Translate

Posts tonen met het label aforismen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aforismen. Alle posts tonen

zaterdag 22 augustus 2026

Herinneringen maken

De vakantieperiode is in vele Westerse landen tot een einde gekomen. Toeristen uit binnen- en buitenland vlogen of reden terug naar werk en school. De eerste was is gedaan, de vakantiefotoboeken zijn in bestelling. 

Dagelijks ontvang ik van Google Photos berichten op mijn apparaten in de vorm van foto’s die ik een jaar, tien jaar of zelfs 20 jaar of langer geleden maakte. Dat zijn herinneringen in fotovorm, de ene dierbaarder dan de andere. Het zijn momenten uit mijn verleden waarop iets waardevols of memorabels gebeurde dat ik voor het nageslacht vastlegde en dat mij herinnert aan die momenten. Soms stuur ik ze door aan de vrienden met wie ik die herinnering(en) deel.

Er zijn uitdrukkingen die zo geruisloos het dagelijks taalgebruik binnensluipen dat bijna niemand zich nog afvraagt wat ze eigenlijk betekenen. ‘Herinneringen maken’ is daar een voorbeeld van. Het is intussen volledig ingeburgerd. De woorden klinken warm, positief en onschuldig en je vindt ze tegenwoordig bijna overal: in reisfolders, reclames, familiefotoalbums en op sociale media. Vrijwel niemand trekt er nog een wenkbrauw bij op. Behalve ik.

Ongeveer twee jaar geleden hoorde ik het een vriendin -die veel tijd doorbrengt op sociale media- voor het eerst gebruiken. Zij was weduwe geworden maar ontmoette daarna een nieuwe novio, iemand die ze van vroeger kende. Met hem ging ze nieuwe herinneringen maken”. Nu gun ik haar al het levensgeluk van de wereld maar deze uitdrukking vond (en vind) ik verdraaid vreemd...

Het rammelt niet alleen taalkundig maar ook in filosofische zin. Een herinnering is geen ‘ding’ dat de mens vervaardigt, zoals dat bijvoorbeeld geldt voor een schilderij of een taart. Het is de gedachte aan een eerdere ervaring, het spoor dat de tijd achterlaat in ons bewustzijn. Een herinnering ontstaat pas nadat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Daarvoor hoef je zelf weinig te doen, de tijd doet het belangrijkste werk. Op het moment zelf beleven wij geen herinnering; wij ondergaan een ervaring. Pas later krijgt die ervaring de betekenis van een herinnering.

Wie zegt dat hij of zij herinneringen gaat maken, spreekt alsof de toekomst zich al heeft omgevormd tot het verleden. Dat is een merkwaardige omkering. De ervaring wordt niet beleefd om zichzelf maar om haar latere functie als herinnering. Daarmee verschuift ook onze houding tegenover het leven. Een wandeling in het bos is niet langer alleen een wandeling in het bos. Het wordt een investering in nostalgie. De vakantie is niet meer het bezoeken van een onbekende plek of het ontmoeten van nieuwe mensen waarop later kan worden teruggekeken, het worden projecten van activiteiten in het nu.

Dat verraadt een typisch moderne verhouding tot de tijd. We beleven het ogenblik zelf steeds minder maar meer de vastlegging ervan. De uitdrukking herinneringen makenpast goed bij die mentaliteit. Die suggereert dat herinneringen een doel op zichzelf zijn geworden. Maar herinneringen laten zich niet plannen. Niemand besluit op dinsdagochtend dat de lunch van die middag een dierbare herinnering wordt. De gebeurtenissen die ons het meest bijblijven, zijn vaak juist degene die zich onverwacht aandienen: een gesprek dat langer duurt dan gepland, de geur van een zomerse bui, een afscheid waarvan je op dat moment niet weet dat het voor altijd is.

Sterker nog, hoe krampachtiger we proberen een herinnering te produceren, hoe groter de kans dat de ervaring kunstmatig wordt. De intentie verdringt de spontaniteit. Men is voortdurend bezig zichzelf van buitenaf te observeren: Dit is een moment dat ik mij ga herinneren”. Daarmee wordt het heden al half verleden voordat het goed en wel heeft plaatsgevonden.

Taalkundig is de uitdrukking ook eigenaardig. We ‘maken’ geen herinneringen, we doen ervaringen op. Herinneringen maken is geen werkwoord (wel een werkwoordelijke uitdrukking). Herinneringen zijn het gevolg van een handeling, niet de handeling zelf.

Dat is waarom ik deze uitdrukking bizar vindt klinken. Niet per se omdat het grammaticaal onjuist zou zijn, taal is immers dynamisch, maar omdat die een illusie verraadt: de gedachte dat wij onze herinneringen kunnen organiseren zoals we agenda's, boeken en foto’s ordenen. Alsof betekenis toekennen een kwestie van plannen is. Betekenis laat zich niet produceren, die ontstaat. Soms langzaam, soms onverwacht maar altijd pas achteraf.

Wellicht dat achter deze populaire formulering een dieper verlangen schuilt... In een wereld waarin tegenwoordig zoveel zó vluchtig is, willen mensen iets vasthouden. Ze hopen dat mooie momenten niet verdwijnen en dat begrijp ik maar al te goed. Dagelijks word ik door een slimme foto-app herinnerd aan mooie momenten. Maar herinneringen laten zich dus niet fabriceren in het moment.

Ik zou willen zeggen: mens, durf te leven! Laat dingen gebeuren en zie welke leuke of dierbare herinneringen worden. Dus geen herinneringen maken maar ervaringen opdoen, dat is de essentie. Als ervaringen betekenis krijgen, zullen herinneringen vanzelf ontstaan.

Het leven is geen nostalgiefabriek. Het is een lange slinger van ervaringen waarvan de tijd, buiten onze regie om, er af en toe iets waardevols van maakt dat we ons graag herinneren.


maandag 20 juli 2026

Toevluchtsoord van onwetendheid

Vandaag geen voetbalverslag van mijn hand, al was de finale van Spanje tegen Argentinië gisteravond zinderend. Spanje is de zeer terechte winnaar! 

Deze blog gaat maar heel even over een bijzondere foto die in 2007 werd gemaakt in het kader van een UNICEF-avond voor goede doelen bij FC Barcelona. Daar speelde toen een piepjonge Lionel Messi (20). Hij kwam in 2013 met zijn familie uit Rosario (Argentinië) naar Barcelona om daar een topvoetballer te worden. Er was een loterij georganiseerd en het toeval wil (?) dat de ouders van de nóg piepjongere Lamine Yamal het winnende lot in handen hadden. De hoofdprijs was dat de baby, die eerder dat jaar werd geboren, op de foto mocht met de veelbelovende Argentijnse voetballer. De rest is geschiedenis.

Is het toeval dat de beide mannen, beschouwd als de beste voetballers van hun generatie en dit jaar tegen elkaar strijdend in de WK-finale, bijna 20 jaar geleden op dezelfde foto figureerden? Ik denk het wel. 

‘Toeval bestaat niet’ is een populaire uitdrukking. Of de strekking klopt, hangt af van de definitie die je hanteert. Wetenschappelijk gezien is toeval een onvoorspelbare gebeurtenis zonder doel, terwijl filosofen beargumenteren dat toeval louter een gevolg is van onzichtbare oorzaken.

Wanneer we worden geconfronteerd met twee schijnbaar losstaande gebeurtenissen die samenkomen, zoeken wij als mens instinctief naar betekenis. Het is een bekend concept in de filosofie: mensen hebben een sterke behoefte aan causaliteit (direct verband tussen oorzaak en gevolg). Als we de oorzaak van een gebeurtenis niet direct kunnen traceren, bestempelen we het gemakshalve als ‘toeval’ of ‘lot’. De beroemde filosoof Baruch Spinoza noemde toeval 'het toevluchtsoord van de onwetendheid'.

Wat wij toeval noemen, is voor veel wetenschappers niets anders dan een samenloop van omstandigheden die wiskundig gezien onvermijdelijk is over een voldoende lange tijdlijn. De beroemde natuurkundige Albert Einstein uitte zijn scepsis over toeval met de intrigerende uitspraak “God dobbelt niet”. Hij geloofde in een geordend universum waarin alles strikt volgens wetmatigheden verloopt. Toeval paste volgens hem niet in de natuur. 

De werkelijkheid is complexer. Wie de uitdrukking 'toeval bestaat niet' letterlijk neemt, impliceert dat alles in het universum vantevoren vaststaat. Dat strookt niet met de moderne kwantummechanica, waar fundamentele onvoorspelbaarheid en probabiliteit wél een aantoonbare rol spelen. Volgens ethicus, filosoof en universitair docent Jeroen Hopster (Universiteit van Utrecht) is Vrouwe Fortuna -de Romeinse godin van het lot, het toeval en het geluk- een bode van geluk maar zij kan ook grillig en genadeloos zijn. (Hij schreef een boek over het verschijnsel). Kan de mens het toeval beheersen? En zouden we dat moeten willen? Volgens hem is toeval een alomtegenwoordig onderdeel van ons leven, dat we moeten omarmen.

De reden dat we hardnekkig vasthouden aan het idee dat toeval niet bestaat, is onze psychologische behoefte aan zingeving. Als iets een bijzondere wending in ons leven teweegbrengt, ervaren we dit vaak als een vorm van synchroniciteit – een term van psycholoog Carl Jung over zinvolle samenhangen die niet causaal verklaarbaar zijn. We maken er een verhaal van of kennen daaraan een ‘hogere bedoeling’ toe. Dit ‘magisch denken’ is menselijk en kan heel troostend en inspirerend werken maar het maakt het toeval objectief gezien niet minder willekeurig.

