Translate

vrijdag 28 oktober 2016

Brandend

Vriend Hugo was zo vriendelijk om na zijn week in Nederland voor mij de dikke pil van historicus dr Rémy Limpach mee te brengen. Het gaat om het boek ‘De brandende kampongs van Generaal Spoor’. Het promotie-onderzoek van Limpach leidde tot een baanbrekend werk waarin op overtuigende wijze wordt aangetoond dat het officiële standpunt van de Nederlandse regering sinds 1969, dat excessen van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in de periode 1945-1949 slechts incidenteel voorkwamen, onjuist is.

Sindsdien zit ik geboeid -met bril op- te lezen in de ruim 800 pagina’s; niet eerder las ik een boek met zulke kleine letters! Inmiddels belandde ik op pagina 400, het deel  waarin de oorlogsmisdaden en de vele misstanden (smokkel, diefstal, verduistering) door Nederlandse militairen op Bali worden beschreven.

In mijn pubertijd vroeg ik mijn vader over zijn diensttijd in Nederlands-Indië maar er kwam weinig over zijn lippen. Dat typeert die generatie. Wel weet ik dat tenminste één van zijn jeugdvrienden daar om het leven kwam. Mijn vader zei namelijk één keer dat het niet gemakkelijk is om je vriend in de hoogste boom te zien hangen.” De meeste oorlogsherinneringen nam hij mee zijn graf in.

Voordat ik het ouderlijk huis als jongvolwassene verruilde voor een studentenkamer, vroeg ik aan mijn ouders of ik enkele foto’s van vroeger mocht meenemen. Dat vonden ze goed. Ik maakte een keuze uit de fotoboeken die onderin de kast lagen en nam foto’s mee van mijn vader als jongeman, als militair, van hem en mijn moeder samen en van het jonge gezin dat zij na zijn terugkeer uit Nederlands-Indië stichtten.

Mijn moeder en hij leerden elkaar in oorlogstijd kennen via correspondentie. Tijdens zijn uitzending naar Nederlands-Indië trouwden ze met de handschoen. Dat deden militairen in die tijd regelmatig als ze hun verloofde naar de archipel wilden laten overkomen. (Dat gebeurde niet.) Na mijn vader’s terugkeer trouwden ze voor het echt. Deze foto, waarop de militaire insignes van mijn vader zijn te zien, werd genomen in oktober 1949.

Ik meende mij te herinneren dat hij als oorlogsvrijwilliger naar de Oost ging. Limpach haalt in zijn boek vrijwilliger Jacob Vredenbregt aan die verklaarde dat de zucht naar avontuur en de vlucht uit de ellende van honger en armoede in Nederland-in-oorlogstijd de belangrijkste redenen waren om vrijwillig naar Nederlands-Indië te worden uitgezonden, voor hem en veel van zijn maten. Ik denk dat dit ook voor mijn vader gold. Ik kreeg nooit de indruk dat hij ideologische drijfveren had.

Ik haalde het familie-album tevoorschijn en bekeek de foto’s en plaatjes die ik van hem uit die tijd heb aandachtig. Zo is er een ansichtkaart van het troepentransportschip de Groote Beer. Op een van de foto’s staat hij met maten in een veld met palmbomen. Achterop staat dat hij in het voorjaar van 1948 is gelegerd in Tangerang, een plaats ten westen van het vroegere Batavia, West-Java. Op de achterkant van een andere foto waar mijn vader -kennelijk- voor mijn moeder poseert op een motor, staat met potlood B20 geschreven (denk ik). Geen idee waarnaar dat verwijst. Hij vraagt haar op die achterkant hoe hij eruit ziet maar vermeldt tegelijkertijd dat hij er niets van kan.

Naarmate de lectuur over de brandende kampongs vorderde, kreeg de wens om meer te weten over mijn vader als militair mij meer en meer in zijn greep. Waar diende hij en wanneer? Hoe reisde hij naar zijn bestemming? Wat was zijn marsroute? Wat waren de taken van zijn groep? Wanneer en hoe keerde hij naar Nederland terug? Ik zocht en zocht. Mijn ogen brandden in hun kassen. Afgelopen week deed ik niets anders. Defensie, veteraneninstituten, diverse websites van Indiëgangers... ik ging ze allemaal af.
Het duurde relatief lang voordat ik iets over hem vond. Zijn volledige naam, anders gespeld dan ik mijn familienaam nu doe (!), in combinatie met plaats Tangerang gaf de eerste grote hit. Zijn naam en rang stonden op een lange lijst van manschappen van de 7 December-divisie. Die divisie was oorspronkelijk bedoeld om te gaan vechten tegen de Japanners maar toen die vroegtijdig capituleerden, werden de mannen klaargestoomd om te vechten tegen de nieuwe 'vijand' in Nederlands-Indië.

De beheerder van een website met passagiers- en botenlijsten van Indië-gangers die ik mailde, vond gegevens over mijn vader. Verwijzend naar het woonadres van mijn opa in Nederland vroeg hij of dat mijn vader was. Nou en of! Zo kwam ik te weten dat hij aan boord van de Groote Beer naar Amsterdam terugkeerde in augustus 1949. Wanneer hij precies naar Batavia reisde, is nog niet duidelijk. Mijn vader blijkt bovendien geen vrijwilliger te zijn geweest. Hij ging erheen als 29-jarige dienstplichtig militair en kreeg in Indië de rang van sergeant (onderofficier).

Vervolgens vond ik zelf officiële gegevens over zijn bataljon en het regiment waarvan hij deel uitmaakte. Dat bataljon kreeg naar verluidt een korte opleiding en lichte bewapening. Het was onderdeel van de divisie Palmboom, opgericht in Vught in 1947. Zijn bataljon functioneerde hoofdzakelijk als bewakingsbataljon; de manschappen bewaakten depots, krachtstations en een vliegveld in West-Java. Ze werden tevens belast met konvooibeveiliging. Hun embleem was een ridder met schild: ‘men wilde zich een ridderlijke tegenstander tonen’. Het bataljon had zelfs een eigen krantje.

Mijn vader maakte de Eerste en Tweede Politionele Actie mee. Kasian. Dat waren eufemistische uitdrukkingen voor oorlog. Hij en zijn maten moesten toentertijd de Van Mooklijn verdedigen tegen guerrilla-aanvallen van het Indonesische leger. (Van Mook was toentertijd luitenant-gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.) Iets waarin de meeste Hollandse militairen niet waren getraind. Dat leger was naar verluidt moeilijk te bestrijden omdat men zich na verrassingsaanvallen direct achter de demarcatielijn terugtrokken; een gebied dat de Nederlanders niet mochten betreden. Het waren zeer onrustige tijden, dat begrijp ik inmiddels uit het goed gedocumenteerde boek van Limpach. 17 mannen van het bataljon van mijn vader kwamen om. Hij gelukkig niet. Zo kon hij mijn (geliefde) vader worden. 

Dit alles had ik veel eerder willen weten, bij voorkeur vóór zijn overlijden. Toentertijd was ik echter helemaal niet bezig met het oorlogsverleden van mijn vader. Tja. Als ik mij goed herinner, ging hij een keertje naar een Veteranendag. Ik denk niet dat het hem boeide. Hij was er de persoon niet naar om terug te kijken. Hij werd in de Eerste Wereldoorlog geboren, maakte de Tweede Wereldoorlog zeer bewust mee en diende zijn land ook nog in de Oost. Ik realiseer mij dat hij ruim zeven jaar van zijn leven in militaire dienst was. 

Mijn vader zou binnenkort 98 jaar zijn geworden. Het onderzoek naar dit deel van zijn geschiedenis is hiermee nog niet afgerond. Bij verschillende instanties staan nadere vragen uit.


zondag 23 oktober 2016

In de wolken

Als er iets is wat de zomer in Spanje dit jaar typeerde dan zijn het wel wolken. Wolken, hoog en langgerekt, dun en dik, wit en lichtgrijs. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Niet dat we veel bewolkte dagen hadden; in het geheel niet. Het was alleen nauwelijks wolkenloos. 
In de afgelopen jaren bracht de zomer continu  strakblauwe luchten, zonder een wolkje aan het firmament. De zon kwam op en je zag de koperen ploert voor de rest van de dag. Dit jaar niet. De zon kwam op en dook achter een wolkendek. Tijdens deze zomer was er sprake van ont-zet-tend veel vocht in de lucht. De hygrometer had een recordseizoen. Als professioneel wolkenstaarder, lid nummer 29.410 van de Cloud Appreciation Society, was ik er niet rouwig om. Het leverde regelmatig mooie beelden op.

In Nederland ervoeren mensen gisteren de eerste nachtvorst. Inmiddels betraden we ook hier de meteorologische herfst maar de temperatuur is nog ruim boven 20 graden Celsius. Ik trek nog bijna dagelijks baantjes in het koele zwembad. Langzaam door raken is geen optie dus ik plons erin en ga aan de slag. Doorgaans heb ik het bad voor mij alleen (mijn liefje zwemt niet meer, haar gewrichten mopperen luid). Nog even en ik word aangezien voor de dorpsgek…. Ik neem mij voor om tenminste tot 1 november door te zwemmen. Daarna is het aftellen totdat we kunnen zwemmen in een groot, tropisch bad. We ontvangen wekelijks foto’s van Balinese mannetjes die zich al zwemmend voorbereiden op onze komst. Op een zo’n kiekje zag ik Yuda een fraaie snoekduik maken. Joehoe!

Afgelopen week kregen we hier aan het begin van een avond een heel zware bui met donder en bliksem. De Spaanse meteorologische dienst AEMET waarschuwde ervoor, in bijna heel Spanje. Ik keek uit het zijraam en zag een grijze deken over ons neerdalen. Het appartement van onze vrienden Ben & Joan was niet meer zichtbaar. 
Staand op het terras, zag ik in de verte de bui over het vliegveld van San Javier naar de Mar Menor rollen. Een machtig gezicht. Het was zo’n typische gota fría-bui, waarbij water van een relatief warme Middellandse Zee botst met koude lucht in de hoge atmosfeer met grote overstromingen tot gevolg. De weerdienst voorspelde dat dit meteorologische fenomeen dit najaar relatief laat zou optreden. Ook daarin kreeg men gelijk. Dat ontriefde mij echter niet, het leidde wederom tot prachtige plaatjes. 

Die avond genoten we van een toepasselijk herfstig stoofgerecht: een klassieke Franse boeuf bourguignon met rode wijn- & cognacsaus, waar mijn liefje vijf uur aan werkte totdat het perfect was. Boerenkost op zijn best. Met een zijdezachte aardappelpuree. Heerlijk.

Vandaag is weer een heel mooie, zonnige dag. Het wordt 27 graden Celsius. We gaan -waarschijnlijk voor de laatste keer- een visje eten bij een van onze favoriete chiringuitos, onder de parasol en met de voetjes in het zand. Cheers!





donderdag 20 oktober 2016

Dr No

Illustratie: Dave Erandlund
Twee dingen vielen mij op aan het doktersbriefje dat Donald Trump tijdens de presidentiële verkiezingen uit zijn hoge hoed toverde. Ten eerste de aanhef: ‘To My Concern’. Letterlijk vertaald staat er ‘tot mijn bezorgdheid’ terwijl zo’n briefje juist is bedoeld om zorgen bij de lezer weg te nemen. Volgens mij moet het zijn ‘To Who It May Concern’ hetgeen zich laat vertalen met voor wie het betreft, voor wie het aangaat. Ik vermoed dat een assistent van Trump aan arts Bornstein dicteerde wat hij moest schrijven en hij door haast of stress verkeerd typte. Ik durf het zelfs een Freudiaanse verspreking te noemen! Het tweede dat mij opviel was dat de arts verklaarde dat zijn patiënt (onder andere) geen heupprothese heeft, als bewijs van een blakende gezondheid… En dat was toch een beetje tegen het zere been, of in mijn geval, teugen mijn sneue heup. Dat Trump fysiek in orde is, mag zo zijn; aan zijn gezonde geest wordt door menigeen ernstig getwijfeld, including me. Bij hem zit zeker een steekje los.

De regelmatige lezer weet dat ik in het voorjaar van 2015 de diagnose coxartrose kreeg gesteld. Al jarenlang liep ik ongemakkelijk maar tijdens een rondreis door Zuid-Amerika namen de klachten dermate toe dat ik mijn liefje moest beloven na thuiskomst een afspraak te maken met een medicus van de afdeling Traumatología in het Spaanse ziekenhuis. Aldus geschiedde. Qua mobiliteit was dit een roller coaster-jaar. Na maandenlange fysiotherapie gaf ik in het najaar van 2015 de brui aan die wekelijkse bezoeken. Ik had het idee grotendeels in een ziekenhuis te leven en haatte dat gevoel. Sindsdien waren er weken waarin ik liep als een kievit, afgewisseld met periodes van gestrompel en pijn.

