Translate

Posts tonen met het label boek 'Reuchlins reis' . Cathalijne Boland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek 'Reuchlins reis' . Cathalijne Boland. Alle posts tonen

zaterdag 22 juli 2023

Op Vaderlandse bodem

We waren onlangs een week in Nederland maar inmiddels zijn we terug op het bloedhete Spaanse honk. We zullen hoogstwaarschijnlijk een aantal mensen teleurstellen dat we dit niet deelden en dat we niet langskwamen maar dat is onze keuze. Vaak word je geleefd als men weet van je bezoek. Die en die en ook die ander wil dat je langskomt. Wij zijn niet de enige ex-pats die dit overkomt. Deze keer wilden we dat anders doen, het was immers maar zo kort. 

De directe aanleiding voor dat bezoek was de uitnodiging van een dierbare vriend die zijn 90ste verjaardag hoopte te vieren. Ik leerde Guus kennen kort nadat ik mijn liefje ontmoette. Zijn liefje Dini was een studiemaatje van mijn liefje. In het verleden logeerden we regelmatig bij hen in Zeeland. Daar leerden we hun kinderen en kleinkinderen kennen. Ze waren allemaal aanwezig op het aangeklede verjaardagsfeest in de tuin. Er liepen daar bij nader inzien niet drie maar vier generaties rond. Er was een band die Caribische muziek speelde, er was catering, de wijn en bubbels vloeiden rijkelijk.

Guus vertelde dat zijn feest te danken was aan ons. Tijdens een videocall in coronatijd schijnt mijn liefje te hebben opgemerkt dat we naar zijn feestje zouden komen als hij 90 werd. (Dat waren we vergeten.) Achteraf was ik dan ook extra blij dat we zijn uitnodiging aannamen. De jarige zag er patent uit in zijn strakke pak en met zijn kekke bril. Dini, zijn tweede partner in het leven, is zijn grote liefde. De vrouw die twee families liefdevol samenbracht. Hij bedankt haar voor die rol. 

Er waren meer ontroerende speeches, er was een quiz met petje-op-petje-af over de hoogtepunten in het lange leven van Guus, de volwassen kleinkinderen deden een kinderfoto over met de inmiddels ingezakte boomhut in de tuin. De jarige had voor ons een hotelkamer geboekt op loopafstand van hun huis in Burgh-Haamstede. We wandelden na het feest op ons gemak terug naar het hotel. De volgende morgen dronken we nog een kopje koffie met de familie (een aantal jonkies kroop net hun tent uit in pyjama) voordat we terugreden naar Den Haag. Wij leenden de auto van vriendin Bernadette. 

Eerder, na aankomst op Rotterdam Airport, waren we opgehaald door vriend Ger. In een ver verleden waren we buren in Kijkduin. Ondanks onze omzwervingen in de wijde wereld bleef de vriendschap bestaan. Ger kreeg recent te maken met serieuze gezondheidsproblemen. Hij stond er echter op dat hij ons ophaalde van het vliegveld. We brachten enkele gezellige uren door in zijn tuin. Hij, autogek, toonde ons zijn nieuwe bolide (hetzelfde merk en model als van Bernadette). Aanvankelijk zouden we die avond met hem gaan dineren bij ons favoriete Chinese specialiteitenrestaurant Mandarin Palace. Eigenaren Jason Yip & Mai Lye Chen kennen we al 25 jaar. 

Kijkduin is niet meer de bescheiden familiebadplaats die we bijna 25 jaar geleden achterlieten. Het is daar nu groot-groter-grootst langs de voormalige wandelboulevard, met beton dat ver boven het duingebied uittorent. Ik vind het jammer maar dit soort verandering is niet tegen te houden. Ger zette ons later die dag af op de stoep van vriendin Bernadette in Den Haag. Haar ontmoetten we in 2006 tijdens een rondreis door Australië. Ook die vriendschap werd hecht, met haar reisden we daarna enkele malen naar verre oorden. Ger zag af van het eetplan, wij drieën dineerden wel bij Jason. Hij kwam ons hartelijk welkom heten aan tafel.

Tijdens haar thuiswerkochtend liepen mijn liefje en ik over de Frederik Hendriklaan. Daar liggen veel van onze voetstappen. Een bezoek aan Haagse traiteur Simon de Vogel (geheel verbouwd) en in de rij staan voor een vers gefileerde Hollandse Nieuwe bij de haringkraam van Haagse Robbie -de beste haring achter de duinen- stonden op het programma. Bernadette nam ons die middag mee op een verrassingstocht naar Lisse. Daar staat LAM, het Lisse Art Museum. Daar had ik nog nooit van gehoord of over gelezen. 

Dit museum wordt gesponsord door een nazaat van oprichter Dirk van de Broek, eigenaar van de landelijke supermarktketen met dezelfde naam. De rode draad door de tentoongestelde kunst is voedsel in al zijn verschijningsvormen. In olieverf, als sculpturen (groot en piepklein), in getekende vorm en als foto. Daarom noemen ze zich het enige food art museum van Nederland. Je vindt er een alternatieve versie van de Nachtwacht en van het Laatste Avondmaal. Het werk van een groep internationale kunstenaars (ook Aziatische) vond hier onderdak. 

Het kleine museum in een ruim en licht pand heeft geen suppoosten maar coaches. Zij vervullen een  andere rol ten opzichte van het publiek. Ze nodigen je uit om over een werk na te denken, te praten en vragen te stellen en ze geven (on)gevraagd achtergrondinfo. Erg leuk, voor jong en oud. We bevalen een bezoek warm aan onze andere vrienden aan. Het ligt in een fraai park waarin zich ook Kasteel Keukenhof bevindt. 

Bernadette sloeg prachtige rosé voor ons in, MIP uit de Provence. Diezelfde wijn stuurt Ger ons regelmatig toe in Spanje. Samen aten we lekkere tapas van de Fred. De volgende dag was het tijd om met de trein naar onze vrienden Rolando & Paco door te reizen. We leerden deze mannen kennen in onze vorige woonplaats in Spanje. Die ontmoeting groeide eveneens uit tot een hechte en fijne vriendschap. 

We voelden ons op het station van Den Haag wel een beetje toeristen in eigen land. De laatste ontwikkelingen in reizen met openbaar vervoer bereikten ons niet. Dat je tegenwoordig met je creditcard kunt inchecken en meer goed nieuws. Toen ik mijn treinkaartje in een toegangspoort tot het perron wilde activeren, sprak iemand mij aan. De poort bleek niet operationeel dus wat deed ik daar? Knullig maar waar. Mijn liefje liep op enig moment naar een treinmachinist om iets te vragen. Toen ze zich verontschuldigde als buitenlandse Nederlander, meldde hij dat hij op korte termijn naar de Verenigde Staten zou emigreren. Het land raakte overvol, wat hem betreft. De treinreis verliep overigens uitstekend, met minimale wachttijden. Inderdaad wel veel mensen op de been... Ook wij zijn deze drukte niet meer gewend. 

De jongens verhuisden enkele jaren geleden van Laren naar Hilversum. Hun mooie en ruime appartement ligt in een bomenrijke buurt. Na een uitgebreide rondleiding binnen, was het tijd voor een uitgebreid ommetje buiten. Aan de ene kant van hun penthouse kijken ze op de Costerus-binnentuin, aan de andere kant hebben ze zicht op Pinetum Blijdenstein. Benjamin Blijdenstein, geboren in 1839, is de oprichter. (Zijn vader zette de Twentse bank in Amsterdam op.) Deze rijke verzamelaar was een ziener. Dit park uit 1909 is namelijk een van de bijzonderste arboreta van Europa. A hidden gem. We ontmoetten er de wetenschappelijk medewerker en huisfotograaf en die deelde interessante nieuwsfeiten met ons. Onder andere over een zeldzame boom uit Antarctica met bijzondere groeikenmerken. Er staan daar ook reuzenlevensbomen, mammoetbomen en heel veel meer. Zeker een bezoek waard! Geïnteresseerde bezoekers komen uit de hele wereld om de bomen in dit park met eigen ogen te aanschouwen. We dineerden een avond in restaurant Kompas in Loosdrecht -waar onze zeilboot ooit lag- en gingen naar Indonesische toko JaDi (niet van Jan & Dini) voor een smakelijke afhaalmaaltijd. 

