Translate

maandag 28 november 2011

Boogie Woogie

Afgelopen weekend was het hier prachtig weer, na een weekje regen en kilte. Mijn lichaam en geest zijn niet meer gewend aan dagenlange regen en temperaturen rond 16 graden Celsius. We kwamen de regenachtige dagen echter goed door: met lezen, DVD’s en televisie kijken, praten en kokkerellen.

Zondag en maandag waren echter top. Die dagen begonnen met een strakblauwe hemel. Hoog tijd om er met de bodyboards op uit te gaan! Mijn board kocht ik circa 15 jaar geleden aan de Portugese noordkust. Merk ‘Rheopaipo’, dat nog steeds blijkt te bestaan. Het ontwerp van mijn plank heet Firefly, vuurvlieg. Toentertijd was het een diepte-investering. Ik herinner mij de eerste surfbeurt op de nieuwe plank goed: ik schoot als een pijl over de metershoge golven totdat... er geen water meer was onder mij en mijn board?! Die ontnuchterende smak op het zand deed pijn maar ik had geluk want er was niks gebroken.

Snel daarna ontdekte ik dat je je lichaamsgewicht naar één kant van de plank moet bewegen zodat je de golf zijdelings berijdt. Daar gaat het immers om: riding the waves. Onlangs las ik in een nationale krant dat 50.000 lagereschoolverlaters in Australië niet kunnen zwemmen. Ik was uiterst verbaasd over het grote aantal. Dit continent is omgeven door zeeën en oceanen, heeft overal meren en rivieren. Ik bedacht mij dat het kinderen in de outback moet betreffen?!
Hier in Forster, aan de kust van New South Wales, zie ik elk weekend kleuters op het strand die les krijgen van vrijwilligers van de Life Savers Club. Die kleintjes worden liefdevol ‘nippers’ genoemd. Ze spelen behendigheidsspelletjes op het strand, in het water, met bodyboards, surfboards en -uiteindelijk- reddingsboten. Dat kunnen levensreddende oefeningen worden... Tegelijkertijd leren ze plezier te hebben in het water.

Een body board wordt hier boogie board genoemd. Ik weet nog steeds niet waarom maar ik vind het een leuke aanduiding. Op de Rheopaipo-website (van mijn bodyboard) las ik over de capriolen die je met de plank kunt uithalen: forward air spin, reverse air spin, back flip, gyroll, hubb. Ik voel mij geenszins een ouwe taart maar hedentendage ben ik al blij als ik op het juiste moment begin te peddelen!
Onze vriendinnen Claire en Julie waren ook weer een lang weekend in Forster. Als echte Aussies is plezier op het water voor hen een van de mooiste tijdsbestedingen. Julie was in voorgaande jaren ook altijd mijn surfmaatje. Claire leerde op hogere leeftijd zwemmen en doet inmiddels lekker mee op zee. Met geslepen zwembrilleglazen; zonder die goggles ziet zij geen golf aankomen. So the three of us got up and boogied!

Mijn liefje maakte leuke foto’s, vanuit de branding. In het eerste uur waren de golven niet om over te bloggen. In de loop van de middag stak de wind echter op en zwollen de golven aan. Als je op het juiste moment tot actie overgaat, lijkt boogieboarden op vliegen... Het is verslavend. Zeker als je het synchroon kunt doen!

Uren later kroop ik op handen en knieën het water uit. Ik had mijn best gedaan en voelde mij uiterst voldaan. ’s Avonds had ik een hoofd als een boei, alhoewel ik mij ’s ochtends goed had ingesmeerd. Ik had meer lagen Banana Boat, een uitstekend lokaal merk zonnebrandcrème, moeten aanbrengen. Een goede les. Twee van de drie Australiërs krijgt huidkanker vóór het bereiken van de 70ste leeftijd. Dat is geen statistiek om mee te spotten.

Maandag mocht ik een wens doen van muzelluf. Ik deed namelijk iets voor de eerste keer: ik at een garnalenboterham. Een Aussie prawn sandwich bestaat uit een beboterde witte boterham, versgepelde garnalen en versgemalen peper. Ik ben geen liefhebber van witbrood maar ik schoof dat bezwaar voor één keer terzijde. We kochten een kilo lokaal gevangen garnalen en kozen een picknickplaats aan het water.
Al garnalen pellend, voelde ik mij een Scheveningse vissersvrouw. Julie vertelde dat zij deze traditie leerde kennen als kind. De hele familie hield van een garnalenboterham. Julie’s zus bleek een heel snelle pelster, tot groot verdriet van zuslief (want zo bleven er minder garnalen voor haar over). “Onderschat mij niet”, dacht ik...

Julie verdeelde de porties eerlijk. Mijn liefje en de hond eten geen garnalen. Zij niet vanwege een sterke schaal- en schelpdierallergie, Lucy niet omdat ze niet van garnalen houdt. Als garnalen supervers zijn, is pellen heel gemakkelijk. Eerst gaat de kop eraf en vervolgens houd je de staart vast en druk je het lichaam uit de schil. De dames waren onder de indruk van mijn pelkwaliteit en -snelheid. Mijn boterham was dan ook als eerste belegd (zij snoepten regelmatig tijdens het pellen). Julie deed voor hoe zo’n sandwich moet worden gegeten en ik volgde met plezier.
De garnalen gingen schoon op. Yummie!