De uitdrukking 'toeval bestaat niet' zegt veel meer over de menselijke psychologie dan over de werkelijkheid. Het getuigt van het menselijke onvermogen om de miljoenen parallelle variabelen in het universum te overzien, gecombineerd met een diepgeworteld verlangen om voor onszelf structuur aan te brengen in de chaos.

De uitdrukking suggereert dat achter iedere ontmoeting, iedere tegenslag en ieder onverwacht geluk een verborgen logica schuilgaat. Wie zijn huissleutels vergeet en daardoor nét niet in een verkeersongeluk belandt, noemt dat doorgaans geen toeval. Wie zijn of haar levenspartner ontmoet doordat een trein vertraging had, ziet daarin wellicht de werking van het lot. 

Zelf kan ik er niet omheen dat toeval wèl bestaat. Neem genetische mutatie, een onderwerp waarover ik ‘toevallig’ het een en ander weet: een grillige loop in ons bestaan. Op een dag blijkt dat één lid van een gezin drager is van een mogelijk dodelijke genmutatie maar de biologische zus niet. Dat is een combinatie van willekeur (toeval) en een zekere biologische wetmatigheid. 

Vanuit wetenschappelijk perspectief is het bestaan van toeval bewezen. Het opgooien van een munt, het verval van een radioactief atoom of de genetische variant waarmee een mens wordt geboren: het zijn processen waarvan de uitkomst niet met zekerheid is te voorspellen. Dat wil echter niet zeggen dat de natuur chaotisch is. Veel gebeurtenissen verlopen volgens vaste natuurwetten, maar onze kennis is beperkt. Soms spreken we van toeval omdat we de oorzaken niet volledig kennen; soms omdat de uitkomst fundamenteel onvoorspelbaar is.

Maar de gemiddelde mens ervaart de wereld anders dan een natuurkundige. Ons brein is geëvolueerd om patronen te herkennen. Dat vermogen heeft ons geholpen roofdieren te ontwijken en voedsel te vinden maar het heeft ook een keerzijde. We verbinden losse gebeurtenissen met elkaar en construeren verhalen waarin sprake is van oorzaak en gevolg. Achteraf lijken gebeurtenissen dan vaak onvermijdelijk terwijl zij vooraf hoogst onzeker waren. Psychologen noemen dat hindsight bias: de neiging om achteraf te geloven dat iets voorspelbaar was.

Twee mensen kunnen exact dezelfde ervaring meemaken en daaruit een totaal andere conclusie trekken. De een noemt het een statistische samenloop van omstandigheden, de ander een teken van een hogere macht. Beide geven betekenis aan dezelfde gebeurtenis vanuit een verschillend wereldbeeld. 

Filosofisch gezien is de vraag nóg ingewikkelder. Als alles volledig wordt bepaald door oorzaken die teruggaan tot het ontstaan van het heelal, dan lijkt er inderdaad geen ruimte voor toeval. Alles gebeurt dan noodzakelijk. Maar zelfs in zo'n deterministische wereld zou toeval voor ons blijven bestaan, omdat niemand alle oorzaken kan overzien. Toeval is dan geen eigenschap van de werkelijkheid, maar zegt iets over onze eigen beperkingen.

Aan de andere kant biedt het bestaan van toeval juist een zekere vrijheid. Een wereld waarin alles vastligt, laat weinig ruimte voor verrassing, creativiteit en keuze. Dat onverwachte kansen zich aandienen, dat mensen elkaar ontmoeten zonder vooropgezet plan en dat levens onverwachte wendingen nemen, maakt ons bestaan rijker. 

Wie zegt dat toeval niet bestaat, spreekt doorgaans de hoop uit dat het leven samenhang heeft, dat pech of verdriet niet zinloos is en voorspoed meer is dan een gelukkige worp met dobbelstenen. Dat menselijke verlangen is begrijpelijk maar het bewijst de uitspraak niet, wat mij betreft. 

De wetenschap laat zien dat onvoorspelbaarheid een reëel onderdeel is van de werkelijkheid. De psychologie toont aan dat mensen betekenis zoeken in toevallige gebeurtenissen. De filosofie leert dat beide perspectieven (wel/geen toeval) naast elkaar kunnen bestaan. Daarom gaat het niet echt om de vraag of toeval wel of niet bestaat maar waarom wij zo graag geloven dat het niet bestaat. Juist in een onzekere wereld biedt de gedachte aan een verborgen orde houvast aan de angstige mens. 

Was het toeval toen de jongste de Grote Kleine troostte om zijn verlies? Ik denk het niet! 



zaterdag 17 juli 2021

53%

Als twee mensen samen zijn, dan zijn ze niet met hun tweeën maar met hun zessen: wie elk van hen is, wie elk van hen denkt te zijn en wie elk van hen denkt dat de ander is...’ Dat zei António Guterres eens in het openbaar, de Portugese Secretaris-generaal van de Verenigde Naties. In een oud interview met The Guardian trof ik het aan. Hij kreeg het inzicht van zijn eerste vrouw die psychiater was. Dat helpt hem nog steeds bij zijn VN-werk want het principe zou ook van toepassing zijn op landen.

Ik trof deze uitspraak als motto aan in een boek dat ik recent las, getiteld De dubbele waarheid van Roelof Smit (1985). Het gaat om een zogenaamd omkeerboek: hetzelfde verhaal wordt tweemaal verteld, vanuit twee perspectieven en los van elkaar. Het was een aardig boek maar niet goed genoeg om hier uitgebreid te worden besproken, wat mij betreft. Het is een verhaal over twee kanten van eenzelfde gebeurtenis; dat van Ruben en Milan. Wiens schuld is het wanneer seks op een misverstand berust en geen van de twee er echt zin in had? De twee zeer verschillende homoseksuele jongens brengen een nacht met elkaar door, die ze heel verschillend beleven. Een nacht die de levens van de beide jonge mannen gaat beheersen door #metoo, advocaten en sociale media. Dit boek lees je in één zucht uit maar je blijft daarna als lezer wel achter met de vraag: hoe zat het nu precies die nacht? Dat vind ik er dan wel weer knap aan. 

Mijn liefje deed onlangs een enquête in de Volkskrant over hoe de taken in het eigen huishouden zijn verdeeld. Dat wist ik niet totdat zij mij tussen neus en lippen meedeelde dat zij 53% van ons huishouden voor haar rekening neemt. Ze poneerde het nogal stellig en ik trok mijn wenkbrauwen op. Mijn eerste gedachte was dat dit percentage niet kon kloppen en dat zei ik haar ook. Daar bleef het op dat moment bij. Totdat we woorden kregen over iets anders. Ik kan mijn gal nogal spuien over dingen, ben nooit een binnenvetter geweest; in tegenstelling tot mijn liefje. Als iets mij dwarszit, gooi ik het eruit. En dat niet alleen: dan wordt de rest van de wereld, van egoïsten en aso´s, erbij gehaald. Zelf kon ik al stekelig reageren en corona verminderde dat niet. Een paar van mijn vrienden hebben er ook last van… 

Het tomeloze hondengeblaf in de buurt was de directe aanleiding van mijn boze bui. Aangezien veel Spanjaarden weer naar hun vakantiehuizen aan de kust kwamen, kwamen ook hun talloze viervoeters mee. Nu heb ik helemaal geen hekel aan honden. Naast ons woont een van de leukste dieren die ik er bestaan: hond Chilli van onze Deense buren. Die blaft ook weleens maar dat is dan logisch (bezoek, de bel) en is in enkele seconden voorbij. Als ze een wandeling met haar baasje of vrouwtje gaat maken of als ze terugkomt van haar ronde en wij ook buiten zijn, is dat altijd goed voor een uitgebreide aai over haar lieve kop. Ik roep haar naam altijd enthousiast en dan kronkelt haar lijfje van links naar rechts. Fun voor twee! 

De Nederlandse auteur Arthur Japin schrijft momenteel aan een boek over honden, getiteld Honden voor het leven. Het verhaalt over de hond die hem opvoedde en de twee puppy´s die zijn kijk op het leven bepalen. Een boek met grote thema´s als liefde, hoop, moed en vriendschap. Het verschijnt in september.

In voorgaande jaren hadden we in de straat te maken met chihuahua Thor die buren tot diep in de nacht wakker hield met zijn neurotische geblaf. Aan die hond was echt een steekje los, al realiseer ik mij dat ook een viervoeter een product is van de opvoeding. (Of beter gezegd: het ten enenmale ontbreken ervan.) Ik sprak Spaanse hondenbezitster Cristina erop aan. Destijds beaamde zij tegenover mij dat haar huisdier ietwat nerveus’ was. Dat bleek dé understatement van die zomer! Het dier blafte zodra zij de deur achter zich dichttrok om naar haar werk te gaan (ze is arts in een plaatselijk ziekenhuis). Het dier zat dagelijks urenlang alleen op de patio achter het huis en deed daar zijn behoeften. Hij mocht niet in huis want dan vernielde hij de boel. Deze hond sloeg bij het minste of geringste aan en kon erg lang doorblaffen. In augustus 2019 blogde ik voor het eerst over deze kleine terrorist. 

Maar er is inmiddels goed nieuws te melden van het Thorfront! Afgelopen winter verhuisde Cristina met echtgenoot en hond naar elders. Onlangs zag ik de jonge ouders met een gloednieuwe baby op de arm de straat in wandelen. Zonder hond. De kleine jongen heet Marino, Spaans voor van de zee. Hij is met grote zekerheid in deze straat verwekt. Ik vermoed dat de neuroot op vier pootjes het veld moest ruimen... Niet van de zee en ook niet meer van de wereld? Jaarlijks worden in heel Spanje meer dan 100.000 huisdieren in de steek gelaten, net voor de zomer aanbreekt. Het laatste nieuws hieromtrent is dat er elke 18 minuten in Spanje een hond wordt achtergelaten. Zo komt een deel ervan in de reeds overvolle asiels terecht. 

Waaraan ik dus een enorme hekel heb -en daarin ben ik zeker niet de enige- is dat menig Spaans hondenbaasje zijn huisdier(en) maar laat blaffen, zonder dat er tegen dat gedrag wordt opgetreden. Dat doet mijn bloed regelmatig kolken. Ik probeer die opwinding echt te beteugelen maar soms lukt dat eenvoudigweg niet. Dan komt er stoom uit mijn oren, wil ik de betreffende hondenbezitter het liefst door een grote pitbull laten opkauwen. Dat leidde vorig jaar tot een verhitte discussie met een eigenaresse van twee kleine keffers die van geen ophouden wisten terwijl zij in alle rust op haar strandstoel voor het huis zat. (Ze zijn er deze zomer alweer.) Inmiddels kan ik de honden in de buurt onderscheiden aan de hand van hun geblaf. Als het tv-programma Wedden dat? nog zou bestaan, zou ik die weddenschap glansrijk hebben gewonnen!

Niet alleen ben ik boos op honden en hun falende eigenaren maar ook op iedereen die mij op zo´n moment voor de voeten loopt. Ergo: zij. Het was tijdens zo´n tirade dat ik mijn liefje de 53% naar haar hoofd terug slingerde. Een typisch geval van huishoudelijk geweld. Onterecht en kasian, inderdaad...

In ons geval is het huishouden tamelijk eerlijk verdeeld maar desalniettemin kon ik mij niet voorstellen dat zij in huis meer doet dan ik. De verdeling van de huishoudelijke taken was nooit een strijdpunt tussen ons. Dat is het nog steeds niet maar dat percentage stak, vooral de zelfgenoegzaamheid die ik in haar stem meende te horen. Tja. 

Zij doet in huis wat zij kan en wat haar het best ligt en dat geldt ook voor mij. Bovendien doen we veel samen. Zij is met name de buitenvrouw (tuin, terras, washok, afval, auto) en ik doe de binnenboel. Werk dat een fysieke inspanning vergt (bukken en zwaar tillen), ligt per definitie op mijn bord en daarmee heb ik geen enkel probleem. Verder ben ik vaak de kok en altijd de klusser en opruimer van de familie. In coronatijd was ik degene die de wekelijkse boodschappen deed maar sinds zij volledig is gevaccineerd, gaan we vaak weer samen winkelen.

In een artikel in Trouw in 2020 las ik dat de traditionele taakverdeling in Nederlandse huishoudens nauwelijks veranderde door corona. In het huishouden en de zorgtaken zijn vrouwen daar nog altijd oververtegenwoordigd. Zo voerde vóór de coronacrisis 10% van de mannen de meeste huishoudelijke taken uit, sinds corona is dit 11%. Vrouwen zijn iets minder gaan doen in huis: voor de crisis gaf 57% aan meer in huis te doen dan de mannelijke partner, tegenover 53% (!) sinds corona. In dat artikel was ook te lezen dat partners niet met elkaar over de verdeling praten. Nee, dan wij!

Na de woordenwisseling stelde zij voor dat ik de enquête dan zelf maar moet doen. Op dat moment haalde ik mijn schouders op. Inmiddels deed ik dat stiekum wel (hierboven het resultaat). Het is hetzelfde verhaal, tweemaal verteld, vanuit een ander perspectief. Wat elk van ons denkt te zijn en wat elk van ons denkt dat de ander is. Wat je noemt: een dubbele waarheid.


donderdag 20 februari 2020

Sisterhood kills

Het moest Valentijnsdag 2020 worden om alsnog te horen dat ik een goed karakter heb. Daaraan gingen heel wat povere jaren vooraf. Wie het onlangs zei? Mijn liefje (of all people)! Op de betreffende ochtend had ik in alle vroegte zitten broeden op een toepasselijke reactie op een Whatsapp-bericht van een dierbare met een partner met uitzichtloze gezondheidsproblemen. Die partner sleept zich, doodziek met een van de belabberdste vormen van kanker, van de ene naar de andere ellendige behandeling. De behandelend arts had bedenkingen maar was tegelijk van mening dat de patiënt die behandeling, de aller-allerlaatste strohalm, aankon. Ze gaan er voorlopig wekelijks mee door.

Ik koos mijn woorden zorgvuldig. Mijn compassie moest erin doorklinken maar ook mijn zorgen. (Zelf zou ik niet eindeloos doorgaan met bestrijden als de onafwendbare dood mij op de hielen zit, maar dat terzijde.) Toen mijn liefje later die ochtend mijn lange respons las op de telefoon (we delen er een), was ze onder de indruk. Ze keek mij diep in de ogen en sprak de historische woorden “hieruit blijkt dat je een goed mens bent.”

Nu weet ik dat zelf al ruim 50 jaar, met af en toe een flinke deuk in mijn zelfbeeld. Als geen ander weet ik dat een mens nooit alleen maar X of uitsluitend Y is. Mensen zijn complexe wezens, sommige exemplaren zijn zelfs vaten vol tegenstrijdigheid. Je moet mij toestaan even hoog te draven… dus zet je schrap!

Het heeft mij nooit ontbroken aan compassie. Al vroeg kwam ik op voor gepeste klasgenootjes, als puber was ik vegetarisch en stampvoette bij onrecht, als jong-volwassene sprong ik op de barricaden voor sociale rechtvaardigheid, gelijkheid en gerechtigheid en als volwassene doe ik nog steeds iets dergelijks. Toen mijn liefje ziek was, zorgde ik voor haar als een moeder voor haar kind. Dat deed ik ook voor mijn beste vriendin toen zij longkanker kreeg.
Ik heb een kleine maar hechte vriendenkring die ik koester. Ik ben vaak degene die zich realiseert dat er in die kring of in de familie iets aan de hand is. Ik ben vaak de eerste die contact zoekt als er te lang geen teken van leven is. Als er op een lastige kwestie moet worden gereageerd, ben ik de eerste om dat te doet. Ik souffleer als er een heikel gespreksonderwerp is. Ik ben ook degene die alle (!) persoonlijke brieven en kaarten schrijft. Bovendien leg ik gemakkelijk contact met vreemden en onthoudt ook nog eens wie ze zijn voor een volgende ontmoeting. Zo. Dat wilde ik even hebben gezegd.

Maar een goed mens? Tja.

Als goedheid de afwezigheid van slechtheid is, dan ben ik het niet. Ik ben namelijk iemand die kan sarren, tieren en kwetsen. Mijn driften houd ik lang niet altijd in bedwang. Daarmee maak ik meer kapot dan mij lief is. Ik ben degene die geen ruzie uit de weg gaat. Daarin zijn we tegenpolen. Voor mij is zij de perfecte partner: aardig, evenwichtig en bedachtzaam. (Ik kan ook heel aardig doen, hoor maar het zijn is iets anders.) Ik hoopte dat haar karakter op mij zou afstralen… 
Zij is mijn Prinses op het Witte Paard. Toen ik haar leerde kennen, plaatste ik haar op een voetstuk. Ik was mij ervan bewust dat dit vraagt om moeilijkheden. Als mens zijn we immers per definitie feilbaar; niemand is volmaakt. Op de momenten waarop zij van mijn voetstuk dondert, word ik boos. Op haar omdat ze het ideaal verstoort en zichzelf tot mij niveau verlaagt, op mezelf omdat ik dat niet kon voorkomen. Dat klinkt complex en vaak voelt dat ook zo. 

Mijn kwaaie en goede zijde zijn echter kanten van een en dezelfde persoon. Soms is boosheid terecht, vaak niet. De uitknop vind ik regelmatig te laat. Ik doe erg mijn best om goedheid te laten prevaleren maar dat lukt mij eenvoudigweg niet altijd. Vroeger werd ik al een moeilijk mens genoemd, ook mijn liefje vindt tot op de dag van vandaag dat ik gemakkelijker moet worden. Dit oudje heeft nog veel te leren in het leven. Ik moet wel opschieten!

Ik dacht dus aan mezelf als vermeend gutmensch toen ik afgelopen weekend een interessant artikel las in de boekenbijlage van de Britse krant The Guardian. Het artikel had de kop Fighting the tyranny of ‘niceness’: why we need difficult women. Het boek dat daaraan ten grondslag ligt, is getiteld ‘Difficult Women: A History of Feminism in 11 Fights’. Zowel het artikel als het boek is van de hand van de Britse journaliste en schrijfster Helen Lewis. Het artikel las ik aandachtig, het boek nog niet.

Difficult. It’s a word that rests on a knife-edge: when applied to a woman, it can be admiring, fearful, insulting and dismissive, all at once. Zo begint het artikel. Lewis zegt dat de meesten van ons meer dan een kant hebben. Niemand is volmaakt of puur, veel mensen zijn complex.

De schrijfster slaat vervolgens een brug naar feminisme, op zich eveneens een ingewikkeld onderwerp. Het feit dat het bovendien 3.5 miljard vrouwen betreft -meer dan de helft van de bevolking van Moeder Aarde- maakt het extra complex. Lewis onderscheidt drie soorten difficult’: lastige vrouwen (met dito boodschappen), de complexiteit van verandering en vooruitgang, de inherente moeilijkheid van het vrouwzijn.