Van alle zijden kreeg ik artikelen opgestuurd en positieve verhalen van geopereerde derden. Inmiddels ben ik vastbesloten in het voorjaar van 2017 onder het mes te gaan. De grote vragen zijn nu: wiens mes, welk mes en waar?

In 1883 werd voor het eerst een methode beschreven voor het opereren van sneue heupen. Dat was het werk van de Duitse chirurg Carl Hüter. In die tijd was er nog geen sprake van protheses maar door tbc werden heupgewrichten zwaar beschadigd en opereerde men mensen om van de helse pijn af te komen.
Bij een heupoperatie kan een chirurg het gewricht op drie manieren benaderen: van voren, van opzij en van achteren. De Franse methode, waarbij het gewricht van voren wordt benaderd, werd voor het eerst toegepast in Parijs in 1947, door de Franse chirurg Robert Judet. Eerst alleen en later met zijn zoon Thierry. Als team opereerden zij in 20 jaar tijd circa 2.000 patiënten op deze wijze. De Fransen zworen erbij, de Britten niet. Veel van wat in Nederland op chirurgisch vlak gebeurt, is gebaseerd op de Angelsaksische literatuur dus deze methode kwam in het Vaderland pas laat op gang (2006).

Het grote verschil -en dat is tevens de reden voor het succes- is dat de chirurg bij deze  Anterior Approach niet door spiermassa hoeft te snijden bij plaatsing van de prothese; dat voorkomt mank lopen en uit de kom schieten van het nieuwe heupgewricht. Direct na de operatie is de patiënt letterlijk weer op de been. Onlangs downloadde ik een PDF-file met de gedetailleerde beschrijving van deze methode. Het is geen favoriete lectuur maar weten wordt -uiteindelijk- minder zweten. Ik zie erg tegen de operatie op, voel aversie tegen een prothese in mijn lichaam. Het overschaduwt de voorpret en het reisplezier en dat is ernstig; de uit-knop in mijn hoofd werkt niet. Tja. Ik wil echter weer kunnen golfen, dagelijks 10.000 stappen zetten met mijn liefje en pijnloos en klachtenvrij door het leven gaan.

Ik maakte onlangs weer een afspraak met de lokale traumatoloog. Uitgerust met mijn HIP-boekje waarin al mijn vragen staan, stapte ik zijn spreekkamer binnen en vroeg hem op de man af, na een ruime inleiding en excuses voor mijn directheid, naar zijn ervaring met die operatie-van-voren als methode. Zijn antwoord: Nul.
Hij hanteert de postero-laterale aanpak, met twee grote incisies: aan de achter- en zijkant van het dijbeen. Bij die aanpak worden pezen doorgesneden. Dat doet hij al ruim 20 jaar, met succes. Slechts in 2 à 3% van die gevallen ontstonden incidenten tijdens of na de operatie. Gezien mijn leeftijd, zou de modulaire prothese kunnen bestaan uit een combinatie van titanium en keramiek, press-fit of met cement. Die beslissingen kunnen pas door de chirurg worden genomen op het moment van opereren. Dan pas wordt duidelijk wat de toestand is van het bot en van het weefsel eromheen. Na de operatie moet de patiënt circa 4 dagen in het ziekenhuis blijven, de eerste week gebuikmakend  van een looprek en daarna nog enkele weken met krukken. Ik zou een maand of twee rustig aan moeten doen. Pfffff. Jammer, dat was niet wat ik wilde horen maar ik hield er rekening mee.

Inmiddels stuurde ik een mail aan twee andere ziekenhuizen met de vraag of zij de Anterior Approach hanteren. Ik geef nog niet op.



maandag 17 oktober 2016

Kookpunten

Afgelopen weekend werd het beste restaurant van het Verenigd Koninkrijk gekozen. De prijs wordt toegekend door de lezers van The Guardian, een krant die ik zelf ook graag online lees. Men heeft een sectie die Observer Food Monthly heet en daar is de prijs naar vernoemd. Dit jaar viel de eer te beurt aan een Spaans restaurant in Londen (Soho), genaamd Barrafina, waar Nieves Barragán Mohacho de kok is. Vorig jaar werd het door Restaurant Magazine al uitgeroepen tot 's lands beste restaurant. Barrafina is het eerste Spaanse restaurant dat daar een Michelinster ontving. En... het is het eerste restaurant zonder tafels!

Eerder deze maand bezochten we de grote supermarkt Carrefour in Torrevieja weer eens; dat deden we dit jaar nog niet. Bij binnenkomst zag ik tientallen bakken met 1€ en 2€-aanbiedingen, vooral keukengerei en speelgoed. We graaiden met veel plezier voor onszelf en voor de mannetjes in Bali: een kikkerspringspel, mijnwerkerslampjes voor op hun voorhoofd, een rol van 3 meter met tekeningen om in te kleuren en meer. Zo wordt het wel heel gemakkelijk om in december Sinterklazina te spelen. Na alle gangen uitgebreid te hebben bewandeld, gingen we richting kassa. Het bedrijf implementeerde recent een nieuw systeem. In plaats van een rij voor elke individuele kassa, hanteert men nu een voorsorteersysteem. Die ene rij was misschien wel 100 meter lang. We sloten geduldig aan. Aan het begin van die fila única staat een scherm dat aangeeft aan welke kassa je daarna mag afrekenen.

Ik las recent dat Carrefour in Spanje op de vierde plaats eindigde van goedkoopste supermarktketens. Een jaar lang vergeleek men de kosten van 150 basisproducten van bekende merken (dus geen huismerken). De supermarktketen die mijn liefje en ik wekelijks bezoeken, Alcampo, eindigde wederom op de eerste plaats, gevolgd door het Spaanse familiebedrijf Mercadona en Lidl (Duits). Het verschil in de prijs van een goedgevulde boodschappenmand van de goedkoopste en de duurste supermarkt bedraagt ruim €800! Die vier supermarkten zitten allemaal in onze directe woonomgeving dus wij vergelijken ook regelmatig. Vroeger beperkten we het boodschappen doen tot een minimum, nu hebben we alle tijd van de wereld en maken we er een uitje van.

