Translate

maandag 31 juli 2017

Ik kijk mijn ogen uit

Als amateur-socioloog kijk ik momenteel mijn ogen uit! Onze wijk aan zee zwelt in augustus aan van circa 300 tot 3.000 bewoners. De zomermaand barstte nog niet los in onze straat of het internet lag eruit. We blijken een 36-uur servicecontract te hebben en dat geldt uitsluitend op werkdagen. Het probleem deed zich vanaf donderdagmiddag voor, op vrijdagochtend meldde ik het euvel op het kantoor van de provider. Vanochtend belde ik maar weer, de technicus zou voor woensdag komen. Ik vind het een slechte service. Nu blog ik op de internetverbinding van buurvrouw Barbara.

Op dat kantoor stonden drie Spaanse jongeren die een internet-zomerabonnement zoals elk jaar” afsloten. Ouders werden gebeld voor de klantnaam. Twee van hen waren gekleed -ahum- in een doorzichtige strandjurk met daaronder een ieniemini-bikini, hij stond erbij in zijn zwembroek met halter-shirt. 
Voor wie het nog niet wist: Spanjaarden, jong & oud, lopen in hun zwemkleding -nat of droog- door de straat. Wij trekken een bermuda en shirt, zomer- of strandjurk over onze badkleding aan als we de straat op gaan. Zij niet. Het is de gewoonste zaak van de wereld. Eén ding wordt duidelijk als je het niet doet: je bent geen Spaanse. Onze overbuurman uit Madrid, een chique oudere man, doet het zelfs! Hij en zijn vrouw verlieten hun vakantiehuis aan de kust onlangs. Ze vinden het tè warm. Ze verruilden El Mojón voor een plaats in het noordelijk gelegen, koelere Asturië. Wellicht zien we hen hier terug na september. Onze ligging (oriëntatie zuid-oost) zorgt voor een constante zeebries op het terras. In de zomer komt de wind hier vaak uit het oosten of zuiden dus als er wind staat, dan blaast’ie over ons domein.

Het dagritme van de Spanjaarden kennen we inmiddels ook. Wij ontbijten in absolute  stilte, tegen de tijd dat wij een kopje koffie drinken, gaan de eerste rolluiken van hen omhoog. Als wij lunchen op het eigen terras, gaan zij voor de eerste keer van de dag naar het strand. Wij gaan zwemmen in zee rond drie uur ’s middags en dan gaan zij lunchen. Als wij van het strand terugkeren, is de straat uitgestorven: iedereen doet hier aan siësta, jong en oud. Het is nog steeds rustig als wij aan de borrel gaan, voor het koken. Tegen de tijd dat wij aan de avondmaaltijd beginnen, gaan zij wederom naar het strand. Het diner op hun terrassen start rond 11 uur ’s avonds. Dat kan zomaar tot 25:00 of 26:00 uur doorgaan. We hebben er geen last van als we de schuifpui van de slaapkamer sluiten. Every body happy.

We zijn inmiddels opgenomen in het groetproces, door jong en oud. Onze bar, het tonnetje van Estrella Levante dat we cadeau kregen van de eigenaar van restaurant De Tonnetjes in Lo Pagán, is een bezienswaardigheid voor velen.

Op de meeste Spaanse terrassen in de straat leven thans drie generaties samen. Opa’s en oma’s zijn hier doorgaans de huiseigenaren. Kinderen en kleinkinderen komen soms om de beurt, soms tegelijkertijd op bezoek. Wij vragen ons regelmatig af hoe ze dat doen maar alle huizen in onze straat hebben drie slaapkamers dus dat kan. Sommige grootouders hebben alleen hun kleinkinderen te logeren. ’s Middags halen ze elkaar op om te gaan voetballen. Elke dag trekt een legertje meisjes en jongens in sportkleding door de straat. We hebben veel parken in de directe omgeving en de plek met het beste gras is die dag verkozen tot trapveld voor een partijtje voetbal; ’s avonds herhaalt dat zich. Oudere pubers hangen met elkaar rond of zitten tot laat op het strand, jongere kinderen sporten met elkaar in de woonbuurt. Dat is leuk om te zien.

Inmiddels loop ik zelf dagelijks 2.5 kilometer naar onze favoriete lokale strandtent Chiringuito Ramon alwaar we te water gaan. Voor die wandeling trek ik degelijke loopschoenen aan, de teenslippers voor op het strand neem ik mee in een rugzak. We lopen over een fraai aangelegde houten wandelboulevard die is afgebakend van de duinenrij. Ja, wij hebben hier weer heuse duinen aan zee (net als in Kijkduin). En grote, gratis parkeerterreinen; in Orihuela Costa zouden die terreinen zijn volgebouwd met huizen. Op de boulevard staan bankjes dus ik kan zitten om sokken en schoenen uit en aan te trekken. Het aantrekken van de rechter sok is nog wel een dingetje maar oefening baart kunst. Afgelopen week zette ik op één dag, net als mijn Fitbitch, zelfs 10.000 stappen.

We hebben enkele warme dagen voor de boeg: het kwik zal oplopen naar 35 graden Celsius. We deden afgelopen weekend gemakkelijke boodschappen bij een nieuwe Engelse supermarkt die Waitrose-producten verkoopt. Toen we in het Verenigd Koninkrijk woonden, was dat onze favoriete winkelketen. Vanwege de sweet memories gingen we shoppen in Pinar de Campoverde, een Brits bolwerk in de binnenlanden van Pilar de la Horadada. Deze week staan Cumberland-worstjes, Indiase groentencurry en shepherd’s pie met lam onder andere op het menu. Gemak dient de mens. Deze keukenprinses raakt daarvan niet oververhit.




donderdag 27 juli 2017

Balinees en ja’s

Foto: Animals Australia
Deze week kwam Bali weer in het internationale nieuws. Een Australische groep (Animals Australia) kwam met een persbericht dat er op het eiland van de Goden saté van hondenvlees wordt verkocht op een strand in Seminyak, een toeristische plek in het zuiden van het eiland. Dat zwerfhonden al vele jaren een probleem zijn, weet ik uit eigen ervaring. Niet dat ik ooit hondsaté at, voor zover ik weet…

Er worden jaarlijks 70.000 honden gedood op Bali. Naar nu blijkt, niet alleen om hondsdolheid te voorkomen. Een van onze mannetjes werd ooit door een zwerfhond gebeten; hij liep daarmee -de godenzijgeprezen- gelukkig geen rabiës op en het liet evenmin een blijvend litteken in zijn gezichtje achter.
Maanden geleden hadden ze ineens een blonde pup in huis; het diertje was, naar verluidt, komen aanwandelen. Het was een dotje om te zien en de mannen waren er dol op. Even zo plotseling kregen we de melding dat het diertje in geen velden of wegen meer was te vinden. Ik moet er niet aan denken dat iemand er een loempia mee heeft gevuld…

Het Australische team deed ter plekke vier maanden undercover-onderzoek naar de kwestie. Een documentaire die in het thuisland werd uitgezonden, toont hoe honden worden gestolen, vergiftigd, gewurgd, doodgeschoten en -geslagen. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Balinese honden lijden een hondenleven. Een ambulante satéverkoper genaamd Pak Kadek, die westerse toeristen benaderden met zijn hond op-een-stokje, werd op heterdaad gefilmd. Sinds de jaren 70 zijn Australiërs de grootste groep toeristen in Bali. In 2016 waren het er bijna 1.2 miljoen; 15% meer dan in het voorgaande jaar. De verwachting is dat ze dit jaar echter op de tweede plaats zullen eindigen; na de Chinezen. (De hondenvleeskroketverkopers anticiperen daarop wellicht..?)

Het Australische Animals-team sprak gouverneur Made Mangku Pastika er vervolgens op aan. Hij bevestigde voor de eerste keer de verkoop en consumptie van hondenvlees en sprak zich ertegen uit. Het vergiftigen van honden met cyanide en het wreed behandelen van deze dieren heeft een negatieve impact op het toerisme.

Je zou verwachten dat hij wreedheid tegen honden principieel afwijst maar dat is waarschijnlijk teveel gevraagd. Na aandringen stuurde hij een officieel schrijven rond dat verkoop van hondenvlees verbiedt. Het is maar een kleine gemeenschap die deze praktijk bezigt maar de handel moet per direct worden gestopt. Een verkeerd satéetje kan een mens niet alleen besmetten met hondsdolheid of andere ziekten, zo’n snack kan zelfs fataal zijn.

Het aanstaande decreet van Pastika is een goede eerste stap op een lange, lange weg naar minder hondenmishandeling. Niet om het een of ander, maar Spanjaarden kunnen er ook wat van. Veel gezinnen in onze woonwijk brengen hun viervoeters mee naar het vakantiehuis, maar opvoeden? Ho maar! In een lokale krant las ik dat hier jaarlijks 150.000 huisdieren worden gedumpt voordat de zomervakantie losbarst. Ook geen kattenpis.

In de afgelopen weken ontvingen we regelmatig foto’s uit Bali. Het waren de vakantiedagen van Yuda & Damai die dit jaar in aanwezigheid van papa Ketut werden doorgebracht. Ik zag ze in zee en in zwembaden, offeren aan het strand (dark moon), een groentetuin aanleggen, hun kamer opruimen en gewoon gek doen. Deze week verraste moeder Elsa hen, na hun siësta, met zelfgemaakte chocoladedonuts. Ze worden verwend en mijn liefje en ik zijn de eersten om dat goed te praten.

Vandaag gaan de beide mannetjes weer naar school. Hun vakantie zit erop. De oudste gaat naar de vierde klas en bereikt dit schooljaar voor het eerst een leeftijd met double digits. Voor de jongste is dit wel een grote stap want hij gaat nu ook naar de ‘grote’ school. Zelfs naar dezelfde internationale (tweetalige) lagere school als zijn grote broer. We vroegen moeder Elsa of ze zin hadden om weer naar de schoolbanken terug te keren. Jazeker! Ze vroegen haar in de afgelopen week elke dag wanneer het zover is. We zijn blij dat de beide kereltjes leren leuk vinden.

Elsa vertelde ons dat het gisteren oriëntatiedag zou zijn voor Damai. Hij stond om 5:30 uur op en popelde om op pad te gaan. Het liep op een teleurstelling uit voor het ventje: de oriëntatie bleek te zijn afgestemd op de ouders, niet op de leerling. Dat had mama verkeerd begrepen. Daarna volgden foto’s van nieuwe schoenen, rugzakken en schoolkleding. De mannetjes zijn er klaar voor. Dit brommervrachtje is mij veel malen liever...

Ketut stapt pas eind september weer op het vliegtuig om aan boord van een cruiseschip te gaan werken. Deze keer vliegt hij rechtstreeks naar Europa. Zoals het er nu naar uitziet, doet hij met zijn werkgever de Spaanse stad Cartagena weer aan in november. Het plan is om hem die dag op te halen en mee te nemen naar onze casa. Toen we hem dat vertelden tijdens een recente Skype-sessie had Yuda veel zin om met zijn vader mee te komen naar Spanyol. Het andere goede nieuws is dat wij tijdens de aanstaande winter alsnog een reis naar Bali gaan boeken. Een jaar overslaan bleek voor niemand een optie. We verheugen ons erop. Kita senang.


maandag 24 juli 2017

Yoga voor de mond

Het is een van de laatste taboes: snurken. En ik doe het, met name als ik op mijn rug lig. Niet elke nacht en evenmin continu maar soms is het geluid kennelijk zo hard dat het zelfs door de oordoppen van mijn liefje heen komt. Die vriendjes in haar oren noemt ze overigens ‘oorbellen’; klinkt leuker.

Ik herinner mij dat zij ook stevig snurkte toen wij in Engeland woonden. Ze sliep destijds regelmatig in de logeerkamer. Toen hadden we beiden drukke, internationale banen en hadden we onze nachtrust hard nodig. Zij snurkt nu ook weleens maar vanwege haar mond en de vorm van haar gebit is het een zacht fluitend geluid.

Dat lijkt niet op de kettingzaag van mij. Schamen doe ik mij niet maar ik vind het vooral vervelend voor haar. Je kunt je eraan laten opereren maar dat is complex en ingrijpend. Bovendien heb ik net een heupoperatie achter de rug. (De chirurg wil mij pas volgend jaar terugzien. En ik heb alweer auto gereden. Joehoe!) 's Nachts kun je een bit indoen maar dat is niets voor mij. Als de tandarts zijn tang in mijn mond steekt, moet ik al kokhalzen. Dat zijn dus geen opties.

Ik wil graag iets doen aan deze vorm van overlast. Gesnurk maakt relaties kapot en dat is pas echt een nachtmerrie. Het boek ‘Stop Snoring… The Easy Way’ van Mike Dilkes en Alexander Adams was een schot in de roos. Dilkes is een ervaren Engelse KNO-arts in Londen, Adams is een expert in gezonde lifestyle & wellness. Ik las hun boek in twee uur uit.

De medische term voor dit euvel is stertor dat ‘luidruchtig ademen’ betekent. Het gebeurt alleen als we slapen. Vanwege ontspanning van de spieren zakt de luchtweg in waardoor de keel gedeeltelijk geblokkeerd raakt. Er zijn drie zachte delen in die keel die kunnen flapperen als er lucht langs wordt geperst; daardoor veroorzaken ze geluid: de huig, het zachte gehemelte en het strotklepje (epiglottis). Het geluidniveau van snurkers ligt tussen 60 en 100 decibels. 60dB komt overeen met het geluid van een werkende stofzuiger, extremere vormen zijn hetzelfde als het geluid van een kettingzaag of een motor (voertuig).

Niet iedereen snurkt, al doen veel mensen met overgewicht het. Nekvet kan het blokkeren van de luchtweg namelijk verergeren. De vorm van gezicht, schedel, nek en onderkaak, de grootte van de mond, de omvang van tong en strotklepje zijn medebepalend voor wel of niet snurken. Een geblokkeerde neus, lange amandelen, een lang zacht gehemelte en cystes of bobbeltjes in de keel: ze kunnen eveneens bijdragen aan gesnurk.

Een op tien vrouwen en een op de vier mannen is een ‘gewone’ snurker. Voor wat betreft slaapapneu geeft het boek geen statistieken. Wel dat het extra gevaarlijk is.  Apneu is een slaapstoornis waarbij tijdens de slaap perioden van ademstilstand of ernstig verzwakte ademhaling voorkomen.

Zeven à acht uur slaap per nacht is aanbevolen. Tijdens onze slaap doorlopen we vier stadia van non-REM-slaap en een van REM-slaap. (REM staat voor Rapid Eye Movement, het snel bewegen van het oog.) Het is belangrijk voor het lichaam dat we 's nachts in ieder geval stadium 4 Non-REM bereiken want dan begint het proces van verjonging en reparatie. Je lichaam ontspant en laat groeihormonen vrij die van belang zijn voor het herstellen van beschadigde en verouderde cellen, vooral in het gezicht. Door gesnurk komen tijdens de slaap minder vitale hormonen vrij waardoor de huid nooit helemaal herstelt. Slechts twee van de acht uur brengen we door in stadium 4 non-REM en REM-slaap. Een aanhoudend gebrek aan herstellende slaap kan lichaam en geest schaden; het kan zelfs de dood tot gevolg hebben.

De partner van een snurker verliest gemiddeld 90 minuten slaap per nacht. Ik begrijp nu waarom mijn liefje soms opstaat met flinke wallen onder haar ogen. Kasian. Op zo’n dag heet ze Wally. En wij maar wondermiddeltjes kopen… De jubilerende Spaanse supermarktketen Mercadona verkoopt momenteel een anti-verouderingscrème (Sisbela Diamond) voor €5 per potje, geproduceerd in Granada. De Lidl biedt Cien Q10 anti-rimpelcrème aan -regelmatig als beste getest- voor slechts €3 per potje. Vergelijkbare crèmes van dure merken kosten tussen 60 en 80. De lokale kranten staan er vol mee. De actie bij Mercadona is zo succesvol dat er één miljoen potjes extra zijn geproduceerd. Ze vliegen de winkel uit, wij legden een voorraad aan.

Als snurker volg ik dus een tweesporenbeleid.

De oefeningen zijn gericht op de relevante gebieden die tijdens de slaap gaan ontspannen: de tong, het zachte gehemelte en het lage gedeelte van de keel. De bijbehorende spieren moeten worden verstevigd. Met deze tong- en mondoefeningen verlaagden patiënten hun snurkvolume gemiddeld met 60% en de keren dat zij snurkten met 39%. Het is dus de moeite waard. 
Dit zijn ze:

  • tong uitsteken en naar neus, kin, linker- en rechterwang bewegen; 10 x snel
  • tong oprollen en de punt naar het zachte gehemte acherin de mond brengen, terug tegen voortanden brengen; 15 x snel
  • tong uitsteken en zachtjes tussen de tanden nemen en dan hummen – diep beginnen en steeds hogere klanken voortbrengen; 10 x
  • mond wijd openen en dan Ahhhhhhh zeggen gedurende 20 seconden; 1 x
  • mond gesloten houden en scherp inademen door de neus; vier sessies van 5 x snel
  • tong zo ver mogelijk uitsteken terwijl je diep in- en uitademt door de neus; 20 x
  • slikken met gesloten mond, zo hard mogelijk; 10 x achtereen
  • tong zo ver mogelijk uitsteken en diep via de mond inademen; houdt adem 30 seconden in
  • standaard-slikbewegingen maken maar dan extra langzaam (5 seconden laten duren); 5 x


Vroeger kon ik met de punt van mijn tong het puntje van mijn neus aanraken. Mijn vader en ik oefenden en deden wedstrijdjes. Ik kwam tijdens deze yoga-oefeningen tot de conclusie dat ik dat bij lange na niet meer kan?! Dat vond ik verontrustend. Er veranderde dus iets in mijn mond zonder dat ik het in de gaten had. Ik doe de oefeningen overdag; ze nemen 30 à 60 minuten in beslag. Ze zijn lastig om te doen, dat kan ik je vertellen. Bij sommige oefeningen ligt hyperventilatie op de loer. Bovendien gaat het niet zonder geluid, zoals je zult begrijpen. Mijn liefje zegt nu ook reden te hebben overdag haar oorbellen te dragen. Ze vindt het middel inmiddels erger dan de kwaal. Tja.



vrijdag 21 juli 2017

Chasing Coral

Begin van deze maand besloot de UNESCO-Werelderfgoedorganisatie dat het Great Barrier Reef aan de oostkust van Australië niet op de lijst van erfgoed ‘in gevaar’  wordt geplaatst. Australische wetenschappers in relevante vakgebieden waren het niet eens met deze beslissing. Nog nooit was koraalbleking zo uitgestrekt, extreem en langdurig als nu. Een groot deel van het koraal is morsdood. Als het barrièrerif op de gevaren-lijst zou komen, zou de Australische overheid nóg meer moeten doen om de crisis in het gebied af te wenden. Diezelfde overheid vreest dat zo’n besluit een negatieve uitwerking heeft op het toerisme Down Under. Adviesbureau Deloitte Consulting rekende in 2014 uit dat het rif jaarlijks ruim ASD $5 miljard dollars bijdraagt aan de Australische economie. Voor velen zijn natuur en milieu ondergeschikt aan economische belangen.

Afgelopen weekend had Netflix een primeur: de documentaire ‘Chasing Coral’ was voor het eerst te streamen. Mijn liefje en ik keken. De maker heet Richard Vevers, een voormalige fotograaf in de advertentiewereld die al duikt sinds zijn 16de. Hij maakte zich toenemend druk over de achteruitgang in de onderwaterwereld, gaf zijn baan op en begon aan dit project na in een vliegtuig de film ‘Chasing Ice’ te hebben gezien. Die film brengt het smelten van de ijskappen op Moedertje Aarde in beeld; eveneens dramatisch. Vevers vroeg dezelfde producent, Jeff Orlowski, voor zijn project.

De Amerikaan Vevers ging verder op zoek naar een deskundig team dat hem kon bijstaan. Het idee was om de achteruitgang van koraal met gebruikmaking van timelapse-technologie inzichtelijk te maken. Een van de teamleden is mariene bioloog Zack Rago die niet alleen veel verstand heeft van zee en technologie maar als jongetje al een koraalriftank in huis had – zonder vissen. Hij was en is gefascineerd door koraal. Met anderen ontwikkelden zij een systeem met onderwatercamera’s dat het geheel moest gaan vastleggen. Men koos voor Panasonic LUMIX-camera’s die werden ingebouwd in waterdichte perspex bollen en op diverse riffen in de wereld werden opgesteld. Het project duurde drie jaar, het team legde meer dan 500 uur onderwateropnames vast.

Rondom Florida Keys, Jamaïca, Hawaii, Amerikaans Samoa, Indonesië, Nieuw-Caledonië, Fiji en diverse plekken op het Great Barrier Reef filmden ze. De ondertitel van de documentaire is veelzeggend: ‘What lies below, reveals what lies ahead’. De New York Times noemt de documentaire een emotionele race tegen de klok. Ik had het niet beter kunnen verwoorden. In de Keys is nog 0.1% van het koraal aanwezig, rondom Jamaïca is geen koraal meer te bekennen.

De eerste run op testplekken in de Bahama’s, Bermuda’s en op Hawaii liep helemaal fout: de lenzen deden niet wat ze moesten doen, ze waren uit focus. Het was een grote tegenslag, maanden achteruitgang van het koraal was niet vastgelegd. De tweede run deed men daarom handmatig, uitsluitend op het Great Barrier Reef. De electronische apparatuur werd ondertussen aangepast en verbeterd.

Gedurende vier maanden maakte men elke dag op meer dan 60 plekken handmatige opnames. Het is een treurige klus, je ziet duiker Zack Rago regelmatig zijn emoties wegslikken. Intussen werkte de vernieuwde configuraties in andere oorden goed en konden de timelapse-opnames worden gebruikt.

In Nieuw-Caledonië troffen de onderzoekers iets opmerkelijk aan: het koraal in nood bleek bizarre, fluoriserende kleuren aan te nemen. De makers noemen ze the colours of death… Alsof het koraal de duikers voor de laatste keer groette vóór het definitieve afscheid.

Ik vond de documentaire heel interessant. Anderhalf uur lang hield het mij aan de buis gekluisterd. Timelapse als techniek maakt dit soort dramatische ontwikkelingen extra indringend om naar te kijken. Je ziet hetzelfde beeld steeds bleker en grimmiger worden. Veelkleurige velden met levend hard en zacht koraal zie je in korte tijd veranderen in dode skeletten, omwikkeld door alg. Er was doorgaans geen vis meer te zien. Op de website chasingcoral.com lees je wat je zelf kunt doen om aandacht voor dit probleem te vragen. Je kunt daar ook de trailer bekijken.

Samenvallend met de documentaire, verscheen maandag jongstleden het boek ‘A Life Underwater’ van Charlie Veron. Hij is eveneens te zien en te horen in de documentaire van Vevers. 
Deze Australische professor (1945, Sydney) wordt The Godfather of Coral genoemd. Al ruim 40 jaar doet hij onderzoek naar koraal. Hij is de ontdekker van de Koraaldriehoek, een gebied in het westelijke deel van de Stille Oceaan. Die driehoek omvat de wateren van Indonesië, Maleisië, Papua Nieuw-Guinea, Oost-Timor en de Solomoneilanden. 20% van alle koraalsoorten ter wereld werd door Veron ontdekt. De onderwaterwereld heeft veel aan hem te danken. Ik ga de plaatselijke boekhandel vragen een papieren exemplaar voor mij te bestellen; eens kijken wat ze kunnen. Zo’n autobiografie is een parel in mijn bibliotheek.


dinsdag 18 juli 2017

Happy-pee!

We hebben hier alweer de tweede vroege hittegolf achter de rug; de temperatuur komt 's nachts niet meer onder 24 graden Celsius. Inmiddels lig ik elke dag in de Middellandse Zee, dobberend op een kanariegele spaghetti. Zwemmen behoort tot de lage impactsporten dus met de heupprothese is het toegestaan vanaf zes weken tot drie maanden na operatie. De schoolslag lukt aardig maar de beenslag heeft nog niet de kracht van voorheen. Borst-crawlen doe ik voorlopig alleen met mijn armen. Zittend op mijn drijfhulpje maak ik fietsbewegingen in het water. Nog even en ik loop los naar Chiringuito Ramon, de lokale strandtent op 1 kilometer van ons huis (heenreis).

Nu dé zomervakantiemaand van het jaar nadert, worden de stranden hier gereed gemaakt voor sportieve activiteiten. Torrevieja gaat een aantal officiële strandvolleybal-toernooien organiseren en in de aanloop er naartoe, werden in de afgelopen twee weken spijkers en schroeven opgeraapt. Je hoeft geen Barefoot on the Beach te zijn om te weten waarom. Wel vraag ik mij af hoe dat soort projectielen überhaupt op het strand terechtkomt. De ironie wil dat een van de rapers een spijker in zijn voet opliep, aldus een Engelstalige krant.

In een andere lokale krant las ik dat vandaag, 18 juli, aan de hele Costa Blanca een nieuwe algemene politieverordening in werking treedt, ‘de Ordenanza de Uso y Disfrute de las Playas’ die het gebruiken en genieten van de stranden moet aanscherpen. Het strand met de strengste regels ligt op steenworp afstand van ons woonoord: San Pedro del Pinatar. Wij wonen aan Alicantijnse zijde, San Pedro behoort tot Murcia.

Deze buurgemeente spant de kroon qua strengheid. Er mag daar voortaan niet meer met een bal op het strand en in zee worden gespeeld; de boete bij overtreding van deze regel kan oplopen tot €750. Boetes zullen ook worden uitgedeeld aan mensen die 's morgens plaatsen op het strand reserveren met parasols of handdoeken maar dat is niet nieuw; dat gebeurde vorig jaar al meer keren aan dit deel van de Costa Blanca. Wat ik heel goed vind, is dat viespeuken voortaan worden beboet met maximaal €750 als ze hun afval op het strand niet opruimen. Ook de badgast die een huisdier meeneemt of muziekapparatuur (iPod, MP3, stereoset, mobiele telefoon) afspeelt op het strand, zand van het strand verwijdert, fietst op de wandelboulevard en zichzelf in zee wast met zeep kan rekenen op een boete. Bbq'en op het strand zonder voorafgaande toestemming levert een boete op van €1.500 en ambulante verkopers van gekoelde hapjes en drankjes kunnen een boete van €3.000 tegemoet zien.

De controversieelste maatregel is dat de gemeente van San Pedro deze zomer alle nudisten weert van het naakstrand van La Llana dat op gepaste afstand van de urbane stranden ligt. De voorzitter van de Federación Española de Naturismo, Ismael Rodrigo, vindt het een gotspe. Hij noemde het in de krant criminalisering van het menselijke lichaam”. Men is van mening dat het gemeentebestuur misbruik maakt van hun macht. De vereniging gaat dan ook gerechtelijke stappen nemen; men haalde reeds 6.200 handtekeningen op. De website roept nudisten op, het naaktstrand van San Pedro del Pinatar te boycotten.

Die oproep werd gevolgd door een sneer naar de kwaliteit van het zeewater van Mar Menor (ook Murcia), dat te wensen zou overlaten. Daarin hebben zij gelijk. Er is al jarenlang zorg om het voortbestaan van Europa’s grootste binnenzee. Boeren in het gebied Campo de Cartagena dumpen al jarenlang brak water van hun velden in de Rambla del Albujón, dat in verbinding staat met de Mar Menor. Het is niet zo’n beetje ook: het betreft 500 liter per seconde! Het hoge nitraatgehalte van die lozingen brengt de binnenzee uit balans; er is een toename van schadelijke alg die zwemmen ongezond maakt. Ik vind het een grof schandaal en daarin ben ik niet de enige. In mei van dit jaar verloren 19 stranden aan de Mar Menor hun blauwe vlag, een duidelijk signaal.

De lokale overheid is laks; men startte veel te laat met het nemen van maatregelen. De kosteneffectiefste maatregel is plaatsing van een zogenaamde groene filter tussen de landbouwgronden en de Rambla. In april van dit jaar werd de aanbesteding (€3.500.000) pas uitgeschreven. Men hoopt de filter voor eind 2017 te hebben geïnstalleerd. Dat klinkt mij optimistisch in de oren gezien de aanloop maar het zou goed zijn. De oplossing op langere termijn bestaat uit de aanleg van een 16 km lange pijplijn die het afvalwater naar de ontziltingscentrale van San Pedro del Pinatar voert, het daar reinigt en vervolgens schoon loost in de Middellandse Zee.

De meest komische maatregel van San Pedro is dat je vanaf vandaag wordt beboet als je in zee plast, al vertelt niemand erbij hoe de lokale politie-agent zoiets moet bepalen. Dat is Spanje’s bijdrage aan een beter milieu. Ik zou het wel weten: met een sensor in je broek! Zwemgoed met UV-filter bestaat al dus dat is een fluitje van een cent. Als je je echter de enorme hoeveelheden geloosde nitraat realiseert in de Mar Menor, is zo’n plasje een druppel in een ehhhh… gloeiende zee. Tja.






zaterdag 15 juli 2017

Dure vriendin

Het was deze week weer tijd voor de jaarlijkse medische controle van mijn liefje. Dat is altijd een spannende tijd, al voelt ze zich prima. De eerste jaren moest ze elk kwartaal en daarna elk half jaar in het ziekenhuis verschijnen, nu nog éénmaal per jaar. Dat ziekenhuis, QuirónSalud, behoort overigens tot het op twee na beste ziekenhuis van Europa. Dat las ik ter plekke in een nationale Spaanse krant. Dit nationale netwerk heeft 43 ziekenhuizen, meer dan 6.000 bedden en 12 PET/CT scanners.

Nog niet zo lang geleden sprak Paul de Leeuw voor het eerst publiekelijk over zijn beginnende stadium van blaaskanker. Hij gebruikte uitdrukkingen als een ‘milde vorm van kanker’ en dat hij inmiddels ‘schoon’ was. Die uitspraken ergerden mij. Nu kan het zijn dat hij de woorden opzettelijk koos om zijn directe omgeving, met name zijn puberzonen, niet extra ongerust te maken. Zelf zou ik als kind te allen tijde de waarheid en niets dan de waarheid willen horen; zelfs als het om een ernstige kwestie gaat.

Er bestaat niet zoiets als een milde vorm van kanker; je hebt het of je hebt het niet. Kanker is niet mild, niet voor degene die het overkomt, noch voor diens omgeving. Nu weet ik dat het ene type tumor het andere niet is. Bij mijn liefje werd in 2009 een agressieve tumor (type Triple Negatief) verwijderd; het kwaadaardige ding groeide zo snel dat het een zegen was dat het in een vroeg stadium werd ontdekt. Was ze later gediagnosticeerd dan zou het veel slechter met haar zijn afgelopen. Tijdigheid is van levensbelang.

Schoon ben je niet als de operatie achter de rug is; dan ben je geopereerd. Het is dan te hopen dat de gehele tumor is verwijderd en niets achterblijft dat verder kan  woekeren. De Leeuw werd geopereerd in een ziekenhuis in Zuid-Spanje, tijdens een verblijf in zijn vakantiehuis aldaar, dus we hopen er het beste van. Schoon in de zin van ‘officieel gezond verklaard’, ben je pas als de statistieken dat aangeven. Gezien de leeftijd van mijn liefje zal zij dat stadium pas tien jaar na behandeling bereiken, nadat de medische test van 2019 niets toont dat er niet hoort te zitten. Wij zijn dus op de goede weg. De Leeuw wens ik vanzelfsprekend datzelfde toe.

Alhoewel het een zenuwslopende dag in het ziekenhuis is, gaan we altijd met veel vertrouwen en goede moed op bezoek bij dokter Brugarolas, hoofd van de afdeling Oncología. Hij is een zeer ervaren oncoloog en een diepe bron van kennis op dat vakgebied. Hij is de gepensioneerde leeftijd ruim gepasseerd maar wil niet stoppen. De man heeft grote passie voor zijn werk en zijn patiënten. Ten tijde van de behandeling was er geen afspraak waarin hij geen antwoord wist op de vele vragen die wij hadden. Zelfs op vragen die wij niet stelden, kregen we antwoorden!

Dit jaar stond een PET/CT-scan van het hele lichaam gepland. De kans op terugkeer van mamacarcinoom is klein tot nihil, de kans op zogenaamde secondaire tumoren elders in het lichaam is iets groter. Daarom stelt deze degelijke Spaanse arts dit onderzoek om de vier à zes jaar voor. 

PET staat voor Positron Emissie Tomografie. Kankercellen en ontstekingscellen verbruiken veel energie en hebben dus veel brandstof nodig in de vorm van suiker (glucose). Bij zo’n scan wordt een kleine hoeveelheid radioactieve glucose aan het lichaam toegediend. Hierdoor kunnen kankercellen en infecties gemakkelijker worden opgespoord. Deze kleine hoeveelheid radioactieve stof is niet schadelijk voor haar; ze plast het goedje gewoon uit. (Wel na tweemaal te hebben doorgespoeld.) Een CT-scan -Computer Tomogram- is onderdeel van een PET. De scanner maakt dwarsdoorsneden van het hele lichaam, de arts ziet als het ware plakjes. Alle plakjes achter elkaar geven een driedimensionaal beeld van een lichaam. Door die twee technieken te combineren, kunnen beelden nóg beter worden beoordeeld.

Vorige week ontvingen we een telefoontje uit Madrid, van het hoofdkantoor van onze Spaanse ziektekostenverzekeraar. Een bedeesd sprekende jongedame meldde dat de kosten van de PET/CT-scan niet zullen worden vergoed. Ik vroeg niet naar het waarom van die beslissing want ik realiseerde mij dat ik dat deed aan de verkeerde persoon. Ze was op de hoogte van de medische geschiedenis van mijn liefje maar ze is slechts de boodschapper. Wel zouden bloedtest en diagnosegesprek met de oncoloog worden vergoed. Ik dankte haar voor de mededeling en hing op.

Het blijf mij verbazen dat advies van een top-medicus terzijde wordt geschoven door een verzekeraar. Welcome to the real world... Vervolgens nam ik contact op met de betreffende afdeling van het ziekenhuis. De oncoloog wilde wel van het onderzoek afzien, wij niet. Wij besloten door te gaan en het nucleair-geneeskundige onderzoek zelf te betalen. Mijn liefje en ik gaan voor maximale zekerheid. Als het gaat om medicatie heb ik nu eenmaal een dure vriendin!

Dit was namelijk niet de eerste keer dat we deze boodschap van diezelfde verzekeraar kregen. Mijn liefje rekende voor dat het gelijk is aan een retourvlucht naar Bali. Tja. Als wij dan geen geluk hebben in de Staatsloterij moeten we het toch zeker op dit punt zijn?! De beelden bewezen het. Haar kloppende hart was de enige donkere plek op de honderden beelden die we met de oncoloog bekeken. The PET is good.” Na ons eigen vreugdedansje zei de arts “I am gappy too.” Met de mooist denkbare glimlach op zijn gezicht. Ik houd van die man. Zij is weer voor een jaar goedgekeurd. Joehoe! We vierden dit heugelijke feit met een glaasje prik in ons favoriete plaatselijke restaurant.



dinsdag 11 juli 2017

Uit de oude doos

Illustratie: Marnix Rueb
In 2008 blogde ik met regelmaat over het onderwerp embryoselectie dat toen speelde in de politiek. Destijds was een regeringscoalitie aan de orde van CDA, PvdA en ChristenUnie, het kabinet Balkenende IV dat in februari 2007 werd beëdigd. Die samenstelling maakte embryoselectie een heikel onderwerp. PvdA, bij monde van de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid Jet Bussemaker, was vóór verruiming van de regelgeving omtrent embryoselectie.

Embryoselectie wordt sinds 2003 mondjesmaat toegepast in slechts één academisch medisch centrum in Nederland: het AZM in Maastricht. Artsen van dat centrum waren -net als Bussemaker- voorstander van verruiming van de bestaande wetgeving.

Bij sommige genetisch bepaalde ziekten, zoals Huntington (hersenen) en Duchenne (spieren), behoort embryoselectie al tot de behandelmogelijkheden. De staatssecretaris vond daarin een belangrijk argument om de toepassing ook voor de kleine groep dragers van de BRCA-genmodificatie toe te staan. ChristenUnie en CDA waren faliekant tegen, beide partijen waren van mening dat we ons daarmee op een hellend vlak begaven. Bussemaker diende in 2008 desalniettemin een voorstel in dat echter zoveel commotie veroorzaakte dat ze het uiteindelijk terugtrok. Sindsdien wordt smachtend gewacht op de volgende stap in dit zich voortslepende drama.

Embryoselectie wordt toegepast bij vrouwen die een hoog risico hebben op een kind met een ernstige erfelijke afwijking. Het gaat hier om ziekten waaraan maar één gen ten grondslag ligt; dat hebben Huntington, Duchenne en BRCA met elkaar gemeen. Tijdens de behandeling onderzoekt de arts embryo’s die afkomstig zijn van reageerbuisbevruchting, voordat ze bij de moeder worden geïmplanteerd. Als het embryo drie dagen oud is, bestaat het uit acht cellen, waarvan er twee worden afgenomen voor onderzoek. Met deze techniek is het mogelijk om embryo’s te selecteren die zonder erfelijke afwijking kunnen worden geboren. Dat wil je je kind toch niet ontzeggen?!

Destijds volgde ik de politieke debatten in de Nederlandse politiek op de voet. Ik voerde zelfs een gepassioneerd gesprek met Khadija Arib over het onderwerp. Zij was toen Tweede Kamerlid en woordvoerster Gezondheidszorg van de PvdA. Ik kwam haar tegen in restaurant Dudok in Den Haag en vroeg naar haar minder overtuigende rol in het debat van die dag. Ze liep destijds op eieren vanwege de coalitie die haar partij sloot met ChristenUnie en CDA maar ik was teleurgesteld in haar optreden en het gebrek aan solidariteit met haar dappere collega Bussemaker. Ze begreep mijn zorg en ging goed om met mijn kritiek. Na een ietwat haperende start in de politiek ontwikkelde Arib zich tot een capabele en alom gewaardeerde Kamervoorzitter.

Komt het ook goed met embryoselectie voor dragers van erfelijke borstkanker?
Via deze techniek kunnen zij immers voorkomen dat zij kinderen krijgen met dezelfde erfelijke belasting. Dat het momenteel wel kan maar niet mag in Nederland is voor veel dragers met een kinderwens onverteerbaar. 

In 2006 kreeg mijn wijdere familie te maken met deze BRCA-genmutatie. ‘BRCA’ staat voor Breast Cancer; men onderscheidt twee soorten, te weten BRCA1 en BRCA2. Dragers hebben een sterk verhoogd risico op borst- en eierstokkanker. Een oudere neef ontwikkelde borstkanker die genetisch bleek te zijn bepaald. Hij nam tijdens zijn behandeling contact op met mijn moeder die ons vervolgens op de hoogte stelde van het pijnlijke feit en de keuze aan ons liet voor het vervolgtraject. Mijn zussen in Nederland lieten zich testen en zelf wilde ik ook -koste wat het kost- weten of ik draagster was. Meten is weten!

Na een predictieve test in Spanje -een test die van toepassing is als je zelf nog geen diagnose kanker hebt ontvangen maar wel wilt weten of je een voorbeschiktheid of verhoogd risico hebt op het ontwikkelen ervan-, bleek dat ik zelf geen draagster ben. Dat gold helaas niet voor andere leden van mijn eigen, kleine familiekring. Mijn vader bleek drager van de genmodificatie en hij had dit onwetend en onbedoeld aan enkele van zijn kinderen doorgegeven. We zijn inmiddels vele ervaringen rijker: al mijn zussen ontwikkelden borstkanker, mijn oudste zus overleed aan de gevolgen van uitgezaaide eierstokkanker. Voor haar kwam de kennis en wetenschap te laat. Zeggen dat ik uit een zogenaamde hoogrisico-familie kom, is de understatement van de maand…

Sinds vorige week staat embryoselectie weer volop in de Nederlandse schijnwerpers. Er wordt hard gewerkt aan een regeringscoalitie. Gezien het feit dat CDA en ChristenUnie weer meepraten, is er weinig reden tot vrolijkheid aan de Hofvijver. D66 ziet de bui al hangen met het thema ‘Voltooid Leven’ op hun programma. Iedereen begrijpt dat dergelijke kwesties zwaar beladen zijn, ze hebben tijd nodig maar tien jaar masseren voor accordering van embryoselectie is wat mij betreft the bloody limit.


zaterdag 8 juli 2017

Opkrikkertje

Ik kan mij niet heugen ooit zo’n zomer in Spanje te hebben beleefd. Vrijdagochtend begon met onweer en een fikse tropische regenbui, nadat het de hele nacht had gestormd. De zonneluifels van de overburen klapperden dat het een aard had. Ik denk dat Captain Muñoz, el hombre bala van circus Quirós, met die harde wind spontaan uit zijn kanon vloog. Het ontbijt bereidden we die ochtend in een verlichte keuken, het werd genuttigd in De Orangerie (aka Onze Caravan). Het getik van regendruppels op het plafond herinnerde mij aan zomerse kampeervakanties in Nederland. Die zijn doorgaans nat en stormachtig, Spaanse zomers toch niet?! Het kikkerde er wel van op. Op het eigen terras lag een mix van strandzand en bloemblaadjes. In het dorp ging een grote veegploeg aan de slag om de tonnen boombladeren op te ruimen.

Deze week kreeg ik post van burgemeester Krikke van Den Haag, de eerste burgemeesteres achtâh de dùine. Zij nodigde mij, ex-Hagenaar, persoonlijk uit voor permanente registratie als kaaskop-in-het-buitenland. Tot dusver moest je je voor elke verkiezing apart registreren. Met deze actie kun je je eenmalig, permanent registreren. Dat bleek een fluitje van een cent. Ik was dermate lekker bezig dat ik mijn liefje ook maar meteen in het bestand zette, al ontving zij geen post. Wat ik dan weer jammer vind, is dat je het formulier alsnog moet printen, ondertekenen en naar een postadres in Nederland moet terugsturen, aangevuld met een kopie van je paspoort. Voor die gelegenheid schafte ik dus maar weer een printer aan… Waarom kan zo’n registratie nou niet volledig digitaal worden afgewikkeld?

Foto: ANP. Fotobewerking: Omroep-West
De Haagse burgemeester is goed bezig, hoor! In de Volkskrant las ik een artikel over haar opzet. Ze wil de Kieswet aanpassen omdat veel Nederlanders in het buitenland hun oproepkaart te laat of zelfs helemaal niet ontvangen. Zelf val ik in die laatste categorie. Bij voorgaande landelijke verkiezingen ontving ik nooit een stembewijs op tijd. (De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik dit jaar zelf te laat was…)

Nu was de postbezorging door Spaanse Correos op ons vorige woonadres abominabel. Dat kwam niet alleen door een gebrek aan toewijding van de kant van tante Pos’, ook de plaatselijke gemeente maakte er een puinhoop van. Wij hadden jarenlang geen specifiek postadres met een officiële straatnaam en een huisnummer dus Tom Poes verzon een list. Dat werd echter een rommeltje waarbij huiseigenaren bovendien huisnummers en postbusnummers door elkaar haalden. Vooral in de zomer, met uitzendkrachten op de gele brommers, ging het regelmatig fout. Hoe vaak onze post (postbus 69) niet zat in de brievenbus van appartement 69 is niet op de vingers van vier handen te tellen. Poststukken waren niet leverbaar, zelfs compleet onvindbaar. Ik herinner mij menig onverkwikkelijke discussie met het nukkige hoofd van het plaatselijke postkantoor.

In dat VK-artikel las ik het volgende: In sommige landen is het geen uitzondering dat een postzak enkele weken op een postkantoor blijft staan.” Zover hoef je dus niet over de landsgrenzen te kijken.

Alhoewel de situatie op ons nieuwe adres aanzienlijk verbeterde, is de postbezorging evenmin perfect te noemen -al lopen Amazon-leveranties gesmeerd. Allemaal precies volgens afspraak. Die organisatie heeft het hier goed georganiseerd: als je iets moet terugsturen, print je je eigen voorbedrukte etiket via hun website en plak je dat op de originele verpakking. Je hoeft vervolgens niet naar het postkantoor met ellenlange wachtrijen maar geeft je pakketje kosteloos af op een distributiepunt bij jou om de hoek.

Correos is veel minder efficiënt. Mijn liefje vernieuwde in maart van dit jaar haar rijbewijs. Ze ging keurig op tijd naar Tráfico die haar voor de test naar een belendend medisch centrum stuurde. Ze ontving een tijdelijk rijbewijs dat twee maanden geldig was‘; dat moest toereikend zijn. Nu, ruim twee maanden later, ontving zij nog niets, nada, noppes. Tráfico bleek het nieuwe rijbewijs in diezelfde week naar ons huisadres te hebben gestuurd; dat doen ze hier echter niet aangetekend. Vragen bij het lokale postkantoor leverde niets op. Een medewerker van het medische centrum zocht het verder voor haar uit. Het langverwachte document is nog steeds niet boven water. Wel kreeg zij tijdelijk een verlenging van het tijdelijke rijbewijs, als je begrijpt wat ik bedoel. Het origineel lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen. In het beste geval ontvangt ze over twee maanden een duplicaat-rijbewijs. Kap Nâh!

Momenteel registreerden zich ruim 80.000 Nederlanders in het buitenland bij de Haagse dienst die het bestand onderhoudt. We zijn momenteel met elkaar goed voor ruim één zetel in de Tweede Kamer. Krikke wil dat wij minder afhankelijk worden van de betrouwbaarheid van de plaatselijke post. Verklaren dat dit een heel goede zaak is, is de Understatement van de Week. Het stembiljet mag nu al digitaal worden verstuurd maar het daadwerkelijke stembewijs niet. Het uiteindelijke stemmen gaat ook nog niet online maar via de post of de Nederlandse ambassade. Alleen papieren stembiljetten tellen. Krikke vindt dat haar voorstel tijdens de kabinetsformatie aan de orde moet komen. Mevrouw Krikke laat de Nederlandse transmigrant niet stikke!

Post versturen vanuit hier is geen probleem, als je maar geduld hebt. Mijn liefje stond deze week met 60 wachtenden in de rij van het postkantoor om een pakket naar Bali te verzenden. Uiteindelijk werd ze bediend door de chagrijnige Directora die niet wist hoe ze zo’n verzending moest aanpakken. Een onderdaan maakte het klusje af. Volgende maand wordt Yuda tien jaar en dat heugelijke feit zal, zoals elk jaar, worden gevierd met een goedgevulde verjaardagsdoos van zijn witte surrogaatoma’s. Het betreft 4.8 kilo aan kleding, slippers, schrijf-, kleur- en tekenwaar, speelgoed, dino- & haaienboeken, spullen voor persoonlijke hygiëne en Het Kado van het Jaar. Hij weet nog van niets, moeder Elsa wel. Nu de ramadan in Indonesië voorbij is, verwacht ik geen oponthoud.



donderdag 6 juli 2017

Mmmmwwaah!

In de afgelopen dagen rolden ka-pi-ta-le caravans en kampeerwagens ons dorp binnen. Dat rollend materieel, gloednieuw en stokoud, komt uit Jaén, Madrid, Murcia, Valencia en weet ik niet waar vandaan. Eenmaal aan het stroom, verdubbelden de wagens in omvang. Keukens en  slaapkamers schoven uit. Ik zag het fenomeen eerder op campings Down Under. 

Vandaag beginnen hier de voorstellingen van Circo Quirós, het circus van de gebroeders Quirós die in 1993 met hun activiteiten begonnen. Hun verre voorouders waren kennelijk al in de 19e eeuw nauw betrokken bij de circusgeschiedenis van Spanje. Er komen geen dieren meer aan te pas, het is vooral acrobatiek. Als ik de website mag geloven, is het van hoog internationaal niveau. Captain Muñoz is waarschijnlijk de grootste aandachttrekker van het gezelschap. Hij is de man die met 100 kilometer per uur uit een kanon 40 meter door de lucht zal vliegen, El Hombre Bala. Señora Muñoz is het slangenmens van de groep.

Alhoewel de circustent wordt gekoeld, gaan we het espectáculo niet met eigen ogen aanschouwen. De laatste keer dat ik een circustent binnenwandelde, was in 2005 in Groningen, met neefje Nick die toen met Mama Lou & Pipo-de-Clown in een caravan door het land trok. Ik vermoed dat we de kapitein wel langs zien vliegen. Het circus staat op de grens van Torre en Pilar de la Horadada, om de hoek van ons huis. Ik houd het kussen bij de hand, voor een zachte landing. Quirós en Muñoz blijven vijf dagen in town, de voorstellingen beginnen iedere avond om 21:00 uur.

De heupoperatie ligt acht weken achter mij; ook de tijd vliegt. Er is alweer een mijlpaal bereikt: sinds deze week slaap ik boven, terug in het lekkerste bed van het huis. De eerste nacht sliep ik als een roosje. Het was opmerkelijk dat ik voor het eerst in weken mij een droom herinnerde bij het wakker worden. Het was geen fijne: ik moest een dikke stapel bankbiljetten en een kredietkaart uit de tas van mijn liefje afstaan aan een boef.

Bij het traplopen gebruik ik nog een kruk om het gewicht van mijn lichaam op mijn nieuwe heup te verminderen maar qua lopen is het onnodig. Ook sta ik weer dagelijks in de inloopdouche die we na onze verhuizing lieten aanbrengen. Het zijn kleine vorderingen maar grote stappen richting ‘vida normal’. Op de meeste dagen ben ik weer de kookprinses van de familie. In en om het huis loop ik zonder kruk. Mijn loopje is nog niet 100% natuurlijk maar ik ben zeker op de goede weg. Tientallen jaren liep ik fout met rechts dus bij elke pas zeg ik nu mijn mantra op; mijn liefje helpt mij daaraan herinneren. De spieren in mijn linkerbeen mopperen af en toe tijdens lange wandelingen; die deden het jarenlang alleen en moeten zich thans aan rechts aanpassen. Nu voelt het alsof mijn rechterbeen langer is. Tja.

Het is vandaag wereldkusdag, een dag die sinds 2006 wordt gevierd. Daar staan mijn liefje en ik bij stil; letterlijk. Liggend kunnen we momenteel namelijk niet zoenen…  Het is plezierig om weer samen in één bed te liggen maar nachtkussen geven we elkaar voorlopig in verticale stand. Zelf kan ik nog niet op mijn geopereerde zij liggen, zij kreeg vanwege haar vele straftaken als Florence Nightingale veel last van haar schouders. So what?! We zijn beter in andere dingen: the best kisses are the ones that have been exchanged a thousand times between the eyes before they reach the lips!

Dat was weleens anders. Op 11 maart 1989, een maand nadat mijn liefje en ik elkaar ontmoetten, legde ik een bijzondere proeve van bekwaamheid af. Daarvoor ontving ik het boek ‘De kuscursus’ van Peter Kouwenhoven (1988). Het toeval wil dat het boek werd uitgegeven in Hazerswoude-Dorp, de woonplaats waar wij gezamenlijk later ons eerste huis zouden kopen. Het boek werd zelfs in Engels en Duits vertaald. De auteur meldt in zijn openingszin het volgende: over het algemeen wordt er slecht gekust, lieve lezeres, beste lezer!Het grappige boek legt de functie van kussen uit, het  verschil in monden, problemen bij het zoenen -een klapperend gebit, bijvoorbeeld-, instructies voor het zoenen -hoe voorkom je botsende neuzen- en een overzicht van soorten kussen.

De gulle gever vertelde mij dat ik het boek uit mijn hoofd moest leren en weldra in natura zou worden overhoord. Ik was niet zenuwachtig op de dag van het examen (ik vond muzelluf al een goede zoener vóór de cursus). De examinatrice keek mij verwachtingsvol aan. Zij gaf een opdracht, ik voerde die uit. Zij koos een soort kus, ik paste de juiste techniek toe. Op haar. Ze bleek streng maar rechtvaardig. Ik slaagde cum laude en ontving als beloning een serieus grote bokaal met twee tortelduifjes op de deksel. De voet met inscriptie en het embleem heb ik nog; die staan naast mijn bureau. De beker zelf overleefde de vele verhuizingen niet. Oude liefde roest niet, een liefdesbokaal daarentegen, wel.

Recent onderzoek toont aan dat slechts 5% van mensen van 45 jaar en ouder elkaar gemiddeld 31 keer per week zoent. Ondanks de handicaps halen mijn liefje en ik dat met gemak. Het is de bedoeling dat je vandaag iedereen van wie je houdt of die je leuk vindt, een kus geeft. Wat voor een? Dat mag je zelf bepalen. Ik blaas jou er eentje toe, lieve lezer!



zondag 2 juli 2017

Summer love

Onze Spaanse overburen uit Madrid zijn terug op hun vakantiehonk. De hoofdstad kreeg vroeg te maken met hoge temperaturen -40 graden en meer- dus het is veel beter toeven aan de kust. Wij zouden hier in de afgelopen dagen ook temperaturen van 36 à 37 graden en meer krijgen maar dat viel mee. Wel kregen we onweer en heel harde wind.
Ik houd van de zomerse lichtinval in huis, zonnestralen door de luxaflex, koelte die neergelaten luiken teweegbrengen, wapperende zonneschermen. Als ik denk aan zomerse taferelen, zie ik mij onder andere als kind in diepe plassen stampen na een hevige regenbui, liggend in een Antwerps hotelkamertje met gele gordijnen met mijn eerste vriendinnetje, 's avonds met de voetjes in het zand in Charles‘ strandtent in Kijkduin - luisterend naar klassieke muziek, met mijn liefje in de bale bengong van onze tropische villa in Noord-Bali genietend van de ondergaande zon met prachtige kleuren, een cocktail in de hand. Onvergetelijke momenten.

Vorige week dobberde ik voor het eerst dit jaar in zee. Met krukken. De zee is nu al warmer dan normaal: 27 graden Celsius. Goed voor toeristen, slecht voor de plaatselijke flora & fauna. Het was een heerlijke en tegelijkertijd gekke gewaarwording. Normaliter duik ik zonder schroom in de golven, bij voorkeur de hoogste. Nu werd een dag gekozen zonder golfslag, koos ik een waadplaats zonder geul zodat ik zonder hindernis het water in kon en liep ik schuifelend verder. De beide krukken, ideetje van mijn liefje, bleken een goed idee. Op enig moment gingen de voetjes van de vloer en dreef ik op mijn rug in mijn geliefde Middellandse Zee. Daarna mopperde de heupprothese een dag of twee. Het was geen pijn maar ik voelde het ding zitten.

Voor onze Balinese mannetjes is het ook vakantietijd. Zij brachten beiden een heel goed rapport mee naar huis. Yuda’s laagste cijfer was een 8.1 voor Balinees en Engels, zijn hoogste cijfer was een 9.3 voor Bahasa Indonesia. De rest zat daartussen; een prachtige lijst. Jongste broer Damai verlaat de kleuterschool met een gemiddeld cijfer van 9.8. Hij voegt zich volgende maand bij zijn broer op de internationale lagere school. Wij vonden het reden genoeg om hen een ‘kupon fun’ te geven; onze financiële bijdrage aan hun vakantiepret. Ze gingen deze week met hun vieren naar Krisna Funtastic Land, een lokaal pretpark dat de kereltjes reeds kennen maar hun papa nog niet. Hun leuke coupes werden onlangs radicaal gekortwiekt. Aan boord van het cruiseschip is Ketut kapper voor zijn collega’s. Nou hij kapt niet, hij tondeert. Zodra hij thuis is, zijn ook de jongens de klos. Kasian!

We waren afgelopen weekend aanwezig bij een feestje van Nederlandse jong gehuwden. De zus en zwager van vriend Roland trouwden en ook wij waren op een van de feestdagen van de partij. Het bruidspaar nodigde 30 vrienden en familieleden uit Nederland en andere windstreken uit om dat met hen onder de Spaanse zon te vieren. Wij schoven op zaterdag aan tijdens de lunch aan zee bij een van de Chiringuitos in onze eigen woonplaats. We zaten aan een lange tafel met de voetjes in het zand en genoten van heerlijke paëlla. De huwelijksreis voerde het bruidspaar naar Mallorca. Dat eiland kwam deze week tweemaal in het nieuws. Er zwom een (gewonde) blauwe haai tussen badende toeristen in een van de fraaie baaien en een ISIS-cel van vier personen werd opgepakt in Palma.

Deze week werd op veel plekken in de wereld de Gay Pride Parade gehouden. Ik zag mooie fotoreportages van over de gehele wereld; miljoenen kleurrijke personen gingen deze maand de straat op om hun diversiteit te vieren, ook in Guatamala, Costa Rica en Servië. 
In Madrid duurt het evenement tot vandaag. Het is de 40ste jaargang en bovendien is Spanje dit jaar organisator van WorldPride. Het thema is Ames a quien ames, Madrid te quere: houd van wie jij ook wilt, Madrid houdt van jou. Gisteren liepen er 1.000.000 mensen mee in de parade. Het centrum van de stad was autovrij gemaakt; de parade werd omringd door een cordon van mensen. Ik ben opgelucht dat het evenement in vrede is verlopen. 

In Istanbul ging de homoparade eveneens van start, ondanks het verbod van de gouverneur van de stad. De liefde was daar echter niet wederzijds, de Turkse politie greep gewelddadig in. Ook president Trump liet zich van zijn beste kant zien aan de vooravond van de Amerikaanse Gay Pride. Hij nam deel aan een conferentie over familiewaarden, waar afgevaardigden van homofobe groepen vooral het woord deden. Trump kreeg bij de verkiezingen slechts 14% van de stemmen uit de LGBT-gemeenschap (Clinton 77%). Het Witte Huis erkent de Gay Pride Month, de jaarlijkse viering van die gemeenschap, niet.

Wij hebben hier momenteel zomergasten; de jongste broer van mijn liefje en zijn partner zijn op bezoek. Het was een jaar geleden dat wij hen in levende lijve zagen. Gezellig bijpraten onder de sterren, paëlla eten met de voetjes in het zand, dineren in het beste restaurant van de omgeving, bbq'en op het eigen zwoele terras. Het was gezellig. Inmiddels keerden zij huiswaarts. Marcel’s renshirt & -broek bleven eenzaam achter, aan een knaapje aan de badkamerdeur… Hij stond hier 's ochtends om 7 uur op om een uur over het strand te lopen. Hij traint voor de Zestig van Texel, een ultraloop van 60 kilometer rondom het grootste waddeneiland van Nederland. De held. Hij was onder de indruk van het schone, aangeharkte zand van Playa Diamante. Wij houden van Spanje, España nos quere!