Translate

Posts tonen met het label zeezoogdieren en haaien kijken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zeezoogdieren en haaien kijken. Alle posts tonen

dinsdag 13 augustus 2019

Whale attack en andere griezelverhalen

We gingen vorige week weer eens snorkelen op Cabo de Palos. Het was een van de warmste dagen van de zomer tot nu toe. Niet daar maar hier. Toen we aan het einde van de middag naar huis terugkeerden, tikte de autothermometer onderweg gedurende twee seconden 40 graden Celsius aan. Kun je nagaan!? Net voor onze afslag zagen we aan de andere kant van de rijbaan een kampeerwagen om een lantarenpaal in de middenberm gekruld liggen. Een zwaar ongeval, geen idee of iemand die klap overleefde...  

Normaliter ga ik daar te water aan de Cala del Muerto, de Kreek van de Dood, Dead Man's Cove. Tot nu toe doet de plek zijn naam geen eer aan, wat mij betreft. De eerste keer dat ik daar ging snorkelen, kende ik die naam nog niet. Nu ik het wel weet, weerhoudt die mij niet. Ik vermoed dat de benaming samenhangt met de verraderlijke rotsen onder en boven water. Die rotspartijen hebben vaak verrassingen voor de zwemmer in petto. Daar zag ik onder andere knalrode zeeanemonen, wuivend jong zeegras, kleine roze kwallen, abalonen, grote scholen vis van diverse kleuren en soorten en veel meer. In andere seizoenen worden daar walvissen gespot maar dat deed ik nog niet. 

‘Cala del Muerto’ is ook de titel van een jeugdboek over het weesmeisje Laura Marlin dat naar Cornwall verhuist en daar allerlei avonturen beleeft. De grote vraag in de kinderthriller is: wat is het geheim van Dead Man's Cove? Op de kaap weet ik dat inmiddels. Mijn liefje en ik maakten in 2001 een reisje naar Cornwall, de uiterste westpunt van Engeland. Het gebied staat bloot aan de elementen, op land vind je geen enkele boom. Destijds golfden we daar, liepen we een eeuwenoud kerkje binnen, gingen op zoek naar de legende van het zeemeerminnetje, aten Cornische pastei, bezochten het museum en geboortehuis van Daphne du Maurier en aten verse vis in de Jamaica Inn. Sweet memories.

Op Cabo de Palos zwommen we deze keer in een andere kreek, aan de voet van de vuurtoren. Volgens mij heeft die geen enge naam. Er waren al aardig wat duikers, snorkelaars en zwemmers in het water  maar je zit elkaar daar nooit in de weg. Aan de linkerkant, voorbij het rotsige uitsteeksel, heb je grotten en doorgaans zie je daar iets wat ook het vermelden waard is. Zo trof ik er drie à vier zwemkrabben op zes à zeven meter diepte aan die aan het foerageren waren. De dieren hadden geen scharen van betekenis maar de kleuren vielen direct op: geel en rood met een beetje blauw. Het dier kon zich heel plat maken en zo in een spleet tussen de rotsen verdwijnen om aan mijn gretige blikken te ontkomen. Ze waren razendsnel. In eerste instantie dacht ik aan een spinkrab, gezien hun dunne, lange poten.

Het vermoeden bestond dat er op het web wel een gids van Middellandse zeekrabben zou bestaan; daarin werd ik niet teleurgesteld. Ik trof de rijk geïllustreerde ‘Guide for the Identification of Crab Species Atlantic & Mediterranean’ aan. Deze Crab Watch-gids kwam tot stand met Europese subsidie. Groot was mijn verbazing toen ik de meeste overeenkomsten zag met de Sally Lightfoot-krab (subsoort percnon gibbesi). Deze soort kwam in de Middellandse Zee terecht via boegwater, deze krab is niet inheems. De dieren die ik fotografeerde blijken van een zeer invasieve soort te zijn. Het zijn aanvankelijk herbivoren maar als ze volwassen zijn, voeden ze zich bij voorkeur met zeeegels die je veel aantreft op Cabo de Palos. Leuk om te weten. Een dag niet geleerd, is een dag niet geleefd!

Deze en de lichtvoetige Sally’s die ik voor het eerst ontdekte in 2015 op de Galapagos-eilanden, zijn zogenaamde ‘Googlegangers’ maar toch zijn ze anders. Daar ging het om de subsoort grapsus grapsus die deels onder en deels boven water leeft. Ze zijn groter en nóg kleurrijker. Ik herinner mij vooral de grappige kleine antennes boven de ogen die constant bewogen. Ze worden ook wel rode rotskrabben genoemd, komen voor aan de hele westkust van Noord- en Zuid-Amerika (Stille Oceaan) en op enkele plaatsen aan de Noord-Amerikaanse oostkust (Atlantische Oceaan).

Onlangs werd een 40-jarige zwemster in de Spaanse badplaats La Marina aan de Costa Blanca gebeten door een vis. Vorig jaar werd ik hier in zee gebeten in mijn bovenbeen. Ik riep weliswaar Au” maar dat was meer een reflex dan dat het echt pijnlijk was. De afdruk van een vissenbek stond in mijn vlees. Overigens kan ik daar wel een hapje missen... Tijdens dit zwemseizoen overkwam het mijn liefje. Ook zij riep, ook bij haar was een kringetje van bloed te zien. Elke dag zwemmen er kleine, zilvergrijze vissen met een zwarte stip op hun achterlijf -net voor hun staart- om ons heen. Ze hebben tanden, al zijn ze klein. Ik denk dat zij het opzettelijk doen, zien  of er wat valt te knabbelen. Deze vissoort, de zadelzeebrasem (oblada melanura), is hier thuis. Wij zijn degenen die binnenvallen.

Medio juli kwamen twee jongeren met grote bloedende beten aan hun voeten uit zee. Men vermoedde toen ook dat het om aanvallen van obladas kon gaan maar die zijn niet groot en gevaarlijk genoeg om zwemmers ernstig te verwonden, naar mijn idee. Men dacht ook aan grote pietermannen. Die verstoppen zich echter onder de zandbodem en steken als je erop gaat staan. De wonden van de kids zaten echter aan de bovenkant van de voet.

La Dama de Elche werd dermate hard door de vis gebeten dat het een pees doorbeet. Dat was bepaald geen kleine beet. Gezien de hevige bloeding en de ogenschijnlijke ernst werd ze in een ambulance naar het plaatselijke ziekenhuis gebracht. Ze hoefde echter niet te worden geopereerd. Aan het broddellapje rond haar knie te zien, had ze dat beter wèl kunnen laten doen. Tjonge. Mijn traumatoloog zou de wond mooier hebben gehecht! Voorlopig blijft het een raadsel welke vissoort hieraan schuldig is.

Dat brengt mij bij een andere hoofdverdachte. Afgelopen zaterdagavond keek ik naar een aardige documentaire van de Amerikaanse natuurfilmmaker Tom Mustill (36), genaamd Humpback Whales - A Detective Story. Mustill is een gelauwerde filmer, hij werkte onder andere voor de BBC, met David Attenborough. Hij is vooral geïntrigeerd door het contact tussen mens en dier. Nou, hij kreeg zijn persoonlijke portie! Hij zat op 12 september 2015 met een maatje in een kajak in de baai van Monterey (Californië) toen een springende bultrug van 30 ton op hun bootje landde. Het vaartuig brak doormidden en de walvis trok beide kajakkers mee de diepte in. Ze overleefden het.

Mustill ging op zoek naar het antwoord op de vraag of het per ongeluk of expres gebeurde en dat leverde interessante tv op. Gezien mijn interesse in zeeën en oceanen en de dieren die er huis houden, weet ik aardig wat van (bultrug)walvissen. Ik zag ze met eigen ogen, al was dat nooit zo van dichtbij als Tom deed. Ik ken deze dieren vooral als altruïsche schepselen: ze beschermen eerder dan ze aanvallen. Tussen mensen en haaien opduiken ter bescherming, jonge walviskalveren -zelfs van andere soorten- beschermen tegen aanvallende roofdieren, dat soort dingen. Er zijn dieren die blijven verrassen en fascineren. De walvis is er zo een.  

Hij en zijn kajakmaatje Charlotte bleken een dag te hebben gekozen om het water op te gaan op een plek waar zich op dat moment tevens meer dan 50 bultruggen bevonden. Hij kajakte boven een soort trog die op sommige plekken wel 1.000 meter diep is en waar op die dag een enorme hoeveel krill en ander lekkers voor deze walvissen rondzweefde. Dat kon hij niet weten, het was een samenloop van omstandigheden.

Mustill zocht contact met diverse lokale natuurwetenschappers en enkele toekijkers en filmers op die dag. Zo vroeg hij een beheerder van een wetenschappelijke database met duizenden foto’s van unieke walvislichaamsdelen op zoek te gaan naar zijn ‘Prime Suspect’. Dat lukte. De hoofdverdachte blijkt een 7-jarig mannetje, geboren in Mexicaanse of Centraal Amerikaanse wateren; moeder is ook bekend. De bultrug staat nu in de gegevensbank geregistreerd onder zijn nieuwe naam. Vervolgens toonden nieuwe beelden van het voorval aan dat de ogen van het dier tijdens zijn enorme sprong uit het water steeds verder uit zijn kassen staken en dat hij zijn lichaam op het laatste moment in een onnatuurlijke bocht draaide, waarschijnlijk om meer schade te voorkomen.

Dat niet alle close encounters met walvissen vriendschappelijk verlopen, vertelde cinematograaf Howard Hall. Hij was de eerste in de geschiedenis die parende bultrugwalvissen filmde. Hij kwam wellicht tè dichtbij en kreeg een klap met de staart van het mannetje. De filmer raakte bewusteloos maar zijn onderwatercamera bleef filmen. Beide overleefden de aanvaring. Je ziet een zwaaiende walvispenis van 3.5 meter door het beeld gaan. Daar wil je evenmin mee in aanvaring komen! Mustills documentaire is verder een oproep voor meer bescherming van deze bijzondere dieren. Regelmatig spoelen aan de Amerikaanse westkust dode en zwaar gewonde walvissen aan die hard in aanvaring kwamen met boten en visnetten.

Ik hoop dit epicentrum van walvisspotten en onderzoek in de toekomst nog eens te bezoeken. Mijn liefje zocht alvast de prijs van een retourtje op. Als je grijze walvissen, bultruggen, dolfijnen en zeeleeuwen wilt zien, moet je tussen januari en april naar Zuid-Californië gaan. Die aantekening maakte ik alvast.


vrijdag 8 februari 2019

Waarheid als een zeekoe

In Copiapó kocht ik in de uitverkoop een knalrood t-shirt. Het ging niet per se om de kleur, het was de tekst waarop mijn oog viel: ‘the ocean calms my restless heart’. Ik vond het mooi en toepasselijk. Een waarheid als een koe. Op weg naar Caleta de Chañarel de Aceituno droeg ik het. Daar zouden we namelijk walvissen kunnen zien. In dit seizoen is de blauwe vinvis daar te vinden, een kolos van minstens 30 meter lengte die we nog nooit met eigen ogen zagen. Walvissen migreren. In dit deel van de wereld zwemmen ze van het koude Antarctische water naar het noorden, naar de Galapagos-eilanden (Ecuador) waar de vrouwtjes bevallen van hun baby’s en dan weer zuidwaarts trekken voor het lekkere eten.

In de wetenschappelijke sectie van de plaatselijke krant El Mercurio las ik recent dat er rondom het eiland Chiloé, dat we passeerden met het cruiseschip, een populatie van deze walvissensoort is van wel 500 à 600 exemplaren. Het is de grootste concentratie van deze zeezoogdieren in het zuidelijk halfrond. Er kwam daar ecotoerisme op gang om deze prachtige dieren op open water te zien maar het artikel schrijft dat je meer kans hebt om ze in marien park Chañarel de Aceituno te zien. Joehoe (dacht ik toen)!

We boekten een verblijf van twee nachten in Punta de Domos, een klein resort met zes ronde tenten met veranda, direct aan de oceaan gelegen. Dat komt tot nu toe het dichtst bij kamperen, een van onze favoriete tijdsverdrijven. Daarvoor moesten we even puzzelen maar het lukte. We kwamen in de middag aan en trokken in ‘de iglo’, zoals mijn liefje de accommodatie systematisch noemde. Eigenlijk is het een blokhut met tentdoek overspannen. Een vernuftige constructie. Er is een kleine keuken, volledige badkamer, eenpersoonsbed op de benedenverdieping, een bar met krukken, een extra (slaap)bank en een smal tweepersoonsbed op de eerste verdieping. Daar wij al lange tijd niet meer samen in een klein bed kunnen slapen, bleef mijn liefje op de begane grond en verkaste ik naar boven. Misschien niet gezellig maar wel zo praktisch.

We zochten contact met een lokale visser met een goede reputatie: Patricio. We reserveerden twee plaatsen in zijn boot maar dat bleek niet recht-toe-recht-aan. Hij zou pas vertrekken als er tien passagiers waren. Ik sprak met hem via de telefoon van het hotel en daarna Whatsappte ik hem maar ik hoorde vervolgens niets meer. De eigenaar van de iglo’s wist te melden dat we met iedere andere plaatselijke vissersboot het water op zouden kunnen. Een reisje kostte 10.000 Chileense pesos per persoon en als we een hele boot voor onszelf wilden, kon dat ook als we er 100.000 pesos voor over hadden. We moesten ons vroeg melden in de haven en konden dan onze keuze maken.

Op de reisdag naar deze bestemming had ik mijn nieuwe t-shirt aan. Ik was klaar voor een boottochtje op de oceaan. Het weekend voor onze komst hadden enkele toeristen een blauwe vinvis met baby-walvis gezien en dat zette de toon. Op de ochtend van onze geplande whale watch trip trippelde ik om 07:07 uur (ik keek op mijn klokje) de trap af voor een toiletbezoekje. Ik trippelde weer de trap op, dook terug in bed en wist vervolgens niet wat mij overkwam. Zodra ik weer lag duizelde het mij en voelde ik een grote golf van misselijkheid over mij heenkomen. De voorafgaande nacht sliep ik slecht dus ik dacht dat mijn hoofd mij daardoor parten speelde. Toen kwam de oorpijn opzetten…

Ik zakte half lopend de trap weer af op zoek naar mijn liefje en sliste dat ik hondsmisselijk en erg draaierig was. Ik had het nog niet gezegd of de eerste kokhalzing was een feit. Amechtig zeeg ik op haar bed neer. Dit was geen goed begin van wat een glorieuze dag op het water had moeten worden. De thee viel vervolgens fout, het koekje kreeg ik niet weg; een drama. Dit was San Pedro de Atacama 2.0. De regelmatige lezer weet dat we deze prachtige reislocatie in Chili (onze kers op de taart) niet konden bereizen vanwege noodweer. Voor de goede orde: de hevige regenval houdt daar nog steeds aan. Sterker: het breidde uit naar het zuidelijker gelegen dorpje Huacar waar we ongeveer twee weken geleden vanuit Iquique langsreden op zoek naar lokale geogliefen en waar we stopten vor de lunch. Daar geldt nu Code Rood. Het zag er vanmorgen afschuwelijk uit op het journaal. Kasian.

Terug naar het bezoek aan de Wallevis. Ik voelde mij Jonas, verticaal verzwolgen door het dier. Overal knelde het. Zo kon ik niet gaan varen. Als ik liep, leek het alsof ik over water liep: het golfde onder mijn voeten, het kolfde in mijn keel. Ik dook in bed, mijn liefje vroeg om 11:11 uur of ik iets wilde nuttigen, om een uur of drie 's middags kwam ik haar bed uit. Ik denk dat het voortkomt uit een oorinfectie die mijn gewichtsorgaan aantast (ontsteking van het binnenoor). Toen mijn liefje en ik jaren geleden in Bali woonden, liep ik een oorontsteking op die destijds niet afdoende werd behandeld. Sindsdien is het een zwakke plek.

Na een verfrissende douche at ik een pannenkoek op de veranda, met mijn rug naar de zon. Ik keek vervolgens uren over het wijde water uit en dacht er het mijne van… (Sindsdien heb ik verbrande konen.) Wat zwom daar allemaal rond dat ik die dag niet zag? Het was overigens best vermakelijk wat ik daar zag: tientallen toeristenbootjes voeren af en aan, gieren, pelikanen, meeuwen en andere vogels vlogen over mijn hoofd, alleen en in grote zwermen, op de rotsen spotte ik ook van alles. De vogelaar in mij kwam aan haar trekken. Dat was oprecht kalmerend. Dat gold ook voor de prachtige zonsondergangen.

De dag erna zouden we een nieuwe poging doen. De ochtend van dag twee van het walvisuitje -vanochtend- verliep hetzelfde als de dag ervoor al hielde de klachten korter aan. Ik liep onstandvastig naar het ontbijt, moest mij vastgrijpen aan de veranda en aan de ontbijttafel. Zodra ik van horizontale in verticale stand ga (en vice versa), komen de duizelingen en de misselijkheid op. 
Ik denk dat dit wel even gaat duren. Er zijn namelijk geen medicijnen die de klachten kunnen wegnemen. Als ik terug ben in Spanje ga ik maar weer naar de oorarts; dat deed ik ook toen ik destijds uit Bali kwam maar men vond toen niets. Na het ontbijt reed mijn liefje de eerste kilometers, daarna nam ik het fluitend over. Niets aan de hand. Totdat ik weer ga liggen.

De walvissen van Chañarel de Aceituno schreef ik helaas op mijn buik. Tja. We kwamen inmiddels in een van de belangrijkste wijnstreken van Chili aan. Een mooi gebied met valleien in het binnenland met heuvels en bergen rondom, velden vol wijnranken er tegenaan geplakt. Het heet hier niet voor niets de Valle del Encanto, de charmante vallei! Het is hier warm. Morgen staat een excursie gepland naar de plaatselijke wijngaard van schoonzoon Felipe van onze vriendin Luz Maria en zijn familie. Een jong en bijzonder wijnhuis. We kijken ernaar uit.


zaterdag 21 juli 2018

Berichten van het waterfront

Het badseizoen is hier al goed op gang gekomen. De speeltoestellen voor de kids drijven in het water. Zelf snorkelde ik reeds enkele keren bij de rifjes die hier voor de kust liggen. Het is bepaald geen Bunaken-zeeparkervaring maar wie het kleine niet eert… Onze favoriete strandtent, Chiringuito Ramón, heeft eindelijk het nieuwe naambord op het dak gezet. Het personeel draagt nieuwe bedrijfskleding, in een nieuwe stijl, met nieuwe kleuren. Het oogt allemaal heel fris. 
Ik verwacht dat het de komende weken extra druk zal worden aan ‘onze’ stranden want buur Orihuela Costa -onze voormalige woonplaats- biedt momenteel geen bar-restaurantdiensten, toiletten, eerste hulp, ligbedden of parasols op het strand. De gemeente en de uitbater die deze activiteiten in de voorgaande jaren op het strand aanbood (Chiringuitos del Sol), konden geen overeenkomst sluiten voor aanvang van het strandseizoen. De Chiringuitos wilden wel maar het gemeentebestuur lag dwars. De wedhoudster die erover gaat, Luisa Boné, verdient een brevet van onvermogen. Onlangs hield ze een persconferentie over het onderwerp, met de boodschap dat er niets positief was te melden. Tja. Als het meezit, wordt er wellicht vanaf eind juli aan een nieuw contract gesleuteld… Ik hoorde veel slagen om de arm. Een blamage.

Eind vorige maand werd in de wateren van Isla Cabrera (Balearen), voor het eerst in dertig jaar weer een witte haai gespot. Het dier was circa zes meter lang. Geen vis die je als zwemmer wilt tegenkomen! De laatste keer dat een aanval van deze haai een mens fataal werd, was in 1912, voor de kust van datzelfde Isla Cabrera! Saillant detail is dat het de gouverneur van het eiland betrof die in het water terechtkwam en daarop door een grote witte haai werd gebeten; hij overleefde die aanval niet. 

Sinds 1900 registreert men het aantal haaienaanvallen in de wereld. In Spanje blijkt het tot nu toe te gaan om 25 aanvallen, waarvan acht met dodelijke afloop. De laatste aanval vond plaats op 29 juli 2016 in Arenales del Sol waar een zwemmende man van 40 jaar in zijn hand werd gebeten door een blauwe haai (tiburón azul). Als ik de database mag geloven, was dit de tweede -niet fatale- shark attack in de wateren van onze provincie Alicante, sinds het begin van de registratie. Er is dus weinig reden tot paniek. Overigens komen blauwe haaien hier regelmatig voor maar ze zwemmen doorgaans op grote diepte. (Er is iets mis met de vis als die zich aan het wateroppervlakte begeeft.)

Eerder deze maand filmden vissers voor de kust van Mallorca een reuzenhaai (tiburón peregrino). Het gaat om een, voor de mens ongevaarlijke, plankton etende haaiensoort die echter wel tien meter lang kan worden. Indrukwekkend is het dus zeker. Het dier staat op de internationale Rode Lijst van bedreigde soorten.

Vorige week stond in lokale kranten dat in de Straat van Gibraltar een grote groep orca’s was gesignaleerd. De mannen van de kustwacht lieten zich erdoor overdonderen: ze hadden slechts tijd voor twee snelle foto’s om de ontdekking te staven (geen filmpje). Het was tientallen jaren geleden dat ze daar voor het laatst waren gesignaleerd. De orca’s die op die plek voorkomen, zijn van een andere soort dan elders in de Atlantische Oceaan of in andere delen van Europa. De dieren voeden zich hoofdzakelijk met blauwvintonijn. 

Ik zou al heel blij zijn als ik een van deze zeebewoners met eigen ogen kon zien, in lokale wateren!

Op Mallorca en Menorca ontstond begin van deze week een zogenaamde ‘rissaga’, ofwel een meteo-tsunami (vloedgolf). De Spaanse weerdienst gaf een alarm af maar desalniettemin werden plaatsen op de beide Balearische eilanden door het verschijnsel verrast. Het water in de haven van Alcudia steeg in een handomdraai met één meter. In de haven van Ciutadella (Menorca) steeg het water zelfs met anderhalve meter. Een Duitse toerist werd daar door de hoge golf meegesleurd en verdronk. Deze vloedgolven kunnen wel vier à vijf meter hoog worden. Het fenomeen ontstaat bij een combinatie van harde wind in de troposfeer (onderste laag van de dampkring), warme lucht lager in de atmosfeer en zwak tot matige wind aan de grond. In oktober gaan mijn liefje en ik met vrienden een reisje maken naar Menorca, op bezoek bij Saskia en Kirk die in 2010 bij ons logeerden in Bali. Zij bouwden recent een vakantiehuis op dit Spaanse eiland.

Kort geleden was aan onze Costa ook sprake van een noviteit. Er werd hier voor het eerst een Portugees oorlogsschip gespot. (Ik blogde er eerder over.) Die kwallensoort kan venijnig steken als je ermee in aanvaring komt. Als je conditie niet goed is, kan een flinke steek zelfs levensbedreigend zijn. Ons brede strand was één dag gesloten voor badgasten. De kwallenvlag wapperde in de wind. De verwachting was, dat het Portugese oorlogsschip verdwijnt naarmate de temperatuur van het zeewater stijgt. Inmiddels is het geen voorpaginanieuws meer.

Drie weken geleden dobberde ik met mijn liefje in zee. Het was een niets-aan-de-hand zeetje, zo glad als babybillen en glashelder. De temperatuur van het water is heerlijk. Eenmaal thuis kreeg ik erge jeuk rondom mijn linkerenkel. Na wat gekrab ontstond er een plek die meer weg had van een brandwond. Heel vreemd. Een week lang kon ik het gewicht van een dun laken niet eens op mijn enkel verdragen. Pijnscheuten gierden door mijn voet, alsof er 220 volt doorheen schoot. ¡Madre mia, wat deed dat pijn! Een week later onderscheidde ik een kleine, witte verdikking met een rode stip in het midden, net onder de open wond. Zou ik door een kwal zijn gestoken? Aangezien ik het niet zag gebeuren, zal het een raadsel blijven. Nu, drie weken later, is de wond eindelijk dicht. Er zit nog wel een litteken op mijn enkel maar ik zwem er niet minder om.

De Duitser Tobias Friedrich werd onlangs verkozen tot beste onderwaterfotograaf van 2018. In Noorse wateren schoot hij de winnende foto van een groep orca’s die om een visnet met haringen cirkelt. Friedrich maakte gebruik van een groothoeklens en schoot deels boven-, deels onderwater. Je ziet een grote zwart-witte vis omgeven door donkerblauw water met daarboven paarsachtige bergtoppen met sneeuw. Een prachtig shot! 

De Amerikaan Scott Gutsy” Tuason, woonachtig in de Filippijnen, werd tweede in de categorie ‘Gedrag’. Op 15 meter diepte schoot hij in een Filippijnse baai een foto van een jonge vis die gevangen zit in het lichaam van een kwal. De kwal verslikte zich, de prooi bleek veel te groot. Tuason drukte een aantal keren af  tot het moment waarop de vis zich naar hem toedraaide. Zo ontstond dit verrassende kiekje in deze categorie. Heel apart. Het dier lijkt de onderwaterfotograaf te smeken hem te bevrijden. Kasian.


maandag 5 juni 2017

We girls need our heroines

In de afgelopen periode las ik het boek ‘The Sea Around Us’ van de Amerikaanse Rachel Carson (1907-1964). Het kwam uit in 1951 en werd direct een internationale hit. De editie die ik las, dateert van 1961 met -na elk hoofdstuk- opmerkingen van de auteur. Kleine Rachel wilde schrijver of dichter worden maar ze werd zoöloge, met een passie voor de zee en een diep gevoelde behoefte erover te schrijven. Na haar afstuderen werkte ze bij de United States Fish and Wildlife Service maar het succes van dit boek stelde haar in staat haar baan op te zeggen en voltijd auteur en onafhankelijk onderzoeker te worden.

Het boek is 65 jaar oud dus bepaalde wetenschappelijke inzichten en verklaringen zijn achterhaald. Zo is de Sargassozee (de enige zee die geheel is omgeven door oceaan), die Carson bijna lyrisch beschrijft nu een van de -kleinere- plaatsen in de Atlantische Oceaan waar plasticsoep zich verzamelt. Ze schrijft over het onstaan van de aarde en de maan, van zeeën en oceanen, van continentale platen, hellingen en de bodem van de diepzee. Ze beschrijft de werking van golven - ook gevaarlijke seismische, onder water; ze wijdt een bladzijde aan de oorzaak en gevolgen van de watersnoodramp in Nederland. Ze legt uit hoe zeestromen veranderen en samenkomen, temperatuur het leven in zee beïnvloedt, erosie impact heeft op zoutgehalte, vispopulatie en micro-organismen. Niet Atlantis maar de ooit dichtbevolkte Doggersbank in de Noordzee is het verdwenen land! Een hoofd vol nieuwe feiten, te veel om te onthouden.

Carson is een landschapsschilder met pen. Je zou haar boek een biografie van de zee kunnen noemen, met diepzinnige, scherpe waarnemingen. Het is een meesterwerk op ecologie vlak dat ik in één adem uitlas. Niet alleen haar kennis, ook haar taal droeg daaraan bij. Ik vind het een van de mooiste boeken die ik over dit onderwerp heb gelezen. Onbedoeld werd ze de moeder van de Amerikaanse milieubeweging. Rachel Carson overleed aan de gevolgen van uitgezaaide borstkanker; ze werd net zo oud als ik nu ben.

Het is vandaag Wereldmilieudag. Vorige week werd ik eraan herinnerd door een bericht van het actiecomité van de Verenigde Naties in mijn postbus. Vorig jaar op deze dag deed ik mee aan de actie ‘Zero Tolerance’ tegen de illegale handel in wilde dieren (vandaar dat men mijn gegevens heeft). Het thema van dit jaar is 'Connecting People to Nature' en ook dat is niet tegen dovemansoren gezegd.

De organisatie roept mensen wereldwijd op om vandaag de natuur in te trekken en hun favoriete plek op de gevoelige plaat te leggen, bij voorkeur met henzelf in beeld. Foto’s kunnen via sociale media worden gedeeld op #WorldEnvironmentDay of #WithNature. Het digitale foto-album dat zo ontstaat, wordt opgenomen in een grote expositie die de komende tijd aan bezoekende wereldleiders in het gebouw van de Verenigde Naties zal worden getoond.

Ik zou mijn natuurfoto’s best willen lenen aan dat goede doel maar ik zit nu eenmaal niet op Facebook, Twitter, Pinterest, Instagram en LinkedIn. Als ik niet beter wist, zou ik muzelluf een grote sukkel vinden… Ik laat sociale media echter bewust aan mijn neus voorbijgaan. Als je nu een visum voor de Verenigde Staten aanvraagt, moet je het adres van je Facebook- of Twitter-account opgeven. Heb je dat niet, dan ben je bij voorbaat verdacht. Ik voel geen enkele behoefte om naar de Joe-Ess-Of-Ee af te reizen dus dat probleem lost zich vanzelf op. De regelmatige lezer weet dat natuur, met name zeeën en oceanen, passies en terugkerende blogonderwerpen zijn. De onderwaterwereld nodigt bij uitstek uit tot verwondering. Ik voel mij bevoorrecht veel van die plekken met eigen ogen te hebben gezien.


Zo bezochten mijn liefje en ik in 2006 het Great Barrier Reef, het beroemdste werelderfgoed van Australië, als onderdeel van onze eerste wereldreis. We voeren met een klein cruiseschip van Captain Cook vijf dagen rond in dat gebied en snorkelden op barrière-, franje-, atol- en lintriffen. Ik trof er koraal in alle vormen, maten en kleuren, kleine en grote vissen in overvloed. Met een enkele schildpad hier en daar. Als ik mij bedenk hoe slecht het nu met grote delen van dit rif is gesteld vanwege immense en -wellicht onomkeerbare- koraalbleking, dan kan ik wel janken… In juli zal de UNESCO-organisatie bepalen of ze het Great Barrier Reef op de lijst van ‘werelderfgoed in gevaar’ zetten.


Mijn tweede foto in dit verband werd gemaakt tijdens een rondreis door Sulawesi (Indonesië) in 2014. Mijn liefje, vriendin Bernadette en ik haalden onze harten op in zeepark Bunaken. Dat park ligt recht tegenover de stad Manado. Je kon daar met hoog water vanaf het strand zo naar het verderop gelegen rif snorkelen, al moest je bij eb en vloed oppassen voor sterke stroming. Wij maakten snorkelexcursies naar omliggende zeetuinen. De diversiteit en het kleurenpallet van hard en zacht koraal was in Bunaken uitzonderlijk groot, de wisselende contacten met grote en kleine zeeschildpadden onvergetelijk. In mijn toenmalige blog schreef ik dat Sulawesi misschien wel mijn mooiste snorkelervaring tot dusver was. 


De derde foto die ik op deze Wereldmilieudag wil tonen, is van mijn snorkelavonturen op de Galapagos-eilanden (2015), de eilandengroep die wereldberoemd werd door Charles Darwin. De bodem rondom deze lava-eilanden in de oceaan bestaat uit sediment en stenen; geen koraal. Wat mij het meest opviel, was de onbevreesdheid van de dieren. Ik had nog nooit zoveel close encounters met grote vissen en zeezoogdieren als daar. Haaien die ik kon benaderen, schildpadden die recht op mij af zwommen, adelaarsroggen en zeeleeuwen met wie ik mee mocht zwemmen; het was ongekend. Charles Darwin was van mening dat de geïsoleerde ligging dieren tammer maakte. De eilandengroep is tot op de dag van vandaag niet overspoeld door toeristen, juist vanwege die afgezonderde ligging.

Rachel Carson schreef: One way to open your eyes is to ask yourself, what if I had never seen this? What if I knew I would never see it again?” Een cynicus zou antwoorden dat je dan altijd nog de foto’s hebt. Als het aan Trump & Co ligt, gaat het zo. Carson zou zich in haar graf omdraaien als ze wist dat hij Amerika terugtrok uit het Parijse klimaatverdrag.



zaterdag 4 februari 2017

100.000 volt

Zelf was ik ooit op televisie te zien; dat maakte mij geenszins Bekende Nederlander. Ik zat in de laatste klas van de middelbare school en woonde een concert bij van de Franse zanger Gilbert Bécaud, die als bijnaam ‘Monsieur 100.000 volt’ heeft vanwege zijn energieke optredens. De camera zoemde in op de meezingende mij. De volgende dag op school vertelde de Franse leraar (op wie ik verliefd was), dat hij mij had zien zitten. Kop als een boei! Hij was homoseksueel, ik ook dus die onbeantwoorde liefde leidde niet tot trauma. Ik was destijds helemaal in de ban van de Franse cultuur, kon alle liedjes foutloos meezingen. Nog steeds, trouwens. Ik ging Frans studeren.

Op de dag dat ik mijn vorige blog publiceerde, kwam het bericht binnen dat Freek Vonk, evolutiebioloog en Neêrlands rolmodel, door een rifhaai werd gebeten tijdens filmopnamen in de wateren van de Bahama’s. Hij ging drie uur onder het mes en kreeg 100 hechtingen in zijn armen. Al zijn ledematen zitten er nog aan. In de gekuiste versie zie je hem met opgestoken duim in een ziekenhuisbed liggen, op zijn eigen Facebook-pagina stonden engere foto’s.

Ik maakte een foto van de geopereerde blije Freek en appte die met info over zijn toestand naar Elsa, met de opmerking dat zij dat aan Yuda moest tonen en vertellen. Ik liet haar weten dat ‘Freak’ (zoals we hem op Bali noemden) ook op Facebook zit. Het toeval wil dat onze grote kleine vriend op Bali diezelfde dag een spreekbeurt hield over de Nederlandse bioloog en diens fascinatie voor dinosaurussen; iets dat het mannetje met hem deelt. Hij nam de miniatuur Freek en enkele dino-figuren die hij van onze vrienden Ben & Joan ontving, mee naar zijn lagere school. Elsa trof de enge foto van Freek’s verwondingen op Facebook aan en zou ook die aan haar oudste zoon tonen, zodra hij uit school kwam.
Hij vroeg zijn moeder daarop of zo’n haaienbeet pijn doet. Nou en of! Die beten moeten hebben aangevoeld alsof er 100.000 volt door je lichaam giert, al zal de stoere Freek het ongetwijfeld kleiner maken dan het is. Ik hoop niet dat Yuda er, als jonge enthousiaste zwemmer, nachtmerries van krijgt. 

Een rifhaai is doorgaans niet gevaarlijk voor mensen. Freek was van mening dat de aanval een vergissing was, een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Zelf kan ik dat onschuldige van deze haaiensoort beamen. Ik deelde met hen het water op het Great Barrier Reef en in Shark Bay (Australië), in de Rode Zee (Israël en Egypte) en in Shark Alley (Belize). Toen mijn liefje en ik in 2015 een cruise maakten rond de Galapagos-eilanden en snorkelden bij Isla Santiago (San Salvador) zwom ik nietsvermoedend in ondiep water op twee rustende white tip reef sharks af die opstoven toen ik in hun buurt kwam. Ze waren zó dichtbij dat ik ze bijna kon aanraken. 
Het is overigens niet de eerste keer dat de energieke bioloog tijdens onderwateropnamen door een haai werd gebeten, al was de vorige keer (2012) minder ernstig dan deze. Hij zwom in Zuid-Afrika al eens oog in oog met een grote witte haai maar daar kwam hij gelukkig ongeschonden vanaf. Nu maar hopen dat hij geen last van ontstekingen of van de ziekenhuisbacterie krijgt.

Het andere nieuws van deze week dat mij persoonlijk raakte is dat Joyce Sombroek stopt als keepster van de Oranje hockeyvrouwen. Het is niet de eerste keer dat ik over hockeymeisjes blog. Het verleidelijke spleetje tussen de voortanden van Maartje Pauwen en haar relatie met een teamgenoot waren eerder onderwerp. Paumen maakte in 2016 bekend dat zij stopte als aanvoerster van het succesvolle nationale hockeyteam; net als sterspeelsters Naomi van As en Ellen Hoog. Het zijn zware aderlatingen. 

Voor Sombroek ligt het echter anders: zij moet stoppen omdat ze lijdt aan slijtage van de heup en zich, naar verluidt, niet meer voor de volle 100% kan geven aan de sport. In een recent interview met NRC lichtte zij toe dat zij het probleem met de sneue heup ongelooflijk zuur” vindt. Ik ken het gevoel... Je bent stoer, sportief en dan zoiets! Net als bij mij betreft het haar rechterheup. De 26-jarige keepster liep de schade aan kop en kom hoogstwaarschijnlijk op door constant in the split te gaan (spagaat) om ballen tegen te houden. Negen keer in de week trainen is teveel belasting. Wel blijft er meer tijd over om haar co-schappen te volgen en haar studie Geneeskunde af te ronden. Ik ben benieuwd of, hoe en waar zij zich laat opereren. Kasian Joyce. 


maandag 15 augustus 2016

Wel en niet jarig

Het katholieke Spanje heeft vandaag een nationale feestdag, Asunción de la Virgen Maria (Onze-Lieve-Vrouwe Hemelvaart). Voor de goede orde: de maagd voer niet op eigen kracht ten hemel, ze werd opgehaald. Vandaag zal hier flink wat vuurwerk in haar richting worden afgeschoten. De eerste knallen klonken reeds. 

Wat mijn liefje en ik veel feestelijker vinden, is dat ons Balinese vriendje Yuda vandaag jarig is. We feliciteerden de 9-jarige met Whatsapp-gezang op de smartphone van zijn moeder. Medio juli deden wij zijn verjaardagsdoos op de post. Tien dagen later kwam die in Jakarta aan; dat was snel. In de eerste week van augustus kwam de doos op plaats van bestemming aan; nóg een record. Elsa meldde ons dat de doos schade opliep door lekkende vloeistof van buiten maar dat de ingepakte kleding niet was aangetast. Het mannetje was blij met zijn (ka)doos; zijn broertje ook. Vieren doe je samen!

Zelf freubelde ik een kalender die ons helpt bij het aftellen naar onze vertrekdatum. In november reizen we weer naar Bali. Tijdens onze recentste skype-sessie vroeg Yuda naar de datum van onze aankomst. We meldden hem die en zeiden dat hij nog ruim drie maanden moest wachten. Voor zo’n kereltje spreekt zoiets (nog) niet tot de verbeelding. Ik bedacht mij dat lege hokjes die vollopen dat waarschijnlijk wel doen. We stuurden een foto van onze eigen kalender als voorbeeld en Elsa nam het idee over.
We zetten inmiddels 15 kruisjes. We gaan weer rondreizen in Azië. Zoals gezegd, beginnen we in Bali waarna we een rondreis door Burma gaan maken, het land van Aung San Suu Kyi. Daarna zien we verder. Thailand stond gepland maar bommen in toeristenoorden maken het minder geschikte als reisbestemming. Buitenlandse Zaken gaf het advies ‘extra alert blijven’ maar hoe alert moet je je zijn als explosieven in bloembakken zitten?! Ook de Filippijnen blijft een optie maar de bloedige strijd van president Dutarte tegen drugsbendes en corruptie maakt dat wij de ontwikkelingen in dat land ook op voet volgen. We hebben tijd.

Vorige week deed de voorzitter van de Buleleng-afdeling van de Indonesische Hotel  en Restaurant Associatie, Dewa Suardipa, een wel heel vreemd voorstel. Hij bepleitte dat voor de kust van Lovina (Noord-Bali) drijvende kooien worden gebouwd waarin dolfijnen worden opgesloten “to optimize the attractiveness of dolphin tours”. De hele wereld begint langzamerhand in te zien dat grote vissen en zeezoogdieren als orca’s, dolfijnen en haaien niet moeten worden opgesloten ter lering ende vermaeck van de mensch maar juist vrij moeten zijn en blijven!? Orang bodoh.

Het toerisme in het noorden van Bali is grotendeels gebaseerd op de honderden residente dolfijnen die daar in het wild leven. Toeristen in Lovina stappen vroeg in de ochtend en laat in de middag aan boord van traditionele vissersboten om de dieren in hun natuurlijke omgeving te aanschouwen. Dat is een mooi gezicht, weten wij uit eigen ervaring.

Mijn liefje en ik deden het namelijk ook op de dag dat zij 60 werd. We gingen destijds met een wat comfortabelere boot het water op, in gezelschap van Elsa, Ketut & Yuda. De zon scheen, het water was glashelder, er waren nauwelijks golven. Tientallen grote en kleine dolfijnen speelden langdurig rondom de boot. Wij, westerlingen, hadden de tijd van ons leven. Elsa & Yuda kregen last van zeeziekte, het was hun eerste keer op het water. Het toentertijd 4-jarige ventje zat er in zijn drijfpak, in de armen van zijn papa, steeds beteuterder bij. Terug aan wal, sliep hij urenlang op het ligbed op ons terras. Elsa bleef de rest van de dag een beetje misselijk; vanwege de feestelijke dag wilde ze niet naar huis.

Suardipa is van mening dat vissersboten die dolfijnen achtervolgen, stress veroorzaken bij de dieren. Dat kun je voorkomen door wilde dolfijnen in offshore-kooien op te sluiten. Daar kunnen toeristen dan naartoe worden gevaren. De dieren worden met fluitjes en visvoer gecommandeerd of verleid zich te vertonen. De man is stellig van mening dat het opsluiten van dolfijnen dierenstress zal verlagen. Een kooi kost 10 miljoen Indonesische roepiah, ruim €700 per stuk; een koopje, aldus de voorzitter. Het is de omgekeerde wereld: de Balizee is hun thuis, aldus Barefoot. Het zou mij niets verbazen als bij deze man een ping van 2.156 milliseconden wordt gemeten.

Nu tekende ik vaker domme en stuitende opmerkingen op uit monden van vooraanstaande Indonesiërs. Vorige week bleek op dat vlak een recordweek. Donderdag stond in de Volkskrant de kop “Regering: geen plek in Indonesië voor homogemeenschap” - voor lesbiënnes, homo's, biseksuelen en transgenders is in Indonesië geen plaats. Dat zei een regeringswoordvoerder tegen persbureau AFP. Als Indonesische burgers hebben ze recht op scholing en kunnen ze een identiteitskaart krijgen maar dat is het.

Human Rights Watch-rapport ‘These political games ruin our lives’
De woordvoerder reageerde daarmee op een gepubliceerd onderzoek van Human Rights Watch waaruit blijkt dat de emancipatie van de LGBT-gemeenschap in Indonesië in 2016 achteruit holde. 
Ik las het rapport, getiteld ‘These political games ruin our lives’, dat aan de hand van een tijdlijn gedetailleerd uit de doeken doet hoe regeringsfunctionarissen en andere overheidsfiguren dit jaar in toenemende mate hun anti-gevoelens openbaar maakten. Het is van een ongekende kwaadaardigheid en stupiditeit. Gevaarlijk en misselijk makend.

Aan het Indonesische Constitutionele Hof loopt thans een rechtzaak die werd aangespannen door een groep die zichzelf de Family Love Alliance noemt. Zij willen het Wetboek van Strafrecht zodanig wijzigen dat consensueel seksueel handelen tussen volwassenen van dezelfde sekse strafbaar wordt. De voorgestelde straf kan oplopen tot vijf jaar cel. De volgende zitting vindt op 23 augustus plaats.

President Jokowi en zijn kompanen kunnen in mijn ogen niet dieper zinken. Als LGBT’er ben je in Indonesië nog niet jarig!


maandag 16 mei 2016

Je zou ze!

Er is goed en slecht nieuws te melden van het zeezoogdierenfront.
Het goede nieuws is dat SeaWorld Parks & Entertainment in de Verenigde Staten bij monde van de CEO vorige week verklaarde per direct te stoppen met orcashows. Dansende, poserende en kussende killer whales behoren voorgoed tot het verleden. Dat is zeker reden tot blijdschap maar het einddoel is nog niet bereikt: alle orca’s moeten vrij! De shows zullen aanvankelijk van karakter veranderen voordat ze helemaal stoppen. Het pretparkbedrijf gaat voortaan een educatieve koers varen; het natuurlijke gedrag van orca’s zal voortaan centraal worden gesteld.

Sinds de documentaire Blackfish (2013) waaraan ik een eerdere blog wijdde, kreeg SeaWorld veel negatieve publiciteit over zich heen vanwege de slechte behandeling van orca’s in gevangenschap. De druk op het bedrijf nam toe, het aantal bezoekers af. Pas in november 2015 beloofde SeaWorld dat het gefaseerd zou gaan stoppen met de shows in San Diego. Op dat moment gold die beslissing niet voor orcashows in Orlando en San Antonio maar in mei 2016 is dat dus eindelijk een feit. Het voortplantingsproject met elf orca’s in San Diego -waaronder Tilikum en zijn nazaten- stopte eveneens en ook dat is goed nieuws.

In de afgelopen periode las ik het boek ‘Death at SeaWorld: Shamu and the Dark Side of Killer Whales in Captivity’ van onderzoeksjournalist David Kirby. Je zou deze dikke pil (655 pagina’s) een wetenschappelijke thriller kunnen noemen al is er geen sprake van fictie. Het boek is ont-zet-tend goed geschreven dus hulde aan Kirby! Hij laat ex-orcatrainers, dierenactivisten, ProCaps (voorstanders van orca’s in gevangenschap), directeuren van SeaWorld, zeebiologen en andere wetenschappers aan het woord en geeft beide kampen volop gelegenheid hun standpunten toe te lichten. SeaWorld liet echter vaak verstek gaan.
Het boek volgt in grote lijnen het werk en de passie van zeebiologe dr Naomi Rose, een autoriteit op haar vakgebied, die 20 jaar lang met wisselend sukses opbokste tegen de krachtige PR-machine van SeaWorld. Het omslagpunt in die strijd kwam toen de zeer ervaren orcatrainer Dawn Brancheau in 2010 door orca Tilikum wordt gedood.
Slechts een korte sectie van het boek beschrijft haar tragische dood dus er is geenszins sprake van sensatielust. SeaWorld schreef dat ongeval destijd toe aan een fout van de trainer maar ooggetuigen -die nooit door SeaWorld werden benaderd- meldden dat het grote dier, waarmee Brancheau jarenlang trainde, de vrouw na de ‘Dine with Shamu-show’ tijdens een hugsessie (!) in het ondiep gedeelte van het bad haar bij schouder en nek greep en onder water trok. Ze overleefde die aanval niet. Na haar dood was het trainers verboden ooit nog met Tilikum te water te gaan.

Dit boeiende boek maakte mij een nóg ferventere voorstander van vrijlating. Handen af van orca’s, andere zeezoogdieren en grote vissen! Ze horen in de vrije natuur. Het recente besluit van SeaWorld heeft betrekking op al hun orca’s. Het bedrijf houdt nog 29 orca’s gevangen, in te kleine baden en onder onnatuurlijke omstandigheden. 
In maart van dit jaar schreef de Guardian dat Tilikum lijdt aan een bacteriële infectie waaraan hij naar verwachting op korte termijn zou overlijden. Hij leeft nog steeds, in eenzame opsluiting…

Ander slecht nieuws betreft een sneue walvishaai in Azië. Afgelopen donderdag las ik op Flipboard dat twee Chinezen een rotgeintje uithaalden in lokale wateren. Het gaat om twee vissers in het zuidwesten van China die een walvishaai (shark whale) vingen en doodden. Daarna verkochten ze het vlees van deze grote vis voor 40 dollarcent per kilo. De mannen die Liao en Huang worden genoemd, werden door de politie beboet. Het dier staat op de lijst van kwetsbare diersoorten (nog net niet de status bedreigd) dus hun daad is niet alleen barbaars maar ook strafbaar.

De provinciale afdeling van de communistische partij sprak zich publiekelijk uit tegen deze serious violation of discipline. Het voorval leidde tot wereldwijde ophef toen de foto van het machtige dier aan een haak van een hijskraan op internet verscheen. De beide mannen verklaarden dat het dier al dood was toen zij het aantroffen en in vergaande staat van ontbinding was maar dat ik een smoes… visvlees is dan immers onverkoopbaar. De verontwaardiging werd nóg groter toen de betreffende foto’s in verband werden gebracht met eerdere opnames van een levende walvishaai in de regio. Een week ervoor circuleerden namelijk foto’s van een groot exemplaar in de buurt van een boorplatform in diezelfde wateren. Medewerkers van het platform verklaarden bij die gelegenheid dat het een oude vriend was die jaarlijks rond deze tijd even contact komt maken. Een en een was twee en toen was het hek van de dam. En daar hang je dan...

Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt in die contreien. In augustus 2014 haalde een foto van een dode walvishaai op een kleine vrachtwagen op weg naar een Chinese vismarkt de voorpagina van (bijna) alle kranten ter wereld. Het zal ook niet de laatste keer zijn, vermoed ik. Je zou ze toch!


P.S. Sinds vrijdagavond ligt onze eigen internetverbinding eruit. Ik belde zodra het kantoor open was maar ik had niet veel hoop dat er iets zou worden verholpen. De Spaanse dame aan de telefoon zei namelijk dat het zaterdag is. Ik zit nu bij bevriende buren.


zaterdag 12 maart 2016

Tili, kommer en kwel

De regelmatige lezer weet dat ik zeer ben begaan met het welzijn van zeezoogdieren en grote vissen, alsmede de zeeën en oceanen waarin ze leven. Onlangs kwam het Nederlandse dolfinarium in Harderwijk negatief in de publiciteit. Het kritische VARA-programma Rambam liet een stagiair met verborgen camera filmen. In ‘het grootste zeezoogdierenpark van Europa’ leven dolfijnen, naar verluidt, in slechte omstandigheden. De dieren verblijven in tè kleine bassins, er zit chloor in het water, ze worden alleen gevoederd tijdens shows en in plaats van natuurlijke voortplanting krijgen mannetjes een handjob van personeel. (Hier deed het woord dolfijnenrukker zijn intrede.) Kortom: niet best.

Tijdens de lagere school bezocht ik het dolfinarium waarna ik stante pede  dolfijnentrainer wilde worden. Ik was verrukt die mythische dieren in levende lijve te zien. Op de lagere school kregen we met grote regelmaat creatieve projecten als huiswerk. Ik herinner mij onder andere een project waarvoor ik met klasgenootje Marja de noordpool na bouwde: met ijsschotsen van piepschuim, papieren eskimo’s en iglo’s, ijsberen en orka’s. Toen al! Op de middelbare school wilde ik (onder andere) zeebioloog worden maar wiskunde bleek niet mijn forte. Ik liet de ambitie varen maar de interesse bleef. Die werd zelfs sterker toen ik later de wijde wereld introk.

In 1990 kampeerden mijn liefje en ik voor het eerst samen in het zuiden van Frankrijk. Het werd een van de leukste kampeervakanties in dat deel van de wereld, vanwege de afwisselende uitstapjes. We bezochten het museum van Suzy Solidor, de glasblazers van Biot, de verjaardag van mijn liefje vierden we op een zonnig terras in Saint Paul de Vence. Ik surfte bijna dagelijks op de Middellandse Zee. Tijdens diezelfde vakantie bezochten wij Marineland in Antibes, waar wij de orcashow bijwoonden. Ik wilde die dieren per se met eigen ogen zien al was ik mij toen al bewust van de keerzijde van dergelijke vertier. Tja. Nieuwsgierigheid won het van terughoudendheid. 

Deze week las ik in de Britse Guardian dat orka Tilikum in SeaWorld Orlando lijdt aan een bacteriële infectie waaraan hij naar verwachting op korte termijn zal overlijden. Kasian. 
Tilikum is een beroemde naam voor mensen met een interessegebied als het mijne. Eigenlijk moet ik zeggen: berucht. Deze volwassen mannetjesorka van 6.000 kilo en minstens zes meter lang doodde in zijn leven namelijk drie trainers: Keltie Byrne, Daniel Dukes en Dawn Brancheau. Killer whale? Hij wel. Tweemaal waren er getuigen die de orka een trainer zagen vastpakken en meeslepen. SeaWorld stopte die verklaringen in de doofpot. Na de aanval met dodelijke afloop op de zeer ervaren Dawn zwemt Tilly alleen rond in een klein bassin, met af en toe een publiek optreden. Sindsdien besloot de rechter dat trainers niet meer in een en hetzelfde bad met orca’s mogen optreden. SeaWorld bestrijdt dit besluit. Op de website van SeaWorldofHurt, die het bedrijf aanklaagt en pleit voor vrijlating van alle zeezoogdieren, lees ik over 100 incidenten waarbij orka’s van SeaWorld mensen aanvielen, in 12 gevallen leidde dat tot ernstig klachten of zelfs de dood.

Op mijn iPad bekeek ik deze week de documentaire ‘Blackfish’ (2013) van de Amerikaanse Gabriela Cowperthwaite. De film gaat over orka Tilikum en SeaWold. Het was alsof ik naar een thriller keek. De 83 minuten durende film is een indringende aanklacht tegen de omstandigheden waaronder orka’s in het park worden gehouden. Voormalige trainers van SeaWorld vertelden over hun werk en hun passie, hoe ze -jong en onwetend- onwaarheden over orkas verkondigden omdat SeaWorld hen die voorschotelde.

Voormalige trainers van Tilikum komen aan het woord; sommigen hadden een hechte band met ‘hun’ dier. De meesten distantieerden zich inmiddels van het werk en de praktijken van SeaWorld. Deze jonge orka werd 35 jaar geleden, op tweejarige leeftijd, van zijn familiegroep gescheiden in het noorden van de Atlantische Oceaan toen het bedrijf van de rechterlijke macht niet meer op dieren mocht jagen in Amerikaanse wateren. Ted Griffin, de man die toentertijd vanger van orka’s was voor SeaWorld, komt eveneens aan het woord. Tot op de dag van vandaag heeft hij spijt van zijn rol in dit drama. Hij zegt dat het voelde alsof hij kinderen kidnapte. Een Spaanse trainer in Loro Parque, een park in Tenerife, werd gedood door een orka die oorspronkelijk uit SeaWorld kwam.

SeaWorld gebruikt ook orkarukkers. 50% van de nazaten van de getroebleerde Tilikum verblijven in parken in de VS en daarbuiten. Worden zij in de toekomstig een probleem? Daarbij komt dat tè jonge orcavrouwtjes worden bevrucht. In de natuur is de gemiddelde leeftijd van ontvankelijke vrouwen circa 15 jaar, in SeaWorld gebeurt de bevruchting op de leeftijd van 8 jaar.

In de documentaire geven wetenschappers verklaringen voor het agressieve orcagedrag. Sommigen zijn van mening dat gevangen orka’s een stresssyndroom oplopen omdat ze worden gescheiden van hun moeder (de orkawereld is matriarchaal). Anderen zijn van mening dat ze ernstige stress oplopen omdat ze langdurig in kleine ruimten worden opgesloten. Veel orka’s in parken lijden aan psychoses. Een van de tekenen van stress is de omgevallen rugvin, die ook al jarenlang bij Tilikum is te zien. Cowperthwaite gaf SeaWold meermalen gelegenheid te reageren op de documentaire; het bedrijf liet verstek gaan.

Net als het Dolfinarium staat SeaWorld onder druk. In november 2015 kondigde het bedrijf aan orkashows te stoppen in hun San Diego-park. Tot op heden is dat niet het geval.

Inmiddels weet ik één ding zeker: ik zie grote zeezoogdieren bij voorkeur in hun natuurlijke habitat en ik zal nooit meer naar een aquarium of show van dit soort dieren gaan. In 2014 toerden mijn liefje en ik met een kampeerwagen twee maanden langs de kust van West-Australië. We kwamen terecht in Bremer Bay waar we bij toeval een Research-expeditie ontdekten die op volle zee onderzoek doet naar orka’s. Niemand kan verklaren waarom die dieren daar zijn maar er is overduidelijk sprake van een hotspot. Na gesmeek (en betaling) mochten we mee aan boord. Met een handje gemberpillen achter de kiezen en na uren varen, zag ik grote en kleine orka’s in het wild. Met fiere rugvinnen. Wow. Zo wil ik ze onthouden.

Ik betreur het lot van Tilikum, de getroebleerde orka.



donderdag 18 februari 2016

Hoi-hoi

Onze rondreis door Sri Lanka onder begeleiding van chauffeur Francis eindigt morgenochtend maar we stappen pas over enkele dagen op het vliegtuig naar Spanje. Ra-ra, hoe kan dat… Welnu, het is een vergissing van onszelluf. Toen wij het eerste reisvoorstel uit Sri Lanka ontvingen, stond er een latere begin- en einddatum in het programma. Die einddatum bleef in ons hoofd hangen. Toen mijn liefje de terugvlucht naar Spanje boekte, hield ze dan ook niet de laatste dag van de rondreis aan maar die vermeende vertrekdatum. Ik controleerde en corrigeerde dat niet.

We blijven samen dus vier nachtjes langer aan de zuidkust van Sri Lanka. Geen probleem, al ruiken we de stal. De regelmatige lezer weet dat wij liefhebbers zijn van oceanen, zeezoogdieren en strandleven. We wandelen regelmatig langs het strand en ook hier maak je dan van alles mee. Tijdens zo’n wandeling werd ik, na een snorkeluitje, uitgenodigd om een vissersboot op het droge te helpen. 
Als lokale vissers dat met hun netten doen, roepen ze bij elke krachtsinspanning hoi-hoi. Als het een boot betreft, roepen ze niets. Dan sparen ze energie om hard met hun rug tegen een dwarsbalk te kunnen duwen. Mijn bijdrage was niet substantieel maar leuk was het wel. Aan het einde van het werk kreeg ik door de man aan mijn linkerzijde een sigaret aangeboden. Sri Lankanen zijn doorgaans dun en pezig. Volgens onze chauffeur is dat vooral omdat ze spijzig eten. Dat gaat voorbij aan het feit dat hun leven met name bestaat uit zwaar fysieke arbeid. Desalniettemin volgde ik hun voorbeeld door zeer regelmatig pittige curry te eten; dat legde mij geen windeieren. (Ha!)

Balaenoptera musculus (foto: Wikipedia)
Dat was lang niet alles wat zich aan zeezijde afspeelt. De blauwe vinvis zag ik nooit met eigen ogen dus vol verwachting klopte mijn hart: het dier is hier namelijk in season! Doorgaans zie je als toeschouwer ongeveer een derde van het dier; de rest ligt onder water. We stonden om 5 uur 's ochtends op voor een goede plek aan boord van de boot die lag afgemeerd in de haven van Mirissa. 

Eerst moesten we ter plekke met cash betalen (creditcards werden niet geaccepteerd), daarna moesten elders de tickets worden opgehaald, vervolgens moesten we te voet over de vismarkt omdat de chauffeur van mening was dat hij de auto niet door de drukte kon manoeuvreren (hetgeen niet het geval bleek te zijn). Eenmaal bij de boot aangekomen, konden we nog net op de laatste rij twee (van drie) krappe stoelen bemachtigen. Het bovendek was vrij maar daar moest je op een kussen op de grond zitten en dat willen wij geen van beiden: overeind komen op een wiebelboot is immers geen sinecure. Tot mijn verbazing bleven er passagiers binnenstromen, vooral Chinezen. Een (Engelssprekend) Aziatisch gezin met peuter  vond nog twee stoeltjes achter elkaar en toen waren de zetels op. Niet veel later stapten twee Britse bejaarden aan boord voor wie geen zitplaats vrij was. Iemand van de bemanning sommeerde het Aziatische stel op onvriendelijke manier plaats voor de ouderen te maken. Begrijpelijk maar toch ook weer niet: voor de ouders en het kleintje waren de kussens op het bovendek evenmin een optie. Ze stonden in eerste instantie op maar keerden weldra op hun schreden terug en eisten hun zitplaats terug.

Het oude echtpaar moest separaat zitten, de echtgenote nam mopperend haar stoel in. Pas toen twee inspecteurs van de overheid aan boord stapten, hield de stroom op. Toen bleek nog een tweede boot uit te kunnen varen. Dat geprop duidde wat mij betreft op het boevengehalte van de tour operator... We gingen om 7 uur het water op. De bemanning stond achter op het dek te roken, terwijl wij ongeveer anderhalf uur op woelige baren voeren. Voor de zekerheid accepteerden wij ieder een gemberpil die we voor vertrek met ruim water innamen. 
Het precieze aantal kotsende Chinezen zal ik je besparen maar de rest van hen lag binnen een uur te slapen. De pil had hoogstwaarschijnlijk een knockout-effect op die kleine lichamen. (Wij werden overigens op de terugreis ook slaperig en deden een middagslaapje in ons hotel.) Onderweg zagen we een grote groep kleine dolfijnen en na lang zoeken werd één blauwe vinvis gespot. Heel in de verte zag ik een wolk waterdamp, daar kwam de grote walvis kennelijk naar het wateroppervlakte, om snel daarna weer onder te duiken. Het duurde ongeveer tien minuten voordat het dier weer bovenkwam; ook op minstens 100 meter afstand. 

Onze kapitein was telkens te laat, hij draaide zijn boot niet om iedereen een glimp van het dier te geven en nadat de walvis drie keer bovenkwam, besloot hij al eerste naar de haven terug te keren. Alle andere boten bleven liggen waar ze lagen, wij gingen met hoge snelheid terug, onder luid gemopper van onze kant. Ik maakte precies tien foto’s van een deel van de walvis. Wat een tegenvaller... en mijn zonnebril verdween ook nog in de golven! Mijn liefje serveerde de prestaties van het betreffende touring-bedrijf op gepaste wijze op Tripadvisor af.

De ochtend erna stonden we fris en fruitig op om langs de zuidkust naar het fort van Galle te rijden (uit VOC-tijd). Langs die route vind je in een aantal vissersdorpen Sri Lanka’s beroemde steltvissers die we met plezier fotografeerden. Het zijn ware acrobaten: met de ene hand houden ze zich vast aan een paal die vaststaat op het rif, met de andere hanteren ze een lijn en hopen op een beetgrage vis. Je vindt de natuurlijke vissers vooral in de vroege ochtend en de late middag. Na de tsunami van 2004 zijn het er echter niet meer zoveel... Tegenwoordig zijn het vooral 'acteurs' die voor de foto poseren. Ze laten je daarvoor een aardige tip betalen maar de meeste toeristen maken daartegen geen bezwaar. Zo ook ik. Het is immers een apart gezicht. 

In het daarop volgende vissersdorp Koggala bezochten we het plaatselijke Turtle Conservation Project. Ze vangen daar schildpadden op die in netten van vissers terechtkomen. Soms zijn de dieren gewond en worden ze verzorgd totdat ze kunnen worden teruggezet. Ze stellen echter tevens eieren van schildpadvrouwtjes veilig, die broeden over een drie kilometer breed strand. De manager van het project vertelde ons dat ze elke nacht eieren rapen. Sommige vrouwtjes kwamen dit seizoen al drie keer naar het strand om eieren te leggen: 109, 136 en 120 stuks. Het wordt keurig bijgehouden en de eieren liggen goed beschut in het zand in hun opvang. Wij adopteerden ter plekke twee kleintjes die klaar waren om de (boze) wijde onderwaterwereld te betreden. Mijn keuze viel op een groen schildpadje dat ik BareLanka doopte. Mijn liefje viel voor Sweetie, een piepkleine hawksbill turtle. We moedigden de diertjes tot in de branding aan om het ruime sop te kiezen. Die van haar was rapper dan de mijne. Slechts 1:1.000 schildpadjes overleeft de oceaan. Kasian.

We reizen morgen verder zuid-westwaarts naar badplaats Hikkaduwa, waar we twee nachten zullen blijven in een kleinschalig boutique hotel met fantastische keuken. Er valt ook veel te zien onderwater dus het snorkelsetje komt weer uit de reistas.