Er zijn nog twee van mijn oorspronkelijke favorieten in de race om de titel van Masterchef Australia 2016: Mimi Bains en Trent Harvey. Mimi (27, productmanager) moet regelmatig koken om in de race te blijven maar dat is doorgaans niet haar eigen schuld. Ze komt in zo’n afvalronde terecht na een verloren groepsopdracht maar slaat zich er tot nu toe goed doorheen. Trent (29, electriciën) komt ook af en toe in een eliminatieronde terecht maar staat zijn mannetje. Ze zijn beiden goed op dreef, ik hoop dat ze het ver gaan schoppen. Ik kijk elke week, het lukt thans niet om elke dag te kijken. Teveel culi-uitjes met vrienden hier!

Mijn liefje en ik kwamen onlangs tot de conclusie dat de winnares van de allereerste serie van Masterchef Australia, Julie Goodwin, in latere series nooit meer zou hebben gewonnen. Ze kookte eigenlijk tè gewoontjes. De uiterst creatieve Poh Ling Yeow werd destijds tweede maar werd uiteindelijk beroemder dan Goodwin. Zij werd onder andere een veelbekeken tv-kok. We leerden haar in 2014 tijdens een rondrit door West-Australië persoonlijk kennen en mailden daarna regelmatig. Nu is het al maanden stil aan haar kant; te druk, geen tijd meer voor twee van haar Hollandse fans? Jammer. Ik las ooit dat men voor de eerste serie met opzet een ‘all Aussie girl’ wilde laten winnen om het programma te laten slagen in eigen land. Niemand vermoedde kennelijk dat het een succes werd in de hele wereld. Het werd een van de beste exportproducten van Down Under.

Ook Justine Schofield was destijds deelneemster aan die allereerste jaargang; zij  eindigde als vierde. Het legde haar evenmin windeieren: al jarenlang heeft zij een gewaardeerd kookprogramma op tv, getiteld Everyday Gourmet. Er loopt momenteel een jaargang op de Nederlandse televisie. Ze is een leuke meid; haar moeder is van Franse origine, haar vader is een Ozzie. Af en toe heeft ze gastkoks in haar programma; vaak collega’s uit het circuit van Masterchef Australia. Haar recepten zijn vol smaak en tamelijk gemakkelijk. Ik legde een Justine-map op de iPad aan waarin ik favoriete recepten bewaar. 

Haar pork tonnato en filodeegtaartjes maakte ik recent na. Aangezien we hier in Spanje zeer sporadisch kalfsvlees kunnen vinden, gebruikte ik lomo de cerdo (varkensfilet) als vleessoort. Kook het vlees gedurende 35 minuten in witte wijn en water, met daarin 2 selderijstengels, 2 laurierblaadjes, een geschilde ui met daarin 4 kruidnagels. Neem de pan daarna van het vuur af en laat het vlees in eigen bouillon afkoelen. Eenmaal afgekoeld, snij je het in dunne plakken. Ingrediënten voor de tonijnsaus à la Justine: twee eierdooiers, een theelepel Dijonmosterd, enkele flinke scheuten extra virgin-olijfolie, een paar druppels citroensap en wat geraspte schil, drie blikjes tonijn en drie ansjovisfilets. Draai het mengsel met een keukenmachine of een staafmixer tot een gladde emulsie. De saus serveren op de plakjes vlees en het gerecht afmaken met kappertjes, verse peterselie, zwarte peper en een schijfje citroen.

Ingrediënten voor de filodeegtaartjes: een pak filodeeg, mix van champignons, knoflook, sjalot, peper & zout, ricotta, twee eieren, een kopje melk, een scheutje room, verse nootmuskaat en strooikaas. Verwarm de oven voor op 190 graden Celsius. Plak zes lagen deeg plakje voor plakje op elkaar met gesmolten boter ertussen. Snij de ontstane stapel in zes pakketjes en drapeer elk pakketje als een zakdoek in een beboterde cupcakehouder. 
Hak hazelnoten klein en bak de champignons in olijfolie; breng op smaak met zout en peper. Op de bodem van elke bakje leg je eerst gehakte noten en daar bovenop een laag champignons. Plaats klontjes ricotta in elk cupcakehouder en bestrooi dat met verse peper. Meng vervolgens eieren, melk, room en verse nootmuskaat. Giet dat mengsel in de houders en dek af met vers geschaafde kaas. Het gerecht moet minstens een uur in de oven. Bij de taartjes maakte ik een verse chutney van tomaten, kappertjes, fijngesnipperde augurken en rode wijnazijn. Je kunt eindeloos variëren op deze vulling. Aanraders. Barefoot is muy contenta met al die creatieve, actieve Masterchef-kandidaten. Haar vrienden eveneens!


zaterdag 15 oktober 2016

Oktober borstkankermaand

Elk jaar sta ik als blogger stil bij het feit dat het weer de maand is van aandacht voor borstkanker. Mijn liefje maakte mij onlangs attent op een interview in de VROUW-sectie van De Telegraaf, in samenwerking met Pink Ribbon. Het ging om de impact die kanker heeft op een relatie en dit relaas betrof Boukje Vogel en haar vrouw Ellie Lust, de bekendste politiewoordvoerster van Nederland.

Zij groeiden meer naar elkaar toe nadat Vogel op 41-jarige leeftijd de diagnose borstkanker kreeg gesteld. Het stel was nog maar net getrouwd toen de tumor, met uitzaaiingen in de oksel, werd ontdekt. Lust ging mee naar elk ziekenhuisbezoek, zat er bovenop als een behandeling plaatsvond, wilde precies weten wat er gebeurde. In het begin van de behandeling hield ze bezoek aan huis zo veel mogelijk af. Thuis en ziekenhuis, altijd met ons tweetjes.” Ze leerde in die periode dat ze kennelijk brede schouders heeft. Dat alles is zeer herkenbaar.

Lust zegt in dat interview dat ze blij was dat ze waren getrouwd. Door de status van echtgenote werd ik volledig betrokken. Iedereen kan immers vriendin-van zijn. Nu zat ik daar als vrouw van Boukje. In voor- en tegenspoed, in ziekte en gezondheid.

Op dat getrouwd zijn na, heeft hun verhaal vele raakvlakken met het onze. Nooit was er destijds (2009) voor mij als partner-van, een moment waarop ik niet werd betrokken bij de behandeling van haar borstkanker. Het Spaanse medische team trad ons altijd samen tegemoet. Wij ervoeren in die periode overigens dat niet iedereen vriend of vriendin-van kon zijn... sommige mensen wisten zich geen raad met de situatie. En we kennen stellen die uiteengingen door kanker bij een van hen.
In ons verband was er echter geen seconde van twijfel aan mijn onvoorwaardelijke steun aan haar. Borstkanker hadden we samen. Punt uit. Mijn liefje bezag haar ziekte als een project, ik stond geheel ten dienste van haar en haar project. Samen rooien we het, een uitdrukking die we sindsdien bezigen in huize Barefoot.

