Translate

dinsdag 26 februari 2019

Groeten uit het gezondste land!

Het is officieel: Spanje is het gezondste land ter wereld, aldus de Bloomberg Healthiest Country Index van dit jaar die om de twee jaar wordt opgesteld. Mijn tweede Vaderland stootte Italië van de troon. IJsland staat op de derde plaats, Nederland daalde naar plek 15 van de 169 landen die meedoen. Het gaat met name om de levensverwachting in een land. Spanje heeft met 86 jaar de hoogste levensverwachting van alle landen. Dat komt vooral door het eetgedrag van de bevolking. In dit geval draait alles om het mediterrane dieet: olijfolie, groenten, noten, vis en een beperkte hoeveelheid rood vlees. Ik vind het op zich geen wereldnieuws maar ben blij met de vermelding. Ter info: Chili staat op de 33ste plaats maar staat wel het hoogst op de lijst van alle Zuid-Amerikaanse landen.

We zijn ruim een week thuis maar het voelt alsof we veel, veel langer geleden landden. Er gebeurde nogal wat tussen die thuiskomst en nu; dan lijkt de tijd sneller voort te schrijden. De dames uit Zwitserland die in onze casa overwinterden, keerden gisteren terug naar Zürich. Gelukkig wachtte hen daar goed weer waardoor hun thuiskomst, net als die van ons, een niet al te grote overgang was.

Afgelopen week hadden we hier ons jaarlijkse ‘Glitter Bowls’-buurtevenement. Sinds we hier wonen, doen we mee aan een dagje jeu de boules spelen, bijpraten, drinken en eten. De organisatie lag, zoals altijd, bij onze buren Pat & Sue uit Wales. Hij houdt zich bezig met het samenstellen van de teams, de muziek (hij is amateur-dj en heeft een eigen studio in huis) en het kopen van de te winnen glimmende bokaal, zij staat hem met raad en daad bij en kookt voor iedereen. Het is op die dag goede gewoonte je eigen drank mee te brengen. Er gaat nogal wat om… Je mag verder niet meebetalen  maar je kunt voor vertrek doneren aan het door hen gekozen goede doel. Charity zit in de genen van de Britten.

Naast flessen wijn en een kadootje, brachten wij dit jaar onze vriendinnen Rose-Marie en Ingrid mee. We kregen tijdens onze afwezigheid een mailtje van Sue die ons liet weten dat ze een van onze vriendinnen bij de postbus had ontmoet. Zij werd direct herkend. Hoe kon dat nou?, vroeg deze koningin van de ironie zich af. Kwam het door haar ongeëvenaarde shabby chique-uitdossing? Haar ronde postuur? Haar diepbruine huid? Pat & Sue zwemmen en zonnen hier het hele jaar door gedurende de wintermaanden. Het antwoord was eenvoudig: Rose-Marie leest mijn blogs en zal haar van een eerdere foto hebben herkend.

Rose-Marie en Ingrid werden toevallig ingedeeld in het team van de fanatiekste speler van de wijk; hij is een Brit die in onze straat woont. Ik zag hem opgetogen met zijn eigen ballentas naar het speelveld lopen. Wat hij niet wist, is dat Rose-Marie in Zuid-Frankrijk werd geboren en tot haar 13de vaak ‘petanque’ speelde met haar vader. Er werd serieus en geconcentreerd gespeeld, het opmeten gebeurde ook zeer nauwkeurig Met een beetje hulp van Ingrid kwam ze als winnares uit die wedstrijd. Ik zag de voormalige winnaar met gebogen hoofd teruglopen naar het terras voor een versterkende borrel. Een beetje leedvermaak voelde ik wel…

Zelf kwam ik ook als winnaar door de eerste ronde heen. In de tweede ronde moest ik helaas uitkomen tegen Rose-Marie. Per match wordt er drie keer geworpen, na de tweede worp stond het 1:1. Tijdens de laatste worp versloeg ze mij met vlag en wimpel. Mijn bal kwam niet in de buurt van de jack (de but, een kleine bal) en haar bal. So be it. Ik kan goed tegen mijn verlies. Die dag is voor mij vooral een gezellig samenzijn met mensen die ik lang niet zag. In de halve finale werd Rose-Marie alsnog verslagen door een Engelse man. Mijn liefje functioneerde die dag als mental coach voor de finalisten.

Vrijdag jongstleden werden we uitgenodigd voor een kopje thee bij twee klasgenoten van mijn liefje. Het zijn Dénis & Juvi, een Fransman en zijn Chinese echtgenote die net als zij op Spaanse les zitten. Hij zwierf zijn werkzame leven over de wereldbol, in dienst van internationale energiebedrijven. Inmiddels is hij gepensioneerd. We zijn buren, ze wonen twee straten achter ons. Juvi bereidde frisse, aromatische oolong-thee voor ons. Dat is traditionele Chinese thee die tussen groen en zwart inzit (oolong betekent ‘zwarte draak’). Ik kende het woord maar herinner mij niet de smaak.
Haar moeder bracht die thee recent voor haar mee uit China. Vorige zomer kwamen we hen en haar ouders op de wandelboulevard langs het strand tegen. Dit jaar gaan zij zelf overwinteren in geboorteland China. Het was gezellig en interessant om met hen van gedachten te wisselen. Naast Jason, eigenaar van ons favoriete specialiteitenrestaurant in Den Haag, ken ik geen enkele Chinees persoonlijk. Juvi is leuk en lief. Een vervolguitnodiging van onze kant volgt dan ook binnenkort.

Mijn liefje was afgelopen dagen druk met de voorbereiding van haar presentatie voor de klas. Haar lezing gaat over onze rondreis met boot en auto door Chili, beslaat 77 foto’s en zeven blaadjes Spaanse tekst. Als dat geen stap in de goede richting is van haar einddiploma (ondanks haar wekenlange absentie) dan weet ik het niet!

We dronken recent een kopje koffie op het terras van onze vrienden Ben & Joan. Het was een warm weerzien, zowel letterlijk als figuurlijk. Ben was een tijd in de lappenmand maar hij is weer op de been, absoluut op de goede weg. Als onze vrienden happy zijn, zijn wij het ook. We besloten spontaan met hen mee te gaan lunchen aan het strand van La Glea.

Hij vierde zijn verjaardag in onze afwezigheid en als kadootje brachten we een print van een linosnede mee in zwart-wit, van een bekende kunstenaar die we in Santiago de Chili ontmoetten. Hij heet Leonardo Casimiro. Stoere mijnwerkers zijn vaak zijn onderwerp en dat vonden we een toepasselijk aandenken. Hoe vaak blogde ik de afgelopen weken niet over mijnen, kleuren aarde, mineralen en mooie stenen rapen. Toen ik meneer Casimiro vertelde dat wij uit Holland komen, vertelde hij hoezeer hij Van Gogh bewondert. Toen ik zijn andere (olieverf)werk bekeek op internet, begreep ik dat wel: dezelfde fascinatie voor de kleur geel, grote penseelstreken, boerse koppen. Mooi!

En zondag sloten wit dit rondje internationaal af met een loensch met de Zwitserse vriendinnen, in een van onze favoriete restaurants (The Fishbowl). Ben vertelde mij dat hij een nieuw gerecht op de kaart had uitgeprobeerd: sous vide gegaarde eend met knapperige korst. Dat klonk mij als muziek in de oren. Mijn liefje ging voor haar all-time-favorite: langzaam gegaarde kalfswang. De dames gingen voor een ‘Tomahawk’. Tot voor kort zou ik daarbij hebben gedacht aan een strijdbijl van Indianen of een type raket. Aan boord van de Holland-Amerikalijn volgde ik echter kooksessies van een Amerikaanse kok en daar kwam ik voor het eerst van mijn leven met dit culinaire verschijnsel in aanraking.
Het is rib-eye aan één stuk met het bot er nog aan. Dat bot zorgt naar verluidt voor een intensere smaakervaring. Het restaurant had er een van 1 kilo (!) op de kaart staan en een kleinere versie; die werd het, geserveerd in plakken en met de gewenste garing. De vleesplank raakte leger en leger. Als je de beide dames bekijkt, vraag je je af waar ze die hoeveelheid laten… Ook mijn portie eend bleek groot uitgevallen. ’s Avonds mengde ik de restjes in een goedgevulde salade. So much for red meat. We gaan weer aan het mediterrane leven beginnen.


zondag 24 februari 2019

Madwomen (indeed)

Zoals elk jaar slaken we beiden een zucht van verlichting als we er weer een jaartje kunnen bijtellen. Vandaag zijn mijn liefje en ik op de kop af 30 jaar samen. We made it! Het afgelopen jaar was bepaald niet gemakkelijk. Dat kwam (en komt) vooral door mij. Bij tijd en wijle ben ik een mopperpot, lastig en vervelend om mee te leven. Dat schrijf ik niet toe aan mijn opvoeding, mijn jeugd of welke vroege ervaring dan ook. Dat zit in mij en komt er soms uit. Alhoewel zij geen simpel wezen is, is zij doorgaans niet de complicerende factor in onze relatie. Ik ben de stier, zij is de rode lap.

