Al eeuwenlang kijken mensen met bewondering naar vogels. Ze worden geschilderd, bezongen, gefotografeerd en wetenschappelijk bestudeerd. Wie goed kijkt naar de geschiedenis van de ornithologie, ontdekt iets opmerkelijks: bijna alle aandacht gaat uit naar mannetjes-vogels. Het mannetje met de spectaculaire kleuren. Het mannetje met de indrukwekkende zang. Het mannetje dat het territorium zo kunstig verdedigt, alsof hij auditie doet voor een natuurdocumentaire van Sir David Attenborough.
In de gang van een internationaal instituut voor vogelonderzoek en -conservatie hangt een grote foto van een reuzenalbatros. Een van de machtigste vogels ter wereld, met een vleugelwijdte van ruim drie meter. Een vogel die bekend staat om het grote uithoudingsvermogen en de indrukwekkende lange trektochten. Het is een foto van een mannetje-albatros. Met gespreide vleugels tegen een ondergaande zon in beeld gebracht. Daaronder staat in sierlijke letters: ‘Koning van de oceaan’. Dat is deze vogel!
Mijn liefje en ik zagen albatrossen driemaal met eigen ogen: in 2006 op schiereiland Otago (zuidereiland Nieuw-Zeeland). Dat was een groot mazzelverhaal. We waren daar met een gids en lagen gedrieën in het gras te koekeloeren naar een vrouwtje-albatros ietsje verderop. De gids vertelde ons dat zij al was gearriveerd, het wachten was nu op manlief. Albatrossen zijn trouwe vogels die jaar na jaar terugkeren naar dezelfde afgelegen plek om met dezelfde partner te broeden. En ja, hoor: daar kwam hij aan. Ik kreeg kippenvel, dat herinner ik mij ook nog. Hij landde tegen de wind in, als een bolletje veren aan een parachute. Een van de dierbaarste natuurfoto’s uit mijn eigen repertoire als amateurfotografe.
We zagen er ook een tijdens een bootreis op zoek naar potvissen, de grootste tandwalvis ter wereld; dat was in Kaikoura, eveneens op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland. We gingen twee dagen het water op om deze giganten van de zee te zien.
Er is ook een ‘Prinses van de golven’ (vrouwtje-reuzenalbatros) maar daarover hoor je nauwelijks. Daaraan wilde een kleine groep vrouwelijke wetenschappers een einde maken en zo ontstond ‘Project Galbatross’. Dat gebeurde tijdens een internationaal congres waaraan biologen, ecologen, gedragsdeskundigen en data-analisten deelnamen. Zij realiseerden zich dat bijna alle grote vogelstudies draaien om mannetjesdieren. Het gaat om hun zang, hun kleuren en hun baltsgedrag. Vrouwelijke vogels komen meestal voor als entourage. Zij bouwt het nest, zij broedt de eieren uit. Dat gedrag wordt doorgaans gezien als passief, hun kleuren als saai en hun rol als ondersteunend. Terwijl de hele vogelwereld zonder vrouwtjes letterlijk instort!
Dat groepje activistische vrouwen besloot in 2019 een tegenoffensief te beginnen. Het begon eigenlijk met een terloopse opmerking. Purbita Saha, een van de mede-oprichters, was van mening dat zij moesten meedoen met de Wereldwijde Grote Vogeltelling Wedstrijd van dat jaar en dan alleen vrouwtjes tellen. Zo gezegd, zo gedaan. Van alle deelnemende teams eindigden ze als één na laatste, net voor het team van kinderen onder 6 jaar (Team ‘Tiny Tots) met hun lijst van 26 soorten.
De pioniers waren werkzaam bij de Amerikaanse organisatie Audubon: een non-profit die zich inzet voor natuurbescherming en -behoud. Het ging om Brooke Bateman, Stephanie Beilke, Martha Harbison, Purbita Saha en Joanna Wu. Zij noemden hun initiatief Project Galbatross; een samentrekking van ‘gal’, het Engelstalige woord voor meid, en albatros.
Vorige week zondag hoorde ik in mijn favoriete radioprogramma ‘Vroege Vogels’ voor het eerst over dit project. Een superenthousiaste Nederlandse vrouwelijke wetenschapper sprak over deze interessante pioniers. Dat intrigeerde dus ik zocht verder.
Voor die ‘gals’ was het eerst een uitdaging, daarna werd het een gewoonte en tenslotte een roeping. Ze vroegen zich terecht af wat er gebeurt wanneer generaties wetenschappers vooral zijn geïnteresseerd in mannelijke dieren. Het antwoord is eenvoudig: dan krijg je wetenschap met blinde vlekken.
Het team trok naar afgelegen eilanden en kustlijnen over de hele wereld. Ze onderzochten vrouwtjesvogels die jarenlang waren genegeerd door de wetenschap. En wat bleek? Vrouwelijke vogels zijn allesbehalve saai. Zo ontdekte men bijvoorbeeld dat vrouwtjes bij diverse vogelsoorten strategischer blijken te migreren dan mannetjes. Sommige vrouwtjes kiezen bewust veiligere routes met een betere voedselvoorziening onderweg.
Andere soorten laten zien dat vrouwtjes complexe sociale netwerken onderhouden binnen hun kolonies. Bij bepaalde zangvogels blijken vrouwtjes bovendien uitstekend te kunnen zingen. Onderzoekers hadden daar eeuwenlang nauwelijks aandacht voor omdat zang automatisch als mannelijk gedrag werd beschouwd. Dat is niet alleen een grappige vergissing maar ook een wetenschappelijk probleem. Wanneer onderzoekers vertrekken vanuit stereotypen, zien ze simpelweg minder of trekken onjuiste conclusies.
Een bepaalde meeuwensoort gebruikt verschillende roepjes voor verschillende partners. Iets wat mannelijke wetenschappers jarenlang niet hadden opgemerkt omdat ze ervan uitgingen dat alleen mannetjes ‘complexe communicatie’ kennen.
Bij sommige soorten kiezen vrouwtjes hun partners uiterst selectief op basis van intelligentie, voedselvaardigheid of uithoudingsvermogen. Bij andere soorten hebben vrouwtjes de dominante rol binnen de groep. En soms blijkt een zogenaamd ‘onopvallend’ verenkleed perfect aangepast aan camouflage, bescherming of energiebesparing. Met andere woorden: vrouwelijke vogels zijn niet minder interessant, wel zijn ze minder opzichtig. Dat verschil hebben onderzoekers eeuwenlang verward met onbelangrijkheid.
Tijdens een stormachtig veldonderzoek op een afgelegen eiland observeerde een team vrouwelijke onderzoekers een kolonie albatrossen. Een jonge onderzoekster merkte op dat de vrouwtjes opvallend vaker risico’s nemen om voedsel te zoeken tijdens zwaar weer. Ze stelde zich de vraag waarom dit tot dusver nergens stond beschreven? Het antwoord was omdat niemand er ooit serieus naar had gekeken.De media begonnen in de loop van de tijd belangstelling te tonen voor Project Galbatross. Een journalist vroeg een keer tijdens een interview of dit project niet te activistisch is. Een vrouwelijke wetenschapper stelde hem een tegenvraag: hoe activistisch is het als men 100 jaar lang alleen mannetjes bestudeert? Na enige tijd wilden universiteiten samenwerken en stonden documentairemakers voor de vrouwen in de rij.
Zelfs mensen die nog nooit een vogelgids hadden opengeslagen, discussieerden ineens over seksisme in de biologie. Niet iedereen was even enthousiast. Er was een beroemde ornitholoog op leeftijd (60-plusser) die het project tijdens een televisieprogramma ‘een emotionele overcorrectie’ noemde. “Vogels kennen geen feminisme,” verklaarde hij. Dat klopt weliswaar maar wetenschappers hebben vooroordelen en die moeten worden doorgeprikt.
Project Galbatross kreeg nog een opmerkelijk cultureel effect. Het blijkt niet alleen biologen aan te spreken maar ook kunstenaars, schrijvers en jonge studenten. Vooral meisjes blijken enthousiast over een wetenschappelijke wereld waarin nieuwsgierigheid naar ‘hun soort’ belangrijker is dan de oude hiërarchie. Scholen gebruiken inmiddels lesmateriaal van het project om te laten zien hoe wetenschap voortdurend moet leren kritisch naar zichzelf te kijken.
Nieuwe studies onderzoeken voortaan standaardverschillen én -overeenkomsten tussen mannelijke en vrouwelijke vogels. Studenten leren kritischer kijken naar oude aannames. Zelfs natuurdocumentaires tonen vrouwtjesvogels niet langer alleen als ‘partner van’.
De albatros blijkt een heel passend symbool voor project Galbatross. Deze vogel vliegt immers duizenden kilometers over oceanen, zonder applaus en zonder behoefte aan bewondering. Tijdens één enkele foerageertocht leggen ze soms ruim 15.000km af. Een enkel exemplaar kan tussen 120.000 en 190.000km per jaar vliegen. In hun leven leggen sommige reuzenalbarossen acht miljoen kilometers af. Dat is net zoveel als tien keer heen en weer naar de maan. Tja. Het wordt dan ook de ‘Marathonvogel van het dierenrijk’ genoemd. Sterk en volhardend. Precies zoals veel vrouwelijke vogels altijd al waren.
Ergens op een afgelegen klif op een desolate plek kijken twee vrouwtjes-vogelaars, ook trouwe maatjes en 'Prinsessen van elkaar', naar een zwevende reuzenalbatros boven water. Die vogel is bezig met overleven in een wereld die haar al decennialang onderschat en haar leefgebied al decennia bedreigt. Ze kantelt haar vleugels en verdwijnt op de thermische stroming.
Hierbij nog een bonus voor jou, waarde bloglezer. Uit mijn recentste vogelboek. Vriendin Bernadette maakte mij attent op een zeer lovende boekrecensie in NRC, vriend Piet bracht het mee naar Spanje. Joehoe!
Nest bevat ei,
Ei wordt gekraakt door
snavel,
Snavel brengt zang voort,
Zang klinkt uit veer,
Veer geeft vliegvermogen,
Vliegvermogen maakt trek mogelijk.
Zeven wonderen die
Tezamen het vogelwonder
Tevoorschijn toveren.
Uit: Het vogelboek (2026)
Van: illustratrice Jackie Morris & auteur Robert Macfarlane


Geen opmerkingen:
Een reactie posten