Translate

Posts tonen met het label boek 'Mijn leven als hond' - Martin Bril. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek 'Mijn leven als hond' - Martin Bril. Alle posts tonen

dinsdag 9 juni 2009

Haar leven als hond

Toetsie, de hond van wijlen Martin Bril, schreef het voorwoord in Brils jongste boek. Haar bijdrage is voor de eeuwigheid bewaard met de titel ‘Mijn leven als hond’. Niet elke viervoeter is tot iets dergelijks in staat. Van Toetsie verbaasde het mij echter niets. Zij was immers huisdier van een groot schrijver en columnist! Wellicht dat een sprankje talent van het baasje in de loop van de jaren op de hond was overgesprongen. Net als met vlooien. Toetsie beschreef op heel eigen wijze de veranderingen die zich in de afgelopen maanden in haar leven hadden voorgedaan doordat het baasje ernstig ziek was geworden. Ook haar leven als hond was daarmee veranderd in een hondenleven.

Van snolliebollie (SB voor intimi) mag ik deze weken geen literaire bijdrage aan mijn blog verwachten maar ze is wel een inspiratiebron. Zoals ze ’s ochtends, onder aan de trap, op mij wacht met haar leukste speeltje in haar bek. Zoals ze enthousiast huppelt en blaft als we op het punt staan om uit te gaan. Zoals ze voldaan in haar mand ligt na een partijtje ballen. Ik vind haar een grote lieverd. Haar leven als hond lijkt zo eenvoudig: ‘als jij mij tijdig voedt en uitlaat, dan geef ik jou mijn eeuwige vriendschap’. Dat is afhankelijkheid in pure vorm, ik weet het. Dierenrechtenactivisten zullen mij erom verfoeien. Die zijn namelijk van mening dat, als een dier vrij zou om zelf voedsel te vinden, vrijwel geen enkel dier spontaan zou overgaan tot het tonen van genegenheid aan de mens. Maar ik dwing haar genegenheid niet af. Ik ben gewoon lief voor haar. In die zin lijkt ook een mensenleven eenvoudig: ‘wie goed doet, goed ontmoet.’ Een levensles die mij al jaren motiveert tot beter gedrag.

Maar de boog kan niet altijd gespannen zijn.
Zo leuk en ontzettend lief als snolliebollie is, ze heeft een minpuntje: zij eet namelijk hondedrollen. Zij is zeker niet de enige labrador die dat doet; het is een veelvoorkomend verschijnsel bij dit type rashond. Maar zij lijkt tamelijk kieskeurig: niet elke vorm, kleur of stadium kan haar bekoren. Ik heb nog niet ontdekt welke het lekkerst zijn maar we werken nog maar kort samen. Eten wij, tweevoeters, bij voorkeur altijd vers bij deze viervoeter lijkt dat niet het belangrijkste principe… (Detailinfo kan worden aangevraagd, indien gewenst.)
Het commando ‘los’ werkt goed als ik zie dat ze iets in haar bek dreigt te steken. Dat commando werkt ook als ze al iets heeft opgepakt: ze laat het bruine hapje direct vallen. Maar soms ben ik eenvoudigweg te laat. Dat weet ik omdat ze haar kop dan schuin houdt en ik een bepaalde blik in haar ogen meen te zien: ik denk dat het schuldgevoel is maar ja, ik heb het boek van Max Pam over projectie van menselijke gevoelens op dieren nog niet gelezen. (Het is in bestelling en komt deze week bij de boekhandel binnen.) Sommigen menen dat het dier drollen eet omdat het mineralen en vitamines tekortkomt. De drol als voedingssupplement, zal ik maar zeggen. Eigenaren willen dit eetgedrag van hun labrador graag bestrijden want het kan schadelijk zijn voor de hond. Op een 'Labrador-forum' (!) op het web las ik dat men ‘goede resultaten boekt met het geven van eierkoeken. Weer anderen zweren bij het geven van ananas.’ Hierop kan ik maar twee dingen zeggen: (1) die eet ik liever zelf, (2) ze vindt poep gewoon lekker.
Ook het commando ‘fiets’ is effectief: ze blijft dan stokstijf stilstaan zodat hond en fietser elkaar zonder problemen kunnen passeren. En het commando ‘PePe’ (mag Spaans worden uitgesproken) maakt dat zij als de wiedeweerga op haar ‘Private Parts’, haar edele delen, gaat zitten zodat er geen ongewenste intimiteiten kunnen plaatsvinden. Want snolliebollie doet het wel met iedereen maar toch ook weer niet met íedereen… Een hond met principes, een hond naar mijn hart!

donderdag 26 maart 2009

Subtropisch vogelen

Er is een nieuwe vogelgids uit in Nederland, geschreven door Kester Freriks, columnist van NRC Handelsblad. Deze rijk geïllustreerde gids is getiteld ‘Vogels kijken - Alle driehonderd Nederlandse vogelsoorten’. Freriks is een toegewijd vogelaar: slechts twee van de 300 voorkomende vogels uit de gids heeft hij niet met eigen ogen aanschouwd. Op de vraag waar zijn eerstvolgende vakantie naartoe zal gaan, antwoordde hij: “naar Zuid-Frankrijk want daar komt de azuurmees voor”. Dat is namelijk één van de twee ontbrekende vogels in zijn afvinklijstje. Dat typeert de ware liefhebber voor wie alles in het teken staat van vogels. Op de kleurrijke omslag van het boek staat een hop afgebeeld. Daarover zei de vogelkenner dat hij zeldzaam is in Nederland. Die punkertjes zien we constant in onze eigen biotoop rondfladderen. Wij leven dan ook in de subtropen. Op het nieuws werd onlangs gemeld dat ijsvogels in Nederland deze winter niet goed zijn doorgekomen: slechts 800 (de helft) van deze kleurrijke gevederde vriendjes hebben het barre weer overleefd.

Van een vriendin kreeg ik een vroeg verjaardagskado toegestuurd: de verhalenbundel 'Mijn leven als hond' van Martin Bril. Dat waren twee vliegen in een klap (al is dat niet bepaald diervriendelijk uitgedrukt): verrassende dierenverhalen van mijn favoriete Nederlandse columnist. Vogels zijn een belangrijk thema bij Bril, alhoewel hij zelf zegt dat hij niet veel opheeft met deze dieren. Na lezing van zijn boek deed ik zijn uitspraak af als ironie want in bijna 75% van zijn verhalen figureert wel een vogel! De mus, de merel en de vink zijn bij hem favoriet.
Hij verklaart in een van zijn verhalen hoe het komt dat er in de Nederlandse tuinen niet meer zoveel vogels zijn te bewonderen: we kloppen de tafelkleden niet meer uit waardoor vogels geen kruimels meer kunnen vinden en er dus letterlijk niets meer te zoeken hebben. Het was een simpele verklaring die desalniettemin een 'Aha-ervaring' voor mij was.
In onze Spaanse woongemeenschap is het tegenovergestelde aan de orde: sommige vogels komen in dermate groten getale voor dat jaarlijks gebruik wordt gemaakt van de diensten van een valkenier. Dit wordt onder andere gedaan om het aantal rondvliegende en nestelende duiven te beheersen. Er wordt daarbij een pelgrimsvalk ingezet om de andere vogels te verdrijven. Die methode blijkt vooralsnog effectief te zijn, mits regelmatig herhaald.

Vorige maand schreef ik dat mijn liefje hier in mijn afwezigheid een 'heel grote vogel' had gespot boven ons huis. Na enig speurwerk blijkt dat een buizerd te zijn. Eerder zag ik grote roofvogels in de verte, hoog in de lucht cirkelend, maar ze waren te ver weg om te herkennen. Inmiddels heb ik de vogel ook zelf van heel dichtbij gezien. Het waren er overigens twee: de ene (naar nu blijkt: het vrouwtje) is groter dan de andere. Na zoeken in de 'Internet Bird Collection' en onderzoek op de site van 'Bird Link to Spain' weet ik het zeker: het is de Buteo buteo, de gewone buizerd. Ik vind 'm echter niet zo gewoon!

Kenmerkend voor het vlieggedrag van deze imposante roofvogel zijn de korte slagen achter elkaar waarna de vogel verder zweeft op de luchtlagen. Buizerds zijn sterk genoeg om een konijn of eekhoorn 'te slaan', zoals dat heet in vogelaarkringen. Ik heb een fragment toegevoegd waarop het geluid van een buizerd is te horen. Samen vogelen is nóg leuker dus klik op de knop (met de pijl).


Op zondagmorgen luister ik vaak naar het Nederlandse radioprogramma 'De Sandwich' van Jacques Klöters, op Radio 2. Ik vind het niet alleen een interessant programma vanwege de gevarieerde muziek uit alle werelddelen maar er worden wekelijks ook gedichten voorgedragen. Tijdens een recente uitzending hoorde ik het onderstaande gedicht van Patty Scholten die zichzelf dierendichteres noemt:

De Buizerd

De vrome vogel bidt voor ieder maal.
Hoog in het blauw laat hij zijn vlerken trillen.
Hij ziet de muizen, die van angst al rillen
voor gratis vliegles, kort en terminaal.

Hij kraakt hun kopje als een eierschaal
en voelt het zachte bontlijfje verkillen.
Nog even ’t diertje op een oor na villen
en toetasten voor een klein bacchanaal.

De buizerd is een rover die frequent
zijn klauwen boort in fietsers, trimmers,
zelfs in een motorrijdende agent.

“Pas op voor buizerds!” maant Staatsbosbeheer.
Men wist het niet, hij was in Holland immers
bijna verdwenen. Maar hij is er weer.

Uit: 'De tweede ronde'

Inmiddels is hier alweer een nieuw vogelavontuur aan het ontstaan: we menen namelijk een arend te hebben gezien! Het zou zelfs een zeearend kunnen zijn... Het zal toch niet gekker worden?! Wordt vervolgd.