Als ik in zo’n negatieve groef blijf hangen, is het voor haar ondoenlijk mij eruit te trekken. En o, wee als ook zij daarin terechtkomt. Dan vliegen de verwijten over en weer. Kijvende wijven, kwetsende woorden. Aangezien ik beter gebekt ben dan zij, kwets ik meer. Zodra ik ben uitgesproken, heb ik er spijt van. Nadien trekken we onszelf bij de haren uit de put, klauwen naar elkaars hand, kijken elkaar diep in de ogen en gaan verder. We willen niet zonder elkaar, kunnen soms niet met elkaar.

In goede tijden, en die zijn er veelvuldig, zijn we twee handen op één buik, kennen we elkaars gedachten, hebben we niets meer nodig dan elkaars gezelschap. Zijn we Een. Al zijn we zeer verschillend, we zijn soul mates. Het is paradoxaal maar zij is de liefde van mijn leven. Van mijn halve leven. 








Dame la Mano

Dame la mano y danzaremos;                      Place your hand in my hand;
dame la mano y me amarás.                         Place your heart in my heart.
Como una sola flor seremos,                        We are as a flower in a meadow,
como una flor, y nada más...                         A single flower, and nothing more...

El mismo verso cantaremos,                        Voices, dancers, intertwined,
al mismo paso bailarás.                                Moving as one, singing as one.
Como una espiga ondularemos,                   As the wind sends a ripple across the land, 
como una espiga, y nada más.                      An undulating wave across the fields.

Te llamas Rosa y yo Esperanza;                  My name is Hope;
pero tu nombre olvidarás,                            And your name is Rose.
porque seremos una danza                           But you shall forget,
en la colina, y nada más...                            And become the dance,
                                                                     The dance itself,
                                                                     And nothing else…


Dame la Mano - Gabriela Mistral (1889-1957)

Naar het Engels vertaald door: Geof Bard en Clara Martinez. Zelf geef ik de voorkeur aan de originele, Spaanse versie.

Deze ochtend werd opgesierd met een lieflijke foto van ons jongste kleinkind Varen in Bali. Een goed begin van het volgende jaar. De volgende 20 jaren. Ik heb nog zoveel goed te maken, er is zoveel moois om voor te leven. Inzicht geeft uitzicht...


woensdag 20 februari 2019

The journey is over

In heel Chili wordt de infrastructuur verbeterd, of je nu door het zuiden of het noorden reist. Zelfs op onze laatste bestemming, het vliegveld van hoofdstad Santiago, was dat het geval. Nergens stonden we in die maanden in de file, behalve daar. De huidige terminal is vooral breed, met incheckbalies van vliegmaatschappijen dicht op elkaar. Het gebouw is echter niet diep. Ik zie dezelfde configuratie op veel (oudere) vliegvelden. Als werkneemster van de Britse BAA, eigenaar van onder andere luchthavens Heathrow en Gatwick, kreeg ik er oog voor. Men hield in Santiago kennelijk geen rekening met grote groei in passagiers. Nu moeten mensen die daar in rijen wachten om in te checken, tot aan buiten staan. Dat verspert de weg voor hen die in de hal naar hun balie willen gaan. Ik zag dat er nieuwe terminals worden gebouwd, hopelijk met betere inzichten.

Het was een mijl op zeven om de lounge van Iberia te vinden. We werden drie keer van het kastje naar de muur gestuurd. Dat laatste uitje op Chileens grondgebied had veel weg van onze eerdere bezoeken aan CONAF-natuurparken. Ook daar ontbrak eenduidige bewegwijzering. We vonden 'm uiteindelijk. Eenmaal binnen, bleken we naast Australiërs te zitten die net met Regent Seven Seas een cruise langs Kaap Hoorn afrondden en op weg gingen naar Sydney. Hun reis naar de andere kant van de wereld zou vanuit hier slechts 13 uur gaan duren (shortcut!). Mijn liefje meldde dat wij konden instappen. Eenmaal aangekomen bij de gate, waren de eerste passagiers al ingestapt dus wij moesten alsnog in de rij. Eigen schuld, dikke bult.

De terugreis verliep heel goed: we vlogen in een widebody A340-600, vertrokken op tijd, het was goed vliegweer, hadden prachtig zicht op de hoogste toppen van de Andes. Er was geen turbulentie te bekennen en we reisden in sweetheart seats. Dat zijn twee stoelen heel dicht naast elkaar, zonder armleuning in het midden. Ze schuiven uit tot bedden. Alhoewel we grotendeels overdag reisden, was dat erg comfortabel. Ook wij hadden een reis van 13 uur voor de boeg. Van de vliegmaatschappij kregen we een voucher voor gratis wifi onderweg dus we verzonden enkele foto’s. Het is zoals een vriend met gevoel voor ironie en understatement terugappte: the journey, not the destination matters”.

De stewardess die mijn kant van de rijen voor haar rekening nam, was een schatje. Het klikte. Ze moest lachen om mijn bestelling van een pisco sour als aperitief. Iberia doet er niet aan! Ter compensatie gaf ze mij extra nootjes en olijven bij het glaasje Spaanse wijn dat wèl werd geserveerd. Telkens als ik opkeek, ontmoette ik haar stralende lach. Ik denk dat ze iets jonger is dan ik. Vroeger had ik een zwak voor oudere vrouwen maar nu ik zelf tot die categorie behoor, veranderde er iets in mijn voorkeur. Mijn liefje keek opnieuw naar de film ‘Bohemian Rhapsody’ en knapte daarna een fijn uiltje. Zelf zag ik drie films: ‘Blackklansman’, ‘Boy Erased’ en ‘A Simple Favor’; heel divers maar stuk voor stuk zeer de moeite waard. Daarna soesde ik een beetje... denkend aan de stoute rol die Blake Lively (1985) speelt als ze om een eenvoudige gunst vraagt. Ik kende tot dusver een veel jongere versie van haar uit ‘The Sisterhood of the Traveling Pants’.

Traveling mag dan verslavend zijn, aankomen op luchthaven Barajas (Madrid) is geen sinecure. Over dat vliegveld zou je juist kunnen zeggen dat het te ruim is uitgelegd. We hadden een dik uur om over te stappen en kwamen gelijk aan met een vliegtuig van Avianca, ook uit Zuid-Amerika. Er stond een ellenlange rij voor de douane dus we liepen aanvankelijk via het pad van Non-EU-paspoorthouders naar voren om ons uiteindelijk bij de rij van EU-paspoorthouders aan te sluiten. Een beetje asociaal is dat wel, dat geef ik toe, maar we wilden ons vliegtuig naar Alicante niet missen. De gedachte een keertje gelijktijdig aan te komen met onze bagage gaf de doorslag. Daarna stapten we in de centrale aankomsthal in de trein naar terminal 4 om daar vervolgens nogmaals door de douane en langs de controle van de reistassen te moeten. Tenslotte liepen we nog een kwartier naar de verste gate van de K-sectie van de terminal. Zo relaxed als we uit het vliegtuig stapten, zo gehaast stapten we weer in.

Het laatste traject legden we af met een vliegtuig van Iberia Regional (Air Nostrum) waar je twee-aan-twee zit. Wij hadden beiden een zitplaats aan het gangpad. De passagier naast mij was groot en Spaanssprekend, al vermoed ik dat hij geen Spanjaard was. Hij had een spleetje tussen zijn voortanden en dat neemt mij altijd voor die persoon in. Ik vroeg hem desalniettemin of hij recht in zijn stoel kon gaan zitten zodat ik naast hem paste… Mij viel op dat mijn buurman veel aandacht had voor de uitleg van de stewardess. Ik zag ook dat zijn veiligheidsgordel vreemd in zijn schoot lag. Hij frunnikte. Toen ik beter keek (ik ben geen kruiskijker), zag ik dat zijn riem loszat. In mijn beste Spaans -letterlijk!- gaf ik hem aanwijzingen om het ding op juiste wijze te sluiten. Het klikte.

