Translate

dinsdag 31 december 2019

We shall drink down all unkindness!

2019 was mij het jaar wel. Een om snel te vergeten, wat mij betreft. Mijn liefje en ik begonnen het jaar in Santiago de Chili waarna we samen in een autootje langzaam naar het noorden trokken. San Pedro de Atacama, de droogste plek op aarde, moest de kers op de taart worden. De infrastructuur van dat gebied spoelde echter compleet weg op het moment dat wij de stad naderden. Daardoor konden we het hoogtepunt van de rondreis niet bereiken.
Op een mooie locatie aan de kust zou ik vervolgens op zoek gaan naar de blauwe vinvis maar ik kreeg last van acute oorklachten. Die mondden uit in draaiduizelingen en evenwichtsstoornissen die maanden aanhielden. Eenmaal terug op het Spaanse honk bezocht ik meermalen een KNO-specialist en onderging onderzoeken die mij niet in de koude kleren gingen zitten. Ze mochten niet baten. Een tip van vriendin Joan over een homeopathisch middel hielp mij later van de klachten af.

2019 was vooral het Jaar van de Boze Burgers. Persoonlijk vind ik ze sympathieker dan onverschillige lui. Hun boosheid duidt immers op betrokkenheid. Er zijn journalisten die dit het rumoerigste jaar noemen sinds de val van de Berlijnse muur (1989). Er was veel te beleven, in alle uithoeken van de planeet. Voor mij als politiek geëngageerde blogger was dat inspirerend. Het was weliswaar niet mijn productiefste jaar qua aantal blogs maar wel wat betreft het aantal woorden. Mijn blogs werden onbedoeld langer en langer. Na tien jaar veranderde ik de layout en het thema van mijn blogsite. Het nieuwe jasje staat goed, al zeg ik het zelf.

Chili stond dit jaar niet alleen bij mij in de belangstelling. Een groot deel van de bevolking kwam daar in opstand tegen een regering die vooral oog had voor de eigen achterban. Genoeg was genoeg. Hevige burgerprotesten vingen aan en duren voort, tot op de dag van vandaag. Dat was bepaald niet het enige Zuid-Amerikaanse land dat met burgerprotesten te maken kreeg; het gebeurde eveneens in Bolivia, Peru, Colombia, Ecuador, Nicaragua, zelfs in het doorgaans kalme Uruguay. Inheemsen tegen witten, arm tegen rijk. Vaak waren die protesten terecht: de resultaten van een verbeterende economie kwamen zeker niet iedereen ten goede. (Dit continent heeft de langzaamste economische groei ter wereld.)

Het waren echter niet alleen de burgers van Zuid-Amerika die in opstand kwamen. Op bijna elk continent zagen we de boosheid in persoon. Studenten en andere burgers in Hong Kong, de gele hesjes in Frankrijk, boeren, bouwers, onderwijzers en personen in de gezondheidszorg in Nederland. Zelf heb ik niet veel op met de horkerigheid van de Farmers Defence Force. Onze wereld en de planeet veranderen en iedereen zal een steentje moeten bijdragen om het leven leefbaar te houden.

In het Verenigd Koninkrijk was Brexit voor het derde jaar op rij het Drama van het Jaar. Daar kwam het aantreden van een leugenachtige Boris Johnson als PM bovenop. Deze flim-flam man behaalde onlangs een klaterende verkiezingsoverwinning. You get what you deserve! Ik vrees dat hen (en ons) nog veel miserabilisme te wachten staat in het nieuwe jaar. Een no deal of een hardere Brexit kan nog steeds gebeuren.

Het drama met Trump in de Verenigde Staten sleept zich eveneens voort. Kritische burgers zagen dit jaar vaker en scherper: deze president dient niet zijn land maar alleen zijn eigenbelang. De Democraten in het Huis van Afgevaardigden startten dus een afzettingsprocedure. Hij zal hoogstwaarschijnlijk niet worden afgezet door de Senaat maar hij moet in 2020 wèl worden verslagen. Door wie? Nog geen idee. De VS heeft vooral een jonge, inspirerende durfal nodig. But it will get worst before it gets better… Ook daar.

Het aantal slachtoffers van terroristisch geweld daalde in de wijde wereld maar het aantal rechtsextremistische aanslagen in Europa verdrievoudigde ruim. Ook in andere Westerse landen nam dat type geweld toe. Gewelddadig wit-nationalisme profileerde zich verder in Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Herinner jij je Christchurch nog?

De Braziliaanse voormalig legerleider Jaïr Bolsonaro, eveneens extreemrechts, trad op 1 januari van dit jaar aan als de 38ste president. Deze populist is een democratisch gekozen ramp voor gekleurde mensen, vrouwen, homoseksuelen èn het Amazongebied. De man die corruptie en misdaad zou gaan bestrijden, heeft een zoon Flávio die thans onder vuur ligt vanwege diens vermeende betrokkenheid bij witwassen en misbruik van gemeentegelden.

De ultraconservatieve premier Down Under, Scott Morrison, is politiek van hetzelfde kaliber. Hij is niet alleen een fervent voorstander en verdediger van kolencentrales, hij  doet veel te weinig tegen de teloorgang van het Great Barrier Reef (een van de zeven wereldwonderen). Het was dezelfde man die op vakantie naar Hawaii ging terwijl een groot deel van zijn land in brand stond. Duizenden hectaren land werden door vuur verzwolgen, honderden huizen gingen in vlammen op, 30% van de inheemse koala’s overleefde het razende vuur niet en tien inwoners kwamen erbij om. ScoMo mag gaan, wat velen betreft. Me included. Ondanks de vele protesten gaat het vuurwerk op de Sydney Harbour Bridge gewoon door. (Elke toeristendag brengt 80 miljoen Ozzie dollars in het laatje...)  

De recente klimaattop in Madrid liep teleurstellend af. Leiders van de rijkste, meest vervuilende landen in de wereld (Verenigde Staten, Australië, Brazilië en China) zetten hun hakken in het zand voor wat betreft de afspraken over de handel in emissierechten. Ze willen blijven uitstoten, trekken een lange neus naar kleine(re) en minder ontwikkelde landen. Ik vind het schandalig. De Europese Unie koos eerder deze maand bijna unaniem voor het streven naar volledige klimaatneutraliteit in 2050. Alleen conservatief Polen stemde tegen.

Toni Morrison. Illustratie: Zarataman
Bekende Nederlanders die bij leven indruk op mij maakten en dit jaar overleden, zijn: acteur Rutger Hauer (75), pianist Daniël Waynberg (89), actrice en schrijfster Martine Bijl (71) en industrieel ontwerper Friso Kramer (97). Mijn liefje was geraakt door het overlijden van Habiba (66), de goedlachse Marokkaanse van ‘Groeten uit Holland’ die aan kanker overleed. Buiten de landsgrenzen raakten het overlijden van de Amerikaanse sopraan Jessye Norman (74) ons. Haar uitvoering van ‘Die Vier Letzte Lieder’ is buitenaards mooi. De dood van gelauwerde schrijfster Toni Morrison (88) raakte mij eveneens diep. Van haar hand las ik onder andere ‘Beloved’, ‘Sula’ en ‘Tar Baby’. Onvergetelijke romans.

Nu lijkt het alsof ik het jaar 2019 in geen enkel opzicht vond deugen. Dat was niet zo. Mijn liefje en ik vierden ons 30-jarige verbond en stonden stil bij het feit dat zij na tien jaar officieel genezen werd verklaard van borstkanker. We kregen dit jaar in  Spanje weliswaar extreme regenbuien op ons dak maar de zomer was niet zo heet.  Zelf zwom ik in de Middellandse Zee door tot 7 november jongstleden; een record! 


Wat ik vooral inspirerend vond, is het activisme dat ontstond onder jonge mensen. Generatie Z stond op om nooit meer te gaan zitten! Our excuses have run out. And for them, time is running out. Deze uitspraak is vrij naar de inmiddels 17-jarige Gretha Thunberg, klimaatactiviste en bekendste leeftijdgenote.

In augustus 2018 was Gretha de eerste die zich uitsprak voor de urgentie om nu te handelen. In maart van dit jaar gingen 1.4 miljoen jonge mensen in 2.000 steden in 128 landen met haar de straat op om aandacht te vragen voor klimaatverandering. De wereldwijde jeugd ging staken voor het klimaat en hun Fridays for Future-beweging zal dat voorlopig blijven doen. De jonge Thunberg werd dit jaar door TIME verkozen tot Person of the Year. Trump en Bolsonaro lieten zich vervolgens laatdunkend uit over deze jonge meid. Wat een bullebakken!

Oxford Dictionaries koos dit jaar ‘climate emergency’ als woord van het jaar. Eerder deze maand kon in Nederland landelijk worden gestemd. Ik verwachtte dat klimaatdrammer of klimaatspijbelaar zou worden verkozen. Het Van Dale woord van het jaar werd echter ‘boomer’; het kreeg bijna 42% van de stemmen. Het staat voor een persoon van gevorderde leeftijd, met ouderwetse denkbeelden of conservatieve opvattingen. Een groot deel van de wereld wordt momenteel door een boomer geregeerd! Tja. Ik vond kiezen voor een Engelstalig woord een gemiste kans.

Het jaar 2020 staat te popelen op de drempel. Er zijn mensen die vrezen dat het nieuwe jaar nóg bozer wordt. De wereldeconomie gaat langzamer draaien, er zullen nóg meer handelsoorlogen uitbreken, de ongelijkheid zal nog lang niet de wereld uit zijn geholpen, de gevolgen van klimaatverandering zullen zich vaker en heviger voordoen. En ik word 60… (maar ik ben desalniettemin geen boomer!) Ik heb wel iets met het nieuwe getal. Volgend jaar komen we weer naar Nederland en we gaan verbouwen in huis. De rest laten we graag op ons afkomen.

Dit was mijn laatste blog van dit jaar, de 105de van 2019 en de 1.291ste sinds het begin van dit blogavontuur. Jou, beste lezer, wens ik het allerbeste voor 2020. Ik wens je een gezellige jaarwisseling toe en een mooi begin van het nieuwe jaar. Hartelijk dank voor het lezen van mijn blogs. Tot volgend jaar!


zaterdag 28 december 2019

Gangsta Grannies

We zijn alweer ruim een week in het noorden van Bali. We organiseerden hier geen kerstviering met de hele familie -zoals het oorspronkelijke plan was- nu er een baby van slechts enkele dagen oud in de kribbe lag. De dagen na de geboorte van kleine Ketut waren Yuda & Damai voortdurend bij ons. Elsa had immers haar handen vol aan voeden, zorgen en herstellen. In ons resort werd op eerste kerstdag een feestelijke lunch georganiseerd met spelletjes voor jong en oud. Wij nodigden de jongens uit om dat te komen vieren. We vroegen hen een kerstboom te tekenen die we ophingen in een hoek van ons vakantiehuisje. De kerstman zou ons dan zeker vinden en kadootjes voor iedereen achterlaten. Zo gezegd, zo gedaan.  

In IJsland kennen ze een traditie waarbij mensen elkaar op kerstavond een boek kado doen. Dat noemt men ‘Jolabokaflod’... een IJslandse vloed aan nieuwe boektitels! Ik vind het een prachtig woord. Het is de bedoeling dat je die avond als ontvanger van een boek lezend doorbrengt. Mijn liefje en ik waren op kerstavond bewust samen. Die avond heeft geen speciale betekenis voor ons. We aten een hapje bij een lokaal restaurant waarna we de avond inderdaad met de neus in de boeken afsloten.

In Spanje toverde ik de oude e-reader van vriend Ben om tot kindvriendelijke leesmachine. Het apparaat begon te haperen bij grote leesbeurten dus mijn veellezende boekenvriend schafte een nieuwe reader aan. Het ouwetje bleek echter met dunne boeken nog goed te functioneren. Na overleg met Ben & Joan, vulde ik het apparaat met Engelstalige boeken van schrijvers als Roald Dahl, Dr. Seuss, J.K. Rowling (de complete Harry Potter-serie), Beatrix Potter (Peter Rabbit), Rudyard Kipling (Jungle Book), David Walliams, E.B. White, Eoin Coifer (Artemis Fowl-serie), Mark Twain en C.S. Lewis (Alice in Wonderland). Oude en hedendaagse verhalenschrijvers voor kinderen. Veel klassieke, soms rijk geïllustreerde, kinderboeken kun je gratis downloaden van de website van Project Gutenberg. ‘Alleen op de wereld’ en ‘Pinokkio’ ontbraken niet. Ik was aan mijn stand verplicht ook nog werk toe te voegen dat ontdekken en reizen als thema heeft.

Elke dag dat de jongens bij ons zijn, wordt er gelezen. Het e-boek ‘James and the Giant Peach’ (Roald Dahl) las Yuda als eerste uit. Er volgde geen mondelinge overhoring; ze hebben immers vakantie. Ik hoop dat hij voor zichzelf leest, niet voor ons. Voor de bijna 9-jarige Damai zijn de meeste Engelstalige boeken nog te moeilijk dus ik las hem met plezier voor. Ik vertelde hem dat hij zo langer van de inhoud van de reader kan genieten. Elluk nadeel hep se voordeel. 

De eenjarige Varen (nummer 3 van het gezin) kwam tot nu toe tweemaal mee. Gisteren namen wij de gelegenheid te baat om te zien of er een zwemmer in hem schuilt. Antwoord: jazeker! Hij is niet bang voor water. Na enkele minuten stapte hij parmantig rond in het ondiepe gedeelte van het zwembad. Zijn Huggies Little Swimmer, een speciale zwemluier met Nemo op de kont, stond hem goed. Toen hij voor het eerst omviel, hield hij zijn mond automatisch dicht. Als zijn hoofd onder water raakte, hoorden we geen kik. Hij stond op, veegde zijn gezichtje af, lachte en ging door. Ons houdt hij nog steeds op veilige afstand. Dat was anders met Yuda en Damai. Die waren van jongs af aan witte mensen in hun leven gewend. Moeder Elsa baalt daar waarschijnlijk van maar wij vinden het oké.

Op dagen zonder kinderen rusten we uit van de voorgaande dag, lezen we meer en bezoeken vrienden en kennissen. Doorgaans nemen mijn liefje en ik de bemo als we op visite gaan. Dat is de benaming voor een busje (eigendom van de chauffeur) dat mensen hier van A naar B brengt. Het zijn vaak oude barrels met opzichtige buitenkanten en een boel gekakel binnenin. Balinese grannies keren met hun aankopen van de markt terug, mannen gaan naar hun werk, kinderen nemen dit vervoersmiddel om van huis naar school (en vice versa) te gaan. Toeristen reizen er niet mee want comfortabel is het niet per se. Leuk wel. Je maakt nog eens wat mee tijdens een ritje!

Er is veel veranderd tijdens onze afwezigheid. Het aantal bemo’s nam aanzienlijk af. De belangrijkste verklaring hiervoor is dat er meer brommers en auto’s in het straatbeeld verschenen. Steeds meer Balinezen kunnen zich eigen vervoer veroorloven. Dat noemen we vooruitgang. Op mijn vraag wat er met de chauffeurs en hun bemo gebeurde, kwam de uitleg dat ze in de meeste gevallen in dienst traden van het dorpshoofd en voortaan groepsvervoer mogen organiseren tijdens religieuze evenementen. De regelmatige lezer weet dat Balinezen veel, heel veel hindoeïstische ceremonies hebben in een kalenderjaar.

De eerste keer gingen we op weg naar de puskesmas in Banjar, onze voormalige woonplaats. Met de kids bezochten we moeder Elsa en baby in het gezondheidscentrum aldaar. Daar stonden we dan, opgedoft en wel; er was geen bus te bekennen. Damai becommentarieerde het op eigen wijze: two hundred hours later…Dat verzin je toch niet?! Op enig moment stopte een glanzende privé-auto voor onze neus. Het betrof een Balinees echtpaar waarvan de man chauffeur was maar geen Engels sprak; zijn vrouw wel. Zij vertelde dat ze dagelijks met hem meereed om passagiers te scoren en verdere business te genereren. Ze zetten ons voor de deur af. Mijn liefje bood hem geld dat hij grif aannam. Op de weg terug hielden we een echte bemo aan. Wij namen plaats naast de chauffeur nadat hij een zak verse vis opzij schoof, de jongens zaten op de achterbank. We zwaaiden regelmatig naar hen via de achteruitkijkspiegel.

Toen wij samen op tweede Kerstdag wederom langs de hoofdweg wachtten op zo’n bemo, ervoeren we aan den lijve dat er inderdaad minder busjes rondrijden. Voorheen kwam er elke vijf minuten eentje langs. Na een kwartier wachten in de schaduw hielden we een bemo aan wiens chauffeur ons op zijn gemak en vrolijk keuvelend naar onze bestemming bracht. Weliswaar met kersttoeslag maar zonder medepassagiers!

We gingen op weg naar Frans & Lenie. Zij wonen hier al 13 jaar naar volle tevredenheid. Zij waren het die in 2009 onze verhuisdozen uitpakten toen wij zelf niet naar onze nieuwgebouwde villa in Bali konden afreizen vanwege de borstkankerbehandeling van mijn liefje. Zij waren het die ons af en toe moed inspraken toen we in een uiterst vervelende situatie terechtkwamen. De papierwinkel van grond en huis bleek namelijk absoluut niet in orde, in tegenstelling tot wat de Nederlandse projectontwikkelaar ons voorhield. Dat leidde uiteindelijk tot veel stress en ons voortijdige vertrek.

Het waren ook Frans & Lenie die ons in 2013 in contact brachten met een potentiële Belgische koper die in 2014 daadwerkelijk de nieuwe villa-eigenaar werd. Wij verlieten Bali dat jaar als bewoners en daarmee verdwenen de meeste zorgen uit ons leven. We keerden de jaren daarna terug als relaxte toeristen. Tijdens dit bezoek vernamen we dat de legalisering van grond en opstallen eindelijk een feit is. De benodigde papieren zijn inmiddels in bezit van onze voormalige buren Tom, François (Belgen) en Matt (Nederlander). Wat zullen ze opgelucht zijn. En wij met hen!


dinsdag 24 december 2019

Ocean Women Warriors

In de Jakarta Post van gisteren las ik een mooi artikel over een wetenschapper, genaamd Intan Suci Nurhati. Ze is van heel bescheiden afkomst, werd 36 jaar geleden geboren in een familie in West-Jakarta. Onlangs werd ze door National Geographic verkozen tot een van de 40 invloedrijkste vrouwen ter wereld vanwege hun deskundigheid. Intan is een paleoclimatologe en paleo-oceanografe. Ze doet onderzoek naar oceanen in hun vroegste omstandigheden. Ze noemt zichzelf daarom een tijdreiziger en voor haar is er niets mooier dan dat. Een vrouw naar mijn hart!