In de maand oktober wordt in Nederland ook aandacht gevraagd voor orgaandonatie. Het is sowieso een hot topic vanwege het voorstel voor een nieuwe donorwet van D66 dat inmiddels door de Tweede Kamer werd aangenomen maar nog door de Eerste Kamer moet worden beoordeeld. Als ook de Senaat vóór stemt, is iedereen in Nederland in principe donor tenzij je je ‘Nee’ formeel laat vastleggen in het Donorregister. Het is een situatie waarvoor mijn beste vriendin Nelly, die in 2009 overleed aan de gevolgen van ongeneeslijke longkanker, zich met hart en ziel inzette.

Als jong volwassene droeg ik een donorcodicil bij mij. Ik weet niet meer wanneer en hoe ik die precies kwijtraakte. Mijn liefje en ik wilden ons jaren geleden tijdens een eerdere Nederlandse donorcampagne opgeven als orgaandonoren maar dat kan niet als je in het buitenland woont. Onze organen gaan nu dus, in het beste geval, na onze dood naar iemand in Spanje. Ons tweede Vaderland is al 24 jaar achtereen donorland nummer 1 ter wereld! Cijfers van 2015 van de Organización Nacional de Trasplantes toonden een 10% toename ten opzichte van het voorgaande jaar. Het aantal donoren komt neer op 40 personen per miljoen inwoners. In Europa ligt het gemiddelde op 19.6 donoren per miljoen inwoners en in Amerika ligt dat op 26.6 donoren pmi. Het aantal transplantaties nam toe met 9.4% ten opzichte van 2014. Vanwege een goed geolied netwerk van deskundigen vonden gemiddeld 13 transplantaties per dag plaats, meer dan een per twee uur. Hoe genereus is dat?!

In Nederland gaven in 2015 slechts 265 personen organen en 1.727 weefsel, na hun dood. In datzelfde jaar ontvingen 2.370 mensen een orgaan, cornea of hartklep van een overleden donor. Dat lage aantal donoren in het Vaderland wordt (onder andere) toegeschreven aan ons calvinisme, de zuinigheid die in onze genen zit. Deze problematische situatie aan de zijde van orgaanontvangers zal drastisch verbeteren zodra het 3D-bioprinten een grote vlucht neemt. 

De Nederlandse donorcampagne is getiteld ‘Een leven redden? Je hebt het in je.’ Mooi gekozen, wat mij betreft. Onlangs zag ik het bijbehorende filmpje: een jonge vrouw duikt in een zwembad en maakt onder water een foto van haar twee leuke kinderen. Een vrouwenstem zegt dat ze nooit zoiets zou hebben kunnen doen als ze geen donorlong had ontvangen.

Dat beeld deed mij sterk terugdenken aan een project waaraan Nelly meewerkte in 2008, getiteld LONGstories. In het kader van dit project werd zij gekoppeld aan kunstenares Astrid Bussink. Het betrof films, schilderijen of andere kunstwerken die werden gemaakt naar aanleiding van een verhaal van een longkankerpatiënt. Bussink maakte 'Perpetuum Mobile' op basis van Nelly’s verhaal. Het gaat over de vervormde ervaring van tijd die deze afmattende ziekte veroorzaakt. De ene dag voelde ze zich gered, de volgende dag moest zij weer vrezen voor haar leven. Mijn liefje en ik maakten het van dichtbij mee. Wat vermeldenswaardig is, is dat Nelly zelf graag de hoofdrol in Bussink’s film had gespeeld (met nog slechts één -zieke- long!). Tja. Je kunt deze film met deze link nogmaals bekijken.


donderdag 13 oktober 2016

Te smal en te hoog

Het was mij het uitje wel. In mijn vorige blog kondigde ik onze reis naar Madrid aan, voor nieuwe paspoorten. De route naar de hoofdstad voerde over de Spaanse hoogvlakte waar het druk was op het land. Hooibalen zo hoog als schuren droogden in de zon, hier en daar werden druiven geplukt. De aarde was er kurkdroog, het kleinste voertuig bracht enorme stofwolken voort. Dat gebied kan een fikse regenbui goed gebruiken. Onderweg luisterden we weer eens naar een selectie van de Nederlandse Top1000 Allertijden van 2009.

Een wereldstad als Madrid binnenrijden, is geen sinecure. Zeker niet voor meisjes die geen files en drukke wegen zijn gewend. Zij en ik ruziën vooral in de auto, ik aan het stuur, zij aanwijzingen gevend. Deze keer liep het echter gesmeerd; onder begeleiding van de mevroi van Google Maps loodste mijn liefje ons in een rechte lijn naar onze bestemming: hotel Puerta América. Ik herkende de kleurrijke gevel op afstand. De parkeergarage was ruim en uiterst kleurrijk; een ontwerp van de Madrileense architecte Teresa Sapey.
De dame aan de receptie vroeg naar de verdieping van onze keuze, terwijl ze ons op een tablet de verschillende ontwerpen liet zien. We kozen voor een geheel in wit uitgevoerde kamer op de zevende verdieping, van de Israëlische architect en ontwerper Ron Arad. De kamer is high-tech maar met fraaie rondingen: wanden, deuren en bed. Er is geen naad te bekennen. Alles wordt met één apparaat bediend: licht, gordijnen, tv, apparatuur. De tv is een projector in de muur, het scherm komt uit het plafond en hangt voor het raam.

We lunchten in trendy restaurant Lágrimas Negras (zwarte tranen) met krokante lamszwezerik met champignonpuree, tartaar van Almadraba-tonijn met avocadokussentjes en ravioli van gerookte aubergine met schuim van gamba’s. De amuse en het dessert waren van het huis: blauwe kaasmousse met gepofte mais en sinasappel op drie manieren. Heerlijke rosé uit La Mancha completeerde de maaltijd. Mmmm.

De dag erna stond een bezoek aan de Nederlandse ambassade op het programma. Vanuit de hotelkamer bewonderde ik de avond ervoor vier imposante wolkenkrabbers aan de Madrileense horizon. Ik herkende de Torre Cepsa -voorheen: Torre Caja Madrid- van verre. Het gebouw is van de hand van de Brit Sir Norman Foster, een van mijn favoriete architecten. Recent las ik dat de rijkste/een na rijkste man ter wereld (hij wisselt regelmatig stuivertje met Bill Gates), de Spanjaard Armancio Ortega, het voor 500 miljoen kocht. In één van de belendende torens, Torre Espacio, bleek de Nederlandse ambassade te zijn gevestigd. Wow, het mag wat kosten! In dat gebouw zijn ook de Britse, Australische en Canadese ambassades gevestigd dus de beveiliging is zwaar. We zoefden in luttele seconden naar de 36ste verdieping, misschien wel het hoogst gelegen Neêrlands grondgebied in Europa.

Mijn liefje had een afspraak voor twee om 9:30 uur, ik een voor mij alleen om 10:00 uur. Aanvankelijk leek het mogelijk samen te gaan maar bij nader inzien kon je per online afspraak slechts gegevens van één persoon registreren. Haar naam klonk, ze liep naar de balie en stalde haar documenten uit. 

Haar pasfoto voldeed niet aan de eisen, haar gezicht was daarop te smal. Huh?! We lieten ze speciaal maken, bij een goedgekeurde fotograaf in Den Haag, voor €19 per set! Het moest opnieuw, nu bij een geselecteerde fotograaf in het stadscentrum. Zij vertrok met een taxi, het was nu mijn buurt. Mijn naam kwam echter niet voor op haar lijstje-van-de-dag. Mijn online afspraak bleek voor de vorige dag te zijn. De ambassademedewerkster streek echter over haar hart; mijn liefje had immers een afspraak voor twee gemaakt. Een geluk bij een ongeluk. Mijn foto, van dezelfde Haagse fotograaf, werd geaccepteerd. Waarom die wel? Mijn hoofd was breder. (Kaaskop!) De procedure verliep goed, het wachten -op een sloophoutbank van Piet Hein Eek- was nu op mijn terugkerende liefje.

Na ruim een uur stapte ze weer binnen, bleekjes en waterig. Ocherm. Ook bij de Spaanse fotograaf was haar pasfoto een worsteling; deze keer was heur haar te hoog. Wat moet Sylvana Simons dan (om maar te zwijgen van zwarte Piet…)? Er werden minstens tien verschillende foto’s gemaakt voordat hij tevreden was. Mijn liefje staat op de foto als een soort Doña Corleona, met een rode neus van een slechte nacht in een airco-kamer. Zonder glimlach. Ze zit er tien jaar aan vast. Ze sprak haar veto uit voor het gebruik van de foto bij dit blog.

Anderhalf uur later dan verwacht liepen we samen het gebouw uit. Een Nederlands echtpaar uit Algeciras (een havenplaats in Andalusië) moest ook naar de Spaanse fotograaf voor nieuwe pasfoto’s. We hoeven niet terug naar Madrid om de paspoorten op te halen, die worden ons over enkele weken aangetekend toegestuurd. We hadden niet veel later moeten gaan, over een maand staat ons vertrek naar Bali gepland!



maandag 10 oktober 2016

Naar Madrid

Het is tijd om onze paspoorten te vernieuwen dus we gaan deze week naar Madrid. Vóór de financiële crisis bestond er nog een Nederlands consulaat in Alicante maar tegenwoordig moeten we verder weg om dergelijke zaken te regelen. De Nederlandse ambassadeur in Madrid gaf eerder onze paspoorten af. We vinden het geen straf om die kant op te gaan. Aanvankelijk bestond het idee om de sneltrein vanuit Alicante te nemen maar we besloten toch voor eigen auto. Het is ruim vier uur rijden, een groot deel van de route voert over de Spaanse hoogvlakte. Wij houden van dat Spaanse landschap.
Soms denken kennissen dat wij Spaans paspoorten hebben maar dat is onterecht; we zijn hier alleen permanente ingezetenen. Mijn Nederlandse paspoort zal ik niet snel inruilen voor iets anders. Onlangs las ik dat het Spaanse paspoort -met het Finse, Franse, Engelse en Zwitserse- op de tweede plaats staat als het gaat om het aantal  landen dat je zonder visum kunt bezoeken: 157. Het Nederlandse paspoort geeft visumvrije toegang tot 156 landen. Duitsland en Zweden hebben het ‘beste’ paspoort,  met visumvrije toegang tot 158 landen. Ik denk dat ik mijn Nederlandse paspoort eventueel alleen zou willen inruilen voor een Australisch paspoort maar dat zou ik niet doen op basis van dit argument. Down Under staat op niveau 7 met visumvrije toegang tot ‘slechts’ 151 landen.

We wilden in juli van dit jaar een afspraak maken op de Nederlandse ambassade in Den Haag waar het speciale buitenlandkantoor zich bevindt voor mensen zoals wij.  We bleken op geen enkel moment een afspraak te kunnen maken, wanneer en hoe ik ook probeerde. Het kantoor bleef potdicht voor ons. Ook in Madrid kunnen we niet zomaar op de ambassade komen aanwaaien (zoals vroeger wel kon), je moet eerst online een afspraak maken. Dat lukte, al was het even puzzelen op de website. We worden om 9:30 uur verwacht, met alle documenten.

Onze pasfoto’s werden wel in het Vaderland vervaardigd, volgens Nederlandse instructies. De Haagse fotograaf vertelde dat we deze keer een lichte glimlach op het gezicht mochten toveren, al moesten de tanden bedekt blijven. Kennelijk was men het eens over de boeventronies die ontstonden na de vorige regelgeving. Het mag een wonder heten dat mijn liefje en ik nooit in een land werden geweigerd op basis van dat kiekje! Zij heeft voortanden die ietsje naar voren staan dus zij moet moeite doen om haar tanden te bedekken, zij glimlacht met haar ogen.

Op de website las ik dat er vanaf januari 2017 een stageplaats voor zes maanden beschikbaar is op de ambassade te Madrid; op de afdeling PPC: Politiek, Publieksdiplomatie en Cultuur. Die afdeling houdt zich met name bezig met EU-beleid, migratie, terrorismebestrijding, Spaanse binnenlandse politiek en voorbereidingen op Neêrlands tijdelijke zetel in de VN Veiligheidsraad in 2018. Boeiende onderwerpen! Als ik 30 jaar jonger was, zou ik erop solliciteren. Destijds had ik al twee taalcursussen Spaans achter de kiezen.

Ondanks het functionele bezoek aan Madrid gaan we er een uitje van maken. We kennen de stad tamelijk goed. Mijn liefje werkte er zes maanden en ik zocht haar in die periode (2005) regelmatig op. We dineerden in het oudste restaurant ter wereld, Sobrino de Botín (Calle de Cuchilleros), geroosterd speenvarken en zuiglam zijn de gerechten die hen beroemd maakten. Het was een van de favoriete restaurants van schrijver Ernest Hemingway. In zijn boek ‘The Sun Also Rises’ schrijft hij: We lunched upstairs at Botín's. It is one of the best restaurants in the world. We had roast young suckling pig and drank rioja alta.

Deze keer boekten we een hotel dat veel innovatie herbergt; op internet ziet het er spectaculair uit. Het bijzondere van dit bouwproject is dat het tot stand kwam in samenwerking met internationaal gelauwerde architecten en ontwerpers uit 19 landen, onder wie een, voor mij, oude bekende: de Brit Sir Norman Foster. Zijn high-tech-architectuur is wereldberoemd: veel staal en glas. Hij was de leidende architect van Terminal5, het prestigieuze project op vliegveld Londen Heathrow waarbij ik enkele jaren werkzaam was.

Dat hotel heeft twaalf verdiepingen die elk door een andere beroemdheid zijn ontworpen en ingericht; iedere verdieping heeft een eigen thema en kleurenpallet. Grote namen als de in Irak geboren architecte Zaha Hadid (die bij OMA van Rem Koolhaas werkte), de Britse architect David Chipperfield (bouwer van de River and Rowing Museum in Henley-on-Thames, bij ons om de hoek toen we in Engeland woonden), de Australische ontwerper Marc Newson (ontwerper van het business class Skybed en het interieur van de A380 van Qantas), de veelzijdige Israëlische architect-ontwerper Ron Arad, de in Valencia geboren kunstenaar Javier Mariscal, de Franse architect Jean Nouvel (maker van de nieuwbouw van het Museo Reina Sofía in Madrid) en vele anderen. We hebben nog geen verdieping gekozen. Ik ga eerst een tour door het hotel maken voordat we beslissen!


vrijdag 7 oktober 2016

Tolerantie in geloofszaken

Het eerste exemplaar dat ik las van Ben’s meegebrachte boekenstapel was van de hand van Geert Mak, getiteld ‘De levens van Jan Six. Een familiegeschiedenis’. Het was uiterst boeiende literatuur. Wat kan Mak oude tijden en ver-van-mijn-bed-werelden doen herleven. Hij is geen historicus van opleiding maar hij beschrijft de geschiedenis groots en meeslepend.

Jan-Six-de-Eerste kende iedereen in het Amsterdam van de 17e eeuw, van Vondel tot Spinoza. Wat ging er om in het hoofd van deze patriciër en kunstverzamelaar? Zijn kladboek bleef bewaard in het rijkgevulde familie-archief waartoe Mak drie jaar lang vrij toegang had. Na deze eerste Jan kwamen nieuwe Jannen die onder andere burgemeester, hoogleraar, notaris, wetenschapper en hovenier werden. Het boek was tevens een interessante algemene geschiedenisles die ik niet had willen missen. Bij tijd en wijle borrelde een gevoel van trots in mij op: de Republiek der Nederlanden was zijn tijd op veel gebieden ver voorruit!

In een recent interview met Geert Mak in NRC Weekend las ik dat hij veel raakvlakken zag tussen de Republiek van toen en het Nederland van nu: de kliekgeest, de graaicultuur, de maatschappelijke ongelijkheid, de grote instroom van immigranten. Dat zie je pas als je klaar bent met zo’n boek. Ongeveer halverwege dit lijvige, breed uitwaaierende boek (pagina 224) las ik het volgende: Men was hier [in Nederland] al generaties gewend aan een veelheid van godsdiensten, met alle nuanceringen die daar onvermijdelijk uit voortvloeien. Wellicht kwam het ook omdat de Republiek, met alle discussies en wetenschappelijke vindingen, al tijdens de 17e eeuw een soort Verlichting had meegemaakt.

In de Myanmar Times las ik voor het eerst over de Fries Klaas H. (30 jaar) die zich ter plekke misdroeg. Het voorval speelde zich af in de stad Mandalay, de plaats waar wij in december 2016 onze rondreis door het land gaan beginnen. Hij zit vast omdat hij een preek van boeddhistische monniken verstoorde door de stekker uit een luidspreker te trekken. Hij zou zich heel erg hebben gestoord aan het nachtelijke lawaai, vlakbij zijn hotel. Klaas H. Vaak kwam maar niet langs met zijn slaapzand... Naar verluidt, leed de Hollander aan slapeloosheid. Tja, reizen is verslapend.

Hij rende de tempel in met zijn schoenen aan zijn voeten. (Nee, he?!) De aanwezigen in de tempel reageerden woedend op de onderbreking en de religieuze belediging en omsingelden zijn hotel. Hij en zijn vriendin moesten door het leger van Myanmar worden ontzet. Hij is aangeklaagd voor het beledigen van religieuze gevoelens en gewoontes. Hij kon twee jaar celstraf krijgen maar ook een geldstraf. Het werden zes maanden cel voor heiligschennis. Door betaling van €60 beperkte hij zijn straf tot drie maanden die hij moet gaan uitzitten, met aftrek van voorarrest. ဆငျးရဲခငျြးမြား - s ngya rell hk ngyaya myarr. (‘Arme kerel, in het Burmees.)

Er is geen haar op mijn hoofd die van zins is zo’n actie te ondernemen. Ik denk weleens dat ik zelf last heb van juist teveel culturele sensitiviteit maar dat zal ervoor zorgen dat een dergelijk vergrijp mij niet zal overkomen. De sandalen gaan uit als we een tempel betreden, de oordoppen gaan 's nachts in. Wij boekten reeds een trendy, gewaardeerd hotel in een stille buitenwijk van Mandalay. Happy.

Geluidsoverlast is op menige vakantiebestemming een gegeven. Ik spreek uit eigen ervaring, vooral in Zuid-Oost Azië. Onze voormalige eigen villa in Noord-Bali die wij in 2009 betrokken, lag in een zeer religieus hindoeïstisch dorp. Als ik soms 's nachts op het terras-onder-de-sterren zat, hoorde ik menigmaal het eentonige gemurmel van een holy man in de verte. Aanvankelijk hoorde je weinig maar in de loop van de tijd gingen geestelijken gebruik maken van microfoons en luidsprekers om hun boodschappen nóg luider te verkondigen. 
Toen wij in 2011 op bezoek gingen bij Nederlandse oud-collega’s die zich in Midden-Java vestigden, werd ik in de logeerkamer elke ochtend om vier uur wakker van de luide roep van de imam. Er waren ochtenden dat luid kindergezang het gebed inleidde. Toen Bernadette, mijn liefje en ik in 2014 door Sulawesi reisden, werden we voor het ochtendgloren menigmaal gewekt door luide gebeden, uit de katholieke kerk en uit de moskee. Het leek soms wel een wedstrijd: wie het hardst kon geloven. Sri Lanka (2016) was van hetzelfde laken een pak: ook daar toeterden priesters en imams door microfoons alsof het een aard had.