Wij waren overigens niet de enige picknickers... Een kleine groep wilde dolfijnen hield zich op in de wateren rondom de Forsterbrug, niet ver van waar wij vertoefden. We zagen vinnen en staarten. Op enig moment zag ik een vis uit het water opspringen. Die probeerde ongetwijfeld aan een dolfijnebek te ontkomen. Er was veel staartgeklap en gespetter. Ik ben er zeker van dat ook zij het naar hun zin hadden. Een mooie ervaring.

Inmiddels zijn de dames teruggekeerd naar hun drukke leven in Sydney. Wij blijven hier relaxen. Met plezier uitkijkend naar enkele zomerse dagen. Ik zal nog een paar strandfoto’s naar het album uploaden.



zondag 27 november 2011

Happy Birthday!

60 jaar, nog lang niet oud - maar ook niet meer zo piep... Lieve dames: van harte gefeliciteerd met het behalen van deze leeftijd! Ik hoop dat jullie gisteren van een mooi feestje hebben genoten.



woensdag 23 november 2011

Junior Masterchef Australia 2011

Hedenavond vond de finale plaats van Junior Masterchef Australia 2011. It was sizzling! De amateurkoks Greta en Jack, beiden 12 jaar, kwamen tegen elkaar uit.

Eerst moesten zij hun favoriete dessert samenstellen. Alle ingrediënten die zij daarvoor kozen, moesten in het gerecht terugkeren. Daarna moesten zij een uiterst complex hoofdgerecht met krab en subtiele bonenzalf ‘namaken’ (wel met recept) van superkok Tatsuya Wakuda, een van de creatiefste chefs in Sydney.

De bijgaande foto’s maakte ik, vóór de buis zittend met mijn Sony Cybershot in 'Gourmet'-stand. Mijn kleine vriend doet het tegenwoordig zonder haperen. Het werd een spannende avond. Degene die deze serie ooit op de Nederlandse TV wenst te zien, moet wellicht niet verder lezen.



Na beoordeling van de beide desserts stond Greta met drie punten voor op Jack. Niet alles liep volgens recept maar als de cheflings twee dingen leerden tijdens de afgelopen drie maanden dan is het wel 'niet in paniek raken' en 'improviseren'.

De bereiding van Greta's Queenland-krab liep zeker niet op rolletjes. Er moest kelpbouillon worden gemaakt en bij de opmaak moest zeewier worden gebruikt. Ze weifelde, maakte foutjes bij het afwegen en was lang niet zo zelfverzekerd als voor de finale. Maar ja, wat verwacht je van een 12-jarige?! Wat zij echter als geen ander deed, was: proeven!
Voor haar hoofdgerecht kreeg zij twee negens (onder andere van meester T.) en drie tienen van de overige juryleden. Een prestatie van formaat. Daarmee behaalde ze een eclatante overwinning op Jack. Terecht, vind ik. Hoofdprijs: $15.000 en de titel van (tweede) Junior Masterchef Australia. Het geld gaat zij wellicht gebruiken om een culinaire carrière na te streven.

Hiermee komt een einde aan een prachtig televisieprogramma. Morgenavond ga ik maar eens laat aan het diner beginnen. Om af te kicken. Op mijn menu staat een eenvoudige quiche van verse zalm, camembert en groene asperges.



dinsdag 22 november 2011

Cheflings

De eerste kookwedstrijd van Masterchef Australia die in 2009 werd gehouden, werd gewonnen door Julie Goodwin. Inmiddels heeft deze gekroonde amateurchef haar eigen restaurant aan de Central Coast en werd haar eerste kookboek gepubliceerd, getiteld 'Our family table'. Zij versloeg toen Poh Ling Yeow, een uitermate creatieve Australische van Chinees-Maleise afkomst die inmiddels haar eigen kookprogramma heeft op de Australische TV-zender ABC, genaamd 'Poh's Kitchen'. Ik kijk het programma hier wekelijks. Een getalenteerde kok kan ver komen!

In Spanje keek ik tijdens enkele zomerweken -met mijn liefje en Bernadette- elke dag naar Masterchef Australia 2010. Al was het een oude serie, wij genoten met volle teugen van dit boeiende kookprogramma. De Australiërs weten als geen ander van deze wedstrijd iets prachtigs maar ook bloedstollends en emotioneels te maken. Bernadette en ik lieten het ons welgevallen en pinkten soms een traantje weg. (Watjes XL.)
Ook mijn liefje kon de spanning niet aan maar zij uitte zich anders: zij zocht op internet naar de winnaar van de 2010-wedstrijd. Wij wilden het niet horen! In een onbewaakt ogenblik liet ze vallen dat een tot dan toe tamelijk onopvallende vrouw had gewonnen. Grrrrr. Jammer dat het niet de leuke surfdude werd van de Australische oostkust.
Bernadette hield mij in de afgelopen periode via mail op de hoogte van het verloop van de wedstrijd.

Momenteel is hier Junior Masterchef Australia 2011 te zien. De eerste ronde begon eind september jongstleden en de finale vindt woensdagavond plaats. Als foodie en amateurkok volg ik de uitzendingen op de voet. De happy little Vegemites koken de sterren van de hemel! Gelauwerde Australische chefs nemen deel aan het programma, zoals Matt Moran en George Calombaris. De kijker ziet groepswedstrijden (blauwe schorten tegen rode, meisjes tegen jongens), een-tegen-een wedstrijden, chefkoks tegen junioren, estafettewedstrijden, favoriete gerechtenrondes, koken met en zonder recept, de mystery box, en zo voorts. You name it, Masterchef Australia bedenkt het. De junioren bereidden beach food, Michelinsterrenmaaltijden en alles wat daartussen zit. Voor geïnteresseerden: de website van Junior Masterchef vind je hier.


De 12-jarige Greta (midden, in kleur) is al enige tijd mijn favoriet. Tijdens elke wedstrijd weet ze tot nu toe wel punten te scoren. Bolleboos Harry stond ooit op de laatste plaats maar is aan een opmars bezig. Het zou mij niet verbazen als hij tegenover Greta in de finale komt te staan. Vanavond zal ik het zien. Enkele episodes speelden zich af in de Verenigde Staten waar beroemde Amerikaanse masterchefs deelnamen aan het programma. De cheflings, zoals de jonge koks liefdevol door de juryleden worden genoemd, kookten aan de west- èn de oostkust; onder andere in gezelschap van Mickey en Minnie Mouse. Ze zijn zo jong en hebben al zoveel gezien en gedaan. Zoals gezegd, het programma is gebaseerd op een prachtig concept. Woensdagavond zal ik met veel plezier voor de buis zitten.

Supermarktketen Coles is sponsor van het succesvolle programma. Na ruim 4 weken hier zijn, maakten wij de balans op: wij vinden Coles leuker dan Woolworths. Als we grote boodschappen doen, fietsen we bij voorkeur naar die winkel. Bijna elke dag kies ik een recept uit een van de food magazines en koop ik de daarvoor benodigde ingrediënten.

Nieuwe dingen koken en proeven, is wat ik hier het liefst doe. Zo maakte ik voor het eerst hartige groentetaartjes met halloumi, een Cypriotische kruidenkaas die zeer geschikt is voor bakken en grillen. Mijn liefje vond de lamnoisettes met geitenkaas-kruidentopping tot nu toe het lekkerst. Vanavond ga ik mijn eigen fish & chips maken; van zonnevis en doré-aardappel en tartaarsaus op basis van yoghurt. We kopen alleen producten van Australische bodem. Kleine boodschappen doen wij in het dorp, onder andere bij de Lachende Groenteman (ik denk dat hij aan Gilles de la Tourette lijdt...). Vis koop ik bij de lokale visserscoöperatie in Tuncurry, net voorbij de Forsterbrug. De garnalen die ik daar onlangs kocht, waren de verste die ik in mijn leven proefde. Ik won weliswaar nooit kookprijzen maar ga wel ver voor voedsel!


Nagekomen bericht: Greta (van de foto) gaat de finale in met Jack who happens to be de favoriet van mijn liefje... Dat wordt morgenavond dus een, in alle opzichten interessante finale!
>


zaterdag 19 november 2011

Whirlwind visit

President Obama was 28 uur op staatsbezoek in Australië en de media waren er vol van. Ook ik aanschouwde (delen van) zijn bezoek. Zijn wervelwindbezoek deed veel stof opwaaien. Letterlijk en figuurlijk. Het besluit om een Amerikaanse troepenmacht in de Northern Territory op te bouwen -tot 2.500 militairen over 5 jaar- die de Chinezen en de ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee in de gaten moet gaan houden, leidde tot reacties van politici in buurlanden. De Chinezen voorop.

Zo ook van de minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië, die overigens gematigd commentaar gaf. Hij pleitte voor ‘transparantie’ van de zijde van de VS. Wat is hun bedoeling precies? Ik herkende die man direct: hij is naar Indonesisch maatstaven namelijk jong voor zijn functie, ziet er modern uit (kekke bril) en bovendien heet hij Marty. Die behoefte aan transparantie aan Indonesische zijde komt mij overigens niet bekend voor... Air Force One vloog inmiddels door naar Bali waar Obama thans deelneemt aan het ASEAN-overleg. Mensensmokkel en jongeren in Aziatische gevangenissen zijn onderwerpen die hoog op de agenda staan.

Bali was daarvoor al in mijn gedachten. We kregen namelijk in de afgelopen dagen boeiende mails van de mensen die momenteel onze villa in Bali huren: Toos en Pim. In tegenstelling tot Barak, blijven zij lekker lang: tot eind februari 2012. Zij arriveerden vóór ons vertrek naar Australië. Wij brachten enkele dagen met hen door om kennis te maken en de overdracht te doen. Wat we al dachten: het zijn leukerds! Die indruk kregen we uit het intensieve mailcontact dat aan de persoonlijke ontmoeting voorafging. Zij gaven en geven ons het gevoel dat onze villa en het personeel bij hen in vertrouwde handen is.

Toos begon recent aan een hopelijk lange carrière als blogger. Ik weet uit eigen ervaring dat zij onderhoudend en goed kan schrijven. “Alle begin is moeilijk, Toos…” Ik herinner mij mijn eerste blogs goed. Ik moest mijn draai vinden en mijn schrijfstijl ontwikkelen. Nu, vier jaar later, blog ik anders dan toen. Wekelijks verhalen schrijven is inmiddels een heuse passie. Ik verklaar mij hierbij een vaste lezer van haar blog. Ik vind het apart om door de bril van iemand anders over mijn eigen woonomgeving te lezen!