Ze wilde aanvankelijk architecte worden. Ze was goed in alle vakken van de middelbare school, behalve Engels. Ze zocht daarom naar een mogelijkheid om die taal in de praktijk te beoefenen en onderzocht alle beurzen die Engelstalige landen aanboden. Zo kwam ze terecht bij een beurs om milieukunde te gaan studeren aan de Wesleyan universiteit (Connecticut, VS). Je zou kunnen zeggen dat ze  per ongeluk in de wetenschap terechtkwam… Ze is de eerste in Indonesië die geld ontving om een systeem op te zetten voor meting van verzuring van oceaanwater en koraalbleking in West Nusa Tenggara. Zij zet zich met name in om vrouwen aan te sporen tot een wetenschappelijke studie. Zorg voor oceanen is haar andere prioriteit. De uitdrukking ‘Srikandi Bahari’ (titel van mijn blog) is van haar.

Diezelfde dag gingen mijn liefje en ik met de jongens snorkelen rondom Pulau  Menjangan, een klein atol in de Balizee op ruim 1 uur rijden van ons resort en een half uur varen vanaf de kust. Herteneiland is onderdeel van nationaal park Bali Barat. Het was de eerste keer dat zij dat met ons gingen doen. We stelden het Yuda (12) al jaren voor maar hij stond nooit te trappelen om de onderwaterwereld met eigen ogen te beleven. Tot dit jaar! Ik denk dat het enthousiasme van zijn jongere broer Damai (bijna 9) daarin een rol speelde. Hij is een nóg betere zwemmer dan Yuda en komt op ons over als nieuwsgieriger dan zijn grote broer. Dat maakt ons niet veel uit, ieder heeft zijn of haar karakter en tempo van exploreren.

Onze vaste chauffeur Mister Zaï bracht ons ernaar toe. In de afgelopen jaren werd het snorkelen daar flink duurder. De toegang tot het park is voor lokalen Rpi 15.000 (circa €1), buitenlanders betalen het dertienvoudige. De verhouding is wellicht zoek maar het te betalen bedrag is acceptabel. Daarnaast betaalden wij voor de boot, de officiële gids, de snorkelactiviteit en één paar vinnen (die van mij pasten vanwege de vele kadootjes niet meer in mijn reistas). Wat ik wel heel jammer vind, is dat er met al die inkomsten geen faciliteiten als een degelijke parkeerplaats, toegangsweg en -belangrijker- een fatsoenlijke douche, toilet en omkleedruimte mogelijk zijn. Daarin blijft Bali belabberd…

Desalniettemin kon het avontuur beginnen! We kozen een fantastische dag uit. Nu het regenseizoen hier is begonnen, kun je dagelijks een tropische regenbui verwachten. Die vallen doorgaans na 13:00 uur dus wij gingen die ochtend vroeg op pad. Op een rustige, kraakheldere zee staken we naar het eiland over. We waren niet de enigen maar druk was het niet. Het was voor het eerst dat ik herten in de branding ontwaarde. Dat was niet verwonderlijk want de begroeiing op het eiland oogde gortdroog, de regen kwam dit jaar relatief laat.

De gids nam de jongens onder zijn hoede, bood hen een fluoriserende reddingsboei waarop ze konden drijven terwijl ze onder water keken. Mijn liefje gebruikte voor het eerst een SUBEA Easybreath-masker. Toen het ding jaren geleden op de markt verscheen, probeerde ik het uit. Dit masker bedekt het volledige gezicht waardoor je door neus en mond kunt ademen zonder pijp terwijl je kijkt. Ik vond het teveel masker, het nam teveel van mijn zicht weg en daarom besloot ik niet tot aankoop. Onze Engelse buurvrouw in Spanje kocht het ding wel maar kreeg het gebruik niet onder de knie; het masker liep constant vol met water. Dat begreep ik toen ik het apparaat inspecteerde: het essentieelste onderdeel, de oranje pijp, ontbrak namelijk. Ik bood aan dat voor haar te kopen en aan te brengen maar ze wilde niet meer. Wij namen het masker dankbaar van haar over. Mijn liefje vond de snorkelpijp in haar mond en zout water in haar ogen sowieso gedoe dus dit was een prima overstap.

Zelf ging ik met een geoefende backroll aan de andere kant van de boot ter water. Wow. Het oceaanwater was warmer dan het zwembadwater! En wat konden we ver kijken, hoe weinig plastic dreef er rond! Voor Boyan Slat was duiken in een plasticsoep rondom Bali een van de sterkste aanleidingen voor het oprichten van de Ocean CleanUp en het ontwikkelen van zijn grote stofzuiger. 

Op enig moment kwam kikkervisje Damai op eigen gelegenheid op mij af gezwommen. Hij was, het verbaasde geen van ons, de eerste met genoeg zelfvertrouwen om dat te doen. Als een professional maakte hij het OK-gebaar met zijn lange vingers. Hij stak zijn hand uit en samen snorkelden we verder. Regelmatig wees ik hem op bijzonderheden en soms dook ik onder om het hem aan te wijzen. Hij deed weldra hetzelfde, mijn naam door zijn pijp roepend. Hij wees mij zelfs op een verdwaalde plastic zak die ik gezwind pakte en in mijn zwembroek stak. In tegenstelling tot Intan (die een koraalallergie heeft!) raakten wij niets aan. Yuda dreef verderop in zijn eentje op de band. Ik hoorde hem af en toe verrukt door zijn snorkelpijp roepen.

Tijdens de rest van de snorkelpartij verdween de brede glimlach niet van mijn gezicht. De ventjes vonden het minstens zo leuk en mooi als wij het hen hadden voorgesteld. Tick in the Box. We hoeven deze jongelingen niet meer te vertellen hoe bijzonder de oceaan is en hoe voorzichtig ze met afval zoals plastic moeten omgaan. (Bali deed plastic gelukkig op heel veel plaatsen in de ban.) Mijn liefje was de enige die die dag een schildpad zag zwemmen. De bofkont. Dat komt waarschijnlijk door dat panormavenster…

Prettige kerstdagen gewenst!


zaterdag 21 december 2019

Er is een kindeke geboren op aard

Dit had een heel lang verhaal kunnen worden maar ik besloot tot de kortere versie. Wij keerden onlangs naar Bali terug om onder andere Varen, zoon nummer 3 van het gezin die in oktober jongstleden 1 jaar oud werd, voor het eerst in de armen te sluiten. Het lot besloot dat we deze week nummer 4 eveneens mochten verwelkomen. Het kwam op de aarde voor ons allemaal. Ik kan alvast één tipje van de sluier oplichten: er is geen sprake van onbevlekte ontvangenis!

De chauffeur die ons in het zuiden ophaalde en naar het noorden vervoerde, maakte onderweg een opmerking over het feit dat Elsa’s baby nummer 4 weldra geboren zou worden. Haar buik stond namelijk op springen. Daar wij van niets wisten, deed ik het verhaal af als te veel van haar eigen saté gegeten, zeker. Die is namelijk overheerlijk! 

De alarmbellen gingen pas echt af toen ook de baliemedewerkster van het resort die we goed kennen, ons meldde dat Nomor Empat (nummer 4) zich snel zou melden. Mijn liefje en ik keken elkaar met grote ogen aan. Ze zal toch niet… Wel, dus.

Ze kwamen met hun vieren op de afgesproken tijd op de brommer aan, Yuda had zijn jongste broertje in de armen en Elsa hield een grote tas voor haar bolle buik terwijl ze op ons afliep. “O, Elsa-Fiederelsa” zei ik. Zo noem ik haar als er reden is voor een serieus onderhoud. Ze vertelde ons toen pas dat ze dit jaar wederom in verwachting raakte. Zij en Ketut zouden het laat hebben ontdekt. De precieze gang van zaken rondom deze bevinding en de reden voor het verzwijgen ervan laat ik als blogger graag in het midden alhoewel mijn liefje en ik de lange versie van haar ontvingen.

Varen blijkt een grappig, kittig ventje met nu al een sterk wil. Met ons keek hij de aap even uit de boom maar kwam ons schuifelend tegemoet toen hij de Indonesische woordjes herkende die wij tegen hem spraken. Knuffel Dino is momenteel zijn een na beste vriend, op grote broer Da na. Wij waren blij iedereen weer te zien maar waren onthutst over dat zwijgen. Ook over het feit dat de mannetjes ons niets hadden verteld, of beter gezegd: ons niets hadden mogen vertellen. Een naar gevoel overviel ons, bleef de hele avond aanwezig en liep over in de nacht. We praatten en praatten maar wisten ons geen raad met die nieuwe kennis. We kennen de ouders langer dan vandaag en maakten reeds veel met hen mee. Dit was een dieptepunt... en weer een slechte nacht!

Het is niet zo dat we tegen kinderen zijn, zelfs niet in de wetenschap dat onze wereld weleens tenonder zou kunnen gaan aan overbevolking. We weten ook dat Elsa & Ketut toegewijde ouders zijn. We zijn dol op de twee oudste jongens en kwamen onder andere hierheen om een begin van een band met de jongste van het gezin op te bouwen. Tot onze grote verbijstering bleek er een nóg jongere op de drempel van het leven te staan. Tja.

Als Europese vrouwen, geëmancipeerde dames bovendien, hebben mijn liefje en ik specifieke opvattingen over moederschap en aanverwante zaken. Maar we zijn geen guerilla girls; integendeel. Wij vinden het wèl belangrijk dat ouders hun gezin kunnen onderhouden. Niet alleen financieel maar ook qua aandacht. Baby’s vergen nu eenmaal veel aandacht en tijd die niet naar de oudere kinderen gaat. In Spanje stelden jonge mensen het ten tijde van de recente financiële crisis uit om ouders te worden. Zouden ze hun boreling wel een goed leven kunnen bieden? Als ze dat niet konden garanderen, begonnen sommigen niet aan voortplanting. Dat soort  verantwoordelijkheidsgevoel vinden wij logisch en goed.

Dit gezin in Bali werd jaren geleden ons persoonlijke ontwikkelingsproject. Toen we nog hier woonden, namen we moeder en vader in dienst. In de loop van de tijd zorgden we dat ze beter konden gaan wonen en stopten we ze af en toe een extraatje toe. Eén ding was allerbelangrijkst voor ons, oma’s-met-de-witte-huid: hun (destijds enige) kind Yuda moest een goede opleiding krijgen om alle kansen in het leven te benutten. Wij zorgden dat hij naar een prima kindergarten en een uitstekende lagere school kon. Diezelfde belofte deden we aan hen voor Damai, hun tweede kind. We zijn inmiddels een eind op streek.

Beide ouders volgden een middelbare school van goed niveau maar konden niet verder studeren vanwege geldgebrek in de familie. Als ouders willen ook zij hun kinderen een betere jeugd geven dan zijzelf hebben gehad. Dat lukt het ene jaar beter dan het andere. Ze leven namelijk in een omgeving die niet veel job opportunities biedt en waarin salarissen laag liggen. Elsa had meer banen gelijkertijd, Ketut werkt regelmatig op een cruiseschip.

Bovendien vinden wij het belangrijk dat een jonge vrouw niet alleen moeder is maar ook zichzelf ontwikkelt in het leven. Elsa is een capabele vrouw maar moet nu weer vele jaren van haar leven besteden aan het verwisselen van luiers en het verzorgen van twee peuters casu quo kleuters. Dat zal ze met overtuiging doen maar haar persoonlijke ontwikkeling zal erbij inschieten.

Tenslotte blijven wij hopen dat ze ooit serieus plannen voor hun toekomst gaan maken, in plaats van te leven van de ene in de andere dag. Waar willen ze heen met zichzelf en hun gezin? Hoe en waaraan gaan ze het geld besteden dat pa in de komende jaren op het schip gaat verdienen? We hadden dit soort gesprekken in het verleden maar zagen tot nu toe weinig daadwerkelijke ontvankelijkheid. Ik realiseer mij vaak hoe verschillend onze culturen zijn. Wel begonnen ze een eettentje dat kennelijk goed loopt maar zoiets is nauwelijks toekomstbestendig. Er wordt hier namelijk op veel horeca-plekken gemopperd over tegenvallende bedrijfsresultaten en een teruglopend aantal toeristen.

Hoogzwangere Elsa en haar drie jongens gingen vrijdagavond om 21:00 uur na een gezamenlijke maaltijd op de brommer terug naar hun huis. Om 22:00 uur blijkt ze in de dichtstbijzijnde puskesmas, een gezondheidscentrum dat zij goed kent en waar ook nummer 3 werd geboren, aan de bevalling te zijn begonnen. Naar verluidt, kwam nummer 4 vlot ter wereld. De Balinese gynaecoloog meldde de aanstaande moeder eerder dat het waarschijnlijk een jongen zou zijn vanwege het actieve mormeltje in haar buik. Het zou echter ook een tomboy, een ondernemend jongensachtig meisje kunnen zijn. Het is een nogal rolbevestigende uitspraak maar desalniettemin riep ik enthousiast uit “Like us”. We zijn dan niet in alles een voorbeeld maar hierin wel..

De volgende ochtend om 9:00 uur werd er op onze voordeur geklopt; we lagen nog in bed na die belabberde nacht. Het was tante Kadek (schoonzus van Elsa) die Yuda & Damai vroeger dan afgesproken kwam afleveren. Ze zouden die dag sowieso zwemmen, spelen en eten met ons. Zij meldde het heugelijke feit dat er een meisje is geboren. De grote broers zijn dolgelukkig met hun zusje, Varen weet nog niet dat hij zijn moeders aandacht vanaf nu moet gaan delen. Oh-oh.

Moeder en kind maken het goed. Ik pinkte een traantje weg toen ik foto’s zag van een starende Elsa die borstvoeding geeft en eentje van een goed ingepakt, slapend meisje met vertrouwde trekken. Weer een perfect ogend kind! Zij is de tweede Ketut van het gezin; dat is de Hindoeïstische aanduiding voor het vierde kind op rij. Haar roepnaam krijgt ze als ze drie maanden oud is.

Het was een Nederlandse vriendin met ervaring die ons tenminste één van de pluspunten van de nieuwe situatie wist te melden: de twee kleinsten van het gezin kunnen nu tenminste samen opgroeien. Zo hadden wij het nog niet gezien.

Elsa en de baby blijven nog enkele dagen onder toezicht van het ziekenhuis(je). Wij zijn de komende dagen oppasoma’s voor de grote jongens. Ons samenzijn van vandaag was heel geslaagd. Morgen gaan we met hen op kraamvisite en maandag gaan wij snorkelen rondom Herteneiland. Kita senang. Kerst vieren we nu niet bij hun thuis maar in ons resort.


vrijdag 20 december 2019

Flying home for Christmas ♪

Ja, we landden veilig. We deden het deze reis zelfs driemaal. Het was een lang en enerverend traject dat goed verliep. We vlogen van west naar oost over de Middellandse Zee, hingen boven het Suez-kanaal, vlogen over de Perzische golf, boven de straat van Hormuz, de golf van Oman, de Arabische Zee, de golf van Bengalen (daar zwommen we in december 2016!), staken tenslotte de Andaman-, Java- en Bali-zee over. Je zou er een waterhoofd van krijgen. Boven het laatste traject was sprake van meer turbulentie maar dat verbaasde niemand. In Indonesië begon de regentijd immers recent.

En nee, ik maakte geen publiceerbare foto’s van ons aan de bar aan boord van de A380. De wallen onder onze ogen waren té veel voor al te close-up. Nu zou je kunnen denken Als je haar maar goed zit” maar dat was ook niet het geval. De nacht voor vertrek was namelijk zo’n nacht. Een nacht die je alleen nog maar in films ziet. Een nacht, die wordt bezongen in het slechtste lied. Het was een nacht waarvan je hoopt dat je die nooit onthouden hoeft. En die nacht beleefde ik met haar... ohohohoh.

Tijdens deze vliegreis keek ik naar alle episodes van de nieuwe natuurdocumentaire van Sir David Attenborough, getiteld ‘Seven Worlds One Planet’. Ze zitten bomvol beelden die vaak ontroeren maar tegelijkertijd wreed zijn. Puur natuur. De makers gebruikten de nieuwste technologieën en haalden soms halsbrekende toeren uit. Aanrader! We aten lekker Aziatisch, dronken een glaasje bubbels en kletsten in de skybar met personeel van de vliegmaatschappij. Die medewerkers komen uit alle windrichtingen. Veel jongeren rondden een goede opleiding in hun geboorteland af maar krijgen geen of onvoldoende kans op de arbeidsmarkt. Sommige reislustigen onder hen zien dit werk met name als een manier om de wijde wereld te zien.

Kijkend op de luchthaven van Dubai, herkende mijn liefje bij toeval een van onze reistassen die op het punt stond in het ruim te worden geschoven, na handmatig te zijn gescand. Het was de hare, die van mij was in geen velden of wegen te bekennen. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik zonder bagage voet op Balinese grond ging zetten. De afwikkeling bij ‘Lost Luggage’ herinnerde ik mij daar vooral als frustrerend. De gang van zaken was destijds moeizaam en langdradig en niemand voelde zich verantwoordelijk voor mijn probleem. Nu er extra veel kadootjes in mijn tas zaten, zou verlies of vertraging extra gedoe opleveren.

Op de bagagecaroussel in de aankomsthal van I Gusti Ngurah Rai International verscheen de tas van mijn liefje inderdaad heel spoedig. Daarna draaide de band rond en rond. Ik werd er turenluurs van. Mijn liefje besloot alvast bij de desk te informeren naar de procedure terwijl ik een oogje in het zeil hield. Op enig moment verscheen op diezelfde band de bagage van de vlucht uit Australië, die na ons landde. Ook die band werd langzaam leger en leger. Ik begon vaker om mij heen te kijken. Herkende ik nog medepassagiers? Nauwelijks…

Er veranderde nogal wat op deze luchthaven sinds onze vorige aankomst. Inzicht in het bagagesysteem van een geland toestel is zo’n goede stap vooruit. Aan de balie overhandigde mijn liefje ons bagagebewijs en daaruit bleek dat mijn tas in Dubai weldegelijk met de hare was meegekomen. Waar was die dan nu? Terwijl zij naar mij  terugliep, slaakte ik een zucht van verlichting toen in de verte iets zwarts met een rode strik aankwam. Joehoe, herenigd!

Het verkrijgen van een toeristenvisum was evenwel snel voor elkaar. Na vragen over de plaats en duur van ons verblijf drukte de douanebeambte een vette stempel op een maagdelijke bladzijde in mijn paspoort. Pats! Mensen in de rij naast ons mopperden toen hun beambte stipt op 23:00 uur zijn bordje ‘Open’ naar ‘Closed’ draaide. Zijn dienst zat erop, ongeacht het aantal wachtenden. Tja.

Daarna moesten we een landingskaart invullen met gegevens over we het land binnenbrachten. In ons geval was er niets dat moest worden gemeld. Het was een kwestie van de vakjes ‘No’ afvinken en ondertekenen. Het was bijna middernacht toen een grote groep Chinezen onze kant op stroomde. Oh-oh. Daartussen wil je niet terechtkomen! Van een vermakelijk tv-programma dat zich grotendeels in Australië afspeelt, genaamd ‘Border Security’ (door ons borderline security genoemd), weten we dat Chinezen regelmatig bizarre en illegale producten met zich meevoeren.
Dat ze desondanks niks aangeven en daarmee liegen op een officieel overheidsdocument, kan hen kennelijk niets schelen. Als zoiets hier aan de orde zou zijn, kon dat tot nóg meer vertraging leiden. Aduh! Nu heeft dit veel weg van etnisch profileren en wellicht is het dat ook maar als je na ruim een etmaal reizen je hotelbed ruikt, is verder oponthoud geen aanlokkelijk scenario.

Tom Poes verzon dus een list. Met een beetje sjoemelen kwamen we in een wachtrij terecht die redelijk opschoot. Naarmate de balie naderde, functioneerde die echter  steeds meer als fuik. Overvolle trolleys met grote kartonnen dozen en koffers blokkeerden de doorstroom. We kwamen nauwelijks vooruit. Het zou zo maar 25:00 uur kunnen worden. Op zo’n moment verwacht ik dat mijn liefje gaat zeggen dat ze helemaal klaar is met reizen. Ze stelde niet teleur.

Na wat peptalk over en weer gaven we ons vermoeid maar overtuigd over aan de gang van zaken. Het vervelendst is dat we het formulier uiteindelijk afgaven aan iemand die daar alleen maar haar hand ophield. Ze keek niet eens naar wat ik had aangekruist! Er stond ons toen nog één ding te doen (dacht ik): onopgemerkt langs de lokale scherprechter komen. Die persoon bepaalt of jouw reistas op de valreep nog handmatig moet worden onderzocht. Mag je linksaf of moet je rechtdoor? Ik keek voor mij uit, maakte geen oogcontact en liep met ferme pas in de richting van de uitgang. Mijn liefje volgde in mijn voetspoor en nam ongetwijfeld dezelfde houding aan. Oefening baart kunst. Deze beproefde aanpak werkte.

Een hotelmedewerker zou ons ophalen op de luchthaven. Bij vertrek in Dubai liepen we echter vertraging op doordat een kleine familie niet tijdig aan boord stapte. Zou er nog steeds iemand staan? De layout van het eindgedeelte van de aankomsthal veranderde echter drastisch in de afgelopen twee jaren. We slingerden en slingerden, sloegen menige bocht om, werden meermalen langs de duty free-sectie gestuurd en zagen mensen die een soort lottoformulieren omhooghielden. Geen idee wat zij aanboden. Wel weet ik dat er geen einde aan de route leek te komen. Het vliegveld van Denpasar werd dit jaar verkozen tot beste luchthaven van Indonesië. (Kun je nagaan.) Ik vermoed dat ze de exit van de internationale terminal bij deze beoordeling buiten beschouwing lieten...

Toen we eenmaal buiten stonden, alwaar een klamme deken op ons neerdaalde, liepen we tegen een muur van chauffeurs en reisleiders aan die op hun gasten wachten. Met naambordjes in alle vormen, maten en kleuren. Hanenpoten en al. Was je al niet turenluurs dan werd je het hier zeker! ‘Onze’ Natha bleek echter geduldig en bescheiden afzijdig te staan, gekleed in traditionele Balinese kleding. Hij nam mijn liefje’s tas over en gidste ons langs de overige hindernissen. We zegen neer in een gekoeld busje, ontvingen flesjes koud water en een, in jasmijn gedrenkt, vochtig doekje. Welcome (back) to Bali! Toen pas konden we relaxen.

We stonden gisterochtend fris als hoentjes op. Er zijn nog wallen maar die moeten weldra minder worden. Daarna slenterden we door de leukste winkelstraat van Kuta. We werden weer verleid… Goed dan, nog één tas met geschenken voor onze kleine familie in Bali! Deze ochtend worden we door chauffeur Zaï opgehaald om naar hen te worden gebracht.

Iemand met veel gevoel voor ironie en understatement uit onze Nederlandse vriendenkring stuurde ons gisteren het bericht dat vermeende crimineel Taghi op dezelfde dag dat wij aankwamen, vanuit Dubai naar Nederland werd teruggevlogen. Ook hij keerde huiswaarts voor Kerst, met een label aan zijn oor. De Verenigde Arabische Emiraten zijn kennelijk niet alleen goed in de transfer van reistassen.


maandag 16 december 2019

Aan de bar op 10.000 meter hoogte

Dit wordt de laatste blog van dit jaar vanaf Europees grondgebied. Mijn liefje en ik zijn bijna klaar om van continent te gaan wisselen. We laten hier fijne dingen en aardige mensen achter maar krijgen er de komende weken veel voor terug. 

Onze reistassen zitten propvol kadootjes. Voor groot en klein. In het geval van onze overzeese familie is dat niet alleen vanwege het weerzien na twee jaar, we zorgen ook voor een prettige Kerst en de aanstaande verjaardag van Damai. Er bleef weinig ruimte over voor eigen kleding; gelukkig gaan we naar de tropen dus licht & luchtig volstaat. Onze snorkelsets werden als laatste in de reistassen geperst.

Mijn liefje en ik zweefden afgelopen weekend op een roze wolk. De schoolgaande mannetjes in Bali brachten beiden een heel goed eindejaarsrapport mee naar huis. De achten en negens vlogen ons om de oren. Niet dat we niet weten dat ze serieuze, slimme leerlingen zijn. Hun cijferlijsten zijn om trots op te zijn en dat zijn moeder Elsa en wij dan ook. Damai blijkt pienter over de hele linie, Yuda wordt uitvoerig geprezen om zijn sociale vaardigheden in en buiten de klas. We weten niet beter. Er zijn oma’s die met minder tevreden moeten zijn!

De jongens zelf klonken nogal uitgelaten. We kregen ingesproken berichten over  ‘chicken carbon blue’ en ‘chicken knalpot’ eten na onze hereniging. Het zijn hun verbasteringen van favoriete gerechten die zij nuttigen en onze binnenpretjes. Lekker eten is voor hen minstens zo belangrijk als voor ons. We zijn er debet aan. De onderwijzers van beide kids raadden aan meer Engelstalig werk te lezen; daar kan wel een schepje bovenop. Dat gaan wij regelen. Ze gaan tijdens de aanstaande vakantie ook weer naar Engelstalig dagkamp. Yuda koos dit jaar voor wetenschap als centraal thema en Damai koos voor kunstvormen (tekenen, schilderen, muziek maken, dansen).

Wij vliegen weer met een A380 hun kant op. Het is jaren geleden dat we met deze dubbeldeks super jumbo reisden. Als passagiers zijn wij verheugd want deze vlieger brengt ons met minder geluid en meer ruimte naar de andere kant van de aardbol. KLM gaat volgend jaar met dit type toestel starten. Dat is nogal laat: het toestel vliegt al 12 jaar commercieel. Desondanks werd het niet het sukses dat Airbus voor ogen had. De Europese multinational bereikte nog steeds geen break-even maar de productie wordt evenwel gestopt in 2021. Kasian. De meeste vliegmaatschappijen die met de A380 vliegen, stappen in de toekomst over naar het iets kleinere maar zuinigere broertje A350. Daarmee vlogen wij in februari van dit jaar terug uit Chili. (Dat toestel beviel ook.)

Onlangs las ik een artikel over het Europese PASSME-project waaraan de TU Delft al tien jaar actief deelneemt. Een groep studenten en onderzoekers ontwikkelt concepten om vliegen efficiënter en comfortabeler te maken. Kofferloos naar het vliegveld, jezelf inchecken met een scanner, zelfscannen voor douane en boarding, sneller en relaxter je vliegtuigstoel vinden, zonder stress je bagage in het dichstbijzijnde rek plaatsen. Dit zijn herkenbare ergernissen als er een kink in de kabel komt. Hoogleraar Sico Santema drukte het doel van al die TU-experimenten eenvoudig uit: reizen leuker maken door dat soort toestanden te vermijden”.

Nu zullen er veel jonge en oude klimaatdrammers zijn die vliegreizen überhaupt niet leuker willen maken. Zij willen juist dat er minder wordt gevlogen. Zelf reken ik mij ook tot deze groep activisten (het zou weleens het Woord van het Jaar 2019 kunnen worden) maar niet vliegen is voorlopig voor mij, reislustige Hollandse, geen optie. Ik denk dat een reis met een zeilboot van Alicante naar Denpasar maanden in beslag neemt. Een cruiseschip is vanwege vervuiling helemaal uit den boze. 

Ik realiseer mij terdege dat de luchtvaart sowieso de olifant in de kamer van het klimaatbeleid is. De sector sprak in internationaal verband onderling af om vanaf 2020 CO2-neutraal te groeien. Dat betekent dus niet dat alle vluchten CO2-neutraal zullen zijn; dat geldt alleen voor de nieuwe vluchten. Bovendien is hun doel om in 2050 50% minder CO2 uit te stoten. Dat is de helft van wat alle landen die het Parijs-akkoord ondertekenden, zeggen te gaan doen. Bovendien gaat de luchtvaart niet minder uitstoten door reductie maar door compensatie (vooral door het planten van bomen). Kortom: bepaald niet ambiteus. Dat mensen daartegen protesteren, begrijp ik.

Een volledig elektrische burgerluchtvaart zal pas op heel lange termijn mogelijk worden; deskundigen verwachten dat zeker niet vóór 2050. Dat maak ik hoogstwaarschijnlijk niet eens meer mee. Vorige week vond in de stad Vancouver (Canada) de eerste, volledig elektrische vlucht plaats. Dit kleine, met elektromotor omgebouwde, watervliegtuig (DHC-2 de Havilland Beaver) bleef ruim 5 minuten in de lucht. Deze motor moet nog twee jaar wachten op inspectie en officiële goedkeuring door de overheid voordat de techniek op grotere schaal kan worden toegepast. Korte afstanden moeten kunnen, intercontintaal elektrisch vliegen is van heel andere orde.

Toestandloos reizen is voorlopig niet aan de orde. Wachten blijft voorlopig een gegarandeerd onderdeel van de passagierservaring. In de rij staan voor de incheckbalie, de douane, de gate, de bagageband. Het is niet anders. Vanaf Alicante is het ruim 13.000 kilometer naar Denpasar (Bali). We zullen meer dan 20 uur onderweg zijn, maken tussenstops waar we tevens moeten wachten op verbindende vluchten. Reizen mag verslavend zijn, het is doorgaans ook een lange oefening in geduld.