Als landende reiziger van buiten Europa moet je je bagage op luchthaven Alicante in een speciale hal ophalen. Onze tassen kwamen deze keer snel door dus we liepen opgetogen richting douane. Voor ons stond een Braziliaan met drie rolkoffers die desgevraagd aan de Guardia Civil-mevrouw antwoordde dat hij acht dagen bij vrienden ging logeren. Hij mocht niet door, zijn bagage werd door een scan en mensenhanden gecontroleerd. Een vrouw uit Colombia overkwam hetzelfde. De strenge vrouw hield ons ook staande en vroeg wat ons vertrekpunt was. Nadat ze de labels had gecontroleerd mochten wij doorlopen zonder scan en zonder te vertellen wat wij kwamen doen in Spanje. Mijn liefje noemde dat terstond etnisch profileren en dat is het ook, volgens mij.

Op 15 januari van dit jaar werd Murcia International Airport (RMU), ook wel bekend als Corvera, operationeel. Vliegveld San Javier, een militair vliegveld dat in de loop van de tijd tevens burgerluchtvaart ging faciliteren en dat eveneens in de provincie Murica ligt, sloot zijn deuren voor burgers. Corvera ging jaren later dan gepland open en het drama lijkt zich voort te zetten. In een lokale Engelse krant las ik de ervaring van iemand die de luchthaven recent tweemaal gebruikte. Hij was er niet bepaald enthousiast over. Aan beide zijden van de douane zijn de faciliteiten voor reizigers momenteel heel beperkt: één koffieshop en enkele verkoopautomaten aan de ene kant, één enkele koffiemachine aan airside. Beheerbedrijf Aena slaat op dit moment de plank volledig mis. Wat veel erger klinkt, is dat er bij de gates onvoldoende zitruimte is dus dat wordt staand wachten. Tja. Alicante zag het aantal passagiers in januari 2019 met 11% stijgen ten opzichte van januari 2018. In vergelijking met San Javier had Corvera in januari 8% minder passagiers. (Ik ga ervan uit dat deze vergelijking terecht en juist is.) Het nieuwe vliegveld gaat om 22:30 uur dicht. Dat is goed voor de omwonenden… die daar niet zijn!

Vriendin Rose-Marie wachtte ons in Alicante op en reed ons gezwind naar huis. Onze casa oogt schoner dan ooit. Het is fijn om te reizen maar het is ook lekker om thuis te komen. We sliepen die nacht onder gestreken dekbedovertrekken, vegen onze monden af aan gestreken servetten. Ongekend! Ook de tuin is een en al verrassing, al werd er flink gesnoeid. Vooral de grote citroenen aan de limonero zijn een lust voor het oog. De dames verblijven nog enkele dagen in een hotel om de hoek voordat zij naar Zwitserland terugkeren; onze fietsen verhuisden even met hen mee. Zij hadden hier afgelopen maanden prachtig weer. Op een handjevol dagen na, lunchten ze elke dag op ons zonnige terras.

Wij kwamen aan met prachtig weer. Eergistermiddag deden we een catnap en 's avonds aten we bij de lokale Chinees. Het was even wennen in de eigen auto na zes weken rijden in de Grote Nomade. Zo‘n auto gaat dan in je benen zitten. Het was eveneens wennen om de wijnfles zelf te openen. Wat verder wennen zal zijn, is dat onze Engelse buurvrouw begin volgende maand gaat verhuizen. Sinds haar scheiding officieel is, moet ze verhuizen. Ze had graag in Pilar en omstreken willen blijven maar vond een huurappartement in Lo Pagán dat ze zich (beter) kan veroorloven. We blijken de nieuwe buren reeds te kennen. Het is een aardig en ontwikkeld Spaans echtpaar dat vorig jaar het huis kwam bezichtigen. Ze waren destijds enthousiast en zochten direct contact met ons maar moesten echter eerst hun huis elders verkopen. Wat hun ETA is, is thans onbekend. We zien hun komst met plezier tegemoet.

Gisteren hadden we evenmin een jas nodig; een trui volstond bij het boodschappendoen. Zo is de overgang niet te groot. Jetlag dachten we niet te hebben omdat tussen Chili en Spanje een tijdverschil van slechts vier uur bestaat maar toch lagen we vannacht uren te kletsen. De laatste wasbeurt zit inmiddels in de machine, mijn nieuwe stenencollectie vond een bestemming in huis, de reistassen kunnen voorlopig terug naar de schuur. Mijn liefje volgde alweer een Spaanse les in de klas van juf Lorena. Volgende week zal ze een spreekbeurt houden over deze rondreis. Dat wordt oefenen! We aten zelfbereide wijnzuurkoolstamppot met worst, voor het eerst in weken dronk ik geen pisco sour voor het diner. De supersneeuwmaan, zoals deze maan door Indianen werd genoemd vanwege het heldere wit, scheen hier door de bomen. Aanvankelijk zag ik haar door bewolking heen maar dat is des te mooier voor een wolkenstaarder als ik. Happy to be home again.



vrijdag 15 februari 2019

Mazzel

Onlangs namen we afscheid van de Nomade die ons bijna 6.000 kilometers lang veilig vervoerde. Ze was een topper op alle ondergronden! Gisteren reden we linea recta naar de autoverhuur dankzij de goede voorbereiding van de bijrijder. Een groot deel van onze reis voerde langs Ruta 5, de Via Panam. Daarlangs zagen we om de kilometer een monument om het verongelukken van een chauffeur of een medepassagier te herdenken en dat is een conservatieve schatting. Het hield ons vaak bezig… Viel de chauffeur in slaap op die vaak eentonige weg? Gebeurde het in het donker of overdag? Was het de tegemoetkomende weggebruiker die de macht over het stuur verloor? Staken kinderen over zonder naar beide kanten te kijken? Tja. Vaak zagen we mensen een monument schoonmaken of nieuwe bloemen plaatsen. Dat ging mij niet in de koude kleren zitten. Zelf maakten we slechts twee à drie keer een gevaarlijke situatie mee op de weg maar we kunnen het navertellen.

Toen wij twee maanden geleden in Santiago de Chile arriveerden, verbleven we in een appartement op de 14de verdieping van een aparthotel in het centrum van de stad. De studio was klein, warm en luidruchtig vanwege rondrazend verkeer. Er lag een zwembad op de bovenste verdieping maar wij durfden onze teen er niet in te steken… Nu verblijven we in een ander deel van deze metropool, onder andere omstandigheden. Wel weer op de 14de verdieping; dat moet kennelijk zo zijn. Het is een internationaal hotel met ruime kamer, aan de schaduwzijde van het gebouw, met weinig geluid en zicht op een besneeuwde top van de Andes. Er ligt een goed onderhouden buitenbad op de begane grond maar het water is té koud om te zwemmen. Het is erg warm in de stad (35 graden Celsius) dus we kozen bewust voor een zwembad maar de temperatuur daalt 's nachts naar 16 graden dus het badwater koelt behoorlijk af. Het dauwpunt ligt zelfs op 7 graden. Ik heb nog nooit een vakantie gehad waarin ik zó weinig zwom! De Humboldt-stroom mag dan goed zijn voor het onderwaterleven, voor verwende dames is die koude stroom een klap in het gezicht. (De luchtvochtigheid is hier gelukkig laag, circa 18%.)

In de afgelopen weken probeerden we allerlei soorten accommodatie uit: hut aan boord van een cruiseschip, piepkleine studio in aparthotel, cozy kamer in traditionele hacienda met patio andaluz, magere blokhut met nepveranda (daar liepen we weg), blokhut met badkamer buiten en gat in het dak (om sterren te kijken), kamer in een van de eerste patrimoniële huizen van de vallei, felgekleurde kunstenaarsstudio, eigenaarsuite in zelfgebouwde hacienda, bed- & breakfastplek, balzaal met drie dubbele bedden, hostel met aso-buren, junior suite in sombere binnenlanden, goed hotel pal aan de oceaan (tweemaal), ruime kamer in casinohotel, domus op het strand met oceaanveranda (aka ‘de iglo’), haciendakamer in vallei, kamer in Pippi Langkous-huis, ruime kamer met zicht op de Andes in internationaal hotel.

Wat opviel, waren de uitstekende bedden in hotels, motels, blokhutten, B&B's en hostals. Daar kunnen Aziatische hotels een puntje aan zuigen. Je hoeft de Chilenen niet te vertellen hoe belangrijk goede bedmatrassen zijn! Die troffen we overal aan. Onderweg zagen we zelfs vakantiegangers die hun eigen (dikke) matrassen op het dak van hun vans en personenauto's vervoerden. Dekbedovertrekken zoals wij die kennen, heeft men hier nauwelijks of niet. Men heeft dekbedden maar die legt men bovenop bed, met losse lakens eronder. Dat werkt overigens prima. Op wat ouderwetsere plekken sliepen we onder dekens; daar zal ik nooit (meer) een fan van zijn. Wat nog minder plezierig was, was het gebrek aan blindeergordijnen die 's nachts de straatlichten buiten hielden. Soms hingen er doorzichtige vodjes voor de ramen. Menigmaal droeg ik dan ook mijn ooglapje. Op sommige logeerplekken waren ook de oordoppen nodig. Als we op reis zijn, zitten die  standaard in onze toilettassen.

Calama vond ik de eenvoudigste plek om te verblijven maar dat komt waarschijnlijk omdat we daar op de dag van onze geplande doorreis naar San Pedro de Atacama voor het eerst werden geconfronteerd met zware bewolking en lichte regen. Het werd er later die dag zo erg dat de rivier El Loa uiteindelijk buiten zijn oevers trad en het stadje en de wegen er omheen overspoelde. Deze kleine mijnwerkersplek en de plaatsen San Pedro en Iquique (alsmede Arica in het allerhoogste noorden, dat wij niet bezochten) werden in de daaropvolgende dagen rampgebied vanwege exceptionele regenval en levensgevaarlijke modderstromen. Dat kostte levens. Duizenden bewoners en bezoekers werden geëvancueerd. De Atacama-woestijn, droogste plek ter wereld, werd voor ons, toeristen, onbereikbaar. Op de weg die je moet nemen om de stad Iquique te verlaten, stond het modderwater tot aan de wielkast. Die route werd uiteindelijk ook afgesloten. We zagen een tv-opname van de oceaan die wij destijds nog intens blauw zagen: die veranderde in een donkerbruine massa. Uiteindelijk kregen 50 dorpen in Norte Grande grote problemen vanwege noodweer, zo las ik in een recente krant.

De plaats Bahia Inglesa, die we zelfs tweemaal uit vrije wil aandeden vanwege de wonderschone kust, kreeg recent te maken met een vreemd verschijnsel. Duizenden meerkatten spoelden aan en veranderden een van de mooiste baaien van het land in een onbegaanbaar en onwelriekend gebied. De Chileense Armada moest uitrukken om de dieren (een soort inktvis) van de stranden te verwijderen. De overheid liet de plaatselijke bevolking weten de dieren niet aan te raken of te eten. Gezien de topografie van Chili vermoed ik dat het land in de toekomst nog erger onder de gevolgen van klimaatverandering gaat lijden. Kasian.

Al voelde het destijds niet zo, als reizigers hadden we mazzel. Veel mazzel!

Eenmaal terug in Santiago, gingen we op zoek naar ons wasgoed dat we in december 2018 door omstandigheden niet konden ophalen. De beide dames van de wasserette  hielden hun deuren voor ons gesloten terwijl ze hadden toegezegd open te zijn. Wij gingen toen op pad zonder sokken, ondergoed en enkele favoriete shirts en bermuda’s. We lieten een briefje bij buurvrouw Nelly achter dat we het rond deze tijd wederom kwamen ophalen. Vanmorgen gingen we gespannen op pad. De deur van hun pandje stond open, de dames zaten aan een kopje soep. Ze zijn zussen, 70+ en uiterst beminnelijk. Hoe kun je boos zijn op hen?! Ik stapte als eerste binnen, gevolgd door mijn liefje. Toen ze haar zagen, ging er een langgerekte “Ahhhh” door hun winkeltje. Zij was en is immers de wasvrouw, een collega. We hoefden niets te zeggen, de volle waszak met schoon goed werd van de bovenste plank getild. Wij leverden de bon in, zij kregen hun geld. Beide partijen hadden mazzel.

Morgen gaan we nog eenmaal een van de hippere wijken van deze stad onveilig maken. Ook gaan we nog een bioscoopje pikken: Green Book. Deze gelauwerde film heeft als ondertitel: vriendschap heeft geen grenzen. Lijkt ons een toepasselijke afsluiter. Misschien wil onze Chileense vriendin mee. Zondag vliegen we terug naar huis. Het is hoog tijd om weer voet op Spaanse bodem te zetten. We hebben er zin an. Mijn liefje stuurde haar juf Loreta elke week een Spaans reisverslag. Zij liet weten uit te kijken naar de terugkeer van haar gewaardeerde leerling. Zelf kijken wij vooral uit naar ons eigen bed, de luiken voor de ramen 's nachts en de eigen kokkerelski. Erwtensoep staat onder andere op het menu.


woensdag 13 februari 2019

Parkeren is wel een dingetje

Afgelopen dagen in Norte Chico (Chili) maakten we ook nog een uitstapje naar een natuurpark aan de kust, genaamd Parque Nacional Fray Jorge. Vanaf ons verblijf in Santiago stond een bezoek aan het gebied van Monnik Sjors op ons lijstje maar we besloten het pas op de terugreis te bezoeken.

Als we dit traject aan het begin van onze rondreis zouden hebben afgelegd, zou dat een grotere opgave voor de chauffeur (mij) zijn geweest. De weg naar het park is namelijk grotendeels ongeplaveid. We schudden 27 kilometers lang heftig van voor naar achter en van links naar rechts. Men maakte er in het Nederlands een liedje van maar leuk wordt het daarmee niet. Er zitten diepe groeven in het pad waardoor je niet rijdt maar min of meer stuiterend vooruitkomt.
Wat het gehobbel enigszins dragelijk maakte, was het grote aantal roofvogels dat we onderweg zagen vliegen en op paaltjes en cactussen zagen zitten. Ze waren zo op hun gemak dat ik de auto rustig achteruit kon rijden om recht tegenover hen te parkeren en hen van alle kanten te bekijken. Desalniettemin slaakten we een zucht van verlichting toen we de officiële toegang in de verte zagen opdoemen.

Ook dit park wordt beheerd door CONAF, de nationale overheidsinstantie die alle parken onder zijn hoede heeft. We betraden er op deze reis velen maar het was de eerste keer dat het verschil in toegangsprijs tussen Chilenen en buitenlanders zó groot was. (Wij betalen driemaal meer dan zij.) Ik zei er iets over tegen de man die ons inschreef. Hij kon mij het prijsverschil niet uitleggen maar begreep mijn opmerking. Vervolgens haalde hij een klachtenformulier tevoorschijn dat ik moest invullen.

Dacht ik dat de weg naar dit grote park (bijna 9.000 hectare) slecht was, het pad in het park zelf is nog uitdagender. Niet alleen waren de groeven dieper, ze zaten ook nog eens op steile hellingen en in haarspeldbochten. Een paar keer bedacht ik mij dat ik liever omkeerde maar daarvoor was geen ruimte. Bovendien was het bezoek aan Fray Jorge mijn idee… Het park vindt zijn oorsprong in de ijstijd. Destijds maakte het gebied deel uit van het Valdiviaanse gematigde regenwoud dat je nu nog hoofdzakelijk vindt in het zuiden van Chili. Ook hier -net als onder water- speelt de Humboldtstroom een belangrijke rol in het voortbestaan van dit gebied. Die stroom zorgt namelijk voor de condensatie en nevel die het park zo bijzonder maken. Die nevel wordt in de inheemse taal “camachaca” genoemd. In 1977 werd het park door UNESCO toegevoegd aan de lijst van wereldwijde biosfeerreservaten.

Omdat de parkeerplaats op de top van de heuvel van beperkte omvang is, staan CONAF-medewerkers boven en beneden met walkie-talkies in contact met elkaar om het verkeer te regelen. Het bleek die zondag relatief druk te zijn. Terwijl een auto afdaalde, kon een andere auto naar boven rijden. Het werkte goed, we bereikten de top veilig en wel zonder tegenliggers.