We bezochten het Van Gogh Museum dat dit jaar het 50-jarig bestaan viert met een expositie over de laatste maanden in het leven van Vincent, in Auvers. Daarover las ik eerder een interessant artikel. In 1890 pleegde hij zelfmoord (schot in de borst). Deze expositie wil aantonen dat zijn laatste schilderijen helemaal geen signaal afgaven van zijn naderende dood. Van Gogh had wel degelijk psychische problemen maar er was nauwelijks donkerte in zijn laatste werken. Wel heel veel groentinten. De schilderijen voor deze tentoonstelling komen uit de hele wereld, uit onbekende musea en uit privécollecties; vaak niet eerder vertoond in Europa of Nederland. Heel boeiend, een absolute aanrader. 

We lunchten bij Brasserie Keyzer, in het hart van Amsterdam. Een dag later bezochten we het Singer Museum in Laren, met een nieuwe expo (‘Liefde voor kleur’) en een nieuwe vleugel aan het gebouw. Eveneens een aanrader. De museumtuin is ook een bezoek waard. 

Roland haalde Hollandse garnalen voor mij in huis, van die kleine grijze die niet zijn te versmaden. Die stopte hij in een lekkere cocktail. Mijn liefje kan ze niet eten vanwege een sterke voedselallergie. De jongens leerden ons bovendien tokken. Dat is ganzenbord 2.0., met heel veel meer uitdagingen. Paco en ik speelden tegen Rolando en mijn liefje. Eindstand: 2-1. Zwaar bevochten. We namen het spel mee naar Spanje. De houten uitvoering was dermate zwaar dat we van Transavia moesten bijbetalen voor het gewicht van de reistas. Tja. 

Op de een na laatste dag van ons verblijf gingen we met ons vieren op bezoek bij onze Rotterdamse vrienden Piet & Agnes. Ook hen leerden we in onze vorige woonplaats Campoamor kennen. Weken geleden leende ik een boeiend boek aan hen uit (‘Reuchlins reis’ van Cathalijne Boland). Het gaat over een Rotterdamse ondernemer die eigenaar wordt van de Holland Amerika Lijn. Het boek maakte indruk op mij en op hen. Het verhaal speelt zich op veel plekken in Rotjeknor af en zij organiseerden een excursie door de stad. Zij wonen er al meer dan 50 jaar en konden nog veel meer vertellen dan de schrijfster van het boek. Hoe leuk is dat?!  

We begonnen in hun appartement met prachtig zicht op de binnenhaven van het Boerengat en de bruggen over de nieuwe Maas. Met koffie en appeltaart van Dudok (en een dot slagroom). We namen de watertaxi naar hotel New York van waaruit drie miljoen landverhuizers Europa verruilden voor Amerika. Ze loodsten ons langs alle andere memorabele plekken van het boek, met een tussenstop in de Ballentent; een Rotterdamse klassieker waar een bal gehakt met geschiedenis wordt geserveerd. ´s Avonds dineerden we bij multiculti-restaurant Bazar in het centrum (Witte de Withstraat), eveneens een klassieker.

We liepen die dag ruim 12km door de stad. Rotterdam is een plek naar mijn hart. Al ben ik zelf niet van 010 (mijn liefje wel) of omstreken, dit vind ik een geweldige stad. De bruggen, het Depot van museum Boymans, de Markthal, de zwarte vrouw op sneakers bij het Centraal Station, kabouter Butplug en alle andere namen die inwoners hun opmerkelijke monumenten geven. De architectuur van de skyline, de vele nieuwe bouwprojecten (onder andere het aanstaande landverhuizersmuseum), de schepen op het water, de no-nonsense van de mensen, het is allemaal even interessant. Piet & Agnes zijn de beste gidsen die een bezoeker zich kan wensen. En de aardigste!

Deze onderhoudende vrienden, ieder van hen, sluiten we in onze harten. Door hen werd dit een onvergetelijk rondje Nederland. ¡Muchas gracias à todos! Voor degenen die deze keer werden overgeslagen: er komt weer een nieuwe gelegenheid. No pasa nada. De fotoreportage van dit uitje vind je via deze link

Op dat weekje terugkijkend, kan ik niet anders constateren dan dat het heel vol en druk was. We hadden echter mazzel met het weer. Dit bezoekersschema was nu niet mogelijk geweest in Spanje. De nacht na terugkeer sliepen we als baby´s. Wel met de airco op de hoogste stand. Het huis warmde op in onze afwezigheid. Inmiddels hebben we weer in de Middellandse Zee gedobberd en dat was heerlijk. De landtemperatuur is nog steeds erg hoog (net als de luchtvochtigheid). Die loopt morgen verder op omdat hier nationale verkiezingen worden gehouden. Het wordt een verbeten strijd tussen links (de zittende regering) en (extreem)rechts. Spannend. Ik hoop dat Spanjaarden hun harten laten spreken.


zaterdag 24 juni 2023

Diepgezonken

Afgelopen maandag las ik een column in de Volkskrant waarin Peter de Waard zich afvroeg of ruimte- en diepzeetoerisme niet zou moeten worden afgeschaft. De rijken der aarde kopen een ticket van 400.000 om een paar minuten buiten de dampkring te vertoeven, ze betalen 250.000 om naar een stuk oud roest op de bodem van de oceaan te kijken. Hij vindt het grote onzin want daarmee wordt geen enkel maatschappelijk belang gediend. Bovendien ziet hij een paradox: enerzijds legt de maatschappij aan burgers steeds meer regels op om zichzelf in bescherming te nemen (denk aan veiligheidsgordels, helmen, een alcoholban, etc.), anderzijds nemen mensen zelf steeds meer risico’s om de held uit te hangen. Iedere lezer weet waarom hij zich dat afvroeg. Er was immers sinds een dag een Amerikaanse toeristische onderzeeër zoek in de noord-Atlantische oceaan. Zoveel aandacht krijgen de sneue boten met Afrikaanse migranten op de Middelandse Zee niet! 

De kleine duikboot (ruim zes meter lang) met vijf passagiers aan boord was met de Canadese lanceerboot Polar Prince vanuit Newfoundland gaan varen, op weg naar het gezonken cruiseschip Titanic dat 650km uit de kust ligt. Het onderwatervoertuig van OceanGate werd boven de rustplaats van de Titanic te water gelaten. Nog geen twee uur na de afdaling naar grote diepte (3.8km) maakte de Titan geen contact meer met de boot. Men wist niet waar het was (op de oceaanbodem of drijvend aan het oppervlak?), wist niet wat het eventuele euvel was (verstrikt geraakt in de rommel rondom de Titanic, uitval van het systeem of van de communicatiemiddelen?).  

Aan boord van dit niet-gecertificeerde titanium speeltje, dat werd aangestuurd met een Logitech game controller, zat inderdaad een aantal steenrijke wereldburgers: de oprichter van het bedrijf dat deze onderwaterexpedities ontwikkelde en uitvoert (OceanGate) en de man die als bestuurder functioneert, een van de rijkste mannen van Pakistan met zijn 19-jarige zoon, een Britse vliegenier en avonturier die drie Guinness Book-wereldrecords op zijn naam heeft  staan, een Franse mariene expert die tevens eigenaar is van het bedrijf RMS Titanic Inc. dat de exploratierechten van de gezonken boot beheert. 

De onderzeeër had voor 96 uur zuurstof aan boord, voor vijf personen. Die hoeveelheid zou afgelopen donderdagochtend zijn opgebruikt. 

Zo ver kwam het echter niet. De verdwijning van het vaartuig hield mij alle dagen van deze week bezig. Zelf zou ik never-nooit in zo’n ding plaatsnemen maar fascineren doen de diepzee, het rijke dierenleven en de historische wrakken die zich daar bevinden, wel. 

Donderdagavond meldde de Amerikaanse kustwacht tijdens een officiële persconferentie dat de sub al op zondag was geïmplodeerd. Ik keek live naar die uitzending. Ze dachten acoutisch bewijs te hebben gehoord en gingen zoeken op die vermeende plek. Een op afstand bestuurbaar vaartuig (Remotely Operated Vehicle) vond brokstukken op 200m van de boeg van de Titanic die herleidbaar waren naar de Titan. Geen passagier overleefde die implosie. Dat kan ook niet. Op deze diepte komt er een druk van circa 400 bar op een mensenlichaam vrij, omgerekend is dat ongeveer 400kg gewicht per vierkante centimeter. Doodgedrukt, iedereen was op slag dood. En dan hoor je een Amerikaanse journalist vragen wat de instanties gaan doen met de stoffelijke resten van de passagiers... (Die werden wel aangetroffen, naar verluidt.) De vraag of zij aan boord van Titan nog een blik op hun reisdoel konden werpen voor het noodlottige incident, had ik interessanter gevonden. Die zal echter nooit worden beantwoord. Die ironie ontging mij evenmin. Tja. 

Onlangs las ik een heel boeiend boek, getiteld ‘Reuchlins reis. De Holland-Amerika Lijn en de landverhuizers’, van Cathalijne Boland. Ik had het sneller uit dan de mini-onderzeeër werd gevonden! Het verhaal is gelieerd aan de Titanic en heeft bovendien een Nederlands randje. 

Het is namelijk het levensverhaal van Johan George Reuchlin, zoon van jonkheer Otto (Duitse adel), mede-oprichter van de Rotterdamsche Stoomvaart-maatschappij. Dat is de voorloper van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (NASM) die in 1896 wordt omgedoopt tot Holland-Amerika Lijn. Dit was de eerste rederij die met een vaste dienstregeling vanuit Rotterdam op Amerika ging varen. Dat begon in oktober 1872 toen het stoomschip Rotterdam vanuit Rotterdam naar New York vertok. Hiermee werd een brug over de oceaan gelegd, aldus jubelende Nederlandse kranten in die tijd. Overigens heette de rederij toen nog Plate, Reuchlin & Co. 

Zoon George Reuchlin -eveneens jonkheer- was zestien jaar toen hij in 1891 voor de eerste keer zelf op het promenadedek van een oceaanstomer zijn naasten uitzwaaide. Hij vertrok op het schip de Spaarndam dat op weg ging naar New York. Een pleziertocht werd het niet. George had veel last van zeeziekte en dat zou hem voor de rest van zijn leven parten spelen. Hij studeerde in Parijs, liep stage in verschillende buitenlandse steden en kreeg in 1900 een baan als afdelingschef op het hoofdkantoor van de Holland-Amerika Lijn in de Maasstad. Vijf jaar later trouwde hij met zijn buurmeisje Athie (Agatha), dochter van een bemiddelde koffiemakelaar. 

Vader Otto leed in 1889 aan boord van de Leerdam schipbreuk op het Kanaal. Minder dan vijf minuten nadat hij in een reddingssloep stapte, lag het schip op de bodem. George reisde ook vaak voor werk, op schepen van de eigen maatschappij maar ook op die van de concurrentie. Er zat echter een oceaan van verschil tussen zijn reizen als eersteklaspassagier en die van landverhuizers in de derde klas. Boland beschrijft die reizen uitgebreid: zeven gangen-lunches, dineren aan tafel van de kapitein, souperen aan het einde van elke vaardag. Daarentegen beschrijft de auteur ook minutieus hoe de ontvangst van landverhuizers verliep door de Amerikaanse immigratiedienst op Ellis Island (New York ), The Island of Tears. 

De concurrentie op de lucratieve vaart van Europa naar de Verenigde Staten was moordend, er was een hevige prijzenoorlog gaande. In die jaren zochten naar schatting 13 miljoen migranten vanuit een uitzichtloos bestaan of vanwege vervolging (joodse mensen uit Rusland en Oost-Europa) een betere en veiligere toekomst aan de andere kant van de oceaan. Een miljoen van hen zou vanaf de Rotterdamse Wilhelminakade met een schip van de Holland-Amerika Lijn naar de VS vertrekken. De zakenmannen op de grote vaart sloten samenwerkingsverbanden en onderlinge deals om hun winsten veilig te stellen. 

In april 1912 stapte George aan boord van de Titanic, het nieuwste -en naar verluidt onzinkbare- schip van collega-rederij The White Stare Line. Het was de maiden trip van dit illustere passagiersschip. HAL had op dat moment zelf een nieuw schip besteld bij dezelfde rederij: Harland & Wolff in Belfast. Het vertrouwen in de scheepsbouwer was groot. (Dat bedrijf bestaat nog steeds.) 

In het Stadsarchief van Rotterdam wordt de familiecollectie van de Reuchlins bewaard. Daarin vind je onder andere de brieven die George tijdens de eerste dagen van de reis met de Titanic stuurde aan zijn gezin. Hij verbaasde zich over de grootte van zijn hut, zo schreef hij op een kaart aan zijn zoon (het echtpaar had twee kinderen). Eén dag voor de ramp stuurde hij nog een telegram naar zijn echtgenote, waarin hij meldde dat de zee zeer rustig was. De rest is geschiedenis. Er kwamen 1.500 passagiers om bij deze scheepsramp. 

Dit boek over een vooraanstaande Rotterdamse ondernemersfamilie vond ik dermate meeslepend dat ik het doorgaf aan Rotterdamse vrienden die hier een vakantiehuis hebben. Piet & Agnes zijn eveneens veellezers en we bespreken onze gelezen boeken altijd met elkaar. Bovendien maakten zowel zij als wij tochten op een cruiseschip van de Holland-Amerika Lijn. Wij kunnen dat gelukkig navertellen. Maar we delen eveneens een landverhuizersverleden. Piet deed het als kind, mijn liefje en ik als volwassenen. Ook dat schept een band. 

Boland haalde voor haar eerste boek zoveel interessante nieuwsfeiten naar boven over de de lijn en de familie en schreef dermate uitvoerig over Rotterdam dat het hen zeker zou boeien. Dat bleek een juiste inschatting. Onze vrienden zochten van alles nader uit en vertelden ons dat een verre nazaat van George Reuchlin pastoor werd in een Hollandse enclave in Spanje (Rojales). En dat er een Landverhuizersmuseum wordt ingericht in Katendrecht, Rotterdam. Het zal in 2024 de deuren openen voor bezoekers. Wij bezochten een dergelijk museum tijdens eerdere reizen naar Ellis Island en Buenos Aires. 

Tijdens een gesprek over dit verhaal merkte ik op dat het voor de nabestaanden heel naar moet zijn geweest om niet precies te weten hoe George zijn laatste uren beleefde aan boord van het gedoemde schip. Athie schreef allerlei mensen aan, over de hele wereld, die de reis hadden overleefd. Haar echtgenoot werd tijdens zijn laatste uren nauwelijks opgemerkt. Hij hield zich bij voorkeur afzijdig, las liever een goed boek en mijmerde over zijn vrouw en gezin. Als echtgenote had ze bij ieder afscheid veel emoties over zijn vertrek. Ze spraken af dat zij iedere keer zou proberen die onder controle te houden om hem te laten vertrekken. In elke briefwisseling dankte hij zijn vrouw dan voor haar zogenaamd stoïcijnse houding. Dat zegt wel iets over deze twee. Ze waren dol op elkaar. 

Ook vroeg ik mij af waarom George op die noodlottige avond niet zelf in een van de laatste reddingsboten stapte, nadat vrouwen en kinderen hem waren voorgegaan. Piet en Agnes zijn van mening dat hij niet geloofde dat de ‘onzinkbare’ Titanic ten onder zou gaan. Zelf denk ik dat hij als gentleman geen veilige plek in een reddingsboot voor zichzelf wilde opeisen. (108 vrouwen en 56 kinderen, de meeste van hen derdeklaspassagiers, overleefden de scheepsramp niet.) We zullen het nooit weten. 

In ijskoud noord-Atlantische water kwam er een einde aan Reuchlins reis. Zijn lichaam werd nooit geborgen. Het wrak van de Titanic werd in 1985 gevonden door de Amerikaanse oceanograaf en mariene geoloog Robert Ballard. Het schip brak in tweeën, de delen liggen ongeveer 50m van elkaar op de bodem. 

Nu, 111 jaar later, liggen daar de schamele brokstukken van een tweede scheepje bij. Titan en Titanic, voor altijd verenigd.