Translate

donderdag 30 oktober 2008

Count your blessings

Ik had mij zó voorgenomen deze week geen blogs meer te publiceren. Maar dat lukte eenvoudigweg niet! “Moet je ook maar geen Nederlands journaal kijken”, bedacht ik mij. Het nieuwsitem waarover de opwinding ontstond, had betrekking op de nieuw gehanteerde rekenmethode in Nederland: de 'realistische' manier.
Ik zag professor doctor Jan van Maanen op het scherm, directeur van het Freudenthal Instituut in Utrecht, die de volgende woorden sprak: 'het onderwijs is nu gericht op burgers die wat kunnen'.
Het Freudenthal Instituut wordt wel de denktank van de vernieuwingen in het reken- en wiskundeonderwijs in Nederland genoemd. Dat kan wel zo zijn maar ik voelde mij door de woorden van Van Maanen persoonlijk aangesproken! “Alsof dat vroeger niet zo was? Waren wij dan leerlingen die niets konden?” De eerste gedachte bracht wel het een en ander bij mij teweeg: “behoorde ik daarmee tot die groep mensen die van mening is dat alles vroeger beter was?”

Ik herinner mij de lagere schoolklassen waarin wij met elkaar unisono de tafels moesten opdreunen. Als je pech had, moest je het in je eentje voor de klas opzeggen. Het was zeker niet het toppunt van natuurlijk onderwijs. We deden veel sommen, ook staartdelingen. Wij hadden -denk ik- geen van allen het idee waarom rekenen zó moest gebeuren. Ik vond sommen leuk, ik deed ze gewoon en ze klopten ook altijd! Achteraf bezien ben ik niet beschadigd door de traditionele aanpak. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het mij ook geen bètaleerling heeft gemaakt...
Ik realiseer mij dat de rekenmachine al vele jaren vaste passagier was in de gemiddelde schoolboekentas. Zelf heb ik nog eindexamen gedaan zonder rekenhulp.
Eigen ervaringen wezen inmiddels wel uit dat het huidige supermarktpersoneel niet kan hoofdrekenen. Maar supermarktmedewerkers vertegenwoordigen een deel van de middelbare schoolleerlingen (doorgaans VMBO-niveau). “Dus hoe zat het nou?”

Eerst maar eens wat feiten op een rij.
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs wordt elke vijf jaar door het Cito een zogenoemde 'periodieke peiling van het onderwijsniveau (PPON)' uitgevoerd. Voor rekenen en wiskunde bleek het volgende.
“Het gaat met name slecht met het cijferen, grote sommen die op papier moeten worden uitgerekend. In 1992 haalde daarin nog 84% het minimumniveau op het onderdeel vermenigvuldigen en delen, en scoorde 41% voldoende. In 2004 was dat gezakt naar 50%, respectievelijk 12%. Nog geen kwart van de aanstaande havo- en vwo-leerlingen haalde hierin een voldoende”. Aldus een artikel in Trouw van 21 december 2007.
Uit dat onderzoek bleek dat de vaardigheid van leerlingen over de hele linie van de rekenkundige bewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) sinds 1987 sterk achteruit was gegaan.

In Nederland is bijna alles gepolariseerd dus het zal niemand verbazen dat inmiddels ook een officiële tegenstander van de nieuwe rekenmethode was opgericht: de 'Stichting Goed Rekenonderwijs'. Jan van de Craats is hoogleraar Wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur van de Stichting. Hij heeft een online zwartboek geschreven met de titel 'Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen'.
Daarin maakt hij zich vooral druk om 'didactische fratsen' in het realistische reken- en wiskunde-onderwijs; hij ergert zich aan de trucjes en foefjes die kinderen moeten leren.
“Dan leren ze dat je 24 maal 125 makkelijk kunt uitrekenen door er 12 maal 250 van te maken of 6 maal 500. Waanzin want bij 29 maal 123 werkt het foefje niet! Nee, je moet leerlingen de standaardmethode aanleren. Het rekenen van opa, wordt dat denigrerend genoemd. Maar die methode werkt altijd en die verleren de kinderen nooit.”

Zelf ben ik uit de tijd van het cijferen en van staartdelingen-volgens-de-methode-van-opoe. Ik doe ze nog weleens voor de grap. Bernlef heeft daarover in zijn recente bundel 'Dwaalwegen' (2008) een gedicht geschreven:

'Een groot getal, zes cijfers wel / vermagerde zienderogen / nieuwe cijfers door vorige gebaard / steeds langer en dunner werd de staart'.

Ik tel mijn zegeningen (maar wel uit het hoofd)!

woensdag 29 oktober 2008

Stoomkoken

We waren deze week een dagje uit in het nieuw geopende warenhuis van 'El Corte Inglés' (vrij vertaald: 'de Engelse stijl') in Elche. Deze warenhuisketen is in 1940 opgericht door Ramón Areces, een voormalige kledingmaker uit Madrid.
Je kunt het qua opzet en collectie met de Bijenkorf vergelijken maar niet wat personeelsaantallen en klantgerichtheid betreft... Het warenhuis is ruim voorzien van personeel maar als je vragen hebt of wilt afrekenen, moet je erg je best doen. Bij de meeste kassa's staan de Spaanse dames namelijk gezellig met elkaar te praten. En dat kan lang duren! Het lijkt niets uit te maken dat jij daar staat. Sterker nog: ze kijken verstoord op als je eraankomt met je aan te kopen product. Wij zijn daaraan gewend, na bijna negen jaar maar wij leggen het nog altijd enigszins genegeneerd uit aan bezoekende vrienden. Ondanks alles is El Corte Inglés een waar Spaans icoon.

Elche (Elx in het Catalaans), is een mooie, historische stad die veel Moorse invloeden heeft ondergaan. Elche staat bekend om haar 'Palmeral', de palmentuin. Het is een kilometers lange palmbomenplantage met meer dan 300.000 palmbomen. Het is de grootste plantage van Europa en staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Ook de 'Dama de Elche', het borstbeeld van een vrouw dat er door archeologen is opgegraven, is de bezichtiging meer dan waard.

Het weer was uitermate geschikt voor een dagje stadten; de temperatuur was goed genoeg voor korte mouwen maar er waren wolken en er viel een spatje regen.
We begonnen met een hapje en een drankje bij 'El rincón del café', het koffiehoekje van El Corte Inglés. We werden bediend door een toegewijde jongeman. Het bestaat dus wel. Men is in de Spaanse horeca over het algemeen zeer bereid het jou naar de zin te maken, zeker als je Spaans spreekt. Steeds meer jonge Spanjaarden spreken tegenwoordig echter ook een beetje Engels.

Die dag hadden we een heus boodschappenlijstje. In Nederland liep ik al een tijdje te denken aan een stoomapplicatie voor in de keuken. Een inbouwstoomoven zou de voorkeur hebben maar een stoompan mocht ook. Stomen hoort namelijk bij de gezonde(re) kooktechnieken en een stoompan mag dus niet ontbreken in de keuken van een foodie en '(d)ama de casa' als ikzelf. Met stomen voorkom je dat vitaminen en mineralen met het kookwater worden afgegoten. Bovendien smaken gestoomde groenten lekkerder, vind ik.

Dus wij togen allereerst naar de afdeling 'Cocina' waar we een aardige selectie stoompannen aantroffen. Het verliep er precies zoals ik vantevoren had bedacht: je roept weliswaar een medewerkster van de afdeling erbij voor advies maar je kunt het net zo goed laten. Of allemaal zelf uitvogelen.
Op mijn vraag “¿Qué es la principal diferencia entre éste y ése?” kwam er niet veel uit. Ik stelde nog een paar vragen maar ook die werden zo algemeen beantwoord dat we maar onze eigen keuze volgden. We kochten de stoompan die werd aanbevolen door een van de veelbelovende jonge chef-koks van Spanje, Sergi Arola. Hij is houder van twee Michelinsterren en discipel van Ferrán Adrià, de wereldberoemde kok van restaurant El Bulli dus dat wekt hoge verwachtingen!

In de komende twee weken verwachten wij in Spanje veel bezoekende vrienden. Als het gaat zoals het is gepland, komen er welteverstaan drie vriendenstellen op bezoek. Niet letterlijk bij ons want ze gaan (bijna) allemaal in een eigen appartement logeren. Maar ik vermoed wel dat er een beroep wordt gedaan op de nieuwe stoompan. “¡Ningún problema!”

Om het af te leren, geef ik hierbij nog een lekker recept uit de 'Oude Keuken'.

Zuurkool met appel en witte bonen (voor 4 personen)
Verwarm de oven voor op 200° Celsius. Verhit een klontje boter in een hapjespan en fuit daarin vier gesnipperde uien en vier tenen knoflook.
Voeg 500 gram zuurkool, een theelepel kaneel en 200 ml bier toe. Voeg peper en zout naar smaak toe, doe een deksel op de pan en laat het geheel circa 20 minuten gaarstoven.
Schil drie appels, haal de klokhuizen eruit met de appelboor en snijd de kale appels in dunnen ringen. Zeef een blik witte bonen (800 gr), spoel de bonen af onder koud water en laat ze uitlekken. (Gedroogde bonen circa 24 uur laten wellen en dan enkele uren koken kan ook.) Pureer de bonen vervolgens in de keukenmachine; eventueel kan wat crème fraîche aan de puree worden toegevoegd om het smeuiiger te maken.
Leg nu het zuurkool/uienmengsel op de bodem van een ovenschaal. Leg daarop vervolgens een laag appelplakken en daar bovenop de bonenpuree. Herhaal de appel- en bonenlaag. Maak af met wat gesmolten roomboter en nog wat peper naar smaak.
De schotel in het midden van de oven in circa 30 minuten laten garen.

Dit gerecht lijkt ook heel geschikt voor bereiding door mijn nieuwe 'amiga de casa'. Zij zal in de komende weken ongetwijfeld goed op stoom komen bij ons!



maandag 27 oktober 2008

Over de smurf van Bob Pinedo en een paarse tomaat

Professor doctor Bob Pinedo vertelde tijdens een afscheidsinterview in het programma 'Buitenhof' van de VPRO aan Peter van Ingen dat hij weliswaar ophoudt met werken maar dat het geenszins betekent dat hij zal ophouden met denken. Hij is inmiddels 65 jaar en was tot voor kort hoogleraar Geneeskundige Oncologie aan de Vrije Universiteit en oprichter van het VUmc Cancer Center, beide gevestigd in Amsterdam. Ik kan mij ook niet voorstellen dat een man met zijn staat van dienst ooit ophoudt met nadenken over de verbetering van kankeronderzoek en patiëntenzorg.

Ik heb al eerder in een blog geschreven over deze gelauwerde, bijzonder inspirerende man. (Voor de geïnteresseerde lezer: het was op dinsdag 24 juni 2008 in een blog met de titel 'Honderd Miljoen'.) Professor Pinedo is niet alleen een begenadigd wetenschapper, hij is ook een getalenteerd fondsenwerver. Al zegt hij zelf hierover dat die kwaliteit uit nood is geboren. Er is veel geld nodig voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe middelen.

Persoonlijk weet ik al van zijn bestaan sinds de vroege jaren '80 van de vorige eeuw want hij was de buurman van mijn eerste baas. Hij, mijn baas was (ook) een erudiet mens, landbouwingenieur, eigenaar en oprichter van het Beemster Arboretum en voormalig manager bij IBM. Hij en Pinedo woonden beiden in Amsterdam Buitenveldert en spraken elkaar regelmatig.

In de Buitenhof-uitzending vertelde de hooggeleerde Pinedo dat hij met deskundigen op het gebied van de nanotechnologie van de Universiteit van Twente aan een project werkt om nieuwe vormen van medisch onderzoek op het gebied van oncologie te bedenken. Hij schetste tijdens het interview de ontwikkeling van een pil die bij -in dit geval- darmkankeronderzoek kan worden gebruikt. Het ene deel van zo'n pil zou dan een stofje in werking moeten zetten dat het betreffende onderzoek in de darm uitvoert terwijl het andere deel van de pil 'een soort smurf' in de pil activeert. Die smurf zou de patiënt dan terstond advies moeten geven over de te nemen actie. Professor Pinedo veranderde op dit moment iets in zijn stem en zei: "ga naar een gastro-enteroloog". Hij vervolgde zijn uitleg over de werking van de pil: de behandelend arts zou dan tegelijkertijd via wi-fi over de uitkomst van het medische onderzoek worden geïnformeerd.
Ik luisterde gefascineerd naar hem en voelde tegelijkertijd ontroering vanwege de passie en de overtuiging die uit de woorden van de professor spraken.

Nanotechnologie is het produceren, toepassen en gebruiken van nieuwe materialen en systemen die kleiner zijn dan 100 nanometer. Een nanometer is gelijk aan 10-9 meter dus 0,000000001 meter of een miljardste meter. Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe klein dat is maar als professor Pinedo het uitlegt, wordt het onbegrijpelijke begrijpelijk.
Ik googelde na de uitzending op 'nanotechnologie in de medische wereld' en er ging werkelijk een wereld voor mij open. Toen ik van mijn beeldscherm opkeek, was er zomaar een uur verstreken. Eerder verscheen een informatieve reeks artikelen in het Financiële Dagblad die op het web is terug te te vinden en een goed leesbare introductie is op het onderwerp.
De smurfen van Bob Pinedo kunnen dus door een waterstraal. Èn zeker door een sleutelgat! Deze gepensioneerde heeft de mensheid nog veel te bieden.

Nanotechnologen zitten dus niet stil maar ook biotechnologen niet...
Vanmorgen stond er een artikel in de belangrijkste kranten over paarse tomaten die mogelijk bescherming bieden tegen kanker. Britse gentechnologen hebben de concentratie anthocyanen in tomaten verhoogd. Deze paarskleurige stoffen werken als antioxidant. Antioxidanten maken gevaarlijke deeltjes (de zogenaamde 'radicalen') in het lichaam onschadelijk. Zo zouden ze het DNA beschermen en kanker tegengaan. Tomatenplanten maken de kleurstof normaal alleen in hun stengels en bladeren aan. Dankzij twee genen uit het leeuwenbekje, kunstmatig ingebracht in tomatenplanten, produceren ze de stof nu ook in hun vruchten. Het middel is tot op heden alleen succesvol gebleken in onderzoek met muizen dus het valt te bezien of het ook de mens tegen kanker kan beschermen. Ik denk dat wij sowieso nog een flinke stap moet zetten om genetisch gemodificeerd voedsel ruimhartig te accepteren.
Maar met een pleitbezorger en voorvechter als Pinedo in ons midden moet dat zeker gaan lukken.

zondag 26 oktober 2008

Kosatka

Vanmorgen gaf mijn liefje mij een artikel uit een van de plaatselijke kranten. Het ging over walvissen. Ze weet dat ze mij van alles mag aanreiken over dit onderwerp. Er zijn nu eenmaal zaken waarvoor ik altijd warm loop. En zeezoogdieren behoren tot die categorie. Momenteel ben ik een (tweede) boek van Frank Schätzing aan het lezen, getiteld 'De Zwerm'. Het is een enorme pil van ruim 700 pagina's en het is reuze spannend: in zeeën en oceanen over de hele wereld worden nieuwe diersoorten en organismen ontdekt, verdwijnen zeevaarders en beginnen vreedzame zeezoogdieren a-typisch gedrag te vertonen. Schätzing deed voor dit boek (uit 2005) vijf jaar onderzoek en sprak met biologen, scheikundigen, geologen en andere wetenschappers om het verhaal te onderbouwen. Ik ben heel benieuwd hoe het gaat aflopen.

Op 11 oktober ging de 'Volvo Ocean Race 2008-2009' in Alicante van start (voorheen 'Whitbread race around the world'). Het is een prestigieuze zeilwedstrijd om de wereld die in juni 2009 in Sint Petersburg zal eindigen. Spanje doet mee met twee boten waarvan een met schipper Bouwe Bekking en Nederland is vertegenwoordigd met team Delta Lloyd.
Het is echter 'Team Russia' dat mijn warme belangstelling heeft. Het team -met een Nederlandse zeiler aan boord die oceanografie heeft gestudeeerd- staan momenteel weliswaar op de laatste plaats in het klassement maar wat mij betreft staat het met stip op nummer een! Team Russia zeilt op het schip met de naam Kosatka, hetgeen 'orka' betekent in het Russisch. Dit team heeft zich voor deze wedstrijd verbonden aan het WDCS, 'the Whale & Dolphin Conservation Society'. De leus van de samenwerking is 'We sail for the Whale'. En dat vind ik een prachtig initiatief!

Wist je trouwens dat er vele soorten walvissen en dolfijnen zijn te zien langs de gehele kustlijn van Spanje, rond de Balearen en de Canarische Eilanden? In de Zee van Alborán in het zuiden van het Spaanse vasteland komen zelfs negen verschillende soorten walvissen en dolfijnen voor; daarmee is het gebied de meest biodiverse onderwaternatuurregio van Europa.
We hadden het plan opgevat om deze zomer naar de zuidkust af te reizen om walvissen (o.a. vinvissen, potvissen en orka's) en dolfijnen in het wild te gaan zien. De boten van 'Whale Watch España', een non-profit organisatie, vertrekken vanaf de havens van Tarifa en Algeciras. Het is er door het langere verblijf in Nederland niet van gekomen dus dat bezoek is nu naar volgend jaar doorgeschoven.

Maar even terug naar de goede doelen die de WDCS dient. Zoals de Volvo Ocean Race een race tegen de klok is, zo zijn de campagnes van deze organisatie dat ook. Met de actie 'We sail for the Whale' wil de organisatie in 2012 twaalf beschermde zones in de zeeën en oceanen over de wereld hebben toegevoegd aan de lijst met bestaande MPA's ('Marine Protected Areas') die zijn ingesteld voor walvissen en dolfijnen.

Bescherming is noodzakelijk tegen schadelijke vispraktijken zoals overbevissing en drijfnetten, geluidsoverlast (radar, laagfrequente sonar, booractiviteiten), verontreiniging (PCB's), de jacht op de dieren zelf. Momenteel is slechts 0,5% van het wereldwijde wateroppervlakte tot beschermd gebied verklaard. Zeker een kwart van alle zeezoogdiersoorten wordt met uitsterving bedreigd. Een diersoort krijgt de kwalificatie ‘bedreigd’ als er nog weinig exemplaren van bestaan, als de populatie snel krimpt en als het dier in kwestie nog maar een heel klein leefgebied heeft.

De foto van de potvissenstaart is van eigen hand; het is een dierbaar aandenken aan een bezoek aan Kaikoura, een plaatsje aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland.

De informatieve website van the Whale and Dolphin Conservation Society is te vinden op www.wdcs.org. Iedereen die de organisatie een warm hart toedraagt, kan daar een petitie ondertekenen waarmee de internationale actie tot bescherming van grote zeezoogdieren wordt gesteund. Zelf heb ik het uit volle overtuiging gedaan.

Mocht je twijfels hebben, klik dan eens op Kosatka - de titel van dit weblog. Het is letterlijk een eye opener. Ik ben benieuwd of je dan nóg twijfelt...

woensdag 22 oktober 2008

Help, de wereld draait door!

Dit weblog gaat niet over de talkshow van de VARA met dezelfde naam, al kan ik het dagelijkse praatprogramma van gastheer Matthijs van Nieuwkerk zeer waarderen. Veel van de onderwerpen die er ter tafel komen, zijn een blog waard. Dat geldt doorgaans ook voor de gasten (maar niet altijd voor de side-kick). Nee, vandaag schrijf ik over de grotemensenwereld die voor mij met de dag onbegrijpelijker wordt.

We naderen 4 november, de dag waarop de 44ste Amerikaanse president wordt verkozen, met rasse schreden. Wat mij sterk verbaast is dat er kennelijk nog steeds heel veel (teveel!) Amerikanen bereid zijn op McCain en Palin te stemmen. Je stem uitbrengen op een Republikeins team dat op talloze belangrijke onderwerpen geen of onvoldoende afstand neemt van het beleid van George Walker Bush lijkt mij, zeker onder de huidige omstandigheden in de wereld, heel onverstandig.
Bush Jr heeft die wereld onveiliger gemaakt met de wijze waarop hij zijn 'war on terrorism' voerde, met de hand op zijn christelijke hart. Hij was degene die namens zijn land weigerde het Kyoto-protocol te ondertekenen. Onder zijn leiding werd het Amerikaanse kredietkaartenhuis opgezet maar stortte het ook in. Onlangs beluisterde ik een interview uit 2002 met Bush die de banken Fannie May en Freddie Mac de hemel in prees vanwege hun aanpak om onbemiddelde Amerikanen en Amerikanen-met-schulden de mogelijkheid te bieden een eigen huis te bezitten. We weten inmiddels allemaal waartoe dat heeft geleid. We dansen op de rand van een vulkaan.
Ik geloof niet dat deze Bush ooit de verkiezing van 'grootste held van de Verenigde Staten' zal winnen. Ik verwacht niet eens dat hij wordt genomineerd!

Rusland maakt zich op voor het einde van de verkiezing van 'grootste Russische held aller tijden'. De verkiezing is door de publieke televisiezender Rossija, het Historisch Instituut en het Fonds voor de Publieke Mening georganiseerd. En raad eens wie momenteel nummer 1 staat? Jozef Stalin. Tot grote ontzetting van vele historici. In enkele verklaringen die ik hoorde, vielen woorden als 'trots' en 'eer'. Dan gaan mijn nekharen overeind. Trots maakt meer kapot dan je lief is. Je zou er zowaar cynisch van worden...
Stalin was de initiator van 'De Grote Terreur' die in de jaren '30 van de vorige eeuw in de Sovjet-Unie begon en in 1953 met het overlijden van de man tot een einde kwam. Er zijn vele schattingen van het aantal slachtoffers onder het Stalin-regime.
In het indrukwekkende werk 'The Great Terror' komt historicus Robert Conquest tot een totaal van 17 à 18 miljoen doden. Tel je daarbij de slachtoffers van collectivisatie, hongersnood en terreur onder Beria (net als Stalin lid van de Georgische groep binnen de communistische partij) op, dan kom je tot het aantal van 40 miljoen doden. Veertig miljoen! En die man wordt mogelijk verkozen tot grootste Russische held aller tijden. Dat is toch met recht “the world gone crazy”?!

Dergelijke nationale verkiezingen schieten overigens als paddenstoelen uit de grond.
In navolging van de BBC en Rossija wil ook de Duitse publieke zender ZDF kijkers in een televisieserie laten stemmen over wie volgens hen de grootste Duitser uit de geschiedenis is. Adolf Hitler mag van de Duitse televisie niet aan de verkiezing meedoen; hij is ook niet opgenomen in de kandidatenlijst. Tot groot onbegrip van de historici! De mens is een verdringingskunstenaar en de Duitse mens is daarop geen uitzondering.
Een ding lijkt zeker: we gaan het deze herfst niet meemaken dat Adolf Hitler wordt verkozen tot grootste Duitse held aller tijden. Dat vind ik overigens zeer terecht maar in een doordraaiende wereld is het gevaar geenszins geweken. Hitler was immers geen Duitser maar Oostenrijker van geboorte! Hij is geboren in Braunau am Inn, een stadje in de buurt van Wenen.
Het wachten is dus op de verkiezing van 'grootste Oostenrijker aller tijden' door de ORF; met Hitler als kandidaat voor de eerste plaats. Als het aan Jörg Haider had gelegen, de rechts-populistische politicus van de FPÖ, was die benoeming vele jaren geleden al gebeurd. Hij was een groot bewonderaar van Hitler. Maar van hem zal het voorstel niet meer komen.
Waarmee maar weer eens is aangetoond: 'elk nadeel hep ze voordeel'.
Ik sluit niet uit dat de bekende Nederlander die deze uitspraak beroemd heeft gemaakt, ooit op de kandidatenlijst voor de verkiezing van 'grootste Nederlandse held aller tijden' komt te staan. Tot nummer een zal hij het echter niet schoppen, verwacht ik. Er zijn toch wel grenzen aan de gekte?

zondag 19 oktober 2008

Reünie onder de Spaanse zon

Jaren geleden was ik werkzaam bij een oerhollands productiebedrijf van baby-, kinder- en klinische voeding. Afgelopen week vond voor het eerst een treffen plaats van oud-collega's in Spanje. Inmiddels had het moederbedrijf haar bedrijfsnaam veranderd, was er een andere president-directeur aangetreden, waren producten afgestoten en bedrijfsonderdelen verkocht. En ook wij, vier individuen, hadden inmiddels grote veranderingen in ons professionele leven doorgemaakt. Allen hebben wij momenteel ons werkzame leven op een laag pitje gezet of zijn definitief gestopt met werken.