Op de top van de heuvel ligt een mooi aangelegd wandelpad dat je op eigen gelegenheid kunt volgen. Dit woestijnpark aan de kust is bijzonder omdat het twee soorten vegetatie herbergt die ieder om dominantie strijden: bos en woestijn. De bomen en struiken staan vooral aan de randen en hopen zo op vocht dat met de constant binnendrijvende nevel meekomt. De cactussen en vetplanten staan vooral op de zonnigste maar droogste plekken. Een wonderbaarlijk ecosysteem. Vanwege de nevel hoorden wij de oceaan maar zagen die niet. Ik trof er planten- en bomensoorten aan die ik niet eerder zag; ook ontwaarde ik wilde munt en salie. Het was er mysterieus en interessant. Blij dat we hadden doorgezet! Door de mooie ervaring ervoeren we de terugweg als veel dragelijker.

En nu zijn we dus weer in Viña del Mar. Toen kwamen we aan met een internationale bus en verbleven dicht aan de kust. We verblijven nu in een ander deel van de stad, in een hotel uit het begin van de 19de eeuw dat eigendom was van ene Blanca Vergara. Zij was dochter van een welgestelde Chileen die zijn geld verdiende met een van de eerste suikerraffinaderijen van het land. Ze huwde met de man die deze stad in 1874 zou oprichten. Het pand, een van vier dat destijds haar eigendom was en dat dienst deed als onderkomen voor haar artistieke vrienden uit Santiago en omstreken, doet mij in alles denken aan Pippi Langkous. Groot, met torens, van hout, hier en daar scheef, met veel nissen, voor- en achterkamers en krakende vloeren. Oude familieportretten sieren het gebouw.

Het enige dat ontbreekt, is een paard in de gang. Ons eigen stalen ros vond een goed onderkomen. Mijn liefje was zo verstandig een parkeerplaats te reserveren. Blijkt dit ruime hotel er maar één te hebben. Toen de baliemedewerkster wees waar ik de auto naar binnen moest rijden, schudde ik mijn hoofd. Daar kon ik toch niet in?! Als ik de oren van de nomade niet naar binnen had geklapt, hadden we zonder zijspiegels verder moeten reizen. Zo smal. Toen de auto eenmaal stond, kwam ik er zelf niet meer uit. Tompoes verzon een list zoals je ziet… (Ik ontwikkelde mooie kuiten, al zeg ik het zelluf!)

Deze terugkeer naar Viña ging voor mij gepaard met veel herinneringen. In 2015 was het hier dat ik tot de conclusie kwam dat een heupoperatie onvermijdelijk was. Destijds lag ik 's middags op bed om bij te komen van onze lange ochtendwandelingen terwijl mijn liefje weer op pad ging. Zelf kon ik toen al geen honderd meters verder lopen vanwege helse pijn in mijn versleten gewricht. (Het duurde nog tot 2017 voor ik geestelijk klaar was voor een prothese.) Ik ben blij met mijn nieuwe heup, die doet het weer uitstekend. Vandaag zetten we beiden met gemak 10.000 stappen. 

In de afgelopen jaren veranderde er ook hier nogal wat. Er werd bijgebouwd en gerenoveerd. Een van de opvallendste veranderingen is de renovatie van de pier, Muelle Vergara. Het is een monument dat hulde brengt aan de industriële oorsprong van deze kustplaats. Verder wandelend over de boulevard, spraken we twee mannen aan. Ze kropen uit een kleine uitklapcamper en bleken uit Colombia te komen. Zo reizen ze vier à vijf maanden langs Peru, Chili, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië. De oudste wist veel te vertellen over Nederlanders: dat je ze overal tegenkomt in caravans en campers en dat we een land van fietsers zijn. (Hij kocht een fiets in Peru om gemakkelijk boodschappen te doen.) Ik ben telkens verbaasd dat men iets weet over ons en ons kikkerlandje.

Vervolgens kwamen we Steve en Dave tegen, Amerikanen die binnenkort met hun echtgenotes naar dit deel van Chili verhuizen. De een komt uit Texas, de ander uit Florida. Ik merkte al snel de JW-button op hun overhemd op: Jehova’s Getuigen (Witnesses). Daar om zieltjes te winnen. Wij hadden een uiterst plezierig gesprek met hen. Over Chili, godsdiensten en hun functie in de wereld, evolutietheorie, intelligent design, de omvang van seksueel misbruik in de Chileense katholieke kerk, reizen, hun president Trump (die niet de hunne is) en meer. Aardige mannen die blij zijn met hun geloof. En wij met onze overtuigingen: dat God niet bestaat, de aarde prachtig is en je je leven niet in de handen van welke godheid dan ook moet leggen. Zelluf doen!

Tenslotte zegen we voor de lunch neer in een Mexicaans restaurant. Eindelijk weer iets anders op het bord dan Chileens eten (wat dat dan ook is). Zoals het vaak gaat, vraagt de ene partij aan de andere waar hij of zij vandaankomt. Dit was geen uitzondering. De jongeman in de bediening had groen-blauwe ogen dus ik vroeg hem welke immigranten hij in zijn afstamming heeft. Nee, hij was 100% Chileen! (Als je dat bent, heb je volgens mij inheems bloed door d’aderen vloeien…) Mijn liefje vroeg hem vervolgens of zijn familie van Spaanse afkomst is? Ja, dat wel! Tja. Hij noemde zijn beide achternamen. 100% Spanje.

Vanavond gaan we eten in een Franse bistro die we gisteravond ontdekten. Morgen stap ik weer vrolijk via de achterkant in de auto. Daarna rijden we, wellicht met een extra kras of deuk, terug naar Santiago waar we de bevuilde nomade bij het verhuurbedrijf inleveren. Parkeren zal daar geen dingetje zijn. Een taxi brengt ons dan bepakt en bezakt naar een internationaal hotel met zwembad. Er is nog steeds sprake van een hittegolf in de hoofdstad. We gaan de terugkeer en de afronding van radiotherapie vieren met onze vriendin Luz Maria. Het is dan immers Valentijnsdag, El Dia del Amor.


maandag 11 februari 2019

De Vallei van de Magie

Doorgaans neemt het aantal hoogtepunten aan het einde van een reis af. We begonnen inmiddels aan onze laatste week in Chili. Dan strijk je ergens neer waar je gaat relaxen, op je gemakje terugkijkt op de weken die je op de reisbestemming doorbracht en maak je je klaar voor de lange reis naar huis. Wij niet. Deze dagen in Norte Chico, de laatste dagen in deze regio, zijn nog uiterst enerverend!

We gingen hier allereerst op excursie naar de wijngaard van de schoonzoon van onze Chileense vriendin Luz Maria (die vandaag haar laatste radiotherapie ondergaat; joehoe!). Zijn Croatische grootvader kocht hier ooit land omdat diens vrouw in deze regio was opgeleid en dol was op de omgeving. Hij begon hier een wijngaard, zijn vader is hedentendage president van een inmiddels veel groter bedrijf. Ovalle ligt in een landbouwgebied maar toen de familie een wijngaard begon, had men daar nog nauwelijks ervaring met het verbouwen van wijn. Wel verbouwde men al eeuwenlang de druivensoort die basis is van de pisco sour, het lokale drankje waaraan ik gedurende deze reis verslaafd raakte.

Op zaterdagochtend hadden we een afspraak met Raúl, een intelligente en innemende jongeman die studeerde aan de landbouwuniversiteit van Chili en zich daarna verdiepte in vinologie. Felipe, de schoonzoon, is derde generatie oenoloog en general manager van het bedrijf. (Hij was zelf niet aanwezig.) Raúl wist ons veel te vertellen over de druivensoorten en de wijnen die zijn werkgever verbouwt. Ze komen onder vier namen op de markt: Payen, Roca Madre, Talinay en Tabalí. Het gaat dit bedrijf niet om het verbouwen van grote hoeveelheiden wijn (circa 2 miljoen liter jaarlijks) maar om wijn van hoge kwaliteit. Ze noemen zich dan ook producent van boetiekwijnen. De meerderheid van die wijnen gaat naar het buitenland, naar 47 landen. Tabalí is het enige wijnhuis in Chili dat wijngaarden hoog in de bergen (op 1.600 meter) en direct aan de kust heeft. Er wordt volop geëxperimenteerd en geëxpandeerd. Het logo dat de Tabalí-wijnen gebruiken, is afkomstig van de nabijgelegen Valle del Encanto, de Vallei van de Charme maar ik noem dat Magie.

Die vallei bezochten we op maandag. Eigenlijk is het een ravijn (quebrada) vol met bijzonderheden. Je vindt er petrogliefen, pictografieën en piedras tacitas, dat zich niet zo gemakkelijk laat vertalen. Het zijn grote stenen met ronde gaten erin. Die zouden dienstdoen als vijzels voor het vermalen van granen en andere voedingsmiddelen maar zouden ook kunnen dienen als opvang voor het bloed voor offerandes (vooral guanacos). Petrogliefen zijn tekeningen die in stenen zijn gekrast of geschraapt, pictografieën zijn tekeningen die in stenen en rotsen zijn aangebracht met pigment van planten en mineralen. Het was werk van de Molles en Diaguitas, inheemse volkeren die hier ooit leefden.

In mijn Spaanstalige reisgids las ik dat je de vallei het best kan bezoeken rondom het middaguur omdat de zon dan gunstig staat ten opzichte van de rotstekeningen. Soms moet je moeite doen om iets te zien. We reden er dan ook op het heetst van de dag, om 12:00 uur binnen. Chili staat bol van de culturele bijzonderheden en dit terrein is er zeker een van. Het enige dat vaak te wensen overlaat, is de documentatie. De Valle del Encanto is daarop helaas geen uitzondering. De man die de slagboom voor ons opende, was echter alleraardigst. Hij lichtte toe hoe we het best konden lopen. (En hij vroeg hoe het met Ajax gaat, geloof het of niet?!) We kregen een kaartje mee maar de verhoudingen klopten niet en de aanwijzingen waren verwarrend. De auto moest op een centrale parkeerplaats worden gestald, het terrein moest je vervolgens te voet verkennen. De hele route zou twee à drie uur in beslag nemen. We smeerden nog een extra laag zonnebrandcrème over onze lichamen uit, deden onze hoeden op en staken een flesje water in de achterzak. Klaar om te gaan!

Het is er prachtig maar die zand- en keipaden zijn niet voor iedereen weggelegd. Soms moesten we een beetje en soms veel klauteren. Met mijn nieuwe heup is dat geen probleem meer maar ik heb nog regelmatig last van duizelingen en onstandvastigheid vanwege de oorinfectie dus ik was extra op mijn qui-vive. Bovendien was het erg warm. 
Op enig moment zag ik een wit bord met schots en scheef geschreven tekst ‘Banos del Inca’ en een pijl naar rechts. Ik had wel behoefte aan een toilet dus ik zei tegen mijn liefje dat ik daar even naartoe ging. Zij stelde voor dat ik beter kon gaan toiletteren bij de uitgang. Braaf als ik (soms) ben, volgde ik haar raad op. We liepen na 2.5 uur licht gekookt terug naar een bloedhete auto. Wel geurde ons de eucalyptus tegemoet. Ik was verrast deze boom, die ik alleen ken van onze reizen door Australië, ook hier aan te treffen. Die ochtend plukte ik een takje en stak dat in de airco. Uit nadere bestudering van het kaartje van de vallei tijdens de lunch, bleek dat schots-en-scheve bordje te verwijzen naar eeuwenoude baden van de inheemse bevolking. Hierbij voeg ik een foto toe van het gemiste object. Nou ja, zo nodig hoefde ik nu ook weer niet. Tja.  

Morgen reizen we door naar kustplaats Viña del Mar, een oude lieveling van ons tweetjes en de een na laatste bestemming op deze rondreis. Daar waren we in januari/februari 2015 een dag of tien toen een hittegolf Santiago de Chile teisterde. Destijds vonden we het er erg leuk. We gaan deze keer veel korter maar dat mag de pret niet drukken.


vrijdag 8 februari 2019

Waarheid als een zeekoe

In Copiapó kocht ik in de uitverkoop een knalrood t-shirt. Het ging niet per se om de kleur, het was de tekst waarop mijn oog viel: ‘the ocean calms my restless heart’. Ik vond het mooi en toepasselijk. Een waarheid als een koe. Op weg naar Caleta de Chañarel de Aceituno droeg ik het. Daar zouden we namelijk walvissen kunnen zien. In dit seizoen is de blauwe vinvis daar te vinden, een kolos van minstens 30 meter lengte die we nog nooit met eigen ogen zagen. Walvissen migreren. In dit deel van de wereld zwemmen ze van het koude Antarctische water naar het noorden, naar de Galapagos-eilanden (Ecuador) waar de vrouwtjes bevallen van hun baby’s en dan weer zuidwaarts trekken voor het lekkere eten.

In de wetenschappelijke sectie van de plaatselijke krant El Mercurio las ik recent dat er rondom het eiland Chiloé, dat we passeerden met het cruiseschip, een populatie van deze walvissensoort is van wel 500 à 600 exemplaren. Het is de grootste concentratie van deze zeezoogdieren in het zuidelijk halfrond. Er kwam daar ecotoerisme op gang om deze prachtige dieren op open water te zien maar het artikel schrijft dat je meer kans hebt om ze in marien park Chañarel de Aceituno te zien. Joehoe (dacht ik toen)!

We boekten een verblijf van twee nachten in Punta de Domos, een klein resort met zes ronde tenten met veranda, direct aan de oceaan gelegen. Dat komt tot nu toe het dichtst bij kamperen, een van onze favoriete tijdsverdrijven. Daarvoor moesten we even puzzelen maar het lukte. We kwamen in de middag aan en trokken in ‘de iglo’, zoals mijn liefje de accommodatie systematisch noemde. Eigenlijk is het een blokhut met tentdoek overspannen. Een vernuftige constructie. Er is een kleine keuken, volledige badkamer, eenpersoonsbed op de benedenverdieping, een bar met krukken, een extra (slaap)bank en een smal tweepersoonsbed op de eerste verdieping. Daar wij al lange tijd niet meer samen in een klein bed kunnen slapen, bleef mijn liefje op de begane grond en verkaste ik naar boven. Misschien niet gezellig maar wel zo praktisch.

We zochten contact met een lokale visser met een goede reputatie: Patricio. We reserveerden twee plaatsen in zijn boot maar dat bleek niet recht-toe-recht-aan. Hij zou pas vertrekken als er tien passagiers waren. Ik sprak met hem via de telefoon van het hotel en daarna Whatsappte ik hem maar ik hoorde vervolgens niets meer. De eigenaar van de iglo’s wist te melden dat we met iedere andere plaatselijke vissersboot het water op zouden kunnen. Een reisje kostte 10.000 Chileense pesos per persoon en als we een hele boot voor onszelf wilden, kon dat ook als we er 100.000 pesos voor over hadden. We moesten ons vroeg melden in de haven en konden dan onze keuze maken.

Op de reisdag naar deze bestemming had ik mijn nieuwe t-shirt aan. Ik was klaar voor een boottochtje op de oceaan. Het weekend voor onze komst hadden enkele toeristen een blauwe vinvis met baby-walvis gezien en dat zette de toon. Op de ochtend van onze geplande whale watch trip trippelde ik om 07:07 uur (ik keek op mijn klokje) de trap af voor een toiletbezoekje. Ik trippelde weer de trap op, dook terug in bed en wist vervolgens niet wat mij overkwam. Zodra ik weer lag duizelde het mij en voelde ik een grote golf van misselijkheid over mij heenkomen. De voorafgaande nacht sliep ik slecht dus ik dacht dat mijn hoofd mij daardoor parten speelde. Toen kwam de oorpijn opzetten…

Ik zakte half lopend de trap weer af op zoek naar mijn liefje en sliste dat ik hondsmisselijk en erg draaierig was. Ik had het nog niet gezegd of de eerste kokhalzing was een feit. Amechtig zeeg ik op haar bed neer. Dit was geen goed begin van wat een glorieuze dag op het water had moeten worden. De thee viel vervolgens fout, het koekje kreeg ik niet weg; een drama. Dit was San Pedro de Atacama 2.0. De regelmatige lezer weet dat we deze prachtige reislocatie in Chili (onze kers op de taart) niet konden bereizen vanwege noodweer. Voor de goede orde: de hevige regenval houdt daar nog steeds aan. Sterker: het breidde uit naar het zuidelijker gelegen dorpje Huacar waar we ongeveer twee weken geleden vanuit Iquique langsreden op zoek naar lokale geogliefen en waar we stopten vor de lunch. Daar geldt nu Code Rood. Het zag er vanmorgen afschuwelijk uit op het journaal. Kasian.

Terug naar het bezoek aan de Wallevis. Ik voelde mij Jonas, verticaal verzwolgen door het dier. Overal knelde het. Zo kon ik niet gaan varen. Als ik liep, leek het alsof ik over water liep: het golfde onder mijn voeten, het kolfde in mijn keel. Ik dook in bed, mijn liefje vroeg om 11:11 uur of ik iets wilde nuttigen, om een uur of drie 's middags kwam ik haar bed uit. Ik denk dat het voortkomt uit een oorinfectie die mijn gewichtsorgaan aantast (ontsteking van het binnenoor). Toen mijn liefje en ik jaren geleden in Bali woonden, liep ik een oorontsteking op die destijds niet afdoende werd behandeld. Sindsdien is het een zwakke plek.

Na een verfrissende douche at ik een pannenkoek op de veranda, met mijn rug naar de zon. Ik keek vervolgens uren over het wijde water uit en dacht er het mijne van… (Sindsdien heb ik verbrande konen.) Wat zwom daar allemaal rond dat ik die dag niet zag? Het was overigens best vermakelijk wat ik daar zag: tientallen toeristenbootjes voeren af en aan, gieren, pelikanen, meeuwen en andere vogels vlogen over mijn hoofd, alleen en in grote zwermen, op de rotsen spotte ik ook van alles. De vogelaar in mij kwam aan haar trekken. Dat was oprecht kalmerend. Dat gold ook voor de prachtige zonsondergangen.

De dag erna zouden we een nieuwe poging doen. De ochtend van dag twee van het walvisuitje -vanochtend- verliep hetzelfde als de dag ervoor al hielde de klachten korter aan. Ik liep onstandvastig naar het ontbijt, moest mij vastgrijpen aan de veranda en aan de ontbijttafel. Zodra ik van horizontale in verticale stand ga (en vice versa), komen de duizelingen en de misselijkheid op. 
Ik denk dat dit wel even gaat duren. Er zijn namelijk geen medicijnen die de klachten kunnen wegnemen. Als ik terug ben in Spanje ga ik maar weer naar de oorarts; dat deed ik ook toen ik destijds uit Bali kwam maar men vond toen niets. Na het ontbijt reed mijn liefje de eerste kilometers, daarna nam ik het fluitend over. Niets aan de hand. Totdat ik weer ga liggen.

De walvissen van Chañarel de Aceituno schreef ik helaas op mijn buik. Tja. We kwamen inmiddels in een van de belangrijkste wijnstreken van Chili aan. Een mooi gebied met valleien in het binnenland met heuvels en bergen rondom, velden vol wijnranken er tegenaan geplakt. Het heet hier niet voor niets de Valle del Encanto, de charmante vallei! Het is hier warm. Morgen staat een excursie gepland naar de plaatselijke wijngaard van schoonzoon Felipe van onze vriendin Luz Maria en zijn familie. Een jong en bijzonder wijnhuis. We kijken ernaar uit.


dinsdag 5 februari 2019

Voorbij de dip

Zelf liet ik de dip inmiddels achter mij die ontstond toen we in Calama (Noord-Chili), net voor San Pedro de Atacama, piepend en kreunend tot stilstand kwamen door noodweer. Het is daar nog steeds hommeles: inmiddels is ook in Calama 80% van het stadje afgesneden van drinkwater. We zagen beelden op de lokale tv van mensen in lange rijen met jerrycans. Overigens vond daar een aardbeving plaats, met een kracht van 4.5 op de avond van ons vertrek. Dat maakten we nu een paar keer mee: wij gaan weg en meteen daarna gebeurt het. In San Pedro komt de regen nog steeds met bakken naar beneden. Afgelopen weekend las ik in Nederlandse kranten dat aanhoudende regen in Bolivia mensenlevens eiste. Dat is hetzelfde water boven dezelfde Andes maar dan aan de andere kant van de grens. Er viel in de afgelopen dagen in de omgeving van San Pedro meer neerslag dan in de afgelopen 20 jaar; het betreft ruim 40 millimeter, een verdubbeling van het record van 2015. Daarmee werden wij ongevraagd onderdeel van de Chileense geschiedenis. 

Van extreme regenval is ook sprake in de Australische stad Townsville (Noord-Queensland) die wij in 2006 aandeden. Het is niet verwonderlijk dat huizen daar op vijf meter hoge stelten staan. Daar viel onlangs in één dag tussen 150 en 200 millimeter regen, meer dan normaliter in een heel jaar valt. Zoveel neerslag kwam daar in de afgelopen 100 jaar niet voor. De plaatselijke rivieren traden daar buiten hun oevers met als resultaat bijtgrage krokodillen everywhere! En dan blijven sommige lui maar beweren dat er niets aan de hand is qua klimaatverandering. Trump in zijn Amerika, dat lijdt onder een polar vortex, blijft maar vragen waar die ‘zogenaamde’ opwarming van de aarde zich nu ophoudt. We need you badly! De dommerd. Moeder Aarde scoort record op record. Tja.

Afgelopen weekend ging in heel Chili een nieuwe wet van kracht die plastic zakken in winkels verbiedt. Ze zijn het eerste land in Zuid-Amerika dat deze actie neemt. Politici waren elf jaar druk bezig om dit voor elkaar te krijgen. Ook dat is geschiedenis, ook daarvan waren wij deelgenoot. In Chañaral, waar we een tussenstop maakten, schaften we een tasje aan met daarop een Eco-leus en een foto van de wereldbol. In de Stille Oceaan drijft een plasticsoep die net zo groot is als Mexico dus het werd hoog tijd voor actie.

We reisden inmiddels ruim 500 kilometers zuidwaarts, gingen van Norte Grande terug naar Norte Chico. Via de kust reden we het binnenland in, waar bestemming Copiapó ligt. We zijn nu in een deel waar Chili het smalst is. Dat betekent dat we de Andes continu om ons heen zien, pieken van 5.000 tot 6.000 meter hoog. In deze stad zelfs 360 graden om ons heen. Al blijven we zeemeerminnen, we kijken onze ogen uit. Onze Chileense vriendin Luz Maria noemde deze stad muy feo” (heel lelijk) maar wij vonden het erg meevallen. Op onze recente rondreis door het noorden kwamen wij in veel lelijker steden terecht!

Het moet worden gezegd: Chili is niet een land dat zich gemakkelijk laat liefhebben. Vrienden met wie we in de afgelopen weken regelmatig appten, gebruikten woorden als “leeg”, “kaal” en “woestijnachtig” bij foto’s die we doorstuurden. Dat is precies waar het merendeel van het land uit bestaat. In de afgelopen dagen ontmoetten we Duitse toeristen voor wie het nóg meer tegenzat dan voor ons. Een stel maakte hier een tussenstop op hun reis naar Nieuw-Zeeland. Ze moesten aanvankelijk terugkeren naar Madrid na de Atlantische Oceaan te zijn overgevlogen omdat iemand aan boord  een hartaanval kreeg. Toen ze na veel oponthoud eindelijk landden in Chili konden ze, net als wij, niet naar San Pedro de Atacama doorreizen. Andere Duitsers maakten na 40 jaar een sentimental journey naar Chili. Zij vlogen van Santiago naar Calama (waar we hen ontmoetten en waar het voor ons allen ophield), waarna ze nog naar Puerto Montt en Punta Arenas zouden doorvlogen. Twee van hen hadden nu al last van depressies terwijl ze nog twee tamelijk onooglijke steden voor de boeg hadden.

Die somberheid voelen wij als reizigers soms ook. Mijn liefje kreeg er zelfs last van en die is toch gelijkmatig van gevoel, veel meer dan ik. Wat is dat met dit land? Is het de armoedigheid die altijd op de loer ligt? Hangt die samen met het feit dat mijnbouw zo prominente rol speelt? Rondreizend deed het mijn liefje vaak denken aan de jaren '50 van de vorige eeuw in Nederland. We spraken erover met andere reizigers. Sommigen rekenden die sfeer toe aan de politiek: het land zou tussen Pinochet en een linkse koers zijn blijven steken? Ik krijg er de vinger niet helemaal achter. We gaan er met Luz Maria verder over spreken. Prachtige bergen, een constant veranderend landschap, en übervriendelijke Chilenen maken deze reis echter de moeite waard.

We zijn nu dus in mijnstad Copiapó, in een hotel met groot buitenzwembad, naast het casino. We verblijven in de grootste kamer ooit. Het uitzicht is amazing. We kregen beiden een tegoedbon om te gokken maar we werden die avond geen lid van de Luckia Club. Naarmate we zuidelijker reizen, zullen we te maken krijgen met hoge temperaturen die hier heersen. In Santiago worden thans warmterecords bereikt. Er vielen in de regio al doden vanwege felle bosbranden.

Voor de deur bleek het Fiesta del Virgen de la Candelaria’ te worden gevierd. De maagd is beschermvrouwe van de mijnwerkers en daar hebben ze er hier nogal wat van. Vele groepen vanuit de regio gingen felgekleurd en dansend door de straten. Zelfs uit Calama. Het sluitstuk was een beeld van de maagd zelf dat op de schouders van stoere mannen door de straten werd gedragen. Dat kennen we van Spanje!


vrijdag 1 februari 2019

Geen kers op de taart

Dit wordt een van de naarste blogs die in tijden is geschreven; niet voor de lezer, maar voor mij als blogger. De regelmatige lezer weet dat we op onze rondreis door Chili, van het diepe zuiden tot aan Iquique, gisteren op circa 100 kilometer vóór San Pedro de Atacama, tot in mijnstad Calama waren gevorderd. De bedoeling was dat we vandaag met de Nomade naar San Pedro de Atacama zouden rijden. Daar boekten we voor vijf nachten een kek hotel dat ons in de gelegenheid zou stellen alle uitstapjes op de wensenlijst te gaan ondernemen: dode en actieve vulkanen, valleien, lagunes, zoutmeren, thermen, geisers, vicuñas, Andesflamingo’s en zoveel meer. De kers op de taart.

In het hotel in Calama druppelden ongekend veel buitenlandse toeristen binnen. Duitsers vertelden ons dat ze die middag door de politie op de weg naar San Pedro staande waren gehouden. Ze mochten niet verder, de weg was afgesloten vanwege noodweer in en om San Pedro. We zagen beelden van een stadscentrum vol blubber en we zagen dat rivieren uit hun oevers waren getreden. We hadden er een hard hoofd in want de weersvoorspellingen waren niet goed: vier à vijf dagen met 80% kans op regen, in een gebied dat bekend staat als het droogste van de wereld. Tja.

Vanmorgen werden we wakker onder een grijs wolkendek maar het regende niet. We zetten de tv op het lokale nieuws en zagen vreselijke beelden: de regen had aangehouden, de modder in San Pedro leek nu te zijn veranderd in een meer. Onze kansen om het gebied te bezoeken, leken zo goed als voorbij… Opnieuw was het beeld in de ontbijtzaal anders dan anders: veel buitenlandse toeristen die elkaar aanschoten voor nieuws. Vanmorgen ontmoetten we twee Britse echtparen die de voorgaande dag met het vliegtuig vanuit Santiago waren binnengevlogen om de bezienswaardigheden van de Atacama-woestijn te bezoeken.

Wij vroegen de hotelreceptie wie de betrouwbaarste informatie kon verschaffen. De gemeente informeerde het bureau voor toerisme. Hij wist te vertellen dat de weg tussen Calama en San Pedro tenminste twee dagen gesloten zou blijven. Daarna was het afwachten. Alle toeristenattracties in het gebied waren onbegaanbaar. Wij vroegen hem contact op te nemen met ons hotel in San Pedro. De verbinding kwam niet tot stand. Hij probeerde het enkele malen maar het lukte niet. Op mijn vraag of dat wellicht te maken kon hebben met het slechte weer, trok hij zijn schouders op. Wij mailden het hotel alvast dat we buiten onze schuld niet op tijd zouden arriveren.

Het was nu al niet plezierig in San Pedro, wat als mensen zouden gaan hamsteren? Of dat toelevering van producten zou stremmen? Enkele rollen toiletpapier hadden we wel bij ons, net als enkele flessen water… Zouden de ploegen die de wegen naar en in de stad moeten schoonmaken, daar nu al zijn of zouden ook zij worden gehinderd door deze onbegaanbaarheid? En nog veel meer van dit soort gedachten.

Toen wierp ik een blik naar buiten. Voor het hotel gutste water door de straat. Het kwam tot halverwege wagenwielen. Geen goed beeld al hielp het onze besluitvorming wel. We besloten niet in Calama te wachten op wat er zou gebeuren maar ons mooie plan op te geven en terugkeren naar Antofagasta. Weg Kers! Vrijdag de 1ste februari 2019 zal mij lang heugen als de Dag van Grote Pech. We moesten beiden twee keer slikken, keken elkaar aan en knikten elkaar toe. Pijnlijk maar het enige zinvolle besluit. De Britse echtparen hadden al te horen gekregen dat ze deze dag en de dag erna niet naar Santiago terug zouden kunnen vliegen. De prijs van een ticket zou daarna weleens huizenhoog kunnen worden. Zij gingen moeite doen om een plaats in een toerbus naar de hoofdstad te bemachtigen, 1.700 kilometers zuidelijker. Kasian.

Wij zetten koers naar een buitenwijk van de stad toen ik over een brug reed met een bulderende rivier eronder: de Loa, het kabbelende stroompje dat we de dag ervoor nog enkele keren waren overgestoken. Lokalen filmden het watergeweld en gebulder, meldden mij dat ze zoiets nog nooit hadden meegemaakt. En het was nog maar de tweede dag dat het regende in San Pedro en omstreken, bedacht ik mij… Met zoveel regenbuien te gaan zou ook Calama niet droogblijven. Wegwezen! De Loa ontspringt in de hoge Andes, loopt in een U-vorm en mondt uit in de Stille Oceaan. Deze rivier zou gaan functioneren als watertrechter die zeker één stad in zijn loop zou vinden: Calama. Daar wil je niet verrast en gevangen zitten.

Het gekke was dat we met prachtig weer naar het zuiden reden. Het probleem speelt zich af in de hoger gelegen delen van de Andes. Deze taferelen zagen we wel:


Op de weg naar Antofagasta kwamen we tientallen toerbussen tegen met bestemming Calama. Ik kreeg steeds meer te doen met die grote aantallen bezoekers die de verkeerde kant op gingen. Nu worden langeafstandsbussen in Chili niet alleen gebruikt door toeristen, ook Chilenen zonder eigen vervoer gebruiken dit efficiënte middel van transport. Het zou toch gaan om honderden toeristen die vanuit Calama niet zouden kunnen doorreizen naar San Pedro. Had het mijnstadje wel zoveel accommodatie of werd dat overnachten in de gymzaal? We zagen ook de Bomberos van Mejillones (een schiereiland naast stad Antofagasta) uitrukken. Het is kennelijk alle hens aan dek.

UPI - Ricardo de la Peno (foto voor EMOL)
Inmiddels lazen we de krant ‘El Mercurio de Calama’ van vandaag in een leunstoel in de lounge van ons hotel. Het kan verkeren. In gemeentes rondom Alto Loa (het hoger gelegen deel van de rivier) gaat men over tot rantsoenering van drinkwater. De autoriteiten van San Pedro maakten verdere plannen tot evacuatie. Het bedrijf Aquas Antofagasta heeft zijn medewerkers opgedragen er alles aan te doen drinkwater aan de gemeenschap te blijven verstrekken (dat doen ze met grote vrachtwagens). Ook het Chileense electriciteitsbedrijf doet er alles aan om uitval in de regio te voorkomen. De mobiele eenheid van zware machines gaat de wegen schoonmaken en repareren (!). Dat het niet zomaar om wat schade gaat, bewijst de bijgaande foto. Vialidad, het onderdeel van het Ministerie van Publieke Werken, werk hard aan het herstel van de verbinding tussen Calama en San Pedro. Wat een drama.

We zijn gelaten, het besef van ons besluit en de situatie is nog niet helemaal ingedaald. Het was ons niet gegeven deze keer. Onze Chileense vriendin Luz Maria, die in de stad Santiago te maken heeft met extreme warmte, appte ons bemoedigend toe. De volgende keer dat wij naar Chili komen, gaan we gedrieën de Atacama onveilig maken. De hotelmanager van Antofogasta had dermate met ons te doen dat hij ons de mooiste kamer van het hotel aanbood. We hebben nu zicht op de oceaan en de plaatselijke golfbaan.

Dit gaan we in ieder geval niet zien. Het is maar dat je weet dat ik mij nu niet voor niets licht gedeprimeerd voel... (En de makers van deze bloedschone foto's bedank ik een keertje niet.)


Het hotel in San Pedro de Atacama mailde ons zojuist dat ze ons geen enkele nacht in rekening gaan brengen. Toppers, die Chilenen! Alleen hun vermaledijde regens... Dat er door zoveel regen ook veel schade in de woestijn opstaat op microbisch niveau, zal hen nog lang heugen helaas. Wij gaan nieuwe plannen maken voor elders. We hebben hier nog ruim twee weken te gaan.