuurkundige. Ons brein is geëvolueerd om patronen te herkennen. Dat vermogen heeft ons geholpen roofdieren te ontwijken en voedsel te vinden maar het heeft ook een keerzijde. We verbinden losse gebeurtenissen met elkaar en construeren verhalen waarin sprake is van oorzaak en gevolg. Achteraf lijken gebeurtenissen dan vaak onvermijdelijk terwijl zij vooraf hoogst onzeker waren. Psychologen noemen dat hindsight bias: de neiging om achteraf te geloven dat iets voorspelbaar was.

Twee mensen kunnen exact dezelfde ervaring meemaken en daaruit een totaal andere conclusie trekken. De een noemt het een statistische samenloop van omstandigheden, de ander een teken van een hogere macht. Beide geven betekenis aan dezelfde gebeurtenis vanuit een verschillend wereldbeeld. 

Filosofisch gezien is de vraag nóg ingewikkelder. Als alles volledig wordt bepaald door oorzaken die teruggaan tot het ontstaan van het heelal, dan lijkt er inderdaad geen ruimte voor toeval. Alles gebeurt dan noodzakelijk. Maar zelfs in zo'n deterministische wereld zou toeval voor ons blijven bestaan, omdat niemand alle oorzaken kan overzien. Toeval is dan geen eigenschap van de werkelijkheid, maar zegt iets over onze eigen beperkingen.

Aan de andere kant biedt het bestaan van toeval juist een zekere vrijheid. Een wereld waarin alles vastligt, laat weinig ruimte voor verrassing, creativiteit en keuze. Dat onverwachte kansen zich aandienen, dat mensen elkaar ontmoeten zonder vooropgezet plan en dat levens onverwachte wendingen nemen, maakt ons bestaan rijker. 

Wie zegt dat toeval niet bestaat, spreekt doorgaans de hoop uit dat het leven samenhang heeft, dat pech of verdriet niet zinloos is en voorspoed meer is dan een gelukkige worp met dobbelstenen. Dat menselijke verlangen is begrijpelijk maar het bewijst de uitspraak niet, wat mij betreft. 

De wetenschap laat zien dat onvoorspelbaarheid een reëel onderdeel is van de werkelijkheid. De psychologie toont aan dat mensen betekenis zoeken in toevallige gebeurtenissen. De filosofie leert dat beide perspectieven (wel/geen toeval) naast elkaar kunnen bestaan. Daarom gaat het niet echt om de vraag of toeval wel of niet bestaat maar waarom wij zo graag geloven dat het niet bestaat. Juist in een onzekere wereld biedt de gedachte aan een verborgen orde houvast aan de angstige mens. 

Was het toeval toen de jongste de Grote Kleine troostte om zijn verlies? Ik denk het niet! 



donderdag 16 juli 2026

Hitteberoerte?

We videobelden onlangs met onze vriend Piet in Nederland. Hij vertelde bij die gelegenheid dat de bosbrand in Almería en de buitenlandse slachtoffers (Britten en Belgen) die daarbij zouden zijn gevallen, de gemoederen in het land flink bezighouden. In die provincie ging ruim 60.000 hectare in vlammen op. Er zijn ook veel Nederlanders die een vakantiehuis hebben in landelijke gebieden van Spanje dus het is niet zo moeilijk voor te stellen hoe akelig zo’n natuurramp op mensen overkomt. Levend verbranden is een van de gruwelijkste, pijnlijkste manieren van doodgaan, denk ik...   

Wij waren uitgenodigd voor de lunch bij onze vrienden Simone en Han-Dick. Simone, met Indonesische roots, zou voor ons koken. Ze is een heel goede kok en we houden allemaal van Indonesische gerechten dus we keken ernaar uit. Normaliter lunchen of dineren we op hun dakterras maar vanwege de oplopende temperatuur (het zou die middag 35 à 36 graden worden) hadden ze besloten niet te BBQ’en (saté) en niet in de openlucht te eten maar binnen met de koeling aan. 

Zij wonen in dezelfde woonplaats als wij maar dan aan de andere kant van de AP-7, op steenworp afstand van het centrum. Wij wonen iets buiten, in een wijk aan zee, zij kijken er in de verte op uit. Het uitzicht vanaf hun dakterras rijkt ver en is fraai. 

We gingen aan tafel en begonnen met een glaasje water voor de broodnodige hydratatie. Simone bereidde een uiterst smakelijke rijsttafel met babi ketjap, boontjes, ‘hete frietjes’ (gemarineerde, flinterdunne tempeh), sambaleieren en atjar. Een maaltijd met pit. Na enige tijd begonnen mijn liefje en ik flink te transpireren. De eerste gedachte bij derden is dan wellicht dat het komt door het pittige eten. Dat was in mijn geval niet zo want ik kan best pittig eten (in tegenstelling tot mijn liefje). 

Op een bepaald moment begon ook Simone haar gezicht te deppen met een servet. Mijn liefje en ik zaten toen al te soppen op onze stoelen. Onze haren kregen steeds meer een zwembadcoupe. Wat was hier aan de hand?

Het huis van Simone en Han-Dick is recent gebouwd, met alle moderne snufjes. Zo hebben zij een ingebouwd klimaatbeheersingssysteem dat kan verwarmen, ventileren en afkoelen. Simone keek op de display om te zien of er wellicht iets niet in orde was met de stand. Dat was niet het geval, volgens haar. Maar wij smolten steeds verder weg. Han-Dick vroeg of hij even moest kijken op het beeldscherm maar Simone had geen zin om te worden gecontroleerd door haar man. (Dat gevoel herkennen we -bijna- allemaal als vrouw...)

We praatten en aten door. Totdat mijn liefje zich echt ongemakkelijk ging voelen. Ze vroeg Simone om enkele ijsklontjes in een doek zodat ze die in haar nek kon leggen. Han-Dick besloot daarop alsnog op de display te kijken en constateerde daar een zonnetje, in plaats van het symbool van een ijskristal. Bleken we al ruim anderhalf uur met de verwarming aan te zitten. Tja.

Toen de airco aanging, koelde het vrij snel af in huis. Probleem opgelost. Vanzelfsprekend vlogen er rake opmerkingen en grappen door de afkoelende lucht. Simone is een slimme vrouw maar qua techniek mag ze nog een cursus of twee volgen, wat mij betreft. Een slimme meid is op de hitte voorbereid. Maar zij en Han-Dick zijn ware zonaanbidders en houden intens van de warmte. Wel meldde ik (alvast) dat er binnenkort een blog zou verschijnen over deze ervaring. (Bij dezen.) Een bordje atjar past bij komkommertijd! Na de lunch liepen mijn liefje en ik in Sahara-temperatuur terug naar de auto om daar op de display te constateren dat het 44 graden in de cabine was. Eenmaal thuis stond de thermometer op 36 graden, zoals voorspeld voor die middag. Extreme hitte!

Op weg naar huis lichtte mijn liefje uitgebreider toe wat ze die middag had gevoeld. Dat ze serieus dacht een hitteberoerte te krijgen. Haar hoofd begon raar te doen -dat is niet voor het eerst- en ze voelde zich onwel worden. Een mens kan rare dingen gaan zien en zeggen in zo'n situatie... Ik vertelde haar dat een hitteberoerte niet aan de orde was want in die (nood)toestand kan het lichaam helemaal niet meer zweten en dat deed ze deze middag nog overvloedig. Hitte-uitputting was het wellicht wel. Het duurde uren voordat zij zich weer de oude voelde. 

De afgelopen dagen moest ik denken aan de Tour de France-renners die nu bij temperaturen boven 30 graden Celsius honderden kilometers bergen op- en af moeten rijden. Kasian. In de wielersport wordt al gebruik gemaakt van hittetraining om het lichaam voor te bereiden. Bij sommige wielrenners loopt de interne lichaamstemperatuur tijdens het coursen in extreme hitte op tot 39, bij een enkeling zelfs tot 40 graden Celsius. Bij een hogere temperatuur kan er minder spierkracht worden geleverd.

Wielrenners zweten vooral om stijging van de lichaamstemperatuur te beperken. Er wordt gigaveel water gedronken, tot wel drie liter per uur (ofwel vier bidons). Nederlandse renner Mathieu van der Poel, recente etappewinnaar, doet zijn voorbereidingen aan de Costa Blanca en dat zegt genoeg. De grote winst van hittetraining is de toename in bloedvolume in het lichaam. Met een groter bloedvolume kun je per hartslag meer bloed rondpompen en zo kun je hard fietsen met een lagere hartslag.

In mei van dit jaar waren er in Spanje meer hittegerelateerde sterfgevallen dan in de vijf voorgaande jaren tesamen. 

Juni was hier de dodelijkste maand van het jaar sinds 2017. In de eerste negen dagen van juli werden 622 aan hittegerelateerde sterfgevallen geregistreerd. Volgens de recentste gegevens van het Dagelijks Sterftecijfer Registratiesysteem (MoMo) zijn er sinds 1 mei 1.682 sterfgevallen vastgesteld als gevolg van de hitte. De derde hittegolf van deze zomer eiste in slechts vijf dagen 622 doden. Men weet echter niet of deze personen zijn overleden aan een hitteberoerte. Wel staat vast dat ouderen tot de kwetsbaarste groep behoren.

De verwachting is dat we in dit land steeds vaker hittegolven zullen meemaken, met meer hete en tropische nachten die funest zijn voor een goede nachtrust. Bij ons zoemt ’s nachts een airco. We hebben er slechts één (in de logeerslaapkamer boven) maar die is van dermate goede kwaliteit dat het apparaat het grootste gedeelte van onze casita koelt, als dat nodig is. Dat is nu aan de orde. 

We leven nog. Ondanks alles zijn we nog steeds goede vrienden met Simone en Han-Dick (😉).


zondag 12 juli 2026

Aan de bar

Laatst bereidden we een lunch voor onze Spaanse overbuur-vrienden Guillermo en María Victoria voor. Dat werd weer eens tijd. Elk jaar komen zij uit Madrid de zomermaanden doorbrengen in hun vakantiehuis aan zee. Zij behoorden tot de eerste Spanjaarden in de straat die contact met ons zochten. Guillermo sprak toen behoorlijk goed Engels want hij had lang in de toeristenindustrie gewerkt. Ze waren niet bang voor buitenlanders! Zelf sprak ik hem altijd in het Spaans aan, al ging dat niet foutloos. Zij wisten dat ze mijn taalgebruik moesten corrigeren maar dat deden ze sporadisch. Van hen leerde ik paëlla maken, met de ingrediënten en merken waaraan zij de voorkeur geven.

We sleepten elkaar tijdens de coronapandemie door de strenge lockdown. Van achter onze poorten zwaaiden we dagelijks naar elkaar, vertelden hoeveel kilometers we al hadden afgelegd op onze patio’s. We stuurden elkaar foto’s van gerechten die we bereidden, zonden memes en grapjes door die we zelf hadden ontvangen (inclusief vertaling). Af en toe stak ik de straat even over voor een praatje op minder afstand. Dat is ook iets dat ik nooit zal vergeten.

Guillermo kreeg in corontijd een hersenbloeding. Een van de buurmeisjes, Cristina, was destijds nog thuis. Ze was net afgestudeerd als arts en deed wat ze moest doen. De ambulance liet destijds ellenlang op zich wachten. Er kwam zelfs lokale politie of guardia civil aan te pas. Moest de ambulance uit buurprovincie Murcia komen of uit eigen provincie Alicante? Lag het adres in Torre de la Horadada of in El Mojón? Die verwarring was er toen en is er nog steeds af en toe. (Alleen niet toen ik de ambulance belde voor mijn liefje die met een gat in haar hoofd onder aan de trap lag... Toen stond de ziekenauto in 5 minuten met zwaailichten en sirene voor onze poort.) 

Uitendelijk kwam Guillermo er goed vanaf. Toen hij terugkeerde uit het ziekenhuis kon hij nauwelijks praten. Terug in Madrid nam hij deel aan allerlei therapieën. Zijn Engelse taalbeheersing bleek hij geheel te hebben verloren. Het spijt hem maar het is zoals het is. Hij praat weer en maakt grapjes, al zegt hij zelf dat zijn hoofd niet meer is wat het was. Wel rijdt hij nog steeds auto.

Ja, het is hier momenteel warm (tweede hittegolf van deze zomer) maar op ons terras voor het huis is het gedurende het grootste deel van de dag goed toeven. Dat komt omdat we een ruime overstek hebben, een overkapping door het bovenbalkon die voor schaduw beneden zorgt. Daarnaast hebben we veel groen in de tuin dat eveneens voor schaduw en afkoeling zorgt. Een goede kwaliteit ventilator aan het plafond en een zonnescherm van degelijk materiaal doen de rest. Daar kunnen we ontbijten, lunchen en dineren als we willen. Zo komen we deze zomer wel door, zolang er een beetje wind blaast uit een andere richting dan de Afrikaanse Sahara. Of dat ook lukt in augustus, gaan we zien. Vorig jaar aten we vaak binnen. 

Onze Madrileense vrienden kwamen voor de lunch. Als kadootje kregen wij (onder andere) een grote bak kersen; groot, dieprood en vlezig. Uit Extremadura, de geboortegrond van María Victoria. Dat was een van de eerste dingen die ze jaren geleden met ons deelde: haar herkomst. Spanjaarden voelen een diepe band met hun geboortegrond, waar ze later in het leven ook terechtkomen. We horen dat ook van andere Spaanse buren. 

De regelmatige lezer weet dat Spanjaarden in deze contreien hun belangrijkste maaltijd van de dag eten rond 15:00 uur. Voor-hoofd-nagerecht. Ik kookte geen typisch Spaanse lunch, dat kunnen ze zelf beter. Na een rondje tapas werd het een driegangenmenu met een klein voorgerecht (met ricotta en van alles meer gevulde Murcia-tomaat), ravioli gevuld met wangetjes en Pedro Ximenez-saus, een dessert met Aziatisch tintje: gepureerde papaya/mango met kokosroom. Zij weten dat we in Bali woonden en daar mannetjes mee hielpen opvoeden. Ik had aandacht besteed aan de aankleding en legde uit dat wij een uitdrukking kennen die zegt dat mensen niet alleen met hun smaakpapillen eten maar ook ‘met de ogen’. De complimenten vlogen over het terras. 

Voordat we aan tafel gingen, gaf mijn liefje-de-tuinkabouter een rondleiding. Daarover lieten onze gasten zich evenzeer waarderend uit en dat is heel terecht. Onze tuin is klein maar fijn. Mijn liefje besteedt er veel tijd en energie aan, je kunt het haar grootste hobby noemen. 

Voor onze komst naar deze woonplek plantten de vorige eigenaren een subtropische struik in de tuin (die we kennen uit Bali). Het groeide uit tot een metershoge boom die een groot deel van het jaar in bloei staat met fijne paars-blauwe bloemtrossen en oranje-rode bessen die net als aalbessen aan een tros hangen. De bessen van deze stoutejongensstruik zijn giftig. In 2018 werd de boom bezocht door een kolibrievlinder, een soort uit de familie van de pijlstaarten. Dit insect is niet heel zeldzaam maar voor ons was het de eerste keer dat we het dier zagen op eigen terrein. 

Daarnaast staan er twee olijfbomen, een citroen- en een limoenboom, twee laurierbomen, een variatie hibiscussen, enkele ficussen, twee Japanse schijnanjers, twee soorten jasmijn, vele soorten inheemse vetplanten, diverse soorten kleine en middelgrote palmen en enkele soorten cacti. Rondom de zitjes in de tuin staan talloze citronella's. Een groene en natuurlijke manier om muggen op afstand te houden. Even met de hand langs de bladeren en de beschermende citrusgeur komt vrij. Het zoemt, kleurt en geurt in onze tuin!  

Tijdens die excursie viel Guillermo’s oog op een staander met glas in het midden van de tuin. Hij vroeg aan mijn liefje waartoe dat diende. Dat was onze vogelbar, zei ze enthousiast. Wij een borrel, zij een borrel. 

Er is momenteel veel te doen over alcoholgebruik in Nederland. Nieuw onderzoek toont aan dat zelfs 1 glas alcohol schadelijk is voor de gezondheid. De overheid moet alcoholgebruik dan ook ontmoedigen en denormaliseren, volgens het nieuwe advies van de Gezondheidsraad. Ruim driekwart van de Nederlanders ouder dan 18 jaar drinkt weleens alcohol, aldus de cijfers van het Trimbos-instituut. Organen lijden onder iedere druppel alcohol.

Hoe maak je iets ongewoon wat voor zoveel mensen nu gewoon is? Reclames spelen volgens verslavingsdeskundigen een belangrijke rol in het gebruik. Een algeheel reclameverbod zou volgens deskundigen de enige oplossing zijn. De prijs van alcoholvrije drankjes moet dalen, de prijsverschillen tussen alcoholisch en niet-alcoholisch moet omlaag. Alcoholverkoop zou moeten worden beperkt tot gespecialiseerde staatswinkels, naar Zweeds model. Organiseer feestjes zonder alcohol, op het werk en in privé. Zien drinken, doet immers drinken. Dat zijn enkele van de ideeën voor inperking. 

Ondanks alles vroeg ik mij af welk signaal werd gegeven toen Jezus eeuwen geleden -volgens de overlevering- water in wijn veranderde? Was dat dan bedoeld als kado aan de mensheid of juist als een beker vol gif?

Mijn liefje en ik maken ons schuldig aan alcohol drinken. In de zomer drinken we af en toe een cocktail als er iets speciaal is te vieren, bij de maaltijd drinken we wijn. Elke dag. In de zomer een jonge, frisse & fruitige rosé (huiswijn uit Rioja,  genaamd Marqués de Cáceres), in de winter is rode wijn favoriet. Mijn liefje en ik zijn voorlopig niet van plan te stoppen met deze slechte maar smakelijke gewoonte. Ik herinner mij dat de Spaanse oncoloog van mijn liefje jaren geleden zei dat twee glazen wijn per persoon per dag geen probleem mag zijn. Tja.

Onze vogelbar wordt momenteel meermalen per dag intensief gebruikt; het water wordt regelmatig verschoond en de glazen gaan in de vaatwasser. We zorgen goed voor onze gevederde vriendjes! Het gaat met name om leden van de residente groep Spaanse huismussen in onze tuin, onze stamgasten. Die komen al jaren dagelijks drinken. Recent kregen we echter nieuwe barbezoekers: insecten. Zoemende vriendjes, zal ik maar zeggen. Die zijn van essentieel belang voor een gezonde (bloeiende) tuin. Dat bezoek was nieuw voor ons. Fascinerend. 

Voor hen is het belangrijk dat het waterbakje tot de rand toe is gevuld. Dan kunnen ze op de rand landen en met hun monddelen druppels oplikken. Insecten verdrinken snel dus het is een hachelijk karweitje... Sommige insecten, zoals de kolibrievlinder, hebben een roltong maar daarover beschikt niet ieder insect. Het verschijnsel van drinkende insecten legde ik afgelopen week een aantal keren vast met mijn zoomlens. 

Het werd een genoeglijke middag voor alle aanwezigen.


woensdag 8 juli 2026

Margriet weet raad

Vrouwenblad Margriet (ondertitel ‘Weekblad voor vrouwen en meisjes’) verscheen in 1938 op de markt en viel wekelijks bij honderdduizenden Nederlandse huishoudens op de mat, met een boodschap die complimenteus maar begrenzend was. Het huishouden werd neergezet als een gewichtige, bijna verheven levensopdracht voor de vrouw. In de late jaren '60 van de vorige eeuw bereikte het weekblad meer dan 1 miljoen lezers per week. Vanaf die tijd en gedurende de jaren '70 veranderden Margriet en andere bladen van koers en werden een belangrijke katalysator voor de vrouwenemancipatie. Margriet ontving in 1978 zelfs de Lofprijs voor haar ‘emanciperende houding’. Het blad onderscheidde zich in die periode met taboedoorbrekende artikelen en maatschappijkritische toon.

Dat en veel meer las ik in het recent verschenen boek ‘Fopfeminisme’ van cabaretière, columniste, podcastmaakster en schrijfster Lisa Loeb (37). Een vrouw die voltijd werkt en dat met het moederschap combineert. Zij en partner Daniel verdelen de zorgtaken gelijkelijk, hij werkt vier dagen per week. Dit is Loebs derde boek. In het zomerseizoen van 2021 werd deze bezige bij uitgeroepen tot ‘Slimste mens’. 

Mijn moeder was Margriet-abonnee. Als meisje bladerde ik er weleens doorheen maar de onderwerpen -met name recepten en romantische verhalen- konden mij niet boeien; die waren voor oude vrouwen... Aanvankelijk was mijn moeder huisvrouw. Tijdens mijn lagereschooltijd wachtte ze mij altijd thuis op met een kopje thee en een koekje. In de jaren '70 ging ze werken in een stoffen- en fourniturenwinkel in Den Haag. Ze was coupeuse van beroep in een vorig leven in Twente dus dat werk paste haar. Ze was er goed in. Soms fietste ik na schooltijd langs om haar bezig te zien. Was het de emanciperende Margriet die haar daartoe aanzette?

Tijdschrift Margriet maakt sinds 2020 onderdeel uit van het uitgebreide portfolio van DPG Media; het mediabedrijf dat kranten, tijdschriften, televisiekanalen en radiozenders in eigendom heeft. Als abonnee van de Volkskrant heb ik toegang tot alle andere kranten en tijdschriften van dit gigantische Belgische bedrijf (familie van Thillo).

Mijn liefje trof onlangs de volgende horoscooptekst aan, overgenomen uit de Margriet. ‘Bij de Ram past een drankje dat net zo pittig is als zijzelf: de spicy margarita. Deze twist op de klassieke cocktail, waarbij een beetje chili- of andere peper wordt gebruikt, is in Amerika al ontzettend populair.’ (Ik vind het grappig dat margarita margrietje betekent in het Spaans.) 

‘Voor de Maagd (haar eigen sterrenbeeld) is een klassieke gin & tonic het beste zomerdrankje, en dan niet zomaar een. De Maagd is een kieskeurig sterrenbeeld dus zij zal een specifieke voorkeur hebben voor de soort tonic en het merk gin die worden gebruikt.’ Alhoewel ik geen waarde hecht aan horoscopen was dit in de roos. Margriet weet raad! Die beide drankjes zijn al jarenlang onze favoriete zomerdrankjes.

Ik wist dat Lisa Loeb een brede interesse heeft en een culturele duizendpoot is maar wat ik niet wist is dat ze zichzelf ‘professioneel feministe’ noemt. Ik denk dat ze daarmee bedoelt dat het voor haar verdergaat dan een overtuiging. Wellicht dat ze daarmee ook bedoelt dat ze van de strijd voor gendergelijkheid haar beroep heeft gemaakt. Vorig jaar begon ze met een feministische nieuwsbrief op Substack, getiteld ‘Onder de Loeb’, net voor Internationale Vrouwendag.

Loeb groeide zelf op in een gezin waarin werk en zorg gelijkelijk werd verdeeld tussen de ouders. Haar vader en moeder runden samen een uitgeverij. Allebei eigenaar, allebei directeur. “Ik dacht dat dat normaal was. Dat als je samen een kind krijgt, je daar ook samen voor zorgt en allebei geld verdient. Maar als mensen belden en mijn moeder opnam, vroegen ze naar de directeur. Bij mijn vader gebeurde dat nooit.”

In mei 2026 werd ze naar aanleiding van haar nieuwe boek geïnterviewd door een journalist van Het Parool. In dat interview zegt ze onder andere “Ik wilde een verhaal over de ongelijkheid in het nu vertellen maar ik wilde ook weten: hoe is dat ontstaan? Daarvoor moest ik steeds een stap terug in de geschiedenis. Ik kwam uit bij handelingsonbekwaamheid en dacht: hoe is dat ooit in Nederland ingevoerd? Toen kwam ik uit bij Napoleon. En daarna vroeg ik me af: was er ooit een tijd waarin vrouwen wèl voorliepen, waarin we echt een gidsland waren? Toen kwam ik uit bij de begijnen. Het heeft me helemaal opgeslokt.”

Wie Loeb alleen kent van televisie of theater, verwacht misschien een luchtig pamflet met oneliners. Dat is ‘Fopfeminisme’ geenszins. Regelmatig prikt ze mythes door met scherpe observaties. Ze vertrekt vanuit een simpele vraag. Hoe kan het dat Nederland zichzelf beschouwt als een voorloper op het gebied van vrouwenrechten, terwijl internationale ranglijsten juist een flinke terugval tonen? Nederland klopt zich graag op de borst als wereldkampioen emancipatie maar ondertussen zakte het land in een jaar tijd van plek 28 naar 43 op de wereldranglijst voor gendergelijkheid.

Dat gegeven vormt het startpunt van een bijna 400 pagina's tellende zoektocht door de Nederlandse geschiedenis, politiek en cultuur. De titel ‘Fopfeminisme’ is goed gekozen, wat mij betreft. Loeb betoogt niet dat feminisme een fopspeen is maar dat Nederland zichzelf sust met het idee dat de emancipatiestrijd grotendeels is voltooid. Terwijl er tevreden achterover wordt geleund, blijkt de werkelijkheid een stuk weerbarstiger. Dat is geen vrolijke boodschap maar wel een die de auteur met kennis van zaken en de nodige flair weet te brengen. 

