Translate

Posts tonen met het label architectuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label architectuur. Alle posts tonen

zondag 29 januari 2023

Stemmen verdwijnen in de mist

Vandaag organiseert het Auschwitz Comité in Nederland de Nationale Holocaust Herdenking. Dat gebeurt bij het Holocaust Namenmonument (HNM), een kunstwerk van de Amerikaans-Joodse architect Daniel Liebeskind. Het bevat de namen van 102.000 Joodse mensen uit Nederland die ten tijde van de Holocaust werden gedeporteerd en vermoord in vernietigingskampen van de nazi´s. Zij kregen nooit een graf en raakten daarmee naamloos in de geschiedenis. De totstandkoming van het monument had veel voeten in de aarde en verliep niet zonder slag of stoot. Daarover blogde ik voor het eerst in mei 2021. (Blog Dit zijn de namen.) Maar sinds september 2022 is het er dan eindelijk. En zolang hun namen worden genoemd, zijn deze personen niet dood! Vorig jaar ontving het de Gouden Piramide, een Rijksprijs voor meest inspirerende architectuur in Nederland. 

Het was afgelopen vrijdag 78 jaar geleden dat concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz werd bevrijd, hét internationale symbool van de Holocaust. Nog even en alle Joodse overlevenden die hun wrede lot van destijds kunnen navertellen, zijn dood. (Er kwamen ruim 5.000 Joden uit de kampen terug.) Zij zijn inmiddels 80ers en 90ers, elk jaar worden het er minder. Langzaam maar zeker dooft hun stem. Herdenken wordt dus steeds belangrijker. Bovendien moeten we onze ogen wijdopen houden. De stem van extreemrechts klinkt steeds luider in de zogenaamd beschaafde wereld, hun halve en hele onwaarheden worden door menigeen als zoete koek geslikt. 

Foto: Getty Images

In de aanloop naar deze dag werd een onderzoek gepubliceerd onder jongeren in Nederland, geboren na 1980. Hun kennis van de Holocaust zou ernstig in gebreke blijven. Het onderzoek werd gedaan in opdracht van de internationale organisatie Claims Conference. Die komt sinds 1951 op voor de rechten van Holocaust-overlevenden. 

In december 2022 werden 2.000 Nederlanders over dit thema bevraagd. Het onderzoek richtte zich met name op Millenials (geboren tussen 1980 en 1997) en Generatie Z (geboren tussen 1997 en 2021). Eenzelfde onderzoek liet de organisatie eerder uitvoeren in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk en Canada. Onderzoekers van Schoen Cooperman Research, een marketingbureau in Washington DC (VS), voerde het onderzoek uit. Het zou gaan om een representatieve steekproef van 2.000 interviews onder volwassenen van 18 jaar en ouder, verspreid over heel Nederland. Dit onderzoek werd gefinancierd door het Duitse Ministerie van Financiën als onderdeel van het Holocaust Educatieprogramma. 

In grote lijnen: 6% van Nederlandse jongeren stelt dat de Holocaust een mythe is, nog eens 17% meent dat het aantal vermoorde Joden zwaar overdreven is. Een kleine groep jongeren denkt dat het dagboek van Anne Frank is vervalst. Politieke leiders waren geschok. Het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies noemde de resultatenronduit schrikbarend. Ook ik schrok. 

Op de website van Claims Conference was veel meer te lezen. Het aantal bevraagde Nederlandse volwassenen dat gelooft dat de Holocaust een mythe is, is hoger dan in enig eerder onderzocht land. 12% van alle Nederlandse respondenten gelooft dat de Holocaust een mythe is of dat het aantal vermoorde Joden sterk overdreven is, terwijl 9% dat niet zeker weet. De aantallen zijn hoger onder Nederlandse Millennials en Gen Z, waar bijna een kwart (23%) gelooft dat de Holocaust een mythe is of dat het aantal vermoorde Joden sterk overdreven is, terwijl 12% dat niet zeker weet. 

Meer dan de helft, 54% van alle respondenten en 59% van de bevraagde Millennials en Gen Z, weet niet dat er tijdens de Holocaust zes miljoen Joden zijn vermoord. 29% van alle ondervraagden gelooft dat er destijds twee miljoen Joden of minder zijn vermoord; onder Millenials en Gen Z ligt dat percentage op 37%. 

Op de vraag of zij mensen kennen die geloven dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden, zegt bijna een kwart (24%) van alle respondenten in Nederland, waaronder 32% van Millennials en Gen Z, dat ze op zijn minst een paar mensen kennen die geloven dat de Holocaust nooit heeft plaatsgevonden.

22% van Millennials en Gen Z vindt het acceptabel dat een individu neonazistische opvattingen steunt en 13% twijfelt daaraan. 12% van alle Nederlandse respondenten vindt dat acceptabel en 11% twijfelt. 

Een meerderheid van Nederlandse respondenten, 53% van alle respondenten en 60% van Millennials en Gen Z noemden hun eigen land niet als een land waar de Holocaust plaatsvond.

Op de vraag of men recente pogingen van Nederlandse publieke figuren om zich te verontschuldigen voor het falen van de Nederlandse overheid in het beschermen van Joden tijdens de Holocaust steunt of niet, zegt slechts 44% van de Nederlandse Millennials en Gen Z en de helft (50%) van alle Nederlandse respondenten dat te steunen.

Terwijl de meeste Nederlandse respondenten (89%) zeggen bekend te zijn met het verhaal van Anne Frank, weet 32% van de Millennials en Gen Z en 27% van alle bevraagde volwassenen in Nederland niet dat Anne Frank stierf in een concentratiekamp (Bergen-Belsen). Men denkt dat ze overleed op haar onderduikadres, het tegenwoordige Anne Frank Huis op de Westermarkt in Amsterdam. Het is al jarenlang een van de meestbezochte musea van Nederland. 

Twee dagen na publicatie van de onderzoeksresultaten kwam een correctie op de cijfers door Nederlandse journalisten, onder andere van wetenschapsjournalist Maarten Keulemans van de Volkskrant, de man die alle feiten checkt namens zijn werkgever. Dat doet hij regelmatig in zijn eentje en vaak met input van andere deskundigen. (In 2021 werd Keulemans verkozen tot Journalist van het Jaar.) Hij legde het onderzoek voor aan hoogleraar Statistiek Casper Albers (Rijksuniversiteit Groningen). Hun conclusie: dit onderzoek rammelt aan alle kanten. Ik kan slecht tegen de suggestie dat je een Holocaustontkenner zou zijn als je de historische cijfers niet zo goed kent. Toch is dat wat hier gebeurt. Aldus Albers. 

Dat er Nederlandse jongeren zijn die de Holocaust ontkennen staat vast en is een misstand op zich. Maar betreft het werkelijk een op de vier, zoals Claims  Conference beweert?  

De 2.000 ondervraagden werden niet zorgvuldig geselecteerd maar bijeen geharkt, door willekeurige telefoonnummers te bellen. Om de cijfers toch nog enigszins representatief te krijgen, verdeelde men de deelnemers in leeftijdsgroepen. Daarbij ging van alles mis: zo werd iedereen onder de 40 jaar bestempeld tot ‘jongere’. Ook blijkt een op de drie mensen die de telefoon opnam, student te zijn; een zware oververtegenwoordiging. 

Van de bevraagde 40-minners onderschrijft niet een kwart, maar 6% de stelling dat de Holocaust een ‘mythe’ is. Nog eens 17% was het eens met de stelling dat het aantal Holocaustslachtoffers sterk overdreven is. Voor de presentatie aan de buitenwereld telde men beide percentages op. (Een misstap onder serieuze statistici.) 

Niet weten hoeveel Joden er omkwamen, is wat anders dan de Holocaust een mythe noemen. Qua aantallen in de andere richting zit men er ook flink naast: 11% van de respondenten denkt dat het om 20 miljoen vermoorde Joden gaat. De meeste deelnemers aan dit onderzoek hebben wel een algemeen beeld: de Holocaust, dat is iets met nazi’s en de oorlog en er gingen heel veel Joden dood. 

Ook de uitspraak van Claims Conference dat Nederland verhoudingsgewijs de meeste Holocaustontkenners heeft van alle onderzochte landen, houdt bij nadere analyse geen stand. De onderzoekers lieten de zogenaamde toevalsmarges weg, een soort ingebakken vaagheid rond percentages bij steekproeven. Als je die meerekent, verdampen de verschillen tussen de zes landen. 

Dit onderzoek zegt sowieso niks over hoe de Holocaust nu wordt onderwezen in Nederland. Scholieren zijn doorgaans niet ouder dan 18. Het waren alleen 18-plussers die werden bevraagd. 

Zo onzorgvuldig te werk gaan, zou mijn eer als onderzoeker te na zijn! Dat deed mij denken aan het onderzoek door een internationaal cold case team, onder leiding van de Amerikaanse ex-FBI agent Vincent Pankoke, naar de verrader van Anne Frank en haar familie. Daarover verscheen vorig jaar het boek ‘Het verraad van Anne Frank’ van Rosemary Sullivan. Ook de resultaten van dat onderzoek werden met veel tromgeroffel aangekondigd: de Joodse notaris Arnold van den Bergh was de verrader. Dat onderzoek raakte snel omstreden, het zou zijn gebaseerd op aannames en gebrekkige kennis. Het boek werd kort daarna door de uitgever uit de roulatie genomen. 

In het onderzoek van Claim Conference is 66% van de Nederlandse respondenten en een meerderheid van Millennials en Gen Z het erover eens dat Holocaust-onderwijs verplichte kost moet zijn op scholen. Gelukkig vindt 77% van diezelfde bevraagden het belangrijk dat over de Holocaust blijvend wordt  onderwezen, om herhaling te voorkomen.

Een dag als vandaag, een dag van herdenken, is en blijft bittere noodzaak.


maandag 23 april 2018

Natte droom van elke boekenwurm

Als blogger heb ik het maaar druk met al die Special Interest-dagen! Dit is overigens blog nummer 1111. Vandaag is het Wereldboekendag en een boekenwurm als ik staat daar graag bij stil. Op dit moment lees ik de laatste bladzijden van ‘De tolk van Java’, geschreven door de Haagse auteur Alfred Birney (1951). Leesvriend Ben bracht het boek mee in zijn koffer. Dat won vorig jaar de Nederlandse Libris Literatuur Prijs èn de Henriëtte Roland Holst-prijs. In een van de juryrapporten las ik het volgende: “Alfred Birney gaat in de clinch met gezaghebbende stemmen als die van Multatuli, Couperus en Haasse. Vast van plan om het geruststellende tempo-doeloe beeld en de verheerlijking van de blanke idealist type Havelaar te versplinteren. Dat was hoog nodig.

De recensent van de Volkskrant vond het een meesterlijke roman over Nederlands-Indië die je bij de strot grijpt. De recensent van de NRC noemde deze tweedegeneratieroman een grotejongensboek. “Birney slaagt er in [..] om voor deze vechtersbaas, die voor zijn kinderen eerder een kampcommandant was dan een vader, toch nog enige sympathie te kweken.” Dat van de strot begrijp ik, sympathie voelde ik nauwelijks voor de hoofdpersoon. Wel mededogen voor het op drift geraakte, onwettige kind van een Schotse planter en een Chinese moeder, een Indo die zoekt naar zijn identiteit. Het boek trok mij aan en stootte tegelijkertijd af... Tijdens het lezen dacht ik vaak aan mijn dienstplichtige vader die in de jaren ’50 van de vorige eeuw onder valse voorwendselen naar deze hel werd gestuurd. Ver-schrik-ke-lijk.

Ter viering van het 50-jarige bestaan van de prestigieuze Man Booker Prize maakte de organisatie begin 2018 bekend dat er dit jaar een extra prijs zal worden ingesteld, genaamd de Golden Man Booker Prize. Die eenmalige prijs zal worden uitgereikt aan de beste winnaar ooit. Er kan worden gekozen uit 33 mannen en 16 vrouwen die de prijs tot dusver wonnen. Hilary Mantel, J.M. Coetzee, Salman Rushdie en Peter Carey wonnen de prijs tweemaal dus zij behoren tot de grootste kanshebbers. Voor dit doel ga ik nul werk herlezen; ik wacht gewoon op de uitslag van 8 juli aanstaande. Op 26 mei zal de ‘Golden Five Shortlist’ bekend worden gemaakt. Daarna kan het publiek een maand lang stemmen.


Er is momenteel gedoe in de gelederen van de Man Booker Prize. Een grote  meerderheid van de zogenaamde ‘Folio Academy’ richtte zich onlangs tot de Booker Foundation met een dringend verzoek. Die academie bestaat uit internationaal bekende schrijvers en literaire critici. Daartoe behoren enkele van mijn favorieten, zoals Pat Barker, Margaret Atwood, Sebastian Faulks, Amitav Ghosh, Val McDermid, Ian McEwan, Jeanette Winterson en vele, vele anderen.

Velen van hen zijn van mening dat de Man Booker terug moet naar de tijd dat uitsluitend schrijvers uit het Verenigd Koninkrijk, Ierland en landen van het Gemenebest konden deelnemen. Toen was de Man Booker Prize in zijn opzet nog bijzonder nu is het een prijs als alle andere, aldus sommige ondertekenaars. Sinds 2014 mogen ook Amerikaanse schrijvers meedoen. Men vreest dat zwaargewichten uit de Amerikaanse literatuur onbekende, jonge auteurs uit de overige Engelstalige gebieden zullen verdringen. (De bekende Amerikaanse auteur George Saunders won de Man Booker Prize in 2017.) Amerikaanse literaire prijzen zijn doorgaans uitsluitend open voor Amerikaanse auteurs. Kennelijk is er onder Engelstalige auteurs behoefte aan eenzelfde soort afscherming.

Een tegenargument is dat het belangrijkste criterium voor de prijs -het beste Engelstalige literaire werk van het jaar schrijven- niet moet worden beperkt tot een postkoloniaal territorium dat half ter ziele is; refererend aan het Gemenebest van Naties. De Booker Foundation gaf tot nu toe als reactie dat men niet de indruk heeft dat diversiteit van de werken door de nieuwe regel in het geding is. [..] this mission cannot be constrained or compromised by national boundaries.” Een rake boodschap in Brexit-tijden. De verwachting is dan ook niet dat aan het verzoek gehoor zal worden gegeven. De 50ste Man Booker Prize wordt, zoals gebruikelijk, in oktober uitgereikt.

Voor de duidelijkheid: sinds 2005 bestaat er ook een Man Booker International Prize. Deze prijs stond aanvankelijk open voor schrijvers van alle nationaliteiten maar sinds 2016 wordt die toegekend aan het beste, in het Engels vertaalde werk. Hiermee is een bedrag van £50.000 gemoeid, te verdelen tussen auteur en vertaler. Slechts éénmaal deed een Nederlandse auteur mee: Harry Mulisch met ‘The Discovery of Heaven’ (2007). Hij won deze prijs niet maar dat jaar bleek wel een kroonjaar voor Mulisch; hij won andere prijzen en ontving eervolle titels. De Poolse Olga Tokarczuk gooit dit jaar naar verluidt hoge ogen. “One of the greatest living writers you have never heard of.” Ik had inderdaad nog nooit van deze auteur gehoord terwijl ze toch al zes boeken schreef. Op 22 mei aanstaande weten we het.

Op een feestelijke dag als vandaag mag aandacht voor de bewaarplaats van boeken niet ontbreken. Vriendin Bernadette stuurde mij onlangs artikelen en foto’s uit haar kranten over de mooiste bibliotheken ter wereld. Daar komt de blogtitel vandaan. 
Zo leerde ik over de bibliotheek van Tianjin Binhai (China), ontworpen door het Nederlandse bureau MVRDV en de Qatar National Library in Doha, ontworpen door bureau OMA (Rem Koolhaas). 

Dichter bij huis is ook van alles te bewonderen. Want wat te denken van de bibliotheken van Birmingham en de TU Delft, beide ontworpen door het Nederlandse bureau Mecanoo? De bibliotheek van Aalst (Vlaanderen) door KAAN Architecten, de Varna Regional Library (Bulgarije) van het Rotterdamse collectief ‘Architects for Urbanity’ en de Boekenberg van Spijkenisse eveneens van MVRDV? 
Boeken verdienen een prachtig onderkomen en deze Nederlandse architecten doen dat principe eer aan. De genoemde gebouwen zijn stuk voor stuk -futuristische- meesterwerken. Het ontwerp van ‘The Eye’, zoals de bieb van Tianjin inmiddels wordt genoemd (hierboven afgebeeld), vind ik het allermooist. Bernadette opperde dat we in de toekomst best een reisje langs ’s werelds mooiste biebs kunnen gaan maken. Het staat inmiddels op onze bucket list. Boeken veranderen levens maar bibliotheken kunnen dat ook!


donderdag 13 oktober 2016

Te smal en te hoog

Het was mij het uitje wel. In mijn vorige blog kondigde ik onze reis naar Madrid aan, voor nieuwe paspoorten. De route naar de hoofdstad voerde over de Spaanse hoogvlakte waar het druk was op het land. Hooibalen zo hoog als schuren droogden in de zon, hier en daar werden druiven geplukt. De aarde was er kurkdroog, het kleinste voertuig bracht enorme stofwolken voort. Dat gebied kan een fikse regenbui goed gebruiken. Onderweg luisterden we weer eens naar een selectie van de Nederlandse Top1000 Allertijden van 2009.

Een wereldstad als Madrid binnenrijden, is geen sinecure. Zeker niet voor meisjes die geen files en drukke wegen zijn gewend. Zij en ik ruziën vooral in de auto, ik aan het stuur, zij aanwijzingen gevend. Deze keer liep het echter gesmeerd; onder begeleiding van de mevroi van Google Maps loodste mijn liefje ons in een rechte lijn naar onze bestemming: hotel Puerta América. Ik herkende de kleurrijke gevel op afstand. De parkeergarage was ruim en uiterst kleurrijk; een ontwerp van de Madrileense architecte Teresa Sapey.
De dame aan de receptie vroeg naar de verdieping van onze keuze, terwijl ze ons op een tablet de verschillende ontwerpen liet zien. We kozen voor een geheel in wit uitgevoerde kamer op de zevende verdieping, van de Israëlische architect en ontwerper Ron Arad. De kamer is high-tech maar met fraaie rondingen: wanden, deuren en bed. Er is geen naad te bekennen. Alles wordt met één apparaat bediend: licht, gordijnen, tv, apparatuur. De tv is een projector in de muur, het scherm komt uit het plafond en hangt voor het raam.

We lunchten in trendy restaurant Lágrimas Negras (zwarte tranen) met krokante lamszwezerik met champignonpuree, tartaar van Almadraba-tonijn met avocadokussentjes en ravioli van gerookte aubergine met schuim van gamba’s. De amuse en het dessert waren van het huis: blauwe kaasmousse met gepofte mais en sinasappel op drie manieren. Heerlijke rosé uit La Mancha completeerde de maaltijd. Mmmm.

De dag erna stond een bezoek aan de Nederlandse ambassade op het programma. Vanuit de hotelkamer bewonderde ik de avond ervoor vier imposante wolkenkrabbers aan de Madrileense horizon. Ik herkende de Torre Cepsa -voorheen: Torre Caja Madrid- van verre. Het gebouw is van de hand van de Brit Sir Norman Foster, een van mijn favoriete architecten. Recent las ik dat de rijkste/een na rijkste man ter wereld (hij wisselt regelmatig stuivertje met Bill Gates), de Spanjaard Armancio Ortega, het voor 500 miljoen kocht. In één van de belendende torens, Torre Espacio, bleek de Nederlandse ambassade te zijn gevestigd. Wow, het mag wat kosten! In dat gebouw zijn ook de Britse, Australische en Canadese ambassades gevestigd dus de beveiliging is zwaar. We zoefden in luttele seconden naar de 36ste verdieping, misschien wel het hoogst gelegen Neêrlands grondgebied in Europa.

Mijn liefje had een afspraak voor twee om 9:30 uur, ik een voor mij alleen om 10:00 uur. Aanvankelijk leek het mogelijk samen te gaan maar bij nader inzien kon je per online afspraak slechts gegevens van één persoon registreren. Haar naam klonk, ze liep naar de balie en stalde haar documenten uit. 

Haar pasfoto voldeed niet aan de eisen, haar gezicht was daarop te smal. Huh?! We lieten ze speciaal maken, bij een goedgekeurde fotograaf in Den Haag, voor €19 per set! Het moest opnieuw, nu bij een geselecteerde fotograaf in het stadscentrum. Zij vertrok met een taxi, het was nu mijn buurt. Mijn naam kwam echter niet voor op haar lijstje-van-de-dag. Mijn online afspraak bleek voor de vorige dag te zijn. De ambassademedewerkster streek echter over haar hart; mijn liefje had immers een afspraak voor twee gemaakt. Een geluk bij een ongeluk. Mijn foto, van dezelfde Haagse fotograaf, werd geaccepteerd. Waarom die wel? Mijn hoofd was breder. (Kaaskop!) De procedure verliep goed, het wachten -op een sloophoutbank van Piet Hein Eek- was nu op mijn terugkerende liefje.

Na ruim een uur stapte ze weer binnen, bleekjes en waterig. Ocherm. Ook bij de Spaanse fotograaf was haar pasfoto een worsteling; deze keer was heur haar te hoog. Wat moet Sylvana Simons dan (om maar te zwijgen van zwarte Piet…)? Er werden minstens tien verschillende foto’s gemaakt voordat hij tevreden was. Mijn liefje staat op de foto als een soort Doña Corleona, met een rode neus van een slechte nacht in een airco-kamer. Zonder glimlach. Ze zit er tien jaar aan vast. Ze sprak haar veto uit voor het gebruik van de foto bij dit blog.

Anderhalf uur later dan verwacht liepen we samen het gebouw uit. Een Nederlands echtpaar uit Algeciras (een havenplaats in Andalusië) moest ook naar de Spaanse fotograaf voor nieuwe pasfoto’s. We hoeven niet terug naar Madrid om de paspoorten op te halen, die worden ons over enkele weken aangetekend toegestuurd. We hadden niet veel later moeten gaan, over een maand staat ons vertrek naar Bali gepland!



maandag 10 oktober 2016

Naar Madrid

Het is tijd om onze paspoorten te vernieuwen dus we gaan deze week naar Madrid. Vóór de financiële crisis bestond er nog een Nederlands consulaat in Alicante maar tegenwoordig moeten we verder weg om dergelijke zaken te regelen. De Nederlandse ambassadeur in Madrid gaf eerder onze paspoorten af. We vinden het geen straf om die kant op te gaan. Aanvankelijk bestond het idee om de sneltrein vanuit Alicante te nemen maar we besloten toch voor eigen auto. Het is ruim vier uur rijden, een groot deel van de route voert over de Spaanse hoogvlakte. Wij houden van dat Spaanse landschap.
Soms denken kennissen dat wij Spaans paspoorten hebben maar dat is onterecht; we zijn hier alleen permanente ingezetenen. Mijn Nederlandse paspoort zal ik niet snel inruilen voor iets anders. Onlangs las ik dat het Spaanse paspoort -met het Finse, Franse, Engelse en Zwitserse- op de tweede plaats staat als het gaat om het aantal  landen dat je zonder visum kunt bezoeken: 157. Het Nederlandse paspoort geeft visumvrije toegang tot 156 landen. Duitsland en Zweden hebben het ‘beste’ paspoort,  met visumvrije toegang tot 158 landen. Ik denk dat ik mijn Nederlandse paspoort eventueel alleen zou willen inruilen voor een Australisch paspoort maar dat zou ik niet doen op basis van dit argument. Down Under staat op niveau 7 met visumvrije toegang tot ‘slechts’ 151 landen.

We wilden in juli van dit jaar een afspraak maken op de Nederlandse ambassade in Den Haag waar het speciale buitenlandkantoor zich bevindt voor mensen zoals wij.  We bleken op geen enkel moment een afspraak te kunnen maken, wanneer en hoe ik ook probeerde. Het kantoor bleef potdicht voor ons. Ook in Madrid kunnen we niet zomaar op de ambassade komen aanwaaien (zoals vroeger wel kon), je moet eerst online een afspraak maken. Dat lukte, al was het even puzzelen op de website. We worden om 9:30 uur verwacht, met alle documenten.

Onze pasfoto’s werden wel in het Vaderland vervaardigd, volgens Nederlandse instructies. De Haagse fotograaf vertelde dat we deze keer een lichte glimlach op het gezicht mochten toveren, al moesten de tanden bedekt blijven. Kennelijk was men het eens over de boeventronies die ontstonden na de vorige regelgeving. Het mag een wonder heten dat mijn liefje en ik nooit in een land werden geweigerd op basis van dat kiekje! Zij heeft voortanden die ietsje naar voren staan dus zij moet moeite doen om haar tanden te bedekken, zij glimlacht met haar ogen.

Op de website las ik dat er vanaf januari 2017 een stageplaats voor zes maanden beschikbaar is op de ambassade te Madrid; op de afdeling PPC: Politiek, Publieksdiplomatie en Cultuur. Die afdeling houdt zich met name bezig met EU-beleid, migratie, terrorismebestrijding, Spaanse binnenlandse politiek en voorbereidingen op Neêrlands tijdelijke zetel in de VN Veiligheidsraad in 2018. Boeiende onderwerpen! Als ik 30 jaar jonger was, zou ik erop solliciteren. Destijds had ik al twee taalcursussen Spaans achter de kiezen.

Ondanks het functionele bezoek aan Madrid gaan we er een uitje van maken. We kennen de stad tamelijk goed. Mijn liefje werkte er zes maanden en ik zocht haar in die periode (2005) regelmatig op. We dineerden in het oudste restaurant ter wereld, Sobrino de Botín (Calle de Cuchilleros), geroosterd speenvarken en zuiglam zijn de gerechten die hen beroemd maakten. Het was een van de favoriete restaurants van schrijver Ernest Hemingway. In zijn boek ‘The Sun Also Rises’ schrijft hij: We lunched upstairs at Botín's. It is one of the best restaurants in the world. We had roast young suckling pig and drank rioja alta.

Deze keer boekten we een hotel dat veel innovatie herbergt; op internet ziet het er spectaculair uit. Het bijzondere van dit bouwproject is dat het tot stand kwam in samenwerking met internationaal gelauwerde architecten en ontwerpers uit 19 landen, onder wie een, voor mij, oude bekende: de Brit Sir Norman Foster. Zijn high-tech-architectuur is wereldberoemd: veel staal en glas. Hij was de leidende architect van Terminal5, het prestigieuze project op vliegveld Londen Heathrow waarbij ik enkele jaren werkzaam was.

Dat hotel heeft twaalf verdiepingen die elk door een andere beroemdheid zijn ontworpen en ingericht; iedere verdieping heeft een eigen thema en kleurenpallet. Grote namen als de in Irak geboren architecte Zaha Hadid (die bij OMA van Rem Koolhaas werkte), de Britse architect David Chipperfield (bouwer van de River and Rowing Museum in Henley-on-Thames, bij ons om de hoek toen we in Engeland woonden), de Australische ontwerper Marc Newson (ontwerper van het business class Skybed en het interieur van de A380 van Qantas), de veelzijdige Israëlische architect-ontwerper Ron Arad, de in Valencia geboren kunstenaar Javier Mariscal, de Franse architect Jean Nouvel (maker van de nieuwbouw van het Museo Reina Sofía in Madrid) en vele anderen. We hebben nog geen verdieping gekozen. Ik ga eerst een tour door het hotel maken voordat we beslissen!


vrijdag 1 juli 2016

Top010!

Onze dagen als oppasmoeders van het Haagse huis zijn gevuld met bezoekjes aan vrienden en familie die in deze omgeving wonen. Elke dag staat er wel een ontmoeting met iemand op het programma. Terwijl ik naar buiten kijk, zie ik mensen diep weggedoken in hun kragen op de fiets, wandelaars met opwaaiende ponchos en  andere verzopen katjes. We hoeven Bers tuinplanten geen water te geven; die komen ruimschoots aan hun trekken.

Het is fijn om bij te praten met mensen die we soms jaren niet zagen. Zo ook met vriend Diederik, de man van mijn beste vriendin Nelly die in 2009 overleed. Hij woont al meer dan 20 jaar in Rotterdam. Ook mijn liefje bracht enkele jaren van haar leven in deze havenstad door. Ze streek er tweemaal neer: eerst in haar eentje en jaren later, komend vanuit het buitenland, met haar voormalige partner. Toen Nelly en Diederik naar Rotterdam verhuisden, begon ik die stad regelmatig te bezoeken en zeer te waarderen. Vooral de skyline kon mij bekoren en de vooruitstrevende architectuur vond en vind ik boeiend.

We spraken met Diederik af in de nieuwe hal van het verbouwde Centraal Station (bijnaam ‘Station Kapsalon’) van architect Crouwel en consorten. Voor de goede orde: Rotterdammers geven hun markante gebouwen bijnamen. Diederik schoor speciaal voor mij zijn prikkende baard af. Hij dook met roze wangen voor mij op. Ik was blij hem te zien. Terwijl we om elkaar heen draaiden, speelde een toevallige passant klassieke muziek op een pop-up piano in de hal. Na tien minuten sloot hij de pianoklep zacht, pakte zijn rugzak en liep door. Een passend begin van wat een topdag zou worden.
Het stationsgebouw heeft een indrukwekkende glazen pui en een opvallend puntdak dat in de richting van het kloppend stadshart wijst. We knobelden samen uit dat we elkaar voor het laatst in 2012 zagen. Op het stationsplein vielen de eerste regendruppels. Diederik nam ons geanimeerd mee op sleeptouw langs nieuwe aanwinsten van zijn stad. Net als vele andere Rotterdammers is hij content met de burgemeester. Hij vertelde ons dat hij diens eerste toespraak in functie in 2009 nog goed herinnerde: daar sprak een bedeesde man uit 020 (ofwel: Amsterdam) zijn nieuwe goegemeente toe. Inmiddels voelt Aboutaleb zich als een vis in de Maas. Als daadkrachtige leider wordt hij door menig burger op handen gedragen. Ook wat mij betreft, blijft hij zitten waar hij zit en laat hij de politieke stoelendans om het leiderschap van de PvdA aan anderen over.

Wat mij vanaf het begin van onze stadswandeling opviel, waren de kinderkopjes op en bij markante gebouwen, de eerste aan de gevel van het Groothandelsgebouw. Het blijkt onderdeel te zijn van de campagne ‘Rotterdam viert de stad!’, een culturele manifestatie waarmee in dit jaar 75 jaar wederopbouw van Rotterdam wordt gevierd. Zeven iconische gebouwen, die werden neergezet tijdens de jaren van wederopbouw (1945 tot circa 1968), hebben kunstwerken in de vorm van baby- en peutergezichten die met laserprojecties en animaties overdag en 's avonds tot leven worden gewekt.

We gingen in de richting van de Kruiskade en sloegen af naar de Meent waar we bij THOMS Restaurant & Underground Bar -een nieuwe hotspot in town- een kopje Giraffe-koffie dronken. Deze horecagelegenheid is gelegen naast het Timmerhuis, het recentste bouwwerk van architect Rem Koolhaas; het betreft weer zo’n vernieuwde versie van een iconisch gebouw uit de wederopbouw. Inmiddels was het droog, met dramatische wolkenluchten.

Keuvelend liepen we door naar de markthal (‘De Groentegrot’) die al lange tijd op mijn Nederlandse lijstje van te bezichtigen gebouwen staat. Het ontwerp is van architectenbureau MVRDV, de bouw begon in 2009. Ik vond het rijk geïllustreerde plafond prachtig. Kunstenaar Arno Coenen creëerde daarmee het grootste kunstwerk ter wereld: the Horn of Plenty, de Hoorn des Overvloeds. Het gehemelte wordt ook wel de Sixtijnse kapel van Rotterdam genoemd. De staalconstructie achter de glazen voorgevel vond ik eveneens imposant. Als voedselwalhalla vond ik de markt echter tegenvallen maar ik ben dan ook verwend met levendige overdekte markten in Spanje. Vooral de frietlucht van Bram Ladage stond mij tegen.

We haalden herinneringen op aan onze geliefde Nelly en pinkten alle drie een traantje weg. Diederik valt het leven zwaar zonder zijn Nelly. Ook ik mis mijn levenslustige, energieke en grappige vriendin nog elke dag. Ze is onvergetelijk. Bij boekhandel Paagman kocht ik recent het boek ‘De boom in het land van de Toraja’ van de Franse auteur Philippe Claudel; een favoriet. De hoofdpersoon beschrijft daarin de relatie met zijn beste vriend die overlijdt aan kanker en die hij daarna zeer mist. “Ik denk dat ik met dit verhaal, dat vrij is van vorm, opbouw en ontwikkeling, niet alleen Eugène bij me in de buurt kan houden maar ook dat ik hem min of meer aan de beademing leg, in een coma hou die niet geheel gelijk staat aan de dood, zodat ik ook weer door kan [..].” Ach.

De wandeling voerde verder over de Erasmusbrug (‘De Zwaan’) en via de Rijnhavenbrug (‘De Hoerenloper’) naar Katendrecht. We lunchten bij Hotel New York waar mijn liefje en ik in 1993 de opening meemaakten. Het was ouderwets lekker. Op de wandelroute terug naar het centrum dronken we een glaasje bij wijnbar Nostra in de Van Oldenbarneveltstraat. Diederik zegde bij die gelegenheid een bezoek aan Spanje toe; wij kijken ernaar uit. Hij ziet weliswaar op tegen de vele herinneringen van Nelly en hem in ons appartement maar daaraan gaan we een mouw passen. We zetten die dag ieder 15.000 stappen dus ook Fitbit was dik tevreden. A Meaningful Day, indeed.


maandag 1 juni 2015

Let’s go Valencia!

Het is alweer drie maanden geleden dat wij naar het Spaanse honk terugkeerden na een rondreis door Zuid-Amerika. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan een plek of een ervaring uit die tijd denk. Dat komt niet alleen door de aardbevingen en overstromingen die zich wekelijks in dat (grote) gebied voordoen en waarvan wij via apps op de hoogte blijven. Het is erg onrustig aan de Ring van Vuur waaraan onder andere Chili, Ecuador en de Galapagoseilanden liggen.

Afgelopen weekend ontvingen we ook een leuke mail met foto’s van de personen die wij aan boord van het Galapagos-cruiseschip ontmoetten: Luz Maria & Eugenio. 

We brachten elke maaltijd aan boord van het schip met hen door. Zij waren de enige Spaanssprekende passagiers en wij spreken en/of begrijpen die taal eveneens. Een beetje mazzel was ook aan de orde: mijn liefje en ik kwamen laat naar de lunch op de dag van aankomst en de tafelzetting had zich reeds gevormd. Het kwam eenieder goed uit, zij hadden mensen met wie ze konden praten, wij leerden erg leuke tafelgenoten kennen.
Er ontstonden boeiende en vermakelijke gesprekken over van alles en nog wat: politiek, kunst, reizen, de geschiedenis van ons en hun land Chili, boeken, het leven, de liefde. Zij bleken beiden een huwelijks leven te hebben gehad voordat zij elkaar leerden kennen, mijn liefje en ik vierden onze 26ste jaardag met hen. Met een heel mooie fles wijn die ze ons die avond kado deden (en een tweede). We vonden elkaar tevens op culinair vlak...

Ik heb heel goede herinneringen aan die tijd. Reizen is verslavend. Als we niet zo ver uiteen zouden leven, zou het een mooie vriendschap kunnen worden. We zijn van harte welkom bij hen als we naar Chili terugkeren. Dat is niet uitgesloten; mijn liefje vond Viña del Mar dermate aangenaam dat het weleens een toekomstige overwinteringsplek zou kunnen zijn, Patagonië en Antarctica staan nog op mijn wensenreislijstje. Het dikke foto-album van deze rondreis kwam vorige week mee met vriend Ger en ik was blij met de enthousiaste reactie van mijn liefje. Het werd een mooi aandenken.

Wereldreiziger Ketut, die wij recent met zijn schip in Valencia begroetten, keerde ook veilig naar zijn geboortegrond Bali terug. Elsa wachtte hem op de luchthaven van Denpasar op met haar twee zonen. We kregen in de afgelopen dagen apps met teksten als de kinderen kletsen mij de oren van mijn hoofd” en “we zijn weer samen maar toch niet compleet” (doelend op onze afwezigheid; de lieverds). 

Er waren tevens foto’s van de twee mannetjes, met hun kado’s. Yuda poseerde met zijn nieuwste aanwinst: een microscoopset. Elsa meldde ons dat dit hoogstwaarschijnlijk het onderwerp van zijn volgende spreekbeurt op de lagere school wordt. Hij is op een andere foto te zien met een imposante fietsenstalling in de mond: hij is aan het wisselen. Ik legde Elsa tijdens een voorgaande skypesessie uit dat kindjes in Nederland van de goede fee een verrassing ontvangen voor elke melktand die is uitgevallen en ingeleverd. Ze heeft er eentje voor ons, goede feeën, bewaard.

Over Valencia las ik onlangs zeer verontrustende dingen in een plaatselijke krant: de regio heeft schulden ter waarde van €40 miljard. Wij wonen in Orihuela Costa, provincie Alicante, regio Valencia. Het is dus ook onze regio die de schulden slechts kan afbetalen met steun van een speciaal fonds dat door de centrale Spaanse overheid werd opgezet. Hoezoe autonome regio?! 
Valencia heeft geen eigen financieel netwerk meer omdat bank CAM ten tijde van de financiële crisis tenonderging en Banco de Valencia werd overgenomen door de Catalaanse bank CaixaBank. De regionale omroep Canal 9 werd opgeheven nadat het een schuld bleek te hebben van €1.2 miljard. Het themapark Terra Mitica werd verkocht, net als vliegveld Castellón. De regio is tevens van plan spraakmakende projecten als Ciudad de las Artes y las Ciencias (gebouwd door de Spaanse architect Santiago Calatrava) en de filmstudio’s van Ciudad de la Luz van de hand te doen.

Momenteel wachten 150 politici (onder wie twee premiers) in de regio op een rechtzaak of een juridisch onderzoek vanwege corruptie en andere ernstige overtredingen. Men schat dat er ongeveer €12.5 miljard aan overheidsgeld door de jaren heen in persoonlijke zakken verdween. De Partido Popular in deze regio opereerde niet zozeer als politieke maar eerder als criminele organisatie, aldus journalist Sergi Castillo. De partij werd afgestraft tijdens de recente regionale verkiezingen: PP verloor 24 (van de 55) zetels in het parlement. Terecht.

Het zal duidelijk zijn: wij kennen hier ook FIFA-praktijken.



zondag 17 mei 2015

Jodoki

Als reislustige Hollandse sta ik eigenlijk voortdurend met beide benen op verschillende continenten: het ene altijd op Europese geboortegrond, het andere vaak in Azië. De regelmatige lezer weet dat mijn liefje en ik een Balinees avontuur beleefden waarover ik toentertijd wekelijks blogde. Het leverde honderden verhalen op onder het label Wonen op BaliDe Jakarta Post wordt nog wekelijks online gelezen, we pluizen de Bali Update nog steeds uit maar ook andere informatiebronnen houden ons op de hoogte van het wel en wee van Indonesië en, in het bijzonder, de provincie Bali.

Dit jaar betrof het nogal wat wee. Begin van het jaar en afgelopen maand paste Indonesië de doodstraf toe op personen, waaronder Nederlander Ang Kiem Soei, die al geruime tijd in de dodencel zaten. De meesten werden veroordeeld vanwege drugssmokkel. Dat is een zeer ernstig vergrijp met serieuze consequenties maar de doodstraf vind ik persoonlijk barbaars. Een land dat de doodstraf toepast, legitimeert in feite moord. Door gevangenen te doden, verlaag je je als overheid tot het niveau van misdadigers. Nederland schafte de doodstraf in 1870 af. Voordat de executies plaatsvonden, belden de koning en de premier met de Indonesische president Jokowi, premier Abbott van Australië deed hetzelfde maar die persoonlijke verzoeken om clementie mochten niet baten. Het vuurpeloton trad op.

Ik begrijp niets van de koers van president Jokowi. Ik dacht dat hij als kopstuk van de Democratische Partij een liberaler beleid zou voorstaan. Als burgemeester van Jakarta bleek hij integer, competent, een mensenmens met het hart op de goede plaats. Tijdens zijn verkiezingscampagne deed hij de toezegging dat mensenrechten prioriteit zouden krijgen. En dan dit?!

Is hij de waardige president die velen in binnen- en buitenland aanvankelijk in hem zagen? Die vraag wordt op de poster gesteld. 
Zelf heb ik zo mijn twijfels. 

Dit jaar steunde hij en zijn politieke partij het wetsvoorstel van een islamitische partij waarmee de verkoop, productie, distributie en consumptie van alcoholische drank in de gehele archipel wordt verboden. Dat voorstel werd door tegenstanders omschreven als creeping Shariah, een poging om de islamitische wetgeving in Indonesië in te voeren. Het verhaal gaat dat de president zwaar onder de plak zit van politiek leidster Megawati Soekarnoputri. Hij zou een puppet president zijn: zij trekt aan de touwtjes en hij beweegt. Wel las ik onlangs dat de ster van Megawati binnen de partij tanende is. Jokowi zou momenteel de meeste steun krijgen. Wellicht dat hij zonder haar een ander gezicht kan tonen? Ik blijf het op de voet volgen.

Verheugender nieuws is dat wij Ketut van Bali zeer binnenkort in Valencia gaan ontmoeten. Deze stad ligt circa 250 kilometer ten noorden van onze woonplaats. We bezochten Valencia voor het eerst in 2007 voor de Fallas, de bijzondere manier om de Spaanse lente te begroeten. Het daaropvolgende jaar reisden we er wederom naartoe, deze keer voor de architectuur van CAC (Ciudad de las Artes y las Ciencias), de futuristische stad die werd gebouwd door een van mijn favoriete architecten: Santiago Calatrava. In 2013 bezochten we de stad nogmaals voor de Fallas. En nu doen we dus de haven aan.

Met Ketut kregen we recent Whatsapp-contact en wekelijks laten we iets van ons horen. Hij is werkzaam aan boord van een van de schepen van het Amerikaanse bedrijf Regent Seven Seas. Zijn schip is “the world’s first with all-suite, all-balcony cabins, and the world’s first to feature a Le Cordon Bleu of Paris restaurant at sea”. Het biedt accommodatie aan 700 passagiers en heeft bijna 450 personeelsleden. 

Twee maanden geleden maakte hij promotie; hij werkt nu als assistent cabin steward. Het houdt in dat hij passagiersverblijven schoonmaakt en andere verzoeken van gasten opvolgt. Hij en zijn vrouw Elsa werkten in onze voormalige villa in Noord-Bali. Daar kookte hij regelmatig mee, bereidde drankjes, pleegde technisch onderhoud, deed de tuin en chauffeerde ons. Ketut is slim, creatief en uiterst vriendelijk. Zijn nieuwe pak staat hem goed. Vandaag vertrekt zijn schip uit Barcelona en gaat op weg naar Palma de Mallorca. Valencia here we come! Vanavond bereiden we een Indische rijsttafel voor vrienden.


zondag 15 februari 2015

San Valentín

Vandaag wordt over de gehele wereld Valentijnsdag gevierd al lazen we in de Nederlandse krant dat de dag (en bijbehorend evenement) in het vaderland niet wil aanslaan. In Guayaquil wordt de Dia de los Enamorados grootschalig gevierd. In de voorgaande dagen kon je overal op straat rode en roze hartvormige ballonnen kopen en vandaag zagen we op bankjes langs de gehele Malecón verliefde stelletjes met ballonnen zitten.

Het was hier tevens het begin van carnaval dat in het gehele land enkele dagen zal worden gevierd. Over een flink stuk van de wandelboulevard langs de Rio Grande vond vanaf 11 uur 's ochtends een defilé plaats. Er werden tribunes opgebouwd, muziekinstallaties geplaatst en jonge meisjes feestelijk uitgedost. De puberjongen op de foto bloosde tot ver achter zijn oren toen ik hem complimenteerde… ¡qué liiiindoooo!”.

Wij liepen richting de heuvel van Santa Ana, naar het Museo Antropológico y de Arte Contemporáneo en beklommen de steile straatjes van de kleurrijke woonwijk Las Peñas. Die wijk deed mij terugdenken aan wijken als La Boca in Buenos Aires en Valparaíso in Chili. Die bezoeken lijken alweer zo lang geleden.

De antropologische vleugel van het museum -waar niet mocht worden gefotografeerd- bevat een ongelofelijk mooie, uitzonderlijk gave en uitgebreide collectie pre-Columbiaanse kunst uit heel Ecuador. Nog nooit zag ik zóveel fraais dus ik nam mijn tijd. Mijn liefje liep ver voor mij uit maar mijn regelmatige gehoest en geproest meldde haar precies waar ik mij bevond, volgens haar. 

Ook het gedeelte hedendaagse kunst boeide mij zeer. Daar was onder andere een overzichtstentoonstelling te zien van de kunstenaar Luis Miranda, geboren in Guayaquil maar deels opgeleid in Europa met een UNESCO-beurs. Miranda’s werk toont door de jaren heen een grote verscheidenheid aan stijlen. Een deel van zijn recente werk in olieverf heeft het dagelijkse leven van vissers tot onderwerp en is prachtig. Ik raakte vooral gefascineerd door de wijze waarop hij voeten schildert. Ik ben blij deze Ecuadoraanse kunstenaar te hebben ontdekt. We nuttigden een heerlijke Valentijnslunch in restaurante Rio Grande, aan het water, geflankeerd door interessante moderne architectuur. Quayaquil is een bezoek meer dan waard!

Morgenochtend gaan we vroeg op om ons te melden bij de Tren Crucero die ons vier dagen lang door het Andesgebergte zal voeren. Op de eerste dag brengt een stoomlocomotief ons nog niet naar grote hoogte en kunnen we nog in korte broek en korte mouwen reizen. Vanaf dag 2 rijden we met de locomotief Devil’s Nose naar de Avenida de Volcanos. Op dag 3 zullen we het hoogste punt van de route bereiken (vulkaan Urbina, 3.609 meter) en ontmoeten we de laatste ijsverkoper langs de route. Op de vierde reisdag rijden we door Nationaal Park Cotopaxi, genoemd naar de nog actieve vulkaan met die naam. We zitten niet voortdurend in de trein, we maken dagelijks excursies in de omgeving. 's Nachts slapen we in historische haciendas en 's morgens vroeg keren we terug aan boord van de trein. De regelmatige lezer weet dat mijn liefje treintjesgek is dus zij telt de uren naar vertrek af. Woensdagavond stappen we op station Quito uit. 

Als je in de komende dagen geen nieuwe blog van mijn hand ziet of geen reactie krijgt op mails of andersoortige berichten, is dat omdat er op de route geen wifi is.



dinsdag 3 februari 2015

In aardbevinggebied

Maandagochtend werden we ‘opgeschrikt’ door een beving die een seconde of 15 à 20 aanhield. We lagen nog in bed, waren kennelijk allebei wakker en constateerden droogjes dat het om een aardbeving ging. Ik stond op om uit het raam te kijken. Ik weet niet precies wat ik daarmee wilde. Je kunt een beving immers niet zien. Niet lang daarna kwam de melding op de iPad binnen. Het bleek een beving te betreffen waarvan het epicentrum zich 87 kilometer ten noordwesten van La Punta bevond... in Argentinië. Dat ligt hier ruim 700 kilometers vandaan! De beving had een kracht van 6.3 op de schaal van Richter. Je vraagt je wellicht af wie in hemelsnaam zo’n app heeft. Het antwoord is simpel: iemand die is geïnteresseerd in de aarde en dus ook in de aardkost. Iemand die bovendien enkele malen een aardbeving live meemaakte in Bali en in Spanje op een breuklijn woont die een dichtbijzijnde stad in de vorige eeuw bijna met de grond gelijkmaakte. En iemand die zich realiseert dat Chili aardbevinggebied is. Elke week vinden er hier meer plaats. Soms voor de kust, soms op het land. Overal in Viña del Mar zie je borden met tsunami-aanwijzingen.

Vandaag bleef het hier rustig. We legden een bezoek af aan havenstad Valparaíso dat we met de bus bezochten. De naam van deze stad oefende al jarenlang een speciale aantrekkingskracht op mij uit. (Net als Sihanoukville in Cambodja.) Het stond dus op mijn wensreislijstje. De weg ernaartoe zal ik mij lang heugen. Ik maakte namelijk nog nooit van mijn leven zo’n drieste buschauffeur mee. Hij reed alsof hij door de duivel op de hielen werd gezeten. Mijn liefje en ik zaten met twee handen om de stoelleuning voor ons geklemd. Als we dat niet zouden hebben gedaan, zouden we bont & blauw zijn geweest van het geschud en gebonk. Een deel van het traject, langs de Stille Oceaan, is flink bochtig en ik begon licht wagenziek te worden vanwege het bizarre rijgedrag. Gelukkig was het maar 8 kilometer zuidwaarts rijden naar deze stad. We stapten uit zodra we een bord met een verwijzing naar het centrum zagen.

De havenstad wordt ook wel 'the jewel of the Pacific' of 'Klein San Fransisco' genoemd. Het juweelachtige zag ik geenszins, Klein SF kreeg het vanwege de steile straten in sommige delen van de stad die overduidelijk zijn: ik kreeg al kramp in de kuiten door ernaar te kijken! Het wemelt er van de zwerfhonden, sommigen in treurige staat. Valparaíso kreeg het in de afgelopen jaren nogal voor de kiezen: in 2013 was er een grote aardbeving die grote schade met zich meebracht. In 2014 gebeurde dat nogmaals maar toen gingen bovendien vele huizen in de heuvels van de stad in vlammen op en kwamen veel mensen om. De Chileense presidente verklaarde het gebied tot rampgebied.

Het historische centrum van Valparaíso staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Dat gebied ligt ongeveer tussen Plaza Anibal Pinto en Plaza Aduana. De eerste indruk in de eerste kilometer van onze route was er een van verpaupering en armoede. Ik zag veel onverzorgde, ongure, gestoorde mensen op straat. Dichter naar het historische gedeelte passeerden we mooie gebouwen en fraaie pleinen maar de stad kon ons niet echt bekoren. Wel zijn er authentieke trolleybussen, houten treintjes die je naar uitkijkpunten over de stad en het havengebied brengen en gekleurde huizen zoals we die ook zagen in havenwijk La Boca van Buenos Aires.

We bezochten een van de huizen van de beroemdste dichter van Chili: Pablo Neruda. Het bevindt zich in zo’n hoog gelegen stadswijk, genaamd Florida. Om in de sfeer te komen, las ik zijn Memoires in de afgelopen dagen in het Engels. Neruda was een bijzondere man en zijn opgetekende herinneringen reflecteren dat, net als zijn huis dat doet. Hij noemde het gekke pand La Sebastiana, naar de architect van het gebouw die overleed voordat het af was. Binnen mocht niet worden gefotografeerd. 

Neruda werd in 1904 in het zuiden van Chili geboren en wist al op jonge leeftijd dat hij dichter wilde worden. Hij verliet zijn ouderlijk huis op 16-jarige leeftijd en vertrok naar Santiago om daar te gaan studeren. Hij was een arme student met een missie. Zijn eerste gedichtenbundel werd in 1921 gepubliceerd. Voor zijn werk ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur (1971). Hij was uitzonderlijk goed in woorden. Hij werd Chileense consul in Burma, Indonesië en Spanje. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van de Communistische Partij, beïnvloed door ervaringen in de Spaanse burgeroorlog. Vanaf dat moment wordt zijn poëzie geëngageerder. Onder president Salvador Allende werd hij Chileense ambassadeur in Parijs. Neruda overleed in 1973 aan prostaatkanker, net na de militaire coup door Augusto Pinochet. (Zijn vriend Allende maakte een einde aan zijn eigen leven voordat hij gevangen zou worden genomen.)

Na het bezoek aan het huis vol aparte meubels, glas-in-lood ramen en deuren en heel bijzondere, vaak nautische verzamelobjecten lieten we ons met de taxi naar het stadscentrum terugbrengen. De haven van Valparaíso wordt ook door cruiseschepen aangedaan; er lag er een, met Amerikanen en Duitsers aan boord. Ketut uit Bali die momenteel ook op zo’n schip vaart zal de plaats in maart 2015 aandoen. Voor de lunch werden we door een jongedame verleid om haar familierestaurant te betreden. Dat was niet verkeerd: ik at een heerlijke soep met zeevruchten, mijn liefje -allergisch voor schaal- en schelpdieren- koos veilig voor een kippepoot met Chileense salade. Daarna vervolgden we onze weg richting de wijk Artilleria waar een treintje ons naar een uitkijkpunt over de haven zou brengen. Het station bleek echter gesloten voor onderhoud. Tja. De wandeling, in een slecht onderhouden deel van de stad, was echter niet voor niets: ik zag heel erg mooie street art. Mijn collectie breidde enorm uit. Regelmatig werd ik door mensen gewaarschuwd dat ik voorzichtig moest zijn met mijn camera maar ik voelde mij beschermd: mijn liefje fungeerde als bodyguard.

Morgen blijven we weer een dagje in Viña del Mar, de thuishaven. We zijn blij dat we geen hotel boekten in Valparaíso. Morgen nemen we een duik in het woelige water van de Grote Oceaan; het moet er maar eens van komen.



maandag 5 januari 2015

xBA

Ons verblijf in Buenos Aires zit erop. De weken vlogen om. Toen we op de avond van aankomst in de taxi door de stad reden, voelde ik mij licht teleurgesteld. Buenos Aires wordt wel het Parijs van Zuid-Amerika genoemd maar dat ervoer ik op dat moment niet. Het kwam nogal grijs en grauw op mij over. Maar je kunt niet oordelen na één taxirit, volgend op een transatlantische vlucht van 13 uur. Na vijf weken constateer ik dat er veel is dat aan de Europese lichtstad doet denken: de brede boulevards en wegen omzoomd door oude bomen, de verscheidenheid in architectuur, de cosmopolitische sfeer (in sommige wijken), de grootse monumenten. Het algemene straatbeeld is echter compleet anders.

Aanvankelijk moesten we wennen aan het stadsleven: de gillende sirenes van brandweer, politie en ambulance, de treinen voor de deur, het getoeter van auto’s, de overvolle straten, het gedrang in de metro. Op de dag na aankomst was mijn liefje klaar om te vertrekken. Alhoewel ze treintjesgek is, leek een spoor voor de deur een brug te ver. Twee dagen later was dat alles achtergrondgeluid, we accepteerden het en wenden eraan. Buenos Aires is relatief schoon: alle bussen en taxi’s rijden op LPG. Buenos Aires zou onleefbaar zijn als dat niet zo was. We wandelden vele kilometers, zaten in ettelijke bussen, metro’s en treinen. De openbaar vervoerpassen die wij kochten, geven we weg. Die is buiten de hoofdstad toch niet geldig.

Het appartement ter grootte van een postzegel zat ons als gegoten. Ik noemde de plek ons spiegelpaleisje. Die spiegels -in alle vertrekken, tot aan het plafond- maakten dat de spaarzame vierkante meters een reuzenpenthouse leken. Na een dag in de stad was het goed thuiskomen. We zwommen de warmte van ons af en trokken ons daarna terug, met de airco aan. ’s Avonds aten we doorgaans thuis en keken daarna op de flatscreen naar de foto’s van de dag of naar Uitzending Gemist, de schuifpuien wijd open. Zo komt splinter door de winter… Het was overigens een herbevestiging van het feit dat mijn liefje en ik, bekend met caravan en kampeerauto, harmonieus in een kleine ruimte kunnen samenleven.

De vriendelijkheid van de porteños zal mij bijblijven. De concierges in ons appartementencomplex, de dames van de schoonmaak, de buren, mensen op straat. Zelfs taxichauffeurs, die toch over de wereld niet persé een goede naam hebben, waren stuk voor stuk aardig en behulpzaam. Nooit hoefden we te vragen of de meter kon worden geactiveerd en altijd floepte het juiste beginbedrag aan. We kozen de aardigste man van Buenos Aires en toen wij het hem vertelden, bloosde hij tot ver voorbij zijn haargrens. Ché Juan Carlos komt uit Colombia en werkt in ‘Hola Jacoba’ waar we enkele keren lekker lunchten.

We voelden ons geen seconde onveilig in deze wereldstad. Wel vreesden we voor onze eetlust… Zoals ik reeds blogde, kan de Argentijnse keuken ons niet bekoren. In die zin lijkt Buenos Aires geenszins op Parijs. Ik weet het inmiddels zeker: de recepten bleven achter op de boten die immigranten uit Europa naar hier brachten! Argentinië heeft mooi vlees en een grillcultuur en daarmee denken sommige hoofdstedelijke restaurants het, ten onrechte, te redden. Er waren uitzonderingen: Las Pizarras Bistro (Frans), Cocina Sunae (Aziatisch), La Fabrica del Taco (Mexicaans), Hola Jakoba (Joods) en Burger Joint (Urban). Chef Rodrigo Castilla bleek de favoriet. De slechtste ervaring deden wij op in een Argentijns restaurant waar ons voor de lunch een schaal vlees van onduidelijke herkomst werd voorgezet op eerste kerstdag. Zelfs Luna zou haar hondeneus ervoor ophalen. Zonder smaak en zonder liefde bereid. Men maakte misbruik van de situatie: veel restaurants waren dicht maar zij waren open; ze boden een menu, geen menukaart. De keuze was uiterst beperkt. We betaalden de hoofdprijs, spraken er schande van en gingen hongerig huiswaarts.

Qua taal was het eveneens wennen; de oren moesten aanvankelijk hard werken om het Rioplataanse Spaans goed te verstaan. Niet alleen gebruiken de inwoners van Buenos Aires ander vocabulair (bijvoorbeeld: frutila = fresa, aardbei, valija = maleta, koffer, jugo = zumo, sapje), zij spreken lettercombinaties anders uit dan in Spanje. De dubbele l wordt in Spanje als j uitgesproken, in Argentinië maakt men er ‘zj’ van. De klemtoon kan tevens anders liggen. Die afwijkingen verhinderden het intermenselijke contact geenszins. Ook de dagelijkse gesprekken met lokalo’s droegen bij aan vijf mooie weken.

Een van de leukste dingen vond ik de alomtegenwoordige straatkunst. Buenos Aires heeft veel urban artists en kunstcollectieven maar ook buitenlandse kunstenaars doen de stad aan en laten hun creatieve sporen na. Veel van het Argentijnse werk ontstond na de economische crisis van 2001, muurschilderingen hebben vaak een politieke ondertoon. Ik verzamelde in deze periode vele exemplaren en de mooiste zitten in mijn webalbum. Kunstenaar Malatesta leerde ik persoonlijk kennen; als dank voor de leuke gesprekken vereeuwigde hij mijn portret op een stadsmuur in Palermo. ¡Macanudo!

En ja, de moeders en grootmoeders van Plaza de Mayo maakten een onuitwisbare indruk op ons beiden. Sinds 1977 eisen de vrouwen elke donderdag de aandacht op. Zo oud als ze zijn, ze zijn strijdbaar tot ze erbij neervallen en daarvoor heb ik veel respect. Ik hoop dat in de toekomst, met behulp van DNA, veel kleinkinderen zullen worden teruggevonden.

We gaan vandaag met de ferry enkele dagen naar Montevideo (Uruguay). Daarna keren we voor een nachtje terug alvorens we door de pampa’s, de sierras en het centrale Andesgebergte van Argentinië gaan reizen.



woensdag 13 augustus 2014

Torajaland

Lang keek ik ernaar uit maar in de afgelopen twee dagen was het dan zover: een bezoek aan Tana Toraja. Het volk is wereldberoemd vanwege de opvallende architectuur en de  begrafenisrituelen. Op dinsdag bezochten we een begrafenisceremonie in een dorp in de buurt van Makale. Het was de begrafenis van Nenek Beti (oma Beti) die zes maanden geleden, op 75-jarige leeftijd, overleed. Onze gids nam ons mee en introduceerde ons bij de zoon van de overledene. Hij heette ons welkom en nam de slof Nikki-sigaretten in ontvangst... Wij hadden weliswaar moeite met het type gif(t) maar zoals Bernadette zei ’s lands wijs, ’s lands eer. Er wordt erg veel gerookt in Sulawesi en sigaretten zijn dan ook het geliefde kado. Daarna werden we uitgenodigd op een overdekte tribune plaats te nemen. De familie van de overledene, zwermde in de loop van de jaren over de wereld uit dus het duurde even voordat de ceremonie plaatsvond. Een begrafenis is voor de christelijke Toraja’s niet uitsluitend een verdrietige gebeurtenis, het is ook een moment van blije familiehereniging. Veel familieleden droegen traditionele kleding waarin zwart de boventoon voerde. De gids gaf ons kledingadvies: donkere, lange broek, donkere lange mouwen. We bleken de enigen in de bloedhitte die daaraan voldeden...

Bernadette liep op enig moment achteruit om een foto van de binnenplaats te nemen, toen wij haar toeriepen stil te staan. NU! Op minder dan een voet afstand van haar schone Teva’s lagen namelijk de ingewanden van een geslachte karbauw. Was ze bijna Tevalady af?! Alhoewel de gereformeerde zendelingen van Hollandse afkomst een groot deel van de Toraja tot het christendom wisten te bekeren, stond de kerk het de Toraja van Sulawesi toe de inheemse begrafenisrituelen te behouden. Er wordt dus geofferd en in dit geval op zeer grote schaal. De familie van oma bleek vermogend en de offerandes die worden aangeboden, zijn navenant: karbouwen, grote en kleine varkens. We telden er minstens 100! Gelukkig hoefden we geen verdere slachtingen te aanschouwen. Ook verlieten we de ceremonie vóórdat het gekookte buffelvlees als lunch werd uitgedeeld.

De rijkdom van een Sulawese familie wordt onder andere uitgedrukt met het aantal rijstschuren dat tegenover het familiehuis (tongkonan) staat. De daken van de prachtig gedecoreerde schuren hebben, naar verluidt van onze Toraja-gids, de vorm van de schepen waarmee ze vanuit hun oorspronkelijke gebied emigreerden. De patronen die worden gebruikt, hebben grote betekenis. Het aantal waterbuffelhorens geeft eveneens de rijkdom maar ook de lengte van de stamboom aan. Toraja zijn meesters in houtbewerking. De oudste rijstschuren zijn geheel van hout en hebben bamboedaken, veel recente gebouwen zijn 'gado-gado': een mix van hout en beton. Kortom: heel veel moois om met eigen ogen te bekijken!

Bernadette ontwikkelde in de afgelopen dagen een groot zwak voor waterbuffels van Torajaland. Zij 'spaart' ze ondertussen... Verschillen in leeftijd, huidskleur en leefomstandigheden werden minutieus vastgelegd. Zelfs onze chauffeur Pak Nawi hielp mee met zoeken naar de mooiste exemplaren. Gisteren bezochten we Zuid-Torajaland, vandaag het noordelijke gedeelte. Het zuiden lijkt rijker dan het noorden.

Dat was nog niet alles. Oma zal binnenkort in een familiegraf worden bijgezet. Alleen Toraja van aristocratische afkomst voorzien hun graf van een zogenaamde 'tau-tau', een pop die tegenwoordig steeds meer gelijkenis vertoont met de overledene. In het verleden werden vele oorspronkelijke poppen geroofd; in opdracht van kunstverzamelaars en -handelaren. Tegenwoordig worden die dan ook goed afgeschermd en bewaakt. 
Ook de manier waarop de Toraja hun doden begraven, is dus bijzonder (en door de kerk goedgekeurd). We bezochten een 100-jarige boom waarbij baby’s in de stam waren begraven. De gaten waren afgedekt met bamboe. Ook zagen we rotsen die graven bevatten, te herkennen aan de mini-rijstschuur erbovenop. Grotten met houten kisten en poppen en rotswanden waarin tau-tau waren geplaatst. Veel bezochten we te voet en dat was heerlijk.

Morgen gaan we Torajaland verlaten en gaan we op weg naar de Badavallei. Het wordt een lange reisdag. Wellicht dat de internetverbinding in de komende dagen te wensen overlaat maar ik meld mij weer zodra het kan!