Translate

Posts tonen met het label komodovaraan in de achtertuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label komodovaraan in de achtertuin. Alle posts tonen

maandag 9 december 2013

Tante Komodo

Het was mij de zondag wel. Eerst kregen we bezoek van Elsa en haar jongens en aan het begin van de avond kwam onze beveiligingsman ons iets vertellen dat hem dermate overstuur maakte dat hij zijn verhaal enkele keren moest onderbreken vanwege een grote huilbui. Over dat laatste weid ik niet uit; dat kan worden samengevat met familiale perikelen. Je maakt hier wat mee!

Over de mannetjes spreken we elke dag dus daarover weid ik graag uit. Voordat mijn liefje en ik naar Bali afreisden, spraken wij met elkaar over het feit dat Yudha als zesjarige wellicht geen zin meer had bij ons op schoot te komen en te troetelen met ouwe taarten. Ik kan mij goed herinneren hoe ik als kind familieleden en vrienden van mijn ouders moest groeten; daar hoorde vaak kussen bij. Na elke kus werd de wang of de mond grondig afgeveegd. Ik herinner mij geen stekelige kinnen of wangen van tantes maar ik weet dat het begin van dergelijke ontmoetingen niet altijd een pretje was. (Zelf zorgen we ervoor dat alle ongewenste gezichtsbegroeiing tijdig wordt verwijderd.)

Toen de mannetjes ons weer zagen, was er van hun kant geen schroom. Wij werden besprongen en zij lieten zich vertroetelen. Yudha loodste zijn broertje naar binnen en zei heel lief “kijk eens goed”. Damai had niet direct in de gaten waarop grote broer doelde. Hij werd dan ook naar de zithoek geleid en daar kondigde hij aan dat hij met mij de pohon natal (kerstboom) had opgezet. De kleine keek met grote ogen naar de boom. Het is leuk om Yudha, zelf nog maar zo’n ukkie, zich als grote broer te zien gedragen.

Eerst dronken we koffie, thee en susu met een koekje, daarna was het tijd om te zwemmen. De opblaaskrokodil die in de koffer meekwam, lag al klaar op het terras. Die noemen we hier komodo. Krokodillen vind je niet op Bali maar varanen deste meer. Kleine examplaren zie je hier met regelmaat achter het huis lopen. In februari 2010 troffen wij een grote aan op het strand vóór ons huis. Het dier maakte aanstalte de tuin in te stappen totdat de tuinman daar een stokje voor stak. Dat was geen overbodige actie als je de klauwen van het dier bekijkt.

De groene variant die overigens van dezelfde afmeting is als de grijze (!), is een geschenk van tante Emmy uit Nederland maar ook met dit kado maakte ze vriendjes in Bali. (Tot dan toe voorzag zij deze kinderen van huidzalfjes.)
Damai bleef aanvankelijk op gepaste afstand van het gevaarte terwijl Yudha hem vertelde niet bang te zijn. De ene werd in het Ploufpak gehesen, de andere kreeg vlindertjes om zijn bovenarmen. Yudha sprong meteen op de rug van de komodo te water, Damai keek de kat uit de boom. Onder begeleiding van mijn liefje durfde hij na een tijdje dichterbij te komen en zelfs op de rug te klimmen, met zijn grote broer als voorbeeld. Die durfde immers zelfs zijn hoofd op de kop van de komodo te leggen. Damai greep zich stevig vast en keek langs een poot van het dier de diepte in. Ik ken het gedrag van zijn grote broer die wij drie jaar geleden watervreesvrij maakten.

Eerst dobberden de broertjes in het ondiepe gedeelte van het zwembad, beetje bij beetje wilde de jongste steeds verder weg van de trap. Als ex-zwemjuf weet ik maar al te goed dat je kinderen niet moet dwingen in het water. Yudha kan al aardig zwemmen zonder drijfhulp maar als er wordt gespeeld, is hij vrijer met vleugeltjes. Na het gedobber op de komodo stelde ik hem voor zonder hulp te gaan zwemmen met mij. Zijn beenslag (voor zover aanwezig) is krachtig en daarmee kan hij zich drijvend houden. Onderwater zwemmen doet hij ook; hij kan zo sneller zwemmen. Zijn armslag is echter nog niet om over naar huis te schrijven. Daaraan gaan we de komende maanden werken. 

Hij herinnerde mij aan het vroegere opduiken van een plastic kikker; die was niet meer. Er verscheen een lepel uit de keuken die onder water, op de laagste trede van het bad werd neergelegd. De kunst is echter de lepel van de bodem te pakken. Eerst deden we dat samen: hij en ik onder water, met zijn hand in de mijne en ik die hem dan de lepel onder water overhandigde. Hij wilde het ook weleens alleen proberen. 
Dat is zo leuk aan dit mannetje: als je iets voordoet, doet hij het niet veel later na. Hij dook onder water, ik zag draaikolken en opspattend water -als betrof het een krokodilaanval-, ik zag de witte onderkant van zijn grote voeten boven water, en daar ging hij... en kwam kwam boven met de lepel in zijn hand. Een triomfantelijke kreet volgde, net als applaus van onze kant. Zijn moeder die niet kan zwemmen, was sprakeloos. De beide kids zijn om van te houden. Mijn liefje en ik waren uitgeteld aan het einde van de dag.


vrijdag 5 februari 2010

Ongenode gasten (deel 2)

We kregen in de afgelopen weken zowel genode als ongenode gasten waarover ik in beide gevallen blogde. Dit blog is een vervolg op de 'Ongenoden', zij het deze keer in dierlijke vorm.
Wat te denken van de grote landkrab die zich stiekum rondom het zwembad had verstopt. Tuinman Ketut was heel duidelijk over een aanvaring met een krab-met-grote-scharen: als je teen of je vinger door zo'n schaar wordt gevangen, ben je dat lichaamsdeel kwijt. Het dier moest dus uit de tuin worden verwijderd. Balinezen hebben grote voeten. Van visdraad knoopte hij een lus die vakkundig om een van de scharen werd geslingerd. Good catch! Vervolgens werd het levende dier op het strand uitgelaten.


Niet lang daarna vonden wij een komodovaraan, een hagedis van niet geringe afmeting. Het dier was ongeveer 1.5 meter lang en bevond zich pal voor de strandingang naar onze tuin. In vergelijking tot de landkrab was dit een vangst van een andere orde. Deze hagedissensoort is de grootste ter wereld. Balinezen noemen dit dier ook wel een 'landkrokodil'. Naast ons is een braakliggend stuk land (nog wel) met een natuurlijke bron en veel bomen en struiken. Daarin kruipt zonder twijfel het favoriete hapje van deze varaan rond. Ik hoef dat niet te zien om het te geloven. Alhoewel een volwassen komodo geen natuurlijke vijanden heeft, was het dier wel dood. Volgens Banjarees politie-onderzoek bleek het dier door een misdrijf om het leven te zijn gekomen: de kop was ingeslagen. De hagedis behoort weliswaar niet tot de bedreigde diersoorten maar staat wel op de lijst van kwetsbare soorten. Ai. De meeste mensen moeten naar het Indonesische 'National Park Komodo' om een levende reuzehagedis te zien, wij hoeven alleen maar op ons terras te zitten. Ketut vertelde mij dat de varaan door de tuinman van de buren was opgeeïst: hij kwam uiteindelijk in zijn soep terecht... Sindsdien hebben wij een mini-tuinhek langs de zeewal staan. Ons gratis aangeboden door Gede, hoofd Timmerbedrijf.


De recentste ongenode gast was een slang die bij een van de waterpunten in onze tuin bleek te zitten. Mijn liefje en ik maakten een rondje door onze tuin, zoals we dagelijks meermalen doen. Rondkijkend, zag ik hier en daar wurgplanten. Zo noem ik ze in ieder geval. Het zijn planten die zich om palmen, struiken en bloemen wikkelen en de gastheer daarmee verstikken. Tenminste, dat is mijn theorie. Ik begon die wurgers te ontwarren en met wortel en al uit te trekken. Mijn liefje riep de tuinman erbij en vertelde hem dat dergelijke planten uit de tuin moeten worden verwijderd - daarbij het wurggebaar makend. Beeldender kon niet: ook Ketut ging direct op zoek en begon deze slingerplanten te verwijderen. We waren lekker en goed bezig.
Op een bepaald moment zag ik deze man van 90 kilo's lichtvoetig achteruitspringen. Hij was geschrokken van een levende slang. En wat voor een: een appelgroene gifslang met rode staartpunt. Een van de metselaars die bezig was het dak van het nieuwe tuinhuisje af te maken, liep over de muur naar de bewuste plek en gaf instructies van bovenaf. Met enkele slagen van een bamboestok werd een einde gemaakt aan het reptiel. Het betrof een 'green pit viper' ofwel 'Trimeresurus albolabris'. Deze slang wordt maximaal 1 meter lang maar hij kan snel toeslaan en dan is de ellende voor een mens niet te overzien: hij veroorzaakt inwendige bloedingen, onder andere in de hersenen. Bali kent minder dan tien inheemse giftige slangensoorten. Ondanks hun vreedzame Hindoeïstische geloof pakken Balinezen gevaarlijke dieren hard aan. Ik was er blij mee. Dergelijke gasten zijn hier niet welkom.

De honderden vlinders die dagelijks onze tuin bezoeken, de grote kleurrijke libellen die elke dag over het zwembad scheren, de vogels die steeds vaker in onze boomtoppen komen zitten... die zijn meer dan welkom! De nieuwe foto in de kop van mijn blog is van twee libellen die in een poeltje achter ons huis zaten.