Zeker, je kunt je eraan storen maar beter is het om je voor te bereiden en mee te gaan met de flow; zeker in die regio. Als je ver gaat reizen, vind deze reislustige Hollandse dat je op de hoogte moet zijn van lokale gewoonten; uit respect voor het bereisde land en ten faveure van je eigen reisplezier. Alleen dan wordt reizen verslavend.


dinsdag 4 oktober 2016

Jouw vrijheid, mijn vrijheid

Het Spaanse volkslied is geen lied van het volk. Ten eerste wordt er niet gezongen want het heeft geen tekst, ten tweede is het een militaire mars uit de 18e eeuw. Het is een van de slechts vier volksliederen ter wereld zonder tekst; overigens tegelijkertijd een van de oudste. Het woordloze lied is al jarenlang een doorn in het oog van menig Spanjaard. 

De Spaanse songwriter Guillermo Delgado Ortega deed onlangs wederom een poging om de marsmuziek van tekst te voorzien, getiteld Por tu Libertad (Voor jouw vrijheid). Ik bekeek het bijbehorende YouTube-filmpje en werd geraakt door de tekst. “Water en land zijn mijn grenzen, onder een blauwe lucht die ik wil delen”, “zon en maan zijn getuigen van een leven in vrede”, “hand in hand respecteren we elkaars manier van denken, voelen en spreken”. Mooie teksten, gelukkig in niets gelijkend op De Dag Die Je Wist Datie Zou Komen! De tekst refereert nergens aan Spanje of aan Spanjaarden zodat ook Catalanen en Basken het lied uit volle borst zouden kunnen meezingen. De tekst en melodie bleven in mijn hoofd vast zitten. Liedjesschrijver Ortega overhandigde zijn voorstel aan Madrileense politici die gaan beoordelen of dit uiteindelijk de officiële tekst van het Spaanse volkslied kan worden. Eerst maar hopen dat we in dit land binnenkort weer een regering krijgen!

Wat mij betreft, is het ook tijd voor een herziening van het Wilhelmus. Dat zou extra betekenis krijgen als het gebeurt tijdens de regeerperiode van Willy van Oranje, de huidige Vader des Vaderlands. Tekstregels als “In Godes vrees te leven heb ik altijd betracht” en “ben ik van Duitsen bloed” zijn niet meer van deze tijd en niet meer op de gemiddelde Nederlander van toepassing. We kunnen Giel Beelen en jonge singers/song writers vragen om een nieuwe tekst te maken op de oude melodie. Het huidige lied heeft 15 coupletten die met elkaar een acrostichon vormen maar dat was ik alweer vergeten. (De eerste letters van elk couplet vormen de naam Willem van Nassov.)

Wie is die gemiddelde Nederlander eigenlijk? Hoe kan die persoon het best worden getypeerd? Is dat nog steeds iemand met blond haar, blauwe amandelvormige ogen, lang van postuur en blanke van huid? Laat die Hollander zich typeren als spaarzaam/zuinig, recht-voor-zijn-raap/tactloos, betweterig, vrijdenkend, nuchter, klagend en vloekend, inventief, het best verzekerd ter wereld, met calvinistische werkethos en een opgeheven vingertje? (Dit zou mijn typering zijn…) Het hangt ervan af aan wie je de vraag stelt. Een buitenlander bekijkt ons met andere ogen dan wijzelf. Bovendien zal die perceptie van ons per nationaliteit verschillen. Toen mijn liefje en ik in Engeland woonden en werkten, kocht ik een stapeltje ‘The UnDutchables’-boeken voor de consultants in mijn internationale team. Zij moesten de cultuur van hun reislustige Hollandse manager maar eens leren kennen. Je mag best irritant zijn, zolang je het maar weet van juzelluf. Het boek definieert en beschrijft op uiterst vermakelijke wijze de Nederlandse identiteit, gezien door Britse bril.

Vele edities volgden maar Nederland wordt nog steeds als Horkenland aangeduid en de Nederlander heet nog steeds cloggie - clog betekent klomp. In mijn exemplaar van toen waren al veel opmerkelijke uitspraken te lezen. ‘Bij hen thuis zijn allen gelijk en je komt er niet achter wie er de baas in huis is, tenzij je man en vrouw beiden bij je in bed neemt.’ (Owen Feitham, Londen, 1652.) ‘Wat zo pijnlijk is voor de ziel, is het voortdurende besef dat het land eigenlijk helemaal niet hoort te bestaan. Alles wat je ziet, is beneden het niveau van het water: zompig, lelijk en kunstmatig.’ (Matthew Arnold, 1859.) ‘Bij Albert Heijn werken ongelikte tienerjongens die tussen het versieren van de kaasmeisjes door de schappen vullen en achter de kassa zitten krengerige dames van middelbare leeftijd.’ (Kevin Lowe, expatica.com.) ‘Geschreven Nederlands ziet eruit alsof er iemand op een schrijfmachine is gaan zitten!’ (The Dutch Courier, Australië.) Ik kan lachen om de schets. We moeten onszelluf niet al te serieus nemen.

The UnDutchables behandelt alle denkbare thema’s, zo ook de vliegende Hollander.  ‘Hollanders emigreren. Ze moeten wel, want als ze dat niet doen, passen ze niet meer in hun landje. Wanneer ze emigreren, nemen ze hun ‘Nederheid’ mee. Die laten ze, al naar gelang de eisen die de nieuwe cultuur hun stelt, stukje bij beetje varen, maar niet zonder een snufje protest. Sommige eigenschappen zijn onuitroeibaar, andere worden maar al te graag overboord gezet, weer andere slechts morrend. [..] Ze vinden het heerlijk om Hollands te zijn en er tegelijkertijd op af te geven. Maar de breuk is nooit totaal.’

Als biculturele burger nam ik mijn Nederheid inderdaad mee over de landsgrens. Water en land bleven mijn grenzen, den koning van Hispanje blijf ik eren.