Toos en Pim hebben een kleinkind dat met zijn Nederlandse vader en Indonesische moeder op Java woont. Hij heet Samoedra en is een paar jaar jonger dan Yudha. Momenteel verblijft Samoedra met zijn Javaanse moeder en grootmoeder bij zijn Nederlandse opa en oma in Noord-Bali. Afgelopen woensdag kwam Yudha met hem spelen. Toos en Pim namen die ‘bezoekersregeling’ van ons over. Ook als Samoedra niet op Bali is, mag Yudha na schooltijd komen spelen, zwemmen en eten. Ik vind dat uitermate aardig. Mijn liefje is ronduit gelukkig met die gang van zaken. Ze mist haar Balinese vriendje, door Toos met een knipoog ‘haar kleine lover’ genoemd.


Een leuke fotosessie kwam deze week in de mailbox terecht. Daarna ging het hier even over niets en niemand anders dan Yudha… Hoe slim, knap en leuk hij wel is. Hoezeer zij hem mist. Op zo’n moment willen wij beiden graag in een tijdmachine stappen om een bliksembezoek aan Elsa en de kids te brengen en ons te laven aan zijn (hun) hartverwarmende glimlach. Ik las ergens dat een glimlach het beloningscentrum in de hersenen stimuleert in een mate die gelijkstaat aan het eten van 2.000 repen chocolade. Kun je nagaan?!

Yudha ziet er alweer anders uit dan toen wij hem vier weken geleden verlieten. Af en toe schijnt hij naar ons te vragen. De behoefte om in persoonlijk contact te treden is er maar het is goed zo. Een kinderkerstpakketje is wèl in de maak. We maakten reeds een aspirant-zwemmer van hem; eens kijken of ook Australian surf life hem kan bekoren! Als alles volgens plan verloopt, reizen we begin maart 2012 weer naar Bali.



woensdag 16 november 2011

Blast from the past

De dag begon zonnig al donderde en bliksemde het afgelopen nacht. De regen tikte gestadig op de metalen veranda. Het gaf mij een kampeergevoel. Als we in de caravan zitten, klinkt het net zo. Ook nu tikt de regen zachtjes tegen het keukenraam. Morgen nog zo’n dag en dan zal het weer opklaren.
De weerdeskundigen verwachten echter een natte zomer in New South Wales. Vorige week was het noodweer in en om Sydney; het donderde, bliksemde en goot pijpestelen. Ook in Melbourne was het noodweer; er viel in zes uur tijd evenveel regen als men normaliter in een maand krijgt. Overstromingen bleven dan ook niet uit.

Voor de langere termijn zijn de weersvoorspellingen voor de staten in het Hoge Noorden van Australië, Queensland en de Northern Territory, niet goed. Het zomerseizoen zou daar naar verwachting weleens gepaard kunnen gaan met heel veel cyclonen. Dat klinkt in mijn oren als een déjà-vu... Begin 2011 werden de noordelijke staten ook al zwaar getroffen door zeer slecht weer.
Queensland, de grootste fruitschuur van Australië, herstelde daarvan tot op heden nauwelijks. 75% van de lokale bananenoogst ging daar verloren waardoor de prijs van bananen omhoog schoot. De hoogste prijs die in Australië werd betaald voor 1 kilogram was $17. Bananen zijn nog steeds kostbaar al verwacht men dat de prijs vóór de Kerst halveert. De pavlova kan dan alsnog voor de hele familie of vriendenkring worden gemaakt!

De vernielingen door cycloon Yasi zijn de belangrijkste reden waarom de 'grocery-index' momenteel zo onvoordelig uitvalt. Voordat wij in october jongstleden naar dit continent afreisden, onderzocht mijn liefje -financieel directeur van het gezin- wat de cost of living is. Als voormalig HR-directeur is zij bekend met de internationale tabel die aangeeft wat de stand van levensonderhoud is in enig land in de wereld. De index voor boodschappen bleek tot dusver een goede graadmeter. Die index staat bijvoorbeeld voor Nederland op 68 terwijl die thans voor Australië 128 is. Boodschappen doen is hier dus bijna tweemaal zo duur als in het Vaderland. Voor de goede orde: de index voor uit eten gaan ligt hier flink lager dan in Nederland.

Indien Queensland daadwerkelijk een bar seizoen tegemoet gaat, is dat niet alleen dramatisch voor de gemiddelde lokale boodschapper maar ook voor toeristen in Australië. Een van de interessantste regio van het land zou dan wederom onbereikbaar kunnen worden.

Twee weken geleden zag ik op de voorpagina van de nationale krant 'The Australian' een opmerkelijke foto. Ik moest een aantal keren kijken om de plek te herkennen. De foto was van het exclusieve resort 'Voyages' op Dunk Island, direct voor de kust van Queensland. De palmbomen langs het strand staan er als geknakte lucifers bij, het zwembad is tot de rand gevuld met modder (zie rode cirkel), de gebouwen zijn zwaar gehavend.

Dat was het trieste gevolg van de categorie 5 cycloon Yasi die daar op 3 februari 2011 huishield. Ik schrok van het aanzicht. De dagen na de natuurramp was men optimistisch over het feit dat er niemand gewond was geraakt. Dat optimisme is geheel verdwenen. De eigenaren van het vakantie-eiland, Hideaway Resorts, kunnen de kosten van de heropbouw niet in hun eentje dragen en hebben het eiland met alles erop en eraan te koop gezet. Als je op de website van het resort op Dunk Island googelt, krijg je dit te zien... Eerdere berichten dat het op 1 april 2012 wellicht zou heropenen, worden thans tegengesproken. Dat schema is onhaalbaar.

Vijf jaar geleden waren wij gast op Dunk Island toen wij onze eerste wereldreis maakten. We reden toen drie maanden in een camper door Australië en besloten een paar dagen rijrust te nemen op een van de droomeilanden voor de kust van Queensland. De camper parkeerden wij voor die duur op de camping van Mission Beach waar we door de privéboot van het resort werden opgehaald. We werden er als prinsessen ontvangen en behandeld. De gastvrijheid, het gezellige restaurant en de ruime kamer staan mij nog helder voor ogen. Het zwembad met logo van het resort, de Ulysses-vlinder, was allerfraaist. Mijn liefje en ik brachten fijne uren door in het zwembad en in een hangmat op het palmenstrand. De foto is van eigen hand, overduidelijk stammend uit gelukkiger tijden. Mensen in Noord-Queensland kunnen momenteel wel een paar trossen happy fruit gebruiken!



zondag 13 november 2011

Sea Gals & Co

Hier is de nieuwe week alweer begonnen. Afgelopen vrijdag dronken we met onze vriendinnen Julie & Claire een kopje koffie bij 'Beach Bums', een goede ontbijt- en lunchplek direct gelegen aan Forster Main Beach. Een toplocatie waar onder andere heerlijke koffie wordt geserveerd. Eenmaal gezeten, zagen we links voor onze neus een groep dolfijnen en rechts een walvis in het zeewater opduiken. Beter kan een dag toch niet beginnen?! We legden een bezoek af aan de post van Marine Rescue, de vrijwilligersorganisatie die waakt over de veiligheid van plezierboten op de Tasmanzee en op de Grote Meren. De uitkijktoren staat aan de monding van Wallis Lake. De commandant gaf ons persoonlijk een rondleiding.

De meisjes verrasten ons door hun trailer met motorboot afgelopen week mee te brengen. Claire is niet alleen een getalenteerde hondenfluisteraar, ze verblikt of verbloost ook niet als ze de trailer achteruit het tamelijk smalle tuinpad oprijdt. Respect! Hun boot is 5.80m lang, heeft een buitenboordmotor van 70 paardenkracht en is uitgerust met zitjes, zowel voor als achter. Dit weekend voeren we op de Grote Meren. Dat zijn echt Groooote Meren! Om je een gevoel te geven: de kustlijn van Nederland is in totaal circa 450 kilometer, de kustlijn van de Grote Meren van New South Wales bedraagt 1.450 kilometer...

Voordat de boot in het water ligt, is er veel te doen. De avond voor de boottocht werd de checklist met verplichte handelingen doorgenomen. Het was alweer enkele maanden geleden dat ze de boot te water hadden gelaten. Wij maakten het lunchpakket en verrichten later enige hand- en spandiensten aan boord. Al die voorbereidingen herinnerden mij aan onze eigen kajuitzeilboot van jaren geleden. In het zomerseizoen lag die in een van de havens aan de Loosdrechtse Plassen. Wij kozen toen voor een zogenaamde kimkieler met geringe diepgang die geschikt is voor waterwegen met grote getijdenverschillen, zoals de Nederlandse Waddenzee. De kiel is zo gebouwd dat de boot zonder problemen kan 'droogvallen'. Een kimkieler kantelt bij extreem laag water niet maar komt dan juist op zijn pootjes terecht.

Het verschil tussen eb en vloed kan ook heel groot zijn op de Grote Meren die in direct contact staan met de Tasmanzee. Er zijn kleine en grote eilanden in de meren waarlangs mag worden afgemeerd. Er zijn stukken waterweg met permanent laag water en hier en daar liggen grote oestervelden; die oesters worden tot de beste van Australië gerekend. Een gedetailleerde waterkaart is dan ook geen overbodige luxe!

Hond Lucy werd in haar zwemvest gehesen en in Cape Hawke Harbour staken we van wal. We voeren onder de fraaie Forsterbrug door, richting Wallis Island National Park. Ik waande mij op sommige momenten in tropisch water (vanwege de ondiepte en de kleuren), op andere momenten leek het alsof we op de woelige baren van een heuse zee voeren. Op sommige plaatsen was de stroming heel sterk, op andere zag ik doodlopende rivierarmen. De Grote Meren zijn geen speelplaats voor onervaren schippers.

Iedereen in Australische wateren dient overigens over een vaarbewijs te beschikken dat na een geslaagd theoretisch en praktisch examen wordt uitgereikt. Beide dames legden dat examen met goed gevolg af.
Julie manoeuvreerde ons behoedzaam over het water. Lucy had moeite haar zeepootjes te (her)vinden. Ze smakte regelmatig met haar hondelippen en drentelde nerveus heen en weer. We gingen op weg naar Forster Keys. Overal zag ik boten al was het niet druk op het water, van kleine stalen drijvende badkuipen tot grote zogenaamde pontonboten en alles ertussenin. Ik zag twee zeilboten, enkele kayaks, één rubberboot met veel jongeren erin en een speciale boot die oesters kwam oogsten.

Overal werd gevist, door jong en oud, man en vrouw. De Sea Gals besloten de hengels deze keer thuis te laten. (Pfffff.) Voor de lunch maakten we een stop op het piepkleine Happy Island. Forster Keys bereikten we niet... we misten de afslag. Desalniettemin werd het een genoeglijke boottocht al hield ik het niet droog op de voorplecht.

Meer foto’s van het uitje zijn te zien in de lopende diashow.



woensdag 9 november 2011

Beauty lies in...

Deze week ging ik voor de eerste keer te water. Forster Main Beach heeft een rock pool, een zwembad -met zeewater- dat in zee ligt maar een stenen afscheiding heeft. Het zicht op zee vanuit het zwembad doet mij sterk denken aan onze eigen infinity pool in Bali. Tijdens het zwemmen van de baantjes, sloegen soms hoge golven over de badrand. Dat zal in Bali niet snel gebeuren, gezien de ligging van het zwembad. Volgens de weersvoorspelling zal het regenseizoen daar naar verluid eind november beginnen.

Het buitenbad in Forster werd in 1935 aangelegd, als werkgelegenheidsproject. In die jaren was sprake van een wereldwijde crisis. De Australische Great Ocean Road die in 2008 onze vakantiebestemming was, werd in diezelfde periode door mensenhanden uit de rotsen gehouwen.
Afgescheiden zeewaterbaden vind je hier langs vele kusten vanwege de gevaarlijke creaturen in zee: de grote witte haai en andere familieleden, de box jellyfish (het dodelijkste zeedier van dit continent), blue bottles en andere 'stingers'. Alhoewel ik voorkeur heb voor de branding en de open zee maakte ook ik gebruik van het bad. Golven zijn weliswaar more fun en ook verfrissender maar ik zou de enige in de branding zijn en dat lijkt mij niet verstandig. In de weekeinden wordt een strook zee bewaakt en kun je genieten zonder zorgen, zolang je maar tussen de vlaggen zwemt. Daar wordt het dan ook tamelijk druk, op een zomerse dag. Binnenkort ga ik mijn body board uitproberen.

We maakten kennis met de buren George en Gwen. Ze keken ons een beetje meewarig aan toen we zeiden dat we geen auto hebben. Veel mensen begrijpen niet dat je in Australië op vakantie gaat zonder een dikke auto onder de kont. Of beter gezegd: een auto onder de dikke kont. Het percentage te dikke of aan obesitas lijdende Australiërs lag in 2008 op 61%, volgens het Bureau voor de Statistiek. Ik kijk thans mijn ogen uit.

De afstanden tussen steden en dorpen kunnen hier inderdaad enorm zijn. Zes jaar geleden bezochten we Australië voor de eerste keer. Toen reden wij in drie maanden tijd langs (bijna) de gehele kustlijn van Australië en dwars door het rode hart van het continent, 18.000 kilometer in een camper van camping naar camping.
Daar wij deze keer besloten rondom de Grote Meren te gaan bivakkeren, meenden wij geen auto nodig te hebben. De buren lieten ons weten dat ze te allen tijde bereid zijn ons een lift te geven of boodschappen voor ons te doen. Ik dankte hen hartelijk maar was resoluut: 'no worries, we’ll manage'.

Wij zijn het levende bewijs dat duurzaam vakantie houden mogelijk is! Zo compenseren wij tevens de CO2-uitstoot van onze vliegreis. Carbon Tax is overigens een hot item Down Under. Het idee is simpel: hoe meer je uitstoot, deste meer belasting je betaalt. Verschillende Australische regeringen probeerden die wet erdoor te krijgen sinds 2007; zonder resultaat. De huidige minister-president Julia Gillard (Labor) kreeg het voor elkaar. Afgelopen maand stemde de Tweede Kamer in met deze Clean Energy Bill en gisteren keurde de Senaat het wetsvoorstel goed. De nieuwe wet treedt in juli 2012 in werking.

Ook wij leveren een bescheiden bijdrage aan Australië’s duurzaamheid. Grote boodschappen bij Woolie’s en Coles doen we op fietsen met fietstassen, kleine boodschappen doen we te voet, met een green bag of een rugzak. De drive-in bottle shop benaderen wij wéér anders: met een tweewieler aan de arm. Zelf drink ik uitsluitend druivensap, mijn liefje houd van biertjes èn wijn. Ik stapelde de dozen op de trolley en gespte het geheel stevig vast. Enigszins genânt vond ik die kolom alcohol wel... Even voelde ik mij een bag lady, een zwerfster die haar hele hebben en houden in tassen met zich meesleept. Denkend aan de heerlijke wijnen vervloog de gêne weldra. Ik plezier mijn gerstenat minnende liefje graag... Forster verdient een eervolle vermelding vanwege trolley-vriendelijkheid. Overal vind je aflopende trottoirbanden. Ook ons vakantiehuis heeft een zogenaamde 'ramp' die naar de voordeur leidt. Voor dit soort waardetransport is dat bepaald geen ramp!

Later deze week komen Claire en Julie ons weer bezoeken. Vanzelfsprekend komt hond Lucy mee. Claire drinkt geen alcohol, Julie doet het mondjesmaat. We zullen de voorraad zonder hun hulp soldaat moeten maken. Ik kijk uit naar hun bezoek. Aanstaand weekend zijn wij uitgenodigd voor een barbequefeestje bij vrienden van hen die in de outback van New South Wales wonen. Ik oefen hard op mijn Australische uitspraak, mijn liefje test haar stubby holder uit.



zaterdag 5 november 2011

From little things big things grow

Een mens in New South Wales kan er héél druk mee zijn: walvissen kijken! Elke dag lopen we naar een aantal stranden in de directe omgeving van ons huis. Op vrijdag jongstleden ging de route naar Pebbly Beach. De plek kreeg die naam omdat er grote stenen en keien op het strand liggen. Ik maakte een korte film van het zicht en het geluid, die hieronder is te zien. Het is een experiment; de kwaliteit van de opname is op mijn eigen computer wel veel beter maar het kan ermee door:


Mijn liefje ging op een van de banken zitten die hier overal langs de kust staan. Ze zijn vaak opgedragen aan jonge en oude mensen die niet meer leven. Meestal ga ik onbekommerd zitten, soms voel ik mij nogal bezwaard. Zoals op de bank die door de ouders en vrienden van een 17-jarig meisje werd gedoneerd: 'ga voor altijd zwemmen met dolfijnen, lieverd'... Australiërs leven op en in het water. Ik denk dat ik mij mede daarom thuisvoel op dit continent. Toen ik verder liep, zag ik mensen in kayaks, zeilboten, motorboten, Hobies met zeiltjes (de Revolution 11!) en water scooters (helaas) op het water.

Ik liep naar een van de vele uitkijkpunten die hier langs de kust zijn aangebracht. Vanuit de hoogte tuurde ik over het weidse water. Op enig moment zag ik een verticale kolom water in de lucht hangen. Een walvis blies uit zijn of haar blow hole! Het bleek wederom een moeder met haar bultrugkalf; ze waren goed te zien vanaf de wal.
Ze dartelden rond, net voorbij het havenhoofd van Forster. Ook zag ik voor het eerst van mijn leven enkele volwassen walvissen met hun flippers op het water slaan. Dat doen ze om zich koelte toe te wuiven. Als toeschouwer zag ik een lange, witte vin en een hoop gespetter. Ik maakte enkele foto's met mijn kleine camera; ik had mijn telelens niet bij mij maar het beeld staat op mijn eigen harde schijf.

Gedurende twee uur genoten wij met volle teugen van hun gefrolick voor onze neus. We bleken niet de enigen. We werden namelijk omringd door lokalen die hun echtgenotes, kinderen en kleinkinderen belden over hetgeen ze aanschouwden. Opmerkelijk. Ik zou denken dat Australische bewoners van de oostkust zich bewust zijn van het feit dat er momenteel sprake is van een grote walvismigratie langs hun stranden. Misschien is het toch niet zo gebruikelijk? Ik voel mij hier in ieder geval een grote bofkont. Het idee dat ze iedere dag zijn te zien, maakt mij een blij mens.

In de weekendeditie van de 'Australian', een van de nationale kranten, las ik dat er een albino-walvisbaby was gespot aan het strand van Bondi. Ik vond een prachtige luchtfoto van moeder en kalf op het web. Al is het een baby, er is niets klein aan! Een bultrug boreling komt in stuitbevalling ter wereld, dat wil zeggen: met de staart eerst. (Dat schept ook een band.) De natuur heeft dat zo geregeld omdat de baby dan niet kan verdrinken. Het kalf is bij geboorte gemiddeld 3 à 4.5 meter lang en weegt maximaal 1.000 kilo.

Ten noorden van Sydney kunnen ze er ook wat van: een kayakker had een close encounter met twee volwassen bultrugwalvissen, net voor de kust. Amazing! De walvissen doen hier aan 'spyhopping', ze steken hun kop recht omhoog uit het water. Het is maar goed dat het geen 'breaching' was. In dat geval komt het dier met het gehele lichaam uit het water en laat zich vervolgens zijdelings op het water vallen. Je kunt je voorstellen dat een kayak, zelfs een Hobie, daar niet tegen bestand is. Mijn liefje en ik zagen opspringende walvissen verder op zee, door de verrekijker.

De titel van dit blog mag toepasselijk lijken voor dit onderwerp, het heeft echter een heel andere connotatie. Het is namelijk de titel van een lied dat mijn aandacht vroeg in de afgelopen dagen. Ik hoorde het met enige regelmaat op de televisie, als tune bij een bankreclame. Het bleef doorzingen in mijn hoofd en ik ging op zoek naar het origineel. Het blijkt geschreven door de Australische (protest)zanger Paul Kelly.

Toen ik de songtekst las, begreep ik de betekenis van het lied en mijn eigen emotie bij het horen. Mijn liefje vindt het een uiterst irritant lied. Tja. Het kan verkeren. Het gaat niet over kleine walvissen die groot groeien maar over het verzet van een enkeling van Aboriginal afkomst die strijdt voor zijn (land)rechten en opstaat tegen een witte man die het grootkapitaal van Australië incorporeert. Ook dat is indrukwekkend. De relatie tussen de witte Australiërs en de oorspronkelijke bewoners van dit machtige continent staat vaak op gespannen voet.
Wij waren in dit land toen Kevin Rudd, de voormalige premier, als eerste namens de Australische regering publiekelijk sorry zei tegen de oorspronkelijke bewoners. We zagen een vliegtuig boven Sydney het woord in de lucht schrijven. Ook dat staat in mijn geheugen gegrift. Het moment zal mij altijd bijblijven. De geïnteresseerde lezer kan Kelly's optreden en de tekst hier horen en zien.



donderdag 3 november 2011

Bruce says so...

Time flies when you are having fun! (By the way: Qantas vliegt weer.)
Op dinsdag jongstleden werd in Australië om de Melbourne Cup 2011 gestreden. Dat is een beroemde paardenrace die dit jaar voor de 151ste keer werd gehouden. ‘The Race that Stops the Nation’. Het is echter niet uitsluitend een Australische aangelegenheid: 700 miljoen mensen keken wereldwijd naar deze wedstrijd. Vóór deze dag was ik mij dat niet bewust. In de staat Victoria, waarin Melbourne ligt, krijgt iedereen een vrije dag en komt het publieke leven daadwerkelijk tot stilstand.

De belangrijkste wedstrijd van Cup Day vond plaats om 15:00 uur. Wij, van New South Wales, gingen een half uur voor die tijd naar de dichtstbijzijnde (bowling)club, 50 meter verderop, om deelgenoot te worden van dit evenement. Als we hier dan toch zijn, wil ik dit soort ervaringen wel zelf ondergaan. De club was afgeladen met mensen; Australiërs blijken gokkers te zijn! Ook mijn liefje, aartsgokker, was zich al dagen aan het voorbereiden op een gokje. Ze las alle locale en nationale artikelen over het onderwerp. Vooral het advies van ‘Bruce’, commentator van de Sydney Morning Herald maakte indruk op haar.

Voordat het geld werd ingelegd, hadden wij een goed gesprek. Over het algemeen zetten wij in op ons geluksgetal. Het paard met dat rugnummer heette ‘Older than time’; een mooie naam maar mijn liefje wilde deze keer iets anders. Er was namelijk een paard met een jockey die de gele trui droeg… Denkend aan de Australische fietser Cadel Evans (van Melbourne) die de Tour de France 2011 won, vond mijn liefje dat we op het paard Dunaden en zijn jockey moesten inzetten. Bruce had haar dat geadviseerd...

De jockey heet Christophe Lemaire (Fransman) en weegt 54 kilo. Zijn paard startte naast all-time favoriet Americain die vorig jaar de prestigieuze prijs won. Vorig jaar werd in de bowlingsclub van Forster bijna $ 450.000 aan prijzengeld uitgekeerd. Geen verkeerd gokadres, aldus mijn liefje! Ze vroeg iemand in de club om haar uit te leggen hoe het betreffende formulier moest worden ingevuld. Daarna deed zij haar ding. We gingen zitten, met een glaasje in de hand, en praatten met lokalen. Wie hadden zij gekozen, waar kwamen wij vandaan. Dat soort dingen. Onze buurman aan hetzelfde tafeltje, een mijnwerker uit de Hunter Valley die een vakantiehuis heeft in Forster, zette groots in op nummer 12 (Red Cadeaux) en nummer 17. Wij zetten op Hollands bescheiden wijze in op nummer 3.

De race ging later van start dan gepland. Het raceparcours van Flemington is 3.200 meter lang. Vanaf de start zat onze gele trui in het midden van de ruitersmassa. Hij leek lang ingesloten maar dichter naar de finish werd het spannend... Dunaden week uit naar rechts, maakte zich vrij van de massa en begon héél hard te draven. Het einde van de race werd een fotofinish met Red Cadeaux. In eerste instantie dachten wij dat Dunaden had gewonnen. Maar ja, wij zijn beginnelingen. Onze buurman gooide zijn coupon in frustratie weg. De manager van paard 12 bleek echter protest te hebben aangetekend tegen de uitslag. Dat vertelde ik onze buurman die onder de tafel op zoek ging naar zijn bewijs.
Het duurde ruim een half uur voordat de uitslag bekend werd: ONS paard won inderdaad met een neuslengte. We kregen de inleg 9.1 keer uitgekeerd. Joehoe! Als het paard van de buurman, dat als tweede eindigde, zou hebben gewonnen, zou hij zijn inleg 50 keer ontvangen dus ik kon mij zijn teleurstelling goed voorstellen. De Franse jockey was ‘incredibily appy’, net als wij.

Deze week gingen wij tevens naar de beroemde plaatselijke kapper ‘Buddy’ (geboren als Budya Sadek). Hij won zeer recent de Wella International Hair Competition die in Argentinië werd gehouden. De cup stond in de salon, omringd door grote bossen bloemen. De jongeman werd geboren in Parijs, had daar een kapperszaak en tot recent een in Sydney maar hij opende een week geleden een nieuwe salon in Forster. Ik vroeg hem waarom. Hij vond het leven in Sydney hectisch, ging vorig jaar op vakantie naar deze kustplaats in New South Wales en werd verliefd op de omgeving en de life style. En knippen kan hij. Al ben ik dan niet bepaald een Style Icon, ik zie er wel tien jaar jonger uit!

Bij de plaatselijke computerwinkel schafte ik een dongle aan die ons draadloze internettoegang geeft in het vakantiehuis. Computer aan, dongle erin, verbinding maken 'and Bob's your uncle!' Vanaf nu blog ik vanaf de keukentafel. We voelen ons hier inmiddels helemaal ingeburgerd.