Lente klinkt mij als woord prettig in de oren, het Spaanse woord voor dit seizoen (‘primavera’) klinkt nóg mooier, wat mij betreft. Maar het is nog niet prima, Vera! De lente wil maar niet doorbreken in Spanje. Hiernaast staat een foto die ik maakte na een wandeling rond dezelfde dag vorig jaar. Nu wachten we met smart op de omslag naar stabiel lenteweer, kijken reikhalzend uit naar zomerse drankjes op het strand, met de blote voeten in het zand. Daarvan hadden we er tot nu toe bedroevend weinig. De temperatuur van het Middellandse Zeewater ligt al boven 20 graden Celsius maar zwemmen in zee staat nog niet op mijn programma. Het is nog te wispelturig.
's Ochtends wordt het eerder licht en de dagen lengen zienderogen maar het lentegevoel barst hier nog niet uit zijn voegen. We kregen al best wat zonnige dagen, geschikt voor shorts en teenslippers maar in de loop van de middag wordt die outfit verruild voor lange broek, sokken en een truitje. Kledingstress krijgen we er niet van maar het is wel ongebruikelijk. Wilde bloemen bekleden de velden, bomen lopen uit, insecten zoemen om de bloemen. Ook vogels zijn druk in de weer met het bouwen van een nest. De zwaluwen vliegen heen en weer door de straat. Maar, zoals het gezegde (niet) gaat: één zwaluw maakt nog geen lente.
De essentie van de boodschap zit in het woord ‘stabiel’. Waarom stabiliseert het weer niet? Wat is er aan de hand? Mijn liefje en ik worden er beiden chagrijnig van. Al ben ik bepaald geen Jannie Pelleboer of Gorgina Rey (bekende weermannen in Nederland en Spanje) ik wilde de ‘hoofdschuldige’ vinden. Dus ik dook in de materie en was een tijdje van de straat. Dat kwam goed uit, het weer nodigde toch niet erg uit.
Ik realiseer mij dat de lente vanuit meteorologisch en klimatologisch perspectief één van de meest dynamische en instabiele seizoenen is; zeker op het Iberisch Schiereiland. Wat we nu ervaren is in feite een complex samenspel van atmosferische processen, regionale invloeden en waarschijnlijk ook klimaatverandering.
Spanje
is op zich al meteorologisch complex vanwege de geografie. De invloed van
de Middellandse Zee is cruciaal. In het voorjaar warmt de zee langzamer op dan
het land, wat temperatuurcontrasten versterkt en lokale circulaties, zoals
zeewind, aanjaagt. Daarnaast spelen bergketens als de Sierra Nevada en het
Iberisch Randgebergte een rol. Laatstgenoemde gebergte is een circa 500km lange
keten in het oosten van Spanje die reikt tot aan het zuidwesten van de
Pyreneeën. Net als de Sierra, dwingt deze bergrug lucht op te stijgen, hetgeen
tot neerslag leidt en een weersysteem kan vertragen en zelfs blokkeren.
Als overgang van winter naar zomer heeft de lente te maken met twee contrasterende luchtmassa’s. Enerzijds is er nog invloed van koude, polaire lucht uit het Hoge Noorden. Anderzijds begint warme, subtropische lucht vanaf de evenaar naar Europa op te rukken. Ook deze botsing zorgt voor instabiliteit.
In meteorologische termen betekent het dat de straalstroom (‘jetstream’) momenteel nogal zuidelijk blijft hangen en hapert. Deze straalstroom (niet te verwarren met de golfstroom) is een strook met zeer sterke wind (meer dan 100km per uur) in de hogere atmosfeer. Hierdoor kunnen lagedrukgebieden gemakkelijk richting Spanje trekken terwijl hogedrukgebieden moeite hebben om zich er definitief te vestigen.
Tot eind maart kreeg Spanje dit jaar een recordaantal van 19 stormen over zich heen. Vooral Marta was berucht in februari! Het namenboek dat Spaanse weerdeskundigen jaarlijks opstellen (de collega’s van de KNMI doen hetzelfde), heeft nog slechts twee namen over voor de rest van het jaar. Nu is wind niet hetzelfde als storm maar die wind wakkert doorgaans aan in de middag. Afgelopen week stonden onze haren weer recht overeind tijdens een wandeling langs de kust. En dan te bedenkten dat de lente van 2026 al eindigt op 30 mei aanstaande. (Terwijl dit seizoen nog nauwelijks is begonnen...)
De
stabiele lente waarop we wachten, wordt geassocieerd met een persistent
hogedrukgebied boven het Iberisch Schiereiland. Zo’n systeem onderdrukt
wolkenvorming en zorgt voor zonnig, rustig weer. Dat dit soms laat op gang
komt, heeft ook te maken met de positionering van het ‘Azorenhoog’. Als dit
hogedrukgebied tamelijk westelijk blijft liggen of zwak is (zoals nu), krijgen
lagedruksystemen in de omgeving vrij spel om het weer op het vasteland negatief
te beïnvloeden.
Een ander belangrijk fenomeen dat een rol speelt, is de DANA (‘Depresión Aislada de Niveles Altos’), een geïsoleerde depressie op grote hoogte. Dit systeem ontstaat wanneer een deel van de straalstroom wordt afgekapt en er zich een koude luchtbel vormt op grote hoogte. Deze koude lucht boven een relatief warm zee- of landoppervlak zorgt voor sterke convectie: opstijgende lucht, wolkenvorming en uiteindelijk buien of onweer. Vooral in het voorjaar kunnen deze systemen voor wisselvallig weer zorgen, met plotselinge regen, sterke wind en temperatuurschommelingen. We kregen het tot nu toe allemaal in ruime mate.
Recente
studies suggereren dat klimaatverandering niet alleen leidt tot hogere
gemiddelde temperaturen, maar ook tot grotere variabiliteit. Dit betekent dat
overgangsseizoenen als de lente en de herfst extremer en grilliger kunnen
worden. Een verzwakking of juist te veel gekronkel van de golfstroom (niet te
verwarren met de straalstroom) wordt vaak genoemd als mogelijke oorzaak. Dit
kan leiden tot langduriger extremen (zowel te nat als te droog) en minder
voorspelbare seizoensovergangen.
De lente heeft op zich dus te maken met een complex geheel van invloeden. Een nieuwe lente, geen nieuw geluid. De onstabiele lente van dit jaar is geen anomalie. Wat voelt als ‘lang wachten op de omslag’ is in feite het resultaat van atmosferische processen die nog niet in evenwicht zijn. De langverwachte stabilisatie zal komen wanneer het Azorenhoog aansterkt en zich oostelijker positioneert, de straalstroom noordwaarts schuift en warme, droge luchtmassa’s gaan domineren.
Maar ja, wat schieten we op met al deze wetenschap?!
AEMET, het Spaanse Rijksmeteorologisch Agentschap, hanteert voorlopig ‘een open einde’ aan hun voorspelling voor deze lente. Terwijl de lente van 2025 werd beïnvloed door een zwakke ‘La Niña’, wordt de lente van 2026 gekenmerkt door het einde van dit fenomeen. (Bij een zwakke La Niña zijn de effecten subtieler en vaak verweven met andere atmosferische factoren.)
Volgens NOAA (Amerikaans weerinstituut) en AEMET bevinden we ons momenteel in een neutrale fase van ‘El Niño’ die zich snel zal ontwikkelen. El Niño is een natuurlijke variatie in het klimaat waarbij de zeewatertemperatuur aan het oppervlak van de tropische Stille Oceaan tijdelijk toeneemt en de windcirculatie daarboven verandert. Deze overgang vertaalt zich doorgaans in een grotere atmosferische volatiliteit, hetgeen langetermijnvoorspellingen moeilijk(er) maakt maar de kans op abrupte temperatuurschommelingen vergroot.
De voorspellingen van Jorge Rey (19 jaar), de jongste weerman van Spanje, gaan uit van een nat en stormachtig einde van de lente. Frequente onweersbuien zullen worden afgewisseld met warme dagen. Volgens hem zullen de laatste 30 dagen van de lente niet droog zijn maar juist regenachtig. Daar zitten we dan, met onze sokken aan... Tja.
Voorlopig blijft dit contrastrijke seizoen dus doen wat het ogenschijnlijk goed kan: verrassen, verstoren en... frustreren. Als ultieme daad van optimisme hebben we gisteren de tuinmeubels in de zomerstand gezet. Dat zal die verdraaide (letterlijk) weergoden leren!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten