Translate

vrijdag 31 augustus 2012

Storingen

Enkele dagen geleden zou een vliegtuig van de Spaanse maatschappij Vueling, uit Málaga op weg naar Amsterdam, zijn gekaapt. Twee F16s begeleidden het vliegtuig op het moment dat het Nederlandse luchtruim werd betreden. De luchtverkeersleiding kreeg geen radiocontact met het vliegtuig uit Spanje. Op zo’n moment geeft de Nederlandse luchtmacht 'red alert'; dat is een standaardprocedure. Kort daarvoor had men, naar verluidt, Arabische muziek vanuit de cockpit gehoord. Enkele dagen geleden las ik online dat Nederland mikpunt zou zijn van Al Qaida. Dat alles was teveel voor Neêrlands defensie. Even flitste door mijn hoofd dat het weleens een geënsceneerd scenario van Hillen kon zijn. Die beweerde toch onlangs dat we zomaar een stukje Nederland kunnen kwijtraken als we niet alert blijven?! (Gestoorde gedachte maar niets menselijks is mij vreemd...) We wachten op het resultaat van het onderzoek dat hoogstwaarschijnlijk maanden op zich zal laten wachten.

Voor mij persoonlijk is -eventuele- Arabische muziek in een Spaanse cockpit niet angstaanjagend: de 'Moros' kwamen al in de Middeleeuwen naar Spanje en in Noord-Marokko liggen tot op de dag van vandaag twee grote Spaanse enclaves. Tja.

Het vliegtuigavontuur liep gelukkig met een sisser af. Zelf vind ik het wèl opmerkelijk dat eenzelfde incident vorig jaar plaatsvond boven Frankrijk, met dezelfde vliegmaatschappij. Het bericht van de vermeende kaping deed mij opveren, temeer daar wij volgende week met dezelfde maatschappij naar Mallorca zullen vliegen. Wat ook opvalt, is dat Vueling ons als aanstaande reizigers gisteren een online enquête stuurde. Wilden ze weten of ik, als reislustige Hollandse, nog wel met hen wil vliegen na dit incident? Mijn antwoord is 'ja'. We stappen met vertrouwen aan boord. Ik neem mijn iPod met -onder andere- muziek van Cheb Khaled en Marokkaanse musici op zeker mee. Je weet maar nooit; misschien worden we wel ge-upgrade?!

De combinatie van 'storing' en 'Spanje' is geen vreemde. Het is zelfs een alledaags verschijnsel. Wij ervaren dat hier in het groot en in het klein. In Trouw las ik enkele dagen geleden dat Catalonië, die de grootste schuldenlast heeft van alle autonome regio’s, de Spaanse overheid om 5 miljard euro steun vraagt. Regio Valencia -waarin wij wonen- en regio Murcia gaven eerder aan steun te willen ontvangen. Spanje heeft daarvoor een geldpot beschikbaar van 18 miljard euro. Als sinds mensenheugenis bestaat er animositeit tussen de Spaanse regio's en Madrid. Die regio's mogen nu uit de centrale ruif komen pikken maar dat heeft een prijs: ze leveren wat van hun autonomie in. Dat lijkt mij terecht.

Wij worden hier momenteel ook geconfronteerd met kleine storingen. Onze Spaanse lift hapert namelijk. Tijdens de recente vergadering van onze Vereniging van Huiseigenaren werd besloten om van liftonderhoudsbedrijf te veranderen. We kunnen daarmee duizenden euro’s per jaar besparen en dat laten ook wij, residenten van buitenlandse origine, niet liggen. Sinds juli worden de liften dus onderhouden door een ander bedrijf. In de afgelopen weken werkte de lift regelmatig niet. Niet omdat er geen gebruikers zouden zijn, verre van dat. Een Nederlands gezin (vader-moeder-2 kinderen) ging met de eigen auto terug naar Nederland. Alle koffers, tassen, speelgoed, electronica, koek en zopie voor onderweg werden via het trappenhuis naar de auto gebracht. Ik zweette al toen ik ernaar keek. Ze vertrokken maar keerden niet lang daarna terug. De reis huiswaarts werd uitgesteld. Alle spullen werden uit de auto geladen en via de trap het huis binnengedragen. De lift deed het namelijk nog steeds niet. De volgende ochtend vertrokken ze alsnog. Alle bagage werd wederom langs de trap naar de auto gedragen.
Vertrekken zonder gebruikmaking van de lift overkwam hier drie Nederlandse familie’s in de laatste tien dagen. Alsof de duivel ermee speelt. Gisterochtend zag ik de Spaanse onderhoudsmonteur ook bij het appartementsgebouw naast het onze. De storingen breiden zich dus uit. Ter compensatie verfraaiden wij, met een aantal huiseigenaren, de hal van het gebouw met nieuwe planten en potten. Ik maakte vuile handen.

Als alles goed vliegt, gaan we de verjaardag van mijn liefje binnenkort 'op locatie' vieren. Wij vieren onze verjaardagen al jarenlang bij voorkeur niet thuis. Dit jaar valt die eer te beurt aan het Balearische eiland Mallorca. Mijn liefje wilde aanvankelijk naar Schotland maar ik vond die bestemming in september geen optie, qua weer. De weervrouw laat mij dagelijks met een sardonische grijns weten dat de kans groot is dat wij fikse regenbuien krijgen op Mallorca. Zul je net zien... Haar uitspraken over weer doe ik voorlopig af als storingen in haar glazen bol. Vanmorgen dreigde ze zelfs met updates van het weer in Schotland.

Desalniettemin is het ironisch: hier snakken we al wekenlang naar regen maar de voorspelde bui schuift voortdurend voor ons uit. Deze week daalde de temperatuur al wel. Gisteravond blies een frisse wind door het huis en vanmorgen ontbeten we weer eens op het terras, mèt kippevel. Joehoe!


dinsdag 28 augustus 2012

Plan B

Momenteel kijk ik naar het vierde seizoen van Masterchef Australië.
Ik ben een groot fan, zowel van koken als van Australië dus een programma met die combinatie is niet te versmaden. Het emoverende programma werd tot nu toe uitgezonden vanuit een kookstudio in Sydney maar dit jaar vindt het voor het eerst in Melbourne plaats. Alexandria, de originele locatie van de Masterchef Kitchen, werd namelijk verkocht. Seizoen 2012 kost een lieve som van AU$ 25.000.000... De nieuwe locatie in Melbourne mag er ook zijn: het Royal Exhibition-gebouw. Wow! Het staat op de UNESCO-Wereldergoedlijst. De stad Melbourne is, naast Sydney, een andere favoriet van mij in Australië: met indrukwekkende klassieke en moderne architectuur (vooral art decó), een fraai rivier die door de stad kronkelt, een bruisend Chinatown, kekke restaurants, interessante straatkunst en fantastische musea.

Episode 3. Ik zit aan de buis gekluisterd. De kwalificatie voor beste 24 is aan de orde. De amateurkoks moeten als tweetal naar Mornington Peninsula om boodschappen doen, op circa twee uur rijden van Melbourne. Twee maatjes gaan op weg, ze hebben zes uur om te shoppen en te koken. De ene wil haar lekkerste-curry-allertijden maken met fantastisch lamsvlees dat ze op een boerderij gaat kopen, de andere heeft het plan om haar mooiste desserttaart te maken met zelfgeplukte frambozen waar Mornington onder andere bekend om staat.
De beide dames komen als eersten terug in de Masterchefkeuken en hebben dus voldoende tijd voor hun koninginnengerechten. Totdat het doordringt: nummer een vergeet knoflook, gember en aardappel te kopen, nummer twee vergeet de eieren. Ze lazen de instructies niet goed: in de winkel van de kookstudio staan alleen houdbare producten. De verse ingrediënten moesten ze ter plekke kopen. Drama. Beiden moeten op Plan B overschakelen. Vrouw 1, Dalvinder, maakt zo’n goede curry dat ze stante pede een schort ontvangt, daarmee een plaats in de Top 24 verdienend. Het begerenswaardige Masterchefschort valt ook improviserende jongedame 2 te beurt. Ze maakt een chocoladeganache. Smullen, letterlijk èn figuurlijk!

In dezelfde episode moeten de kandidaten tevens boter maken. Wie het snelst -zonder weegschaal- 150 gram boter weet te vervaardigen, wint de wedstrijd. Ze krijgen een liter room, een kom en een garde. Kloppen maar. Sommige kandidaten hebben het schuim op de lippen staan! Het verbaast niet dat vorkheftruckchauffer Beau Cook (wat een naam...) deze ronde wint. Om het snelst boter te kloppen, heb je namelijk flink wat spierkracht nodig.

Episode 5 bestaat uit de eerste pressuretest: de kandidaten moeten een uiterst moeilijk dessertrecept volgen van de vermaarde Australische chef Shannon Bennett. Ze maken een alternatieve pêche melba (perzikpuree en creme anglaise) in een kooitje van witte chocolade. Die kooitjes worden gevormd op basis van halve ijsbollen; daarover heen wordt witte vloeibare chocolade gespoten. Na het opvriezen moeten de helften aan elkaar worden gemaakt. Moeilijkheidsgraad 9 op de schaal van 10. Hogere kookkunde. Voor de meeste kandidaten gaat de bereiding van dit gerecht boven hun pet. Electricien Andy, die naarstig op zoek is naar een nieuwe carrière, krijgt van Matt na zijn proeverij alvast een M op zijn schort getekend; het blijkt een voorteken want hij werd de uiteindelijke winnaar en ontving het Masterchefschort. Hij is een leuke vent en een zeer gemotiveerd amateurkok. Ik verwacht in de komende weken meer goeds van hem.

Gisteren, tijdens episode 6, was er een Masterclass. De kandidaten kregen kookles en kunnen even tot rust komen. Een van de recepten was een dessert van verse vijgen- en pistachekruimeltaart. Ik kopieerde het recept naar mijn eReader. Je weet maar nooit wie je er, on the move, mee kunt verrassen!  

Een van de succesvolste aspecten van het Australische concept is dat de (vaste) jury een inspirerend team is met het hart op de juiste plaats: de internationaal bekende culinaire criticus van Britse origine Matt Preston, de Australische chefkok van Griekse origine George Calombaris en Engelse kooklegende Gary Mehigan. Zij stralen met elkaar ten enenmalen uit dat koken passie is, dat je niet alleen met je mond geniet. Het mooie van Masterchef Australia is dat kandidaten constant boven zichzelf uitstijgen. De professionals motiveren en inspireren. Er valt nauwelijks een negatief woord, al gaat zeker niet al het gekokkerel even goed.

In deze jaargang treedt voor het eerst een kandidate met hoofddoek op, Amina. Zij weet de jury tot nu toe te verrassen met afwisselende, uiterst smakelijke Midden-Oostenrecepten. Ze ontving dan ook een Top 24-schort. Bij die uitreiking kreeg zij bovendien te horen 'dat ze een kandidaat is voor de titel van Masterchef Australië 2012'...
In Australië eindigde de befaamde kookwedstrijd van deze jaargang in juli jongstleden. De winnaar is dus al bekend maar ik wil het niet weten! Ik houd de spanning erin. Voor vele weken. Wie-o-wie zal het worden?

Zelf kook ik momenteel tamelijk eenvoudig, gezien de plaatselijke weersgesteldheid. Met temperaturen van 30 graden Celsius of meer heb ik niet veel puf om langdurig in een warme keuken te vertoeven. Bovendien moet het recept passen in het wedstrijdschema van Masterchef Australië op NET5! Mijn favoriete kooktoestel is dan ook de tajine. Met kip, vis of lamsvlees en veel groenten, specerijen en kruiden. En zelfgemaakte bouillon die ik als ijsblokjes bewaar. Het is slow cooking, in eigen, natuurlijke sappen gegaard. Licht maar tegelijkertijd smakelijk. 
Tè eenvoudig als Masterchef-recept maar ach, mijn boog kan niet altijd gespannen zijn.


vrijdag 24 augustus 2012

Hansworst

Hans van Mierlo, Hans van den Broek, Hans Wiegel, Hans Alders, Hans Janmaat, Hans van Baalen, Hans Dijkstal, Hans Kombrink. Wie herinnert zich deze Nederlandse politici niet? Enkelen van hen schreven geschiedenis. Sommigen van hen zullen worden herinnerd als ware brekebenen maar één Hans in de politiek van nu vind ik met kop en schouders boven die groep steken! Rara...

De verkiezingen in Nederland komen er binnenkort aan. De Volkskrant organiseerde recent een online enqûete naar wie men de slechtste politicus vindt van het demissionaire kabinet-Rutte. Mijn liefje vroeg mij op wie ik zou stemmen. Hans Hillen, riep ik uit volle overtuiging. De minister van Defensie vond ik in de afgelopen anderhalf jaar de zwakste leerling van de klas. Na nadere overpeinzing kwamen daar schoolmeester Rosenthal, draaikont Gerd Leers en lachebekje Rutte bij. Met de huidige bezetting had rechts noch links in Nederland enige reden om er de vingers bij af te likken.

Dat alles vond plaats vóór het gehannes van Hillen bij Nieuwsuur, begin deze week. Zag je het? Ik geloofde mijn oren niet. Een blog drong zich direct aan mij op maar ik wilde over de teneur nadenken. Ik was en ben helemaal niet overtuigd van de noodzaak van een Ministerie van Defensie. Anno 2012 ben ik een groot tegenstander van verspilling van staatsfondsen -gemeenschapsgeld- ten behoeve van militaire operaties. Daarin blijk ik bepaald niet de enige. Ruim driekwart van de Nederlandse kiezers wil verder bezuinigen op Defensie en vindt niet dat Nederland miljarden moet besteden aan de JSF, de Joint Strike Fighter. Aldus een recent onderzoek van Instituut Clingendael.
De hoge kosten (voor Nederland €4,5 miljard) en het feit dat het gevechtsvliegtuig nog steeds niet operationeel is, leidden ertoe dat steeds meer landen afhaakten. Een kamermeerderheid in Nederland wil dat ook maar Hillen weigert daaraan gehoor te geven. Hij wil doorgaan met de JSF maar roept tegelijkertijd ach en wee over het grote aantal Defensie-personeelsleden dat hij moest ontslaan...

Hij kwam dus naar de studio om te pleiten voor zijn Ministerie en diens plannen. Dat is zijn goed recht. Met een beetje goede wil zou je het zelfs zijn verantwoordelijkheid kunnen noemen, al is hij demissionair minister. Ik luisterde naar de vragen van de interviewer en hoorde Hillen zichzelf steeds dieper ingraven. Totdat hij een bom legde onder zijn eigen verhaal door een vergelijking te maken met de Gezondheidszorg in Nederland.

De stijging van de kosten in de zorg is twee keer het totaal van alle bestedingen door het Ministerie van Defensie. Hij vond dat niet kloppen, de verhoudingen waren helemaal zoek, vond hij. De verontwaardiging droop van zijn zinnen. De interviewer stelde hem vervolgens de vraag of iedereen in Nederland dan maar een kleiner basiszorgpakket moet nemen om de JSF in de lucht te houden? Ik verwachtte hier naar alle redelijkheid een 'nee' van Hillen te horen. Nee, hoor...

Hij was nog lang niet klaar met zijn verdediging. Hij schetste vervolgens een scenario waarin iedere Nederlander straks weliswaar een rollator heeft maar daarmee zullen wij het Nederlandse grondgebied niet kunnen beveiligen. Die veiligheid wordt alleen gediend met de JSF. 'Als ons land morgen bezet wordt, hebben we niets aan rollators.' Pardon... dreigt er dan bezetting?!

Hij zette nogmaals aan: 'als we de veiligheid van Nederland laten liggen, dan garandeer ik u dat we overmorgen een stukje van ons land kwijt zijn'. Oja? Welk stukje dan wel? En hoezo garantie? Aan wie zullen wij dat kwijtraken? Aan onze Zuiderburen? Aan boze Grieken? Eurosceptische Britten? Verwacht hij de Spaanse Armada weer in Hollandse wateren aan te treffen? Of bedoelt hij dat we land aan zee kwijtraken? Bij Hillen weet je het namelijk niet. Overal liggen vijanden van Nederland op de loer, als je zijn woorden mag geloven. Dat noem ík een beroepsdeformatie. De genadeklap diende hij zichzelf toe met de melding dat er elke dag cyberaanvallen voorkomen op ons grondgebied. Wil hij de JSF daar dan ook tegen inzetten? Ligt er dan een digitale JSF-variant in de la? Volgens mij kun je internetcriminaliteit succesvoller bestrijden met beveiligingsprogramma’s; die zijn bovendien veel goedkoper.

Kortom: ik vond het een genânte vertoning. Domme, domme Hans... Ik garandeer je dat Youp hem morgen in zijn column op de korrel zal nemen.


donderdag 23 augustus 2012

Plasticsoep

De rust keert hier langzaam maar zeker weer. Vakantiegangers met schoolgaande kinderen keren naar hun woonplaats in het binnenland en naar hun vaderland terug. In de afgelopen dagen ruimden we rondom het zwembad hun afval op: leeggelopen luchtbedden, lekke zwembanden, kapotte bodyboards, gebroken spaghetti floats. Mijn liefje en ik storen ons mateloos aan die gemakzucht. Hoe komt men erbij dat je afgedankte spullen zo maar kunt laten liggen? Ruim je rommel op, temeer daar het plastic betreft! Wij verzamelen alle plastic verpakkingsmaterialen en gooien die wekelijks trouw in de daarvoor bestemde container, de gele.

Ik kan mij niet heugen dat ik ooit een zak of ander verpakkingsmateriaal op straat gooide. Dat zie ik hier mensen, jong en oud, 'gewoon' doen. Vooral jonge Spanjaarden maken zich eraan schuldig. Vroeger sprak ik mensen regelmatig aan op dat soort gedrag. In de trant van ‘pardon, meneer/mevrouw, u laat iets vallen’. Dat doe ik nu -hoegenaamd- niet meer; dat liet mijn liefje mij beloven. Zij is bang dat ik door zo’n opmerking een klap op mijn kop krijg (of erger).

Ik denk dat ik mij altijd sterk bewust ben geweest van het belang van een schoon milieu. Dat zal hoogstwaarschijnlijk voortkomen uit mijn liefde voor de natuur. Mijn liefje is door datzelfde virus aangetast. Haar noem ik regelmatig liefdevol 'my bag lady'. Ze raapt altijd en overal plastic afval op. Vooral op stranden. Je hoeft maar één keer een verhaal te hebben gelezen of een foto te hebben gezien van een schildpad of een zeezoogdier met een plastic zak om de kop om je te realiseren hoe dodelijk dat materiaal is.
In Bali voedden wij ons personeel langs diezelfde lijnen op. Ik herinner mij de eerste keer die ik onze nachtwaker aansprak op zijn gedrag. Hij, de meest gelovige Hindoe van het stel, kwam elke avond met een plastic zakje vol offerandes naar onze villa en vervulde op het hele terrein en achter de zeewal, op het strand van de Balizee, trouw zijn religieuze plichten. Op een bepaald moment viel mij op dat hij geen zakje terugbracht als hij van het strand kwam. Op een avond besloot ik achter hem aan te lopen. Toen zag ik dat hij zijn plastic zakje op het strand liet liggen. Ik confronteerde hem daarmee en legde uit dat zeedieren in plastic stikken en dat zijn geliefde Bali bovendien van al dat plastic afval niet mooier en schoner wordt. Het maakte kennelijk indruk op hem want hij vertelde het aan een van zijn collega’s die mij dat later vertelde. Nee, de baas houdt niet van plastic. Sindsdien weet ieder personeelslid maar ook tijdelijke werkers en andere bezoekers dat wij niet van plastic houden. Het zijn onze kleine bijdragen aan een schonere aarde. Alle beetjes helpen.

In juli 2008 blogde ik voor de eerste keer over de drijvende afvalbelt van plastic in de Stille Oceaan. Deze 'plasticsoep' zou voor 13% bestaan uit plastic wegwerpflessen, voor 9% uit plastic zakken en verder uit miljoenen rietjes, ballonnen, deksels van milkshakebekers, in zee geraakt strandspeelgoed, frisbees, touw en vislijnen. Deze immense archipel van afval vormt een ernstige bedreiging voor het leven in zee.

De BBC maakte enige tijd geleden een website waarmee men inzichtelijk wil maken wat de dimensies van iets onbekends zijn door het in verhouding te brengen met iets dat bekend is (http://howbigreally.com/). Op die manier kun je bijvoorbeeld ervaren hoe lang de Chinese muur in werkelijkheid is, hoe diep een bepaalde zee of oceaan is of hoe ernstig een overstroming was, zonder ooit ter plaatse te zijn geweest. Ik gebruikte de applicatie eens toen ik in Noord-Bali vertoefde om de omvang van die drijvende vuilnisbelt in verhouding te zien, door het over Indonesië te leggen. Daar werd ik stil van...

Begin deze week vond ik een nieuwsartikel over verzorgingsproducten die plastic deeltjes bevatten. Het onderwerp stond zelfs op het programma van het Journaal. Dit microplastic blijkt vooral in peeling- en scrubproducten te zitten van Etos, Kruidvat, Hema, Nivea, Olaz, Dove en andere fabrieken casu quo merken. Dergelijke hard- en zachtschurende plastic bolletjes komen tevens in Colgate- en Elmex-tandpasta’s voor. Ronald van Welie, directeur technische zaken van de Nederlandse Cosmetica Vereniging, wil eerst nader onderzoek doen naar eventuele schadelijke gevolgen voordat de branche maatregelen neemt. Tja. Een extra feit in dit verband: merk Rituals besloot per direct de samenstelling van de eigen producten aan te passen.

Dit soort plastic is (wellicht!) niet schadelijk voor de mens maar aantoonbaar kwalijk voor het leven in zee. Al die bolletjes spoelen namelijk via onze afvoerputjes en wasbakken uiteindelijk richting zee... Volgens wetenschappers kleeft aan al dat plastic ook nog een onzichtbaar probleem: gifstoffen die chemische verontreiniging veroorzaken. Algen plakken aan het drijvende plastic vast waardoor het zwaarder wordt, zinkt en door vissen en zeezoogdieren wordt gegeten. Wij eten vis en krijgen zo ons eigen plasticafval binnen. Zo is de cirkel weer rond. Maar het is geen mooie. Ik weet voorlopig genoeg! Je vindt de soeplijst hier.


zondag 19 augustus 2012

Spanish eyes

We luisterden de afgelopen dagen weer eens naar de CD-box getiteld 'De beste 100 uit de Evergreen Top 1000'. Ik kocht de set drie jaar geleden, toen mijn liefje ziek in bed lag en ons gezinnetje wel wat muzikale gezelligheid kon gebruiken. Het is muziek uit drie decennia: de jaren '50 t/m '70 van de vorige eeuw. Relatief veel Spaanse teksten, Griekse klanken, relatief veel Frans en Duits en heel veel Nederlandstalige muziek. Mijn liefje liet haar zuiverste fluitje klinken. Wij dansten door het huis, vooral slow. Sommige songs deden mij zwijmelen, anderen deden mij aan reizen denken, reeds gemaakte en toekomstige.
Vooral het lied van Al Martino 'Spanish Eyes' (1965), met de regel 'Please say sí, sí'- raakte bij mij een gevoelige snaar.

Van de ene gedachte kwam de andere. Een associatieve geest is a joy forever. Je kent de schilderijen en posters van huilende zigeunerjongetjes vast wel. De oorspronkelijke schilderijen zijn ondertekend met J. Bragolin, pseudoniem van Bruno Amadio. Bragolin was een Italiaanse schilder met een klassieke (schilder)opleiding. Hij was overtuigd fascist, vocht aan het front en maakte propagandakunst in de jaren '30. Na de Tweede Wereldoorlog zou Amadio zich hebben gevestigd in het Spanje van Franco, in Sevilla. Zijn modellen vond hij in het plaatselijke weeshuis. Men denkt dat Bragolin 27 olieverfschilderijen van huilende jongetjes en -meisjes vervaardigde. Het waren geen zigeunerkinderen. Spanje had overvolle weeshuizen ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. De periode daarna was voor de Spanjaarden een even grote nachtmerrie als tijdens de burgeroorlog.

In een eerdere blog schreef ik over de zuiveringen die fascistenleider Franco met zijn Falange tijdens en na de burgeroorlog op zijn tegenstanders, de republikeinen, uitvoerde. Republikeinen werden vermoord en als gevangenen naar werkkampen gestuurd. Hun kinderen kwamen in weeshuizen terecht. Die tehuizen stonden onder leiding van de, in ere herstelde, katholieke kerk die erop toezag dat die weeskinderen van alle 'onzuivere' invloeden werden ontdaan en werden heropgevoed. Tijdens de daaraan voorafgaande Republiek werden kerken verwoest, priesters gedood en nonnen verkracht. De meeste weeshuizen waren wrede, liefdeloze instituten. Sommige geestelijken werden gedreven door wraakgevoelens. Tja.

Op mijn eReader las ik afgelopen week het boek 'Winter in Madrid' van C.J. Sansom dat hij schreef ter nagedachtenis aan de duizenden kinderen van republikeinse ouders die uit de weeshuizen van Franco’s Spanje verdwenen. In dit deels historische, aangrijpende en ook spannende boek spelen de steden Madrid, Burgos en Cuenca een hoofdrol. In de directe omgeving van Cuenca plaatst de auteur een van de werkkampen van het Francoregime, zo een 'schuldig landschap' creërend. Dat bleek fictief; in werkelijkheid bevond zich daar geen kamp. 

Wat wel waar is, is dat Cuenca met haar hangende huizen UNESCO-werelderfgoed is. Ik was in 2005 in die stad (foto van eigen hand). Het toeval wil dat er een katholieke geestelijke op figureert. 
Het is afschuwelijk om over het verpauperde en door en door corrupte Spanje van toen te lezen. Er was hongersnood door een chaotisch distributiesysteem en aanhoudend mislukte oogsten. Executies, verdwijningen en andere wreedheden waren aan de orde van de dag. Spanje was in die tijd voor vele van haar inwoners de hel onder de zon. Diezelfde zon van nu. Dat vind ik tè bizar voor woorden.

Terug naar Bragolin. Op enig moment neemt het verhaal van zijn schilderkunst mythische proporties aan. Hij zou een pact hebben gesloten met de duivel om zich al schilderend van grote rijkdom te verzekeren. De afrekening komt als het weeshuis kort na het voltooien van het 27ste schilderij in vlammen opgaat. Alle kinderen die model stonden, kwamen in de vlammen om maar Amadio werd schatrijk. Zoals het vaak gaat bij dit soort verhalen, zijn de olieverfschilderijen en alle (miljoenen!) reproducties vervloekt. In een Spaans televisieprogramma waren mensen die hun ingelijste posters hoorden jammeren en om hun mama roepen. Sommigen hadden de stemmen zelfs op de band staan... Een medium legde vervolgens uit hoeveel negatieve energie je met zo'n Bragolin in huis haalt. Ziektes, branden en ander onheil zouden zijn toe te schrijven aan de wraak van de huilende kinderen.

Spaanse kinderen die thans aan de Costas van Orihuela verblijven, hebben gelukkig weinig reden tot droefenis. Nu Spanjaarden massaal -dat wil zeggen: nóg grootschaliger dan in voorgaande jaren- in eigen land vakantie houden vanwege de economische crisis, zie ik veel verwennerij om mij heen. Spaanse kinderen worden door hun ouders en grootouders doorgaans als heuse prinsjes en prinsesjes behandeld. Maar beter zo dan liefdeloos! Het boek bevestigde: familie is alles voor Spanjaarden. Op het strand van La Glea vinden thans volop zomerfestiviteiten plaats voor jongeren, met sport & spel en koek & zopie. Een deel van het strand is daarvoor vrijgemaakt. Wij genieten mee, al vraag ik mij constant af wat ouderen in hun jonge jaren zoal zagen met hun Spanish eyes...


woensdag 15 augustus 2012

Zomerkolder (part II)

In de afgelopen dagen heerste hier een hittegolf. In Spanje is daarvan formeel sprake als de temperatuur een aantal dagen boven 35 graden Celsius komt. Op de avond van de finale van de Nederlandse hockeyvrouwen sloten wij de schuifpui en deden de airco aan. Vanwege de spanning zou het die avond tot een kookpunt kunnen oplopen en meer hitte is voor een mens eenvoudigweg niet te verdragen. Op een koele plek in Londen liep de temperatuur ook flink op. Het verhaal gaat namelijk dat de Argentijnse tegenstandsters de nacht vóór de finalewedstrijd naar de verblijfplaats van de Hollandse hockeyvrouwen in het Olympisch dorp togen en daar joelden en schuttingwoorden scandeerden. Na de door Nederland gewonnen finale kregen de Argentijnse dames een koekje van eigen deeg - vanaf het hoogste podium.

Eerder deze week sloeg hier een insluiper toe in een woning op de begane grond, gelegen in een ander deel van onze woonwijk. Mensen in Spanje doen er bij deze hitte alles aan om een beetje extra verkoeling te krijgen; elke zuchtje wind is welkom. De bewuste bewoners zetten naar verluidt de voordeur wagenwijd open en zaten kennelijk zelf op het terras aan de andere kant van de woning. Persoonlijke spullen bleken daarna spoorloos verdwenen en van de dader vond men geen enkel spoor. Wij hebben privé-beveiliging in de woonwijk maar die mannen kunnen niet overal tegelijk zijn. Tja. Er liggen altijd en overal boeven op de loer. De president van onze Vereniging van Eigenaren, die momenteel in Engeland verblijft, werd geïnformeerd en stuurde een Engelse mail naar alle eigenaren met een waarschuwing en een oproep tot alertheid.

Deze 'To All'-mail leidde tot een wel heel bijzondere reactie van een Belgische huiseigenaar. Hij maakte zich voorheen in een To All-bericht onsterfelijk door voor eenieder leesbaar domme dingen te schrijven en zich op pathetische wijze te laten voorstaan op zijn academische titel. Dat moet je niet doen; zeker niet in een gezelschap waarin zich broodnuchtere (goedopgeleide) Nederlanders bevinden. Een reaktie bleef dan ook niet uit. Diezelfde Belg reageerde ook nu karakteristiek:

“I think it’s a good idea to put this massage at the income door at each apartment bloc so the renting people can read this important info. Some things happen now more because people in renting think not twice.”

Wederom deed zijn respons mijn tenen krommen: niet alleen vanwege zijn belabberde Engels maar ook omdat hij de schuld van de insluiping impliciet toeschreef aan het domme gedrag van huurders. Zijn opmerking had echter veel weg van de pot die de ketel verwijt… Als de Belg zelf twee keer had nagedacht, had hij deze mail niet (zo) geschreven. De oplettende lezer zag ook dat het oorspronkelijk gebruikte 'message' in zijn bericht in 'massage' was veranderd. Freudiaanse verschrijving? Laat de Chinese masseuses van het strand van La Glea het maar niet lezen; die breiden subiet hun werkterrein uit!
Een goede vriend die hier ook onvernoemd blijft, deed mijn mondhoeken krullen door aan mij persoonlijk -en niet aan die 100 anderen al hadden die er ongetwijfeld ook binnenpret aan beleefd - te schrijven dat hij een massage bij de voordeur weliswaar voor zichzelf een uitstekende scenario vond, mits door een aantrekkelijke persoon uitgevoerd, maar dat het hem toch verstandiger leek dit niet tot VVE-beleid te maken. Ik slaakte een zucht van verlichting: in het koele Nederland zijn tenminste nog mensen die hun verstand gebruiken.

Afgelopen weekend hielden we wederom een Skypesessie met twee van onze Balinese personeelsleden en hun kinderen. Tijdens de eerste sessie giechelde Yudha veel en trok hij vooral gekke bekken. Hij is gewend op foto’s te staan maar zichzelf in levende lijve op een computerscherm te zien, was een primeur. De eerste die wij op het scherm zagen, was onze kleine vriend. Zijn moeder Elsa, vader Ketut, broertje Damai en hij zaten in onze tuin onder de koningspalm. Op de achtergrond zag ik de Balizee en een lichtbewolkte lucht. Ook in Noord-Bali is het thans heet.
Yudha’s eerste opmerking was “ik ben gauw jarig” en dat is de waarheid. Balinezen vieren hun verjaardag niet. Wij brachten daarin verandering voor elk lid van dat gezin. De volgende vraag was of wij op zijn verjaardag zouden komen. Ook daarop antwoordde ik naar waarheid: nee. Maar dat betekent niet dat we geen lange-afstandfeestje vierden op de computer. Ik liet hem op enig moment een pakje zien. Wilde hij dat ik het verjaardagskado voor hem openmaak? Yes! (Zijn Engels zit nèt onder het niveau van die Belg.)

In Australië vond ik een 3D-platenboek, getiteld 'Ocean, Sounds of the Wild' van Maurice Pledger. Elke bladzijde klapt uit, heeft bewegende zeedieren, toont verschillende oceanische taferelen en heeft bijpassende diergeluiden. Het boek bevat zelfs een bladzijde met een snorkelende vrouw in een tropische zee. Toepasselijker kan niet. Yudha is boven alles mijn zwemvriendje. Wellicht dat hij ooit in de voetsporen van Ranomi Kromowidjojo treedt?!

Vandaag vindt de jaarlijkse herdenking plaats bij het Indisch Monument in Den Haag. Dat monument is ter nagedachtenis aan alle Nederlandse burgers en militairen die in de Tweede Wereldoorlog het slachtoffer werden van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië. Afgelopen week zag ik een hartverscheurende documentaire over Nederlandse Indiërs tijdens de Bersiaptijd. Tegelijkertijd zond de NRCV deze week een nooit eerder vertoond interview uit met kapitein Raymond Westerling die systematische executies bekende op Indonesiërs. Ik schreef het eerder: in tijden van oorlog zijn er geen winnaars.

Onze kleine Balinese vriend is vandaag jarig: selamat hari ulang tahun, sayang Yudha! Hij zal zijn verjaardag vieren op de internationale kleuterschool waarnaar hij al twee jaar gaat. Hij ontvangt er Montessori-onderwijs in drie talen: Balinees, Bahasa Indonesia en Engels. Zijn ouders vertelden dat hij ‘s ochtends popelt om naar school te gaan. In Indonesië gaan kinderen pas op hun zevende jaar naar school. Die voorsprong pakken ze hem nooit meer af. Momenteel oefent hij met zijn klasgenoten hard op Gerak Jalan, het in rijen in de maat marcheren dat door scholieren en studenten aan de vooravond van de Onafhankelijksheidsdag van Indonesië in alle straten van de Republiek wordt gedaan. Daar komt zelfs een 5-jarige scholier op Bali niet onderuit. Aanstaande vrijdag is het weer zover.


NAGEKOMEN: een foto uit Bali van jarige Yudha op zijn troon met verjaardagstaart voor de neus. Temidden van zijn klasgenoten, die hem naar verluidt allemaal kusten, voelde hij zich die dag de koning te rijk!

vrijdag 10 augustus 2012

Zij waren erbij

De Olympische Spelen van 2012 zijn bijna voorbij. Dit weekend vinden weliswaar nog finales plaats en ook de afsluitingsceremonie is nog niet geweest maar de Nederlandse individuele kampioenen zijn bekend. Alleen de hockeyvrouwen en -mannen moeten nog een -hoogstwaarschijnlijk gouden- finale spelen.

Ik neem mijn pet diep voor deze sporters af. Zij trainden jarenlang tientallen uren per week om op het, voor de meesten van hen, hoogste podium te kunnen acteren, zetten alles in hun privéleven opzij om in hun sport te kunnen uitblinken en maakten de hooggespannen verwachtingen vervolgens waar. Alles moet wijken voor Olympische euforie.

Dat is andere koek vergeleken met de prestaties van de voetballers van het huidige Nederlandse elftal. 'Verwende jochies' blogde ik tijdens het EK en na de Spelen van Londen heb ik nóg meer redenen om dat te vinden. Ik hoop dat bondscoach Van Gaal, die vandaag in een persconferentie zijn staff en de selectie presenteerde, een frisse wind  door het team zal laten waaien en korte metten gaat maken met primadonnagedrag. 
De Jamaïcaanse sprinter Usain 'Lightning' Bolt, snelste man van de wereld, verdient op deze Spelen naar verluidt € 75.000 per speelseconde. Dat is ongelofelijk veel geld maar hij wint gouden medailles en behaalt voortdurend wereld- en Olympische records. Ter vergelijking: Ranomi Kromowidjojo, Neêrlands Golden Girl, verdiende met haar ene zilveren en twee gouden medailles € 53.750 (exclusief belasting).

Nooit eerder beleefde ik de Olympische Spelen zó intensief. Deze week kwam ik zelfs in actie als 'armchair Olympian' bij de interactieve Olympische Doodles van Google: basketbal, horden, kanovaren en strafschoppen nemen. Ik ging diep maar behaalde geen digitale records. Oude Pac Man-tijden herleven. Google maakte er indruk mee; kijk ze terug en/of speel op http://www.websonic.nl/googledoodles/doodle_olympischezomerspelen2012.php
Ik genoot van het sportevenement dat gelukkig vreedzaam verliep. Er vloeiden tranen, ook vóór de buis. Vooral het hartverscheurende snikken van de Oekraïense speerwerpster die de verste worp had tot nu toe maar een voetfout maakte, blijft mij bij. Het fenomenale optreden van Epke Zonderland, de Vliegende Hollander aan de rekstok, was een doos Kleenex waard. Hij voerde een combinatie van vluchtelementen uit die niet eerder werd geprobeerd en nooit eerder behaalde een Nederlandse turner een gouden Olympische medaille. Zo schreef hij (bladzijden vol) sportgeschiedenis. Zelfs de legoversie was spannend!

Onsportieve gebeurtenissen waren er ook al waren ze sporadisch, naar mijn weten. Zo werd een succesvol Indonesisch badmintonduo uit het Olympisch dorp verwijderd omdat zij een groepswedstrijd 'weggaven' teneinde in de knock-outfase een zwakkere tegenstander tegenover zich te krijgen. De Jakarta Post maakte er die dag en de dagen daarop geen melding van. Tja. 

And now for something completely different. Op een totaal van ruim 10.000 sporters aan deze Olympische Spelen, waren er 23 die openlijk homoseksueel zijn. “Dat is meer dan tijdens de Olympische Spelen van Peking maar nog altijd bitter weinig. Het toont aan hoezeer homoseksualiteit wereldwijd nog een taboe in de sport is”, aldus de Nederlandse COC-directeur. Bijgevoegde fotocollage is mijn roze rimpel-ode aan de vrouwelijke sporters op deze lijst. Zij zijn afkomstig uit Duitsland, Zuid-Afrika, Verenigde Staten, Australië, Zweden, Frankrijk, Brazilië en het Vaderland. Nederland is zelfs hofleveranciers met vier hockeyvrouwen! Het leukste voorval in dit verband zag ik toen de Nederlandse hockeyster Maartje Paumen tegelijkertijd met haar levenspartner Carlien Dirkse van den Heuvel (niet op de foto) op het strafbankje moest zitten.

En dan was er Mart Smeets. Sommige kijkers vonden het een overdosis; zij zijn van mening dat de 65-jarige presentator en sportcommentator nu toch ècht met pensioen moet gaan. Net als Salinero, het (19-jarige) paard van Ankie van Grunsven, die na dit toernooi de wei in mag. Op Twitter en Facebook kwamen tijdens de Spelen acties op gang om Smeets van de buis weg te stemmen. 'Populisme viert hoogtij' las ik maar ik denk dat zo’n vlag de lading niet dekt: Smeets kan namelijk hooghartig zijn en badinerend optreden, vooral tegenover jongere vrouwelijke sporters. Ik analyseerde zijn interviewtechnieken: hij stelt doorgaans geen open vragen, geeft vaak zelf twee of meer antwoorden waaruit de geïnterviewde dan mag kiezen -knikken mag ook- en sluit vervolgens af met modieuze uitroepen als 'Toch?! ' en 'Ja?!' Hij is met zijn bijna 40-jarige loopbaan weliswaar een icoon van de Nederlandse televisie maar zelfs iconen hebben een beperkte houdbaarheid, wat mij betreft.

Na dit toernooi verwacht ik niet in een gat te vallen. Er is zoveel anders dat mij boeit en dat mijn dagen vult. Mijn liefje is 'superblij' (deze week vaak gehoord!) met het einde van dit toernooi. Zij wachtte op haar speelmaatje... Eind goed, al goed?


maandag 6 augustus 2012

Geven en nemen

Augustus is dé vakantiemaand voor Spanjaarden. In onze omgeving lijken dat er veel meer te zijn dan in vorige jaren; niet verwonderlijk met de heersende economische crisis. Volgens mij zijn Spanjaarden van nu sowieso niet zo reislustig als zes eeuwen geleden toen hun voorvaderen de veroveraars waren van grote delen van de wereld. Ik las onlangs mijn eerste digitale boek uit op de Sony eReader, getiteld 'De Antillen' van de Amerikaanse schrijver James A. Michener. Het boek, dat een mengeling is van historische feiten en fictie, sleepte mij als lezer mee op een zwerftocht langs de eilanden van de Caribische Zee; die 'gouden' zee werd ruim vier eeuwen door de Spanjaarden overheerst. Het verhaal begon met Columbus die op Hispaniola de eerste Spaanse nederzetting vestigde.

Mijn liefje en ik bevoeren de Caribische Zee en bezochten eilanden in en landen rondom dat gebied: Aruba, Bonaire, Isla de Margarita, Cuba en Barbados, eeuwenlang koloniën van Nederland, Spanje en Engeland. Wij reisden door landen als Mexico, Belize, Honduras, Costa Rica, Panama en Venezuela die allen Spanje ooit toebehoorden. Reizen is verslavend! In het Caribisch gebied valt voor ons echter nog veel meer te zien. Ik zou nog weleens met een boot langs alle Caribische eilanden willen; zeker na dit boek! De dikke pil (bijna 850 digitale pagina’s) leerde mij over het koloniale Spanje van toen en deed mij de cultuur van het España van nu met nieuwe ogen bezien. Volgens de auteur ging het Grootspaanse Rijk ten onder aan wanbestuur en vriendjespolitiek...

Het is druk op 'ons' Spaanse strandje La Glea. Vooral druk met vakantiehoudende Spanjaarden en dat bevalt mij uitermate goed. De woningen aan de kust zijn thans volop in gebruik: de terrassen en balkons van omringende villa’s en appartementen hebben bijna allemaal hun zonneschermen uit. Dobberend in de Middellandse Zee bezag ik het en vond het een kleurrijk geheel. Onlangs sprak ik een Nederlandse ter plaatse die het tè druk vond, “vooral met Spanjaarden”... Zoiets vind ik onbegrijpelijk en zelfs weerzinwekkend. Akkoord, Spanjaarden kunnen behoorlijk luid zijn als ze samenzijn maar dat is toch geen reden voor zo’n uitspraak?!

Het zijn hier momenteel hoogtijdagen. Vandaag is zowaar een heldere dag, in tegenstelling tot de afgelopen dagen die vooral hoge luchtvochtigheidsgraden (tussen 70 à 80%) aangaven. Het strand is op dergelijke dagen de beste plek om te zijn. Ik ben geen zonaanbidster maar zwemmen in zee, opdrogen met een boek in de hand en dan terug naar het schaduwrijke terras van het eigen honk is mijn favoriete schema. Zelf heb ik geen probleem om mijn bovenwettelijke vakantiedagen op te maken... Dagelijks! 
Vanwege de recente drukte besloten mijn liefje en ik onlangs een keertje rechts van de loopplank op het strand neer te strijken. Links van de plank, vóór de -enige- strandtent, was eenvoudigweg geen plaats meer voor ons. Ook op een Spaans strand waardeer ik een beetje ruimte en privacy. Rechtsaf leken we in Маленькая Москва te zijn beland: klein Moskou! Voor, links, rechts en achter ons zag ik Slavische gezichten en hoorde ik Russische klanken. Ik herken de taal omdat mijn werkterrein ooit in Oost-Europa lag. Kennelijk houden ook Russen ervan om bij elkaar te zitten. Het was er overigens rustig en gemoedelijk.

Ik was mij reeds bewust van het feit dat het aantal Russische vakantiegangers naar Spanje was toegenomen. In 2011 steeg het aantal vluchten vanuit Rusland naar regio Valencia met 50% ten opzichte van 2010. In 2011 brachten 54.869 Russen een bezoek aan de Valenciaanse deelstaat. Enige tijd geleden las ik in een plaatselijke krant dat er sinds begin dit jaar wekelijks twee vluchten per dag vanuit Rusland op luchthaven El Altet landen. Het aantal Russische huiseigenaren in de provincie Alicante nam flink toe in de eerste maanden van 2012. Zij zijn nu de grootste kopersgroep in dit deel van Spanje. Hun aanwezigheid is dus te merken.

Een Belgische kennis in Spanje deelde onlangs ongevraagd een ervaring met mij: hij winkelde met zijn vrouw in Torrevieja toen hem in een tassenshop werd gevraagd de winkel te verlaten. Waarom? Het bleek het verzoek van een winkelend Russisch echtpaar dat graag de winkel voor zichzelf wilde hebben. De Belgen verlieten het pand. Nu heb ik zelf niets te zoeken in een tassenwinkel maar ik zou weigeren weg te gaan, al gun ik een noodruftige Spaanse winkelier een mooie omzet.

In juni 2008 schreef ik voor het eerst over het verschijnsel 'Rusvrije reizen', de kennelijke behoefte van Nederlandse vakantiegangers om zeker te weten dat ze geen Russen als medereizigers krijgen. Volgens dat toenmalige onderzoek zouden Russen in het buitenland asociaal, arrogant en altijd dronken zijn. De verklaring hiervoor zou liggen in het feit dat zij vanwege hun vroegere politieke isolement niet gewend zijn met andere culturen en nationaliteiten om te gaan en rekening met hen te houden. Tja.
De regelmatige lezer weet dat ik persoonlijke ervaringen opdeed met Russsen op vakantie. Zo schreef ik over Russische buren op de Kijkduinse camping en over Russen in de villa naast de onze, in Noord-Bali. Het wachten is op mijn eerste ervaring aan de Costa Blanca. De eerste hardrijdende Hummer met Russische nummerplaat signaleerde ik inmiddels in onze eigen woonwijk...

donderdag 2 augustus 2012

Duhrop of duhrondur

In deze dagen kijk ik meer televisie dan gewoonlijk. Dat komt door de Olympische Spelen die ik intensief volg. Ik kijk graag naar sport; dat heb ik waarschijnlijk van mijn moeder. Mijn aandacht gaat vooral uit naar Nederlandse sporters. Het zijn met name de sporten die ik zelf ooit bedreef die mij het meest boeien: judo, wedstrijdzwemmen, surfen en schoonspringen al kijk ik ook graag naar hockey, turnen, atletiek en roeien. Ooit bleken ook sporten als onderwaterzwemmen en hinderniszwemmen op het olympische programma te staan. Dat had ik graag willen aanschouwen.

Mijn ouders vonden het op enig moment verstandig hun jongste dochter 'op judo te doen'. Zo heette dat toen. Zij waren ervan overtuigd dat ik daarin mijn overtollige energie kwijt zou kunnen. Bovendien was een uur op de mat, een uur waarin ik geen kattenkwaad elders kon uithalen. Dat moeten zij zich tevens hebben bedacht.
Af en toe deed ik met de judoclub mee aan lokale wedstrijden; soms aan een enkele regionale. Tot nationaal niveau schopte ik het nooit. Op mijn judoclub zat een meisje dat ook bij mij op de lagere school zat. In mijn tijd liep je op jouw tegenstander af en greep haar bij de revers van het judopak. Nu is de juiste greep, de pakking een veel belangrijker onderdeel van het spel geworden. Ik was snel op de mat maar nooit won ik van de sterke Joyce. Altijd eindigde ik achter haar! In deze sport behaalde ik een blauwe band; daarna vond ik het welletjes. Vooral de verwurgingen en armklemmen schrikten mij af.

Mijn liefje vindt judo een 'stomme sport'. Dat is mijn eer te na; je moet de regels een beetje kennen om de sport te kunnen waarderen. Zij zegt het getrek en geduw niet te kunnen aanzien. Ik stelde voor een aantal grondtechnieken aan haar voor te doen, op onze eigen tatami: het Jan Snoeckkleed. Ik vond geen gehoor. Het gevoel van een geslaagde schouder- of heupworp kan ik nog in mijn herinnering oproepen. Net als de houdgreep bij het grondgevecht waarbij de ene arm tussen de benen van de tegenstander door naar de band en de andere over de schouder naar diezelfde band grijpt... Zij trok haar wenkbrauwen op toen ze die beweging -voor het eerst- zag. Zohoho?! Ineens is er interesse. Cheeky girl. Ik was verrast toen ik op het web een recente foto van Joyce vond. Haar trekken zijn weinig veranderd, ze ziet er nog even sterk uit. (En net als ik, ook wat zwaarder.)

De genoemde, andere sporten kunnen op meer interesse van Mijn Betere Helft rekenen. Zij moppert op mij; ze zegt aandacht tekort te komen. ¡De verdad! Ik zit thans helemaal in sportmodus. In ons eigen zwembad probeerde ik een aantal hedendaagse technieken uit en dat valt nog niet mee: 1) bij crawl maken sommige zwemmers een soort schepje van hun handen en ploegen zo door het water; 2) iemand die vandaag de dag aan schoolslag doet, brengt relatief meer tijd onder water door dan vroeger, trekt de schouders boven water hoger op en opent de handen zoals het gebaar voor een open boek. Om maar helemaal te zwijgen over de keerpunten van nu. De zwemmers bewegen als dolfijnen onderwater en dat alles legt de -Nederlanders- zwemmers geen windeieren.

Ik vind het jammer dat de NOS weinig aandacht besteed aan surfen terwijl Nederland een absolute winnaar op de plank heeft staan in de persoon van Dorian van Rijsselberge. Het zijn de laatste Spelen voor dit type surfen; plankzeilen zal worden vervangen door kite surfen. De omroep heeft tevens weinig tot geen aandacht voor schoonspringen al begrijp ik in dat geval goed waarom: de enige Nederlandse schoonspringer (Yorick de Bruijn) kwalificeerde zich niet voor de Spelen. Niet goed genoeg.

Ooit beoefende ik die amateurtak van de sport zelf. De eerste anderhalve salto van de hoge plank herinner ik mij nog als de dag van gisteren. Ik draaide door en kwam plat op mijn rug terecht. Adem weg! Bij het instuderen van een nieuwe sprong droeg ik daarna een beschermend zwemvest. De meeste indruk maakte een sprong die gigantisch fout ging tijdens een training. 

Ik stond op de hoge plank, zoals de schoonspringster op deze Google doodle: met de tenen op de rand, de hielen over de rand en de rug naar het bad. Het moest een salto binnenwaarts met halve schroef worden. Je wordt dan geacht hoog op te veren, in de lucht een salto voorover te maken en daarna de schroefbeweging in deel twee van de sprong in te zetten. De coach droeg mij op hard op de plank te veren en hoog op te springen zodat er voldoende tijd en ruimte zou zijn voor de sprong. Ik veerde harder dan ooit en sprong voor mijn doen relatief hoog op. Dat liep gesmeerd. Wat ik echter vergat, was afstand van de plank te nemen. Ik maakte een mooie, hoge salto boven de plank en kwam na de draai met mijn voorhoofd op de rand terecht. Klabam! 
De halve schroef kwam er niet; de beweging die ik wel maakte heet nu 'een barefootje'... Ik kwam op eigen kracht boven water. Snel daarna leek ik op een slachtoffer van een great white shark attack in een zwembad: ik baadde in een poel van bloed. Dat bleek minder erg dan het eruitzag. Wel zat er een diepe snee, net boven mijn haargrens (die zit er nog steeds). Ik had hoofdpijn maar geen hersenschudding. Mijn voorhoofd zwol in de dagen daarna dermate op dat het als klif over mijn ogen hing. Er volgde voor mij geen sportcarrière. Je begrijpt nu waarom.