De eerste feministen hingen opvattingen aan die feministen van latere generaties niet te pruimen vonden. Het was zelfs zo dat hun gedachtengoed destijds niet te pruimen was voor menig tijdgenoot. We schrijven over de feministen-avant-la-lettre, de activistes van het eerste uur: de suffragettes in de 19de en begin 20ste eeuw. So what?! George Bernard Shaw zei in 1903 “The reasonable man adapts himself to the world. Therefore all progress depends on the unreasonable man.” Het is een kleine stap voor Lewis en Barefoot om daar unreasonable woman van te maken. We hebben moeilijke types hard nodig als we progressie willen maken.

Als we de geschiedenis van het feminisme goed willen beschrijven, moeten we de scherpe kantjes van de pioniers niet afschaven maar juist handhaven. Belangrijke personen voor de vrouwengeschiedenis, met soms tegenstrijdige boodschappen, moeten niet uit deze geschiedschrijving worden weggepoetst. Zij hadden gebreken (net als mannen), zij waren net mensen. We moeten evenmin koste wat het kost rolmodellen en heldinnen van hen willen maken. (Dat knoop ik in mijn oren.)

Lewis noemt in dit verband onder andere de Franse mode-ontwerpster Coco Chanel. Zij inspireerde menig jong meisje om een carrière in de mode na te streven maar in de Tweede Wereldoorlog was diezelfde Chanel ook de geliefde van een Nazi-officier en hoogstwaarschijnlijk een spionne voor Hitler’s Duitsland. Die collaboratie is niet bepaald verheffend maar we kunnen de geschiedenis van vrouwen niet vieren als we de politiek -en daarmee conflicten- uit hun verhalen verwijderen. Emily Pankhurst zou te autocratisch zijn geweest, Andrea Dworkin te agressief, Jane Austen teveel middenklasse. Misschien maakten onze feministische pioniers fouten maar zij deden ertoe! ‘Their difficulty is part of the story’. Aldus Lewis. Vrouwen zijn gecompliceerde wezens dus voortgang maken in de feministische beweging is dat ook.

“If there is no struggle, there is no progress.” Het is een uitspraak van Frederick Douglass (1818-1895), zwarte schrijver en sociaal hervormer, die streed voor afschaffing van de slavenhandel in de Verenigde Staten. Zijn gezegde blijkt eveneens van toepassing op het feminisme; ook dat gaat altijd gepaard met strijd. En de strijdsters moeten juist verstoren.

In a world built for men, women will always struggle to fit in’. Vrouwen zijn wat de Franse feministe Simone de Beauvoir in een van haar beroemdste werken noemde: de tweede sekse. Onze lichamen wijken af van de standaard (de man), onze seksuele verlangens zijn onvoorspelbaar, Freud noemde onze geest het duistere continent.

Een van de favoriete uitspraken van Lewis komt van auteur Chimamanda Ngozi Adichie. Deze Nigeriaanse beschrijft een feministe als iemand die gelooft in sociale, economische en politieke gelijkheid tussen man en vrouw. Dat klinkt eenvoudig maar die rechten voor vrouwen opeisen blijkt eindeloos veel lastiger dan gedacht. De #MeToo-beweging heeft (nog) niet geleid tot substantiële verandering in wetgeving, het recht op abortus staat in delen van de wereld (weer) op losse schroeven, groepsverkrachting van vrouwen komt nog steeds voor (Spanje en India), gratis universele kinderopvang maakte geen enkele progressie sinds 1970 en macho-populistische presidenten als Trump, Bolsonari, Poetin en Modi zien vrouwen liever in een ondergeschikte rol dan als feministen.

De huidige feministische beweging mag luider zijn dan de vorige(n) maar is ook verdeelder. Dat maakt het moeilijker om vooruitgang te boeken. Bovendien kregen we last van de Cancel Cultuur: heldinnen zijn nog niet op het schild gehesen of ze worden er alweer vanaf geduwd. “Sisterhood is powerful. It kills. Mostly sisters.” Jonge feministen laten zich soms denigrerend uit over datgene wat hun voorgangsters bereikten. Onder jonge vrouwen ontstond het besef dat hun moeders en grootmoeders seksisme niet hadden kunnen beeïndigen. Dat leidde tot een hernieuwd feminisme dat we sinds 2008 de Vierde Golf noemen.

Feministen van de Tweede Golf (1960-1980; daartoe reken ik mijzelf) stelden destijds al de volgende eisen op. Gelijkheid qua salariëring, gelijke kansen in opleiding en werk, gratis anticonceptie, abortus wanneer de vrouw dat nodig acht, gratis 24-uur kinderopvang, wettelijke en financiële onafhankelijkheid voor alle vrouwen, vrouwen bevrijden van seksuele intimidatie en geweld en vrijheid om de seksuele geaardheid te kiezen die bij je past. Misschien dat we zelfs een Vijfde Golf (als die er komt) nodig hebben om deze doelen te verwezenlijken.

Een van de redenen waarom feministen tot nu toe onvoldoende vooruitgang boekten, noemt Lewis de Tyranny of Niceness. De behoefte om aardig te zijn en te worden gevonden, hindert ons. Feministen moeten geen zelfhulpgroep zijn maar een radicale vrouwenclub die eist dat de status quo wordt doorbroken.

‘Let’s swim against the tide by talking [..] about what we can do together’. We kunnen grote veranderingen tot stand brengen als we onze ego’s en onze verschillen van inzicht terzijde schuiven en focussen op de gezamenlijke doelen. Feminisme zal nooit gemakkelijk of feilloos zijn maar vrouwen kunnen samen veel meer dan wordt gedacht.

Dat Sisterhood -ondanks alles- ook levensvatbaar is, bewijst ons 31-jarig verbond dat we over enkele dagen hopen te vieren. Als we het halen…


woensdag 12 februari 2020

‘The time to repair the roof

… is when the sun is shining’. Dat zei president John F. Kennedy in zijn State of the Union in 1962. Mooie beeldspraak. Je kunt inderdaad pas iets herstellen als de sterren goed staan. Als de zon volop schijnt. Als je de wind in de rug hebt. Dat waren nog eens tijden. Toen had de president van de Verenigde Staten het niet uitsluitend over Me-Myself-I. Diens toespraak was niet boordevol nepnieuws. Trumps laatste nieuwsfeit is dat twaalf van de 13 Amerikaanse coronavirusgeïnfecteerden het uitstekend maken. Huh?! Er is nog geen vaccin tegen deze infectie, deskundigen verwachten dat de vondst voorlopig lijkt uitgesloten. En hoe vergaat het nummer 13? Tja.

Ons dak van de eetkamer werd in de afgelopen dagen vervangen, niet gerepareerd. Na het regelmatige noodweer van de laatste jaren besloten mijn liefje en ik dit seizoen te gebruiken om tot actie over te gaan. De laatste keer dat het aan de Costa Blanca enorm spookte, waren we gelukkig net terug uit Bali. We lagen met gespitste oren in bed. Goed slapen is er dan niet bij.

We zijn extra blij terug te zijn op het Spaanse honk nu het coronavirus in Azië rondwaart. Ik zou als toerist thans niet in dat deel van de wereld willen verblijven, niet op het eiland van de Goden en niet in enig buurland. Indonesië besloot pas vorige week voorlopig geen vluchten naar en van China toe te staan. Het aparte is dat  duizenden Chinese toeristen die nog in Bali verblijven (waarvan enkele honderden uit het geteisterde Wuhan in de provincie Hubei), blij zijn niet naar hun woonplaats en vaderland te hoeven terugkeren. De Balinese autoriteiten zouden coulant zijn met de verlenging van hun visa.

Gisteren las ik in The Guardian een interview met een vooraanstaande epidemioloog in Hong Kong (Gabriel Leung) die meent dat 60% van de wereldbevolking weleens besmet zou kunnen raken als er niet voldoende maatregelen worden genomen om verdere verspreiding te voorkomen. Elke geïnfecteerde persoon zou het virus aan gemiddeld 2.5 anderen doorgeven. (Zo kom je tot dat percentage.) De besmettingen in het westen van Europa zouden zijn veroorzaakt door een Brit op zakenreis naar Singapore. Daarna ging hij skiën in de Alpen. De rest is sneue geschiedenis.

Bali meldde tot nu toe geen besmettingen, andere delen van Indonesië evenmin. De voorzitter van het Indonesisch Rode Kruis (voormalig president Jusuf Kalla) vreest echter dat het virus al aanwezig is in het land. Singapore heeft namelijk een veel beter controlesysteem en toch kon het daar binnen dringen. De vrees bestaat dat er reeds geïnfecteerde personen rondlopen in deze grote archipel maar dat men denkt met een gewone griep of met knokkelkoorts te maken te hebben. Levensgevaarlijke onwetendheid! Indonesië heeft slechts drie laboratoria waar op coronavirus kan worden getest: twee in de hoofdstad Jakarta en een in Surabaya (alledrie op Java, buureiland van Bali). Als er al gaat worden getest, zal dat heel langzaam verlopen.

Hoe leuk cruisen ook kan zijn, nu zou ik zeker geen passagier willen zijn op een schip in de getroffen regio. Wat een drama’s spelen zich daar af! Het virusvrije schip MS Westerdam van de Holland America Lijn -de organisatie waarmee we vorig jaar rond Kaap Hoorn voeren- dobbert er rond, naarstig op zoek naar een ankerplaats waar mensen van boord kunnen gaan. Dat wordt tot nu toe geweigerd. Ze varen inmiddels voor de kust van Zuid-Vietnam, op weg naar Thailand. Ook daar mogen ze niet aanleggen. Kasian. Cambodja heeft nu toegezegd mee te werken. Ter compensatie ontvangen gasten voorlopig vrij internet en vrije drank; uit eigen ervaring weet ik dat dit voor het bedrijf flink in de papieren loopt. Het betaalde bedrag voor de onderhavige reis ontvingen ze terug en een gratis toekomstige cruisevakantie ligt op ieder van hen te wachten. Desalniettemin zou ik met geen van hen willen ruilen.

Wij, landrotten, vervingen in de afgelopen dagen het dak dus. Met strakblauwe lucht. In januari gingen wij op zoek naar twee goede aannemers en vroegen offertes aan die we vervolgens vergeleken. We kozen voor de man die we kenden en zijn Spaanse bedrijf. Hij had eerder een kleine dakklus voor ons geklaard en had zich daarin prettig in de omgang en betrouwbaar in de afspraken betoond. Bovendien waren Franse en Belgische buren in een andere straat vorig jaar met hen in zee gegaan voor een groter project; tot volle tevredenheid.

Wij besloten de dakvervanging (inclusief het bovenste deel van de pui), muurisolatie en verfklus nu te laten uitvoeren. Het vervangen van de schuifdeuren stellen we uit. Eerst maar eens ondergaan hoe de huidige maatregelen uitwerken. De maand februari bleek voor de aannemer en zijn team een rustige maand, in tegenstelling tot maart en de aanloop naar Semana Santa. Maandagochtend om 9:00 uur reden twee vrachtwagens met vier stoere mannen de straat in. Het materiaal werd uitgeladen en twee mannen in overalls bleven achter om het werk te doen. Eerst moest het bestaande dak worden ontmanteld en daar kwam nog veel bij kijken. Langzaam maar zeker openbaarde de open lucht zich, mijn aan de eetkamer belendend kantoortje stond aan het begin van de middag in vol daglicht. Het dak was eraf!

De Spaanse arbeiders gingen naar huis voor lunch en siësta. Er kon geen kopje koffie of glaasje water in, wat we ook aanboden. Ze keerden op het aangegeven tijdstip terug. Ze konden boren, timmeren en breken naar hartelust want onze Spaanse buren (je weet wel, die lastige) zijn niet op het honk. Om half acht 's avonds lagen alle dakdelen erop; wel los maar er was geen ster  te zien aan het firmament. De zijkanten moesten nog geplaatst, net als de goot, de afvoer en de verdere afwerking aan binnen- en buitenkant. Dat gebeurde gisteren. Ze stonden wederom stipt om 9:00 uur voor de poort.

Ik heb veel respect voor mensen die dingen kunnen maken met hun handen. Na dit project weet ik dat een dak construeren, zelfs met prefab-delen, vakwerk is. Het afwerken naam heel veel tijd in beslag. Het was ook vaak precisiewerk vanwege hoeken en rondingen. Het viel ons op hoe geconcentreerd en netjes de mannen werkten. Gisteravond gingen ze wederom door tot ver na zonsondergang. Mijn liefje, in haar werkzame leven direkteur Human Resources, merkte op dat arbeidsvoorwaarden in het noorden van Europa toch echt beter zijn. Daar zitten de meeste arbeiders op dat tijdstip al lang en breed, schoongewassen, bij moeder-de-vrouw aan de dis of voor de buis.

Vandaag komen deze aardige en capabele Spaanse mannen terug om hun werk af te maken. We lieten hen weten content te zijn met het resultaat van hun inzet. Ze waardeerden het compliment. Stap 1 van de renovatie is gezet, vervolgstappen (isoleren en verven) laten even op zich wachten. Maar het nieuwe dak zit erop! Het ligt iets hoger (circa 20 centimeter), de hellingsgraad is tevens hoger dus de kamer oogt ruimer. Totdat we gaan isoleren, vermoed ik. ‘The proof of the pudding is in the eating’... Het wachten is nu op een stortbui, liefst in combinatie met oostenwind. Het huis is klaar voor de slagregens en stormen van de toekomst. De zon schijnt hier namelijk niet altijd. 



dinsdag 7 januari 2020

De toekomst van Bali

We zijn terug in het zuiden van Bali en verblijven nu in Seminyak. We kozen daar voor een middelgroot hotel met tropische tuin en zwembad, pal aan zee. Vanuit onze ruime tuinkamer (80m2) kijken we door twee raampartijen naar de  zee. Die buldert trouwens. We maken hier momenteel een effect mee van de cycloon die op weg is naar Broome (Noord-Australië). Op de dag van aankomst stond er een straffe wind, waren er hoge golven en een verraderlijke onderstroom. Rode vlag! Er mocht niet worden gezwommen maar wandelen langs de branding was zorgeloos. Er vielen  opmerkelijk weinig plastic en zwerfhonden te bekennen. 

Mijn liefje is van mening dat fysieke afstand tussen de problematiek waarmee we in het Noorden werden geconfronteerd (het vierde kind waarvan we niets wisten, is maar een klein detail) en hier ervoor kan zorgen dat het gedoe minder in onze gedachten speelt. Ze heeft een punt maar bij mij gaan gedane uitspraken en visuele herinneringen nog door mijn hoofd. Zo zie ik Yuda regelmatig terug bij het afscheid: met zijn broer achterop de brommer van zijn moeder wierp hij mij -omkijkend- een handkus terug, nadat ik hem er eentje door de lucht stuurde. Aan de jongens lag het niet! Het zal even duren voordat deze ervaring uit mijn systeem is. Op dit moment ga ik er niet over uitweiden; de kwestie wordt later wel een keer uit de doeken gedaan in een blog. Voor de goede orde: dit is geen cliff hanger... ik ben nog niet zover. 

Doordat wij besloten eerder uit het noorden te vertrekken, liepen we daar een leuk weerzien met Nederlanders mis. Theo & Marja waren eveneens villa-eigenaren in Noord-Bali. Zij woonden er permanent met hun dochter. (Theo was de ontwerper van onze villa.) Inmiddels wonen ze weer permanent in Nederland maar bezitten nog wel onroerend goed op het eiland van de Goden. Dat vraagt voortdurend onderhoud. We gaan ze later dit jaar in Nederland opzoeken. Het toeval wil dat we nu in het zuiden een Australisch echtpaar kunnen ontmoeten dat we in 2017 in Lovina leerden kennen; ze heten Clem & Jo en verblijven in Sanur. We gaan daar met hen bijpraten en lunchen. Elk nadeel hep se voordeel.

In de Jakarta Post van gisteren las ik een interessant artikel dat op de voorpagina stond. Daarin stelt de toerisme-industrie dat het over een andere boeg moet. De Indonesische president Jokowi stelde voor 2019 een target van 20 miljoen bezoekende toeristen aan zijn land. Niet veel later stelde hij dat streefgetal bij naar 18 miljoen. Dat was deste opmerkelijk als je bedenkt dat er in 2018 volgens het Bureau van de Statistiek rond 15 miljoen toeristen naar de Indonesische archipel kwamen in het jaar daarvoor. Een toename van 3 miljoen was onrealistisch en ongewenst. De baas van het Ministerie van Toerisme schatte het aantal bezoekers voor 2019 op ruim 16 miljoen. De president dreigde met het ontslag van deze minister als zijn aantallen niet werden gehaald. Om gelijk te krijgen, sloot Jokowi  onder andere een langdurige deal met Chinese president Xi Ping om tegen het eind van 2019 tien miljoen Chinezen naar de archipel te lokken. Ze zijn er wel maar gelukkig niet in die aantallen. 

Ik trok mijn wenkbrauwen dan ook hoog op tijdens het lezen. Met alles dat we inmiddels weten over de kwalijke gevolgen van overtoerisme, waaronder Bali flink heeft te lijden, lijkt het mij belangrijker juist te streven naar kwalitatief beter toerisme dan uitsluitend te zoeken naar kwantiteit! 

Het is nog niet bekend hoeveel toeristen er vorig jaar naar de archipel kwamen maar de eindspurt in de maand december viel niet tegen, naar verluidt. Jokowi stelde voor het eerst sinds 2016 geen streefgetal voor het aantal toeristen naar Bali in 2020. Hij leert dus toch. Hij spreekt al jarenlang de wens uit dat hij “vijf andere Bali’s” in zijn land wil ontwikkelen. Het gaat om Noord-Sumatra (Tobameer), Centraal Java (Borobudur-tempel), Flores (Labuang Bajo), West Nusa Tenggara en Noord-Sulawesi. Dat kun je wel willen maar eerst moest de infrastructuur aanwezig zijn om het toeristen naar de zin te maken. Begaanbare wegen, een gevarieerd aanbod van schone hotels en restaurants, voldoende sanitaire voorzieningen, betrouwbaar openbaar vervoer, goede telefoon- en internetdiensten, een gebrek aan corruptie, bureaucratie en inefficiency, een werkend tsunamiwaarschuwingssysteem. Om maar enkele basisvoorzieningen te noemen.

Een recent rapport van het World Economic Forum toonde aan dat de prestaties van Indonesië qua toerisme echter nog ver achterblijven bij de concurrentie. Het land staat op de 22ste plaats van AsiaPac-landen en 40ste (van 140) op de wereldranglijst. Qua infrastructuur (voor toerisme) staat het op de 98ste plek, 102de als het gaat om veiligheid en hygiëne en 135ste qua duurzaamheid voor natuur & milieu.

Nu lijkt het dit jaar in Bali over de hele linie rustiger te zijn dan we hier ooit meemaakten. Dat gold zeker voor het noorden maar ook voor dit deel van het eiland. We gingen shoppen in Kuta en konden in sommige straten heel gemakkelijk oversteken. Dat was in voorgaande jaren onbestaanbaar. Je moest brommer- en autochauffeurs soms smeken om van trottoir te mogen wisselen. Ik vermoed dat artikelen en programma's over overtoerisme en adviezen om overlopen toeristische attracties en gebieden in de wereld voortaan te vermijden, hun uitwerking beginnen te krijgen. 
Persoonlijk vind ik dat een goede zaak. Eindeloze files, te veel hotels (soms illegaal gebouwd), grondwatertekort, plastic en ander afval op het eiland staan nu vaker in de schijnwerper dan kunst, traditionele dans en cultuur van de hindoeïstische Balinezen. Bali heeft toekomst maar toerisme moet hier wel drastisch anders!

Het viel mij op dat GoJek- en Grab-chauffeurs als paddenstoelen uit de grond schoten. Dat zijn de vele mannen en een enkele vrouw in zwarte en appelgroene kleding die brommertaxidiensten aanbieden aan toeristen en lokale mensen die zich geen eigen vervoermiddel kunnen veroorloven. De passagier krijgt een helm van de zaak. Een goed initiatief. Zo voorkom je nóg meer brommers op de wegen die op sommige trajecten al choc-a-bloc staan. Hoeveel tropisch woud en rijstvelden moeten daarvoor worden opgeofferd?!

Gojek (ojekis het Bahasa Indonesia-woord voor brommertaxi) werd in 2010 opgericht door de Indonesiër Nadiem Makarim die studeerde aan de Brown-universiteit en aan Harvard. Zo kom je nog eens op een ideetje. Jokowi stelde hem in zijn tweede kabinet aan als de nieuwe Minister van Onderwijs & Cultuur. Zijn voormalige bedrijf begon met een call center voor transport maar biedt inmiddels heel veel meer; onder andere betaaldiensten in heel Indonesië. Grab is een concurrent qua transport. Chauffeurs van dit bedrijf brengen niet alleen mensen van A naar B maar leveren ook bestelde maaltijden af; niet alleen in Bali.

De huidige (nieuwe) minister van Toerisme van het land verklaarde meermalen dat de pijlen veel meer moeten worden gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het nationale toerisme. Dat zal uiteindelijk meer geld in het laatje brengen en een positievere invloed op het land hebben.

Alles in ons hotel is in orde, als gedragen de dames aan de receptie zich als strenge onderwijzeressen en is de internetverbinding allerbelabberdst. Ik word knettergek van de time-outs! We spraken het management daarop aan. Stabiel en sterk internet aan klanten aanbieden, is geen raketwetenschap. Als ze het in het noorden kunnen, moet dat zeker ook in het zuiden lukken. Dat is een kwestie van voldoende investeren in je netwerk om de klanten afdoende capaciteit te bieden. Dat is hier kennelijk geen prioriteit, alhoewel er veel Westerlingen in het hotel verblijven. Onze taaloefeningen in de ochtend kwamen reeds in het gedrang. Misschien moeten we voortaan de wekker gaan zetten om Duolingo te doen? Inmiddels weet ik dat dit niet werkt. De verbinding blijft slecht… Om over bloggen maar helemaal te zwijgen. Na vier pogingen stond de tekst er, toen moesten de foto's nog. Het lijkt zelfs alsof de server oliedom is: het gooit al mijn ‘akun’ (accounts) door elkaar. Dit vergt meer dan geduld. Kasian. 

Maar als we ’s avonds op onze zitzak op het strand met de voetjes in het zand zitten en staren naar de ondergaande zon en de regenboogkleurige lucht erna, ben ik dat allemaal vergeten.


vrijdag 13 december 2019

Heb jij last van paraskevidekatria?

Het is vrijdag de 13de. Blijf jij vandaag in bed? Loop je bewust niet onder een ladder door? Ga je die zwarte kat, bondgenoot van duivels en heksen, uit alle macht vermijden? Of draag jij juist vandaag je gelukssokken? Haalde je de konijnenpoot vanmorgen uit de la? 

We hebben er minstens één per kalenderjaar, in 2015 doorstonden we drie van deze dagen. 2019 had er twee en dat zal ook voor 2020 gelden (in maart en november). In een eerder Washington Post-artikel kon je uitrekenen hoeveel vrijdagen  de 13de je vanaf je geboorte meemaakte. Voor mij geldt tot nu: 103. Ik knipperde even met mijn ogen toen ik de uitslag zag. Er zit 13 in!

Paraskevidekatriafobie is de onberedeneerbare vrees voor vrijdag de 13de. Het is een samenstelling van de Griekse woorden paraskeví (Παρασκευή: vrijdag) en dekatreís (δεκατρείς: tien en drie; dertien). Deze term werd bedacht door de Amerikaanse therapeut en historicus Donald E. Dossey die zich specialiseerde in het behandelen van mensen die kampten met irrationele angsten. Hij stelde dat als je het woord vloeiend kon uitspreken, je was genezen van deze angst. Dossey overleed op vrijdag 13 mei 2016 toen hij onder een ladder doorliep en dodelijk werd getroffen door een zwaar object.*

De Amerikaanse journalist Nathaniel Lachenmeyer schreef in 2004 een non-fictie boek met de titel ‘13’. Hij heeft zijn achternaam mee. In 13 hoofdstukken onderzoekt hij de rol van het getal 13 en het bijgeloof dat er omheen ontstond door de eeuwen heen. Mensen zijn altijd gefascineerd geweest door getallen. Hoe kwam het dat ze bijzondere kracht toeschreven aan dit specifieke getal?

700 jaar vóór onze jaartelling zou de Griekse dichter Hesiod boeren al hebben geadviseerd niet te zaaien op de 13de dag. De Noorse god Loki was de 13de gast op een Walhalla-feestje en veroorzaakte daarmee chaos en verwoesting. Er is eenzelfde link naar het Laatste Avondmaal: Judas zou de 13de apostel zijn die aantrad. Hij verried Jezus, de rest is katholieke geschiedenis. De Kabbala, de esoterische stroming in het Joods mysticisme, kent ook 13 kwade geesten. De Tarot-kaart met nummer 13 brengt de test, het lijden en de dood. Het geloof bestaat dat als er 13 mensen in een kamer zijn, één van hen in dat jaar zal overlijden. De Amerikaanse president Franklin Roosevelt zou niet met 12 gasten aan tafel hebben willen zitten. Kortom: voor velen is 13 foute boel. Het getal wordt wel duivelsdozijn genoemd.

Wanneer ontstond de koppeling van 13 aan vrijdag? De Britse verhalenverteller Geoffrey Chaucer noemde vrijdag de 13de in zijn wereldberoemde ‘Canterbury Tales’ (1387-1400) a day of misfortune. Nu staat Chaucer bekend om zijn ironie en humor dus het is lastig om te weten wat de precieze bedoeling van deze uitspraak was.

Kenners menen dat vrijdag de 13de als ongelukbrenger pas stamt uit de 20ste eeuw. Het boek van ene Lawson zou dat hebben ontketend. In 1907 schreef de Amerikaanse zakenman en schrijver Thomas W. Lawson een financiële thriller, getiteld ‘Friday The Thirteenth’. Het boek gaat over Bob die werkzaam is in de financiële sector en verliefd wordt op de spaarzame Beulah. Hij verdient zijn geld met beleggen. Zij blijkt over een aardig kapitaal te beschikken waarmee hij aan de slag gaat. Dat loopt fout af waarna Bob het systeem van Wall Street op de beoogde dag wil vernietigen. Je vindt het boek op de website van Project Gutenberg. Daar kun je ruim 60.000 e-boeken gratis downloaden. Van alle werken die langer dan 100 jaar geleden werden gepubliceerd, vervallen namelijk de auteursrechten.

Niet alleen Wall Street en diens money spinners zijn nog steeds aan de orde van de dag. Vanwege het bijgeloof wordt op een gemiddelde vrijdag de 13de op de Amerikaanse beurs circa USD$700 à 900 miljoen minder verdiend omdat beleggers die dag niet tot het uiterste durven gaan. De koers sluit doorgaans lager dan in de voorgaande dagen van die week.

De Amerikaan Simon Hawke schreef in 1987 het boek ‘Friday the 13th’, gebaseerd op de film van 1980 met dezelfde naam. De kwaaie pier in de film en het boek heet Jason Voorhees die op vrijdag de 13de met een ernstig afwijking aan het gezicht  wordt geboren. Zijn moeder is kokkin in een afgelegen zomerkamp waar pestkoppen zoonlief pesten met zijn afwijking. Zijn moordlustige moeder gaat de pestkoppen te lijf. De wraak regeert, de ene bloederige moord leidt tot de andere. Ik vind niets aan dit soort verhalen. Horror is geen favoriet boekengenre.

Zelf word ik niet warm of koud van het zogenaamde ongeluksgetal en het negatieve imago dat vrijdag de 13de heeft. De vliegmaatschappij waarmee we volgende week de lange afstand naar Bali afleggen, heeft geen rij 13 in de toestellen. Mijn liefje boekte stoelen op rij 14. Denk daar maar eens over na… Al zijn we geen bijgelovig types, ik herinner mij Apollo 13 die in 1970 op vrijdag de 13de om 13:13 uur vanaf platform 39 (3x13!) van het Kennedy Space Center werd gelanceerd om als derde raket naar de maan te gaan. Dat mislukte door een disfunctionerende zuurstoftank maar de crew overleefde de vlucht. Dat was pech, geen ongeluk.

Bijgelovigheden zijn spinnen van de geest. Pas op! Veeg ze weg of ze zullen haar verstikken.” – Logan Pearsall Smith (Britse essayist en criticus; 1865-1945)

Het gebrek aan bijgeloof aan mijn kant komt waarschijnlijk ook omdat vrijdag de 13de in Spanje geen ongeluksdag is. Hier beschouwt men dinsdag de 13de als ‘día de mala suerte’. Op een zekere dinsdag de 13de zou volgens overlevering in de Toren van Babel de spraakverwarring zijn ontstaan waarna mensen elkaar niet meer begrepen. Dat vond ik een mooie verklaring voor het ongeluk dat ons sinds die dag boven het hoofd zou hangen. Begon daar wellicht het onderlinge onbegrip van tegenwoordig? Hoe vaak ik die andere vermeende ongeluksdinsdag -onbewust- zonder kleerscheuren doorstond, is wellicht eveneens te achterhalen maar dat zoek ik een andere keer uit.

Vandaag ga ik doen wat ik anders ook zou doen. Als jij het ongeluk wenst af te wenden, stel ik voor dat je het afklopt op een houten object, of de inhoud van een zoutvaatje over je schouder gooit. Als het te heet onder jouw voeten wordt, kun je je altijd nog in een koelcel verstoppen.

*Dat klopt niet helemaal… hij sliep in juli van dat jaar op 82-jarige leeftijd thuis vredig in.


zaterdag 6 april 2019

Vlieg-TUIG!

't Is mij wat met de Boeing 737 MAX. In minder dan zes maanden tijd crashte dit nieuwe type vliegtuig tweemaal. Dat brengt het aantal slachtoffers op bijna 350. Mij, veelvlieger, gaat dit soort ongevallen niet in de koude kleren zitten. Je kunt er zomaar aan boord van eentje stappen. Er zijn namelijk 350 van deze toestellen operationeel, verspreid over 54 vliegmaatschappijen wereldwijd.

Niet lang geleden zaten we hier op een verjaardag van een vriendin. Een van haar buren, een gewezen Nederlandse piloot, was ook op dat feestje aanwezig. Het was niet de eerste keer dat we hem troffen. Ik vroeg naar zijn mening over de recente gebeurtenissen rondom het nieuwe Boeing-toestel. Het was nog niet 100% duidelijk of de Lion Air crash en de Ethiopian Airlines crash eenzelfde oorzaak hadden maar dat vermoeden werd uitgesproken in diverse kranten. Dat noemde ik eveneens in mijn vraag aan hem. Hij was uitgesproken: de twee crashes hadden niets met elkaar te maken. Het waren compleet andere verhalen. Waarom schreven media dat dan? was mijn wedervraag. Zijn antwoord: emotie. Bovendien wordt hedentendage veel nepnieuws geschreven in de media. Dat mocht waar zijn, ik dacht er het mijne van. Toen wisten we nog niet wat we nu weten, al zijn nog niet alle onderzoeksresultaten boven water.

Illustratie: The Air Current
De nieuwe 737 MAX kreeg onder andere zwaardere motoren dan de betrouwbare voorganger waarnaar dit toestel werd gemodelleerd. Die motoren hangen nu iets meer naar voren. Die ingrepen zorgen voor een 14% mindere brandstofconsumptie waardoor het toestel veel zuiniger vliegt. Die zwaardere motoren veranderden de aerodynamica van het nieuwe toestel echter. Het leidde ertoe dat de neus van het toestel zich in bepaalde situaties naar boven beweegt. Er was een nieuw systeem nodig om de balans van het vliegtuig te corrigeren. Dat systeem werd zonder ruchtbaarheid aan het toestel toegevoegd. Die woorden zijn niet van mijzelf, die las ik in de Seattle Times van november 2018. Amerikaanse piloten van American Airlines en Southwest Airlines die vlogen op Boeing’s nieuwe 737 zouden tijdens hun trainingsessies niet op de hoogte zijn gesteld van deze belangrijke verandering. De info was evenmin in handleidingen opgenomen.

Om ervoor te zorgen dat de motoren tijdens het al te steil opstijgen niet uitvallen (een zogenaamde ‘stall’) werd een aanpassing aan het flight control-systeem doorgevoerd om de neus van het toestel automatisch naar beneden te brengen. Het toestel heeft tevens een speciale sensor in de staart, de zogenaamde ‘Angle of Attack’ (AOA). Die blijkt niet goed te functioneren. Het ding geeft onterecht door dat het toestel te steil vliegt en uit balans is. Daarop corrigeert het Maneuvering Characteristics Augmentation System (MCAS) de stand van de neus automatisch, door het naar beneden te duwen. In het geval van Ethiopian Airlines zou het MCAS-systeem vier keer automatisch opnieuw zijn gestart nadat de piloot het systeem had uitgeschakeld. Volgens Boeing zou het systeem alleen in autopilot-modus werken maar dat lijken de laatste bevindingen tegen te spreken.

Een ramp is vaak een opstapeling van menselijke en/of technische fouten. Dat (b)lijkt ook te gelden voor de recente crashes van de Boeing 737 MAX. Vanwege het overweldigende sukses van dit nieuwe type vliegtuig (er worden 52 toestellen per maand geproduceerd), besteedde de luchtvaartautoriteit Federal Aviation Administration de eindcontrole van de toestellen uit aan Boeing. De FAA had, naar verluidt, onvoldoende eigen personeel in dienst om aan het gevraagde tempo van veiligheidsinspecties en -tests tegemoet te komen. Dat komt erop neer dat de slager zijn eigen vlees keurt?!

In een artikel op nieuwswebsite Quartz van eergisteren las ik dat een Amerikaanse piloot anoniem had verklaard dat hij zich, ondanks 20 jaar ervaring op voorganger Boeing 737, na de beide crashes ongemakkelijk had gevoeld om de 737 MAX te besturen. Hij vroeg dan ook om extra simulatortraining. Het antwoord van zijn superieuren was dat hij, voor aanvang van zijn eerste vlucht, 45 minuten de tijd kreeg om zich het instrumentarium eigen te maken en nog eens 45 minuten om verder te wennen aan het vliegtuig. Zijn verzoek om simulatortraining werd geweigerd. (Weinig vliegmaatschappijen hebben de MAX-variant beschikbaar.)

Zijn tweede verzoek was om te vliegen met een instructeur in de cockpit. Dat werd aanvankelijk toegezegd maar de instructeur meldde zich niet voor de beoogde vlucht. Hij belde daarop wederom met zijn meerderen. Niet veel later kreeg hij te horen dat hij van de vlucht was gezet. Hij kreeg de aantekening missed tripin zijn dossier hetgeen neerkomt op een serieuze reprimande. Hij liep salaris mis en gaat nu door het leven met een flinke maar onterechte kras op zijn blazoen. Tenminste 50 collega’s namen sindsdien contact met hem op met dezelfde zorgen.

De software update die de fout moet corrigeren, laat veel langer op zich wachten dan gedacht. Bovendien werd gisteren bekendgemaakt dat er een nieuwe software-fout in het systeem is ontdekt. Met het aan de grond houden van alle MAX’en verliest Boeing, naar verluidt, elke maand 1.5 à 3 miljard US dollars. Sleepless in Seattle? Ik hoop het. (Daar vindt de Boeing-productie plaats.) Met een publiekelijk afgegeven Sorry komt het bedrijf niet weg, wat mij betreft.

Ik denk regelmatig terug aan de antwoorden van de Nederlandse ex-piloot op dat verjaardagsfeestje. Zou hij aan zijn antwoorden terugdenken? Wat vindt hij daar nu van? Begrijp mij goed: ik diskwalificeer de man in kwestie geenszins. Hij is zeer ervaren en komt op mij over als een serieuze, verantwoordelijke buschauffeur in de lucht. Terecht. Honderden passagiers vertrouwen telkens op zijn kennis en kunde. De piloten van de gecrashte toestellen waren wellicht onvoldoende op de hoogte van het MCAS-systeem en diens precieze werking. De Wall Street Journal schreef deze week dat uit de zwarte doos bleek dat de piloten van Ethiopian Airlines alle stappen namen die Boeing en de FAA hadden aanbevolen na de Lion Air crash. Desalniettemin was dat onvoldoende om een tweede vliegramp af te wenden.

Mensen die veel vliegen? Da’s vlieg-TUIG!” Dat las ik recent op een spandoek van een jonge klimaatstaker op het Haagse Malieveld. Ik vond het niet alleen een snedige opmerking, ik voelde mij aangesproken. Ik ben geen tuig maar realiseer mij terdege dat ik met mijn vlieggedrag geen bijdrage lever aan een schone toekomst voor de komende generaties. Ergens las ik dat één retourtje Bali gelijk staat aan zes jaar vlees eten. En dan te bedenken dat mijn liefje en ik tien jaar achtereen naar Bali vlogen. In sommige jaren zelfs tweemaal per jaar. En dan ook nog onze vluchten naar het andere einde van de wereld: Australië. Ook dat deden we tot nu toe zesmaal. Plus eerdere vluchten naar andere bestemmingen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Mijn carbon footprint komt bij leven nooit meer goed. Ik leef niet bepaald naar mijn eigen inzichten.

Daar zitten we dan met onze vegetarische groentetaart, gescheiden afval,  plastic-raapacties, LED-verlichting en autoloze dagen… Tja.

In de Volkskrant van vanmorgen staat een interview met de Amerikaan David Wallace-Wells (36), schrijver van het boek De onbewoonbare aarde. Daarin zegt hij: ‘Iedereen die klimaatbewuste consumentenkeuzes wil maken, moet dat vooral doen. Ik vind dat prijzenswaardig en kijk er zeker niet op neer. Maar als het gaat om bijvoorbeeld de luchtvaart, kunnen jij en ik onze vliegreizen wel terugschroeven, maar zal het vliegverkeer wereldwijd desondanks enorm groeien. De enige manier om daar echt iets aan te doen, is klimaatneutrale vliegtuigen ontwikkelen. Dat zal grote investeringen vergen, waarbij je de wereldwijde luchtvaartsector nodig hebt.


‘Je kunt algemene beleidsdoelen best steunen zonder die te onderbouwen met persoonlijk gedrag. Je kunt voor de verzorgingsstaat zijn zonder zelf filantroop te worden, door in te stemmen met hogere belastingtarieven die ten goede komen aan sociale doelen. Zo kun je ook voor ambitieus klimaatbeleid zijn zonder eerst je eigen carbon footprint geheel te elimineren. Om ons klimaat te redden, moeten we vooral collectief beleid ontwikkelen.’

Gisteren ontvingen we een foto van Yuda in Bali. Moeder Elsa appte dat hij gereed was om naar ‘Spanyol’ af te reizen. Deze 11-jarige stond zijn rolkoffertje in te pakken. Hij is hier van harte welkom maar we stellen die reis voorlopig uit. Als hij de lagere school heeft afgerond, is het wellicht een optie. Voor het eerst in zijn jonge leventje ging hij op pad met een heuse koffer. De school organiseerde de overnachting, hij ging met zijn klas kamperen op het schoolplein. Hij vond het exciting en dat is het ook. Net als zijn toekomst. 


zondag 31 maart 2019

Buk nog een keer

Na onze korte maar goedgevulde gang langs familie en vrienden in het Vaderland was het fijn om weer samen op het Spaanse honk te landen. Het klinkt gezapig -wellicht is het dat ook- maar we zijn drukte en tijdschema’s niet meer gewend. Ik hoor het ook van andere ex-pats: als ze hun geboortegrond bezoeken, is het van de eerste tot de laatste minuut vol met sociale contacten. Je komt doorgaans moeier terug dan je afreist. Leuk hoor, daar niet van!

Toen mijn liefje definitief een punt zette achter haar internationale carrière, kocht ik voor haar een magneetsticker met daarop de tekst I don’t do morningsNiet omdat ik haar er voortaan aan moest herinneren. Zo gehaast als we toen aan de dag begonnen, zo langzaam is die routine nu. Dat adagium hanteert zij tot op de dag van vandaag: ze staat op wanneer ze is uitgeslapen, maakt geen vroege afspraken. Een dag met twee afspraken noemen wij overvol; dat willen we dan ook te allen tijde voorkomen.

Als zij eerder op is dan ik zet ze een kopje koffie voor zichzelf, leest de eerste krant van de dag en maakt een Sudoku of andere puzzel. Als we tegelijkertijd opstaan, maken we ontbijt met een grote pot thee. Daarna trekken we ons ieder terug in de eigen sectie van het huis om Duolingo-oefeningen te doen. Altijd in pyjama en huispak. Sinds we in Laren logeerden, noemen we die haar ‘Almere-broek’. Dit ochtendritueel bevalt ons uitstekend. Daarna zijn we vrij om te doen en te laten wat we willen.

Elsa in Bali appte gisteren dat zoon nummer 2, Damai, in de aanloop naar mijn verjaardag een tekening voor mij had gemaakt die haar goedkeuring niet kon wegdragen. Ze deed zijn creatie af als rubbish” en dat zei ze hem ook. Hij was op de ochtend van zijn vrije dag aan de slag gegaan en nu werd al die inspanning vakkundig afgekraakt. Volgens Elsa veroorzaakte haar reprimande tranen bij zoonlief. Er stond een reeks lachende smileys onder haar tekst. Kasian.
Sowieso is niks van de mannetjes onzin als ze het speciaal voor ons maken. Dat appte mijn überempathische liefje terug. Elsa is een heel goede moeder maar er zit ook iets plagerig in haar. Zelf moest ik lachen om haar reactie want ik heb bij tijd en wijle ook een duiveltje in mij. Wij kennen in het Westen ook de uitdrukking “was sich liebt das neckt sich”. Maar je hebt plagen en pesten. Zoals ironie speels is en sarcasme bijtend. Lachen door je tranen heen of sip op je kamertje zitten. Tja. Klein leed in Bali. Ik ben benieuwd wat er wèl door moeders beugel kan.

Ik ben nog niet jarig...

De regelmatige lezer weet dat ik tijdens onze recente rondreis door Chili last kreeg van draaiduizelingen en misselijkheid. Dat euvel gooide roet in het spotten van blauwe vinvissen in de Stille Oceaan hetgeen ik tot op de dag van vandaag betreur. De grond golfde al genoeg onder mijn voeten, daarvoor hoefde ik niet te gaan varen! De misselijkheid en onvaste tred verdwenen weldra, de duizelingen hielden aan. Terug op Spaanse bodem maakte ik dan ook een afspraak bij de kno-arts.

Inmiddels onderging ik een audiogram en een zogenaamd tympanogram. (De uitslagen hiernaast zijn niet van mij.) Aan het buiten- en middenoor -de gehoorbeentjes en trommelvlies- mankeert kennelijk niets. Wel kreeg ik pillen en oefeningen mee voor thuis. Spaanse artsen schrijven gemakkelijk zware medicatie voor en deze man was daarop geen uitzondering. De pillen slikte ik niet vanwege de forse bijwerkingen, de oefeningen deed ik dagelijks braaf. Die pasten naadloos in mijn ochtendritueel. In een vorige blog noemde ik dat mooi doodliggen. Helaas bleven de duizelingen, met name bij bukken, gaan liggen en opstaan. De wereld draaide voor mijn ogen door.

Er werd een afspraak voor vervolgonderzoeken gemaakt en die vonden afgelopen week plaats. Een strenge specialiste sloot mij op in een houten zweethokje met klein raam, gebood mij de koptelefoon op te zetten en op een knop te drukken, telkens als ik een piep hoorde; die ging van hard naar heel zacht. Het goede oor eerst, gevolgd door het lijdend voorwerp. Deze ‘Pure Tone Audiometry’ (PTA) vormde de basis voor verdere diagnose. Met mijn gehoor is niets mis. Dat wist ik al maar dat werd nogmaals bevestigd.

Vervolgens stapte ik een ruimte binnen met een stalen stoel aan de vloer bevestigd, die niet erg comfortabel oogde. Dat bleek de opstelling voor een gecomputeriseerde test van het vestibulair systeem, de plek in mijn binnenoor waar onder andere het evenwichtsorgaan zetelt. De avond ervoor eindigde ik een ijzingwekkende thriller van Karen Slaughter, getiteld ‘Pretty Girls’ (2015). De gedachte aan een electrische stoel kwam per direct bij mij op.

Ik beklom de stoel en wist niet wat ik met mijn handen moest doen. De armleuningen waren namelijk veel te laag. De beul zette mij vervolgens een zwarte kap op. De band om mijn hoofd liep met draden naar een computer. Niks virtuele realiteit… het werd zwart voor mijn ogen! Ik hoorde dat mijn ademhaling veranderde, zij waarschijnlijk ook. Als je zo’n masker draagt, word je je -gek genoeg- nóg bewuster van de situatie. Mijn klamme handen legde ik in mijn schoot, mijn voeten zette ik schrap op de stalen beugels.

Ik liet mij deze aanstaande behandeling uitleggen en toelichten. Dit type onderzoek wordt nistagmografie genoemd. Eerst zou lucht van ongeveer 30 graden Celsius in mijn oor worden gespoten. Het goede oor eerst, het lijdend voorwerp laatst. Tijdens dat gespuit moest ik mijn beide ogen sluiten. Als de lucht stopte, moest ik mijn ogen openen en recht voor mij uit staren, naar het zwarte scherm voor mij. Op datzelfde moment speurde de specialiste op een videoscherm naar zogenaamde nystagmus, ongecontroleerde en onvrijwillige bewegingen van de ogen. Die kunnen namelijk duizeligheid veroorzaken. 
Deze behandeling werd aan beide kanten herhaald met lucht van circa 44 graden Celsius. Niet eenmaal werd ik draaierig. Was dat nu juist goed of niet? Toen ik met een diepe afdruk van de bril op mijn gezicht naar mijn wachtende liefje in de gang liep, voelde ik mij enigszins licht in het hoofd. Ik overleefde het. Dat konden vele mooie meisjes in het boek van Slaughter niet zeggen. (De dader bleek een psyochopaat met vaste rituelen te zijn...)

Een consult bij de oorarts rondde de behandeling van die dag af. Hij keek minutenlang naar zijn computerscherm, zonder oogcontact met mij te maken. Daarop waren de beelden van zojuist te zien. Jawel, er is verschil tussen links en rechts maar daarmee hoorde ik niks nieuws. Waaraan het euvel precies ligt? We hebben nog geen idee. De mogelijkheden worden afgevinkt. Ik kreeg andere pillen mee maar ook die slik ik voorlopig niet. Eerst maar eens zien hoe deze videonystagmografie uitpakt. Deze keer kreeg ik een gidsje mee met 24 oefeningen voor thuis. Bewegingen van ogen, hoofd en torso. Daaruit moet ik dagelijks een keuze maken en ze 20 à 30 minuten uitvoeren. Dat kan er nog wel bij. Ze hebben de reeducación vestibular” tot doel, de heropvoeding van mijn evenwichtsysteem. Mijn liefje vatte het kernachtiger samen: “je bent ge-reset”. 

Het goede nieuws is dat ik sindsdien geen last heb van duizelingen. Joehoe! Ik buk, buk, buk nog maar een keer. Geluk is toch al zo teer... Een nieuwe afspraak met de oorarts ligt in het verschiet. Hopelijk de laatste.