In Nederland vindt vandaag de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking plaats. Een dag waarop alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. De steun voor 4 en 5 mei onder Nederlanders is groot en stabiel. Ruwweg driekwart van hen vindt het belangrijke dagen. Dat stond te lezen in het Jaarlijkse Vrijheidsonderzoek dat vorige week uitkwam. Dit wordt een longread.
Op 29 maart luisterde ik naar een radioprogramma op NPO1 waarin de muziek van Johnny & Jones uitvoerig werd besproken. Dit zangduo kende ik niet, al herkende ik het genre vooroorlogse muziek. Hierachter bleek een bijzonder verhaal te schuilen. Van het een kwam het ander.
In het vooroorlogse bruisende Amsterdam klonk in de jaren '30 van de vorige eeuw een nieuw geluid: swingende jazz, speels en licht. Midden in die muzikale vernieuwing stond het Nederlandse jonge duo Johnny & Jones, bestaande uit de Joodse Amsterdammers Arnold Meijer Kannewasser (1918) en Salomon (Max) van Wesel (1916).
Ze waren neven, geboren en getogen Mokummers. Johnny was de gitarist. Hij gaf ook gitaarles en adverteerde daarmee in het Joodsch Weekblad. Salomon, ook wel Max genoemd, was de zanger die al wat ervaring en jazz-connecties had als trouwe bezoeker van de Nederlandsche Hot Club in de hoofdstad. Hun muziek was luchtig, vaak met een humoristisch randje, sterk beïnvloed door de Amerikaanse jazz. Met gitaar, meerstemmige zang en opvallende teksten wisten ze een groot publiek te bereiken. Hun eerste single (1938) was getiteld ‘Mijnheer Dinges Weet Niet Wat Swing Is’.
Het duo werd razendpopulair. Ze adverteerden ook samen in het Joodsch Weekblad: ‘onze liedjes zijn zonnestralen die U uit Uw zorgen halen’. Ze traden op in theaters (onder andere Theater Carré) en op de radio. Hun liedjes, vaak vertaald of bewerkt uit het Engels, brachten internationale flair naar de polder.
Terwijl hun ster steeds meer ging stralen, werd het boven Europa steeds donkerder. Met de bezetting van Nederland veranderde het leven van Joodse Nederlanders drastisch. Als Joodse artiesten werden Johnny en Jones langzaam maar zeker uitgesloten van het openbare leven. Hun optredens werden verboden, hun bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt.
Bij de allerlaatste razzia in Amsterdam op 29 september 1943 (de stad werd na 4 oktober ‘Judenrein’ verklaard) werden de beide mannen met hun echtgenotes opgepakt.
![]() |
Nol en Max in de vliegtuigsloperij - illustratie Leo Kok |
Ik geef er de voorkeur aan Westerbork ‘het Nederlandse concentratiekamp op de desolate Drentse hei’ te noemen. Dat zegt preciezer waarom het gaat... Dit kamp was een bizarre plek: enerzijds een voorportaal van de dood, anderzijds een plaats waar een zekere schijn van normaliteit werd opgehouden. Dat werd met name uitgedragen door de Duitse kampcommandant Albert Konrad Gemmeker die met harde hand regeerde maar zichzelf liever zag als ‘Man van Cultuur’.
In Westerbork werden theatervoorstellingen, cabaretavonden en muziekoptredens georganiseerd; deels bedoeld om gevangenen rustig te houden en staf af te leiden. Johnny & Jones maakten deel uit van deze culturele activiteiten. Ze traden enkele keren op, zongen doorgaans in het Duits omdat liedjes in de Engelse en Nederlandse taal niet in de smaak vielen bij de kampleiding. Het podium voor de cabaretvoorstellingen was gemaakt van hout dat afkomstig was uit een plaatselijke synagoge. Gemmekers zitplaats in de grote barak was een pluche stoel in het midden van de eerste rij. Doorgaans werden de avonden op dinsdag georganiseerd, de dag waarop de afgeladen trein naar het Oosten reed. Als hij de ruimte betrad, moest iedereen opstaan. Hij was een ijdele man.
De optredens van Johnny en Jones en hun collega’s waren voor medegevangenen een moment van verlichting, een herinnering aan het vrije leven aan de andere kant van het prikkeldraad. Maar vanwege die plek kreeg hun muziek ook een wrangere lading. Het bekendste voorbeeld daarvan is hun lied ‘de Westerbork-serenade’. Op het eerste gehoor klinkt het opgewekt, met een melodie die doet denken aan eerder werk. Met een vleugje humor en ironie bezongen ze het leven in het kamp: de onzekerheid, de transporten, de constante angst. Deze twee stijlfiguren functioneerden als schild tegen de barre werkelijkheid.
♫ Langs het
spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide
Ze zongen over de dinsdag, de vaste dag waarop de treinen naar Oost-Europa vertrokken en over het wachten, het tergend lange wachten. De combinatie van luchtigheid en zwaarte maakt dit lied extra aangrijpend, vind ik. Het was geen openlijk protest. In een omgeving waar directe kritiek levensgevaarlijk was, gebruikten Johnny & Jones hun talent om zich, tussen de regels door, over hun lot en dat van hun lotgenoten uit te spreken.
Nol en Max waren twee van de bijna 107.000 Nederlandse Joden -met Sinti, Roma en tientallen verzetstrijders- die vanuit kamp Westerbork naar concentratie- en vernietigingskampen in Oost-Europa werden getransporteerd tussen midden 1942 en september 1944. Gemmeker kondigde op 2 september 1944 het einde aan van het cabaretgezelschap. Op 4 september 1944, een van de laatste transporten (een dag later dan de deportatietrein van Anne Frank en haar familie), werd bijna het gehele cabaretgezelschap gedeporteerd naar Theresienstadt, een kamp in Tsjechoslowakije. Daarna kwamen ze terecht in Auschwitz, Sachsenhausen en Buchenwald. Uiteindelijk belandden ze na een tiendaagse treinreis in kamp Bergen-Belsen, waar ze kort voor het eind van de oorlog door uitputting overleden. (De vrouw van Max overleefde de oorlog wel. Zij emigreerde naar de VS.)
Gemmeker werd na de oorlog (1948) in Nederland tot slechts tien jaar gevangenschap veroordeeld voor de deportatie van 80.000 Joodse Nederlanders naar vernietigingskampen. Hij was bij alle transporten aanwezig, tekende elke transportlijst. Op het perron wenkte hij dan nonchalant met zijn hand ten teken dat de trein -soms met vuile veewagons- kon vertrekken.
Hij heeft altijd gezegd niets te hebben geweten van het lot dat Joodse gedeporteerden in de vernietigingskampen in Oost-Europa wachtte. De openbare aanklager van Assen slaagde er niet in het tegendeel te bewijzen tijdens de procesgang van 1948. Zijn baas Zöpf erkende later tegenover de Duitse justitie wèl schuld. Maar ook de Duitse rechter lukte het meermalen niet de ware schuld van Gemmeker te bewijzen.
Journalist en auteur Ad van Liempt ontmaskerde Gemmeker echter wel. Dat deed hij in zijn uitstekende biografie (2019) getiteld ‘Gemmeker. Commandant van kamp Westerbork’. Hem omschreef hij als ‘fanatiek, bezeten van orde en tucht’ en als ‘kille moordenaar’. Hij was ‘een ijskoude antisemiet, hard als cement’.
Van Liempt gebruikte voor zijn onderzoek ook de dagboekaantekeningen van schrijfster Etty Hillesum (daarover morgen meer) en het dagboek van een andere Joodse geïnterneerde, journalist Philip Mechanicus. Mechanicus wordt door Van Liempt de chroniqueur van kamp Westerbork genoemd. Zó omschreef hij Gemmeker (let op de ironie). ‘Men is geneigd de commandant voor niet recht snik te verklaren. Maar dat is verboden. Maar iets is er toch mis met hem.’ De journalist noemde de culturele optredens ‘operettemuziek bij een geopend graf’. Hillesum beschreef de commandant als ‘heer en meester over leven en dood van Hollandse en Duitse Joden [..].
Ik las het boek recent en zat mij vaak te verbijten. Wat een leugenaar was die Gemmeker! En wat een lafaard – zich eindeloos verschuilend achter zijn meerdere in Den Haag (Willi Zöpf, plaatsvervanger van Eichmann in Nederland). De haren rezen mij soms te berge.
Van Liempt toonde in zijn boek (tevens proefschrift) onder andere overtuigend aan dat Gemmeker in november 1943 aanwezig was geweest bij een bijeenkomst in Duitsland, waarbij ook Adolf Eichmann, de organisator van de ‘Endlösung der Judenfrage’ (vernietiging van het Joodse ras in Europa), present was. Hij moet dus hebben geweten van de systematische genocide van de nazi’s. Gemmeker ontkende zijn toenmalige aanwezigheid. Een grove leugen.
De auteur sprak ook met Gemmekers kinderen. Toen diens jongste dochter Erika haar pasgeboren baby aan hem kwam tonen, was hij geschokt en wilde hij niet meer met haar praten omdat het meisje Ruth heette, een Joodse naam.
De veroordeelde kwam in 1951 vervroegd vrij. Eenmaal terug in Duitsland lukte het de Duitse Justitie evenmin om hem voor zijn betrokkenheid bij de Holocaust zwaarder te veroordelen. Het is vreemd dat de Duitse onderzoeksrechter hem niet met al zijn leugens heeft geconfronteerd. Tja. Gemmeker leefde nog ruim 30 jaar in vrijheid. Dat is niet te verkroppen...
De Westerbork-serenade is meer dan een lied. Het is een nummer met historische lading en betekenis, een zeldzaam inkijkje in het dagelijks leven in het kamp. Johnny & Jones, of beter gezegd Nol en Max, bewezen dat kunst een functie heeft, zelfs onder de wreedste omstandigheden. Hun stemmen verstomden maar hun namen en liederen klinken voort. In 1970/1971 werd in Amsterdam een brug naar het duo vernoemd, gelegen in het Beatrixpark (foto header). Op 8 juni 2001 ging de opera Johnny & Jones in première in de Amsterdamse Stadsschouwburg.
De Holocaust begon niet met de bouw van Auschwitz, het begon met het bordje ‘Verboden voor Joden’. Al ben ik van een naoorlogse generatie, dit verschrikkelijke verhaal, deze inktzwarte bladzijde van de Vaderlandse geschiedenis, emotioneert mij nog steeds. Niet alleen op een dag als vandaag.
Westerbork-serenade
Ik
geloof, ik ben niet helemaal in orde
Ik ben met mijn gedachten er niet bij
Opeens ben ik een ander mens geworden
Mijn hart klopt als de vliegtuigsloperij
Ik
zing mijn Westerbork-serenade
Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje
Op de heide
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Mit einer schönen Dame, wandelend tezamen - zij aan zijde
En
mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo had ik het nooit te pakken bij mijn moeder thuis
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Diese Westerbork Liebelei
Daarna
ging ik naar de sanitäter
Die vent zei d'r is heus niets aan te doen
Maar je voelt je heel wat stukken beter
Na 't geven van de allereerste zoen (en dat moet je niet doen)
Ik
zing mijn Westerbork-serenade
Langs het spoorwegbaantje schijnt het zilveren maantje op de heide
Ik
zing mijn Westerbork-serenade
Mit einer schönen Dame
Wandelend tezamen zij aan zijde
En mijn hart brandt als de ketel in het ketelhuis
Zo had ik het nooit te pakken bij mijn mammie thuis
Ik zing mijn Westerbork-serenade
Tussen de barakken kreeg ik het te pakken op de hei
Diese Westerbork Liebelei
In de twee minuten stilte die vanavond op de Dam en elders in het (buiten)land wordt aangehouden, kan eenieder zelf bepalen naar wie of wat de gedachten uitgaan. Het belangrijkst is dat we herdenken, opdat we niet vergeten. Dat is de vrijheid die wij hebben. Een groot goed dat we met elkaar moeten beschermen.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten