Translate

dinsdag 30 april 2013

Oranje boven

Onlangs gingen we naar Alicante om de voorraad Nespresso-cups aan te vullen.
De Nespresso Boutique was wederom vol. Doorgaans, als we daar binnenstappen en een volgnummer moeten trekken, kijken mijn liefje en ik elkaar aan en zeggen: “Hoezo crisis?” Toen het onze beurt was, zeiden we tegen de verkoopster -die Sales Advisor heet bij Nespresso- dat we open staan voor een nieuwe smaakervaring.
Zij zocht ons klantnummer in het systeem op en stelde voor dat we de Grand Cru Linizio Lungo eens zouden proberen. De naam komt van het Italiaanse woord ‘inizio’ dat begin of aanvang betekent. Deze koffie zou goed passen aan het begin van de dag. Linizio Lungo is samengesteld uit Zuid-Amerikaanse Arabicabonen en Braziliaanse Bourbonbonen. De zachte melange geeft naar verluidt een graan- en notensmaak af, vooral als het wordt geserveerd met een vleugje melk. We hadden er oor naar.

De cups zijn oranje van kleur en dat vond ik uiterst toepasselijk voor deze tijd van het jaar. Een Zuid-Amerikaans feestje met een oranje tintje. Wij schaften dan ook enkele doosjes aan en rekenden tevreden af. Voordat ik de boutique verliet, zei de mevrouw dat ze nog een kadootje voor ons had. Bij Nespresso is elk clublid bijzonder... We kregen iets vanwege “la coronación” van de nieuwe koning van Holanda. Het pakketje bleek een schot in de roos.

Hier in Spanje begonnen wij de dag dus met een vorstelijk cupje Linizio-koffie, met een vleugje melk van koe Bertha 38. “Nespresso: what else?!” Niet lang geleden werd het portret van de koningin met Nespressocupjes vormgegeven door Studio Zeven. Daarmee werd ze de enige echte cupjeskoningin. Vandaag ben ik zelfverklaard cupjesprinses en neem mij voor de kadokroon de gehele dag te dragen, in aanwezigheid van mijn republikeinse liefje.

Alhoewel we al jarenlang een Nederlandse vlag van hot naar her verhuizen, zal ik vandaag niet vlaggen. Ik ben geen voorstander van de monarchie maar heb respect voor Beatrix. Een oranjebittertje is evenmin aan mij besteed. Ik deed nooit mee met zakhappen en koeklopen. Het Koningslied zal ik ook niet meegalmen; met de W van Willem heb ik niets. Het fröbelwerk van Ewbank c.s. verbleekte bij het mooie afscheidslied voor de koningin van Brigitte Kaandorp, getiteld ‘Lieve Koningin’.

Ik hoop van harte dat deze laatste Koninginnedag zonder incidenten verloopt. Daarenboven wens ik de Beatrix een gezond en gelukkig prinsesseleven toe, met veel tijd voor mooie boeken, beeldhouwen, fijne muziek, heerlijke glazen wijn en leuke reizen.

De Oranje-Nassaus deden nog maar 200 jaar geleden een greep naar de macht. Tot dat moment was Nederland een republiek. Sinds die staatsgreep levert het Huis van Oranje koningen en koninginnen af. De erfelijke troonopvolging vind ik achterhaald. De functie van staatshoofd is de enige functie in het land die automatisch overgaat van ouder op kind; zonder sollicitatie, selectie of verkiezing van de betreffende kandidaat en dat vind ik bizar. Het is een functie met afnemende politieke taken. De maatschappelijke functie van de koning blijft echter belangrijk: een ‘samenbindende, vertegenwoordigende en aanmoedigende rol’. (Die rol kunnen we helaas niet aan de Balkenendes en Ruttes overlaten.) Dat was bij Beatrix in goede handen. Ik heb geen enkele behoefte de kroon van haar hoofd te stoten.

Leden van een koninklijke familie zijn nèt gewone mensen. In het land der blinden is éénoog koning: belastingontwijking, zelfverrijking, machtsmisbruik en andere inschattingsfouten zijn hen niet vreemd. De Spaanse koninklijke familie is constant negatief in de publiciteit: niet alleen handelt koning Juan Carlos regelmatig uiterst onverstandig (jagend -met zijn Duitse maîtresse- in Afrika als voorzitter van WWF), zijn schoonzoon Iñaki Urdangarín werd onlangs officieel beschuldigd van corruptie. Hij zou miljoenen euro’s van een goededoelenstichting in eigen zak hebben gestoken. Zijn echtgenote, kroonprinses Christina, zou van medeplichtigheid worden verdacht. Spanje en Oranje: ze zijn vaak aan elkaar gewaagd.


vrijdag 26 april 2013

De W van wakker, stamppot eten

Gisteren keek ik naar de finale van het Australische programma My kitchen rules. De dag die je wist dat komen zou, was eindelijk hier. Het programma lijkt een uitvloeisel van Masterchef Australië. Al zijn dingen anders (geen Masterclasses, bijvoorbeeld), ik herken veel: de competitie, de passie, de emotie. Bij MKR strijden tweetallen tegen elkaar om de eer. Ik zag teams van piloten, politie-agenten, autoverkopers, leraren, zusjes, hartsvriendinnen, een pasgetrouwd echtpaar.
Ze kwamen uit alle staten van Australië en reisden voor de wedstrijd door het hele land. Door de regen en de wind. Zo moesten ze maaltijden bereiden in een piepkleine, kokend hete keuken aan boord van een trein. Hun gerechten werden gepresenteerd aan reizigers in de Ghantrein die vanuit het zuiden dwars door het rode hart van Australië naar Darwin rijdt.


Er kwam in de afgelopen periode kritiek op het programma vanuit het Masterchef-kamp: het zou meer een soap zijn dan een programma waarin koken en eten centraal staan. Ik ben het daarmee niet eens. De halve finale en de finale van My Kitchen Rules waren van zeer hoog culinair niveau en de finalisten waren aan elkaar gewaagd. In de finale moest een vijfgangenmenu worden bereid. Een strijd, twee teams. De zusjes Sammy & Bella uit Sydney streden tegen huismaatjes Kane en Lee uit Victoria. De meiden uit New South Wales wonnen met hun technisch hoogstaande recepten (score 56 van de 60 punten) van hun creatieve concurrenten (53 punten); het was een zinderende close finish. Daar sta je dan. Zij aan zij, borst vooruit. Ze zagen dit moment al zo vaak in hun dromen. The Saucy Sisters hebben inmiddels hun eigen website met recepten.

Masterchef UK is weer met een nieuwe serie op de Nederlandse tv. Ik kijk maar het kan mij veel minder bekoren. Juryleden John en Gregg vind ik mechanisch en oninspirerend. De kandidaten vind ik onder de maat, de kookomgeving benauwend. Bijna iedere kandidaat bereidt erwtenpuree met mint, bloedworst (black pudding), lamsvlees-op-een-bedje-van, custard met vruchten. Niets bijzonders. Niks om na te volgen in eigen keuken.

Als grote fan van Masterchef Australia wacht ik al maanden op de terugkeer van het programma. In vorige seizoenen kookte ik die recepten regelmatig zelf. Hoe klein we zijn, onze daden zijn groot. De succesformule werd in een nieuw jasje gestoken, deze editie heet Masterchef Australia: The Professionals en staat onder leiding van de Britse chefkok Marco-Pierre White. Samen met Matt Preston vormt hij de jury. Professionele koks strijden tegen elkaar in deze nieuwe opzet. De winnaar van 2013 is in Australië reeds bekend. Ik vermoed dat het maanden zal duren voordat het programma op de Nederlandse tv is te zien. Ik kijk ernaar uit.

Marco-Pierre White was ooit de jongste chef ter wereld wiens restaurant drie Michelinsterren ontving. Hij beloofde dat hij alles zou geven, iedere stap die hij zette die leidde naar hier. White wordt ‘de godfather of modern cooking’ genoemd. Net als Gordon Ramsey, is deze chef niet onomstreden vanwege zijn gedrag. Zowel in de keuken als daarbuiten. In de tijd dat mijn liefje en ik in Engeland woonden en werkten, gingen we soms naar zijn restaurant Criterion op Piccadilly Circus. De gerechten waren Franse klassiekers met een White Touch. We aten er heerlijke steak tartare met zelfgebakken frietjes, de krokante kalfszwezerik was om te zoenen, net als de op de huid gebakken zeewolf en de traditionele boeuf bourguignon. Het restaurant is nu in handen van een andere chefkok.

Waar ik ook zeer naar uitkijk, is de Spaanse witte asperge. Er zijn reeds verse, witte asperges te koop maar die komen uit Peru. Dat is geen optie voor iemand die weliswaar globaal denk maar toch uitsluitend lokaal eet. Ik vroeg de man van twee groente-afdelingen wanneer we de Spaanse witten tegemoet mogen zien. Hun antwoorden waren: nog 1 week. Ben ik er klaar voor? Jazeker. De W van welkom in ons midden. De beste witte Spaanse asperges komen uit Navarra. Ze doen niet onder voor de Nederlandse, vind ik. We hebben ons voorgenomen het Witte Goud tweemaal per week te eten, zolang het kan. Onlangs zag ik een AH-reclame op televisie waar Nederlandse asperges hoog opgetast liggen. Wow. Geniet ervan en...

houd je veilig!


dinsdag 23 april 2013

Zoektocht

Het is vandaag de internationale Dag van het Boek. De Spanjaarden vieren die dag al sinds 1923, ter ere van de schrijver Miquel de Cervantes. 

Momenteel lees ik het nieuwe boek van de Catalaanse schrijver Jaume Cabré, getiteld ‘De bekentenis van Adrià’. Cabré raakte gefascineerd door Het Kwaad en gaf het in deze grootse roman vele gezichten. De ontwikkelde en onderlegde hoofdpersoon Adrià Ardèvol, wereldwijs en schuw tegelijkertijd, is zijn hele leven op zoek: naar kennis, de essentie van een mensenleven, de herkomst van zijn beroemde Storioni-viool, zijn grote liefde Sara, de moordenaar van zijn vader, de herkomst en aard van het kwaad.

Dit boek houdt mij lekker bezig; niet alleen omdat het 677 bladzijden telt maar omdat het boeiend en complex is. Diverse verhaallijnen lopen door elkaar. Adrià verdwijnt soms bladzijden lang uit het zicht om op enig moment weer op te duiken. In het boek worden tevens grote sprongen in de tijd gemaakt; het boek bestrijkt immers eeuwen. Op één bladzijde kan iemand van de Inquisitie naadloos overgaan in een persoon die optreedt tijdens de Holocaust; iets dergelijks kan zich zelfs in één alinea afspelen. Ergens las ik dat Cabré literaire paardensprongen door de Europese geschiedenis maakt en dat vind ik mooi verwoord. Ik moet het koppie er dus bijhouden. Het verhaal, dat prachtige wordt verteld en verwoord, zuigt mij erin.

Boeken wissel ik af met kranten en tijdschriften. Zo las ik vorige week in een lokale krant het verhaal van de dappere María José Pico die de publiciteit zocht met het verhaal over de zoektocht naar haar verdwenen tweelingzus.

In 1962, ten tijde van het Francoregime, beviel haar moeder van een tweeling in het Algemene Ziekenhuis van Alicante. Een verpleegster vertelde haar grootmoeder en haar vader toentertijd dat de bevalling goed was verlopen en dat twee gezonde meisjes waren geboren. Twee dagen later, moeder en kinderen waren nog steeds in het ziekenhuis, kwam het bericht dat één van de meisjes ziek was. De dag erop verklaarde een arts dat zij was overleden. Niemand van de familie zag het kind daarna terug, een aan de familie verbonden priester mocht het kind niet (meer) dopen, er werd een kistje gekocht en het ziekenhuispersoneel had grote haast de baby in Alicante te begraven. De familie, die in Elche woonde, begreep deze gang van zaken niet maar protesteerde tevergeefs. Op de overlijdensakte bleek de naam van de arts niet te staan. Men hield twijfels.

María kon de zaak niet laten rusten en startte een zoektocht. Na veel tegenwerking, bureaucratische hordes en andere rompslomp kreeg haar familie na 50 jaar toestemming van de rechter om het lichaam van haar vermeende zusje te laten opgraven en onderzoeken. Begin april kreeg zij onomstotelijk bewijs (DNA) dat de begraven baby haar zusje niet is. Het bericht sloeg bij de familie in als een bom... Zij overdenkt nu haar volgende stap. Wellicht dat haar tweelingzus nog leeft onder een andere naam?

De ‘Fiscalía de Menores’ onderzoekt momenteel 14 vergelijkbare zaken maar men verwacht dat het aantal in de komende tijd zal toenemen. Ongeveer 80 families in de regio Alicante zoeken opheldering over de verdwijning van hun kinderen. De Vereniging van slachtoffers van gestolen kinderen en illegale adopties in Alicante (AVA) werd opgericht. Inmiddels is veel meer bekend over die kinderen. Tussen 1950 en 1980 zouden in Spanje circa 300.000 baby’s illegaal zijn geadopteerd. Het overkwam in die tijd vooral jonge moeders, moeders van onbemiddelde families en alleenstaande moeders van families die sympatiseerden met de Republikeinen ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog. Onder dictator Franco werd illegale adoptie ingezet als straf voor personen die in zijn ogen de verkeerde kant kozen. Die gestolen kinderen werden in gezinnen geplaatst die het fascistische regime wèl steunden. Zo wilde het Franquisme voorkomen dat een nieuwe generatie ‘Roden’ zou ontstaan. In latere jaren werden die adopties minder idealistisch: men kon goed verdienen aan echtparen die geen kinderen konden krijgen. Er werd zelfs een netwerk opgezet om pasgeboren baby’s uit ziekenhuizen en kloosters te laten verdwijnen. Ze kregen een vals geboortebewijs. 
Cabré heeft gelijk: het kwaad is van alle tijden. Het boek over de gestolen kinderen van Spanje kan nog lang niet dicht.


zondag 21 april 2013

Wet van Meten en Persen

In Spanje komt nieuwe wetgeving aan die ‘illegale’ verhuur van woningen aan toeristen gaat verhinderen. Ik zet dat woord met opzet tussen aanhalingstekens omdat verhuur van woningen momenteel in alle gevallen is toegestaan.
Men vermoedt dat circa 150.000 Spanjaarden hun woningen in de zomerperiode verhuren. In de huidige praktijk blijkt dat veel van die verhuurwoningen zwart worden verhuurd. Eigenaren van die woningen betalen geen belasting over deze neveninkomsten. Bovendien behoeven zij zich niet te houden aan minimumvoorwaarden, bijvoorbeeld voor wat betreft veiligheid. Het gaat nu nog om een wetsvoorstel maar de verwachting is dat het ontwerp in de komende maanden zal worden goedgekeurd.

In de toekomst zullen bovendien alleen woningen mogen worden verhuurd die zich bevinden op grond die volgens het gemeentelijke bestemmingsplan voor verhuur is bestemd. Een woongebied wordt daartoe niet gerekend.

In Valencia -onze regio- zijn naar schatting 76.000 woningen die per dag worden verhuurd aan toeristen en waarvan de overheid niet op de hoogte is. Volgens de woordvoerder van hoteliers aan de Costa Blanca is er sprake van een enorme fraude die moet worden aangepakt. De Spaanse regering wil deze verhuurpraktijken beeïndigen omdat er inderdaad sprake is van oneerlijke concurrentie ten opzichte van verhuurders die hun activiteiten en hun inkomsten wèl opgeven en afdragen aan de fiscus. De Spaanse hotellobby dringt er bij de overheid al jaren op aan dat er iets aan deze scheefgroei moet worden gedaan.

De verwachting is dat de Spaanse regering de uitvoering van deze (aanstaande) nieuwe wet zal overlaten aan regionale besturen. Die wet zal niet alleen Spaanse huiseigenaren treffen; het betreft ook buitenlandse huizenkopers wier aantal hier weer aantrekt. In een plaatselijke krant las ik dat het aantal Scandinaviërs dat in 2012 een huis kocht aan de Costa Blanca met 311% toenam ten opzichte van het jaar ervoor. Ik geef die Vikingen geen ongelijk! Als je kunt kiezen tussen gemiddeld 160 uur zon per wintermaand versus minder dan één uur licht per dag dan is dat goed voor te stellen.

Ook in onze Spaanse woonwijk wordt met regelmaat verhuurd. Die verhuur nam in de afgelopen zomers toe. Vele Nederlanders, Belgen, Britten en andere West- en Noord-Europeanen kochten hier in de jaren ’90 en in het begin van 2000 villa’s, rijtjeshuizen en appartementen. Sommige van hen kochten één woning voor eigen gebruik en een tweede (of zelfs derde...) voor de verhuur. De bomen groeiden toen nog tot in de hemel.

Wijzelf verhuren niet, onze casa is uitsluitend voor privébewoning. De heffing van belastingen verloopt in Spanje anders dan in Nederland. De Spaanse Belastingdienst is lang niet zo (pro-)actief als de Nederlandse. Maar in tijden van crisis leert men snel. De Nederlandse Belastingdienst hielp de Spaanse collega’s een handje en ziedaar: een uitgebreide en aangescherpte belastingwetgeving.