Ruim tien jaar geleden deelden wij dezelfde burelen, werkten wij als team in dezelfde Oosteuropese landen, waren bij betrokken bij dezelfde internationale veranderingsprojecten. Qua bedrijfsvoering waren het goede tijden: buitenlandse acquisities, omzetstijgingen, groei in goed personeel, verbetering in plaatselijk leiderschap.
Die periode was in veel opzichten bijzonder leerzaam: zo vonden wij uit dat baby's uit het voormalige Oosteuropa niet van babyvoeding met weinig of geen suiker houden, dat klantgerichtheid niet bestond ('deze week produceert de fabriek wortelhapjes'), de oude generatie geenszins veranderingsgezind was en 'change' voor de jonge generatie niet snel genoeg kon gaan.
Zelf ben in directiekamers geweest met vijftig stoelen langs de wanden van de immense ruimte; met in het midden een markant bureau met de nationale vlag erachter en drie telefoons erop, waarvan altijd één rode... Wij hebben min of meer hetzelfde ervaren en dat verbroederde. Na een zakelijke reis was het altijd vermakelijk en interessant elkaars verhalen aan te horen.

Persoonlijk heb ik ook goede herinneringen aan bijzondere collega's. Sommige oudere Oosteuropese dames konden niet van mijn blonde haren afblijven... zelf verfden zij hun haren in alle kleuren van de regenboog!
Maar ook de donkerbruine Poolse hotelkamers, de gemiste vluchten en geleende tandenborstels, het onvriendelijke personeel van Sjeremetjevo (de Moskouse luchthaven), rondrijden in een appelgroene Lada, de vette walmen van de Tsjechische restaurants, (her)openingen van fabrieken, bouw van nieuwe logistieke centra, vliegen met turbulentie met de president-directeur en het complete lokale management aan boord, dappere Hollanders in den vreemde. We hadden ieder onze ervaringen. Ik had de mijne niet willen missen.

Het aardige is dus dat we nog steeds met elkaar omgaan. We golfen minstens een keer per jaar met elkaar als wij Nederland bezoeken en dat was ook dit voorjaar het geval. Het werd ons echter bijzonder gemakkelijk gemaakt want mijn collega van de financiën is inmiddels met echtgenote in een vakantiehuis in dezelfde 'urbanisation' in Spanje neergestreken. Samen golfen in Spanje zou nu dus ook kunnen!

Het was zomaar een doordeweekse dag. Wij -drie van de 'Bende van Vier'- hadden een rondje golf gespeeld en na de wedstrijd zaten wij ontspannen te praten op het terras-met-veel-uitzicht. We genoten van de vrijheid, een drankje en stralend weer. We praatten over de huidige financiële crisis, ons werkzame leven. Wij waren van mening dat onze gemeenschappelijke werkgever een flinke dosis eensgezindheid had gestimuleerd, hetgeen snel was uitgegroeid tot collegialiteit. Dat gevoel had zich verder ontwikkeld in vriendschap. En daar zaten wij dan met elkaar happy te zijn!
Inmiddels was ook collega 'Numero Quatro' met wederhelft gearriveerd en daarmee was de reünie onder de Spaanse zon een feit.


We hebben een avondje voor de bende gekookt, zijn met elkaar uit eten gegaan in een Spaans restaurant met flamenco-avond. Waar grootmoeder als een trotse phoenicopterus over haar dansende kleinkinderen waakte, wij niet allemaal op dezelfde zuivere gronden een keuze voor een van de danseressen maakten en er uitgebreid werd gesproken over witte laarsjes op Spaanse rotondes.

We hebben allen aan het plaatselijke golftoernooi meegedaan waarbij slechts een van ons in de prijzen viel; dat was geen beste score maar de pret was er niet minder om. We genoten van de pittige gesprekken met IJslandse medespelers (een van hen heeft ons plechtig beloofd dat de crisis in drie maanden zal zijn opgelost en dat alle Nederlanders hun geld zullen terugkrijgen...jaja!), de luchtige oliebollen als lunch, de steenuiltjes die ons de gehele dag aanmoedigden met hun 'gewiew'.
's Avonds werd voor het eerst de Hop-trofee uitgereikt: een wisselbokaal voor de beste mannelijke en vrouwelijke golfspeler. Meneer Hop, die al jaren lijdt aan de ziekte van Kahler, was aanwezig, verbaasd en zeer vereerd. Mijn liefje zou de prijsuitreiking meertalig uitvoeren en raakte verstrikt in kaarten van mannen die vrouwen bleken te zijn... hetgeen grote consequenties had voor de rangorde en (dus) de uit te reiken prijs. Maar het kwam allemaal goed.

zondag 12 oktober 2008

Vierde leeftijd

In ons gezin noemen wij een bak op het dak van een auto een 'schoonmoederbak'. Niet dat we daarover zo vaak spreken of dat ik een hekel heb aan schoonmoeders.
Zelf had ik namelijk best een leuke. Ze heette Johanna, kwam uit Brabant, hield van kinderen en van gezelligheid. Ik vond haar bijzonder hartelijk. Ze was een mooie vrouw, had reebruine pretogen en kon goed lachen. Ze hield van een sigaretje (dat ze stiekum dacht te kunnen roken), een advokaatje-met-slagroom en een praatje.
Ze was van goede huize, we noemden haar soms schertsend 'de freule'. Ze leek als twee druppels water op onze voormalige koningin Juliana (meer mag ik er niet over schrijven...)! Ik schrijf in de verleden tijd want ze leeft niet meer; ze overleed begin 2005.

En daarmee bleef mijn schoonvader alleen achter, na een huwelijk van 55 jaar.
Hij houdt erg van reizen -mijn liefje aardt naar haar pa- en wij overtuigden hem dat hij in Spanje moest gaan overwinteren als een van de 120.000 Nederlanders aan de Costa Blanca. Daar zou hij onder de mensen zijn, elke dag naar buiten kunnen, kunnen fietsen. Hij zou daar een Hollands krantje kunnen vinden en een lekkere kop koffie. Wij dachten (eigenlijk hoopten we het) dat verdriet-onder-de-zon minder erg zou zijn. Hij schafte een kampeerauto aan en vertrok.

In diezelfde periode gingen wij op onze eerste wereldreis. Na een tijdje begonnen er SMS'jes binnen te druppelen met daarin regelmatig het woord 'crittel'... Ik kende het Engelse woord critter wel maar dat paste niet in de context van zijn berichten. Wat bleek?! Er was een nieuwe vrouw in zijn leven verschenen. Ze heet Christel, is Duitse, spreekt goed Spaans en hij voelt zich weer gelukkig! Of beter gezegd: ze zijn heel blij met elkaar. En dat zeggen ze elkaar ook regelmatig.
We brachten dit weekend een bezoek aan hen want ook zij wonen in Spanje, op ruim een uur rijden van ons.

'De derde leeftijd' was dit jaar in Nederland het thema van het boekenweekgeschenk. Het ging over oude mensen. Het begrip is uit de Franse taal afkomstig (le troisième âge). Als ik het goed begrijp, begint de derde leeftijd zo rond je vijfstigste. Dat is toch niet oud?! In het Frans wordt het begrip 'de vierde leeftijd' ook gehanteerd. Dat lijkt mij dan eerder over oude mensen te gaan. Zelf geef ik de voorkeur aan 'senioren'.
Het is mooi om te zien hoe senioren als mijn schoonvader en zijn nieuwe vrouw genieten van het leven en van elkaar. Zij realiseren zich al te goed dat er niet meer zoveel jaren voor hen in het verschiet zullen liggen maar dat hindert hen niet om van iedere dag iets moois te maken. Ze kunnen het beiden en dat is knap. Onze zegen hebben ze!

Zij hebben met elkaar hun vaste dagelijkse ritme: ze zwemmen in de zee, wandelen over de boulevard naar het volgende dorp (en met de bus terug), koken samen of eten een hapje buiten de deur, genieten van een glaasje wijn bij de maaltijd, spelen spelletjes, ontvangen vrienden, kinderen en kleinkinderen. En ze genieten van elkaars gezelschap. Ze staan volop in het leven en stellen niets meer uit tot later. Want later is nu. Ik, jonge pensionista (op weg naar de derde leeftijd), leer ervan. Ik vind het mooi om die twee hand-in-hand te zien lopen.
En Johanna zal nooit worden vergeten.



vrijdag 10 oktober 2008

Buiig

'Wekenlang heb ik na kunnen denken over de eerste zin van dit stukje. Goedemorgen, ik ben terug. Dat leek me wel wat. Gevolgd door: en mijn oude vijand ook. Ik dacht dat ik hem zes jaar geleden had verslagen, maar niet dus. Hij heeft me weer te grazen genomen.

Kanker.

In juni werd het ontdekt en de hele zomer ben ik onder de pannen geweest met een chemokuur die me behoorlijk van de kaart heeft geveegd. Ik heb nog net wat haar, maar dat is het dan ook wel."

Zo wilde ik beginnen.'

En zo begon Martin Bril zijn column op maandag 29 september.
Het was de dag waarop wij Nederland verlieten op weg terug naar Spanje. Het had die nacht geregend en we waren laat vanwege allerlei opbergwerkzaamheden. Mijn liefje zei: “ik haal nog gauw even de laatste Volkskrant bij de campingsupermarkt. Dan hebben we vanavond in het hotel nog een Hollands krantje te lezen.” Ik wist 100% zeker dat ze het vooral voor mij deed. De lieverd.
Heer Bril zou die dag namelijk in de krant terugkeren met zijn dagelijkse column. Ik miste zijn geschrijf al maanden, had daarover in eerdere blogs geschreven en maakte mij lichtelijk zorgen over zijn lange afwezigheid. Groot was dan ook de schrik toen ik de aanhef van zijn column las... “Hij ook?! Opnieuw?!”

Nu was het voor mij al geen beste dag vanwege afscheid en vertrek en de knetterende koppijn die ik voelde. En 's avonds liet ik -ô malheur- ook nog mijn horloge op de natuurstenen vloer van het Belgische hotel vallen. Het was een gekoesterd kado van mijn liefje... dat vanaf dat moment niet meer liep! Het valt in de categorie 'klein leed', dat realiseer ik mij goed.
Op diezelfde maandag viel de Dow Jones-index 777 punten (omgerekend 6.98%). Het was de grootste puntendaling in de geschiedenis van de beurs. Om een vergelijking te trekken: tijdens de 'Great Depresssion' daalde de markt slechts 340 punten (het percentage was toen wel veel hoger). Geen goede maandag dus. Voor niemand. Niet bevorderlijk voor een goede bui.

De papieren column van Martin Bril is dus een van die dingen die ik zal missen in Spanje. Dat geldt ook voor Nederlandse literatuur. Achterin de auto had ik dan ook een krat met boeken gestouwd die ik in Nederland had gekocht of kado had gekregen en ik kon niet wachten om ermee te beginnen. Ik had ze min of meer 'opgespaard' voor Spanje. Engelse boeken kan ik hier gemakkelijk kopen maar Hollandse literatuur (met hoofdletter L) is lastig te vinden.

Het eerste boek waaraan ik begon na terugkeer, was de recentste roman van Leon de Winter: 'Recht op terugkeer'. Het is een verhaal dat zich afspeelt in 2024 in het land Israël waarvan de grenzen naar binnen zijn geslonken en het overgrote deel van de joodse inwoners het land heeft verlaten. De hoofdpersoon in het verhaal is Bram Mannheim die samen met een partner het bureau ‘De Bank’ runt dat verdwenen kinderen opspoort.
Het is een boek met veel (ik wilde 'bomvol' schrijven maar dat lijkt mij ongepast, gezien de context) actuele thema's en vol meningen; van joodse havikken, tot Israelische duiven en Arabieren. Alhoewel het een politiek incorrect boek zou kunnen heten, vond ik het toch een page turner die bij vlagen literair aandeed en die ik in een paar dagen uitlas.

Het daaropvolgende boek was van Edgar Hilsenrath, getiteld: 'De nazi en de kapper' dat in 1971 in Amerika uitkwam; geen Duitse uitgever durfde de uitgave toentertijd aan. Onlangs is het boek in het Nederlands vertaald. Ik begon ermee om vier uur 's nachts. De hoofdpersoon heet Max Schulz, 'de zoon van een arische hoer en minstens vijf in aanmerking komende vaders'. Hij is dik bevriend met zijn joodse buurjongen Itzik Finkelstein. De gehanteerde stijl past wat mij betreft goed bij de duistere tijd die het boek beschrijft: de opkomst van nazi-Duitsland. En de plot is de identiteitsruil, niet ongebruikelijk in de literatuur. In dit geval wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van de dader. En dat maakt het een bizar boek, grotesk, met zwarte humor. Het boek is ook schaamteloos humoristisch hetgeen mij als lezer weleens in verlegenheid brengt. Voor de goede orde: Hilsenrath is een joodse schrijver, geboren in Duitsland in 1926. Ik heb het boek inmiddels uit.

't Is hier momenteel nogal buiig. We hebben hevige regenbuien vanwege 'La Gota Fría', de koude druppel. Het is een natuurverschijnsel dat angst kan inboezemen. Het is de overgang van zomer naar herfst die gepaard gaat met zeer heftige regen. Rond Barcelona kan zomaar 200mm regen vallen in een halve dag (en dat is veel)!
Wij wonen op een heuvel dus het regenwater loopt in brede stromen langs ons huis naar beneden. Wel met een hoop gedonder en gebliksem. De buitentemperatuur is goed dus de korte mouwen en de teenslippers blijven aan. Maar nu wel met sokken. Vanavond ging ik de vuilniszak buitenzetten (someone got to do it) en ik werd mij bewust van mijn eigen schoeisel... De Gota Fría is doorgaans van korte duur (dus de sok-in-slipper ook. “No worries”). Het is goed voor de Spaanse natuur, voor de plaatselijke waterbekkens die weer lekker vol kunnen stromen, heel goed voor de inname van literatuur. Èn voor blogs!

dinsdag 7 oktober 2008

V(er)rekkenkrant

We zijn terug in Spanje en als ik vanaf het terras om mij heen kijk, zie ik geen werkloze hijskranen en onafgemaakte gebouwen maar de financiële crisis heeft ook hier toegeslagen. Ik las in een plaatselijke krant dat in het afgelopen half jaar circa 2.000 bouwbedrijven in de regio hun deuren definitief moesten sluiten; daarmee verloren 10.700 medewerkers hun baan. En het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht.

Ik ken de verhalen van hardwerkende mensen die zich in de 90'er jaren lieten verleiden door goedgebekte huizenverkopers in Spanje. Waarom zou je naast een tweede huis voor eigen gebruik niet ook een of meer huizen kopen voor de verhuur of als investering? Er werden hoge huurinkomsten gegarandeerd. Een flink aantal mensen ging op de voorstellen in; ik ken ze persoonlijk. Hun Spaanse zon is inmiddels overschaduwd door financiële lasten want het bleek toch te mooi om waar te zijn.

Ten tijde van de sterke Britse pond nam het aantal Engelse immigranten in Spanje enorm toe. We hadden lang genoeg in Engeland gewoond om te begrijpen hoe dat voor hen werkte: men neme een extra hypotheek op het eerste huis en met de overwaarde schaffe men een vakantie-optrekje in Spanje aan. En de rest doe je met de creditcard. Britten sparen doorgaans niet voor hun pensioen maar gebruiken hun (koop)huis als oudedagsvoorziening. The sky was the limit en dat gold voor velen.
In de loop van de jaren verschenen de Engelse pubs en zelfs de 'car booth sales' werd een vast verschijnsel in Spanje. De eerlijkheid gebiedt mij te melden dat er inmiddels ook Duitse bakkers en Nederlandse slagers in de buurt waren neergestreken. Dat neemt niet weg dat het Spaanse hier nog volop aanwezig is. Het is niet moeilijk te vinden als je erin bent geïnteresseerd. Wij houden van het Spaanse ritme en hebben het hier naar ons zin in ons zonnige huis, uitkijkend over de golfbaan, op enkele minuten van de Middellandse zee, met een achterland dat Spaanser dan Spaans is.
Er waren in de regio al jaren te veel bouwactiviteiten, te veel makelaars en te veel banken die hypotheken verstrekten. Er werden in de afgelopen jaren al met regelmaat misstanden gemeld in de Spaanse en buitenlandse kranten: burgemeesters die corrupt waren gebleken (er zitten er momenteel 140 in gevangenschap), bouwondernemingen die zich schuldig hadden gemaakt aan illegale activiteiten, onschuldige mensen die uit hun illegale woningen waren gezet, bulldozers die illegale huizen van hardnekkig volhoudende bewoners met huis en haard hadden neergehaald. Kortom, grote onroerendgoedschandalen.


Mijn financieel directeur (toevallig ook mijn liefje) verbaast zich deze dagen over de ogenschijnlijke bodemloosheid van de situatie maar moppert ook op de menselijke beperktheid. Alhoewel ik niet dezelfde preoccupatie heb als zij, begrijp ik wel waarom dat is: 'de deskundigen' zijn van mening dat wij in dit deel van de wereld aan het einde van het kapitalistische tijdperk zijn beland.
'Men' is van mening dat een cultuur van hebzucht de heersende kredietcrisis in de wereld heeft veroorzaakt. Het is fijn als mensen mij kunnen uitleggen hoe het zit maar mij is geleerd: geld dat je niet hebt, kun je niet uitgeven en met datgene wat je wel bezit, moet je verstandig omgaan.
Zelf vroeg ik mij in de afgelopen dagen af hoeveel (extra) gezinnen sinds de kredietcrisis in de problemen zouden zijn geraakt. Hoeveel gelukszoekers zouden in de afgelopen weken teleurgesteld of zelfs berooid naar Engeland zijn teruggekeerd? Alhoewel het een noodzakelijke schifting lijkt, gaat een dergelijke diepe crisis altijd gepaard met menselijk leed.

Zoals gezegd, heb ik dus iets van die hebzucht van nabij gezien. Kon hebzucht in de vorige eeuw(en) nog een positieve kant hebben (Adam Smith: het stimuleert bestedingen en daarmee de economie), nu raakt men meer en meer ervan overtuigd dat het aan kaders moet zijn gebonden anders loopt het fout. En hoe fout het kon gaan, weten we inmiddels uit de krant en van de televisie. Is dit dan het keerpunt?

In mei kampeerden wij in Nederland en schreef ik een blog met de titel 'Vrekkenkrant'. Het ging in die column vooral over meer doen met minder, het zogenoemde 'consuminderen' als levenshouding; iets dat mij aan het hart gaat en waaraan ik mijn bijdrage wil leveren.
Ik las onlangs dat in Nederland jaarlijks voor € 6.000.000.000,= (zes miljard euros) aan voedsel in de vuilnisbak wordt gestort. Een dergelijk cijfer brengt het schaamrood op mijn kaken. Met dat geld kunnen zoveel behoeftige monden op de wereld worden gevoed?!
Ik zie in mijn weblogstatistieken regelmatig dat mensen googelen op 'Vrekkenkrant tips'. Nu zijn er vele tips voor zuinige raad en daad te bedenken en na te leven maar het gaat tevens om een verandering van levensstijl. Je kunt als individu zoveel doen, met elkaar kunnen we zoveel beter.
De noodzaak is er nu, de wil lijkt er te zijn dus wat let ons?

zaterdag 4 oktober 2008

Drielandenreis

We zijn terug op het Spaanse honk!
We waren op maandag laat uit Kijkduin vertrokken: er was tijdens de nacht veel regen gevallen op de (weinige) spullen die nog buiten stonden dus er viel het een en ander af te drogen en op te bergen. Ook de auto die tot verhuisbus werd, moest nog op de logistiek slimste wijze worden ingedeeld. Bovendien hadden onze aardige campingburen ons uitgenodigd voor een kopje koffie daar onze Nespresso al was ingepakt. Die zou namelijk mee terugreizen naar Spanje (dat verbaast toch ook niemand?!).

Gelukkig deed onze 'mover' het, een geavanceerd apparaat op de wielen waardoor onze grote caravan een soort radiografisch bestuurbare dinky toy wordt. Dat scheelde een boel spierkracht voor de meisjes. Desalniettemin reed ik uit Nederland weg met een splijtende pijn in mijn hoofd. Het valt niet mee om weg te gaan... Mijn liefje nam het stuur over en samen besloten we niet verder dan Bastogne te reizen waar ons favoriete restaurant "Leo" bij nader inzien ook nog gesloten bleek. Zo'n maandag was het. We lagen die avond wel lekker vroeg in bed en gingen de volgende ochtend vroeg weer op. Ikzelf gelukkig een stuk frisser.

Voor vertrek had ik een lijstje gemaakt van plaatsen in Frankrijk die wij graag wilden aandoen. Op plaats 1 stond de kapel van Ronchamp, de Notre Dame du Haut in de Haute-Saône; door Le Corbusier ontworpen en in 1955 afgerond. Op de plek waar deze beroemde kapel kwam te staan, stonden eerder kapellen die eeuwenlang door pelgrims waren bezocht. Ik wilde het gebouw al jarenlang met eigen ogen zien en tijdens deze terugreis ging het er dus van komen. We liepen er (samen) helemaal alleen rond en dat was fijn. Het is plaats van bezinning en -als de zon schijnt- van veel bijzonder licht. Het was bijzonder fraai om over het dal met de mooie herfstkleuren uit te kijken.

We maakten onder andere een stop in Tournus, een plaats die wij ook al jaren met een bezoek vereren. Deze keer kozen wij voor het hotel "De Greuze" waarin een Michelinsterrenrestaurant is gevestigd. Het hotel staat naast de prachtige abdij van St-Philibert, het voormalige klooster dat zeer de moeite van het bezoeken waard is. Vooral de oorspronkelijke mozaïeken in de vloer en de glas-in-lood-ramen zijn prachtig.
De keukenbrigade van De Greuze wordt aangevoerd door Yohann Chapuis die 's avonds erg zijn best voor ons deed in het restaurant. Net als de ober die veel gelijkenis vertoonde met Louis de Funès, een filmfavoriet uit mijn jeugd. Ik moest soms om hem giechelen door zijn zangerige Zuidfranse accent en de grote snor.

Een ander hoogtepunt voor mij was de tocht over de brug van Millau, in het Zuiden van Frankrijk. Het is op dit moment de hoogste en langste brug ter wereld (2.5 km), ontworpen door de beroemde Britse architect Sir Norman Foster (diezelfde van T5). Ik ben een groot liefhebber van zijn architectonische werken en verheugde mij al jarenlang op het zien van dit magistrale werk.

Frankrijk is en blijft leuk: een krantje lezen met 'les locaux' in de bar-brasserie, 'boire un coup' (een glaasje wijn drinken), een croissantje in de ochtend, en tegenwoordig overal een capuccino... maar wel voor €3.40 per kopje. Men gaat daar goed met de tijd mee.
Maar er gaat wat mij betreft niets boven Spanje! Elke keer dat wij de grens oversteken, gaat mijn hart sneller kloppen. Ik houd van dit land met zijn passie en zijn kleuren. En de Spanjaarden, niet te vergeten. Het is fijn weer thuis te zijn. Ik heb vandaag alweer een aantal baantjes gezwommen in het zwembad dat inmiddels een baby(badje) heeft gekregen. Hier duurt de conceptie slechts zes maanden. 't Kan er ook zo broeierig zijn...

Enkele foto's van de terugreis zijn in de diashow Zomer 2008 opgenomen die op mijn weblog is te zien (evenals enkele foto's van de heenreis via Valencia, Zuid-Frankrijk en Zürich).