Nederland ziet zichzelf graag als gidsland. In haar boek houdt Loeb die overtuiging tegen het licht. Haar conclusie is helder maar ongemakkelijk: Nederland is veel minder geëmancipeerd dan wordt gedacht. Ze laat zien hoe eeuwenoude wetgeving, religieuze invloeden en politieke keuzes hun sporen hebben nagelaten in de huidige samenleving. Een grote verdienste van ‘Fopfeminisme’ is dat de auteur niet blijft hangen in verontwaardiging. 

De rol van vooraanstaande mannelijke en vrouwelijke politici (confessionelen, liberalen en sociaaldemocraten) die emancipatie in hun portefeuille hadden, wordt grondig doorgelicht. De verschillende feministische golven worden toegelicht. ‘Afgezien van het formele kiesrecht voor vrouwen (in 1919, dankzij Aletta Jacobs) wilden de feministen van de eerste golf drie dingen: dat de vrouw een vrij en handelingsbekwaam mens zou worden, dat ze haar potentie zoveel mogelijk zou verwerkelijken en dat ze volwaardig lid zou worden van de maatschappij.’ Dat we wettelijk gelijk zijn, betekent echter niet dat we ook economisch gelijk zijn. In 2006 verklaarde Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Geus (CDA) de emancipatie van vrouwen als voltooid. We weten inmiddels hoe onterecht dat is. 

In het tweede deel van het boek richt Loeb zich op het doorprikken van de mythes (die van gidsland, vrije keuze, meritocratie en natuurlijke verschillen) die volgens haar de ongelijkheid in stand houden. Ze fileert ideeën over keuzevrijheid en het vermeende Nederlandse emancipatiesucces. De centrale boodschap is dat individuele keuzes niet los kunnen worden gezien van maatschappelijke structuren en politiek arbeidsmarktbeleid. Constructies als handelingsonbekwaamheid, kostwinnerschap, huisvrouwenideaal en halfverdienersmodel benadeelden vrouwen eeuwenlang. De overheid deed in de loop van de tijd niets om de verdeling eerlijker te maken terwijl het toch gaat om de helft van de totale bevolking. Vrouwen mochten werken zolang een regering dat nodig achtte te eigen bate.

Nederland scoort in internationale vergelijkingen hoog op waarden als (wettelijke) gelijkheid, vrijheid en tolerantie. Maar Nederland behoort tot de slechts presterende landen als het gaat om de economische positie van vrouwen. Op het domein ‘geld’ in de Gender Equality Index van het Europese EIGE-instituut staan we op de 26ste plek (van 27 in totaal). Op het subdomein ‘financiele bronnen’ (inkomen uit werk en pensioen zijn we hekkensluiter. (Gegevens zijn uit 2025.) Nederlandse vrouwen verdienen minder, verrichten minder uren betaald werk en bouwen minder pensioen op dan vrouwen in de rest van de EU.

Loeb zal niet iedereen overtuigen met haar boek. Mij wel. Sommige lezers zullen wellicht vinden dat zij complexe vraagstukken soms te resoluut verklaart vanuit patriarchale structuren. Die stelligheid vind ik echter een kracht, geen tekortkoming. Het debat dat zij wil losmaken, zal echt niet eindigen bij de laatste bladzijde van dit boek en die bedoeling is zeer te waarderen. 

De professionele recensies die ik las, zijn het erover eens dat ‘Fopfeminisme’ een goed onderbouwd en urgent boek is. De auteur wordt geprezen om de manier waarop zij historische ontwikkelingen verbindt met hedendaagse maatschappelijke discussies. Het is ook prijzenswaardig dat ze het Nederlandse zelfbeeld ter discussie stelt, vind ik. De heldere stijl en de overtuigende opbouw worden tevens genoemd als sterke punten van het boek. Aanrader!

Ook een aanrader voor columnist Sander Schimmelpenninck die meent dat de genderongelijkheid te wijten is aan de gebrekkige ambitie van Nederlandse vrouwen. Hij noemt parttime-werkende vrouwen in zijn columns provocerend ‘deeltijdprinsesjes’. Welnu Sander, deeltijd is een symptoom van een scheve verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen. Daar zit een eeuwenlang structureel patroon achter van de overheid. Dus ja, lees dit boek. Ook Schimmelpenninck werkt voltijd en verdeelt de zorgtaken voor een peuter en baby gelijkelijk met zijn Zweedse partner. 

Loeb gaf in het Parool-interview aan voortaan de voorkeur te geven aan het begrip gendergelijkheid (in plaats van vrouwenemancipatie). Er bestaan meer genders en die verdienen een gelijke positie qua arbeid. Daarvoor moet iedereen iets doen, of juist laten. Ook mannen. 

Het emancipatiebeleid van Nederland kent geen enkele doelstelling voor mannen. Die lijken tot dusver ‘dispensatie van emancipatie’ te hebben. Het zijn vooral vrouwen die keer op keer worden geproblematiseerd: ze werken te weinig, ze werken teveel, ze zijn te weinig ambitieus, ze zijn geen goede moeder. Tja. 

‘Professioneel feministe’ Loeb is loepzuiver in haar intenties met dit boek. En nee, met haar kritiek op het Nederlandse systeem is ze geen nestbevuiler, wat mij betreft. Ze weet historische feiten, politieke analyses en cijfers op overtuigende wijze om te smeden tot een interessant verhaal dat leest alsof je praat met een clubje feministische vriendinnen. Vrouwen die weigeren het gesprek over dit onderwerp af te sluiten met “ach, het valt allemaal wel mee”. Na lezing van dit boek wordt het lastig om dat te blijven verkondigen.


zaterdag 4 juli 2026

Vandalen

De Verenigde Staten vieren vandaag hun 250-jarig jubileum. Het land kijkt terug op tweeënhalve eeuw grootsheid. Dit wordt overal groots gevierd, of het nu door America250 (een bipartijdig orgaan dat door Obama werd opgericht en ingesteld door de Senaat) of door de alternatieve organisatie Freedom250 (door Trump geïniteerd) wordt georganiseerd; twee elkaar beconcurrerende instanties. 

Het is weliswaar de verjaardag van de gehele natie maar er bestaat geen consensus over de te vieren geschiedenis en de manier waarop. De duistere bladzijden in de Amerikaanse geschiedenis ontbreken ten enenmale op Trumps feestje. Verwijzingen naar de slavernij, segregatie en klimaatverandering (de VS staat in de Top3 van grootste vervuilers ter wereld) ontbreken. Tja. 

Tweeënhalve eeuw geleden begon men de belofte van 'leven, vrijheid en het nastreven van geluk' uit te dragen. Anno 2026 is dat geluk voor vele Amerikanen ver te zoeken. De ‘Amerikaanse Droom’ is geëvolueerd van een ambitieuze onafhankelijkheidsverklaring naar een bijna inhoudsloze marketingcampagne. Het idee dat iedereen, ongeacht afkomst, sociale klasse of achtergrond, succes en welvaart kan bereiken, blijkt een wassen neus. Het oorspronkelijke idee was gebaseerd op hard werken en de overtuiging dat je met de juiste inzet je eigen lot kon bepalen. 

Dat is al lang niet meer zo. Toen de Founding Fathers de grondwettekst schreven, hadden ze een gematigde president voor ogen die boven de partijen wilde staan. Niet de vandaal die nu in het Witte Huis vertoeft. Sinds zijn eerste regeringstermijn noem ik hem in mijn blogs ‘The Great Deranger’, de grote ontregelaar. Men viert de triomf van de democratie terwijl de democratie afbrokkelt. De huidige president beschikt niet over enig democratisch ethos, wel in ruime mate over autocratische trekken. Hij trekt steeds meer macht naar zich toe en het Hooggerechtshof weigert zijn groeiende macht aan banden te leggen. (Dat bleek afgelopen week opnieuw.)

Het land is trots op zijn militaire, technologische en culturele wereldhegemonie. Zo kijkt de VS terug op een geschiedenis waarin het de wereld redde, het internet bedacht en de consumptiemaatschappij vormgaf. Ironisch genoeg is het ook het land dat nu oorlogen start zonder duidelijk doel of weloverwogen exit-strategie, een land met tech-bedrijven die met hun producten de wereld lelijker en gevaarlijker maken, en het land waar men dagenlang in de rij staat voor een nieuwe gadget, voor de supermarkt, voor gezondheidszorg en voor vluchten. Daardoor ontstond er een zogenaamde ‘Skip the Line’-economie: mensen met meer besteedbaar inkomen kunnen daar gebruikmaken van voorrangswegen nieuwe stijl. 

Het is het land waar Big Tech de wereld ontegenzeggelijk heeft verbonden maar dat bracht tegelijkertijd grote maatschappelijke en psychologische uitdagingen met zich mee. Of socialmedia de wereld per saldo slechter hebben gemaakt, blijft onderwerp van fel debat onder experts.

Deze natie is de ultieme paradox. Enerzijds is er het geloof in eigen exceptionalisme, anderzijds is er de realiteit van verdeeldheid, extreme polarisatie en culturele strijd. De viering in Washington D.C., georganiseerd door DC250, illustreert dit perfect: groots vuurwerk en ‘over de top’-festiviteiten, bijgewoond door bewoners die hevig debatteren over de eigen identiteit en hun gedeelde geschiedenis. Desondanks blijft de kracht van Amerikanen de onverwoestbare hoop dat alles morgen beter wordt.

Een kwart millennium vrijheid, vooruitgang, democratie en zelfvertrouwen. Althans, dat is het officiële verhaal. Volgens president Trump moet het een feest worden dat alle voorgaande feesten overtreft: groter, mooier, glimmender en patriottischer dan ooit tevoren. In een land waar de  ontbijtpannenkoeken al het formaat van een fietswiel hebben, klinkt dat logisch.

Amerika -zeker onder de huidige president- houdt immers van superlatieven. Het grootste leger. De hoogste vlaggenmasten. De beste economie. De luidste verkiezingscampagnes. De beste parades. De grootste hamburgers. De dikste wereldburgers. En nu dus ook het grootste verjaardagsfeest uit de geschiedenis van de republiek.

Je zou bijna vergeten dat de Verenigde Staten ooit begonnen als een verzameling opstandige kolonisten die het gezag van de Britse kroon zat waren en hun ongenoegen uitten door een lading thee in een haven te kieperen (Boston Tea Party, 1773). Een daad die in andere tijden en andere landen wellicht als vandalisme zou worden bestempeld maar die in de Amerikaanse geschiedschrijving de status van heldhaftige vrijheidsdaad kreeg en behield. Dat is overigens een terugkerend thema in de Amerikaanse geschiedenis: wanneer Amerikanen iets vernielen, heet dat vaak patriottisme. Wanneer anderen hetzelfde doen, heet het vandalisme. 

De toenmalige opstandelingen waren de Britse koning zat, vandaag de dag zit het Amerikaanse volk opgescheept met iemand aan het roer die zichzelf koning waant en zijn gezin ziet als de 'Royal Family' van het land. Tijdens de tweede regeringstermijn van Trump begonnen de 'No Kings'-demonstraties. In maart van dit jaar gingen 8 miljoen Amerikanen de straat op in 50 staten om te protesteren.  

De Verenigde Staten presenteren zich graag als de ‘Home of the Brave’, het thuis van de moedigen. Dat klinkt indrukwekkend totdat men zich realiseert dat een aanzienlijk deel van die moed bestaat uit het voortdurend verzamelen van vuurwapens. Geen enkel ontwikkeld land ter wereld heeft zo'n innige liefdesrelatie met geweren, pistolen, revolvers en automatische wapens. Geen enkel ontwikkeld land kent jaarlijks zoveel doden door binnenlands wapengeweld. Wij, Nederlanders, zijn enthousiast over ons nieuwste koffiezetapparaat, Amerikanen zijn superblij met hun nieuwste AR-15 die ze ‘for fun’ aanschaffen en koesteren als een huisdier.

Het is een fascinerende paradox. Het land dat zichzelf beschouwt als baken van beschaving en democratie telt tegelijkertijd honderden miljoenen vuurwapens die in particuliere handen zijn. Soms van de gevaarlijkste gekken. De boodschap lijkt te zijn: wij vertrouwen onze vrijheid volledig totdat we onze voordeur openen. Dan is het tijd voor bewapening. De geschiedenis van de Verenigde Staten is rijk aan heldenverhalen waarin wapens de hoofdrol spelen. Van de Amerikaanse frontier tot het Wilde Westen, van de Burgeroorlog tot hedendaagse conflicten. Een wapen is er bijna even heilig als de ‘Stars and Stripes’ (nationale vlag). Soms lijkt het zelfs alsof de Amerikaanse adelaar zijn vleugels alleen kan uitslaan dankzij een mega-munitievoorraad.

In de aanloop naar dit 250-jarig jubileum wil Washington een toonbeeld zijn van nationale grandeur. Monumenten moeten schitteren. Pleinen moeten blinken. Toeristen moeten onder de indruk raken van het bewijs dat Amerika nog altijd het machtigste land op aarde is, zoals Amerikanen zelf menen.

Dat is een goede overgang naar de inmiddels roemruchte ‘Reflecting Pool’ in Washington D.C., die lange spiegel van water tussen het Lincoln Memorial en het George Washington Monument. Dit nationale pronkstuk moest er natuurlijk piekfijn uitzien voor de feestelijkheden. Het water is echter al lange tijd groen door algengroei. Dus Trump verzon een list. De bodem moest Amerikaans donkerblauw worden geverfd. Enkele dagen na de behandeling (en 14 miljoen dollar armer) ontplofte de alggroei. De restauratie bleek geen toonbeeld van Amerikaanse efficiëntie.

Zoals wel vaker bij prestigieuze projecten ontstonden technische problemen, vertragingen en ongemakkelijke vragen. En toen verscheen de presidentiële verklaring dat ‘vandalen’ verantwoordelijk zouden zijn voor de ellende. Het is een prachtige politieke reflex: als iets niet werkt, moet er een schurk zijn. Het liefst een anonieme schurk, want die kan zichzelf niet verdedigen.

Het beeld is bijna komisch als het niet zo dramatisch zou zijn... Een land dat mensen naar de maan stuurt, miljardenbedrijven voortbrengt op technologisch vlak en geavanceerd militair materieel bouwt, zou worden gedwarsboomd door een paar onverlaten die een meertje saboteren. Alsof de grootste economische macht ter wereld plotseling machteloos staat tegenover iemand met een plakkaat verf in de hand. Trump verklaarde publiekelijk dat de vandalen jarenlang de gevangenis in zullen gaan. (Daarna was het stil...) 

Amerika houdt van duidelijke rollen: helden aan de ene kant, schurken aan de andere. Patriotten tegenover landverraders. Good cops versus bad cops. De werkelijkheid is doorgaans ingewikkelder maar ingewikkeld verkoopt slecht tijdens Trumps jubileumfeest.

En dus zal vandaag het vertrouwde decor verschijnen: vlaggen, vuurwerk, militaire parades, patriottische toespraken, politieke uitspraken en eindeloze verwijzingen naar vrijheid en economische vooruitgang. Men zal spreken over moed, uitzonderlijkheid en nationale grootsheid. Politici zullen verklaren dat nergens ter wereld een volk bestaat dat zo vrij, machtig en creatief is. 

Ondertussen houdt de ironie hardnekkig aan. De president van het land dat ooit begon met het vernielen van Britse eigendommen klaagt nu over vandalen. Het land dat zichzelf ziet als kampioen van orde en beschaving kent een haast religieuze verering van wapens. Het land dat de geschiedenis viert als een triomf van vrijheid worstelt voortdurend met de vraag hoe die vrijheid voor tegenstanders moet worden begrensd.

Dat lijkt met Trump de kern van het hedendaagse Amerikaanse verhaal. De Verenigde Staten zijn niet perfect. Het is een verzameling tegenstrijdigheden die zichzelf met indrukwekkend enthousiasme blijft presenteren als het grootste succes ter wereld. En het moet worden gezegd: daarin schuilt een zekere kwaliteit. Geen volk ter wereld weet zijn eigen legendes zo overtuigend te verkopen. 

In Huize Barefoot proosten we op de Verenigde Staten, het land dat de Tweede Wereldoorlog beeïndigde en Europa bevrijdde van een megalomane gek. We proosten zeker niet op het land van nu, met een president die overeenkomstige trekken heeft met de gek van weleer. 

Amerika is niet langer het icoon van de vrije wereld, met al zijn antidemocratische, racistische en neofascistische groepen die hunkeren naar een blanke etnostaat. De leden van Patriot Front (hoezo patriotten?!) togen gemaskerd en met honderden vlaggen naar Washington om hun feest te vieren. Sneue mannen, brave girl! Deze foto van Cheney Orr/Reuters zou weleens foto van het jaar 2026 kunnen worden.  

Wanneer later vandaag de laatste vuurpijl boven Washington uiteenspat en de Reflecting Pool opnieuw probeert te weerspiegelen wat er tegenover staat, zal Amerika zichzelf zien zoals het dat het liefst doet: groots, glorieus en onoverwinnelijk. En als er dan toch iets misgaat, zijn er altijd nog de vandalen.



woensdag 1 juli 2026

Halverwege

Vandaag, 1 juli, maken we de tussenbalans op. De eerste zes maanden van 2026 zitten erop. Is het glas tot dusver halfvol of halfleeg? Wat ik in ieder geval kan concluderen, is dat de mens een merkwaardig wezen blijft. We bouwen superkrachtige, razendsnelle AI-modellen maar raken in paniek als de eigen wifi het even laat afweten. We dromen van Mars maar spuwen ons gal als we in de file naar het werk staan. Er is altijd genoeg om bij stil te staan. Ook nu. 

In sportief opzicht verkeert de wereld in zomerse extase al gaat die dit jaar grotendeels aan mij voorbij. Het eerste WK-toernooi mannenvoetbal met 48 landen is in volle gang en verbindt miljoenen mensen voor de buis, in buurten, op pleinen en in cafés. Zelfs wie geen fan is van het spel, kent inmiddels het speelschema van ‘Oranje’ of ‘La Roja’ (het Spaanse nationale elftal). Beide teams werden groepswinnaar. Een supercomputer noemde Europees kampioen Spanje voor aanvang van het toernooi topfavoriet voor de WK-titel. 

Wat ik leuk vind, is dat debutant Kaapverdië het zo goed doet. De bijnaam van dit team is ‘Tubarões Azuis’ in Portugees: de blauwe haaien. Wat ik ook kan waarderen is dat de elftallen van de organiserende landen alledrie doorgingen naar de volgende fase, de knock-outfase. Mexico overleefde de eerste knock-outwedstrijd. Het eerste leedvermaak is een feit: Duitsland werd verslagen door Paraguay en ligt eruit. Het volgende leedvermaak zal ik voelen als The Yanks, bijnaam voor het Amerikaanse elftal, sneuvelen voordat het grote ‘Trumpfeest’ begint op 4 juli. (Dan vieren de Verenigde Staten hun 250-jarig bestaan; zie volgende blog). 

In maart maakte de Euclid-ruimtetelescoop van de Europese Ruimtevaart organisatie (ESA) de beste en gedetailleerdste foto van het centrum van de Melkweg, het immense sterrenstelsel waarin zich ons zonnestelsel en planeet Aarde bevinden. Het herbergt 100 tot 200 miljard sterren en functioneert als een enorme draaikolk. Op die oogverblindende foto waren meer dan 60 miljoen sterren te zien in het hart van dit stelsel. In april van dit jaar werd geschiedenis geschreven met de succesvolle Artemis II-missie. Voor het eerst in meer dan 50 jaar reisden er weer mensen richting de maan, waarbij het record voor de bemande vlucht die ooit het verst van de aarde vloog, werd verbroken. 

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid leverden hernieuwbare energiebronnen wereldwijd in de eerste maanden van dit jaar meer stroom op dan steenkool. Een kantelpunt, hoop ik. Dat zou een grote mijlpaal in de energietransitie zijn. Steeds meer steden ter wereld vergroenen. De wereldwijde investeringen in schone energie bereikten een recordhoogte van circa 2,2 biljoen dollar.

In Nederland trad de nieuwe regering-Jetten aan die tot nu toe relatief weinig daadkracht toonde. Het kabinet had de doelstelling om vóór de zomer van 2026 500 overbodige regels te schrappen of te vereenvoudigen; dat werd niet gehaald. Van dit totaal zijn er bijna 100 daadwerkelijk geschrapt. In Spanje ging het leven door al nemen de problemen voor de regering-Sánchez in rap tempo toe. Corruptie in eigen PSOE-gelederen is de grootste oorzaak. 

Er waren officiële staatsbezoeken in Den Haag van de Indiase regering en het keizerlijk paar van Japan. In Spanje bracht het bezoek van paus Leo XIV honderdduizenden mensen op de been in Madrid, Barcelona en de Canarische Eilanden. Zijn oproep tot verzoening was actueler dan ooit.

Spanje presteerde in de eerste maanden van dit jaar aanzienlijk beter dan het gemiddelde in de gehele Eurozone. Het reële BBP (Bruto Binnenlands Product, gecorrigeerd vóór inflatie) groeide in het eerste kwartaal met 0,6%. De Nederlandse economie ondervond een lichte vertraging in groei. Het BBP viel daar lager uit in het eerste kwartaal: 0,1%. 

Een vol boodschappenmandje is nog altijd duurder dan veel consumenten zich kunnen veroorloven, zowel in Spanje als in Nederland. Huur- en koopwoningen blijven schaars. Jongeren vragen zich steeds vaker af of zij ooit nog een huis kunnen kopen. De Franse econoom Thomas Piketty zei ooit dat wie geld ‘overheeft’ om te investeren, zijn of haar vermogen sneller kan laten groeien dan wie voor zijn of haar inkomen afhankelijk is van werk. Tja.

Terwijl veel nationale en lokale politici in Nederland grote moeite hebben de Spreidingswet in eigen land openlijk te verdedigen en uit te voeren (wet die medewerking verplicht aan het onderbrengen van migranten in dorpen en steden verspreid over het land), kondigde de Spaanse regering een generaal pardon aan. De deadline verliep gisteren, 30 juni. Er meldden zich ruim 1 miljoen ongedocumenteerde kandidaten. 500.000 krijgen na goedkeuring van hun aanvraag een burgerservicenummer, recht op gezondheidszorg en een woon- en werkvergunning voor 1 jaar. Vervolgens kunnen ze doorstromen naar de reguliere Spaanse asielprocedure en eventueel een paspoort ontvangen. De minister van Migratie zei: ‘wij kijken niet weg [..] en we zijn niet vergeten dat Spanje ooit een land van emigranten was.’ Zo kan het ook. 


Illustratie: Bas van der Schot
De beursgang van SpaceX, het bedrijf van Elon Musk, deed veel stof opwaaien. Het was de grootste IPO ooit, met een aandelenuitgifte van 75 miljard dollar. De CEO was twee dagen lang biljonair, als eerste ter wereld. Critici zien zijn invloed onder andere als bedreiging voor Europese democratische waarden -Musk steunt extreemrechts luidkeels- en manipulator van feiten. Hij zit op de bodem van de halflege fles, wat mij betreft (als past zijn BIG EGO daarin niet...).

Ronduit negatief zijn ook de oorlogen die tijdens dit halfjaar voortduurden (Oekraïne, Gaza en Soedan) en begonnen (Iran). Nieuwe spanningen ontstonden, oude conflicten bleven dooretteren. Ik vind het wel positief dat Oekraïne nu een vuist lijkt te kunnen maken op Russisch grondgebied. De brandstofsituatie in Rusland begint nijpend te worden, door aanhoudende Europese sancties en nieuwe Oekraïnse aanvallen op Russische raffinaderijen. Inktzwarte wolken boven Moskou, een bemoedigende ontwikkeling. Laat Poetin tot bezinning komen! 

Het klimaat trok zich weinig aan van politieke agenda's. De grens van 1,5 graad opwarming van de aarde werd in de afgelopen maanden gepasseerd. De VN heeft nu  officieel erkend dat de aarde die kritieke grens definitief heeft overschreden. 

Recordhoge temperaturen (vroege hittegolven) in grote delen van Europa, wijdverspreide droogte en waterschaarste in grote delen van de VS en de komst van een super-El Niño maken duidelijk dat Moeder Aarde geen geduld meer heeft met ons uitstelgedrag. Ook Nederland kreeg te maken met grote natuurbranden op de Veluwe die we tot voor kort alleen van Zuid-Europa kenden.

Daarentegen boekten wetenschappers in de medische hoek vooruitgang op het gebied van precisiegeneeskunde, gentherapie en AI-gestuurde diagnostiek. Klinische doorbraken waren er in de afgelopen maanden met name in AI-ondersteunde CRISPR-genbewerking.

Ondanks alles lijkt het optimisme halverwege 2026 behoorlijk taai.

Elke dag van het jaar waarop er geen oorlog uitbreekt en er geen milieu- of natuurramp plaatsvindt, haalt het Journaal niet. Elke patiënt die geneest, elke leerling die slaagt, elke buur die er is voor de ander: het is geen wereldnieuws maar ze houden de wereld wel draaiend.

Op naar de tweede helft van het jaar! Hopelijk met minder polarisatie, meer nieuwsgierigheid en verwondering naar elkaar en de leefomgeving, met een paar graden minder, een betaalbare kop koffie en voor voetballiefhebbers de hoop dat Spanje nog een tijdje op dit WK blijft meespelen. Oranje werd uit het toernooi gekegeld door een Marokkaan die tot voor kort bij voetbalclub Philips Sport Vereniging (PSV) speelde. Roemloos ten onder in Monterrey... Dit glas, nee deze fles, is helemaal leeg! 


zondag 28 juni 2026

Orgullo

Vandaag wordt in mijn woonplaats een evenement georganiseerd dat ‘Día del Orgullo’ heet, het Spaanse woord voor ‘trots’. Oftewel: Pride. De campagne erachter heet ‘Simplemente AMA’, Simply Love. 

Het is het ieniemienie-zusje van de Gay Pride Parade die in grote steden over de hele wereld wordt georganiseerd, zoals in New York. Daar wordt doorgaans een mars gehouden waaraan honderd duizenden mensen deelnemen. 

Hier zullen we geen mannen met tepelpearcings in latex pakjes aantreffen, geen travestieten op hun allermooist uitgedost, geen stoere dykes op ronkende motoren. Niets van dat alles. Hier wordt het een rustig dagje uit aan een Spaanse costa, met een paar standjes en iets meer kleur dan gemiddeld. Mijn liefje en ik gaan er naartoe maar zullen snel weer thuis zijn, vermoed ik. Dat is niet badinerend bedoeld. Ik ben blij dat er tijd en ruimte voor een dergelijke dag is!

Op de Spaanse versie van Wikipedia vind je een tijdlijn van de geschiedenis rondom homoseksualiteit in het land dat we nu Spanje noemen. Daarin trof ik een aantal interessante feiten aan.

  • Tijdens het concilie van Toledo -een prachtige Spaanse middeleeuwse stad die we afgelopen april bezochten- in 693 werd bepaald dat homoseksuele handelingen zouden worden bestraft met ‘castratie, uitsluiting van de communie, het afknippen van het haar, honderd zweepslagen en verbanning’.
  • In 1061 werd in Galicië (mogelijk) het eerste huwelijk tussen twee mannen gesloten. Ze werden door een priester in de echt verbonden. 
  • In 1408 werd het eerste sodomieproces in kroongebied Castilië gehouden; dat werd gedocumenteerd in Murcia. 
  • In 1483 startte de Spaanse Inquisitie en vanaf dat moment werden zogenaamde ‘sodomieten’ gestenigd, gecastreerd en verbrand. Tussen 1540 en 1700 overkwam dat meer dan 1.600 mannen. 
  • In 1508 werd de eerste vermelding gedocumenteerd van het scheldwoord ‘maricon’ (flikker, mietje). Het komt uit de komedie ‘Serafina’ van Bartolomé Torres Naharro. Dit wordt hét Spaanstalige scheldwoord voor homo’s en wordt nog steeds gebezigd. 
  • In 1848 werden sodomie en homoseksualiteit verwijderd uit het Spaanse Wetboek van Strafrecht. 
  • In 1909 trouwden Marcela Gracia Ibelas en Elisa Sanchez Origa in A Coruña (Galicië). Om dit te bewerkstelligen, nam Elisa de mannelijke identiteit aan van Mario Sánchez en verscheen als zodanig op de huwelijksakte.

Tot zover mijn korte overzicht van enkele hoogte- en dieptepunten in de tijd.

Het recentere verhaal over de LGBT-gemeenschap kent ook vele ups & downs. Tijdens de lange jaren van het Franco-regime (1939-1975) konden leden van deze gemeenschap zich niet vrijelijk uiten. De dictatuur waarin Spanje verkeerde, dwong hen hun identiteit en liefde te onderdrukken om vervolging te voorkomen. Ze werden als ziek bestempeld en hun seksuele geaardheid werd als een misdaad beschouwd. Degenen die zich hiertegen verzetten, ondervonden ernstige gevolgen, zoals gevangenisstraf of de dood.

De repressie nam in de loop van de tijd toe. Tijdens zijn dictatuur vaardigde Franco een wet uit die deze mensen hun vrijheid ontnam en hen dwong zich aan zijn regels te onderwerpen. In 1954 wijzigde hij de ‘Wet op Landlopers en Delinquenten’ die in 1933 was opgesteld, om homoseksuele mannen en lesbische vrouwen erin op te nemen. Het doel was hun identiteit te hervormen en te voorkomen dat ze hielden van wie ze werkelijk wilden houden. Sommigen van hen werden gevangengezet of opgesloten in psychiatrische inrichtingen, waar allerlei experimentele therapieën werden toegepast, zoals elektroshocks en lobotomie. In deze instellingen leden slachtoffers onder allerlei vormen van misbruik, waaronder verkrachting en seksueel geweld. Een groot aantal werd zelfs vermoord.

De meest vooraanstaande Spaanse dichter Federico García Lorca (1898-1936) werd in 1936 in Málaga in het huis van vrienden van zijn bed gelicht door de CEDA (een lokale extreemrechtse groep) en enkele Falangisten. Leden van de Guardia Civil executeerden hem in augustus van dat jaar. Omdat hij, naar verluidt, ‘een vieze nicht’ was. 

Garcia Lorca sympathiseerde met het Volksfront en verzette zich met zijn antifascistische ideologie tegen het Franco-regime. Een van zijn meest indringende dichtbundels is ‘Sonetos del amor oscuro’ (sonnetten van een duistere liefde) die hij schreef in 1935-1936. De gedichten werden posthuum uitgebracht. Hierin komt zijn wanhoop over de seksuele onderdrukking duidelijk naar voren. 

Sinds 1936 bleven veel details van zijn gewelddadige einde in nevelen gehuld. Welke werkelijke motieven hadden de moordenaars? Werd Lorca gemarteld? Kreeg hij daadwerkelijk pistoolschoten in zijn kont omdat hij een ‘vuile flikker’ was, zoals één van de militairen die bij de terechtstelling aanwezig was, herhaaldelijk beweerde? Lorca’s biografen weten het niet, ze spreken elkaar zelfs tegen. De meeste ooggetuigen zijn inmiddels gestorven. Zij zwegen. 90 jaar censuur, 90 jaar doodse stilte, 90 jaar leugens omtrent een van de belangrijkste dichters van Spanje. Naar zijn lichaam wordt nog steeds gezocht. Tja. 

In 1970 vaardigde Franco een nieuwe, strengere wet uit, de ‘Wet op het Maatschappelijk Gevaar’. Homoseksualiteit werd gecriminaliseerd en behandeld als een ziekte. Deze wet bestrafte LGBT'ers met gevangenisstraffen tot vijf jaar voor ‘openbaar schandaal’. In datzelfde jaar werd de eerste vereniging in Spanje opgericht die opkwam voor de rechten van deze gemeenschap, genaamd de ‘Homoseksuele Bevrijdingsbeweging van Spanje’, een ondergrondse beweging. Die legde de intellectuele en ideologische basis voor de beweging die later volgde. 

Op 26 juni 1977, twee jaar na de dood van Franco, vond de eerste LGBT-demonstratie plaats in Barcelona, waaraan naar schatting 4.000 à 5.000 mensen deelnamen. Daar werd geëist dat de Wet op het Maatschappelijk Gevaar werd ingetrokken. Dit protest, georganiseerd door het ‘Front d'Aliberament Gai de Catalunya’ (Homobevrijdingsfront van Catalonië), werd als een overwinning beschouwd. De politie dreef de menigte met geweld uiteen. Transgender-vrouwen gingen voorop in de demonstratie om het geweld te trotseren. Hoewel de demonstratie door sommige media werd gecensureerd, begon de LGBT-gemeenschap zich voor het eerst verenigd en gesteund te voelen.

Het jaar daarop gingen ze opnieuw de straat op. Sevilla, Madrid en Bilbao sloten zich bij het protest aan. Eind 1978 hadden ze de strijd gewonnen en waren ze erin geslaagd de Wet op het Maatschappelijk Gevaar af te schaffen. In 1979 werd homoseksualiteit in Spanje gelegaliseerd.

In 1980 werd een volgende stap gezet met de aanname van wetgeving die belangenorganisaties erkende. Tijdens dit decennium van transitie stapten personen naar voren die belangrijke iconen werden van de LGBT-gemeenschap. Zij hielpen vele anderen om uit de kast te komen. 

Op 1 juli 2005 werd Spanje een van de eerste landen ter wereld die het homohuwelijk legaliseerde. Dit was een belangrijke stap voor de regenbooggemeenschap en leidde tot wijziging van artikel 16 van het Burgerlijk Wetboek. Termen als ‘echtgenoot’ en ‘echtgenote’ werden veranderd in ‘echtgenoten’ (inclusiever) en ‘vader’ en ‘moeder’ in ‘ouders’. Deze hervorming erkende alle soorten stellen, gezinnen en huwelijken.

Ook vandaag de dag hebben we nog een weg te gaan. Veel mensen vrezen nog steeds afwijzing of uitsluiting als ze uiting geven aan wie ze werkelijk zijn. Homofobie bestaat nog steeds, zowel verbaal als in fysieke vorm. Homohaat wordt dagelijks gespuit op socialemedia. Er wordt dus nog steeds gestreden om deze maatschappelijke plaag uit te roeien. 

Mijn liefje en ik vieren (bijna) elke dag dat we samen zijn en vrij zijn elkaar lief te hebben. Dat is een soort van trots op wie en wat we zijn. Als echte Rainbow Sisters! 


 

donderdag 25 juni 2026

ETTY

Op NTR is momenteel een Tweede Wereldoorlog-verhaal te zien dat zich afspeelt in het heden. Dat verraste vriend en vijand. De een vond het resultaat niet erg geslaagd, de ander wel. Ik behoor tot die tweede groep. 

Wie een traditionele historische dramaserie verwacht over de Joods-Nederlandse schrijfster Etty Hillesum (1914-1943), komt bij ETTY voor een verrassing te staan. Deze zesdelige serie, geregisseerd door de bekroonde Israëlische schrijver, producent en regisseur Hagai Levi (1963), speelt zich namelijk niet af in een zorgvuldig gereconstrueerd Amsterdam van de jaren '40. In deze serie wandelt en fietst Etty door het Amsterdam van nu. Hedendaagse auto's, kleding (Etty in spijkerbroek, op gympen) en stadsbeelden vormen het decor. De trein naar Westerbork vertrek ‘gewoon’ van spoor 11 op Amsterdam Centraal. Het is een gewaagde keuze maar juist daardoor onderscheidt deze serie zich van andere televisiedrama's over (de aanloop naar) de Holocaust in Nederland. 

De documentaire kwam tot stand met geld van Frankrijk, Duitsland, Nederland en Israël. De serie volgt Etty Hillesum vanaf het moment dat zij in therapie gaat bij de charismatische Duits-Joodse pyscholoog en handlezer Julius Spier. Hij vluchtte eerder uit zijn geboorteland voor de nazi’s. Wat begint als een zoektocht naar persoonlijke balans groeit uit tot een intens geestelijk en emotioneel proces. Tegelijkertijd wordt de wereld om haar heen steeds vijandiger. Anti-Joodse maatregelen stapelen zich op en de dreiging van deportatie naar het Oosten komt steeds dichterbij.

Mijn liefje (zij bekeek alleen aflevering 1) vroeg zich een keer hardop af hoe ik toch in hemelsnaam een serie als deze kon ‘binge watchen’. Ik keek op dat moment twee afleveringen na elkaar. Zij vermoedde dat het een treurige documentaire zou zijn met veel vertoond leed. Ik was een beetje verbolgen... alsof ik bewust op zoek ben naar ellende. Een rampenzoeker? Dat is niet het geval. ETTY is geen serie die de verschrikkingen van de oorlog toont. We weten als kijker wat er gebeurde met Joden in Amsterdam en met Etty in het bijzonder. Maar de nadruk ligt hier op de innerlijke ontwikkeling van een bedreigde Joodse vrouw die in een duistere tijd weigert haar menselijkheid te verliezen.

Etty wordt niet neergezet als een heilige of als een historisch monument maar als een zoekende, levendige studente. Ze twijfelt, verlangt, heeft relaties, worstelt met liefde, seksualiteit, geloof en de eigen verantwoordelijkheid. Haar beroemde dagboeken vormen de ruggengraat van deze documentaire. Veel van haar teksten zijn in het verhaal verwerkt, waardoor haar unieke stem voortdurend hoorbaar blijft. Regisseur Levi heeft haar dagboeken op zijn nachtkastje liggen. In deze serie gebruikt hij talloze van Etty’s notities als gesproken tekst. Die krijgen zo veel aandacht en dat is mooi gedaan.  

De Oostenrijkse actrice Julia Windischbauer speelt Etty. In vier maanden tijd moest ze Nederlands leren spreken voor de rol. Ze begon met taalapp Duolingo (die ik dagelijks gebruik om Spaans te oefenen). Daarna kreeg ze een taallerares en ze luisterde onder andere naar muziek van S10 en Wende.

Windischbauer levert een indrukwekkende prestatie. Midden juni las ik een interview met haar in de Volkskrant. Daarin vertelde ze dat haar voorouders lid waren van de partij van Adolf Hitler, de NSDAP. Ze vreesde dat ze niet zou worden geaccepteerd in deze rol. Aanvankelijk had ze zelf het idee dat ze een rol afpakte van een Nederlandse joodse maar regisseur Levi stelde dat het belangrijker was dat er een bepaalde spiritualiteit in haar zat dan dat er Joods bloed door haar aderen vloeit.

Zij zet Etty niet neer als een heldin die haar bestemming al kent maar als iemand die gaandeweg ontdekt waar haar kracht ligt. Overtuigend maar ingetogen. Ook de Duitse acteur Sebastian Koch overtuigt als Julius Spier, de niet onomstreden therapeut en minnaar die een belangrijke rol speelt in Etty's spirituele ontwaken. Hun scènes behoren tot de sterkste van de serie, wat mij betreft.

Deze moderne setting blijkt uiteindelijk meer dan een stijlmiddel. Door het verleden in het heden te plaatsen, maakt de serie duidelijk dat uitsluiting, haat en fascistische verleidingen geen afgesloten hoofdstukken uit de geschiedenis zijn. Wanneer in het hedendaagse Amsterdamse straatbeeld plotseling bordjes verschijnen met ‘Verboden voor Joden’, voelt dat extra ongemakkelijk aan. Het dwingt de kijker om verder te kijken dan een historische herdenking. 

Een van de indringende scenes in de serie vond ik het beeld waarin je honderden mensen door de stad ziet fietsen. De Duitsers hebben Joden voortaan verboden te fietsen. Ze krijgen het bevel hun stalen ros af te leveren bij een depot in Amsterdam. Daar worden de geliefde tweewielers van volwassenen en kinderen vernietigd en ook dat wordt in beeld gebracht. Sterke symboliek! De kijker weet dan genoeg over het lot van de Joden in Nederland...  

De gekozen aanpak kent ook risico's. Sommige kijkers zullen de historische context missen. De keuze om niet voortdurend de gruwelen van de oorlog te tonen, kan de indruk wekken dat die ruwe werkelijkheid wordt verzacht. Bovendien vergt de serie aandacht en geduld. Wie op zoek is naar spanning of een chronologisch levensverhaal, zal soms moeite hebben met de contemplatieve toon en de filosofische gesprekken.

Maar juist daarin schuilt de kracht van ETTY. De serie wil niet alleen vertellen wat er met Etty Hillesum gebeurde. (Na een verblijf in concentratiekamp Westerbork werd ze in vernietigingskamp Auschwitz vermoord met haar broers en ouders.) De serie wil laten zien waarom haar gedachten 80 jaar later nog steeds van grote betekenis zijn. 

In een tijd waarin maatschappelijke tegenstellingen wederom toenemen en extreemrechts zich steeds vaker roert, klinkt haar oproep tot menselijkheid, zelfonderzoek en mededogen verrassend actueel. ETTY is daarom meer dan een biografisch drama. Het is een intelligente en artistiek gedurfde verbeelding van een van de bijzonderste stemmen uit de Nederlandse geschiedenis.

Niet iedere kijker zal meegaan in alle vormexperimenten van regisseur Levi maar wie zich ervoor openstelt, ontdekt een serie die zowel ontroert als aan het denken zet. De NTR vertoont een productie die niet alleen herinnert maar ook bevraagt. Dat is voor mij de waardevolste vorm van geschiedschrijving die televisie kan bieden.

De documentaire is te zien op zaterdagavond om 22:40 uur op NPO2 en ook via NPO Start. Aanrader!