Een vergelijkbare situatie deed zich voor in Bali. Daar besloot de lokale overheid onlangs dat elke buitenlandse villa-eigenaar die wenst te verhuren voortaan een vergunning, de zogenoemde ‘pondok wisata’ moet aanvragen. De kosten van die vergunning hangen af van de afmetingen van het perceel waarop de villa staat. Daarna volgt een milieuvergunning. Als huis- en zwerfvuilambassadrice ben ik het daarmee eens maar dan moeten de Balinezen eerst leren hoe ze verantwoord met hun eigen afval moeten omgaan! (Afval is een groot probleem op het Godeneiland.) Belasting over huurinkomsten werd al geheven, overigens zonder dat het enig recht aan de verhuurder verleent. De Nederlandse Belastingdienst heeft daar geen vinger in de rijstepap; er is geen belastingverdrag tussen beide landen. Er kwam nóg een aap uit de mouw: de betreffende vergunning moet tevens worden aangevraagd door diegene die zijn of haar villa niet wenst te verhuren?! Overigens dient elke huiseigenaar vooraf te betalen. Terima kasih banyak. Menig Balinees weet hoe je geld uit een Westerse zak moet kloppen.


donderdag 18 april 2013

Oranjegekte

Gisteren deden we voor het eerst Plaza Diferente aan. Kennissen vertelden ons onlangs dat in Benijófar een nieuwe supermarkt met Nederlandse producten de deuren opende. In het dorp dat ook aan de Costa Blanca ligt, woont een grote concentratie Nederlanders. Daar was al een Hollandse slager gevestigd, die nu dus gezelschap heeft van een bakker annex koffieshop en een kleine supermarkt. We togen erheen; het was een dag die begon met een fikse zeemist, ook wel 'zeevlam' genoemd. Die ontstaat als warme lucht over een koud wateroppervlak stroomt en afkoelt. De zee is immers nog relatief koud. De vochtigheidsgraad is hier momenteel 100%. (Voordat wij het dorp binnenreden, scheen de zon overigens alweer.)

Ik ben altijd nieuwsgierig naar het assortiment van een nieuwe winkel. Die in Benijófar blijkt te worden bevoorraad door Nederlandse supermarkt PLUS. In San Fulgencia zit een kleine supermarkt met producten die door Albert Heijn wordt aangeleverd, in Albir is er een die door Jumbo wordt gevuld. In laatstgenoemde plaats staat het vakantiehuis van de familie Van Eerd, eigenaar van de Jumbo-supermarktketen. Op al die plekken aan de Costa Blanca vind je grote concentraties Hollanders en dat is de verklaring voor de aanwezigheid van dergelijke winkels.

Alhoewel we in Spanje inmiddels zo goed als alles kunnen vinden om de innerlijke mens tevreden te stellen of zelfs te plezieren, vind ik zo’n uitje naar een Hollandse supermarkt in deze contreien altijd enerverend. Eenmaal in het centrum van Benijófar vroeg mijn liefje zich af waar de winkel zich precies bevond maar dat werd snel duidelijk. Van grote afstand vulde oranje het blikveld: t-shirts, toeters, hoeden, brillen, bloemen en dergelijke. Men maakt zich ook hier kennelijk op voor een speciale viering van 30 april.

Het boodschappenmandje was snel gevuld. Wat mij vooral opviel, was de ruime keuze en diverse merken Indonesische basisingrediënten. Kennelijk heeft de generatie Hollandse ex-pats in Spanje een hechte band met voormalig Nederlands-Indië... Zelf behoor ik ook tot die groep. Ik kocht emping en enkele Conimexproducten. Ik mis drop niet maar als zo’n winkel vol ligt met diverse soorten, schaf ik toch een zakje van mijn favoriete smaak aan. De boodschappentas bevatte voorts onder andere potjes Hak (veldertjes!), potjes vleesfond, ontbijtkoek van Peijnenburg, Hollandse stroopwafels en Koopmans tarwe pannenkoekenmix.

Na de supermarkt stapten we de bakkerij annex koffieshop met dezelfde naam binnen. Een van de meest gemiste Nederlandse producten is donker (meergranen)brood alhoewel hier op broodterrein in de afgelopen jaren grote voortgang werd geboekt. Als ik denk aan donker brood met knapperige korstjes, loopt het water mij in de mond. 

We zijn in Spanje echter niet meer overgeleverd aan het eten van klef witbrood. Plaza Diferente bakt dagelijks vers brood in alle kleuren en soorten. We kochten een heel donker brood dat nog warm was. Ook krentenbrood ging mee in de tas. We lunchten ter plekke: mijn liefje bestelde een broodje draadjesvleeskroket en ik een broodje garnalenkroket... van Herman den Blijker. (Moet kunnen.) De kroket was goed gevuld, de vulling was goed gekruid, de kleur van de vulling was... oranje. De beeltenissen van Lex & Max ontbraken ook hier niet. Gisteravond keken wij vanuit Spanje, met vier miljoen anderen naar het interview met het aanstaande koningspaar. Hij liet zich van zijn beste kant zien en horen, vond ik: een moderne Democraat. Vooral zijn opmerking over koe Bertha 38 deed mijn mondhoeken krullen. Mijn favoriete Oranjeshirt is gekozen!


dinsdag 16 april 2013

Blij geitje in het weitje

We zijn weer terug op het honk aan de Costa Blanca na enkele dagen te hebben rondgereisd in Andalusië. De laatste dagen verbleven we in natuurpark Cabo de Gata, de Kaap van de Vrouwtjeskat. Daar komt de naam echter niet vandaankomt; het is afkomstig van het mineraal ‘agate’ (agaat) dat men daar vroeger op grote schaal uit de grond haalde.

Het is een gebied van zeer diverse geologie, met glooiende kale en begroeide heuvels in diverse kleuren groen, prachtige baaien en stranden, vuurtorens op landtongen, steile kliffen, vulkanische rotsformaties op het strand en in zee, kristalhelder water in diverse blauw- en groentinten, schilderachtige witte dorpen.
Het park dat op de lijst van UNESCO-natuurerfgoed staat, is een Walhalla voor wandelaars en fietsers want overal zijn paden uitgezet. Dit is een uitstekend jaargetijde om er rond te rijden: op de velden en in de bermen bloeien vele soorten wilde planten. In het bijgewerkte webalbum kun je het kleurrijke geheel zien. Agavebomen, cactussen en kleine palmbomen zijn specifiek voor het gebied. Vanwege het enorme aantal cactussen vroeg ik mij af of de vruchten tot iets worden verwerkt. In een plaatselijke winkel José vond ik het antwoord: men verkoopt gele en groene cactusvruchtlikeur.

We overnachtten in cortijo El Sotillo, een boerenhoeve net buiten het pittoreske dorp San José. Op de eerste avond, nadat we hadden gegolfd en rondgetoerd, hadden we zin om in het restaurant van de hoeve te dineren. Die hoeve is eigendom van een 99-jarige Spaanse dame die nog recent door de Spaanse krant El Mundo werd geïnterviewd. Haar eigendom figureerde in westernfilms en Clint Eastwood verbleef er als gast.
Mijn liefje deed deze dagen een confessie: ze was ooit een grote fan van Clint. Zelfs De Grootste, volgens haar. Ze ging nóg een stap verder door te zeggen dat ze een tijdje een foto van hem in haar portemonnee meedroeg. “Neeeeeeeeee?!”, riep ik vol ongeloof. Ze verzekerde mij dat het echt waar was. Ze raakte definitief fan-af sinds Eastwoods wanvertoning tijdens de Republikeinse conventie in 2012 waarbij hij tegen een lege stoel praatte die vijand Obama moest voorstellen. Tja, het verstand bevriest, net als water, in de winter van het leven!

Het restaurant serveerde uitsluitend ecologische maaltijden, met zelfverbouwde producten. Alle vleesgerechten waren afkomstig van de eigen, biologisch geteelde geitjes. Mijn liefje bestelde de aanbevolen geitenhamburger (met geitenkaas) en ik koos de mini-geitenkoteletjes. Die ochtend liepen ze nog blij in de wei. Ik denk zelfs dat ik ze heb gezien. Een wolk witte en bruine stippen bewoog namelijk over de groene hellingen van San José. Voelde ik mij schuldig? Een beetje wel. In Nederland stapte Stichting Wakker Dier onlangs naar de Reclame Code Commissie om supermarktketen Aldi ervan te weerhouden blije geiten in de wei op de verpakking van hun geitenkaas te zetten. Er zou sprake zijn van misleiding: de geiten staan namelijk op stal...

Moe maar voldaan gingen we 's avonds naar onze privé-cortijo. Vanwege de totale duisternis en de stilte verheugde ik mij op een diepe nachtrust. Het was een kraakheldere avond, de helverlichte sikkel van de maand was goed zien. Eenmaal binnen kwam ik tot de conclusie dat ik de voordeur niet kon sluiten; de ijzeren staaf van het schuifslot paste niet in de houder, hoe ik ook probeerde. Dan maar niet.

Teneinde de nachtrust te garanderen, besloot ik de houten deur met een stoel te barricaderen. Op de stoel legde ik vervolgens onze reistassen en onder de stoel zette ik de gevulde flessentas. Daarin zat niet alleen wijn maar ook een fles recent aangeschafte extra virgen-olijfolie van topklasse uit Tabernas (limited edition 2013-oogst!). Als een snoodaard zou willen binnendringen, zou ik dat zeker horen. Hopelijk zou de fles dat overleven. Mijn liefje keek mij meewarig aan; wel een jaartje ouder maar niet wijzer... 
Uitgeslapen ontdekte ik de volgende ochtend onder de 'Niet Storen'-kaart een slot op de deur dat ik gewoon met de sleutel kon afsluiten. Yo, Geitenbreier!


P.S. De kop van mijn blog is een hedendaagse variant van de Indalo, een neolitische tekening die men aantrof in de grotten van Los Letreros in Almeria.  Deze figuur met regenboog boven het hoofd werd hét symbool van de regio.


vrijdag 12 april 2013

Nieuwjaarsdag

(Deze blogtitel is geheel in lijn met de vorige.) Het is een heerlijke verjaardag tot nu toe. De kerkklok van de kathedraal van Almería, de buurman, luidde weliswaar niet gedurende de nachtelijke uren maar toch was de nachtrust niet wat ik ervan verwachtte. Tja, het valt niet mee om vrouw van middelbare leeftijd te zijn.

We ontbeten op de Plaza Vieja, het mooie plein waarvan wij dachten dat de auto er min of meer legaal zou staan geparkeerd. Na de bestelling van het ontbijt keek ik het plein rond. Mijn oog viel op een lokale politie-agent in de buurt van The Beast. Met een opschrijfboekje op zijn rug stond hij daar te praten met twee heren in burger. 

Op enig moment richtten hun blikken zich op onze auto. Ik kreeg de zenuwen... Zouden ze staan te overleggen over het aanbrengen van een wielklem? Een fikse boete voor verkeerd parkeren? Het oproepen van de Grua, de wegsleepdienst? Het leek verstandig contact te leggen met de heren. 
Ik liep dan ook naar hen toe en zei tegen de agent dat ik de eigenaar ben van de betreffende auto. Vervolgens stelde ik de retorische vraag “staat hij hier goed?” Het antwoord was bekend: “Nee”. Een boel hoofdgeschud. Ik liep naar hotel Catedral terug om de autosleutel te halen en elders te gaan staan. Totdat mijn liefje voorstelde dat ze het plaatselijke hotel, dat een officiële parkeerplek beheert op het plein, zou vragen om parkeertoestemming. Dat kregen we, zonder dat het ons een eurocent kostte. We moesten wèl beloven dat we zouden gaan lunchen bij hun restaurant. Dat is geen straf!

Wat ook meezat, was dat wij de schuilkelders van de stad mochten bezoeken. Om tien voor tien stonden we voor de deur van het museo Refugio de la guerra civil. We waren niet de enigen: we bleken in gezelschap te zijn van de oudste nicht van de architect (Don Guillermo Langle) van het ondergrondse bouwwerk, die als gids wachtte op een groep Spaanse pubers. Van haar mochten we mee met de rondleiding; de man aan de kassa stemde ermee in.

Dat werd een heel aparte ervaring, niet in de laatste plaats omdat een groep van 30 uiterst luidruchtige middelbareschooljongeren geen sinecure is. Voor de gids, welteverstaan. Wij hadden er geen last al voelden ook wij, 50-plussers, de hormonen door het gangenstelsel gieren! Het blijkt de uitgebreidste schuilkelder van Europa te zijn, groter dan die van Londen en Parijs. In hoogtijdagen van de Spaanse Burgeroorlog verbleven er 36.000 burgers ondergronds in Almería... Er bevindt zich daar een keuken, een ziekenhuis en de architect en zijn familie hadden er een piepkleine privé-schuilplaats. Mijn liefje vroeg op enig moment waar mensen in de schuilkelder hun behoeften konden doen. Dat werd in eerste instantie verkeerd uitgelegd. Het ging niet om haar maar om de Almeriaanse burgers in de jaren ’40. Een talig misverstand dat hilarisch uitpakte. We liepen kilometers onder de grond, op het laagste punt op ongeveer 12 meter diepte; de gangen voerden ons onder de kerk van San Pedro, de Centrale Markt en het theater van Cervantes door. Bizar maar boeiend.

Daarna liepen we op ons gemak de heuvel op naar La Alcazaba, de moslimcitadel die in het jaar 955 werd gebouwd en zeer goed is geconserveerd. Ik houd erg van Moorse architectuur. Je kunt er -gratis- uren rondlopen en -kijken. Het terrein omvat tevens een park met Saharafauna, een verdedigingsmuur die lijkt op de Chinese muur, Arabische baden, ruïnes en nog veel meer. Het uitzicht over de stad Almería en op de haven is prachtig, zeker op een strakblauwe, heldere dag als vandaag.

Daarna was het tijd voor een feestelijke lunch, wederom bij restaurant Plaza Vieja. Hun tapas zijn niet te overtreffen, vind ik. Een glaasje cava, heerlijke tapas, leuke bediening, een veilig geparkeerde auto op dat mooie plein, goed gezelschap... Ik voel mij een grote bofkont. Nu is het tijd voor siësta. Binnenkort stel ik weer een webalbum samen van dit uitje. Almería is een bezoek meer dan waard!

Dank voor alle verjaardagswensen.


donderdag 11 april 2013

Oudejaarsavond

Zojuist kreeg ik een Whatsapp van vrienden die mij alvast een goede oudejaarsavond toewensten. Ik moest erom grinniken; morgen stap ik inderdaad een nieuw levensjaar in. Van mijn liefje ontving ik een kado in de vorm van een reisje naar Almería en omstreken. Meestal wordt mijn verjaardag op die manier gevierd. Als ik moet kiezen tussen een materieel geschenk of een uitstapje, zal mijn voorkeur doorgaans uitgaan naar een reis.

Onlangs maakten wij een korte stop in Almería toen wij uit de Desierto de Tabernas naar huis terugreden met logée Bernadette. De stad maakte indruk op mij: de mix van oude en moderne gebouwen, de kunst in de stad, de gezellige straatjes, de vele restaurants en tapasbars: het vroeg om een nadere inspectie. Vanmorgen reisden we dan ook af voor een verblijf van enkele dagen in deze regio.

Onderweg verbaasde ik mij erover hoeveel land- en tuinbouw in deze streek wordt bedreven. Ik herinner mij de eerste keer dat ik Almería in de verte zag liggen. Ik vroeg mijn liefje toentertijd met grote verbazing: “ligt daar sneeuw?!” Het bleken de vele kassen te zijn; in Spanje zijn ze niet van glas maar van plastic. In de plaatselijke krant stond vandaag in een artikel dat Almería jaarlijks honderden miljoenen euro’s verdient aan de export van vooral tomaten, paprika’s en sla. De meeste groenten gaan naar Duitsland, op de voet gevolgd door Nederland.

Na tweeenhalf uur reden we Almería binnen en ik had wederom mazzel: terwijl ik de Plaza Vieja opdraaide (op aanwijzing van Bram van Tom-Tom) zag ik een parkeerplekje voor mijn neus opdoemen. The Beast staat daar naast andere Spaanse auto’s goed, wat mij betreft. Het was het plein dat al een week in mijn hoofd zat, vanwege het trendy restaurant met dezelfde naam dat daaraan is gevestigd. De voorgaande week wierp ik eeen blik op de tapaskaart en kreeg direct zin in de patatas bravas met truffelmayonaise... Toen deden we het niet, vandaag snoepten wij er wel van! Het bleken gevulde krieltjes met een subtiel dotje saus erop waarbij zowel mijn liefje als ik de vingers bijna opaten.

Ik vertelde de camarero van het restaurant dat ik al een week zin had in dit gerecht en dat we onder andere hiervoor waren teruggekeerd. Hij vertelde het met veel plezier door aan de dames van de keukenbrigade. 

Ik vroeg hem overigens ook of mijn auto op ‘hun’ plein veilig staat. Aï-aï. Sinds een jaar mag daar niet meer officieel worden geparkeerd maar de politie komt hoogstens eenmaal per week langs. We zullen zien of mijn verjaardag zal worden besteed aan het opsporen van mijn weggesleepte vervoersmiddel. Ik neem de gok.

Vanavond gaan we het tapasmenu van hotel Catedral uitproberen. Chef Tony García organiseert tot 21 april een speciale proeverij voor de hotelgasten, in samenwerking met het bekende olijfoliemerk uit de regio: Castillo de Tabernas. Ook dat stond in de krant. Ik verheug mij erop. Er gaat niets boven tapas; al helemaal niet als ze ook nog eens culinair interessant zijn! Terwijl ik dit zit te typen, slaat de kerkklok van de 16de eeuwse kathedraal ettelijke keren. Het aantal slagen lijkt geen relatie te hebben met het uur op mijn klok. Ik vermoed dat die ook ’s nachts zal beieren...

Nou ja, morgen moet niets en mag alles. We zullen La Alcazaba gaan bezoeken, hopelijk toestemming krijgen om door de schuilplaatsen onder de stad te lopen. Ik ontdekte het Museo Refugio de la guerra civil vorige week. Je moet vooraf een afspraak maken, via telefoon of aan het loket van het museum. We probeerden het vandaag maar waren te laat. Je wordt rondgeleid door het ondergrondse gangenstelsel en de schuilplaatsen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog door de tegenstanders van het Francoregime werden gebruikt. 
Twee nachten in een stadshotel worden afgewisseld met nachtjes slapen in het natuurpark Cabo de Gata. Dan is een Cortijo, een traditionele Andalusische boerenhoeve, ons onderkomen. Zaterdag gaan we golfen op een mooie baan aan zee en zondag gaan we fietsen huren om door het parque natural te rijden. Wordt vervolgd.


maandag 8 april 2013

De Russen komen!

Vladimir Poetin bezoekt het Vaderland vandaag op uitnodiging van koningin Beatrix, in het kader van het Nederland-Rusland Jaar. Hij blijft slechts één dag. Zo belangrijk is cultuur. Ik vraag mij in alle ernst af of de reden van zijn bezoek toch niet vooral economisch (eigen)belang is. Ik hoop dat Rutte tijdens dit bezoek nog tijd heeft om de toenemende mensenrechtenschendingen in Rusland aan de orde te stellen.

Ik heb zelf voetstappen liggen in Rusland. In de jaren ’90 van de vorige eeuw was Oost-Europa mijn werkterrein. In dat kader reisde ik regelmatig naar die regio; zo ook naar Rusland. De eerste reis naar en van vliegveld Sheremetyevo herinner ik mij goed. Het cyrillische alfabet had héél veel geheimen voor mij dus het was lastig te weten waar je als reiziger naartoe moest. Niet eerder ontmoette ik zulk onaardig, onverschillig personeel. Ik kan het mij hebben verbeeld maar het leek alsof men mij met ogenschijnlijk sardonisch genoegen van hot naar her stuurde.

Andere herinneringen: een oude vrouw aan een klaptafel bij de ingang van de metro van Moskou met voor zich één glanzende appel die ze te koop aanbood. Met Russische ICT-collega’s in een appelgroene Lada door de stad rijden. Voor het eerst van mijn leven wodka drinken (za zdoróvje!) en daarna met moeite kunnen opstaan en de rode loper van het restaurant aflopen. De werkkamer van de fabrieksdirecteur die zo groot was als een balzaal, zijn bureau in het midden van de ruimte met daarop een zwarte en een rode bakelieten telefoon, met stoelen langs alle wanden waarop het bezoek plaats ‘mocht’ nemen. De aardige en competente productiedirectrice die eruitzag als een heuse matroesjka. De bommelding in mijn hotel met uitzicht op het Rode Plein waardoor ik middernachtelijk in pyjama, in de bijtende kou werd geëvacueerd. En tenslotte: een Nederlandse ex-pat collega die mij vertelde dat hij op een dag een pistool tegen zijn slaap kreeg toen hij in zijn auto stond te wachten voor een stoplicht. Dat was Rusland voor mij.

Intussen ontwikkelde het land zich onder Poetin bepaald niet ten goede. De rijken werden rijker, de armen armer. En vooral: de Rus werd minder vrij. 

Het Nederlandse kantoor van Amnesty International startte onlangs een mediacampagne tegen de komst van Poetin naar ons land. In de afgelopen jaren verslechterde de mensenrechtensituatie in Rusland in rap tempo en dat is uiterst zorgwekkend. 
De Amnesty-campagne richt zich allereerst tegen de inperking van de vrijheid van meningsuiting. De dames van punkband Poessie Riejot die een anti-Poetinlied ten gehore brachten in een orthodoxe kerk in Moskou ervoeren het aan den lijve. Twee van hen werden veroordeeld tot twee jaar strafkamp. Dit soort vervolging kan iedere kritische burger in Rusland overkomen. De campagne richt zich ook tegen repressie van homoseksuelen. Ook bij NGO’s met buitenlandse financiering die in Rusland actief zijn, zoals Human Right Watch en Amnesty International, werden onlangs invallen gedaan. Langzaam maar zeker glijdt het Rusland van nu af naar het bedenkelijke niveau van een voormalige Sovjetstaat...

Als je dan bedenkt wat er met Russisch geld buiten het land gebeurt dan is de verbijstering compleet. Ook hier, aan de Costa Blanca, is de komst van Russen niet onomstreden. De Bank van Spanje gaf vorige week een waarschuwing af over mogelijke witwaspraktijken van Russisch geld dat afkomstig is uit Cyprus. Men denkt dat Russische investeerders mogelijk de kust van de provincie Alicante gebruiken om door middel van banktransacties geld wit te wassen, volgens een locale krant. Tussen 1 januari 2010 en nu was er in Spanje zeker vijf miljard euro afkomstig van banken op Cyprus. Spaanse banken hebben de helft van deze transacties geweigerd. In deze provincie zijn circa 100 onroerend goedagentschappen actief die zich specifiek toeleggen op de verkoop van panden aan Russen. Tussen 1 januari 2010 en 31 december 2012 werden door Russische investeerders 6.300 panden gekocht.

Buurdorpen Torrevieja en San Miguel de Salinas alsook Orihuela Costa -mijn eigen woongebied- maken sinds 1976 deel uit van de belangengebieden in Spanje ten behoeve van de nationale defensie. Vanuit het oogpunt van nationale veiligheid gaat het verkopen van woningen aan inwoners van buiten de Europese Unie dan ook minder gemakkelijk dan locale makelaars en politici zouden wensen. Vooral Russen zijn daarvan de dupe, aldus die makelaars en politici (die zelf ook in de gaten moeten worden gehouden!). Voor de aankoop van een pand aan de Costa Blanca moeten Russen op dit moment toestemming vragen van het Spaanse ministerie van Defensie. Naar verluidt, worden de benodigde vergunningen in veel gevallen niet afgegeven. Maar het is niet meer te stoppen: Русские идут!


donderdag 4 april 2013

Yippie Yah Yeah


We maakten deze week een uitstapje naar de woestijn van Tabernas, gelegen in de Spaanse provincie Almería (Andalusië). Het stond al jaren op het wensenreislijstje van mijn liefje en mij en Bernadette was solidair: ze ging mee. 

El desierto de Tabernas is de enige officiële woestijn in Europa. De woestijn ligt tussen de Sierra de Los Filabres en de Sierra Alhamilla. Het is een beschermd natuurgebied dat zijn bekendheid vooral verwierf door de vele spaghettiwesterns (500) die er werden opgenomen. 

Tabernas is eveneens bekend om zijn uitstekende kwaliteit olijfolie want deze streek ontvangt de meeste zonneschijn van Spanje. (‘Castillo de Tabernas’ was de favoriete extra virgen olijfolie van mijn vriendin Nelly voor wie wij menige fles uit Spanje meebrachten.)

La Buena, La Fea y la Mala gingen dan ook goedgemutst op pad. We reden er in circa 3 uur naartoe. Het dorp Tabernas ligt ingeklemd tussen de sierras, aan de voet van de ruïnes van een 14de eeuws Moors kasteel. De Tabernaswoestijn is geen zandwoestijn maar een rotsachtig, ruig gebied. Het was echter lang niet zo dor als ik verwachtte?! Er valt in het gebied gemiddeld 24 centimeter regen per jaar maar de heuvels en dalen waren relatief groen.

Het hoogtepunt moest toen dus nog komen... In de woestijn van Tabernas liggen namelijk drie themaparken die stuk voor stuk beroemde filmlocaties waren. Wij kozen voor een bezoek aan mini-Hollywood dat op 1 april zijn deuren weer voor publiek opende. Films die daar werden geschoten, zijn onder andere 'A Fistful of Dollars' en 'The Good, the Bad and the Ugly' (Sergio Leone), 'For a Few Dollars More' (Clint Eastwood) en 'Indiana Jones and The Last Crusade' (George Lucas).

Zo mini is het overigens niet: naast het wild west-stadje vind je er een uitgestrekte dierentuin, diverse musea (films, koetsen, diersporen), een cactustuin en de Yellow Rose Saloon! We trakteerden onszelf op een can-canvoorstelling in de saloon en de Western Show. 
Daar zagen we Spaanse jongedames voluptueus met de rokken zwieren en de benen in de lucht gooien. De Spaanse mannen deden spelletjes die jongens nu eenmaal graag doen: paardrijden, vechten, elkaar beschieten. Dat alles op de beroemde klanken van muziek van Ennio Morricone. De slechterik werd aanvankelijk in de boeien geslagen en vervolgens opgehangen. 
Tijdens de show ging het er nogal amateuristisch aan toe maar het decor was fraai en de entourage uiterst geschikt voor de toepassing. De strakblauwe lucht maakte het tot een fotogenieke ervaring. In het webalbum kun je ervan meegenieten.

De volgende dag stonden een voettocht naar het Moorse kasteel, een bezoek aan de plaatselijke olijfoliefabriek van het bekende merk ‘Oro del Desierto’ (het goud van de woestijn), en een wandeling door de provinciehoofdstad Almería op het programma. In het museum en de fabriek, die van oktober tot januari druk is met het vervaardigen van olijfolie, kregen we een rondleiding van een lid van de familie Alonzo, producent-eigenaar. Hij vertelde ons dat zijn familie al 7 generaties olijfboomgaarden bezit en beheert maar dat zij nog maar 10 jaar geleden de verlaten oliepers kochten. Daarmee beheert men nu de gehele keten. 
De familie produceert momenteel 400 à 500.000 liter olijfolie per jaar maar men is de finca sterk aan het uitbreiden. De zonnepanelen op het dak wekken dermate veel energie op dat niet alleen de fabriek voldoende electriciteit heeft voor alle werkzaamheden maar dat die wordt verkocht aan de lokale Spaanse energieproducent. Vanzelfsprekend kochten we een fles biologische olijfolie (koude persing), voor dressings en om mee te koken; dat gaat goed met extra virgen-olie. Fles en Bernadette kwamen inmiddels heelhuids in Nederland aan. 

Het bezoek aan de prachtige stad Almería smaakt naar mee. Daar keren mijn liefje en ik hoogstwaarschijnlijk binnenkort naar terug.