De boeken die ik van plan ben te gaan lezen tijdens de aanstaande ultralange zit: ‘Mama’s laatste omhelzing’ (Frans de Waal), ‘Een stralende toekomst’ (Rebecca Makkai), ‘Beauty is a Wound’ (Eka Kurniawan), ‘The 19th Christmas - Women Murder Club’ (James Patterson en Maxine Paetro), ‘De Bourgondiërs’ (Bart van Loo)  en ‘De onbewoonbare aarde’ (David Wallace-Wells). Het betreft non-fictie over het rijke emotionele leven van dieren, een roman over de Amerikaanse homowereld en de aidsepidemie in de jaren '80 van de vorige eeuw, een moderne historische roman over Nederlands-Indië en het jonge Indonesië van een Indonesische schrijver die onlangs de Prins Claus-prijs ontving, een literaire thriller over een vriendinnenclub die met elkaar misdaden oplost, historisch werk over onze voorvaderen van de Lage Landen en een boek over alles dat we niet willen maar wel moeten weten over klimaatverandering. Daar moet ik -letterlijk- een eind mee komen.

De A380, het grootste toestel ter wereld met een lengte van 73 meter en een vleugelwijdte van bijna 80 meter, is de helft groter dan de Boeing 747-400 maar heeft slechts 35% meer stoelen. Daardoor ontstond er in de toestellen van de maatschappij waarmee wij vliegen, ruimte voor een stemmige bar. 

Onbezorgd vliegen is nu al mogelijk, zelfs voor mensen met vliegangst. Men onderzocht dat die angst vaak voorkomt bij intelligente personen met een rijke fantasie. Klamme handen, knikkende knieën. Allemaal vanwege verlies van controle en angst voor het onbekende. Een cursus om er vanaf te komen, is in Nederland net zo duur als een retourtje Bali. Ik weet waaraan ik mijn geld liever uitgeef! Volgens het Aviation Safety Network vonden in 2018 wereldwijd vier ongelukken per 10 miljoen vluchten plaats. Dit jaar hebben we de statistieken nog meer mee. Mochten wij toch uit de lucht vallen, bedenk dan dat we aan deze bar op het leven hebben getoast!

De volgende blog zal uit Bali komen, Leo Dovente. We komen 's avonds laat aan, blijven een dagje extra plakken in het zuiden van het Eiland van de Goden en worden vervolgens door onze favoriete chauffeur opgehaald en naar het Hoge Noorden getransporteerd. Daar kloppen enkele kinderhartjes vol verwachting.


vrijdag 13 december 2019

Heb jij last van paraskevidekatria?

Het is vrijdag de 13de. Blijf jij vandaag in bed? Loop je bewust niet onder een ladder door? Ga je die zwarte kat, bondgenoot van duivels en heksen, uit alle macht vermijden? Of draag jij juist vandaag je gelukssokken? Haalde je de konijnenpoot vanmorgen uit de la? 

We hebben er minstens één per kalenderjaar, in 2015 doorstonden we drie van deze dagen. 2019 had er twee en dat zal ook voor 2020 gelden (in maart en november). In een eerder Washington Post-artikel kon je uitrekenen hoeveel vrijdagen  de 13de je vanaf je geboorte meemaakte. Voor mij geldt tot nu: 103. Ik knipperde even met mijn ogen toen ik de uitslag zag. Er zit 13 in!

Paraskevidekatriafobie is de onberedeneerbare vrees voor vrijdag de 13de. Het is een samenstelling van de Griekse woorden paraskeví (Παρασκευή: vrijdag) en dekatreís (δεκατρείς: tien en drie; dertien). Deze term werd bedacht door de Amerikaanse therapeut en historicus Donald E. Dossey die zich specialiseerde in het behandelen van mensen die kampten met irrationele angsten. Hij stelde dat als je het woord vloeiend kon uitspreken, je was genezen van deze angst. Dossey overleed op vrijdag 13 mei 2016 toen hij onder een ladder doorliep en dodelijk werd getroffen door een zwaar object.*

De Amerikaanse journalist Nathaniel Lachenmeyer schreef in 2004 een non-fictie boek met de titel ‘13’. Hij heeft zijn achternaam mee. In 13 hoofdstukken onderzoekt hij de rol van het getal 13 en het bijgeloof dat er omheen ontstond door de eeuwen heen. Mensen zijn altijd gefascineerd geweest door getallen. Hoe kwam het dat ze bijzondere kracht toeschreven aan dit specifieke getal?

700 jaar vóór onze jaartelling zou de Griekse dichter Hesiod boeren al hebben geadviseerd niet te zaaien op de 13de dag. De Noorse god Loki was de 13de gast op een Walhalla-feestje en veroorzaakte daarmee chaos en verwoesting. Er is eenzelfde link naar het Laatste Avondmaal: Judas zou de 13de apostel zijn die aantrad. Hij verried Jezus, de rest is katholieke geschiedenis. De Kabbala, de esoterische stroming in het Joods mysticisme, kent ook 13 kwade geesten. De Tarot-kaart met nummer 13 brengt de test, het lijden en de dood. Het geloof bestaat dat als er 13 mensen in een kamer zijn, één van hen in dat jaar zal overlijden. De Amerikaanse president Franklin Roosevelt zou niet met 12 gasten aan tafel hebben willen zitten. Kortom: voor velen is 13 foute boel. Het getal wordt wel duivelsdozijn genoemd.

Wanneer ontstond de koppeling van 13 aan vrijdag? De Britse verhalenverteller Geoffrey Chaucer noemde vrijdag de 13de in zijn wereldberoemde ‘Canterbury Tales’ (1387-1400) a day of misfortune. Nu staat Chaucer bekend om zijn ironie en humor dus het is lastig om te weten wat de precieze bedoeling van deze uitspraak was.

Kenners menen dat vrijdag de 13de als ongelukbrenger pas stamt uit de 20ste eeuw. Het boek van ene Lawson zou dat hebben ontketend. In 1907 schreef de Amerikaanse zakenman en schrijver Thomas W. Lawson een financiële thriller, getiteld ‘Friday The Thirteenth’. Het boek gaat over Bob die werkzaam is in de financiële sector en verliefd wordt op de spaarzame Beulah. Hij verdient zijn geld met beleggen. Zij blijkt over een aardig kapitaal te beschikken waarmee hij aan de slag gaat. Dat loopt fout af waarna Bob het systeem van Wall Street op de beoogde dag wil vernietigen. Je vindt het boek op de website van Project Gutenberg. Daar kun je ruim 60.000 e-boeken gratis downloaden. Van alle werken die langer dan 100 jaar geleden werden gepubliceerd, vervallen namelijk de auteursrechten.

Niet alleen Wall Street en diens money spinners zijn nog steeds aan de orde van de dag. Vanwege het bijgeloof wordt op een gemiddelde vrijdag de 13de op de Amerikaanse beurs circa USD$700 à 900 miljoen minder verdiend omdat beleggers die dag niet tot het uiterste durven gaan. De koers sluit doorgaans lager dan in de voorgaande dagen van die week.

De Amerikaan Simon Hawke schreef in 1987 het boek ‘Friday the 13th’, gebaseerd op de film van 1980 met dezelfde naam. De kwaaie pier in de film en het boek heet Jason Voorhees die op vrijdag de 13de met een ernstig afwijking aan het gezicht  wordt geboren. Zijn moeder is kokkin in een afgelegen zomerkamp waar pestkoppen zoonlief pesten met zijn afwijking. Zijn moordlustige moeder gaat de pestkoppen te lijf. De wraak regeert, de ene bloederige moord leidt tot de andere. Ik vind niets aan dit soort verhalen. Horror is geen favoriet boekengenre.

Zelf word ik niet warm of koud van het zogenaamde ongeluksgetal en het negatieve imago dat vrijdag de 13de heeft. De vliegmaatschappij waarmee we volgende week de lange afstand naar Bali afleggen, heeft geen rij 13 in de toestellen. Mijn liefje boekte stoelen op rij 14. Denk daar maar eens over na… Al zijn we geen bijgelovig types, ik herinner mij Apollo 13 die in 1970 op vrijdag de 13de om 13:13 uur vanaf platform 39 (3x13!) van het Kennedy Space Center werd gelanceerd om als derde raket naar de maan te gaan. Dat mislukte door een disfunctionerende zuurstoftank maar de crew overleefde de vlucht. Dat was pech, geen ongeluk.

Bijgelovigheden zijn spinnen van de geest. Pas op! Veeg ze weg of ze zullen haar verstikken.” – Logan Pearsall Smith (Britse essayist en criticus; 1865-1945)

Het gebrek aan bijgeloof aan mijn kant komt waarschijnlijk ook omdat vrijdag de 13de in Spanje geen ongeluksdag is. Hier beschouwt men dinsdag de 13de als ‘día de mala suerte’. Op een zekere dinsdag de 13de zou volgens overlevering in de Toren van Babel de spraakverwarring zijn ontstaan waarna mensen elkaar niet meer begrepen. Dat vond ik een mooie verklaring voor het ongeluk dat ons sinds die dag boven het hoofd zou hangen. Begon daar wellicht het onderlinge onbegrip van tegenwoordig? Hoe vaak ik die andere vermeende ongeluksdinsdag -onbewust- zonder kleerscheuren doorstond, is wellicht eveneens te achterhalen maar dat zoek ik een andere keer uit.

Vandaag ga ik doen wat ik anders ook zou doen. Als jij het ongeluk wenst af te wenden, stel ik voor dat je het afklopt op een houten object, of de inhoud van een zoutvaatje over je schouder gooit. Als het te heet onder jouw voeten wordt, kun je je altijd nog in een koelcel verstoppen.

*Dat klopt niet helemaal… hij sliep in juli van dat jaar op 82-jarige leeftijd thuis vredig in.


maandag 9 december 2019

Het beest bij zijn naam noemen

Ineens dook afgelopen weekend het indrukwekkende feministische protestlied ‘Een aanrander op je pad’ op, dat zich als een lopend vuur over de wereld verspreidde. Heb je het gemist? Kijk dan hier. Inmiddels doen vele versies de ronde maar het werd voor het eerst ten gehore gebracht in de hoofdstad Santiago de Chili. Het is een aanklacht tegen seksueel geweld van macho’s tegen vrouwen en tegen de medeplichtigheid van politie, rechters en de staat aan dat geweld. Zelfs de president moest het ontgelden. 
Het lied en het optreden waaiden snel over naar andere steden in Zuid-Amerika. Daarna dook  eenzelfde optreden op in Madrid, in een oogwenk gevolgd door optredens in andere steden van Europa en Amerika. Zelfs in New Delhi, waar zich vorige week een verkrachtingsdrama afspeelde dat ook de wereldpers haalde.

De meeste vrouwen kwamen in Santiago bijeen voor het Nationale Stadion. Dat was een beruchte plek ten tijde van de dictatuur van Pinochet. Daar werden politieke tegenstanders gevangen gehouden en gemarteld. Een officieel onderzoek ten tijde van dat regime toonde aan dat elke vrouwelijke gevangene destijds met seksueel geweld te maken kreeg. Ik zag Chileense vrouwen van alle leeftijden met een blinddoek voor, zingend en gebarend. Het optreden bezorgde mij kippenvel maar tegelijkertijd was het een krachtig vertoon van Girlpower!

Nu wil ik niet muggenziften maar de Nederlandse vertaling van het lied ‘Un violador en tu camino’ klopt niet. Un violador is geen aanrander maar een verkrachter. Je moet het beest wel bij de naam noemen! Een aanrander wordt in het Spaans ‘un agresor’ genoemd. Om de punt nóg steviger op de i te zetten, doe ik hier ook nog even uit de doeken wat de verschillen zijn. Aanranding (formeel ‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid’ genoemd) houdt in dat iemand wordt gedwongen tot het plegen of ondergaan van ongewenste ontuchtige handelingen. Bij verkrachting is sprake van het tegen de wil seksueel binnendringen van een lichaam door een ander.

Beide vergrijpen zijn tegen iemands wil en traumatisch voor wie het overkomt maar er is een duidelijk verschil: wel of geen binnendringing. In de Nederlandse wet worden beide handelingen als zedenmisdrijf bestempeld. Het Spaanse strafrecht maakt hetzelfde onderscheid tussen aanranding (geen binnendringing) en verkrachting (wel) als de Nederlandse wet. De strafmaat voor verkrachting is in beide landen zwaarder dan voor aanranding.

Ik vroeg mij serieus af wie voor die slechte Nederlandse vertaling tekende. Dat doe ik overigens nog steeds. Was dat een staaltje beseffenloosheid van een mannelijke redacteur? Uit onwetendheid fout vertaald? Opzettelijk? If so, met welke opzet dan? De Vlaamse VRT sprak ook over een aanrander. In Engelstalige kranten daarentegen, las ik de correcte vertaling van de liedtekst: ‘A rapist in your path’.

Een van de gebaren die de Chileense vrouwen tijdens het lied maakten, is het op de hurken gaan zitten met de armen boven hun hoofd. Dat moeten vrouwen daar tot op de dag van vandaag doen bij hun arrestatie. Het lied is gebaseerd op denkwerk van de Argentijnse Rita Segato, een antropologe die stelt dat seksueel geweld een politiek probleem is en geen morele kwestie. Segat (1951) werd een van de sterkste en meest uitgesproken feministen van haar tijd.

Het Chileense netwerk Tegen Geweld Tegen Vrouwen becijferde dat in Chili elke dag gemiddeld 42 vrouwen te maken krijgen met seksueel geweld. Vorig jaar leidde dat in slechts 25% van de gevallen tot strafbare vervolging van de dader. Dat komt neer op twee vrouwen per uur ofwel 24 per dag. In een jaar resulteert dat in bijna 15.000 vrouwelijke slachtoffers in dat land alleen. In Nederland zou het gaan om 24 aangiften van vrouwenverkrachting per week. De schatting is dat 80% van de zaken nooit wordt gemeld. Dit en meer werd in 2018 onderzocht door de Fundamental Rights Agency (een instelling van de EU). Verkrachting overkomt één op de drie vrouwen wereldwijd. Dat brengt de schatting op 1 miljard vrouwelijke slachtoffers van deze vorm van seksueel geweld. Stuitende statistieken!

Als jonge student sloot ik mij in de beginjaren '80 van de vorige eeuw aan bij VTSG, niet te verwarren met GTST... Dat was een acroniem voor ‘Vrouwen Tegen Seksueel Geweld’. Als groep feministen streden we tegen seksueel geweld dat vrouwen overkwam in mijn woonplaats Delft en de rest van het land. Zelf deed ik onder andere mee aan het plakken van pamfletten (destijds als illegaal bestempeld in de lokale politieverordening) rondom tunnels en afgelegen fietspaden waar vrouwen regelmatig werden lastiggevallen. De groep bestaat niet meer.

Het probleem helaas nog wel… Denk maar eens aan vermeende vrouwenmisbruikers Harvey Weinstein en Jeffrey Epstein. Weinstein verschijnt binnenkort voor de Amerikaanse rechter, Epstein ontliep zijn mogelijke straf door zelfmoord in een Amerikaanse cel.

Wie zich niet door mij maar door feiten wil laten overtuigen, raad ik aan de boeken ‘She Said’ van de Amerikaanse journalisten Jodi Kantor en Megan Twohey en ‘Know my Name. A Memoir’ van landgenote Chanel Miller te lezen. Beide boeken verschenen dit jaar.

Kantor en Twohey brachten de verhalen over seksueel misbruik van vrouwen in Hollywood door filmproducent Harvey Weinstein als eersten naar buiten. Miller werd als jonge studente op de campus van Stanford verkracht door Brock Turner die daarvoor slechts zes maanden gevangenisstraf ontving; daarvan zat hij er maar drie uit. In de rechtzaal las ze een brief voor waarin ze de impact van zijn seksueel geweld op haar lichaam en leven uitvoerig beschreef. Die brief leidde tot verandering in de Californische wetgeving, tot het ontslag van de betrokken rechter en tot bovengenoemd boek. De kop van mijn blog siert uit solidariteit met straatkunst uit Santiago de Chile. 

Tot vandaag (9 december) kun je op de Van Dale-site jouw woord van het jaar insturen. Talig mens als ik ben, deed ik daaraan mee. Ik zond het woord ‘extrimitijd’ in. Dat werd in Nederlandse media nul keer gebezigd maar dat maakt mij niets uit. Het past goed bij dit tijdsgewricht. We leven immers in een tijd van extremen… of het nu gaat om politiek, seksueel geweld tegen vrouwen of  klimaat. Vanaf morgen kunnen we Het Woord Van Het Jaar kiezen.


donderdag 5 december 2019

Spanje’s nieuwe groene deal

Teresa Ribera (1969) is Spanje’s huidige ‘Ministra’ van Energietransitie en Milieu. Zij is al minstens 20 jaar een vaste waarde in het debat over duurzaamheid. Vorig jaar gaf ze een goede baan in Parijs op om namens de PSOE minister te worden. Nu is ze verantwoordelijk voor Spanje’s Klimaatagenda. Voor mijn tweede Vaderland betekende haar komst een 180-draai ten opzichte van het conservatieve beleid van de voormalige Minister-President Mariano Rajoy van de Partido Popular. De fijne collega’s van de Nederlandse Vroemmmmmm-partij.

Op haar aantreden in 2018 volgden direct twee belangrijke besluiten: er werd een deal gesloten met de mijnbouwvakbonden om alle kolenmijnen in het land te sluiten. Daar stond een financiële injectie van €220 miljoen in de mijnbouwregio’s in de daarop volgende tien jaar tegenover (onder andere voor omscholing en verhoging van pensioenen).

Haar tweede besluit was minstens zo belangrijk: het schrappen van de zogenaamde ‘sun tax’, belasting op de aanschaf van zonnepanelen en andere initiatieven op het gebied van zonenergie. Die belasting in het zonnigste land van Europa was ook voor mij jarenlang een doorn in het oog. De voormalige minister van Energie (eveneens PP) was obsessief gekant tegen de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. Ribera was getergd door het feit dat in Sunny Spain slechts 1.000 van dit soort installaties staan terwijl Duitsland er al 1 miljoen heeft. De toenmalige regering committeerde zich niet aan de Europese klimaatdoelen; de ambities gingen niet verder dan een reductie van 20% van de uitstoot van broeikasgassen. Nog zo’n doorn.

Ribera kondigde vorig jaar aan dat de regering Sánchez tot 2030 elk jaar tussen 6.000 en 7.000MegaWatt aan hernieuwbare energiebronnen in het land gaat installeren. Tevens kondigde ze een verhoging aan van de belasting op dieselauto’s, een verbod op de verkoop van diesel en benzine in 2040, plaatsing van ‘electrolineras’ (oplaadstations) op alle snelwegen en stimulering van electrische mobiliteit in grootstedelijke gebieden. Voorts zijn er plannen voor de hybridisering van wind- en zonparken, voor betere energieopslag en recycling van water (zodat daarmee meermalen energie kan worden opgewekt). Van de vorige minister kregen bedrijven vergoedingen voor waterkrachtcentrales en kerncentrales die reeds waren afgeschreven en buitenlandse investeerders waren niet welkom. Ook daarin bracht deze minister verandering.

Het moest en moet ook over een andere boeg in dit land van de ellenlange kustlijn en kurkdroge binnenlanden. Als er niets gebeurt, zal 70% van Spanje aan het einde van deze eeuw uit woestijn bestaan. De Middellandse Zee warmt thans sneller op dan menig andere plek op de planeet. Het is een van de hotspots van de klimaatcrisis in de wereld. Mag ik dat woord gebruiken? (Ja, dat mag ik.) Het gebied is tegelijkertijd een hotspot van biodiversiteit dat moet worden beschermd.

2019 was in Spanje een jaar van extremen: de vroegste hittegolf, de warmste Middellandse Zee-temperatuur die bovendien het langst aanhield, de meeste overstromingen, de ergste DANA in de geschiedenis van de meteorologie, de vroegste sneeuw. Dat was nog niet alles. Deze week kregen we hier weer een DANA met hevige storm uit het noordoosten, vergezeld van slagregens die soms uren aanhielden. Het bliksemde en donderde dat het een aard had. Dat is ongekend voor deze tijd van het jaar. Deze frequentie en intensiteit zijn een anomalie. Sommige Spaanse dorpen zijn nog niet bekomen van de schade door de recente extreme overstromingen als de volgende zich alweer aandienen. Klimaatverandering? Hoe kom je erbij!

Met het aantreden van Ribera veranderde Spanje van een hevig tegenstribbelend jongetje achterin de klas in een klassenvertegenwoordiger van formaat. Eentje met een missie! Het land staat verregaande verduurzaming voor, voor zichzelf en Europa. Ribera en haar collega’s riepen op tot een Nieuwe Groene Deal. Vorige maand werd de Europese Top ‘Business for Nature’ gehouden in Madrid. Het evenement bracht de belangrijkste bedrijven en overheidsinstellingen bijeen om gezamenlijke acties te bepalen voor behoud van het milieu en de biodiversiteit. De Directeur-Generaal van Milieu van de Europese Commissie, de Spanjaard Daniel Calleja, was een van de sprekers.

Calleja is verantwoordelijk voor alles dat heeft te maken heeft met circulaire economie, biodiversiteit en duurzame ontwikkeling en voor de Europese strategie met betrekking tot milieubescherming en de strijd tegen klimaatverandering. De definitie van circulaire economie is: een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, producten en onderdelen hun waarde zo min mogelijk verliezen en waarin hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt. Het wordt ook wel aangeduid als de 3R-strategie, van Reduce-Reuse-Recycle.

Het was dan ook niet verrassend dat Spanje zich opwierp als uitwijkplek voor de klimaattop (COP25) die aanvankelijk in Santiago de Chile zou worden gehouden. De onlusten in die hoofdstad zetten een streep door dat plan. Het Brazilië van Bolsonaro weigerde maar Madrid stak de vinger op om het evenement over te nemen en op korte termijn te organiseren. (Dat neemt niet weg dat Chili voorzitter blijft.) De slogan van deze conferentie is ‘Time for Action’, de top duurt tot 13 december.

De nieuwe president van de EU, Ursula von der Leyen, heeft klimaatneutraliteit tot speerpunt van haar beleid gemaakt. De Europese Unie moet onder haar gezag het eerste klimaatneutrale (koolstofarme) continent worden. Afgelopen maandag was Von der Leyen’s eerste werkdag en dit was (deels) wat ze zei in haar eerste publieke verklaring tijdens de opening van de klimaatconferentie:

This will include extending emission trading to all relevant sectors [e.g. shipping], clean, affordable and secure energy, the boosting of the circular economy, a farm-to- fork strategy as well as a biodiversity strategy.

De allereerste Europese Klimaatwet die de transitie naar kimaatneutraliteit in 2050 mogelijk moet maken, wordt gepresenteerd in maart volgend jaar. Frans Timmermans, Eurocommissaris voor de Green Deal (aka ‘De Klimaatpaus’), zal op 11 december een eerste presentatie erover houden.

Bovenaan de agenda van deze conferentie staat het afronden van de regels voor het naleven van het Parijs-akkoord (2015). Dit verdrag in een notendop: 1) het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen met 45% vóór 2030. 2) Het bereiken van klimaatneutraliteit vóór 2050 (een volledig koolstofarme economie). 3) Het stabiliseren van de wereldwijde temperatuurstijging op 1.5°C tegen het einde van de eeuw. Landen die het akkoord hebben ondertekend, gaan vanaf 1 januari 2020 alle benodigde maatregelen nemen om de opwarming van de aarde onder dat niveau te houden.

Met ingang van 2020 worden de afspraken van het Kyoto-akkoord dus door scherpere bepalingen vervangen. Vorig jaar kwam men in Katowice (Polen) al samen om Het Grote Boek van Klimaatregels op te stellen. Daar werden de processen, mechanismes en instituties gedefineerd die moeten zorgen voor naleving van het verdrag. Destijds bleven enkele punten onbesproken die nu in Madrid op de agenda staan. Het gaat nu dus niet om onderhandelingen over te hanteren normen of het aansporen van individuele landen tot meer actie.

25.000 deelnemers uit bijna 200 landen nemen aan de conferentie in Madrid deel. Grote afwezige: Donald Trump. Daar staat tegenover dat Nancy Pelosi, voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, en een afvaardiging van het Congres wel aanwezig is. Daarmee geven ze het signaal af dat belangrijke staten van Amerika als New York en Californië (de 9de economie van de wereld) zich wèl wensen te houden aan de klimaatafspraken in het Parijs-akkoord. Gretha Thunberg zeilde -met  storm- over de Atlantische Oceaan naar Portugal. (Ze was drie weken zeeziek.) Daar kregen de 16-jarige Zweedse klimaatactiviste en haar entourage een electrische auto aangeboden om naar Madrid door te reizen maar dat had zo zijn beperkingen: er zijn te weinig oplaadpunten op de route. Dat zegt genoeg.

In Madrid zijn nogal wat hete aardappels te bespreken: de internationale emissiehandel (artikel 6). Landen met een lage(re) uitstoot kunnen hun ruimte verkopen aan landen met meer uitstoot. Voor de goede orde: reeds 71 landen -veelal degenen met minder uitstoot- hebben zich gecommitteerd aan een doel van 0 uitstoot vóór 2050. De nationale bijdragen aan de wereldwijde emissiereductie moeten worden aangescherpt en vastgesteld.

Daarnaast staat compensatie van natuurschade aan ontwikkelingslanden op het programma. Vooral Afrika en Zuid-Oost Azië hebben dat nodig om schade door toenemende overstromingen en droogte financieel te kunnen opvangen. Ook moet worden besloten hoeveel het Green Climate Fund zal gaan bevatten. Per volgend jaar zou het moeten gaan om USD$100 miljard.

Dat ons heel veel staat te doen, blijkt uit de Climate Action Tracker. In september  jongstleden vond de Climate Action Summit in New York plaats. Meer dan 70 landen committeerden zich daar aan de doelstellingen van 2050, al lieten enkele grote vervuilers dat na. Meer dan 100 steden ter wereld committeerden zich eveneens, met inbegrip van enkele van de grootsten. Alle kleine eilandstaten, voor wie het water in sommige gevallen al letterlijk tot de lippen staat, committeerden zich aan  carbonneutraliteit en gebruik van 100% hernieuwbare energie vóór 2030.

En van Pakitstan tot Guatemala, van Colombia tot Nigeria, van Nieuw-Zeeland to Barbados gaat men vanaf volgend jaar 11.000.000.000 bomen planten. Meer dan 100 aanwezige bedrijfleiders in de private sector zegden toe de groene economie actief te gaan stimuleren. Een groep van de grootste beheerders van activa (met elkaar goed  voor USD$2.000 miljard), committeerden zich aan een compleet portfolio van koolstofneutrale investeringen vóór 2050.

Geen land, bedrijf of individu kan in zijn of haar eentje de klimaatcrisis het hoofd bieden. Met elkaar hebben we wellicht een kans om het tij te keren, als we onze schouders er gezamenlijk onder zetten.

De Climate Action Tracker volgt de verrichtingen van 32 landen die met elkaar goed zijn voor 80% van de wereldwijde uitstoot op de voet. De zwarte vlakken zijn de landen die niet aan het Parijs-akkoord meedoen. Europa kleurt oranje (Insufficient), we doen onvoldoende. De doelen die we voor 2020 stelden qua uitstootreductie van broeikasgassen halen we niet. India en Ethiopië liggen op koers (geel). Marokko en Nepal zijn in dit verband de enige twee groene naties.

De verwachting is dat continent Europa op dat punt op koers liggen voor wat betreft het doel voor 2030 (te weten: 48% ten opzichte van 45%). Als dat gaat lukken, halen we de doelen voor 2050 hoogstwaarschijnlijk ook. Fingers crossed! Electrificatie van de transportsector (inclusief luchtvaart!) en renovatie van de bouwsector blijven in Europees verband achter; die situatie moet in de komende jaren drastisch  verbeteren. Bovendien moet openbaar vervoer worden uitgebreid, net als de infrastructuur van het continentale treinennetnetwerk.

Zo, voorlopig ben je weer bij. Wij overleefden het recente noodweer; wel met enig ongemak maar zonder schade. Onze eigen tunnel op de AP-7 liep weer onder. In buurgemeente Los Alcázares, net over de provinciegrens (aan Murciaanse kant), moesten weer 100 inwoners worden geëvacueerd. Die autonome Spaanse regio heeft wel erg veel taken op het bordje liggen.