Translate

woensdag 15 april 2026

Stad van drie culturen

We reden over de Spaanse hoogvlakte richting Toledo, gelegen in autonome regio Castilla-La Mancha. Het land van Don Quichote. Mooie lappendekens links en rechts: diep en licht oranje, gif- en donkergroen. Olijfboomgaarden en  amandelboomgaarden zover het oog reikte, uitgestrekte wijngebieden met jonge en oude aanplant. Hier en daar intens gele velden met koolzaad. Het was er prachtig. We zoefden over vaak lege wegen. La España vacía’, het lege Spanje, was overal om ons heen. Onze auto passeerde tijdens dit uitje de 100.000 kilometergrens. Ons comfortabele stalen ros doet het nog goed! 

Toledo is een van de mooiste steden in Spanje die we ooit bezochten. Deze nog grotendeels intact gebleven middeleeuwse stad is een bezoek meer dan waard. Maar eerst over de stap die aan dit bezoek voorafging: een bezoek aan de Nederlandse ambassade in Madrid. We hadden vantevoren een dag en tijdslot gereserveerd, hadden alle benodigde documenten op zak. We namen de hogesnelheidstrein (‘Linea de Alta Velocidad’) vanuit Toledo naar de hoofdstad. Een enerverende ervaring want we zaten nog nooit samen -wel alleen- in een sneltrein op Spaans grondgebied. Mijn liefje is treintjesgek en zelf vind ik het ook leuk om mij zo te verplaatsen. 

Het was vroeg in de ochtend, het fraaie station van Toledo lag er vredig bij. Het gebouw stamt uit 1919 en is opgetrokken in neo-mudéjarstijl (hoefijzervorm). In 1991 werd het uitgeroepen tot cultureel erfgoed. 

De trein zat niet vol. We hadden gereserveerde plaatsen en vertrokken op tijd. We bereikten een snelheid van 237km per uur, geklokt door mijn liefje. In een half uur waren we dan ook op station Atocha – Almudena Grandes. 

Dat station kreeg op 11 maart 2004, hier bekendstaand als ‘11-M’, te maken met een terroristische aanslag door al-Qaeda. De terroristen plaatsten tien bommen in vier treinen in en om dit station, met 191 doden en meer dan 1.800 gewonden als gevolg. Onze bagage moest daar door een scanner, net als op een vliegveld. Die wrede aanslag zou weleens de oorsprong van deze procedure kunnen zijn. Het wordt elk jaar herdacht. 

Almudena Grandes was een van mijn favoriete Spaanse schrijvers. Deze geboren en getogen Madrileense werd na haar dood (november 2021) benoemd tot ‘dochter van de stad’. Het stadsbestuur vernoemde dit treinstation naar haar. Een mooi gebaar. Ik stond daar op het perron met allerlei gedachten... aan de vele boeken van een politiek geëngageerde schrijfster en een mooi mens.

We waren niet de enigen in de ambassade. Mensen handelden aan de balie hun aanvraag af en er waren wachtenden voor ons. Een Nederlandse vrouw van 18 jaar was uit Barcelona gekomen nadat ze was beroofd van al haar identiteitspapieren. Ze was recent begonnen aan een stage van zes maanden. De man van de ambassade noemde Barcelona ‘the capital of pickpocketing’ (hoofdstad van het zakkenrollen). Dat beleefden wij, wachtenden, allemaal met haar mee want de gehele conversatie werd de openbare ruimte in geslingerd. Hoezo privacy?!

De Nederlandse mannen vóór ons bleken ook een setje te vormen. (De een noemde de ander ‘schat’.) Partner 1 stapte naar de balie en gaf zijn papieren af. Zijn pasfoto was niet in orde, zijn hoofd was te groot afgebeeld. Zucht, diepe zucht. Er moesten nieuwe foto's komen, de aanvraag kon zo niet doorgaan. Partner 2 trok zijn grote mond open: ‘ik ga hier niet weg zonder nieuw paspoort’. Typisch dom Nederlands. Zo werkt het immers niet en dat zei partner 1 hem dan ook. Mijn liefje, ervaringsdeskundige, gaf ongevraagd advies: ‘spring in de taxi, laat de chauffeur wachten en keer gezwind terug. Zo geregeld’. Zij liepen mopperend weg en wij zagen hen daarna niet meer terug. Tja.

Even vreesden we voor onze eigen pasfoto’s. Ik keek naar mijn eigen grote hoofd op die kleine postzegel... Maar deze keer waren ze in orde. Joehoe! We gaven onze papieren af, de pasfoto’s werden aan het aanvraagformulier bevestigd, we zetten de nodige handtekeningen, er werden vingerafdrukken afgenomen. Heel veel van bijna alle vingers van mijn liefje, tweemaal twee wijsvingers bij mij. Waren haar afdrukken onduidelijker geworden, ietwat vervaagd ten opzichte van tien jaar geleden? Ik heb het niet gevraagd. Er moest dik worden betaald voor de dienstverlening tussen Madrid en Den Haag. Hoe het ook zij, het kon ons weinig schelen. De aanvraag was gedaan, de missie geslaagd. Het wachten is nu op de nieuwe identiteitspapieren, aangetekend afgeleverd op huisadres. 

Daarna was het tijd voor plezier! In de middag bezochten we het Museo Banksy. Er zijn er een paar van in de wereld: in Barcelona, Amsterdam, Parijs, Brussel, Krakau en New York. Ze doen het allemaal net ietsje anders. 

In het museum in Madrid kregen lokale Spaanse straatkunstenaars (die beregoed zijn!) toestemming van de Britse kunstenaar om zijn werken zo precies mogelijk na te schilderen op de muren van een voormalige parkeergarage die nu als museum dienstdoet. Het resultaat was verbluffend! Ook waren er schilderwerken op doek van Banksy zelf. Een van de leukste schilderijen vond ik een werk dat is getiteld ‘Sunflowers from a petrolstation’, met een knipoog naar Vincent van Gogh. Daarop zie je een fraaie bloemenvaas met een verlept bosje zonnebloemen. Zijn schilderij van Guantanamo Bay is ook een doordenker. 

Ik vind zijn werk een cultureel fenomeen. Ik houd van zijn humor, ironie, satire, sarcasme en subversieve beelden. Hij levert stevig commentaar op onze consumptiemaatschappij, daagt de gevestigde orde uit, komt op voor minderheden. Hij zet ons, kijkers, aan tot anders denken over politieke en sociale kwesties. Wij genoten van alles dat we er zagen en de sfeer die er hing. Aanrader! Via deze link vind je het Banksy-webalbum met bijna alles dat daar hangt (zie ook hiernaast in de rechterkolom). 

Aan het einde van de middag keerden we met de trein terug naar basiskamp Toledo, de stad die in 1986 werd uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Wij vierden het stadsjubileum op gepaste wijze: door er dagelijkse urenlang doorheen te wandelen. Toledo moet je een keer hebben bezocht, al is dat geen sinecure voor mensen met mobiliteitsproblemen. De straten stijgen en dalen voortdurend. (Terwijl ik dit typ, heb ik nog een restje pijn in de kuitspieren.) Wij liepen tot dusver gemiddeld tien kilometer per dag, over eeuwenoude kasseien. Het historische centrum (‘el casco histórico’) is compact maar uitdagend. Wel goed te doen, wat ons betreft. Je vindt er overblijfselen van de Romeinen, Visigoten, Moren (Berbers/Arabieren), Joden en Christenen. 

Waarmee zal ik beginnen? De Joodse, christelijke en moorse invloeden in deze stad zijn overduidelijk en overal te vinden. Synagogen met hoefijzervormige bogen (Mudejár, moors), kerken met mudejár-bogen, moskeën met christelijke elementen. Je vindt het daar allemaal kriskras door elkaar. De goedgekozen naam van stad van drie culturen doet zichzelf alle eer aan. 

Wij kochten een 7-daagse culturele pas waarmee je gratis toegang krijgt tot een aantal belangrijke bezienswaardigheden. Daarnaast kregen we vaak gratis toegang zonder onze armband met QR-code te tonen. Die armband moest wel worden gedragen en dat werd in mijn geval een probleem. De mevrouw van het eerste museum, waar we deze ‘pulsera’ kochten,  deed het ding te strak om mijn pols en dat bleek ik zelf niet te kunnen veranderen. Dus ’s avonds in ons hotel vroeg ik de jongedame van de receptie om het bandje door te knippen. Dat heb ik geweten! In een volgend museum liet ik mijn losse bandje zien met het aankoopbewijs. Dat werd geweigerd, ik mocht niet naar binnen. Daarop verzon Tom Poes een list. De volgende morgen niette dezelfde jongedame van de hotelreceptie het bandje aan de achterkant weer aan elkaar, in een ruimere stand. Dat werkte. 

We bezochten de beide synagoges van de stad en slenterden door de Joodse wijk, op zoek naar specifieke tegeltjes die ernaar verwijzen. Op zaterdagochtend liepen we met gids Eduardo door de stad. Hij wees ons op specifieke gebouwen en vertelde ons veel over de geschiedenis van Toledo. Volgens hem waren er twee verplichte adressen om te bezoeken; je kon deze stad niet verlaten zonder ze van binnen te hebben gezien. 

Het ging om ‘La Catedral Primada’ die dit jaar haar 800-jarig bestaan viert en het schilderij van ‘De begrafenis van de graaf van Orgaz’ door El Gréco. Dit wordt wel hét meesterwerk van de Kretenzische kunstenaar (geboren als Doménikos Theotokópoulos) genoemd en een van de mooiste symbolen van spiritualiteit en mystiek, ooit vervaardigd. Het is een typisch El Greco-werk: langwerpige figuren en donkere kleuren. Mijn liefje en ik volgden Eduardo’s advies braaf op en constateerden dat hij geen woord teveel had gezegd! 

Nu hebben we al heel wat bijzondere kathedralen gezien in ons leven (Sagrada Familia, Córdoba, Santiago de Compostela, Notre Dame in verschillende plaatsen, Hagia Sofia, Oude Kerk, Winchester Cathedral, Sint Vitus, San Cristóbal de las Casas, Catedral Primada de Colombia). De kathedraal van Toledo past prima in dit rijtje. Het is een juweel van Europese gotiek. We liepen er voor ons doen lang rond en keken onze ogen uit. Eigenlijk is het als rondwandelen in een kunstgallerij. 

Ik keek vooral naar boven waar zich een wonderlijk verschijnsel openbaarde: een oculus (gat) in het gewelf dat is ontworpen om natuurlijk licht van boven toe te laten. Het lijkt zo alsof de hemel openbreekt... Langs de randen van dat ‘gat in het plafond’ worden profeten en andere heiligen afgebeeld. Maar het altaarstuk daaronder, grotendeels in goudblad uitgevoerd, trok ook de nodige aandacht. Toen we de kathedraal verlieten, speelde een groot orkest typisch Spaanse klassieke muziek in de openlucht op het plein. Stemmig! 

We aten er doorgaans kleine regionale gerechten en dronken fantastische lokale wijnen; in het hotel en daarbuiten. Heerlijk! Toledo staat ook bekend om zijn goede kwaliteit marsepein. 

En ja, mijn verjaardag was ook stemmig.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten